Wereldbeeld – Les 05 – Doen en denken

image_pdf

februari 1960

Doen en denken

Deze titel is nu niet direct een titel, die je verwacht in een ontwikkeling van het wereldbeeld. Toch meen ik aannemelijk te kunnen maken, dat deze twee factoren en hun onderlinge verhouding kenschetsend zijn voor al wat op de wereld gebeurd is, maar ook al wat op de wereld gebeuren zal. Om dat duidelijk te maken moet ik eerst eens teruggaan in de prille geschiedenis van de mens.

Wij kennen daar een robbenachtig volk waaruit zich de z.g. land Lemurië ontwikkelt. Ik zeg “robachtige” vanwege de vorm. Innerlijk is dit een amfibie. Deze wezens hebben een denkvermogen. Hun daden echter worden niet door dit denkvermogen beïnvloed. De instinctdrang, geregeerd door hogere geestelijke krachten, bepaalt voor hen hoe zij zullen trekken, hoe ze zich voeden, hoe ze zullen paren. Het denkvermogen zelf beperkt zich ertoe bepaalde godsdienstige vormen te scheppen en uit deze godsdienstige vormen een steeds groeiend besef omtrent de geestelijke leiders van dit ras te doen ontstaan.

Van denken en doen als een eenheid mag hier zeker niet gesproken worden. Zelfs wanneer de nevelen op aarde wat opklaren en in aanvullende fase het ras ontstaat, dat wij gemakshalve samenvatten onder Atlanten (ofschoon dat niet helemaal juist is), vinden wij de tweede fase. Hierbij wordt voor sommigen een onafhankelijkheid mogelijk. Anderen daarentegen zoeken rog steeds naar leiding. Zij krijgen die in steeds mindere mate direct. In plaats van de directe instinctdrang ontstaat een symboliek (eigenlijk een soort godsdienst kun je zeggen), die zijn uiting vindt in een. ik zou haast zeggen een patriarchaal feodale verhouding. Wij krijgen nl. te maken met stamleiders, die de stemmen der goden zijn, over het algemeen inderdaad gemakkelijker met de geest in contact kunnen treden tot wie nu elke vraag gericht wordt en die over het wel en wee (alle lichamelijke functies omvattend) van hun stamleden in het begin beslissen.

Hierin komt langzaam maar zeker een scheiding, want kracht en geestelijk vermogen zijn nu eenmaal twee dingen, die niet altijd samengaan. Er ontstaat een krijgsmansstand, die zeer sterk is in het doen. Zij zijn de beschermers van hun eigen volk, de regeerders van hun eilanden of hun rijkjes, maar ze zijn tevens op hun wijze weer horig aan de priesterkaste. Je krijgt dus een scheiding in deze periode, die sindsdien naar ik meen zich steeds sterker heeft. voortgezet, Een scheiding van het menselijk geslacht en ras in de daad mens. en de denk mens.

In de moderne tijd zou je waarschijnlijk gaan spreken over de practicus en de theoreticus ofschoon dit niet volledig zuiver is. Als wij nl, de vroegere ontwikkeling verder nagaan vinden wij tegen het einde van het eerste Atlantische rijk een groep van denkers, die in staat zijn hun ideeën te doen verwerkelijken. Zij zijn meester en hebben hun slaven, die gebruikt worden als een soort extensie van het eigen “ik”, dat dan ten opzichte van deze slaven als denkvermogen fungeert. Bij deze ontwikkeling blijkt echter, dat de denkers tot de praktische uitingen komen. Dat is begrijpelijk, ze trekken logisch hun lijn en komen tot de uitvinding van wapens, ontdekkingen omtrent de werking van vulkanen zij realiseren zich verder verschillende mogelijkheden van eb en vloed en ontwikkelen daarmede ook de zeevaart in zeer grote mate. Kennis van de sterren wordt op dezelfde manier vergaard en ook gebruikt. Voor de krijgslieden echter zal deze kennis, zodra zij materieel uit te drukken is, een middel. tot hantering en tot zelfhandhaving worden. Deze zelfhandhaving brengt met zich mee, dat praktisch alles, wat door de denker wordt ontdekt terwijl hij niet tevens een volledige daadmens is voort tot een misbruik van het product der gedachten door de daadmens.

Ik wil er nu niet direct over gaan filosoferen, hoe elke uitvinding, tot zelfs die van het vuur toe, onmiddellijk tot wapen werd. We zouden er op kunnen wijzen, dat het wiel niet het eerst werd gebruikt zoals u misschien zou denken om buit te vervoeren ofschoon dat heel gauw gebeurden vooral jachtbuit maar evenals de primitieve slede in het begin werd gebruikt als aanvalswapen, nl. o.m. munitie dus stenen van een juiste afmeting: Stokken enz. op een hoogte te brengen vanwaar ze gebruikt konden worden.

Het is wel eigenaardig als je dat zo nagaat. Deze tendens zet zich trouwens overal voort. Ik denk hier nu niet. alleen ,aan de gewone uitvindingen, maar denken en doen hebben soms samen zeer eigenaardige producten gebaard. Kinderen, herders, vonden de slinger uit. Die slinger was in het begin geen wapen maar eerder een speeltuigje. Hij was zeer eenvoudig gemaakt meestal van een reep soepele boombast, waarin een niet al te grote steen kon worden weggeslingerd. Later erkende men hierin de mogelijkheid een baan te berekenen en van een zij het niet direct geformuleerde erkenning van zwaartekracht was door de denker al heel gauw sprake. Want een steen valt ter aarde.

Alleen het “waarom” heeft hij zich waarschijnlijk nog. niet kunnen realiseren. Deze eenvoudige slinger zou aanleiding kunnen zijn tot onnoemelijk veel ontdekkingen omtrent de aarde zelf. Maar wat brengt ze in feite? Denkt u eens aan de grote belegeringswerktuigen uit de oudheid. Denk aan de Romeinse balista bv. Deze werpkanonnen zijn niet anders dan een ontwikkeling van de slinger. Maar het moest ruim 1850 worden, voor men er toe kwam die slager te gaan gebruiken als iets, waarmee je de toestand van de aarde het zwaartekrachtveld van de aarde en de beweging van de aarde enigszins kunt vaststellen. U weet, één van uw landgenoten, Dr. Vening Meinesz, heeft zich op dat terrein nogal geweerd. Hij was een voorloper van vele mensen uit de tweede wereldoorlog, aangezien hij juist ondergedoken zijn beste werk heeft verzet.

Deze geschiedenis brengt ons steeds tot dezelfde conclusie, denken en doen worden te veel tot gescheiden waarden gemaakt. En dat betekent dat elke fluctuatie in wereldbeïnvloeding (volgens de voorstelling, die ik u heb gegeven van golflijnen) een tweeledig effect, een tweeledig resultaat moet hebben. En dit resultaat mag niet worden gezien als het ontstaan van twee tegenstellingen, maar van twee door menselijk bewustzijn volledig different geziene krachten, die soms elkaar kunnen aanvullen en soms elkaar volledig opheffen of vernietigen. De wijze waarop die twee krachten tegenover elkaar staan is alleen op te maken zit het gemiddeld geestelijk peil van het totaal: Der mensheid die bij zo’n bepaalde golf betrokken raakt.

