Historie van het leven – Les 10 – Het leven in kosmische zin

image_pdf

juli 1967

Het leven in kosmische zin

In de afgelopen cursus hebben we ons beziggehouden met al wat er in het leven zo ongeveer belangrijk kan zijn. We hebben ons beziggehouden met de vorming van een gedaante en met de krachten, die inwerken ten aanzien van de oriëntatie op het milieu. We hebben gezien hoe er een bewustzijn ontstaat, dat een groepsbewustzijn wordt en – naar ik meen – zelfs duidelijk gemaakt hoe deze beheersing tot in deze dagen voor vele mensen nog een zeer belangrijke factor in hun gedragingen is. Maar het leven zelf is natuurlijk niet beperkt tot deze wereld.

Als men in staat zou zijn om sneller dan de gedachte dit hele Melkwegstelsel te doorkruisen, dan zou men er vele verschillende vormen van leven zien. Sommige daarvan bewust; andere misschien op een meer dierlijk niveau; weer andere pas beginnend misschien in die eerste levenserkenning, die bij de primitieve plant behoort.

Al dit leven in de kosmos moet beantwoorden aan de wetten, die er voor het leven bestaan.

Want als wij over deze wereld spreken, dan is het gemakkelijk voorbeelden te vinder Dan kun je zo echt gezellig nagaan wat er in de historie is gebeurd. wat de mensen hebben gezegd en wat er is geweest in de tijd, dat de geleidegeesten meer zichtbaar en kenbaar waren en dat de rassengeesten als goden werd aanbeden. Maar in die verte zijn de dingen anders, want al bestaat er overal bewustzijn, besef en leven, de vormen die het aanneemt en daarmee ook het proces van bewustwording, de realisatie van leven, zal steeds weer anders liggen.

Wat zijn nu de “wetten” die het leven in de kosmos eigenlijk beheersen? Wel, dan moeten wij als 1ste regel stellen: Alle leven inde kosmos ontstaat door materiële oorzaken, welke echter mede worden veroorzaakt, gericht en geregeld door hoge geestelijke entiteiten ook dat is begrijpelijk. Het is een creatief proces. Dat proces zal zich vanuit ons standpunt in de tijd voltrekken. Daarom is er ook altijd maar een bepaald deel van de scheppende Kracht kenbaar en dat deel van de scheppende Kracht spreken wij dan aan als een zonnegeest of misschien een Heer van bepaalde krachten, wijsheden, waarden of kleuren.

Als de schepping eenmaal begint, zien wij als 2e regel:  Alle leven is gebaseerd op de bestanddelen van de wereld, waarin het ontstaat.  Plus de omzettingsprocessen, die daarin dominant zijn. Anders gezegd: Zelfs de meest primaire vorm van leven is gebaseerd op de materie en wel speciaal op de materie, zoals die zich voor dit leven op dit moment manifesteert.

Ook alweer begrijpelijk. Het zou misschien mogelijk zijn een levensvorm te scheppen, die volledig afwijkt van haar milieu, maar dan zou er een voortdurende strijd van het leven met het milieu nodig zijn op een vlak waar het bewustzijn door gebrek aan referentiewaarden en ervaring niet zou kunnen meespelen. Dan zou een dergelijk leven voortdurend door de geest moeten worden geredigeerd en dat is niet de bedoeling.

Dan is er een regel en die is voor ons misschien wel de meest interessante: In elk leven, dat wordt geschapen, zien wij allereerst de door de geest geleide ontwikkelingen, daarna de door de geest geschapen conflicten met het milieu en daaruit de vorming van een eigen bewustzijn bij elke entiteit. Dit bewustzijn wordt verder ontwikkeld en geleid door geesten en hogere krachten tot het ogenblik, dat een zelfstandigheid ontstaat. Wanneer die zelfstandigheid is ontstaan, neemt een gemeenschappelijk bewustzijn – voorlopig althans – de plaats in van de geleidegeest. Deze treedt dan niet meer bepalend, maar hoogstens stimulerend en soms corrigerend op.

Ook dat is in het geheel weer volkomen duidelijk. Leven op zichzelf heeft alleen doel, indien het buiten de tijdelijke waarde ook een meer blijvende waarde bezit en de blijvende waarde in het leven is het bewustzijn, dat eruit geboren wordt. Het bewustzijn is datgene, wat niet vergaat. Al het andere gaat weer ten onder, wijzigt zich en verandert. Daarom is een zelfstandig bewustzijn voor het individu overal noodzakelijk. En wat meer is, naarmate het individu zich in zijn bewustzijn meer bewust wordt van alle krachten, die hem beïnvloeden (zoals groepsbewustzijn, bovenbewustzijn, eventueel ook geestelijke stimuli van hogere orde), zal deze mens zelf een grotere wijsheid ontwikkelen. Want iemand die zover is, welke vorm hij ook heeft, is een mens.

Vandaaruit blijft dan de laatste regel over, die – voor zover ik kan na gaan – niet alleen door het hele Melkwegstelsel, maar ook door de gehele Kosmos als het ware bepalend is. En die is deze: Op het ogenblik, dat een bewustzijn in zich een zodanige mogelijkheid verwerft, dat geen stoffelijke ervaring noodzakelijk is, zal dit bewustzijn geen belichaming nastreven. Dit betekent echter niet, dat het daarom niet verbonden met werelden of levensverschijnselen en groepen in de materie zal bestaan. De ervaring leert, dat hogere levenswaarden en krachten op de duur de neiging hebben zich te manifesteren als energie. En wel een energie – dat wil ik erbij voegen – die meestal op het vlak van hun wereld nog wel kenbaar is.

Kijk, daar ligt dan het leven voor u: Een kosmisch algemeen bepaalde bestaanswaarde, die voortdurend optreedt. Lang voordat er op de aarde leven was, was er leven op de andere planeten. En lang nadat deze aarde is uitgeblust, zal elders nog weer een eerste nieuw bewustzijn, een nieuw leven ontstaan.

De problemen, die wij ten aanzien van de mens hebben beschouwd, zijn eigenlijk voor een groot gedeelte gebonden aan de materie en wel aan de materie, zoals de mens die ervaart. Als je spreekt over de ontwikkeling van het leven op aarde, dan kan dit wel worden betrokken op de kosmos, maar het is eigenlijk meer in de vorm van een parabel; het is een gelijkenis. Want wat schijnbaar concreet is, kan totaal anders optreden. Het gaat alleen om de inhoud van het leven zelf.

Indien er een dergelijke vorm van leven is, dan ga je je natuurlijk ook afvragen, of er geestesverschijnselen en geesten zijn, die bij dat leven misschien wat lager staan dan zelfs een menselijk bewustzijn en er toch een rol spelen. Hier is een heel eenvoudig antwoord op: In de gehele kosmos vinden wij natuurgeesten op alle werelden waar leven bestaat. Daar, waar geen leven bestaat, vinden wij dus geen elementalen. Waar leven heeft bestaan, vinden wij soms wel elementalen, maar deze zijn betrekkelijk dormant. Voor ruimtevaarders zou het misschien belangrijk zijn te weten, dat dergelijke sluimerende elementalen onder de stimulans van een gerichte en bewuste gedachte soms bijzonder sterk actief kunnen worden. Maar aangezien de ruimtevaart voorlopig nog niet zover ontwikkeld is, wil ik ook wat dit betreft liever het zwijgen ertoe doen.

