4 juli 1980
Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. Denk dus zelf na over al wat gebracht wordt.
Wanneer u een dergelijke titel hoort, zult u zich mogelijk afvragen waar dat nu eigenlijk op slaat. Wel, elke mens heeft een eigen vermogen tot waarnemen. Een deel hiervan kan als letterlijk zien worden beschouwd, een ander deel wordt zien genoemd en is dit in feite niet geheel.
De zaak ligt ongeveer als volgt: elke mens heeft een aura. In die aura bevindt zich een nog net stoffelijk deel, dat men astraal noemt. Dit astraal of delen daarvan kan geprojecteerd worden. Het geprojecteerde deel kan “zien”. Wat erop neer komt dat u lichamelijk hier aanwezig kunt zijn en toch elders kunt waarnemen. Dit is een van de meest voorkomende wijzen van waarnemen, waarbij deze verder gaat dan zuiver lichamelijk mogelijk en volgens de rede van velen ook toelaatbaar is. Een mens die zo “ziet” ondergaat vaak het ontvangen signaal als een visuele hallucinatie die met hetgeen elders gebeurt en waarneembaar is grotendeels, maar zelden volledig overeenkomt.
Hoe dit werkt? Om te beginnen denkt u waarschijnlijk aan iets of wordt u door iets buiten uw lichamelijk bereik aangetrokken. U reageert daarop zelden geheel bewust, maar de meeste keren geestelijk, soms ook mede mentaal. Als gevolg van dit gebonden zijn met een plaats, mens of voorwerp wordt een deel van het astraal als het ware uitgestulpt in een andere dan de door u gekende dimensies.
Op het punt, waarmee u de band hebt, kan het dan weer reageren en waarnemen en soms zelfs optreden als een soort dubbel dat onder omstandigheden voor anderen waarneembaar kan worden. Op het punt, waar de pode van het astraal aanwezig is, kan men dan waarnemen mits men de ontvangen signalen ook tot zijn stoffelijk bewustzijn laat doordringen. Je kunt dus verbonden zijn met andere plaatsen op eigen of in een andere wereld of daarheen zelfs grotendeels uitgetreden zijn, zonder te weten wat je daar beleeft.
Ben je voldoende geconcentreerd of ben je emotioneel voldoende met hetgeen je waarneemt verbonden, dan zal je deze signalen echter veelal verwerken alsof zij het gevolg van een normale lichamelijke waarneming zijn.
Ook bij zgn. helderziende waarnemingen in de omgeving van het eigen lichaam speelt de optische zenuw geen rol, terwijl ook andere zintuigen geen werkelijke rol spelen. De waarneming zal daardoor vaak onvolledig zijn met als gevolg dat je soms hoort zonder te zien of omgekeerd. Dat is te begrijpen wanneer u beseft, dat u in feite impulsen ontvangt die niet stoffelijk kenbaar zijn en om deze voor uzelf kenbaar en aanvaardbaar te maken er in feite voor uzelf een met de stoffelijke ervaringen kloppend beeld bij fantaseert. Wat betekent dat je dus lang niet altijd precies kunt waarnemen wat er geestelijk aan de gang is of horen wat er door een geest tegen u gezegd wordt.
Dit alles maakt echter wel duidelijk dat bijna elke mens indrukken kan ontvangen die hij omzet in beelden of klanken, soms zelfs in het voelen van iets wat er niet is. Dit geheel wordt gemeenlijk aangeduid als helderhorendheid of helderziendheid.
Wanneer zoveel mensen over die gave beschikken, is het natuurlijk vreemd, dat men dit als eigenaardig beschouwt of zelfs probeert te ontkennen. Maar dat zal wel veroorzaakt worden door het feit, dat vele mensen zelden of nooit bewust met dergelijke ervaringen te maken krijgen.
Toch vind ik het eigenaardig dat een wereld, waarin men het gewoon vindt dat men in Europa directe tv beelden uit de USA kan ontvangen, het nog steeds als een wonder of zelfs een onmogelijkheid beschouwt dat een mens door zich te concentreren, iets kan waarnemen dat zich enkele kilometers verderop afspeelt. En toch zal eenieder op zijn beurt in zijn leven wel eens te maken gehad hebben met mensen die deze “gevoeligheid” – want zo noemt men het dan vaak – bezitten.
Neem automobilisten als voorbeeld. Er zijn er onder hen nogal wat die als het ware tevoren aanvoelen dat er verder op de voor hen normale weg een opstopping ontstaat. Om redenen die hen zelf niet bekend zijn, slaan zij dan opeens af en rijden een tijdje langs secundaire wegen. Wanneer zij later tot de hoofdweg terugkeren, blijkt dat zij een enorme opstopping of staande file hebben vermeden. Anderen reageren op verkeersdeelnemers, die zij lichamelijk niet kunnen zien en voorkomen op die wijze vaak ongelukken. Dit zijn zo vaak voorkomende zaken, dat eenieder van u dit wel eens zal hebben meegemaakt. Alleen is het de vraag of u – en ook degene die de waarneming deed – wel beseft heeft wat er in feite aan de hand was: een niet lichamelijk waarnemen waarop lichamelijk werd gereageerd.
Er zijn meer van die veel voorkomende buitenzintuigelijke constateringen. Neem het gevoel dat iemand naar u kijkt. U kunt niet achter u zien, er is geen geluid en toch kijkt u om, alleen maar omdat een ander naar u keek met een zekere intensiteit. Ook dit is een gevoeligheid die niet zonder meer aan ogen of andere lichamelijke kwaliteiten kan worden toegeschreven en dus in feite verder gaat dan het lichaam alleen, dankzij zijn zintuigen, toelaat.
Indien dit alles zou zijn, zouden wij hier redelijkerwijs tot discussie kunnen overgaan. Maar er is meer, er zijn bv. mensen die wezens voorbij zien gaan die door anderen niet gezien worden. Ook dit wordt gemeenlijk niet geheel beseft als ESP: extra sensory perception.
Het is mogelijk dat een vrouw tegen haar gezellin zegt: kijk daar eens, daar op die fiets. Wat een vreemde kleren heeft die man of vrouw aan. De ander kijkt en ziet niets. De eerste wijst nog even en schrikt op; zij ziet opeens ook niets meer. Die figuur was er wel degelijk. Het was een aard-gebonden geest die, zoals dit vaak een tijdlang voorkomt, probeerde zich te manifesteren op een wijze die geheel is aangepast bij vroegere gewoonten. Wanneer die geest vroeger op een bepaalde plaats placht te fietsen, kan deze zich dus voorstellen dit nog te doen met als gevolg, dat een helderziende de gestalte inderdaad op de fiets voorbij meent te zien komen. Al deze gevallen worden gemeenlijk aangeduid met de tem ESP, wat een Engelse term is voor buitenzintuigelijke waarnemingen. Het onderwerp dat wij vandaag moeten bespreken, hangt met alle facetten van dit waarnemen samen.
Ik meen dan ook terecht alle waarnemingen van dien aard – ook dus uittredingen, helderziende waarnemingen en zelfs het zien van uitstralingen en aura – te mogen aanduiden als een vorm van zien die verder gaat dan het lichaam, gezien zijn mogelijkheden daartoe kan toelaten.
Het is mij moeilijk u voorbeelden hiervan in de praktijk te laten beleven, maar kan u een algehele theorie geven, die u dan persoonlijk kunt hanteren wanneer u dit soort waarnemingen ooit beleeft.
Alle werelden hebben één en dezelfde basis, een kracht, of men deze als goddelijke kracht wil aanduiden, oerkracht noemen of anders doet hierbij verder niet ter zake. Deze kracht kan zich in vele vormen manifesteren, maar blijft in wezen toch altijd en overal dezelfde. Het waarnemingsvermogen dat een mens nu bezit is afhankelijk van zijn wereldvoorstelling plus zijn gevoeligheid voor het optreden van verschijningsvormen die uit deze kracht zijn opgebouwd in de begrenzing die hij als zijn specifieke wereld beschouwt.
Op het ogenblik dat deze afstemming op de eigen wereld niet volledig is – om welke reden of door welke oorzaak dan ook – zullen ook andere vormen waarin die kracht optreedt, waarneembaar worden. Daar deze vormen niet behoren tot de eigen wereld en dan ook niet met lichamelijke middelen zonder meer waar te nemen zijn, spreekt men op het ogenblik dat men zo is ingesteld over een reeks buitenzintuigelijke waarnemingen. In feite zal althans een deel van die waarnemingen nog wel tot de mogelijkheden van bepaalde zintuigen behoren, maar valt buiten de grenzen die men voor het bewust gebruik hiervan pleegt te hanteren.
