januari 1981
Magische trance
Deze keer zal ik iets vertellen uit het oude Tibet.
Een monnik zit op een berg. Hij kijkt naar de lucht, naar de wolken die voorbijdrijven en voortdurend herhalen zin lippen hetzelfde “Om Mani Padme Hum, Om Mani Padme Hum”. Zo dreunt en davert het door, langzaam maar zeker schijnt het hem toe alsof hij zelf meedrijft met de wolken. Er is niets meer dat hem beroert en hij heeft vergeten dat hij een lichaam heeft. Hij heeft door de voortdurende herhaling, door het steeds mompelen van hetzelfde gebed, dezelfde formule zichzelf vervreemd van de wereld waarin hij leeft.
Dan kijkt hij naar beneden en ziet de wereld onder zich liggen. Hij ziet de hoogvlakten. Hij ziet de dalen, de mensen, de dorpen die in de dalen liggen. Hij ziet een karavaan die tegen de wind voortploetert. Tegen zichzelf zegt hij: Dat is Gods werk.
Voor een ogenblik voelt hij hoe de yak zich voelt die daar voortzwoegt met zijn lasten. Eventjes proeft hij van de gedachten van een koopman die niet aan winst denkt, maar aan iemand anders. Hij voelt even de rust of de onrust die uit een dorp straalt. Voor een ogenblik weet hij zelfs dat de wind zal aanwakkeren. En dan langzaam, heel langzaam keren zijn ogen weer terug en ze zien weer de wolken. Hij zit weer op zijn berg en zegt: God is groot. De rust, de vrede is het kernmerk van hen die alles hebben achtergelaten.
Dit is geen verhaal. Het is eerder een weergave van zaken die nog niet zo lang geleden regelmatig gebeurden.
Denk niet dat dat alleen bij de Lama’s voorkomt. Bij de christenen kennen wij het ook, vooral bij de katholieken. Ik weet niet, of u weleens een Rozenhoedje heeft horen bidden. Dat dreunt ook op zo’n zelfde manier voort. Als je je dan verveeld, erbij neerlegt dan doen alleen de knieën pijn en hoop je dat het gauw afgelopen is. Maar als je er helemaal in opgaat, zoals dat bij sommige nonnen en paters wel gebeurt, dan komt er een ogenblik, dat je door de dreun en het drenzen van de woorden en door de steeds zich herhalende formule wordt weggedragen en je voor een ogenblik in een vrijere wereld staat. Alleen, in het christendom lijkt mij dat nogal eens toeval te zijn, ofschoon bepaalde praktijken van de Orde van Ignatius inderdaad gericht zijn op het bereiken van een soort trancetoestand. De boeddhistische Lama’s hebben daar eigenlijk een vak van gemaakt.
Zij hebben zich technieken eigen gemaakt waarmee ze in staat zijn om niet alleen de verwijdering van de wereld te bereiken, maar ook om op een bepaalde wijze contact te krijgen met allerlei krachten die om hen heen zijn.
Het is natuurkijk, moeilijk te begrijpen hoe dat gaat. De westerling begrijpt dat niet zo gemakkelijk. Waarom zou iemand die in opleiding is in de nacht naar buiten gaan? De nacht waarin volgens het geloof de demonen vrij rondwaren om dan de demonen uit te nodigen hem te verscheuren en te nuttigen? Dat klinkt als onzin. Maar het betekent alleen afstand doen van het leven als waarde op zichzelf. De hele lamaïstische techniek is erop gebaseerd dat je je gaat één voelen met iets dat anders en meer is dan jezelf.
Er zijn natuurlijk ook monniken die dat nooit halen. Er zijn mensen die willen vliegen. Zij laten zich inmetselen en zitten een tijdlang op en neer te wippen op een met leer bekleed bankje tot zij ze zelf zien vliegen. Dan komen ze naar buiten en zeggen dat ze kunnen vliegen. Wat dat betreft, kunnen ze beter opvliegen, want ze kunnen niets.
Er zijn ook monniken, die zich helemaal afsluiten van alle leven, die jarenlang in een celletje in het donker zitten om helemaal niet gestoord te worden. En dan zegt de westerse wereld dat ze gek zijn. Zij zijn niet gek, maar ze zijn wel meester van zichzelf. Dat is weer iets wat de westerling niet helemaal begrijpt.
