Wereldbeeld – Les 01 – Wereldgebeuren

image_pdf

oktober 1959

Inleiding

De wereld gaat een vaste ontwikkelingsgang, die voor haarzelf als entiteit bepaald wordt door haar plaatsing in het heelal plus de energie, die ze bezit. In haar jeugdige dagen was de wereld stormachtige. Zij baarde velerlei wonderlijke wezens en deed met vulkanisch geweld en stromen van regen vond daarin haar jeugd. Sedert die dagen is er veel gebeurd. Uit de vloeibare lavavlakten zijn werelddelen geworden en de regenwolken hebben oceanen gevormd. Een Nederlander meent soms op bepaalde tijden van het jaar dat die regenwolken nog wel bestaan, maar ik kan uit de grond van mijn hart verzekeren dat de regenval, die tegenwoordig per mm. wordt gerekend, vroeger soms beter per meter gemeten had kunnen worden. U zult dus begrijpen dat het wereldgebeuren op zichzelf gezien moet worden in verband met de persoonlijkheid van de aarde.

Deze aarde heeft haar persoonlijke kwaliteiten, die o.m. belangrijk zijn voor de levenshuishouding (waarin zoals u weet hier de plantengroei wel een zeer belangrijke rol speelt), de vorming van hetgeen er op haar oppervlakte zal leven. Daarnaast heeft zij een snelheid rond de zonen deze snelheid bepaalt o.m. haar magnetisch veld en ook een zeer typisch verschijnsel misschien de zwaartekrachtsverhoudingen, die hun directe invloed doen gelden op de vorm van elk wezen, dat op het aardoppervlak leeft.

Bovendien zien wij echter, dat van af haar geboorte de aarde een parabolische baan aan het beschrijven is tezamen met de zon (haar moeder) en wel langs de buitenkant van de sterrennevel met in de toekomst een langzaam buigen van die rand naar het midden toe.

Voor de mens is dit op het ogenblik moeilijk vast te stellen. Maar wat we wel kunnen vaststellen is dat van uit de sterren allerhande invloeden op aarde werkzaam worden. Ook is, zoals u hier leeft, wordt beroerd door wat de astrologen noemen; kosmische invloed. Die invloed wordt vaak verzinnebeeld in de werking van planeten en van de z.g. dierenriemtekens. Dat zijn natuurlijk hulpmiddelen. Toch zal al dit tezamen genomen een tekenende invloed hebben op elke gebeurtenis, ja, zelfs op elk onderling verband en elke relatie tussen levende wezens, die op aarde bestaan.

Het zou mij te ver voeren om hiervan in het begin van onze lezing een volledige uiteenzetting te geven. Er zijn echter wel een paar andere punten die ik moet aanstippen, wil het vervolg van mijn betoog aan u duidelijk. zijn. Zoals de mens verschillende functies heeft als ademhaling, hartslag, bloedsomloop (die dus ook onafhankelijk van de hartslag hier en daar gewijzigd kan zijn, functies van maag en spijsverteringskanalen, van het zenuwstelsel, zo heeft ook de aarde een reeks van eigen gevoeligheden. En nu weten Wij allemaal, dat wanneer uw maag niet in orde is er in het organisme een zekere storing ontstaat. En wat dat betreft, kunnen wij hetzelfde vertellen over het hart, de longen enz.

Wanneer in de functies van de aarde een zekere storing ontstaat, zullen logischerwijze de gevolgen daarvan in die aarde en daarbij kenbaar zijn. Wij maken daarom perioden mee, die aan de hand van zekere wijzigingen in de aarde niet alleen op de aarde cycli van natuurrampen vertonen (sommige groot zoals die van Atlantis, andere kleiner zoals bv., de aardbevingen in Griekenland) maar daarnaast ook een directe invloed hebben op de mens. Het lijkt soms of de atmosfeer bezwangerd is met vreemde en dwingende invloeden, die de mens nopen tot oorlogen of tot laksheid, tot vrede of tot ijverige werkzaamheid. Wanneer wij de geschiedenis nagaan, dan vinden wij steeds weer korte maar intense cycli van uitvindingen gevolgd door lange perioden van gezapigheid en een laatdunkend conservatief onderzoek. Op deze wijze vormt zich een beeld van voortdurend optredende cyclische verschijnselen, die zowel de aarde en haar constitutie zelve als ook de mentaliteit en levensmogelijkheden van de mensen wijzigen, beïnvloeden en zelfs beheersen.

Er wordt over het algemeen gewerkt met een 14 tal van deze curven of cycli. Zij worden gebruikt vooral bij ons voor waarschijnlijkheidsberekeningen en geven ons vooral in het verloop van het lot der volkeren een soms verbluffend scherp inzicht, dat vele jaren vooruit kan grijpen. Daarnaast kunnen wij aan de hand van cyclische verschijnselen ongeveer het verloop per verschijnsel nagaan, omdat de cyclus een vaste lijnvorm heeft. Die vaste lijnvorm is meestal die van een licht gewijzigde sinusoïde, die na gen hoogste top nog een tweetal kleinere toppen vertoont, voordat een absolute inzinking begint.

