Vragenavond: 1970-11

image_pdf

06 november 1970

Het feit dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn, komt op deze avond nog sterker naar voren dan u gewend bent. Want dit is de vijfde vrijdag van deze maand. En dat betekent dat deze avond geheel aan uw vragen gewijd zal zijn. Kortom, het is:

Vragenavond

Laat ons dus maar meteen met uw vragen beginnen.

  • Hoe is het mogelijk dat een vrouw met 4 kinderen opeens zich ervan bewust wordt dat zij lesbisch is? Is dit te genezen door een psychiater of chirurg? Zij heeft haar partner, een lesbische, bij zich in huis genomen. Wat is uw raad?

Dit is een zuiver persoonlijke vraag. Zoals u weet mag ik in dit verband niet op dergelijke vragen persoonlijk ingaan. Ik kan echter wel meer algemeen enkele punten bespreken in dit verband.

Het zich aangetrokken voelen tot de eigen sekse is bij praktisch alle mensen, zij het veelal latent, aanwezig. De vraag is natuurlijk altijd weer: hoe en wanneer dit tot uiting zal komen? Uit de aard der zaak komen dergelijke attracties het meeste voor bij kinderen, kort voor het begin van de puberteit. De omgeving en ook psychische factoren bepalen de intensiteit van de uitingen, terwijl bij een tijdens de puberteit voortbestaan van dergelijke relaties of een dergelijke instelling, vaak de neiging gedurende het verdere leven de seksualiteit blijft bepalen. Komt de neiging bij mensen op hogere leeftijd – dus na de puberteit – opeens weer tot uiting, dan blijken vaak psychische problemen en bijvoorbeeld gezinszorg, of moeilijkheden in de werkkring, hiervoor aansprakelijk te zijn.  Veelal betekent dit een reeks van grotere problemen, vooral wanneer reeds een band met een lid van het andere geslacht tot stand is gekomen. Ik hoop dat ik niemand kwets wanneer ik erop wijs dat seksualiteit niet identiek is met liefde. Hoewel ook bij de seksualiteit bepaalde psychische factoren een rol kunnen spelen en het ook volgens mij verkieselijker is dat seksualiteit en liefde samenvallen in een algehele toewijding en overgave, is dit niet zonder meer noodzakelijk.

Wanneer men zich afvraagt, hoe men in het gestelde geval zou moeten handelen, zo meen ik, dat hier de vraag vooral is: hoe beleeft men de liefde, nu de partner een andere vorm van seksualiteit prefereert en misschien hierdoor ook de genegenheid aan een ander schenkt of mede schenkt? Mijns inziens zal dit afhankelijk zijn van de vraag in hoeverre er sprake is van een liefde boven en buiten het seksuele vlak en de vraag in hoeverre de ander, de partner van het andere geslacht dit beleeft, of deze een dergelijke toestand aankan.

Een algemeen geldende raad geven is hier praktisch onmogelijk. Ik wil hierbij opmerken dat men in uw dagen zoveel varianten aantreft op het langere tijd als het enig aanvaardbaar genoemde patroon van seksualiteit, dat ik mij kan voorstellen, dat de bezwaren van een dergelijke situatie betrekkelijk eenvoudig worden opgelost. Aan de andere kant ben ik mij ervan bewust dat velen toch door een dergelijke ontwikkeling zich gekrenkt gevoelen. In een dergelijk geval zal men mijns inziens een keuze moeten doen en zo nodig van elkander scheiden. Volgens mij zal men in de eerste plaats echter moeten beginnen de situatie te aanvaarden zoals zij is, daar men hieraan op korte termijn toch niets kan veranderen.

Operatief ingrijpen zal slechts zelden een oplossing kunnen betekenen. Een psychologische behandeling geeft iets meer kansen van slagen, maar zal weer zeer lange tijd vergen. Bij homoseksuele en lesbische neigingen die door psychiaters werden behandeld, bedroeg het aantal werkelijk bereikte genezingen rond 6%, terwijl een aanpassing bereikt werd bij rond 25%. De gemiddelde behandelingsduur lag tussen de 3 en de 5 jaren. Ik geef u deze getallen, opdat u zich de merites van een dergelijke behandeling kunt voorstellen.

Ten laatste nog dit: de attractie voor het eigen geslacht bestaat reeds in de kinderjaren. Vele jonge meisjes hebben, al realiseert men zich dit niet, langere tijd in feite lesbische gevoelens voor andere meisjes en kennen vaak zelfs een heftige liefde voor bijvoorbeeld onderwijzeressen en dergelijke. Ook jongens voelen zich langere tijd voornamelijk tot het eigen geslacht aangetrokken. Ofschoon het maar zelden tot werkelijk seksuele relaties zal komen – mede door opvoeding en de gebruiken van het milieu – zijn de achtergronden van dergelijke verhoudingen toch van zodanig seksuele aard, dat van lesbische en homoseksuele impulsen moet worden gesproken. De aanwezigheid van dergelijke geneigdheden in bijna alle mensen staat dus wel vast. Blijkt na biseksuele verhoudingen een dergelijke neiging op latere leeftijd weer op te treden, zo ben ik geneigd aan te nemen, dat er in het leven factoren zijn opgetreden die een terugval naar dit in de kinderjaren normale patroon veroorzaakt heeft.

Ik hoop hiermede de meer algemene aspecten van uw vraag voldoende te hebben toegelicht. Op de zuiver persoonlijke aspecten van de zaak kan ik hier, zoals reeds gezegd, helaas niet ingaan.

  • Wanneer is hier dan sprake van een afwijking, want dit werd toch wel stellig gezegd.

Van een afwijking is sprake op het ogenblik dat het gedragspatroon van een persoon van het in de omgeving algemeen geldende zozeer afwijkt, dat dit door die omgeving als geheel afwijkend wordt ervaren. De persoon zelf zal dit verschil eveneens erkennen en hierdoor eveneens voelen dat hij of zij ‘een afwijking heeft’. De ‘afwijking’ ligt dus niet noodzakelijkerwijze in de gedragingen zelf, maar in de verhouding tussen het algemeen gangbare gedrag en de gewraakte gedragingen.

  • Hoe is de overgang van een blinde hond die een spuitje heeft moeten krijgen? Moet een dier evenals een mens eerst tot bewustzijn komen voor het verder kan gaan?

Bij dieren ligt de zaak wel wat anders dan bij mensen. Bij een dier is de eerste reactie na de dood, in het gestelde geval, er waarschijnlijk een van bevrijding. De kwalen van de ouderdom, de pijnen van een kwaal en dergelijke houden op, het leven schijnt gewoon maar prettiger verder te gaan. Een dier leeft namelijk bij het moment. Zelfs uw liefste hond of kat, zelfs indien hij 16 of 17 jaren oud wordt en veel schijnt te verstaan en te begrijpen, heeft nog steeds een mentaal patroon dat vergeleken kan worden met de mogelijkheden van een kind van 1 à 2 jaren oud. Verder komt het dier eenvoudig niet.

Het dier denkt dus niet bewust na over het verleden of veranderingen in toestand, maar reageert voornamelijk op het aangenaam of onaangenaam zijn daarvan. In dit geval zal de reactie ‘aangenaam’ optreden, daar het dier opeens weer het gevoel heeft zich vrijelijk te kunnen bewegen. Het spuitje wordt niet als zodanig erkend. De gestelde blindheid is een belemmering die echter voor het dier in het verleden niet heeft bestaan. Dus zal de reactie op dit terrein zijn: ik word niet meer gehinderd in mijn waarnemen en bewegen. Een dier zal in dergelijke gevallen de dood ervaren als een bevrijd worden uit een soort strik, waardoor het zich weer jeugdig zal kunnen bewegen. Wel zal het mogelijk enige tijd lang in de omgeving van mensen blijven waarvan het heeft gehouden of een zekere band heeft. Daarna verwaast het in vorm en besef, tot een nieuwe incarnatie, in welke vorm dan ook, mogelijk wordt. Ik hoop dat dit voldoende is.

  • Is er gezien vanuit de geest, iets op tegen om je lichaam na de dood ter beschikking van de wetenschap te stellen?

