november 1968
Veranderingen in de politiek
Er zijn in de wereld altijd wisselende verhoudingen geweest tussen de verschillende landen en zelfs de verschillende continenten. Maar langzamerhand, is er toch iets ontstaan, dat ‑ voor zover mij bekend ‑ bijna nieuw is – bijna. In de tijd van de Feniciërs en van het grote Griekenland hebben we de handelsrijken gehad. Dat was voor de toenmalig bekende wereld een zeer interessante geschiedenis, want men kon door het beheersen van een deel van de wereld en de zeeën politiek aardig uit de voeten. Men was iemand. Maar dat waren landen. Zeker, het waren handelaren en zeevaarders. Maar ze hadden een eigen stadsnatie en daar waren ze trouw aan, daar waren ze trots op.
Tegenwoordig is het anders. Er zijn vele imperia ontstaan en vergaan. Wat overblijft is eigenlijk een Europa dat verdeeld is zonder werkelijk helemaal verdeeld te zijn; een Amerika, dat eigenlijk toch wel het hele Amerikaanse continent domineert (Zuid‑Amerika inbegrepen); daarnaast hebben we de Aziatische groeperingen, die uiteenvallen in de Chinese en de Japanse groepering. Rusland met zijn satellieten zou ik misschien nog apart kunnen noemen.
Dit zijn elk voor zich grote belangengroepen. En elk van die belangengroepen is in feite een productie‑imperium. Veel meer dan vroeger wordt alles bepaald door productie. De producerende gemeenschappen, ook wel eens concerns en dergelijke genoemd, zijn internationaal. Ze hebben geen belang bij een bepaalde natie, maar bij een bepaalde toestand. En denkt u nu niet dat dit in een communistische staat anders is. In een communistische staat is er ook een economisch plan. Wij kunnen het ministerie van productie eigenlijk beschouwen als het concern, dat ‑ als het er op aan komt ‑ het grootste gedeelte van het land regeert en tevens de relatie met satellietstaten en zelfs met het buitenland.
Doordat dit internationalisme is ontstaan, is de nadruk in de politiek heel anders komen te liggen. Vroeger was politiek in de eerste plaats binnenlands; onder binnenlands verstond men dan zijn koloniale gebieden zo goed als het moederland. Tegenwoordig is het een kwestie van handelsrelaties die eigenlijk niet meer te richten is op een bepaald land.
Nederland bv. heeft ‑ al weet u dat misschien niet precies ‑ grote interesse in o.a. Turkije, maar ook in Kenya en ook in Indonesië. Dat zou u niet zeggen, maar daar zijn ook weer grote Nederlandse belangen. Daarnaast is Nederland nog geïnteresseerd in bepaalde Amerikaanse staten (in Venezuela hebben ze nogal wat te zeggen) en ze beginnen ook in Chili een woordje mee te praten. Dat zijn productie‑concerns. U denkt waarschijnlijk aan Verolme, maar u moet meer denken aan Philips & Co, de Lever Bros. Deze grote maatschappijen maken als het ware de dienst voor een deel uit. We weten allemaal hoe het in Nederland is.
Indien Philips werkelijk iets wil, dan komt het er. Indien de KLM werkelijk iets nodig heeft, dan betaalt de belastingbetaler wel. Indien van Doorne iets nodig heeft, dan wordt ervoor gezorgd. En zo zou ik er nog wel een paar kunnen noemen. Grote industrieën, die werkgelegenheid geven. Die werkgelegenheid is nodig voor de binnenlandse rust. Dus heeft de werkgever zeer veel te zeggen, ook al heet het van niet.
De politicus in deze tijd is dus niet meer een man die zijn eigen rijk en de invloedssfeer, de belangen, de rijkdom van eigen land verdedigd. Hij is in feite iemand die probeert een zo groot mogelijke welvaart mogelijk te maken voor degenen die hem kiezen, met gelijktijdig een zo vast mogelijk behoud van de relaties en voorrechten van de grote industrieën, waarvoor hij eigenlijk ook werkt.
Dat alles klinkt een beetje pessimistisch. Maar zo erg pessimistisch hoeft u daarover natuurlijk niet te denken, want zo erg is het ook weer niet. U kunt het zo bekijken: In de tweede wereldoorlog worden bepaalde industrieën gespaard. Opvallend is bv. geweest een aantal bombardementen op Bremen en Hamburg, waarbij praktisch alle havenwerken en dokken hevig werden getroffen. Maar niet werden getroffen: de Siemens Halske Werken. Siemens-Schuckertwerke en Siemens Halske (U waarschijnlijk beter bekend onder het radiomerk Telefunken) zijn nl. deel van een internationale beweging, waarin o.a. de S.E.A. (een Amerikaanse maatschappij) ook een rol speelt, en daarnaast nog andere als de Emerson Ltd. Deze sparing is natuurlijk wel mogelijk, maar je kunt het nooit te ver doorzetten. Een vijandig handelsrijk (Krupp bv.) kun je aanvallen. Maar je kunt Krupp niet te veel aanvallen, want Krupp heeft ‑ al was het zgn. een familie A.G. ‑ relaties in Zwitserland. Deze hebben weer relaties met wapenfabrikanten o.a. in de buurt van Seraing bij Luik, en ook met de Vickers Ltd. Op deze manier is er eigenlijk van een directe aanval op Krupp niet al te veel sprake geweest. Officieel wel, onofficieel niet. A.G. Farben is officieel uitgeroeid; onofficieel is een groot gedeelte van de Farben overgegaan naar Bayer; en Bayer is voor een deel in handen van Dupont de Nemours.
Dit is eigenlijk een handelspraatje, maar het is nodig om de moderne wereld te begrijpen. Want alle beschaafde landen zijn met elkaar verbonden door zo sterke economisch zakelijke banden, dat hun buitenlandse politiek daardoor mede wordt bepaald.