Juist als je daar zo zit, ongestoord, door niets afgeleid, ben je in staat om je geest uit te zenden over de wereld. Dan leer je te zien met geestelijke ogen. “Wie met geestelijke ogen ziet”, zo zegt de Lama, “die ziet de werkelijkheid”. De mens ziet alleen de illusie.” Daar is iets voor te zeggen. Toch zijn dergelijke dingen op zichzelf voor de westerling natuurlijk niet belangrijk.
0, ik weet het wel, ook u zou graag ergens op een rots staan, roepen tot de wolken en zeggen: Op deze akker zal regen vallen en op die niet. Iets wat gedaan werd in het verleden. Er zijn zelfs nu nog mensen die dat kunnen. In Nederland zou je daar last van krijgen. De boeren zouden om regen schreeuwen, de stedelingen om zon. Wat krijg je dan? Dan wordt het donderen.
Er zijn andere dingen in diezelfde lamaïstische technieken die voor ons wel degelijk de moeite waard zijn.
Zij kennen de zogenaamde meditatie van het voortgaan. Wij zouden zeggen van de continuïteit.
Je beseft dat er elke seconde iets verandert en dat toch alles hetzelfde blijft. Wie zo mediteert, komt tot een mate van onverschilligheid voor uiterlijke waarden. Hij gaat het bestaan hoger stellen dan de vorm ervan. Dat kan een heel belangrijke bereiking zijn, ook voor een westerling.
Zij gebruiken ontspanningstechnieken, zeker. Die ontspanningstechnieken zijn vanuit westers standpunt vaak een beetje vreemd of zinloos. Waarom zou je bv. blijven zitten en tellen tot 144, dan opspringen drie keer hoog in de lucht, daarop drie keer wervelen, dan een keer het plein rondlopen om dan weer terug te keren en in dezelfde meditatiehouding te gaan zitten. Maar de zin ervan zou u misschien wel kunnen imiteren.
Er zijn ogenblikken dat het lichaam automatisch kan handelen, terwijl de geest andere waarden ontvangt. U kent dat ook wel. Denk aan de chauffeur in een auto die eigenlijk instinctief, reageert en allerlei schakelingen uitvoert en ondertussen misschien zit te praten over de prijs van de aardappelen. Maar al zal de Tibetaan niet direct de prijs van de aardappelen belangrijk vinden, wat hij doet, betekent wel dat hij een deel van zichzelf vrijmaakt.
Als u leert om bepaalde zaken als een gewoonte te doen, ook dingen die tot uw dagelijkse taak behoren, en daarbij steeds zoveel mogelijk dezelfde grepen in dezelfde volgorde verricht, dan zult u merken dat u er niet bij behoeft te denken. Dat betekent, dat u zich geestelijk op iets anders kunt afstemmen zonder dat u daardoor in uw stoffelijke taak ook maar enige moeilijkheid ervaart. Dat is iets wat wel de moeite waard is.
Er zijn zoveel dingen in je leven waar je eigenlijk wel bij moet denken, zo heb je dat geleerd, maar die tijdrovend zijn, die een voortdurende storing zijn bij alles wat je doet. Ais je nu leert om die dingen als een gewoonte, dus als een automaat te volbrengen, dan kun je openstaan voor andere zaken.
Nu is er iets wonderlijks bij wat de Lama’s beschouwen als de inspiratie of ook wel de verlichting. Als ze namelijk een tijd zo bezig zijn, dan ontstaan er denkbeelden, soms zelfs visioenen, die direct betrekking hebben op het klooster en wat daar zou moeten gebeuren. De westerling denkt natuurlijk: dan zien ze ineens de Boddhisattva’s of ze ontvangen de hoogste lering. Maar soms komt het erop neer dat ze ineens opspringen en tegen een broeder zeggen: Denk erom dat je het vuur opstookt, want het staat op het punt van uitgaan. Met andere woorden; de resultaten hebben ook betrekking op de eigen wereld.
Stel u nu eens voor dat u datzelfde zou kunnen doen; dat u dat automatische bij alle taken die zich steeds weer herhalen leert gebruiken. Dan blijft een deel van uw bewustzijn openstaan zowel voor geestelijke signalen als ook voor erkenningen waar u anders door uw taakgebondenheid aan voorbij zoudt gaan.
