GGS – Les 07 – De werelden van trilling en harmonie

image_pdf

10 maart 1959

De werelden van trilling en harmonie

Wij hebben vorige maal besloten een deel van de avond met zekere experimenten te werken. De reacties die daarop ontstonden waren zeer verschillend. Het heeft natuurlijk niet veel nut om met die experimenten door te gaan, tenzij zij ernstig worden gevolgd. Allereerst wil ik proberen u duidelijk te maken  nogmaals  wat die experimenten betekenen, vooral dus de incantaties waar wij mee zijn bezig geweest, daarnaast ook hoe deze dingen werken.

Ik geloof, dat u allemaal wel voldoende afweet van de structuur, de kosmos en de geestelijke werelden, om te begrijpen, dat de wetten, die op een geestelijke wereld invloed hebben en regeren, anderen zijn, dan de wetten en mogelijkheden, die u in de stof toepast. Wij kunnen dat zelfs nog verder doorzetten. De wereld van de geest is in vele gevallen onlogisch, gezien vanuit een stoffelijk standpunt. Dat voor ons de stoffelijke wereld ook niet direct logisch is, zult u wel vanzelf aan willen nemen. Wanneer wij trachten te werken met bepaalde experimenten, dan is dat een poging om sensitiviteit te ontwikkelen. Het is een poging om langzaam maar zeker contacten met zekere krachten mogelijk te maken. Nu kan ik mij voorstellen, dat men zich ook gaat afvragen: “Maar wanneer wij die incantaties doen, wat gaat er dan gebeuren?” In negen van de tien gevallen niets. Dat moet u goed begrijpen. Want u begint pas.

In het ene geval, dat er wel resultaten zijn, is uw eigen instelling, Uw eigen denken en uw eigen begeren aansprakelijk voor datgene, wat als resultaat naar voren komt. Uw gedachte alleen bestemt niet uw wezen. Het is de totale instelling van dit wezen, inclusief het onderbewustzijn, drang etc., die dus mede afstemmen op een bepaald geestelijk terrein. Kwaad, werkelijk kwaad dus, demonische krachten of zo, kunt u niet bezweren. Wij hebben u daartoe op het ogenblik nog niet de middelen in handen gegeven, ofschoon wij een enkel voorbeeld hebben gegeven van een incantatie, die daarvoor bruikbaar zou kunnen zijn in de handen van deskundigen.

Gevaar voor u bestaat dus niet. Dat wil ik eventjes nog met nadruk vastleggen. Een vorige maal heb ik er al op gewezen, dat u zich waarschijnlijk wat belachelijk gevoelt. U moet wennen aan dit irreële, dit merkwaardige komedie-achtige wat u nodig heeft om vanuit de stof invloed uit te oefenen op de geest. Wij werken hier met magie. Magie is vanuit het huidig wetenschappelijk standpunt, volkomen kolder en irreëel. Maar vergeet niet dat ’t diezelfde magie is, waarop o.m. het Christelijk geloof is gebaseerd. Het wondergeloof van de kerken. De gebeurtenissen, eigenaardig in grote bijeenkomsten, geestelijke genezingen e.d.. Alleen de doorsnee mens gebruikt die magie onbewust. Wij zijn nu zover gekomen, dat het voor u een kwestie wordt om magie te gaan gebruiken of u terug te trekken. Wanneer wij op deze wijze enkele maanden hebben geëxperimenteerd, dan is het drie tegen vier dat u succes heeft, dat u bepaalde krachten leert gebruiken en verkrijgen, dat u leert uw eigen persoonlijkheid af te stommen. Wanneer wij dan zover zijn, dan krijgt u van ons de laatste sleutel. Dan kunt u in dat opzicht uw eigen weg verder gaan. Wij hebben de vorige maal ook nog wat les bij gegeven. Ik wil voordat wij nu verder gaan, allereerst graag even weten, of er vragen gerezen zijn over de vorige keer.

Vragen

  • U heeft gezegd bij het experiment het vormen van een werveling tussen 2 handen, dat de muis gevoelloos zou zijn, dat de tinteling in de vingers niet aanwezig mocht zijn. Bij mij was de muis niet helemaal gevoelloos is, maar ik heb ook tinteling in de vingertoppen.

Dat is begrijpelijk. Het voorbeeld door mij gegeven, gaat uit van een directe beheersing op een totaal van de stroom. Normalerwijze bent u gewend om uw vingers  haast onbewust  te zien als het apparaat, waarmee men alles doet. Zo ontstaat ook  bewust of onbewust  een stuwing naar de vingertoppen. Kijkt u naar een genezer of een magnetiseur. In 9 van de tien gevallen ziet u het gebaar, waarbij met de vingertop wordt gewerkt. Het is niet nodig. Wanneer wij een werveling willen veroorzaken, dan hebben wij niets aan die reeds gesplitste uitstraling, in die toppen. Het is wel een veld, maar wat je automatisch in vijven verdeeld hebt. Wat wij nodig hebben is juist het veld, wat zich vormt  hier dus  (spreker geeft aanwijzing) in deze holte, hiertussen. Wanneer u teveel last krijgt van die prikkeling en u kunt daarmee niets gedaan krijgen, dan kunt u het misschien eens zo proberen dus de vingertoppen terugbuigen en de handpalmen toch iets dichter bij elkaar brengen. Ik denk, dat u daarmee dan wel goede resultaten zult kunnen maken. Het feit, dat uw uitstraling links sterker is dan rechtse is een bewijs, dat u normalerwijze uw krachten links afgeeft. De geestelijke activiteit is dan op zijn hoogst bv. in de rechterhersenhelft. Dat is onbelangrijk omdat wij, wanneer wij die krachtvaststelling kunnen leren, ze om moeten keren en wel door ons eenvoudig te concentreren op het feit: Nu moet die kracht uit de rechterhand uittreden. Dan gaan wij niet voelen, of het zo is. Wij concentreren ons er eerst een tijdje op, dan gaan wij nog eens voelen. Meestal blijkt dan, dat de prikkeling inderdaad in de andere hand sterker is geworden, in de rechterhand.

  • Is het ook juist dat deze uitstraling uit deze linkerhand warmte afgeeft?

Een warm gevoel, ja. Dat is meestal het geval, maar dat is ook, wanneer u ze rechts doet uittreden. Bij een verdere beheersing kunt u het gevoel warm of koud maken naar eigen believen. Over het algemeen zeggen wij dat een uitstraling die warm is, kracht geeft en een uitstraling die koud wordt aangevoeld, neemt. Bij het afnemen van een magnetiseur, die pijn wegneemt, zou u in feite een gevoel van koelte moeten hebben. Bij de instraling een gevoel van warmte. Wat volkomen juist is.

  • Bij het derde experiment van zien, heb ik kunnen constateren, heb ik malle figuren gezien, die ik feitelijk niet onder woorden kan brengen. Het was een warreling, maar rood gekleurd.

Die kleur rood komt waarschijnlijk nog van de invloed van het bloed. U heeft het in het donker gedaan?

  • Ja.

Bij fel licht zou u misschien een feloranje achtergrond hebben gehad, of zelfs geel. Dat is van minder belang. Let u op één ding wel, wanneer u dergelijke beelden ontvangt, die geen heldere kleur hebben, een vuil rood bv., onderbreekt u dan het experiment. Niet, dat het gevaarlijk is, maar de resultaten ervan zijn minder aangenaam en niet noodzakelijk.

  • Hoe is het weg te krijgen, dat er een warreling ontstaat? Er is geen rust in.

Het ligt voor een deel aan uw eigen instelling. Dat is in de eerste plaats psychisch. De status van het fysiek heeft daar dan ook wel zijn invloed op.

  • Je bent feitelijk nog onvoldoende beheerst?

Ja, maar het is een begin. Wanneer u een volgende keer weer die warreling ziet, probeert u zich niets van die warreling aan te trekken. Probeer ook niet te beschrijven wat je ziet, of te constateren, tot dat er zich vanzelf een zuiver gevormd beeld aan je toont. Hoe scherper je zult concentreren op die beweging en warreling, hoe waarschijnlijk het is dat deze toeneemt i.p.v. afneemt.

  • Hoe houdt u uw vingers?

Ja. Deze hand is niet volkomen regeerbaar, dus de afwijking daaraan gelieve u over het hoofd te zien. Maar het is dus de vingers zoveel mogelijk tegen elkaar. Normalerwijze beginnen wij met het veld op te wekken met een houding, waarbij zij recht t.o.v. elkaar zijn. Zij lopen precies parallel. Ga ik de werveling maken, dan krijg ik een buiging in de hand. Maar kan ik nu niet een voldoende reversibiliteit krijgen, zodat ik beide handen willekeurig voor straling kan gebruiken, dus dat ik nu van links en dan naar links werk, dan kunt u het dus ook eens zo proberen, maar dan komt het krachtveld als een soort boog boven de handen te staan. Van een zuivere werveling is dan geen sprake, hoogstens van een globe.

U krijgt een half bolvormig veld, waarbij de werking toch wel aan het draaien komt, maar wat betrekkelijk gelijkmatig is. Houd de handen zo, dan is die bolvorming veel minder en dan hapert het krachtveld naar de pols toe. Waarbij de intensiteit, die hier het grootst is van het veld, met de spreiding boven het eerste vingerlid meestal. Dan hebben wij een trechter, waarin wij de werveling makkelijker krijgen dan in een rechte cilinder, of in een bol.

  • U zei ergens: de krachten van tweedracht en strijd moeten vernietigd en teruggedreven worden. Is dat vernietigen wel op zijn plaats in het geheel?

