november 1959
Geestelijke invloeden in het wereldgebeuren
Wanneer wij alle invloeden van stoffelijke geaardheid in historische ontwikkelingen overzien, valt het ons op, dat er soms onverklaarbare versnellingen en vertragingen in het ontwikkelingsproces optreden. Wij kunnen ons heel goed voorstellen, dat een volk opkomt en na verloop van tijd ondergaat. Maar het wordt ons veel moeilijker te begrijpen, Waarom op een ge geven ogenblik het ene volk zich een lange tijd kan handhaven op een betrekkelijk hoogtepunt. terwijl een ander volk dat hoogtepunt nog niet bereikt voor het weer aan zijn ondergang bezig is. Dit zijn de grote lijnen van beïnvloedingen, die niet kunnen worden verklaard uit door mij in een vorige les genoemde cyclische verschijnselen alleen.
Wij hebben hier te maken met een beïnvloeding, die direct of indirect voortspruit uit de denk en leefwijze van het volk zelf.
Die geestelijke beïnvloeding kan natuurlijk op vele manieren worden uitgelegd. En om het nu niet te lastig te maken begin ik daar, waar men stoffelijk dit nog met mij eens kan zijn. Ik zou willen wijzen op de ontwikkeling van een volkskarakter. Het volk als gemeenschap ontwikkelt een bepaalde denkwijze. Dit is niet een gedachtegang, maar het is een wijze, waarop alle gedachten worden herleid tot voor de gemeenschap begrijpelijke en gangbare punten. Men maakt daar wel eens een grapje van. Men zegt immers, dat als een Duitser overgaat tot de bestudering van de sterrenwereld, hij het heeft over de materiele bestanddelen van mogelijke hemellichamen. Een Nederlander zal liever schrijven over de invloed van de bestudering van eventuele hemellichamen en hun materie op de huidige economische verhoudingen. Een Fransman zal ongetwijfeld schrijven over de vraag. Is liefdeleven mogelijk op de planeten? Terwijl de Amerikaan zich zal afvragen Wat zijn de nieuwe sensaties, die ons wachten buiten de aardse dampkring? U vindt dit een grapje en u hebt er zo al vele gehoord. Dit is een aanduiding van hetgeen iedereen bewust of onbewust erkent. Het behoren tot een volk, tot een gemeenschap, impliceert een vooropgezette denkwijze, die door de gemeenschap wordt voortgebracht en verder ontwikkeld en waaraan elk individu ook tegen zijn eigen wil deel heeft. Dit gaat zover, dat vele jaren in een ander land onder geheel andere condities nodig zijn, voor men werkelijk zijn in het volk gewonnen deel van het gemeenschappelijk denken langzaam prijsgeeft of verwisselt voor een ander denken.
Voorbeelden hiervan kunnen wij natuurlijk te over vinden in de geschiedenis. Hoe zou het meent u komen, dat de Romeinen enerzijds grote veldheien, grote wegenbouwers; krijgslieden en zelfs economen garen, terwijl zij anderzijds een zucht tot imitatie toonden op het gebied van religie en filosofie, die haast afschrikwekkend is. Typisch is bv. dat niet de eigen goden van Rome worden meegedragen door de legioenen, maar dat een lange tijd rond Christus geboorte de Mitrasdienst het meest betekenende mystieke denken is, dat de Romeinse legionairs beweegt.
Een denkwijze, die ook doordringt tot vele Barbaren, deel uitmakende van de legioenen, maar op zichzelf toch getrouwer aan hun eigen goden en godsvoorstellingen. Of heeft u zich misschien wel eens afgevraagd hoe het komt, dat de Egyptenaar, bij wie toch sprake is van een zuivere theocratie, van een goden regering, er toe komt vreemde goden laten we zeggen van de meer negroïde volkeren feestelijk binnen te halen, in feestbarken over de Nijl te voeren, op bezoek te doen komen bij andere goden in de tempels en daaraan ook eer te bewijzen. Hier is sprake van een zeker tekort. En wanneer het denken van een volk zo’n tekort heeft vastgesteld, dan heeft het twee mogelijkheden om dikt tekort aan te vullen. Ligt het op een geestelijk peil, dan kan men het vervangen door materialisme of men kan elders de waarden lenen die men in eigen denken of geloof niet vindt.
Misschien hebt u zich wel eens afgevraagd hoe het komt dat de theosofie zo’n opgang heeft gemaakt over de wereld, vooral in de christelijke en westelijke wereld. Dat is heel eenvoudig. De christelijke godsdiensten zelve ontberen een zekere mystieke die persoonlijk doordringen in andere gebieden mogelijk maakt of contact daarmede garandeert en dit wordt in de theosofie geboden. Het gevolg is, dat men daarnaar grijpt. In de gebieden, waar men echter niet tot een dergelijke geestelijke concretisering van een tekort kon komen, hebben wij juist de vluchtvormen van christendom zien ontstaan. Daarbij hebben wij bv. de vrijzinnigheid, op zichzelf aanvaardbaar en goed maar in feite een verval, een verwatering van het. Christendom op zichzelf. Kijk, deze punten mogen, wij niet uit het oog verliezen. Dit kan niet komen door de belangstelling van een enkele mens. Het gaat uit van het bewustzijn van een volk.
Die bewustzijnen van volkeren te omschrijven is moeilijk. Ma ar er bestaat gelukkig een algemene regel, die wij kunnen toepassen inde historie, als zo’n aarzeling optreedt en dus niet de normale cyclische ontwikkeling onmiddellijk verdergaat. En die luidt, als volgt. In elk volk zal het product van zijn begeerten en zijn waan tot een uiteindelijke verandering van het normaal handelen voeren. Deze afwijking is in strijd met de werkelijkheid, doch zal gedurende langere tijd en wel naarmate de intensiteit van dit denken groter is een schijn kunnen handhaven.” Frankrijk is daar een heel aardig voorbeeld van. La gloire de la patrie, de glorie van het vaderland, het ridderlijke, het strijdvaardige Frankrijk is op het ogenblik veel meer een leuze dan een werkelijkheid.
Toch wordt een groot gedeelte van Frankrijks handelingen op het gebied van politiek, op het gebied van representatie naai buiten toe, juist door deze voorstolling beheerst, die nog in het volk verankerd blijkt. Wij moeten dus allereerst bij geestelijke beïnvloedingen rekenen met dit gemeenschappelijk bewustzijn. Het is mogelijk dat daaruit een astraal beeld ontstaat (dus een permanent wezen), dat door een volk wordt gecreëerd en als een reservoir dient, waaruit bij een verliezen van die impulsen onmiddellijk de kracht terugvloeit en het volk. Hier is geen sprake van een bewuste geestelijke leiding in de zin van bewuste leiding, uitgaande van andere dan stoffelijke gebieden.
