26 februari 1982
Ook vanavond, al moet u nu zelf het onderwerp leveren, geldt dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn en wij het dus prettig vinden wanneer u zelf nadenkt. Ik heb vandaag beperkte mogelijkheden. Wij zullen desalniettemin trachten een zo goed mogelijk resultaat te bereiken. En dan zou ik nu graag van u weten welk onderwerp u aan de orde wilt stellen.
Onsterfelijkheid
Ik geloof niet dat onsterfelijkheid werkelijk bestaat, want om werkelijk onsterfelijk te zijn, moet je nooit sterven. En juist om bewust te worden en deel te worden van de eeuwigheid, sterf je nu eenmaal menige dood. Je zou in dit opzicht kunnen zeggen: wanneer je niet sterft, leef je niet werkelijk. En dat brengt ons voor een groot probleem. Laten wij ons eens voor ogen stellen wat een hypothetische onsterfelijkheid zou betekenen.
In deze dagen zou dat al helemaal niet haalbaar zijn. Stel u voor: u bent onsterfelijk, dus wordt u 10.000 en meer jaren, op uw 65e gaat voor u de AOW al in. Dat kan eenvoudig niet. Er zijn echter andere en meer sprekende nadelen verbonden aan het bij voortduring leven in één en hetzelfde voertuig. Enkele som ik er maar voor u op, er zijn er meer. Je kunt bv. niet onbeperkt door blijven leren. Je doet steeds meer ervaringen op en hebt dus ook steeds meer herinneringen. Er komt dan een ogenblik waarop je reeds zoveel herinneringen bij je draagt en zoveel kennis hebt opgedaan, dat het niet goed mogelijk is daaraan nog veel nieuws toe te voegen.
De oplossing zou kunnen liggen in een uitvinding, waardoor het mogelijk wordt de hersenen geheel of grotendeels weer blank te maken. Indien je het mij vraagt is ook dit een soort dood. Want wanneer je dan werkelijk geheel of grotendeels opnieuw zou moeten beginnen, kun je toch wel aannemen dat het in feite zo is, of alle voorgaande leven niet geweest is. Een ander nadeel: Nu bestaan er toch altijd nog wel vaste samenlevingsverhoudingen. Ik doel hierbij niet alleen op het kiezen van een min of meer vaste partner, maar ook op sociale aanpassingen, het kiezen van een taak e.d. Stel u nu eens voor dat u bv. 200 jaren achtereen sociaal werker bent geweest. Dan bent u zo asociaal geworden dat er voor u van werken niets meer komt. U zult aan iets geheel anders moeten beginnen. Maar daarmee is uw plaats in de sociale opbouw teloorgegaan.
En denk dan eens aan de ruimte op aarde. Het zal u duidelijk zijn dat onsterfelijkheid maar in zeer beperkte mate op deze aarde zal kunnen bestaan. De voortplanting zou bv. weg moeten vallen of tenminste zeer sterk beperkt moeten worden, want bij de huidige wereldbevolking is er, indien deze onsterfelijk worden, geen ruimte voor steeds weer nieuwe onsterfelijken.
Onsterfelijkheid in stoffelijke zin is dus, zeker voor allen en onbeperkt, een vorm van nonsens die de mensen toch tot zelfvernietiging zou voeren. Toch krijgen wij in vele leringen steeds weer te maken met de eeuwigheid. Maar die eeuwigheid is niet, zoals velen schijnen te denken, een onbeperkte voortduring van tijd. Eeuwigheid is de dimensie die binnen een geheel alle tijd omvat.
Dus in die eeuwigheid bestaat alles gelijktijdig. Daardoor cancelen allerhande verschijnselen en verschuivingen elkaar steeds. Zij bestaan binnen het geheel wel als besefte mogelijkheid, maar behoeven niet verwezenlijkt te worden. Daardoor is eeuwigheid de compacte weergave van de werkelijkheid van al het geschapene. Wij behoren daarbij en zijn dus deel van die eeuwigheid. Maar wij zijn niet in staat om zelfs maar ons eigen aandeel in dat geheel voorlopig te overzien of te beseffen. Dit impliceert dat wij, voor wij die eeuwigheid kunnen ervaren, eerst vele ervaringen moeten opdoen. Een groot deel daarvan doen wij op in of in contact met de stof. Maar wanneer die ervaring eenmaal opgedaan is, blijft de vraag of je op grond van die opgedane ervaringen een taakbesef hebt ontwikkeld waardoor je nog wat langer op aarde wilt blijven. Of zeg je gewoon: ik ga nu weer terug naar mijn werkelijke bestaan, waarin ik in feite een conglomeraat van energieën en gedachten ben.
Ik denk dat de meeste mensen al zeer snel voor dit laatste zouden kiezen. Onsterfelijkheid bestaat dus misschien wel, maar dan niet in de zin van geen dood, geen achterlaten van voertuigen.
Men denkt misschien dat een geest toch wel onsterfelijk moet zijn, maar ook dit is maar beperkt waar. Wanneer u leeft in zomerland, bezit u een bepaalde wereldvoorstelling. Deze is bepalend voor uw mogelijkheden en stelt ook grenzen aan uw kunnen. Op het ogenblik dat u met uw kunnen verder wilt gaan, moet u dus de wereldvisie die u tot dan toe had, weer achter u laten. En dat impliceert, ook het voertuig, de vorm die daarbij behoorde.
Wat dat betreft is een geest die naar de bewustwording streeft een soort uit: Elke keer valt er weer een buitenste schil weg en ga je verder. Uiteindelijk blijft er niets meer over. Maar dit “niets” is dan wel de levenskracht en essentie van het ik. U vraagt zich af of de essentie van de mens dan het niets is? Vanuit een menselijk standpunt is dit ongetwijfeld waar. Want wat overblijft wanneer je geheel harmonisch bent met de kosmos, met de grote werkelijkheid, dan heeft men geen wil meer die naar buiten toe tot uiting kan komen. Deze wil is geïntegreerd in het willen van het geheel. Er bestaat wel een persoonlijk besef, zeker. Maar dit functioneert eerder als een soort hersencel door de reacties van andere persoonlijke besefsvormen door te geven naar dit spoor of dat spoor. Het werkt dus wel als een weten, maar niet meer als een persoonlijke uiting. Het is gewoon een samenwerken waardoor het geheel van alle processen zich binnen het kader van dit geheel harmonisch en volledig blijft afspelen. Menselijk gezien ben je dus in feite niets meer. Alleen vanuit je eigen besef kun je nog zeggen: ik ben mijzelf als een bewust deel van het grotere geheel, waarin ik nu bewust functioneer zonder echter nog zelfstandig naar buiten toe op te treden.
Dit is werkelijke onsterfelijkheid, het probleem waar wij door het gestelde onderwerp nu mee zitten. Ik besef wel dat er heel veel mensen zijn die zeggen: Ik wil zo graag op aarde blijven leven. Eerlijk gezegd onttrekt een dergelijke verklaring zich enigszins aan mijn begripsvermogen. Wanneer je van mijn zijde kijkt naar alle zaken waarmee men als mens nu te maken heeft, alle crisisverschijnselen, dreiging van atoombomen, vergiftiging van de bodem, de lucht, de wateren en dan nog de belasting die je moet betalen om van dit alles te mogen genieten, kan ik niet begrijpen, waarom men daar zo graag nog lang bij wil blijven.
Maar goed, in ieder geval is het mogelijk het menselijke leven zonder meer aanmerkelijk te verlengen. De meeste verouderingsprocessen worden in feite veroorzaakt door een opeenhoping binnen het lichaam van niet juist afgevoerd afval. Hierdoor komen cel vernieuwingsprocessen steeds meer in de knel. Daardoor vertraagt het gehele organisme voortdurend meer zijn werking en zien wij de slijtageprocessen optreden die dan uiteindelijk aansprakelijk zijn voor het gehele verouderingsproces tot eventueel de seniliteit toe.