U vindt misschien dat Nederland nogal erg Amerikaans doet in zijn politiek en ook nog wel eens erg Engels, maar meer Amerikaans? U heeft volkomen gelijk. Maar Nederland heeft dan ook zeer grote Amerikaanse interesse, die in Nederland werkzaam zijn. En er zijn ook Nederlandse belangen werkzaam in de Ver. Staten. U behoeft dan niet alleen te denken aan Philips of aan AKU, maar dan moet u ook denken aan bv. het zgn. Werkspoor dat ook relaties heeft met andere grote fabrieken in de Ver. Staten. Het resultaat is geworden dat de politiek van de beschaafde landen dus een economische is. Maar gelijktijdig zijn er steeds meer nieuwe landen vrij gekomen. Ook dat is begrijpelijk. De koloniale verhouding is wel aantrekkelijk, indien er een eenzijdige exploitatiemogelijkheid bestaat. Laten we zeggen: Nederland heeft de thee‑, koffie‑ en tabaksveilingen. Het verkoopt dus de producten van Indonesië en vervoert de producten uit dat land; dat is interessant. Maar op het ogenblik, dat iedereen kan verkopen of vervoeren voor Indonesië, dan is het ten eerste helemaal niet meer belangrijk om zo’n gebied te regeren en ten tweede wil iedereen in die regering meepraten en niet alleen een enkel land. Daardoor zijn zeer veel koloniën zelfstandig geworden. Maar die koloniën hebben geen middelen. Wat ze bezitten, is bijna niets.
Als u kijkt naar bv. de Zuid-Amerikaanse staten, dan zal het u opvallen, dat heel veel ‑ zelfs van de grote landen ‑ eigenlijk arm zijn. Het klinkt gek om te zeggen: Argentinië is een arm land. Maar dat land is arm. Het heeft wel een betrekkelijk kleine rijke bovenlaag, maar het heeft nog niet zoveel eigen industrie opgebouwd (al is het druk bezig), dat het eigen zeggenschap heeft. Japan lijkt een arm land, maar het is een rijk land. Japan heeft zeer grote industriële verbindingen over de hele wereld. Het kan een woordje meespreken en is in sommige gevallen zelfs belangrijker dan Amerika, omdat het goedkoper produceert en daardoor ook gemakkelijker relaties kan aanknopen.
Die kleine landen moeten ook iets hebben. Ze hebben geen industrieën, ze hebben geen producten waarvan ze zelf de prijs kunnen bepalen; dus moeten ze macht hebben. Dit houdt in dat de hele politieke verhouding eigenlijk aan het veranderen is. Je kunt nu niet meer spreken van een tegenstelling tussen Rusland en Amerika; je moet eigenlijk spreken van een concurrentie tussen Rusland en Amerika. Iedereen wil nl. een zo groot mogelijke economische binding tot stand brengen met landen, waaraan men wat zou kunnen verdienen, daardoor dus ook de eigen industrieproducten lozen en zijn eigen industrieën elders opbouwen. Dat is een situatie die veel belangrijker is dan men op het ogenblik begrijpt.
Als ik nu eens denk aan bv. de kwestie Vietnam, dan ziet u daar van uw kant een oorlogje dat eigenlijk door een beetje eigenwijsheid van de Amerikanen is ontstaan. Er mocht niet één land zijn in Vietnam; er moesten twee gebieden zijn. De invloedssferen moesten gescheiden worden. Er werd een kunstmatige regering gevormd en daarmee een kunstmatige gezag-kaste. Die kaste kwam in gevaar en moest worden gehandhaafd. Zo ziet het er uit. Maar is het wel helemaal waar?
Vietnam is een havengebied. Het heeft een zeer lange kuststrook. Het is verder ‑ al merkt men daar tegenwoordig niet veel van ‑ een van de rijkere voedselproducerende landen. Wat daar aan bv. vis en rijst wordt geproduceerd, is aanmerkelijk belangrijker dan u denkt. Dit land is voor het evenwicht belangrijk. Wie dit land in handen heeft, kan daardoor relaties aanknopen die zelfs tot een zekere invloed in Malakka zouden voeren; die de relaties in India, Pakistan, zouden bepalen. Daar wordt nu om gevochten. Niet om een land te bevrijden, maar doodgewoon omdat men een zekere handelsovereenkomst nodig heeft, een pressiemiddel. Nu blijkt dit pressiemiddel niet te werken. Gelijktijdig heeft men in de Ver. Staten politiek iets nodig. Men heeft nu gezegd: We gaan eens praten over Vietnam. Praten kun je altijd. Dat doen ze al een hele tijd. En iedereen verwacht daarvan enorm vruchtbare resultaten. Maar ik geloof niet dat het zo’n vaart zal lopen. Als de verkiezingen voorbij zijn, is daar ook weer een industriële kaste die belang heeft bij het bestaan van bepaalde spanningen in de wereld. Dus zien we op het ogenblik in de Ver. Staten de verkiezingsstrijd ontbranden met als inzet: Vietnam
Wat is hier eigenlijk aan de gang? Gaat het alleen om Vietnam? Welneen. U merkt er minder van, maar diezelfde Ver. Staten proberen nog steeds in te grijpen in de verhoudingen(ook de politieke verhoudingen) in landjes als Venezuela, Bolivia, Chili. Men probeert ook in Brazilië iets te doen. Iedereen is druk bezig. Al die kleine landjes en eilandjes worden door de Amerikaan gemanipuleerd. Daar zijn o.a. de grote Food‑Compagnies en nog een paar belanghebbenden, die van plan zijn om daaraan te verdienen.
De Ver. Staten zijn een handelsimperium; niet in de eerste plaats een politiek imperium. Wilt u begrijpen waarom de politiek tegenwoordig zo eigenaardig loopt, dan moet u dat allereerst voor ogen houden. In de tweede plaats moet u goed begrijpen, dat we in de plaats van de handel misschien nog wel iets anders kunnen zetten (bv. een godsdienst of een leuze), maar dat we dan toch die leuze of die godsdienst meteen weer moeten verbinden met de productie. In deze tijd kan het niet anders. En dan volgt hieruit dat de Ver. Staten dus overal werkzaam zijn, niet alleen maar in al die onderontwikkelde gebieden. Ze werken hier in Nederland ook, in België, in Frankrijk, in Spanje. Ze vragen niet wat voor regiem er is; ze vragen wat het belang is. En dat belang is in de eerste plaats economisch belang; het strategisch belang dient slechts om het economisch belang te verdedigen.
Het is nu wel duidelijk, waarom men Vietnam eventueel kan laten vallen, indien men er maar iets anders voor in de plaats kan vinden. Waarom men een invloedssfeer kan ruilen. Wat inderdaad gebeurt. De meeste mensen weten het niet eens. Maar het is nog niet zo lang geleden, dat de Amerikanen Egypte praktisch hebben vrijgegeven voor de andere partij. Er is gewoon tegen de Russen gezegd: kom, gaan jullie daar nu maar naar toe, dan zullen wij….. Want ze begrepen heel goed: je kon niet gelijktijdig met Egypte, Israël en nog een paar andere landen bezig zijn; dat zou te gek zijn, dat zou opvallen.