Er zijn echter nog veel meer factoren, die opvallend zijn. Hebt u zich vree eens afgevraagd hoe het nu mogelijk was, dat bv. een Hitler, een Napoleon, een Barbarossa of om het nog verder terug te zoeken een Alexander de Grote, Dsjengiz Khan e.d. zo’n enorme invloed hadden op hun volkeren en zozeer hun eigen wil aan het volk vuisten op te leggen, dat men niet anders meer dacht dans dat is voor ons de weg en de redding? Ook dit is eigenlijk heel eenvoudig te verklaren. Het volk zelf nl. zal in sommige gevallen verdeeld zijn tegen zichzelf. Men heeft dus te maken met verscheidene groepen, die tegen elkaar verdeeld zijn en toch een gemeenschappelijk ideaal hebben. Zij kunnen dit echter niet gezamenlijk verwerkelijken. Dan stelt men zich een bepaalde persoon in de plaats van dat ideaal. En zo sublimeren zich de verschillen in een onredelijke aanvaarding van een bepaalde persoon of soms zelfs van een bepaalde schriftuur. Hier is dus wederom een beïnvloeding, die niet zonder meer onder de stoffelijke regels en normen valt, maar die niet door bewuste geestelijke invloeden tot stand behoeft te worden gebracht.
Nu begrijpt u natuurlijk wel, dat deze tweevoorbeelden helemaal niet inhouden, dat wij van onze kant en vooral de sterken van onze kant zich niet bemoeien met de wereld.
De grote werkingen, zoals bv. de relatie van de aardgeest ten overstaan van andere grootgeestelijke krachten in de kosmos, zal hoofdzakelijk binnen de belichaming (dus de aarde zeef) tot uiting komen. Die kunnen wij berekenen onder het normaal aardse. Vooral gezien de grote perioden die daarmede verbonden zijn. Het zijn altijd tijden van duizenden jaren. Maar wanneer het nu gaat over het kleine hebben we met wat anders te maken. En dan wil ik allereerst noemen de Witte Broederschap, waarop ik ook in de vorige les al heb gewezen.
Kijk eens, wanneer stof en geest samenwerken, dan zal natuurlijk datgene, wat in een geestelijke wereld leeft, ietwat anders denken dan hetgeen in een stoffelijke wereld leeft. Die verschillen zijn groter dan bv de verschillen in levensbeschouwing en opvatting tussen de VS en Rusland. Maar in een samenwerking zal men trachten uit beide factoren het meest goede, het meest aanvaardbare te putten en door het samengaan daarvan een zo goed mogelijk resultaat te bereiken.
Nu kan worden gesteld, dat in de Witte Broederschap tot laten we zeggen het “bestuur” behoort: 3/4 geest en 1/4 stof. Dan zult u begrijpen, dat daarbij de geestelijke tendensen sterker tot uiting komen dan de stoffelijke. Wat doet nu die Witte Broederschap? In de eerste plaats probeert zij het denken van de mens te wijzigen of te veranderen. Zij doet dit door stoffelijk en geestelijk ingrijpen. Zij zal evenzeer daden stellen als leringen doen verkondigen. Dus het stoffelijk gedeelte van deze groep houdt zich bezig met wat wij zouden kunnen noemen public relations, propaganda en daarnaast projectverwerkelijking.
Maar het geestelijk gedeelte reageert anders. Dit erkent veel grotere samenhangen dan het stoffelijk gedeelte. Het realiseert zich het onbelangrijke van de tijd beter dan iemand, die in de stof leeft. Dientengevolge zal de geest projecten doen uitstippelen, die soms een 1000 jaren voor een verwerkelijking nodig hebben. De grote, de geestelijke invloed van deze Witte Broederschap baseert zich dan over het algemeen op de z.g. 700-jaarcyclus, die wordt gerekend op zoals u weet 722 jaren maar dit niet altijd volledig is. Hier is nl. een mogelijkheid geschapen om door vertraging of versnelling van ontwikkelingen in het bewustzijn van de mens wijzigingen aan te brengen. En die wijzigingen houden als gevolg weer in, dat de mensheid de normale factoren die haar uit de stof en uit de door mij genoemde cycli bereiken, dus op een andere grijze kan beleven en interpreteren.
Dat is een heel belangrijk punt. Het is dus niet zo, dat al deze cycli, die de aarde beroeren, noodzakelijkerwijze bepaalde resultaten hebben; zoals het helemaal niet nodig is, wanneer u huiswaarts gaat en u hebt met een buur of een familielid een geschil, dat dit onmiddellijk slaande ruzie wordt. Het kan zelfs op een zeer vriendelijke en prettige manier worden opgelost zodat u er beiden beter van wordt in plaats van slechter. Op deze manier kunnen de volkeren der aarde reageren op die prikkels van buitenaf.
Zij kunnen dus reageren in een gunstige of in een ongunstige zin. En dit reageren in gunstige of ongunstige zin wordt voor een heel groot gedeelte bepaald door de geest. Misschien doe ik verstandig hier al meteen een paar kleine regels aan toe te voegen, die zij dus bij prognostiek in het oog moeten houden, ofschoon we daarop pas in de volgende lessen meer wat verder zullen ingaan.
In de eerste plaats: Hoe groter de menigte, die deel heeft aan een gebeuren of een gedachtegang, hoe langer het duurt voordat in de toestand een wijziging kan optreden. Het richten van een menigte op de juiste wijze kan dus inhouden, dat de natuurlijke verschijnselen worden verschoven vertraagd of in werking veranderd. Goed onthouden. En dan geldt in de tweede plaats dit: Om een toekomstige ontwikkeling te beseffen heeft men niet te rekenen met het bewuste denken van de mens (dus ook niet met zijn publicaties, de meningen) doch rekening te houden met zijn vrees, zijn behoeften en zijn begeerten. Het zijn: Nl. deze drie factoren, die binnen een bepaalde tendens de aansporing vormen tot handelen en die voor de menigte beslissen op welke wijze ze zal reageren op de mogelijkheden. Dit moet u goed onthouden, dit geldt altijd. Want ook de geest en nu denk ik hieraan de werkelijk grote en machtige geesten, die zich soms tot de leiders van hele volkeren of zelfs gezamenlijk tot leiders van een geheel religieus deel van de mensheid bv. opwerpen is niet in staat een plotselinge of wonderdadige verandering tot stand te brengend Dat kan bij een eenling maar nooit bij een menigte.
Wanneer wij dus verstandig zijn, dan houden wij rekening met alle impulsen, die optreden. op geestelijk terrein en gaan die beschouwen als een gebruiksaanwijzing, waarmee de materiele betekenis (uit die cycli afgeleid dus) moet worden geïnterpreteerd, moet worden gebruikt.
Ik geloof, dat ik eens een voorbeeld ga geven, dat een beetje modern is. Op het ogenblik leeft de wereld onder tamelijk hoge spanning. Politiek is er sprake van spanning en ontspanning in zo’n snel tempo, dat niemand eigenlijk meer weet, of wij op het ogenblik vrienden of vijanden zijn van anderen. En als het misschien zover nog niet is, dan is het er toch niet ver vanaf. Wij hebben te maken met een oorlogspotentieel, dat aanmerkelijk groter is dan in de laatste, duizenden jaren.
