30 oktober 1981
Zoals bekend weten wij niet alles en kunnen wij fouten maken. Op deze avond is het wel zeer belangrijk dat u zelf nadenkt, want dit is een vragenavond.
Kunt u iets kunnen vertellen over de natuur? Hoe weet de natuur bv. dat er een strenge winter zal komen, extra bessen aan bomen en struiken, extra ruien van dieren.
De natuur weet dat natuurlijk ook niet, Maar al is daarin dan ook geen ”weten”, er is wel iets geheel anders.
Het geheel van de natuur is gebaseerd op allerhande cyclische verschijnselen. De gevolgen daarvan worden dan o.m. in rijke bessendracht e.d. kenbaar. Maar vergeet niet, dat deze verschijnselen ook optreden zonder dat de winter ook werkelijk buitengewoon streng wordt. Genoemde verschijnselen zeggen dus in feite niet zo veel als de volksmond pleegt aan te nemen. Wat er in feite gebeurt, is het volgende: Wanneer er een verandering is in de uitstraling van de zon dan ontstaat ook een verandering in het aardmagnetische veld en de straling in de atmosfeer. Kleine onevenwichtigheden, kleine onbelangrijke dichtheidsveranderingen in atmosfeer, aardmagnetisch veld, wat meer of minder ernstige verontreinigingen van de bovenste luchtlagen, veroorzaken andere stralingsverhoudingen en betekenen ook een lichte wijziging van de lucht-elektriciteit, zeker op een hoogte van rond 1 tot 3 meter.
In feite kan dit lucht-aarde potentiaal tot op vele duizenden meters hoogte anders worden, maar dit veroorzaakt dan nog weer andere verschijnselen en heeft invloed op neerslag, onweer e.d. Vooral door deze laatste verandering begint de plant onmidde1ijk haar eigen omzettingsprocessen op te voeren, zij “ademt” meer, neemt ook meer voeding op. Er is als het ware sprake van een tweede sap drift. Onder een dergelijke toename van voeding dankzij invloeden van buitenaf, komt de plant als vanzelf tot een rijkere vruchtzetting, die voor het voortzetten van de soort immers belangrijk is.
Wat de dieren betreft: zij ruien onder invloed van hormonen die deels weer extra worden afgescheiden onder invloed van warmte, maar ook worden beïnvloed door bepaalde uiterlijke omstandigheden, waaronder mogelijkheden in de voeding en spanningen heersende rond het dier. Het ruien en de haaruitval komen dus altijd voor in een bepaald deel van het jaar en is mede afhankelijk van de soort. Zij vindt gemeenlijk enige tijd voor het begin van het koude seizoen plaats, zodat nieuwe dons of schutlagen kunnen ontwikkelen voor zij nodig zijn. Wel zien wij bij vogels soms een soort tweede rui aan het einde van het seizoen. Wanneer zij samenkomen voor trek of zwermbestaan, zien wij vaak een versneld verliezen van donsveren. Er is dan geen sprake van een uitvallen en vervangen worden van de pennen, zoals wij in de vroege en echte ruiperiode kunnen constateren. Dat zoveel dons loslaat, is te danken aan het feit dat zich nieuwe donsveren vormen en vaak in een grotere dichtheid en meestal ook nog met een iets grotere vetheid dan normaal. Bij dit laatste proces speelt o.m. voeding – dus ook het gedrag van de planten – en het optreden van zon en regen een rol. Daarnaast blijkt het organisme van de vogel in dit opzicht ook sterk te reageren op een meer langdurige verandering in het lucht-aarde potentiaal.
Je kunt dus niet zeggen dat de natuur iets “weet”. Maar omdat alles in de natuur in zekere zin deel is van een geheel, reageert alles op elke wijziging, zeker wanneer er sprake is van een afwijken van de normale situatie gedurende enige tijd. De delen van die natuur passen zich dan aan, aan de veranderde verhoudingen. Planten, dieren en soms zelfs mensen zullen, ofschoon onbewust, hierop reageren en een gedragspatroon vertonen dat eveneens van de nom afwijkt.
Uit een wetenschappelijk tijdschrift vernam ik dat de mummie van Ramses de tweede bij een poging met gammastralen opnieuw te conserveren, heeft voldaan. Mogen wij aannemen dat er in de afgesloten graven en piramiden ook gammastralen aanwezig zijn of deden de Egyptenaren het anders?