Je kunt natuurlijk het functioneren van het lichaam, juist in dit opzicht vaak aanmerkelijk verbeteren. Er bestaan heel wat mogelijkheden om bij een te ver terugvallen van een cel-vernieuwingsproces – de Frischzellentherapie is hiervan een voorbeeld – met ingrepen de cellen van organen er toe brengen weer juister te gaan functioneren en weer nieuwe cellen in voldoende mate te gaan aanmaken. Indien men van al deze mogelijkheden gebruik maakt en ook gezond leeft – en nu bedoel ik het werkelijk gezonde leven en niet datgene wat men u tegenwoordig als gezond predikt – kun je heel oud worden.
Overigens predikt men in deze dagen steeds weer alles voor ongezond wanneer het maar mogelijk is, om de ongezondheid ervan onder bepaalde omstandigheden ook maar enigszins aannemelijk te maken, zodat de ontdekker een onderzoeksinstituut kan oprichten dat met veel subsidie en natuurlijk voor hemzelf een heel hoog salaris, verdere proeven op dit gebied zal gaan volvoeren.
Ik doel dus op het vermijden van de zaken die voor de mens werkelijk schadelijk zijn, zoals onevenwichtigheden in leefwijze, psychische spanningen. Dan zou men ook zonder enige verdere mutatie het huidige menselijke voertuig een levensduur kunnen geven tussen de 150 en 200 jaren. Dit is zonder meer mogelijk. Gaan wij uit van de mogelijkheden die er bestaan om weefsels en organen zo nodig te vernieuwen – er zijn op het ogenblik toch ook al harttransplantaties, vervangen van nieren, delen van het oog e.d. – dan moet het mogelijk zijn de mens, dankzij een voortdurend vervangen van onderdelen die niet meer juist functioneren, een gemiddelde levensduur te geven die zal liggen tussen de 1000 en 1500 jaren. Ga je verder dan dit, dan moet je met mechanische vervangingen werken. Blijft dan uiteindelijk geen mens meer over, maar alleen een mechaniek waarin de hersenen de rol spelen van coördinator en zelfs daarbij steeds meer door kleine hulpcomputers terzijde moeten worden gestaan.
Te stellen dat lichamelijke onsterfelijkheid tot de mogelijkheden blijft behoren, lijkt mij dan ook op zijn minst genomen sterk overdreven, ook al kun je ook middels geestelijke disciplines vaak de feitelijke duur van het lichamelijk leven zonder verdere ingrepen aanmerkelijk doen toenemen.
Er zijn een aantal meesters geweest – en ook nu leven er nog wel enkelen – die in staat blijken om hun leven honderden jaren voort te zetten zonder dat er zelfs maar sprake is van kenbare lichamelijke verouderingsprocessen. Maar wat hebben zij daarvoor dan nodig? In de eerste plaats rust. Velen onder hen leven op zeer eenzame plaatsen en allen brengen tenminste de helft van hun levensdagen steeds weer door als kluizenaars, dus in algehele eenzaamheid. In de tweede plaats leven zij met een voortdurende geestelijke concentratie en is voor hen een voortdurende bewuste beheersing van alle lichaamsprocessen als vanzelfsprekend. Kijk je wat hen dan van het leven overblijft, zo is dit de mogelijkheid om geestelijk bijzonder goed te functioneren tot en met eventueel zo nu en dan de projectie van een dubbel toe. Zij hebben echter niet de mogelijkheid te functioneren binnen een menselijke gemeenschap als de uwe. Zij zijn dus niet wat u beschouwt als een “nuttig lid van de gemeenschap”.
Ik moet overigens toegeven – en vergeeft u mij de woordspeling – dat in deze dagen het nuttige lid van de gemeenschap veelal voor lul staat. Want volgens de nu geldende opvattingen is een nuttig lid van de gemeenschap iemand die probeert iemand anders te zijn dan hij wezenlijk is, om zo te voldoen aan eisen die hij innerlijk onredelijk vindt, om zo revenuen te plukken, waarvan hij zelf in feite niet eens weet hoe hij daar werkelijk gelukkig mee kan zijn.
Maar om bij de feiten te blijven: je kunt eenvoudig geen wereld van kluizenaars opzetten en gelijktijdig op aarde een wereldbevolking in leven houden die zo groot is als de huidige. Zou men deze richting uit willen gaan, dan komt de dood er voor de meesten dus toch weer aan te pas. Mogelijk zou een zeer exclusief groepje dan voort kunnen leven, maar volgens mij zonder inhoud of doel. Want wat heb je eraan in een lichaam op een bergtop zitten te mediteren, wanneer je dit evengoed of beter in de geest kunt doen?
Iemand die nu zijn leven zo verlengt, heeft daarbij nog een taak en zal proberen de mensheid geestelijk te beïnvloeden en mogelijkheden te scheppen voor degenen die geestelijk nog niet zo ver zijn. Maar wanneer al die anderen moeten uitsterven om jou de mogelijkheid te geven lichamelijk voort te bestaan heeft een dergelijk leven geen zin meer, vindt u ook niet?
Dus wanneer u hier onsterfelijkheid als onderwerp ter tafel brengt, zeg ik: al zijn er een aantal mogelijkheden om de menselijke levensduur te doen toenemen, de zin daarvan is beperkt. Geestelijk bezien is het nut daarvan met misschien een enkele uitzondering eveneens zeer beperkt.
Zien wij naar de werkelijke onsterfelijkheid, zoals de kern van ons ‘ik’ deze bezit, zo komen wij terecht in een situatie waarin het leven zoals mensen dit beschouwen in steeds mindere mate voor ons nog bestaat. Hetgeen overblijft, komt tot een opgaan in en een samenwerken met andere soortgelijke kernen binnen een voor de mens niet geheel kenbaar geheel, dat je volgens mij niet meer kunt spreken over een bestaan in de termen waarin de mens dit beschouwt.
Blijft de filosofische kant van de zaak. Daar staan wij dan meteen weer voor de grote raadselen van het levens Waar gaan wij naar toe? Wij gaan uiteindelijk naar God waaruit wij zijn voortgekomen en van Wie wij een deel zijn. Wie is God? Dat weet ik niet. Wij zijn aan de tijd gebonden, God is eeuwig. Hoe komt men ertoe dit te zeggen wanneer men God niet werkelijk kan kennen? Geef toe: wij weten het niet. Misschien is die hele God van ons alleen maar een amoebe in een grote oceaan, waarbinnen wij als kleinste delen van moleculen rondzweven. Mogelijk is die hele God van ons niets meer dan een klein diertje, een soort infusoria-diertje desnoods dat weer dient als voedsel voor een walvis die in een grotere wereld ook maar een onbelangrijk deel van een geheel vormt. Ik zeg niet dat het zo is, maar wie zal zeggen dat dit vaststaat? Wij weten eenvoudig niet of er een grens is.
Wanneer wij tegenover dergelijke raadselen komen te staan die zich aan al onze mogelijkheden tot onderzoeken en erkennen onttrekken, zo moeten wij m.i. ook bereid zijn die raadselen voorlopig raadselen te laten blijven. Een grote fout van zeer vele mensen is wel dat zij proberen de in feite onoplosbare raadselen op te lossen, terwijl zij de problemen die met hun middelen wel oplosbaar zijn gewoon naast zich neer leggen. Dit lijkt mij niet de juiste manier.