Ik zou niet weten waarom. Tweedracht is, in tegenstelling tot kwaad, wat uit ons persoonlijk standpunt en oordeel voorkomt, de grens die bestaat tussen ons en het Goddelijke. Bij een poging om tot harmonie te komen, moeten wij deze begrenzing vernietigen bij ons en bij anderen. Wij vernietigen in werkelijkheid niets dan een scheiding die ontstaat uit denkbeelden. Er is geen sprake van een vernietiging van persoonlijkheden. Het kwaad, wat wij in bezweringen trachten te verdrijven, moet worden gezien als een reeks van entiteiten. Dat zijn entiteiten bv. die stofgebonden zijn. Chaos-toestrevende geesten die wij vaak demonen noemen. De verdrijving daarvan is noodzakelijk. Wanneer wij werken op harmonie, dan is dat kosmisch. Dat betekent dat het kwaad, alleen door de instelling zelf, zo volledig wordt afgeschrikt, dat er geen verdere bescherming nodig is. Wat wel nodig is, is extra kracht om de grens die tussen ik en het Goddelijk Ego bestaat, tijdelijk neer te halen.

  • U heeft gezegd: de ik vorm mag je niet gebruiken….maar verder zegt u: Ik beveel…

Dat is juist. De ik vorm gebruiken wij in de bezwering niet, omdat de wens die wij uitdrukken, nooit een zuiver persoonlijke mag zijn. Op het ogenblik, dat “ik beveel”, doe ik dat niet uit mijzelf. U zult achter die formule van “Ik beveel” horen, “in de naam van …” M.a.w. ik stel mijzelf zo harmonisch mogelijk met bepaalde geestelijke krachten des lichts. Deze kracht geeft mij het recht de lagere krachten te bevelen. Hier is het ik dus een formule, waardoor mijn eigen gesteldheid wordt weergegeven. Het is een soort van per procuratie tekenen van een bevel der hogere krachten. Daar heeft iedereen permissie voor, omdat alle zielen volkomen gelijkwaardig zijn in het oog Gods. Allen, die streven naar de eenheid Gods, de gelijkwaardigheid van alle zielen naast hen, zullen moeten erkennen. Hoe hoger en lichter de geest, hoe nederiger zij zal zijn in vergelijk tot de mens. Denk maar eens aan Jezus, Die de Dienaar der mensen was en niet de Heerser. De term “Broeder” is een gebruik geworden, maar er moet meer zijn dan broeders, er moet eenheid zijn. Broeders zijn mensen, die bepaalde rechten t.o.v. elkaar menen te kunnen doen gelden, bepaalde verplichtingen t.o.v. anderen erkennen, maar veder geschillen in overvloed kunnen hebben. Broeders zijn mensen, die elkaar rustig bestrijden, maar zodra een derde zich in het gevecht mengt, eerst gezamenlijk die derde het hoekje om helpen. Daarom moeten wij zelfs verder dan de gedachte “broeders” zijn. Wij moeten komen tot een gedachte van absolute eenheid.

  • Bij het bezweren kreeg ik drukke spanning in het voorhoofd, die bij meerdere toepassing langzamerhand verdween en steeds minder werd.

Als U een tijd niet gelopen heeft, moet u maar eens proberen dan te lopen. Dan heeft u aan alle kanten spiertrekkingen en aan alle kanten last. Wanneer u dus geestelijk werkt, (u werkt met die bezwering) dan komt u in contact met een geestelijk veel groter potentiaal, dan u gewend bent. Het gevolg is dus dat u dit in het begin als een spanning, als die bekende band om het voorhoofd, voelt. Naarmate u meer ingesteld raakt op de geestelijke krachten, zult u er ook minder van merken. Voorbeeld: U heeft pas leren chaufferen, u rijdt voor het eerst alleen in het verkeer. Hoeveel moeite kost het u niet. Als u 6 maanden gereden heeft, houdt u rustig een gesprek, daartussen kunt u toch wel door dat verkeer heenkomen. U heeft zich aangepast. Dat is een van de dingen, die noodzakelijk zijn. Vandaar ook onze raad  overigens door enkelen niet opgevolgd  om dus deze bezweringen voor zichzelf te herhalen en trachten erin te komen.

Je moet eerst gewend zijn, je moet aangepast zijn aan de krachten waarmee u werkt, voordat de mogelijkheid ontstaat, dat u ze hanteren kunt.

  • Met die druk op de ogen, met dat zien, zag ik een groen veld met wat gelige strepen en er over heen een soort bol, die aan het draaien was. Het groene veld werd steeds lichter, de bol bleef gelijk. De kleur van de bol was zwartgrijs met een groene ondergrond, zeer vaag.

Dat betekent dan ook dat u iets begint te zien. Weest u vooral voorzichtig met die bollen wanneer u die ziet. Wanneer die een troebele kleur hebben, (diepzwart kan u niet schaden, nachtblauw ook niet, maar een troebele kleur, of een vlammig van meerdere kleuren, die ook troebel zijn) moet voor u een aanleiding zijn om het experiment onmiddellijk af te breken.

  • Ik probeer meerdere bezweringen naast elkaar te gebruiken om te zien voor welk doel zij gebruikt kunnen worden. Nu heb ik nergens een volledige formule aangetroffen dan alleen in de opsomming, niet in de bezwering zelf. Ik heb er een genomen die u de vorige keer gegeven heeft op harmonie en die geprobeerd te completeren in deze zin, dat wij de volledige bezwering hebben, maar ook alles wat daar verder bijhoort. Eerst heb ik de aanroeping gehad met Michaël. Dan is daarbij de aan God de vraag gekomen om dit werk te willen steunen. Daarna krijgen wij de opbouw van de sfeer. Als dit uitgewerkt is, ,krijg je daarna weer een danken aan God en aan de krachten, die je geholpen hebben.

Dat is inderdaad de volgorden. Het danken is een kwestie van beleefdheid ook. Ik wil u een volledige bezweringsformule voorleggen, zo dadelijk zullen wij dat doen.

  • U heeft er toch bijgezegd dat het drie verschillende punten zijn?

Wij hebben het wel uiteengezet, maar wat we toen hier nog niet hebben gedaan, waar we eigenlijk ook nog niet aan toe zijn, dat is het feitelijk gebruik van een gehele formule. Wij moeten eerst leren die dingen een klein beetje te beheersen. Als een kind dat net lopen kan, in het water gooit en zegt dat het nu maar moet leren zwemmen, is het risico groot. Het moet eerst heel voorzichtig aan het water wennen, dan aan de lijn, dan achter de hengel aan. Als wij u zover hebben gekregen dat u achter de hengel aan kunt zwemmen, zijn wij al een eind.

  • Bij de genezing hebben wij te maken met degenen, die lijdende zijn. Is het bezwaarlijk, dat het woord “lijden” meerdere malen gebruikt wordt?

Bezwaar ertegen bestaat niet. Het is en voor ons en voor de werking die wij tot stand brengen, beter wanneer een nauwkeurige omschrijving van het doel wordt gegeven.

  • Wanneer wij een bepaalde sfeer oproepen, of aanduiden, dan kunnen de invloeden daarvan …..

Ik wil u in dit geval verwijzen naar de bijeenkomst van de genezingsgroep, waarin u het opbouwen van de sferen voor de feitelijke incantatie krijgt. De incantatieformule die daarvoor gebruikt wordt, varieert, omdat zij gebaseerd is op persoonlijke waarden plus het ogenblikkelijke gemiddelde van de kring. Ook daarin zult u dezelfde elementen die we u geleerd hebben hierin aantreffen. Daarnaast vindt u ook het manuaal, het gebaar wat erbij wordt toegevoegd, maar daar zijn we voorlopig niet aan toe. Ik zal erg blij zijn wanneer ik u zover kan krijgen, dat u zonder aarzeling zo’n formule durft uit te spreken, zonder verder er iets bij. Wanneer u dan zover komt, dat u de intonatie weet te treffen, die noodzakelijke is, om door de vibratie de werkzaamheid voor uzelf en de omgeving te vergroten. Dan zijn wij al een heel eind gevorderd.

  • Het lijkt mij gemakkelijke een bepaalde houding daarbij aan te nemen. Staande lijkt het mij makkelijker.

U moet niet vergeten, wanneer wij een Steravond hebben, dan krijgen we daar een bepaald ritueel bij. Dan krijgen we daar zekere gebaren bij. Dit alles is bestemd om de menigte te beïnvloeden. Een goed magiër moet ten allen tijde een goed suggestor zijn. Tenminste wanneer hij met een grote kring wil werken. Omdat het noodzakelijk is het totale denken zo te bezien, dat de eigen gedachtegang tijdelijk is uitgeschakeld. Op zo’n ogenblik kun je dan een geestelijk stempel zetten. Stel nu dat ik u het manuaal erbij leer, gaat u dan in uw eentje die gebaren erbij staan maken? Neen. En gaat u dan die gebaren staan maken, terwijl u die woorden werkelijk probeert uit te spreken met de juiste intonatie? Zelfs bij de laatste oefeningen ontbreekt het hier en daar wel eens. Men wil die formule nog wel eens denken, maar die formule hardop uit te spreken, is wel genant.

  • We kunnen er ook wel gebaren bij maken?

Zeker, maar dan kunt u dit voorlopig doen met een eenvoudig gebaar, met wat u zelf wilt. Bv. het gebedsgebaar. Het is wat anders als u het in een kring wilt gaan gebruiken. Vandaag zal ik trachten u nog een paar punten te leren. Ik heb nog een rondvraag. Dan willen wij niet spreken over degenen die gespijbeld hebben, ik zou toch graag eens willen weten: Heeft u nu een idee, hoe zo’n bezweringsformule zou moeten zijn?

  • Ik kan het wel enigszins in woorden leggen. Ik merk dat het nog wat aan de uitspraak hapert. Dat oefen ik dan met de band, dan kom ik tot een verbetering.

Heeft u het geprobeerd, wat is dan het resultaat?

  • Ik kan het wel onder woorden brengen?

Dan wil ik van u eens horen, hoe u het zou proberen te zeggen, wanneer het om vrede of om eendracht gaat.

