25 januari 1980
Verschijningen en hallucinaties
Zoals u bekend zal zijn, zijn wij sprekers van deze Orde niet alwetend of onfeilbaar, zodat het raadzaam is, zelf over al wat behandeld wordt, na te denken. Wat is uw keuze van onderwerp?
Verschijningen en hallucinaties
Ik zou het dan zo willen zeggen: vele verschijningen zijn hallucinaties. Want wat is een hallucinatie? Het is een voorstelling, die in ons ontstaat zonder dat daarvoor zintuigelijk enige oorzaak is.
En heel veel van de verschijningen die gezien heten te zijn, zijn maar door enkelingen werkelijk gezien. Laat ons dit niet vergeten. Gaan wij de vele verschijningen van Maria na, waarvoor geen feitelijke verklaring te vinden is, dan blijkt dat de maagd alleen maar werkelijk is gezien door een enkeling, zoals in Lourdes, waar de maagd zelf alleen werd gezien door Bernadette Soubirous.
Zij zag Maria en dan nog bovendien als een soort tot leven gekomen plaatje; want de verschijning gelijkt zeer sterk op een voorstelling van de Maagd, zoals die in een naburige kerk reeds aanwezig was. Toch heeft zij kennelijk iets beleefd.
Elders spelen kinderen en in hun spel zien zij iets. Zij maken er de Maagd van en onmiddellijk is een nieuwe bedevaartsplaats geboren. Maar heeft iemand daar werkelijk iets met de ogen gezien? Ik betwijfel het ten zeerste.
De betrokkenen hebben kennelijk iets beleefd. Dit beleefde wordt door hen innerlijk en dus niet door waarnemingen van buitenaf, in een beeld omgezet, daarmee is datgene wat zij zeggen waar te nemen een hallucinatie, niet een verschijning.
Toch zijn er enkele voorbeelden van verschijningen waarbij een groot aantal mensen terzelfdertijd en zonder dat van een bijzonder suggestieve beïnvloeding sprake kon zijn ook allen hetzelfde waarnamen.
Wanneer dergelijke verschijnselen in enkele gevallen zoals het kruis aan de hemel in Zwitserland rond 15 jaren geleden, fotografeerbaar blijken te zijn, heeft men met iets te maken wat werkelijk is. Toch verwaast het na enige tijd, lost zich op, alsof, het nooit bestaan zou hebben. Indien geen natuurlijke verklaring van het fenomeen mogelijk is, kunnen wij hier dan terecht spreken over een verschijning.
Een verschijning zou ik willen omschrijven als een niet verklaarbaar verschijnsel, dat materieel constateerbaar is ongeacht de mentaliteit of kwaliteit van degenen die het waarnemen.
Een hallucinatie is altijd een waanbeeld. Een beeld dat zeker tot stand kan komen door invloeden die van buitenaf komen. Wanneer wij eens denken aan alle visioenen die mensen hebben gezien wordt wel duidelijk dat wij althans in vele gevallen te maken hebben met een invloed van buitenaf, ofschoon men het resultaat daarvan zonder meer een hallucinatie mag noemen.
Want het is een proces dat zich in de mens afspeelt, niet iets wat zo een onafhankelijk bestaan buiten die mens bezit. Alle voorstellingen, alles wat gezien, gevoeld en beleefd wordt, is niet reëel in de eigen wereld en is ook buiten die mens nergens constateerbaar. Wat, voor alle duidelijkheid, niet betekent dat een hallucinatie altijd en alleen maar het product van een soort zelfbedrog is.
Er kunnen verschillende oorzaken zijn, waardoor deze ontstaan. Wanneer je te maken hebt met bv. spoken en een helderziende neemt deze waar, dan moeten wij spreken over een hallucinatie. Want hier is sprake van een beeld dat in een mens tot stand komt.
Op het ogenblik echter dat allen, zonder uitzondering iets waarnemen – meestal dan wel wat vager – zo moeten wij spreken van een verschijning, omdat er een stoffelijk constateerbaar iets aanwezig is.