Wanneer ik zeg dat er een God bestaat, is dit mijn volste recht, want niemand kan bewijzen dat Hij niet bestaat. Wanneer een ander zegt, dat hij niet gelooft in een God is het ook diens volste recht, want niemand kan daadwerkelijk bewijzen dat die God wel bestaat. Persoonlijk ben ik van mening dat er meer is wat voor het bestaan van een God pleit dan ertegen. Maar die God is dan toch, gezien de feiten, in ieder geval iets anders dan de God die zo vaak wordt verkondigd.
Wanneer wij ons bezighouden met onsterfelijkheid en dergelijke begrippen, dan bewegen wij ons in feite ook in die onbewezen wereld van de goden. De wereld van het redelijk niet meer geheel definieerbare. Toch doen mensen dit kennelijk graag. Zelfs in het verleden dacht men dat iemand die buitengewoon verdienstelijk leefde een soort halfgod was geworden. Hij kwam terecht in de wereld van de goden en mocht daar als een soort godheid tweede klasse voortaan eeuwig loven en nectar drinken. Zo nu en dan werd hij dan weer uitgelaten naar de aarde, waar hij zijn behoefte kon doen. En dat deden dan die goden waarin men geloofde zelf ook, zoals o.m. uit het verhaal van Amphitryon duidelijk naar voren komt.
Vraag: moeten wij dan zo kinderlijk blijven denken? Is de mensheid nog niet ontgroeid aan de behoefte te geloven in de reus en klein duimpje als werkelijkheden? Zeker, er is een God. Dat geloof ik tenminste. Zeker, er is een bestaan zonder einde. Ik meen dit te weten. Maar wie of wat die God is, weet ik niet. Wat de essentie van dit bestaan uiteindelijk voor mij zal zijn, weet ik nog niet. Daaraan ben ik eenvoudig nog niet toe. Hoe kan ik dan met u praten over de innerlijke onsterfelijkheid, anders dan vanuit de zeer beperkte visie, die ik daarop zelf nu heb? Dit is de reden dat ik probeer u duidelijk te maken dat een lichamelijke onsterfelijkheid in feite bijna niet te bereiken is en bovendien weinig zinvol is. Daarom ook probeer ik u duidelijk te maken dat de onsterfelijkheid van de geest maar een zeer betrekkelijke is omdat je steeds weer beelden van jezelf en je wereld moet achterlaten om je in een andere wereld volledig bewust te kunnen zijn. En dit weet ik uit ervaring.
Wat moet ik dan nog verder over dit onderwerp zeggen? Mogelijk dat een mens steeds weer op aarde terug kan keren, de zgn. reïncarnatie. Zeker, reïncarnatie bestaat werkelijk. Ik meen dat daarvoor op aarde nu reeds voldoende bewijzen gegeven zijn. Maar ik meen ook dat het nog wel enige tijd zal duren voor dergelijke bewijzen ook wetenschappelijk aanvaard zullen worden en zelfs dan zal het nog een lange tijd duren voor dat dit verschijnsel overal en door alle kerken als juist en bestaand erkend zal worden.
Want zoals u weet, gaat de wetenschap uit van haar huidige kennis en bewijst zo voor zich het bestaan van zaken die zo nog niet bestaan en meestal ook niet kunnen bestaan. Hierdoor komt zij echter tot erkenning van het bestaan van zaken waarvan zij nog niet wist dat zij bestonden. Terwijl de kerk alles ontkennende, probeert haar eigen weten of pretentie daarvan ongeschonden te houden en hierdoor eigen onwetendheid voor anderen te verbergen. Maar goed, reïncarnatie zal uiteindelijk wel algemeen als bestaand erkend worden. De waarschijnlijkheid hiervan wordt immers nu al in vele kringen toegegeven op grond van andere dan zuivere geloofspunten.
Wanneer je reïncarneert, ben je echter elke keer een ander. Er blijft wel één bewustzijn in alles aanwezig, maar de mogelijkheden daarvoor zijn steeds weer anders en ook de werking daarvan – voornamelijk onderbewust – verschilt van keer tot keer. Laat mij het zo zeggen: wanneer je op een bakfiets rijdt en een volgende keer met een raceauto, dan weer met een koetsje of desnoods op een plank met wieltjes eronder enz. kun je toch niet zeggen dat je altijd dezelfde bent, altijd dezelfde technieken gebruikt en dezelfde mogelijkheden hebt? Zelfs je ervaringen en mogelijkheden zijn in elk geval anders, elk geval kent ook zijn eigen gevaren en voordelen.
Zeker, het bewustzijn is in alle gevallen hetzelfde en is in alle gevallen gelijkelijk aanwezig. Maar dit bewustzijn zal eerst uit moeten stappen – de dood – voor het zich weer geheel kan wijden aan zijn eigen bestaan zonder meer en zich eventueel te binnen kan brengen wat er al zo in vorige bestaansvormen belangrijk was.
Bovendien wordt alles nog steeds uitgedrukt in tijd en wordt alles nog steeds omgeven door begrippen van eindigheid. Onsterfelijkheid zou volgens mij o.m. begrip in oneindigheid betekenen. Vandaar dat ik geneigd ben ook uit de reïncarnatiecyclus niet zonder meer een bewijs te puren voor de onsterfelijkheid van de persoonlijkheid zoals een mens die benadert en beschouwt. Iets blijft bestaan, dat is mij duidelijk geworden. Maar zelfs dit kan ik niet bewijzen. Dat dit iets voor mij de persoonlijkheid betekent, ligt in mijn benadering. Misschien vindt u juist dat de persoonlijkheid wegvalt wanneer allerhande uiterlijkheden wegvallen en zekere uitingsmogelijkheden niet meer bestaan.
Laat ons dan reëel blijven en zeggen: onsterfelijkheid in stoffelijke zin is onder de huidige condities niet denkbaar en onder zeer gewijzigde en sterk geëvolueerde condities niet haalbaar. De geestelijke onsterfelijkheid bestaat alleen ten aanzien van een kleine kern van ons wezen, beeldvoorstellingen omtrent werelden die wij koesteren, laten wij keer op keer achter ons. Onze voorstellingen zijn zeker sterfelijk. Onsterfelijkheid moet dan liggen in onze relatie met de kracht waaruit wij zijn voortgekomen, maar wij kunnen niet uitdrukken op welke wijze deze relatie bestaat, nog wat vanuit ons huidig standpunt de uiteindelijke consequentie daarvan zal zijn.
Daarom kunnen wij de onsterfelijkheid, althans voorlopig beter deponeren bij de grote stapel van nog niet benaderbare en dus ook niet oplosbare problemen.
Zelfmoord
Werkelijke zelfmoord is voor mij natuurlijk de grootste dwaasheid die er bestaat. Maar dan moet u wel beseffen dat ik onder het begrip zelfmoord niet alle vormen van zelfdoding versta. Ik maak wel degelijk onderscheid en het zal u zo dadelijk wel duidelijk worden waarom.
Zelfmoord is het ontvluchten aan hetgeen je bent of de problemen waarmee je geconfronteerd wordt door je leven in de huidige vorm te beëindigen. Aangezien die problemen echter deel zullen zijn van je eigen denk- en leefwereld kun je daaraan niet ontkomen door in een andere vorm te gaan leven. Hierin een oplossing zoeken is dan ook zinloos.
Er bestaan nogal wat legenden in verband met zelfmoord zoals bv. de stelling dat degene die zichzelf doodt, voor de rest van de tijd die zijn natuurlijk leven geduurd zou hebben, gebonden zal zijn aan de plaats waar dit gebeurde. Waarom men dit beweert? Vermoedelijk mede omdat men zelfmoord op sociale en religieuze gronden verwerpelijk vindt en mogelijk ook omdat men het de mensen kwalijk neemt dat zij zich op deze wijze hebben onttrokken aan de dwang van de gemeenschap waarin zij leven. Dat dergelijke verhalen op de voorgrond komen, is dan ook wel te begrijpen. Ik weet dat er zelfs in de lagere werelden van het licht nog wel geesten zijn die dergelijke verhalen herhalen. Volgens mij schuilen onder hen begenadigde verhalenvertellers, maar ik kan hun romans nog niet vergelijken met een reportage van feiten.