De consequentie van al wat wij hebben geleerd is niet alleen kosmisch ten aanzien van het heelal dat u ziet, zij is eveneens kosmisch ten aanzien van onszelf. En op het gevaar af, dat ik hier een tikkeltje diepzinnig word dan u misschien van mij gewend bent, zou ik willen opmerken, dat elke mens in zich een vermogen bezit om alle leven te begrijpen. Dit begrip wordt slechts beperkt door de wijze, waarop de “ik”-voorstelling wordt gebonden aan vormen en vooral aan gedragsnormen.

De kwestie van een taal voor de geest zou hier eveneens van belang kunnen zijn. Want hoe kan een geest, die bv. ergens op Arcturus heeft geleefd, zich uitdrukken tegen een geest, die op aarde heeft geleefd? Het is moeilijk je dit voor te stellen. Maar in elk leven blijkt een aantal abstracte begrippen te ontstaan, die voor zover zij bepalend zijn voor eigen beleving en dus,  ook eigen wijze van leven overal tot uiting kunnen komen. Om weer een voorbeeld te geven: Liefde kan overal anders zijn. Wij kunnen ons voorstellen, dat er ergens op een planeet een hoogstaand, zeer edel ras is, dat zich nog steeds door deling vermenigvuldigt, zoals primitief gezien de cel doet. Wij zouden ons kunnen voorstellen, dat er groepen zijn, waarin – laat ons zeggen – niet 2 maar bv. 10 of 14 verschillende seksen bestaan. Maar liefde in de werkelijke zin (dus niet meer als een uitgedrukte bezitszucht of een instinctieve reactie) zal overal gelijk zijn. Zij is nl. een aanvaarden van de ander als gelijkwaardig met daarbij een zekere dienstbaarheid van het “ik” tegenover de ander. Zodra je dus praat over levenscondities, kan er een groot misverstand ontstaan, maar zodra je uitgaat van de grondwaarde (liefde of genegenheid bv.), dan is er geen misverstand mogelijk.

U heeft de laatste tijd waarschijnlijk nogal het een en ander gehoord over emotie. Welaan, laten wij het dan zo stellen: De emotionele beleving, die voor het “ik” mede in verband staat met de innerlijke erkenning van het hogere, is voor alle leven gelijkwaardig. En dat houdt in, dat de mededeling op grond van deze emotionele gerichtheid kosmisch mogelijk is.

Hier krijg je meteen weer een probleem voor de toekomst. Want er zal een ogenblik komen, dat deze wereld ook meer openlijk in contact gaat treden met levende wezens, die vaag elders uit de ruimte komen. De mensen zullen waarschijnlijk proberen om die nieuwe gasten uit de ruimte te beoordelen aan de hand van hun eigen gedrag; maar dat is onmogelijk. Zoals ik al heb gezegd: Habitus is nu eenmaal een menselijke eigenschap en heeft vaak de neiging de ontwikkeling af te remmen. De habitus van een andere groep kan eveneens bestaan en totaal different zijn. Wat men zal moeten vinden, is een benadering op grond van waardering, van emotie. Pas wanneer men “goed” ziet als goed in bedoeling en niet alleen goed volgens mij in resultaat, kan ik met de ander praten.

Het is duidelijk, dat de eerste uitwisseling tussen leven op uw planeet en dat op een andere planeet zal geschieden in meer filosofische zin. Er zal met betrekkelijk abstracte gedachte-afleidingen moeten worden gewerkt. Want daar kunnen mensen – ongeacht de wereld waarvan zij stammen – geestelijk zowel als stoffelijk een zekere communicatie bereiken.

Er zijn meer grondwaarden in het Al. Het klinkt misschien een beetje gek het te zeggen, maar of je nu een tientallig, een twaalftallig of een vijftigtallig stelsel van rekenen hebt 1 en 1 is altijd demonstrabel 2. En 2 en 2 is altijd demonstrabel. Het is mogelijk, dat er nog andere waarden achter verborgen zitten, maar deze primaire, eenvoudige waarde in de materie is overal gelijk. De taal van de filosofie zal dus vaak worden omgezet in de taal van het getal.

Het getal is de eerste communicatiemogelijkheid. Dit zal niet alleen gelden voor stoffelijk elkaar ontmoetende wezens, het zal eveneens moeten gebeuren, wanneer entiteiten, die in een andere wereld hebben geleefd, in contact treden met uw wereld. Er ontstaat dan een soort geestelijke mathematica. Wij zouden hier kunnen teruggrijpen naar bv. de denkwijzen der Pythagoreeën, die in menig opzicht werkelijk kosmisch zijn, omdat zij de mogelijkheid scheppen een denkwijze uit te drukken in een formule, die overal gelijk zou kunnen gelden,

Het is logisch, dat al wat uit een andere wereld komt, dus uitgedrukt moet worden in getalswaarden. En daar hebben we dan 2 punten: Emotie en getalswaarde. Zolang wij ons dit voorstellen tussen een geest van een andere wereld en een mens op aarde, lijkt het nog aanvaardbaar. Maar blijft het daarbij? Want leven, mijne vrienden, is heel wat meer dan alleen maar het leven in een menselijke vorm.

Als wij weten, dat een volk een eigen “gestalt”, een eigen persoonlijkheid, heeft en dat de “gestalt” van dit volk kan komen tot een uitwisseling met de “gestalt” van een ander volk, dan zal dit ook zo zijn van wereld tot wereld. De mensheid zal er niet veel van bemerken, zoals ook het meer primitieve leven ongetwijfeld daarvan nooit zoveel gemerkt heeft. Maar er is een communicatie. Er is altijd tussen alle bewuste werelden een vreemde fijne vibratie, waardoor gedachten en denkbeelden worden overgebracht. Zij zijn emoties en voor degene, die ze inspiratief ontvangt, drukken zij zich meestal uit in oorspronkelijk schijnbaar zinloze formules.

Het is jammer voor de mensen, dat men vaak letters schrijft voor getallen. En menig brokje geestelijk ontvangen abracadabra is omgezet in getalswaarden: Een mededeling ten aanzien van  verhoudingen en mogelijkheden. Hier speelt dus in de kosmos het geestelijk contact een veel grotere rol dan men zou aannemen, ook tussen de levende waarden. Hierbij is een wederkerige beïnvloeding evengoed mogelijk als op aarde. Op aarde weten wij het allemaal: Er is een gemeenschappelijk bovenbewustzijn. Er is één meneer, die een lucifer uitvindt en prompt op 10 andere plaatsen vindt er ook één een lucifer uit. Er is één meneer, die kleurentelevisie uitvindt en op dezelfde tijd beginnen 10 anderen met een soortgelijke uitvinding; alleen degene, die haar het eerst heeft aangemeld, heeft dan de rechten en het succes,

Als dit zo kan zijn op uw wereld, dan moet dit dus ook galactisch (in het hele Melkwegstelsel) mogelijk zijn, En aangezien het hier gaat om filosofieën, zouden wij kunnen stellen, dat bepaalde denkwijzen door met elkaar redelijk harmonische groeperingen op planeten voortdurend worden uitgewisseld, zodat zij elkanders denken en besef beïnvloeden. Ik zou daarop niet zozeer de nadruk leggen, indien wij in die hele ontwikkeling van het leven niet het zonderlinge verschijnsel zagen, dat alles ergens naar eenheid streeft. Een eenheid, die wij natuurlijk niet kunnen uitdrukken in een menselijke vorm, maar die – zonder dat zij gelijkschakeling betekent – inhoudt: Een voortdurend groter aandeel hebben in elkaars denken en mogelijkheden. Dit geldt voor sterren en planeten, maar dit geldt ook voor levende wezens.

