Ontstaan, behandeling en genezing van psychosen, neurosen, autisme en schizofrenie

image_pdf

23 november 1979

Aan het begin van de bijeenkomst wens ik jullie erop attent te maken, dat wij sprekers van de groep, niet alwetend noch onfeilbaar zijn, gelieve zelf na te denken over hetgeen gebracht wordt. Mag ik vragen welk onderwerp u voor vanavond voorzien had?

Ontstaan, behandeling en genezing van psychosen, neurosen, autisme en schizofrenie

Met andere woorden: geef ons even een klein recept voor al datgene wat de psychiatrie nog niet voldoende weet…

Neurosen kunnen wij over het algemeen redelijk behandelen en genezen wanneer wij rekening houden met het volgende: er is een oorzaak. Wij moeten proberen die oorzaak zo snel mogelijk te weten te komen. Heel vaak lukt dit, wanneer men een patiënt een hypnoticum kan geven zonder dat deze zich hiervan geheel bewust is.

In de tweede plaats heeft elke neurose, zoals u bekend zal zijn, de neiging lichamelijke nevenverschijnselen op te roepen. In bijna alle gevallen kunnen wij deze door een aangepaste medicatie verminderen en hierdoor de patiënt de mogelijkheid verschaffen om tot een versnelde beheersing te komen.

Dit geldt vaak ook voor psychotisch gedrag, ofschoon wij daarbij in de meeste gevallen niet alleen maar te maken hebben met achtergronden, maar ook met een ritme, waarin dergelijke gedragingen voorkomen. Wanneer dit een maanfase gedrag is, zullen wij dit vaak reeds op betrekkelijk eenvoudige wijze kunnen opvangen door juist in de kritieke periode de nodige medicijnen als voorzorg te doen innemen.

Blijkt het in verschijning treden van de psychose echter van andere factoren afhankelijk te zijn, dan wordt de behandeling ingewikkelder. Allereerst is het van groot belang uit te vinden, welke de prikkelfactoren zijn, die de psychose wakker roepen. Ook hier kunnen wij gebruik maken van middelen die verhoogde suggestibiliteit veroorzaken en naar hypnose grijpen. Indien psychische factoren beslissend blijken te zijn, kunnen wij de patiënt mogelijk een respons op de eerste tekenen aanleren, die als het ware automatisch optreedt. Herhaalde hypnotische suggesties kunnen hierbij vaak dienstig zijn. Het verschijnsel zal dan gemeenlijk steeds minder fel naar voren treden, de gedragsafwijkingen nemen af en op de duur wordt de reactie op de wekimpuls steeds zwakker. De patiënt zal als gevolg hiervan komen tot een normalere gedragsgewoonte en hierdoor alleen reeds zal de psychose onder druk komen te staan en in werking nog verder afnemen. Ofschoon de afwijking in feite wel blijft bestaan, valt zij dermate weg in de achtergrond van de aanvaarde gewoonten, dat zij niet meer als gedragsafwijking tot uiting zal komen.

Bij fysieke oorzaken zal men uit de aard der zaak allereerst deze moeten behandelen, voor men middels suggestie en vergroting van de zekerheid van de persoon ook de psychische belasting geheel weg kan nemen. In dergelijke gevallen is algehele genezing mogelijk.

Ik wil er met nadruk op wijzen dat wij in alle genoemde gevallen te maken hebben met iets, wat zowel psychisch benaderd moet worden als fysieke behandeling vergt. Alleen door de lichamelijke afwijkingen, oorzaken en reacties zo goed mogelijk te bestrijden, kan ook met een psychische behandeling snel resultaat geboekt kunnen worden. Af te keuren zijn de zgn. rustgevende middelen, die in feite alleen maar versuffen en noch fysiek noch psychisch werkelijk iets veranderen of zelfs maar beïnvloeden in verband met de kwaal.