Mogelijk vindt u dit een wat zonderlinge benadering, maar er zijn nu eenmaal van die dingen, waar een men niet over na pleegt te denken. Wanneer je toevallig eens iets hoort over alles, er kan gebeuren wanneer de hersenpan gelicht wordt, zo zult u ook horen dat mensen, wanneer bepaalde centra in de hersenen, bepaalde cellen, geprikkeld worden een tweede beeld zien dat als het ware door de normaal geconstateerde werkelijkheid zich aan het slachtoffer opdringt. Dit zijn herinneringsbeelden, die onder omstandigheden zo levendig kunnen worden dat alle besef van de werkelijkheid geheel wegebt.
Ik meen, dat men ook een dergelijke beleving als een hallucinatie kan omschrijven, ook al is de oorzaak bekend en stoffelijk. Wij kunnen in dit geval immers nagaan, wat er ongeveer gebeurt: er is een stimulus in de hersenen waardoor een in de hersenen reeds aanwezig herinneringsbeeld dermate sterk op de voorgrond treedt, dat het wordt vertaald als komende van een zintuigelijke ervaring. Maar het is en blijft alleen maar het gevolg van de mogelijk zelfs onopzettelijke prikkeling van een hersencel.
Wanneer een entiteit u wil benaderen, is het voor hem of haar erg moeilijk om buiten u een voor eenieder constateerbare gedaante op te bouwen. Een verschijning is dus wel een zeer moeilijke en grote prestatie.
Maar met betrekkelijk weinig kracht en moeite is het soms mogelijk om bepaalde cellen het hersenweefsel te activeren. Daardoor zou dan een beeld kunnen ontstaan, dat in oorzaak niet veel verschilt van hetgeen bij de hersenoperatie voorkwam.
Wanneer een dergelijk beeld, dat uit de herinnering voortkomt, dan bovendien wordt gekoppeld aan een telepathisch ontvangen boodschap, dan is aan alle voorwaarden voldaan, die men aan zgn. verschijningen pleegt te stellen.
Denk eens aan Jeanne d’Arc, die stemmen hoort, die haar zeggen wat te doen en waarheen zij moet gaan. Maar er is niemand anders die die stemmen heeft gehoord. Zoals er niemand is, die het zingen van engelen hoort, ofschoon men soms in haar nabijheid is, wanneer zij meent dit te constateren. Indien je uitgaat van de enkele gegevens die zijn vastgelegd bij het onderzoek dat aan haar berechting voorafging, kort voor zij zgn. verbrand werd, zo blijkt dat dit engelenkoor gregoriaans zingt. Met andere woorden lijkt het erop dat deze engelenzang bestaat uit een herbeleven van het zingen van monniken. De stemmen blijken veel te gelijken op die van mensen die zij kende en volgens haar eigen verklaring spreken zij haar taal, dus het Patois, het dialect, waarin zij zich normalerwijs uitdrukte.
Dit alles doet op zijn minst erg wonderlijk aan, wanneer men wil stellen dat dit alles berustte op een buiten haar bestaande werkelijkheid – dus een echte verschijning. Ik meen te mogen concluderen dat het eerder een reeks van hallucinaties betreft, waarbij zij opgemerkt, dat dit wel degelijk bv. vanuit de geest geïnduceerde hallucinaties geweest kunnen zijn. En indien u ooit meent dat Jezus bij u binnenkomt en tot u zegt: “Goedemorgen en hoe gaat het met u?”, dan kunt u er wel verzekerd van zijn dat u met een hallucinatie te maken hebt, want Jezus spreekt geen Nederlands en zeker geen dialect.
Indien u meent dat God tot u spreekt en u vertelt dat dit een zeer ernstige tijd is met de stem van Van Agt dan hallucineert u. Wat nog niet zonder meer betekent dat ook de oorzaak hiervan zonder meer terzijde gelegd kan worden.