Daarnaast met een reeks behoeften van de volkeren, die ook aanmerkelijk. feller zijn-dan in het verleden. O.a. voedsel en grondstof tekorten van vele volkeren, daarnaast overbevolkingsproblemen, het probleem ook van een top .zwaar bestuur, dat alleen kan worden gehandhaafd, Indien noodmaatregelen worden genomen. Dit zou dus spreken voor een oorlog. En die oorlog lijkt haast onvermijdelijk. Uitgaande van een hoogtepunt voor oorlog gelegen in het jaar 1943 (ongeveer het topjaar wan de laatste wereldoorlog) zou bij een 9jaar cyclus dit moeten liggen in het jaar 1962. Dit houdt in, dat de twee jaren daarvoor en de twen jaren daarna dezelfde tendensen (eerst in op daarna in aflopende mate) vertonen.
Maar er is nog iets anders. Er is een angst voor oorlog ontstaan die veel groter is dan in het verleden. Daarnaast is een opstandigheid ontstaan juist tegen de huidige vormen bannen de landen, die ook aanmerkelijk groter is dan in het verleden. Dat zijn twee factoren die haast tegen elkaar opwegen. De eerste is nl. vredespositief, de tweede is van uit staatkundig standpunt vredesnegatief. Dan zien wij verder het optreden van allerhand nieuwe geestelijke factoren, waardoor het onderricht op menig terrein minder dogmatisch wordt vredespositief. Pogingen tot begrip en contact (soms ontaardend in gewelddadigheid.), waarbij rassen en volkeren tot elkaar moeten komen of hun houding definitief ten opzichte van elkaar bepalen, vredespositief: Dan wat u misschien niet zo gemakkelijk kunt zien, maar indirect kunt merken vit de publicaties over de hele wereld, de toon van radio, courant en al de dingen, die erbij komen er is een toenemende behoefte aan overeenkomst, aan vrede, En iedereen is het daar over eens geworden. Hier is sprake van een ingrijpen van bovenuit, waarbij bepaalde demonische en egoïstische tendensen opzij worden gedrukt: Vredespositef.
Nu zou daar dus de volgende conclusie uit te trekken zijns In het jaar 1960 waar wij vlakbij zijn, zal dus een dieptepunt moeten worden bereikt wat betreft de politieke relaties der verschillende talen, maar gelijktijdig een top van opstandigheid binnen de verschillende staten. Dit zou moeten voortduren volgens de normale gang van de stoffelijke cycli tot het einde van 1960, begin 1961. In feite echter blijkt op het ogenblik ook geestelijk een grote pressie in diezelfde richting te bestaan. Dit doet vermoedens dat dit enkele jaren verder gordt uitgespreid dan normaal. Wij komen daarbij dus al heel aardig in de richting van 1963 terecht. In de tweede plaats: We zullen ziens dat pogingen om een oorlog te verklaren heel weinig enthousiasme en medewerking bij de massa zullen ontmoeten. Het zal zeer moeilijk zijn een oorlogsmachine op gang te brengen. Vernietigingen daaruit voortkomende worden onmiddellijk teruggegeven. Er is sprake van een ruilverkeer, nietwaar? Schiet Rusland Washington tot gas, dan wordt ook onmiddellijk Moskou in zijn partikels ontbonden. En dat weet men veel te goed. Hier is dus in de angst ook een evenwichtsfactor. Conclusies: Er zal tussen de jaren 1961 en 1963 geen sprake zijn van grote en wereldomvattende oorlogshandelingen. Wel van een toenemend aantal kleinere geschillen die in vele gevallen zullen mislukken of worden gefrustreerd door paleisrevoluties en directe revoluties in de landen. En als we op die manier moeten komen tot het jaar 1969 dan volgt daar dus uit, dat de kans van een wereldomvattende en wereldvernietigende oorlog zeer klein is geworden.
Laten we die kans nu eens stellen van 1 op 50. Dan is dit een toevalskans. Die kan gehanteerd worden door krachten uit de geest. Een kans van 1 op 100 kan door de geest als het ware naar voren gebracht worden, zo goed als u door uw concentratie en vermogens vaak instaat zult zijn de val van dobbelstenen in een bepaalde figuur aanmerkelijk te bevorderen ten opzichte van de andere of de keuze van nummers aanmerkelijk te beïnvloeden. (Vandaar dat er mensen zijn, die zo gelukkig zijn met kansspel. Het zijn degenen die onbewust die middelen gebruiken.) Hier staat dus m.i. vast, dat de beslissing over oorlog of vrede niet meer ligt in de handen van de mensheid (de huidige ontwikkelingen kunnen niet zo versneld en veranderd worden, zodat dit uitgesloten is), maar zal blijken te liggen bij die z.g. toevalsfactor, die door de geest wordt gehanteerd, die 2 %. En nu nemen wij weer aan, dat gezien de kracht, die op het ogenblik van laten we zeggen de Lichte geestelijke zijde ontwikkeld wordt de mogelijkheid dat wij die invloed zullen verliezen moet worden gesteld op, 1 tot 10.000. Er blijft, dus een mogelijkheid voor een wereldomvattende oorlog of een vernietiging, maar de kans dat het zonder een directe wereldoorlog zal gaan is wel zeer groot. Echter heeft dat weer andere gevolgen. Wanneer de oorlogsspanningen onmogelijk worden gemaakt, zullen de gouvernementen, de regeringsorganen hieronder lijden. Zij zullen zich nl. steeds beperkt zien in hun mogelijkheden tot bepaling van algehele besteding. Want u zult begrijpen dat naarmate de afkeer van oorlog toeneemt, een verzet tegen de bestedingen voor defensie (eigenlijk zou het moeten heten; defensie en agressie) ook toeneemt. Hier in Nederland zijn ze op het ogenblik bezig hun hoofd te stoten aan een plafond van 1800 miljoen, wat een behoorlijk bedrag is. Dit zich stoten aan die plafonds en het verlagen van de gelden, die voor militaire middelen worden uitgetrokken, betekenen weer een sterke vermindering van gouvernementele invloeden; op het bedrijfsleven. (Wanneer je geld hebt om uit te geven een oorlogsschip wordt niet geboren, het wordt gemaakt!) Goed bezien kunnen we hier dus wel zeggen, dat willen de regeringen hun invloed en gezag behouden zij zullen moeten overgaan tot een anders richten van hun bemoeiingen. En dat betekent dat in plaats van de kleinere statengroepen of bonden, die zeer onvolledig nu bestaan een steeds grotere continentale eenheid gaat groeien. Niet alleen hier, maar ook in de VS, want daar worden contacten met Canada enerzijds, Mexico anderzijds ook intenser. Zo krijgen wij de vorming van werelddelen. En in die werelddelen gaat zich hetzelfde spel afspelen van de naties. Ook hier krijgen we dus de grote controversen weer. En dan rekenen wij weer verder met onze 9 jaarcyclus en dan blijkt ons, dat 1972 wederom een kritiek jaar is. Maar het is een jaar van stabilisatie. Het is dan nog niet mogelijk om continentsgewijs elkaar aan te vallen. Logischerwijze zal dus het jaar 1981 wederom beslissend kunnen zijn, waar dan de eerste werkelijk continentale agressie mogelijk is.