Mijn tegenvraag: Is het belangrijk dat je een oude jas in de kast door de motten op laat vreten, of maakt het geen verschil uit wanneer je die jas aan een ander geeft met de opmerking: misschien kun je er nog iets mee verstellen? Het lichaam is na de dood voor de geest alleen nog maar van belang zolang het zichzelf daarmede nog tracht te identificeren. Indien je dus weet wat de dood is en deze weet te aanvaarden, kun je vanuit geestelijk standpunt tegen een dergelijke beslissing geen bezwaar maken. Wanneer je dood bent, heb je je lichaam nu eenmaal niet meer nodig. Blijf je proberen je eraan vast te klampen, dan zal het natuurlijk een wat pijnlijke ervaring zijn wanneer men je wetenschappelijk in onderdelen begint te ontleden. Aan de andere kant draagt een dergelijke ervaring, hoe pijnlijk ook, bij tot de erkenning dat je met een in de onderdelen uiteengerafeld lichaam nooit zult kunnen leven, zodat je leven los staat van het lichaam. En of je dit nu wel of niet prettig vindt, je beseft dan toch wel sneller dat je het zult moeten stellen met het leven en de wereld die je nu ervaart. Zodat zelfs in meer negatieve gevallen het resultaat mijns inziens wel nuttig kan zijn.

  • Kunt u zeggen of het invriezen van mensen met het doel ze na rond 100 jaar weer te ontdooien nog enige wetenschappelijke betekenis heeft?

Wetenschappelijk heeft het natuurlijk betekenis, omdat men door het ontwikkelen van een vries- en een dooiprocédé ook leert bepaalde operaties die zeer gevaarlijk waren, te voltrekken bij een op minimum werkend metabolisme, waardoor de gevaren aanmerkelijk minder worden. Ook van het invriezen en ontdooien zal men veel kunnen leren omtrent hetgeen met mensen wel en niet mogelijk is. Overigens neem ik aan dat, gezien de gevolgde methoden van invriezing en opslag, 99 van de honderd gevallen zullen ontwaken met meer of minder ernstige hersenletsels – beschadigingen – waardoor voor de meesten van een voortleven en genezen geen sprake zal kunnen zijn. Voor de mensen die de invriezing ondergaan, lijkt het mij dus nog niet werkelijk rendabel en interessant, ook wanneer het wetenschappelijk wel zeer interessant blijft.

  • Is er dus werkelijk herlevingskans na 100 jaar?

Ja. Maar zoals reeds gezegd, ligt deze kans volgens mij op het ogenblik, tot een verbeterde methode van invriezing gevonden wordt, rond de 1%. Daar echter geen definitieve scheiding tussen geest en stof plaatsvindt, of hoeft plaats te vinden, zal, indien het lichaam nog zelfs voor een deel kan herleven, de kans groot zijn dat de eigen geest daarin terugkeert. Men houdt er echter nog geen rekening mee dat die geest ondertussen vele belevingen heeft gehad, daarbij waarschijnlijk zich als aardgebonden geest gedragende, zodat het gedragspatroon van een herleefde (mens) gemeenlijk nogal af zal wijken van de gedragingen voor de invriezing. De nadruk op de verschillende lichamelijk aanwezige eigenschappen, het karakter, zal dan ook sterk veranderen wanneer de invriezing of door andere oorzaken ontstane bewusteloosheid van het lichaam, langer dan 20 jaren heeft geduurd. Ik wil nog opmerken dat, gezien de huidige methode van opslag, een invriezing een houdbaarheid heeft van rond 15 tot 20 jaar. Hierdoor zijn de kansen voor iemand die voor 100 jaar ingevroren wordt, dus zeer klein.

  • Tijdens een seance kwam bij een uitspraak tweemalen in plaats van deterioratie het woord detoriatie voor. Is dit aan het medium of de entiteit toe te schrijven? Andere buitenlandse woorden kwamen wel goed door.

Ongetwijfeld een fout van het medium. Een medium is een instrument. De meeste mensen vergeten dat je speelt met een aantal herinneringen die in het medium aanwezig zijn. Wanneer ik nu met u spreek, is hetgeen ik in feite presteer te vergelijken met een drukken op knopjes om zo de juiste woordherinneringen en associaties in het medium naar voren te brengen. Hierbij ben ik dus grotendeels gebonden aan de in deze herinnering aanwezige begrippen.

Nu bestaat de mogelijkheid dat een woord in de herinnering goed aanwezig is, maar in de klankassociatie een vergissing voorkomt, of een fout wordt gemaakt. Bij de uiting zal dan middels het medium eveneens een vergelijkbare fout worden gemaakt. Vergeet niet dat snel gereageerd dient te worden. Iemand die veel met een schrijfmachine werkt, weet wel dat wanneer men veel haast heeft, het wel voorkomt dat men in een bepaald woord een letterkeer tikt. Men zal in dit bepaalde woord dan bijvoorbeeld i-e als e-i tikken en dit steeds weer blijven herhalen. Zelfs indien men de fout heeft opgemerkt, kost het moeite deze weer te herstellen. Zo ook bij de hantering van een medium.

Wanneer je door snel reageren eenmaal een klankfout hebt gemaakt, zal het niet eenvoudig zijn deze verder te voorkomen, tenzij je eerst zelf het woord geheel opnieuw gaat vormen – aangenomen, dat de fout je opvalt. Bij een contact zoals wij ook nu hebben, is een dergelijke procedure niet aanvaardbaar, tenzij er grote misverstanden dreigen te ontstaan. Het geheel nieuw in klanken vormen van een woord betekent immers een grote vertraging – meerdere minuten van uw tijd – zodat een wegvallen van het contact met de luisteraars hiervan het gevolg zal zijn. Is dit een voldoende antwoord?

  • Wanneer iemand communicatie met een entiteit wil bewerkstelligen, geeft u dan daarvoor de voorkeur aan het werken door tussenkomst van een trancemedium, een bewust sprekend of schrijvend medium, dan wel aan instelling door middel van meditatie – dus door eigen kracht?

Wanneer het gaat om een zeer persoonlijk contact, dus onmiddellijk van mens tot geest en omgekeerd, zal ik altijd de voorkeur geven aan een onmiddellijk contact, dus aan de laatste mogelijkheid. Hierbij telt voor mij het feit dat men bij een onduidelijk resultaat of onzekerheden altijd alsnog via een van de vele mediamieke wegen – waarvoor bij mij in dit geval geen bijzondere voorkeur bestaat – een controle of verduidelijking mogelijk zijn. Wanneer een mens leert zich in te stellen op de sferen en op de geest, zijn persoonlijke contacten mogelijk. In deze persoonlijke contacten werk je als mens met de eigen associaties en ben je niet afhankelijk van de associaties van iemand die je in wezen vreemd is als een medium. Het resultaat is dat de mens veel duidelijker kan begrijpen wat door de geest gezegd en bedoeld wordt, dat de mededelingen meeromvattend kunnen zijn en dat de geest een veel eenvoudiger controle over de reacties kan uitoefenen, zodat bij het ontstaan van misverstanden veelal een eenvoudige correctie mogelijk wordt en een meer eigen en vaak fantastische interpretatie door de ontvanger van een boodschap onmiddellijk erkend en hersteld kan worden.

Heb je te maken met een medium, in bijvoorbeeld een groep van 10 personen, dan zul je wel rekening willen houden met een bepaalde persoon, maar zul je altijd ook door de reacties van de andere aanwezigen mede beïnvloed worden, wat de duidelijkheid vaak schaadt of meerdere interpretaties van een boodschap mogelijk maakt. Heb je te maken met een medium dat werkt voor één persoon, ook in trance, zo kan er bijvoorbeeld een tijdslimiet in het medium aanwezig zijn, door het daarin bestaande besef dat nog voor meerdere personen gewerkt zal moeten worden. Een dergelijke gejaagdheid bevordert de duidelijkheid over het algemeen niet. In andere gevallen is er sprake van voldoende tijd, maar kent het medium een deel van de problemen waarover het contact gaat en meent het daarvoor een oplossing te weten. Dit betekent dat er onbewuste impulsen van zodanige sterkte aanwezig kunnen zijn, dat je als geest je eigen boodschap niet meer kwijt kunt, zonder dat ook de onbewuste reactie van het medium mede naar buiten komt. Wat veelal ook allesbehalve bevredigend is.

  • Indien je zelf tracht te doen, heb je dan niet nog veel meer last van de ongetwijfeld sterk gemotiveerde associaties in eigen bewustzijn?