Als een levend wezen in de totaal “gestalt” dus een zekere eenheid bereikt, dan bereikt hij gelijktijdig het totaal aan kennis en aan macht, dat in de “totaal gestalt” is gelegen. Hier mag ik misschien een vergelijking gebruiken: Men is over het algemeen gewend op een bepaalde manier te werken. Zullen we zeggen: Een dokter is niet zeker van zijn zaak. Hij schakelt daarvoor een bepaalde specialist in. Dat is dus de normale theorie: Een wederkerigheid. Maar stel nu eens, dat deze arts in plaats van het voor te leggen aan één specialist het probleem zou kunnen voorleggen aan alle specialisten; dus op elk terrein. Denkt u dan niet, dat zijn vraag veel sneller, vollediger en juister zou worden beantwoord? Anders gezegd: Waar een toegang is tot het totaal-bewustzijn, wordt het probleem meer oplosbaar. Dat zij dat op aarde begrijpen, kan men zien in de moderne experimenten met de geneeskunde.

Er zijn op het ogenblik al bepaalde grote ziekenhuizen of verpleegcentra, want er zijn vaak zelfs ook klinieken aan verbonden, waarin men uitgaat van het standpunt: Eén man (of desnoods een team van 2 of 3) doet het onderzoek van een patiënt, maar alle specialisten nemen kennis van de beschrijving van het ziektegeval en iedereen geeft in regelmatige en dagelijkse besprekingen zijn opinie voor die gevallen, welke men belangrijk of kritiek acht. Het typerende is, dat men zo tot vaak opzienbarende nieuwe therapieën komt; dat men allerhande nieuwe ontdekkingen gaat doen. Waarom zou dat alleen mogelijk zijn in een ziekenhuis?

Waarom zou dat niet op elk terrein mogelijk zijn? Waarom zou dat op den duur niet kosmisch mogelijk zijn?

Misschien dat dit vermogen, dat in de totaliteit ligt, verklarend is voor de zonderlinge wijze, waarop men iets, wat men op aarde God pleegt te noemen, overal ervaart. Daarbij moeten wij heel goed begrijpen, dat lang niet elke levensvorm God ziet als een wezen. Soms ziet men het alleen als een mogelijkheid, waarin men zelf werkt. In andere gevallen wordt die God gezien als een kracht, waaruit men put, enz.  Er zijn voorbeelden, die u niet eens zoudt begrijpen. De totaliteit van alle leven kunnen wij – menselijk gesproken – beschouwen als de openbaring van God of de goddelijke Gedachte. Daarin ligt dus een potentie van kracht  maar ook van besef, die alle leven en alle verschijnselen omvat.

Het leven, dat zich op een niveau beweegt als dat van de mens op het ogenblik, ondergaat die invloed alleen onbewust. Maar naarmate het leven zichzelf bewuster wordt, zal het ook intenser deelhebben aan deze totaliteit. En als je leven hebt dat nog onbewust is, dan lijkt het misschien, of het is uitgeschakeld. Maar waar is dat niet, want in de eerste plaats zijn daar de rassen- of groepsgeesten. In de tweede plaats zijn daar de geleidegeesten, de adviserende geesten. In de derde plaats zijn daar de kosmische krachten, die inwerken op het leven. En deze allen representeren dit totaal-bewustzijn.

Nu zult u misschien ook begrijpen waarom de mensheid en het leven zelf zo sterk gedomineerd plegen te worden door kosmische stromingen, die door wezens als wij wel kunnen worden aangeduid, maar die je op aarde eigenlijk niet eens definitief kunt vaststellen. Je kunt ze hoogstens zien als een beweging in een bepaalde richting, die meestal tijdelijk is. Deze kosmische invloeden en krachten zijn uitingen van het totaal-bewustzijn, maar zij worden verwerkt volgens het bewustzijn van het leven op aarde. En naarmate dit bewustzijn dus minder in staat is de gedachte te ontvangen, zal de verantwoordelijkheid voor die tendentie ofwel toevallen aan de geleidegeest, de groeps- of de rassengeest, dan wel – en dat is bij de mensheid nu meestal het geval – aan de zelfgeschapen groeps “gestalt”. Maar die “gestalt” kan in haar bewustzijn alleen in zoverre begrijpen, als de gezamenlijke vermogens van de groep toelaten. Hierdoor kunnen vele misverstanden ontstaan. Misverstanden, die treurig zijn, maar die kennelijk ook hun zin hebben, want zij dragen bij tot een verdere bewustwording.

Op het gevaar af, dat u mij in deze laatste les erg vervelend vindt, wil ik u hier wijzen op de vreemde balanswerking, die er bestaat tussen wat de mens kwaad noemt en wat hij goed noemt of als goed ziet. Mensen zien macht als goed. Dit is in wezen juist. Macht nl. is zelfbeheersing plus het putten van kracht uit het “ik”, waardoor het milieu aan het “ik” kan worden aangepast, waar dit noodzakelijk is. Maar zover komt de mens niet. Hij interpreteert macht als beheersing van het milieu en verstaat daaronder voorlopig vooral zijn medemensen. Zolang die macht nu niet wordt gebaseerd op de beheersing van het ego en het vermogen van het ego om creatief in te grijpen in zijn milieu, zal elke greep naar macht gepaard gaan met strijd. Strijd is een onderlinge vernietiging van macht. Daarbij speelt de realiteit absoluut geen rol. Je kunt daarvoor vormbeelden te over vinden. Per slot van rekening, er is helemaal geen reden voor al die geschillen, welke zij op het ogenblik hebben in Afrika, Indien de menen zouden willen uitgaan van: Wij willen leven, dan zou een vrede mogelijk zijn. Maar de gewone mensen zien leven alleen als een zekerheid, indien het wordt beschermd door macht. Doordat zij deze macht nastreven, vernietigen zij de mogelijkheid tot leven. De noden die hierdoor ontstaan, dwingen tot een afmeten van eigen mogelijkheden en vermogens op een bepaald terrein.

Hierdoor ontstaat een zelfkennis, die als gevolg heeft, dat men ook de tegenstander want zo ziet men de ander nog steeds beter gaat zien en begrijpen. En dat houdt weer in; dat er een steeds groter gemeenschappelijk begrip ontstaat, waarbinnen strijd niet meer de oplossing kan zijn, maar waarin alleen een wederkerig uitwisselen van verdere krachten en gegevens een oplossing kan bieden.

Dit is in het begin gebeurd, toen de eerste dieren werden geconfronteerd met de wereld, Zij hadden de keuze zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden of te gronde te gaan. De sterken onder hen, degenen die het waard waren, werden mede beschermd – dat geef ik graag toe – en geleid door een rassengeest in staat gesteld om zich geslacht na geslacht beter aan te passen aan de omstandigheden.

Als je nu de mens beziet, dan is het opvallend, dat hij zich juist onafhankelijk heeft gemaakt van die omstandigheden. Een dier, dat geen werktuigen heeft, kan alleen proberen om zo juist mogelijk aan te voelen wat er aan de hand is om op het milieu dus zo juist mogelijk te reageren. Denkt u maar aan dieren, die wegvluchten, wanneer er een aardbeving of een wervelstorm op komst is; die de mogelijkheid van een bosbrand schijnbaar al voorvoelen, voordat hij een feit is, enz. Deze trachten zich dus door verplaatsing in het milieu zo gunstig mogelijk te stellen.