Gezien andere tendensen zal echter dan de oorlogsbehoefte van de mens aanmerkelijk zijn geslonken er dus zeer waarschijnlijk een grootse opbouw het gevolg zijn. Hier heeft u een ontleding, waarin ik nog een hoop buiten beschouwing heb gelaten.
Maar ik heb hier iets bij u geïntroduceerd, wat u noch even moet onthouden. In de eerste plaats een 9-jaar-cyclus. Die 9-jaarcyclus is vroeger veel korter geweest. In de tijd van de aartsvaders was er bv. een 7-jaarcyclus. Voor die tijd (laten we zeggen: voor de zondvloed) was het zelfs een 3-jaarcyclus. Begin rotatie, activiteit en beweging van de aarde hebben daar invloed op. Op het ogenblik is dat een 9jaarcyclus en die blijft zo ongeveer een kleine 10.000 jaar voortgaan (8000 jaar), waarna ze langzaam zal overgaan in een 12 jaarcyclus. Maar op het ogenblik rekenen wij dus met 9 jaren.
En onthoud, u dan dat ene kroonjaar, dat ik u heb gegeven 1943. Dan kunt u gaan terugrekenen en vooruit gaan rekenen. Wanneer u terugrekent zult u bv. zien, dat de bron van de laatste wereldoorlog inderdaad precies 9 jaar voor het jaar 1943 lag. En dat de laten we neggen afwikkeling van de laatste wereldoorlog juist 9 jaar later lag. En zo gaat u verder.
Nu zijn die berekeningen van mij, zoals ik zo u hier heb gegeven volgens die cyclus alleen, niet helemaal juist. Ik heb er nl. nog een andere in verwerkt. Ik vond het beter de berekeningen wat minder juist te maken en het beeld een beetje helderder en zuiverder te raken. U hebt echter wel ontdekt, dat ik mij daarbij steeds weer moet beroepen op mentaliteit, op angsten, op behoeften en begeerten. Wanneer u nu alleen de geschiedenis neemt van laten we zeggen 1850 tot 1950, dan kunt u daar aardig mee oefenen. Als u daar oude tijdschriften van te pakken kunt krijgen of oude couranten en studiewerken en u vergelijkt de mentaliteiten, dan zult u zien, dat die een onevenredige ontwikkeling hebben getoond. Die zijn dus niet volledig juist geweest En dat is het nu juist wat het zo interessant maakt. Want let eens op: Wanneer wij gaan praten over de geestelijke leiding op deze wereld, zal u dus moeten blijken (verder onverstaanbaar). Maar die geestelijke leiding heeft precies dezelfde moeilijkheden met de traagheid der massa als u. Ja, God Zelf zou misschien kunnen zeggen “Stop tot hiertoe en niet verder.”
Hij zou alle problemen kunnen oplossen door de schepping op te lossen. Maar ik vrees, dat zelfs Hij niet in staat is bepaalde traagheidswetten te veranderen zonder de gehele schepping ineen te doen vallen. Wanneer de geest de wereld beïnvloedt, zal zij dit steeds doen door een lichte afwijking van het normale patroon te veroorzaken. Een afwijking kan praktisch genomen in twee richtingen plaatsvinden, nl. enerzijds een versterking van bestaande effecten, anderzijds een remming daarvan. Dit kunnen wij misschien duidelijk maken met een gewoon voorbeeldje.
Wanneer u op een straat loopt in de richting van de verkeersweg en ik weet, dat u daar zult worden aangereden, dan kan ik u aanspreken en een ogenblik tegenhouden, zodat de wagen die u zou aanrijden net voorbij wanneer u oversteekt. Ik kan ook op de een of andere manier u al is het vlak bij die wagen zo’n zet geven, dat u er nog net voorheen langs vliegt. Wat ik niet kan als geest onthoud dat goed, is uw weg veranderen. Dat kan alleen God misschien, een ander niet. In de wereld zijn er heel veel van die eigenaardige voorbeelden geweest, waarbij net een kleine verandering voldoende was.
U weet misschien niet, dat op de aartshertog Ferdinand reeds verscheidene moordaanslagen waren gepleegd voor de fatale aanslag in Sarajevo. Telkenmale was hij daarbij net iets te langzaam of iets te vlug geweest. Daardoor werd de zaak als het ware tot het kritieke punt opgespaard. Nu werd door dit gebeuren een op zichzelf onbelangrijke persoon het centrale punt van elkaar tegengestelde krachten. Men heeft geen oorlog gevoerd, omdat er een aartshertog vermoord werd. Integendeel, de aartshertog werd op dat moment vermoord, omdat er een oorlog nodig was. Begrijpt u?
En deze dingen komen wij zo vaak tegen. Wat zou u er bv. van zeggen, wanneer ik u vertel, dat generaal Juin nog een paar keer ontsnappen zal aan de bijl, die boven hem zweeft, maar dat hij net ineen zal storten en zijn laatste invloed verliezen zijn betekenis verliezen voor iedereen op het ogenblik dat Frankrijk afstand moet doen van zijn rechten en invloeden op Algiers? Waarschijnlijk 12 jaar. Dit is volkomen logisch, want gezien de cycli plus de invloeden had deze mens al eerder moeten vallen. Dit geschiedde niet. Er was sprake van een verschuiving: Die verschuiving kan alleen plaats hebben gevonden aan de hand van een remming of een versnelling door geestelijke invloeden, hetzij uit de massa op aarde, hetzij uit geestelijke impulsen ontstaan. Er is een grens aan. Ook de geest kan niet alles tot in het oneindige verschuiven.
Zij kan slechts voorkomen, dat iets op dit ogenblik gebeurt, zij kan het niet oneindig veranderen. Een keer mis je altijd. Ik kan u vijf maal voor een wagen wegsleuren, de zesde keer zal het me niet gelukken. De afstand tussen die wagens is in de historie meestal ongeveer gelijk: Nu redeneren wij zot Op het ogenblik is de 4e fase ingetreden van het Algerijnse vraagstuk. Dit betekent dat de kans op een voor Frankrijk aanvaardbare oplossing kleiner wordt bij elke nieuwe oplossing die wordt aangeboden en niet groter. En dat houdt iris dat tenzij er wonderen gebeuren de groep, die op het ogenblik de macht in Algerije nog steeds aan zich wil trekken, dus eindelijk met de kop tegen de muur moet lopen. Op deze manier extrapoleer je uit het heden mogelijkheden maar in het verleden was het precies zo.
Laten we nu maar eens een ander, heel aardig voorbeeld nemen. Er was een monnik, die zich Augustianus noemde (die “ianus” had hij waarschijnlijk geërfd van de verlatijnsing, die toen de mode was en het was tevens een aardige omschrijving van zijn figuur. Hij was nl. enerzijds monnik anderzijds alchemist) Deze man heeft dezelfde proeven, waarmee de heer plotseling alle kastelen overbodig ging maken al eerder gedaan. Maar hij explodeerde niet en hij heeft het bijproduct weggegooid. Er was toen de mogelijkheid. Het buskruit, is in Europa ingevoerd geweest voor Chr. en zelfs gebruikt zij het meer als een schrikeffect in de strijd van de ridderorden op Malta (de Maltezer ridders) tegen de troepen van de Moren. Het is daarna nog ettelijke malen gehanteerd en toch heeft nooit iemand er een oorlogswapen van gemaakt. Telkenmale kon voorkomen worden, dat dit begin van een nieuwe cyclus optrad. Want het gebruik van het buskruit betekende het begin van een totaal nieuw tijdperk. Het hield o.m. in dat de zware bewapening van de ridders geen zin meer had; dat een man met een snaphaan evenveel waard was als een vol bewapende ruiter. Het betekende op den duur, dat de adel als beschermer en handhaver van orde had afgedaan en daarvoor in de plaats dus grotere groepen, die niet door erfelijkheid en geboorte daartoe het recht hadden, een dergelijke gezagsfunctie gingen bekleden.