Zelfdoding is iets anders dan het ontvluchten van een in wezen oplosbaar probleem of een status, die ook op aarde gewijzigd kan worden. Ik denk dan bv. aan iemand, die door zijn voortbestaan een gevaar kan gaan betekenen voor anderen. Een aardig voorbeeld van deze vorm van zelfdoding treft u aan in de Japanse gebruiken. Vooral in het verleden dan. Wanneer iemand daar schande over zich of zijn familie had gebracht, werd die gehele familie daardoor uitgeworpen uit de gemeenschap. Zij verloor aan aanzien en mogelijkheden. De kinderen konden niet meer normaal worden opgevoed, oudere vrouwen leefden voortaan in een isolement, werden vaak zelfs uitgejouwd en na gespuwd. Daar zo iemand op rituele wijze zijn leven dan beëindigt – harakiri noemt men het hier wel – is in feite prijzenswaardig: niet alleen zuiver je zo jezelf van alle blaam, maar je ontneemt daarmee gelijktijdig je familie alle last die de gedeelde blaam op hen had gelegd.
Ik zie deze doding niet als een zelfmoord in de ware zin des woords. Mensen die dit een verdoemenswaardige daad achten, wijs ik erop dat Jezus in feite ook zelfmoord heeft gepleegd. Hij had zich immers op meerdere wijzen aan de kruisdood kunnen onttrekken. Indien je in de evangeliën gelooft, dan tref je een verhaal aan waarbij Jezus in de hof van olijven staat. Tempelwachten komen op hem toe. Zij vragen: Bent U Jezus van Nazareth?
Jezus antwoordt hun: Ik ben het. Waarop allen met het gezicht ter aarde vallen. Een verstandig mens die zijn eigen dood niet wenste te veroorzaken, had in dat geval zeker gedacht: nu ik de hele wacht toch plat heb, smeer ik hem. Jezus doet dit niet, ofschoon hij zijn lot voorzien had. Met andere woorden: hij is zelf medeaansprakelijk voor alles wat zich verder zal gaan afspelen, tot zijn dood toe. Stel je nu echter dat voor Jezus’ besef die dood onvermijdelijk en noodzakelijk was, omdat hij zonder dit zijn levenstaak niet kon vervullen, dan mag je volgens mij dus niet van zelfmoord spreken. Het is nog steeds een beperkte vorm van zelfdoding, maar het is voor mij geen zelfmoord.
Dan denk ik ook aan iemand die bv. een ongeneeslijke ziekte heeft. Men wordt steeds hulpbehoevender en wordt een steeds zwaardere last voor iedereen. Het bestaan is niet alleen een zwaar persoonlijk lijden, maar betekent ook offers en lijden voor omstanders en vooral familieleden. En dergelijke gevallen zijn vaak een zware druk zowel financieel als emotioneel, op allen die ermee te maken hebben. Indien zo iemand, nadat de zekerheid is verkregen dat er werkelijk niets meer aan te doen is, besluit er maar liever een einde aan te maken, zo kan ik dit geen zelfmoord noemen.
Ik wil nog een stap verder gaan dan dit: monniken – die jongen in Hongarije – maakten zichzelf tot brandoffers en staken zichzelf in brand. Maar zij deden dit in feite niet om zich zo aan het leven te onttrekken, maar om iets duidelijk te maken. Zij wilden anderen daardoor iets geven. Ook dit is wel degelijk zelfdoding, maar voor mij betekent dit nog geen zelfmoord. Wat u duidelijk kan maken dat wij ons nu op een gebied bevinden waarbij het zeer moeilijk is uit te maken wat er in feite precies gebeurd is.
Zelfs wanneer alles op zelfmoord – dus vlucht – wijst, zijn wij er nog lang niet zeker van, dat de persoon in kwestie dit ook werkelijk en geheel zo bedoeld heeft. Ongeveer 30% van de zelfmoorden die gebeuren, zijn niet als zelfdoding of zelfs maar als poging tot sterven bedoeld. Men heeft zichzelf wel in levensgevaar willen brengen zonder de uiteindelijke consequentie, de dood, zelf te wensen of te aanvaarden en is daarbij alleen een stapje te ver gegaan. Vaak doet men dergelijke pogingen om zichzelf of anderen iets te bewijzen bv. eigen onmisbaarheid, of men deed het om de aandacht te trekken. In dergelijke gevallen zal men op het laatste ogenblik wel beseffen dat het mis is gegaan. Men heeft zijn dood echter niet werkelijk gewild. Maar is dit dan nog zelfmoord?
Ook onverwachte omstandigheden kunnen de intentie wijzigen. Mij is een geval bekend van iemand die in het water sprong om zich te doden. Maar het water was zo koud dat hij niets anders meer kon denken als: brrr…. hoe kom ik zo snel mogelijk weer op de wal. Helaas kon die persoon niet zwemmen en dus kwam hij aan onze kant terecht. De persoon schiep dus zelf het gevaar waardoor hij omkwam, maar wenste op het laatste ogenblik zeker niet te sterven. Is dit nu zelfmoord of niet? Juridisch zou men hier van dood door schuld spreken, daar het werkelijke motief en overleg kennelijk niet geheel aanwezig waren. Ik geef u deze voorbeelden zo uitvoerig vooral om duidelijk te maken dat van alle gevallen die zelfmoord zijn volgens de wet en mogelijk ook feitelijk zijn, maar misschien 1 of 2% werkelijke doelbewuste en doorzettende zelfmoordenaars waren.
Dan kunnen wij nu de geestelijke consequenties van een dergelijke stap gaan bekijken. Wanneer ik wegloop voor een probleem dat in mijzelf leeft of ook leeft, zal ik dit met mij meenemen.
De angsten die je tot zelfmoord brengen, blijven eveneens voor jou voortbestaan na de dood. De gevoelens van onbevredigdheid waardoor men een einde aan zijn leven wilde maken, blijven eveneens na de dood voortbestaan. Dit betekent dat een langere tijd na de overgang toch met deze problemen geworsteld zal moeten worden en vaak onder moeilijker omstandigheden dan dit op aarde het geval was. Op aarde heb je tenminste nog een meer objectieve realiteit om je tegen af te zetten, zodat je gedachtegang onderbroken kan worden. In de geest zijn je gedachten de basis van de wereld die je beleeft en zo draaien je gedachten hier veel eerder dol. De zaak moet dus uitgewerkt en opgelost worden. Ben je er echter eenmaal overheen dan ben je op hetzelfde punt waarop iemand die geheel bewust en gelukkig overleden is, pleegt te staan en je kunt als ieder ander in de geest verder gaan.
Wat vermoedelijk een teleurstelling is voor degenen die zo voortdurend bezig zijn over de buitenste duisternis waarin geween is en tandengeknars. Maar wat men vergeet is, dat er nergens staat dat men eeuwig in die buitenste duisternis zal moeten vertoeven. Er staat alleen maar dat die buitenste duisternis er is en blijvend is.
Trouwens, neem nu eens de christelijke geloofsbelijdenis. Al heel vroeg komen wij hierin de zinnen tegen: Jezus daalde neder ter helle, waarop hij op de derde dag herrezen is uit de dood. Volgens mij betekent het dat je, wanneer je al in dit duister terechtkomt, er ook weer uit kunt komen. Zie een dergelijke toestand dus niet als een continuïteit.