De mens heeft die gevoeligheden niet meer. Hij heeft ze eigenlijk ook niet meer nodig volgens zijn eigen idee. De mens zegt: Wanneer er een aardbeving komt, dan bouw ik een huis dat door die aardbeving niet kan worden geschaad. Wanneer er een orkaan komt, dan heb ik een huis en daarin ben ik veilig. Dat klopt dan wel niet altijd, vooral niet met de moderne bouwmethoden, maar het gevoel is er. De mens heeft zich dus door werktuigen als het ware meester gemaakt van zijn milieu. En heel veel dingen, die voor een dier fataal zijn, zijn voor een mens alleen maar onaangenaamheden, die hij dank zij zijn werktuigen, zijn vermogens en ook zijn denkvermogen, overwint.

Hier ziet men dus, dat het milieu eerst beheerst, maar dat langzaam maar zeker de mens zijn milieu wil gaan beheersen. Hij kan dat milieu nooit beheersen indien hij niet eerst in staat is om de tegenstander te begrijpen. Als je iets wilt doen tegen stormen, dan moet je eerst begrijpen hoe die storm ontstaat, maar ook wat zijn wezen is, wat bepaalt dat hij ontstaat en ook dat hij op een bepaalde manier optreedt. Weet je dat, dan kun je de wind gaan beheersen.

Op deze manier leert het bewustzijn zich in het leven langzamerhand eerst onafhankelijk te maken van het milieu en dan – indien blijkt dat de – zuiver materiële waarden niet voldoende zijn om het milieu werkelijk te beheersen – zich te richten op zijn innerlijke capaciteiten en daarbij eerst terug te grijpen naar een gemeenschappelijk bovenbewustzijn, maar op den duur naar het totaal-bewustzijn van alle leven, zoals dat in de kosmos bestaat. Deze evolutie, want zo doet ze zich althans aan ons voor, heeft geen grenzen, die wij kunnen vaststellen. Zomin als het mogelijk is met zekerheid te zeggen, wanneer het ogenblik er is dat een entiteit besluit niet meer in stoffelijke vorm te leven, maar toch nog voldoende in de materie werkzaam wil zijn om daarin als een vorm van energie op te treden.

Je kunt de grenzen niet helemaal bepalen. Om dat te kunnen doen, moet je de hele geschiedenis van de ontwikkeling van dat leven zien en daarnaast begrijpen in hoeverre een zekere individualiteit, een onafhankelijkheid in het totaalbewustzijn bereikt is.

Hier heb ik geprobeerd u een klein beeld te geven van waarden van het leven, die ver uitgrijpen buiten uw eigen wereld. Misschien zou ik hiermee al gevoeglijk de cursus kunnen besluiten, maar zoals menigeen ben ik geneigd om er een soort epiloog aan toe te voegen.

Eenvoudig een nawoord, dat probeert de praktische betekenis van al die lessen nog eens bijzonder sterk en kort te formuleren. Nu ben ik misschien geen specialist in het kort formuleren. Ik houd meer van de conversatie dan van de concrete, korte formulering. Maar trachtende zo goed ik kan de kortheid dan toch te betrachten, moet ik stellen:

  1. U bent in uw huidige levensvorm en -mogelijkheden een exponent van de ontwikkeling van het leven, Als exponent van dit leven, zult u materieel gebonden zijn aan een aantal door het milieu bepaalde normen. Maar daar de kern van het leven bewustzijn is, zult u zich door uw bewustzijn aan deze normen kunnen ontworstelen. Een ontworstelen aan normen van het milieu is alleen dan noodzakelijk, nuttig en bruikbaar, indien ik vanuit mijn geestelijk erkennen in mijn milieu een verandering tot stand kan brengen.
  2.  Indien u werken wilt met uw bewustzijn van wat leven betekent, vraag u af in hoeverre in u besef en geestelijke waarden verdergaan dan datgene, wat in uw milieu bestaat kenbaar of gangbaar is. Vraag u verder af, wat u daarmee kunt bereiken. Indien datgene, wat u daarmee denkt te kunnen bereiken, voor u belangrijk genoeg is, grijp dan in de eerste plaats geestelijk uit naar die wereld, waarin inspiraties, misschien zelfs getallen-woorden op een vreemde code lijken. Probeer die code om te zetten in gevoelswaarden en interpreteer ze naar uw eigen bestaan en milieu. Door op deze wijze te reageren zult u ontdekken, dat u in zeer vele gevallen de schijnbaar onveranderlijke wetten aan uw omgeving kunt aanpassen of wijzigen zowel voor uzelf als ook vaak ten gunste van anderen.
  1. Als mens bent u deel van allerhande groepsgeesten en van groepsmentaliteiten. U wordt vaak gedomineerd door het bovenbewustzijn van uw groep of van de totale mensheid. Realiseer u dat het niet belangrijk is hoe u formuleert, maar wat u formuleert. De beelden, die dit totaal-bewustzijn u ter beschikking stelt, zijn beperkt. Maar uw innerlijk vermogen tot aanvoelen van waarden gaat veel verder dan u uitdrukkingsmogelijkheid ooit kan gaan, De uitdrukking is slechts de weergave van hetgeen innerlijk bereikt is. Maak u niet al te druk om het feit, dat u anders formuleert dan iemand, die u bewondert, maar die bv. tot een ander volk behoort. Vraag u af, of de essentie gelijk is. Zoek naar de essentiële overeenkomsten en ga vandaar uit verder. U zult ontdekken, dat vele mensen op aarde reeds nu in staat zijn hun bewustzijn zelfs aan dat van de totale mensheid ten dele te onttrekken en daardoor invloeden van meer kosmische geaardheid te ondergaan.
  1. Het heeft geen zin om de zaak te stabiliseren. Er zijn heel veel mensen, die graag de zaak willen stabiliseren. Maar ik heb dat vorige malen reeds gezegd: Stabilisatie voert tot stagnatie en stagnatie brengt verval. Wat wij nodig hebben is niet het handhaven van het bereikte, maar altijd het uitbreiden ervan. Op het ogenblik, dat wij niet meer veranderen, zijn wij non-valeur. Dan hebben wij geen waarde meer, dan zijn wij dingen, die geleefd worden. Wij moeten trachten zelf voortdurend te veranderen. Wij kunnen andere mensen en de wereld niet wijzigen, maar wij kunnen wel onszelf veranderen. Laat ons dit dan doen. Laat ons niet bang zijn om van de ene dag op de andere nieuwe standpunten in te nemen, op een nieuwe wijze te gaan streven, Laat ons vooral onszelf niet te veel binden aan doctrines, dogma’s en axioma’s, die over het algemeen slechts dienen om de stabilisatie en daarmee de stagnatie in het “ik” te verklaren en voor het “ik” nog enigszins een aanvaardbare achtergrond te geven.
  1. Alle leven wordt in het begin door de harmonie van een groter bewustzijn met dit ontstaande leven gevormd. Harmonie is de factor, die alle groei, alle bereiking beïnvloedt. Daarbij is het weer niet belangrijk op welke wijze die harmonie wordt geuit en hoe zij nu precies tot stand komt. Belangrijk is, dat zij bestaat. Juist in de mensheid is harmonie iets, dat maar al te vaak verkeerd wordt begrepen. Men denkt, dat harmonie betekent: Het met elkaar eens zijn. Dat is niet waar. Harmonie is een zodanige eenheid van besef of wezen bereiken, dat de krachten – hetzij mentaal, geestelijk, onbewust mentaal of desnoods kosmisch geestelijk – elkander kunnen aanvullen. Wat wij nodig hebben is niet een bevestiging van wat wij zijn, maar een aanvulling van wat wij zijn. Slechts door steeds weer een aanvulling te zoeken en te verkrijgen op datgene, wat wij zijn en in onszelf als zekerheid kennen, zal het leven in ons zich verder ontplooien en zal daardoor de geestelijke waarde van dit leven groter en meer actief worden.
  1. Ik zou u nog willen wijzen op het feit, dat alle leven en alle bestaan ergens een eenheid vormt. Alle verschil, dat wij maken, is dus in feite een verloochening van een hogere werkelijkheid. Hoe minder verschil. wij maken ten aanzien van aanvaarding en hoe juister wij voor onszelf het verschil in levensuiting beseffen, des te groter onze mogelijkheid om uit een kosmisch reservoir te putten; des te groter ook ons vermogen tot begrijpen en bereiken in meer kosmische zin.