Deze liggen echter op ten hoogste 1/8 van de totale afmeting boven de nullijn. Dit is dus een betrekkelijk klein gedeelte, waarin deze toppen achter elkaar voorkomen. Ik hoop u in het verloop van mijn verdere betogen duidelijk te maken wat deze levensverschijnselen van de aarde zelf voor de mensheid betekend hebben en aan de hand daarvan ook tevens wat zij in dit ogenblik voor u inhouden en vaat derhalve in de toekomst te vervrachten zou zijn. Wij zullen ons in het verloop van deze cursus uitdrukkelijk niet werpen op de directe prognose; wel wil ik trachten u tevens duidelijk te maken, hoe uit de huidige verschijnselen bijna zonder falen toekomstige ontwikkelingen kunnen worden afgeleid. En dan zullen wij nu overgaan tot onze:

Wereldgebeuren

Wanneer u op het ogenblik de aarde beziet, dan zullen u verschillende verschijnselen onmiddellijk opvallen. In de eerste plaats hebben wij en wel praktisch algemeen over, het gehele aardoppervlak te maken met een abnormaal snelle en grote aanwas van het bevolkingsaantal. In de tweede plaats hebben wij te maken met een periode, waarin het inventieve talent op de voorgrond komt, de wetenschapsmens vaak de belangrijkste persoon is, terwijl ook volkeren, die tot op dit ogenblik betrekkelijk conservatief waren, losbreken uit hun oude sleur en ook in zich een vernieuwingsproces vertonen. Deze verschijnselen kunnen niet zonder betekenis zijn.

Indien wij hier de geestelijke invloed voorlopig buiten laten, dan kunnen wij alvast enige conclusies trekken.

De eerste is wel dat een dergelijke situatie zich op aarde al eens eerder heeft voorgedaan Er is een tijd geweest dat het grote Atlantis een reeks van technische en magische ontdekkingen deed, waardoor het de magiërs van die tijd mogelijk was het weer te regeren, de uitbarstingen van vulkanen te reguleren en ook op andere wijze aan de mensheid vele baten te verschaffen. Er was daarnaast ook sprake van een lichte mechanisatie. Gelijktijdig met deze periode van uitvindingen zien wij een zeer sterke bevolkingsaanwas en deze speelt zich hoofdzakelijk af in het z.g. tweede ras (of ook wel slavenras), waaruit latex de Kelten voortkomen. Deze periode wordt verder gekentekend door voortdurende geschillen. In Atlantis bestaan een aantal rijken. En ofschoon deze van uit het huidige standpunt misschien kleine en onbelangrijke mogendheden genoemd kunnen worden, waren zij in hun tijd belangrijker voor het geheel van de wereld dan thans bv. de VS of de Sovjet Unie.

Zij kwamen wel en dat op religieus magische basis steeds tot overeenkomsten. Gelijktijdig echter voerden zij voortdurend krijg. Na enige perioden van rust ontstond toen in Atlantis het grote gevaar; de zwarte magie kreeg de overhand. Misschien kent u het verhaal wel, maar het heeft een parallel in de moderne tijd. Deze zwarte magie bestond uit het onbeheerst en alleen omwille van de macht gebruik maken van elke demonische kracht, waarop men slechts enige invloed kon uitoefenen. Het betekende een ingrijpen in natuurwetten, waarvan men geen of onvolledig begrip had. Zelfs toen was een redding van Atlantis zeker niet uitgesloten geweest.  Indien men als evenwicht ook de wit magische krachten gelijkelijk had erkend. Indien men had geluisterd naar de waarschuwingen van hen, die in de magie en in het geestenrijk vaak verder waren doorgedrongen dan de zwart magiërs. Het heeft niet zo mogen zijn en Atlantis is na de vlucht van enkelen der meer wetenden langzaam maar zeker in de golven verzonken en in een reeks van rampen vluchtte een groot gedeelte van het Atlantische volk naar de thans nog bestaande wereld. Ik wil niet verdergaan dan dit, omdat ik hier mijn eerste voorbeeld heb. Laat ons de parallellen trekken.

In de huidige tijd zien wij pogingen tot verbond. Grote mogendheden die elkaar gelijktijdig en feitelijk buiten dat der officiële en openlijk gewapende conflicten op elk vlak bestrijden. Zo was het in Atlantis. Wij zien een aanmerkelijke toename van bevolkingsaantal en hierbij ligt het overwicht ook weer typisch genoeg in wat men vroeger wel de lagere standen genoemd zou hebben. De toename van de arbeidende klasse in vergelijking met de feitelijk intellectuele klasse is ongeveer 5 tot 6 maal zo groot. (Ik reken hier over de gehele wereld en dus niet speciaal Nederland of een ander land.) En zoals eens die toename van bevolking een vergroting van egoïsme en een vergroting van strijd veroorzaakte zo zien wij ook nu in deze wereld veel van dergelijke conflicten ontstaan. Eigenlijk is er niet zoveel verschil tussen de opstand van de zeelieden in de stad Atlantis zelf en in de grote steden, die in de buurt van ‘t huidig Iberische schiereiland lagen en de grote staalstaking in de VS of de dreigende stakingen elders. Groep egoïsme trad toen op en treedt nu op.