  • Gij allen, die mij helpen kunt, wil mij bijstaan. Schepper geef mij de kracht om Uw glorie te verspreiden, zodat er eendracht moge zijn onder de mensen. Dit vraag ik uit de naam van hen, die wij allen vereren.

Dat kan wel. Heeft u ook een idee van het ritme, wat u daarbij moet gebruiken?

  • Ja, meer smekend.

Smeken is natuurlijk wel goed. Dat is wat in het gevoel uitgaat. Wij bouwen met deze formule niet slechts een gebed, wij willen een werking hebben. Wij krijgen dan dit:

Schepper, U die wij eren. Ik smeek U in de naam van allen, die de vrede behoeven en de vrede niet kennen: geef Uw kracht, geef Uw vrede.

U merkt misschien ook wel, het werkt, dat dringt door. Dat hoeft u niet zo hard te doen, als ik dit hier doe. U moet het toch wel proberen te vinden; de smeking maar ook de vrede.

  • Dat kun je beter alleen doen, dan in gezelschap.

Dat begrijp ik heel goed. U zult ook wel merken, dat wij u niet teveel ermee hebben geplaagd. De vorige keer heb ik 2 slachtoffers genomen, nu bent u toevallig eens aan de beurt. Dat is, omdat u op dit terrein een vordering maakt. Heeft u nu al een beter idee gekregen?

  • Ja, maar ik geloof niet, dat ik voldoende heb gestudeerd op de verschillende bezweringen.

U moet leren dus de gedachte meteen om te zetten in woorden. Ik hoop, dat u het mij niet euvel duidt het zou toch de moeite waard om dat een keer extra te proberen. Probeer het fluisterend, zoals u dat wel meer doet: Zo voor je heen mompelend. Dat brengt de zaak zuiverder en helderder voor de geest.

  • Het gaat makkelijker om het voor jezelf, dan hard te doen.

Neen, dat is niet voldoende. Het gaat hier om magie. Dan kunnen wij in onszelf, alleen door de gedachte ook ontzettend veel doen, maar dan beïnvloeden wij alleen onszelf. Bij de magie komt het heel vaak voor, dat je niet alleen met jezelf te maken hebt. Neem bv. dit vertrek. Er zijn minstens 35 persoonlijkheden meer aanwezig, dan u wel ziet. Die moeten wij toch ook in hetzelfde kader brengen, die moeten wij in diezelfde gedachtesfeer brengen, of verdrijven.

Vandaar dat vocaliseren, dat wekken van trillingen, die zelfs een tafel, een stoel, een schilderij, een lamp mee bedwingen. U heeft misschien wel eens gehoord, dat bij bepaalde zwart magische bezweringen het kaarslicht langzaam slinkt en verdwijnt. Dat leest u in elk spookverhaal. Dat bestaat werkelijk. Niet alleen maar een aardigheidje. Het is ons nl. mogelijk om een zodanige vibratie te doen ontstaan, dat oxidatie praktisch onmogelijk wordt. Je zou het zelfs verder door kunnen zetten, ofschoon het enorm veel kracht zou vragen. Het is niet doelmatig. Maar om bv. roest te verwijderen. U zoudt elke oxidatie van metaal kunnen doen verdwijnen, het beste antiroestmiddel, dat bestaat. Dat doe je met trillingen, die ten dele op een astraal terrein liggen. Dat kunnen wij als mens niet bewust controleren, wat je astraal uitbrengt. Maar wij kunnen wel het harmonische van het astraal gebied in/klank/uit/gaan/drukken en dan hebben wij die beïnvloeding. Daarom is dat vocaliseren in de magie ook belangrijk.

  • Ik heb elke avond met mijn meditatie voor de zieken geprobeerd een goede inleiding te vinden voor de aanroeping. Ik geloof, dat ik een eindje op weg ben, maar mijn declamatie is abominabel.

Moet langzaam groeien. U hoeft geen welsprekendheid nodig, maar u moet langzaamaan een beheersing krijgen van de stem.

  • Ik heb ook deze oefeningen gedaan, maar mijnerzijds is het wel moeilijk gevallen om het onder woorden te brengen. Ik zal voortgaan hiermee.

Het is inderdaad het A B C van de magie. Het eerste is ook: Meer oefening om zo dadelijk iets te kunnen bereiken. Als u goed naleest, zult u het wel vinden.

  • Ik heb geprobeerd het op te schrijven, maar de volgende avond was het niet naar mijn zin, het was zelfs niet meer bruikbaar. De ene avond ben je anders ingesteld….

Juist. Dat zal ik straks nog iets over vertellen.

  • Is het zich in concentratie of gebed tot deze krachten houden niet even krachtig als vocaliseren?

Neen, tenzij u in het gebed een absolute eenwording met hogere krachten bereikt.

  • Als je in het denken voelt, dat je eenheid hebt met die krachten?

Voor uzelf is dat wel van belang, maar niet voor uw omgeving. Ik kan begrijpen, dat u er weerzin tegen heeft omdat nu zo te gaan doen, dat men zich afvraagt, of er geen eenvoudiger weg is. Als u zo sterk bent in uw geloof en eenheid, dat u kunt handelen met de magische zekerheid, dan heeft u deze hulpmiddelen niet nodig. Over het algemeen bent u niet in staat uw eigen uitstraling zo sterk te veranderen, dat zij de plaats inneemt van trillingen, die wij nu vocaliserend met alle boventonen en harmonisch, plus gedachtestraling gelijktijdig, verwekken. Een volleerd wonderdoener kan inderdaad met de gedachte volstaan. Maar iemand die begint, moet eerst deze harmonie leren scheppen, deze invloed leren brengen. Daarvoor is het dus wel belangrijk, dat u toch ook vocaliseren leert. Misschien dat u het later terzijde stelt, zoals eens u de tafels van vermenigvuldiging op hebt gedreund tot verveling toe, maar nu toch automatisch de uitkomst weet. Zo gaat het met sommigen, die verder komen, ook. Maar denk niet dat u het zonder dat kunt doen. Vooral in het begin heeft u deze dingen wel degelijk nodig.

  • Voor mij is, evenals voor dhr. XXXXX, het geheel moeilijk onder woorden te brengen. Toch hebben wij met die proeven en wervelingen aardig succes behaald.

Dat komt door uw magnetische begaafdheid.

  • Binnen een kwartier al.

Dat kan steeds sneller. Alleen is dat een kwestie van oefening. Toch zou ik voorlopig proberen om te formuleren, niet alleen in gedachten, je gedachten uit te spreken en niet je afvragen of het zin heeft, of dat nu wel mooi is. Deze dingen zijn noodzakelijk.

  • Ik ben er nog niet toe gekomen.

Wij moeten de idee van heersen iets terzijde stellen. De gedachte van onheil eens vergeten en in een eerlijke poging toch proberen, wat voor u mogelijk is. U heeft vele mogelijkheden. Als u ze niet gebruikt, dan komt u steeds weer voor die kleine frustraties te staan, die u ook in het dagelijks leven zo nu en dan tegen komt.

  • Het verwerven, en een beheersing door een vertrouwen op deze krachten en gebruik van deze, krachten, lijkt mij voor u toch ook wel doelmatig. Het onder woorden brengen gaat steeds makkelijker en nu vind ik het ook helemaal niet gek meer.

Wat voor gevoel heet u, wanneer u zo’n bezwering uitspreekt?

  • Ik vind het prettig, en vooral daarna heb je een zeker gevoel van luiheid in je. Als het over vrede onrust gaat, dan houd je dit gevoel zeer lang bij je. Een haast onverwoestbare vrede.

Dat is zeker een feit. Sterker dan op andere methoden, omdat hier onbewust uw eigen lichaam mede beïnvloedt.

  • Ook heb ik het met harmonie geprobeerd, dat heb ik daarna proberen uit te dragen bij drie mensen. Nummers 1 en 2 nr. 2 ben ik zeker van, niet van nr. 1, want dat was een hele vreemde – en de derde, die ik eigenlijk tot een milder oordeel wilde brengen, daar raakte ik op de duur zelf in de knoei.

Voor een begin zijn de resultaten niet erg dwaas. Integendeel. Het lijkt mij zover wel bevredigend.

  • Ik heb het een keer geprobeerd op genezing. Ik merkte al heel gauw, dat het vinden van de juiste voorden en het dromen van de juiste zinnen, heel wat moeilijkheden met zich meebrengt. Het einde van dit spreken is een uitstromen van krachten.

Dus toch ook weer een resultaat. Wat is nu uw moeilijkheid van het vinden van die woorden?

  • Eigenlijk ongeoefendheid. Op het ogenblik zat ik even in de knoop met de juiste formulering van deze bezweringen.

Ik moet zeggen dat ik niet ontevreden ben. Gezien de hiaten in tijd en andere mogelijkheden, gedachten zo hier en daar, vind ik het gemiddelde een aardig begin. Nu gaat het erom, dat wij het uitspreken van bezweringen, zoals wij dat voorlopig zullen gaan doen, toch nog eens een keer doornemen. Dan wil ik u in de eerste plaats een voorbeeld geven van een incantatie, maar ik zal deze incantatie nu volledig maken. Ik zal om een van onze vrienden hier tegemoet te komen, daarbij ook een klein gebaar inlassen. Ik hoop, dat u deze formulering niet als de noodzakelijk enig goede wilt zien. Op het ogenblik, dat wij uit ons hart spreken, dus van binnen uit, dan komen de woorden er vaak minder op aan, dan de bedoeling, die in die woorden is gelegen. Nu is het voor mij erg makkelijk om mooie en vloeiende zinnen te maken. Bij u stokt dat misschien, maar dat geeft niets. Alleen blijf niet stilstaan om na te denken, welk woord er nu komen moet. Spreek. Kunt u dat volgen?