Maar de Russen hebben een limiet. Zij mogen wapens en technische producten leveren, ze mogen mensen opleiden, maar ze mogen niet de totale macht in handen nemen, ze mogen niet hun eigen politieke beweging uitbreiden, etc. Het is een soort verdrag. Maar het is geen verdrag dat officieel is vastgelegd, het is een zgn. geheime afspraak. Maar die geheime afspraken worden beter gehouden dan de schriftelijke verdragen.
Hier vraagt men zich misschien ook af: Hoe zit het dan met die hetze (want dat is het eigenlijk) tegen Zuid‑Afrika? Nu ben ik het met u eens dat de apartheid ergens niet deugt. Het beginsel is verkeerd, de mentaliteit is verkeerd. Niet wat men probeert te doen voor de naturellen, maar eenvoudig de manier waarop men het doet, de achtergrond ervan. Wat is nu het geval?
Goud is op het ogenblik erg belangrijk. De Zuid‑Afrikaanse republieken produceren veel goud. Diamant is een veel begeerd artikel, zowel als waardevast artikel als ook als industrie‑artikel: de industriediamant. Het wordt hoofdzakelijk geproduceerd door Zuid‑Afrika. Waarom gaat Engeland dan niet heviger te keer tegen die staat? Dat is heel begrijpelijk. Engeland heeft o.a. de Baers Ltd. Deze Baers Comp. is nu toevallig een van de groothandelaren in o.a. diamant en goud en beheerst daardoor voor een groot gedeelte de diamantmarkt van Antwerpen (die op het ogenblik zeer belangrijk is), daarnaast New York. Amsterdam is niet zo belangrijk meer, ofschoon ook daar veel diamantairs voorkomen. Buenos Aires is ook een belangrijke markt. Al die markten worden voor 3/4 beheerst door Baers. Zou men Zuid‑Afrika helemaal afsluiten, dan zou dat ook betekenen dat men dus niet meer in staat zou zijn die diamanthandel zonder meer voort te zetten. En zou men dat niet kunnen doen, wat dan? Dan is er een grote invloed verloren gegaan en daarmede ook invloed die kan worden gebruikt voor heel andere dingen: bv. voor het maken van zakelijke afspraken.
U denkt misschien dat Prins Bernhard een tijdlang Nederlands eerste handelsreiziger is geweest. Dat is wel waar. Maar wat de meesten niet beseffen, is dat hij ook Nederlands eerste diplomaat is geweest. De diplomaat van tegenwoordig is een soort handelsreiziger, een verkoper. Hij moet een ruilhandel mogelijk maken, die enigszins winstgevend is. Hij moet bepaalde rechten verkrijgen (om diensten te verlenen bv.) en daar tegenover iets anders kunnen stellen: prestige, aanzien, populariteit, het geeft niet wat, maar er moet iets tegenover staan.
Ik neem aan, dat u nu wel voldoende bent voorgelicht over de eigenaardige verhoudingen, die er in de wereld bestaan. Nu komen we aan het tweede punt: de mensen. Heeft u opgemerkt, dat er tegenwoordig zo’n sterke hang naar het extreme is? Naar extreem rechts, extreem links. Let wel, dat zijn geen communisten. In feite zijn het mensen, die bijna anarchisten zijn. Zolang er een middenmoot is, zijn beide extremistische regeringen of groeperingen gevaarlijk. Op het ogenblik dat iedereen anarchist is, bestaat er geen anarchisme meer. Op het ogenblik dat iedereen dictator is, bestaat er geen dictatoriale regering; dan is er alleen een permanente algemeen aanvaarde toestand. Het begint de mensen nu op te vallen dat dit handeltje spelen, dit betalen uit andermans portemonnee hand over hand toeneemt. De gewone mensen nemen dat niet.
In de Ver. Staten zijn daardoor de verkiezingsuitslagen zeer eigenaardig geworden. U weet dat op het ogenblik de kans nog steeds fiftyfifty is. Het gaat om de kiesmannen, vergeet dat niet, niet om de stemmen. Het typerende nu van dit alles is: de gewone man weet niet meer wie hij moet kiezen. Het gaat hier niet om een Humphrey of een Nixon; Het gaat eigenlijk om wat ze noemen “our way of life” (onze manier van leven). Maar dat hebben de mensen overal. In Nederland, in Duitsland, in Frankrijk, overal zijn er mensen, die zeggen: Wij willen op onze manier leven. Wij willen niet alleen maar geregeerd en gedicteerd en geregisseerd en geregistreerd worden. We willen eens wat anders. We willen zelf kansen hebben. Maar wat we allemaal tot nu toe hebben verworven aan rechten en mogelijkheden, dat willen we niet kwijt. Deze mensen gaan dus uit van het bestaande als norm (de middenmoot) en proberen er iets aan toe te voegen. Een eenzijdigheid denkt u? Dat is niet helemaal waar. Ze zoeken geen eenzijdigheid, maar een bepaalde uitdrukking. De ultra-rechtsen bv. zoeken een geborgenheid in een machtsorgaan. De uiterst linksen zoeken in feite een destructie van de maatschappij en daarmee het ontstaan van het volksregime dat dan wel niet anarchistisch is, maar dat toch elke oligarchische en hiërarchische verhouding langzaam maar zeker te gronden moet richten.
Ze willen wat anders. En omdat de gewone man zo is, moet men stemmen winnen. Maar hoe moet je stemmen winnen? Het is heel aardig te zeggen: Wij zijn de partij van de Arbeid, van de Katholieken, van de Democraten of van wat anders. Je moet het waarmaken. Je kunt dat alleen waarmaken met heel kleine verschillen, want je wordt als politicus als het ware geredigeerd door het mechanisme dat wordt aangedreven door de handel. De economie, zegt men dan. Maar het is in feite de handel en de productie. En daarom is het verschil tussen links en rechts eigenlijk niet groot.