U bent ergens mee bezig en u voelt dit is fout. Dus u stopt, u corrigeert en gaat dan verder. U zit gewoon schrijfwerk, rekenwerk of iets anders te doen en opeens maakt u een aantekening, want de uitkomst heeft een bepaalde eigenaardigheid en die moet u later nagaan.
Zelfs in het huishouden gaat het zo. Terwijl je druk bezig bent om automatisch te strijken ontstaat in je hoofd opeens het boodschappenlijstje van dingen die je anders vergeten zou hebben. Dit klinkt erg werelds, een beetje laag, maar het betekent wel dat je op die manier een harmonisch aspect voor jezelf waarmaakt.
Het onderbewustzijn gaat volledig meewerken; normaal schakel je dat voor driekwart uit. De geestelijke waarden, wijsheden en invloeden die je anders maar met 1 á 2 % sterkte ontvangt, ontvang je nu op 25 á 30 sterkte. Met andere woorden geestelijke waarden dringen sneller en vollediger in het bewustzijn door. Dan is een dergelijke schijnbaar dwaze techniek van het scheppen van automatismen dus wel degelijk nuttig, mits de instelling daarbij de juiste is.
In bepaalde scholen (ik doel hier vooral op de geestelijke en niet op de magische scholen) bestaat voor die manier van instelling de volgende omschrijving;
Terwijl het lichaam zijn ritme herhaalt, zweeft de geest wachtend.
Zij wil niet, zij denkt niet, zij doet niet, zij ontvangt.
En door haar ontvangen wordt zij rijk.”
Dat is typerend, zeker voor het lamaïstische denken. In de schijnbare daadloosheid het automatisme. Waar dit niet meer bij betrokken is, kan in het “ik” de hoogste waarden ontstaan, als dat “ik” maar niet op zoek gaat. Daarom zijn er ook heel veel van die meditatietechnieken die men indertijd in Tibet heeft ontwikkeld. Technieken die de westerling niet aanspreken, want het lijkt toch zo stom om je eigen bewustzijn uit te blussen. Daar komt het dan volgens de westerling op neer. In wezen is dat helemaal niet zo. Je leert ontvangen. Ontvangen kunnen we altijd nog veel beter dan uitzenden. De beelden die we uitzenden zijn de beelden van een waanwereld. Maar de beelden die we ontvangen zijn beelden van een werkelijkheid.
In de magische school denkt men weer iets anders. Daar zegt men eveneens: Leer het automatisme. Leer je leegmaken a.h.w., terwijl het lichaam voortgaat met werken of handelen. Maar, zegt men, die leegte gebruik je dan om delen van jezelf buiten je te plaatsen en op te bouwen.
Inderdaad is er een discipline waardoor je zelfs leert en probeert om langzamerhand een geest naast je op te bouwen. Die kun je dan een tijd als bediende, gebruiken. Daarna moet je met heel veel moeite die gestalte stukje bij beetje weer afbreken, anders wordt hij je de baas. Nu kan ik wel begrijpen dat bij het gebrek aan personeel dat vooral in huishoudelijke kringen heerst u voor een dergelijke entiteit veel zou voelen. Maar de westerling weet nl. één ding niet; dat je een deel van jezelf losmaakt van jezelf. Maar je wordt dan ook beheerst door dat deel van jezelf dat je buiten je hebt geplaatst. Het is niet erg verstandig om delen van je “ik” buiten je te projecteren. Toch kent die magische school één bepaalde discipline die volgens mij in het westen ook erg bruikbaar is.
Wanneer ik, zo zegt men daar, in mij de kracht besef (de kracht wordt dan genoemd, voor u geldt alleen maar besef, de aanwezigheid van kracht) en ik bouw een beeld op waar ik mijn kracht op richt, dan zal de kracht werken in al wat gelijk is aan de in mij opgebouwde voorstelling.
Dat is eigenlijk een zuiver magisch principe. Er waren heel veel magiërs in Tibet. Voor ons betekent het: Als wij ons bewust worden dat er bepaalde lichtende krachten bestaan, dan kunnen we die krachten ook richten op personen en zelfs op voorwerpen of voorvallen die voor ons van belang kunnen zijn en die we daardoor positief maken of die we misschien willen genezen.