Ik meen dat wat het geestelijk leven daarna betreft, de beweegredenen voor zelfdoding een veel grotere rol spelen dan de meeste mensen kunnen of durven beseffen. Maar je beweegredenen bepalen immers je geestelijke situatie? Wanneer je een einde maakt aan je leven, omdat dit de enige mogelijkheid is die je ziet om aan je verantwoordelijkheden tegemoet te komen, heb je voor je eigen gevoel toch iets verdienstelijk gedaan.
Hoe was het vroeger bij de Eskimo’s? Iemand die te oud was geworden om met de anderen mee te trekken en mee te jagen placht alleen achter te blijven in de sneeuw. Er zijn – dat geef ik toe – stammen geweest waar men zo wreed was dat de nabestaanden zo iemand de ogen uitstaken opdat hij niet meer op zijn besluit terug zou kunnen komen. Ongeacht de gebruiken vind ik dit niet bepaald een verdienstelijke handelswijze. Maar bij vele stammen kende men dergelijke gebruiken niet. De oudere kon proberen mee te komen zolang hij maar wilde. En al was er te weinig voedsel, hij kon evenveel voedsel krijgen als ieder ander lid van de stam. Maar zo iemand zag: er is geen voedsel genoeg voor de kinderen, ook niet voor degenen die nu nog wel verder kunnen gaan. Ik haal het uiteindelijk toch niet. Dan bleef zo iemand achter en stierf in eenzaamheid.
Dacht u nu werkelijk dat iemand die zo handelde in die buitenste duisternis zou zitten? Ik denk juist dat iemand aan de andere kant al klaar stond om de hand te reiken en te roepen: Welkom, je hebt je leven gegeven voor anderen en dat zonder iemands leven in ruil daarvoor te nemen of te eisen. Je wist te sterven, opdat anderen meer kans zouden hebben om verder te leven.
Er zijn vele gevallen van zelfdoding waarin de zaken anders liggen dan men zou vermoeden. Iemand die in een toestand van radeloosheid of wanhoop verkeert, ondergaat vaak een werkelijkheidsvervreemding. Vele mensen die zelfmoord plegen, zijn dat ogenblik niet normaal. Wat wil zeggen dat zij emotioneel en rationeel niet in staat zijn te overzien wat zij feitelijk doen. Je kunt zo iemand evenmin iets verwijten als een slaapwandelaar verwijten dat hij niet van de oversteekpaden gebruik maakt. En zo iemand maak je voorzichtig wakker, maar bekeuren doe je hem niet. Men probeert te helpen, niet te straffen, omdat in een ogenblik van onbewust zijn een regel werd overtreden.
Denkt u dat de gehele kosmos, dat God, de geest, in dit opzicht gemener zou zijn dan de mensheid en menselijke instanties? Ik geloof het niet en heb er nog nooit enig teken van gezien.
Zelfmoord kan pijnlijk zijn. Inderdaad. Wanneer je wegloopt voor de dingen, zal je deze toch uiteindelijk moeten oplossen. Maar wanneer dit in affect is gebeurd, gebeurd is omentwille van een ander, mogelijk zelfs het resultaat is geweest van een misvatting, dan denk ik op grond van mijn ervaringen in de sferen, dat de zelfmoordenaar evenveel hulp en genade zal vinden in de sferen als ieder ander.
Kan het plegen van zelfmoord geen taak zijn waarvoor men in een incarnatie geplaatst is, een lotsbeschikking waar je doorheen moet als entiteit?
Zoals u deze stelt, is het een wat moeilijke vraag. U zou even goed kunnen vragen of ik niet meen dat iemand als vorst geboren wordt omdat hij moet vergeten een gewoon mens te zijn.
Met andere woorden: u haalt dingen bij elkaar die niet geheel bij elkaar horen. Wanneer u stelt dat het iemands taak is om zelfmoord te plegen, zo moet ik zeggen: Dit is onmogelijk, omdat de taak bij een incarnatie het verwerven van bewustzijn is. Daarbij kan nooit het uitblussen van deze mogelijkheid een deel vormen van de taak die men zichzelf heeft gesteld.
Mogelijk wilt u zeggen: Ja, maar dat is karmisch vastgelegd. Ik geef toe dat karmisch een neiging tot zelfmoord aanwezig kan zijn. Men brengt dan geestelijk zoveel angsten en problemen mee in het nieuwe stoffelijke leven, dat de kans dat je tot een dergelijke daad komt, hierdoor groter wordt. Maar zelfs dan ben ik ervan overtuigd dat je op aarde komt om niet aan die neiging toe te geven, maar juist om alle angsten en affecten die daartoe zouden kunnen voeren, te overwinnen. Dit opdat je weer meer bewust en beheerst jezelf kunt worden. Het is gemakkelijk genoeg alles aan noodlot, karma, voorbeschikking of de wil des Heren toe te schrijven en wat er nog meer aan dergelijke dooddoeners bestaat. Dergelijke argumenten doen bijna zielig aan. Zoals: we hebben elkander lief, maar dat was voorbestemd… wanneer je eerst een ander had ontmoet was het dus niet voorbestemd geweest?
Ik kan u op een briefje geven dat degene die nu zo redeneert, dan wel een ander ontmoet zou hebben en dit evenzeer voorbestemd zou hebben genoemd. Zoals degenen die steeds weer roepen dat het hun lot nu eenmaal is, dit lijden te dragen. Waarop zij hun lijden zo uitvoerig etaleren dat ook anderen daaronder gaan lijden en gelijktijdig niets doen om aan het lijden te ontkomen. Zoiets kan geen karma zijn. Daarom moet je volgens mij een dergelijke benadering ook niet gebruiken. Je bent geboren in dit leven met een grote reeks voorgaande ervaringen die geestelijk beseft worden en in het menselijke onderbewustzijn als een soort conditionering mede een rol spelen. Je moet dan echter leven met de mogelijkheden, waarden en waarheden die je nu hebt. Je taak wordt niet bepaald door wat er in het verleden is gebeurd, maar door hetgeen je nu bent en hetgeen je nu kunt zijn. Dan valt een dergelijke stelling als de uwe weg. Het is natuurlijk een troost gevende verklaring. Dat wel, maar is het ook een eerlijke verklaring?
Ik heb in mijn praktijk meegemaakt dat mensen het 3 maal proberen en dikwijls gelukt het de derde maal. Dat is wel typisch.
Dat komt ook omdat wij in de geest geloven in de vrije wil van de mens. Wij gaan uit van het standpunt: wanneer iemand probeert zelfmoord te plegen, moet je trachten hem een schok te geven waardoor het niet doorgaat. Om u voorbeelden te geven: op het kritieke ogenblik kun je mogelijk iemand prikkelen om beneden ongewoon hard te roepen: het eten staat op tafel. Vele kandidaten denken dan: Nu ja, dat maal kan ik dan nog net even meenemen. Daarna ga ik weer verder.
Is zoiets niet mogelijk, dan projecteer je telepathisch en keihard iets van sukkel of een dergelijk woord. Velen zijn dan zo nijdig dat zij zo worden aangesproken en gelijktijdig zo verbaasd, dat hun neiging overgaat. Een tweede maal dat zij het weer zouden proberen, projecteer je hen een beeld waardoor duidelijk wordt waarom het zo niet kan of dat zij daarmee een groot onrecht plegen. Gelijktijdig probeer je de omstandigheden zo te beïnvloeden dat er een storing optreedt die de monomane doodsoverweging doorbreekt.
De derde maal denk je echter: wanneer hij of zij dit nu zo graag wil, moeten wij hem of haar het recht ook geven dit te doen en trekken er ons daarna dus niets van aan tot zij in de geest benaderbaar zijn geworden.