Als u eens in de Kamer gaat kijken, zult u ontdekken dat bepaalde groeperingen regelmatig tegenstemmen, maar dat ze wel voorzichtig zijn en alleen tegenstemmen als ze denken dat het wetsontwerp er toch wel komt. Dat is een bepaalde politiek. Zodra het er echter op aan komt en ze niet weten of het het haalt, dan zijn ze er ineens vóór. Ze dienen allerhande amendementen in, maar als het er op aan komt, nemen ze die graag terug. Dat is gewoon een steekspel voor het publiek, dat is voor de Bühne.
Dacht u dat dat alleen hier zo was? In de Ver. Staten is dat precies hetzelfde en overal waar u kijkt. Zelfs Fidel Castro is eigenlijk een groot komediant Hij speelt toneel voor de massa. Dat moet hij wel doen, want hij moet de mensen iets voortoveren wat er niet is. Hij kan toch niet toegeven dat hij op het ogenblik dreigt vast te lopen en dat hij alleen door gebruik te maken van de mogelijkheid van de productiefaciliteiten van andere landen enigszins de kans heeft om drijvende te blijven. Dat kun je eenvoudig niet zeggen. En omdat je het niet kunt zeggen, zeg je wat anders.
De politiek van vandaag is er dus een van zeer veel woorden en zo weinig mogelijk daden; van zeer mooie sociale leuzen en gelijktijdig zeer economische motiveringen. Het is een spel, waarbij meer en meer de man op de achtergrond de macht in handen krijgt.
Dat heeft internationaal natuurlijk gevolgen. De UNO is langzaam maar zeker niet alleen, zoals u denkt, een soort paradepaardje, een podium, waarop de politicus over de hoofden van andere politici heen kan spreken tot de wereld of tot zijn eigen land, maar het is ook een soort handelscentrum, een clearinghouse, een soort beurs. De beste dingen in de UN0 worden gedaan in de wandelgangen en in de verschillende ‑ overigens uitstekende ‑ restaurants die er zijn. Wat er in de grote zaal gebeurt, is eigenlijk bijkomstig, show.
Als u gaat kijken naar de manier, waarop op het ogenblik de buitenlandse politiek overal wordt bedreven, dan ontdekt u dat iedereen heel vriendelijke en aardige dingen zegt en ondertussen heel gemene dingen doet of omgekeerd. Dit moet veranderen. De massa neemt het niet. De massa vraagt geen woorden maar daden. Wat is hiervan het resultaat?
Als wij met een handelsimperium te maken hebben (want dat is eigenlijk het geval), dan hebben we niets aan een publieke moraal, die in strijd is met het handelsbelang. En dat betekent consumptiebevordering o.m. vrije prijs‑ en winstbepaling. Denk eens aan de Shell. Shell keert, geloof ik, de laatste tien jaar gemiddeld 75 tot 90 % van het nominaal per aandeel uit. Dat is natuurlijk maar een kleine winst, want de mensen hebben er veel meer voor betaald. Maar dat zijn ook de dommen. De rijken zijn degenen, die indertijd zijn bijgesprongen voor 90 % en die nu jaar na jaar hun oorspronkelijke investering bijna terugkrijgen.
De mensen willen wat anders. Daardoor gaan zij anders kijken naar de politiek, maar ook naar anderen. Het vreemde is dat lang gehandhaafde onderscheidingen veel minder een rol spelen dan vroeger. Om een voorbeeld te geven: Heel Nederland was ineens zielsverwant (soul‑brothers, soul‑sisters) met de Tsjechen, die nog steeds communisten zijn. Vreemd! Het gaat niet meer tegen de communisten, het gaat tegen de Russen. En dat zou u iets kunnen zeggen. De mensen hebben niets tegen de Russen; ze hebben iets tegen hetgeen de Russen doen, wat ze representeren. De mensen zijn niet alleen bewogen door de armoede van de kindertjes in Biafra of India. Ze zijn in eigenlijk bewogen door de hele wereld. En een knap publiciteitsapparaat kan hen bespelen en er dus voor zorgen dat hun sympathie van het ene punt naar het andere wordt overgebracht. Maar daarmee ben je er niet, want die sympathie blijft bestaan.
De mensen weten morgen ook nog heel goed, hoe het is gegaan met Biafra. En misschien realiseren ze zich ook nog heel goed, dat Nederland aardig wat wapens heeft geleverd, maar niet aan Biafra. Biafra kreeg melkpoeder. Die mensen gaan dus langzamerhand menselijke relaties boven politieke stellen.
Nu is de politiek een apparaat. En een apparaat is iets vreemds. Laat ik het zo zeggen: als er een apparaat is dat zich ten doel heeft gesteld om auto’s te maken (General Motors b.v.), dan vinden wij in dat apparaat een tweede verborgen, dat zich ten doel heeft gesteld om zo weinig mogelijk auto’s te maken. Een apparaat is dus altijd tweeledig. Er zijn altijd twee belangenpartijen. De productie aan de ene kant, maar aan de andere kant: zo weinig mogelijk werk en zo veel mogelijk geld. (Ik noem nu maar iets.)
Dat is ook in een regering het geval. Omdat in zo’n apparaat die twee partijen elkaar in evenwicht houden, is het dus heel moeilijk te zien wat er gaat gebeuren. We weten echter één ding: als er een ambtelijke sfeer heerst van “we moeten leven naar de voorschriften, de regels en de letter van de wet”, dan vinden we binnen het kader, dat die wetten en regels moet uitvoeren, een beweging die zegt: Ja, maar wij hoeven ons daarvan niets aan te trekken. Wetten en regels zijn mooi, maar resultaten zijn beter. (Als u me niet gelooft, moet u het eens aan de Amsterdamse politie vragen.) Hier is dus iets wat op een gegeven ogenblik het zo kan overnemen. Het apparaat heeft twee gezichten. Als de mensen veranderen, komt dat andere apparaat eenvoudig naar buiten. Als de mensen zeggen: We willen geen auto’s meer hebben, dan komt automatisch uit het auto‑producerende apparaat het tweede gezicht naar voren, dat zo weinig mogelijk auto’s wil maken, maar toch met zoveel mogelijk winst.
Dat zit nu in alle regeringen ingebouwd. Het is een van de redenen van het wat vreemde gedrag van Rusland in de laatste tijd. Ook daar is een apparaat met een apparaat erin ‑ en een machtsstrijd. Wij zien dat alleen als een politieke machtsstrijd. Maar in feite betekent het, dat er zonder dat de apparatuur (de ambtelijke structuur van een regering) vernietigd behoeft te worden een plotselinge overgang van het ene naar het andere mogelijk is. (Orwell zou hier misschien denken aan double talk.)