Zo is het met de atoomwereld precies eender gegaan. Zelfs in de Tao the king kunt u een toespeling vinden op het geheim van de materie. Getheoretiseerd werd er over molecuul en atoom. al in de tijd van de Griekse filosofen. Uitvindingen op dat terrein schijnen vele malen althans ten dele gedaan te zijn. Men wist iets over het gebruik van radioactiviteit, en men heef t, soms zelfs vergiftiging door middel van radioactiviteit in de oudheid al gebruikt, ofschoon hoofdzakelijk in Azië. Maar de ontplooiing van de versnelling van kleinste delen, het maken van kunstmatig instabiele producten en het vervaardigen van oorlogswapens daaruit vaas aan deze tijd voorbehouden. Daaraan kon de geest niets doen.
Hoe je ook kijkt, of je teruggaat tot de holenmens of je gaat vooruit duizenden jaren misschien je zult altijd hetzelfde bemerken. Een toeval herhaalt zich steeds, keer op keer en er gebeurt niets. En dan een keer gebeurt het weer en opeens verandert het het leven van praktisch heel de mensheid. Zaten we nu maar eens eenvoudig teruggaan tot de holentijd. Hoe vaak denkt u dat de mensen daar gestookt zullen hebben met jonge bomen en takken, die ze in het vuur hebben geduwd? Dat was toen al gebruikelijk. En hoe vaak zijn ze aangevallen door dieren misschien en hebben ze het vuur gebruikt als vragen? Ontelbare keren. Maar er moest een mens komen, die besefte toen de vlam van de tak was verdwenen dat hij spits was. En deze mens kon toen dit vragen gebruiken als een lans. Dat was een begin. En daarmee was plotseling een heel nieuwe era aangebroken van bewapening. De mens kreeg naast de simpele stenen wapens die hij had de beschikking over werpwapens en ten slotte schietwapens. Hoe vaak zal men met het een of ander hebben lopen slingeren en toch moest er een zijn, die ontdekte dat je daarmee een slinger kunt maken die stenen in een hoog tempo wegslingert op een gevaarlijke manier. En in de moderne tijd? Hoeveel doktoren hebben alle verschijnselen van infectie en infectieziekten meegemaakt en eindelijk moest er een man zijn die ontdekte wat er aan te doen was. Denk eens aan Koch en aan Pasteur.
Alles geschiedt in een tijd van mogelijkheid maar een bepaalde mogelijkheid kan zich tot 209 30 maal herhalen. Daarbij zullen de plaatsen, vraag die mogelijkheid ontstaat, verschillen. (dat is een sprongsysteem) dat ik u niet zo onmiddellijk kan uitleggen. Op een paar keer na, wordt die mogelijkheid gebruikt of alle mogelijkheden gaan voorbij, doordat er geen actieve ontwikkeling wordt gemaakt. Buskruit hebben ze vroeger ook al een keer gehad. De Chinezen echter gebruikten het niet als wapen maar veel om snel vuren mee te ontsteken en om vuurwerk te maken. Hier was dus een afbuiging van het oorspronkelijke inderdaad mogelijk gebleken. Toch bezaten de oude Chinese heersers ook al kanonnen. Alleen gebruikten ze die niet zoals u misschien zou denken om hun oproerige onderdanen neer te schieten maar om saluutschoten meer zichzelf te laten lossen, want dat vonden ze zo mooi. Alles in de wereld, vrienden, herhaalt zich keer op keer, maar de reactie van de mens zal verschillen. Het is de mens, die steeds bepaalt wat van de cyclische mogelijkheden op aarde gerealiseerd wordt.
En nu heel simpel gezegd. De beïnvloeding van de geest bestaat in het verminderen dan wel vergroten van de mogelijkheid, die de mens heeft om van een stoffelijke, cyclisch ontstane gave of moeilijkheid gebruik te maken of deze voorbij te gaan: Dat is de taak en de invloed van de geest.
Het optreden van vaste invloeden in de wereld
De verandering van menselijk bewustzijn betekent een verandering van interpretatie van gebeurtenissen en ook van gebruik van mogelijkheden. Alle geestelijke invloeden die daarbij optreden bevorderen in zeer grote mate het selectieproces van de menselijke geest ten opzichte van de gebeurtenissen, maar men kan niet/ aan de vaste invloeden ontkomen. Vaste invloeden kunnen aan de ene kant natuurlijk astrologisch worden vastgesteld, aan de andere kant terugziend worden erkend als vaste verschijnselen in de geschiedenis het is echter jammer, dat terwijl de astroloog bij zijn berekening geen absolute zekerheid heeft omtrent het gebeuren, hij ziet alleen de mogelijkheid. Ook de geschiedenis is geen vaste weergave van cyclische verschijnselen. Want de ene keer zal de mensheid wel gebruik maken op een impressieve wijze van de geboden mogelijkheid, een andere keer zal zij er aan voorbij gaan of zal de mogelijkheid zich haast onopvallend uitwerken.
Verder komt daarbij, dat binnen de cycli sommige verschijnselen een lange tijd van uitwerking nodig hebben. Bijvoorbeeld de periode van ontstaan van het Christendom tot het actief worden van het Christendom mag worden gesteld op ongeveer 170 jaren.
Vandaar tot op de werkelijke reglementering van het Christendom mag wederom worden gerekend met 170 jaren. Ik reken hier Jezus werkelijke geboorte in de eerste 170 mee en kom dan tot het jaar 322 als uitwerkingsjaar en het jaar 287 als stimulansjaar. Dat is nl. het jaar, waarin de behoefte tot het Concilium van Nicea ontstond dat besloten werd in het jaar 322. Op deze wijze biedt ons de geschiedenis dus weinig of geen houvast. Indien wij ons daarop alleen verlaten. Bij een onderzoeken van vast optredende mogelijkheden op aarde, gaan wij daarom van het volgende standpunt uit: Wanneer bepaalde gebeurtenissen van gelijke of ongeveer gelijke inhoud optreden op afstanden, die in een getal of veelvouden daarvan zijn uit te drukken, nemen wij aan dat er hier sprake is van een vaste cyclus en dat het kleinste getal, dat gevonden wordt, daarvoor het bepalende of primaire getal is, terwijl in de geschiedenis een aantal ontwikkelingen of wel niet werden erkend, onjuist geïnterpreteerd, dan wel eenvoudig vergeten.