Ik moet er hier even op wijzen, dat bv. het Christendom zelf één van de meest sprekende voorbeelden is van een absolute scheiding tussen denken en doen. De verkondiging van de leer en de prediking van de leer zelf zijn zelfs vaak in absolute strijd met de praktijk van die leer. Men moest een aparte soort van logica ontwikkelen om deze tegenstelling, althans voor het oog van de leek, op te heffen. Om een voorbeeld te geven: Jezus predikt voor zijn leerlingen absolute armoede. Indien ik nu deze armoede voor mij persoonlijk aanvaard en ik ga toch een groot bezit bijeengaren in de dode hand bv., dan wordt daarvoor de volgende reden gebruikte die m.i., een drogreden is: “Men kan mits men het voor zichzelf, niet gebruikt en leeft, alsof men bezitloos ware alle bezit zien als een vragen, dat God in de handen der rechtvaardigen geeft.” Dat is natuurlijk kolder.

Jezus wil zijn leerlingen zonder bezit door de wereld laten gaans opdat ze daardoor niet van hun taak voorden afgeleid. En nu moet u mij niet wijsmaken dat al leef je nog zo arm je bv. als een klooster overste met een groot bezit niet naar dat bezit kijkt en zelfs naar de vermeerdering daarvan. En of je dat nu vermeerdert als een vragen voor God of als een bezit voor jezelf maakt weinig verschil uit, behalve zeer misschien voor de innerlijke toestand. De leer en de daad liggen ver uiteen.

Datzelfde vinden wij met alle theorieën. Een voorbeeld in de moderne politiek. Op het ogenblik wordt algemeen gestreefd naar vrede. Alle denken in de wereld is inderdaad wel op die vrede gerichte onverschillig of het oostelijk of westelijk blok is. Maar de praktijk brengt mee dat men omwille van die vrede drogreden, zich gaat bewapenen. Hier is dus inderdaad wel sprake van een heel eigenaardig iets. Zou zoals in het begin van de mensheid een kracht van bovenaf die mens regeren, dan zouden Wij moeten zeggen: Goed dit is een geestelijk ingrijpen, een geestelijke wet. Maar de krachten, die op het ogenblik in werken, kunnen dit niet meer doen tegen de absolute wil van de mens in.

Ze kunnen trachten die mens. te vormen in zijn wil en hem de kans geven om het juiste te kiezen. En ik geef toe dat de geest wat dat betreft tot ontdekkingen was gekomen, die op het ogenblik bv. de zelfbedieningswinkelier pas ontdekt heeft, suiker kopen ze toch, leg dat beneden, maar de bonbons die nodig zijn, zet die er bovenop want die geven winst en die wil je vooral verkopen.

Zo gaat het bij ons ook. De praktische waarden, die de mens bij ons zoekt och, die liggen beneden daar moet je naar bukken. Maar datgene wat wij willen propageren dat vindt u altijd boven direct op ooghoogtes zodat u het zo kunt pakken. Maar Wij kunnen u niet tegen uw wil in dwingen om iets te nemen, zo min als een winkelier u kan dwingen iets te kopen. En uzelf bent dan wel gebonden aan die vele cyclische verschijnselen maar aan de andere kant heeft u toch een vrijheid van keuze, want u kunt steeds aanvaarden of verwerpen. Het resultaat is dus, dat denken en doen op dit ogenblik belangrijker zijn en meer een eenheid dienen te zijn dan ooit voordien.

Denken en doen als eenheid zouden als volgt kunnen worden uitgedrukt: Ik wil vrede. Als ik vrede wil , zal ik beginnen met elke voorbereiding voor een andere dan een vredige  toestand terzijde te werpen, opdat ik niet in de verleiding moge komen vanuit mijzelf de vrede te verbreken.  Godsdienst. Ik zal de wil Gods vervullen. In dat geval heb ik mij ook alleen te houden aan hetgeen  ik voel als wil Gods en zal ik voor mijzelf geen enkele zorg mogen dragen. Dat is dan Gods taak: U ziet dat zijn dingen die je tegenwoordig eigenlijk niet verwachten kunt. Toch wijst alles erop dat de mens die kant moet uitgaan. En om nu die toekomst een beetje beter te bekijken een beetje beter te weten wat er gaat gebeuren, gaan we eens zien hoe in de moderne tijd de eventuele tegenstelling of gelijklopendheid van denken en doen bepaald kan verorden. Als u er prijs op stelt wil ik een voorbeeld noemen dat uzelf mij geeft, zodat u niet denkt dat ik alleen maar een voorbeeldje uitzoeken dat toevallig zo mooi is. Hebt u een voorstel?

  • De Gaulle

Een figuur, die zoals we ons ongetwijfeld zullen realiseren als denkend mens bijzonder rechtlijnig is. In De Gaulle bestaat er maar één richting. Voor hem is het: Zeer moeilijk zich aan andere te onderwerpen, dat heeft hij meermalen getoond. Hij heeft verder een beroep gedaan op laat ons zeggen de nationale gevoelens, dus op een grootheid die, in feite niet bestaat. Als zodanig zouden we De Gaulle in de eerste plaats mogen zien als een vertegenwoordiger van het denken.

Dit wordt bevestigd door de wijze, waarop hij bijvoorbeeld ten opzichte van  Algiers kort geleden ingreep: Met het woord, met de uitgesproken gedachte, niet met de wapens. Zijn tegenpartij is over het algemeen een groepering, waarde daad sterk op de voorgrond staat. Van veel toespraken horen wij in verhouding niet. Van een doordachte filosofie of zelfs een doordacht plan voor de toekomst is noch bij de AFL noch bij de andere opposanten sprake. (Misschien wel bij sommigen, die hongeren naar een ministersplaats, maar ik geloof dit in deze beschouwing wel te mogen uitsluiten.) Daar stam tegenover pogingen tot daadwerkelijk verzet (de laatste rebellie); maar ook terreurhandelingen.(bv, het optreden van de z.g. Rode Hand, een Frans Algerijnse organisatie, die zich specialiseert in sluipmoord, bommenwerpen, enz.).

De eigenaardige acties van de Algerijnen die een hele tijd lang schijnbaar niets beters hadden te doen dan de dorpen van hun eigen landgenoten te verbranden, hun eigenlandgenoten te straffen, als ze toevallig met de Fransen op een meer vriendschappelijke wijze in contact waren geweest. Daadmensen, die zich niet goed realiseren, wat de consequentie is. Want dat Algerijns verzet, dat Algerijns rebellen leger, is nu net direct een groep, die op deze wijze de welwillendheid van de grote massa van de werkelijke Algerijnen kan winnen. Terreur wekt verzet. Dus hier is geen directe beïnvloeding te verwachten.