Dezen beïnvloeden u altijd, ook wanneer een ander als medium fungeert, daar hierdoor uw interpretatie van het ontvangene wordt bepaald. Bij een persoonlijk contact hebt u daarvan ongetwijfeld meer last. Een geest die echter het een en ander van deze wijze van contact opnemen kent – ik ben bijvoorbeeld niet onbekwaam, maar zeker geen expert – zal dergelijke associaties aflezen, terwijl zij ontstaan en in vele gevallen zelfs gebruiken om de boodschap een duidelijker en begrijpelijker vorm te geven. Vergeet niet dat het in dergelijke gevallen niet gaat om een enkele vaststaande en in vaste woorden uitgedrukte boodschap, maar om een proces. Het is als het ware een breien met uw gedachten, tot het patroon is ontstaan dat de geest in gedachten had. Hierdoor is de invloed van de eigen associaties dus niet zo omvattend en ernstig dat dit bezwaar sterker zou moeten tellen dan bij andere wijzen van contact. Wel ernstig is het feit dat bij meditatie de mens soms niet openstaat voor invloeden van de geest, maar in feite een gesprek met zichzelf begint – iets waar je als geest dan soms maar heel moeilijk tussen kunt komen. Daar echter naar mijn voorkeur werd gevraagd, moet ik echter blijven bij mijn eigen instelling. Ik geef de voorkeur aan direct persoonlijk contact, omdat hierin voor de geest veel ruimere mogelijkheden aanwezig zijn, terwijl een ontvangen boodschap voor de ontvanger duidelijker zal zijn.

  • Is het voor de ontvanger mogelijk onderscheid te maken tussen ontvangen impulsen en eigen gedachten?

Na innige training wel degelijk. Niet eenieder zal dus onmiddellijk, gecontroleerd en bewust contact met de geest op kunnen nemen met de zekerheid dat subjectieve waarden los komen te staan van objectief ontvangen impulsen. Iemand die getraind is, weet dat eigen associaties een belangrijke rol spelen en zal vele daarvan kunnen herkennen als voortkomende uit bijvoorbeeld eigen jeugd, een gelezen boek en dergelijke. Men zal dan minder aandacht gaan besteden aan de in het Ik optredende beelden zelf, als wel aan de context waarin zij bestaan. Je leest dan het geheel als een soort rebus, waarbij verschillende beelden gezamenlijk een zin vormen. Het gevolg is dat de ontvangen boodschap dan geheel duidelijk begrepen wordt en los komt te staan van eigen associaties en – zover het de inhoud betreft – van eigen onbewuste drijfveren. Ik doe mijn best duidelijk te zijn, ik hoop maar dat dit mij lukt.

  • Bij het commentaar op Rosemary Browns muziekstukken wordt nogal eens gezegd, dat het vreemd is dat alleen kopstukken doorkomen. Heeft u een verklaring voor het wegblijven van minder grote meesters?

Och, kleine meesters zijn nu eenmaal niet gewenst. Iemand die zo bezig is, heeft er geen behoefte aan om in contact te komen met Jan Pieterszoon Klaas – de vader van Jan Klaassen – die menig kroeglied op zijn naam heeft staan, zelfs al zou hij een nieuw kroeglied willen doorgeven. Men wil op zijn minst contact met een Mendelssohn of Chopin hebben. Men zoekt beroemde namen, omdat men hun roem kent. Bij vele seances zien wij precies hetzelfde: het resultaat is pas goed wanneer de geest zich aankondigt als een beroemdheid uit vroeger dagen.

Men heeft ons wel eens verweten dat wij hier onze persoonlijke gegevens niet bekend maken en ons niet plegen voor te stellen voor wij met iets anders beginnen. Maar het gaat om de boodschap en niet om de persoon die ze geeft. Zodra de persoonlijkheid te scherp op de voorgrond komt en te zeer wordt gekend, ontstaan er grote bezwaren voor een juiste overdracht van kennis. Zelfs kan vanuit een kring of medium een neiging tot selectie ontstaan, waardoor de mogelijkheid tot harmonische samenwerking van meerdere entiteiten geschaad wordt. Iemand die onder deze herkenning van de persoonlijkheid in onze kring nogal te lijden heeft gehad, was Henri. In het begin was het zo erg dat de mensen al begonnen te lachen wanneer hij zijn mond opendeed en ook wanneer hij wat ernstig wilde zijn lachten zij omdat zij meenden dat het een mop was. Wat erg frustrerend kan werken. Het gevolg is dat een avond soms geheel aan kolder wordt besteed, omdat men met het publiek meegaat in de hoop uiteindelijk toch nog te kunnen zeggen, wat men eigenlijk reeds in de eerste plaats te berde wilde brengen. Henri heeft overigens deze handicap overwonnen en publiekbeheersing geleerd. In het begin had hij het echter vaak erg moeilijk. Hij probeerde zich zelfs vaak te maskeren als een ander in de hoop zo aan het odium alleen humorist te zijn, te ontkomen.

  • Ik waardeer hem zeer. Wilt u hem dit overbrengen?

Hiervoor zal hij ongetwijfeld dankbaar zijn, wanneer ik het hem overbreng. Maar ter zake. Rosemary Brown is dus ingesteld op beroemde componisten. Haar vooroordeel in deze gaat zover dat mindere componisten die van zich zouden willen laten horen, zich voor moeten doen als een ander die beroemd is. Wat in dit geval ook nogal eens gebeurt. Vandaar dat u onder de doorgekomen composities er verschillende aan kunt treffen van een zodanige aard dat, ondanks een zekere stijlovereenkomst, toch wel zeker is dat de componist die als originator wordt genoemd, zou weigeren dit als zijn geesteskind te erkennen.

  • Kun je niet beter een oprechte zuurpruim zijn dan een onoprechte mensenvriend?

Ja. Daar kan ik het wel mee eens zijn. Laat mij vooraf stellen, dat ik niet van zuurpruimen houd, oprechte of onoprechte. Maar voor mijn gevoel is een onoprechte mensenvriend zoiets als een pessimist die zich als een optimist voordoet om anderen zijn pessimisme duidelijker te doen voelen. Wat volgens mij nog veel erger is. Wanneer je leeft en dingen zegt, leef de dingen dan en zeg de dingen dan ook zoals ze volgens jou zijn.

Wel zou ik willen zeggen: Probeer altijd naar de goede kanten van de zaak te kijken. Dan word je minder zuur, zelfs al blijf je een pruim. Wanneer je voortdurend probeert ook de goede zijden van de zaken te zien, zonder daarom overigens de kwade kanten te verwaarlozen, bereik je, geloof ik, een vorm van realisme die voor een contact met anderen van groot belang is en voor de eigen geestelijke bewustwording van onvergelijkbare waarde is. Maar dat maakt mijn keuze misschien te zeer voorwaardelijk. Indien ik mij aan de gestelde keuze moet houden: geef mij in hemelsnaam de zuurpruim dan maar, omdat die tenminste oprecht is.

  • Hoe kan ik in deze tijd van toenemend geweld en onveiligheid, datgene wat mij dierbaar is met een extra bescherming van geestelijke of magische aard omgeven.

Ik mag hier geen instructie geven in zwarte magie. Sta mij toe op te merken dat het gevaar, de dreiging en het geweld van uw wereld voor 9/10 voortkomen uit de bezitswaan die de mensen plegen te koesteren. Er zijn mensen die meer leven in de dingen die zij menen te bezitten dan in hetgeen zijzelf werkelijk zijn. Ik ben dan ook geneigd te zeggen dat men om hetgeen dierbaar is te kunnen beschermen, men allereerst zal moeten beseffen dat niets op deze wereld zonder meer een onvervreemdbaar recht of eigendom kan zijn. Besef dat je elke dag opnieuw begint te leven en dat elke dag opnieuw een gave is. Wanneer je leert gebruik te maken van de giften, de mogelijkheden, die elke dag afzonderlijk brengt, zal men en voor zich en voor anderen een zekerheid kunnen scheppen die verder gaat dan de norm. Maar ook hiermede zal men zich niet kunnen onttrekken aan de tendensen die in de wereld kenbaar worden.