Nu kun je nooit iemand genezen van zijn eigen lot. Dit is een lamaïstisch gezegde. Ook dat is iets waar een westerling over na zal moeten denken. Je kunt een mens alleen genezen van die dingen welke niet behoren tot zijn noodlot.
Wat is dat noodlot? Noodlot zijn de kwaliteiten die uit jezelf voortkomen, die je vanuit jezelf aan jezelf steeds weer zal manifesteren. Als je dat doet, dan is er niemand die daaraan iets kan veranderen. Misschien heeft u hoofdpijn en kan iemand dat genezen. Ja, maar dan heeft u daarna onmiddellijk kiespijn of buikpijn. Dan verplaatst u misschien het effect van de houding, naar u kunt de houding zelf niet veranderen en daarmee ook de kwaal niet genezen. Dat moet u goed onthouden. U kunt wel de positieve kracht geven aan al datgene waarin u de mogelijkheid tot een positiever verandering aanvoelt.
Wat is er voor de innerlijke rust verder nog te doen? Misschien wel leren jezelf te zien als onbelangrijk.
In de training van de zogenaamde lopers, de gelumpas, bestaat er een discipline die ik u in dit verband nog zou willen voorleggen. Om een zeer lange tijd te kunnen lopen met zeer grote snelheid moet je niet beseffen dat je loopt. Wie het optimale wil bereiken geestelijk of anderszins, moet beginnen met het beeld van zichzelf in zich te doven. Als je dat westers vertaalt, dan betekent het: Als je je bezighoudt met andere zaken, denk niet aan jezelf. Laat datgene wat moet gebeuren, of wat moet zijn of waarmee je contact wilt hebben in je groeien. Laat het sterk worden in je en vergeet wie je bent.
Als een mens met God wil spreken (hoeveel westerlingen hebben dat al niet geprobeerd), dan zijn er heel veel mensen die zeggen: Heer, hier ben ik. En daarmee hebben ze eigenlijk het contact al bijna onmogelijk gemaakt. Het is namelijk: Heer, hier zijt Gij. Wanneer ik de aanwezigheid van God voel, dan behoef ik niet te weten wie ik ben. Dan werkt God wel in en door mij en merk ik later wel wat Hij heeft gedaan.
Wanneer ik wil opgaan in de tijdloosheid, in Nirwana, dan is het niet belangrijk dat ik weet wie ik ben. Dan is het belangrijk dat ik de krachten van het niet zijnde Zijn onderga en daaruit eventueel weer krachten of denkbeelden mee terugbreng.
Je kunt bij alle geestelijke oefeningen, zeker uit het lamaïstisch denken, vooropstellen dat het niet het “ik”, is dat belangrijk is, maar het andere. Door het andere belangrijk te maken ervaart het “ik” het wezen van het andere. Dat is filosofisch gezien misschien een beetje dwaas. Je moet toch bewust beginnen. Aan de andere kant kun je vaak een som gemakkelijker oplossen als je de uitkomst kent. Wat je doet in het lamaïstische denken is de uitkomst in je laten ontstaan en dan de som erbij berekenen. Dan past de som altijd bij wat er gaat komen.
Er bestaat zelfs een soort aparte horoscopie die eveneens in Tibet werd beoefend en die afwijkt van de hindoe manier van horoscoop trekken. Ook hier geldt dat men weliswaar uitgaat van de gegevens die men heeft, maar dat de horoscoop eerst op eigenschap wordt bepaald. Later worden de planeten in gevoegd zoals ze behoren te staan volgens de eigenschap. Dan kijk je pas hoe dit met de werkelijke stand van de planeten in de tijd ligt. Dus met een soort efemeriden gaat men na op welk ogenblik die toestand optreedt. Dan kun je precies zeggen wanneer je iets moet doen. Want wanneer je iets doet, dan betekent dat een bepaalde toestand van jezelf die wordt aangevoeld. De sterren moeten dan zo staan om het aangevoelde waar te maken. Op dat ogenblik staan de sterren zo en dan kan het gestelde worden waargemaakt en anders niet.