Wanneer u dus iemand ontmoet die in het water wil springen om zelfmoord te plegen, zou ik u raden: de eerste maal neem je ze mee en geeft hun een kop koffie en de mogelijkheid hun hart eens uit te storten. Wijs hen eventueel op de mensen of instanties die hen zouden kunnen helpen. Kom je een volgende maal langs die brug en staat diezelfde er weer, vraag dan: Heb ik u al niet eens eerder gezien? Hadden wij nog niet een probleem te bespreken? Troon de kandidaat weer mee en probeer nogmaals te helpen. De derde keer kom je weer langs die brug en daar staat diezelfde, weer bezig in het water te springen. Je ziet dat hij of zij moeite heeft om over het hekje heen te springen. Ga er dan weer heen en vraag nuchter: Kan ik u met iets van dienst zijn? Zogezegd komt het mogelijk wat vreemd over. Maar geestelijk bezien is het geheel juist. Niemand heeft het recht een ander af te houden van een ervaring die hij na rijp beraad en meerdere overwegingen voor zich blijkt te verkiezen. Zelfs niet wanneer je weet dat dit voor zo iemand een ondergang zou zijn.
Want wie de ondergang verkiest en deze bewust blijft verkiezen boven alle hem of haar getoonde mogelijkheden, moet de gevolgen daarvan ervaren, om zo uiteindelijk in staat te zijn, te beseffen wat die ondergang betekent en zo misschien wanneer men weer de mogelijkheid tot verder gaan krijgt een tweede maal zelfs alle gevaar voor een dergelijke ondergang zal kunnen vermijden.
Vrienden, ik heb getracht duidelijk te zijn, ik heb ook geprobeerd mijn beschouwing niet zo loodzwaar te maken. Want wanneer je dit alles filosofisch gaat beredeneren, laat je de mensen maar achter met een soort geestelijk puzzelboek dat hen gaat vervelen lang voor zij het uit hebben.
Ik heb u de onsterfelijkheid een beetje tegengemaakt en hopelijk ook de zelfmoord. Want deze dingen behoren nu eenmaal niet tot het normale repertoire van onze ontwikkeling. Onze taak is doodgewoon: ons bewust worden van hetgeen wij werkelijk zijn en kunnen en dat dan ook met volledige inzet van onze gehele persoonlijkheid, waar of in welke wereld wij ook verkeren, welke sfeer tijdelijk ons thuis is. Ik dacht zo dat wanneer wij dit maar in de gaten houden, dat kleine deel van ons dat onsterfelijk is, op de duur best aan zijn trekken zal komen. Wij houden dan ook geen tijd over voor zelfmoord. Wij hebben dan zoveel te doen aan onszelf en ten aanzien van de wereld dat tegen de tijd dat wij aan iets als zelfmoord beginnen te denken, wij reeds natuurlijk overleden zijn voor wij het geheel beseffen.
Vrienden, mag ik u toewensen dat u de vreugde van de onsterfelijkheid innerlijk moogt ervaren zonder te beseffen welke lasten zij met zich kan brengen en dat u niet de behoefte zult voelen aan een wereld te ontvluchten, maar probeert daarin dat kleine punt te vinden waardoor het ondanks alles nog steeds de moeite waard is. En als u daarin niet zou slagen, zo wens ik u in ieder geval toe dat u nog een ogenblikje vrolijk en gelukkig zult zijn voor u – en dan hopelijk toch met enige aarzeling – uw keuze uiteindelijk zult bepalen, zelfs indien dit een keuze betekent die ik niet goed zou keuren.
Synchroniciteit
Wat in feite gelijktijdigheid betekent. Je kunt vanuit dit punt vele verschillende dingen zeggen, maar gemeenlijk komt het erop neer dat twee schijnbaar geheel verschillende waarden precies met elkander in de pas lopen.
Dus wanneer u soldaten in de pas ziet marcheren, is er sprake van een synchrone beweging, behalve dan die ene die kennelijk nog niet precies weet wat links en rechts is.
Er zijn heel veel zaken op aarde die deze gelijkvormigheid in de tijd vertonen, dus niet alleen maar soldaten. Let maar eens op: wanneer één politicus op aarde een hele stomme verklaring afgeeft, komen er kort daarna twee anderen die, met andere woorden maar gelijke waardenhoud, hetzelfde doen.
Vind er een vliegtuigongeluk plaats en volgt daarop een tweede, dan is de kans heel erg groot dat er binnen zeer korte tijd nog een derde gebeurt. Gebeurt er echter in die korte periode nog en vierde ongeluk, dan kun je, wanneer je de tijd iets ruimer meet – enkele weken – wel rekenen op een zgn. grote reeks van 9 ongelukken. Wat meer is: wanneer je de punten van de ongevallen op de kaart gaat uitzetten en met lijnen verbindt, vertonen zij – mits de volgorde van gebeuren wordt aangehouden – zeer duidelijke patronen. Het is dan net of de drie ongelukken een driehoek vormen. Heb je die eenmaal, dan kun je vanuit het punt van het laatste ongeluk een lijn doortrekken vanuit het voorlaatste ongeluk. Reken die afstand dan verder en je kunt ongeveer zien waar die volgende driehoek zal vallen. Na het vierde ongeluk kun je dus met een zekerheid tussen 80 en 90% zeggen op welk punt op aarde ongeveer het volgende ongeluk zal gebeuren. Het is dan wel geen gelijktijdigheid, maar toch wil men ook dit verschijnsel wel aanduiden met synchroniciteit, omdat er kennelijk invloeden aan het werk zijn die binnen een bepaalde tijdsmarge een bepaald aantal gelijke of tenminste sterk vergelijkbare ontwikkelingen tot stand brengen.
U meent mogelijk dat uw eigen leven toch wel heel anders verloopt dan dat van anderen. Ergens is dit wel zo, maar wanneer u de zaak gaat onderzoeken, blijkt steeds weer dat er nogal wat mensen zijn die kennelijk op gelijke ogenblikken als u een vergelijkbaar beleven hebben doorgemaakt, ook al was de inwerking binnen het geheel misschien afwijkend. Van tweelingen beweert men zelfs wel dat zij bepaalde invloeden op de gelijke minuut ondergaan, zodat zij op gelijke tijd ziek worden, trouwen, ongelukken krijgen enz. Stel dat u rond uw 9e levensjaar een belangrijke ontwikkeling hebt doorgemaakt of verandering hebt ervaren. Ga dan eens na hoeveel mensen van gelijke leeftijd en ongeveer gelijke geboortedatum iets dergelijks juist op dat ogenblik hebben meegemaakt. Je staat perplex van het aantal. Het lijkt erop dat alle dingen in een bepaald ritme plegen samen te vallen, terwijl je gebeurtenissen en ontwikkelingen zodanig met elkaar kunt vergelijken dat er een vast patroon schijnt te ontstaan. Bezie dan verder de tijdsverschillen tussen bepaalde opvallende ontwikkelingen in eigen leven, die u ook bij anderen ongeveer gelijkwaardig, maar niet vorm-gelijk hebt kunnen constateren. Het zal u blijken dat bepaalde invloeden voor u en vele anderen in een onderling vaste fase werkzaam zijn en zo overal bijna gelijktijdig bepaalde veranderingen tot stand plegen te brengen.
Gaat dit de kant uit die u wenste? Is het interessant? Anders kan ik altijd nog omschakelen. Want wanneer iemand mij dit alles zou vertellen, zou ik geneigd zijn te vragen of hij geen andere en betere benadering van het onderwerp zou weten. Maar ik probeer er iets van te zeggen op de bij de aanwezigen meest passende wijze.
De moeilijkheid is niet wat het woord wetenschappelijk betekent of kosmisch betekenen kan, maar wat de mensen ervan denken en in hoeverre dit klopt met de feiten. En dat kan moeilijk worden.