Wil men zich onttrekken aan de tendensen van die wereld, dan is dit alleen mogelijk middels bovennatuurlijke – om niet te zeggen tegennatuurlijke – magische middelen, waarmede men anderen tracht te dwingen. Middelen waarmede men anderen kan dwingen uw wil te volgen, in plaats van eigen gedragingen normaal te voltooien – dit ongeacht al dan niet goede bedoelingen – zo gaat dit zover de kant van zwarte magie uit dat ik u dergelijke proceduren liever niet omschrijf. Hopelijk kunt u mij dit vergeven. Wanneer men naar andere middelen zoekt dan harmonie om bescherming te verwerven of te kunnen geven, zullen de daarin schuilende gevaren, zowel voor u als de anderen, over het algemeen groter en meestal zelfs van meer blijvende aard zijn dan de gevaren die u nu vreest. Dit mag u niet over het hoofd zien.

  • Waarop berust het mysterie van de grafkelder te Wieuwerd, waar niets tot verrotting overgaat, maar ondanks verbinding met de buitenlucht alles verdroogt?

1e: toch zeer droge lucht. 2e: een absorberende omgeving mede door porositeit van de materialen in de omgeving, terwijl mede hierdoor een voortdurende luchtstroom aanwezig is. 3e: de aanwezigheid van stoffen met geringe, maar permanente radiatie. Er zijn grotten waarin de radiatie in veel sterkere mate aanwezig is en waarin soortgelijke verschijnselen voor plegen te komen. Soms worden dergelijke ruimten ook gebruikt voor kuren tegen bijvoorbeeld reuma.

Men kan stellen dat het achterwege blijven van rotting in onderaardse ruimten altijd het gevolg is van enerzijds een voldoende vochtabsorptie door de omgeving, dus droge lucht, en aan de andere kant de aanwezigheid van milde straling die bacteriën – welke deelhebben aan verrottingsprocessen of daarvan de oorzaak zijn – vele moeilijkheden in de weg legt. Er zijn meerdere van dergelijke ruimten in Europa, onder meer op Sicilië en in Italië. Steeds weer blijkt dat er directe verbindingen met de buitenlucht bestaan, terwijl de droogte van de ruimten mede bepalend is voor de verdroging van de lichamen die erin worden gebracht. Zoekt men verder, dan zal men in de omgeving van dergelijke ruimten licht radioactieve zouten in de bodem aantreffen. De niet harde maar permanente straling werkt als een voortdurende ontsmetting.

  • Speelt dit ook een rol bij het behoud van Egyptische mummies, daar vaak degenen die het minst gebalsemd zijn, het beste bewaard blijken te zijn?

Ja. Indien u bekend bent met de rotsgraven in het dal der koningen, zo zult u weten, dat in enkele gangen de mummies veel beter bewaard bleven dan in andere gangen. Deze ruimten blijken ook droger te zijn, zodat de gevonden papyri brosser zijn, maar wel geheel bewaard bleven. Dit, terwijl men gaande vanuit dezelfde ingang, in een andere gang papyri vindt die gemakkelijker te weken en te onttrekken zijn, maar constateert dat deze evenals de daar gevonden mummies meer van de tand des tijds hebben geleden. Dergelijke verschijnselen kan men overal op de wereld constateren. Zelfs bij urnenbegraafplaatsen uit de tolteekse tijd treft men hellingen waarop de lijken in de urnen praktisch onaangetast bewaard bleven, terwijl graven die maar enkele kilometers verder liggen, alleen nog asresten in de urnen bevatten. Ook hier is sprake van een verschil in straling en droogte. Het gaat hier dus om natuurlijke oorzaken.

  • Kan de wil tot genezen en helpen zo zeer gestimuleerd worden, indien men zich zo met de ander zou kunnen vereenzelvigen, dat men volledig deel heeft aan diens noden, gevoelens en gedachten? Er zijn mensen die dit kunnen. Indien u dit een belangrijk vermogen acht, hoe kan men dit dan ontwikkelen?

Zoiets kun je eigenlijk niet geheel zelf ontwikkelen. Het is een deel van eigen gevoeligheid en karakter; een gave. Mijns inziens is het echter goed dat de meeste mensen zich niet geheel met anderen kunnen identificeren. Het heeft namelijk nogal wat bezwaren. Wanneer je geheel één kunt zijn met de ander in zijn kwalen, neem je bijna altijd diens kwalen in zekere mate over. Vooral bij spierpijnen en dergelijke voelt men vaak in spiegelbeeld, maar je neemt er iets van over. Wat wil zeggen dat een te sterke identificatie met een patiënt vaak ook het overnemen van diens psychische reacties omvat, naast pijnen en kwaal. Vanaf het ogenblik dat dit geschiedt is de wil tot genezen vaak niet meer in staat werkelijk enige genezing tot stand te brengen, maar kan nog slechts een oplossing worden gezocht volgens de door de ziekte veroorzaakte syndromen, zoals deze bestaan bij de zieke. Volgens mij is de meest perfecte genezer iemand die in staat is de pijnen van een ander juist te constateren, zonder zich daarmede voldoende te identificeren en ze geheel te doorvoelen. In dit geval kan men, met behoud van het geheel van eigen krachten en wil, de kracht doen uitstralen die voor de genezing de meest juiste is en zal men daarnaast ook bepaalde psychische problemen van de patiënt aanvoelen en verbeteren, zonder dat men hierdoor mee wordt getrokken in het geheel van ziektesfeer en ziektebeeld. Het resultaat hiervan is dat je meer mensen beter kunt helpen.

  • Is het niet mogelijk dat de genezer niet met eigen kracht werkt, maar met een kracht van elders die door hem alleen maar wordt doorgegeven?

Een bekende stelling. Ik begin met te stellen dat u slechts kunt leven door voortdurend kracht uit uw omgeving op te nemen, die u dan middels de levensverschijnselen als deel van menselijk leven tot uiting brengt. Er is dus nooit een mens te vinden die geheel onafhankelijk is, leeft, werkt, zonder krachten van buitenaf te aanvaarden. Leven kan slechts bestaan wanneer een voortdurende uitwisseling van krachten mogelijk is. Dit geldt ook voor een geestelijk genezer. De genezer die in staat is zeer veel kracht op te nemen en gelijktijdig door te geven, zal beter en met grotere krachten kunnen genezen. Wanneer een geest die de krachten beter kent, daarbij als bemiddelaar optreedt en misschien die kracht zelfs afstemt en richt, zal er sprake zijn van een samenwerking tussen een mens en een geest bij de genezing. Daarmede ligt de bron van de kracht echter nog steeds niet bij de mens of bij de geest, maar is er sprake van een totaalkracht waaruit iets ontnomen wordt dat, omgevormd op de juiste wijze, een genezing kan bewerkstelligen.

Uw stelling is dus niet onjuist, ofschoon men moeilijk kan zeggen dat zij, zoals u haar bedoelde, het enige juiste of maar het volledige antwoord omvat. Langs velerlei wegen en methoden kan een abnormaal grote opname van krachten die dan weer gericht worden afgegeven, bereikt worden. Mensen die zich door gebed of meditatie in een toestand van verrukking weten te brengen, nemen eveneens meer kracht op en tonen eveneens vaak een versnelde genezing, al dan niet met de medewerking van een geestelijk contact. In deze gevallen kan men zeggen dat door een wijziging van eigen instelling plus een ontspanning van het lichaam een meer aan krachten kan worden opgenomen. Het lichaam gebruikt deze extra krachten voor genezing, omdat lichamen nu eenmaal de neiging hebben zich zo snel en goed mogelijk te herstellen. Aanvoelen van bepaalde krachten als genezend, kan sterk bijdragen tot een juiste afstemming op die krachten en zo een snellere genezing.

De genezende kracht is er dus altijd, maar het vermogen deze op te nemen blijkt van mens tot mens sterk te verschillen, ook trouwens het vermogen tot het opnemen van levenskracht zonder meer, die zelfs bij dezelfde persoon van tijd tot tijd anders blijkt te zijn. U denkt hierbij aan een gamma van stralingen. Het is mogelijk een dergelijke opvatting juist te noemen, wanneer men bereid is verder aan te nemen dat de afstemming van de mens en daarmede ook het door u bedoelde gamma op emotionele en niet op redelijke waarden gebaseerd is. Waaruit volgt dat een dergelijk gamma moeilijk algemeen geldend omschreven kan worden.