Het is misschien een wat dwaze manier van denken, alweer vanuit het standpunt van de westerse astroloog. Maar als je jezelf voor een ogenblik vergeet, heb je dan niet de grootste innerlijke rust? De innerlijke rust is in dat geval gelijktijdig een harmonie met een werkelijkheid die je niet kunt beseffen. Die harmonie dan later in je te laten ontstaan als een beeld en vanuit dat beeld terugredeneren naar de wereld en naar de tijd dat is een methodiek die vooral bij de meer ingewijden tot fantastische gevolgen heeft gevoerd.
Nu kunt u dat misschien niet zo precies doen, maar u kunt wel de oefening doen.
Stel u in op het niet zijn. Mijn lichaam werkt, maar ik ben er niet bij. Ik leef en God leeft. Ongetwijfeld, maar die dingen zeggen mij niets. Ik probeer gewoon te drijven in een lichtend halfduister. Ik laat het gewoon op mij afkomen en wat er dan met mij gebeurt, behoef ik niet te vertalen, maar dat zal in mij (in het lichaam, dus in de hersenen) datgene doen ontstaan wat ik nodig heb. Dat beeld moet ik vergelijken met de werkelijkheid om mij heen en ik weet hoe ik moet leven en streven. Ik heb dan tevens de kracht in mij om dat met innerlijke vrede en zekerheid te doen.
Er zijn zoveel van die vreemde dingen bij de Lama’s en al die ingewijden. Een westerling begrijpt dat niet. Er is een bekend verhaal van een zeer hoge kluizenaar, die geestelijk bijna als een soort boeddha werd beschouwd.
Hij kwam eens in het dal en de eerste de beste meid die hij tegenkwam pakte hij en verkrachtte haar. Iedereen riep toen uit. Wat is die man slecht! Hij zei: Ik ben niet slecht, maar mijn collega is net overleden. Hij wilde direct incarneren en om te voorkomen dat hij dat in een dier zou doen, heb ik een andere mogelijkheid geschapen. Een westerling zit dan met zijn ogen te knipperen. Maar zo denken die mensen. Nu wil ik u alleen maar dit zeggen: Vanuit het standpunt van die ingewijde, inclusief de kennis die hij bezat, was hetgeen hij deed het enig juiste, ook als het menselijk niet aanvaardbaar was.
Wanneer je komt te staan in de eenheid, waarbij het “ik” zelf niet meer op de voorgrond treedt, dan spelen de wezenlijke noden en behoeften die in de werkelijkheid bestaan een hoofdrol. En omdat je weet dat dat zo is, kun je je niet getroffen gevoelen door hetgeen er gebeurt of door de gevolgen die het eventueel zou hebben. Dan weet je dat het goed is.
De Lama die werkelijk hoog is, is iemand die weet dat het goed is.
Misschien is dat een les die het westen eruit kan trekken.
Als we niet weten waarheen te gaan, dan moeten we niet gaan redeneren, maar we moeten proberen los te komen van onszelf en van de wereld zoals wij die zien om aan te voelen wat goed is. Laat ons dan doen wat goed is en we zullen zien dat de werkelijkheid, ongeacht de protesten misschien van degenen die het minder goed weten, ons antwoordt met de beste gevolgen, met de beste ervaringen, met het licht dat we gezien onze toestand met hetgeen in de wereld voor ons belangrijk is, nodig hebben.
Die hoge Lama waarover u sprak, moet toch een jarenlange opleiding hebben gehad. U vertelt conclusies die zij daar allemaal wel zien, maar dat hebben ze gezien na een enorme discipline waar je als toehoorder nog lang niet aan toe bent.
Neen. En daarom heb ik u ook niet verteld wat u moet doen in zo’n geval. Ik heb u dus ook niet de raad gegeven om naar buiten te snellen etc. Ik heb u alleen willen zeggen dat in het lamaïstisch denken de werkelijkheid anders is dan de wereld. En dat het deelhebben aan die werkelijkheid je de kans geeft om juister te reageren in de menselijke wereld.