Zowel in dit geval als bij het waarnemen van zaken, die niet meer tot de eigen wereld behoren, blijkt de concentratie – of het ontbreken hiervan – vaak een rol te spelen. Voorbeelden voor waarnemingen die in wezen nog stoffelijk en zintuigelijk kunnen zijn, maar vallen buiten de norm zijn er ook te geven.
Er is bv. een man in Zuid- Afrika, die niet alleen vroeger waterlopen onder de grond zag, maar bovendien de aanwezigheid van bepaalde ertslagen kon constateren, alleen door ingespannen naar de grond te turen. Het meest bekend is hij geworden door een demonstratie waarbij hij plaatsen aangaf waar zich de zgn. blauwe leem – diamant houdende leem dus – bevond. Nu gebruikt hij deze gave niet meer of heeft haar verloren. Men noemde hem wel de man met de röntgenogen. Hijzelf beschouwde zijn waarnemingen als zuiver visueel en was niet in staat tot dergelijke waarneming of constateren wanneer hij geblinddoekt werd.
Toch zal het voor eenieder zonder meer duidelijk zijn dat geen enkele, mens over ogen beschikt waarmee hij door dikke lagen grond en rots heen kan kijken. De bouw en structuur van het oog zelf maakt dit eenvoudig onmogelijk.
Hoe deze waarnemingen zich in feite voltrokken, kan ik u in grote lijnen wel even vertellen: elke stof heeft een eigen uitstraling. De man had geleerd deze uitstralingen van elkander te onderscheiden. Hierdoor ontstonden afwijkingen in de kleurgevoeligheid van zijn ogen. Hij meende een waas van een bepaalde kleur waar te nemen. Daartoe was het voor hem noodzakelijk te kijken in de richting, waarin de stof aanwezig was. Door zijn concentratie op een bepaalde stof versterkte hij dit ervaringseffect, ofschoon een dergelijke straling ook op een andere wijze aangevoeld en voor iemands besef kenbaar kan worden gemaakt – denk aan wichelroedelopers – was er voor deze man direct sprake van een met het gebruik van de ogen verbonden constatering, zodat hij inderdaad en niet ten onrechte kon stellen, dergelijke stralingen te zien.
Deze relatie tussen een zintuig en de waarneming treffen wij wel meer aan. Helderzienden geven vaak waarnemingen weer op een wijze, waaruit men zou besluiten, dat zij inderdaad iets direct zien. Ga je echter de zaak geheel onderzoeken dan blijkt, dat zij niet werkelijk hebben gezien met de ogen. Zij hebben alleen een indruk gekregen. De enige manier waarop zij deze voor zich aanvaardbaar konden maken en in voor hen hanteerbare termen uitdrukken te spreken en te handelen, alsof zij iets werkelijk met de ogen waarnamen. Waarbij overigens een groot deel van hen wel degelijk beseft, dat er feitelijk niets wordt gezien.
Maar er zijn wel degelijk ook waarnemingen, die wel zuiver lichamelijk zijn. Er bestaan mensen die sterker dan normaal is, infrarood gevoelig zijn. Mogelijk schuilt een deel van die gevoeligheid niet alleen in de optische zenuw, maar dergelijke mensen kunnen vaak kleine warmteverschillen zien en daardoor soms uren later nog zien, waar bv. een auto een tijdlang heeft stilgestaan e. d. Hoe dit werkt kun je zien aan foto’s met infrarood gevoelige films en camera’s, waarbij men eveneens nog vele uren later kan zien waar mensen hebben gezeten, auto’s hebben stilgestaan en ook zaken kunnen worden gezien die gecamoufleerd zijn, maar in temperatuur van de omgeving verschillen.
Opvallend is wel, dat er onder de infraroodgevoelige mensen zijn die zelfs de tijd, die verliep na het vertrek van een auto op een bepaalde plaats nog na uren betrekkelijk juist kunnen aangeven. Dit laatste zou mogelijk een kwestie van aurale gevoeligheid kunnen zijn. Maar uit dit voorbeeld wordt hopelijk duidelijk dat alle zgn. helderziende waarnemingen niet vallen buiten de mogelijkheden van het lichaam.
Wil men echter ook de niet zintuigelijke waarnemingen voor zich meer verklaarbaar en aanvaardbaar maken, dan zal men er volgens mij goed aan doen uit te gaan van de algemeen aanwezige kracht, die middels verschillen in uiting of trilling zich in werelden kenbaar maakt.
Onze gevoeligheid voor deze trillingen bepaalt welke verschijnselen of werelden wij kunnen waarnemen. De waarnemingen zijn dan gebaseerd op iets in onszelf vaak, of eigenschappen die in feite aan de geest en niet aan het lichaam moeten worden toegeschreven.
Ons eigen trillingsgetal en de afstemming op een bepaald ogenblik blijkt hierbij van groot belang te zijn. Daar wij echter altijd weer genoopt zijn alles te vertalen in termen die voor onze stoffelijke rede, onze hersens, hanteerbaar is, zullen wij altijd proberen alles te herleiden tot waarnemingen die wij lichamelijk plegen te kennen zoals zien,horen en voelen.
Het “voelen” van aanwezigheden, zaken e.d. komt vooral daar voor, waar men kennelijk niet over voldoende verschillende trillingen kan spreken om zich een beeld te maken van hetgeen aanwezig is. Er is sprake van een onvermogen tot gedetailleerd waarnemen en een toch constateren van een aanwezigheid.
Wat ons brengt tot punt nummer een: alle waarnemingen die verder reiken dan de mogelijkheden waarover het lichaam normalerwijs beschikt, zijn gebaseerd op interpretatie van indrukken en wel in de temen die het lichaam in zijn eigen ervaringen reeds leerde kennen.
Hoe dit werkt is bekend van hersenoperaties: Wanneer men een bepaald deel van de hersenen toevallig – later ook opzettelijk – beroert, ziet de geopereerde een herinneringsbeeld. Hij ziet dus alsof het ter plaatse werkelijk aanwezig zou zijn een vroegere beleving, die echter door en over het directe beeld schijnt te lopen. De indruk werd omschreven: “het is of opeens twee beelden over elkaar worden geprojecteerd. En om het u te kunnen voorstellen, kunt u dan denken aan de wijze waarop men bij bepaalde films en tv-programma’s de beelden van twee camera’s soms gelijktijdig zichtbaar maakt.
Bij de operatie is er dus sprake van een tijdelijk als werkelijkheid naar voren treden van beelden die in de hersenen aanwezig zijn en wel met een intensiteit die vergelijkbaar is met die van een directe zintuigelijke waarneming. Dit alles zal u duidelijk kunnen maken, waarom waarnemingen op afstand en geestelijke waarnemingen die in visuele termen worden omgezet maar zelden geheel juist zullen zijn. Wij zien immers niet echt. Er is geen sprake van een waarnemen volgens vaste normen en van vaste vormen zoals dit lichamelijk het geval pleegt te zijn. De opgedane indrukken kun je beschouwen als een prikkelen van die hersencellen die de inhoud van de ontvangen signalen het meest benaderen. Men vertaalt dus het beeld door parallellen en gelijkenissen uit eigen ervaring te zoeken en aaneen te rijgen tot een beeld. In feite worden vaak meerdere beelden die allen enige gelijkenissen bezitten met de ontvangen signalen gelijktijdig gestimuleerd. Zo ontstaat dan een composiet beeld, een samengesteld beeld, waarin vele herinneringen tot een schijnbaar nieuwe en spontane waarneming worden verenigd.
Laat ons nog eens zien naar helderzienden die iemand beschrijven: Zij doen dit vaak op treffende wijze, tot zelfs de roos in het knoopsgat van de heer en de ruche aan het schort van de dame die zich manifesteert, wordt beschreven. Zou je dit geheel juist kunnen uittekenen en de zaak later nog eens bezien, dan zou je tot de conclusie moeten komen, dat de dame in kwestie nooit een dergelijke schort heeft bezeten. O, zij heeft wel een schort gedragen met een ruche tijdens haar leven, maar dat zag er toch anders uit. Twee herinneringen, die met stofstructuur en vorm te maken hadden, werden samengevoegd tot de beschrijving van het schort. Ook voor andere kledingstukken en attributen die worden beschreven, blijkt een dergelijke samenvoeging gespeeld te hebben.