  • En gemagnetiseerd water? Hierbij straalt het medium het water in. Is het noodzakelijk dat een dergelijke kracht oraal wordt genomen? In gemagnetiseerd water komen na langere tijd geen algen voor, terwijl dit bij gewoon water wel het geval is (samenvatting).

Ik ken dit gebruik. Inderdaad is het mogelijk water te magnetiseren en daarin kracht tijdelijk op te slaan. De houdbaarheid daarvan is ongeveer 24 uur.

Door het proces wordt aan de structuur van het water iets veranderd, waardoor het als het ware  moeilijker oplosbaar is en meer steriel blijft. Deze werking is echter niet de kracht zelf, maar heeft slechts tot doel de kracht op te kunnen slaan. Het is natuurlijk niet noodzakelijk dat een dergelijke energie oraal wordt ingenomen. Het resultaat is niet anders dan wanneer de magnetiseur, of het medium, direct in zouden werken op de patiënt. Wel belangrijk in dit verband is het feit dat het nemen van het gemagnetiseerde water een autosuggestief proces op gang brengt, waardoor genezende krachten misschien beter kunnen worden opgenomen en verwerkt dan onder andere omstandigheden. Dit is echter afhankelijk van de aard van de patiënt zelf. Bij alle overdracht van krachten, zoals die onder meer bij magnetiseren tot uiting kan komen, is een zekere suggestie nuttig en soms zelfs nodig om een juiste opname en verwerking der toegevoegde krachten snel mogelijk te maken.

Het nut van gemagnetiseerd water is dus sterk afhankelijk van de geaardheid van de patiënt. Elke magnetiseur die deugt, zal u kunnen vertellen dat je niet elke patiënt op gelijke wijze kunt benaderen en op gelijke wijze zult kunnen behandelen, zelfs wanneer de kwalen identiek zijn. Wil men goede resultaten verkrijgen, dan zal men rekening moeten houden met de aard, de gevoeligheid van de patiënt en in de meeste gevallen enige suggestie moeten gebruiken, wil men tot een goed resultaat komen.

Zullen wij nu weer met de schriftelijke vragen verder gaan?

  • Overschrijdt de vrouw die in het nieuws is door haar gave in één behandeling de zwaarste patiënten te genezen tot de tot nu toe ervaren grenzen? Zo ja, kan men zich als genezer niet telepathisch inschakelen op haar krachtbron en zo bereiken wat zij kan?

Er zijn heel wat meer dergelijke gevallen, maar zij komen maar zelden zo sterk in het nieuws. Het bereikte wordt overtrokken voorgesteld. Het werkelijk bereikte percentage van genezingen ligt eerder rond de 50. Wat betekent dat het aantal genezingen ver ligt boven hetgeen een bevoegd en normaal werkende medicus met deze zelfde gevallen zou kunnen bereiken, maar toch mede aanduidt dat lang niet allen werkelijk en volkomen genezen worden.

Het zonder meer telepathisch inschakelen op de krachtbron van deze vrouw is moeilijk en zou, zonder haar toestemming, een soort diefstal zijn die, door het optreden van afwijkende krachtstromingen, ook haar werk zou kunnen schaden. Wel zou men de afstemming van het Ik, die de vrouw onbewust gebruikt, telepathisch kunnen trachten op te zoeken om daarna, maar geheel zelfstandig, een poging te doen met een soortgelijke afstemming zelf te gaan werken.

  • Ik meen dat de krachtbron onbeperkt is, zodat een aanhaken op de bron nooit de genezer zal kunnen schaden.

Een misvatting die wel meer bestaat. Zelfs indien u toestemming krijgt aan te haken op de krachtbron van de betreffende genezer, valt een deel van de lasten van uw genezingen nog steeds terug op deze genezer. Er is mogelijk een oceaan van kracht. Maar wanneer het water uit die oceaan betrokken wordt door een gaatje met een doorsnede van 1 centimeter, dan zal het maximum van de beschikbare hoeveelheid bepaald zijn door de hoeveelheid die in een bepaalde tijd en onder de heersende druk door het gaatje van 1 centimeter kan komen. Zo ook bij een genezer.

Eigen afstemming, ja, zelfs de vorm en inhoud van het geloof waardoor men tot het putten uit de bron komt, de persoonlijkheidsstructuur en het voorstellingsvermogen, bepalen gezamenlijk de hoeveelheid kracht die kan worden onttrokken. Haakt u dus aan bij de genezer – wat betekent dat de bron niet direct voor u toegankelijk is – dan zal de mogelijkheid van u beiden nog steeds door deze factoren worden beperkt. Dit alles onder voorbehoud dat door de samenwerking in de eigen afstemming van de genezer geen veranderingen ontstaan, uiteraard.

  • Hangt het effect van wierook van de samenstelling af? Zo ja, welke bestanddelen zijn gunstig, welke ongunstig?

Over gunstig of ongunstig valt zonder meer niet veel te zeggen. Het doel plus de daarop afgestemde samenstelling van het reukwerk is hier bepalend. Wierook heeft in de eerste plaats op de mens een suggestieve inwerking, zoals u waarschijnlijk wel weet. Daarnaast heeft zij vooral astraal betekenis door het in de ruimte brengen van allerhande vluchtige stoffen.

Wierook kan uit allerhande bestanddelen worden bereid, ofschoon harsen meestal een grote rol spelen. In oude recepten voor rituele wieroken komen bestanddelen voor als gemalen vossenhersenen, konijnenbloed, zweet van een pad en dergelijke. In vele gevallen wordt de keuze van dergelijke bestanddelen bepaald door de vorm van magie die gebruikt werd en kunnen zij vervangen worden. Maar in de meeste gevallen zal toch de vluchtige substantie die bij verbranding vrijkomt, aan dergelijke delen bijzondere eigenschappen ontlenen.

Gebruik wierook, samengesteld uit plantaardige bestanddelen, en veelal geurig gemaakt met bloemsappen voor reiniging. Sfeer bouwen en het vermogen van astrale verdichting vergroten doet men met rankwerken geheel gebaseerd op harsen. Is er een bijmenging van amber, dan zullen vooral lagere krachten zich gemakkelijker kunnen manifesteren. Muskus zal in de meeste mengingen een soortgelijk effect hebben. De geuren zijn dan veelal zwaar, maar aangenaam. Voor vele mensen werken zij lichtelijk verdovend. Men zal over een sterke wil en veel ervaring moeten beschikken, indien men met deze geurstoffen beheerst en bewust wil kunnen werken.

Recepten kan ik u in dit bestek niet geven, maar wel wil ik u enkele hier bekende soorten aanbevelen. Voor reiniging neemt men Adyar. Deze werkt zeer goed en is zeer neutraal. Wenst u een wat opgewekter sfeer naast de reiniging, dan kunt u het zogenaamde Tibetaanse bloemenwier ook gebruiken dat, als ik mij niet vergis, ook in Scheveningen wordt vervaardigd. Wenst u een sfeer op te bouwen dan zijn, gezien uw klimaat en de geaardheid van uw mensen, het beste kerkwierooksoorten bruikbaar. Voor manifestaties beveel ik u de menging Agnus Dei aan; voor zwaardere doeleinden de soort Sanctus. Beide soorten worden voor katholiek gebruik in uw land gemengd – ik meen in Gouda – en hebben een nogal zware geur die soms, vooral bij rijkelijk gebruik, voor de keel nogal prikkelend zijn kan. Beide soorten kunnen echter worden aanbevolen voor bijeenkomsten, waarbij u verschijnselen van het astrale vlak wat dichterbij wilt brengen. Hiermede wil ik dan maar voorlopig volstaan.

  • Kan tabaksrook een occulte werking hebben? Trekt zij elementalen aan en kan zij een aura doen vervuilen?

Tabaksrook trekt over het algemeen geen elementalen aan, ook al stelt men zich aardmannetjes meestal als pijprokers voor. Wel kan worden gesteld dat tabaksrook voor vele hogere trillingen en bepaalde lagere trillingen een afschermend effect heeft. Hierbij speelt niet alleen de ontspannende inwerking van het roken een rol, maar ook de vervluchting van teerachtige oliën en wat nicotine. Wanneer iemand op een gegeven moment zeer veel rookt in een sfeer waarin entiteiten aanwezig zijn, ontstaat inderdaad enige vertroebeling van de aura, die het gevolg is van een demping van de buitenste straling in de aura als gevolg van het afschermingseffect. Ik weet niet of men dit terecht met ‘vuile aura’ aan kan duiden.

