juli 1960
Toekomstige ontwikkelingen
Nu wij aan het einde van deze reeks van lezingen zijn gekomen en wij hebben getracht een beeld te geven van verschillende dingen, die zich zo in de wereld afspelen en de wijze waarop, lijkt het mij de tijd om nog een ogenblik een paar parallellen te trekken, die ons uit de historie verplaatsen in de toekomst zowel de verre als de onmiddellijke. En dan wil ik allereerst beginnen met de nadruk te leggen op verschijnselen van deze tijd.
Wij kunnen zeggen, dat de laatste 30 á 40 jaren een zegepraal zijn der onoprechtheid. Degenen, die hier nu plotseling een verwijs naar de voetbaltoto debatten verwachten, moet ik teleurstellen. Het gaat hier opeen veel grotere schaal en m.i. ook met een veel verder reikende consequentie dan alleen Nederland of een sportvraagstuk. Ik wil opmerken, dat alleen reeds na de tweede wereldoorlog verdragen plechtig zijn gesloten en verbroken ten getale van 63. Dit betreft belangrijke verdragen, die openbaar waren, dit betreft geheime verdragen (in van Potsdam o.m.); het betreft verder beloften en overeenkomsten, die staatkundig werden gedaan, zoals tussen Israël en Egypte, steunbijdragen van Rusland, de politieke verklaringen en de daarbij gesloten overeenkomst met Cuba en al wat daarbij hoort.
Klaarblijkelijk is deze praktijk van veel beloven en weinig geven op het ogenblik een aanvaarde. Men tracht dus zeer duidelijk en kennelijk iedereen een rad voor ogen te draaien. Dit geschiedt zowel op het terrein van buitenlandse politiek in menige staat als ook aangaande de ontwikkeling van handel, industries eventuele crisisverschijnselen en wat dies meer zij. Deze onoprechtheid uit zich verder in een steeds verder gaande zorg voor zeden en mores voor de lagere standen met een gelijktijdig grotere (maar meer geheime ontaarding van die zeden en mores in de hogere standen.
Dergelijke vervalverschijnselen hebben wij in het verleden ook kunnen zien. Wij hebben deze verschijnselen kunnen gadeslaan in Athene en Rome. Wij hebben ze echter ook teruggevonden in het verre Babylon, zelfs reeds in de periode van Sargon. Wij vinden ze verder terug in velerlei opzicht en zin bij verdere ontwikkelingen in Frankrijk (de revolutie), het optreden van Napoleon, bij de tactiek van Disraeli, hoe groot een staatsman hij dan ook geweest moge zijn. Al deze handelingen gingen echter gepaard met een grote structurele verandering. Typisch is daarbij, dat in praktisch alle gevallen oude waarden terugkeerden maar in een gewijzigde vorm; dat de revolutionaire verzet niet volledig werd voltooid en dat het begrip van de menigte voor hetgeen zich afspeelde een andere verdeling van stands en groepsbegrippen met zich bracht.
Hieruit volgt dat bij een ontwikkeling in de komende tijd zeer zeker voortdurend sprake zal zijn van een doorbraak. Maar dan niet van de politiek zo gaarne geziene doorbraak naar links of naar rechts maar naar het wel verstane belang. Reeds nu vormen zich overal pressie groepen. En deze pressie groepen eisen voor zich steeds groter zeggenschap en ook steeds grotere vrijheden en bevoegdheden. De consequentie is duidelijk. Er zullen in de toekomstige ontwikkeling zich steeds meer maar niet stabiel blijvende pressie groepen ontwikkelen, zodat op den duur praktisch alle bestuur in de richting komt van een beantwoorden aan het belang van de meesten ten opzichte van een bepaald project of plan. Hiermede zijn de partij politiek en de religieuze politiek, die op het ogenblik nog hoogtij vieren, zeer waarschijnlijk snel gebroken. De ontwikkelingen, die wij vandaag zien, doen dit verwachten binnen 20 á 25 jaar. Hierdoor keert de wereld automatisch terug naar een groter liberalisme. Dit liberalisme moet dan worden verstaan als een regeren met zo weinig mogelijk wetten en maatregelen, ten bate van zoveel mogelijk mensen met een zo groot mogelijke handelingsvrijheid.
Een dergelijke staatkundige verandering brengt echter een nevenverschijnsel mee, de grote strijd van kartels en belangengroepen Op dit ogenblik vinden wij bepaalde kartels in Europa bv. de Kolen en Staalunie en verschillende verkapte kartels in andere delen van de wereld, zoals het Dupont de Nemours concern, het A.G. Farben concern, dat op het ogenblik weer sterker wordt mede dank zij zijn Zwitserse dochterondernemingen en ja, zelfs de Krupp kapitalen, die op het ogenblik ook weer aan den concernvorming bezig zijn.
Deze grote machtsgroepen hebben echter één nadeel. Zij zijn niet in staat de steeds toenemende improvisatiedrang, waardoor de mens aan te hoge kosten tracht te ontkomen, te beteugelen. Dit betekent dat praktisch onderzoek en praktische uitvindingen niet meer in handen van dergelijke kartels en concerns kunnen blijven. Het gevolg is dat ook de te grote handelsorganisaties en productie apparaten langzaam maar zeker verbrokkelen en ook deze zich moeten voegen naar de werkelijke vraag en behoefte van de consument. Voor de huidige levens en wereldbeschouwing doet dit alles anarchistisch aan.
Wat betreft de godsdienst heb ik u reeds in een vorig betoog het een en ander meegedeeld. Ik heb getracht u duidelijk te maken, dat juist de te grote orthodoxie, waarbij, men zich baseert op een “ik aanvaard” als een bewijsstuk, op het dogma als het enig rechtvaardig wapen bij een vergroting der kennis, de doorsnee massa en de gelijktijdige groeien van op esoterische en mystieke krachten wijzende invloeden (van buitenaf op de wereld) moet leiden tot een verandering, ook van het godsdienstig leven. Ook hierin zal een grotere vrijheid komen. Ook hierin zou dus moeten worden verwacht, een bijna anarchistisch geheel.
Echter juist wanneer deze vrijheid bestaat zullen er betrekkelijk weinigen misbruik van kunnen maken. Want de mens, die in een staat met weinig wetten, en een geloof dat weinig directe regels kent, tracht iets ten een voordele uit te buiten, en daarbij de rechten van anderen echter schadende, vindt de massa gesloten tegenover zich en kan zich niet zoals heden al te vaak helaas het geval is beroepen op beschermende maatregelen van staat en wet.
Dit is dan het eerste beeld, dat ik u geef. Het komt overeen met de cyclus van 722 jaren. Het komt verder overeen met de cyclus van 2166 jaren. Terwijl het zich tevens voegt bij de meer astrologische aanduidingen, zoals toenemende invloed van Neptunus en Uranus met overheersend gunstige aspecten met Jupiter.