Wat de vraag laat bestaan, hoe men dan het uiterlijk de gestalte en vooral het gelaat van een dergelijke persoon zo treffend kan beschrijven. Nu is wel duidelijk, dat een geest geen gestalte meer bezit zoals op aarde. Maar hij kan zich alleen kenbaar maken door zijn eigen voorstelling van eigen persoon of van eigen vroegere vorm uit te stralen. Nog steeds is er sprake van een samenvoegen van in de hersenen reeds aanwezige indrukken – bewuste of onbewuste. Maar nu worden deze door een telepathisch rapport met de zich manifesterende persoonlijkheid zo sterk aangepastdat bij een weergave hiervan degenen die de persoon kenden zelf de ontbrekende details gemakkelijk kunnen invullen. De herkenbaarheid is dus een kwestie van bepaalde hoofdeigenschappen; de kleine punten worden, wanneer zij niet zeer saillant zijn, gemeenlijk door de toehoorders zelf ingevuld. Ik hoor u nu al mompelen: dat dit alles toch wel zaken zijn voor specialisten. En daarmee moet je dus uitkijken, want specialisten worden in deze tijd steeds minder betaalbaar.
Dat lijkt zo op het eerste gezicht, maar u hebt zelf immers soortgelijke bekwaamheden? U neemt waar op een wijze die lichamelijk niet verklaarbaar is. Denk maar eens aan mensen die langere tijd getrouwd zijn. De man kan dan handelsreiziger of iets dergelijks zijn en op zeer onregelmatige tijden thuiskomen. Maar let maar op: tegen de tijd dat de vrouw het gevoel krijgt dat zij nu de aardappelen wel eens zou kunnen opzetten, is de man al vlak in de buurt. Wanneer de man niet opgehouden wordt, komt hij inderdaad dan ongeveer thuis wanneer de aardappelen bijna gaar zijn. Vrouwen van dokters weten vaak heel precies waar hun man op een bepaald ogenblik uithangt, ook al is het niet mogelijk om te voorzien hoelang bepaalde bezoeken wel duren zullen. Er is dus geen kwestie van timing, van precies weten wat er aan de hand is, maar eerder een aanvoelen, waardoor men in spoedgevallen de man precies weet bereiken op het adres waar hij zich dan bevindt.
Vele mensen bezitten een dergelijke gevoeligheid, die het hen mogelijk maakt te reageren overeenstemming met feiten, die zij lichamelijk niet kunnen waarnemen en daarbij zelfs rekening te houden met feiten, die niet redelijk voorzienbaar zijn.
Hoe vaak komt het niet voor, dat uzelf intuïtief iets doet? Er zitten hier nogal wat intuïtievelingen en wanneer ik zo eens rondkijk zie ik er zelfs enkelen onder met mediamieke begaafdheid. Niet dat wij daar vanavond last van zullen krijgen, dus niet bang zijn.
Maar ook u neemt vaak dingen waar, zonder dat u verklaren kunt hoe of waarom. U kiest een weg, u koopt een bepaald product en doet dit vaak niet rationeel. Vaak wist u niet dat u dat bepaalde product enkele uren later opeens nodig zou hebben. U reageert juist op omstandigheden, die u niet kunt overzien en houdt rekening met feiten in de nabije toekomst, die u niet kunt beseffen.
Zo goed als mensen vaak niet weten, wanneer het gaat regenen dan wel of het droog zal blijven, maar zonder meer de juiste kleding kiezen. Onbewuste waarnemingen maken een deel van uw leven uit. U voelt vele zaken wel degelijk aan, zonder dat er in lichamelijke factoren voor deze impulsen een verklaring te vinden is. Wanneer u echter over deze gevoeligheid of inspiratie beschikt, dan bezit u in feite alles wat nodig is voor die helderziendheid, helderhorendheid en wat dies meer zij. Alleen bent u niet gewend deze gave te gebruiken. Mogelijk bent u ook wel wat bang om er gebruik van te maken omdat u de impulsen en constateringen die daaruit voortvloeien onmogelijk, te gek vindt.
Want zo zijn mensen nu eenmaal. Wanneer u na jaren opeens moet denken aan tante Toos, gaat u heus niet meteen de zolder op om die verschrikkelijke vaas te zoeken, die zij u als huwelijksgeschenk heeft gegeven. Je krijgt wel even het gevoel, dat je het ding toch weer eens in de kamer neer moet zetten, maar mompelt tegen jezelf dat je kennelijk gek aan het worden bent. Maar jawel, korte tijd later staat Toos opeens voor je neus. En dan is het te laat om die vaas op te zoeken, wanneer zij ernaar vraagt, verzin je dus maar iets als: “die hebben wij juist opgeborgen omdat er in de kamer gewerkt moet worden en wij haar niet willen beschadigen, want dat zou toch zonde zijn”. Want zo gaat het vaak genoeg, ook al is dit voorbeeld natuurlijk wat overtrokken.
U bent echter gemeenlijk wel degelijk gevoelig voor niet zintuigelijke indrukken. Dat is dan mogelijk geen “zien”, maar het is wel degelijk een vorm van niet stoffelijk verklaarbare waarneming. U bent alleen niet gewend dergelijke indrukken als een feitelijke waarneming te behandelen. U hanteert die eerder als een invallende gedachte of desnoods als een droombeeld.
Een groot deel uw eigen helderhorendheid, helderziendheid, uw vermogen waar te nemen in de tijd en wat dies meer zij, schuift u voor u uit, omdat het in feite niet geheel past in uw leven. Het zou te veel verwarring kunnen zaaien, dus vreest u het en doet u maar of het niet bestaat. En als het ontstaat en onontkoombaar wordt, noemt u het een toeval of zegt – wanneer je enige ervaringen hebt opgedaan voordien – mogelijk dat je wat gevoelig bent voor sommige indrukken en laat de rest lekker rusten.
O ja, u kunt vooruitzien in de tijd. In feite doet u dit regelmatig. Wanneer u bezig bent te denken over morgen en wat u dan zult koken, neemt u vaak wat aardappelen meer dan u normaal doet, zonder u te realiseren dat dit veroorzaakt wordt door het feit dat – zonder dat u hiervan kennis wordt gegeven – een vriendje van uw dochter morgen zal blijven eten of iets dergelijks. Wanneer u zelf even nadenkt, kunt u wel degelijk uit uw eigen leven een aantal van dergelijke voorbeelden putten. U reageert onbewust vaak op feiten en invloeden, die op het ogenblik van reageren lichamelijk en zeker zintuigelijk nog niet constateerbaar zijn.
Stel nu eens, dat u probeert steeds bewuster van deze mogelijkheid gebruik te maken. Dan wordt het de vraag of u in staat bent de invloeden die u van buitenaf bereiken te onderscheiden van de vele droombeelden en denkbeelden die uit uzelf soms plegen te rijzen. Je hebt nu eenmaal de mogelijkheid van node te onderscheiden wat van buitenaf komt, wat een kwestie is van een “gave” en wat alleen maar voortkomt uit uw eigen wensen en dromen. Anders is alle helderziendheid alleen maar lastig en verwarrend. Je moet leren een onderscheid te maken tussen datgene, wat ook voor u kenbaar is en datgene wat u paranormaal ervaart. Stel u eens voor dat u bij een tramhalte in gesprek raakt met een nogal ouderwets geklede dame of heer en hardop daartegen spreekt, terwijl anderen die niet zien. Mooi figuur sla je dan wanneer je hardop in gesprek bent met de haltepaal. Kortom, je moet zo goed mogelijk weten, waar je aan toe bent wanneer je met dergelijke indrukken te maken krijgt. Het is dus van groot belang dat wij een toets ontwikkelen waardoor wij een onderscheid leren maken tussen werkelijke erkenningen en denkbeelden, tussen lichamelijke waarnemingen en de helderziende waarneming.
Al die gaven zijn mooi en goed, maar als mens moet je eerst een onderscheid leren maken tussen alles wat tot je normale wereld behoort en dus ook voor anderen kenbaar is en alles wat uit jezelf voortkomt aan denkbeelden en datgene wat een paranormale oorsprong heeft. Ik geef u enkele punten die u bij het ontwikkelen van een dergelijke toets kunnen helpen.