Kijk eens, vrienden, ik heb het u al gezegd kort formuleren is een van de dingen, die niet speciaal in mijn aard ligt. Maar hier heeft u enkele eenvoudige conclusies aan het einde van deze reeks lezingen. Er is veel ongezegd gebleven. Je kunt nu eenmaal zelfs in 10 bijeenkomsten niet alle dingen zeggen. Er zijn veel dingen misschien oppervlakkig behandeld.

Maar als je wilt ingaan op de werkelijke kern en essentie van alles, dan heb je een eeuwigheid nodig. Vooral als het erom gaat het begrip van die essentie met anderen te delen. Wat u hier dus hebt ontvangen, is eigenlijk een oriëntatie. Meer niet. U staat in het leven. Ik heb u een tableau gegeven, waarop u de verschillende waarden van het leven kunt herkennen en ongeveer een richting beseffen. Nu is het aan u om in dit leven op reis te gaan; geestelijk, mentaal, stoffelijk. U kunt zelf werken, zelf bereiken en zelf beleven, Daarbij kunt u zeer grootse dingen presteren, want u bent deel van de totaliteit en u bevindt zich op het ogenblik met het merendeel van de mensheid in een stadium, dat u zich aan de gebondenheid aan een zelfgeschapen “gestalt” vorm kunt gaan onttrekken. Ik zou zeggen, doe dit. Zoek uw eigen weg. En als u daarbij soms gevoelens in u voelt oprijzen van een soort jaloezie, omdat een ander het beter heeft, of een gevoel krijgt dat men beroofd. wordt, omdat men iets meent te bezitten, realiseer u dan, dat zolang u iets speciaal voor uzelf opeist – hetzij aan waardigheid, aan kennis, aan bereiking of wat anders – u altijd gebonden bent, Want het hunkeren naar bezit – ook als dit een bezit aan kennis is – met uitsluiting van anderen, is een zoeken naar stabilisatie van het “ik” op een bepaald niveau. Probeer dat te voorkomen.

Wanneer wij alle dingen nagaan in ons leven, in ons besef. dan kunnen wij – mens en geest –  juist omdat wij iets beseffen van de geschiedenis en het ontstaan van het leven en de werkingen in het leven, uitgrijpen naar het werkelijk levende. En het werkelijk levende is het enige, waarin wij blijvend kunnen bestaan. Al het andere gaat voorbij.

Ik hoop, dat ik u dit alles, althans enigszins, heb kunnen duidelijk maken. En ik hoop, dat deze laatste bijdrage – hoezeer zij misschien ook verschillende dingen samenvoegt en samentrekt – voor u aanleiding moge zijn om de punten, die u interesseerden in de vorige lessen, nog eens te overwegen en deze te zien vanuit het standpunt van een kosmisch gebeuren, waarin u zelf een rol speelt en daardoor steeds bewuster en onafhankelijker uw eigen rol zult kunnen bepalen.

Groepsgestalt

Als wij ons bezighouden met de “gestalt”, dit wil zeggen met de vorm die de gemeenschappelijke psyche van een volk aanneemt, dan worden wij in de eerste plaats getroffen door een zekere drang tot zelfbehoud. Dit is overal hetzelfde. Waar nl. een “gestalt” ontstaat, zal deze kunstmatige figuur elke aantasting van zijn wezen trachten of te straffen, want hij wil blijven bestaan. En dit voert dan tot wat men – vaak verkeerd – nationalisme noemt e.d.

Indien je de verschillende volkeren zou willen ontleden, dan kun je zelfs nog meer verschillen ontdekken. In Engeland bv. vinden wij een “gestalt”, die in de eerste plaats erg op de vorm is. Dat klinkt voor iemand die Engeland kent waarschijnlijk een beetje vreemd. Maar de “gestalt” van Engeland als geheel grijpt voortdurend terug naar het oude en de oudheid en zoekt in de ordening, die de vorm van het oude geeft, een zekere persoonlijke anarchie in het heden te bereiken. De uiterlijke beantwoording aan de regel gaat dus gepaard met de innerlijke neiging om eigen regel te stellen. En dat houdt in, dat Engeland vooral erg groot is, indien het de Engelsman op zijn eigen wijze in staat stelt om de totale “gestalt” naar buiten toe te vertegenwoordigen. Innerlijk echter is er over het algemeen sprake van een zekere verdeeldheid en onevenwichtigheid, die achter de uiterlijke. vorm verborgen blijft.

Ga ik daarentegen naar Duitsland (wij kunnen natuurlijk niet alle volkeren hier onder de loupe nemen), dan ontdek je, dat hier vooral vernieuwing belangrijk is voor de “gestalt”. Deze is, zoals de Duitser zegt: strebsam. Zij zoekt dus voortdurend een verdere bereiking en tracht deze te consolideren door een zo groot mogelijk aantal van de delen van de “gestalt” daarvoor in te spannen. Dit heeft grote nadelen.

En Engeland is bv. een dictatuur niet denkbaar; hiervoor is de innerlijk anarchistische houding te groot. En zelfs indien men iemand tijdelijk de macht van een dictatuur geeft, zal er altijd een voldoende verzet blijven, zodat men hem niet zonder meer accepteert.

In Duitsland echter, voelt men voortdurend in alles de uiting van het streven, van het vernieuwen en is men door de “gestalt” geneigd zich daar aan te melden als deel ervan. Het resultaat is, dat wij in Duitsland dus alles veel systematischer zien gebeuren dan in Engeland; dat wij daarnaast veel meer pogingen zien tot vernieuwing, verandering en aanpassing dan in Engeland, maar dat men zich dood staart op de exponenten, die beweren deze vernieuwing in hun macht te hebben.

Er is dus een zeer grote afhankelijkheid van op zich willekeurige personen, die op een gegeven ogenblik voor het volk (of voor een groot deel daarvan) de “gestalt” van het hele volk representeren. Deze gebondenheid is een emotionele, waarbij de rede en de redelijkheid over het algemeen ver te zoeken zijn. Een rede en een redelijkheid, die overigens soms wat zwaarwichtig, juist in de persoonlijke bestrevingen, zeer sterk tot uiting komt.

Een Duitser is voor zichzelf in zijn leven erg nuchter. Naar buiten toe doet hij echter wat idealistisch aan. Bij de Engelsman zou je het kunnen omdraaien. De Engelsman kan naar buiten toe misschien erg nuchter lijken, in zich is hij gewoonlijk vaak idealistisch.