Voorbeeld van een bezwering, als u eigenlijk niet uit uw woorden kunt komen, dus hoe het ook al kan. Op de duur zal het natuurlijk beter moeten gaan. Maar op deze manier kunt u reeds een werkzame bezwering uitspreken. Dan moeten wij in het begin de punten aanhouden. 1: Aanroep. 2: Oproep. 3: Bezwering. Dat moet u van buiten kennen. Aanroepen is. “Hallo, ik heb contact met je”. Dan weet je niet precies, wat je zeggen moet, maar je wilt graag genezen. Alle geesten des goeds, alle geesten en krachten, die genezing willen helpen brengen, komen helpen.

Genezing: Almachtige God, in uw Naam en door Uw kracht zou ik willen de genezing brengen van allen en iedereen die ik helpen kan, opdat het lijden in deze wereld minder worde, God. God, geef mij die kracht.

Dan zult u vragen, wat je aan dat gehakkel en gestotter hebt, maar met dat gehakkel en gestotter heb ik mijn idee uitgedrukt. Het is misschien niet zo indrukwekkend voor anderen, omdat zij steeds gestoord worden door verkeerd ritme, wat in je geluid komt. Maar wanneer u dat 20 keer hebt gedaan, dan vindt u de 21ste keer nog makkelijker. Dat wordt een gewoonte. Dan kunt u op die manier dus verder gaan.

Nu weer een klein voorbeeld van een complete bezwering. Ik wil u hierbij dan niet onthouden ook het uitzenden dus van de kracht. Dat is iets, wat u zelf voorlopig nog niet zo gemakkelijk zult doen.

Eenvoudigheidshalve zal ik hierbij dus weer het gebruik van bijzondere namen, aparte krachten en entiteiten vermijden. Niet alleen omdat u ze nog niet kent, maar ook omdat u van die krachten nog niet precies weet, wat zij zijn. U zoudt misschien denken: Ja, maar wat is het nu eigenlijk, wat ik daar aanroep? Dat ik God aanroep in verschillende functies en vormen, daar kan toch niemand bezwaar tegen hebben? Dat kun je toch nooit zien als iets duisters? Onzekerheid is er dus niet bij…

Dan, zoals u zegt: staande gaat het makkelijker. Vooral wanneer ik gebaren ga maken. Kan ik dat niet, dan kan ik dit desnoods liggende doen. Maar wil ik er dus een gebaar bij maken, ga ik staan. Wanneer ik nu sta, is het helemaal niet gewichtig dat ik in de houding ga staan. Ik moet rustig staan. Dan is het eerste wat je doet in zo’n geval: ontspan het lichaam. Als je aan houdingen gaat denken, dan gaat het al verkeerd.

Genezing

Almachtige God. In Uwe Naam en in de naam van Uw liefde begin ik dit werk, waaruit gij, krachten des lichts, gij, die genezing kunt brengen, hoort mijne stem en geef antwoord op mijn smeken. Komt naderbij en helpt mij te volbrengen. Verdrijft de krachten des kwaads, des duisters en der ziekten. Komt tot mij, gedragen op de vleugelen des lichts.

Almachtige God, In Uwe Heilige Naam smeek ik U om kracht. Laat Uw kracht en Wezen zich uitdrukken hier, opdat door mij, of zoals Uwe Wil dit beveelt, genezing in werkelijkheid gegeven moge worden aan hen, die lijden door disharmonie.

Almachtige God. In Uwe Naam roep ik alle geesten op en alle krachten. In Uw Naam beveel ik hen: Geef Uw kracht en vermogen. Geef Uw wezen en wil, opdat dit werk volbracht zij.

Ik beveel U in de Naam van de Almachtige, de Allerhoogste, Hij, Die heeft geschapen hemel en aarde. Gij allen, geesten van licht, komt tot mij en laat de kracht der genezing, die ik neem uit het Goddelijke worden uitgeworpen op de wereld…..

Tweede fase

In de Naam van de Schepper zend ik deze kracht uit tot u, die lijdt. Ik leg u in de geest mijne hand op, opdat de genezende kracht des Scheppers in u kan werken. Ik geef u deze kracht en bescherming van de geest des lichts, opdat gij zult genezen en in uzelf kennen de lichte kracht, die voor u is, genezing, heelmiddel en bewustwording. Dit werk zij volbracht in de Naam van Hem, Die alle dingen heeft geschapen.

Derde fase

Ik dank U, mijn God, voor de krachten, mij gegeven. Ik dank U voor al, wat Gij hebt gegeven en hebt gedaan. Neem mijn wezen als eerbetoon, zoals mijn leven en daden U zullen dienen voor dit, wat Gij door mij hebt volbracht.

Vierde fase

Gij, geesten des lichts, U, die ik geroepen heb in de Naam van de Allerhoogste, U dank ik voor wat gij hebt volbracht, te samen met mij werkende Zijn wil, Zijn volmaaktheid. In Zijn Naam zeg ik U: gaat heen in vrede, gaat heen in licht en weet, dat ik U eer en dank voor dit, wat gij mij in Gods Naam hebt helpen volbrengen. Amen.

  • Kun je dit hardop doen bij een persoon?

Sommige patiënten zouden er vatbaar voor kunnen zijn. Ik denk dat er heel wat patiënten zullen zijn, die onmiddellijk een dokter zouden laten komen, met een paar broeders voor u. Vergeet niet, dat de magie door een heleboel mensen niet wordt begrepen, of aanvaard. Dat verder de omgeving van een patiënt niet altijd geschikt is voor een dergelijke bezwering.

Om even op het lesje terug te komen: Wij hebben dus vier fasen gehad. De eerste fase bestaat uit drie afzonderlijke delen, nogmaals te noemen dus: Aanroep, oproep en bezwering. Daarna hebben wij gekregen de bepaling van de kracht. Nu heb ik dit zeer algemeen gedaan. Bovendien voor sommigen prettig, die hier toch al zijn en een moeilijke patiënt in de buurt hebben, zij hebben er misschien nog wat van mee gekregen.

Wij hebben die kracht dus bestemd.

De daaropvolgende fase is logischerwijze dank aan God. God is het, die de kracht geeft. God danken wij. God kunnen wij later ook met een bepaalde naam noemen: Emmanuel, Jahwe, of Adonai, Asgyos, Tetragammaton. Dan zullen wij in de dankbetuiging ook diezelfde naam weer gebruiken. Dan hebben wij ons tot een bepaald aspect van het Goddelijke gericht en in dit aspect danken wij ook weer.

Daarna geven wij dus de geesten a.h.w. hun congé, maar dankbaar: zij hebben ons geholpen. Wij zijn dank aan hen verschuldigd, en wij eren hen, want zij hebben werk des lichts gedaan.

Roep ik geesten op in naamtermen, zoals je bv. op zou kunnen roepen Karmax en Ismodai. Niet Asmodai, dat is een hele verkeerde. Ismodai is zijn spiegelbeeld, het tegendeel dan zal ik dus ook weer in mijn dankbede diezelfde namen gebruiken. Gebruik ik een naam van een engel, bv. Gabriël, Michaël e.d., die ik gevraagd heb deze geesten tot mij te sturen, (wanneer ik dus de verhouding ken), dan dank ik hem, omdat hij door bemiddeling van dus in dit geval Karmax en Ismodai  heeft geholpen en daarmede het werk des Heren heb volbracht, zodat ik hem eer en hem, die zijn werk mede door mij hebben kunnen volbrengen enz. enz. Dat is een kwestie van formuleren.

Dat is precies hetzelfde als de directeur u op een gegeven ogenblik twee typistes, of twee loopjongens, ten dienste stelt, dan dankt u de directeur, dat hij ze u ter beschikking heeft gesteld, dan dankt u de typisten of loopjongens, voor het werk, wat zij hebben gedaan. Dat is zuiver volgens de normale burgerlijke beleefdheid. U heeft misschien gemerkt, dat wij hier ook een andere sfeer hadden. Nu is het vreemde, dat je die sfeer kunt wijzigen, naarmate je dus je doel stelt en je intonatie gebruikt.

Denkt u nu eens goed na, wat ik de vorige maal over ritme heb verteld en probeert u eens voor uzelf aan te voelen, wat voor een ritme erbij hoort. Onze vriend, de machinist daar, zegt: Maar wat ik vandaag heb gezegd, is morgen niet goed meer. Logisch. In zo’n bezwering gebruiken wij een vast staketsel, om daarbinnen het gebouw van ons ogenblikkelijk voelen en denken te maken tot een magisch wapen en een magische klacht. De formulering zal dus van dag tot dag verschillen. Tot op het ogenblik, dat wij komen tot de zuiver rituele magie, zullen wij deze kunnen variëren naar eigen inzicht, mits wij zorgen, dat er vooral het gevoel in blijft. Dat gevoel moet in je zijn, een begeerte haast, een hartstocht. Als je wilt genezen, moet dat niet alleen zo maar zijn: Ik vind het wel leuk om te genezen, dat moet van binnen uit komen, het moet je overrompelen.