Nu staan we dus op het ogenblik voor het feit, dat twee groepen in Algerije als daadgroepen een hoop ellende hebben geschapen, waar tegenover De Gaulle staat als de man, die tot op dit ogenblik werkt en vecht met de wapens van het denken, maar daarbij abstract blijft en genoopt blijft om ook abstract te handelen. Men kan wel menen dat hij tot een daad handelen overgaat; maar gebeurt dat, dan is de rede weer weg. Want als De Gaulle zich mee laat voeren door zijn emoties, dan mogen wij er niet meer op rekenen, dat hij verantwoord en redelijk handelt. Voor een toekomstige ontwikkeling zou je dus bv. dit kunnen stellen:

  1. op het ogenblik is het denken superieur.
  2. de golven, die op het ogenblik de wereld bereiken (perioden dus), leggen de nadruk op mysticisme; zij leggen, daarnaast ook de nadruk op verwarring, opstandigheid en prikkelbaarheid. Mystiek is niet bevorderlijk voor bewust denken in deze stoffelijke zin tenminste. Daar staat tegenover, dat prikkelbaarheid, onredelijkheid e.d. over het algemeen wel onmiddellijk een daad tot stand kunnen brengen. Zij vormen een voortdurende provocatie tot onoverlegde handeling. Hieruit volgt, dat de overwinning die De Gaulle op het ogenblik behaald heeft, niet een eindoverwinning kan zijn. Hieruit volgt verder, dat voor het volk alleen de daad (dus de overwinning) van belang is, maar dat men De Gaulle onmiddellijk weer verlaat wanneer hij minder succes boekt, vooral wanneer zijn tegenstanders in plaats van terreurdaden te plegen een daadwerkelijk gevecht zouden beginnen.

De daadmensen, die zich van hun gezag ontheven zien, zijn niet geneigd de toestand te laten zoals hij is. Begrijpelijk. Consequentie: Er moet dus binnenkort door De Gaulle zeer, snel maar in de sfeer van het denken een reeks van beslissingen worden genomen, die irrevocabel zijn; dan wel deze zelfde De Gaulle zal zich door daadwerkelijk verzet niet alleen in Algerije maar ook in eigen land voor de onmogelijkheid geplaatst zien zijn eigen plannen te doen ontplooien. Conclusie: voor De Gaulle wordt de moeilijkheid verwacht op het ogenblik, dat de huidige tendens van verwarring een top bereikt en wel voor dat deel van de wereld, dat op gelijke hoogte ligt met Frankrijk. Gezien de cyclische verschijnselen en de wijze, waarop deze ook rond de wereld gaan, zou dit moeten zijn in juni juli. Er zou dus van een groot conflict in Frankrijk, een grote moeilijkheid voor De Gaulle sprake moeten zijn rond augustus.

U ziet, zo’n beredenering is op zichzelf niet zo moeilijk, als je tenminste over voldoende grafieken beschikt. Beschik je daar niet over, dan kun je natuurrijk moeilijk een tijd bepalen. Je kunt wel echter de algemene tendens, die je in de wereld opmerkt, toepassen ook op een dergelijk conflict. En dan zouden wij dus zonder de door mij gegeven tijdsbepaling gaan zeggen. De Gaulle zal ongetwijfeld een vuurproef moeten ondergaan nog in de loop van dit jaar. Op deze manier, nu kun je die strijdigheid van denken en doen mee gaan inwerken in de gebeurtenissen, op politiek en religieus terrein en kun je ze zelfs gebruiken om reeksen van ontwikkelingen na te gaan, bv., van deze wereld zelf.

Een vraag als “Wat zal het voertuig van de toekomst zijn?  is aan de hand hiervan zeer eenvoudig te beantwoorden. De fabrikant is niet identiek met de ontwerper. De fabrikant is de daadmens, hij produceert. De ontwerper is de denker, hij creëert. Tussen deze beiden bestaat altijd een scheiding, die dan via tussentrappen als verdere ontwerpers meestal vel kunnen worden opgeheven. Echter zal het voor de producent belangrijk zijn bij een zo klein mogelijke wijziging aan zijn productie apparaat een zo groot mogelijke productie tellen zo weinig mogelijk kosten en een redelijke winstmarge zoveel mogelijk op de markt te brengen. En dat houdt in dat werkelijk ingrijpende veranderingen alleen dan gemaakt zullen worden, Indien concurrentie ze onvermijdelijk maakt. Als Wij daarnaast echter zien, dat de concurrentie in deze industrie feitelijk afneemt in plaats van toeneemt (zoals menigeen denkt), zo zouden wij kunnen zeggen, dat de grote strijd in de toekomst op productie terrein (het daad terrein) komt te liggen tussen Europa, Japan en Rusland enerzijds en de Ver. Staten anderzijds. De ontwerpen van de Ver. Staten zijn altijd progressief. Daarentegen staat de ontwerpgedachte en vooral de productiegedachte in Europa, Japan en Rusland over het algemeen minder in de progressieve zin. Men is behoudend in de vormgeving en gaat alleen over tot technische vernieuwingen. Indien dat onvermijdelijk is. De conclusie, die wij hieruit moeten trekken is dezes de invloed van de ontwerpers zal in deze strijd steeds kleiner worden in plaats van groter. Slechts een aanpassing aan de gemiddelde smaak van de massa zal plaatsvinden. En waar deze plaatsvindt, zal over het algemeen van een feitelijke vernieuwing weinig of geen sprake zijn.

Conclusies: De toekomstige voertuigen, gerekend bv. over 20, 25 jaar zullen vele kentekenen dragen van de huidige automobiel. Ze zullen waarschijnlijk iets compacter zijn gebouwd en Wij zullen ongetwijfeld enige veiligheidsmaatregelen meer vinden dan heden ten dage, hoofdzakelijk dank zij voorschriften. Van een feitelijke en ingrijpende verandering van voortbeweging en aandrijving zal echter geen sprake zijn. Dit is een logische conclusie die je trekt, nietwaar?

Maar als we nu nog 50 jaar verdergaan, wat gebeurt er dan? Op het ogenblik dat een productie vastloopt in een strijd met volkomen gelijke middelen. Is de enige oplossing voor de daadmensa de vernieuwing. Deze vernieuwing moet van uit een creatief standpunt voorden gebracht. Na die 25 jaar krijgen we te maken met absolute veranderingen in ontwerp en waarschijnlijk zelfs in aandrijving en voortbewegingsmethoden. Van zweefwagens zal dan heus nog geen sprake zijn. Dien dingen zijn nl. niet rendabel te maken, omdat men niet in staat is de wegennetten en alles daaraan aan te passen. Maar straks zullen die dingen moeten beantwoorden aan andere eisen. Wij zullen dan inde eerste plaats zien de nuttigheidseisen, die ook voor het ontwerp (en de ontwerper) heel prettig zijn en ten dele reeds gecreëerd zijn; nl. een aanpassing van de snelheid aan wegentypen, waarbij het voertuig ongeacht de poging al of niet te versnellen een constant tempo behoudt, dat slechts dan gewijzigd wordt, als door eigen waarneming van het voertuig inderdaad belemmeringen zouden kunnen optreden. Deze apparatuur zal waarschijnlijk niet geheel uitgeschakeld kunnen worden en zal mogelijk zelfs gekoppeld zijn aan signaalzones.