1. Vele helderziende waarnemingen worden vooral perifeer gezien – dus aan de rand het blikveld en zijn daar veel scherper en meer gedetailleerd getekend dan het geval is, wanneer je er recht naar kijkt.
2.Gestalten die u helderziende waarneemt, vertonen altijd afwijkingen ten aanzien van de werkelijkheid. Soms in kleur, maar vaak ook in andere punten. Let bv. op of de voeten wel geheel op de grond staan; de helderziend waargenomen gestalten lijken te zweven. Schaduw ontbreekt eveneens nogal eens. In geval van twijfel, verplaats u zodanig dat er licht of bv. een wit vlak achter de persoon komt. Wanneer u dit door de persoon heen lijkt te zien, is het aan te nemen dat u niet met een levende mens te maken hebt.
3. Wanneer u iets meent te horen of opeens denkt en aanneemt dat dit een paranormale oorzaak kan hebben, ga na of er controleerbare gegevens of feiten zijn. Blijken die niet aanwezig, neem aan dat het om een eigen gedachte gaat, niet om een beïnvloeding of iets dergelijks. Houd er wel rekening mee dat in dergelijke gevallen u zelf de ontvangen gegevens wel eens aanvult of wijzigt. Juistheid in hoofdlijnen is dan ook voldoende bewijs, enkele afwijkende punten hoeven niet te betekenen dat dit alles toeval is zonder meer. Indien er geen bewijs of bewijsmogelijkheid is, kan een paranormale invloed nog wel degelijk zinvol zijn, maar niet voor u zolang u deze verwerkt als een directe waarneming en u daarop baseert.
4. Waarnemen op afstand: wanneer u ergens nog nooit geweest bent en toch tevoren weet wat u om een hoek of op een nu niet te overziene plaats zult aantreffen, moet u dit toch op de een of andere wijze hebben waargenomen. Let op dit verschijnsel. Wanneer je steeds weer met je waarneming vooruit schijnt te lopen op de stoffelijk mogelijke waarnemingen, is het voor u belangrijk met die waarnemingen meer en meer rekening te gaan houden.
In alle gevallen geldt: wanneer je eenmaal dergelijke zaken bij jezelf hebt geconstateerd zonder dat je dit zelf bewust hebt veroorzaakt, moet je eens proberen of je dergelijke zaken ook doelbewust en vanuit jezelf kunt veroorzaken. Meent u wel eens uit te treden, ga dan eens uit van een plek die u wel kent, maar waarvan de huidige omstandigheden en ontwikkelingen u niet geheel bekend zijn. Stel u die plaats gewoon zo goed mogelijk voor. Dat is dus een soort fantasie. Zodra die fantasie voldoende kenbaar wordt, moet u proberen te zien wat er gebeurt op die plaats. Vaak zult u zaken zien die afwijken van alles, wat u daar zou kunnen verwachten of bemerkt u kleinigheden, die u met geen mogelijkheid zou kunnen weten. Noteer die en ga na, of dit inderdaad zo was. Klopt dit, dan kunt u door oefening uzelf in staat stellen bewust waar te nemen op plaatsen waar u niet lichamelijk aanwezig bent, mits u een enkel houvast kunt vinden door herinnering, een persoon of voorwerp daar aanwezig dat u goed kent en dergelijke zaken. Door oefening kun je op de duur leren waar te nemen op afstand, wat in de tijd vooruit te zien e.d. Dat betekent dan dat u wel heel wat vorderingen gemaakt moet hebben.
Waarnemingen in tijd komen eveneens meer voor dan men zou veronderstellen. Gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden, kunnen nu nog invloed op je hebben. Denk aan de uitstraling, die bepaalde oudere gebouwen plegen te bezitten. Sommige stemmen u onrustig of droevig, soms zelfs angstig, terwijl andere gebouwen je weer een gevoel van ontspanning en blijheid geven. En toch zijn de uiterlijkheden daarmee vaak niet in overeenstemming, vooral als monumentenzorg geen gelden beschikbaar had om de zaak eens degelijk op te knappen.
Dit gevoelig zijn voor de sfeer kan bij velen voeren tot het ontstaan van een voorstelling, een soort fantasiebeeld. Ga eens na of dit mogelijk strookt met het verleden van het betreffende gebouw. Indien in het verleden geen mogelijkheid bestaat dat het beeld bij het gebouw past, controleer dan eens wat er in de nabije toekomst rond dit gebouw zich afspeelt. In vele gevallen blijkt dat je iets hebt voorvoeld. Wanneer je alleen gevoelig bent voor hetgeen er in het verleden was, zo kunt u stellen dat u de uitstraling van de materialen om u heen constateert. Maar het is eveneens mogelijk dat u iets ziet, wat er nog niet is en toch enkele weken, maanden of soms zelfs jaren later wel ter plaatse bestaan zal. In dat geval hebt u toch werkelijk in de tijd gezien, aangezien in de materie nog geen invloeden aanwezig konden zijn. Hoe kan dat? In ieder geval had u nog geen vast gevormd beeld van de plaats etc. Hierdoor bent u afgesteld op de gehele waarde van een plek. Zaken die enige tijd het beeld mede beheersen en zoals dominant voor een tijd kunnen worden beschouwd, kunnen zo mee gaan klinken in uw waarneming. U ziet dan dingen, die stoffelijk nog niet bestaan, maar die als deel van de onvermijdelijke ontwikkeling van de plaats tot feit zullen worden.
Op zich is dit eenvoudiger dan het lijkt. Tijd is iets wat alleen zoals wij die kennen voor ons bestaat. De meeste mensen denken dat tijd bestaat uit een continue verdergaan. Maar dat is niet geheel waar. Denk aan een film, waarbij u een doorlopende beweging meent te zien terwijl er in feite sprake is van een aantal stilstaande beeldjes die bovendien door een ogenblik duisternis van elkaar gescheiden zijn. Waarom zou het met de tijd niet zo zijn, dat er tussen elk moment dat u beleeft een moment of een waarde ligt, die u niet beleeft? Wanneer de wisseling zo plaats vindt dat u niet in staat bent die te constateren, is er voor uw besef wel degelijk ook dan nog sprake van een continuïteit.
Vanuit mijn standpunt sprekende, kan ik stellen dat de tijd in feite bestaat uit een reeks brokstukken, die naast elkaar liggen tot zij door de ervaring in een vaste volgorde geplaatst zijn. Hierbij zullen een aantal stukjes verwisselbaar blijken te zijn, andere daarentegen schijnen onvermijdelijk. Noem dit knooppunten in de tijd. Ben je nu door omstandigheden of eigenschap ingesteld op een harmonie met dergelijke onvermijdelijke tijdspunten, dan zal je steeds weer gaan beseffen welke eens tot waarheid wordende mogelijkheden in het kenbare heden mee aanwezig zijn, daar zij door dit heden onvermijdelijk zijn geworden.
Heb je deze gevoeligheid en ontwikkel je die verder, dan kun je ook daar heel wat mee doen. U moet er natuurlijk niet mee gaan waarzeggen. Waarzeggen is wel leuk natuurlijk. Je legt de kaart voor bv. f 15 en prikkelt de nieuwsgierigheid, waarna de kaart tegen extra betalen nog kan worden uitgekruist over Uranus of een dergelijke onzin. Dan wordt de hand nog eens, weer tegen extra betaling, magisch bekeken enz. enz. Het is een goed inkomen, maar je kunt er wel zeker van zijn dat je met dat alles toch te horen krijgt dat je binnen een aantal dagen een ontmoeting zult hebben met een donkere man, maar dat u moet opletten voor een blonde vrouw op uw pad of iets dergelijks.
Besef dat dergelijke dingen in feite een spel zijn. Op zijn best is het een verantwoord spel, maar een spel en meer niet. Een reële waarneming in de tijd echter is weer geen waarzeggen, daar je de samenhangen tussen het heden en het beeld in de tijd niet juist kunt weergeven. U weet dan immers niet hoe een ontwikkeling zich zal voltrekken. U weet alleen dat er gebeurtenissen zullen zijn, die in de tijd belandrijk zijn maar die voor de betrokkene mogelijk alleen maar een bijkomstige beleving of een onbelangrijk gebeuren betekenen.