Dan stellen we verder dit: Er kunnen bij de z.g. grote cycli uitwerkingsverschillen bestaan van 10. Dat wil zeggen dat wij normalerwijze rekening houden met 10 % van het normale cyclusgetal, voordat de cyclische gebeurtenis werkzaam wordt. Bij een cyclus van 722 jaar houden wij dus rekening met een noodzaak als het ware om kenbaar te worden, die 72 jaren duurt. Voor de 9 jaarcyclus is dit aanmerkelijk kleiner en zal het dus ongeveer een maand of 8, 9, 10 zijn. Die verschuiving echter is niet noodzakelijk. Zo wordt er altijd van elk primair jaar, waarin een grote gebeurtenis gestimuleerd wordt, gerekend met ten hoogste 10 % afwijking. Ligt de volgende gebeurtenis dus buiten de zo omschreven periode, dan kan het niet als uiting van de cyclus worden gezien, dan wel is onze berekening van de cyclische waarde onjuist.
Nu zijn er op aarde een hele hoop cycli. Wij werken met een 1¢tal hoofdcycli bij de berekening. Het zal u misschien verbazen te horen, dat alle cyclische verschijnselen tezamen niet meer overzichtelijk zijn, omdat hun getal dat van 2500 benadert. Wij kunnen dus alleen maar rekening houden met een paar hoofdtendensen. En dan rekenen wij in de eerste plaats met de grote of 21000 jarentendens, die een volledige cyclus van gebeurtenissen inhoudt. Dat wil zeggen, deze grote cyclus bepaalt als het ware een afgesloten ontwikkeling, welks begin aan het einde hernieuwd optreedt. Alleen kan het bewustzijn van de mensheid dan een geheel andere zijn, maar precies gelijke condities ontslaan: Daarnaast rekenen we dan met ongeveer een tiende daarvan, nl. een cyclus van 2172 jaar. Bij deze cyclus zien wij nl. ook weer vaste verschijnselen komen en dat is de opkomst van een nieuwe beschaving en de ondergang van een oude.
Waar het hier een ondergang plus een opkomst is, wordt in dit geval met voorlopende verschijnselen al rekening gehouden ongeveer 220 jaren voor het eigenlijke kroonjaar terwijl de ontwikkeling eerst volledig kenbaar zal zijn geworden 220 jaar daarna. (Dat is een overgangsperiode, daar zit u op het ogenblik ook in.) Naast deze cycli houden wij ons dan verder nog bezig met een 1500-jaarcyclus. (Dat is dus niet 1500 maar precies 1502 1/3 jaar.) Deze cyclus staat in verband met geestelijke ontwikkelingen. Zij brengt nl. hoogtepunten van geestelijke impulsen, vergroot de invloed van uit de kosmos en vergroot de ontvankelijkheid voor kosmische invloeden in al het stoffelijke, dus ook in de mens. Daarnaast kennen wij dan de z.g. derde deelcyclus of 722- jaarcyclus.
Hier wordt ook weer gerekend van 700 tot 750 jaren ongeveer (meer dus dan de gebruikelijke 10 %) die bij een historisch onderzoek belangrijk is. In dit geval nl. hebben wij te maken met historische figuren, die beslissend zijn. Ongeveer elke 700 jaar treedt een bijzonder belangrijke figuur op, die de verdere wording van grote gebieden beïnvloedt. Typisch is dat deze cyclus driemaal herhaald is, maar verschoven, zodat zij in Europa valt ongeveer 150 jaren voor de ontwikkeling in de VS, terwijl de in de VS weer ligt ongeveer 190 jaren voor de ontwikkeling in Azië. Dus dit zijn wel drie verschijnselen, maar het is nu eenmaal een 700 jaarcyclus ongeveer, 722; het is voldoende daarbij te rekenen.
Ik noem u nu zo hier een paar grote cycli op. Bij latere berekeningen zullen wij met kleinere cycli wel degelijk rekening moeten houden, omdat deze juist voor de mens direct kenbare resultaten geeft; gemakkelijk hanteerbaar dus. Deze grote cycli echter zijn toch wel in de eerste plaats noodzakelijk. Zij geven nl. aan in welke grote mogelijkheden de mensheid zich op het ogenblik beweegt. Wat met zo’n cyclus gestimuleerd is, blijft. Als de hofmeiers op een begeven ogenblik de macht grijpen (en dat is rond het jaar 722, 730), dan verandert daarmee plotseling de gehele bestemming van Europa. Het is het begin van een volledig christelijke era, waarbij ongeacht de verdeeldheid, die weer optreedt de christelijke tendens bepalend blijft en het centrum van macht gelegen zal zijn in Rome. Dit gaat tot ongeveer 1500. En dan zien wij een verschuiving van het machtscentrum. Op dit ogenblik nl. is het niet alleen meer de kerkelijke macht maar de politiek, die beslist. In het begin via de kerk, later meer en meer alleen voor zich.
Op het ogenblik zijn de machtscentra in de wereld de verschillende grote politieke centra. Maar de tijd gaat weer aflopen; dat wil zeggen dat ze op het ogenblik hun hoogtepunt zo ongeveer gehad roeten hebben. Er moet weer een verandering komen; een nieuw centrum van macht. Op deze manier weet je zo ongeveer waar je aan toe bent. Je weet of je voor in een cyclus zit of achteraan. Je weet of iets pas in opgang is of dat je moet rekenen, dat het reeds aan het vervallen is. En dat is noodzakelijk bij de interpretatie van de kleine cycli. Een kleine cyclus wordt gezien als een variabele factor. De grote cycli, door mij nu genoemd, worden gerekend als vaste figuur. Dit zijn impulsen, die steeds terugkomen en omdat ze zo groot en belangrijk zijn, terwijl ze tevens een lange periode in beslag nemen in het bewustzijn van de massa zowel als in de geschiedenis der aarde, zuiver en regelmatig herhaald worden.
Een sleutelberekening dus voor de interpretatie van de huidige tijd moet uitgaan van de verhoudingen waarin ren verkeert. Dan zegt men in de eerste plaats: Wij zitten in de late periode van de allergrootste cyclus. Dat wil zeggen. een tendens tot afbraak en verandering. In de tweede plaats: We zitten tegen het einde van een 2100-jaarcyclus Dit houdt in dat ook hier dus de omzetting, de verandering kenbaar moet zijn. In de 1500-jaarcyclus zitten wij ongeveer op de helft. Dat zou willen zeggen, dat dus een zekere stabilisatie zou kunnen optreden van het oude en op den duur een hernieuwing Dan hebben wij verder te maken met de 700jaarcyclus die, mijne vrienden; typisch genoeg ook aan het aflopen is. Aan het aflopen, niet aan het beginnen. Dat wil zeggen dat degene, die zijn stempel op de wereld gaat zetten voor de komende periode, nu pas aan de macht gaan komen, maar er nog niet kan zijn.
Wij hebben dus op het ogenblik bij onze interpretatie van kleinere cycli met de vaste waarden rekening te houden op de volgende manier overal is een tendens tot afbraak en verandering, behalve in het geestelijk leven waarin mogelijk juist een tijdelijke hernieuwing kan plaatsvinden. Zij zal echter niet geheel kunnen worden gescheiden van het oude, van het bestaande godsdienstige. Zoals het Christendom ook het product is geweest van een ontwikkeling, die er voor Jezus reeds was, zo zal hier misschien uit de thans bestaande godsdienstige opvatting een vernieuwing kunnen voortkomen.