Dan hebben wij Frankrijk. In Frankrijk hebben wij te maken met een “gestalt”, die berust op de feitelijke anarchie. De “gestalt” zelf draagt dus in zich de eigenschap om al wat van anderen is tot eigen bezit te maken. Daarbij is er veel minder sprake van een vernieuwing, maar veelmeer van een grijpen naar datgene, wat een ander bezit. En dat geldt voor zowel geestelijke als ook voor materiële waarden. De neiging is daardoor veel meer communaal in de bestreving. Wij zien veel grotere eenheid in de gemeenschap, als het gaat om iets te veroveren. Maar gelijktijdig zien wij in de verovering een zeer grote persoonlijke zucht tot bereiking of hebben? waardoor men eigenlijk het doel van de groep voortdurend teniet doet.

Gaan we naar Italië, dan ontdekken we vreemd genoeg, dat deze “gestalt” het “ik” in de hemel tracht te plaatsen. De mens vereenzelvigt zich met het hoogste en hij probeert dit hoogste uit te drukken op elk niveau. De levenslust en de vaak temperamentvolle zinnelijkheid, die menigeen hier bij de zuiderling meent te ontdekken, mogen wij dan ook niet zonder meer zien als een losheid van leven. Het is eerder de poging om het gevoel van verhevenheid waar te maken. Daardoor is er in feite sprake van een veel grotere trots dan wij bv. bij de Fransman zien. Nationaal komt deze niet zozeer tot uiting, in het individu wel.

Wil je andere voorbeelden nemen, dan kun je kijken naar bv. de Amerikaan. De Amerikaan wordt (verkeerd naar mijn idee) dikwijls een beetje kinderlijk voorgesteld. Maar zien wij de “gestalt”, dan moeten wij ook begrijpen, dat deze “gestalt” nog niet volledig geformeerd is, omdat zij eigenlijk pas in 1930 tot een zekere stabilisatie is gekomen. Er is steeds meer aan toegevoegd, steeds meer in opgenomen. Hier krijgt de “gestalt” van de USA als geheel pas heel langzaam werkelijk vaste vorm.

Hier zijn twee dingen, die overheersen:

  1. de behoefte om bemind te worden. Dat klinkt heel vreemd, maar het is begrijpelijk, want het zijn allemaal groepen, die zijn weggetrokken, omdat zij – hetzij door de omstandigheden, hetzij door het volk waarin zij leefden niet werden bemind. Deze behoefte tot aanvaarding, tot bemind worden, is zeer groot.
  1. wij zien in deze “gestalt” de daad zeer sterk; de actie als een zeer sterke factor. Eveneens begrijpelijk, omdat de componenten, waaruit het volk is opgebouwd, door een actie zichzelf als het ware een zekere vrijheid moesten verschaffen. De vrijheid, die Amerika predikt, is in feite geen vrijheid. Zij is voor de Amerikaan een leuze, waardoor hij zijn behoren tot de “gestalt” uitdrukt. Willen we dan verder nagaan wat er nog aan beweegredenen in zit, dan worden wij weer geconfronteerd met de ontstaansgeschiedenis. En dan moeten wij er aan denken (dat gaat op het ogenblik eigenlijk nog door), dat grote groepen van de bevolking zich naar boven toe moeten vechten. Er is dus een zekere kolonisatiedrang, die echter niet wordt. gericht op andere landen in de eerste plaats, maar op een milieu verschuiving in eigen land.

Het is duidelijk, dat ook dit aan de “gestalt” een zekere mentaliteit verleent, een algemene vorm. Dat is de behoefte om zichzelf als het ware als krachtfiguur te beschouwen. De verering van de sporten, maar ook van kunsten, is dan ook in Amerika niet alleen maar te zien als een deel van de cultuur. Het is weer een behoefte om eigen stijgen, eigen meerwaardigheid, uit te drukken. De vereenzelviging met de sportman en met de uitvoerenden zijn dus eveneens middelen om zichzelf als het ware los te maken uit een verarmd milieu. Het is een voortdurend streven naar rijkdom.  In de eenling uit de aard der zaak meestal materieel uitgedrukt, maar in wezen de behoefte aan een geestelijke rijkdom. En dat betekent, dat de Ver. Staten, gezien het feit dat er nog een vorming gaande is, waarschijnlijk zal moeten komen tot een aanpassing van de “gestalt” als zodanig aan de andere volkeren. Dit is op het ogenblik niet het geval. Er bestaat een grote hiaat, of men dit erkennen wil of niet, tussen de “gestalt” van het Amerikaanse volk als geheel en de “gestalt” van de andere volkeren. Misschien is het goed hierbij op te merken, dat de “gestalt” van de Ver. Staten, evenals van sommige andere landen, is opgebouwd uit een groot aantal differente groepsentiteiten. Het is dus een in componenten ontleedbaar geheel, waarbij elke component het zijnde bijdraagt.

Orthodoxie (behoudzucht) speelt vaak een zeer grote rol bij bepaalde groepen. Isolationisme, dus het zich beperken tot eigen groep, eveneens. Daarnaast krijgen wij de aanvaardingsbehoefte, die dan toch – ongeacht deze intern bestaande krachten -naar buiten moet grijpen, omdat een verdere erkenning nu eenmaal niet in de States, maar alleen van buiten naar de States kan worden bereikt.

Het is wel aardig dit zo na te gaan. En als je dan nog een andere staat wilt nemen, dan hebben wij bv. Sovjet-Rusland. Ook hier hebben wij te maken met een zeer samengestelde totaal-“gestalt”, waarbij ik moet wijzen op het feit, dat wij in het zuiden een aantal Volkeren hebben, die zeer sterk gebonden zijn aan een groepsmentaliteit, waarbij de groepswet domineert en wraakzucht en wantrouwen tegen de ander een grote rol spelen. Het is overigens niet te verbazen, dat vele van de regeerders van de Sovjet-Unie juist uit deze staten komen. Wij hebben dan verder te maken met een grote hoeveelheid industrie- en landbouwgebieden, die een zekere welvaart kennen. Deze hebben zich vroeger beschouwd als uitverkoren en hebben nu een zeker ressentiment tegen de overheersing door de totaal “gestalt”. Zij trachten hun invloed wederom te vergroten en daardoor gelijktijdig ook hun eigen vormen van cultuur e.d. sterk tot uitdrukking te brengen. Het zijn deze landen, die wij hoofdzakelijk vinden in het zuiden van de staten en verder in het westen, die gezamenlijk trachten een uitwisseling naar buiten toe en vooral een bewijs van eigen culturele beschaving aan de wereld te geven. Dan hebben wij in dit volk ook te maken met een soort Bedoeïenen-mentaliteit. Er zijn grote bevolkingsgroepen, die nog zeer sterke stamgevoelens hebben, ook al worden deze nu op communes overgedragen, en die ook een mindere gebondenheid aan plaats kennen. Deze groeperingen verlenen weer aan de totaal “gestalt” wantrouwen voor de buitenstaander, maar gelijktijdig een zich niet-gebonden voelen aan andere tradities dan de eigen gedragsnorm.

Indien we de totaal “gestalt”, die nog veel meer bevat, gaan bezien, dan zien wij dus: Wantrouwen. Een wantrouwen, dat voortkomt uit de behoefte om eigen waardigheid te tonen. Een zeer grote bestreving op cultureel en wetenschappelijk terrein; ook weer een poging om zichzelf te bewijzen.