Anders. U moet niet vergeten dat de Egyptenaren, zoals andere oude beschavingen, in feite zijn opgekomen na de ramp van Atlantis. Wat zij aan beschaving en wetenschap nog bezitten, is wel mogelijk een deel van hetgeen zij uit Atlantis overhielden, maar bijzonder groot is dit niet geweest en bovendien nogal onevenwichtig.
Voor Egypte betekent dit, dat men al wel veel wist van bepaalde geestelijke krachten, nogal iets wist van een primitieve chemie, maar weinig of niets geweten hebben over zaken als gammastralen. Gezien de veranderingen van het klimaat in deze streken na die ramp, zullen zij mogelijk wel het een en ander geweten hebben over het conserveren van zaken door middel van bv. droge lucht. Uitdroging plus luchtcirculatie kan ook mummificatie in de hand werken, zoals u zelfs in Nederland kunt zien. Ook bepaalde zuren en zouten werken conserverend.
De Egyptenaren maakten hun mummies ongeveer als volgt: Het lichaam werd allereerst in een natronbad gelegd. Dit gold voor elke mummie, tot de meest vorstelijke toe. Een dergelijk bad duurde ongeveer een maand.
Bij dure mummies werd eerst daarna, bij goedkope mummies al daarvoor, de reeks kwetsbare organen verwijderd, darmen, longen, hart e.d., werden dan uit het lichaam gehaald en in aparte kruiken ondergebracht, compleet met pekel en kruiden. Het lichaam werd zo dus ontdaan van alle organen die snel plegen te ontbinden. Daarna werd het gehele lichaam bij de dure mummie ingewikkeld in kruiden. De werking hiervan werd versterkt met enkele chemicaliën. De samenstelling kan ik u op het ogenblik tot mijn spijt niet geheel geven. Zeker is wel dat in deze fase van het proces in de “wikkel” bepaalde oxiden werden gebruikt. In het losse omhulsel met kruiden en stoffen werd de mummie rond twee maanden bewaard in een soort droogruimte waar het koel en donker was, maar de wind voortdurend toegang had. Aan het einde waren de weefsels reeds droog geworden en taai. Dan werd nogmaals de opening in lichaam geopend, de in de holten van het lichaam aangebrachte kruiden werden vervangen door een ander mengsel waar ook wat olie was bijgevoegd. Daarna werden alle lichaamsopeningen nogmaals goed afgesloten en werd het lichaam geheel behandeld met balsemolie. Officieel duurde deze fase een week, waarop het lichaam elke dag tweemaal met de olie werd ingewreven. Daarna werd het lichaam – nu plechtig – ingezwachteld. In sommige perioden – en dus niet altijd – werd tussen de windsels nogmaals een mengsel van geurige – en naar men aannam – conserverende kruiden aangebracht. Na de eerste inzwachteling werd veelal het aangezichtsmasker aangebracht. Vervolgens werd het lichaam nog enkele malen ingewikkeld.
Eerst daarna kwam het lichaam terecht in de kist, waarbij of waarnaast de kruiken met orgaanresten werden gezet. Het was dus een nogal langdurig proces. De door mij gegeven methode werd overigens voornamelijk gebruikt voor de rijken en voornamen, voor vorsten en hogepriesters. Het procedé was erg kostbaar en vergde soms bijna een jaarinkomen van een voornaam priester of krijgsman. Had men zoveel geld niet, dan werd het gehele lichaam in een soort pek gedompeld na de periode van liggen in natronloog. Er waren klassen, zodat sommige lichamen wel, andere – goedkoper behandeld – niet van organen buiten het hart werden ontdaan. De asfaltachtige pekmassa werd zo verwarmd dat zij vloeibaar was maar niet te warm. Het lichaam bleef hierin dan rond 10 dagen. Het werd dan afgeveegd en ingezwachteld.
Zoals u hieruit kunt zien, had het proces zoals het bewust werd gehanteerd dus niets met gammastralen te maken. Toch een enkel punt nog: wat kosmische stralen betreft, blijkt dat bepaalde piramiden, maar lang niet alle graven, dus grafkamers bezitten die precies in het brandpunt liggen van een verheviging van de kosmische straling, die door massa plus de vorm van het graf van hun rechte invalshoek worden afgebogen. Wij weten nu, dat die straling eveneens enigszins conserverend kan werken. Maar zover mij bekend is, hielden de Egyptenaren hiermee geen rekening.