Hallucinaties kunnen, zo weten gij, voortkomen uit storingen van het menselijke gestel. Zij kunnen ook voortkomen uit zeer sterke psychische spanningen, die men ondergaat. Maar zij kunnen ook van buitenaf worden opgewekt. Indien de oorzaak buiten u een geestelijke oorzaak is, heeft al wat u beleeft wel degelijk zin en kan het van grote betekenis zijn. Maar daarom is het nog niet een verschijning.
Wanneer wij aan de vele verschijningen die vooral door vrouwen en kinderen in de loop der tijd gezien zijn – een van de punten, waarop de vrouw, kennelijk zelfs zonder emancipatie een streepje voor heeft bij de man- dan wordt ons duidelijk dat het steeds weer gaat om zeer emotionele of, om de medische term te gebruiken, hysterische persoonlijkheden gaat. Bij nader onderzoek kun je steeds weer ontdekken dat de persoon in kwestie een sterke drijfveer en gemeenlijk ook emotie onderging die werd omgezet in een hallucinatie. Zeker, misschien is er ook een invloed van buitenaf bij geweest, maar dat kun je pas zien wanneer er aan de hand van de verschijning effecten ontstaan die concreet constateerbaar zijn en buiten alle redelijke verwachtingen liggen.
Misschien heb ik daarmee reeds genoeg gezegd. Indien niet, zo zegt u het maar.
Vragen
Ik heb wel eens gelezen, dat uittredingen ook beschouwd kunnen worden als hallucinaties.
Inderdaad. Een uittreding is in wezen een hallucinatie omdat wij te maken hebben met een reeks van belevingen, die materieel niet bestaan, vaak niet eens kunnen bestaan en bovendien bij nader onderzoek van de beschrijvingen die men geeft opgebouwd, blijken te zijn uit herinneringselementen die dus reeds in de persoon aanwezig waren. Anders gezegd: datgene, wat u zich herinnert van een uittreding is altijd weer gebaseerd op associatieve processen, waarbij uw voorstellingen en ervaringen in de materie tezamen het beeld opbouwen van bv. hetgeen volgens u de wereld van de geest is. Toch bent u mogelijk in een geestelijke wereld geweest. Maar u had geen vertalingsmogelijkheid van al wat daar werd beleefd en waargenomen dan middels deze associaties.
Je kunt vanuit de geest bepaalde sequenties van woorden die in de mens reeds bestaan, sterk stimuleren. Men zal zich dan na zijn terugkeer in eigen lichaam die woorden en die sequentie herinneren. Maar ook dan is er in feite geen sprake van de woorden van een ander, die u zich herinnert. Het zijn nog steeds woorden en mogelijkheden die in u berusten. Eerst wanneer het een kwestie wordt van werken met klanken, is het mogelijk voor een geest, in u klank na klank woorden op te bouwen die nog niet in uw eigen besef aanwezig zijn.
De doorsneemens beschikt echter over een veel grotere woordenschat dan hij beseft en kent ook vaak meer vreemde woorden en soms zelfs vreemde talen dan hij van zich zou kunnen geloven. Al wat je gehoord hebt, ligt in de onbewuste delen van de herinnering vast en is onder omstandigheden bruikbaar. Je zou dus onder de invloed van een entiteit bv. Latijn kunnen spreken terwijl u die taal niet beheerst, mits de zin is opgebouwd uit klanken, die u reeds eerder gehoord hebt. Je bent dit al lang vergeten en hebt trouwens nooit geweten wat die klanken betekenden. Dankzij de juiste inhoud van de herinnering kan dan een dergelijke boodschap in een taal, die je nooit bewust beheerste, in je dermate verankerd worden, dat je deze later naar buiten kunt brengen en dan vaak zelfs zonder dat je in staat bent, de werkelijke inhoud van die mededeling te beseffen. Dat zijn dus processen waarbij het geheel zich in de mens afspeelt en ongeacht de oorzaak ervan dus volgens mij als hallucinatie omschreven dient te worden.
Zou je dan kunnen zeggen, dat althans een deel van de uittredingen zich geheel in de mens zelf afspelen zonder dat ook maar iets buiten zijn lichaam is getreden?
