juli 1969
Actuele ontwikkelingen
Een wat vreemde titel voor een redevoering, die de afsluiting van een cursus moet zijn, waarin we hebben geprobeerd voorlichting te geven over al wat er zich op het ogenblik achter en zelfs voor de schermen op aarde afspeelt. Maar er zijn enkele dingen, die men moeilijk ergens anders kan klasseren.
We zitten tegenwoordig in wat men noemt een “sellers market”. (Ik zeg dit in het Engels, omdat anders deze term niet au sérieux wordt genomen in het zeer op de Nederlandse taal gestelde gebied waarvoor ik spreek.) Dat wil zeggen dat de verkoper meent dat hij kan uitmaken wat hij nodig heeft aan winst, wat hij wenst dat zijn producten opbrengen en dat hij daarbij over het algemeen ook nog wordt gesteund door allerlei instanties. Ja, soms zijn er meer instanties dan producenten voor een bepaald product. En dat op zichzelf hoort, geloof ik, in een rariteitenkabinet thuis.
Laten we de huidige situatie eens gaan bezien. We hebben te maken met overproductie op praktisch elk terrein. Om enkele voorbeelden te geven: De productiecapaciteit voor motorvoertuigen van niet‑professionele aard (dat zijn auto’s waarin u graag rijdt, motorfietsen, brommertjes e.d.) is op het ogenblik ongeveer 170 % van de verbruikscapaciteit. In elektrische en huishoudelijke apparatuur bestaat hier en daar reeds een productiecapaciteit, die tot 250 % van de gemiddeld mogelijke afzet gaat.
In de landbouw hebben we te maken met een overproductie van melk, een overproductie (vreemd genoeg misschien voor u) van groenten en fruit, een overproductie van aardappelen, een overproductie van tarwe. De procenten lopen wat uiteen, maar we kunnen zeggen dat de gemiddelde overproductie van melk ‑ gezien de vele verwerkingsmethoden die men daarvoor nog steeds uitvindt ‑ op het ogenblik ongeveer 35 % is. Voor aardappelen is de gemiddelde overproductie nu slechts 10 %. Voor groenten en fruit ligt deze productienorm soms rond de 90 %. Dat wil zeggen dat de producent zijn markt dus alleen kan hanteren door allerhande maatregelen en door beperking van zijn productie. Een productiebeperking die kostbaar is, omdat hij van de beschikbare capaciteiten niet voldoende gebruik kan maken.
Maar nu het leuke: gelijktijdig is het in bijna alle landen van de westerse wereld nodig een toenemende werkgelegenheid te verschaffen. Het aantal arbeidsplaatsen moet oplopen. Hierdoor ontstaat er een dilemma. Men moet kiezen voor een absolute vermindering van het winstpercentage en een directe aanpassing van de prijzen aan het mogelijke, of men moet kiezen voor vaste en gedirigeerde prijzen, maar daarmee dan ook voor een steeds verminderend afzetgebied en daardoor een steeds onrendabeler deel van het totale productieapparaat.
Ik weet dat dat allemaal ernstig klinkt. Maar is dat niet een beetje dwaas? Hoe dwaas het is moge blijken uit het volgende: de staat heeft om haar functies redelijk te kunnen vervullen een gemiddelde verhoging van haar inkomen per jaar nodig van naar schatting 6½ %. Dat geldt voor Nederland. De kosten om dit mogelijk te maken bedragen echter ongeveer 3 à 4 % van het totale inkomen, zodat de feitelijke honger van de fiscus in Nederland van een gemiddelde toename van 10 % kan spreken. Hierdoor groeien de apparaten dus steeds verder uit, terwijl men ook economisch, omdat men steeds meer moet regelen, eveneens met een toenemend kostbaar apparaat blijft zitten. Men kan dit slechts doen door degene, die verdient (die dus gewoon werkt en niet voor de staat, al is dat ook werken) een groter gedeelte van zijn werkelijk inkomen te onthouden. Hieruit kan men dan allerhande dingen betalen, zoals zijn verzekering voor ziekte, wezengelden; alles wat zo buitengewoon begeerlijk is in een sociaal georiënteerde maatschappij.
Maar nu komt het volgende: Wat gaat op een gegeven ogenblik de man zeggen, die moet betalen? Hij zegt: Hoor eens, ik reken niet meer met wat ik bruto verdien, ik reken met wat ik kan kopen en wat ik wil kopen. Dit heeft in uw land op het ogenblik tot een feitelijke loonsverhoging gevoerd van gemiddeld 7½ %. Men heeft gelijktijdig dankzij of ondanks een poging tot prijsbeheersing (ik durf het geen prijsbeheersing te noemen, maar een poging daartoe is het zeker) een gemiddelde kostenverhoging van 10 %, indien men daarbij uitgaat van het werkelijk noodzakelijke pakket van voorzieningen voor de doorsnee‑burger.