Mogelijk hebben zij de aanwezigheid van een dergelijke straling wel eens aangevoeld, maar dan hebben zij kennelijk gedacht dat deze invloed van groot belang was voor bepaalde inwijdingsceremoniën. Ik ben er wel zeker van dat zij in dit verband echter nooit gedacht hebben aan de verduurzaming van het lichaam van een overleden vorst.
In het boek “de Meesters van het verre Oosten” wordt geschreven over een tweehonderdduizend jaar oude taal. Is deze van kosmische oorsprong of zijn alle bekende schriftsoorten van aardse oorsprong? Kunt u zeggen of deze taal in letters of in een soort hiërogliefen plaats vond? De vastlegging dan?
Zover mij bekend zijn alle talen, die op aarde ooit genoteerd werden van aardse oorsprong. Bij het ook naar ik meen, door u bedoelde schrift, dat inderdaad zeer oud is, is sprake van een glyphisch schrift. U zou hiërogliefen kunnen zeggen, maar deze tekens worden soms ook als letter gebruikt.
Dit oudste mij bekende schrift schijnt een voorloper te zijn geworden van o.m. Sanskriet schrift, stamde waarschijnlijk uit de Atlantische periode en werd ook wel bloemenschrift genoemd door degenen die er later mee geconfronteerd werden, omdat cirkels en samenstellingen van cirkels gecombineerd werden met lijnen en krullige tekens zoals men nog wel in het Arabische en Indiase schrift aantreft. De indeling echter doet meer denken aan Chinese letters, omdat steeds groepen van tekens tot een afzonderlijk geheel verenigd worden.
Van dit schrift zijn geen overblijfselen buiten die welke in de zgn. heilige bibliotheek worden bewaard die onder de hoede staat van de Witte Broederschap. Deze resten van het schrift zijn in zeer dunne metaalplaten gegrift en vormen vermoedelijk een kopie van een vroeger schriftstuk. Het is gegrift en niet gestempeld. Ik neem aan dat het origineel op een ander materiaal was geschreven, maar dat dit vervallen is en teloorgegaan.
Men schijnt vroeger de mogelijkheid gehad te hebben om het te vertalen. Althans heet het dat de inhoud van dit boek grote overeenkomst vertoont in inhoud met enkele vroege in het Sanskriet bestaande teksten die op houten plankjes die zeer dun zijn, waren geschreven met plantaardige stoffen.
U spreekt van 200.000 jaren oud. Daar kun je weinig van zeggen. Zeker is dat de ondergang van het land Mu of Mut rond 75.000 jaren in het verleden ligt. Daarna komt de Atlantische beschaving op de voorgrond die ongetwijfeld een deel van de cultuur en magie van Mu heeft overgenomen.
Naar ik meen is een deel van deze kennis teloorgegaan in de eerste ramp die Atlantis trof – het verzinken van een aantal eilanden die zuidelijk van de huidige Canarische eilanden liggen en net iets westelijk van de zgn. Atlantische rug lagen die men nu nog in het midden van de Atlantische Oceaan kan aantreffen.
Zeker is wel dat kort voor deze ramp plaatsvond, een soort trek plaatsvond waarbij Atlantiërs vluchtende of koloniserende naar alle werelddelen schijnen te zijn getrokken. Zij hadden toen al zeer kleine nederzettingen in o.m. Afrika, Zuid-Amerika en vermoedelijk ook op enkele punten in Azië.
Het is heel waarschijnlijk dat de zgn. Atlantische subculturen als de Fenicische en Minoïsche mede door deze vluchtelingen en degenen die hen later gezelschap hielden zijn beïnvloed. Hiervoor spreekt o.m. het feit dat in verschillende delen van de wereld zgn. zegels zijn gevonden in een onbekend glyphisch schrift dat althans in bepaalde opzichten doet denken aan het zgn. bloemenschrift, ook al zijn de vormen van de letters hoekiger en vormen zij meer per teken een soort afbeelding van nogal abstracte aard.
De werkelijke en bijna algehele ondergang van Atlantis vond echter eerst plaats tussen rond 9700 v. Chr. en 9400 v. Chr. – inclusief alle gevolgen voor de wereld daarvan dus. De werkelijke ramp vergde waarschijnlijk niet veel meer dan 24 uren.