Er is in deze wereld verder sprake van de wetenschap in plaats van de magie. De witte wetenschap erkent de gevaren van haar experimenten. Zij experimenteert voorzichtig en bij voorbaat alleen ten voordele van de mens. Zij zet dus het mensdom aan het begin van haar experimenten. De zwarte wetenschap zet het experiment voorop en daarachter als mogelijk tweede doel het eventuele nut voor de mensheid of een deel daarvan. Degenen, die tot besef zijn gekomen van de krachten waarmee zij werken, trekken zich vaak terug. Wij hebben daar verschillende schandalen over gezien en wanneer wij denken bv. aan de groep Oppenheimer, dan moeten wij toch wel toegeven dat zich hier een verschijnsel voordoet, dat sterk doet denken aan de acties van de wit magiërs in Atlantis.

Waarschuwende stemmen, een poging om te egaliseren en zo de noodzaak van het experiment te verminderen: Men behoeft dit niet goed te keuren en men mag het niet vergelijken bv. met het geval van de Rosenbergs. Maar het is zo. Er is op het ogenblik een steeds groeiende wetenschappelijke kaste, die waarschuwt tegen bepaalde experimenten, die de nadruk legt niet alleen op het gevaar van het atoom, maar ook van de sociale en economische experimenten, die op het ogenblik worden bedreven in de meest verschillende landen.

Wij zien echter ook dat de machthebbers, die deze experimenten bevorderen, op de duur de stem van de waarschuwende groep trachten te smoren. Dit geldt zeker niet alleen voor de westelijke wereld maar in veel sterkere mate voor het huidige China en ook voor Rusland met zijn satellieten. Het gevaar is even groot. En er is maar één milderende factor. In de oudheid werd het verschil tussen de kasten zeer gehandhaafd. Een onderricht aan de zeelieden laat staan aan de slaven en de dienaren kwam gewoon niet in de gedachtegang van dit volk op. Zij werden getraind voor hun taak en daarmee was de kous af. Tegenwoordig geeft men ook de menigte steeds groter toegang tot het gezamenlijk weten van de mensheid. Het resultaat is dus dat hier een bewustzijnsfactor van de massa gaat meespelen, die in Atlantis niet aanwezig was. En nu wij toch over die toppen hebben gesproken, mag ik er op wijzen dat de vitaliteitstop op het ogenblik ligt in wat men noemt de middenstand en de gegoede arbeidende stand. Niet daarboven.

Er is een tijd geweest dat dit lag bij de priesterkaste. Er is een tijd geweest dat wij deze vitaliteit en dit doorzettingsvermogen voornamelijk hebben aangetroffen in de koopmansstand of bij leger en vloot. Thans is het de middenstand en de gegoede arbeider, die zonder een te grote zelfstandigheid te bezitten zullen uitgrijpen naar kennis en zich vaak zeer goed realiseren wat er op de wereld gaande is.

Nu ga ik toch even terug naar Atlantis om nog een paar verschijnselen aan te stippen. Op het ogenblik dat in Atlantis de definitieve splitsing (zwart en wit) kenbaar werd, maakten zich uit de handelskaste, die naast de magiërs daar de laatste tijd regeerde, een reeks van mensen los, die met al hun bezittingen en vaak met hun gezinnen en alle slaven voor die tijd onvoorstelbaar grote tochten. organiseerden. Niet slechts bezocht men het gehele Middellandse Zee bekken (zo gelijktijdig de basis leggende voor de latere Europese beschaving) maar men ook verder tot in Indië toe, van waaruit men op de duur ook doordrong tot Tibet, dat een tijdlang voor de wit magiërs een soort vesting der natuur werd. Men trok weg. Hen trok ook vaak weg uit de militaire stand: En de militairen hebben zich hoofdzakelijk gewend naar het huidige Zuid Amerika, waarin ook zij hun invloed zeer sterk hebben doen. gelden. Ook zij werden wel door magiërs vergezeld, maar toch was de invloed van deze magiërs daar minder groot dan in. het gebied rond de Middellandse Zee en het zuidelijk deel van Azië. Op het ogenblik kan natuurlijk een dergelijke uittocht niet meer plaatsvinden, maar in de plaats hiervan zien wij een trekdrang.

En nu duid ik niet op de hela hola zingende Hollanders, die per autobus al bananen etende zwerven van het Lago Maggiore naar de lagunen van Venetië. Ik bedoel hier de mens die de behoefte heeft om bij een te grote gebondenheid in zijn eigen vaderland weg te trekken. De emigratiedrang bestaat tegenwoordig niet alleen in kleine overbevolkte gebieden als Nederland, zij doet zich evenzeer kennen in: Vele Zuid-Amerikaanse gebieden en is een tijdlang zelfs kentekenend sterk geweest in China en Achter-Indië. Hier krijgen wij dus ook een poging om een vrijhaven te vinden, om zich te plaatsen buiten de voortdurende spanningen van de eigen gemeenschap. Ik geloof dat hieruit een verklaring voor achtergronden van het huidig wereldgebeuren eenvoudig is te distilleren. Ik wil dit doen in een aantal korte punten.