De vorm van het voertuig zal ongetwijfeld veel veranderen. De huidige vormen, die aero dynamisch worden geschapen om een zo groot mogelijke snelheid te bereiken, zullen weinig zin meer hebben. De gemiddeld toegestane snelheid zal liggen rond de 60 mijl of 90 km, per uur. Dit wil zeggen dat men meer op het comfort kan gaan bouwen. De schepper zal daarbij zoeken naar een zo eenvoudig mogelijk constructieve vorm. En ik vermoed, dat wij daarbij constructies zullen zien uit romboïden, daarnaast echter eenvoudige constructies, dus halve eieren op wielen. Het materiaal zal over het algemeen vernieuwd worden en van ijzer zal weinig of geen sprake meer zijn. Gezien de behoefte van de schepper aan een materiaal, dat zeer weerstandskrachtig is; dat grote kleurmogelijkheden biedt en in elke vorm gemodelleerd kan verorden, zal dat waarschijnlijk de kant uitgaan van fiberglas, dat eigenlijk voor deze doeleinden nog beter is dan plastics. Dat zijn zo een paar dingen. Dat extrapoleer je uit het heden zonder meer.

Maar dan gaan we nog een stap verder. Wat zal dit verkeer dan verder te zien geven? Van luchtverkeer door particulieren, zal maar weinig sprake zijn. De monopolie vorming van de grote maatschappijen enerzijds (waarvan u nu ook al het een en ander kunt merken) en de onmogelijkheid om als particulier werkelijk aan alle eisen beantwoordende vliegtuigen te betalen, zullen na een korte tijd, dat de sportvliegtuigen aanmerkelijk toenemen, deze doen verdwijnen. Een groot gedeelte van het vervoer komt dus in handen van grote ondernemingen, waarbij zeer veel van dat vervoer plaats zal vinden hetzij langs rails hetzij wat veel waarschijnlijker is door de lucht, maar dan op door radiogolven vastgelegde koersen; dus nauw gebundelde signalen van baken tot baken, die als koers leidend dienen. Krachtvoorziening door elektriciteit, die uitgestraald wordt, is rond het jaar 1990 mogelijk en zou dus zeer zeker het vervoer nog aanmerkelijk vereenvoudigen. Voor kleine afstanden zal het wegvervoer blijven, behalve in de grote steden, waar grote delen alleen op openbare vervoermiddelen aangevreten zullen zijn. Van trams en bussen zal weinig sprake zijn, daarentegen wel van een soort gemeenschappelijke taxidienst, die dus voortdurend mensen opneemt, maar deze niet brengt van huis tot huis, maar alleen van vaste plaatsen tot vaste plaatsen, dus van standplaats tot standplaats.

Op deze manier kun je verdergaan. Je kunt zeer redelijke toekomstbeelden bouwen, je kunt ook zeer dodelijk voor jezelf op den duur gaan vaststellen, waar het naar toegaat. Ik geloof dat dat laatste ook belangrijk genoeg is in dit betoogje om er eens eren de nadruk op te leggen.

Denken en doen: Mogen nooit onmiddellijk één worden en wel omdat de gedachte minder beheerst is op het ogenblik dan de daad. Slechts bij een absolute beheersing van de gedachte zou elke gedachte onmiddellijk oorzakelijk kunnen zijn voor de daad en omgekeerd zou elke daad onmiddellijk en zuiver aansprakelijk kunnen worden geacht voor de gedachte. Voorlopig echter zal er tussen deze een middenstof moeten zijn, en deze middenstof zou dan zijn samengesteld uit een zeker percentage aansprakelijkheidsgevoel en een zeker percentage fantasie. De doorsneemens zal zich in de komende tijd steeds meer genoopt voelen zijn eigen denkbeelden tot uiting te brengen, maar hij zal dit voorlopig althans alleen in zijn eigen sfeer doen. Dan krijgen we denken en doen als eer, eenheid, die niet meer overkoepeld kan voorden door de huidige organen van binding als kerken, politieke bonden en wat eventueel dies me zij. Er zou dus in het sociale leven een zeer sterke hervorming kenbaar moeten worden.

Gezien de huidige tendens in voornoemde instellingen, zou een absoluut verdwijnen daarvan enkele honderden jaren vergen. Er zal dus zeer waarschijnlijk in ongeveer honderd jaar sprake zijn van een zelfstandig denkende mens, die zich echter bij zijn daad mede (maar niet overwegend) zal laten leiden door de daadmogelijkheden die erkent partijen e.d. hem hebben gegeven. Het lijkt mij een interessant spelletje voor u om zelf eens te proberen deze dingen toe te passen. En wanneer u daar toch mee bezig bent, wil ik u ook nog op wat anders wijzen.

Wij hebben in de historie voortdurend mensen, die elkaars tegendelen zijn, die elkaar als het ware  aanvullen aan de ene kant, maar aan de andere kant elkaars notie en invloed corrigeren. Soms liggen zij kort na al kaar. Denk bv. aan de Martels en daaropvolgend de ontwikkeling van het pausdom met daartegenover de zich dan pas ontwikkelende Moslimwereld. In andere gevallen zien wij echter dat mensen, die vlak bij elkaar staan elkaar aanvullen of opheffen, net als met denken en doen.

Wanneer u in uw eigen omgeving bent, moet u eens opletten. U zult in vele gevallen zien, dat ergens daadmensen zijn. Als u een gedachte uitspreekt, komt u er niet toe haar uit te voeren, maar zij gaan daarop door in de praktijk. Omgekeerd. zult u misschien vaak ontdekken, dat u hoofdzakelijk wordt beïnvloed door de gedachten en voorstellen van anderen, ongeacht het feit dat u veel doet: Hebt u die opmerkingen in uw eigen omgeving gemaakt omtrent uzelf, dan kunt u ook constateren, waar u tekort schiet. Een dergelijk tekort ligt dus soms in het stellen vin daden, in andere gevallen ligt het net omgekeerd in het bedenken van heel veel mooie dingen zonder ooit iets te doen. Corrigeer dat een beetje. Als u dat doet, dan wordt voor uzelf de reeks van cyclische verschijnselen nl. veel prettiger, veelzijdiger, dan weet je beter waar je aan toe bent.

De golfbeweging, die wij in de historie steeds zien en die in het menselijk leven ook voorkomt, die zullen vaak uiteen vallen. Als wij bv. mensen zijn van denken, dan  kunnen de daden, die anderen stellen, strijdig worden met onze gedachten. Wij zijn ongelukkig, ofschoon in feite hetgeen wij origineren toch vervuld wordt. Aan de andere kant zullen wij soms daadmens zijn en niet kunnen beschikken over denkbeelden, die ons een mogelijkheid geven tot handelen, die werkelijk bevredigend is. Kunnen wij echter beide functies in onszelf in sterke mate verenigen, dan staat de zaak er anders voor. Want dan ondergaan wij de feitelijke tendens en kunnen wij, wanneer wij onze eigen persoonlijke cycli zo’n klein beetje hebben uitgezocht, gemakkelijker een stapje verder komen. Wij weten dan namelijk: Nu heb ik de kans om met grootste energie te handelen, nu heb ik de kans om te denken. Dat zijn twee verschillende takken zoals u weet. U zult dus denken, maar dit denken vastleggen en op de juiste tijd omzetten in de daad.