Nu blijkt dat die loonkosten nog verder gaan oplopen. Dat betekent dat de totale loonkosten aan het einde van dit jaar door tussentijdse voorzieningen niet gestegen zal zijn met de geplande 6 % ongeveer (ze dachten eerst 3½ maar het is officieel toch 6 geworden), maar dat door die bijkomstige voorzieningen de gemiddelde loonsverhoging op den duur 9 % zal bedragen. Wat weer betekent dat de productie onrendabeler wordt, dat de concurrentiepositie ten aanzien van het buitenland slechter wordt en dat dus de inkomsten én van de staat én van de ondernemers verder inkrimpen, waardoor zij zullen trachten hun winstmarge (of inkomsten als het de staat is) te handhaven met als resultaat een nog grotere opschuiving. De lonen zullen nog verder omhoog moeten, de prijzen gaan als vanzelf mee. De staat probeert ook nog een extra hapje te eten. En wat is het resultaat, denkt u? Chaos.
Men probeert de economie zo sterk te leiden binnen een systeem dat voor een geleide economie niet werkelijk geschikt is, dat men op den duur zichzelf misleidt en al het andere waarschijnlijk ten ondergang voert. Als dat niet in een rariteitenkabinet thuishoort, dan weet ik het niet. Maar we zijn er nog niet.
De minderheidsgroepen in deze wereld zijn op het ogenblik overal in opmars. Daarover hebben we al verscheidene keren wat gezegd. Ik geloof dus niet dat het direct noodzakelijk is om daar verder op in te gaan. Maar wat ontdekken we nu wel? Zeer kleine en zeer agressieve pressiegroepen grijpen nu naar middelen, die zelfs de staat slechts aarzelend toepast, nl. terreur. Om even op te sommen wat er op het ogenblik aan terreurorganisaties werkzaam is; u zou misschien schrikken, als u het hoort:
In het Engelstalige deel van Ierland hebben we te maken met een hernieuwd opleven van de Sinn Fein, niet alleen in Dublin maar ook in de Vrijstaat. Dan hebben we te maken met de organisatie in Wales, die gewelddadigheden pleegt. Er is een Schotse organisatie, die vooral in de buurt van Aberdeen probeert ‑ eventueel door gewelddadigheden ‑ autoriteiten en instanties onder pressie te zetten. Dat was voor Engeland.
In Frankrijk hebben we een groep, die we het best fascisten of fascistische Gaullisten kunnen noemen, die binnen enkele maanden waarschijnlijk ook weer zullen beginnen met geweld en terreur. Er zullen wel weer bommen en moord en doodslag bij te pas komen. Maar ook een uiterst linkse groepering is helemaal niet tevreden en heeft zich nu gericht op het verrichten van sabotage in bepaalde grote fabrieken; vooral fabrieken, waarin de staat nogal wat te zeggen heeft. Een supra‑linkse onafhankelijke organisatie heeft zich voorgenomen om met het begin van het komende studiejaar Parijs weer op stelten te zetten; en dan niet alleen maar met barricaden en een paar stenen. Men heeft gedacht om nu toch iets werkzamers in te zetten. Deze groep spreekt dan o.m. over plastic kneedbommen, maar ook over een poging om in het stedelijke waterleidingnet grote hoeveelheden LSD te storten. Dan hebben we verder nog een agressieve boerenorganisatie in het midden van het land, die ook van plan is om desnoods de politie, de autoriteiten en als het nodig is het leger er met een jachtgeweer uit te jagen, indien de prijzen zo slecht blijven.
In Spanje hebben we op het ogenblik te maken met de zgn. Baskische organisatie – al hoort u daar misschien niet zoveel van – die al menige aanslag heeft gepleegd. Daarnaast zien we de pas gevormde (ze bestaat eerst 4 maanden) zgn. vrije studenten-junta, die samenwerkt met o.a. de arbeidersbeweging van Barcelona en die van plan is om op de universiteiten een heel behoorlijke actie op touw te zetten.
De Falange daarentegen heeft ook een bijzonder knokcommando voorbereid, omdat men het gevoel heeft dat daar het een en ander zal misgaan. Ook de Carlisten zijn niet van plan om het allemaal maar op zich te laten zitten. En indien Franco definitief een hun niet passende opvolger zou benoemen, zijn ze dan ook van plan om een aantal aanslagen te plegen op o.a. spoorwegen en enkele openbare gebouwen o.m. in Sevilla en Madrid. Dit zijn er zo een paar.
Dan hebben we Italië. In Italië zijn op het moment een viertal terreurorganisaties, waarvan er één echter als professioneel volgens mij een beetje uitgeschakeld moet worden, bezig om op hun manier de politiek eens wat in orde te maken.