In de eerste plaats: Gezien het gemiddeld bewustzijn op de wereld kan worden gesproken van een steeds sterker toenemende ondergangsgedachte. Deze is niet nieuw maar zeer belangrijk bij de huidige ontwikkeling. Men neemt vaak als onvermijdelijk aan dat te enigerlei tijd de grootmachten op aarde elkaar zullen moeten belagen. Een dergelijke algemene lijdzaamheid ten opzichte van, een zo ernstig punt kan niet alleen uit de mensheid of de situaties van die mensheid voortkomen. Hier moet tevens sprake zijn van de invloed der aarde, van eventuele kosmische invloeden en daarnaast van de invloed, die wij nog niet besproken hebben of aangeduid, nl. van krachten die niet stoffelijk belichaamd zijn.

In de tweede plaats: Wij zien dat het gevoel van onzekerheid culmineert in de besluiteloosheid der regeringen. Hierdoor is een zeker labiel evenwicht ontstaan, dat praktisch elk ogenblik door een zeer kleine gebeurtenis verstoord kan worden. Men weet hieromtrent en tracht derhalve uit de wetenschapsmensen rekruten te vinden, die machtsmiddelen zullen produceren. Een tijdlang is dit de wedloop geweest naar de H-bom en zelfs de M-bom. De M-bom, waarover praktisch niet wordt gesproken omdat haar werking zo verschrikkelijk is dat men vreest dat de volkeren der aarde zullen opstaan in een stemming protest tegen dergelijke grote risico’s. Nu heeft de wedloop zich verplaatst in de richting van de maan.

De regeringen weten natuurlijk heel goed dat het niet mogelijk zal zijn koloniën op de maan te vestigen, zonder daar bijzonder veel kosten voor te maken en waarschijnlijk in verhouding geringe baten te genieten. Dit geldt ook voor Venus en Mars. Wij moeten stellen, dat deze pogingen om de ruimte in te gaan zonder dat wetenschappelijk ook maar enige zekerheid bestaat dat een mens zou kunnen leven op Mars of op Venus, ons wederom een poging tot ontvluchten aantoont. De grote mogendheden van deze tijd proberen hun ruimtelijke problemen van af de aarde te projecteren naar het nog onontgonnen gebied van planeten en sterren. In de plaats van een Columbus, die het nodige goud moest zien te vinden in de overzeese gebieden van het Eldorado, zoekt men thans naar een ruimte varende Columbus, die met de schatten van de maan en misschien de oude beschavingsproducten van een vergane maatschappij op Mars de aarde moet redden, het wankele bestel in stand houden. Het is duidelijk dat deze droom veel goede mogelijkheden in zich sluit, waar zij een meer positieve wetenschapsbeoefening in de brand werkt.

In de derde plaats krijgen we te maken meteen typisch economisch verschijnsel. Wij zien allerwegen wanhopige pogingen om eigen levensstandaard als de beste te stellen en een conservatieve verdediging van dat, wat men eenmaal verkregen heeft. Dat men hierdoor vaak de mogelijkheden van de toekomst overboord gooit beseffen zeer velen, maar niemand heeft de moed om de offers te brengen die noodzakelijk zijn.

Ook dit zal op het huidig wereldgebeuren zijn stempel drukken. Dat is in het verleden ook gebeurd. Voordat ik terugga naar het verleden, vrienden, zou ik die ene invloed, die ik slechts terloops noemde, nog even nader met u willen ontleden, nl., de niet belichaamde entiteiten, die op deze aarde werken. Ik kan mij voorstellen dat het voor de gelovige en de wetenschapsmens (de z.g. nuchtere mens) zeer moeilijk is te accepteren, dat binnen de mogelijkheden, die de aarde door haar persoonlijkheid en kwaliteiten geeft, de ontwikkeling van het leven op aarde door de geest tot stand werd gebracht.

Indirect wordt dat natuurlijk wel weerspiegeld, want God schiep indagen, 6 dagen. In die dagen schiep Hij de aarde en de 7e dag rustte Hij. Maar men kan zich niet voorstellen, dat dit niet het werk is geweest van één grote Macht in een wonderdadig gebeuren maar de langzame greep, die verkregen werd op de, materie door geest, die vaak aan de materie vreemd was.

Toen de aarde tot stand kwam waren er in het heelal al werelden bewoond. Wat meer is, sommige werelden gingen reeds onder en hun rassen een zeker peil bereikt hebbende onttrokken zich aan een verder stoffelijk bestaan. Zij speelden als kinderen met de eerste krachten, die de aarde vrijmaakte. Zij waren de geesten, die in vuur en water hun spel dreven, totdat water en land van elkaar gescheiden werden. En in de rijkdom van ervaring, die zij hadden opgedaan, werd hun scheppend talent verder uitgedrukt. Zij waren het die angstvallig de eerste levende eiwitten, die ontstonden, behoedden en deden groeien tot werkelijk levende wezens. Zij waren het die de zeeën bevolkten met vele verschillende rassen en soorten, die van het micro vezen ten slotte kweekten de grote robachtige figuren, die zich toonden aan het begin van Lemurië is ontstaan.