Op zichzelf zegt ons dit natuurlijk weinig over het beeld, dat de wereld gaat tonen. Maar de cycli die ik u heb genoemd, geven ons ook hier weer een zeker punt van vergelijking. 2166 jaar geleden ligt een kernpunt van esoterie, van geheimschool en filosofie. Het is rond deze periode dat de betogen in de Stoa te Athene tot de meest belangrijke behoren, die de geschiedenis kent. In deze tijd ontstaan de grondstellingen van vele beroemde filosofen, die hetzij natuurfilosofen, hetzij meer abstract denkenden voor vele eeuwen richting hebben gegeven aan de gehele beschaafde wereld. Hieruit zou de conclusie kunnen worden getrokken, dat in de nu komende tijd langzaam maar zeker schijnbaar opstandige denkers een nieuw systeem van beredenering gaan volgen. Dat zij hun erkennen van natuurkrachten zowel als hun begrippen omtrent God, goddelijkheid, leven en wat dies meer zij, in een vorm zullen leggen, die zeker voor vele honderden jaren bepalend zijn.
Verder op de 722 jaarcyclus terugkomende vinden wij de beginperiode, dus het ontwaken en niet de voltooiing van de grote technische vooruitgang, bovendien gepaard gaande met een verdere ontwikkeling als bv. de schriftverbreiding, die dan ook wat later de boekdrukkunst met zich brengt. Typisch een periode van voorbereiding. Een periode, die ons de laatste kruistochten te zien geeft, die ons vele kleine oorlogen toont en in sommige gevallen iets, wat een ondergang haast nabij komt. Ook de laatste grote conflicten met het Verre Oosten worden daar uitgevochten.
Die toestand herhaalt zich op het ogenblik. Er kan niet worden verwacht, dat er zonder meer een algehele technische, vernieuwing gaat plaatsvinden. De wetenschap in haar huidige vorm is daartoe niet geschikt. Zij is evenals in het verleden de wetenden waren zeer behoudzuchtig. Haar progressiviteit uit zich alleen in het verder ontwikkelen van het reeds bekende, niet in absoluut nieuwe concepten. Dit houdt in dat den verdere grote technische ontwikkeling op deze wereld eerst na rond 300 jaren verwacht zal kunnen worden, dus rond de 24e eeuw. Wel echter is de periode van verbreiding reeds nu begonnen. In deze tijd circuleren reeds vele zienswijzen en vele gedachten, die vroeger taboe waren. En hieronder reken ik zeker ook het meer en meer aanvaardbare verschijnsel, dat men wel spiritisme of spiritualisme noemt, dat zij het aarzelend begint door te dringen in bepaalde kerkelijke kringen. Dat daarnaast in zijn aspect van paranormaal verschijnsel ook heeft weten binnen te dringen in de generale staven van bepaalde landen. Hier begint dus een verspreiding van kennis.
De verspreiding van kennis, die rond 1100, 1200 plaatsvond in midden Europa, was de basis waarop bv. de gouden eeuw van Nederland, de pracht van de Franse hoven, de kracht van een Spaans rijk en de onnoemelijke invloed van bv. een stad als Venetië gebaseerd waren. Ook dit moet zich dus gaan ontwikkelen. Dan kan worden gestelde dat reeds nu invloedsvergroting moet worden verwacht van die gebieden, die in staat zijn soldaten te leveren. Met andere woorden: Militair vermogen gaat nu een rol spelen en gaat later over in een handelsbelang. Overigens zal de verspreiding van kennis voorlopig nog door onderdrukking en achtervolgingen enigszins worden geremd, maar zij zal zich daarna veel sneller gaan openbaren.
U zult zich nu wel verbazen, dat ik niet heb gesproken over de dichtstbijzijnde toekomst. Sommigen uwer vragen zich misschien af, hoe het einde van de wereld van de komende week er wel zal uitzien. Ongetwijfeld kan men dit het best beantwoorden met de termen van een meteorologisch instituut: Redelijk helder weer, windsterkte 6 tot 7, enige neerslag, opkomende neerslagfronten, over het algemeen helder weer.
Verdere verwachting, redelijk maar veranderlijk. Anders gezegd: Deze verwachtingen van een totale wereldondergang zijn niet op werkelijkheid gebaseerd. Hoe komt het dan, dat de mens in de greep van deze angst is? Ook hier zou ik willen voorstellen om naar de historie terug te grijpen. Wij zien nl. in die periode verscheidene malen het einde der wereld aangekondigd: Er is ongeveer 200 jaar v. Chr. in de buurt Stan Delhi een grote paniek. Velen begaan zelfmoord, want het einde van de wereld is aangekondigd. Wanneer rampen gebeuren, zoals bv. die waarbij Herculanum en Pompeï onder de vulkaanas worden bedolven, spreekt men wederom van een teken, dat het einde der wereld nabij is. Telkenmale wanneer er grote spanningen bestaan of die nu voortkomen uit de tochten van Alexander de Grote, uit de vergrote invloed van het Romeinse Rijk of wel uit de opkomende godsdienststrijd tussen monotheïsme en pantheïsme telkenmale weer zoekt men in de ontvluchting aan het probleem (het einde der wereld) zijn zekerheid.
In vele gevallen horen wij daarbij van uitverkiezing. Die leer van uitverkiezing bv. is een leer die door de Isis priesters nog tijdens de ramp wordt verkondigd aan enkelen van hun leerlingen in Pompeï. Die groep is daar dan ook teruggevonden in een kelderruimte, gestikt in de fijne vulkaanas. Wij zien ditzelfde in India, waar wederom een soort vrijheid, een uitverkoren zijn, wordt beloofd aan degenen, die zekere offers brengen. Offers waren er genoeg, uitverkorenen echter niet. Of hun uitverkiezing moet dan hebben bestaan uit het feit, dat zij vol teleurstelling en verarmd wederom moesten trachten in hun dagelijks brood te voorzien. Ditzelfde geldt voor de wereldondergangsvoorspelling van Nakalunen in 1700. Voor een in de gelijke buurt verkondigde wereldondergang in 1870. Een kenteken van deze ondergangsvoorspelling is steeds weer de grote hoeveelheid van niet te overziene problemen, die wordt omgezet in een angst, waarbij de vernietiging van de wereld te verkiezen lijkt boven het moeten ontwarren van het geschapen kluwen. De Gordiaanse knoop als het ware die men heeft gelegd in alle normale waarden des levens, iets wat onontwarbaar lijkt.