Dit land had kort voordien uit oorlogsoverwegingen zeewater doen instromen in de krater van enkele vulkanen, wat een grote vloed van magna ten gevolge had. Hierdoor was de aantasting van het peil van het sial onder deze eilanden reeds mogelijk. Toen kort daarna een soort maan neerstortte werd nog meer van deze laag taai-vloeibare massa de lucht in geslingerd en daar het peil niet snel genoeg weer zich kon herstellen, is een deel van de aardschors, waarop meerdere landen, geheel weggezonken tot op grote diepte, terwijl andere eilanden minder diep zonken, maar toch onder het water van de oceaan kwamen te liggen. Hun resten zijn op enkele bergkegels na door het later stijgende water bedekt. Ik ben van mening dat de ramp wel zeer ernstige, maar niet zo geheel vernietigende uitwerking zou hebben gehad, wanneer door deze oorlog en het werken met de vernietigende krachten van vulkanisme en aardbevingen kort voordien zou hebben plaats gevonden, ofschoon de uit het westen komende brokstukken wel de meeste bewoners gedood zouden hebben. Maar goed, er is in het verleden kennelijk het een en ander van het schrift elders bewaard gebleven en ook de kennis daarvan schijnt nog enige tijd overgeleverd te zijn. Later is deze schriftvorm steeds meer aangepast aan de volkeren die er nog gebruik van maakten. Maar de kennis die zo bewaard bleef, is nog lang daarna gebruikt. Denk hier aan de zgn. kalenderschriften van de Maya’s, die niet alleen getuigen van een bezetenheid door periodiciteiten, maar ook o.m. duidelijk maken dat van een grote kennis sprake moet zijn geweest zowel ten aanzien van de wentelingen en precisie van de aarde als ook de loop van planeten en hun banen en wentelingsperiode.
In Egypte vinden wij een dergelijke reeks gegevens terug, die echter minder openlijk gebruikt worden en grotendeels als deel van een soort inwijdingsleer niet sterk verbreid werden. Ook de Kaukasus zijn enkele resten van deze kennis teruggevonden, evenals in het noordelijkste stroomgebied van de Indus.
Daar de tekens wel van elkaar afgeleid schijnen te zijn en de kennis zo grote overeenkomsten vertoont, mag volgens mij wel worden aangenomen dat zij voortkomen uit een gemeenschappelijke bron. Dat zou dan het zgn. bloemenschrift zijn en stammen uit Atlantis.
Maar dan kan ik met alle goede wil niet spreken van een ouderdom van 200.000 jaren. Ten hoogste kom ik tot een ouderdom van minder dan 100.000 jaren en waarschijnlijk is dat deze schriftvorm in de nu nog bestaande vorm niet veel ouder is dan rond 12.000 jaren. Met zekerheid is echter over de ouderdom niets te zeggen.
Er wordt gezegd dat je bij beoefening van Kriya yoga meditatie die mogelijke waarnemingen krijgt: goddelijk licht, goddelijke vibratie en goddelijk geluid. Kunt u hierover iets vertellen?
Het gaat om een normale mystieke beleving die zeker niet alleen in overeenstemming is met yoga of Kriya yoga. Geen monopolie dus.
De drie genoemde waarden zijn in feite onze vertaling van en gevoelsbeleving van de eenheid, waar wij tijdelijk mee in contact komen. Elke vorm van mystieke verrukking confronteert ons op een gegeven ogenblik met een soort onmetelijke onthulling die wij niet verstandelijk kunnen verwerken. Zij wordt daarom door ons vertaald als licht. Wij voelen ons dan opeens beroerd door die oneindigheid en omschrijven het effect dat dit op ons heeft als trilling, omdat wij echter zoveel mogelijk van die trilling transponeren naar een gebied dat voor ons meer verschil-erkenningen mogelijk maakt. Daarvoor kiest de mens gemeenlijk als gelijkenis geluid. Door de omzetting van de verschillende reacties die men heeft in het licht komt men tot het “horen” van klank en geruis, soms zelfs van kosmische muziek.
Men noemt het dan mogelijk een goddelijk geluid, maar dat komt alweer omdat wij dit “geluid” niet geheel kunnen omschrijven. Wij volstaan dan met te spreken over een wonderlijk harmonisch suizelen of overweldigend mooie muziek. Nogmaals: het gaat dus om onze menselijke vertaling van een bereikt contact. Dat men deze waarden afzonderlijk noemt in systemen als de Kriya yoga en andere mystieke systemen is wel te begrijpen.