Zeg ook niet tegen een ander wanneer u iets dergelijks ziet dat er met grote zekerheid binnenkort dit of dat zal gebeuren. Het is mogelijk waar, maar de kans dat dit veel verder in de toekomst ligt dan u meent, is dermate groot dat het niet verantwoord is anderen met dergelijke voorspellingen te belasten. Ten hoogste kunt u zijdelings waarschuwen voor gevaren, die u meent te erkennen.
Gedraag u dus niet als die mensen die voortdurend roepen dat het einde van deze wereld nabij is. Ook al is dit in feite wel zo, maar ligt dit einde naast uw huidige werkelijkheid en kan niemand zo een mogelijkheid geven om in de tijd dit ogenblik juist te bepalen zelfs niet op een eeuw of wat na. Nu ja, er zijn heel wat mensen die hun best doen die voorspelling van het einde van de wereld tot werkelijkheid te maken, maar kennelijk is het voorlopig nog niet zo ver. Nogmaals: waarnemen in de tijd mag niet ontwaarden in een voorspellen. Kunt u er niet geheel om heen, geef dan liever een waarschuwing voor bepaalde mogelijkheden dan een concrete voorspelling.
Wanneer u toch druk bezig bent uw paranormale mogelijkheden ontwikkelen, kunt u overigens mogelijk meteen leren de mensen te “lezen”. Want al zijn er heel wat mensen op aarde, die menen dat hun leven voor alle anderen een gesloten boek is, toch kan er iemand komen die de aura bekijkt en daarin veel kan aflezen. Zo iemand denkt dan voor zich: het lijkt wel erg mooi, maar ojee, ojee.
De aura is een uitstraling van de mens, die eveneens als een vibratie omschreven kan worden. Maar dan wel een uitermate gecompliceerde. Onder meer worden hierin uw lichamelijke processen gespiegeld, mentale processen worden er kenbaar in en bovendien manifesteren zich daarin nog een groter aantal geestelijke werkingen, die wij gemakshalve meestal als een geheel behandelen. Het is de zgn. buitenste laag van de aura, waarin deze afleesbaar worden. Die zgn. geestelijke uitstraling echter, omvat van alles. Er zit gemeenlijk het een en ander van het astraal voertuig in, soms iets van het levenslichaam en daarnaast inwerkingen van verschillende geestelijke voertuigen. Wanneer je daarnaar kijkt, kun je wel degelijk zien wat er in iemand gaande is en welke reacties en ontwikkelingen je van iemand kunt verwachten, terwijl ook de lichamelijke toestand afleesbaar is.
Je ervaart dit en kunt het niet uitdrukken in de termen van een meer reëel visueel waarnemen, ofschoon de indruk daarmee toch te vergelijken is. Dus wat doe je? Je zoekt overeenkomsten en drukt zo de verschillende werkingen en trillingen uit in kleuren. Wanneer iemand zegt dat u een helderblauwe uitstraling hebt, moet u niet denken dat dit werkelijk betekent dat u alleen maar hoog, goed en edel bent of zelfs maar dat u werkelijk door een blauwe nimbus wordt omringd. Het is alleen een uitstraling, die de waarnemer voor zich het beste meent te kunnen vertalen door te spreken over blauw. Hetzelfde geldt voor termen als rood, geel, bruin enz. die je in dergelijke beschrijvingen gemeenlijk kunt aantreffen. Want in een aura ziet men gemeenlijk nogal wat verschillende kleuren.
Wanneer u een mens wilt “lezen” dan dient u zich voor die mens open te stellen. U moet dus niet stoffelijk naar die mens zelf kijken. U moet alleen proberen, zijn uitstraling op u af te laten komen. Wat er gebeurt? Esp. Juist, Extra sensory perception. Wij krijgen beelden in onszelf van die mens die niets te maken hebben met de feitelijke en lichamelijk constateerbare waarheid. Toch zijn de beelden die wij zo ontvangen voor ons belangrijk, omdat zij het ons mogelijk maken, iets van de achter het uiterlijk verborgen waarden van die mens te zien.
Wij krijgen geen alomvattend waardeoordeel over die mens, maar kunnen op grond van de ontvangen signalen wel degelijk bepalen, of deze mens al dan niet voor ons belangrijk kan zijn, of wij contact met zo iemand wensen te hebben. Je voelt als het ware aan dat ondanks alle uiterlijke tekenen het contact met die mens voor ons harmonisch of disharmonisch zal worden.
Ik besef dat dit alles voor u voornamelijk theorie blijft, ook al probeer ik u zoveel mogelijk ook praktisch bruikbare gegevens te verstrekken. En wanneer u meent dat het voor u van geen belang is, zo wil ik u er nog eens op wijzen: Waarnemen op een wijze die verder gaat dan het lichaam toelaat, doe je als mens in feite voortdurend. Je anticipeert en loopt in wezen steeds weer vooruit op het gebeuren in de tijd. Je trekt conclusies die niet gerechtvaardigd kunnen worden op grond van het waarneembare enz. En zeg niet, dat dit niet bewijsbaar is. Wanneer een licht op het punt staat in het verkeer op rood te slaan, zie je steeds weer, hoe automobilisten automatisch opeens plankgas geven.
In het verkeer blijkt een goed verkeersdeelnemer, ook de in wezen niet te berekenen bewegingen van anderen te voorzien. Er is een motorrijder – de mogelijkheid dat hij op een bepaalde wijze reageert is 1 op 20. Toch houdt men met juist die ene reactie rekening. Daardoor komen er veel minder ongelukken voor dan op grond van het verkeersgedrag van vele verkeersdeelnemers zou moeten worden verwacht. U wijkt uit naar rechts in plaats van naar links, ofschoon u daarvoor geen enkele redelijke reden kunt aangeven en mist zo net de aanrijding.
In uw dagelijks leven hebt u wel degelijk steeds weer last van allerhande voorgevoelens. Zeker, u praat die grotendeels dood door te stellen dat deze gedachte toch niet redelijk is. U wilt immers samenhangen en verklaringen, kortom, zoveel mogelijk zekerheden in uw leven kennen. Maar de verklaringen zoals die geestelijk in u opwellen, hebben weer weinig of niets te maken met gezond verstand.
U wilt bovendien altijd het ergste, wanneer u al gevolg geeft aan een “voorgevoel”. U staat voor de trein krijgt opeens het gevoel, dat u beter de volgende maar kunt nemen. Wanneer u de tijd hebt, is er geen reden, waarom u dit niet zou doen. Maar dan blijkt later dat die trein die u niet nam helemaal niet verongelukt is en u scheldt zichzelf uit voor een dwaas. Maar er kan toch een heel andere reden zijn voor u, om liever een andere reisweg of trein te nemen. Mogelijk zit in die trein iemand die uw schuldeiser is, iemand, die u beter op het ogenblik niet kunt ontmoeten of mogelijk maakt u in die volgende trein contact met iemand die voor uw verdere leven of zaken van belang zou kunnen zijn. Je kunt maar nooit weten. Wanneer u dergelijke voorgevoelen hebt, zijn daar in de meeste gevallen wel degelijk redenen voor. Alleen zijn het niet de redenen die u misschien belangrijk vindt of verwacht.
Door uw gevoeligheid op verschillende gebieden voortdurend te toetsen krijgt u er meer vertrouwen in. Zij worden dan voor u meer en meer deel van uw dagelijkse werkelijkheid. Je moet helderziendheid en dergelijke zaken niet buiten je normale leven plaatsen, maar juist tot een normaal en bewust gebruikt deel ervan maken. Maar het zou altijd een redelijk aanvaard en ook in redelijke mate te beheersen deel van je leven moeten zijn. Want anders kun je er als mens niet mee leven.
Door alle gevoeligheden steeds meer te herleiden tot een contact met de oerkracht zult u dan ook steeds duidelijker en scherper omschreven uw eigen mogelijkheden en noodzaken gaan aanvoelen. Wanneer u verder ziet dan het lichaam normaal toelaat, oriënteert u zich o.m. op een morgen, dat nog niet kenbaar is en houdt u rekening met steeds meer stoffelijk niet kenbare factoren en invloeden om u heen. In verkeerstermen gezegd: u remt steeds weer tijdig bij op een onoverzichtelijke kruising, omdat u aanvoelt dat er een onvoorzichtige hardrijder aankomt, ofschoon u niets daarvan nu kunt zien of horen. En daardoor kunt u voorkomen dat anderen u onverwachts van de weg vegen. Zo eenvoudig liggen de zaken in feite.