Een gebrek aan begrip voor land- en streekgebondenheid, dat bij de bevolkingsgroepen Dus wel bestaat, maar. in de totaal “gestalt” niet sterk uit uitdrukking komt. En wat voor de wereldpolitiek misschien wel heel erg belangrijk is: Een bijna sentimentele behoefte om met de eigen problemen te worden erkend. Een Russische “gestalt” zou je je kunnen voorstellen als een misantroop, die pas gelukkig is, wanneer hij het totaal van zijn kwalen kan voorleggen aan de wereld en gelijktijdig zijn meerwaardigheid op cultureel en wetenschappelijk terrein bewijzen.

Hieruit blijkt dus wel, dat de verschillende “gestalten” nog wel wat verschillen. Nederland heeft zeer zeker ook een “gestalt”, die die – zoals u zult begrijpen – over het algemeen nogal commercieel is ingesteld. Dat vloeit weer voort uit de vroegere ontwikkelingen. Wij kunnen ons voorstellen, dat deze commerciële in stelling is gegroeid ongeveer in de jaren 500 – 800 na Chr. In die tijd is de mentaliteit van het volk (de stamgemeenschap) langzamerhand gebracht binnen het kader van uitwisseling en winst. Uitwisseling en winst geven weer een zeer grote behoefte aan ordening. Maar ordening en winst kunnen alleen samengaan door het compromis. Als we de Nederlandse “gestalt” willen beschrijven, zou ik zeggen: Zij toont een zeer grote aanhankelijkheid aan elke veronderstelde winstmogelijkheid, die dus niet alleen gaat om de handelswinst, maar ook om eventuele geestelijke winst; een zeer grote mate van eigenzinnigheid, en een haast niet te stuiten behoefte tot argumentatie in de hoop daardoor winst te behalen.

Dit is het optreden van Nederland naar buiten toe. De grootheid van Nederland komt alleen voort uit zijn behoefte om al deze mogelijkheden naar buiten toe te tonen, De verwantschap met de Duitse groepsgeest is veel sterker dan een goed Nederlander ooit zou durven vermoeden in deze dagen, daar men ordening, geordendheid en systeem (als basis -wel te verstaan – voor de winstmogelijkheden) wel bijzonder hoog aanslaat.

Ik wil niet verdergaan met de beschrijving van al wat er op de wereld is. Anders zou ik u moeten vertellen, dat bv. de hele Japanse “gestalt” eigenlijk nog steeds wordt bepaald. door de verering voor de krijgsman/held. Terwijl in China bv. de grote verering nog steeds is voor de filosoof/wijsgeer, die bovendien wetenschapsman en heerser is. Dit zijn allemaal dingen, die u zelf kunt nagaan.

Belangwekkend is echter, dat wij altijd weer in deze “gestalt” psychologie der volkeren een uitdrukking vinden van de positieve waarden van het volk. De uitingen zijn vanuit ons standpunt negatief. Maar dat is begrijpelijk, want een mens, die zelf aan een “gestalt” gebonden is, zal elke uiting van een andere “gestalt” in de eerste plaats vergelijken met zijn eigen vorm en elk verschil daarmee afkeuren.

Indien wij echter nagaan hoe de verschillende “gestalt” werkingen elkaar kunnen aanvullen, dan is dat werkelijk verbluffend. Wij zien bv. dat de bereikingsbehoefte van de Ver. Staten, de behoefte om eigen meerwaardigheid ergens duidelijk te maken, om te veroveren, te bezitten, bijzonder goed samenklinkt met de behoefte tot systematische prestaties en idealisering in een bepaalde figuur, zoals die in Duitsland bestaat. Wij zien, dat de handelszin, als ik het zo eens mag noemen, plus de orthodoxe eigenzinnigheid van Nederland bv. bijzonder goed zouden kunnen passen bij de Franse en zelfs Italiaanse mentaliteit, ‘

Als je al die dingen nagaat, dan blijkt dat zodra de positieve waarden in de “gestalt” van een ander volk worden erkend en men de nadruk legt op datgene, wat in eigen volk aan positieve prestatiemogelijkheid in de “gestalt” ligt, een samenwerking en op den duur een versmelting bereikbaar is. Het feit, dat dit bv. in de Sovjet-Unie sedert ongeveer 20 jaar het geval is en dat in de Ver. Staten op het ogenblik al rond 40 jaar een dergelijke versmelting mogelijk is gebleken, doet het beste hopen voor de gehele wereld. Want willen wij als mensheid op de wereld werkelijk iets bereiken, dan zal een steeds sterkere versmelting van de groeps-“gestalt” en de nationale “gestalt” vorming moeten plaatsvinden, waardoor de psychische vrijheid van interreactie tussen de volkeren gaat ontstaan. Zolang men echter de nadruk blijft leggen op de verschillen (en ik zei u reeds, de “gestalt” werkt daar altijd aan mee, omdat zij zichzelf instant  wenst te houden), dan zullen. wij zien, dat de verdeeldheden blijven bestaan en daardoor ook het onbegrip.

Wanneer u de wereldpolitiek beschouwt, dan zult u – vreemd genoeg – in de gedragingen van staatslieden, die lang niet altijd de werkelijke zin en bedoeling van hun volken representeren, wel altijd de vertegenwoordiging zien van de “gestalt” van hun volk. Zij worden – of zij dit wensen of niet – als het ware de exponenten van hun gemeenschap. Of zij daarbij eerlijk zijn of niet, doet niet ter zake. De behoefte tot zijn; de drijfveer van het totale volk, komt in de staatslieden tot uiting.

En daarmee is een verklaring gevonden voor de grote verschillen en ook voor de grote verwantschappen, die er bestaan. Typerend is bv. dat het katholicisme zoals dit vooral in bepaalde Zuid-Amerikaanse staten op het ogenblik nog regeert, het joodse geloof zoals het in Israël bestaat en de islam zoals deze in de Arabische staten en in het zuiden van Azië bestaat, praktisch vergelijkbare waarden zijn als groep, als “gestalt”. Zij hebben echter één ding, dat het hun onmogelijk maakt voldoende van elkaar te begrijpen en dat is dat zij voor zich het recht van verhevenheid opeisen, of – zo u wilt – het uitverkoren-zijn. Wat weer wijst op een innerlijke onzekerheid, die op deze wijze gecompenseerd wordt.

Deze volkeren zijn innerlijk onzeker. De zekerheid, de ferociteit, waarmee zij die zekerheid naar buiten tot uiting proberen te brengen, is alleen maar een poging van de “gestalt” zichzelf te handhaven. Zodra men echter begrijpt dat de waarde, die hier op de achtergrond ligt (de absolute onderwerping aan een goddelijk gezag), belangrijker is voor de totaliteit dan de wijze, waarop men dit gezag formuleert, zal blijken dat deze in feite vaak totaal verschillende landen en volkeren een veel grotere affiniteit met elkaar hebben dan bv. met de Ver. Staten.

De verklaring is eenvoudig. De “gestalt” brengt de mens ertoe vooral te letten op datgene, wat anders is. Door de nadruk op de verschillen te leggen houdt de “gestalt” zichzelf instant. De exponent van de “gestalt” is altijd de machthebber, die – om zijn eigen macht te handhaven en onbewust daardoor als exponent van de “gestalt” – eveneens tracht op de verschillen de nadruk te leggen. Daar, waar effen mens zich echter zover kan ontworstelen aan deze hem beheersende invloed, dat hij in de eerste plaats de overeenkomst gaat zien, daar begint een versmelting, waardoor het bovenbewustzijn van de mens, dat op het ogenblik onafhankelijk van de “gestalt” aanwezig is ( of misschien als “gestalt” van de mensheid bezien kan worden), één kan worden met de regerende tendensen inde verschillende volkeren. Dan zouden de volkeren elkander kunnen aanvullen op grond van hun bijzondere eigenschappen, hun bijzondere noden en mogelijkheden. De wereld zou dan veel meer kunnen presteren, produceren en beheersen dan tot op dit ogenblik het geval is.

