Vergeten weten

image_pdf

13 oktober 1978

Vergeten weten

Zoals u bekend zal zijn, zijn wij sprekers van de Orde der Verdraagzamen niet alwetend of onfeilbaar. Denk dus zelf na.

Want veel van hetgeen de mensen in uw dagen bijgeloof noemen, is in feite een weten, waarvan de bron en dus ook de redelijkheid in het vergeetboek is geraakt. Zeker, heel wat zgn. bijgeloof is zonder meer redelijk te verklaren.

Zo was bv. zout vroeger kostbaar. Zout morsen betekende dus inderdaad een ongeluk, zoals in uw dagen het verliezen van uw beurs een ongeluk mag heten. Maar waarom dan de stelling “dat je het gemorste zout over de linkerschouder moet gooien want dan gooi je het de duivel in het oog”. Hier komt de redelijkheid in moeilijkheden. Want is die duivel er werkelijk? Bestaat de duivel echt? Dat is nog maar de vraag, ook al geloofde men daaraan vroeger wel. Waarom dan het kostelijke zout dat reeds gemorst is, nogmaals en nu geheel weggooien? De werkelijke reden graaft dieper dan men zou denken, maar is in feite zo eenvoudig als een twee maal twee is vier.

Wanneer een mens een ongeval overkomt, is hij daarop geconcentreerd. Door deze eenzijdige en vaak al overtreffende gerichtheid van je aandacht, haal je als het ware een volgend ongeluk naar je toe. Daarom is het veel beter je ergernis af te reageren en door een magische of pseudo-magische handeling jezelf weer gerust te stellen, je aandacht weer beschikbaar te maken voor andere omstandigheden. Psychologisch een volkomen verklaarbare en juiste reactie.

Andere bijgelovigheden stammen bv. uit het geloof. Neem het bekende “dertien aan tafel brengt ongeluk”. Jezus zat bij het laatste avondmaal aan met zijn twaalf apostelen, 13 personen. Kort daarop werd Jezus gekruisigd en heeft Iscariot, volgens het verhaal, zichzelf opgehangen. Wat oppervlakkig het gevoel kan verklaren, dat 13 personen aan tafel niet bepaald geluk zal brengen.

Maar ga even verder en denk aan de cijferleer, waarmee men zich in het verleden vaak meer dan nu bezig placht bezig te houden. 13 is dan het getal van vernieuwing en totale verandering. 12 is in deze leer onder bepaalde omstandigheden de conclusie van een levensweg, de afsluiting van een periode. 9 de priester komt via 10, de openbaring van God, tot het volle bewustzijn. 11 brengt ons de erkenning in tegendelen van de godheid. 12 echter maakt God volledig, zowel in zijn Wezen – 1 als in zijn uiting – 2, tegenstellingen kenbaar. 13 betekent het nieuwe bewustzijn, waarin de vol-geuite goedheid – 3 – plus de beleving van het wezen van God een nieuwe vorm van bestaan noodzakelijk maakt: 3 + 1 = 4, het getal van elementen en het dier. Het schepsel beëindigt zijn vorig bestaan en moet nu, naar men aanneemt, in een hogere orde van zaken, opnieuw actief worden, waarbij alle vorige waarden en kennis hun betekenis verliezen.

Mensen, die feestelijk aan tafel zitten, hebben niet bepaald haast om hun ogenblikkelijke situatie, met al zijn vormen en genietingen voor een geheel ander bestaan te verruilen en geheel opnieuw te beginnen. Vandaar dat het getal 13 door velen als ongeluksgetal wordt beschouwd, maar door een minderheid juist als geluksgetal, getal van slagen en vooruitgang, wordt geïnterpreteerd. Voor hen is 13 gelijk aan vier, aanduidende het ontstaan van geheel nieuwe relaties en het beginnen van een geheel nieuw leven. Dit kan een groot geluk zijn. Maar wanneer je nog gebonden bent aan het oude, niet in staat bent met de nieuwe erkenning van God,  ik en schepping een ander leven te beginnen, zal je je in strijd voelen met al wat je gaat beleven en je ongelukkig voelen.

Zo ziet u dat in bijgeloof heel wat zaken een rol spelen, waaraan men lange tijd voorbij is gegaan. Eerst in deze dagen begint men soms te beseffen wat achter sommige schijnbaar onredelijke en vreemde zaken schuilgaat. Zo erkent men bv. eerst de laatste 50 jaren, dat het gebruik van heksenzalf niets te maken heeft met de duivel en ook niets met bijgeloof. Heksenzalf is een smeersel, waarin hallucinogenen zijn verwerkt, welke door de huid het lichaam binnendringen en zo levendige dromen opwekken, die, gezien de concentratie van de gebruiker, diens verwachtingen schijnbaar in vervulling doen gaan, tot een soort Blocksbergervaring toe. Maar zou men zich op iets geheel anders concentreren, dan zou men menen opeens in Zandvoort aan de zee te zijn of iets dergelijks. Joost mag veten wat. Ik zeg dit nu zo. Maar waarom noemen de mensen de duivel soms Joost? Het heeft iets gemeenzaams. Er zijn nu eenmaal mensen, die proberen alles dichter bij te halen. Misschien is dit gemeenzaam gebruiken van dergelijke namen niet veel meer dan een poging om bepaalde personen of machten tot je eigen vlak te herleiden, waarop zij – naar je meent – voor jou benaderbaar en zelfs beheersbaar worden.

Sprak men in het verleden niet over “onze Willemien” en duidt men uw staatshoofd in deze dagen niet vaak gemeenzaam aan als Jaan”? Goed bezien probeer je in feite hierdoor de betroffene naar beneden te halen, tot je eigen peil van zijn en denken te brengen, zodat gemeenzaamheid, een je één voelen met, of zelfs een gevoel van verbonden zijn met en macht hebben over, bereikbaar wordt.

Mensen nemen kennelijk aan dat zij door het geven van een naam die dicht bij het eigen taalgebruik ligt, hetgeen waarover het gaat binnen eigen bereik brengt. Het andere is opeens vertrouwd, je kunt erop rekenen, of kunt er mee afrekenen. Wat mogelijk de reden is dat heel wat mensen hun auto, vliegtuig e.d. een naam geven.

In dat geval is het ook niet zo verwonderlijk dat mensen namen geven aan machten die zij vrezen, of zelfs magische spreuken gebruiken die het gevoel van macht bezitten, versterken. En waarom ook niet.

Wat is een magische spreuk anders dan een gebruik maken van reeksen woorden en namen, die op zich geen enkele betekenis hebben, behalve mogelijk aan klankwaarde. Woorden waardoor je het gevoel krijgt met bepaalde machten en krachten op een gelijk niveau te staan of je zelfs daarboven verheven kunt voelen.

Een bekend magiër en kabbalist deed eens de volgende uitspraak: Magie is in zijn rituelen en aanroepingen een mnemonische discipline – een op herinnering gebaseerd systeem – waardoor de magiër zichzelf automatisch in de juiste toestand brengt zowel wat zijn ontvankelijkheid als gevoel van beheersing betreft om bepaalde krachten uit te zenden of op te roepen.

Alles beziende heeft de man daarin waarschijnlijk het grootste gelijk van de wereld. Maar is het daarom nu dwaas aan te nemen dat deze dingen voor de juiste mensen inderdaad werkzaam zijn, zodat het geheel alleen maar bijgeloof is?