Ook in deze vorm van yoga zal men, zoals in bijna alle vormen daarvan, uitgaan van het oorspronkelijk door de Hindoes gehanteerde systeem van opeenvolgende hemelwerelden. In vele systemen krijgt de leerling de mogelijkheid om, middels beheersing en meditatie te komen tot allereerst een bereiken van de eerste wereld en wel onder geleide. Er “gaat dus iemand met je mee” Daarna krijg je meer en meer de mogelijkheid om zelfstandig te gaan. En ben je eenmaal zover dat je deze wereld alleen en herhaaldelijk kunt betreden, dan ga je een trap hoger. Ook hier heb je weer een meester en begeleider nodig – in feite een harmonisator – waarop hetzelfde zich herhaalt en zo nogmaals. Je kunt op deze wijze drie werelden – toestanden – leren betreden.
Beheerst men dit zodat men elke wereld of toestand naar believen kan betreden, dan komt het ogenblik waarop je in contact komt met de Schepper zelf, het Brahman, de wijsheid en kracht die achter de schepper zelf ligt.
Ik heb het gevoel dat men bij de door u genoemde leer het geheel van vele bijkomstigheden heeft ontdaan en ook bepaalde religieuze en dogmatische punten heeft vertaald, ofschoon die bij de opbouw van het systeem ongetwijfeld wel een rol hebben gespeeld.
Ik heb ook gehoord dat er sprake is van een astraal, een oorzakelijk en een stoflichaam, dat elk van de drie belevingen bij een van deze drie lichamen zou behoren.
Ik weet dat dit nog wel eens gesteld wordt, maar daarom is het nog niet geheel en zonder voorbehoud juist. Kijk, het stoffelijke lichaam behoort bij uw wereld. Harmonie is op uw wereld in feite een emotie, die wel kan worden beseft, maar niet kan worden ontleed.
Er is inderdaad een astraal voertuig. Maar dit voertuig kan zich alleen in harmonie met iets anders kunnen vormen en manifesteren. Het is en blijft echter in feite toch tot een eigen wereld beperkt en kan niet verder gaan dan deze.
Dan spreekt u van een oorzakelijk lichaam. Ik meen dat men daarmee een karma-beladen ego aangeeft, dus in feite een deel van de geest. De geest kent inderdaad weer haar eigen werelden van licht en duister. Behoort het tot een wereld van licht dan zal dit deel van het ik zich bewust zijn van het geheel van de “eigen wereld”, maar tevens gevoelig zijn voor een deel van een hogere wereld. Daar elke geest zijn wereldbeeld bepaalt door zijn eigen inhouden zijn er zeer vele verschillende werelden en is het erg moeilijk om deze binnen een bepaalde volgorde in te delen. Ik wil dan ook hier duidelijk stipuleren dat elke indeling van het hiernamaals in feite geheel willekeurig is.
Of u uitgaat van de christelijke opvattingen, de lamaïstische denkwijze, hindoe of islam denkbeelden, eenieder hanteert zijn eigen indelingen die in feite willekeurig op grond van theorieën tot stand kwamen. Opvallend is dat een groot aantal van deze indelingen kennelijk ergens in verband staan met de vroeg opvattingen van astrologie, die inderdaad grotendeels verantwoordelijk is voor alle indelingen en stelsels die in een ver verleden reeds omtrent het hiernamaals ontstonden.
Wat is de invloed van transplantatie van vitale organen op de geest, het mentale gebied en eventuele voertuigen?
Ik meen niet dat hierdoor gemakkelijk een aanhechting met de geest van de donor zal voortkomen. Dit is nl. afhankelijk van vele andere factoren en niet alleen hiervan.
Neem als voorbeeld een niertransplantatie. Het is dan zeker dat die nier is ingesteld op levensritme, uitstraling en functie van de donor. Een deel hiervan blijft bestaan, of je nu invriest, dan wel onmiddellijk transplanteert. Dit alles is als het ware in de cellen zelf ingelegd. Komt een dergelijk orgaan in een ander lichaam, dan zal het allereerst door dit lichaam aanvaard moeten worden. Is de inhoud van de cellen dermate afwijkend dat geen aanpassing mogelijk is, dan moet je ofwel de cellen de reactie-mogelijkheid ontnemen – er zijn middelen daarvoor – dan wel moet je rekenen met spontane afstoting van het orgaan.