Maar die wereldondergangsgedachte leert ons toch nog wel iets anders. Wanneer zij in versterkte mate optreedt en dus niet alleen plaatselijk, blijkt zij gepaard te gaan met bepaalde astrologische veranderingen of bepaalde constellaties daarnaast met bepaalde religieuze spanningen en als laatste maar zeker niet als minste met een poging aan het dagelijks leven te ontkomen door een nieuwe Gods interpretatie. Elke ondergangsgedachte wordt gesteund door een poging om God en Zijn wezen nieuw te interpreteren in de wereld. Daarbij worden bv. de goddelijke liefde en rechtvaardigheid rustig over het hoofd gezien om daarvoor in de plaats een willekeur te stellen, mits die willekeur het “ik” dan ook een zekerheid garandeert.
Denk niet dat de door mij aangehaalde ondergangsgedachte de enige is. Een congres, dat binnenkort hier ter plaatse zal worden gehouden, zal u duidelijk maken hoe ook een zeer grote godsdienstige groep in een zekere ijver wacht op een laatste oordeel, op het uitgaan van de Ruiters enz., op de krijg Gods, zoals men zegt.
Voorspellingen van allerhand aard, samenhangende met een einde van de wereld, vinden wij verder bij de onderzoekers van de geheimen der grote piramide, in bepaalde religieuze christelijke kringen, in bepaalde sekten van de Moslims. Er is dus sprake van een tendens. Deze tendens kan nooit duiden op een werkelijk wereldeinde. Daarvoor bestaat te veel verwarring. Wel wijst het op ondraaglijke spanningen, die tot ontlading moeten komen. Zoals u weet, nemen wij aan dat de periode van ontlading zal vallen rond 1963 en mogelijkerwijze tot 1970 ons een periode zal laten zien, waarin van werkelijke opbouw nog geen sprake kan zijn. Dit alles echter heeft zich op aarde zo vaak afgespeeld en is zo vaak voorgekomen, dat wij alleen reeds aan de hand van de historische voorbeelden en onze kennis van de cycli die optreden, rustig mogen zeggen. Hier is de menselijke verwachting foutief, waar het gebeuren zich weliswaar voltrekt, maar in een door de mens niet voorziene vorm. Waarschijnlijk ook omdat die vorm voor hem niet aanvaardbaar is.
De conclusie is hier duidelijk genoeg. Veranderingen, zullen zich afspelen. Maar liggen deze veranderingen dan in het hanteren van menselijke wapens? Zoals de toestand op het ogenblik is, lijkt dit niet erg waarschijnlijk. Een totale en overrompelende inzet van atoomwapens zou nl. een absoluut wereldeinde tot stand brengen. Wij horen daarvan niets in de kringen, die gezien de geestelijke historie daar toch voldoende weet van zouden moeten hebben, zoals bv. de Raad van de Witte Broederschap.
Neen, maar wel toont de wereld ons een zekere, van oost naar west zich bewegende cyclus van uitbarstingen en rampen. Eenmaal is zij in een betrekkelijk traag tempo en met niet al te gewelddadige verschijnselen rond de wereld getrokken. Voorbeelden daarvan zijne aardbevingen in Turkte, Griekenland, Algiers, later in Chili en nu ook alweer verschijnselen verder naar het noorden, de grote vloedgolven die Japan en ook de Filippijnen hebben. geteisterd. Maar die cyclus gaat verder. Wanneer wij dergelijke reeksen van uitbarstingen en deze in een grote cyclus, dan blijkt dat zij meestal niet één maar driemaal de wereld om te lopen, waarbij meestal maar niet altijd de middelste reeks van uitbarstingen de meest hevige is, de grootste schade veroorzaakt en dan in een laatste afnemende golf de mens herinnert aan de noodzaak om voorzorgen te treffen. Dit nu zou inhouden, dat waar de huidige eerste omloop praktisch voltooid is, een tweede omloop in het oosten rampen te zien zou moeten geven in het komende jaar, terwijl het daarop volgende jaar juist het westen (en daarbij reken ik ook in dit geval de Amerika s) zou worden beroerd. Dit stemt overeen met het kritieke jaar 1963. De politieke spanningen zullen dan waarschijnlijk mede hierdoor beïnvloed worden.
Alles tezamen meen ik met reden te mogen stellen, dat ofschoon de eerste jaren niet zonder meer van een tomeloos optimisme vervuld zullen zijn ze toch wel degelijk dragelijk blijven en dat de rampen, die de wereld treffen, niet zo groot zullen zijn dat de mensheid hieraan zou ondergaan of zelfs dat zij in een angstig zoeken naar zelfbehoud de zorg voor de medemens zou moeten verloochenen.
In ons wereldbeeld hebben wij behoefte aan een laatste factor. Wij zouden nl. moeten weten, in hoeverre voor ons (en dan denk ik dus ook aan de geest) bepaalde veranderingen optreden en zo ja, in welke zin deze kunnen worden verwacht. En nu valt mij op, dat ook wat de geestelijke werkingen betreft zich op aarde een cyclus afspeelt.
In de eerste plaats hebben wij de cyclus van leraren. Grootmeesters eens per 2100 jaar globaal. Daartussen kleinere godsdienststichters en profeten rond gemiddeld 700 jaar van elkaar verwijderd. De 2100 jaar zijn praktisch maar nog niet geheel voltooid. Er zou dus kunnen worden gesproken van een nieuwe godsdienst. En wij kunnen dat vergelijken met het ontstaan van het Christendom.
Het Christendom ontstond door de verwarring van de wereld. Het kon zich uitbreiden door de grote hoeveelheid verdrukten. Het dankte zijn werkelijke macht niet aan de rijken maar aan de slaven. Uit de rangen der slaven echter werd de macht gewonnen, die vorsten regeerde en wel binnen ongeveer een halve cyclus ofwel een 340 á 350 jaar. Aannemende dat hetzelfde zich nu afspeelt, zou dus kunnen worden gezegd, dat een grote nood voor vele volkeren te verwachten is. Hoe groot die nood zal worden, kunnen wij niet overzien en ongetwijfeld hebben de Romeinen en zelfs de Farizeeërs in die oude tijd niet aan hun tijd gedacht als één, die bijzonder zwaar en drukkend was. Zij zagen nl. maar een enkel aspect van het geheel. Achteraf kunnen we echter zeggen, dat toestanden als slavernij en sociale misstanden, verkeerde waardering van prestatie e.d. een grote rol hebben gespeeld. Ik meen, dat dit in deze tijd zich wel eens zou kunnen herhalen. Er zijn op het ogenblik landen en gebieden genoeg waar zich voor de verbreiding van een nieuwe leer of godsdienst de meest gunstige condities tonen. Een dergelijke leer of godsdienst heeft echter praktisch voor ons geen betekenis, tenzij zij gepaard gaat met een geestelijke ontplooiing.
