Wereldbeeld – Les 03 – De vaste lijn

image_pdf

december 1959

De vaste lijn

In de hele historie vinden wij een vaste lijn. De gebeurtenissen ontwikkelen zich op een vaak ontstellend regelmatige grijze wijze. We kunnen vaak aan bepaalde personen een toppunt van een bepaalde cyclus herkennen. Bij grote cycli, die ver uiteen liggen, gaat dat altijd opvallen. Dan ga je zeggen: Hé, de Martels komen aan het bewind in ongeveer 750 en 815, 820 valt het rijk uit elkaar. En nu zien we datzelfde rond 1500. Een hoogtepunt dus van regering onder Karel V. en bom er bovenop onze vriend Philips, die met al zijn maatregelen niets anders doet dan de bestaande samenhangen volledig vernietigen. Over een grote afstand in tijd is dat natuurlijk eenvoudig te overzien. Maar er zijn voorbeelden te over van gebeurtenissen, die zich afspelen in samenhangen en nu tril ik niet ver van huis gaan deze keer. Over het algemeen hoort u al meer dan genoeg over historie.

Laten we het wereldgebeuren eens beperken tot Nederland en dan Nederland in de laatste dagen. Wat blijkt? Dat binnen een periode van 21 dagen op heden (3 december) nog niet geheel verlopen een viertal felle branden valt. Bij elk van die branden gaat verder een reeks van onvervangbare waarden teloor. In elk van die gevallen is de oorzaak in feite onbekend of ligt in ondoelmatige inrichting: Het vreemde is, dat als je dit nu gaat overzien zo gewoon in de krant, dan zeg nee maar daar zit toch geen samenhang, tussen. Een drogisterij die afbrandt, een studenten sociëteit, een huis waar dames wonen met een niet nader te noemen beroep. (in Amsterdam) en we krijgen er nog één. (Die zal waarschijnlijk in Rotterdam of Dordrecht liggen.) Waar zit de band, die ze bindt? Bij die drogisterij waren aanwezig een reeks producten, die als proef waren vervaardigd. Met hun recepten tezamen werden ze vernietigd. Het huis in Amsterdam waas een antiek huis. En ongeacht de bewoning was de inrichting nog wel zodanig, dat dit bouwwerk een zekere monumentale waarde had. Die is praktisch vernietigd. Bij de studenten werd een grote reeks historische waarden vernietigd. En tenzij ik mij zeer vergis zullen er bij die brand, die wat ten zuiden van hier komt, een aantal modellen teloor gaan ook uit oudere tijd die praktisch onvervangbaar zijn. Hier is een samenkoppelende factor. Wij hebben niet alleen het vuur maar ook het teloor gaan van onvervangbare waarden.

Wij vinden dit verder in een zekere periode en nu kunnen Wij ook een eind in de geschiedenis teruggaan. Dan vinden we (ik meen in de winter van 1928) het teloorgaan van het raadhuis in Leiden (ik blijf zoveel mogelijk in de buurt van de voorbeelden) met vele onvervangbare kunstwaarden plus een monument, dat vernietigd werd. In diezelfde tijd werden een paar pakhuizen van historische waarde in Amsterdam vernietigd, waarin enkele schilderstukken van grote meesters waren opgeslagen. Onvervangbare waarde. Gelijktijdig wordt een molen vernietigd, ook al weer door vuur (ik meen dat het bij Koog aan de Zaan was, in ieder geval in de Zaanstreek), die ook niet meer vervangen kon worden. Weer een onvervangbare waarde. En gelijktijdig brandde een oud hotel af in de buurt van Nijmegen, waarin wederom bij de stoffering ontzettend veel antiek aanwezig was. Weer onvervangbare waarde. Als je dit zo bekijkt, vraag je je af. Hoe komt dit? Zijn dit nu series van vier? Neen, het zijn geen series van vier, maar het zijn invloeden, die op een regelmatig tijdstip terugkeren. En als je dat in Nederland wilt uitrekenen, dan gaat dat ongeveer om de 17 jaar. Wij kunnen dat uit het verleden distilleren. Weten we nu, dat de periode van 17 jaar praktisch verlopen is, dan kunnen we aannemen, dat een soortgelijke samenloop van omstandigheden zich weer gaat vertonen.

Nu is dat met die branden niet zo buitengewoon belangrijk; ten slotte branden komen zoveel voor: Maar je hebt ook perioden van opeenvolgende luchtrampen. (Laat de K.L.M. maar uitkijken, want er is weer zo’n jaar op komst.) Je hebt dat met scheepsrampen. Je hebt, als je het goed nagaat, in de grote watersnoodrampen ook een voortdurende cyclus. En dan weet ik wel dat het de ene keer wat erger is, de andere keer wat minder erg; dat de ene keer het misschien gebeurt in de Betuwe, de volgende keer in Zeeland. Maar het gebeurt, wij weten dat het gaat gebeuren. En dat is nu alleen voor Nederland.

In het verleden heeft men daar w at meer de nadruk op gelegd dan tegenwoordig. De oude Egyptenaren bv. hadden een reeks van berekeningen gemaakt aan de hand waarvan ze tevoren de onvruchtbare jaren kenden. (dus van te kleine regenval), een cyclisch verschijnsel. Zij zagen dan Sirius, de Hondsster en ze wisten daaruit af te leiden: Wanneer die in deze verhouding staat ten opzichte van  het jaargetijde, dan krijgen we te maken met droogte, met invallen van buitenaf; tot zelfs grote ziekten als pest en dergelijke voorspelden ze. Nu is het jammer dat die voorspellingen later misbruikt zijn. Men is van het erkennen van een algemene ziekteramp in de sterren (dus pest of iets dergelijks) overgegaan tot een toeschrijven daarvan aan een hemelverschijnsel.