Je kunt stellen dat weefsels evenals bloed een type hebben en dat niet harmonische typen van weefsel zonder ingrijpen altijd worden afgestoten. Is er voldoende overeenkomst, dan gebeurt het volgende: er ontstaat een harmonie; waarbij deze ook moet gelden ten aanzien van de levenstrillingen zoals die nog in het donororgaan vastliggen. Functioneert het orgaan eenmaal, dan is uw eigen uitstraling natuurlijk sterker en verdringt langzaam de oorspronkelijke in het donororgaan. Dit proces is gemeenlijk na rond een jaar voltooid. Van dan af is er zelfs geen mogelijkheid meer voor de oorspronkelijke eigenaar om zich aan te hechten, al zou deze het wensen.
Na vijf tot zeven jaren is zelfs door vervanging van cellen, het geheel in feite een normaal deel van uw lichaam geworden. Maar goed, neem nu eens aan dat dit niet het geval is. Dan nog is de redenering dat aanhechtingen wel heel gemakkelijk worden hierdoor zoiets als de automobilist die een reserveband van iemand leent, omdat hij anders niet verder kan en dan steeds het gevoel blijft hebben dat de eigenaar die die band allang niet meer nodig heeft, voortdurend achter hem aan blijft rijden. Wanneer de man ook nog je schuldeiser is, lijkt mij dit zelfs mogelijk, maar normaal is dit zeker niet.
Verder moet u niet over het hoofd zien dat een donor in dergelijke gevallen altijd iemand is die zelf heeft gestipuleerd dat een dergelijke ingreep na zijn dood zou kunnen gebeuren. Met andere woorden: die geest zal weten wat er gebeurt.
Alleen wanneer een dergelijke transplantatie zonder voorkennis gebeurt bij iemand die bovendien geestelijk niet zo erg bewust is, zal er in de eerste periode van rond een jaar de kans zijn dat voor de oorspronkelijke eigenaar nog een band blijft bestaan. Daarna is deze uitgewist.
Denk dus maar niet te veel aan een gevaar voor aanhechting, ook al is dit theoretisch mogelijk. Voor de geest van de ontvanger betekent mogelijk dit ruilorgaan een mogelijkheid tot meer ervaring opdoen. Dit zal dan tot uiting komen in een relatie die na de dood wordt opgenomen met de donor wanneer dit mogelijk is.
Wat het mentale gebied betreft, moeten wij wel iets voorzichtiger redeneren. Er zijn immers organen die direct of indirect invloed hebben op het evenwicht van de interne secreties. Stel bv. dat een bijnier in de transplantatie mede betrokken zou zijn. Wij hebben hier te maken met een hormoon aanmakend en afscheidend orgaan. De mogelijkheid bestaat dat tijdelijk uw hormonale huishouding aardig in de war geraakt. Dit uit zich in het gevoelsleven, maar kan ook wel degelijk van invloed zijn op het denken en het denkvermogen. In het eerste geval kunnen hierdoor zelfs hallucinaties ontstaan. Na gemiddeld 7 jaren is ook dit voorbij. Maar ondertussen zijn er allerhande wisselvalligheden in gevoel en denken mogelijk. Het is zelfs mogelijk dat uw karakter hierdoor geheel of deels verandert. Maakt men u op dit aspect attent en geeft u er zelf de nodige aandacht aan, dan kunt u echter al snel de ergste afwijkingen leren beheersen en compenseren. Wanneer dus na een transplantatie een afwijking of verandering van het karakter ontstaat, zo is dit bijna zeker niet het gevolg van een aanhechting, maar van het nu genoemde interne evenwicht, dat een nieuwe waarde krijgt.
Nog een derde mogelijkheid. Stel dat het mogelijk zou zijn hersenen of delen van de hersenen te transplanteren en aangenomen dat die hersenen een leef-ervaring bevatten, dan heeft uw lichaam nog steeds zijn eigen weefselgeheugen dat echter niet meer strookt met de nieuwe herseninhoud. Het lichaam heeft reactie-moeilijkheden omdat de eisen en signalen van de hersenen dan niet meer geheel stroken met het deel van het lichaam dat deze ontvangt. Ook zullen bepaalde impulsen niet meer zuiver door de hersenen tot besef kunnen worden vertaald. Eerst zal door het nieuwe deel hersenen enige ervaring met het lichaam moeten worden opgedaan voor dit mogelijk verbetert. Maar zelfs dan krijgen wij de zgn. dubbele herinnering waardoor steeds weer beelden, die in het getransplanteerde deel hersenen aanwezig zijn worden gesuperimposeerd op het beeld dat de rest van de hersenen normaal van het leven heeft. De kans is dan groot dat er een vorm van geestesziekte ontstaat, omdat dit dubbel beleven en herinneren niet te dragen kan zijn. In dat geval ontstaan zoveel verdringingen dat, wanneer de persoonlijkheid uiteindelijk alsnog tot één persoon zou zijn geworden, het toch niet meer mogelijk is om volgens vroegere normen normaal te reageren. Maar zover is men bij u voorlopig nog niet, dus daarover behoeft u zich geen zorgen te maken.