Soms beschouwt men dergelijke innerlijke belevingen verkeerdelijk wel als uittredingen. Maar zoals het woord al aangeeft, is slechts werkelijk sprake van een uittreding wanneer het betreffende bewustwordingsproces of de waarneming zich buiten de grenzen van het menselijke lichaam afspelen. Waarbij ik nogmaals herhaal dat ook de omschrijvende termen van iemand die dit door heeft gemaakt, zullen stammen uit gegevens die binnen de persoonlijkheid reeds aanwezig waren.
Een uittreding kan plaats vinden op uw eigen wereld, Dan kunnen waarnemingen worden gedaan, die later juist blijken, ofschoon het zeker is dat men lichamelijk geen mogelijkheid bezat om aan de nodige gegevens te komen.
Er zijn helderzienden en mediums genoeg die hebben aangetoond dat het waarnemen op afstand door middel van de geest op aarde wel degelijk mogelijk is. Het zou onjuist zijn dan te stellen dat dit alleen op aarde en niet elders bv. in een geestelijke wereld, mogelijk zal zijn. Wat het feit niet wegneemt dat alle termen, waarmee zowel de omschrijving van een waarneming op eigen wereld als hetgeen men meedeelt omtrent een geestelijke wereld, reeds in eigen hersenbesef aanwezig moest zijn, omdat zonder dit de omschrijving onmogelijk zou zijn.
Uittredingen in geestelijke werelden kunnen dus wel degelijk belevingen zijn, die buiten de eigen persoonlijkheid plaats vinden. Ook hier echter is omschrijving alleen mogelijk op grond van vergelijkingsmogelijkheden die in het ik berusten en woorden die men reeds kent. Waar geen vergelijkings- of associatie mogelijkheid in de mens bestaat, is een omschrijven van het beleefde onmogelijk geworden. Wel blijft iets daarvan dan als een emotie in het ego een tijdlang bestaan.
U mensen leeft op de grens van een nieuwe wetenschap. U leeft in een wereld, waarin men verder dan normaal ook zal leren doordringen in de geheimen van de psyché. Wanneer u dan nog steeds geneigd bent, begrippen samen te trekken of te verwarren, zal uw eigen innerlijk beleven door alles wat u over de nieuwste ontdekkingen hoort, mogelijk zeer troebel worden. Zelfs uw mogelijkheid om innerlijk in uw geloof nog waarheid te vinden, zal dan steeds voor u afnemen. Eerst wanneer je in staat bent, de dingen te scheiden en te zien voor wat zij zijn en te begrijpen hoezeer je zelf ondanks alles mede werktuig bent, of het nu bv. het vertalen van uittredingsbelevingen in een hallucinatie betreft, zal je ook onder de nieuwe omstandigheden raad weten met je innerlijke wereld.
Want de wereld van de geest zal dan wel dichter bij de mensen komen te liggen, maar het is nog lang niet zo dat de mens mentaal redelijk die werelden kan benaderen en beschrijven. De mogelijkheid bestaat nog niet om de mogelijkheden, kwaliteiten en eigenschappen van geestelijke werelden en de eigenschappen van een geest zonder meer als mens te constateren en in begrijpelijke beelden of termen vast te leggen. Wanneer dit niet mogelijk is, moeten wij trachten zoveel te scherper te denken en juister te redeneren. Het is duidelijk dat bijna elke mens zijn tekort aan weten compenseert door geloof.
Geloof, mijn vrienden, is niet een wezen, een instelling of een leerstelligheid. Geloof is een zekerheid die je in jezelf bewaart als een kostbaar iets, omdat zij zin geeft aan de onvolledigheid van alles wat je zelf tot stand kunt brengen en buiten jezelf in de wereld ervaart. Dat wil niet zeggen dat geloof op zich onjuist behoeft te zijn. Wel betekent het dat de formulering van uw geloof menselijk is en als zodanig even beperkt als de menselijke rede dit is ten aanzien van de totaliteit van de kosmos. Indien ik u dit heb kunnen bijbrengen, hoe dan ook, wordt het u misschien eerder mogelijk hetgeen u in u draagt als geloof, als innerlijk beleven of geestelijk ervaren een juistere plaats te geven in uw bestaan.