En al heel gauw kregen we te horen, dat vallende sterren, kometen en derg. de oorzaak zouden zijn van pest, rampen en dood, wat natuurlijk niet waar is. Maar het principe was toen al bekend. En daarbij hielden ze vreemd genoeg deze regel aan.  Elk jaar waarin Saturnus regeert en opposiet komt ten overstaan van Jupiter (dat komt dus maar zelden voor), is een rampenjaar voor de hele wereld. Elk jaar waarin een direct conflict bestaat tussen wederom de grote planeten en wat zij noemde “de vazallen van Saturnus”,(ze wisten niet precies hoe ze waren, ze vermoedden alleen dat ze er waren)wanneer de vazallen van Saturnus opposiet komen ten overstaan van Mars, dan zijn dat de jaren van grote oorlogsdreiging. Ontstaat er een oppositie tussen Saturnus, Jupiter of Neptunus (dus men nam er daar maar liefst drie tegelijk) tegenover Venus, dan zou er een jaar zijn van overstelpende vruchtbaarheid maar gelijktijdig van plagen, bv. sprinkhanenplaag, krokodillenplaag enz. Het vreemde is dat het meestal uit kwam.

Als wij moderne mensen dit nu goed willen gaan bekijken, dan moeten we dit inpassen in de moderne gedachtegang. Wat het verleden met zijn filosofen heeft gezegd, is interessant. Het geeft ons een zeker beeld van wat er in de wereld was. Het omschrijft ons een beetje het wereldgebeuren. Maar belangrijk wordt het voor ons, als wij in de gedachtegang van deze tijd zo technisch mogelijk desnoods iets van dit oude cyclische kunnen terugbrengen en als wij dat kunnen hanteren. (Nu ben ik geen grote specialist; de prognoses worden bij ons meestal door anderen gemaakt.) De regels echter, die wij nu kunnen gaan opstellen, zijn deze.

In de eerste plaats: Aan de hand van historie, plaatselijke geschiedenis en overlevering kunnen wij een reeks voortdurend weerkerende verschijnselen erkennen. Dit is de z.g. spiraal van de tijd, waarbij dus een regelmatige herhaling van feiten zal plaatsvinden. Op die spiraal van de tijd is echter maar voor één reeks van gebeurtenissen een vaste plaats te vinden: Er is dus geen sprake van één spiraal maar van een reeks spiralen, die elk voor zich een invloed inhouden op de wereld en de materie in het algemeen: De eerste voor ons belangrijke spiraal zullen wij natuurlijk moeten zoeken in de geschiedenis van oorlog en vrede. En dan valt ons op, dat menige oorlog onderbroken wordt: Ik denk hier bv. aan het 12 jarig bestand tussen Nederland en Spanje. Dit bestand werd in feite gesloten, omdat de Spaanse vorst het belangwekkend vond (om niet te zeggen overweldigend belangrijk) eerst eens de Engelsen weg te vagen. Hij heeft tezamen met de Venetianen bv. een poging gedaan om de Middellandse Zee geheel voor de Engelse handel af te sluiten. En dat geschiedde juist aan het begin van dat 12 jarig bestand. Verder vinden wij in diezelfde periode reeksen van opstanden. Pogingen tot kolonisatie. In deze tijd komen de Pelgrim vaders, (voor een deel uit Engeland) bijeen in Leiden, vanwaar zij later weer zullen wegtrekken. zo’n periode herhaalt zich. En nu is het vreemde, dat bepaalde condities uit die oude tijd in het heden te herkennen zijn.

Philips was iemand, die de wereld wilde overmeesteren en zijn eigen gedachtegang aan die wereld opleggen. Onze vriend Adolf was precies zo’n type. Er was geen directe strijd misschien in de tijd, dat hij aan het bewind kwam, maar zijn hele regering is een voorbereiding. Zijn massale aanval op de vrede van Europa en ten slotte (dank zij zijn bondgenoten )  van de wereld had ten doel zijn eigen eenzijdige gedachtegang op te leggen aan die wereld. En nu moet u heus niet denken, dat omdat de heer Hitler niet zo lang dood is als Philips II hij daarom slechter of minder slecht is. Het verschil is niet zo groot. Typisch is echter, dat op een gegeven ogenblik de ondergang veroorzaakt wordt door een te sterke pressie: Hij wilde teveel hebben ineens. Vreemd genoeg ook zal na de nederlaag Duitsland zij het als een soort vreemd politieke Siamese tweeling een hernieuwd middelpunt worden van Europa; zoals Spanje na het bestand wel niet zijn oude plaats terugwon, maar in dat bestand toch wel degelijk zijn eigen belangrijkheid aanmerkelijk wist te vergroten, ook onder meer ten overstaan van de kolonisatietijd in Azië.

De periode van die vrede werd verder gekenmerkt door reeksen van kleinere maar vaak zeer intense oorlogshandelingen. Die speelden zich in die tijd niet alleen dus af op het vasteland zelf, maar zij werden ook gezien in Italië, waar juist in die periode een grote machtsstrijd gaande was. Wij zien het in de dogenstrijd. Wij zien het in de poging om het oude rijk van de kaliefen, nog weer eens te laten herrijzen, wat echter mislukt. Wanneer je nu in deze periode gaat kijken, zie je vreemd genoeg precies hetzelfde. Je ziet ook nu, dat er in feite van een stilstand sprake is. En wij worden alleen misleid door het feit, dat Hitler zelf van het toneel is verdwenen. Maar als we nu in de plaats van Hitler eens zeggen “absolutisme”, dan vinden we een grote tegenstander, die gelijktijdig een groot gedeelte van Hitlers concepten doorzet: Rusland. We zien dus dat er verschillen zijn maar ook grote overeenkomsten. Want opstanden en verzet zijn er al geweest en zijn nog steeds aan de gang. De handelsstrijd, die werd gevoerd, met de wapenen door Spanje tegen Engeland, zien wij nu weerkaatst in de meer economische en commerciële strijd, die Rus land voert tegen Amerika.