In West‑Duitsland heeft men kortgeleden ‑ men zal het waarschijnlijk fascistisch noemen ‑ een kleine uiterst rechtse groep gevormd, die van plan is o.a. met briefbommen te gaan werken. Ze schijnen te denken dat op die manier bepaalde linksgeoriënteerde politici voor een tijdlang naar een ziekenhuis kunnen worden gestuurd. Aan de andere kant is er ook een zeer linkse groepering, die van plan is een poging te wagen om in enkele deelstaten eens een keer van zich te doen spreken. Vooral in Beieren zou dat ‑ maar dat is waarschijnlijk pas begin volgend jaar ‑ tot heel wat eigenaardigheden kunnen leiden.
In Zweden (ja, Zweden, de welvaartsstaat) is een groep jongeren zodanig ontevreden dat ze overweegt om o.a. door brandstichtingen een actie te beginnen tegen de huidige sociale orde.
In Denemarken hebben we te maken met o.a. een linkse beweging. Niet erg sterk. Ze zal niet te veel van zich doen horen voor mei volgend jaar. Daarnaast is er een boerenorganisatie, die van plan is al zeer snel van zich te laten horen.
Dan zullen we verder kunnen gaan met Griekenland en Afrika. Maar u weet zelf wel wat een rommel het daar is. Ik noem dit alleen maar eens even op om duidelijk te maken wat een krankzinnige toestand het op het ogenblik is.
De meeste staten werden geregeerd door clans (ik kan het niet anders noemen), die van economisch of politiek standpunt uit pressie kunnen uitoefenen. Deze pressiegroepen zijn in verhouding tot het volk klein. Ze vinden nu tegenover zich even kleine en in feite even onbelangrijke groepen die ‑ daar ze kennelijk niet voldoende economische macht bezitten ‑ van plan zijn de macht van de wapenen te gebruiken. Als men dit eens even nagaat en men denkt dan verder na over het feit, dat racistische gedachten een grote rol spelen o.a. in Engeland in de buurt van Leeds, Birmingham. Daar zal het wel weer losbarsten. En niet te vergeten de rommel die dan nog in Chelsea komt; maar dat is een jongelieden geschiedenis.
Dan het toenemend racisme in bepaalde delen van Nederland. U vergist zich niet. Racisme in Nederland, ja. De verschillende, tegen een bepaald ras of een bepaalde bevolkingsgroep, gekeerde pressiegroepen die er in vele Oostblokstaten bestaan. Men moet dan toch wel tot de conclusie komen dat de regeringen van deze tijd, die zich democratisch noemen, zo weinig deugen dat ze niet een voldoend groot deel van de bevolking achter zich kunnen krijgen om de macht werkelijk te handhaven. En als dat niet in een rariteitenkabinet hoort, dan weet ik het niet: een democratie, die bestaat krachtens het overwicht van een minderheid, die door minderheden wordt bedreigd, terwijl het volk zelf rustig thuis blijft zitten, hoopt dat er niets ergs zal gebeuren. Ja, u denkt waarschijnlijk dat het allemaal pessimisme is. Zo erg is het nu ook weer niet. Maar u moet de dwaze dingen eens zien. Om u een voorbeeld te geven:
Er is in Nederland een “schap”. Nu zijn de schappen naar men zegt wel niet erg schappelijk. Dit schap was zo onschappelijk, dat de in het schap samengevoegde vakgenoten hebben verzocht om het schap op te heffen. Dat is nu anderhalf jaar geleden. Er is een commissie voor de afwikkeling van zaken benoemd. Het genoemde schap heeft op het ogenblik meer mensen in dienst om zichzelf op te heffen dan het ooit in dienst heeft gehad om zichzelf te handhaven. En dat is niet het enige.
Het schijnt dat er een overproductie aan ijskasten bestaat. Nu is dat natuurlijk niet zo erg, want het schijnt dat steeds meer regeringen al maar grotere ijskasten nodig hebben voor steeds meer brandende problemen. De brandende problemen van deze tijd worden nooit feitelijk aangepakt en opgelost en dat komt doodgewoon, omdat de meeste mensen de kool en de geit willen sparen.
Niet alleen in Nederland, ofschoon we hier ook wel tussen een hoop kolen en geiten zitten, maar dat gebeurt in Polen, in Tsjecho‑Slowakije, in Roemenië en in Rusland net zo goed. Men durft namelijk niet de consequenties trekken van zijn plannen.