Dan ga je vanzelf dit gevoel in woorden omzetten, zoals een redenaar dat ook in het vuur van zijn betoog, onwillekeurig doet, misschien vaak zelfs ietwat theatraal. Dan leert u ook, wanneer u een doel heeft, wat dringend is, wat een zekere strijd inhoudt, dat je automatische dat strijdvaardige erin gaat leggen. Dan gooi je die lettergrepen eruit. Aan de andere kant, wanneer ik rust nodig heb, of harmonie, dan is het logisch, dat het mij haast moeite kost om de woorden uit te spreken. Want dan willen wij de harmonie opbouwen. Dan doe je iets, wat een dominee onbewust doet, een pastoor, of een redenaar, maar je doet het van uit jezelf, vanuit je gevoel. Wanneer je nu weet, wat die werking is, dan kun je dat nog veel beter. Maar je mag nooit zo’n effect alleen maar gebruiken, zoals ik dit nu doe op het ogenblik. Onthoudt dat goed. Ik geef hier les, dus ik geef voorbeelden. Ofschoon ik ongetwijfeld al die goede dingen wens voor u allen, is voor mij op het ogenblik de eerste behoefte, bij u een begrip wekken van hetgeen ik doe, u duidelijk te maken, hoe het gedaan kan worden

Dus niet de woordkeuze of het ritme op zichzelf. Ik simuleer dus hier wat u werkelijk kunt doen. Daardoor zal u emotionele waarden het voor u veel makkelijker maken om een juist ritme te vinden dan voor mij. Ik weet het, ik heb dat geleerd. U niet, maar u heeft de drijfveer van binnen uit, de aanpassing, aan milieu, aan sfeer, aan omgeving haast automatisch doet plaats vinden. Wat de andere proefnemingen betreft, gezien de resultaten, kunt u die voortzetten, zoals de vorige keer omschreven. Dan wordt het nu tijd, dat, wij iets meer gaan leren over die wereld, waar nu al mee gaan werken. Nu gaan wij even de tijd, die wij besteed hebben, inhalen.

De werelden van trillingen en harmonie

Alle werelden hebben een eigen hoofdtrilling. Deze hoofdtrilling kan worden gezegd te zijn een gezamenlijk denken, dat dus een bepaalde sfeer of wereld dus in zijn gemiddelde bepaalt. Alle daarin aanwezige entiteiten zijn varianten op deze hoofdtoon, maar zij zullen er nooit absoluut van verschillen. Wanneer de hoofdtoon wordt aangeslagen, klinkt deze toon dus mee in allen.

Dit onthoudende kunnen wij door een toon te vinden, die afgestemd is op een bepaald gebied, altijd in dit gebied een reactie verwekken, bij allen. Naarmate wij verder specialiseren tussen;  bepaalde manipulaties uitvoeren met die trilling in een zeker richting met een bepaald doel, zullen wij een bepaald deel van de wereld, die wij bezweren, nog in het bijzonder sterk beïnvloeden en daardoor bij dezen een gedachte doen rijzen, een bewustzijn doen ontstaan, dat geneigd is ons eigen doel te vervullen.

Vanuit deze simpele waarheid kunnen wij dan een reeks van leringen en conclusies trekken:

Alle werelden die bestaan zijn werelden, die in hoofdzaak in gedachten bestaan. Alle realiteit is onderdanig aan de gedachte, waar de gedachte het bewustzijn bepaalt, dat omtrent die wereld bestaat en dus elke werking, die in het bewustzijn en het denken in die wereld kan plaats vinden.

Ons afstemmende op de gedachte kunnen wij dus elke z.g. realiteit verloochenen, of tijdelijk verwerpen, daarvoor in de plaats stellen wij de volledige gedachtewereld en via deze gedachten alleen, benaderen wij.

Elke handeling, die wij aan onze eigen stoffelijke, of geestelijke wereld stellen, moet slechts zijn een weergave van deze subjectieve ervaring van de wereld, plus ons eigen doel. Het uitsluiten van de objectiviteit hierbij brengt met zich mee, dat een volledige uiting van onze persoonlijkheid t.o.v. de wereld mogelijk is geworden. Hoe sterker deze uiting plaats vindt, hoe groter de invloed over anderen. Wij moeten wel altijd één ding hierbij opmerken: Zoals elke toon, die aangeslagen wordt, zowel in de hogere octaven als in de lagere octaven een neventoon kan wekken, een sympathiserende toon a.h.w. zal elke gedachtegang, die wij uitspreken op deze subjectieve wijze, in hogere en lagere werelden meeklinken.

Door het doel te bepalen op een zodanige wijze dat het vooral voor de hogere wereld, aantrekkelijk is, strijdt tegen ons streven in de lagere wereld en tracht binnen deze lagere wereld een werking tegen ons streven als geheel tot stand te brengen. Dit kunnen wij altijd uitsluiten door ons te beroepen op het licht. Het licht is een reeks van samengestelde trillingen, die tot een absolute harmonische eenheid zijn verbonden. Ik wil hierbij herinneren aan het feit, dat een lichtstraal, die door een prisma valt, uiteen valt in vele kleuren. Elke kleur is een wereld, elke tussenkleur is een wereld. Elke gedachtesfeer kan worden bepaald. Al deze gedachtesferen tezamen echter liggen in het Goddelijke, waar het Goddelijke licht optreedt. Bij de invloed van het Goddelijk licht altijd het duistere onderdrukt, de duistere tonen vallen eerder weg wanneer het licht opkomt, dan de lichtere. De lichtere worden zuiver wit i.p.v. gedeeltelijk getint. Zodat de Goddelijke kracht als betrokken in ons denken, als enige objectieve werkelijkheid buiten onze subjectieve beleving vastgesteld, voor ons betekent een voortdurend sterk ingrijpen van de Goddelijke krachten en onderdrukking van elke duistere harmonie, die wij evt. gewekt zouden hebben. De werelden, zoals u bekend, aan elkaar liggende, parallel, aan elkaar verwant zijnde, kennen elk hun eigen wetten. Deze wetten zijn bepaald door de groot harmonische gedachte, die bestaat in elke wereld afzonderlijk. Er is een gemeenschappelijk doel en een gemeenschappelijk streven. In uw eigen wereld bv. is dat zelfbehoud. In andere werelden daarentegen is het beleving, oftewel opgaan in het hogere etc.. Deze grote gedachte, die voortdurend de kern is, kan vaak met elkaar vereend worden. Het is mogelijk, wanneer wij één gedachte nemen, die twee of drie factoren in zich draagt, hierdoor die of vier, soms een oneindig aantal werelden, gelijktijdig te bereiken. De combinatie van deze factoren maakt het nl. mogelijk, dat de enkele trillingen, die wij vereenden in onze gedachten, alle werelden beroeren, doordat zij een groter gebied als een soort akkoord gelijk tijdig aanslaan.

Voorbeeld: Wanneer u één toon aanslaat, dan zal in het klavier misschien een achttal tonen kunnen meetrillen, wanneer u een akkoord aanslaat, trilt de hele piano mee, dus elke snaar. Zij allen zijn zich dus van het akkoord bewust. Op deze manier bouwen wij onze gedachten in het magisch streven over het algemeen op, bij het stellen van een bezwering niet uit een enkelzijdige gedachte, maar uit een veelzijdige gedachte. Wij trachten bv. u wanneer het gaat om genezing u niet alleen erbij te brengen de genezing van een enkel geval, maar bovendien het lijden van de wereld als zodanig. Daarbij nemen wij bovendien het geestelijk lijden, de onvrede, die in de mens bestaat, de behoefte aan harmonie en vrede voor anderen.

Wij namen er zelfs bij de behoefte naar rust, die voor velen bestaat. Door deze veelheid van gedachten, die alleen gegroepeerd worden om dezelfde hoofdgedachte “genezing”, zijn wij in staat een zeer groot aantal verschillende werelden te bewegen hun krachten aan ons te lenen, en bewust door ons denken geworden van het probleem, zoals dat in onze wereld bestaat, zullen zij zover mogelijk, hun eigen krachten en gedachten te doen werken op onze wereld.

Nu komt er een stukje, waar u wel over zult moeten studeren, maar dat is niet erg. Elke realiteit kan uiteen vallen in zeven waarden. De waarde van de realiteit is allereerst:

  1. Persoonlijk concept.
  2. Persoonlijke beleving, verschillend van het concept.
  3. Omgevingsconcept: d.w.z. het beeld, dat de omgeving aan ons opdringt.
  4. Het totaal gedachteconcept.
  5. Het totale geestelijk concept is uitgedrukt in die wereld.
  6. Het totaal Goddelijk concept als zijnde deel van een grote harmonie.
  7. Het eenheidsconcept, of kosmisch concept, dat staande boven het Goddelijk concept, de enige band van eenheid van die werkelijkheid, of wereld, bepaalt met alle omliggende werelden.

Wij kunnen geen rekening houden met deze verschillende werkelijkheden. Wij kunnen in onze gedachten nooit meerdere werkelijkheden volledig beleven. In elke magische werking, in elke magische bezwering, ja, zelfs in elk gebed, in elke gedachte, die verder gaat dan het eigen ik, is het noodzakelijk, dat althans één van deze concepten volledig tot uiting komt, wanneer dier concepten geheel wordt uitgedrukt, zullen alle andere concepten mede beroerd zijn en zich aanpassen aan het eerste concept.

U heeft een persoonlijke gedachte. Daarbij stelt u zich een wereld voor, waarbij negers blank zijn. Een heel dwaas ding. Wanneer u echter de intensiteit van het geloof hebt, dan wordt voor uw ogen de neger blank. Maar, sterk genoeg werkende, zult u op de duur ook uw gedachten en uw zien maken tot blank, de neger blijft ook daar blank. De daardoor ontstane werking spreidt zich uit over de omgeving, die de neger niet meer als zwart, (niet als blank, maar als niet meer zwart), ziet. Daardoor valt een scheiding weg en het komt het concept “mens” in die neger sterker naar voren, waardoor de eenheidsgedachte weer sterker wordt en opgewekt en als zodanig de verhouding tot het Goddelijke in volkomen gelijkheid makkelijker aanvaardbaar wordt. Daaruit volgt dus een gezamenlijke erkennen van één God en één Godsbeeld, het verschil van de blanke God en de zwarte. God valt weg. Denkt u aan de Jezus voorstelling, zoals een neger die maakt en zoals een blanke die maakt bv. Dan houden wij alleen over het eenheids- of kosmischconcept, dat vanuit ons zeer subjectief persoonlijk standpunt beroerd wordt en voor ons een automatische correctie betekent van datgene, wat in ons subjectief beeld strijdt met het kosmische. Ik heb u in feite gezegd, dat een leugen, die ver genoeg wordt doorgevoerd, doordat zij zich op de duur volledig als waarheid gevoelt, in contact komt met de waarheid en door de waarheid zozeer wordt gecorrigeerd, dat zij geen leugen meer is, maar slechts een bepaald aspect van de waarheid.