Waarom beweren mensen bv. dat – om iets erg griezeligs te nemen – vampiers terugdeinzen voor een kruis. Waarbij zij opgemerkt dat er niet bepaald veel vampiers bestaan. Je ontmoet ze praktisch alleen maar in derderangs films. Het kruis is echter het middel waarmee de mensen demonen uitdrijven en beheersen, kortom macht kunnen uitoefenen over alle duistere krachten. Waarbij dit heilige teken kennelijk alleen voor christenen deze macht schijnt uit te stralen. Wat begrijpelijk wordt wanneer wij ons realiseren dat het kruis voor de christen een symbool is van het heiligste wat hij kent, een symbool van God, het levende licht. Wanneer wij ons door dit kruis te hanteren, daarmee verbonden kunnen voelen, zullen wij door dit gevoel ook beschikken over de macht die in dit licht gelegen is. Het kruis zelf doet dus in feite niets. Het is een aanleiding, maar niet de oorzaak zelf van het optredende fenomeen.

Zo beschouwd worden de bijgelovigheden interessanter, al is het maar omdat wij hierdoor zowel de mens beter leren begrijpen als ook iets gaan beseffen van een weten dat eens voor alle mensen normaal was, maar nu sinds lang vergeten schijnt te zijn.

Machtsbesef en schuldbesef spelen altijd weer een grote rol. Neem de bij vissers lange tijd heersende overtuiging dat het ongeluk brengt om op vrijdag in zee te steken. Toch is het gemakkelijk genoeg te verklaren: de eerste zeevaarders waren mede of vooral vissers. Vissers worden geconfronteerd met de voor mensen niet te beheersen watermassa’s en zijn daardoor gemeenlijk nogal vroom. Wanneer je nu op vrijdag in zee steekt, is de kans groot dat je ook op zondag nog op zee bent. Maar dat is de dag des Heren, waarop een mens dient te rusten en niet mag werken. Wie vaart, zal echter wel moeten werken, of hij nu wil of niet. Dit bewust veroorzaken is zondig. Zonde trekt demonen aan. Vandaar

In andere overleveringen stelt men dat de vrijdag wordt beheerst door een engel Gods, die de mens onaangename boodschappen brengt en de dood aankondigt. Anderen stellen dat Venus de dag beheerst en men stelde dat de macht die de dag beheerst, ook zijn eigenschappen zal inleggen in alles wat op zo een dag begonnen zal worden. Iets, wat je niet ten onrechte bijgeloof en een simpele wijze van denken kunt noemen, maar toch bij vele mensen een rol speelt Zelfs nu nog noemt men iemand, die op zondag geboren is, een zondagskind, een aanduiding, die tevens gebruikt wordt voor iemand, die heel veel geluk heeft.

Deze overleveringen bestaan nog steeds in de praktijk, ook al beseft men gemeenlijk niet meer, waaruit zij eens voortkwamen. Het geloof dat een dag aan alles wat op die dag begonnen wordt, de kwaliteiten zal geven van de kracht die haar beheerst, hoort thuis bij kabbala en astrologie, nu bijgeloof of pseudowetenschappen genoemd; maar toch bij constateringen en voorspellingen gemeenlijk ver boven het toeval gemiddelde scorende.

De zon is voor de mens sinds de verre oudheid een god geweest, de beheerser en gever van alle leven en kracht op aarde. Iemand, die onder bescherming van de zon geboren wordt, moet wel over meer kracht inzicht en mogelijkheden beschikken dan anderen en dus geluk hebben.

De verklaringen gaan vaak verder dan men nu vermoedt, maar zijn in wezen heel eenvoudig. Hebt u wel eens gehoord dat mensen bijzondere kwaliteiten toekennen aan iemand, die met de helm geboren is. In vele gevallen zullen de mensen het betreffende vlies zelfs drogen en als een soort talisman bewaren of bij zich dragen. De vraag of zo geboren mensen inderdaad sterker paranormaal begaafd zijn dan anderen is echter moeilijk te beantwoorden. Want soms wordt duidelijk dat mensen die niet met de helm geboren werden, veel meer helderziend zijn dan degenen die wel met dit vlies om het hoofd ter wereld kwamen.

Toch zijn er voor dit bijgeloof redenen te geven. Het geloof zelfs stamt waarschijnlijk uit het feit dat een dergelijke toestand bij de geboorte niet zo heel vaak voorkomt. Men kan dus redeneren dat men met een zeldzaamheid te maken heeft. En dit betekent dan dus dat je ook te maken hebt met een wezen dat meer zal kunnen dan een gewoon mens. In het verleden was dit “meer zijn” gemeenlijk een verbonden zijn met het occulte, het duistere, het paranormale dus. Maar er is ook een andere benadering mogelijk: Wanneer het hoofdje tot het laatste ogenblik in het vlies blijft zitten, zal ook na het breken van het vruchtwater en mits de navelstreng niet toegedrukt is en nog levensbenodigdheden toevoert, de invloed van de moeder sterker zijn dan normaal en zelfs na de geboorte nog even aanhouden. Bovendien is er een vertraging in de opname van lucht. Dit alles zou invloed kunnen hebben op de werking van het geboortetrauma en mogelijk de intensiteit hiervan verminderen, zodat een meer afgestemd zijn op de invloeden, die tijdens de prenatale periode een rol speelden, van invloed is op het verdere leven. Het is zelfs mogelijk dat een dergelijke situatie, ook al is zij gemeenlijk van korte duur, van invloed is op enkele hoge chakra’s van het kind Mogelijk is dit alles wel, maar een vergelijkbaar effect kan op vele andere wijzen ook bereikt worden. In vele gevallen horen wij dat mensen na een hersenletsel opeens helderziende worden e.d. Wat erop wijst dat deze kwaliteiten in ieder geval in verband staan met het functioneren van de hersenen. Zo nodig kom ik hierop nog terug. Gravende in het verleden treffen wij redenen aan voor vele zaken, die men tegenwoordig bijgeloof pleegt te noemen, handelingen en veronderstellingen, waar moderne mensen de schouders over ophalen en waarom zij lachen.

De moderne mens lacht gemeenlijk over het denkbeeld dat bomen, rotsen, stromen, bezield kunnen zijn door geesten die daarin wonen. Het lijkt hen onmogelijk dat er wezens zijn als de nimfen, waarvan men vertelde dat zij bij bronnen, in bergen e. d. leefden. Een bezielde natuur schijnt in strijd zelfs met alle moderne geloof, past niet in de wetenschap die men verworven heeft. Dus wie gelooft daar nu nog aan, nietwaar?

Indien je echter nagaat, hoezeer alles in het leven en de natuur samenhangt, hoe ondanks de macht, die de mens over zijn wereld verworven meent te hebben, nog steeds de invloed van eenvoudige elementen sterker blijkt te zijn dan alles wat mensen kunnen opbrengen, kom je mogelijk toch aan enige twijfels toe. Dan vraag je je toch af of er mogelijk een vorm van bezieling denkbaar is.

Zeker, er behoeft daarom nog geen sprake te zijn van verwarrende elfen of mooie nereïden die in de golven spelen. In de bron behoeft niet noodzakelijkerwijs een Undine te leven of iets dergelijks. Toch kom je tot de conclusie dat er kennelijk iets onbestemd, onbeschreven bestaat, wat als een soort bezieling van de materie kan worden beschouwd.

Geloven aan het bezield zijn van materie is niets meer of minder dan het erkennen dat God in alle dingen vertegenwoordigd is. Nu is het geen mode dit te stellen, maar ook al is er maar één God, kan deze zich als schepper dan niet in alle dingen gelijkelijk openbaren? Wanneer je zo over deze zaak nadenkt, kom je in de verleiding om zonder meer te stellen dat alles wat de mensen vroeger over de bezieldheid van de natuur hebben gezegd, juist moet zijn. Maar zelfs wanneer wij aan die verleiding ontkomen, zullen wij moeten toegeven dat de kracht van al het levende tot ons kan spreken uit alle dingen, wanneer wij ons daarop leren instellen en dat deze uiting dan in overeenstemming kan zijn met de aard van het voertuig, waardoor die kracht zich op een bepaald ogenblik uit.