Voor mij is het wonderlijke van het geval dat vele mensen dergelijke gaven inderdaad in het verkeer gebruiken en dit heel normaal vinden, maar dat zij zodra het de rest van hun dagelijkse leven betreft, alle gevoelens, waarnemingen entiteiten die in de buurt zijn e.d. of de krachten en uitstralingen van mensen en dingen die rond hen zijn, proberen te verdringen en daar zelfs bang voor zijn. Je moet niet bang zijn. Je ik is meer dan je lichaam alleen en juist daarom, moet je leren verder te zien dan je lichaam toelaat. Want dit alles is deel van je werkelijk bewustzijn en behoort tot je werkelijke bewustzijnstoestand. Waarmee ik naar ik hoop voldoende stof heb aangedragen voor u om over te denken en zo dadelijk over te praten. Debat echter alleen beperkt: een wederkerige uiteenzetting van standpunten is altijd welkom, maar bekvechten over geloofszaken heeft geen zin.
In het voorgaande heb ik overigens opzettelijk getracht alle mooie verklaringen, kosmische en bewustzijnsbepalende beelden waar men vaak mee koketteert te vermijden. Ik zeg niet dat die dingen niet bestaan, maar wanneer je wilt beginnen verder te zien dan je lichaam toelaat, moet je je niet allereerst met al die hoge waarden bezig gaan houden. Wanneer u naar een kantoor gaat, zult u zich uiteindelijk ook eerst bij de portier melden, dan vervolgen met meerdere lagere aangestelde personen spreken voor u uiteindelijk met de baas kunt praten.
Geestelijk moet u het precies zo zien: je moet jezelf ontplooien, maar wel geleidelijk en vooral beginnende bij het begin. Waarna ik nog een kleine raadgeving voor u heb: Probeer uw vragen goed te formuleren, zo kort en helder mogelijk zeggen wat u nog wilt weten of wat u onjuist acht in het gesprokene. U zult ontdekken dat hierdoor een betere en juistere wisselwerking tussen ons mogelijk wordt.
Voor mij is hetgeen ik naar voren heb gebracht een feit, de waarheid. Wat u nog verder hierover wilt weten, zal ik trachten u zo duidelijk mogelijk te zeggen wanneer daarvoor ook maar enige termen te vinden zijn.
Vragen
Kan “helderweten” als een afzonderlijke ESP categorie worden beschouwd?
Neen, ik geloof niet, dat je dit moogt zeggen, Want dit “helderweten” is in feite een voorwetenschap dan wel het beschikken over ongewone kennis zonder stoffelijk kenbare bron. Dit nu is bijna altijd het resultaat van andere waarnemingen, die benoemd zouden kunnen worden als helderhorendheid, helderziendheid, sensitiviteit en dergelijke. Zij worden verdrongen en dus niet geheel als zodanig beseft, maar zijn noodzakelijk om het resultaat, het “helderweten” mogelijk te maken.
Ook onbewuste contacten met andere sferen of werelden kan hierbij een rol spelen. Daarbij behoeft het niet bewust beleefd en beseft te worden. Zonder deze invloeden is een helderwetendheid echter niet denkbaar en ik meen dan ook, dat men deze kwaliteit dus niet als een afzonderlijke eigenschap, een afzonderlijke ESP functie mag beschouwen.
Hoe zijn hallucinaties, voortkomende uit de betrokkene zelf, te onderscheiden van hallucinaties als gevolg van ESP waarnemingen?
Een waarneming heeft altijd samenhang, zo ook het beeld dat daaruit voort kan komen in het ik. Hallucinaties die uit de mens zelf stammen, bezitten een dergelijke consequente samenhang die mede op de werkelijkheid toepasbaar moet zijn maar zelden. Wat men bv. hallucineert tijdens delirium tremens wijkt sterk af van een helderziende waarneming. Deze laatste is ofwel vluchtig en snel voorbijgaande – wat de andere hallucinatie niet is, daar deze langere tijd in dezelfde tendens pleegt voort te duren – dan wel omvat de helderziende waarneming een directe mededeling of aanwijzing, die dan betrekking heeft op de werkelijkheid die u met anderen tezamen deelt en beleeft. Bij delirium is dit niet het geval.
De helderziende e.d. waarneming is gemeenlijk ook praktisch wel controleerbaar en althans delen ervan kunnen dan ook met enige moeite als juist worden bewezen. Bij hallucinaties bestaat deze mogelijkheid niet.
Wanneer u dus een hallucinatie meent te hebben waarin u dingen worden gesuggereerd die u zou kunnen doen, doet u er goed aan zo snel mogelijk na te gaan of de verstrekte gegevens kloppen. Is dit het geval, dan is het een waarneming geweest, een resultaat van ESP en geen uit het zelf voortkomende waanvoorstelling.
Hetzelfde geldt waarschijnlijk ook voor dromen? Dat is toch ook een hallucinatie.
Neen, een hallucinatie is een projectie van in je bestaande beelden op een zodanige wijze dat je deze tijdelijk beschouwt als een buiten je bestaande werkelijkheid. Men reageert er dus direct op.
Bij de droom is vooral dit laatste niet het geval. De droom is een associatief proces waarbij reeksen van emoties, spanningen en gedachten plus herinneringsbeelden op een zodanige wijze worden samengevoegd dat hierdoor een compensatie ontstaat voor de in het waakbewuste leven optredende spanningen en remmingen. De droom zonder meer is dus in feite een poging tot het ontladen van overmatige emoties en zenuwspanningen.
Wanneer de droom een waarde bezit die verder gaat dan dit, kan het een symbooldroom zijn. In een symbooldroom zeggen wij over onszelf en tot onszelf vaak zaken, die wij ons bewust niet kunnen toegeven of waaraan wij voorbij plegen te gaan. De symbooldroom kan ook dienen om bewust verworpen relaties te constateren tussen onszelf en anderen of geestelijke waarden weergeven waarvoor wij geen redelijke referentie bezitten. Invloeden die wij niet zo gemakkelijk bewust aanvaarden of beseffen, spelen eveneens een rol. Mensen of geesten kunnen mede de oorzaak zijn van dergelijke droombeelden.
Ten laatste kunnen ervaringen die buiten de tijd liggen in de droom een uitdrukking vinden en kunnen contacten worden beleefd met de sferen, die wij niet bewust kunnen beleven of bereiken. Zelfs uittredingsdromen zijn mogelijk. Maar ongeacht de oorzaak blijven deze beperkt tot het ik en zullen bij een ontwaken wegvallen en niet als deel van de buiten ons liggende werkelijkheid worden gezien.
Alle signalen worden in het bewustzijn ontvangen en verwerkt, alle beelden en symbolen komen voort uit het eigen denkvermogen waarbij zal worden geput uit zowel het bewuste – dus onmiddellijk toegankelijke – deel van het besef als uit het onbewuste.
Wordt dan niet vaak vanuit de geest bij de dromer “ingesproken”?
Voor sommigen is dit waar, voor de meerderheid gemeenlijk niet. Het is natuurlijk mogelijk dat een geest u probeert te benaderen en u alleen kan bereiken tijdens de slaaptoestand. U dient echter wel te beseffen, dat u ook in dergelijke gevallen de mededeling e.d. op een andere wijze ontvangt dan dat u deze voor zich in de droom zult uitbeelden. Wat u dan droomt is wel de uitbeelding van de ontvangen boodschap maar nooit een directe weergave zonder wijziging of variant van hetgeen u op geestelijk niveau werd ingegeven.
Een eenvoudig voorbeeld: Wanneer u een orgel hebt is het aantal klavieren, het pedaal, het aantal registers e.d. bepalend voor het aantal klanken dat u eruit kunt halen. Een geest die probeert u in de droom te inspireren is op gelijke wijze afhankelijk van de inhouden en mogelijkheden van uw eigen denken en bewustzijn.
Hoe kan men ontdekken of men te maken heeft met een droom dan wel met een uittreding?
Voor de meeste mensen is dat erg moeilijk omdat de uittreding als zodanig wel zeer concrete waarden kan bezitten, maar deze waarden stoffelijk vaak niet te controleren zijn. Ik wil u dan het volgende aanbevelen: beschouw alle dromen, inclusief de zgn. uittredingsdromen als droom en beschouw hen slechts als een werkelijke uittreding wanneer u daarin gegevens verkrijgt of aanwijzingen ontvangt die vooruitlopen op het voor u redelijk kenbare op aarde.