Maar we zijn pas ongeveer op de helft, nog niet eens. De vernieuwing zal dus nog het christelijke als een hoofdgedachte blijven meevoeren. Wat betreft de staatslieden, we moeten op het ogenblik nog maar even wachten op de sterke man, die aangenaam of onaangenaam de wereld verandert. Het doet ons in ieder geval goed te weten dat de heer Stalin het niet is geweest, want met een dergelijke verandering van de menselijke bevolking en haar noodlot zou de toekomst wel eens erg Orwell kunnen zijn.
Maar dan hebben we nog iets. We zitten dus in een voortdurende overgangsperiode. Dat betekent, dat juist in een periode als deze de kleine de veranderlijke cycli, de veranderlijke punten beslissend zijn voor wat de mens op aarde meemaakt. Het houdt in dat geestelijk geen ingrijpen mogelijk is dan juist in de kleine cycli. Begint zo dadelijk de nieuwe grote periode weer, dan zal het zeker goed gaan. Daarin kan weer de hoogste geestelijke kracht komen.
Zo dadelijk begint het Aquariustijdperk; grote geestelijke kracht. Maar wij zijn nog niet zo ver. Die grote geestelijke impulsen hebben bovendien 10 % nodig dus in dit geval honderden jaren om geheel kenbaar te worden. Daarmede mogen wij niet rekenen. Wij moeten heel nuchter een op onze sokjes hier zitten en rekening houden met bv. 7 jaar, 9 jaar, 52-jaaroyclus enz. Dan gaan we die weer interpreteren aan de hand van 3- daagse, 7-daagse en 28-daagse cycli, de 31-daagse, cyclus, de 4 maandcyclus, enz.
Cycli die we allemaal nog wel gaan bespreken. Maar ik wil nu dit deel van mijn betoog gaan besluiten met de opmerking; wanneer wij nu weten hoe wij met de grote waarden staan hoe de ontwikkelingswaarden van de grote perioden op het ogenblik kunnen worden gedefinieerd, dan zullen we juist daardoor in staat zijn de juiste interpretatie te vinden voor de kleine cycli en zelfs enigszins zonder een direct kennen van, grootgeestelijke waarden op aarde kunnen aanvoelen in welke richting en op welke wijze de geestelijke beïnvloeding zal plaatsvinden, die een verschuiving of vertraging binnen die kleine cyclimogelijk maakt.
Zelfopenbaring
Ergens in de Kilimanjaro ligt een rotstempel. Het is een vreemde tempel, die soms doet denken aan het, oude labyrint, waarin een wrede Minotaurus wachtte op de slachtoffers, die hem werden gebracht. Wie die tempel binnengaat en er geen weg weet, kan alleen betrouwen op de priesters, die hem verder geleiden en de geheimen van de tempel zal hij nooit zien.
In die tempel zijn geheime vreemde krachten werkzaam. Zoals men spreekt misschien over de geheimen van de grote Pyramide, zo is hier in een rotstempel, die meer dan 5000 jaren lang reeds in de ingewanden van de berg zich verbergt, een kracht van lering, een kracht van inwijding geboren. En soms is er een neofiet klaar. Klaar voor het ultimum en hij zal moeten besluiten of hij wil behoren tot deze geheimzinnige groep, die soms levend als kluizenaars, soms reizend over de wereld als handelslieden of invloedrijke mensen, tracht de geheimen van de oudheid en de krachten van de geest leven te geven op aarde.
Het is geen begrafenisgang, zoals het vroeger in Egypte was. Maar het kan niet ontkend worden, dat er een vreemde en barbaarse pracht van uitgaat. De gangen worden donkerder en somberder naarmate men de grote hallen met beelden verlaat. Smal zijn ze en lang vergeten geslachten hebben vreemde reliëfs in de wanden gegrift, grijs en zwart, soms vochtig glinsterend, dan weer als doorzaait met kleine sterren, die bij nadere beschouwing spikkels van mica blijkens veldspaat.
Er gaan een paar priesters voorop. Ze dragen naast de fakkel een korte staf, alsof ze de orde in een grote menigte moeten bewaren. De neofiet is gekleed in een wit omslaggewaad, dat doet denken aan het gewaad van de Boeddhistische monniken. Het is plechtig gedrapeerd en de gordel, die hij om zich heen heeft, draagt een klein tasje, waarin o.m. enkele pillen zitten die hij kan nemen wanneer hij zich uitgeput voelt.
Achter hem volgen een paar ouderen, die de inwijding hebben doorgemaakt. En terwijl ze door onmetelijk lange donkere gangen schrijden niet de rechte weg kiezend, nog naar het punt van bestemming fluisteren ze voortdurende “Houd moed. Je zult jezelf kennen. Je zult het al kennen: Maar houd moed, want wie vlucht is verloren. Er is niets om te vrezen. Wie eenzaam staat met zijn ziel buiten tussen de sterren, die vreest niet meer. Heb moed, kleine broeder al wat je geleerd hebt, zal nu zijn bekroning vinden.”
Er tussendoor klinken misschien vaat geheimzinnige godennamen en een enkeling, ziende een fragment, gehouwen in de wanden fluistert soms iets over oude ingewijden, die eens dezelfde gang gingen.
Hoe verder ze de berg in komen, hoe duffer de lucht onberoerd als een kelder, waarin eeuwenlang geen mensen zijn gegaan. Een enkele maal is de vloer vochtig en liggen er kleine plassen. Donkere vlerken vlieden voor het licht van de flambouwen. Ergens in de hoogte, verloren misschien in een spleet die tot de buitenlucht zou kunnen reiken; gaan de vreemde wezens van nacht hun weg. En de neofiet schrijdt voort.
De kamer, waarin hij komt is klein benauwd en besloten. Het is of men een geestelijke wieg heeft willen stichten en daarvoor een graf heeft uitgehouwen door de top van een machtige berg. Dan blijft hij alleen in een duister, dat door niets wordt gebroken. Allen gaan heen. Een laatste fluistering: “Wees moedig, treed binnen in de waarheid.” Een laatste lichtglimp, die laat zien hoe hier de wanden ruw zijn, alsof een natuurkracht de ruimte heeft gebroken. Dan sterft alles. Het laatste slissend geluid van een voetstap, de laatste lichtglimp in een verte en een mens is alleen met zichzelf. Domp, duister als een berg, die op je neerdrukt en de borst doet hijgen, alsof er geen lucht meer was. Angst. En dan berusting, want er is geen uitweg meer. En dan alsof het donker begint te leven beelden en dromen.
Een kind dat speelt, een jongen die, een vriendje iets ontneemt, een jongeling die ingang zoekt in een klooster, een mens die beroerd wordt door een goddelijke vonk. Dan wordt het beeld weidser. Het “ik” wordt verlaten. De sterrenhemel boven wit gepiekte bergen. Een verlatenheid, waarin een laatste licht sterft als zo even bij het verlaten der fakkels; toen een eeuwige nacht werd geschapen hier in de ingewanden van de berg.