Dan schizofrenie. Deze gespletenheid van de persoonlijkheid heeft over het algemeen wel psychische oorzaken. Of wij deze binnen redelijke termijn zullen kunnen opsporen is een eerste vraag. Ten tweede moeten wij nagaan, of wij een gedragsaanpassing tot stand kunnen brengen waarbij de psyché toch als geheel kan blijven functioneren. En  dat is nog zwaarder.

In vele gevallen zal psychisch ontstane schizofrenie aanmerkelijk verbeteren, wanneer je een mens een tijdlang kunt brengen in een geheel ander milieu met geheel van al het gekende afwijkende regels en wetten. Vereiste in dergelijke gevallen is wel dat de patiënt ook naar eigen gevoel geheel zichzelf kan zijn en uiten.

Ondertussen moeten wij niet vergeten dat er vaak ook fysieke oorzaken voor schizofrenie kunnen bestaan, gemeenlijk vergiftigingsverschijnselen. Zelfs een onevenwicht van interne afscheidingen kan een dergelijke afwijking veroorzaken in gedrag en gevoelsleven. Blijken er geen directe oorzaken te vinden en hebben wij ook het normaal dieet van de patiënt nagegaan, dan moeten wij aannemen dat een deel van de psyché sterk onderdrukt is.

In feite is dit bij bijna alle mensen min of meer het geval. Bij de schizofrenie echter zijn de spanningen dermate hoog opgelopen, dat er een neiging bestaat, om het onderdrukte deel van de persoonlijkheid tijdelijk alle macht te geven. Er zijn zelfs gevallen, waarin een dergelijke reactie bijna onvermijdelijk is. Kenmerkend hiervoor zijn perioden met droom of schrikbeelden, uitmondende in een periode, waarin de normaal getoonde persoonlijkheid geheel of grotendeels vervangen wordt door de onderdrukte delen van het ego.

Soms treden meerdere “personae” afwisselend op de voorgrond. Dergelijke deelpersoonlijkheden worden soms aangevuld met ervaringen of neigingen die stammen uit vorige incarnaties of latente erfelijke kwaliteiten. In beide gevallen kan het aannemen van de andere persona gepaard gaan met een min of meer vergaande identificatie met de levens of de personen in het voorgeslacht waarbij de onderdrukte neigingen of eigenschappen het meest dominant waren.

Hoe echter ook de verschijnselen ontstaan zijn en welke factoren daarin ook meespelen, de taak van psychiater, psycholoog en medicus is altijd in de eerste plaats een zo snel mogelijke aanpassing aan de algemeen aanvaarde gedragsnormen tot stand te brengen. Dit kan alleen, wanneer wij het probleem zelf dermate goed leren begrijpen dat het mogelijk is een weg aan te geven, waardoor in het bestaan deze spanning zoveel mogelijk ophoudt een probleem te zijn en eventuele onrust over de impulsen zover terzijde wordt geschoven, dat deze beheersbaar worden.

Ook hier geldt, zoals in de voornoemde gevallen, dat het niet mogelijk is, het gehele complex waaruit de kwaal stamt, te genezen. Zelfs indien wij alle uitingen kunnen beheersen of onderdrukken, zo zal de oorzaak zelf in het onderbewustzijn steeds nog aanwezig blijven en zullen herinneringen aan de “aanvallen” een rol blijven spelen in de reacties op de wereld.

Wij moeten dus trachten, de aanvaardbaarheid van de herinneringsinhouden en impulsen voor de patiënt te vergroten, terwijl wij gelijktijdig er met alle ter beschikking staande middelen voor zorgen dat de reacties van de patiënt binnen het aanvaardbare blijven. In de meeste gevallen zien wij dan ook, dat bij “genezing” andere, maar nu voor de omgeving wel aanvaardbare compenserende verschijnselen op gaan treden.