Heeft het nog gevolgen voor je eigen geest wanneer je een orgaan afstaat na je dood?
Neen, hart, nieren, oog e.d. heb je toch nog niet meer nodig. Dus of die delen nu worden verbrand, beschimmelen of nog door een ander worden gebruikt, maakt uiteindelijk niet veel meer voor je uit. Wel is er de kans dat wanneer het orgaan weer begint te leven je, omdat je de uitstraling van je eigen lichaam natuurlijk wel kent, opeens beseft wat dit voor de ander moet betekenen en dan denkt: Gunst, ik heb toch wel iets leuks gedaan. Maar het orgaan is dus niet iets wat je als geest dwingend kan aantrekken en tot de aarde terug zuigt of zoiets.
Heeft het ook niet iets met de tijd te maken? Je bent niet onmiddellijk dood en los.
Ik ben met u eens dat transplantaties altijd direct nadat de dood geconstateerd is, worden volbracht. U zult echter met mij eens zijn dat menselijk en zelfs wettelijk geen begin met een transplantatie mag worden gemaakt voor vaststaat dat er geen hersenactiviteit meer is. Wanneer dit werkelijk het geval is, is reeds na rond 20 minuten, alle verbinding door het zilveren koord verbroken. Er kunnen dan nog wel andere bindingen enige tijd blijven bestaan, maar deze zijn vaag en geven je in feite alleen nog de mogelijkheid je op je lichaam te oriënteren, zonder erin terug te kunnen keren.
Gelijktijdig besta je reeds in een geestelijke wereld, waarin bewuste contacten kunnen worden opgebouwd. Om een collega te citeren: je hoort zeggen dat je echt dood bent. Men wijst je zelfs dat je lichaam daar ligt en dan volgt meestal: weet je wat, wij maken er een paar lollige dagen van, voor je alles gaat herbeleven wat je geweest en gedaan hebt in dit leven. Hier heb je wat kracht. Daarmee kun je mogelijk iemand nog wat troost geven en daarna gaan wij samen lekker lachen, wanneer wij luisteren wat de mensen over je zeggen op je begrafenis. Dit werd wat spottend gezegd, maar ligt toch dicht bij de werkelijkheid. Ik zou willen stellen: iemand die bewust is, zal het feit van zijn dood zo snel kunnen aanvaarden, dat dit reeds heeft plaatsgevonden voor het zilveren koord feitelijk en geheel verbroken is. Iemand die minder bewust is, maar van goeden wille, wordt toch wel afgehaald. Er is altijd wel iemand die zegt wat er aan de hand is en wat er nu moet gaan gebeuren. Soms zal iemand daarvoor wegvluchten. Maar in die vlucht heeft het lichaam geen betekenis meer voor je. Men gaat dan door de schaduwwereld.
Of men aanvaardt het alles wel en blijft zich van het lichaam wel bewust, maar gelijktijdig ook van de nieuwe toestand, waarin men verkeert. Ook dan zal men geen schade ervaren van een transplantatie of datgene wat men met het lichaam doet. Er zijn wel eens mensen die ook denken dat het toch maar verschrikkelijk is wanneer een mens een gewelddadige dood is gestorven of naar men meent vermoord kan zijn en een patholoog-anatoom gaat het gehele lichaam opensnijden, monsters nemen, onderzoeken. Men meent dat dit voor de geest iets verschrikkelijks moet zijn. Maar ook dit valt meestal heel erg mee.
En crematie?
Daarover denkt men in de geest nogal eens verschillend. U valt nog juist niet in het jubileum met uw vraag, maar binnenkort zal het zover zijn dat wij – middels al onze mediums tezamen – rond 50.000 maal een vraag over dit onderwerp hebben beantwoord, want de belangstelling hiervoor blijkt de laatste tijd wel heel groot te worden.