Dan gebeurt er iets vreemds, iets waarvoor woorden tekort schieten. Nu is de mens dood. Hij is vergeten, dat zij hem zo dadelijk zullen komen halen. Hij is vergeten, dat er iets anders bestaat dan alleen dit denken in een duisternis de dromen, de beelden. En dan realiseert hij zich wat hij is; dan realiseert hij zich hoe hij verlangt te leven, dan realiseert hij zich hoe belangrijk het is om te bestaan. En hij voelt hoe belangrijk het is anders te bestaan dan in een lichaam, dat besloten is in het hart van de bergen. Het is een koorts. Maar vreemds slechts zelden dat de neofiet in dit stadium grijpt naar een pil. En zij, die deze henneppillen nemen en in een verdoving vervallen, zij zullen ontwaken ergens buiten de berg. Zij zullen nooit meer in het innigste, het grootste geheim kunnen doordringen.
Deze mens blijft het doorstaan. En dan ineens dan wijken de wanden, De muur, die zo vast gesloten scheen, wijkt terug. De ogen. doen pijn ze worden gesloten; hij klampt de armen vast rond het hoofd. In de eenzaamheid klinkt plotseling een geruis van vele mensen. En eindelijk voelt hij een arm, die om hem heen wordt geslagen, die hem opricht; een hand die voorzichtig, heel voorzichtig de hand wegneemt voor de ogen. Hij kijkt op en hij staat in een grote grot. Daarin ziet hij velen, die hij gekend heeft in het klooster en enkelen, die hij nog niet kende. Het is een lichtende dom en hij weet niet waar het licht vandaan komt. Maar hoog is hij, hoog als de horizon zelf en de einder; hoog als het zenit, waarin de zon een ogenblik neerstaart op de aarde. En beelden zijn er niet. De beelden van het klooster hebben plaatsgemaakt voor gepolijste vlakken van steen, waarin vele lichten weerspiegelen en weerkaatsen.
Dan klinkt een stem: “Je hebt jezelf erkend. Nu is de scheidsmuur doorbroken. En ziet, naast het graf, waarin het menselijk denken is geborgen, is de volheid van een tempel.” Dan leiden ze hem voort, feestelijk. En terwijl hij verder schrijdt wordt het licht feller en feller alsof meer fakkels tezamen worden gedragen. En dan op een geheimzinnig woord splijt het vlak daar echt voor hem alsof de steen uit elkaar wordt getrokken door een toverhand. Hij had niet gezien, dat het deuren waren. Maar nu na een licht gekners draaien ze open. En voor hem als op een balkon in de richel, die uitziet over de dalen voor hem liggen de welkommutste bergen. Daarboven is de hemel. En dan zegt de stem het laatste geheim
“Jezelf kennen is je eigen angsten overwinnen. De tempel kennen is beseffen hoe naast je eenzaamheid de volheid is van alle leven en krachten. En de waarheid is, dat daarnaast ligt de schepping en de kosmos en alle dingen. Zoals je in het graf was en nooit meer zult vergeten dat de tempel ernaast lag, zo mag je nooit vergeten dat naast jouw wezen ligt de eenheid van de mensheid en naast de eenheid van de mensheid de schepping van God.”
Dan schrijdt de neofiet terug en men geeft hem weer het oude saffraan gewaad, waarin de monniken daar gekleed gaan. Men geeft hem een tak, een bloem, misschien een ogenblik een glimlach. En dan gaat hij met zijn broeders de korte weg, die licht is en haast vrolijk.
En hij ziet de beelden, die ingegrift zijn van zovelen, die voor hem deze weg zijn gegaan en hij glimlacht. Want hij weet nu: In enkele schreden staat hij in de oude tempel, staat hij in het klooster. Hij heeft zichzelf gewonnen. Hij begrijpt nu wat deze wereld het leven waard maakt. Hij begrijpt nu wat deze wereld beweegt en wat de mens beweegt. Want hij is gestorven en herboren. En wanneer een stem hem wekt, zal hij gaan.
Gaan ver van zijn klooster misschien en over de hele wereld. En wanneer een stem het vraagt, zal hij daar blijven, besloten misschien zonder ooit het daglicht te zien. Want in hem is de wereld en buiten hem slechts datgene, wat de volheid van zelferkenning hem mogelijk maakt te vervullen in de kracht, die hij weet in zich.
Zelfkritiek
Ik heb in mijn leven veel volbracht, maar ik heb zoveel verkeerd gedaan.
Ik had mijn vrienden niet moeten plagen, ik had die hond niet moeten slaan.
Ik had eerlijk moeten wagen hetzelfde risico te dragen als anderen. Ik heb het niet gedaan.
Ik had moeten zoeken naar geestelijke waarden en ik heb in de vreugden van ‘t vlees geleefd.
Ik dacht wel aan God en wist te genieten wat Hij in Zijn grootheid de mensen geeft, maar ik heb Hem daar nimmer voor dank geheten.
Ik heb mijn bescheiden kennis versleten voor een kosmisch en alomvattend weten.
Ik heb wel veel misdaan.
Maar als ik nu zie aan het eind van het leven, aan het einde misschien van geestelijk streven, in een sfeer waar al tezamen komt, dan vind ik in mijn zelfkritiek.
weinig reden om te klagen over wat ik heb gedaan; over risico’s, die ‘k wist te dragen, of een waan, waarin ik heb geleefd, zolang ik heb gestreefd.
Maar heb ik het streven vergeten, heb ik maar daadloos afgewacht wat het lot en de tijd en de Schepper mij aan goeds of kwaads heeft gebracht.
Ja dan moet ik werkelijk zeggen: Dit was een misdaad tegen ’t eigen zijn.
Ik heb de taak van het leven vergeten.
Ik heb niet eens voor mijzelf geweten hoe ‘k moest bestaan en toch geëist een hemelrijk, een eeuwig voortbestaan en nog wel aan Gods zijde: Neen, ik wil mij niet beklagen over al, via ‘t Ik heb misdaan.
Ik heb eruit geleerd.
Maar dat ik niet met al mijn kracht gezocht heb om te leven, dat ik niet met al wat in mij is tot ‘t erkende doel dorst streven mijn God, mijn werkelijkheid dat is ‘t, waarover ik oordeel spreek, dat is het, wat ik mijzelf verwijt.
Ik heb gedacht: Besta maar voort en laat de ontwikkeling aan d eeuwigheid.
Zo had ik haast mijzelf vermoord.
Nu ik weet waaraan het schort, weet waarom mijn leven zo somber wordt, nu ik weet hoe ik Licht kan vinden, nu zal ik niet zeggen: “Ik zondig niet meer”, niet zeggen: “Ik wil alles weten.”
Ik zal ook niet zeggen “Ik ken ‘ s Heren Naam en ik weet hoe de engelen heten.
Ik zal zeggen: “Ik streef zo goed als ik kan.
Ik zal voortgaan op de weg, die ik als juist erken.”
Dan vreet ik, dat ik levend en strevend zo mijn Schepper waardig ben.
← vorige tekst | overzicht | volgende tekst → |