Ongeveer 190 jaar geleden was er een betrekkelijk groot aantal ingewijden werkzaam en dezen stichtten o.m. nieuwe vormen van geheimloges. Datzelfde gebeurde ongeveer 300 á 400 jaar geleden. Ook nu kunnen we uit de geest zien, dat het aantal ingewijden aanmerkelijk vergroot is en dat evenals in genoemde perioden de mogelijkheid een inwijding te verwerven zeer veel groter is voor de doorsnee zoeker.
Hieruit vloeit voort een geestelijke voorstelling op deze wereld. Gezien de gemiddelde richting, waarin de ingewijden werken in deze periode, verwacht ik een herhaling van het gebeuren van ongeveer 2100 tot 1700 v. Chr., toen o.m. in Perzië een leer van licht en duister een nieuwe nadruk kreeg. Een leer van tegenstellingen, waarin echter de basis van het beleven is gelegen in het contact met de geest. In deze leer is er geen sprake van het gewone orakel, dat wij overal elders zo rijkelijk vinden maar wel van de profeterende geest, die dus vrijwillig profeteert. Daarnaast van een voortdurend contact niet alleen van priesters maar ook van een groot deel van de gelovigen met geesten of daemonen, zoals men toen zei. Daemon had toen nog een andere betekenis, het was dus niet alleen duivels en een inzicht in andere werelden.
Gezien het cyclisch verloop verwacht ik voor de komende eeuwen een soortgelijke ontwikkeling. Dat zou betekenen, dat de geest dus haar werk op aarde zou kunnen intensifiëren. Voor de mens houdt dat in een groter overzicht over het totaal van het gebeuren, een beter inzicht in zijn eigen mogelijkheden en daarnaast ook wel degelijk door eigen werk en studie overigens de mogelijkheid om tot een grotere zelfkennis te komen. Dit zou geestelijk gezien een zeer grote verrijking van de wereld betekenen: Want daardoor zouden de eerste. zeg maar globaal genomen 1000 jaren inderdaad een grotere bewustwordingsmogelijkheid bieden, meer lichtende geest op deze aarde doen neerdalen en meer geesten verlicht tot de sferen doen opgaan. Alles tesaam genomen lijkt mij het beeld, dat de wereld ons biedt, in het heden en in de toekomst zeker niet pessimistisch. Moeilijkheden zullen er zijn, maar een wereld zonder moeilijkheden is het leven nauwelijks waard. Strijd zal er zijn, ongetwijfeld, maar een strijd ten goede. Een strijd, waarin de strijder met het geestelijke wapen volgens alle overzichten uit het verleden zowel als de berekening op basis van het verleden gemaakt de overwinning zou moeten behalen.
Er zullen ongetwijfeld velen in deze tijd geroepen worden. Wij hebben in het verleden een soortgelijke periode gezien. En dan denk ik alleen maar aan Israël, aan het volk dus, waarin Jezus geboren zal worden en waarin reeds dan velen uitgaan o.m. om de duivelen (let wel, in de betekenis hier van niet goede geesten) uit te drijven. Overigens komt dit o.m. in het Evangelie van Lucas naar voren en ook Marcus maakt enige opmerkingen in deze richting. Bijv.: Jezus werpt de Farizeeërs voor, dat ook hun zonen duivelen uitdrijven. Dit in verband met een verwijt, dat men hem maakt.
Een zeer interessant iets. Dus meer roeping, maar niet altijd een roeping, die beantwoordt aan de waarheid, vergeet dat niet. De taak, die men op zich neemt, zal niet altijd in overeenstemming zijn met het bewustzijn, dat men daarvoor eigenlijk zou moeten bezitten. Alles tezamen echter een beeld, dat ons verwachtingen geeft. Veel verwachting, ook voor de komende jaren, die u nog meemaakt. Grote verwachtingen zeker voor de eerste zeg 6 á 700 jaar. Groei, bewustwording, intensifiëring van geestelijke en stoffelijke arbeid zijn te verwachten.
Ik meen, dat ik hiermee althans ten dele het wereldbeeld heb afgerond, dat ik mij had voorgenomen u te geven. En nu heb ik nog een klein tweede stukje, dat ik ook nog naar voren moet brengen. Daarboven zou eigenlijk moeten staan:
De zin van het wereldbeeld
Degene, die alle afgelopen lessen heeft gevolgd, zal zich zo nu en dan geërgerd hebben, daarvan ben ik overtuigd. Want in plaats van zeer verheven geestelijke stellingen of onmiddellijk bruikbare en zeer praktische raadgevingen voor het heden heb ik u een beeld gegeven van allerhand mogelijkheden en ontwikkelingen. Ik heb met u gesproken over politiek en over geloof, over economie en over het wezen van de mens. Daarnaast heb ik getracht u duidelijk te maken, hoe men aan de hand van een cyclisch verschijnsel bepaalde predicties kan doen, die een grote mate van juistheid kunnen bezitten. De zin echter van dit alles ligt verborgen in de studie die men zelf maakt. Want deze hele reeks van lezingen is eigenlijk niets anders dan een introductie tot een bepaalde wijze van denken. Ik hoop dat u het mij niet kwalijk neemt, dat ik mijn eigen visie hier dan nog uiteen zet.
Op het ogenblik dat een mens in de wereld staat, bekijkt hij ongetwijfeld alles in de eerste plaats uit zijn eigen standpunt en baseert hij zich bij zijn beschouwingen op zijn eigen belangstelling. Wij mogen dat zeker niemand verwijten. Maar er zijn bezwaren aan verbonden. Men verliest over het algemeen het overzicht. En toch kan men in een wereld moeilijk leven, tenzij men ook begrijpt wat er zich in grote lijnen afspeelt. En al hebben wij daar niet al te veel over gesproken, het zal u toch duidelijk zijn, dat het harmonisch zijn voor de mens zeer belangrijk is; met zijn eigen wereld en sfeer evengoed als met andere krachten en andere sferen. Zolang die harmonie en dit zoeken naar harmonie echter gebaseerd moeten blijven op een waanbeeld, op een eenzijdige beschouwing of zelfs op een te vergeestelijkt zien van de wereld, treden er bezwaren op.
Zo is men niet in staat juist te putten uit het bovenbewustzijn en men kan in het kader van het geheel slechts zelden juist handelen. Door zijn onvolledig inzicht is men met al mijn hoede intenties vaak in strijd met de rest van de wereld. Via de wetten van oorzaak en gevolg, evenwicht en gelijkblijvende velden komt de mens hierdoor in strijd met zichzelf en zijn wereld. Hij voelt dan veel als niet gerechtvaardigd of niet juist en zal geneigd zijn op den duur het belangrijke bereikte terzijde te stellen om zoals hij dat noemt eindelijk eens reëel te gaan leven. In andere gevallen vlucht de mens weg in een wereldbeeld, dat zo onwerkelijk is, dat hij geen, contact kan krijgen met de werkelijke krachten rond hem, maar in plaats daarvan zich bezighoudt met droombeelden. Juist om dit te kunnen vermijden dient de mens belangstelling te hebben voor zijn eigen wereld. Ook voor die schijnbaar wat modderige aspecten als politiek en economie. Want hierin zitten voor hem de kentekenen van de tendens; zowel de kosmische tendens van het ogenblik als de menselijke tendenzen, die de wereld overheersen. Met deze kennis gewapend kan hij zich aanpassen. Hij kan zorgen dat zijn eigen instelling hem beveiligt tegen datgene, wat hij als duister ziet in de tendens van de wereld en hem gelijktijdig toch altijd met die wereld in contact doet blijven en het goede daarin doet versterken.