De ontwikkelingen zijn daardoor menselijk. Maar mensen voelen zich het meest aangetrokken tot hun gelijken. Het is vreemd, maar iemand die ze kunnen begrijpen, vinden ze meestal wel sympathiek, die kunnen ze wel hebben. Iemand die niet te begrijpen is ‑ om welke reden dan ook, hetzij door uiterlijke verschillen of om een andere reden ‑ is niet sympathiek. In deze tijd van mensenliefde wil men alle verschillen graag vergeten, zolang het algemeen is. Niemand doet hier aan rassendiscriminatie. Ja, er zijn natuurlijk rotjoden en je moet ook niet praten over die homo’s, dat zijn verschrikkelijke mensen. En die Surinamers, ook zoiets. En al die Chinezen.
Ja, we hebben geen rassendiscriminatie, helemaal niet. We discrimineren niet. We beoordelen elke mens naar wat hij is …in vergelijking met onszelf. Kijk, dat speelt een rol. En als dat een rol speelt, dan is het ook duidelijk dat de eigenschappen van volken, de achtergrond van een cultuur zoals die is gegroeid, van heel groot belang zal zijn voor de definitie van de nieuwe machts-eenheden. Het volk is niet meer hetgeen men door productie en politiek regeert; het zijn een aantal groepen, vaak met elkaar strijdig, die zich langzaam maar zeker van politiek meer en meer losmaakt. En wanneer een greep zich heeft losgemaakt van de nu bestaande politiek, creëert zij automatisch naar buiten toe een gezicht; en dat is alweer politiek. We krijgen te maken met verschillende belangen- en machtsgroepen. De handelsrijken zijn daar eigenlijk de voorlopers van.
De grote handelsrijken hebben zeer ver reikende armen. Om u een klein voorbeeld te geven: Eén Japanse fabriek beheerst o.a. zeven Nederlandse ondernemingen, een twintigtal (allemaal middelgrote) Engelse ondernemingen en ‑ schrik niet – in de Ver. Staten 300 ingeschreven firma’s. Dat lijkt niet veel, maar gezien de maatregelen in de Ver. Staten is het wel veel. Die verandering betekent een productie‑ en een belangenapparaat dat eveneens internationaal gaat reageren. En dat internationale reageren beheerst op het moment de apparaten: de politieke en ambtelijke structuren. En daar hebben we iets bereikt.
De handel met zijn internationalisme is de voorloper van een nieuwe vorm van internationalisme, waarbij we een steeds sterkere segregatie zullen zien tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Maar ook gelijktijdig een grotere dooreen menging; Een voorbeeld kunnen we weer nemen aan de Ver. Staten waar ‑ zoals u weet (laat ik Californië nemen) o.a. leven: Japanners, Chinezen, Indianen, Mexicanen van Spaans bloed (in tegenstelling tot de mestiezen e.d.), negers en blanken. De blanken zijn op het ogenblik de bepalende factor. Ze beheersen iets. Maar de Chinezen hebben daarnaast een eigen handelsrijk. De Japanners beheersen weer een ander deel, o.a. de middelgrote verpakkingsindustrie, een groot gedeelte van de canning (het inblikken van vruchten). Ze hebben in de fruithandel een heel grote invloed, ook de internationale. Wanneer u Del Monte vruchtensap drinkt, dan drinkt u in feite iets dat wordt geproduceerd door oorspronkelijk van Japanse ouders stammende Amerikanen en een groot aantal Mexicaanse Amerikanen. Deze groepen hebben zich daar reeds afgescheiden. Ze leven naast elkaar, maar vermengen zich niet. Ze kunnen hun belangen haast niet vermengen. En dat is een heel belangrijk punt.
Omdat die vermenging kennelijk dus niet mogelijk is op dit moment, maar er gelijktijdig wel een overeenkomst van belangen kan worden gevonden, krijgen we te maken met gesegregeerde, door elkaar levende groepen, die op grond van hun eigen belangen een evenwicht tot stand brengen. En aangezien dat evenwicht internationaal is (dus niet meer door grenzen beperkt is), kregen we een internationalisme, waarbij niet meer kan worden gesproken van een landelijke politiek ten aanzien van de wereld of van een wereldpolitiek, gevoerd door de representanten van de verschillende naties, doch kregen wij te maken met een wereldpolitiek die wordt bepaald door de leiders van de groepen.
Op dit moment kan niemand eigenlijk representant zijn van allen. Of nu Humphrey wordt gekozen of Nixon of een ander (het had zelfs Rockefeller kunnen zijn), allemaal hadden ze wel gekozen kunnen worden. Maar kan een blanke spreken voor de negerbevolking? U zou zeggen: Ja, want ze zijn Amerikanen. U moet zeggen: Neen. Ze hebben een andere mentaliteit, een ander inzicht, een andere sociale status, andere gebruiken, andere denkwijzen. Er is wel een beroeringsvlak, maar dat is te klein. De blanke kan nooit de neger vertegenwoordigen. Maar de neger kan met zijn ageren als onderdrukte minderheid misschien op dit moment de belangen dienen van bv. de Indianen. Maar de indianen en de negers kunnen ook nooit precies samengaan. Als u dat nu maar onthoudt. Pas als elke groep afzonderlijk vertegenwoordigd is, is het mogelijk om tot een werkelijk gouvernement te komen. En indien elke groep afzonderlijk vertegenwoordigd kan zijn, zonder dat grenzen een rol spelen, dan kunnen we op eenvoudige wijze een wereldgouvernement krijgen. Dat zou betekenen dat de macht van de handelsrijken gaat afbrokkelen. En ik geloof dat dat in de naaste toekomst al aan het gebeuren is.
Als de handelsrijken afbrokkelen, dan moet daar een andere internationale macht tegenover komen te staan, omdat anders een wereldoorlog zonder enige twijfel veroorzaakt zal worden door degenen die de natie nog steeds willen zien als de enige eenheid. En waar het dan naar toe gaat, weet niemand.
De veranderingen en ontwikkelingen in de politiek in deze tijd wijzen echter op een groepsinternationalisme dat m.i. steeds sterker zal worden naarmate ook de zgn. onderontwikkelde gebieden (eigenlijk de gebieden waar macht en prestige nog staan boven economisch belang) kunnen worden betrokken in de economische welvaart; althans de economische overvloed en productiemogelijkheid, die de thans beschaafde ‑ of kennelijk dus wel ontwikkelde ‑ wereld reeds heeft.