Toch is er bij de zgn. gespleten persoonlijkheid nog een ander aspect in het geding, dat wij hier zeker niet mogen vergeten: Zij kan veroorzaakt worden door wat men een aanhechting noemt of zelfs het gevolg zijn van een zich herhalende inbeslagname. Wat erop neerkomt dat andere, niet stoffelijk levende, persoonlijkheden tijdelijk het eigen ik van de patiënt domineren of sterk beïnvloeden. Je zou dit een vorm van bezetenheid kunnen noemen, al heeft het niets te maken met hetgeen men in kerkelijke kringen hieronder pleegt te verstaan.

U moet echter goed begrijpen dat dit zeker niet altijd het geval zal zijn. Het voorkomen van bezetenheid onder hen die verschijnselen van schizofrenie vertonen, is hoogstens één op duizend, wanneer wij denken aan inbeslagname. Aanhechtingen zullen op de duizend 107 tot 108 voorkomen.

Een additionele behandelingswijze wanneer men een van deze oorzaken vermoed, is gelegen in het vlak bij de patiënt ter beschikking stellen van een openstaand medium, bij voorkeur beheerst.

Bij een aanhechting zal de mogelijkheid zich ongehinderd middels een medium te kunnen uiten voor de aanhechtende persoonlijkheid vaak zeer aantrekkelijk zijn. Daar contact kan worden gemaakt met de aura van het medium zal bovendien het vaak ongewilde contact en de vervlechting met de aura van de patiënt gemakkelijker op te lossen zijn.

Bij rond één van de tien patiënten zou dus op deze wijze een nogal spectaculaire genezing bereikt kunnen worden. Vooral omdat gewoonten die bij een langer bestaan van de aanhechting, lichamelijk zijn ontstaan bij afwezigheid van de instigator gemeenlijk na zeer korte tijd (weken) zullen verdwijnen.

Heeft men bij aanhechtingen te maken met entiteiten die door onachtzaamheid of onwetendheid verward geraakten in de zenuwimpulsen en aura van een patiënt – wezens die gemeenlijk zeer snel voor rede vatbaar zijn – anders zal het liggen wanneer wij te maken hebben met inbeslagname of bezetenheid.

Hier zullen wij te maken hebben met iemand, die bewust kiest voor dit regeren in of medeleven in een andermans lichaam. Maar ook hier kunnen wij vaak resultaten boeken wanneer wij een andere persoon ter beschikking kunnen stellen, waarin de inbeslagnemende een grotere uitingsmogelijkheid vermoedt.

Slaagt men erin, contact op te nemen middels het medium, dan dient men onmiddellijk maatregelen te nemen, waardoor het mogelijk is tijdelijk de lichamelijke gesteldheid van het medium te veranderen, denk hier wel aan het dan toedienen van snelwerkende middelen uit de klasse, die men wel tranquilizers noemt. De zo ontstane rust in lichaam en aura werkt gemeenlijk als middel tot afwijzing heel goed. Ook in deze gevallen kunnen wij dus wel iets tot stand brengen. Maar daar wij hier te maken hebben met een persoonlijkheid, die bewust voor dit contact heeft gekozen, is terugval eerder mogelijk,

Ten laatste wil ik u eraan herinneren dat schizofrenie vaak een soort hysterisch verschijnsel is, mede veroorzaakt door een uit balans zijn van het evenwicht der interne afscheidingen en mogelijk een te zware of langdurige belasting van een deel van het zenuwstelsel.

Indien men in twijfelgevallen van deze aard toch besluit, de methode met de medewerking van een medium te gebruiken, zo zal dit niet schadelijk zijn. Van een dergelijke sessie gaat gemeenlijk ook een sterk suggestieve werking uit. Het is dan mogelijk dat een aantal gevallen, die niet door een entiteit worden geplaagd, daarop toch positief reageren. Van een blijvende genezing zal echter dan geen sprake zijn. Wel bereikt men voor enige tijd een grotere aanspreekbaarheid en vrijheid van afwijking bij de patiënt die mogelijk dan benut kan worden voor verder onderzoek en het toepassen van de juiste therapie.