Dan is het onze ontvankelijkheid voor de uitstraling van krachten rond ons, die aansprakelijk is voor alle erkenningen die wij hebben. De mens in het verleden stond meer open voor dergelijke zaken, kende minder redelijke kritiek op alles wat er in en rond hem gebeurde. Op dit gebied waren de mensen die dergelijke verhalen in omloop brachten heel wat minder materialistisch ingesteld dan de mensen van deze tijd. Hierdoor kon de mens in het verleden zaken eerder ervaren en al zijn contacten met geesten en andere wezens werden voor hem mede bepaald door de wijze waarop hij middels actie zijn eigen instelling tegenover iets in de natuur duidelijk maakte.

Nog 1500 jaren geleden wierpen reizenden een stukje brood of iets dergelijks in een stroom, die zij over moesten oversteken, als een offer aan de geesten die daarin mogelijk zouden wonen. Hierdoor hoopte men de natuurgeesten vriendelijk te stemmen, wat te begrijpen is, want veel bruggen waren er toen nog niet en die kosten tol. Je ging dus op een doorwaadbare plaats door het water. Maar indien de geest van de stroom geen goed humeur had, kon die wel eens een sterke stroom doen ontstaan, waardoor je van de voet ging en op zijn minst een nat pak opliep, maar mogelijk zelfs meteen in de eeuwigheid werd verplaatst. En voor de mensen van die tijd was de eeuwigheid nu niet bepaald zeker ook gelijktijdig de eeuwige zaligheid.

Maar het feit dat men ook wel plengoffers placht te brengen, kan natuurlijk bij deskundigen ook wel eens misverstanden veroorzaken. Een “deskundige” kwam eens in een Schotse herberg. Hij ontdekte dat het bier dat daar in tankards – dus ondoorzichtige bekers – werd geserveerd, door de drinkers steeds even aandachtig werd bekeken, waarop zij voor zij dronken, iets uit de pot op de grond bliezen. In de overtuiging een oud en interessant bijgeloof op het spoor te zijn, informeerde hij aan wie men wel offerde, een huisgeest of iets dergelijks? Het antwoord was: welneen. Wij blazen alleen het schuim van het bier om er zeker van te zijn dat wij werkelijk het bier krijgen waarvoor wij betalen en niet een halve tankard met schuim.

Wat wel duidelijk maakt, hoe voorzichtig je moet zijn wanneer je bepaalde gebruiken tot bijgeloof wilt verklaren. Het is niet zo moeilijk mooie en zelfs geleerde verklaringen te vinden voor allerlei gebruiken. Maar je zult zeer redelijk moeten nadenken en niets zonder meer voorop mogen stellen, wanneer je werkelijk wilt doordringen tot iets dat stamt uit de vergeten kennis van een niet meer voldoende in zijn eigen betekenis beseft verleden.

Neem nooit aan dat bijgelovigheden zonder meer waardeloos zijn, want mogelijk zit er wel iets in. Denk maar eens aan het bijgeloof van mensen die kastanjes bij zich dragen tegen de reumatiek. Op het ogenblik beveelt men kastanje extracten aan, omdat bepaalde stoffen daarin een betere doorbloeding van de huid zouden veroorzaken. De kastanjes die men uit bijgeloof gebruikte, verdroogden en werden dan door nieuwe vervangen, wat erop wijst dat de sappen nabij het lichaam van de drager verdampten en daarop mogelijk een heel reële inwerking hadden. Dit zou wel degelijk werkzaam kunnen zijn, want een deel van de modernere geneeskunde werkt immers ook met medicijnen, waarin slechts sporen van werkzame stoffen zijn opgelost. Met andere woorden: een dergelijk bijgeloof kan wijzen op ervaringen, lange tijd geleden reeds door de mensen opgedaan en nu te verklaren door een chemische inwerking op het lichaam.

Op een dergelijke wijze zou men zich ook eens bezig moeten houden met de engelen en duivels, die volgens sommige vrome mensen nog steeds rond u dartelen als een wel zeer gemengde kudde, die in een eeuwig touwtrekken probeert zielen te ener of ter andere zijde weg te leiden. Is dit nu werkelijk alleen maar bijgeloof? Zeker, maar ligt daarachter mogelijk toch weer een weten? Kijk maar eens naar het Tibetaanse dodenboek. Mogelijk ziet u ook dit als een product van bijgeloof. Maar wat treffen wij hierin aan? Wanneer een mens zich schuldig voelt en volgens eigen besef dus onjuist gehandeld heeft, zal hij zich in een toestand manoeuvreren, waardoor hij bestraft wordt. Hij komt in hellewerelden terecht, niet omdat hij iets gedaan heeft, maar omdat hij zelf datgene wat hij deed op een bepaalde wijze gewaardeerd heeft. Indien een mens iets goed heeft gedaan, volgens zijn eigen besef, zo voelt hij dit als aanvaardbaar en zal hij daarin, ongeacht de gevolgen die dit heeft, kracht vinden.

En wat zegt nu de moderne psychologie? Een schuldbewustzijn, hoe verborgen dan ook, brengt de mens ertoe voor zich situaties te scheppen, waarin hij zichzelf bestraft en zo boet voor alles wat hij gedaan heeft tegen eigen gevoel van juistheid in.

Maar wanneer dit zo is, zijn duivelen en engelen dan nog bijgeloof? Zij behoeven dan geen werkelijke persoonlijkheden te zijn, maar als werking bestaan zij dan wel. Zij bestaan in ons en werken vanuit ons wezen, zij bepalen onze relatie met de gehele kosmos, met de wereld en alle krachten waarmee wij werken of verbonden zijn,

Kortom, op de achtergrond ligt de stelling dat een mens door een bepaalde instelling zich meer bewust wordt van en zelfs alles tot zich trekt, wat daarmee in verband staat. Verklaar dit dan door werkingen vanuit het onderbewustzijn, andere invloeden in het ik, buiten het ik of desnoods engelen en duivels. Het feit blijft bestaan.

Bijgeloof is vaak eerder een aanduiding van het onbegrip voor de ervaringen en het weten waarop bepaalde stellingen gebaseerd zijn. Neem de wijze waarop men het inenten van mensen met bepaalde poedertjes tegen slagenbeet en aanvallen door wilde dieren lange tijd beschouwde als grof bijgeloof.