Krachtbronnen
Op het ogenblik speelt zich een wat eigenaardige ontwikkeling af op de wereld. Een hele tijd heeft de mens volstaan met zijn eigen kracht en ook wat dierlijke kracht erbij. Tegenwoordig schrikt hij er niet voor terug om in z’n eentje achter 50 paardenkracht te zitten. Dat wil zeggen, dat hij in verhouding tot vroeger enorm veel meer energie per persoon gebruikt in de beschaafde landen, terwijl het energieverbruik in de zgn. nog niet beschaafde landen hand over hand toeneemt. Het is weliswaar geen kwestie meer van olie voor de lampen van China, maar eerder van stuwdammen voor Egypte. Doch de elektriciteit dringt overal door. Elektriciteit is een gemakkelijk te verplaatsen kracht vorm, waarmee je van alles kunt doen. De laatste ontwikkelingen daarvan hebben wonderlijke ontdekkingen mogelijk gemaakt.
U heeft de ontdekking van de laserstraal waarschijnlijk nog niet beschouwd als een mogelijkheid om daarmee elektriciteit draadloos over te brengen. Toch zijn experimenten op dat terrein op het ogenblik al geslaagd. Men zal dus binnen niet al te lange tijd in staat zijn met minder verlies dan bij transport door koperen leidingen elektriciteit over grote afstanden via zo’n straal als het ware van toren tot toren te sturen. En dat houdt in dat veel gemakkelijker dan voorheen elk gebied van kracht zal kunnen worden voorzien. Laten wij de vergelijking als volgt trekken:
Vroeger was voor een aansluiting over bv. 10 of 20 km een zeer behoorlijke investering nodig. Elke uitbreiding van een elektrisch net betekende het leggen van kabels of het spannen van draden (een zekere kwetsbaarheid) en de noodzaak om ook binnen een redelijke afstand over hetzij een groot transportnet, hetzij centrales te beschikken. Nu is het veel eenvoudiger. Denk eens aan de straal-communicatie‑torens, die voor een heel land in één keer een directe telefonische communicatie mogelijk maken van bv. Groningen naar Maastricht.
Stel u nu voor dat we op eenzelfde manier kracht kunnen overbrengen, zonder dat het iemand stoort, zonder dat iemand daarvan bijzonder veel last behoeft te hebben. Dat betekent dat we kracht kunnen toevoeren van elke centrale naar elk willekeurig punt met een betrekkelijk eenvoudige ‑ zij het dan in de structuur nog wat moeilijke ‑ torenbouw en dat vanuit elke toren een veld van 350 graden kan worden bestreken. (350 en niet 360 graden, omdat 10 graden van de cirkel ongeveer nodig zijn voor de ontvangst van de energie.) Dat houdt in dat elke toren een zeer groot aantal gebieden kan verzorgen. En dat zou per toren ‑ aannemende dat het geen maximum energieverbindingen zijn ‑ tussen de 50 en de 200 kunnen bedragen.
Hiermee hebben we dus al een reuzenstap voorwaarts gedaan. Gebieden, waarin het genereren van elektrische energie zeer moeilijk is, kunnen zonder meer worden voorzien. Omgekeerd: die gebieden waar bv. waterkracht aanwezig is of misschien vloedcentrales die werken op de kracht van de getijden, binnenkort misschien ook op vulkanische verschijnselen gebaseerde krachtwinning zullen energie kunnen leveren. Denk eens aan bv. de Hekla met al zijn geisers op IJsland. Niet alleen maar warm water uit de bronnen, maar eenvoudig gebruikmaken van de energie die in het warme water zit. Gebruikmaken van de stoom die op bepaalde plaatsen omhoog spuit en die te kanaliseren is. Men kan dan de hele wereld voorzien van zeer goedkope elektrische energie; en men hoeft daarvoor nog niet eens een beroep te doen op de atoomcentrale. Een reuze vooruitgang die ons te wachten staat. Zo zijn er meer van die dingen.
Het bouwen van een ruimteplatform is op het ogenblik allang geen sprookje meer. Als we nu even nadenken hoe je zo’n ruimteplatform zou kunnen maken, kun je zeggen: Alles wat ik daar naar boven breng, staat vrij van de wind. Wij hebben een hoogte nodig van ongeveer 200 km boven het aardoppervlak. Het is vrij van wind, vrij van storing. Er kan eens een meteoriet zijn, maar die beschadiging zal nooit zo groot zijn. Indien wij gebruikmaken van gewone plasticfolie, reflecterend gevoerd, dan kunnen we zonlicht concentreren op elk willekeurig punt van de aarde. Dat kunnen we dan waarschijnlijk doen gedurende ongeveer 20 uren per dag (4 uur voor het doorlopen van de schaduwkegel). We kunnen dus een enorme warmte‑energie van gebundelde zonnestraling op elk punt van de aarde, waar we dat nodig hebben, brengen. We kunnen licht diffuseren. Geen Straatverlichting meer, maar eenvoudig een satelliet die in vaste baan staat, zoals dat heet; die dus regelmatig op een vast punt aanwezig is en die eenvoudig, wanneer het licht minder wordt, zijn zeilen open plooit en het licht reflecteert. Een heel land is met één zo’n satelliet ‘s nachts verlicht, als men dat hebben wil.
Het klinkt allemaal fantastisch, maar het is vlakbij. U heeft er nooit aan gedacht, maar die reflectoren zijn op het ogenblik reeds ontwikkeld – zij het in kleinere vorm en bedoeld voor het maan-landingsproject. De uitbreiding ervan is eerder een kwestie van dimensie en van een paar proeven dan een kwestie van iets nieuws uitvinden. En zo zijn er meer van die verschijnselen waar je op het ogenblik wel eens even bij kunt stilstaan.