Men heeft mij wel eens verteld dat men, wanneer men droomt in kleuren, met een uittreding te maken heeft.
Dat is inderdaad wel het geval, maar zeker kunt u niet zijn. Er zijn nl. ook intense dromen; die technicolor worden vertoond. Wel zijn de kleuren vaak meer primair en komen tussentinten daarin weinig voor, maar kleuren kunnen in de droom optreden op het ogenblik dat zij van belang zijn voor egaliserende werkingen in bewustzijn en gevoelsleven.
Hebben wij te maken met normale prikkeldromen of spanningsdromen dan zijn deze voor het besef kleurloos, zeg maar zwart wit. Is er sprake van een werkelijkheidscontact dat vanuit onderbewuste spanningen mede voortkomt, dan zien wij vaak, dat de droom kleurloos is zwart wit — maar dat een enkele kleur daarin soms wel voorkomt,
Voorbeeld: u ziet in de droom een lelijk mannetje. Het steekt zijn tong uit. De tong is vurig rood, voor het verdere bent u zich niet van kleur bewust. Waarschijnlijke betekenis: enige machteloosheid of een uitgedaagd worden, dat in de droom mede is verwerkt en dat voortkomt uit interne spanningen plus enig contact met een geestelijke werkelijkheid. Mij lijkt daarom kleur niet als een altijd geldende maatstaf te hanteren. Wel kunt u zeggen: dromen, waarin vele fijne kleuren voorkomen, ook die welke een mens normaal niet ziet op aarde, zullen waarschijnlijk uittredingsdromen zijn. Maar alleen wanneer zij u ook gegevens verschaffen waar u iets mee kunt doen, kunt u ze volgens mij terecht als uittredingsdroom beschouwen en desnoods zien als een openbaring van hogere orde.
Kunt u verklaren waarom geestelijk contact over afstand geen tijd kost?
Natuurlijk: alle dingen zijn gelijktijdig en alles is één. Afstand speelt in feite voor de geest en impulsen die daarop gelijken geen wezenlijke rol. Wanneer u het erg technisch wilt zeggen, kunt u het ongeveer als volgt uitdrukken: Ons bewustzijn verplaatst zich door een extra dimensie. Door deze dimensie gaan wij van plaats tot plaats zonder de tussenliggende ruimte te overschrijden. Het bewustzijn kan dus plaatsen die op aarde duizenden kilometers van elkaar afliggen voor zich als direct naast elkander beschouwen en daar ook op deze wijze mee werken. Dit laatste geldt overigens ook voor bepaalde stoffelijke zaken.
Wanneer je een bepaalde mate van inwijding en beheerst geestelijk bewustzijn hebt verkregen, is het mogelijk ook lichamelijk jezelf te verplaatsen in een toestand, waardoor je met één stap honderd kilometers verder kunt gaan zonder de tussenliggende ruimte te moeten doorlopen en dus ook zonder het tijdsverlies dat met het afleggen van afstand gepaard gaat.
Dit alles is in feite een kwestie van tijdelijk veranderen van dimensionele beperking. Indien u dit te gortig wordt en u er toch meer van wilt leren begrijpen, raad ik u aan, u eens bezig te houden met de platland theorie. Deze maakt nl. o.m. duidelijk, dat bij het beheersen van een extra dimensie de bestaande beperkingen van je eigen wereld worden opgeheven en vervangen worden door geheel andere regels en mogelijkheden, die voor de bewoners van je oorspronkelijke dimensies echter onbegrijpelijk blijven.
Geldt dit alleen voor de aarde of ook voor andere planeten? Dan zou je moeten kunnen waarnemen op andere planeten. Volgens hetgeen ik over ESP heb gehoord komt dit vrijwel nooit voor.
Het komt wel degelijk voor, maar wordt niet altijd even ernstig genomen. In Amerika is zelfs een boek verschenen van iemand die naar ik meen zich Albert Evert of Nevers noemt, die daarin een aantal uittredingen naar andere planeten beschrijft. Het werkje wordt echter over het algemeen eerder beschouwd als een soort science fiction, dan – zoals de schrijver bedoelde – een relaas van geestelijke belevingen,
Dat dergelijke uittredingen niet al te veel voorkomen, wordt u duidelijk, wanneer u beseft wat de attractie is van dergelijke waarneming in de ruimte voor mensen, die gemeenlijk meer met hun eigen wereld en geestelijke wereld bezig zijn. Om het anders te zeggen: welke wereldburger heeft behoefte aan een uittreding naar de maan? Wanneer hij lang genoeg wacht, komen alle mensen daar vanzelf terecht en het is dus belangrijker iets te weten van de geestelijke werelden, waar je dan een toevlucht zult moeten vinden.
Hetgeen u zei was een voorbeeld en dit laatste natuurlijk ook. Iets is nog niet onmogelijk omdat er weinig mensen zijn, die het ooit doen.
Hoe gaat het wanneer men zonder redenen opeens een heerlijke bloemenlucht ruikt?
Waarmee u niet doelt op het parfum van iemand anders, maar op een olfactorische hallucinatie. Er zijn meer verklaringen mogelijk, onder andere de volgende: wanneer u een geur ruikt is dit een reeks van zenuwprikkels. Bepaalde zenuwen worden gestimuleerd. De gezamenlijke reeks van signalen die door verschillende nerven worden overgebracht brengen tezamen het waarnemen van de geur tot stand. Daar u meer verschillende soorten geur kunt ruiken dan smaken proeven, is bij het eten vaak de geur voor een groot deel aansprakelijk voor de smaak van hetgeen u nuttigt. Wanneer op welke wijze dan ook deze reukzenuwen geprikkeld worden zonder dat daarvoor een stoffelijke oorzaak aanwezig is, zult u een geur ruiken die voor anderen niet te beseffen valt.
Wanneer een entiteit, een uitstraling of een kracht aanwezig is, die een deel van uw zenuwstelsel kan beïnvloeden en daarbij de reukzenuwen stimuleert, gaan er vandaar signalen van de punten van beïnvloeding naar de hersenen, waardoor u dingen ruikt die er niet zijn. De door mij gegeven uitleg wordt overigens gebruikt in de zonnemagie van Benares. Men laat daar zonlicht door gekleurd glas op een doek vallen. Ook gebruikt men wel een bepaalde geestelijke kracht, vaak mede opgewekt door een soort incantatie. In beide gevallen zal lange tijd het zo behandelde weefsel een heerlijke geur verspreiden, ofschoon bij chemisch onderzoek geen enkele vreemde stof in de vezels kan worden aangetoond.
Middels suggestie kan een dergelijk effect voor een enkele persoon of enkele personen en voor kortere tijd worden bereikt ofschoon de goochelaars in het westen een neutrale geur verspreidende stof plegen te hanteren en alleen de aard van de geur suggereren.
Waaruit wel blijkt, dat er heel wat mogelijkheden zijn om de door u bedoelde olfactorische hallucinatie tot stand te brengen. Een geest kan dit onder omstandigheden eveneens tot stand brengen, maar zover mij bekend, vergt dit te veel kracht om het vaak te doen.
Wilt u nog eens uitleggen hoe u dat bedoelde met de tijd als brokken naast elkaar?
Ik kan uw verwarring wel begrijpen. De ene ziet de tijd als een rechte lijn. Stel u nu het volgende voor: u neemt een leeg blad en zet daarop een aantal punten op willekeurige plaatsen. U gaat nu steeds twee dicht bijeen liggende punten verbinden. Er ontstaat een lijn, waarop wel alle punten voorkomen en zelfs in een zekere volgorde. De lijn zal niet recht zijn en mogelijk lopen delen van de lijn zelfs tijdelijk bijna parallel, maar in verschillende richtingen. U zou echter vanaf elk punt ook op een andere wijze een punt kunnen bereiken.
Stel dat de lijn uw tijd is. Dan kan je zeggen dat een deel van hetgeen voor u toekomst is, in feite vlak naast het heden ligt, maar dat u door keuze van oorzaak en gevolg die toekomst eerst veel later zult beleven. Neemt u nu een weg, die niet door de lijn wordt aangeduid dan blijkt opeens, dat meerdere gebeurtenissen die voor u toekomst zijn, dicht naast het heden zijn gelegen en met weinig moeite kunnen worden benaderd.