Crematie kan pijnlijk zijn voor iemand die nog steeds de hoop koestert naar zijn lichaam terug te kunnen keren. Maar die pijn komt ten einde op het ogenblik dat het lichaam zijn structuur geheel verloren heeft. Lijden komt dus voor, maar duurt niet lang. Neem een gangbare crematie hier te lande. Je ziet hoe men afscheid neemt, staat vervolgens enige tijd te wachten tot je aan de beurt komt voor de oven en denkt dan mogelijk: wat gaat men nu met mij uitspoken. Daarna komt de verbranding, die nog geen 20 minuten pleegt te nemen. Al snel ontdek je: ik ben er nog, maar daar beneden is alles al afgelopen. Wat is er met mij gaande. Op dat ogenblik ben je ook weer vatbaar voor de signalen van anderen en is het leed geleden. Kortom: een crematie kan pijnlijk zijn wanneer je niet bewust genoeg bent. Maar de pijn duurt in verhouding kort en je wordt je al snel bewust van het feit dat je geestelijk voort bestaat.
Wanneer je wordt begraven, is de pijn voor de onbewuste in verhouding erger. Zeker, de pijnimpulsen zijn in het begin minder. Maar wat denkt u van iemand die meent nog één te zijn met zijn lichaam en na het begraven meent te stikken? Wat denkt u dat ontbinding betekent wanneer je nog steeds meent, dat jijzelf het bent die dit ondergaat? Bovendien gaat het proces zo geleidelijk dat je veel minder geneigd zult zijn om aan te nemen: dat was mijn lichaam, maar dat ben ik nu niet meer. De band met het lichaam kan na begraven nog 7 tot 15 jaren blijven voortbestaan, terwijl na crematie deze band na rond 20 minuten ten einde komt.
Nu weet ik wel dat voor de geest tijd er niet zo veel op aan komt. Wij hebben geen haast. Maar wanneer ik de ellende voor een onbewuste vergelijk in beide toestanden ben ik persoonlijk geneigd voor crematie te kiezen.
Nog een ander punt: er zijn volkeren die zich altijd veel intenser bezig hebben gehouden met de dood dan de westerlingen. En wat doen die: De Parsi laten het vlees van de dode door vogels verslinden. In Tibet was het gebruikelijk de dode op een veld neer te leggen, zodat de overblijfselen door de dieren van het veld verslonden konden worden. In India was het gebruikelijk, evenals bij sommige indianen en andere stammen als bv. de Vikingen, was het gebruikelijk de dode te verbranden, wanneer niet een zgn. hoge begrafenis werd gegeven, waarbij het lichaam door de lucht verduurzaamd wordt. In Polynesië vinden wij stammen, die gewend waren hun doden als een soort offer in een nog werkende vulkaankrater te werpen. Waarbij zij gemeenlijk werden gevolgd door een offer van vruchten en een dier. Al die volkeren houden zich ook in hun dagelijkse leven veel meer bezig met de dood dan u ooit hebt gedaan. U houdt zich met de dood alleen bezig wanneer het gaat om de verzekering en inkomsten uit begraven. Maar degenen die er lang over hebben nagedacht en de dood als deel van het leven hebben leren aanvaarden, kiezen allen voor een zo kort mogelijk in oude vorm voortbestaan van het lichaam.
Zeker, wij zien ook die gebruiken hier en daar verworden: denk maar eens aan de zgn. grote of vorstenbegrafenissen zoals die gevoerd worden op bv. Bali. Kijk dan niet alleen naar de begrafenistorens, maar ook naar hetgeen er met het lichaam gebeurt. Zolang het lichaam boven de aarde is, wordt het niet alleen gesierd, maar er worden ook bloemen en voedsel bijgezet en de familieleden gaan er regelmatig nog even praten. De dode wordt in feite behandeld als iemand die er nog geheel bij behoort. Op de dag die daarvoor meestal door een astroloog bepaald is, wordt het lichaam dan wederom verbrandt. Het bijgeloof eist dat men niet de kortste weg naar de plaats van verbranding neemt, maar met vele hoeken en draaien voortgaat, zodat de geest in kwestie nadien niet meer zo gemakkelijk de weg naar zijn oude huis kan terugvinden.
Ik hoop dat dit als aanduiding voor een ook op aarde bij velen bestaande voorkeur voldoende is. Ik dacht zo: wanneer ik alleen maar inga op crematie zonder meer, wordt het zo vervelend, want de meesten hier weten dat nu zo langzaamaan wel. Daarom wat extra gegevens waar u eens over na kunt denken en die u desnoods ook kunt opzoeken.