U zult zeggen “Als je nu zo handelt, wordt die wereld er anders van?” Ja, daar wordt inderdaad de wereld anders van. Er zijn mensen geweest, voor wie denken een één was. Ik heb al eens eerder gesproken over Thomas Alva Edison. En toen heb ik geloof ik verteld, hoe hij de fonograaf heeft uitgevonden dank zij een mug. Maar deze Edison had dus iets, wat niet alleen maar berustte op werkkracht of op denkvermogen. Hij paarde beide tezamen. Wanneer er in hem een idee opkwam, werd dat soms lang terzijde gelegd, tot hij voelde nu is het gunstige moment om eraan te werken. En dan werd het ook inderdaad gerealiseerd, dan werd het omgezet in daden. Veel mensen hebben hun leven vol liggen met blauwdrukken, maar ze komen er niet toe ze uit te voeren. Ze laten steeds de gunstige momenten voorbijgaan. Andere mensen zijn voortdurend druk bezig, maar een werkelijk patroon kun je in hun leven niet vinden, want ze vergeten steeds te denken, zodat ze voor zich niet georganiseerd leven. Als alle mensen echter zouden nadenken en handelen, dan zou na een korte periode van anarchie, die wij overigens in vele perioden hebben gehad. Ik denk hierbij aan de opstanden, die er zijn geweest in het Romeinse Rijk, de verschillende ketterijen tegen het gezag van Rome (de strijd Rome Byzantium valt er niet onder, daar ging het alleen om de macht), maar waar het om de idee gaat plus de daad, dan hebben we daar de Albigenzen, het conflict der Johannieters en zo zijn er nog een paar we hier dus in de historie voortdurend vinden uitgedrukt, hoe die geschillen een omwenteling kunnen betekenen. Zeker, de opstanden zijn door Rome grotendeels onderdrukt, maar Rome ’s macht was erdoor gebroken. De ketterse Albigenzen en wat er verder nog bij kwam (er waren heel wat van die soort ketters), die zijn rustig uitgeroeid of onderdrukt, maar in de kerk van Rome zelf begon toen pas werkelijk het stichten van kloosterorden te bloeien. Dat is heel vreemd. Voor die tijd hebben wij te maken met zendelingen en zendingsgenootschappen, maar niet met directe kloosterorden. Daarna echter krijgen wij steeds meer te maken met de georganiseerde kloosterorden, die dus een bepaalde wijze van beleving zoeken.

Zo kun je al die dingen stuk voor stuk nagaan. Er komt iets nieuws in de werelds dat op den duur een zeer grote invloed heeft. Bijvoorbeeld de kloostervormingen, die binnen de kerk van Rome ontstonden aan de hand van de verschillende ketterijen (de ideeën van die ketterijen werden dus, omgezet in iets, wat voor de kerk wel aanvaardbaar was) die zijn aansprakelijk voor de grote kennis die de kerk wist te bewaren in tijden van verwildering. Ze zijn aansprakelijk voor zeer veel oude en wetenschappelijke werken, die bewaard zijn gebleven. Maar ook voor de conservering van relieken uit de oudheid. Dat moogt u niet onderschatten. Verder voor verbetering van landbouw, dus ook daadwerkelijk verbetering van onderricht, bevordering van handel al deze dingen heb je eigenlijk daaraan te danken.

Ik neem nu één punt. Zo goed als de slavenopstanden en de opstanden in de deelgebieden voor Rome te betekenen hadden: Een breken van de macht van vele sterke mannen, daarvoor het tijdelijk in de plaats stellen van zeer zwakke politici en tenslotte een opheffing van Rome als een wereld macht en de omzetting daarvan in een handelsmacht, die dan later door plundering en belegering ook teniet gaat.

De verschijnselen mogen wij niet uit het oog verliezen. Stel dat vandaag aan de dag de mens leert denken en doen tot een redelijke eenheid te brengen, waarbij hij rekening houdt met zijn persoonlijke cyclische verschijnselen zowel als met de wereldinvloed, dan zal hierdoor een reformatie in het menselijk beleven ontstaan. En deze reformatie is niet weg te vagen, waar zij zowel op het dagelijks bestaan en de daadwerkelijke verschijnselen daarvan, als op de gedachtesfeer een directe invloed uitoefent. Het gevolg zou zijn een omwenteling op sociaal gebied, die gepaard zou gaan met omwentelingen op godsdienstig gebied daarnaast omwenteling van productieprocessen en gewoonten, van handelsusances en gebruiken en waarschijnlijk ook tevens de wijze, waarop men thans staatsgewijze handelt in plaats van een vrijheid van handel enz. toe te laten. Er zou dus door denken en doen onnoemelijk veel kunnen worden bereikt.

Voor een gewoon beschouwer van de wereld is het vaak heel moeilijk om te zien waar sprake is van denken en doen als eenheid en waar van denken en doen als twee gescheiden waarden. Toch kan een mens, die normaal enige capaciteit van waarneming heeft, rond zich in zijn eigen wereldje heel vaak die verschijnselen zien en hij kan, omdat het in zijn eigen omgeving is, de eindresultaten daarvan beschouwen. De conclusie waartoe wij dan zullen komen is. Er is deze tendens hier op het ogenblik merkbaar. In de tweede plaatse het weten dat de Aquarius periode bepaalde, dingen meebrengt,  dat wordt u overal gezegd, niet alleen hier. Daarnaast zult u, misschien aan de hand van de astrologie, misschien op een andere wijze, toch nog wel een toekomstige tendens voorvoelen. Dan kunt u aan de hand van deze waarnemingen in een betrekkelijk klein gedeelte van de wereld een soort algemene formule vinden voor de gehele wereld. In die formule kun je dan altijd elke reeks van verschijnselen passen, als ze maar ontleed kunnen worden in denken, doen en tijd gepaard met cyclus. En dan rekenen we dus de waarschijnlijkheid van een toekomstige gebeurtenis uit door te zeggen:  Als ik de bestemmende cycli ken en ik vermenigvuldig deze met het daadelement en ik deel dit door het tijdselement (dus het verloop van tijd die nodig zou zijn voor de vervulling van een bepaalde toestand volgens mijn eigen schatting), dan krijg ik waarschijnlijkheid. Als mijn waarschijnlijkheid op één terrein 60 is, dan zegt dit weinig of niets omtrent de vervulling. Maar zal ik bij 10 verschillende verschijnselen eenzelfde bias van 10  krijgen, dan kan ik concluderen dat de mogelijkheid groter is dan of 75 %, dat deze wijzigingen alle redelijk tot stand komen. En als ik nu voor 75 % zeker weet wat er gaat gebeuren dan ben ik al een heel eind verder. Als je voor 75 % zeker weet welk nummer de hoofd prijs in de loterij krijgt, dan kun je in ieder geval al 75000 loten van de serie uitschakelen en is je kans teruggebracht van 1 op 100.000 (wat eigenlijk nog niet eens juist is) tot ongeveer 1 op 25.000. Dat is dus een aardige vooruitgang.

In het dagelijks leven van de mens gaat het over kansen die veel beperkter zijn dan 1 op 100.000. Het gevolg is dat voor de mensa die voor één bepaalde persoonlijkheid of personen een prognose wil maken en die verder in staat is de genoemde waarden te berekenen, het mogelijk is met laten w e zeggen 9 op de 10 zekerheid te zeggen wat een periode in de toekomst brengt. Hij zal daarbij Indien hij de feiten noemt en bepaalt een wat kleinere kans hebben, omdat hier een onjuiste en persoonlijke interpretatie kan insluipen. Zodra zij echter duidt op een ontwikkeling is zij bijna onfeilbaar. En ontwikkelingen zijn belangrijke feiten. Als u weet wat de algemene ontwikkeling van de koersen op de beurs zal zijn dan kunt u op die beurs altijd verdienen. Als u weet wat de algemene behoefte zal zijn aan bepaalde artikelen, dan kunt u door uw productie daaraan nu reeds aan te passen in de toekomst een grote winst maken of grote verliezen voorkomen.