Wanneer er zo’n grote reeks van parallellen aanwezig is, zijn we gerechtvaardigd in onze conclusie nog wat verder te gaan. We vergelijken de duur van de werkelijke strijd. Er wordt dus niet gerekend van af de dag van de oorlog, maar van af, de dag dat de strijd begon. (Zo goed als wij het Nederlands verzet tegen Spanje rekenen van af de dagen dat men zich begon te verzetten tegen verschillende decreten van Philips.) Ga je dat doen, dan kom je tot een zeer vreemde conclusie namelijk: Het Duitsland van heden heeft, dezelfde rol als in het Spaanse conflict België, dat ook praktisch in twee delen gescheiden was. Je had een zuiver Spaans deel en een meer voor de vrijheid en de hervorming werkend deel. We vinden alle condities aanwezig en de tijds verlopen bijna parallel. Kijk het maar eens na in de geschiedenisboeken. Dan volgt hieruit, dat van de afgelopen vredesperiode dus ruimschoots let wel, ruimschoots het einde gekomen is. Het spel zal op een andere manier gespeeld worden. En in plaats van te maken te krijgen met een Duc d’ Alva, met een Granvelle en met de Oranjes, krijgen wij nu misschien te maken met een handelsstrijd of met een vreemde politiek. Maar de strijd moet hernieuwd ontbranden. En als we de hele berekening aanhouden en alle verhoudingen daarbij in ogenschouw nemen, stellende het jaar van de vrede te zijn 1946 (ten overstaande van  de wereldvrede dus redelijk), dan zou hieruit volgen dat ten hoogste 18 jaren nadien de volledige cyclus hernieuwd tot krijg zou voeren.

Gelijktijdig zegt het ons. nog iets anders. De hoogtepunten van techniek, kunst en staatsmanschap hebben – vooral voor Nederland – juist gelegen in die perioden van het bestand. De hoogtepunten van techniek e.d., die we nu aantreffen, liggen vreemd genoeg niet bij Amerika maar bij Rusland. Dan is het toch logisch, dat wij op grond hiervan verder gaan redeneren. We gaan dan zeggen: Nu komt er een periode, waarin de wetenschap plotseling terugvalt en de z.g. revolutionaire gedachte plaats maakt voor een steeds meer versuffende ambtenarij en bourgeoisie in Rusland. Dat is logisch, dat vloeit hieruit voort. Dan volgt hieruit de conclusie, dat de werkelijk aanvullende factor bij het volgende conflict zeer waarschijnlijk niet in Rusland, maar in de VS is gelegen. En ja, dan kun je dat natuurlijk verder gaan berekenen. Je neemt het ontstaan van elk van die republieken op zichzelf. En ongeveer een datum is daar altijd voor te bepalen. Trek een grove geboortehoroscoop van die staten. Bezie welke opposieten, die zich in de geschiedenis door oorlog en geweld of opstand en splijting hebben geuit, terugkeren in de komende 4 jaar. En u zult in staat zijn om de maand en misschien zelfs de dag te bepalen, waarop het belangrijke ogenblik is gekomen, dat de nieuwe beslissing valt en de nieuwe fase, van strijd ingaat.

Dit is natuurlijk alleen maar een voorbeeld. En ik neem aan, dat er onder u maar enkelen zijn, die het belangrijk vinden om zo de politiek eens na te gaan. Hierbij mag ik verder nog opmerken, dat wij juist bij deze voorspellingen heel vaak mis zullen slaan. Niet in de werkelijke loop der gebeurtenissen, maar omdat wij automatisch gaan associëren: De grootheid van Egypte werd geassocieerd met Nasser; een verval van Egypte zou dus logischerwijze de val van Nasser moeten betekenen. Dat was niet het geval. Op een gegeven ogenblik ging men zeggen De socialistische beweging is gekoppeld aan Roosevelt. Valt Roosevelt, dan valt, ook voor een groot gedeelte het socialistisch denken. Het typische is echter dat in de VS zij het onder andere namen dezelfde gedachtegang nog hoogtij viert. En zo kun je dus je heel gauw vergissen, omdat je personen of instanties gaat associëren met werkingen, wat lang niet altijd juist is.

Maar in een kleiner en persoonlijker milieu vind, je precies hetzelfde terug. Ik zal proberen daar ook een voorbeeld van te geven, voordat ik mijn eigen tijd volg en weer wat verder naar het verleden ga grijpen. Wanneer u in uw leven een bepaalde teleurstelling hebt gehad, moet u eer is terugdenken. Heel vaak zult u vinden dat met ongeveer gelijke tussenpozen teleurstellingen optraden. Je komt bv. tot de conclusies op je 5e verjaardag had je je in het hoofd gezet dat dit en dat zou gebeuren. Maar vader werd ziek of moeder werd weggeroepenen je verjaarsfeest viel in het water. Dat was een treurige dag voor je. Je voelde je er helemaal niet prettig mee. Dan ga je kijken: Hé, toen ik 14 jaar was, zakte ik net voor mijn examen, terwijl ik erop gerekend had, dat ik zou slagen: Of ik bleef zitten, terwijl ik zeker was, dat ik zou overgaan. Of als je misschien aan het werk bent geweest en je was aangenomen als volontair en je werd eruit gegooid. Dan ga je zeggen: Kijk, 9 jaar. Dus dan moet er op mijn 23e jaar weer één liggen. En dan ga, je kijken. Hé, toen ik 23 jaar, was, was ik verliefd maar het liep op niets uit en het lag weer in diezelfde tijd. Dan kunnen we zeker zijn dat met 32 jaar weer zo’n periode komt. En na die 32 jaar met één.  En daarna met 50, zo kun je dat nagaan. En het vreemde is, dat in al die gevallen, wanneer je het goed nagaat, de oorzaak, meestal tot hetzelfde herleid kan worden.

Dat wegroepen van moeder berustte op een misverstand. Je niet overgaan of zakken berustte op een foutief verstaan van hetgeen je gevraagd werd. Het niet met het meisje, tot overeenkomst komen kwam voort uit een verkeerd begrip harerzijds, of jouwerzijds van iets, wat gezegd of gedaan was en zo verder. Heb ik dat vastgesteld, dan weet ik in welke tijd van mijn leven ik dus voor een soortgelijk belangrijk misverstand moet oppassen.

En zo heb je ook de perioden dat het je meeloopt. Dat is misschien geweest toen je 6 jaar was en je die schitterende trekvragen of autoped hebt gekregen, waar je helemaal niet op had gerekend. En toen je een jaar of 12 was, had je weer zo’n verrassing. Toen mocht je ineens met vader en moeder mee op een reisje. Een extra vakantie. Allemaal van die dingen. Toen heb je van anderen iets gekregen. Ga je leven maar na. Als je drie van die punten hebt, die op gelijke afstand liggen en je kunt van die drie punten ongeveer de oorzaak achterhalen, dan kun je er zeker van zijn dat met gelijke tussenperioden in je leven diezelfde invloeden voorkomen.