Vaak meent de patiënt werkelijk te lijden te hebben van een aanhechting of inbeslagname. Het is belangrijk, dat men zo snel mogelijk de patiënt in de gelegenheid stelt te spreken over alles wat hij vermeent te hebben doorgemaakt tijdens de zitting. In vele gevallen, heeft u dan tevens nieuwe en vaak onverwachte gegevens, die een snellere en juistere diagnose mogelijk maken.

Ik meen dat wij hiermede de punten die in dit verband redelijk binnen het begripsvermogen van het gehele gezelschap liggen hadden doorgenomen.

Te behandelen blijft nog het autisme, wat in feite neerkomt op een afgesloten zijn. Dit kan op vele wijzen tot stand komen. Wij kunnen hierbij zelfs denken aan prenatale psychische en fysieke trauma’s, maar evenzeer aan fysieke en psychische moeilijkheden die het kind, heeft ervaren in de eerste 11 à 12 maanden van zij bestaan.

Daarnaast kan het verschijnsel autisme voortkomen uit een verkeerde hormoonbalans, verkeerde voeding. Zoals u ziet een verscheidenheid van oorzaken, die nog niet eens geheel volledig is. Maar de contactarmoede en het zelfcentrisme zijn in alle gevallen kentekenend en in alle gevallen spreken wij van autisme.

Bij de eerst door mij genoemde prenatale oorzaken zal het autisme reeds min of meer kenbaar worden in de wieg periode, in alle andere gevallen wordt de afwijking gemeenlijk erkend tussen de 1 en 2 jaar ouderdom.

Wat je ertegen kunt doen? In de eerste plaats natuurlijk nagaan of hormoonbalans of voeding wel in orde zijn. Maar daarnaast zal ook het autistisch kind wel degelijk een contact met de wereld rond zich zoeken. De moeilijkheid hierbij is, dat levende wezens vaak te snel reageren terwijl het kind bovendien moeilijkheden heeft bij zijn pogingen, de veranderingen en intenties in die wereld buiten het ik te registreren en vooral ook te interpreteren. Daarom is het noodzakelijk dat contactpogingen worden gedaan door een zeer geduldig iemand, die steeds weer op dezelfde omstandigheden traag en overlegd en geheel op dezelfde wijze reageert. Hierdoor wordt de aanspreekbaarheid groter en zal de kans, het isolement incidenteel en dan meer blijvend te doorbreken, toenemen. Is er eenmaal contact, zo zullen wij vaak en niet zonder verwondering zien dat het kind, ondanks zijn traagheid in reageren op signalen van buitenaf, zich snel en sterk richt op die contacten met de buitenwereld en zich gelijktijdig steeds meer moeite gaat geven om dit contact in omvang en betekenis te doen toenemen.

Dit impliceert een toenemend — zij het beperkt — leerproces, maar ook dat het kind meer moeite gaat doen om zich aan te passen aan degene op wie het zich richt. Of je de daarmee zonder meer een genezing bewerkstelligt? Volgens mij is een werkelijke genezing altijd vraagwaardig. Maar is er sprake van een fysiek trauma, zij het prenataal, zij het als gevolg van een imbalantie van afscheidingen, zo kan men vaak onverwacht goede resultaten behalen door het gebruik van medicijnen. Ik verwijs hierbij naar de laatste ontdekkingen op dit gebied, die in de USA zijn gedaan.

Mits de toepassing in overeenstemming is met de oorzaak van de kwaal, ontstaat als gevolg hiervan vaak een zeer plotselinge doorbreking van het gedragspatroon. Leren is dan – zij het met beperkingen – zonder meer mogelijk en een redelijke aanpassing aan de omgeving is zonder meer bereikbaar.

In hoeverre ook bij deze gevallen nog sprake kan zijn van hersenbeschadigingen, combinatiestoringen e.d. zal voor elk kind anders liggen, zodat geen prognose mogelijk is. Opstandigheid zowel als het aanleren van zeer bepaalde handelingen en gedragswijzen komt overigens bij alle patiëntjes wel voor en duidt op een behoefte, eigen plaats in de wereld op een andere wijze dan tot nu toe te bepalen.