Het is gemakkelijk genoeg te beweren: “God zendt mij”. Ik heb hier een collega naast mij die nu opmerkt: “alleen doet hij er vaak niet voldoende port op”, want een mens komt, naar men zegt al belast met strafport op aarde – dat heet dan erfzonde. Deze opmerking, die ik u niet wilde onthouden, even terzijde stellend wijs ik erop, dat wij wel moeten beseffen dat wij de totaliteit niet kunnen omvatten.
Wij moeten beseffen, dat wij zelfs vaak bang zijn voor aspecten van de werkelijkheid en proberen die te onderdrukken of weg te verklaren. Zoals wij heel wat problemen in ons kennen, die wij eerst aan anderen en onszelf eerlijk zullen toegeven, wanneer wij erin geslaagd zijn deze meester te worden.
Ons geloof maakt het ons mogelijk, dergelijke compensaties tot stand te brengen. Maar wij hebben te maken met een levende werkelijkheid, geestelijk en materieel. En wij zullen die werkelijkheid geestelijk en materieel zolang wij op aarde zijn ook moeten doorleven. Wij zullen dan daaruit het beste moeten puren wat volgens ons wezen en ons besef mogelijk is. Dat kan niet, wanneer wij steeds weer zaken en begrippen verwarren en steeds weer ook feiten doen ondergaan in de vaagheid van een emotionele aanvaarding, die op de keper beschouwd ook voor onszelf niet eens geheel houdbaar is. Daarom, de verschijning, is heel iets anders dan een hallucinatie, ofschoon beiden vanuit hetzelfde vlak tot stand kunnen worden gebracht en beiden gelijke of vergelijkbare mogelijkheden schijnen te bezitten. Trouwens, zelfs een mens kan een verschijning in de door mij besproken zin veroorzaken wanneer hij zijn dubbel uitzendt met voldoende energie en concentratie. Begrijp dergelijke dingen zo goed mogelijk, leer scheidingen maken, opdat u gaat beseffen, wat in u het innerlijk weten is, wat in u geloof – dus emotionele verklaring is en wat in u beleving is. Ga den nog iets verder en besef dat de beleving in uzelf, hoezeer ook werkelijk en voor u uiteindelijk zelfs door de feiten bewezen, voor anderen die deze beleving niet hebben gehad, niets anders kan zijn dan een hallucinatie, daar de termen, waarin u alles naar voren brengt, uw termen zijn en niet die van hetgeen u hebt waargenomen.
Zo kunt u de werkelijkheid gemakkelijker benaderen en beter de krachten gebruiken, die zich ook in u manifesteren en zult u juister tegenover anderen reageren, wanneer er in u misschien iets bijzonders gebeurt.
Normen en stelsels
Ik zou zo zeggen, dat dit bijna één en hetzelfde is. Normen stel je. Wanneer er dus een aantal normen aaneensluiten, heb je vanzelf een stelsel. Wanneer je begint te meten en je gebruikt bij dit meten vaste maten, dan krijg je op de duur vanzelf een metriek stelsel.
Zo blijken er ook sympathieke en antipathieke stelsels te zijn. De een haalt alle onsympathieke zaken bij elkaar en maakt er een leer van, de ander zoekt het liever bij sympathieke zaken. Zodra het stelsel vorm krijgt, trekt men dan van leer en verkondigt de leer vervolgens alom in de vorm van een nieuw stelsel,
Vaak ook is er een sympathiek klinkende leer, die dermate stellig verkondigd wordt dat buitenstaanders al snel menen, dat het een als juist bewezen stelsel geldt, wat geld oplevert, ofschoon degene die de nieuwe normen stelt en het stelsel verkondigt, niet zonder meer in staat is te bewijzen dat hetgeen hij als norm stelt, ook inderdaad juist is.