Dan gaan wij nog even verder met die harmonie en trillingsleer. Voor elk uur van de dag bestaat een aparte trilling. Deze trillingen zijn over het algemeen zeven in getal. Wij spreken dan ook over de 12 hoofdtrillingen, die in het jaar optreden. Daarnaast kennen wij natuurlijk de dagen, maar dit zijn secundaire trillingen.

De trilling van het uur is zeer belangrijk. U zult ontdekken dat wanneer u een incantatie uitspreekt, niet op elk de incantatie gelijk kan worden uitgesproken. U zult uw onvermogen ontdekken tot het vormen van bepaalde tonen. U zult zelfs ontdekken, dat bepaalde gedachtebeelden niet volkomen gelijk kunnen worden uitgedrukt: Dat zij een andere omschrijving vergen.

Dit is in een zoeken naar harmonie dus met de omgeving zeer duidelijk de beïnvloeding van het uur, de Meester van het Uur. Wat die Meesters van het Uur zijn? Stelt u ze mijnentwege voor als engelen, of als maar kosmische of magnetische factoren, dat blijft mij volkomen gelijk.

Een z.g. Heerser van de Dag is een astrologische invloed en valt ongeveer gelijk met een planeet. Als zodanig is de Heerser van de Dag in feite niets anders dan een zoeken van een echo op een zeer bepaalde wand in de verte. Wij wekken door ons daarbij aan te passen, dus het element van strijdlust, of aanvaarding enz. enz. zoals behouden in de planeten en bovendien nog in onze incantatie.

Zullen wij echter een incantatie moeten richten, die buiten deze wereld ligt  ook in haar doel, bv. voor de innerlijke vrede van de mens, de aanvaarding van de mens, die in deze buiten stoffelijke wereld liggen, dan zullen wij nooit gebruik kunnen maken van dit secundaire aspect van de Heerser van de Dag.

De heerser van het jaar, de Heerser van de Eeuw, vallen geheel buiten ons vermogen tot beroering, of vaststelling. Zij zijn in ons vertegenwoordigd en zij komen in onze trilling mede tot uiting.

Alle trillingen, die bestaan, hebben een eigen werking en eigen wezen. Zij zijn echter makkelijk variabel. Een trilling kan door een kleine afremming zijn, eigen frequentie veranderen, zijn eigen werking en zijn eigen inhoud. Wanneer rond ons zeer vele gedachten zijn van andere mensen, van andere geesten, en wij kunnen dezen enigszins in harmonie brengen met ons eigen streven, dan hebben wij hierdoor een kracht verkregen, die veel groter is dan datgene, wat wij zelf ooit tot stand konden brengen. Wanneer wij spreken over trilling, dan zijn er twee dingen om die trilling tot stand te brengen. In de eerste plaats: Een medium, waarin de trilling plaats kan vinden. In de tweede plaats een kracht, waardoor de trilling tot stand kan worden gebracht. Het medium, waarin de trilling plaats vindt, zal voor ons altijd moeten zijn het geestelijk terrein, het stoffelijk terrein evt. zelfs, waar binnen onze werking, onze magische werking zich moet afspelen. Deze middenstof moet beïnvloed worden, opdat zij zoveel mogelijk harmonisch is met ons eigen streven en dus ook dus zo gevoelig mogelijk voor elke trilling, die wij daarin willen opwekken.

De kracht zelf echter kunnen wij niet verkrijgen van geesten of stoffelijke waarden, van planeetgeesten, of Heersers van de Dag, of van het Uur. Wij kunnen ze alleen verkrijgen uit het Groot Goddelijke. In dit Groot Goddelijke ligt het dan als volgt:

God in Zichzelf is in alle dingen aanwezig. God is dus een Kern temidden van alle trilling. Hij is voor ons meestal een potentie, die door Zichzelf geactiveerd wordt. Deze Goddelijke potentie kan geactiveerd worden, wanneer wij in een volledig geloven en aanvaarden van dit Goddelijke, ons zelf vereenzelvigen met dit Goddelijke. In de verschillende bezweringsvoorbeelden, die gegeven zijn, zult u steeds weer ontdekken, dat er een ogenblik komt, dat de persoon zelf in de plaats van, of sprekende namens God, of een zeer hoge kracht, zijn bevelen uitdeelt aan anderen.

Hierbij is een vereenzelvigingsproces het belangrijke punt. Door zich één te gevoelen met Jahwe, Jehova, met God, met de Allerhoogste, al is het maar voor één kort ogenblik, wordt onmiddellijk alle Goddelijke kracht in de omgeving beroerd en zal deze kracht zich omzetten in beweging. Hierdoor ontstaat een macht. Wanneer deze macht misbruikt wordt is het een perversie van het Goddelijke, waardoor de trilling zelf zeer snel uitsterft en bovendien wij zelf de gevolgen van deze afremming zeer sterk zullen ondergaan.

Daar wij echter geen zwarte magie nastreven, maar witte magie, zullen wij kunnen onthouden, dat elke trilling, die in overeenstemming is met het Goddelijke, door ons uit het Goddelijk wordt georigineerd, een macht is, die slechts mag en kan worden geregeerd door de volledige wil van het Goddelijke, waar wij onszelf volledig aan onderwerpen. In deze onderwerping aan het Goddelijke zou de kracht, die wij uitsturen, praktisch oneindig kunnen zijn.

Zo, dat is genoeg. Ja. U moet toch ook wat te doen hebben, anders laat u de zaak liggen, als wij het al te duidelijk doen. Dan heb ik nog een klein stukje over ritueel voor u. Wij moeten één ding onthouden. Wat de wetten van zwaartekracht zijn enz. hier op aarde, zijn de wetten van gewoonte voor de meeste geesten. U kunt dit nagaan, wanneer u een ogenblik in de psychologie duikt en ontdekt, hoe gewoonten op de duur het gehele wezen gaan beheersen en een automatische reactie veroorzaken, dus voor het lichaam een wetmatigheid worden. Hoe deze onderbreking van de gewoonten door het lichaam met een enorm verzet wordt begroot en in sommige gevallen alleen het wegvallen van een gewoontegang aansprakelijk kan zijn voor het wegvallen van vitaliteit en al wat erbij hoort. De dokter kan u er meer over vertellen dan ik, zeker de psychiater.

Wij weten dit. In de gedachte is de gewoonte, de denkgewoonte, het meest belangrijke. Wij weten ook, dat elke individu een aanpassing zoekt bij een omgeving, men kan niet alleen zijn. Men zal zich nooit tegen een omgeving verzetten, maar trachten een deel ervan te assimileren en zo, door aanvaarding, langzaam maar zeker die omgeving te beheersen. Dat is ook psychologie. Dit bestaat voor alle krachten, die mens gelijk zijn geweest, of zijn, in sterke mate. Datgene, wat u het meest omringt, het dichtst bij u staat in de geest, is het astraal gebied, waarop de menselijke gedachte een zeer grote invloed heeft, en dus ook de gewoonten bepalen voor vele vormen, bij vele handelwijzen en impulsen.

Daarnaast heeft u te maken met verschillende trappen van Zomerland en de daar vlak boven gelegen sferen, die wederom  zij het vereenvoudigd – toch nog vasthouden aan gewoonten van vorm, van denken, van beleven, van uitwisseling van gedachten en begrenzing van het ik. Het zal u dus duidelijk zijn, dat de gewoonte voor een groot gedeelte van de geestelijke entiteiten gelijk komt aan een wet. Door ons te beroepen op die gewoonten, op die wet, kunnen wij dus dit milieu ons doen aanvaarden als gelijkwaardig. Men heeft indertijd gezegd: “Als je in Rome bent, doe dan als de Romeinen”. Ik zou het anders willen zeggen: Wanneer je van een bepaalde geestelijke kracht iets verlangt, handel dan in overeenstemming met de gewoonten en gebruiken, de z.g. werkelijkheid van die geesten. Anders krijg je geen gehoor. Alle ritueel van de magie is, naast zijn suggestieve werkingen op de mens, afgesteld op een aanpassing van de gewoonten van die geesten, of bepaalde sferen. Op zichzelf is het plaatsen van enkele voorwerpen in een cirkel natuurlijk onbelangrijk. Maar wanneer de juiste plaatsing daarvan bv. een mathematisch figuur doet zien, een vierhoek, een zeshoek, een vijf of zespuntige ster, dan zal de wijze, waarop die voorwerpen aanwezig zijn, een structuur betekenen, die ook in de gedachtewereld van de geest belang heeft. In vele gevallen voor haar een soort rooster van werkzaamheden en mogelijkheden. Wat hier alleen een symbool is, is voor de geest een tastbare werkelijkheid geworden.

Het geestenzwaard, of de geestendolk, die u hanteert, geeft u de vorm van een zwaard of een dolk terwille van de suggestieve waarde het idee, dat u een wapen heeft. Elke willekeurige stok, elk willekeurig voorwerp zou blijken even goed te zijn, mits  dit is belangrijk – voorzien van de krachten, de symbolen en gedachteassociaties, die voor de geestenwereld weer een wapen, althans voor hen een negatieve, of gevaarlijke kracht kan betekenen. Op deze manier wordt het schijnbaar kolderachtige van de magie langzaam maar zeker een vreemde taal, die je misschien niet begrijpt. De taal der bezweringen, waar wij nu mee bezig zijn, is een soort van Esperanto in de geestenwereld, of andere wereldtaal, of mijnentwege zelfs Engels, wat ook een wereldtaal is. Deze taal maakt het dus mogelijk om vele individuen in vele sferen te bereiken. Zij maakt het ons niet mogelijk om alle individuen in alle sferen volledig te winnen voor ons streven, althans ons doel volledig duidelijk te maken. Zolang wij tot de menigte spreken, dus in het algemeen werken, kunnen wij ons bepalen tot de eenvoudige oproep, met aanroep en bezwering evt. Wenden wij ons tot de gehele kosmos zonder meer en zonder daarbij gedefinieerd deel in een bepaalde wereld, dan kunnen wij volstaan met het gebed. Maar willen wij spreken tot een bepaalde sfeer, dan zullen wij a.h.w. die taal van die sfeer moeten beheersen.