Nu zult u zeggen: Helemaal zuiver is dat niet, want in het mensenleven spelen bv. de zogenaamde langlopende planeten astrologisch nogal een grote rol. Dat is ook zo. Maar deze cycli zijn niet alleen gebonden aan de sterren. Ze zullen uit de stand der sterren een zekere kleuring krijgen en dus ook wel een zekere inhoud; maar de tendens op zichzelf is met uur wezen verknoopt en heeft zowel een geestelijke als een stoffelijke invloed. Als u dat nu begrijpt, dan zult u voor uzelf zo goed als u kunt eerst die dingen gaan berekenen, gewoon aan de hand van herinneringen.

Neem desnoods een speelruimte van 10 tot 12 maanden om die punten heen, dat is niet zo erg; al is het een jaar. Dan weet je toch wat je in bepaalde fasen en tijden van je leven kunt verwachten. Ook voor je medemensen kun je dat vaak zien. Nu is het moeilijk voor je om een medemens laten we zeggen in hart en nieren te doorgronden. Maar je kunt dus toch wel ziens. Hé, in deze tijd steeds opgewekt, in die tijd in de contramine  en in die tijd neerslachtig. En je ziet daartussen perioden liggen van “gewoon”. Heb je dat een keer of tien meegemaakt, dan weet je dat. Maar heb je het drie keer vastgesteld, dan kun je erop rekenen, dat met 70 % zekerheid diezelfde cyclus zich met diezelfde tussenpozen blijft herhalen. En als je dat weet, houd je er rekening mee. Op die manier wordt het je dus mogelijk om voor bepaalde periodieke verschijnselen een prognose te stellen aan de hand van de cyclus, de optie groeps cycli.

Nu heeft onze goede oude wereld ook heel veel van die cycli. Daar hebben we al eens over gepraat. Maar wat misschien wel eens vergeten wordt: Zo een  cyclus wordt niet alleen door stof bepaald of alleen doorsterren of planeten.  Ten tweede het wordt bepaald door de stof en de geest. Er waren wel Chaldeeën bv. (dat was een 3000 v. Chr.) die daarover al een zeer juiste stelling hadden opgetekend. Die stelling luidde nl. als volgt: “Wanneer de geest der aarde verandert, blijft het verloop van de ster gelijk, maar de inhoud verandert.” En zo zouden wij kunnen zeggen wanneer een geestelijke kracht regeert voor de wereld en op een gegeven ogenblik verandert dit (er komt een andere heerser), dan zal die uitwerking ook heel anders zijn. Dan zal eenzelfde verloop en eenzelfde climax toch eigenlijk weer een groot verschil tonen. Het is als het ware de interpretatie. Je weet, als je Mientje van de buren Chopin hoort spelen, dan is dat heel iets anders, dan wanneer je het van Lupati of Gieseking hoort. Dat verschil vinden we in die geest, in die entiteiten ook.

Nu was er in de oude tijd steeds een leidende geestelijke kracht. De vorming van de wereld zelf stond niet onder de invloed van één maar van drie geesten. En die traden niet gelijktijdig maar achtereenvolgens op. Het was een soort hiërarchie zo’n hiërarchie brengt dan elk voor zich een eigen interpretatie. En wanneer die interpretaties niet juist zijn, ontstaan er grote vergissingen. Die grote vergissing is m.i. wel geweest, dat insecten in de primaire periode al tot levensvatbaarheid waren opgevoerd, terwijl de aarde eigenlijk alleen nog maar voor plantaardig leven rijp was.

Daardoor ontstonden er allerhand vreemde verwikkelingen, waar de mensen nu nog mee zitten. Want insecten, die geschapen werden om onder dergelijke zware condities te leven (een hogere werveling van de aarde, een grotere zwaartekracht en zo alles erbij), die lieten een nakomelingschap na, die zich gemakkelijker kon aanpassen dan welk wezen ook ter wereld. Men zegt wel eens: “Als de mens doodgaat, dan erven de mieren.” Nu, waarschijnlijk is dat niet, want de mieren hebben hun hoogtepunt in het verleden gehad. Maar dan is het zeer waarschijnlijk, dat een insectenras het  overneemt. Dan is het afgelopen met de vertebraten. En dat komt nog uit die oude tijd.

Toen deze drie dus gezamenlijk het leven hadden opgevoerd, kwam er een nieuweling. En die nieuweling ging het plantaardig leven zo’n beetje standaardiseren. Dat bleef een lange tijd ongeveer gelijk, er kwam evenwel een snelle evolutie van dierlijk leven. En in die tijd krijgen we te maken met de grote hagedissen. Toen die voltooid was, waren er een reeks nevenproducten.

Maar nu kwam er weer een nieuwe geest en die zei: “Ja, maar die grote sauriërs hebben eigenlijk niet die levensvatbaarheid, die ik verlang. Zo hebben niet het verstandelijk vermogen, dat nodig is. Maar ik zie daar wat van die kleine wezens (een hondje, een paardje, een aapje en een wordend stukje mens), dat is voor mij nu het belangrijke. Nu gaan we daaruit een verdere ontwikkeling opbouwen.”

Als je leest over Atlantis, zal het je misschien opvallen dat er sprake is van twee verschillende rassen. Het ene ras was, zoals dat heette, ouder. Nu is het moeilijk omdat in deze tijd nog uit te maken. Maar er was ook een donkerder ras. En dat donkere ras was verstandelijk niet zo ontwikkeld als het blanke ras. Later echter, zien we dat het blanke ras tot een toppunt komt vooral op het gebied van de magie.

Het is een loze ontwikkeling, dat hele ras, dat hele Atlantische gebeuren. Het is één kracht er zijn fasen in aan te wijzen, zeker maar het is één kracht, die het regeert. En dat mislukt. Dan komt de opvolger er, die zegt: “Met deze mensen kunnen wij niets meer doen. Laat die hun eigen noodlot maar in orde maken, laat hen dat maar bouwen. Ik neem de slaven.” En dan redt hij daarbij wat nodig is om die slaven lering te geven, maar van de zuivere Atlanten is er niemand meer over. Ze hebben hun kennis gegeven, maar zeer fragmentarisch. Ze hebben over de hele wereld hun invloed uitgeoefend, maar zeer onvolledig en nooit precies gelijk. Het zijn hun slaven, die de beschaving van een groot gedeelte van de wereld hebben bepaald. Denk maar eens aan de enorme trektocht van die rassen, waartoe ook de Kelten bv. behoren.