Indien men in Nederland zou zeggen: Wij willen absoluut de woningbouw in orde brengen, dan zou men dat in ongeveer 5 jaar kunnen volbrengen. Het zou misschien wat kostbaar lijken, maar het is niet nodig dat het kostbaar is. Eén van de remmende factoren van de woningbouw is nl. juist de gelden, die de gemeenschap tracht te verdienen aan deze woningbouw om daaruit ‑ schrikt u niet ‑ sportvelden, zwembaden e.d. te financieren. Ik weet natuurlijk niet, of dat in de planologie niet logisch is, maar ik zou zeggen: het is wel onlogisch in een land, waarin men met verkrotting, met gebrek aan woningen e.d. zit en op het ogenblik niet in staat is om op een andere manier het probleem op te lossen. Maar u denkt misschien dat het alleen dit was. Neen, het is nog veel gekker.
Als wij eens denken aan bv. defensie. Er zit een chain of command in het Pentagon. Deze mensen hebben extra mensen aangetrokken, omdat tijdens de oorlog een deel van de troepen naar Engeland werd overgebracht. Daardoor bestaat er tegenwoordig in Engeland een Amerikaans chain of command, dat afhankelijk is van een chain of command in het Pentagon, waaraan het de coördinatie enz. moet overleggen. Maar in Engeland hadden ze gaan Amerikaanse troepen meer nodig. Die troepen zijn dus naar Duitsland gegaan. Daardoor ontstond er een American Allied Forces Conmand in West‑Duitsland. Dat werd later met het UNO‑Forces Command (eerst in Italië, later ergens anders) gecombineerd. Een deel van deze troepen werd echter ingezet voor Vietnam. En nu het vreemde: De administratie van de troepen in Vietnam, die waarschijnlijk nooit in West‑Duitsland zullen komen of er ooit zijn geweest, verloopt via een administratie in West‑Duitsland. U denkt misschien dat dat allen maar bij de Amerikanen voorkwam? U vergist zich.
Eén van de meest komische situaties is ontstaan doordat bepaalde landen het eigenlijk niet helemaal eens waren met het optreden van andere landen. Men realiseert zich bv. niet dat op het ogenblik Nederland een Chinese legatie heeft. Deze Chinese legatie staat onder de Chinese legatie in Brussel, waar ze geloof ik niet eens officieel zit. Maar nu het mooie: In Londen bevindt zich ook een Chinese handelslegatie, die weer onder het bevel staat van Brussel.
Deze informeert echter voor bepaalde zaken in Nederland, waarop men in Nederland dan weer onmiddellijk contact opneemt met Armenië en van daaruit wordt dan contact opgenomen met… (u denkt misschien met China? Neen, zover zijn we nog niet) een vertegenwoordiger in Singapore. En deze vertegenwoordiger in Singapore geeft het als coördinator dan weer door aan de eigenlijke autoriteiten.
Nu moet u eens opletten, hoe vreemd dat gaat. Indien ik in die Amerikaanse eenheid een man wil ontslaan, dan kan ik hem wel binnen 2 weken thuis hebben, maar ik moet hem 5 weken laten rondlopen, omdat vóór die tijd de post niet vice versa heeft kunnen gaan. Het gaat dan per telegram en die kosten nog een hoop geld.
Die Chinezen besluiten dus iets te zeggen of iets te kopen. Het duurt dan ongeveer 4 weken voordat een handelsbeslissing is genomen; maar voor een politieke beslissing ‑ aangezien daar ook nog allerhande groepen in gekend moeten worden ‑ ongeveer 4 maanden. Wat een enorme slagvaardigheid! Men heeft wel eens gezegd dat een veldslag verloren kan worden doordat één hoefnagel ontbreekt. Dat is zelfs een geliefde uitdrukking van militairen, die op de juistheid en degelijkheid van hun uitrusting de nadruk willen leggen. Maar ik geloof dat meer oorlogen dreigen verloren te worden, omdat niemand weet hoe hij op tijd tegen het paard “hort sik” of “ho” moet zeggen. En die situatie hebben we nu bereikt.
Let u eens op: De Ver. Staten willen in Zuid‑Amerika de relaties verbeteren. Wat doen ze? Ze sturen (en dan nog ernstig gemeend en niet als een vergissing, een foefje of een vuiligheidje) juist de man, tegen wie de meeste tegenstand zal bestaan. Als dat nu blijkt niet te lukken, wat doen ze? Zeggen ze dan: We hebben een stommiteit uitgehaald, we sturen een ander? Neen, ze zeggen dan: Het moet doorgaan, want wij kunnen niet terug. Gelijktijdig infiltreren ze een aantal agenten, die de feitelijke contacten (maar wat bedekter) kunnen overnemen. Het resultaat is, dat op het ogenblik de kosten van die zgn. klimaatsverbetering met Zuid‑Amerika, waarvan bijna niets terecht is gekomen, bijna zo hoog zijn als drie weken oorlog in Vietnam. En als de situatie zo nog even doorgaat, wordt het zelfs nog kostbaarder. Kijk, daarom heb ik gezegd: het moderne rariteitenkabinet.