Er zijn een aantal van dergelijke zgn. knooppunten in de tijd voor u. Het zijn in feite gefixeerde toestanden, relaties met de rest van de werkelijkheid die onvermijdelijk zijn. Wanneer u echter met meer dan een van deze knooppunten harmonisch bent, zult u slechts een daarvan als werkelijkheid, als heden, beleven, maar wel kennis kunnen nemen van het geheel dan wel delen van die harmonische punten.
Wij komen dan terecht bij iets, wat veel gelijkt op het harmonisch element de tijd, waarvan ook Einstein eens heeft gesproken. Vereenvoudigd stelde hij: Wanneer de waarde plaats plus de waarde van tijd, voor meerdere plaatsen een gelijk resultaat opleveren, een gelijk product, zijn die plaatsen voor alle doeleinden als gelijktijdig en identiek te beschouwen. Hij verbond hieraan zelfs de veronderstelling dat bij een gelijk product van tijd en plaats ook het gebeuren identiek zou zijn. Wat overigens een vereenvoudigde en vrij vertaalde versie is, daar ik anders met formules zou moeten gaan werken.
Iets dergelijks gebeurt bij het zien in de tijd. Uw eigen geestelijke instelling, kracht en mogelijkheden op een bepaald ogenblik brengen een gelijk product, zeg een gelijke basistrilling voort als een andere tijd plus plaats waarin u eens aanwezig zult zijn. Tijdelijk beleeft u dan een deel of het geheel van die andere voor u toekomstige situatie.
Voor uzelf is dus dit andere ogenblik in de tijd een beleefbare werkelijkheid. U bent echter te zeer gebonden aan een gezamenlijk ervaren van de mensheid om dit geheel als werkelijkheid te kunnen beleven, zodat u terugkeert naar de “werkelijkheid” en eerst na verloop van tijd het geschouwde tafereel als deel van de werkelijkheid zult kunnen beleven.
Dat maakt het voor mij wel duidelijker, maar dan zitten wij met het feit, dat die toekomstige omstandigheden dus bepaald zijn.
Niet absoluut, maar de hoofdpunten. Denk aan het oude en bekende verhaal dat stelt: Wanneer u leeft, is de weg van uw leven bepaald, dus startpunt en bestemming. De wijze waarop u de tussenliggende afstanden aflegt, is geheel aan uzelf overgelaten. Hierdoor bepaalt u zelfs in zekere mate welke betekenis de vaste punten voor u zullen hebben, hoe u deze dus beleven zult. Er zijn echter in elke tijd, in elke wereld en in elk leven vaste punten, waarin de verhoudingen kosmisch bepaald zijn. Punten, die je zult moeten passeren om je eindpunt te kunnen bereiken. En hiertoe ben je gedreven, om niet te zeggen gedwongen.
Er bestaat volgens dit alles dus geen absolute lotsbestemming voor de eenling of de kleinere groepen, maar er bestaat wel een absolute bestemming voor alles en een vaste reeks van waarden, waaraan alles te enigerlei tijd zal moeten beantwoorden. Tijd hier beschouwd vanuit ons onvolledig standpunt, waarin de gelijktijdigheid en blijvendheid van alle belangrijke zaken voor ons nog niet te overzien is.
De wijze, waarop dergelijke vaste punten in de reeks van belevingen bereikt zullen worden, is mede afhankelijk van het ik, van de vrije wil, die echter vanuit een menselijk standpunt niet bestaat zover het de bestemming betreft. Wat op zich niet zo moeilijk is als u nu denkt. Het is in feite op zich niet onlogisch en zelfs gemakkelijk te overzien, maar voor een mens en voor menige geest wel heel moeilijk om te verwerken.
Ik denk dat je als mens geneigd bent het eindpunt met zekere kwaliteiten te bedenken. Is dat fout, niet fout?
U moogt het voor mij doen, beschouw het niet als onvermijdelijk fout in een menselijk bestaan en beseffen. Aan de andere kant zullen mensen de materiele dood vaak beschouwen als het eindpunt, terwijl deze in feite slechts een enkele verandering op de weg betekent. Je zou kunnen zeggen dat de dood steeds weer een onvermijdelijk knooppunt is dat je moet passeren op de weg van je begin naar je bestemming.
Wat is dan de zin van alles, wat je tussen die punten doet, de prikkel van goed, slecht enz.
Ik meen dat die prikkel in werkelijkheid heel wat minder groot is dan de mensen plegen te veronderstellen. Goed, kwaad enz. worden door ons, niet door de kosmos bepaald. Met andere woorden zijn het geen concrete waarden, maar subjectieve waarden die voor ons bepaald worden door ons persoonlijk standpunt.
Het resultaat is dan ook, dat er in het goddelijke geen goed of kwaad kan bestaan, maar alleen het goddelijke zelf. Indien het deelhebben aan het goddelijke en besef daarvan onze bestemming is, zoals wij vermoeden, zal hetgeen wij nu goed of kwaad noemen evenzeer bijdragen tot onze uiteindelijke bereiking. Wat iets anders is dan de stelling dat het goede ons tot God brengt en het kwade ons daarvan wegdrijft. Maar wanneer wij iets eenmaal erkennen als kwaad ontkennen wij onze eigen betekenis en beperken zo daardoor ons vrije besef ten aanzien van het geheel, wat echter persoonlijk is.
Wat het doel van onze weg is? Dat weten wij in feite geen van allen met enige zekerheid. Zo min als wij weten wie of wat God is en waar onze werkelijke oorsprong ligt. Wij kunnen nu eenmaal maar een beperkt deel van het geheel overzien. Voor ons in de geest – en wij overzien gemeenlijk toch iets meer dan de mensen in de stof – lijkt het erop dat de zin van het gehele bestaan is gelegen in het verzamelen van die gegevens waardoor wij een bewust deel kunnen zijn van het geheel. Het einddoel van de schepping, zo zegt men wel eens, is God te doen weerspiegelen in al wat hij heeft voortgebracht.
Kennende het goed en het kwaad.
Goed en kwaad zijn dingen als links en rechts. Dingen die eens verwerpelijk genoemd werden, zijn nu deugden, deugden van eens zijn nu het symbool van alle kwaad geworden. Zelfs de waarden en begrippen in bv. het christendom tonen per eeuw een aanmerkelijke verschuiving, waarbij goed en kwaad misschien in naam nog hetzelfde zijn, maar de praktijk in feite tegenovergesteld wordt.
Wat voor u links en rechts ligt, wordt bepaald door het standpunt dat u inneemt. Deze begrippen zijn zeer duidelijk menselijk en door mensen bepaald en wel in overeenstemming met tradities en bestaande verhoudingen. Over het algemeen noemt men alles kwaad wat bestaande machtsverhoudingen zou kunnen aantasten en alles goed wat de bestaande machten in stand houdt.
Dat wij goed en kwaad toch als objectieve waarden hanteren is te danken aan de conditionering die wij vanaf onze geboorte op aarde mee krijgen en als geest dankzij het feit dat wij op grond van voorgaande ervaringen een mate van gerichtheid bezitten.
Wat voor u de moeite van het overdenken waard zou kunnen zijn. Wat mede een einde maakt aan grote omwegen. Ons onderwerp was: “Verder zien dan het lichaam toelaat” en nu zijn wij bezig over zaken die verder dreigen te gaan dan onze mogelijkheid tot beseffen. En daar er geen vragen meer voorliggen, die dichter bij ons onderwerp liggen, ga ik nu afsluiten.
Wij zijn een wezen dat veel verder reikt dan het lichaam dat wij bezitten. Wij zijn een deel van een geheel, waarvan wij slechts een klein deel kunnen beseffen. Ons leven is een duur, die niet eens voorstelbaar is voor de mens.
Ons gehele wezen bezit dan ook meer kennis en mogelijkheden dan in de mens onmiddellijk toegankelijk en duidelijk zal zijn. Zoeken naar al datgene wat wij diep in onszelf ook nog zijn, maakt het ons mogelijk zelfs binnen de stoffelijk vorm ervaringen op te doen, die dichter liggen bij het geheel van ons wezen en ons nader brengen tot besef van het geheel van de kosmos, waarvan onze wereld maar een zeer klein deel vormt.
De mense1ijke wereld en de menselijke kennis tezamen vormen maar een klein omschrijfbaar eiland in een onomschrijfbare oceaan van feiten. Zoekende naar de werkelijkheid zullen wij altijd ook moeten zoeken naar dat beetje meer dat wij kunnen zijn en beseffen.