Nu zoekt men al lange tijd naar een verklaring voor het feit, dat dit inderdaad gebeurt. De moderne industrie doet wat zij kan om de werkende stoffen uit dergelijke toverrecepten op te sporen. Is het dan nog bijgeloof? Men kwam o.m. tot de conclusie dat er sprake is van stoffen, die tijdelijk de eigen lucht van de mens veranderen. Hij ruikt dus niet meer als mens, met het gevolg dat een aantal dieren op die mens anders zal gaan reageren. Gebleken is ook dat door een geheim mengsel van bepaalde plantensappen, een soort immunisatieproces wordt veroorzaakt, dat langere tijd aanhoudt. Ingebrachte stoffen, die door het lichaam als onjuist, prikkelend, worden ervaren, veroorzaken bijna onmiddellijk een sterke adervernauwing op de plaats, waar zij het lichaam binnendringen. Hierdoor wordt de vreemde stof als het ware weer het lichaam uitgedreven op de plaats waar zij binnenkwam. Men ontdekte dit toen men iemand die zo behandeld was, een injectie probeerde te geven tegen een bepaalde ziekte: het serum kwam als heldere druppels uit het lichaam op de plaats, waar de injectie had plaatsgevonden. Men kwam tot de conclusie dat de gebruikte stoffen een soort kramp veroorzaken in de venen, waardoor inderdaad het omschreven resultaat bijna altijd zal optreden bij inbrenging van vreemde stoffen in de   bloedsomloop

Het feit dat wilde dieren zo behandelde mensen zelden of nooit zullen aanvallen, heeft echter nog een andere achtergrond: Normaal zijn de mensen die onverwacht een wild dier ontmoeten, bang daarvoor. Zij reageren schichtig. De dieren zullen dan automatisch eveneens agressief reageren. Ben je voor wilde dieren niet bang en handelt en beweegt u zich niet agressief, dan zien zij u ofwel als iets onbekends waar je maar beter voor moet oppassen; in andere gevallen is deze zelfverzekerdheid voor het dier een teken van overmacht, waarvoor het zelf liever de vlucht zal nemen. Door het geloof in de waarde van behandeling en de bijbehorende bezweringen gedraagt de mens zich zekerder en veroorzaakt zo in feite een groot deel van het begeerde effect reeds door zijn wijze van optreden terwijl bovendien zijn geur voor het dier eveneens onherkenbaar is en zo een als mens en mogelijke prooi bemoeilijkt.

Is dit dan nog wel bijgeloof, ook al gaat het om werkstoffen die deels nog niet geïdentificeerd zijn, deels – in ieder geval tot op heden – nog niet synthetische bereid konden worden en om spreuken, die de gedragingen van de mens beïnvloeden. Vooral dit laatste is op het ogenblik nog niet geheel in te passen binnen de kennis van de moderne wetenschappers. Zoals voor velen zgn. magische ingrepen die resultaat hebben, geen verklaring is te vinden in het moderne denken. De enige verklaring die mogelijk is, stoelt op een stelling die door velen eveneens als bijgeloof wordt beschouwd: de werkelijke verbondenheid die bestaat tussen al het geschapene, zodat alle uitstralingen van een wezen plus mededelingen, zoals die onbewust in geur en houding worden uitgedrukt, invloed hebben op alle andere levende wezens en zelfs in vele gevallen op reactie van zgn. dode materie.

Indien wij van dit standpunt uitgaan, is veel zonder meer te verklaren en te begrijpen. Maar hebben wij dan te maken met werkelijk bijgeloof? Of is dit ergens een deel van een weten dat de mens zich lang geleden eens eigen had gemaakt?

Je kunt op dit gebied heel ver gaan wanneer je dit wenst en je bv. bezighouden met de vraag of goden ooit werkelijk tot en door mensen hebben gesproken. Ik denk in ieder geval niet dat dit goden waren zoals de mensen zich die hebben voorgesteld. Maar wanneer wij de moderne tijd bezien, dan blijkt dat mensen die bv. een schedelbasisfractuur hebben gehad, in sommige gevallen helderziende worden, dat dit uit hersenschuddingen eveneens soms kan ontstaan.

U kunt natuurlijk, zoals velen, om dergelijke zaken lachen en ze afdoen met de verklaring dat het hier gaat om mensen die toch op hun hoofd gevallen zijn, zodat je op hun beweringen maar niet al te veel moet letten. Toch blijken mensen die dergelijke gaven exploiteren, vaak een reputatie te kunnen opbouwen door hun buitenzintuigelijke waarnemingen, ook al betekent hun roem nog niet dat zij met hun waarnemingen en verklaringen nu altijd gelijk hebben. Wie onbevooroordeeld is, constateert dat deze mensen inderdaad iets meer kunnen dan anderen. Mogelijk zouden ook vele mensen dit kunnen bereiken die nu hun gave om welke reden dan ook plegen te onderdrukken.

Mijn uitleg is de volgende: door gewoonte van denken is op de duur een nogal stevige afsluiting gevormd tussen delen van het totaal bewustzijn van de mens en diens dag-bewustzijn, zodat hij zich bepaalde erkenningen en ervaringen eenvoudig niet meer te binnen kan brengen, ook al zou hij dit wensen. Door o.m. een ongeluk of shock kan een dergelijke afsluiting geheel of ten dele verbroken worden. In de ogen van anderen ben je dan mogelijk opeens helderziend, helderhorend of iets dergelijks. Maar is het dan bijgeloof, aan te nemen dat dergelijke dingen mogelijk zijn. In deze tijd wordt middels de parapsychologie bewezen dat dergelijke dingen inderdaad bestaan, ook al verkiest men gemeenlijk een animistische verklaring voor het resultaat dat bereikt wordt.

Is het dan een bijgeloof dat goden tot de mensen kunnen spreken? Zodra wij aannemen dat het gaat om zeer bepaalde figuren en persoonlijkheden zoals mensen omschreven hebben, is dit inderdaad volgens mij wel het geval. Maar wanneer je zegt dat er mededelingen, contacten, weten, erkenning mogelijk is op een niet zintuigelijke basis, zodat het als het ware uit de ruimte tot ons schijnt te komen, kun je volgens mij niet van bijgeloof meer spreken. Het gaat dan om constateerbare feiten, zoals ik zei het reeds in de parapsychologie buiten alle twijfels heeft kunnen aantonen.

Waarmee de vraag voor mij weer op de voorgrond komt: is dit onverklaarbare en veel van hetgeen men in deze dagen nog steeds bijgeloof noemt, niet eerder een gevolg van een door de mensen vergeten weten dat eens in de ontwikkeling van de mensheid een grote rol speelde. Zelfs bepaalde riten en gebruiken blijken volgens recente ervaringen werkzaam te zijn en een betekenis te hebben. Eens vond men het rituele getrommel van o.m. de negers een uiting van een verruwde cultuur en bijgeloof. Sinds de beatmuziek in het westen is opgekomen, ontdekte men dat wanneer de geluidssterkte voldoende is en een bepaald ritme voortdurend wordt aangehouden, vele mensen daardoor in een soort trance komen.

O, zeker, het denkbeeld dat je door muziek high kon worden werd lange tijd ook als een soort bijgeloof beschouwd. Dat moest wel komen van het bier dat men dronk of andere zaken. Nu geeft men het toe en beseft zelfs dat geluid een therapeutische en soms ook verdovende of ontspannende werking op mensen kan hebben.

Men zou er goed aan doen zich te realiseren dat alles wat in deze dagen psychologisch en anderszins kan worden afgeleid uit dergelijke zaken, tevens een bewijs vormt voor de stelling dat het bijgeloof in feite voor een zeer groot gedeelte weten omvat, een weten dat de maatschappij nog niet bezit of niet wil aanvaarden. Wat de denigrerende term bijgeloof in feite maakt tot een woord waarmee de spreker eerder zijn eigen onbegrip, dan de zekere waardeloosheid van het zodanig omschreven aanduidt.

Wie eerlijk is, zal begrijpen dat geluid bewust gebruikt werd door alle eeuwen heen. Dat bepaalde aanroepingen, de roep van een muezzin, het gebeier van klokken, wel degelijk de mens zowel geestelijk als zelfs lichamelijk beïnvloeden en kunnen dienen om in die mens bepaalde denkbeelden, gevoelens zelfs lichamelijke drang te doen ontstaan. Klokken, gezangen, riten in de godsdienst zijn opeens geen zinloos of zuiver symbolisch gedoe meer, maar het werken met middelen, die zelfs de innerlijkste roerselen van de mens raken. Zodat men de mens kan instellen op belevingen van een bepaalde aard, ontvankelijk kan maken voor suggesties of zelfs kan voorbereiden, zodat hij tot een werkelijk geestelijk beleven kan komen.