Zij zijn het ook geweest die uit de beperking van het Lemurië ’s leven langzaam maar zeker een menselijke en denkende factor wisten te brengen, die de oermens (niet de menselijke vorm maar de menselijkheid van zelfbeschouwing) wekte. Zij zijn de lichten waarvan de overleveringen van oude volkeren nog spreken de lichten die neerdalen op altaren en de mensheid helpen en leiden, in de latere tijd hebben diezelfde geesten zich ook kenbaar gemaakt. Zij zijn in vele gevallen hetzij ten goede, hetzij ten kwade de Baäls, de grote Heren, de engelen Gods, die werkten in de tijd van Abraham. Ze zijn de profetische stemmen die uitroepen in de straten der steden. En zij zijn de invloeden die de bespiegeling mogelijk maken over groot kosmische waarden, die de eerste geheimscholen doen doordringen buiten de grenzen van de materie. Gij zijn het nog in deze tijd ook die meewerken aan de vorming van de mensheid. Misschien lijkt het te gewichtig als ik het zo zeg maar uit het spel is een ernstig laboratoriumwerk ontstaan, een poging om de perfectie die men zelf nipt geheel kon bereiken ten slotte in een ander ras te doen ontstaan. Een zoeken naar de bron van eeuwige jeugd misschien alleen wordt dit dan vertaald in de termen van het Goddelijke, geopenbaard in een perfect deel van de schepping. Zo hebben deze, grote geesten te allen tijde op aarde hun stempel gedrukt. En of Wij ze nu hemelingen noemen of goden engelen of wijzen of meesters doet weinig ter zake. Het is duidelijk dat wanneer de mens een peil bereikt, waarin hij dergelijke geesten kan erkennen hij betrokken wordt in hun werkzaamheid. Hij gaat daarin als stofmens maar ook na het verlies van het stoffelijk lichaam zijn eigen taak zoeken zijn roeping en vindt daarin zijn geluk. Er zijn vele verschillende hemelsferen die in feite bestaan uit het volgen van een meester, die in zich meer van het goddelijke Licht draagt dan je zelf kunt beseffen. En deze allen werken op deze wereld.

Maar het zijn niet alleen krachten van Licht geweest, die vroeger bestonden. Denk aan het begin van Genesis, waarin wordt gesteld dat Lucifers de zoon van de morgen, van zijn troon werd gestoten, omdat hij trachtte de plaats van God in te nemen. Lucifer kan evengoed een geleerde zijn geweest die trachtte de geestelijke krachten uit te bannen en in de materie zijn bestaan te vestigen als een hypothetische figuur in een onbegrepen hemelsfeer nietwaar? Hoe het ook zij zeker is het dat sommige werelden van uit ons standpunt demonisch en zwart waren. Hun waarde, hun tijdsbepaling hun leefwijze is volledig tegengesteld aan alles wat gunstig vormend werkt op deze wereld. En ook deze experimenteren, ook deze grijpen waar zij vat kunnen krijgen op de mensheid naar een mogelijkheid tot uitdrukking van hun ideaal.

Natuurlijke dit klinkt als mythologie een poging tot rationaliseren van onbegrepen verschijnselen. Maar het is meer: Want, mijne vrienden, deze geesten waarover ik spreek hebben een invloed op de mensheid die niet te onderschatten is. Het is duidelijk dat zij door het wijzigen van omstandigheden de groei van een bepaalde soort hebben kunnen bevorderen. Het is zeker dat zij verantwoordelijk zijn voor vele sprong mutaties in de geschiedenis van alle leven op aarde. En als ze dat kunnen zouden ze dan niet in staat zijn om in te grijpen in uw bestaan in uw wereld, in uw gedachteleven? Ook zij zijn zwel degelijk achtergronden van het wereldgebeuren en ook aan hen zullen Wij de nodige aandacht moeten wijden. Dat kunnen wij natuurlijk het best doen door te proberen voor onszelf beeld na beeld te ontleden waarin deze geestelijke beïnvloeding ook tevens op de voorgrond komt: En dan wil ik hier beginnen met nog wat historische punten te noemen en u mijn verklaring daarvan te laten als punt ter overdenking.

Als allereerste punt wil ik wijzen op het vreemde feite dat niet op één plaats in de wereld maar tenminste op vier verschillende plaatsen gelijktijdig een schrift wordt ontwikkeld, dus een methode van schrijven en noteren. En dat al deze wijzen van schrijven met elkaar in verband staan. Dat ze echter ook alle weer verschillen van een vroegere methode. Let eens op: Atlantis kende wat wij noemen een bloemenschrift. Het bloemenschrift wordt zo genoemd omdat de groepering van de tekens steeds kransvormig was en doet denken aan bloembladen. Voor versiering werden dan ook vaak de lettertekens gestileerd door daaraan een zekere elegante vorm te geven, die aan de hedendaagse bloem doet denken, die in Atlantis zo nog niet bestond. Die schriftsoort echter gaat teloor met de ramp van Atlantis. Nu vinden wij achter elkaar spijkerschrift, dat hoofdzakelijk het zuidwestelijk deel van Azië omvat en verder zijn invloed ook doet gelden in het Middellandse Zee bekken.