In deze tijd zit u natuurlijk aan te kijken tegen al die verwarringen, al die eigenaardige en onverwachte reacties van mensen, de eigenaardige ongelukken en botsingen. U denkt aan de vervuiling van het Rijnwater en vraagt zich af, hoe dat ooit heeft kunnen gebeuren. U vraagt zich af, hoe het komt dat de mens zijn klimaat voortdurend blijft verpesten met allerhande gifstoffen. Dat is niet omdat men het niet weet, het is ook niet omdat men er geen maatregelen tegen wil nemen, maar het is doodgewoon, omdat de regering niet onmiddellijk kan ingrijpen, al zou ze willen. Er zijn zoveel schijven van onderzoek, zoveel commissies waarover het loopt, er zijn zoveel lichamen (zo noemen ze dat dan: een publiekrechtelijk lichaam), er zijn dus zoveel die moeten meespreken, dat als de Nederlandse regering zou besluiten om één bedrijf werkelijk aan te pakken wegens lucht‑ en waterverontreiniging het ongeveer 6 maanden zou duren, voordat ze zouden kunnen ingrijpen en daarbij zouden dan tenminste 6 à 700 mensen op ambtelijk vlak in de zaak gemoeid zijn. Dan nog zal men via de gerechtelijke macht vonnissen moeten afdwingen en zal het waarschijnlijk nog ongeveer een jaar aanlopen, voordat de maatregel dwingend van uitvoering wordt. Als je nu ergens zit waar ze gifgas produceren en je moet al die tijd je adem inhouden, dan kun je wel mooi blauw aanlopen. Wat is er dus eigenlijk aan de hand? Niemand weet wat hij moet doen. Men weet wel wat men zou kunnen doen, maar men weet niet hoe. Het is eigenlijk net als een duizendpoot, waarvan ongeveer 700 poten zich zelfstandig hebben gemaakt, zodat het arme beest niet meer weet in welke richting hij kronkelt.
Wat nodig is in deze tijd, is slagvaardigheid. Maar wie is er slagvaardig? Hoogstens een politiecorps; en dat alleen op bevel en meestal op het verkeerde moment. Wat nodig is, is improvisatietalent. Ja, waar is dat, indien niemand de verantwoordelijkheid wil dragen. Wat nodig is, is een ogenblik van direct beslissen en onmiddellijk uitvoeren. Maar waar is dat mogelijk, indien je 92 instanties moet passeren, voordat er iets kan gebeuren. Kijk, daar zit nu het haakje, waar we in de komende jaren waarschijnlijk zo enorm veel mee te maken krijgen.
Ik wil u helemaal niet een economische crisis gaan zitten voorgoochelen, al zou er veel voor te zeggen zijn, omdat de economie op het ogenblik kunstmatig hoog wordt gehouden en daardoor in feite uitgehold. Wat wij tegenwoordig zien is een steeds grotere discrepantie tussen enerzijds staatsbehoefte en rentabiliteit behoefte voor het kapitaal en anderzijds de koop‑ en werkgelegenheid van de anderen. Elke groep schijnt te menen dat zij het eigenlijk zonder die anderen ook zou moeten kunnen. De coördinatie is zoek. En als u zo hoort wat er allemaal voor opstandige bewegingen zijn, dan denkt u waarschijnlijk: nou ja, het loopt zo’n vaart niet. Maar het zou heel wat meer vaart kunnen lopen, indien er niet o.m. vanuit de Witte Broederschap voortdurend werd uitgekeken.
De grote lichamen, die feitelijk zouden moeten voorzorgen en ingrijpen, kunnen het niet. Je kunt duizend agenten inzetten voor iets, maar dat betekent nog niet dat je een veiligheid hebt, die duizend keer groter is dan één agent kan opbrengen. Wat men nodig heeft is iemand, die spontaan, duidelijk reageert op de omstandigheden; die eigenlijk reageert als de groep waar hij tegenover staat. Die mensen zijn er niet. Vroeger was het zo, dat je zei: Nu ja, een goede politieman (onze vriend Henri heeft het zo vaak gezegd) is eigenlijk een misdadiger, die aan de verkeerde kant van de wet staat. Tegenwoordig moet – ik wil niemand beledigen ‑ men vaak toch wel constateren dat een politieman iemand is, die van een uniform of van een beetje gezag houdt, doch die maar zelden qua karakter en bekwaamheid over de capaciteiten beschikt om dat gezag werkelijk te handhaven. En daarin schiet de openbare macht voortdurend tekort. En als de openbare macht tekortschiet, dan wordt daarmee de slagvaardigheid van de gemeenschap op elk exces minder.