Maar juistheid heeft bij een stelsel ook over het algemeen geen invloed. Want op het ogenblik dat ik een bepaalde norm aanleg, wordt deze willekeurig gekozen. Dus ongeveer als een kamerlid; u lacht er om, maar een kamerlid wordt toch ook vaak zeer willekeurig gekozen. Hij komt op een lijst, staat misschien laatst en de kiezers denken: die voorman bevalt mij niet, laat ik als protest maar op de laatste stemmen.
Daarmee geeft hij zonder het te beseffen een voorkeursstem weg en voor je het weet, is op een zeer willekeurige wijze iemand op een onverkiesbare plaats met meerderheid van stemmen gekozen. En ja, dan zit je erin als het jou treft. Maar na korte tijd wil je er zelfs niet meer uit, want je verdient te veel en je steekt liever jezelf goed in het pak dan je af te vragen: waar je jezelf in ’s hemelsnaam in gestoken hebt. Het steekt de mensen wel eens, wanneer zij zoiets horen, maar ik zal er verder dan maar over zwijgen. Want dit was uiteindelijk niet veel meer dan een steek onder water. En dergelijke steken komen gemeenlijk pas boven water, wanneer het ministersteken dreigen te worden. Ik meen trouwens dat men de ministersteken heeft afgeschaft, omdat men liever dan waardigheid alleen maar met steken onder water te doen heeft.
Volgens mij stellen de mensen immers altijd weer hun normen onder invloed van en in het belang van degenen die het meeste te zeggen hebben. Dan wordt de norm die men hanteert in feite steeds weer bepaald door degenen die macht bezitten. Deze normen nu binden zij dan aan een reeks verklaringen, dat kan bv. een godsdienst zijn, maar even goed een sociaal of economisch systeem. Deze normen worden dan zodanig samengevoegd, dat zij samen met de verklaringen een soort leerstelligheid schijnen te bezitten, waarop het stelsel gebruikt kan worden, om het gedrag van mensen aan de hand daarvan te beoordelen en zo nodig zijn denken en gedrag op grond hiervan te normen. Wanneer alles dan genormaliseerd is, wordt het soms erg vervelend. Dan staat er iemand op, die een andere norm begint aan te leggen. Hij wordt dan dissident. En wanneer hij dissident is, zien de normminnaars dat en zenden hem onmiddellijk naar de “dissidentist” om zijn denkbeelden zo mogelijk te laten trekken. Soms probeert men hem zelfs het gehele geweten ineens te trekken. Maar ja, men had al lang kunnen weten dat dat niet zo gemakkelijk gaat. Dus maakt men dan zichzelf maar gewetenloos en schuift de dissident af naar een plaats, waar hij kan dissideren zonder te resideren. Nu ja, een enkele maal is die dissident zo belangrijk in de ogen van anderen, dat hem toch wel een woonplaats moet worden toegewezen. Dan is hij dus een dissident resident.
Waaruit je meteen kunt concluderen dat niet alle normen gelijk zijn en dat er zelfs onder de dissiderenden rang en stand kan bestaan, al wordt die dan van buitenaf bepaald. En hoe wordt die van buitenaf dan wel bepaald? Heel eenvoudig door de norm die de buitenwacht hanteert plus de onmogelijkheid het goede werk geheel in stilte te volbrengen. De norm die de buitenwacht aanlegt voor dissidenten luidt gemeenlijk: wie het beste praat in mijn straatje, terwijl hij nog bij mijn tegenpartij zit, is de beste en belangrijkste dissident. Alles waarschijnlijk onder het motto: ons stelsel is voordeliger en levert bovendien nog tien dissidenten.
U zit nu een beetje te ginnegappen, dat is iets wat iemand die met normen werkt, pleegt te doen. Hij begint u veel te gunnen, dan begint hij al wat hij u gegeven heeft weer van u te gappen. Daarop verkondigt hij u, dat dit voortaan de nieuwe norm is en gaat dan ginnegappen. Dergelijke typen houden u dan voor: u hebt recht op een gelijkblijvend goed inkomen, maar ik heb recht op een hogere belasting. Want dat is iets, waaronder degene die haar heft nooit zal bezwijken.