In het noorden vinden wij daarnaast een eveneens oorspronkelijk op stempel gebaseerd tekenschrift, waaruit het Chinese schrift ontwikkeld wordt. Wij vinden een beeldenschrift, dat ook weer hetzelfde teken alfabet, gaat gebruiken als religieus schrift in Azië. (Dat is dus niet het kippo schrift, het herinneringsschrift op kleurlijnen en knopen.) En dan vinden wij bovendien, nog typisch genoeg een hiëroglyfen soort, die gebruikt wordt in Europa in een streek, die op dat ogenblik nogal geïsoleerd was (we hebben daarvan maar weinig voorbeelden behouden), dat bestond o.m. in de paaldorpen periode in Zwitserland, in de noord Duitse laagvlakte met enige uitlopers tot Roemenië, Hongarije en zelfs het zuidelijk deel van Rusland. En in de latere daar gebouwde dolmen (dus de wachttorens) vindt men nog deze tekens ingegrift, die een standaardaanduiding zijn van de wacht enz.: Overigens voor zover ik weet tot nog toe niet ontleed, omdat er geen steen van Rosetta is gevonden, die het mogelijk maakte deze dialecten te lezen.

Neemt u niet aan met mij dat dit gelijktijdig ontstaan alleen verklaard kan worden door een werking, die in vele volken gelijktijdig optrad en dus overal een gelijke behoefte schiep? Want tot op dat ogenblik zijn de beschavingsnormen toch geheel verschillend in die verschillende landen. De wijze van denken, van leven, van godsverering is anders. En toch komen zij met een gelijke behoefte tot vastlegging van hun belevingen en ook vaak registratie van hun bezittingen. Is het niet redelijk aan te nemen, dat hier ten eerste de aarde zelf een gunstige activiteit bevordert door tijdelijk de nadruk te leggen op het intellect van de mensen gelijktijdig de geest hiervan gebruikmaakt om een voor de mens niet zo, maar voor haar zeer belangrijke kwaliteit te doen ontstaan, nl. de schriftuur, waardoor immers het bereikte van de goede tijden bewaard kan blijven voor de slechte tijden zonder de vervorming van een alleen mondelinge overlevering? Denkt u daar eens over na. En beschouwt u dan ook eens punt 2. Is het niet typisch dat in de tijd van de kruistochten niet alleen in Europa maar ook  in China en in de omgeving van Mexico gelijksoortige krijgsverrichtingen plaatsvonden? Dit op zichzelf is al typisch, maar vreemder wordt het nog, wanneer wij er de oorzaken van nagaan. De kruistochten worden aangemoedigd, niet omdat men het Heilige Land wil bevrijden, maar omdat een gezamenlijke strijd voor een gezamenlijk doel de enige mogelijkheid is om te voorkomen, dat in Europa de kleine baronnen en vorsten elkaar verscheuren en zo de beschaving vernietigen. Hetzelfde geldt voor de rond die tijd gehouden oorlogen, die Azteken (Tolteken) ondernemen tegen de verschillende rijkjes, die daar met hun eigen godsdiensten en verschil in opvattingen dreigen met kaperij elkaar te gronde te richten. En nog vreemder is het misschien dat in deze zelfde periode in China de geslachten zich verenigen na een lange verdeeldheid om het gevaar van de laatste Tartaren invloeden en invallen af te stoten en te voorkomen.

Wederom drie gelijke factoren. In alle gevallen ging het om een commercie el belang, een poging om het zijnde zo goed mogelijk te bewaren door de overvloedige krachten (agressieve krachten, die aanwezig waren) naar buiten te vinden. Indien dat niet gebeurd zou zijn, zou er van de Europese beschaving niet veel terecht zijn gekomen, omdat men op de duur het volk zo zeer verarmd zou hebben, dat het tot barbarij vervallen zou zijn. Van een invloed van het Christendom zou weinig of geen sprake meer geweest zijn. Hetzelfde geldt voorde andere genoemde gebieden. Dit richten echter van de agressiviteit op een bepaald doel, dat in elk der gevallen aanwezig bleek, maakte het mogelijk drie beschavingen nog langere tijd te handhaven. Zou dat voor niets zijn gebeurd? Of heeft dit zin?

Een ander typisch verschijnsels Wanneer wij het hebben over oorlogen (daar spraken wij zo even toch over ), dan moeten Wij het opvallend noemen dat in bepaalde tijden na elkaar bv. in Europa lieden optreden, die trachten Europa met geweld tot eenheid te dwingen en in hun mislukking de oorzaak zijn voor een poging tot hechtere samenwerking op vrije basis. Wat zou u denken van Napoleon? En 129 jaar later Hitler? Of wilt u het anders zeggen? Wat zou u denken van de pogingen van de eerste Martel (Pepijn en zijn zonen), later ook Karel de Grote? Een korte periode overigens. En wanneer wij dan nog een stap verder teruggaan zien we datzelfde streven wederom en hier ook weer met een kort tijdsbestek er tussen in de acties van enkelen der grootste Cesaren van Rome, en ook van Alexander de Griek. Pogingen om de bekende wereld tot eenheid te dwingen. Elke keer een mislukking, die echter gelijktijdig betekent een verandering van cultuur, een verhoging van culturele waarden, een intensifiëring van begrip en samenwerking tussen staten, die tot op dat ogenblik onverschillig ten opzichte van elkaar waren.