Indien een regering of een gemeenschap niet onmiddellijk kan ingrijpen als het nodig is, ook zonder zich af te vragen, of de fabrikant nu zijn gewenste procenten krijgt, of de arbeider nu wel tevreden is en of hij niet zal gaan staken, maar eerst alle overwegingen zal laten gelden, dan kan die regering nooit voorkomen, dat er werkelijk iets gebeurt of dat er iets verkeerd gaat. Maar dat betekent dus dat de mensen in een steeds grotere onzekerheid leven.
Ik heb u duidelijk gemaakt dat er bepaalde groepen zijn, die er al heel knap gebruik van weten te maken. Maar wat zou u nu zeggen, indien u zelf in die omstandigheden zou verkeren? Wat een feit is, mag niet worden gezegd. Als je zegt, dat elke inflatoire reactie van een munteenheid berust op diefstal van de bezitters, die in geld hebben belegd, dan mag dat niet, want dat is geen diefstal, dat is een economisch noodzakelijke manipulatie. Maar ik zie niet veel verschil tussen iemand, die loden rijksdaalders verkoopt voor fl. 1.25 en iemand, die guldens verkoopt, die over een paar jaar fl. 0.50 waard zijn. Misschien is het een fout aan mijn kant. Ik vind dat de eerlijkheid op het ogenblik absoluut zoek is.
Mensen bedoelen het misschien wel goed, daar gaat het niet om. Maar niemand durft meer eerlijk te zeggen: zo of zo is het. Iedereen is bang om op de tenen van krijtende minderheden te trappen. En geloof me, je kunt tegenwoordig beter een hond op zijn staart trappen dan een minderheid. Het hondje jankt ook wel, het bijt misschien, maar het is gauw genoeg afgelopen. Bij een minderheid zit je er over tien jaar nog mee. Neen, men kan dat niet doen. Dan is dus iedereen onzeker.
Steeds grotere groepen gaan veren laten, of ze dat willen of niet. Steeds grotere groepen komen in moeilijkheden. Steeds grotere machtslichamen moeten worden gevormd om de belangen van de werkelijke bezitters of de werkelijke fabrikanten zeker te stellen. Het kan niet anders. En dat betekent dus ook, dat hierdoor de opstandigheid overal aanmerkelijk wordt aangewakkerd. Negen van de tien reacties die je ziet zou je in een rariteitenkabinet kunnen zetten.
De laatste reacties van de heer Kissinger bv. horen thuis in de “Duizend-en‑één‑nacht”. Minister De Block heeft al een vernieuwing van Moeder de Gans nagestreefd. Wat Nixon op het ogenblik vertelt en wat er werkelijk gebeurt, dat is zoiets als tussen twee steden: het echte Washington waar geregeerd wordt en het imaginaire Washington waar Nixon denkt te regeren. Dit is een krankzinnige toestand.
Als je al die rariteiten nu bij elkaar pakt en je kijkt naar wat er nu gaat gebeuren, dan kom je tot de conclusie dat 9/10 van de wereldbevolking zich nog zeker anderhalf jaar in toenemende mate onzeker en verward zal gevoelen. Dat betekent dan weer, dat de onredelijke reacties van de massa steeds meer zullen toenemen en dat het niet meer mogelijk is om met die gevoelens van de massa rekening te houden. En als dat niet meer mogelijk is, wat gebeurt er dan? Dat is het raadsel voor de grote vakantie. Maar aangezien u het antwoord toch al weet, zal ik het zelf ook maar geven. Dan zoekt men nieuwe oorlogsdreigingen en oorlogsspanningen uit te lokken. Waar die plaats zullen vinden, is niet zo belangrijk, mits een volk zichzelf daarmede verbonden gevoelt.
Wat zijn de oorlogsgebieden waar op het ogenblik spanningen dreigen?
- Pakistan – India.
- China ‑ grensgebieden naar het zuiden toe.
- China ‑ Rusland, want dat is nog lang niet bijgelegd en er wordt feitelijk nog regelmatig tussen “kameraden” gevochten.
- Israël ‑ Arabische Staten. Maar daarmee zijn we er niet, want er begint zich een gematigde fractie af te tekenen binnen de Arabische landen, die zich kennelijk vandaag of morgen toch ook wel met geweld en misschien ook terreur tegen de terroristen zal keren.
In Israël zelf is de verdeeldheid ook heel wat groter dan u zou denken. Nu de economische toestanden langzaam maar zeker slechter worden (het kost een hoop geld wat Israël nu doet) zijn ook daar mensen, die beginnen te praten over vrede ten koste van alles. Terwijl anderen juist zeggen: we moeten nu de dingen zo zetten, dat ze onherstelbaar worden. Dat voert dan tot een soort radicalisme, dat zich niet altijd even gunstig aftekent voor de wereldopinie.