En nu u dit alles hebt aangehoord, kunnen wij mogelijk nog even terugkeren naar de vraag, wat het verschil is tussen een stelsel en een norm. Ik zal proberen het u te vertellen: De norm is datgene wat men stelt, dus ook meent als juist of aanvaardbaar te moeten beschouwen. Het stelsel is datgene, waarin men dan die norm zodanig verwerkt dat zij zo nodig tot haar eigen tegendeel gemaakt kan worden.
Daarmee heb ik naar ik dacht, zonder al te veel tegen de geldende normen in te gaan uw onderwerp behandeld, zij het mogelijk op een meer speelse wijze dan u gewenst zou hebben. Maar dat – en vergeet dat niet – is een van de normen, die ik zelf mijn voordrachten pleeg aan te leggen. Wanneer er dingen zijn die te onaangenaam zijn, zeg ik ze zo dat de mensen er om moeten lachen in de hoop dat zij er eerst thuis achter komen dat ik hen meer de waarheid heb gezegd dan zij wel meenden.
Meditatie
Mediteren is in feite een in jezelf verzinken om iets te beschouwen. Heel veel mensen zeggen dan ook dat zij mediteren, wanneer zij de binnenzijde van hun eigen oogleden beschouwen. Maar wie werkelijk mediteert, probeert in zijn denken een bepaald punt of onderwerp te stellen en alle associaties die bij hem opkomen tot dit ene punt te herleiden. Hierdoor zal hij elke verbinding tussen het punt van meditatie en zichzelf leren kennen.
Dat betekent dat hij emotioneel en ook verstandelijk dichter komt bij een juiste definitie en mogelijk ook juister gebruik van datgene waarover men mediteert, zowel als van eigen mogelijkheden. Er zijn helaas mensen die denken dat een meditatie altijd zeer plechtstatig dient te zijn. Ik moet hen daarin teleurstellen. Ik heb zo-even immers reeds met u gemediteerd over normen en stelsels. En zonder dit zeer systematisch te doen, heb ik wel degelijk geprobeerd alle mij treffende aspecten van uw moderne leven te herleiden tot de beide punten van beschouwing. De norm dus en de stelling die de basis is van het stelsel.
Wanneer u mediteert, kunt u dan bv. dat doen over de goddelijke liefde. Maar wees dan niet alleen maar plechtig positief in uw benadering. Wanneer ik bv. over die goddelijke liefde zou mediteren zou ik zo ongeveer zeggen:
Het schijnt zo te zijn, dat God in zijn liefde ons allen omvaamt. Maar Hij doet dit niet of ik bemerk er niets van. Waarom doet God niet meer voor ons, wanneer hij ons liefheeft? Nu ja, mogelijk heeft Hij ons zozeer lief, dat Hij zegt dat wij in de tijd mogen lijden onder onszelf en anderen opdat wij beter mogen beseffen, wie en wat wij zijn en zijn liefde waarlijk kunnen beleven.
Dat is een mogelijkheid. Maar zou het wel zo zijn? Want God heeft ons lief. Maar wanneer God ons liefheeft, waarom zou hij dan bv. het ene deel van zijn schepping meer lief hebben dan het andere? Natuurlijk is het prettiger wanneer God mij wel liefheeft en dat kreng van daarnaast niet. Maar aan de andere kant, wanneer God alles geschapen heeft, waarom zou Hij dan mij of die van hiernaast meer liefhebben dan de ander? Maar indien God waarlijk ook dat kreng van hiernaast liefheeft, betekent dit, dat ik om Gods liefde werkelijk te beseffen ook dat kreng van hiernaast lief moet hebben, al weet ik bij god niet, hoe ik dat moet doen.