Denken en het uitzenden van gedachtekracht kan in de wereld veel ten goede keren, dat is waar. Maar dan moet men ook weten, waarop men die gedachten moet richten. En een zeer algemene gedachte als wereldvrede zal weinig zin hebben. In een van mijn vorige lessen heb ik daar trouwens al reeds meer over gezegd. Neen, het is belangrijk dat men weet wat die vrede moet zijn. Het is niet voldoende te denken over rechtvaardigheid. Men moet begrijpen wat gezien de toestand van de wereld het enig rechtvaardige voor allen kan zijn. Het heeft geen zin te denken aan waarheid, want een onbeperkte waarheid kunt gij niet bevatten. Maar bepaalde waarheden manifesteren zich voor u en als uiting van groot kosmische krachten hebben zij op uw gereld als deel van de waarheid een zeer groot belang. Kunt u zich daarop instellen en kunt u daarmede contact behouden, dan zult u zich kunnen inschakelen in de kosmische werkingen en de steun daarvan ondergaan.
Het is dus net voor niets, dat wij ons een jaar lang laten we maar eerlijk zeggen zo nu en dan geplaagd hebben met historische vergelijkingen en met babbeltjes, die soms te materialistisch leken om geestelijke zin te hebben. Uit mijn standpunt was het belangrijk, de mensen een zeker inzicht mogelijk te maken. Natuurlijk is alles wat ik hier naar voren heb gebracht mijn visie. U zult, wanneer u gaat spreken over die cyclus theorieën, ongetwijfeld worden aangevallen door wetenschapsmensen, die zeggen dat de historie zich niet herhaalt. Anderen zullen u zeggen dat er zoveel indelingen bestaan in cycli, dat het onmogelijk is de volledig juiste daaruit te vinden.
Geef hun daarop dan dit ene antwoord. Het gaat mij niet om de verschijnselen op zichzelf, maar om de te erkennen tendensen en stemmingen. Want deze blijken zich wel te herhalen en dit is wel bewijsbaar. Dan zal men u aanvallen, wanneer wij het hebben over astrologie. Men zal u zeggen: Wat er over astrologie is gezegd, moet onzin zijn, want de situatie van de sterrenhemel is niet gelijk aan de indeling, die de astroloog gebruikt. Hij houdt zich bezig met tafels, die zijn afgeleid van Ptolomeus en tegenwoordig weten wij wel beter. Als men u dat zegt, zeg dan tegen die mens, dat de Dierenriem weinig te zeggen heeft, dat hij niet veel meer is dan een richtingsbord, dat men gebruikt om de verschillende kosmische windrichtingen te herkennen. Maar dat de invloeden uit de ruimte er altijd zijn geweest en er nog steeds zijn. En lachen ze u uit en zeggen ze dat het bijgeloof is, wijs hun dan eens op het feit, dat men reeds voor Ptolomeus zelfs sprak over de melodie der sferen, over het lied der sterren. En zeg hun dan eens, dat men nu reeds dit lied begint te horen, ook al weet men het nog niet te. interpreteren.
En als zij lachen, zeg dan. Hoe komt het dat uw wetenschapsmensen dan schrijven, dat de zon brult. Dat de maan fluistert. Dat een bepaalde ster snerpt en een andere knerpt? Geeft men hier niet iets weer van frequenties, die gezamenlijk wel degelijk mits geheel beluisterd een kosmische melodie kunnen vormen? Misschien zullen zij dan nog lachen maar het zal niet zonder verlegenheid zijn.
Baseer u op het feit, dat uw wereld aan wetten onderworpen is en dat juist krachtens die wetten bepaalde herhalingen van tendens onvermijdelijk zijn. Begrijp dat de kleine verschuivingen, die in elke cyclus optreden en wel van tijd tot tijd (dus een jaarverschil zowel als een tendensverschil), maken dat niet elke tendens volledig gelijk is, maar wel een variant is van dezelfde kracht. Reken niet te veel met een volledig gekende toekomst, maar reken vooral met het gekende basisgetal van uw tijd. Het basisgetal dat in feite weergeeft de harmonie met bepaalde sferen, het optreden van bepaalde kosmische heersers en dat voor de ingewijden, daarnaast weergeeft de wegen, die op dit ogenblik mogelijk zijn om buiten de stof te treden en vandaar uit in die stof te leven en te werken op een andere dan menselijke wijze.
Misschien acht u het onbelangrijk en ik neem het u helemaal niet kwalijk. We kunnen filosoferen en toch het goede der aarde niet verwerpen. Maar wij moeten daadwerkelijk zorgen, dat onze instelling daarbij goed is. Hebt u dit geleerd, dan kunt u mede met de andere lessen en cursussen, die u gegeven zijn en gegeven zullen worden een zodanige aanpassing krijgen, gebaseerd op een stoffelijke werkelijkheid en een geestelijke werkelijkheid, dat u zowel in wereld als sfeer voor een groot gedeelte uw eigen pad kunt bepalen en dat u daarbij zo nu en dan zelfs in staat bent een ander eens een dienst te bewijzen.
De Mithrasdienst is in feite een zonnedienst. Dat wil zeggen dat Mithras in zichzelf niet de figuur van de zon is, maar staat voor de levende kracht van de zon. Hij wordt onmiddellijk gecombineerd met het stier offer, dat dan ook in vele gevallen, op platen in de tempels werd getoond. Als wij ons afvragen wat bij de Mithrasdienst eigenlijk belangrijk is, moeten wij in de eerste plaats wel stellen, dat het een soort ontaarde vorm is van een oudere godsdienst. U moet dat niet zien als iets denigrerends, want in het Christendom zien wij ongeveer hetzelfde. Wij hebben daar de verering van Jehovah en dan komt de Christus als een soort leraar dus de brenger van kracht op aarde en wordt hij het eigenlijke middelpunt van alle tempeldienst in het Christendom. Op dezelfde wijze is dat gegaan met Mithras.
Nu was deze Mithrasverering echter niet zo vreedzaam als, het Christendom. Mithras zelf moet worden beschouwd als een soort gewelddadige God, een soort krijgsgod. Dit heeft tot gevolg gehad, dat hij vooral werd vereerd overal, waar strijders waren. Men heeft hem later dus ook geïntroduceerd in Rome en van Rome uit is de Mithrasdienst verbreid over heel Europa, Engeland en een groot gedeelte van Afrika.