U kent allen die verhalen wel over eeneiige tweelingen. Al kennen zij elkander niet of hielden zij zoveel van elkaar dat de ene naar Amerika is vertrokken en de ander naar Australië, zij kregen dezelfde dag griep, trouwden op dezelfde dag en ook andere ongevallen kwamen steeds op dezelfde uren bij hen voor.
De mensen noemen dit dan synchroniciteit en vragen zich af waar dat dan wel vandaan zou komen. Waarop de astroloog arriveert en uitlegt dat het zeer kleine verschil in geboortetijd – enkele minuten vaak – voor hen gelijke sterreninvloeden betekenen moet. Kleine verschillen zijn – zo orakelt men – dan nog wel mogelijk maar in grote lijnen moeten deze beide levens parallel lopen, zodat invloeden en de daaruit stammende gebeurtenissen steeds weer gelijktijdig zullen optreden. Nu heeft men daarmee wel niet geheel ongelijk, maar wanneer men berekent dat er op een bepaald ogenblik in die twee levens iets moet gebeuren, gebeurt er juist geen p…, en op het ogenblik dat volgens de sterren alles voor hen heel rustig moet zijn, blijken beiden die rust wel te genieten, maar dan in een ziekenhuis. Waarmee ik maar wil zeggen dat het met astrologische voorspellingen lang niet altijd goed zit. Maar toch komt het genoemde verschijnsel controleerbaar nogal eens voor en worden de mensen steeds weer getroffen door deze gelijktijdigheid van gebeuren.
De mens houdt zich vooral in dit opzicht voornamelijk bezig met de menselijke natuur en de verschijnselen daarin en vergeet daarom al te vaak na te gaan hoeveel natuurverschijnselen ook op een dergelijke gelijktijdigheid gebaseerd blijken te zijn. Mogelijk ziet men de synchroniciteit vaak over het hoofd, omdat bij de ware vorm hiervan vele verschillende factoren plegen samen te werken. Je hebt dus nooit te maken met een constateerbare enkele factor, die voor alles aansprakelijk is. Ontleed men die factoren, dan blijkt dat zij elk voor zich deel uitmaken van geheel verschillende processen of ontwikkelingen, maar dat er met tussenpozen ogenblikken voorkomen waarop de verschillende invloeden zich zodanig bewegen dat zij elkander snijden als lijnen. Op elk kruispunt ontstaat dan een feit. Daar meerdere snijpunten in de tijd gelijktijdig voorkomen, lijkt dit verschijnsel mij de meest redelijke verklaring voor synchroniciteit.
Soms veroorzaakt een bepaald gebeuren – bv. iemands dood – een spanning waardoor anderen bijna gelijktijdig van dit verschijnsel in bv. een droom kennisnemen. Ook dit noemt men wel synchroniciteit.
Het leven doet mij in dit opzicht wel denken aan een verbrandingsmotor: het resultaat is een vaste voorwaartse beweging. Maar hebt u zich wel eens gerealiseerd hoeveel verschillende onderdelen en factoren in een precies getimed verband moeten samenwerken om het voertuig zonder stotteren te laten rijden? Zeker, in motoren en machines hebben wij te maken met synchroniciteit die kunstmatig tot stand gebracht worden. Vandaar ook de noodzaak steeds weer je ontsteking bij te stellen.
Wanneer u weer eens naar de natuur kijkt, moet u toch eens letten op de verschillende dingen die er gebeuren en het verband ertussen eens moeten nagaan. Het zou mij niet verwonderen wanneer u zich zou gaan afvragen of wij hier in feite niet te maken hebben met een vergelijkbaar soort mechanisme. Vooral zult u zich meer en meer gaan afvragen of niet zeer vele schijnbaar geheel zelfstandige ontwikkelingen en zaken tot een samenwerking komen, waarbij een deel van krachten wordt omgezet in iets anders en wat meer is, dat dit op meerdere plaatsen in de natuur gelijktijdig of bijna gelijktijdig in alle fasen verloopt. Je komt dan tot de conclusie dat er ook in de natuur een vast schema bestaat.
Je kunt in dit verband zelfs niet spreken van bv. een ecologisch schema, omdat de ecologie kennelijk kan veranderen van evenwicht zonder dat de invloeden en hun gelijktijdig optredende gevolgen daardoor wezenlijk van aard veranderen. Wel zal de betekenis van het resultaat voor de mens een andere waarde kunnen bezitten, maar het feit en de werking op zich blijft gelijkaardig. Kijk eens buiten de aarde: wij bewegen ons rond de zon. Deze bepaalt samen met de aarde de aardasstand, het jaargetijde enz. De aarde heeft een zo goed als vaste omlooprelatie tot de zon. Maar daardoor wordt ook weer de relatie en baanhoek bepaald ten aanzien van alle andere lichamen die rond die zon draaien. Ook hier is er sprake van een gelijkwaardigheid, maar niet gelijkheid van beweging, waardoor een reeks verschijnselen met een vaste regelmaat ontstaat en invloed heeft op allen die door hun wezen of werken daarvoor aanspreekbaar zijn. En alweer geldt: wanneer het verschijnsel eenmaal ontstaat, zijn de gevolgen daarvan in de levens van zeer veel verschillende wezens praktisch synchroon.
Soms is er een omkeerbaarheid die berust op wederkerigheid. Wanneer er bv. een maansverduistering is, betekent dit voor de maan een gelijktijdige aardverduistering. Ontstaat er een bijzondere constellatie van planeten, waarbij deze ten aanzien van elkaar een bijzondere stand krijgen, dan mogen alle yogi’s en hoe zij ook heten, samenkomen om te wachten op het einde van de wereld. Zij krijgen dan ongelijk, maar gelijktijdig is er wel degelijk bijna gelijktijdig op vele plaatsen op aarde sprake van veranderingen of storingen. Kijk je nog verder de ruimte in, dan blijkt dat de zon met haar planeten een eigen baan aflegt langs het melkwegstelsel. Deze bijna parabolische baan betekent een voortdurend veranderen van de mogelijke relatie tot de ruimte. Want die ruimte is ook niet overal even leeg. Door deze weg, plus hetgeen zij daarop ontmoet, zal het eigen ritme van de zon wijzigingen kunnen ondergaan. Dit betekent o.m. dat haar straling tijdelijk anders wordt. Dit betekent voor alle leven op aarde een gelijktijdige verandering van levensomstandigheden, ofschoon de wijze waarop deze ervaren zal worden afhankelijk is van de eigenschappen en levenseisen van elke levensvorm op zich. Steeds weer blijken delen van de kosmos ten aanzien van elkaar banden te hebben, onderling te reageren. Steeds weer betekent dit het gelijktijdig optreden van of voorkomen van bepaalde feiten. Men kan dit zover doorzetten, dat zelfs een soortgelijke relatie tussen de verschillende melkwegstelsels denkbaar is. Denkbaar omdat de tijd die dergelijke wisselingen in groot verband eisen, het de mens bijna onmogelijk maakt deze te registreren en men dus op hypothesen aangewezen blijft.