Men is tot de conclusie gekomen dat de mens een aardmagnetisch veld heeft. Het aardmagnetisch veld bezit een potentiaal. Daarmee kun je misschien een lucht‑aarde‑potentiaal verkrijgen. Het is een statische vorm, die vonkbruggen kan slaan en via die vonkbruggen bij een hoog voltage en een geringe ampèrage regelmatig kracht zou kunnen afleveren. Maar je kunt ook nog wat anders doen. Je kunt het aardmagnetisch veld wijzigen. De studie van ‘t aardmagnetisch veld heeft aangetoond dat op bepaalde punten zgn. deviaties bestaan. Dat zijn geen kompas‑deviaties, maar veld‑deviaties. Daar is dus dat aardmagnetisch veld kennelijk sterker of minder sterk. Waar echter ‑ en dat is nu iets typisch ‑ dat veld anders is, is de zwaartekracht ook anders. Indien ik dus in het aardmagnetisch veld een wijziging tot stand zou kunnen brengen, dan is het ook mogelijk om eenvoudig de zwaartekracht te veranderen. Uw kruier in de toekomst gebruikt zijn magnetisch veld en dirigeert waarschijnlijk vanaf het een of ander overzichtspunt uw bagage naar elke plaats waar u het wilt hebben, over de hoofden van de reizigers heen. Dit klinkt wonderlijk, maar het is helemaal niet zo moeilijk.
Men heeft ontdekt dat men magneten kan maken, die weliswaar twee polen hebben, die een eigenaardigheid vertonen; nl. dat het veld terug dubbelt op zichzelf. Dat is een elektrische magneet, een spoelmagneet. Maar onder bepaalde omstandigheden is er geen veld aan de buitenkant, maar wordt het veld dubbel sterk aan de binnenkant geproduceerd. Om u nu precies te vertellen hoe dat gebeurt, is een beetje moeilijk. Het is een steeds reverserend, oscillerend veld dat geproduceerd wordt plus een zekere afscherming. Maar het resultaat is, dat één pool van die magneet actief is, de andere is naar buiten toe niet actief. Ik heb nu magnetische stuwkracht. Alweer een project, waaraan men bezig is. Ik weet dat ze nog niet zover zijn, maar het zal niet lang duren, voordat men dat bereikt.
Al deze vormen van energie, deze mogelijkheden, brengen weer iets anders met zich mee. Als ik regen nodig heb, is het betrekkelijk eenvoudig een plaats op aarde te verhitten via het één of ander ruimtestation en daardoor de nodige verdamping te bewerkstelligen, maar meer dan dat bovendien de luchtverplaatsing te reguleren. Want waar een verwarming is, ontstaat er een drukgebied. Waar er een drukgebied ontstaat, krijgen we een verspreiding vanaf dat drukgebied. Een regeling van het weer binnen zekere perken is dus ook denkbaar. En dat betekent weer dat we kunnen verbouwen op gebieden, die op het ogenblik droog en onvruchtbaar heten te zijn. De Sahara of de Gobi, wat dat betreft. Als we kunnen zorgen dat daar regelmatig regen valt, zijn die gebieden vaak vruchtbaarder dan de wat oudere en eigenlijk vaak misbruikte landbouwgronden.
U ziet het, de mogelijkheden zijn oneindig. En als we daar nu bij blijven stilstaan, hebben we al heel wat gezegd. Maar er is meer. De mens zelf staat ook niet stil. De mens verandert. U heeft het misschien aan uzelf gemerkt in de laatste tijd. Een beetje prikkelbaar en een beetje… zoeken naar iets, wat u nog niet helemaal kunt vinden. Dat komt zo vaak voor. Maar waar komt het vandaan? Iets in uzelf? Hoe komt dat in u tot stand? Ja, kosmische kracht, de stralingen, de stromingen, dat is een mooi verhaal, maar er moet iets in u zijn, dat erop reageert. En dat is een organisme. Een geestelijk organisme, wat mij betreft, maar een organisme. Als ik nu dat organisme kan stimuleren buiten de kosmische kracht om, wat dan? Dan krijg ik niet alleen stemmingen, maar dan kan ik bewust mijn energie gaan regelen. Ik heb mijn zenuwstelsel geregeld.
U denkt: 0, daar is weer zo’n toekomstdroom. Niets daarvan. Integendeel, het is iets, wat praktisch is. Men heeft in deze dagen reeds een aantal proeven gedaan o.m. met het opladen van het zenuwstelsel van patiënten, Men heeft die patiënten in een statische veld gebracht door lading tussen het plafond en de vloer van de ziekenzaal aan te brengen. Het blijkt dat dit voor sommige genezingsprocessen van groot belang kan zijn. Men heeft op een andere manier geprobeerd (via chemische middelen) die levenskracht te stimuleren. Men heeft in de laatste tijd een aantal vergiften ontdekt, waardoor de menselijke geest plotseling allerlei eigenaardigheden gaat vertonen. Het is allemaal onbeheerst; maar stel, dat ik het kan beheersen.
Het is bekend dat op het ogenblik bepaalde zgn. hallucinogene vergiften of stoffen bij mensen plotseling een grotere gevoeligheid wakker roepen, zodat ze tijdelijk telepathisch contact met anderen vertonen. Op soortgelijke wijze blijkt het mogelijk iets te induceren dat toch wel op het tweede gezicht lijkt. Telekinese kan men er ook mee bevorderen. Telekinetische vermogens heeft men o.a. in Rusland maar ook in de Ver. Staten en in Italië kunnen stimuleren en daarmee grote lasten kunnen verplaatsen, alleen doordat men de daarvoor geschikte personen voorzag van bepaalde reactie-stoffen. Dat betekent dus dat ook de mens een beetje anders kan reageren.
Nu ga ik een voorbeeld van een collega van mij stelen. Enige tijd geleden was er een zgn. poltergeist‑verschijnsel in een heel klein stadje in de buurt van Gloucester. Dat gebeurde in een soort café. Dat café bezat een biljart. Nu weet u hoe zwaar dat is. Dat biljart wandelde met groot geweld door de gelagkamer heen. Men heeft uitgezocht wie daarvoor aansprakelijk was. Het bleek een meisje te zijn van tussen 12 en 13 jaar (het begin van de puberteit). Het was in feite een onbeheerste telekinese, waarschijnlijk voortkomend uit haar verzet tegen een gebrek aan aandacht door de mensen, die allemaal met dat biljart bezig waren. En als een meisje van 13 jaar, een klein meisje (het was nog een spichtig ding ook) als het ware met één vinger een biljart heen en weer kan schuiven, wat zou een mens met een bewust getraind telekinetisch vermogen dan niet kunnen doen? En dat ligt ook niet zo ver weg.