Mithras
De eigenaardigheid hierbij is wel, dat de Mithrasleer niet een godsdienst zonder meer is maar een inwijdingscultus. Men kan dus niet zo maar een bijeenkomst van de Mithrasdienst bijwonen.
De eigenlijke dienst bestaat uit een hoofdmaaltijd. Die maaltijd wordt voorafgegaan door bepaalde rituele plechtigheden en het brengen van een offer. De ingewijden dat zijn de Leo’s, de leeuwen liggen in wat wij een zijbeuk kunnen noemen op een soort verhoging en liggen aan als voor een maaltijd. Er wordt een stieroffer gebracht. Van dat offer wordt o.m. bloed en vlees rondgedeeld. Daarnaast ook vele andere stoffen. Het is dus een werkelijke maaltijd, maar daarbij spelen dan vlees en bloed een rol. Het bloed wordt hier nl. gezien als een soort levenskracht. Het is het bloed van de wereld, het bloed van de kosmos. De stier staat hier dan ook als een zuiver kosmische of natuurgod. Hij werkt en in zijn werken is ook zijn vlees één geworden met de aarde. Het eten van zijn vlees geeft dus ook een zeker meesterschap.
Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de oudere, de meer Perzische Mithrasdienst en de latere vorm, de Romeinse Mithrasdienst. In Rome nl. heeft men wel zeer sterk de nadruk gelegd op het principe van kracht en vitaliteit. Vandaar dat wij in de Perzische tempels de z.g. lichtdragers of flambouwdragers meestal zien staan naast het hoofdpaneel of offerpaneel, dat in een nis is gelegen, dus ter plaatse waar men ongeveer het altaar verwacht. Daarentegen vinden wij in Rome over het algemeen de twee fakkeldragers aan het begin van de tempel. De fakkeldrager is nl. het goddelijk Licht zelf. Als hij nu dicht bij het altaar staat, dan wordt de aandacht op deze twee beelden, met elk inderdaad een brandende fakkel, geconcentreerd.
Mithras is voor de Perzen de God van Licht. Hij geeft de overwinning over de duisternis. Hij is de beheerser van de natuur, de overwinnaar van vele krachten. Hij is zelfs in zekere zin meester van de tijd. Degene die de dienst presideert, wordt dan ook voorgesteld als een soort Alvader en heel vaak geeft men hem vrij vertaald de naam van “vader der vaderen” of ook wel “vader des Al”. Deze leider, dus deze hoogste graad van het geheel, heeft tot taak om zittende op zijn troonzetel het licht te doen overgaan in de ingewijden van verschillende graden. Hij wordt daarbij bijgestaan in de z.g. offeroptocht, die voor het begin van de dienst wordt gehouden, bij de aanbieding van reukwerken, van vloeistof, van offerdieren (er wordt ook vaak een witte haan geofferd) en spijzen, door de Leeuwen, degenen die zelf deelnemen aan de maaltijd. De kleinere dienaren (de jongste graad heet corax, raven en dan hebben we ook nog de bruiden) zijn eigenlijk de bedienden. Wanneer dus die offermaaltijd plaatsvindt, neemt de Raaf er ook wel deel aan, maar als bediende. Hij bedient eerst de Leeuwen, die de feitelijke lichtkracht in zich opnemen, die de moed en de kracht hebben om de werelden van het lichte te betreden, terwijl de Raaf op zichzelf (denk eens aan het voeden van de profeet in de woestijn bv. door de raven) in de eerste plaats de brenger van voedsel is en pas in de tweede plaats als hij zijn taak heeft vervuld afgewend van het licht ook deel heeft aan de offermaaltijd. Dat is dus bij de Perzische riten.
Later echter bij de Romeinen zien wij er verschillende figuren bijkomen. Wij zien niet alleen de Alvader presideren ofschoon hij wel de baas is maar wij zien daarnaast vaak een figuur, die de tijd symboliseert. En bij die symbolen van tijd ligt weer het geloof aan onkwetsbaarheid. Men is in het Licht. Dus men zoekt niet naar het Licht, men is in het Licht. Dat is kracht, die onkwetsbaar maakt. Die verzekert een onmiddellijk ingaan binnen een lichtend rijk, als je zou sterven.
Het is een typische godsdienst van mannen. Mithras is gebaseerd op het mannelijke. Mithras zelf is een man. Zijn offer is de stier, mannelijk. Alle graden zijn mannelijk. In de Romeinse versie echter komt men op een gegeven ogenblik in strijd met de vrouwen. En dat is begrijpelijk. De vrouwen willen er nl. ook deel aan hebben. Zij kunnen echter niet zelf deze inwijdingscyclus meemaken. En nu komen ze tot een eigenaardige oplossing.
Er bestaat nl. het idee, dat in het einde der tijden Hormuz en Ahriman elkaar zullen ontmoeten (dus licht en duister) en in hun huwelijk één zijn. Vandaar dat licht en duister gelijke waarden kunnen zijn. En dan wordt de vrouw neem het me niet kwalijk, dames in de Mithrasdienst tot het symbool van het aanvullende duister, dat de uiteindelijke bereiking mogelijk maakt. Vandaar dat de gehuwden inderdaad het recht krijgen hun vrouwen ook hun graad te geven. Er zijn bv. graven bekend van vrouwen (wij vinden dat in Alexandrië, in Tyrus is er één, in Rome zijn er meer te vinden), waar wij de vrouw begraven zien met het symbool van de mannelijke graad van de Mithrasdienst. En daarmee wordt dus aangeduid, dat de vrouw in Rome een rol speelt. In Perzië kan dat niet.
U kunt het ook wel weer begrijpen, als u inziet dat de man wordt gezien als een hemelsymbool en de vrouw als een aardsymbool. Mithras is een hemelgod, ook wanneer hij de kracht der aarde overwint. Als zodanig kan hij nooit de symbolen van de aarde onmiddellijk tot zich nemen. Die kunnen niet worden ingewijd in de hemelleer, die hebben hun eigen geheimen. Wanneer wij echter langzaam maar zeker de zaak zien overgaan in een verering van Mithras zonder meer en dus de symboliek op de achtergrond raakt, dan kan de vrouw wel een rol spelen.
De Mithrasdienst is verder in zoverre opvallend, dat hij in vele gevallen zich vermengt met andere diensten en dan sterk geperverteerd wordt. Wanneer wij bv. de priesters van Kabyle zien (een godin die eerst in Afrika berucht is geworden en daarna hoofdzakelijk in Thessalië, van waaruit zij dan als een soort heksengodin rondtrekt en zelfs Rome en Spanje bezoekt), dan komen wij ook hier vaak als tegenbeeld van Kabyle zelfs Mithras tegen. Hij heeft hier echter een ondergeschikte betekenis gekregen en wordt dan ook niet getoond als een krachtfiguur.