  • Wat is nu eigenlijk de zogenaamde zonde tegen de Heilige Geest? Kunnen mensen die ook tegen elkaar begaan?

Wat u daar aansnijdt is voor mij nog steeds een raadsel. Ik ben er namelijk nog steeds niet achter wat die Heilige Geest werkelijk is. Volgens mijn beste begrip duidt men hiermede een gestelde deelwerking van het totaal goddelijke aan. Volgens de stellingen zou men hiertegen in het bijzonder zondigen, wanneer men ingaat tegen de grondstellingen van een religie die men pretendeert aan openbaringen van de Heilige Geest te ontlenen, zonder dat ooit voor dit feit of zelfs maar voor het bestaan van die Heilige Geest enig bewijs is geleverd. Vandaar ook, dat volgens mij een mens een dergelijke zonde eigenlijk niet kan begaan, ook niet tegenover mensen. Indien er al sprake zou kunnen zijn van een zonde tegenover God, zo meen ik dat dit ten hoogste een algemene afwijzing van al het bestaande zonder uitzondering zou kunnen zijn.

Bij nader inzien zal men een dergelijke zonde toch wel tegenover een medemens begaan en wel op het ogenblik dat men werkelijk gemeend – dus niet als spraakgebruik – tegen een medemens zou zeggen ‘vuile rotjood’, ‘stinkneger’ en dergelijke.  Volgens mij zondigt men dan tegenover de medemens door een verwerping die niet op persoonlijke, maar algemene waarden is gericht. En tegenover God acht ik dit ook een zonde, daar God er toch voor aansprakelijk is dat dergelijke rassen op de wereld leven. Men verwerpt dan een deel van de schepping, zoals de mens die alle bestaan verwerpt, hierdoor zichzelf ook afsnijdt van God en wereld, met alle consequenties die daaraan zijn verbonden.

Ik ben echter geen voorstander van het algemeen geldende begrip ‘zonde’. Ik vind het eigenlijk zonde dat de mensen van zonde spreken en wel om de doodeenvoudige reden, dat de meeste mensen die anderen tot zondaren verklaren, dit doen op grond van afwijkende gedragsnormen, waarbij de juistheid van de eigen gedragsnormen nimmer in het geding wordt gebracht. Indien christenen anderen tot zondaren verklaren, zo vraag ik mij altijd weer af, hoe zij dit durven doen, gezien de wijze waarop deze christenen ondanks hun geloof plegen te leven.

Met excuses aan alle goede christenen: ik meen dat de christenen die zich voortdurend bezighouden met de zondigheid van anderen en de wereld juist de grootste zondaren en huichelaars zijn volgens hun eigen normen. Mogelijk vergis ik mij hierbij, maar waarschijnlijk lijkt het mij niet. Trouwens, reeds in mijn tijd zei men dat je de gemeenste mensen altijd onder de preekstoel kunt zien zitten. Waarmede ik enigszins duidelijk gemaakt hoop te hebben waarom ik op deze vraag geen zinnig antwoord weet te geven. Ik weet natuurlijk wat men in bepaalde kringen als zonde tegen de Heilige Geest pleegt te definiëren. De definitie valt dan nog anders uit afhankelijk van de kerk of sekte waar je komt. Sommigen verstaan hieronder het ontkennen van het bestaan Gods, bij anderen een met woord en gedachten ingaan tegen de geloofspunten van de kerk en in een enkel geval wordt zelfs bloedschande als zonde tegen de Heilige Geest omschreven, ofschoon Joost mag weten wat die daarmede te maken heeft.

Ik weet hiermede geen raad, omdat het stellen van de vraag aan mij betekent dat ik u moet zeggen wat dit begrip voor de geest inhoudt. Ik kan dan alleen dit zeggen:

Voor de geest bestaat er geen enkele zonde, buiten de zonde die je tegen jezelf begaat door tegen eigen besef en beter weten in, jezelf mogelijkheden te onthouden of in toestanden te berusten, jezelf in omstandigheden te brengen, die volgens jou niet aanvaardbaar zijn. Hierdoor ontstaat een grote geestelijke last die soms zelfs resulteert in een langer verblijf in de duisternis. Hier wil ik het begrip zonde eventueel nog wel aanvaarden. Mogelijk ben ik dom. Maar volgens mij is God zo groot dat wij niet tegen God of een deel van die God kunnen zondigen, al is het alleen maar omdat alle voor ons bestaande mogelijkheden reeds werden vastgelegd in hetgeen God geschapen heeft. En wanneer iemand zich dus, mogelijk onbewust, van het leven afwendt, zo meen ik dat dit hoogstens als zonde kan worden beschouwd wanneer de persoon in kwestie wel degelijk ergens beseft dat het leven de moeite waard is, zodat kan worden aangevoeld dat eigen instelling verkeerd is. Want slechts wanneer je bewustzijn een rol speelt, kan er een zodanige innerlijke tegenspraak ontstaan, dat hierdoor na de overgang een verblijf in het duister onvermijdelijk wordt.

Soms voelt men zich innerlijk verdeeld ten aanzien van een dergelijke zaak. Maar dan zal men een keuze moeten doen. Want een mens kan zich nooit beroepen op het feit dat hij een keuze heeft vermeden of zich bij de keuze niet door besef, maar door het feit dat het één eenvoudig en het andere moeilijk is, heeft laten beïnvloeden. Zou een mens werkelijk eerlijk menen dat het leven de moeite niet waard is en alle consequenties hieruit trekken, dan zal dit voor de bewustwording dus geen invloed hebben. De ontwikkeling van het Ik gaat gewoon verder. Maar als diezelfde mens dit als de gemakkelijkste weg kiest, hopende zo bepaalde consequenties van het leven te omzeilen – of wat nog erger is – meent er beter van te worden door te doen alsof, ontstaan er innerlijke conflicten, die geestelijke gevolgen met zich brengen die tot ver na de dood blijven bestaan.

  • Hoe is het mogelijk dat bij een eerste poging tot genezing de rechterhand een koude tocht voelt, terwijl een dergelijke ervaring werd opgedaan in de nabijheid van bepaalde voorwerpen en in een kerkelijke schatkamer? Is hier sprake van een beginnend vermogen dat verder ontwikkeld kan worden en hoe dan?

Vele vragen grenzen mij wat te zeer aan het persoonlijke. Maar goed. Een dergelijk gevoel van koude betekent dat men een onttrekken of circuleren van energie aanvoelt. Of u nu al jarenlang magnetiseert, dan wel dit eerst sinds kort doet, wanneer u iets voelt, zal het steeds zijn, dat een gevende hand koud aanvoelt of koude voelt, terwijl een nemende hand een gevoel van warmte geeft. Dit geldt, wanneer men tot op een afstand van rond 1 centimeter van de huid werkt. Daarna kan de nabijheid van de ander een gevoel van warmte veroorzaken, ofschoon de gevende functie van de hand blijft gehandhaafd.

Wie iets dergelijks spontaan voelt, weet daarmede dus dat hij of zij kracht heeft afgegeven. Wat weer wijst op het vermogen bewust en gericht krachten aan anderen af te geven. Men zou dit als een gave kunnen beschouwen. Wanneer men steeds meer bewust en vooral ook regelmatig het experiment herhaalt, zal men dan ook waarschijnlijk leren hoe de kracht die men geeft aan te passen aan de behoeften van een ander. Op de duur zal men ook zelf kunnen bepalen met welke hand men geeft en neemt, zoals men eigenlijk door eigen wil energiestromen van richting kan doen veranderen.

Wat genezing betreft heb je dan wel ongeveer het hoogste bereikt wat door oefening bereikbaar is. Alles wat verder gaat, kan men alleen bereiken door zich in te stellen op hogere wezens en hogere krachten. Voelt men iets dergelijks bij een relikwie, dan betekent dit dat hier kracht wordt genomen. Dergelijke voorwerpen hebben namelijk vaak een werkelijke kracht, maar die danken zij dan aan het feit dat zij deze aan eenieder die in de omgeving komt, onttrekken.