Dat houdt in, dat de ritmen, maar ook de woorden, die wij gebruiken, de naam aanduidingen, die wij gebruiken, de voorwerpen, die wij gebruiken, op die sfeer afgesteld moeten zijn. Gaat het echter om een enkel individu, dan draait het hier in de kern van de naam. Het kennen van die naam is gelijk aan een persoonsomschrijving. Het vormt in ons een associatie met de persoonlijkheid, die door de ander  onverschillig zijn wereld of sfeer  kenbaar is geworden. Hij ziet ons a.h.w. zichzelf tegenover staan en wordt door dit beeld mee gezogen als door een stormwind tot in onze wereld. Wij moeten ook onszelf kunnen beveiligen door magische cirkels. Elke grens, die wij ons denken, is voldoende. Wanneer wij denken, dat wij door God beschermd worden tegen alle kwaad, kan niets ons iets doen, tenzij wij zelf kwaad doen. Wij zijn alleen aantastbaar door hetgeen wij zelf doen. Wanneer wij echter werken met een bepaalde wereld, of een bepaalde sfeer, dan is het vaak heel goed symbolen te gebruiken, die voor dezen gevaarlijk zijn. In het magisch ritueel zullen wij daarom wierook gebruiken, of geurstof, om aan te trekken, maar ook om te bedwingen. Wij zullen bepaalde plantaardige reeks stoffen gebruiken, die elk ook hun eigen betekenis hebben.

Om een paar te noemen, die u waarschijnlijk niet vermoed had bij de magie, de oliën uit de schil van een citrusvrucht, van een sinaasappel, een mandarijn, een grapefruit, een citroen uit de schil. Verder weegbree, maar dan verbrijzeld. Het melksap van de paardenbloem, maar dan na de bloeiperiode: Dus in de periode, dat je die ballonnetjes krijgt. Zo zijn er duizend andere eenvoudige plantensappen, die elk een bepaald aroma, of een bepaalde geur hebben, die gebruikt kunnen worden, om daarmee in contact te komen met bepaalde werelden. De kennis hiervan vraagt een langdurige studie. Wij zullen het u ook niet onderwijzen, maar u moet begrijpen, dat die dingen bestaan. Nu kan het wel eens voorkomen, dat wij iemand die aangetast is door werkingen van een sfeer en daardoor abnormaal is geworden, iemand, wiens ziekte ten dele met werkingen uit andere sferen tezamen hangt, de opdracht geven om bv. het voorhoofd, of de handen, of het achterhoofd eens in te wrijven met……… dan komt er zo’n eenvoudig plantaardig middeltje. Dan denkt een mens op aarde. Je bent gek…. Neen, dat is helemaal niet zo dwaas. Want met diezelfde stoffen kunnen wij ook magische ringen en grenzen maken, die die geesten absoluut verdrijven. In het volksgeloof zijn er nog wel een paar dingen van blijven hangen. Denkt u bv. maar aan de knoflook tegen de weerwolven. Nu is de knoflookgeur zelfs in staat een mens af te schrikken, dus is daar waarschijnlijk wel een zekere associatie mee aanwezig. Maar bepaalde plantaardige stoffen, die schijnbaar geen enkele werking hebben  schijnbaar, zoals ik zeg  kunnen toch geestelijk bepaalde reacties tot stand brengen. Soms gaat het hierbij om de geurstoffen, soms zelfs om die eigenaardige zouten, die zich in een bepaalde samenstelling in een plantaardig weefsel bevinden: Ofschoon zij schijnbaar geen enkele werking hebben dus, hebben zij toch ook hun belang.

Zo is er ook een groot verschil tussen stromend en stilstaand water. U zult dat denken, dat het ligt in de beweging van het water. Dat is niet waar. Water, wat gebruikt wordt voor een bezwering, moet zuurstofhoudend zijn. Wanneer u dus niet beschikt over snelstromend beek water, of zoiets, is het voldoende, dat u dat stevig laat bruisen. Schijnbaar onzin, nietwaar? Wat zou dit nu voor verschil maken? Het maakt verschil, omdat de eigen uitstraling van dat water enigszins varieert. Die uitstraling, plus evt. verdampingsproducten daaruit vrijkomende, zijn dan belangrijk.

Hoe meer men de magie in een zuiver ritueel keurslijf tracht te dwingen, hoe minder kans er is, dat men met die magie makkelijk en zuiver werkt. Wanneer wij een ritueel aanhouden, wat vast en onveranderlijk is, dan moet ook de magie aan een vaste en onveranderlijke norm beantwoorden. In feite is het echter bij de rituele magie nodig, dat het wezen van de magiër voortdurend zijn uitrusting, zijn rituele mogelijkheden dus, compenseert, maar omgekeerd de fouten, of gebreken van de magiër gecompenseerd worden door de extra gebruikte lampen, plantsappen, metalen en andere voorwerpen. Misschien is dit alles voor u nog duidelijker, wanneer ik u vertel, dat alles, wat op aarde bestaat, een uitstraling heeft. Er is niets, geen hout, geen ijzer, geen koper, geen brons, geen talk, geen wierook, geen goud, dat niet een eigen uitstraling heeft. Die uitstraling, die voor u praktisch onzichtbaar is, zal voor sommige sferen, zeer kenbaar zijn en soms zelfs pijnlijk, zoals voor u een te scherpe infraroodstraling erg onaangenaam is. Zo kan de uitstraling van bepaalde metalen voor bepaalde geestelijke gebieden  eigenaardig genoeg voor sommige bepaalde astrale gebieden  gelijk komen aan een verterend vuur, een vlam, en wordt dus gemeden. Als u dit realiseert, dan zult u misschien die magie niet meer zo bekijken met een wantrouwend oog, zoiets van: Nu ja, is al die komedie wel nodig? Wij willen u niet tot een totaal kennen van de rituele magie opleiden, dat is helemaal niet nodig, maar u moet begrip voor deze dingen hebben, u moet zich een beeld kunnen vormen met die verhoudingen, wilt u in staat zijn datgene, wat wij u trachten te leren en wat direct bruikbaar is, ook inderdaad te ontwikkelen, totdat het voor u niet alleen bruikbaar, maar ook nuttig en vruchtbaar is. Hierbij zullen wij het dan laten.

Vragen

  • Het bruisen van dat stilstaande water, is dat door het flink op te koken?

Het gaat hier om de zuurstof. Denkt u niet, dat u in magische procedures stromend water kunt vervangen door mineraalwater, omdat dat ook bruist. Dat heeft vaak een heel andere werking, een heel andere radiatie ook, het luistert allemaal tamelijk precies. Voor magnetiseren onthoudt u dus maar: Zo mogelijk fris water, zo weinig mogelijk van chloor e.d. voorzien. Zoveel mogelijk zuurstof behoudt een groot gedeelte van geestelijke krachten, het is in staat om vele onaangename geestelijke uitstralingen af te voeren. Ook wanneer u zelf last heeft van contacten van het aura, geestelijke contacten e.d., zal vaak het eenvoudig met zeker niet warm  bij voorkeur zelfs koud, maar stromend en zuurstofrijk water uzelf dus afspoelen voldoende zijn.

  • Wij kunnen zelf met bepaalde stromingen enz. het best in harmonie komen. Er is een persoonlijke stroming, waar wij beter mee kunnen werken.

Dat is logisch.

  • Alleen is het moeilijk om te weten welke stroming het is, deze persoonlijke stroming.

Het is beter, dat u dat niet weet, want als u werkelijk in de magie behoorlijk wilt werken, dan moogt u zeker niet eenzijdig worden, dan zou u op een enkel gebied werken. Zouden wij u nu vertellen, wat voor u het makkelijkst terrein, dan gaat dat zo goed, dat u de rest wel gelooft. Dat moet u ons niet kwalijk nemen. De cursussen allemaal bij elkaar, die vullen soms heel aardig en omdat u hier hoort. Het omgekeerde is niet het geval. Daarom is dit ook  laten wij zeggen  onze topklasse. Ik wil niet zeggen onze hoogste klasse. Wel de topklasse op het ogenblik op deze wereld.

  • Congruentie tussen het menselijk en het Goddelijk patroon.

Wanneer zij zeggen: Menselijk patroon, dan zullen wij dat in eerste plaats maar eventjes moeten definiëren, dat is erg makkelijk. Onder menselijk patroon zullen wij verstaan: Het zichzelf kennen en beschouwen in de wereld, het bezitten van een bewustzijn en het streven naar bewustwording  bewust of onbewust. Voor het Goddelijk patroon zullen wij dan zeggen, het totaal geschapene, zoals in de eerste gedachte ontstaan. Dan is de zaak verder heel eenvoudig en lang niet zo lang, als u misschien zou denken. Op het ogenblik, dat God schept, is er een Goddelijk beeld, een Goddelijke gedachte. Maar God is Zelf de kracht, waaruit geschapen wordt. Als zodanig is die gedachte in elk deel van de Schepping volledig ingelegd. Het patroon van al het geschapene, niet alleen van de mens, is in feite congruent met een deel van de Goddelijke, scheppende gedachte. Gelijktijdig is in elk wezen, in elk punt, de mogelijkheid om een totale congruentie met het geheel van de Goddelijke scheppingsgedachte te bereiken. Dit zal niet in uiting, maar wel in bewustzijn, of in besef bereikt kunnen worden. Dan volgt hieruit, dat de mens, strevende naar bewustzijn, in zoverre congruent kan zijn met het Goddelijk patroon, als zijn eigen innerlijk weten, plus zijn aanvaarden, het hem mogelijk maken de totale eenheid van de kosmos en zijn gehele bestel innerlijk te aanvaarden. Dan hebben wij daarin de hele congruentie gedefinieerd. Wanneer je God ontmoet in de kosmos, er een zekere congruentie. Wie zich bewust wordt van God in de kosmos, ontmoet zichzelf. Hij leert in zichzelf God kennen. Maar dit volgt ook volledig uit hetgeen ik hier gezegd heb.