Overigens zijn er altijd weer vragen, In mijn tijd was er een huis waarin “slechte geesten” zouden zijn. Een priester zou deze woning wijden en zo de boze geesten verdrijven. Hiertoe sprenkelde hij met wijwater onder het opzeggen van gebeden. De aanwezigen wisten niet dat het wijwater vergeten werd, zodat de plechtigheid in feite met slootwater werd verricht. Maar het resultaat was evengoed groot.

Mijn vraag; Wanneer dit wijwater werkt, dan moet het iets tot stand brengen. Indien slootwater eenzelfde resultaat geeft, wat is dan het werkzame bestanddeel geweest in dit geval? Was het het gebeuren op zich plus de veranderde instelling van de gelovigen waardoor het resultaat bereikt werd? Deze dingen maken het moeilijk erachter te komen, wat de inhoud van het vergeten weten in feite is. Maar toch meende ik dat dit een goed onderwerp was op vrijdag de 13e. Maar genoeg daarvan.

Laat ons nog het volgende stellen: De mens heeft, naast alles wat materieel aanwezig en bewijsbaar is, nog vele andere kwaliteiten en eigenschappen. De mens is innerlijk verbonden met zijn wereld op een wijze die niet rationeel uit te leggen valt. Als gevolg hiervan zal het leven van een mens altijd elementen bevatten die de ratio te boven of te buiten gaan. En denk nu nog even verder na.

Indien wij beginnen te aanvaarden dat een mens een bepaalde uitstraling heeft, dat hij gevoeligheden in zich kan opwekken en middels gebruiken en riten zich bewust kan worden van zaken die in de kosmos naast het stoffelijk kenbare aanwezig zijn, zo moeten wij teruggrijpen naar het weten en denken van de oude, lang vergeten magiërs. Dan zullen we terug moeten grijpen naar bijgelovigheden als werkelijke inwijding, tempeldiensten en offers om ons weten uit te kunnen breiden en ons meer bewust te kunnen worden van onszelf en de wereld.

De meeste mensen menen dat het voldoende is om als mens redelijk te handelen. Ik stel dat redelijkheid alleen de bewust beleefde basis van je bestaan is, maar dat er altijd meer dan dit een rol zal spelen. Dit meerdere kun je dan omschrijven als een goddelijke invloed die langs vele wegen en middels vele personen op de mensheid wordt afgedrukt. Welke verklaring op zich wel degelijk bijgeloof kan zijn, ofschoon de invloed er is, het ogenblik van beleven, kracht, weten, wel degelijk optreedt. En dat is niet te verklaren. Zoals er in het mensenleven vaak sprake is van een aanvoelen, dat redelijk niet te verklaren is en zelfs tegen alle emotionele gesteldheden in schijnt te gaan.

Ik stel: vroeger wisten de mensen, misschien veel beter dan vandaag de dag, dat het belangrijk is de psyché van een mens juist af te stemmen. Men wist dat het voor een mens even belangrijk kan zijn, zijn aura in orde te brengen als te zorgen voor correcte kleding. Zoals men in het verleden kennelijk heel goed wist dat het voor een mens erg belangrijk kan zijn, zijn innerlijk evenwicht te vinden en dat hij er daardoor ook in slagen kan zijn lichamelijk evenwicht te herstellen.

Er is kennelijk een kosmische wet, waarin de waarden van geest, ziel en stoffelijk ik gelijk zijn. Toch komt een groot deel van hetgeen u doet en beleeft uit uw geest voort en niet voornamelijk uit uw denken. Ook al rationaliseert u alles. Veel van de resultaten en goede mogelijkheden die opeens bereikbaar worden, veel van de gevaren – ook die opeens voor u opdoemen – hangen samen met uw eigen instelling ten aanzien van de wereld.

Ik sprak over het middel van een medicijnman, waardoor niet alleen het lichaam bepaalde giffen afstootte, maar ook het innerlijk van de mens en daarmee zijn houding tegenover de wereld veranderde, tot het bijna onmogelijk werd je door iets in de wereld werkelijk bedreigd te voelen. Ik vertelde u dat het daardoor de mens niet meer mogelijk was om werkelijk vijandig op te treden tegen ander leven, dat op zijn beurt de mens niet meer als gevaar of prooi registreerde.

Zou het mogelijk waar zijn dat de oudheid gelijk heeft, wanneer zij stelt dat de mens steeds omringd is door de boden van de goden? Dat rond je goden en demonen een spel spelen als krachten, die voortdurend kunnen ingrijpen in het leven van de mens? Let wel, niet in de omschreven en bijgelovige vorm, maar als een werkelijkheid. Wij leven in een voortdurend wisselend veld van invloeden. Wanneer wij daarvoor gevoelig zijn, kunnen wij bepaalde van die invloeden tot ons trekken en anderen afwijzen. Wij kunnen door onze eigen instelling deelhebben aan de krachten die rond ons zijn en gelijktijdig andere krachten die met ons besef niet harmonisch zijn, verdrijven. Zou het nu werkelijk zo dwaas zijn dit te stellen? Of zou het eerder een deel van een vergeten wetenschap zijn?

Zeker is wel, dat zaken die eens golden als normaal, ook nu nog werken, ook al lacht men er om. Vroeger zocht men naar water soms met een wichelroede. Ook andere materialen onder de grond kom men hiermee opsporen tot de plaats waar de juiste klei gedolven kon worden om aardewerk of steen van te maken. Men beschouwde dit als natuurlijk, ook al waren er specialisten op dit gebied, die men bij voorkeur raadpleegde. Eens werkte dit. Waarom dan aannemen dat zoiets nu niet meer kan werken? Bijgeloof?

Waarom gebruikt men deze werkwijze nu niet meer? Voornamelijk, omdat men daarin niet meer schijnt te kunnen geloven. Maar in Chicago moest men het oude gasnet dat deels niet in kaart gebracht was, terugvinden. In het begin bracht dit vele moeilijkheden tot opeens een aantal arbeiders ging werken met een soort wichelroede bestaande uit een stukje buis, waarin twee glaselektroden gebogen onder een hoek van 90° zaten.

Het bleek dat deze dingen op een bepaalde plek een uitslag gaven, waarna men al snel een stuk van dit oude gasnet kon opgraven. Toch werd deze methode niet ontdekt door geleerden, maar door eenvoudige arbeiders die deze methode gingen gebruiken, nadat een van hen met deze werkwijze steeds weer goede resultaten behaalde. Zeker is wel dat deze mensen niet geloofden aan wichelroedelopen tot zijzelf het begonnen te doen.

Zij kenden geen ingewikkelde of andere theorieën, waardoor het fenomeen verklaard zou kunnen worden. Zij zagen de methode gebruiken, waren ervan overtuigd dat deze werkte en maakten er eenvoudigweg zelf ook gebruik van. Volgens mij was het hun instelling ten opzichte van het fenomeen en niet de hulpmiddelen, waardoor het resultaat behaald werd. Maar als dit zo is, dan is er toch geen sprake van bijgeloof in de feiten, maar hoogstens bij de verklaring die men aan de feiten geeft.