Aan de andere kant blijken dergelijke patiëntjes vanuit dezelfde drijfveren soms een soort doofheid en blindheid voor bepaalde klanken, signalen en beelden te ontwikkelen. In dit laatste geval is er bijna altijd sprake van een prenataal psychisch trauma.

Van belang is het altijd weer, dat men erin slaagt een voor het kind zelf geldende en aanvaardbare reden te geven, om het eigen isolement te doorbreken. Indien er voor het kind een reden bestaat om contact op te nemen met iemand, die het in zijn omgeving reeds beseft, kan een eerste doorbraak hierdoor sneller bereikt worden.

Hopelijk is dit voldoende, want indien ik voor allen begrijpelijk wil blijven – wat mij toch niet geheel gelukte — kan ik moeilijk verder op deze zaken ingaan.

Vragen

  • Bij die schizofrenie is het voor een psychiater van belang, die aanhechtingen of bezetenheid te kunnen herkennen.

Ja. De moeilijkheid hierbij is het feit dat een psychiater heel vaak door zijn opleiding niet geneigd is, dergelijke invloeden te herkennen. Volgens mij zou elke psychiater ook iets van parapsychologie moeten weten en zo mogelijk ook zelf proeven en onderzoek op dit gebied moeten hebben meegemaakt.

Hierdoor zou hij ongetwijfeld al meer interesse krijgen voor alles wat er op dit reeds gedaan is en zou hij mogelijk ook minder lachen om de proeven en genezingsprocessen die een bekend Engels psychiater rond de 20-er jaren met deze benadering behaalde. Zijn behandeling wordt over het algemeen als een suggestieve omschreven en zijn bewijsvoering gemeenlijk als onjuist bevooroordeeld en onwetenschappelijk afgedaan. Wat toch heus niet het geval is. Kortom: er bestaat vaklitteratuur ook hierover. Ook meer algemeen toegankelijke werken over dit bijzondere verschijnsel hebben bestaan, maar ik weet niet of die nu nog in omloop zijn.

Alleen reeds door het kennis nemen van al, wat op dit gebied werd gepubliceerd, kan men dan reeds een aantal aanwijzingen krijgen, waardoor men aan de hand van reacties en verschijnselen op de waarschijnlijkheid van aanhechting of bezeten worden kan sluiten.

Overigens komt bij bezetenheid een dermate irrationeel gedrag met een eigen, dan weer geheel sluitende, logica voor, dat hierdoor reeds de bezetenheid, de inbeslagname, kenbaar wordt. De vraag is dan alleen nog of men op een dergelijke niet wetenschappelijk erkende of tot nu toe aanvaardbare wijze van bendering durft en wenst te gebruiken om een mogelijke genezing te bewerkstelligen. Want iemand die op deze wijze probeert patiënten te genezen, loopt gevaar om, zelfs wanneer hij succes heeft, bij vakbroeders als een halve gek bekend te staan.

Aanhechtingen kun je helderziend gemakkelijk waarnemen. Kenmerkend is hierbij dat bij het spreken over zeer bepaalde onderwerpen steeds weer de persoonlijkheidskarakteristiek van de persoon wijzigingen vertoont, die echter geen afwijzing van de benadering, maar eerder een afwijkende belangstelling als oorzaak blijken te hebben.

Er schijnen bepaalde begripssleutels te zijn, die het optreden van de persoonsverandering ten zeerste bevorderen. Bij aanhechtingen hebben wij verder zeer vaak te maken met klachten over plotselinge pijnen. Dit zijn dan niet de bekende hoofdpijnvormen, maar vlijmende pijntjes in de nek terwijl ook vaak pijnen voorkomen in een van de ledematen maar dan altijd wel vlak bij het gewricht, terwijl met alle moderne middelen daarvoor geen oorzaak is vast te stellen. Dit koud worden van een dergelijke plek en dit geprikkeld klagen over stekende pijntjes – dat overigens vaak ook aan aanval aankondigt – kan eveneens gelden als bewijs, dat van aanhechting kan worden gesproken.