Het is Karel de Grote, die er voor het eerst in slaagde om de zuidelijke stammen en de Saksische stammen tot een tijdelijke eenheid te brengen, een eenheid waardoor zij veel van elkaar overnamen. Het is het ingrijpen van Rome geweest, dat voor het eerst in vele Germaanse stammen een begrip van militaire ordening deed ontstaan en daarnaast een grotere huisvastheid. Het bouwen van vestingen en burchten was tot op die tijd niet zo gebruikelijk. Nu ontstaat dat ineens wel. De tochten van Alexander brengen met zich mee, dat de oosterse en de westerse beschavingen met elkaar in contact komen en zo deze beide ten opzichte van elkaar invloed uitoefenen: In alle gevallen ontstaat een beter begrip, in de meeste gevallen daarnaast een verandering in handelsverhoudingen en een vergroting van economische samenhang. Denkt u, dat deze verschijnselen zomaar tot stand zijn gekomen? Dat zij toeval producten zijn?

Wanneer ze precies zouden kunnen worden ondergebracht in de reeks van cyclische verschijnselen, zou dan nog te zeggen zijn: Dit is de aarde zelf. Maar het blijkt dat ook buiten de cyclische verschijnselen van de aarde om toch steeds weer deze verschijnselen zich voordoen en meestal in reeksen, in series, of wel praktisch gelijktijdig in de meest verschillende uithoeken van de wereld.

Moet ik nog verdergaan? Moet ik misschien een vergelijking maken tussen het werk in Penemünde, het Manhattan project en de gelijktijdige onderzoekingen (oorspronkelijk in de Oekraïne, later in nabij Siberië), waarin gelijktijdig de aandacht wel op het raket, maar ook op het atoom? Verschillende ontwikkeling, inderdaad, maar dan gelijktijdig ontstaan van ideeën, ongeacht de verschillende uitwerking. Een gelijktijdig pogen om deze verschillende gedachten om te zetten in een bruikbaar geheel. Het zijn vreemd genoeg deze drie projecten, die op de moderne tijd en de machtsverhoudingen daarin zo sterk hun stempel drukken. Het zijn ook deze projecten, die op het ogenblik een behoefte tot overeenkomst hebben doen ontstaan in krachten, die in feite diametraal tegenover elkaar staan. Zou het toeval zijn, toeval alleen, dat dit zo gebeurd is?

Vraag u eens af, of het toeval is dat de wereld op dit ogenblik, in deze uitermate verwarrende tijd, voor een beslissing staat die voor een 700 á 800 tal jaren het verdere verloop der geschiedenis van wereld en mensheid zal bepalen. Ik leg u dit als punten van overpeinzing voor. Maar ik kan u wel vertellen, dat wij overtuigd zijn, dat al deze dingen het product zijn van een intense en voortdurende strijd tussen licht en duister van geest, van entiteiten, die u niet ziet en die machtiger en groter zijn dan u zich vaak kunt voorstellen. Ik ben er ook van overtuigd, dat het ten slotte hun, die de vorming en niet de vernietiging nastreven, zal gelukken dit alles samen te voegen in een juist geheel, in een juiste samenhang.

Met deze paar punten noem ik dan voor vandaag afscheid van u en hoop een volgende maal bij mijn betoog verder in te gaan op de geestelijke invloed in het wereldgebeuren.

Realiteitszin

Wanneer wij uitgaan van het standpunt, dat wij de speelbal zijn van vele ongekende factoren m.i. onloochenbaar moeten wij echter daarnaast stellen, dat wij niet in staat zijn al deze factoren volledig te erkennen. Het is onmogelijk rekening te houden met factoren, die niet gekend worden. Het is evenzeer onmogelijk beïnvloedingen te  voorkomen, wanneer wij de geaardheid en de tendens van deze beïnvloedingen niet voor onszelf duidelijk kunnen vaststellen.

Wanneer een mens probeert aan elke beïnvloeding van zijn wezen te ontkomen, zal hij daardoor een zeer subjectieve gereld scheppen, waarin mogelijkerwijze grotere belemmeringen voor zijn ontwikkeling zullen ontstaan, dan deze niet beheersbare beïnvloedingen van buitenaf ooit gaven. We mogen nl. niet vergeten, dat er sprake is van een scheppingsplan. Alle invloeden, die op u kunnen inwerken, behoren tot de goddelijke Kracht, ook wanneer zij via een tijdelijke of misschien zelfs voor u afkeurenswaardige bron tot u komen. Een beïnvloeding ontgaan is in feite voor de stofmens en voor de geest der lagere werelden en Zomerland onmogelijk. Het zoeken naar een weg hier tussen levert vele problemen op, die geen enkele oplossing gedogen zonder een zodanige vergroting van bewustzijn, dat gelijktijdig inzicht wordt verworven in al datgene, wat in de vormwerelden optreedt. Men verheft zich dan daarboven.