Zo kunt u dat ook voor uzelf. U kunt dus mijne vrienden, indien u de cyclische verschijnselen redelijk bestudeert, deze voor uzelf vaststelt en daarbij hoofdzakelijk werkt in een top van geestelijke activiteit, een redelijke prognose ontwerpen voor een algemeen verloop van gebeurtenissen. Door u daarbij reeds aan te passen en daarop te rekenen maakt u uw eigen leven beter en beïnvloedt u waarschijnlijk verder de gehele wereld ten goede, vooral wanneer u de gedachtewaarde en het denken dan weet om te zetten in een daad, die immers voor de wereld belangrijker is dan het denken op zichzelf.

Nu ik dit alles zo heb verteld, zal menigeen zeggen “Ja, maar het is zo moeilijk en daar kunnen wij toch eigenlijk niets aan doen.” Misschien kan ik met een paar kleine anekdoten over historische gebeurtenissen u iets duidelijker maken, hoe de gedachten en de daad samen belangrijk zijn maar ook de cyclische verschijnselen daarbij een grote rol spelen. Er zijn nl. mensen die dat in toepassing brachten.

Ik denk hier bv. aan Nathan Rothschild. Deze man werd op een gegeven ogenblik voor de moeilijkheid geplaatst grote transfers van gelden: Plaats te doen vinden en daarbij vorsten te financieren. Nu was in die tijd het financieren van een vorst een zeer moeilijke zaak. Je wist nl. wel wat je hem gaf, maar je wist nooit wat je ervoor terug zou krijgen. Een kwestie van goed vertrouwen werd dan ook heel vaak beschaamd.

Onze Nathan kreeg nu dit idee: Een vorst zal altijd bij zijn handelingen rekening houden met de luxes die hij voor zichzelf eist en met de macht die hij voor zichzelf begeert. Hij ging toen eens navragen bij verschillende bewerkers van bibliotheken, die hij heeft gevraagd eens wat te vertellen over de verschillende geslachten van bepaalde koninkrijken. Hij kwam toen tot de conclusie dat over het algemeen, als de vader een goed krijgsman was, de zoon een vredelievend vorst was en de derde generatie een zwakkeling met reuze veroveringsplannen en grote honger naar luxe , maar tevens iemand, die niet vooruit kon kijken. Toen ging hij die geslachten na. Hij nam dus aan als ik met vorst A. te maken heb, dan heb ik te maken met deze persoonlijkheid. Heb ik met B. te maken, dan is het zo’n persoonlijkheid. Hij ging nu verder en hij zocht een hofastroloog op. Deze man liet hij toen horoscopen maken en niet alleen karakterhoroscopen maar daarnaast ook vooral een tendensvoorstelling. Nu zult u zeggen: Daar had hij nogal wat aan op zakelijk terrein. Toch tamelijk veel, want een hofastroloog verloor heel gauw zijn hoofd, als zijn voorspellingen niet goed genoeg uitkwamen. Hij was dan ook niet alleen een vertaler van de taal der sterren maar ook een soort luisterend oor, dat meer wist dan menigeen.

Nu zou u zeggen: Nu had Nathan toch voldoende materiaal om veilig zijn geld uit te zetten. “Neen” zei Nathan, “dat doen wij nog niet. Nu moet ik verder een berichtensysteem hebben, want ik moet sneller dan mijn vorsten weten wat er verandert.” Dat is ook redelijk. Om dit op te bouwen gaf hij een grote lening nota bene aan een Orde van Rome, een Orde van de Roomse kerk, die aan vele hoven biechtvaders e.d. leverde. Onze Nathan ging toen verder nakijken en zei: “Ja, toen heb ik pech gehad, toen geluk, toen pech, toen geluk,” enz. Wanneer er berichten kwamen, werden ze verwerkt. En hij ontving ze betrekkelijk vlug, hoewel niet zo vlug als één van zijn nakomelingen, die de duivenpost gebruikte. Hij verzamelde deze, totdat hij zoals hij zei zijn gelukkigs dag had.

Dan nam hij een hele reeks van besluiten: En die besluiten werden uitgewerkt, ongeacht verdere wijziging in omstandigheden. Tenzij plotseling de macht verloren ging van een vorst of dien legers werden verslagen. Die uitzondering maakte hij. Hij was daardoor in staat om veel goede contracten te krijgen. Hij had bv. een tijdlang de exploitatie van een munt en dat leverde veel op. Dan werden de munten iets te licht gegoten en daar verdiende hij aardig aan. Hij heeft daarnaast ook een paar kleine monopolies gehad. Dit is het begin geweest van het later zo befaamde huis Rothschild. Dat zijn de Rothschilds van Londen, van Frankfurt en ook van Parijs. Alleen dus omdat deze man voldoende verstand had om als het ware te gokken laten we het maar zo noemen maar dit te doen aan de hand van een wijsheid, die hij op zijn manier wel  had verkregen van één van de rabbi s van de Hamburgse School die een berucht kabbalist was. Hij is er altijd goed mee terecht gekomen.

Maar er zijn andere mensen geweest, die niet zo gemakkelijk dit allemaal tot stand konden brengen. Een bekend operette componist bv. wist van zichzelf, dat hij nogal eens zwak was. Hij had nl .vaak meer zin om feest te vieren dan om te componeren. Hij had daarom een afspraak gemaakt met een vriend, dat wanneer hij met zijn werk achter was deze de sleutel van het vertrek zou omdraaien, waarin hij componeerde. En als hij dan weer naar buiten wilde gaan, was die gesloten deur een herinnering. Hier was hij dus op zijn eigen zwakheden afgegaan. Maar hij had een ding vergeten: Dat hij niet elke avond evenveel en evengoed kon componeren. In de tweede plaats, dat er wel eens doden waren, dat het hem allemaal tegen zat of dat hij absoluut werkelijk geen zin zou hebben en uit louter meligheid dus helemaal niets deed. Het gevolg is eigenlijk een beetje komisch geweest.

Nadat de man een vijftal operettes op deze wijze had gecomponeerd, waarvan er thans nog één wel eens wordt opgevoerd, brak hij er helemaal tussenuit. Hij was zo nijdig dat hij er niet uit kon, dat hij alles kort en klein sloeg, de vriend opzocht en deze uitdaagde tot een duel. De vriend vond het noodzakelijk daarop in te gaan maar zei: “Jij hebt mij beledigd dus heb ik de keus van wapens. Ik verkies te vechten op het rauwe ei.” Het was een heel aardig duel. Het was bij Emblingen toen een badplaats  waar het is uitgevochten. En het vreemde is nu geweest, dat onze componist “als struif” plotseling een grote ingeving heeft gekregen. En toen heeft hij inderdaad een operette geschreven, waarvan vele melodieën later door beroemde componisten gestolen zijn om ze in hun operettes opnieuw te verwerken. U kunt er zelfs één van aantreffen in Das Land des Zächlens. Hier had je dus iemand, die zijn zwakheid wel kende, probeerde gedachten en daad te verenigen, maar geen kennis van zichzelf had.