Als je dat overziet, dan zeg je: Ja, ik zie het, dat is één periode. En als je dan op die manier nadenkt, dan komt je tot de conclusie, dat wanneer Jezus zegt: “Ik ben u het einde van het oude verbond,” hij misschien nog wel eens wat anders bedoeld kan hebben dan alleen: Doek nu die hele santenkraam maar op, want God is van af dit ogenblik niet alleen in de tempel maar overal te spreken. Heel waarschijnlijk heeft hij bedoeld: Er is een verandering gekomen in de hiërarchische verhouding, waaraan de wereld is onderworpen. En als wij ook zien hoe het gebeuren wisselt, dan zou je er haast verbaasd van staan.

Jezus sterft en je vraagt je af. Wat kan Jezus nu eigenlijk betekenen? Maar van af dat ogenblik wordt die hele Middellandse Zee beschaving meer en meer door de noordelijke beschaving overvleugeld. Rome gaat niet meteen ten onder, maar Rome wordt door het assimileren der Barbaren als het ware langzaam maar zeker tot een allesbehalve zuiver Romeinse stad. Byzantium precies hetzelfde. Er is een nieuwe cyclus ingetreden. En wat doet die nieuwe cyclus? Die nieuwe cyclus bouwt een reeks van nieuwe rijken op maar kleine. De wereldmachten zijn even uitgesloten en van werkelijke wereldmachten kunnen wij eigenlijk niet meer spreken, voordat we zo ongeveer bij deze tijd komen. Amerika bv. als machtig rijk als ze het horen worden ze nog kwaad ook begint pas imperialistisch te denken rond 1920. Engeland is op zijn manier wel een rijk geweest, maar is al aan het sterven en ondergaan. Zijn eigen kolonie, Amerika, neemt het op. Is het eigenlijk niet of we hier de westerse wereld langzaam maar zeker zien splijten? Zou het u verbazen, als we dadelijk een verhouding als tussen Rome en Byzantium zouden zien ontstaan tussen Europa en de Ver. Staten? Mij niet. Er is dus klaarblijkelijk weer een einde van een cyclus op komst.

Nu is het altijd erg moeilijk om te zeggen: Hier is het afgelopen. Want het oude mag zijn eigen leven nog doorleven. En het nieuwe groeit langzaam, maar neemt meer en  meer de impuls van die hele wereld over. En daar zitten we dan alweer van uit het verleden in de moderne tijd en wel in verband met een vraagstuk, dat ook wel door de astrologen wordt onderschreven zij het dan, dat men het over het tijdstip niet altijd eens is nl. de komst van het Aquarius tijdperk: Wanneer dit gebeurt, is het zeker, dat het zwaartepunt van de beschaving zich zal verplaatsen. Dat is tot nog toe altijd het geval geweest. Verder is het zeker, dat de huidige sociale concepten zullen worden vervangen door nieuwe, dat de huidige moraal plaats, zal moeten maken voor een andere: Dat weten we dat kunnen we zo maar uit het verleden aflezen. En voor ons is het natuurlijk altijd erg belangrijk om te weten aan welke kant wij nu eigenlijk komen te staan.

Voor u die hier zit, Europeanen, is, het misschien een beetje treurig wat ik hier moet zeggen. Want zoals eens de grootheid van Rome en de grootheid van Byzantium alleen kon worden bewaard dank zij het omkopen van allerhand barbaren (denk maar eens aan de contracten van Rome met de Longobarden, de Vandalen enz.), zo is deze grootheid een schijn grootheid. Hoe verder het gaat in de tijd, hoe zekerder het is, dat zowel Europa (Rusland inbegrepen) als de Ver. Staten zullen moeten trachten de barbaren (dus de huidige onontwikkelde gebieden) af te kopen. En hoe meer ze dat proberen, hoe meer zij hun werkelijke invloed verliezen.

Maar nu heb ik nog een parallel. In de eerste plaats is het aardig op te merken, dat er een nieuwe wereldleraar is. Dat weet u al lang: Die wereldleraar heeft op het ogenblik net zoveel te betekenen als Jezus in zijn tijd; dat wil zeggen nu niet direct veel. Evenmin als de geschiedschrijvers uit het verleden het belangrijk vonden iets over Jezus te vertellen, zullen de schrijvers van heden ten dage het belangrijk vinden die wereldmeester op de voorgrond te schuiven als “het nieuwe Licht”. Daarbij komt, dat Jezus in zijn dagen onnoemlijk veel concurrentie had. Nu vandaag aan de dag ook. Wist u dat de profeet van de Ahmadyah Moslim om er nu eens één te noemen die zo rond 1900 heeft geleefd , zei een directe nakomeling van Jezus te zijn? Jezus zou niet gestorven zijn toen hij z.g. overleden was aan het kruis, was hij schijndood, zo vertellen zij. Zijn oprijzen ten hemel ik zeg niet dat het waar is, dat zou al te gek zijn is in werkelijkheid zijn vlucht geweest. En toen is hij terecht gekomen in Srinegar, een mooie buurt, de stad van de tuinen. Daar zou hij toen rustig getrouwd zijn en een heleboel kinderen hebben voortgebracht en één daarvan zou dus degene zijn, die deze Moslim sekte heeft gesticht. Maar wij hebben niet alleen met de Moslims te maken. Want als wij nu verder gaan kijken, vinden we op het ogenblik een groot aantal vernieuwende sekten. In Jezus tijd ook. En tussen al die sekten leefde Jezus onopvallend. Tussen al dit sektarisch gedoe en al deze profetieën en vernieuwing, deze wonderen, valt ook de nieuwe wereldleraar niet op. Wij moeten dus niet zeggen: Hij wordt nu onmiddellijk zo belangrijk. Wat ik zo net over Jezus heb verteld, dat is voor rekening van degenen, die dat verkondigen. Ik weet dat het niet waar is, maar ik moest het toch even vertellen om duidelijk te maken, waarover het ging. Hier zou dus Jezus geest volgens de Ahmadyah Moslim dan als het ware weer tot de wereld spreken en profeteren.