Wat maar een klein voorbeeld is van een werkelijk meditatief proces. Ik kan natuurlijk denken over de schoonheid. Wanneer ik bij het woord schoonheid onmiddellijk moet denken aan dat wasmiddel, dat zijn schoonheid bewijst in zuiverder wit, zo realiseer ik mij dat schoonheid altijd een totaalindruk is. Schoonheid is geen uiterlijkheid alleen. Het betekent de afwezigheid van vuil, kortom de afwezigheid van alles, wat mij afstoot.
Schoonheid zou bedorven kunnen worden door bv. stank. Hoe rustiek de boerderij ook is, soms is de mesthoop je te veel. De schoonheid is dus in wezen een totale ervaring welke aan klanken, aan kleuren of lijnen kan worden opgehangen. Maar het is mijn gehele wezen dat dit harmonisch moet aanvaarden. Indien harmonie en harmonisch aanvaarden, schoonheid is, zal de hoogste schoonheid dan niet gelegen zijn in de totale harmonische aanvaarding van het totaal zijnde?
U ziet het alweer, je kunt mediterende elke kant op die je maar wilt en je kunt heus ook nog wel met een grap de werkelijkheid benaderen. Want de essentie is niet ernst, maar een consequent alles steeds weer herleiden tot het onderwerp. Het gaat er om te begrijpen wat een woord, een denkbeeld, een klank desnoods werkelijk voor je betekenen.
Want of ik dit nu wil toegeven of niet, ik ben voor mijzelf nog steeds het centrum van het heelal. Geen al te mooi centrum, niet al te mooi, dat geef ik toe, maar ik ben voor mijzelf het centrum. Alles beoordeel ik en beleef ik vanuit mijzelf en in mijzelf.
Schoonheid kan voor mij alleen bestaan in relatie tot mijzelf, tenminste voor mij. Gods liefde kan mij alleen kenbaar worden in relatie tot mijzelf. Al wat er bestaat, al wat ik overweeg is niets anders dan het constateren van een relatie tussen mijzelf e het andere. Wanneer ik dit eenmaal besef, zal ik mijzelf al mediterende zeggen wat ik ben voor mijzelf. Zeggende wat ik ben voor mijzelf zeg ik ook tot mijzelf, wat ik moet zijn voor de wereld, die ik erken. Zo stel ik de relatie samen tussen mijn wezen en al het andere. Langzaam laat ik dan de grenzen vervagen tussen dit centrum, dit nauw omschreven ik en al het andere. Dit, tot ik voor mijzelf een geworden ben tot een vitaal punt, waardoor het geheel zich voortdurend mede manifesteert.
Dan pas kan ik misschien beleven en dan verder komen met die meditatie, verdergaan dan bij enige contemplatie mogelijk is, zeggende: het andere bepaalt mij niet meer, ik moet het andere bepalen.
Dat is wat ik denk over meditatie. Voldoende? Iemand denkt nu wat verbaasd: hij kan heus ook wel eens serieus zijn. Geloof mij: humor die echt is, is de grootste vorm van ernst die een mens kan opbrengen. Want alleen iemand die geheel in ernst zichzelf en zijn wereld beziet, begrijpt de inconsequentie die in hem en de wereld bestaat. Maar wanneer je dat op voor anderen kenbare wijze omschrijft, noemt men je een humorist.
En nu ten slotte nog enkele overwegingen:
- De meeste mensen lezen de krant om de ongelukken te horen. Zij zouden hun wereld heel wat beter kunnen maken door rond zich te zien waar zij geluk kunnen doen groeien.
- De meeste mensen zijn bezig, anderen te verbeteren. Hoeveel beter zou het zijn wanneer zij zichzelf minder zouden sparen.
- De wereld wil alles steeds mooier, steeds groter en steeds beter. Toch zou het verstandiger zijn, wanneer zij eerst eens streefden naar zaken, die echter zijn.
- Het leven in zich blijft kort, zelfs wanneer je 100 wordt. Daarom is het niet belangrijk dat je oud wordt, maar wel dat je steeds bewust leeft.
Ten laatste: De dwaasheid van de mens ligt in zijn onvermogen eigen beperktheid te aanvaarden zonder gelijktijdig eisen te stellen, waaraan hij niet kan beantwoorden.