U moet één ding goed begrijpen. De voorstelling, die wij omtrent onszelf en van onszelf hebben, het beeld wat wij van onszelf in ons dragen, is niet de werkelijkheid. De werkelijkheid van ons beeld noemen wij God, namelijk het totaal van de gunstige waarden van ons bewustzijn in volledige harmonie samengesteld. Elke mens projecteert dus vanuit zichzelf een God, die in overeenstemming zou kunnen zijn met zijn wezen, wanneer hij volledig elke fase van bewustzijn in de daad om zou kunnen zetten. Maar hij doet dat niet. Hij gaat steeds verder met zijn bewustwording en is over het algemeen qua bewustzijn drie á vier trappen voorbij zijn uiting. Het resultaat is, dat hij daardoor steeds zichzelf, zijn hoogste bewustzijn, projecteert als God en steeds zichzelf tegenover die God als onvolmaakt en onvolledig zal bevinden.

Toch komt er een ogenblik, dat zijn bewustzijn niet verder meer kan. Het totaal van het kosmisch bestaan is in die mens ontwaakt. Dit is een kwestie van een Goddelijk weten. Het kan dus niet alleen uit een stoffelijke studie origineren en moet verkregen worden, doordat men steeds meer de eenheid met God in zichzelf gevoelt en daardoor het Goddelijk weten omtrent die eenheid als een stimulans, als een basis vindt, voor zijn eigen uitgedrukte bewustwording, dus zijn weten en zijn leren. Heb je het hoogste punt bereikt, dan kun je niet meer verder.

Dan zal dus elk verder streven de mens steeds dichter brengen bij de werkelijkheid. De werkelijkheid van zijn eigen persoonlijkheid, maar ook van God, zover als die van de openbaring voor hem vatbaar en begrijpbaar is. Daarbij laat hij zo langzamerhand alle dingen achter zich. Want wat hij in zich draagt, is het meest belangrijke. Wat buiten hem bestaat, verliest aan belang, omdat u slechts een reactie betekent op hetgeen in hem bestaat, en de relatie tussen het buiten het ik erkende en het in het ik bestaande nu onverweigerlijk vaststaat.

Dan weten wij zeker in die fase, dat al hetgeen wij buiten ons kunnen zien en erkennen slechts datgene is, wat in ons bestaat. Dat elke handeling, die nu door ons verwacht werd, elke gebeurtenis, die buiten ons ligt en niet verwacht werd, in feite alleen maar wijst op een onvoldoende combineren van de waarden die in ons bestaan. De consequentie hiervan is, dat op het ogenblik, dat ons streven verder gaat, maar het bewustzijn geen verdere uitbreiding meer ondergaan kan, wij in eenzaamheid komen te staan t.o. God. Maar wanneer wij die God beschouwen, dan zal Hij volledig beantwoorden aan elke bewustzijnswaarde, die in ons leeft, als zodanig voor ons idee volledig identiek zijn met ons. Dit is dus een absolute congruentie, vanuit ons standpunt. Vanuit God behoeft die niet aanwezig te zijn. Op het ogenblik, dat wij deze absolute congruentie ervaren, blijft ons slechts nog over om de eenheid te beseffen, die er bestaat tussen God en onszelf en in God op te gaan. Wij zijn dan het organisch deel van God geworden en kennen geen beschouwing meer buiten onszelf, maar wel een volledig beleven van al hetgeen kenbaar is voor ons binnen het Goddelijke.

Meditatie: Congruentie tussen een Goddelijk en een menselijk patroon

Wanneer wij denken aan de magie, wanneer wij ons bezig houden met problemen als de congruentie tussen een Goddelijk en een menselijk patroon, dan ontgaat ons heel vaak de werkelijk bindende factor, datgene, wat voor ons de band is tussen alle dingen.

In de magie kan de mens alleen wat bereiken, wanneer hij, ofwel haat, ofwel lief heeft. Wanneer een mens tot eenheid met God wil komen, dan kan hij dat alleen door steeds meer zich bewust te zijn van de eenheid, die in hem bestaat met alle dingen. De kern van de zaak is liefde. Niet hartstocht en ook helemaal niet een liefde tussen personen, maar een levensaanvaarding, die de liefde gelijk komt.

Wanneer je alle dingen even vreugdig kunt begroeten als een geliefde, wanneer je alles kunt dragen en ondergaan, voor de wereld, zoals je soms voor een enkeling, die je liefhebt, kunt doen, dan heb je de essence van het menselijke kunnen, van het menselijk leven en werken, maar ook van de Goddelijke kracht bereikt. De magie, waarover u zoveel leert, is gebaseerd op de eenheid, die bestaat tussen alle dingen, het antwoord, wat de Goddelijke kracht kan geven uit alle dingen, omdat alle dingen leven in God.

Er bestaat geen groter Godsvreugd, geen ideëler naastenliefde dan die van de mens die zijn hele wezen en werken beschouwen wil als een dienst aan het Grote, aan de Kosmos, aan de Werkelijkheid.

Dan komt er soms een ogenblik, dat je jezelf af gaat vragen: “Hoe moet ik nu doen? Wat is de goede weg?” Er zijn ook ogenblikken, dat je zegt: “Ik zou toch zo graag, zo heel graag, ietsje willen beleven van die grote werkelijkheid”. Dan kun je dat het beste doen door te spreken tot de God, Die in je woont. Het is een soort bidden. Ik zou haast zeggen als ex vakman, mag ik u dan misschien een kleine versie van de wijze, waarop wij, die toch ook vaak werken op een manier, die u magisch zoudt noemen? Hoe wij dat innerlijk uitdrukken?

Wij gebruiken daar geen grote woorden bij. God staat vlak bij je, dat alleen al het woordje “Vader” eigenlijk teveel lijkt. Als je dan zo’n gedachte in woorden uit moet drukken, is het heel moeilijk soms.

Als wij dat moeten omschrijven, is dat ongeveer zo: Gij, kracht, die de kracht van mijn leven zijt, gij, kracht, die voor mij de vreugde van het leven zijt, leer mij meer en meer alleen te handelen volgens Uw wil. Laat in mij toch die wijsheid ontstaan, waardoor ik mij niet tegen raadsbesluiten verzet, mij niet probeer te onttrekken aan de werking van Uw wetten.

Leer mij om Uw kracht volgens Uw wet te zijn. Want, God, wij gebruiken soms wel de geheimzinnige kracht in de kern van ons wezen, maar wij gebruiken haar als een werktuig volgens onze eigen doeleinden. Leer ons dat af.

Laat ons iets beseffen van de grote en eeuwige harmonie, die tussen U en mij bestaat. Leer mij berusten ook in mijn onbegrip, wanneer een openbaring voor mij nog niet mogelijk is.

Op die manier spreek je met je God. Dat doe je niet om op die manier nu iets te krijgen, maar alleen om iets te begrijpen. Geloof mij: De meesten onder ons, zo niet allen, wij hebben de kosmos wel lief, maar wij hebben nog zo’n voorkeur voor onze wereld, of voor onze parochie, of voor onze gemeenschap, voor onze speciale patiënten en onze eigen vrienden.

Zo mooi dat menselijk misschien ook is, zullen wij dat toch moeten leren vergeten. Alleen dan vinden wij de waarheid, omdat alle dingen één zijn. Dat is het moeilijkste deel van de hele bewustwording. Maar het is ook het mooiste deel.

Zo goed als u op dit ogenblik misschien denkt: “Wat zijn wij onvolmaakt, laat ons daar eens proberen heen te streven”, zo gaat het ons. Het is ons vaak moeilijk om een broederschap in volmaaktheid te erkennen. Laat ons die dan tenminste in de onvolmaaktheid erkennen. Laten wij de fouten van ons eigen wezen nooit aan een ander wijten, maar trachten ze steeds te verbeteren voor anderen als voor onszelf, steeds iets meer van die kracht, die in ons bestaat, te uiten op de wijze waarop de kosmos zelf dit voorschrijft: Rechtvaardig, oprecht, meedogend, maar ook vol van een onmetelijke liefde.

Dat is de weg, die Jezus Christus is gegaan. Dat is de weg, die wij allen zullen moeten gaan. Langs welke omwegen wij ook soms zullen moeten zwerven om te komen tot die voleinding, waarnaar wij verlangen. Al uw magie is alleen maar een uitdrukking van een nog onbegrepen deel van die eenheid. Al uw streven is alleen maar een onbewust verlangen naar die eenheid. Daarom vrienden, nu ik weer eens een keer spreken mag, zou ik u in deze kring een motto willen geven:

Ik tracht alle dingen te doen, zo goed als ik kan, maar ik beloof alle gevolgen daarvan te aanvaarden, zo goed als ik kan, opdat ik de waarheid moge beseffen volgens het bewustzijn, dat God mij toelaat.

Dan zal ik jullie nu naar weer verlaten. Meer heb ik eigenlijk niet te vertellen. Alleen misschien nog dit:

Wij falen allemaal, steeds weer. Maar in ons falen ligt onze grootheid, omdat wij ondanks falen verder durven streven. Daarom misschien staan wij vaak zo dichter bij God dan wezens, die veel volmaakter zijn, maar die nooit gefaald hebben.

Vrienden, pax vobiscum, vrede zij met u, God zij met u. Gods zeggen op uw wegen en op uw nachtrust.

← vorige tekst
overzicht
volgende tekst →
image_pdf