Toch waren er dagen, dat hij tot een grote productiviteit kon komen en juist dank zij deze maatregel inderdaad veel presteerde. Op andere dagen bracht hij helemaal niets tot stand.

Zo kun je ook voorbeelden vinden in een heel andere tijd. Een vreemd voorbeeld vinden wij in de tijd van Marcus Antonius. Het was toen nl. de gewoonte dat bepaalde hoge officieren en ook edellieden van de Senaat, wanneer zij veroordeeld werden de kans kregen zelfmoord te plegen. Marcus Antonius was toen een klein beetje in de glorie, dat was dus voor Cleopatra. (Een vrouw is, meestal voor de mannen een vreemd en verderfelijk element, als ze wil.) Daar toen een jongeman het zakje en het koord gestuurd kreeg, besloot hij naar Antonius toe te gaan. Hij voelde dit was zijn gelukkige tijd. Hij bedankte Antonius, dat hij hem dit had gezonden als loon voor het vele, dat hij had gedaan (hij heeft het opgesomd). Omdat het zijn goede tijd was voor hem zijn tijd van grootste activiteit in denken, in zuiverste reactie was hij zo welbespraakt, dat Marcus Antonius zich schaamde en hem kort voor zijn Egyptisch avontuur dus naar Rome zond, waar deze jongeman al heel gauw als bekend tribuun invloed kreeg, heel veel beschermelingen had, die wisten waar geld zat en een groot handelsman werd.

U ziet in al deze verhaaltjes zit iets gemeenschappelijks. Dat hebben ze nu eenmaal allemaal. En dat is nl. de toepassing van het juiste moment: Er is zelfs een generaal geweest in dat bekende Eifel offensief (al heet dat plaatsje Bastogne) die ook op het juiste ogenblik het juiste woord had, de juiste gedachte had. Als deze generaal in plaats van het beroemde woordje “nuts” een toespraak had gegeven, dan was dit het moreel van zijn troep niet direct ten goede gekomen. Hij zou waarschijnlijk veel meer verliezen geleden hebben en mogelijkerwijze zou dit een verlenging van de strijd in dit gebied met vele wreken betekend hebben. Maar zijn doodnuchtere opmerking “nuts. ” was zo uit het hart van anderen gegrepen, dat deze gedachte voor hen tot een daad werd. Zijn leger zei metterdaad “nuts:” Waar de generaal het alleen met woorden had gezegd. Als u deze typische gang van zaken in het oog houdt vindt u dan niet voor uzelf, dat er ogenblikken zijn, dat u het juiste woord moet weten te vinden en dat u de juiste daad moet weten te stellen?

En nu ga ik over naar een laatste anekdote en die is uit uw eigen tijd. En het betreft eens geen beroemde mensen. Er was een zakenman in London City, die hoofdzakelijk in de diamanthandel zat. Deze man had een secretaresse, die een heel aardig snuitje had, een zekere voorkeur voor haar baas ook, maar weinig aandacht kreeg. De jongedame heeft twee jaar alles gedaan wat zij kon om door het huwelijk ook deel van de diamanthandel te worden. Het mocht haar niet gelukken. Maar op een gegeven dag was onze diamantair zeer laten we zeggen boos. Er was toen een partij diamanten in de handel gebracht ver beneden de prijs en dat betekende dat de voorraad, die zo net berekend werd, een ogenblik in het wankele dreigde te raken. Hij was nu zeer onheus. En eindelijk stormde hij door zijn bureau heen en riep zijn secretaresse vertoornd toe: “What shall I do?” Waarop haar antwoord was “Kiss me.” Dat brak zo volledig zijn stemming, dat ze nu een gelukkig paar zijn.

U zult zeggen: Deze anekdote heeft weinig zin. Toch zit er weer iets in. Heel vaak kan van een bestaande spanning gebruik gemaakt worden. Indien wij voor ons de juiste idee kunnen vinden om die spanning een uitlaat te verschaffen. En dat geldt voor u in het dagelijks leven. Nu verwacht ik niet van de dames , dat ze bij elke heer, die er nurks uitziet, plotseling grijpen naar een woord als kiss me. Maar ik zou toch wel durven verwachten, dat u die anekdote eens goed overdenkt en uzelf eens afvraagt: “Zijn er soms belangrijke dingen?” op een ogenblik, dat er over onbetekenende zaken te veel praat wordt gemaakt. Als u dan in uw top bent van energie of van denken, kunt u misschien juist de nieuwe idee vinden, de juiste idee, die gebruikt kan worden om alles ten goede te kennen in plaats van wat anders misschien ook bij de diamantair wel het geval geweest zou zijn, grote oliënde vele dagen lang of zelfs een ontslag te moeten dulden.

Ik wilde met die paar anekdoten dus alleen proberen duidelijk te maken dat mensen door alle tijden hebben bewust of onbewust gebruikt gemaakt van die formule waar ik het over had. Zij hebben de mensheid en zichzelf bestudeerd en zij hebben vaak op het juiste ogenblik de juiste daad of het juiste woord weten te vinden. Juist dank zij hun eigen denken en reageren. Want als onze secretaresse haar baas minder goed had gekend, had ze het of niet durven zeggen of ze had een grote kans gemaakt dat ze zoals dat heet “één kat haalde”. Maar haar kennis van omstandigheden, haar begrip voor de man plus haar eigen denken waren in staat om iets, wat moeilijk onaangenaam en kwaad scheen te maken tot iets, wat permanent goed kon worden.

U kunt dat ook: Ik zou zeggen, vrienden dit wereldbeeld waarbinnen u toch bestaat, met al zijn stromingen naar links en naar rechts, moet toch voor u heel vaak de mogelijkheid bieden om binnen de beperkingen van deze wereld en haar tendenzen iets voor uzelf te doen op deze manier. Niet alleen om er zelf beter van te worden, maar om zo de meer juiste harmonie in de wereld te bevorderen: En als u het niet proberen wilt,  dan kan ik er ook niets aan doen. Maar wilt u het wel proberen, dan garandeer ik u, dat u heel vaak een zeer grote voldoening hiervan zult hebben en de wereld zelf u meer zal schijnen toe te lachen.

De vergadering van de vorsten van Atlantis

Deze moet in de tijd worden geplateerd ongeveer 3500 jaar v. Chr. Het is op een betrekkelijk klein eiland. Als je in het midden staat op de top van de enige heuvel, die het bezit zie je aan alle kanten de zee.

Vaak zijn er nevels en soms lijkt het of de tempel, die daar in het door wolken omgeven een  soort Olympisch gebouw in het midden staat, helemaal gedragen ergens door geestelijke krachten over de wolken en onbekend land.

Het gebouw zelf is in structuur niet direct hoog. Het doet een klein tikje denken aan de Egyptische bouw van de eerste tempel. Wel enige in de zuilen, maar de zuilen zelf vierkant. De openingen zijn betrekkelijk smal. Er dat is begrijpelijk, want de zeewind kan hier met een enorm geweld spelen.

Een open ruimte in het midden. Overdekt op een betrekkelijk intricate manier met houten spanten een metalen platen, vinden we daar een plaats, die toch altijd een doorsnee heeft van zeg ruim 60 m, een soort arena dus.