Ik meen dat de mens zijn geestelijk wezen te zeer vergeten is, zodat de mens eerst weer moet leren zijn geest en psyché op de juiste wijze af te stemmen om het vergeten weten te hervinden. En wanneer de mens uit zichzelf deze afstemming niet kan bereiken, dan zijn er op aarde heel wat hulpmiddelen daartoe te vinden: sleutelbegrippen, woorden, kleurvoorstellingen, of klanken waarop je je kunt concentreren, kerken, systemen, riten vol oude kennis. Maar hij mag niet vergeten dat de sleutel de hoofdzaak niet is, maar de toestand die je bereikt. Nu blijkt dat die toestand veelal bereikt kan worden door bewust gebruik van de menselijke wil. Wanneer je aanvaardt dat er een kracht is die je geleidt, betekent dit nog niet dat je een persoonlijke geleider hebt, maar wel dat je leiding kunt ontvangen van alle krachten rond je, waarmee je harmonisch bent.

Wanneer je stelt dat er demonen zijn die je achtervolgen, zullen alle krachten die niet met jouw eigen disharmonie harmonisch kunnen zijn, aan je voorbijgaan. Indien zij vanuit hun eigen harmonie om welke reden dan ook contact met je willen opnemen, zullen zij zelfs eerst jouw disharmonie teniet moeten doen, voor zij daarin werkelijk kunnen slagen. De disharmonische mens zal ook een dergelijke poging tot contact en beïnvloeding vaak als duivels ervaren. Want de mens gaat nu eenmaal bij beoordeling en ervaring steeds weer uit van eigen toestand en instelling.

Volgens mij hebben geloof en bijgeloof beiden een lang vergeten weten tot achtergrond, een weten dat terug reikt tot zelfs de fabelrijken van eens, zoals Atlantis en Mu.  Veel van de magie is te herleiden tot de werkwijze van de zgn. stadspriesters of duistere priesters van Atlantis. Zij werkten met een geven van suggesties, het de mensen instellen op iets. Indien de mens daaraan beantwoordde, riep hij als vanzelf alles tot zich, wat de priester hem had gesuggereerd.

In de groene magie, die nu nog leeft, ziet men vaak eenzelfde benadering. Maar de lichtende of witte priesters die in eenzaamheid leefden, droegen vanuit zich krachten aan de door hen daartoe uitverkoren mensen over. Zij zeiden dan vaak, om een juiste instelling bereiken, dat de god een profetie had gegeven. Zij zeiden dan de waarheid, ook al was de bron die zij aangaven, voor henzelf alleen maar een symbool en geen werkelijk wezen. Hen ging het er om de daartoe passende mensen op te laden met bepaalde krachten, hen open te stellen voor deze krachten rond hen, opdat deze mensen een voor hen nu mogelijk wordende taak inderdaad geheel juist en goed zouden kunnen vervullen.

Dit is de werkelijkheid van een vergeten verleden, een weten, waarop gehele beschavingen zijn opgebouwd. De mens van heden, die dergelijke zaken bijgeloof noemt en zich ten hoogste zeer moeizaam soms weet te ontworstelen aan eigen stofgebondenheid, heeft nog een lange weg te gaan.

Zelfs een wetenschap als de parapsychologie zoekt naar zgn. wetenschappelijke, menselijk logische, bewijzen en wijst al het andere af, of probeert feiten weg te verklaren. Mensen willen eenvoudig niet vanuit het fenomeen zelf redeneren, zelfs indien dit onontkoombaar waar voor hen opdoemt.

De mensen met al hun moderne weten en kunnen zijn iets vergeten: de wetenschap van de geest, gebaseerd op het werkelijke wezen van de mensheid. In elke mens is een verbondenheid met de gehele kosmos ingebouwd, zo goed als een besef voor alle met hem werkelijk harmonische waarden. Maar hij wil verklaren, niet aanvaarden en werken met het hem gegevene. Daarom dromen mensen van engelen en duiveltjes en schrijven zij geluk soms toe aan een amulet of ongeluk aan een vervloeking.

Toch was het onbekende van vandaag eens deel van het algemeen aanvaarde weten van de mensheid. Wanneer de mensheid van vandaag aan de vele bijna demonische kanten van haar eigen materialistische beschaving wil ontgroeien, zal zij terug moeten grijpen naar al dit vergeten weten, zal zij terug moeten keren naar de werkelijke harmonie, die geen kreten en protesteren van node heeft om zich waar te maken, maar door te zijn leert juist te reageren, de juiste kracht te ontvangen en uit te stralen en de juiste harmonie over te brengen op allen die daarvoor hoe dan ook ontvankelijk zijn.

Vreemd eigenlijk dat het vergeten weten zo belangrijk is en nog steeds belangrijker wordt in een tijd, die zonder dit extra aanvoelen en weten, het vermogen tot een boven-logisch beseffen en erkennen, haar eigen geschapen problemen niet eens meer de baas kan.

Wanneer de mensen, die menen alles te weten, dit zouden horen, zouden zij de schouders ophalen en zeggen: Nu ja, dat is maar bijgeloof. Zeker, voor hen is het bijgeloof, al is het maar omdat het niet past in het beeld, dat zij wensen op te bouwen van zichzelf en hun wereld. Maar voor eenieder, die werkelijk alleen naar resultaten ziet en niet alleen op woorden let, is duidelijk dat er meer nodig is dan hun woorden en wetenschappen. Zo iemand zal gaan zoeken naar een oplossing en beseffen dat de mensheid in bijgelovigheden, legenden, fabels, sprookjes, veel van het vergeten weten nog heeft behouden. Het dient alleen weer zijn plaats in het dagelijks handelen en denken van de mensheid te herkrijgen. Daaraan zal de mensheid meer hebben dan aan stellingen en ingewikkelde waarheden, die niemand geheel kan overzien, zodat eenieder die maar op zijn eigen wijze interpreteert.

De basis van het vergeten weten is ook nu nog aanwezig op aarde. De mens moet trachten: zich dit weten te herinneren, het teloorgegane voor zich te herwinnen, weer deel te worden van deze geestelijke waarheid en harmonie die eerst dan een perfecte aanvulling kan vinden in het stoffelijke. Want waar stoffelijke en geestelijke ontwikkeling gescheiden worden, gaan beiden ten gronde, maar waar de eenheid tussen stof en geest bereikt kan worden, ontstaat niet alleen bewustwording of inwijding, maar bovenal een nieuwe harmonie, waardoor de mens weer juist kan reageren in zijn menselijk milieu zo goed als in zijn geestelijke relaties. Hebt u nog vragen?

  • Zal het weten van de geest weer toenemen in de tijd van Aquarius?

Daarvan ben ik overtuigd. Maar zolang het vergeten weten wordt afgedaan als bijgeloof of hoogstens wordt gezien als de uitdrukking van onredelijke gevoelens binnen religieuze groepen, zal de wereld een praktisch gebruiken van deze geesteswetenschap bestrijden en degenen die er toch gebruik van maken vervolgen of uitstoten, omdat zij als een dreiging worden ervaren.

Vele profeten werden vermoord, niet ondanks het feit dat zij gelijk hadden, maar juist omdat zij gelijk hadden. Hoeveel geestelijk bewusten zijn niet verbrand, omdat zij niet konden worden ingepast in de pretenties en wetten van een bepaald geloof?

Het vergeten weten zal inderdaad herleven. Maar besef wel dat de wereld van nu, die nog zo machtig is, dat weten zal vervolgen met alle middelen. Daarom zal het nog wel enige tijd duren voor de mensheid als geheel deel zal kunnen hebben aan dit nieuwe besef met al zijn mogelijkheden.

Want de geschillen tussen zgn. wetenschap en het werkelijk geestelijke weten zijn nog zo groot, dat ik mij wel eens afvraag of beiden weer tot eenheid kunnen worden gebracht voor het te laat is, zodat het stoffelijke weten meer en meer een uitdrukking zal kunnen worden van het innerlijk weten en alle toepassing van de stoffelijke wetenschap weer gebaseerd kan worden op de innerlijke harmonie van mens en wereld. Zou dit binnen afzienbare tijd gebeuren dan kunnen wij er blij om zijn, omdat de mensheid dan voorlopig weer gered is. Maar voorlopig zie ik nog niet veel meer dan strijd, bespotting en verwerping.