In de voorstellingen van Mithras geboorte zien wij nl. in de oorspronkelijke dienst Mithras uit de steen komen. Hij wordt niet geboren uit een mens maar uit een steen, uit een rots. In vele gevallen wordt hij afgebeeld met beide handen op de rots steunend, de voeten daarin nog gevangen, een kind en toch reeds een symbool van titanische krachten. In de Kabyledienst echter wordt hij steeds weer getoond als gebonden aan een enigszins de vulva symboliserende grot en daarmee wordt hij dus gemaakt tot een menselijk product.
Mithras heeft een zeer grote kans gehad om de wereld te veroveren. Hij deed nl. niet alleen een beroep op de mens als zodanig, de krijgsman hoofdzakelijk, maar had ook een grote aantrekkingskracht voor o.m. slaven en allen, die horig waren of onder bevel stonden. Want Mithras verleent niet alleen krachten, maar hij geeft de ingewijden een geheim en in dit geheim worden ze vrij. Dat die vrijwording niet alleen maar voor de keus werd genomen, kunnen wij zelfs nog zien in Rome.
In Rome vinden we nl. een paar van deze tempels, waarvan één op het terrein van de huidige St. Pieter en daar vinden wij platen, votiefplaten. Bij één daarvan vinden wij op de votiefplaat vermeld, dat degene die genezen is dank zij de kracht van deze godheid zijn slaven, die hij verkeerdelijk gebonden hield ondanks het feit dat zij een graad hadden, heeft vrijgelaten. Klaarblijkelijk hield dus het bereiken van een mannengraad, het voorbijgaan dus van de dienstbaarheid, ook in een vrij zijn van de gelovigen en een recht op vrijheid. In Perzië is het zeker dat dergelijke ingewijde slaven, die tenminste de graad van Leeuw hadden gehaald, vrijelijk toevlucht konden vinden op het terrein van een ieder, die ingewijd was in die dienst, zelfs al was hij maar Raaf, want als Leeuw zijnde waren zij vrije strijders des Lichts.
Zoals u misschien bekend is, is van de werkelijke Mithrasdienst heel weinig overgeleverd. Dat is begrijpelijk, want het Mithrasgeheim is het inwijdingsgeheim en het wordt als zodanig nooit geheel vastgelegd. Er zijn fragmenten bekend, die wij bv. onder beelden (reliëfs heel vaak en bepaalde schilderingen aantreffen. Maar zelfs deze zijn verminkt of worden willekeurige opgenomen. De volledige verzen van een dienst bv. zijn nooit bekend geworden: Toch kunnen wij aan de hand van hetgeen op aarde bekend is plus hetgeen wij hiervan verder weten door onze geestelijke ervaringen, het volgende stellen: Mithras in zichzelf is de levenskracht. Als levenskracht is hij onmiddellijk zoon van de zon maar belangrijker dan de zon. Want waar de levenskracht voor de mens altijd positief is, kan de zon ook dodelijk zijn. De zon is voor de mens vooral in de tropische streken afwisselend goed en kwaad. Mithras als levenskracht is altijd goed.
Als zodanig wordt hij het centrum van een verering, waar hij komt te staan tussen de elementen. In de grotere tempels vinden wij dan ook afzonderlijke kapellen of inwijdingsruimten, die gewijd zijn aan de elementen aarde, water, vuur en lucht. Van lucht mag verder nog worden opgemerkt, dat het luchtelement werd beschouwd als een trap der planeten. Wij vinden hier dus de symbolen van de zeven bekende planeten heel vaak op een ladder gegraveerd, in andere gevallen als een reeks aaneensluitende poorten. De ingewijde moest daar doorheen gaan en was zo dus deelgenoot van de krachten des hemels.
Elke inwijding in het element echter houdt tevens in de inwijding in een aspect van levenskracht. Want het leven is ook volgens het geloof van de Mithrasdienst in alle dingen. Als zodanig betekent een inwijding in aarde, dat men aan het leven der aarde deel heeft.
Ik mag hier herinneren aan de Griekse verhalen, waarbij de zoon der aarde zodra hij zijn moeder beroert krachten uit haar gewint. In de Romeinse versie van de Mithrasdienst blijkt voor de laagste graad ook reeds een soortgelijk geloof te bestaan. Wanneer men het mysterie der aarde doorlopen heeft, geeft de aarde kracht. Als men het mysterie van water doorlopen heeft, heeft men niet alleen de levende kracht gevonden maar tevens een bindende kracht. Het water is het totaal van alle passieve krachten, die op aarde bestaan. Water op zichzelf beweegt niet, het beweegt alleen wanneer het door de lucht wordt bewogen. Water op zichzelf kan geen invloed uitoefenen, maar het is voor het leven noodzakelijk. De inwijding in het water geeft de mogelijkheid de krachten der aarde te activeren door aarde en watersymbolen met elkaar te vermengen.
Het vuur is de bezieling. Het is het symbool van de zon. Het is het symbool van kracht en van de vermenging van alle elementen. Als zodanig, geldt het wel als zeer belangrijk. Want wie aarde, water en vuur beheerst, is in staat in zichzelf alle krachten op te wekken, die in het normale al bestaan. Hierbij mag niet vergeten worden, dat vuur in die oude tijd ook vaak werd uitgelegd als de kern van het menselijk leven.
De lucht daarentegen omvat de woningen der goden. Een ster werd in deze dagen heel vaak gezien als een soort eilandje aan de hemel, waar een God zijn huis had. Als gevolg is degene, die de geheimen der lucht kent, ook bekend, met alle godheden en alle goddelijke functies. Als zodanig is hij niet slechts in staat de krachten van deze wereld te activeren, maar kan hij daarnaast alle kosmische krachten activeren. De gedachtegang is dus een inwijding in de kosmische geheimen, waarbij de levenskracht als centrum dient. De levenskracht wordt oorspronkelijk vereerd, later aanbeden. Zodra wij komen tot de aanbidding van de levenskracht, gaat het werkelijke geheim teloor.