In de dagen van Jezus waren er ook die wonderen deden. En er was zelfs een enkeling bij, die beweerde dat hij de directe geest was let wel directe geest van David. David was erg belangrijk als de strijdvaardige, de kleine, die de reus had verslagen. En men had behoefte om reuzen te verslaan in die tijd. Op dezelfde manier gebeurt het vandaag. Dat die tussenpoos betrekkelijk groot is, komt omdat deze vernieuwingsgedachte samenvalt met een vernieuwende invloed van boven af. En iemand, die daarvan verstand heeft, kan haar zelfs berekenen (zuiver astrologisch) met de sterren. Er is nl. één moment geweest (dat is nu alweer zowat 21 jaar geleden), dat de planeten een zeer eigenaardige constellatie vertoonden. Er was nl. een heel samenstel van driehoeken. En als je die nu maar goed uitzet, dan blijkt verder dat die driehoeken ongeveer een Davidsster vormen. Dat was de tijd van de geboorte van de wereldleraar. De wereldleraar betekent de morele vernieuwing van de komende tijd. En als die vernieuwing zich gaat voortzetten, durf ik er een aardig dubbeltje wat ik niet meer heb onder te verwedden, dat het verloop van de geschiedenis ongeveer gelijk zal zijn aan het verloop in het verleden. En dan kunnen we deze conclusies gaan trekken: Zoals na de dood van Jezus Jeruzalem viel, het toenmalig geestelijk centrum van de wereld, zo zal na de dood laten we het, zo maar noemen van de nieuwe wereldleraar het geestelijk centrum van de wereld en dat is Rome op het ogenblik vernietigd worden: Gerekend volgens de ons bekende gegevens omtrent die wereldleraar (en dat moet u nu maar aannemen) zou dat over ongeveer 15 jaar zijn, 15 tot 20 jaar. Dan gaan we verder kijken. Wat is er nog meer gebeurd? Rome, als rijk, wel kort daarop. En het was Rome, dat Jeruzalem vernietigde: De kracht of macht die verantwoordelijk is geweest (of “zal zijn” beter gezegd) voor de vernietiging van Rome, zal zelf ongeveer 200 jaar later geheel hebben opgehouden te bestaan, maar zal reeds zeer kort na dit gebeuren in zichzelf verscheurd en verdeeld zijn.

Dan is er nog iets. Jezus leer werd in 300 jaren een wereldmacht in de toenmalige beschaving. Zij werd opgebouwd uit slaven, uit de verdrukten, uit de eenvoudigen. Er was toen een bovenlaag, die regeerde. Op het ogenblik ziet het er naar uit (u moet het mij niet kwalijk nemen, dat ik het zo zeg), of de arbeiders de bovenlaag zijn. Mijn conclusie is, dat de huidige verhouding, waarin arbeiders enz. het gezag hebben, binnen 300 jaren na de geboorte van de wereldmeester geheel vernietigd zal zijn en een totaal andere vorm hebben.

Zo valt er nog iets op. Jezus dood betekende een vreemde, een langzaam doordringende wijziging in de waardering van geldswaarden. Deze verandering voor de waardering van het materiële moeten wij ook in het heden gaan zoeken. En bij kleine groepen, de gezondenen van Jezus, gebeurde dat al betrekkelijk snel, nl. ongeveer 3 á 8 jaar na zijn dood; bij het uiteengaan van de christelijke commune, de christelijke gemeenschap in Jeruzalem. Dat wil zeggen, dat ik ook binnen een jaar of 15 verwacht (en waarschijnlijk al binnen kortere tijd), dat wij te maken krijgen met geestelijke zwervers. Mensen die lerarende de wereld doortrekken zonder een cent op, zak te hebben en het er toch altijd redelijk wel afbrengen. Ik denk, dat dat een aanstekelijke ziekte zal zijn en dat er een hele verandering op komst is alleen dank zij de wisseling van de regerende geest, die op het ogenblik mede een rol speelt.

Maar die regerende geest kan nooit het harmonisch geheel van de wereld verbreken. Hij neemt het gezag over, maar hij kan het niet ineens veranderen. Hij kan ook het ritme ervan niet verandering tenzij zeer geleidelijk. Een verandering van draaiing bv. tijdens de eerste drie geesten bracht een dag van een paar uur al heel gauw tot een dag van 18 uur. Dus nog niet de 8 uren dag maar per omwenteling van 8 tot 18 zeker. Dat was al een hele vertraging. Dat kan dus ook nu wel gaan gebeuren; er kan een grote verandering komen, maar nooit plotseling. Verder staat de aarde niet alleen. Zij staat in een direct verband met het zonnestelsel en alle planeten daarvan. Dat wil zeggen dat de ritmen, die in het zonnestelsel optreden, mede bepalend zullen  zijn voor de wijzigingen, die op aarde plaats kunnen vinden. Het houdt verder in dat de cyclische verschijnselen waarover wij gesproken hebben zich aanmerkelijk kunnen vertragen of versnellen over een periode van duizenden jaren, maar dat ze althans de eerste 5 à 600 jaar praktisch gelijk zullen blijven aan wat er nu kenbaar is. (Als we het helemaal precies willen zeggen, dan gaan we hier weer die 722 jaar bijhalen en die 1502 jaar.) Deze zekerheid maakt het voor u nu dus mogelijk om wanneer u eenmaal een ritme hebt erkend onverschillig waarin en dit hebt gecontroleerd aan tenminste twee andere vastliggende en waarneembare punten, u en opzichte van de toekomst voorlopig nog een redelijke prognose kunt  stellen, die niet op de dag of de datum of het uur afgesteld is, maar die in perioden gezien een absoluut overzicht geeft van hetgeen te verwachten is. En die u in staat stelt uit het totaal der nog bewaarde historie de stof te halen, waaruit u het beeld van morgen reeds vandaag kunt opbouwen.