Dan hebben we nog te maken met Portugal. Nigeria, dat weten we allemaal, is op het moment aan de gang. Maar dat er in Congo ook weer wat op gang is, dat weten de meesten nog niet. Verder, dat er in Basutoland op het ogenblik sprake is van infiltratie van mensen, die onderricht geven in het gebruik van moderne wapens. Dat zou kunnen betekenen, dat er ook voor Zuid‑Afrika vandaag of morgen toch nog wel eens gekke dingen gaan gebeuren.
In Argentinië heeft men reeds een noodtoestand. De nood was er al langer, maar nu heeft men er een toestand van gemaakt. Die noodtoestand zou ongetwijfeld tot uitbarstingen leiden in enkele grote steden. Maar ik meen dat men daarnaast nu bezig is om een andere tegenstander te zoeken; waarschijnlijk zal dat uitlopen op een communistenjacht.
In Chili heeft men op het ogenblik iets dergelijks onder handen. Ook daar heerst een feitelijke dictatuur, zoals u misschien weet.
In Brazilië zijn een aantal gewelddadige acties niet in de publiciteit gekomen. Er zijn enige maanden geleden al een aantal mensen neergeschoten (bezitters) en in de laatste weken is dat nog een keer gebeurd. Het resultaat is, dat men in een deelstaat tot landverdeling overgaat; mondjesmaat. Maar dat zal waarschijnlijk de bitterheid slechts doen stijgen, vooral ook omdat de oogst condities voor het volgende jaar slecht zullen zijn. In praktisch elk landje ‑ of u nu kijkt naar Honduras of ergens anders ‑ is wel wat aan de hand.
In Cuba loopt het ook niet zo prettig meer. Voor het eerst is er weer een kleine anti‑Castro‑beweging. Of beter gezegd: niet anti‑Castro, maar een tegen de geheime politie gerichte beweging. Er zijn hier al wat mensen gevallen. En vreemd genoeg bestaat deze groep juist uit zeer overtuigde communisten.
In de Ver. Staten zullen enkele kleine veldslagen op hoog vlak worden geleverd o.a. tussen de Maffiosi en de regering. Ik ben bang, dat de Maffiosi het op vele punten zullen winnen. Daarnaast echter zou het er wel eens naar uit kunnen zien dat de rassenonlusten in steden als Los Angeles, Denver, Chicago als voorwendsel zullen worden gebruikt om bepaalde bedrijven uit te roeien.
Bedrijven, die kennelijk nog geen verzekering hebben gesloten bij de goede verzekeringsmaatschappijen, die garanderen dat ze je niet zullen schaden. Dat zijn allemaal kleine dingen. Alles bij elkaar: Amerika moet nu wel troepen uit Vietnam terugtrekken. Het kan niet anders, omdat het intern met problemen wordt geconfronteerd, waarvan er een paar zo nu en dan zullen uitbarsten. Binnen enkele dagen verwacht ik weer relletjes, niet zo serieuze. Men is al verstandig genoeg geworden om er maar niet te veel drukte om te maken.
Maar er zullen wel wat negers sterven en ik denk één of twee blanke mensen (ook politieagenten). En dit is alleen maar het begin. Wist u dat in de Ver. Staten naast de extremistengroepen, die zich in ongewapende tactiek en gevechten plus het hanteren van wapens oefenen, nu ook heel veel jongerengroepen van blanken zijn, die hetzelfde doen? En dat zijn niet eens Klanners (K.K.K.-ers). Het zijn gewoon jongens die er ook genoeg van hebben.
In deze extremistische en door extremisten beheerste wereld met zijn oorlogsdreiging, zijn politieke manoeuvres, die alles proberen af te wentelen, kan er het een en ander gebeuren. Men kan beginnen met logisch te denken. Maar voordat de menigte logisch begint te denken, is het tamelijk laat. Daarover zullen we het eens zijn. Maar als je geen enkel houvast meer hebt, als alle beloften en alle leuzen leeg zijn, dan ga je misschien eens logisch denken: wat heb ik werkelijk nodig? Wat wil ik werkelijk? En als dat gebeurt, dan ben ik bang dat de ijskastenfabrieken op rariteitenkabinetten zullen moeten overschakelen, omdat er dan zo enorm veel rariteiten zijn dat niemand meer weet waar hij ze moet laten.
Het moderne rariteitenkabinet is de tentoonstelling van menselijke machteloosheid, veroorzaakt door mensen, die nog steeds niet hebben geleerd, dat je koek niet kunt opeten en bewaren tegelijk. Het is een voortdurende tentoonstelling van machteloosheid door mensen, die bang zijn vijanden te maken en die zich daardoor iedereen tot vijand maken. Het is een wereld, waarin soms mensen leven volgens normen van 1900, terwijl anderen pretenderen te leven volgens de normen van het jaar 2000. Een middenweg is er niet. De enige oplossing is dus gezond verstand. En dat gezonde verstand zal naar ik meen aan het einde van dit kalenderjaar in toenemende mate ontwaken.