Het geloof van mensen kan soms via de astrale wereld wijzigingen in een stoffelijke structuur tot stand brengen die gering zijn, maar het mogelijk maken zekere krachten uit de omgeving aan te trekken en op te nemen.

Nu bestaan vooral kerkschatten vaak uit edelstenen, zilver en goud. Alles stoffen die een eenmaal ontvangen wijziging zeer lang vasthouden en daardoor zelf bij een afnemen van de oorspronkelijke inwerking nog zeer lang de mogelijkheid behouden, energie aan de omgeving te onttrekken. Komt echter iemand die negatief in kracht is – dus te kort aan kracht heeft – in de buurt, terwijl zijn instelling of geloofspatroon juist is, dan zal vanuit die voorwerpen ook weer een ontlading van krachten kunnen ontstaan. Dit is de verklaring voor vele zogenaamde miraculeuze ervaringen bij mensen die een relikwie of beeld hebben aangeraakt of gekust en daarbij opeens nieuwe kracht voelden of zelfs van een kwaal tijdelijk of voorgoed genezen werden. Een dergelijk voorwerp treedt dus op als een accumulator die van eenieder kracht neemt – meestal niet te veel – om zich bij passende personen te ontladen.

En daarmede gaan wij dan aan de laatste vraag voor de pauze beginnen.

  • Wat is er aan de hand wanneer men zijn handen boven een liggende patiënt houdt en de aanwezigen hebben opeens de indruk dat er een koele wind is gaan waaien?

Ik zal proberen het duidelijk te maken. Wanneer de elektrische lading in een klein deel van de atmosfeer verandert, ontstaat gelijktijdig een verandering in dichtheid en daarmede een stroming. Bij materialisatieverschijnselen ziet men iets dergelijks: er wordt, maar niet regelmatig of op alle plaatsen, daarbij warmte aan de omgeving onttrokken. Ook aan de lucht. Gevolg: het schijnt te tochten – of er schijnt een koele wind te gaan waaien. Bij magnetiseren is het mogelijk, dat een veld ontstaat dat eveneens warmte aan de omgeving onttrekt en deze omzet in energie van andere aard. Dit zal het geval zijn geweest in het gegeven geval. Warmere lucht verdringt de koelere lucht, waardoor luchtbeweging ontstaat. Soortgelijke verschijnselen kennen meerderen onder u waarschijnlijk van zittingen, waarbij een gesloten kring wordt gevormd, vooral wanneer hierbij een gesloten keten wordt gevormd. Dus pink tegen pink of hand in hand, zoals dit vroeger nogal gebruikelijk was. Wanneer er dan een behoorlijke spanning circuleert, wat meestal via de armen gaat, ontstaat een verandering in de aura van de aanzittenden, die eveneens de omringende atmosfeer beïnvloedt met als resultaat dat men een koude tocht langs de voeten voelt. Het werkelijke temperatuurverschil bedraagt echter zelden meer dan 2°Celcius.

Ik hoop dat dit voldoende is, want ik moet nu werkelijk gaan. Ik geef dus het medium vrij, dank u voor uw vragen en hoop dat de antwoorden voor u zo interessant zijn geweest als voor mij de vragen.

Deel 2

Mag ik beginnen met mijn waardering uit te spreken voor de waardering die voor mij uitgesproken is? En laat ons dan maar meteen zien, wat er nog voor vragen zijn.

  • Er schijnen mensen te zijn die bij het horen of lezen van rampen, die totaal onbekenden troffen, een zeker gevoel van voldoening ervaren. Wat is er mis met deze mensen?

Zij lijden aan de algemeen menselijke kwaal, die men ook wel leedvermaak noemt: het gevoel van eigen geborgenheid en zekerheid bij het aanschouwen of aanhoren van de mislukkingen, onzekerheden en ellende van anderen. Een groot deel van de zogenaamde humor is op deze gevoelens gebaseerd. Punt.

  • Kan de leer van de reïncarnatie verzoend worden met de leer van de kerken over het hiernamaals?

Indien u de basisleer bedoelt: Ja. In de bijbel hoort u over mensen die ‘terug zullen keren’. Jezus spreekt over het huis zijns Vaders, waarin vele woningen zijn. Wat op zijn minst de mogelijkheid van een zo nu en dan verhuizen niet uitsluit, terwijl hij niets zegt dat strijdig is met het denkbeeld van reïncarnatie. Ook Mohammed zegt niets wat reïncarnatie uitsluit. Soms heb je het gevoel dat hij weet dat ze bestaat, maar er liever niets over zegt uit angst dat de gelovigen het leven dan wat al te gemakkelijk op zullen gaan nemen. U weet wel: zoiets als ‘Laat die ellende voorlopig maar liggen, het is nu veel te leuk. Die rommel ruimen wij in het volgende leven wel op.’ Ga je de latere leringen van de kerken echter onderzoeken, dan lijkt het erop dat de mensen de verschillende mogelijkheden van het hiernamaals wel heel goed hebben onderzocht. Vooral over de hel schijnt men veel te weten, mogelijk omdat men zich hier thuis voelt. Althans weet men daarover schijnbaar heel wat meer details dan over de hemel.

En wat ze van de hemel goed weten, lijkt naar mijn idee meer op een voorgeborchte van de hel. Wat zou u zeggen wanneer u de hele dag met blote voeten over kristallen straten moet wandelen? Er zal maar ergens een scherfje liggen, nietwaar? En dan de kost: elke dag maar weer lammetjespap eten met gouden lepels, die nog onhandig zwaar schijnen te zijn ook. En voor de rest nooit eens de kans om je eens uit te leven, maar de hele dag tokkelen op een harpje. Al zou die hemel bestaan, dan zou ik er nog niets voor voelen. Ik zou me alleen maar ellendig voelen. Ik heb het al eens gezegd: Henri met het harpje… dat is toch geen gezicht!

Ernstig gemeend: de leer van de kerken is, zover het de basisleer betreft, niet met de reïncarnatie in strijd, ofschoon de leer van de reïncarnatie in vele gevallen iets verder gaat dan die basisleer. Maar de meeste kerken hebben er gewoon geen zin in over de mogelijkheid van reïncarnatie te praten, omdat zij het gevoel schijnen te hebben dat gelovigen, die een dreigende hel voor de boeg menen te zien, gehoorzamer zullen zijn.

  • Hoe moeten bij het ontstaan van de mens in de evolutie de intrede van geesten gezien worden?

Ik zie het niet. Van het begin van de evolutie is er in de stof ook de geest. Waar leven is, is geest. De geest groeit als het ware  mee met de mogelijkheden van de stof en de stof past zich dan weer aan aan de eisen van de geest.  Na allerhande minder bewuste beestjes komt in het verre verleden dan die verre voorvader van u, die zich met zijn lange staart aan de takken vasthoudt en al knabbelende ontdekt dat je een tak ook als knuppel kunt gebruiken. En dat is dan eigenlijk ergens het begin van de mensen. Natuurlijk zijn de mensen van vandaag anders. Zij hebben geen staarten meer om zich aan vast te klampen, maar daarvoor kunnen zij zich vastklampen aan een sociale wetgeving. Ook gooien zij niet langer met knuppels, maar met H-bommen. Maar zo bezien moet het nog steeds ongeveer dezelfde geest zijn die erin zit. En wanneer u mij een ernstige reactie vraagt: er is geen bepaald ogenblik, waarop je kunt zeggen: dit is wel mens, maar dat is nog niet mens. Alleen wanneer je mens-zijn definieert aan de hand van uiterlijke kenmerken, kun je een dergelijke grens misschien nog trekken, maar zeker niet op grond van geestelijke waarden. Daarom zou ik willen zeggen: menswording en menszijn is een deel van een geestelijk proces, een bewustwording, waarbij voortdurende incarnaties in de materie een rol spelen.

  • Maar wanneer u in 1956 spreekt over wezens die een derde oog hebben dat primair is, terwijl de twee ogen die wij nu hebben, slechts rudimentair aanwezig zijn, dan is hier duidelijk sprake van een overgangsstadium….

Dat hangt, zoals gezegd, af van de definitie die u bepalend acht voor het mens-zijn.