Al het voorgaande is voor u in feite illustratief materiaal. Indien men echter het belang van het hier gezegde en gegevene nader wil beschouwen, zo dient men aan de hand van historie maar ook persoonlijk leven na te gaan in hoeverre dergelijke periodieke verschijnselen optreden en moet men pogen om zo mogelijk voor een nabije toekomst voor zichzelf een zij het zeer algemene prognose te stellen, die gemakkelijk kan worden getoetst. Indien u nl. hebt geleerd deze methode van grove benadering te gebruiken dan kunt u met andere methoden, die mogelijkerwijze ook in een reeks lezingen nog ter sprake zullen komen, op den duur volledig niet slechts uw eigen leven van te voren zien (dus weten hoe te handelen); maar ook te bepalen en te wijzigen, want ook die mogelijkheid is hierin reeds opgesloten. Ik hoop dan ook, dat men zich de moeite wil getroosten om aan de hand van eigen leven en denken dergelijke proeven te nemen. Zijn er enkele punten bij, die u vreemd of onverklaarbaar voorkomens dan ben ik te allen tijde genegen om deze aansluitend aan een lezing te behandelen in een der volgende maanden.

Levensritmen

In alle leven keren bepaalde verschijnselen periodiek terug. Dit is niet alleen bij het lichaam, waarbij o.m. gewenning een rol kan spelen, maar wij vinden soortgelijke effecten in de psyche, die niet verklaarbaar zijn door direct stoffelijke oorzaken. Wij vinden daarnaast z.g. toevalsfactoren, die eveneens wisselen maar met een zekere regelmaat terugkeren. Hieruit kan de conclusie worden getrokken, dat elke mens periodiek bepaalde beïnvloedingen ondergaat. Voor zover deze inherent zijn aan de stof, kunnen zij gewijzigd worden door scholing. Dat wil zeggen dat het normale levensritme van de mens in de meeste gevallen enigszins gewijzigd wordt door de maatschappij en dat gewoontevorming de eigenlijke cadans, waarin hij leeft, bepalen zal.

Wat betreft de psychische factoren (dus denkvermogen, onderbewustzijn, bovenbewustzijn en al wat daarmee gereleerd is) deze zullen echter ook aan bepaalde verschijnselen onderhevig zijn, die als een cyclus terugkeren. Wij kunnen hier bv. wijzen op het cyclisch optreden, van oorlog, wat voortkomt uit onredelijke angst en haat. Wij kunnen hierbij wijzen op bepaalde perioden, meestal ongeveer van 20 tot 25 jaar, waarin nieuwe uitvindingen worden gedaan en wel praktisch over de gehele wereld gelijk. Daarna treedt een periode van consolidatie op van ongeveer een 70 jaar, waarna een periode van ongeveer 50 jaar optreedt, waarin men alleen gebruik maakt van het reeds verworvene zonder het verder uit te breiden of te vernieuwen.

Een dergelijke periodiciteit kan niet ontstaan zonder reden. Er moet dus een achtergrond zijn. Wat ons betreft, wij menen dat deze achtergronden voor een gedeelte althans in de geest te zoeken zijn. Op grond daarvan kunnen wij omtrent levensritmen het volgende stellen:

In de eerste plaats kennen wij het grote ritme, dat terugkeren. kan in het mensenleven, maar niet noodzakelijkerwijze. Voorbeeld: Wanneer wij na de periode van jeugd (dus lering en bezinning) een periode van adolescentie krijgen (puberteitsjaren), dan volgt hierna een periode van werkzaamheid en zelfbevestiging in de wereld. Hierna volgt meestal wederom een periode van bezinning. Is echter het eigen levensritme in dit opzicht betrekkelijk kort, dan kan bij sommigen rond 40 á 50 jarige leeftijd, bij anderen later een periode ontstaan, waarin de gelijke instelling van de puber wederom kenbaar wordt, zij het misschien iets meer beheerst door grotere levenservaring. Dit grote ritme is zeer moeilijk vast te stellen, zeker voor een leek. De grove regel, die gebruikt wordt, is de volgende: Dit zijn meestal perioden, die onder te verdelen zijn in 7 jaarcycli, waarbij elke periode van lering 2 cycli omvat, nl. opmerking en absorptie. Daarna krijgen wij een daadperiode (of puberperiode) meestal wederom van 7 jaren, daarna een periode van zelfbevestiging van wederom 7 jaren, maar bij sommigen 14 jaren. En zo verder. Deze ritmen kunnen wij dan ook over het algemeen verwaarlozen.

Belangrijker levensritmen zijn die der vitaliteit. Vitaliteit volgt over het algemeen een ongeveer 28 tot 30 daagse cyclus. Dat wil zeggen dat gedurende deze periode een absoluut dieptepunt van vitaliteit voorkomt plus een absoluut hoogtepunt van vitaliteit. Daarnaast komen 4 punten van nul waarde, dus noch negatief noch positief vitaal zijn voor. Opvallend is dat het deze 4 punten zijn, die bv. het overgangstijdstip helpen bepalen. Zelden gaat iemand in een dieptepunt van vitaliteit over, zeer zelden op een hoogtepunt. Wanneer dit gebeurt, is dit aan buiten het “ik” gelegen omstandigheden te wijten. Maar krijgen wij een overlijden bv., door uitputting bij ziekte, ouderdom e.d., dan valt dit meestal juist in de periode van deze laat ons zeggen ongeveer 7 daagse punten, deze punten van nul waarde. Er is dan op dat ogenblik een stilstand in de eigen levensvloed, die te vergelijken is met het ogenblik “stilstaan” bij kerend tij.

Er vloeit geen water in, geen water uit. De stromingen, die normaal bestaan, houden op te zijn. De stromingen zijn voor ons de differentiaties binnen het “ik “, die de levensvlam aanwakkeren en gaande houden. Ook bij een dieptepunt. Prestatievermogen echter zal bij een dieptepunt praktisch nihil zijn vergeleken bij een hoogtepunt. Wij weten dus nu, dat elke mens zijn eigen periodiciteit hier kan bepalen door een aantal maanden na te gaan, welke dagen hij zich bijzonder wel gevoelde en bijzonder veel presteerde en de dagen dat hij absoluut niets kon doen en zelfs bijna niet kon nadenken.