Zodra dit gebeurt, zult u een hoop monstruositeiten zien op elk terrein. Staatslieden worden weggevaagd. Kabinetten vallen in elkaar, alsof het hele volk plotseling tot één leger houtwormen was geworden. Grote fabrieken, die willen sluiten om pressie uit te oefenen, zien zich niet alleen bezet, maar ontdekken tot hun verbazing dat arbeiders dan voor eigen rekening gaan produceren. Voor Nederland zal dat o.a. in de textielsector het geval zijn.
Mensen, die te lang in een bepaald systeem gebonden zijn en ontdekken dat ze helemaal niets meer kwijt kunnen, zullen beginnen met onder de toonbank te verkopen. Dat zou u bv. goedkope aardbeien kunnen opleveren. Weet u dat u meestal Belgische aardbeien eet in Nederland? Dat komt eigenlijk zo: De Nederlandse aardbeien zijn te duur. De Nederlanders hebben uitgemaakt welke prijs ze ervoor willen hebben. Dat hebben de Belgen ook gedaan. En omdat nu de Belgen hun dure aardbeien niet onder de prijs in België mogen afzetten, verkopen ze naar Nederland. Alleen is het wel eigenaardig dat je nu in sommige plaatsen in België Nederlandse aardbeien tegen heel voordelige prijzen op de markt ziet.
Dergelijke dingen gaan er natuurlijk uit. Er komt op een gegeven ogenblik iemand die zegt: Waarom moet ik een groot gedeelte van mijn fruit of groenten laten doordraaien, terwijl ik het wel kan verkopen? Er komt iemand die zegt: Waarom moet ik genoegen nemen met zo’n kleine prijs voor m’n melk en eventueel voor m’n kaas? Daar komt iemand, die op een gegeven ogenblik zegt: Waarom moet een meubel zoveel kosten? Ik kan het veel goedkoper maken.
Deze trend is begonnen. Voor West‑Europa zie ik een stortvloed van z.g. discount‑houses op elk terrein (zelfs politieke hier en daar; D66 is er ook een). Overal zal men proberen onder deze loodzware lasten uit te komen. Het vreemde is dat de consument aarzelend begint daaraan mee te werken. En dat betekent dat ook in de politiek de consument daarheen zal gaan, waar hij de meeste waar voor zijn geld krijgt. Een enorme strop voor sommige partijen, natuurlijk. Dat betekent ook dat de arbeider alleen die vakvereniging zal accepteren, die werkelijk iets voor hem doet en niet alleen maar kletst. Het betekent dat de huisvrouw niet meer koopt wat buitengewoon mooi verpakt is, maar in de eerste plaats wat kwalitatief goed en voordelig is. Het betekent in de politiek dat de mensen de buitenlandse spanningen, die vaak zo kunstmatig worden gekweekt, op een gegeven ogenblik de rug toedraaien en zeggen: We geloven er niets meer van. Deze wereld van ongeloof zou het gezonde verstand kunnen doen ontluiken, dat het crisispunt, in 1972 doet overwinnen.
Ik mag hieraan toevoegen dat de Witte Broederschap nu een aantal besluiten heeft genomen en dat deze alle in de richting gaan van beperking van excessen, maar gelijktijdig gericht zijn op handhaving van bestaande machten. Op grond daarvan geloof ik dat u ‑ indien u al het voorgaande wat ik u heb verteld of wat anderen u hebben verteld in de loop van deze cursus samenvoegt ‑ zich een beeld kunt maken van morgen, van de toekomst. Een toekomst, die door haar schijnbare verwardheid tenslotte weer naar de werkelijkheid terugkeert en die met de werkelijkheidspolitiek overal een benadering van het wereldprobleem krijgt, die oplossingen biedt.
Oplossingen worden er gevonden. Niet alleen wetenschappelijke, economische of sociale, maar werkelijke oplossingen voor een verandering van de verhoudingen op de wereld, een losmaken van de schijnmachten en schijn-bondgenootschappen van de werkelijke relaties, een losmaken van schijnverschillen tussen de partijen en daarvoor in de plaats een streven naar concrete en dan ook te verwezenlijken doelstellingen. Zelfs in de kerken een verandering van de strijd om een eigenlijk imaginaire macht naar een concrete benadering van geloof en de gelovige.
Het ziet er zo slecht nog niet uit. Ook al zal men later over deze jaren wel eens met een glimlach zeggen: Nou, nou, dat was toch wel een rariteitenkabinet.
← vorige tekst | overzicht | volgende tekst → |