Het voorgaande zal u duidelijk maken dat ik de gelijktijdigheid van bepaalde ontwikkelingen of gebeurtenissen dus niet beschouw als een toeval, maar eerder als uitvloeisel van bepaalde wetmatigheden. Ik kom nogmaals terug op het binnen een korte tijd voorkomen van gelijksoortige ontwikkelingen of ongelukken. Wanneer een reeks van ernstige auto-ongelukken onder exceptionele omstandigheden plaatsvindt, moet er een verklaring zijn voor dit gelijktijdig of bijna gelijktijdig voorkomen daarvan vooral wanneer blijkt dat de oorzaak in eerste aanloop in alle gevallen gelijk was. Daar die ongevallen in de tijd dicht genoeg bijeen liggen om nog over synchroniciteit te spreken en een gelijke oorzaak hebben, moet daarvoor een bepaalde oerbron bestaan. In het genoemde voorbeeld blijkt deze vaak te liggen een nogal plotselinge, verandering van lucht elektriciteit, een tijdelijke storing in het aardmagnetisch veld of iets dergelijks. In vele gevallen kan men bovendien aannemelijk maken, dat dit samenhangt met een bepaalde planetenstand. In andere gevallen blijkt een opeenvolgende reeks van dergelijke ongelukken samen te gaan met een vervuiling in hogere luchtlagen, die als het ware met de jet wind rond de aarde loopt. De verandering betekent kennelijk voor de mensen een veranderen van hun eigen reactie vermogen en daardoor een reeks ongevallen. Zo bezien is het niet alleen maar een kwestie van een klok die gelijkloopt met een enkele andere klok, maar van een reeks van invloeden die een vaste verhouding kennen met elkander ten aanzien van elkaar inwerken en zo het optreden van synchrone ontwikkelingen veroorzaken. Nogmaals de gevolgen zullen zelden of nooit geheel gelijk zijn, maar de daarbij bepalende invloeden dus wel. Dan is in de tijd een verschuiven van invloeden ten aanzien van elkaar denkbaar, maar deze blijft zo gering, dat voor de gevolgen nog steeds van een gelijktijdigheid gesproken kan worden, ofschoon nu lichte afwijkingen in de oorzaak kenbaar kunnen worden. Deze verschuiving kan mede de oorzaak zijn dat een reeks van ongelukken of zelfs van een bepaalde soort natuurrampen schijnbaar om de wereld wandelt.
Wanneer je uitgaat van kosmische factoren wordt veel begrijpelijker waarom bepaalde soorten van menselijke reacties, ongelukken en natuurrampen opeens samen lijken te vallen. Stel je bovendien dat de intensiteit van een dergelijke invloed niet overal gelijk zal zijn, maar toch gehoorzaamt aan een zekere symmetrie dan worden ook de driehoeken verklaarbaar die ik u noemde in verband met veronderstelde vliegtuigongelukken. Het is waarschijnlijk dat dergelijke puntpatronen deel uitmaken van een veel complexer patroon, waarvan zij tijdelijk hoekpunten of zwakke punten vormen. Het geheel zou dan kunnen liggen in een vast lijnenstelsel in de ruimte, een soort kristallijne structuur van krachtvelden en lijnen. Het samentreffen van mens, mogelijkheid en invloed zou dan het effect veroorzaken. De wijze waarop mensen dan vanuit zich vaak die invloeden op een bepaalde wijze vooral kenbaar doen worden, moet gelegen zijn in vaste menselijke eigenschappen of regels en ordeningen in de menselijke gemeenschap. Zeker is volgens mij dat er zoveel vergelijkbare invloeden en beïnvloedingen op aarde constateerbaar zijn, dat op grond daarvan kan worden gesteld: een deel van de werkelijkheid is synchroon, afwijkingen plegen echter in het geheel gelijktijdig tot uiting te komen, maar zich slechts op bepaalde punten te verwezenlijken.
De meerderheid vraagt zich af, wat ik nu toch zit te kletsen. Troost u, wanneer dit al geklets is, kunt u het betrekkelijk dichtbij nog veel erger horen, rond het binnenhof bv., maar dat is daar dan wel veel duurder.
Nu nog iets anders: Wanneer er op een wereld iets gebeurt, wordt een van meerdere mogelijkheden waar. Vraag u eens af waarom niet alle mogelijkheden waar zouden kunnen worden. Voor u zou dan alleen de waarheid, het gebeuren, gelden dat u ervaart.
De gehele stelling omtrent parallelle werelden berust op dit gegeven: wanneer elke belangrijke mogelijkheid in de kosmos ergens werkelijk zal worden, zal er steeds weer een wereld ontstaan op die punten waarop een beslissing zal worden genomen en dus afsplitsing van de bestaande werkelijkheid denkbaar is. Gezien de gelijke stam zal echter de ontwikkeling in alle werelden synchroon bepaalde schokken en leemten vertonen. Kortom: synchroniciteit in verdere ontwikkelingen, maar geen gelijkheid van uitgangspunten. Wat de zaak althans theoretisch erg interessant zou maken.
Stel: in uw wereld heeft Napoleon of Hitler verloren, dus er zou ook een parallelwereld moeten zijn, waarin zij gewonnen hebben. Maar de invloeden moeten verder vergelijkbaar lijken. Wanneer er in uw wereld een conflict ontstaat tussen een omhooggevallen boerenjongen en een gedeclasseerd acteur dan moet iets dergelijks ook in die andere wereld plaatsvinden. Er zal een synchroniciteit van invloeden blijven bestaan, maar dit betekent niet een gelijkheid van gebeurtenissen.
Met dit voorbeeld heb ik duidelijk willen maken, dat synchroniciteit vooral zal gelden ten aanzien van invloeden. Effecten zullen wel gelijktijdig kenbaar worden, maar worden in vorm bepaald door de omstandigheden waaronder zij plaats vinden.
Indien ondanks mijn pogen vooral op uw denken in te gaan, dit niet voldoende is, kunt u aanvullingen vragen.
Hoeveel parallelle werelden zijn er eigenlijk?
Zeer veel. Want theoretisch moet er, indien het Bijbelverhaal historisch juist geweest is, een wereld bestaan waarin Eva tot de slang heeft gezegd: Barst maar met je appel, ik heb nu trek in iets anders. In theorie is het aantal afsplitsingen van de stam-werkelijkheid oneindig. Nemen wij uw wereld als stamwereld, dan zal toch nog elke parallelle wereld eveneens zijn aftakkingen vertonen. Maar in de praktijk zijn die werelden voor u niet bereikbaar. De beredenering van het bestaan van dergelijke werelden is een heel ingewikkelde reeks theorieën. Laat mij dus volstaan met het antwoord: zeer vele, maar voor u niet bereikbaar. Dus of die werelden feitelijk bestaan of niet, u zit in ieder geval opgescheept met deze wereld.
Bestaat er dan wel werkelijk een parallelle wereld?
Niet op een voor u toegankelijke wijze. Maar deze werelden bestaan inderdaad. Zover ik in de geest kan nagaan, ligt het ongeveer als volgt: er is een werkelijkheid, maar deze wordt nooit als zodanig beseft. Zij wordt alleen geïnterpreteerd. Waar afwijkende interpretaties ontstaan, zal die werkelijkheid dus afwijkende aspecten vertonen. In elk zo ontstaan aspect zijn een groter aantal entiteiten met elkander verwant. Daarom lijkt het een geheel afzonderlijke mogelijkheid-wereld met zelfstandige ontwikkelingen, maar deze zullen altijd binnen het kader van de werkelijkheid blijven en kunnen daarbuiten geen “feiten” produceren.
Dit nu blijkt, op grond van hetgeen je in de geest kunt waarnemen, een feit te zijn. Mogelijk is ook dit een kwestie van interpretatie, maar volgens ons zullen er inderdaad parallelle werelden bestaan. De ontwikkelingen daarin zijn licht divergerend gelijk aan die in uw wereld. Het schijnt ons toe dat een betreden van een dergelijke wereld alleen mogelijk zal zijn door een algehele omschakeling van je eigen kenvermogen, plus een groot deel van uw reactievermogen. U zou dan terechtkomen in een wereld die andere mogelijkheden, wetten e.d. kent, maar die in wezen toch een soort replica is van uw wereld en daarmee gelijke historie kent, tot het ogenblik waarop afsplitsing heeft plaatsgevonden. Wilt u het enigszins onjuist uitdrukken dan kunt u ook zeggen dat dergelijke werelden vanuit uw standpunt behoren tot een andere dimensie.