Bij inbeslagname hebben wij te maken met een zeer plotselinge en totale persoonsverandering. Zij komt het meeste voor op ogenblikken dat een machtsmanifestatie opeens mogelijk wordt en zal vooral opvallend zijn omdat zij pleegt op te treden op gebieden in omstandigheden, waar de persoon zelf zich normalerwijze onderdanig en meegaand pleegt te tonen.

De gedragsafwijking is hierbij zodanig dat – en in de meeste gevallen zeer duidelijk – de persoon ook tegen zijn belangen in handelt en zelfs zichzelf in moeilijkheden brengt of risico van verwondingen e.d. neemt.

Indien dit zich meerdere malen voordoet, zal men tenminste met de mogelijkheid van een inbeslagname moeten rekenen. Wat, hoop ik, enigermate voldoende wordt geacht.

  • Kunt u nog iets zeggen over die aanhechtingen, de aard van de geesten, het doel?

De aanhechter is gemeenlijk iemand, die per ongeluk in een aura verward raakte, veelal tijdens een sterke uitbarsting van emoties. Het betreft hier entiteiten die nog niet in het licht leven, aardgebonden kunnen zijn, maar soms ook entiteiten, die nog niet zo lang geleden zijn overgegaan. In enkele gevallen zijn het ook personen, die tot de hoogste duistere sferen behoren.

Het verward geraken in de aura is een gevolg van een te dicht bij de persoon zijn op het ogenblik, dat een chakra bijzonder actief is. Dit is een soort kolking, een kleine wervelstorm van energie die tot soms enkele meters buiten het lichaam zijn invloed kan doen gelden. Eenmaal meegezogen zijn delen van de entiteit als het ware in de aura verward. Zij proberen dan een eigen uitweg te vinden en komen daarbij in contact met het zenuwstelsel. Een deel van de signalen van de patiënt wordt ontvangen en de entiteit ontdekt al snel, dat het mogelijk is, soortgelijke signalen uit te zenden, wat resulteert in een bijna bevredigende uiting. Het gevolg is echter wel een verstoring van het normale reactiepatroon van de betreffende mens,

Na de overgang gaat een dergelijke band onmiddellijk teloor omdat de delen van de aura die de sterkste band vormen, verdwijnen. Ook de bindingen met het zenuwstelsel, waarmede de aanhechter kan spelen en reacties kan uitlokken, functioneert niet meer.

Kortom: bij de dood vallen alle krachten weg, die de aanhechting in stand houden. De mogelijkheid zich te uiten door en te oriënteren door een andere persoonlijkheid valt eveneens weg.

Bij inbeslagname is de eigen geest in feite verdrongen. Zij kan teruggedrongen zijn in een klein deel van het eigen ik of zelfs buiten dit ik leven en waarnemen. Er is geen feitelijke verbinding tussen de persoon van de inbeslagnemer en de inbeslaggenomene. Wanneer de dood intreedt valt de mogelijkheid het lichaam te beheersen voor praktisch alle inbeslagnemende geesten weg en is dus elk contact geheel verbroken. Wel is het onder omstandigheden denkbaar dat – dit is afhankelijk van de mogelijkheid tot enige harmonie tussen in bezit genomene en in bezit nemer – de laatste zich aan de eerste toont en door dreiging probeert de ander alsnog tot een onderwerping te brengen, nu in een geestelijke wereld. Daar bij het sterven echter gemeenlijk ook andere entiteiten uit meer lichtende sferen aanwezig zullen zijn, is de kans dat een dergelijke poging tot intimidatie slaagt nogal gering. Wat hoop ik voldoende is.

 Ik moet tot mijn spijt eindigen. Ik dank u voor uw aandacht en wens u een goede avond.

image_pdf