Nu ben ik het met u eens dat die Lama een heel lange scholing heeft doorgemaakt en dat u die niet heeft. Maar als u probeert (ik heb daarvoor enkele technieken zelfs gegeven) om u een beetje los te maken van het beeld van uzelf, en van de wereld, dan zit u toch in een relatie met diezelfde werkelijkheid. U zult die niet precies zo kunnen interpreteren als de ingewijde. Maar u krijgt wel degelijk de juiste begrippen. Dat wil zeggen dat uw wezen reageert volgens de werkelijkheid en niet volgens de menselijke voorstellingswereld. Als je de innerlijke vrede zoekt en dat was, meen ik, de topic waar deze onderwerpen aan moeten beantwoorden, dan is juist die innerlijke zekerheid een zeer belangrijk iets. En als je dan nog niet ziet hoe het precies moet gebeuren, nu ja, daar kun je overheen komen maar dan heb je in ieder geval de innerlijke zekerheid. Ik geloof dat die zekerheid een van de belangrijkste dingen is die er kan bestaan. Want wie de zekerheid van het werkelijke in zichzelf ervaart, kan niet meer door de schijn-ontwikkeling en schijn-verandering rond hem zo worden beïnvloedt dat hij daardoor het wezenlijke over het hoofd ziet.
Komen deze technieken die in Tibet worden beoefend een beetje overeen met de indiaanse technieken van Carlos Castaneda ?
Niet helemaal. Ongetwijfeld zijn er bij al die technieken wel overeenkomsten, alleen is de benaderingswijze wel een heel andere. Bij herlezing zult u dat, als u de onderwerpen naast elkaar legt, ook wel kunnen herkennen. Dan gaat het er dus niet om dat u de ene techniek wel en de andere niet hanteert, maar dat u begrijpt wat die technieken zijn en probeert de juiste techniek voor uzelf te ontwikkelen. Ze zeggen weleens: Alle wegen leiden naar Rome. Als dat waar is, geeft het dan veel welke weg u kiest? Zo moet u het hier ook zien. De waarheid is één. Er zijn veel verschillende benaderingen, technieken en denkwijzen, maar ze brengen ons alle tot een en dezelfde werkelijkheid.
Ik spreek de hoop uit dat hetgeen ik in dit tweede deel naar voren bracht voor u reden moge zijn uw eigen wijze van denken en handelen eens nader te bezien, al is het alleen maar om de vraag op te lossen, of u leeft met de uiterlijkheden van de schijn of dat u probeert te leven uit de kracht van de werkelijkheid.
Vertrouwen
Vertrouwen is iets wat je moet hebben in jezelf. Want als je geen vertrouwen hebt in jezelf, durf je een ander niet te vertrouwen, zelfs al doe je alsof. Pas als je door het vertrouwen in jezelf weet dat je zelfs de ontrouw van anderen aan zult kunnen, stel je geen eisen meer aan de wereld en kun je daardoor in de wereld steeds meer al datgene bereiken wat de moeite waard is.
Vertrouwen is iets wat je diep in jezelf moet bezitten ten aanzien van God of de geestelijke kracht, of datgene waarover je nadenkt. Want als je denkt dat er misschien een God is en dat je daarom beter niet kunt zondigen, dan kun je beter de zonde nu maar wel begaan, dan heb je tenminste iets gehad.
Je moet heel goed begrijpen dat je in jezelf een kracht moet vinden waarin je zodanig leert vertrouwen dat je daaruit alles put wat je nodig hebt, dat je je mogelijkheden a.h.w. verduizendvoudigd door dat vertrouwen in de kracht die je in jezelf erkent. Als je dat niet kunt, spreek dan maar niet over God en over het ingrijpen van de hoogste Machten, want dan bestaat dat voor jou niet eens.
Leef met vertrouwen in de kracht die in je woont. Heb zelfvertrouwen. Zie jezelf zoals je bent.
Erken, dat je tekortkomingen hebt, maar vertrouw erop dat je desondanks een zinrijk leven leidt, dat je iets doet wat de moeite waard is, dat je iets bent wat voor anderen betekenis heeft.
Met dat vertrouwen vind je langzaam maar zeker steeds meer waarheden. Waar de waarheid in je begint te rijzen, daar komt niet alleen de zekerheid, het vertrouwen in de zinrijkheid van het bestaan, maar daar komt ook de erkenning van de grootsheid, die ondanks alles zelfs in het meest nietige leven geborgen is. Daarop kunt u vertrouwen.
← vorige tekst | overzicht | volgende tekst → |