Met deze korte beschouwing over de nationale “gestalt” probeer ik dus duidelijk te maken, dat de mens zelf zich daaraan zo mogelijk moet ontworstelen. Hoe meer u zich door de groep laat beheersen, des te minder kans er is dat u een redelijke harmonie en eenheid met anderen vindt. Als u wilt beginnen met dit zoeken naar eenheid en harmonie, dan moet u nooit beginnen ver van. huis. Begin altijd eerst de overeenkomst te zoeken in de schijnbaar tegengestelde gedragswaarden en mentaliteiten vlak bij u. Daardoor zult u kunnen groeien naar een vrijheid van eigen bestaan en denken, die u weliswaar niet onttrekt aan de grondwaarden van het mens-zijn, maar die het u mogelijk maakt in allen het beste te. zien, te wekken en in samenwerking met die anderen te gebruiken.

Slotakkoord

Vanaf het eerste zoeken naar de melodie van, de instrumenten en de vervlechting met contrapunt en tegen melodie, is uit de warreling van kleuren alles gegroeid naar dit ene: Een slotakkoord. Want alle dingen, schijnbaar onsamenhangend, hebben zich verweven. Zij hebben verhalend uitgedrukt wat er aan gevoelens leefde, wat er aan emoties bestond. En nu komt dan het ogenblik, dat er een oplossing moet zijn. En als er geen oplossing is, dan blijft de melodie een onvoldaanheid. Zij bleef leeg.

Soms hoor je – Bach heeft dat bv. in zijn orgelspel zo vaak gedaan hoe de haast mathematisch vervlochten tonenreeksen langzaam, langzaam klimmen, tot er één antwoord is als een zang van openbaring: Een slotakkoord in majeur, dat klimmend, dauerend uitdrukte Dit is een antwoord op alle problemen: Een slotakkoord ligt er voor ons elke dag. Want elke dag vervlechten zich de problemen. Elke dag zijn onze bedoelingen en onze daden en al onze verwarringen samengevlochten tot iets, waarin melodie en tegen melodie een rolspelen. Onze woorden, onze gedachten en onze strijdigheden hebben wij erbij gevoegd en nu komt het ogenblik, dat we een oplossing moeten, vinden. En die oplossing kan alleen liggen in de erkenning. Wie in zichzelf erkent wat de dag was, erkent wat er aan positieve waarde in zit. En wie die positieve waarde ziet als de mogelijkheid om daarin het hogere weer te geven, die vindt een slotakkoord in majeur. Die vindt een antwoord, En een antwoord is het meest noodzakelijke, dat er bestaat. Wie kijkt naar de hemel en de eigenaardige dans van de planeten ziet tegen het zwarte achterdoek, waarin de diamanten van de sterren flonkeren, die vraagt zich wel eens af: Waar moet het naar toe? Want ook visueel is dit een langzame, statige dans, die met haar vele keerpunten en teruglopende planeten ons doet vragen: Waar, waar gaat het naar toe?

Maar er zal een dag komen, dat al deze dingen zich alle in de leegte verenigen tot een antwoord. Dan moet de zin van dit alles duidelijk worden en is dat slotakkoord het scheppend Woord, dat in den beginne was. Altijd weer is er in het slotakkoord iets van God. Niet dat God Zich overal openbaart. Maar elk antwoord, dat positief is, is een aanduiding van iets hogers, iets beters. En het hoogste, het beste, dat we ons kunnen voorstellen, ja, het onbekende, waaraan we alle goede dingen toeschrijven, dat noemen we God. Daarom is God altijd tegenwoordig in het slotakkoord.

Als wij vandaag aan het einde van deze cursus trachten een slotakkoord tot stand te brengen, dan moeten we ook de vragen zien. Dan moeten we zien, hoe de vele denkwijzen en de vele opvattingen zich met elkaar vervlochten hebben. Hoe daarbij als een contrapunt steeds weer eigen mogelijkheid en eigen belang kwam, staande tegenover de altruïstische en hogere, de meer innerlijke openbaring. We moeten zien, dat die beide samen een melodie vormen, die leven heet. Of dit nu praktisch occultisme heet, of dat je er een andere naam aan geeft, of je spreekt over het begin of het einde van het leven, of je spreekt over de werkelijkheid, het blijft hetzelfde. Altijd weer vervlechten zich de verschillende standpunten: De mens, die niet anders kan dan zien vanuit zichzelf, denken vanuit zichzelf en in feite streven vanuit zichzelf  en die grote wereld, waarin een bedoeling ligt, die verder reikt dan dit “ik”.

Wij vinden allen eens een slotakkoord. Soms noemen de mensen het “dood”. Soms noemen ze het “inwijding”. Soms noemen ze het “opstanding”. Een akkoord, waarin wij levende kracht en probleem “ik” zijn en Godserkenning hebben samengevoegd, waarin wij als het ware versmelten met dat, wat wij geweest zijn en onze toekomst omarmen, omdat zij deel is van onszelf. En op dat moment hebben wij dat grote majeur-akkoord bereikt, waarin wordt gezegd: Hier eindigen de problemen.

Ook u zult allen op uw eigen wijze steeds weer een slotakkoord zoeken. Eerst elke dag, wanneer een van de bewegingen van het enorme drama, dat leven heet, voor u ten einde komt. U zult het afmeten, wanneer de perioden van jaren voorbijgaan en een nieuwe fase in uw leven, nieuw fasen in uw denken en bestaan optreden. En ook dan zou u zich moeten realiseren: Wat is het positieve antwoord, dat ik kan geven uit al, wat is geweest? In majeur een slotakkoord, dat juist daardoor het begin kan zijn van een nieuwe, boeiende, verrukkelijke melodie.

Zeker, we zijn niet altijd solisten. Soms spelen we maar een bescheiden partij in het orkest. En dan zijn we misschien enkel een triangel, die even tinkelt tussen het lawijt en het zingen van de andere instrumenten door. Maar is het belangrijk wat voor instrument we spelen? Het is belangrijk, dat we in het geheel ons aandeel hebben gegeven, zodat het slotakkoord mede ons probleem, ons zijn als het ware beantwoordt.

Laat ons dan elke dag weer ons slotakkoord opbouwen. De erkenning: Ook deze dag heeft positieve dingen gegeven. Ook deze dag zijn weerdichter gekomen bij een antwoord op sommige vragen. En laten we elke keer, als het lijkt dat er een periode is afgesloten, grijpen naar het verleden en uit de vervlechting van waarden, die we daarin hebben gekend, zoeken naar dat positieve antwoord, waarin het hogere ligt.

Het leven is een melodie, die uit vele afzonderlijke delen bestaat, waarin je soms een solo speelt, waarin je soms alleen maar op de achtergrond een deuntje mag meeblazen. Het leven is altijd echter weer een positieve waarde, waarin een antwoord ligt en een begin. Tot die laatste dag, dat een slotakkoord een einde maakt aan alle afzonderlijkheden en de laatste vragen van leven en bestaan worden opgelost in het laatste slotakkoord: Een naam, die in ons nog vaag weerklinkt tot wij ophouden te denken aan onszelf als een afzonderlijkheid.

← vorige tekst
overzicht
image_pdf