Dan beëindig ik nu mijn bijdrage op deze vrijdag de dertiende. U zult begrepen hebben dat dit getal voor u geluk of ongeluk kan betekenen volgens uw eigen instelling en uitstraling.

Besef dat uw instelling ten aanzien van de wereld, zowel die van de geest als van de stof, van groot belang is voor alles wat u kunt bereiken. Dan zult u, het voorgaande overwegende, mogelijk enige vergeten kennis terugvinden en zo constateren dat voor u althans 13 een geluksgetal is.

Tweede deel: esoterie

Zoals gebruikelijk in dit deel weer esoterie. Ik vraag mij alleen af, op welke manier ik deze maal te keer zal gaan. Weet u wat, geeft u een woord, dan ga ik vandaaruit esoterisch verder.

  • Brand

Iets, waar wij voortdurend inzitten. Wij denken soms wel: in de brand, uit de brand, maar aan die zaken kun je je vingers nog wel eens branden. Dus voorzichtig zijn is de boodschap.

Wij zien trouwens het vuur meestal als een vernietigend element. Esoterisch gezien betekent vuur echter ook reiniging en is brand in feite een deel van het bewustwordingsproces. Wanneer een mens een inwijding krijgt volgens de oude tradities, wordt hij daarbij geconfronteerd met de 4 elementen van de oudheid, waaronder het vuur. Je moet om de inwijding te bereiken letterlijk door het vuur durven gaan. Iets wat op aarde nog meer wordt gedaan, dan u voor mogelijk zou houden. Zelfs in Italië gebeurt het nog jaarlijks.

Ik denk dat zij dat nog hebben overgehouden uit de tijd van Savonarola. Het klinkt als een zeepmerk, maar het was een moralistische betweter die zichzelf beschouwde als een heilige. Toen men zijn richtlijnen en betuttelarij niet meer nam, moest hij door het vuur lopen om zo te bewijzen dat hij inderdaad door God gedreven werd bij al wat hij deed. Zijn leerling slaagde er zonder meer in zonder brandwonden over een lang bed van vurige sintels te lopen, maar Savonarola brandde zijn poten, want die was niet zeker van zichzelf. Vuur is voor ons ook innerlijk iets, waarop wij alleen een antwoord kunnen vinden door innerlijke zekerheid, zonder dit wordt het al snel een brandje. Maar dit heeft zijn goede kanten: Alles, waarvan wij niet zeker zijn, al onze twijfels worden door het vuur verteerd, vallen weg. Ik geef toe dat dit voor sommige mensen zou betekenen dat er maar heel weinig over zou blijven, maar wat resteert, is dan tenminste echt.

Dus, zelfs wanneer je brandt, kan dit een reiniging zijn. Veel van hetgeen in ons leven een zo grote rol pleegt te spelen, zoals de illusies die wij koesteren omtrent onszelf, de kosmos, de wereld is in feite ballast, iets wat wij voor een bewust leven zeker niet nodig hebben.

Uitgaande van uw uitroep brand”, die naar ik hoop niet letterlijk bedoeld was, kom ik dus tot de conclusie dat het voor een mens erg belangrijk is allerhande ballast te verliezen, wanneer hij tenminste geestelijk verder wil komen.

Er zijn trouwens heel wat mensen die met een grote hoeveelheid overtollige bagage het geestelijk pad proberen te gaan. Wanneer je hen voort ziet strompelen met hun rugzak vol Bijbelspreuken, hun valies met moraaltraktaten – waarop zij bij voorkeur anderen op trakteren en niet zichzelf en hun vogelkooitje met de H. Geest: – zo beweren zij, ofschoon het bij nader beschouwing alleen een papegaai blijkt te zijn, die hun gedachten voor hen moet uitspreken met goddelijk schijnend gezag – dan krijg je gewoonweg medelijden met ze. De arme zielen. Waarvoor hebben zij dat alles toch nodig? Esoterie is natuurlijk en allereerst een doordringen tot de kern van je eigen wezen. Maar wanneer je dit werkelijk volledig wilt doen, kun je een dergelijke bagage eenvoudig niet tot het einde toe meeslepen. Dus waarom je dan in het begin ermee belasten. Misschien voelen zij zich zonder dit alles niet thuis. Maar ja, wanneer je thuis wilt blijven en toch naar Parijs wilt gaan, moet je je hele huis overbrengen. En dat betekent heel wat kosten en de mogelijkheid dat je zelfs dan nooit aan je doel komt. Het lijkt mij beter om dan maar je huis een tijdje te verlaten en eenvoudig een retourtje per trein te nemen.

Wanneer je de innerlijke waarheid werkelijk wilt vinden, zal je afstand moeten doen van alle illusies die je koestert omtrent je eigen belangrijkheid, je betekenis in de wereld en meer van die zaken. Wie werkelijk op weg wil gaan, moet even vergeten, wat anderen van hem roddelen of roemen en zeggen; ik wil nu even alleen maar mijzelf zijn. Dat doet wel eens wat pijn, natuurlijk. Wanneer je dan bovendien nog eens geconfronteerd wordt met alle moeilijkheden en grenzen die je tegen je eigen bewustwording in het verleden hebt opgeworpen, dan wordt het desondanks nog zo pijnlijk dat je het gevoel hebt door het vuur te gaan, ja te branden zelfs.

Onthoud in dergelijke gevallen vooral het volgende: Wanneer ik uitga van mijn zuivere ego, mijn werkelijkheid zoals ik ben en ik vertrouw er op dat God ook in mij woont of welke andere term u voor het eeuwige zijn wilt gebruiken, dan is alles wat tot uw werkelijke wezen en leven behoort onaantastbaar. Met andere woorden: je moet door het vuur gaan, je kleren verbranden daarbij aan je lijf, maar je hebt nog geen brandblaartje ergens op je huid. Een voorbeeld waar ik kennelijk nog wat voorzichtig mee aan moet doen, ofschoon naaktstranden bij u toch kennelijk steeds meer de mode zijn. Elke mens, elke geest, elke kracht, heeft zijn eigen natuurlijke kwaliteiten, waardoor hij past in het geheel van de schepping. Hierdoor is de mens verbonden met wat wij God of schepping noemen. Deze band, zowel als dit deel van zijn ik, is onverwoestbaar, is niet te vernietigen. Dit zal altijd blijven bestaan. Alles wat je dus kunt verliezen, is datgene wat je toch niet werkelijk nodig hebt. Maar ja, wanneer ik de moderne maatschappij eens bezie, dan blijkt mij dat de mensen heel wat dingen nodig hebben, die zij in werkelijkheid geheel niet nodig hebben. Die mensen zouden, wanneer zij zich met het werkelijk noodzakelijke tevreden zouden moeten stellen, het gevoel hebben dat zij veel tekort zouden komen. En omdat mensen nu eenmaal niet graag het gevoel hebben iets tekort te komen, willen zij dus meer hebben dan hen toekomt, in de illusie verkerende dat zij dan meer zullen kunnen doen dan in werkelijkheid ooit voor hen mogelijk zal zijn en zich dus meer in mogen beelden omtrent zichzelf dan ooit geestelijk verantwoord kan zijn.