In het midden daarvan staat een grote pilaar, die het midden van het dak draagt en waaraan een aantal schilden hangend en waaraan bovendien maar een aantal platen zijn, dat is alleen voor deze feestelijke gelegenheid een aantal waarop een vreemd krullerig schrift staat genoteerd, dat hier en daar doet denken aan een bloemenmotief, zoals je wel eens vindt in de rand van ciseleerwerk.

Als wij dan rondkijken, zien wij hoe kleine schepen aankomen. Ze worden over het algemeen geroeid en zijn niet groot. Uit elk schip komen twee of drie mensen, de anderen blijven beneden op het strand. Het zijn slechts deze enkelingen, die zich naar de tempel begeven en daar binnentreden. Elf in getal zijn de schepen, drieëndertig in getal zijn de mensen, die de tempel binnentreden. Want dit zijn de vorsten van de verschillende rijken, die met elkaar verbonden zijn. O, ze strijden vaak. Soms wordt er gestreden om vee of om handel of om een visserijgebied. Maar eens in de zeven jaren komen ze samen op dit eiland. Want strijd moet er zijn, maar die moet vriendschappelijk blijven en met respect. Men moet elkaar kunnen ontmoeten en gezamenlijk de grote wet erkennen die dit rijk tezamen houdt en het maakt tot één van de meest belangrijke rijken.

Het is nog niet zolang geleden, dat grote delen in de diepte zijn verzonken. Het is nog niet zolang geleden, dat het volk dit vergeten heeft. En men weet, dat uit de haat zonder band ondergang voor het gehele rijk geboren zal worden. En daar komen ze dan. Uit Ierland, uit Wales, uit Spanje, van de eilanden af en van de kust van Afrika.

Vorsten, elk groot en machtig in zijn eigen rijk, maar hier klein. Klein, vooral wanneer er een priester binnenkomt in een eenvoudig uit linnen geweven gewaad. Het is niet eens zuiver wit, maar het is gedrapeerd op een wijze, die doet denken aan de chitoon van de Griek.

Wanneer wij nu die plechtigheid gaan gadeslaan, moet u goed begrijpen, dat men nog gelooft aan de hemelkoe, dat het rund het teken is van vruchtbaarheid en de stier het symbool is van een hemelse kracht, die de aarde vrucht doet dragen. Want ook dit geloof bestaat in Atlantis.

De priester staat voor de tafelen en noemt de namen. En elk van de edellieden antwoordt hierop. Deze vorsten, zij geven hun wapens af en één van degenen, die hen vergezelt, brengt deze nu naar een voorhof bij de zuilen van de ingang, achter de muur dus die dit binnenste overdekte pleintje omgeeft.

Dan begint de priester te zingen. Hij is alleen. En als je goed luistert, kun je horen dat hij een reeks van geboden citeert. Degenen, die zouden kunnen lezen wat er geschreven staat op die tafelen, zouden ontdekken dat hij de wetten en het verbond reciteert, dat deze rijken tezamen moet houden.

Wanneer dat klaar is, maakt hij een enkel gebaar en ziet, er komen twee helpers binnen, evenals hij in linnen gewaad en zij brengen een stier. Het dier is vlekkeloos. Men heeft lang moeten zoeken om deze stier te vinden. Het is altijd weer moeilijk een dier te vinden, dat zo geheiligd en zo juist is. En onder aan de pilaar wordt het geslacht. Het bloed wordt opgevangen. Het is het bloed van een verbond. De vorsten gaan nu één voor één naar voren. Zij worden door hun voornaamste helper aan de pols gewond en zij voegen enkele druppels van hun bloed hierbij. Dan wordt het bloed naar buiten gedragen. De priester heft het naar de lucht, hij heft het naar de zee, hij sprenkelt enkele druppels ervan op het land. Nu gaat hij langzaam naar beneden en in een statige stoet volgen de drieëndertig, ongewapend en blootshoofds, want voor alles is de zee de vader van Atlantis. En aan Hem wordt dit offer gegeven, het offer van de vruchtbaarheid. Terwijl de stem van de priester roept naar de winden, buigen zich de vorsten. Ze maken een knielend gebaar, alsof zij willen erkennen dat zij in hun wapenrusting en in hun kostbare gewaden de minderen zijn van de elementen der natuur.

Dan gaan ze heen. De schepen verdwijnen. En misschien dat over een maand alweer de expedities worden uitgerust voor een rooftocht. Toch zijn ze vrienden. Want strijd moet er zijn in een samenleven, daaraan kun je niet ontkomen. Maar ergens boven al deze dingen staat de priester en het offer. Boven al deze dingen is de band van eenheid, die de mensen dwingt elkaar te helpen en te steunen. En wanneer wij verder zouden kunnen zien, hoe een paar totem zich losmaken van een eiland of van de kust en iets brengen, vruchten misschien of graan of vlees of visa opdat daar waar honger is geen honger meer zal zijn. En toch strijden ze morgen verder als het nodig is.

De strijd is een deel van het leven. Maar boven alles staat de wet dat de mens de medemens zal respecteren, zal eren. Dat de eenheid van het rijk gaat boven alle dingen. Niet omdat het rijk belangrijk is, maar omdat slechts zo de mensen aan een menselijke plicht kunnen voldoen. En wanneer zo dadelijk de schepen zijn heengegaan en alles verlaten is en zelfs de priester zich weer heeft begeven naar zijn woning, die op een naburig en groter eiland ligt, dan staat daar de tempel alleen. In de nevel is hij soms schimmig en je vraagt je af, waartoe hij dient op een onbewoond land en zonder zin.

Maar eens in de zeven jaar komen de vorsten bijeen. En zolang zij hun verbond houden, vormen zich verder de legenden. Legenden, die deze tijd nog kent als de legenden van Ierland en de vreemde legenden, die soms in Portugal en Spanje nog leven over grote strijders en grote helden, maar ook over de edelmoedigheid zonder grens: Toch heeft Atlantis vergeten. Nog één keer heeft het vergeten. En het heeft zichzelf ten onder gericht. Zo zijn de grote steden, die waren als de zintuigen van een rijk, gestorven.

De grote stad met haar sluizen, met haar wonderlijk gesloten haven en haar zeven ringen, die in het zuiden van Spanje. De vreemde kleine stad, die lag aan de kust van Afrika, zal worden overwoekerd door het oerwoud. Want indien de vorsten de band breken en de bond, die ze hebben gesloten niet slechts met elkaar maar ook met hun God dan blijft de mens niets over dan de haat en de strijd. En wanneer eens de zee modderig zal zijn, zal spoelen als een sombere stortvloed voorbij de Djebel al Tarik, zal men spreken over een rijk, dat verzonken is, een sagenrijk.

Maar het was geen sagenrijk. Het was een rijk van mensen, die echter faalden in hun menselijke plicht tegenover elkaar: Daarom is het tijd, dat weer de vorsten elkaar ontmoeten in de tempel van Atlantis. Niet om een verbond met elkaar te sluiten, maar om hun mens zijn ten opzichte van elkaar te erkennen. Te erkennen dat er een goddelijke wet is, die gaat boven alle menselijke gezag.

← vorige tekst
overzicht
volgende tekst →
image_pdf