De verschillende rituele voorwerpen, die wij in die tempels vinden, staan ook in direct verband met deze elementen. Wel te verstaan vinden wij er een vat zonder bodem (aarde), tevens gebruikt voor de vermenging van aarde en water. Een soort doopvont daar doet het een beetje aan denken gebruikt om water te bevatten. Verder een vaak zeer mooi versierde kruik of bokaal, waarin bloed wordt bevat als symbool van de levende kracht zelve. Er is een altaar waarop het offer wordt geslacht, maar waarop tevens ook vuur wordt gebrand. Wij vinden dan verder een reukpot, waarin houtskool en reukwerken worden gebrand. En dan de bekende fakkeldragers. Deze alle tezamen geven aan, de climax van de eredienst, die gebaseerd is op het wekken van de krachten van elk element afzonderlijk. Zolang alleen de kracht van de aarde wordt aangeroepen, zijn allen gelijk. Zodra echter een hoger element wordt aangeroepen, valt de graad die daarin nog niet is ingewijd af. Zij wordt van dit ogenblik af dienstbaar aan de anderen. Allen tezamen staan onder de symbolen van leven en dood en tijd, Alvader, kracht en in de Romeinse tijd komt het tijdsymbool erbij. Deze drie regeren allen, allen zijn daaraan dienstbaar. Deze drie echter erkennen hun afhankelijkheid van het leven. Want zonder de levenskracht zou er geen tijd zijn.
Zonder de levenskracht zou er zeker ook geen Alvader erkend kunnen worden. Zonder de levenskracht zelf zou “het leven” in de kosmos als een kosmisch leven gezien niet bestaan. Als zodanig wendt men zich in de dienst dus heel vaak gezamenlijk ook nog weer tot de steen, die dan is ingemetseld op de voorstelling (wij vinden het ook hier en daar in bronzen) en vaak zijn deze platen bovendien nog zo vervaardigd, dat ze kunnen worden omgedraaid.
Men begint dan over het algemeen met een plaat, waarop het stieroffer staat afgebeeld. In andere gevallen de volwassen Mithras, soms omwikkeld door de slang. Altijd met de elementen van macht en de stralen van de zon achter zich (soms zelfs zo gemaakt, dat die stralen nog verlicht kunnen worden door een lamp er achter te plaatsen); terwijl de andere kant van de steen zo hij draaibaar is de geboorte van Mithras te zien geeft. Deze plaat wordt dan getoond na de rituele maaltijd, wanneer immers de vol ingewijden (van af de graad der Leeuwen en hogerop) in zich Mithras herboren zien worden, deel hebben aan de kosmische levenskracht, zich ontworstelen aan de steen van het beperkte bestaan en uit de maagdelijke rots van het onbegrepen leven kunnen opgaan in het begrip van en de beheersing van de kosmische krachten.
Sluitstuk
Je bouwt een tempelgewelf. Maar slechts wanneer de sluitsteen is aangebracht, vindt het in zich de kracht om in zichzelf te staan. Zonder dit valt het. Het bouwsel is waan, zonder sluitstuk.
Het menselijk leven streeft omhoog. Het zoekt naar hoogste waarden en wil zich bouwen een boog, die ten hemel spant. Men tracht de hemel zelf te bidden, opdat een godenhand rechtop zal houden wat de mens uit zich heeft gebouwd. Maar hoe de mens ook naar een hoger weten, een hoger helpen schouwt, slechts door een sluitstuk uit zijn eigen zoeken, eigen kennen ook geboren kan hij behouden wat hij bouwt en zijn als eens te voren: Eén met het Al.
Men zoekt een sluitsteen. En in het vele zoeken vergeet men vaak de werkelijkheid. Men meent in strijd of strijdloosheid de volheid van het leven en het zijn te ervaren. Men zoekt vele jaren naar de waarde, die dit al bevestigt en tot eeuwige waarheid maakt. Maar staat er niet geschreven “De topsteen, die verworpen werd, heb Ik gemaakt tot hoeksteen van Mijn tempel”?
Zo zal dan menigeen de waarheid, die het grootste is het harmonisch zijn, de eenheid, steeds opnieuw in anderen uitgedrukt en saam gebracht tot een gezamenlijk streven door alle sferen vergeten en zo uit leven en uit kosmos wederkeren tot stoffelijk bestaan, tot hij zijn sluitstuk vindt, zijn tempel heeft gebouwd en daarmee heeft voldaan aan de eeuwigheid: De wet, die hem geleidt.
En heeft hij eens het eeuwige beschouwd, zo kent hij werkelijkheid. En buiten tijd kan hij gaan daar, waar geen dromen zijn, maar waarheid is de glorie van een goddelijk, onbegrijpelijk leven.
Daarmede, vrienden, heb ik u gesproken over het sluitstuk, dat u nodig hebt. Iets wat al uw stellingen, uw ideeën van goed en kwaad, van licht en duister, van wijsheid en dwaasheid, van waan en werkelijkheid één maakt. Want alleen in de eenheid van uw wezen kunt ge de volledigheid vinden, die nodig is om erkenning van waarheid mogelijk te maken.
Wanneer wij echter een sluitstuk geven voor deze groep en deze cursus, mag ik het misschien anders zeggen.
Sluitsteen
Het werk is dan zo goed het ging volbracht. Na de woorden en de kracht wordt nu de stilte weer geboren. Ergens liggen de sporen, getrokken door woorden en lessen. Ergens ligt het doel. Misschien reeds bereikt maar wij weten het niet. Maar wat ook het leven voor waarden geeft aan wat wij volbrachten en wat wij u gaven en hoe ook gijzelf leeft, in al deze gaven is één zekerheid, één sluitstuk voor ons werk, voor al het bestaan: In ons gezamenlijk gaan naar God vinden, wij de waarheid, al het andere is waan. Indien wij slechts zo leven door alle tijd, zo zullen wij gezamenlijk eens tot laatste weten gaan.
Daarmee, vrienden, zijn wij gekomen aan het einde van onze bijeenkomst. Tevens zijn wij gekomen aan het einde van deze reeks van tien avonden. Ik kan u alleen nog zeggen, dat het ons zeer heeft verheugd u zij het ook niet altijd volledig en in vollen getale hier aanwezig te vinden. Te weten, dat u met ons wilt zoeken.
Wij zullen ongetwijfeld in een komend jaar ons pogen voortzetten. Wij hopen u daarbij weer aan te treffen. Maar zou dit niet het geval zijn, dan rekenen wij er toch op dat wij ergens iets hebben gevonden, wat een voldoende harmonie schept tussen ons om een geestelijk samenwerken mogelijk te maken. Opdat we deze geestelijke en goddelijke harmonie eens in alle sferen en werelden gelijkelijk zullen kunnen uitdrukken.
Onze dank voor het werk, dat u hebt gedaan. Wij weten dat u dankwoorden zou willen spreken. Dat is niet noodzakelijk. Besef, dat wij in feite één zijn. Dit is voldoende. Dan zullen wij met of zonder woorden, met of zonder lessen in eenheid met elkander het kosmisch doel bereiken, waarnaar wij streven.
Ik wens u allen verder het beste op uw levensweg. En zouden wij u niet meer ontmoeten in deze vorm binnen een cursus, wees ervan overtuigd, dat wij niet zullen nalaten u te helpen waar het ons mogelijk is en waar het ons gegeven wordt.
← vorige tekst | overzicht |