Wanneer wij kunnen aanvaarden dat wij kleiner zijn dan wij denken, kunnen wij ontdekken dat wij op enkele punten meer mogelijkheden bezitten, dan wij ooit gedacht hebben. Wanneer wij bereid zijn de waarheid te zien als de uiterste vereenvoudiging van het gehele bestaan, zullen wij ontdekken dat een groot deel van onze zgn. waarheden in feite niets anders is dan een uitbreiding van de werkelijkheid ter ener zijde en ter anderer zijde, waardoor deze bereikingen elkaar oplossen. Zoiets dus als de relatie tussen PvdA en CDA Haal bij beide eens d en a weg en wat houdt u over? Pvc, de maatschappij met het plastic geweten.  Wat u moogt interpreteren zoals u wilt, maar door mij oprecht gemeend is.

Wanneer wij eerlijk zijn, zo moeten wij ook begrijpen dat veel van hetgeen wij onomstotelijk waar noemen, alleen maar één enkel aspect is van de waarheid die in ons leeft. Maar die waarheid die in ons leeft, is dan ook wel het altijd blijvende, altijd werkelijke, de kracht waaruit wij bestaan en waarin wij verder kunnen gaan. Maar als dat waar is, waarom zouden wij ons dan zo druk maken over allerhande kleine eenzijdige waarheidjes.

Trouwens, heel wat mensen overwegen zaken en piekeren voortdurend: is het nu waar of is het niet waar? Mijn enige antwoord aan hen luidt: Wanneer iets waar is, dan bemerk je dit te zijner tijd wel en als het niet waar is eveneens, dus span je voordien maar niet overmatig in. U lacht, maar ondanks alles is dit een juiste benadering. Op het ogenblik dat wij de juistheid willen gaan bewijzen van iets waarvan wij niet zeker zijn, komen wij in moeilijkheden, omdat zij zonder het te willen gelijktijdig de tegenkracht, het tegendeel bewijzen van hetgeen wij willen aantonen en zelf aanvaardbaar achten.

Hebt u die problemen? Dan is er nog altijd een vluchtweg mogelijk: wordt theoloog. En wanneer dat niet werkt, kun je nog altijd sociaal werker worden. Op die manier kun je je eigen eenzijdigheid toch nog in de praktijk brengen in naam van God of van de mensheid, zonder veel tegenspraak te verwachten en gelijktijdig je gevoelens van verantwoordelijkheid van je afzetten, zeggende dat die bij God of de staat liggen en niet bij jou.

U vindt dit een bittere uitspraak? Dat zit zo: enige levens terug ben ik nog eens een tijd curé geweest. En ik kan u verzekeren dat ik in die tijd een ware kuur was voor alle vroomheid. U kunt het zich voorstellen? Ik ook nu, maar toen niet. Ik dacht toen dat ik met een tonsuur de heiligheid had gepacht. Nu ontdek ik dat ik beter met een ton zuur op de markt had kunnen gaan staan. Want zo lopen de zaken.

U kijkt wat raar op? Maar hoe kijkt u dan, wanneer ik zeg dat het er niet zo erg op aankomt wat nu waar en wat niet waar is op aarde, zolang een mens maar beantwoordt aan zijn innerlijk gevoel van juistheid?

Het is immers onze innerlijke wereld die in het esoterische bewustzijn, maar wel degelijk ook in de stoffelijke werkelijkheid de hoofdrol speelt. Wat heb je er immers aan wanneer de gehele wereld je heilig noemt, terwijl je zelf voelt dat je een groot zondaar bent? En wat heb je eraan, wanneer de gehele wereld je wijs noemt, wanneer je in feite een grote stommeling bent? Nu ja, dan kun je in uw wereld in bepaalde beroepen toch nog wel een hoge positie verwerven. Maar wat heb je daaraan blijvend?

Toch kun je wanneer dergelijke mensen in de buurt komen beter meteen beginnen “brand” te roepen. Want in zo’n geval koesteren wij de illusie dat wij door alles wat onze droombeelden in de weg staat, onze illusies waar kunnen maken, terwijl wij in feite de wereld en onszelf verminken in de eenzijdige bestrevingen die onze illusie, ons als lot schijnt op te leggen, terwijl wij steeds meer vergeten wat wij wezenlijk zijn en daardoor onszelf en anderen overbodig wonden, pijn en schade toevoegen En nu mag ik wel even de brand, de brand laten. Ik ben uiteindelijk nog in geen enkel leven brandweerman geweest. Anders zou ik er mogelijk meer over te vertellen hebben. Ik wil proberen eens eerlijk en onbevooroordeeld naar uw wereld te kijken.

Het gaat er volgens mij niet zozeer om wat je al dan niet doet, maar om wat de essentie van je wezen is en hoe je daaraan trouw weet te blijven. En wat is de essentie van het menselijk leven, ook in de maatschappij? Het beantwoorden aan je eigen gevoel van juistheid, ongeacht datgene wat je daarvoor moet laten of voor moet doen, want dat is het enige wat op de lange duur werkelijk telt.

Ik kijk soms raar op van jullie maatschappij. Je behoeft tegenwoordig alleen maar van school af te komen om werkelozensteun te krijgen. Een hele vereenvoudiging: ze hebben het werk er gewoonweg uitgelaten. Je kunt dit een drama noemen of een gunstige ontwikkeling (naargelang je standpunt) maar volgens mij gaat het ook voor dergelijke mensen er toch voornamelijk om zichzelf waar te kunnen maken.

Dus niet volgens hetgeen anderen denken of de maatschappij van ons verwacht, de kerk ons predikt, maar volgens datgene, wat wij innerlijk en werkelijk als positief en juist ervaren. Ook in uw maatschappij is de belangrijkste vraag nog steeds: wat ben ik zelf? Hoe kan ik oprecht en eerlijk beantwoorden aan hetgeen ik innerlijk als juist voel? Steeds zo juist mogelijk beantwoorden aan hetgeen er in je leeft, is de enige, ofschoon soms pijnlijke weg om door te dringen tot de kern van je eigen wezen, de enige manier om de overvloedige bagage opzij te leren zetten, wanneer dit nodig blijkt.

Tja, toch krijg ik soms het gevoel dat ik uw moderne maatschappij volgens velen onder u op een verkeerde manier bezie. Mij en sommige van mijn collega’s is zelfs verweten dat wij reactionair zijn. Dat komt waarschijnlijk omdat wij reageren op toestanden, waarop wij – naar men meent – niet zouden mogen reageren, terwijl wij niet reageren op andere toestanden die volgens de betrokkenen erg belangrijk zijn. Zij menen kortom dat wij op hen reageren en op zaken die hen niet interesseren ook niet gereageerd zou mogen worden. Men zou ons als het ware in een reageerbuis in willen persen. Tja, wanneer ik hoor dat er vrouwen zijn die opkomen voor hun rechten, zo ben ik geneigd te vragen: doen jullie dat nog steeds, al is het met andere middelen? Vroeger verdedigde de vrouw haar recht met een deegroller, nu met een spandoek. Maar als ik op aarde leefde, zou ik een beweging beginnen voor de emancipatie van de man onder het motto; wij hebben lang genoeg gewerkt, laten die wijven dat nu maar eens doen. Wat wel erg reactionair klinkt waarschijnlijk.

Maar in feite is dat toch niet belangrijk? Dat is allemaal maar bagage. In de uiterlijkheden kun je blijven doorkletsen. Alleen: man en vrouw zijn, is een kwestie van uiterlijkheden. Maakt het verschil uit wat voor jas je draagt, zolang de mens die erin steekt maar deugt en zichzelf kan waarmaken. Want de waarheid omtrent jezelf, de kern van je wezen vinden, is het enige wat werkelijk belangrijk is. Volgens mij tenminste.

image_pdf