Overigens was dat geen lezing van mij, maar naar ik meen van Frans. Ja. Dat is van Franciscus. De meeste mensen noemen alleen mens, wat aan hun voorstelling van de menselijk vorm beantwoordt. Geestelijk gezien betekent mens-zijn echter: een voldoende besef bezitten om niet, slechts vanuit jezelf de wereld te zien, maar ook jezelf in die wereld te erkennen en begrip te hebben voor je functie in die wereld en je verband met die wereld. Zodra een dergelijk besef bestaat in een wezen, spreek ik van een mens. Dit besef bestond reeds in de tijd voor de huidige mensen bestonden, terwijl ik mij soms toch wel afvraag, of vele van de hedendaagse mensen nog wel als mens kunnen worden beschouwd in de zin van deze tweede definitie.

  • Maar was dat vreemde wezen dan een dier of een mens?

Het is een van de vele mutaties geweest die zich niet hebben kunnen handhaven. Er zijn ook nog giganten geweest, ook dwergen – waarvan enkele stammen het wel gered hebben, omdat zij niet zover van het lopende evolutiepatroon verwijderd waren enzovoort. Volgens mij zijn ook deze wezens werkelijke mensen, zodra zij maar zichzelf in de wereld kunnen zien en niet beperkt blijven tot een de wereld bezien vanuit zichzelf. Voor mij is dit het belangrijkste criterium. Maar een ander die er anders over denkt, kan een andere bepaling van het mens-zijn geven en op grond daarvan desnoods alles, wat ik gezegd heb, aanvechten.

  • Is het proces dat op het ogenblik gevoerd wordt tegen een vrouw, die vermeent reumapatiënten te kunnen genezen, gerechtvaardigd of niet?

Als u het mij vraagt: zolang de patiënten, al is het ook maar vermeend genezen, en men niet kan bewijzen dat er niet ten minste een of twee patiënten werkelijk genezen zijn, heeft men volgens mij geen recht tegen zo iemand een proces aan te spannen.

Wanneer je de geneeskunde beziet volgens de grondslagen die zij zegt te huldigen, dan gaat het er niet om dat een mens op de juiste wijze door een gediplomeerde ter dood wordt gebracht, genezen, of tijdelijk behandeld, maar is het eerste doel het helpen en genezen van de patiënt. En wanneer er dan iemand komt die zonder diploma een patiënt geneest, of zelfs maar in staat is de patiënt zich beter te laten voelen door de waan dat hij geneest, moet je volgens mij zo iemand niet hinderen, maar wel een deskundige begeleiding beschikbaar stellen, zodat hij geen kwaad kan doen aan de mensen die hij of zij, in onschuld, misschien verkeerd zou behandelen, terwijl aan de andere kant alle mogelijkheden voor genezen of het geven van troost en welbehagen aan de patiënten blijft gehandhaafd. Want anders krijg je koldergevallen als dit: ‘Ik had u nog drie jaren te leven gegeven. Hoe komt het dat het u nu na vijf jaren nog steeds zo goed gaat?’ ‘O, ik ben bij een magnetiseur in behandeling geweest.’ ‘Man, dat had je nooit mogen doen, dat is kwakzalverij. Je had eenvoudig dood moeten gaan op academisch erkende wijze.’ Ik overdrijf natuurlijk heel erg. Maar vindt u niet dat het er soms op lijkt?

  • Maar dat is tegen de wet…

Bedankt voor de tip. De volgende keer dat ik een dergelijk verhaal vertellen moet, zal ik erbij zeggen dat de man daarop een boete kreeg, omdat hij te lang was blijven leven tegen de uitspraak van een arts in.

  • Er zijn op de wereld vele geschriften die niet kunnen worden ontcijferd door de historici. Kan de geest daaraan niet eens iets doen?

Wij hebben wel eens zoiets geprobeerd, maar toen werden degenen die met onze oplossing aan kwamen dragen, voor hysterici uitgemaakt door de historici. En wanneer het wel aanvaard werd, dan was dit omdat degenen die wij geholpen hadden, er niet voor uit wilden komen hoe zij eraan waren gekomen. Bovendien zijn dergelijke dingen voor de bewustwording van de mens van heden nu niet bepaald belangrijk.

  • Men kan nog steeds de geschriften op stèles van de Azteken niet ontcijferen. Toch zijn de geleerden vol eerlijke ijver om ze te ontcijferen en zullen zij rekening houden met alle gegevens, ook wanneer die van deze zijde komen.

Goed, dat wil ik aannemen. Maar het geval wat u hier aanhaalt, is wel wat eigenaardig, omdat een deel van de taal in feite emotioneel was en berustte op associaties. De gebruikte symbolen hebben dus een gevoelswaarde, waardoor hun betekenis in verband met elkaar bepaald wordt. Dit geldt dus voor het voorstellingsschrift, een glyphisch schrift. Het knopenschrift, dat in dezelfde tijd wordt gebruikt, is een memorieschrift. Berekeningen enzovoort worden in de knopen vastgelegd, terwijl gelijktijdig door de kleurverschillen van de bundel de betekenis van de getallen ten aanzien van elkander betekenis krijgt. Dat is dus als het ware een reeks van sommen of formules, waarbij het geheel zelfs een leerboek kan vormen door de samenhangen die in de kleur worden gegeven. Maar de basis moet mondeling worden overgedragen.

Ziet men het knopenschrift als een weergave van exacte feiten, dan kan men in verband het schrift dat op stèles en ook wel elders wordt aangetroffen, eerder beschouwd worden als een soort heraldieke bellettrie, met een geheel andere waardering. Zelfs tot na de komst van de Spanjaarden is er trouwens bij deze volkeren sprake van een hoftaal die alleen op vergelijkingen berust, waarbij elke vergelijking een emotionele achtergrond heeft, terwijl gelijktijdig een priestertaal bestaat, die alles betrekt op de macht van de goden en daarom in een soort geheimschrift functies met godennamen aanduidt, terwijl er ook nog een gewone spreektaal bestaat, zelfs met vele dialecten, die echter zelden in schrift wordt weergegeven. De priestertaal wordt wel betrekkelijk vaak neergeschreven, vooral in en rond de tempels, terwijl de hoftaal wel iets minder in duurzaam schrift voorkomt. Deze komt wel voor op gedenktekens en pylonen van de spel- en marktplaatsen voor de tempels, soms ook bij een paleis, maar zelden op de muren daarvan.

Het navajo, dat nu nog wordt gesproken, is in de verte verwant met de oude spreek- of volkstaal. Er worden echter ook nu nog hier en daar wichel- en toverformules en gebeden overgeleverd, die een andere volgorde van klanken te horen geven. Het lijkt wel op de volkstaal, maar er is volgens deze volkstaal geen sprake van samenhang of redelijke betekenis. Zou men echter de associatie met godenvoorstellingen enzovoort invullen, dan blijkt er wel degelijk een samenhang te zijn, zij het duister, omdat de priestertaal eveneens verbasterd werd in de loop van de tijd. Overigens wil ik hier wel opmerken dat ik geen specialist ben op dit gebied. Er zijn entiteiten die hiervan veel meer weten. En daarom ga ik nu als slot nog een paar definities plegen, want daarvan breng ik net zoveel terecht als de anderen.

Definities

Klokkentoren: een vorm van geluidshinder, die op religieuze gronden overal getolereerd pleegt te worden.

Storm: het gevolg van een teveel aan wind zaaien door mensen met politieke bijbedoelingen.

Zarathustra: een wijsgeer, die helaas met de Übermensch vereenzelvigd wordt door de meesten. Vandaar dat er veel selfstyled Übermenschen zijn in deze dagen en maar weinig wijsgeren.

Playboy: iemand die zo hard speelt en werkt dat de mensen alleen nog maar op zijn spelen letten.

Het tijdschrift van dezelfde naam: verkoop van vleselijke illusies aan mensen die daaraan kennelijk ergens te kort schijnen te komen. Of: de gedegen en ietwat Victoriaanse voorloper van het moderne Deense pornoblad. Het eerste gedeelte van playboy: dat is louter play, boy.

En nu moeten wij gaan sluiten. Ik geef u echter nog een goede raad mee. Niet dat de mensen daar zoveel mee doen, maar zij vinden het zo leuk om ze te krijgen.

Loop niet te hard van stapel, want wie op het ogenblik probeert in de wereld snel vooruit te komen, loopt zichzelf in deze dagen voorbij, maar zal zichzelf voorlopig dan ook niet meer in kunnen halen en zo vele teleurstellingen ondergaan.

image_pdf