Hiernaast loopt een psychische cyclus, die wij omdat zij wisselt meestal de wisselende 21 daags cyclus noemen. Het levensritme van de geest is nl. enigszins anders dan van de stof. Er zijn ogenblikken van buitengewone sensitiviteit waar te nemen. Bij sommigen is dit een vooruit zien, bij anderen daarentegen openbaart het zich alleen in een bijzonder scherp opvatten en bijzonder snel en volledig onthouden. Schijnbaar alleen mentale functies zijn hier echter geestelijke zwaarden mede in gemoeid. Dit komt voor eens per 3 weken, gemiddeld 1 hoogtepunt, 1 dieptepunt, gemiddelde periode dus tussen de 10 en 11 dagen. Vaststelling hiervan maakt het wederom mogelijk om die perioden te bepalen, waarop men bijzondere aandacht vergende bezigheden kan verrichten; verder ook die perioden te bepalen, waarbij meditatie, contemplatie, geestelijk grotere gevolgen kunnen afwerpen.

Er bestaat verder een z.g. 4 maandcyclus. Deze 4 maandcyclus heeft niet alleen te maken met de vitaliteit of met het mentaal of geestelijk werken. Het is een periode, waarin eigen harmonie zich wijzigt ten opzichte van de omgeving. Zij kennen in een 4 maandperiode over het algemeen twee kleine punten van disharmonie en twee kleinere punten van harmonie plus één groot punt van harmonie. Kan men deze grote punten vaststellen, dan rekent men er mee, dat bij een gelijkmatige verdeling van de tijd ongeveer een vaststelling van de kleine punten van harmonie mogelijk is. Is men ten opzichte van zijn omgeving volledig harmonisch, dan zal men buitengewoon veel aanvoelen en begrijpen (vergroting van sensitiviteit); daarnaast zal men veel meer levenskracht uit die omgeving kunnen ontvangen, gemakkelijker herstel, minder rustbehoefte, groter recuperatievermogen bij uitputting, etc. Men zal naast de geestelijke en de stoffelijke waarden bovendien ook voor het gemeenschappelijk bewustzijn bijzonder gevoelig zijn. Vooral bij de grote top is het voor sommige mensen mogelijk om inspiratief uit de totale menselijke kennis van het ogenblik te putten en zo uit het gemeenschappelijk, bewustzijn voor zichzelf alle gewenste waarden te verwerven.

Belangrijk bij de 4 maand-periode is dit Bij negatieve punten is een afsluiting van de wereld noodzakelijk om zo tot redelijke resultaten te komen. Dus men gaat niet uit naar anderen, zoekt geen harmonie met de kosmos, maar slechts vrede in zichzelf: Bij hoogtepunten echter probeert men zoveel mogelijk juist met zijn omgeving in aanraking te komen en deze contacten zo sterk mogelijk voort te zetten. Uit deze contacten plus een doelbewust handelen volgt dan vanzelf de noodzakelijke inspiratie met inzicht, de dadendrang en wat er verder bij hoort. Verder de zekerheid, dat mits in het hoogtepunt liggende de wereld, in harmonie zijnde met u, u zal steunen in uw streven en werken.

De grotere perioden zijn bv. de 7 jaar-periode, waarover ik u reeds sprak; daarnaast echter ook een 40 jaar-periode. Ook deze is niet door de mens vaststelbaar, maar kan bij terugblik op het leven vaak worden gevonden. Een periode van veertig jaren, die ten hoogste drie jaar voor de geboorte begint en dus bij de mens zal liggen tussen de leeftijd van ongeveer 37 jaren en ongeveer 44 jaren, brengt voor de meesten een absolute verandering van omstandigheden. Indien in deze verandering van omstandigheden een aanpassing wordt gevonden, geldt dit in feite als een soort tweede leven. Men krijgt nl. een nieuw standpunt ten opzichte van  de wereld, zo nieuwe waarden voor geestelijke bewustwording en is als het ware in het eigen leven herboren. Het is niet vast te stellen, of voor allen deze periode precies veertig jaren bedraagt. Zij kan tot 47 jaar zijn, terwijl in de meest bewuste gevallen, die incarneren, een 40 jaarperiode kan worden teruggebracht tot één van ongeveer 27 jaren tot 30 jaren. Dat betekent, dat bij dezen een hergeboorte tijdens hetzelfde leven sneller mogelijk is en sommigen van hen dus meer van deze fasen althans meer dan twee in één mensenleven kunnen onderbrengen.

Bij alle ritmen wordt verder rekening gehouden met de versterkende of verzwakkende invloed der hemellichamen. Ook deze door hun straling, kleine wijzigingen in zwaartekracht, de wijzigingen van straling en richting ten opzichte van de kosmos hebben hun invloed. De juiste keuze van het astrologisch juiste moment tijdens een persoonlijk hoogtepunt maakt het mogelijk de resultaten te verveelvoudigen.

Ook moet rekening worden gehouden met eigen omgeving. Komt een periode van hoogste activiteit aan en weet men dit, dan zal men altijd proberen. om de omgeving van tevoren daarop voor te bereiden. Een dergelijke voorbereiding kan Indien bewust volvoerd in enkele maanden worden volbracht maar zal vooral onbewust vaak enige jaren kunnen vergen. Dergelijke aanpassingen zijn belangrijk, omdat eerst dan in maximale harmonie met de omgeving het grootste resultaat bereikbaar wordt.

Men onthoude verder, dat de eenvoudige vitaliteitsgolven, die dus als normale dag fluctuatie op aarde voorkomen, over het algemeen ongeveer gelijkelijk verlopen met de tijden. En dan is ook hier weer dood tij het gevaarlijkste moment, niet eb of vloed. Ik verwijs u naar hetgeen daaromtrent reeds werd gezegd. Ik hoop u hiermee in klein bestek althans enig nader inzicht gegeven te hebben.

Definities

Conventie: Het masker, waarachter de mens zijn eigen onvermogen pleegt te verschuilen.

Frustratie: Het onvermogen te doen wat je wilt, zonder eerlijk genoeg te zijn om jezelf te bekennen waarom.

Nuchterheid: Een poging om alle dingen te zien zoals ze werkelijk zijn, zonder jezelf of anderen ook maar iets te verbloemen van datgene, wat je als waarheid ziet.

De grootste ernst: Het vermogen om te glimlachen over het totaal van de onbetekenende gebeurtenissen.

← vorige tekst
overzicht
volgende tekst →
image_pdf