Voor een mens is dus realiteitszin zeer belangrijk. En hij moet goed begrijpen, dat zijn realiteit bestaat uit beheersbare en niet-beheersbare factoren. In de eerste plaats kent u uw eigen leven en uw eigen wereld, waarin u door eigen besluit veranderingen kunt aanbrengen. Dit is de beheersbare wereld. Uw werkelijkheidszin zegt u, dat u volgens uw eigen impulsen en in overeenstemming met uw begrip van uw wereld zo goed en juist mogelijk zult handelen, voor zover uw eigen invloed gebruikt kan worden om de gewenste resultaten te bereiken. Verder zal uw werkelijkheidszin u vertellen, dat het geen zin heeft een onbereikbaar doel na te streven. Doch dat het zeer belangrijk is alle wel bereikbare doelen, die voor ons goed zijn, voor ons aanvaardbaar zijn, zo snel mogelijk te realiseren en rel met zo weinig mogelijk moeite en zo weinig mogelijk ophef.

Het tweede deel van onze realiteit, onze werkelijkheid, bestaat zeker wanneer wij op aarde zijn uit de invloed, die wij door anderen ondergaan. Hier zijn wij niet in staat de bron te wijzigen. Wij kunnen slechts bewust trachten al datgene te verwaarlozen en terzijde te stellen, wat strijdig is met ons bewustzijn van goed en aanvaardbaar.

Trachten wij de bron te wijzigen, dan zullen wij eerst onszelf moeten veranderen, totdat wij harmonisch zijn met de bron. Dit heeft geen enkele zin. Voorbeeld: Wanneer men een dictatuur gaat bestrijden, moet men zelf tot dictatuur worden, omdat alleen daarin de macht der bestrijding gelegen is volgens de normen van dictatuur, dus voor dictatuur vatbaar en begrijpelijk. Logischerwijze zal men nooit een dergelijke bestrijdingsvorm gebruiken. Om een dier tot mens op te heffen moet je niet jezelf eerst tot dier maken. Want dan heb je niet alleen de taak het dier tot mens te maken, maar de grote moeilijkheid jezelf het dier zijn af te leren. En die taak is zwaarder dan je denkt.

Werkelijkheidszin zegt ons dus: Alle beïnvloedingen, die volgens ons slecht zijn, zullen wij zoveel mogelijk uitsluiten. Wij zullen handelen volgens ons beste weten en denken. Wij zullen daarbij voortdurend een doel in ogenschouw nemen, dat verwerkelijkbaar is. Dus nooit te hoog willen grijpen.

Alle verdere beïnvloedingen, die wij noodlot kunnen noemen; goddelijke wet e.d., zijn voor ons niet kenbaar of beheersbaar. Wanneer wij deze dingen noch kennen noch beheersen, heeft het geen enkele zin ons daar onmiddellijk mee bezig te houden. Wij zullen slechts kunnen trachten volgens ons eigen bewustzijn van goed of aanvaardbaar de gevolgen van deze beïnvloedingen te stuwen in de richting die wij wensen, volgens onze eigen realiteit en het daarin ontstaan bewustzijn. Het zoeken van een weg is dus in feite niet het zoeken van een weg tussen vele invloeden maar het vaststellen van een weg, die voor jezelf aanvaardbaar is en wel volgens de voor jou kenbare waarden.

Een gevolg echter van een dergelijke handelwijze is een uitbreiding van je eigen besef. Je bewustzijn wordt groter. Naarmate je bewustzijn groter wordt, zullen vele de thans nog niet kenbare of beheersbare factoren kenbaar en beheersbaar worden.

Zij worden dan normaal mee berekend in ons streven. Wij mogen echter niet uitgaan van een poging om eerst die waarden te leren kennen. Het kennen en ervaren van die waarden ontstaat automatisch. Wij hebben ons te richten tot de handelingen en daden van het heden. Wij hebben ons met al ons denken en streven steeds te baseren op die waarden, die in onze wereld volgens ons bewustzijn goed en in overeenstemming met het Goddelijke zijn, Wij hebben het volste recht daarbij al datgene in onze eigen wereld voor ons persoonlijk te verwerpen, dat in strijd lijkt met het goede, het Lichte, het Goddelijke. Wij hebben geen recht te trachten dit bij anderen te vernietigen of te veranderen. Want op het ogenblik dat wij ingrijpen in het leven van anderen, zullen wij wederom de eigenschappen van anderen voor onszelf sterker en sterker op de voorgrond moeten brengen en dit betekent dat wij tegen beter weten in voor onszelf eigenschappen gaan wekken, die voor ons niet begeerlijk zijn.

Een laatste norm. Werkelijkheidszin houdt in: Handelen volgens je eigen ideeën van goed in het nu bestaande en nu bereikbare. De mens heeft de plicht wanneer hij werkelijkheidszin heeft het verleden te vergeten, opdat het heden hem in staat stelle voor de naaste toekomst zijn maatregelen te treffen. Indien hij dit doet, zal hij in een voortdurende ontwikkeling zijn eigen persoonlijkheid voldoende kunnen afstemmen op eeuwige waarden om zo verheven te worden boven de beïnvloedingen, die hij noch kon kennen noch kon beheersen.

overzicht
volgende tekst →
image_pdf