Op het ogenblik gaat het allemaal nog met kunstmiddelen. Maar we hebben de ervaring opgedaan in de loop der eeuwen dat dingen die kunstmatig werden gekweekt eigenlijk langzaam maar zeker een eigenschap werden, normeigenschappen. Dat is een kwestie van langzame verandering in de genetische mogelijkheden. Maar met één of twee geslachten ben je er wel. Nu werkt men ermee.
Ik heb u al eens eerder verteld, dat men zgn. paranormale actiegroepen heeft zowel in Washington als in Moskou. Nu zitten ze tegenwoordig niet meer in Moskou, maar meer afgezonderd. Deze mensen krijgen ook dergelijke hallucinogene stoffen. Ze worden voorzien van bepaalde zgn. het zenuwstelsel sterkende stralingen. En soms reageren ze daar heel gunstig op, ze kunnen meer tot stand brengen. Waarom zou dat niet het begin kunnen zijn van een omwenteling in de menselijke kracht. Per slot van rekening, waarom moet u telefoneren, als gedachten nog sneller kunnen gaan dan elektriciteit? Als u die gedachten maar leert richten. En waarom heeft u absoluut een takel nodig en misschien uw handen, als uw geest zonder meer diezelfde last kan tillen? We kunnen ons dus ontdoen van heel veel bijkomstigheden. En dan moet u zich niet voorstellen dat de mensen voortaan zeggen: Ik wil naar New York, plop, ik ben er. Zo eenvoudig gaat het nu ook weer niet. Teleportatie, zo van met hinkstapsprongetjes door de ruimte gaan, dat is allemaal maar een droom. Maar het gebruik van eenvoudige telekinese, ja, dat is mogelijk. Het is mogelijk om een relais daarvoor te volgen.
Een ander ding, dat mogelijk is (dit is heel interessant, het is o.a. in het Pentagon in ontwerp), dat is het vermogen van de mens om mechanisch gevoelig te worden. Zo iemand is in staat om een gegeven langs een geactiveerde telefoonlijn door duizenden relais heen precies te zeggen: zo en zo en zo loopt die. Van een elektrisch slot kunnen ze zeggen: Zo en zo zit het in elkaar. Ze kunnen bij wijze van spreken een brandkast bekijken en zeggen: Dit type slot zit erin en die combinatie staat erop. Vergeet niet, dat zijn maar enkelingen; het zijn twee of drie mensen die dat op het ogenblik kunnen.
Ik wil daarmee maar zeggen: de mens heeft dus in zich allerhande krachten die eigenlijk in onbruik zijn geraakt, want vroeger zijn ze wel gebruikt. Die krachten blijken nu via kunstmiddelen hier en daar weer gestimuleerd te kunnen worden. Wie zegt ons dat hier niet een even grote mogelijkheid tot ontwikkeling van nieuwe krachten ligt als in de techniek zelf?
We moeten de zaak logisch bekijken. En dan niet met die zgn. wetenschappelijke logica, die het verschijnsel ontkent of de mogelijkheid van het verschijnsel, omdat men het niet prettig vindt. Maar gewoon zeggen: er moet een reden zijn voor bv. de zeer snelle berichtgeving die in Egypte mogelijk was. En nu kunnen we aannemen, dat voor die kleine zaken de lopers tussen de tempels (speciale hardlopers) er wel voor konden zorgen dat die berichten daar eerder waren dan bij de geadresseerden. Maar als ze over een expeditie in Abessinië op dezelfde dag kunnen vertellen dat er een ramp is gebeurd, terwijl ze in Memphis zitten, dan moet er toch iets anders zijn. Helderziendheid. Op soortgelijke manier werd in bepaalde tempels (dat waren de dames met de zgn. glazen driehoeken of ook wel zilveren driehoeken) gewaakt voor de grenzen. En het bleek dat men rovers vaak van tevoren wist aan te kondigen. Dat is het geval geweest in het begin van de samenvoeging van de beide rijken.
Wij weten verder dat bij bepaalde operaties narcose werd toegediend door een hypnotiseur; dat een soort helderziende in staat was om voeling te houden met wat hij noemde de zielen, maar wat in feite de levenskracht was, en die dan ook heel rustig kon zeggen: Nu moet je uitscheiden; of: nu moet je dit of dat doen, anders leeft de patiënt niet meer. En dat terwijl ze van het menselijk lichaam heus niet zoveel verstand hadden.
Dan kunnen we zeggen: Ja, dat is lang geleden; dat is allemaal onzin. Maar wat moeten we dan denken van een man als Daniel Home? Die meneer die medium was en die zo het raam uitzweefde en door het andere raam weer binnen zweefde. Dan kunt u ook zeggen: Ja, illusie, een spelletje. Maar die man was kennelijk iemand die telekinese verstond, maar die soms ook voorspellingen deed; die waarnemingen deed, welke anderen niet zagen, maar die toch wel bleken te kloppen, de zgn. helderziende waarnemingen. Hij maakte allerhande vreemde dingen, bv. materialisaties, mogelijk. Dat is toch dichtbij.
Nu kan je het allemaal wel afwijzen en zeggen: iedereen die erin gelooft, is gek. Maar die dingen zijn er. Overal zijn er mensen die ergens zoeken naar iets, wat ze nog niet helemaal weten. (Dat doen de spiritisten ook.) Die mensen zoeken niet zonder reden, want er zijn fenomenen, verschijnselen. En als we die verschijnselen goed onderzoeken, dan kunnen ze voor bijna 90 % worden teruggebracht tot de mens zelf. De geest speelt ook een rol, zeker. Maar de eigenschappen die worden gebruikt, zijn voor een groot gedeelte die van de mens.
Waarom zou de mens die eigenschappen niet opnieuw gaan gebruiken? Waarom zou wat eens het geheim is geweest van bepaalde inwijdingsscholen en priesterkasten (en dan nog zeer speciale delen ervan) niet eens worden onderwezen gewoon op de lagere school? (Telekinese niet: dan worden de kinderen te lastig.) Maar andere dingen wel. Dat is helemaal niet zo moeilijk om je dat voor te stellen. Ik ben ervan overtuigd dat vóór we 500 jaar verder zijn de mens in zich krachtbronnen heeft ontdekt, waardoor hij heel veel van de ingewikkelde mechanismen die hij nu rond zich nodig heeft, eenvoudig kan afschaffen. Dat hij kan zeggen: het is voorbij.
Kijk, vrienden, als wij over nieuwe krachten spreken, dan klinkt dat wel fantastisch, maar dan gaan we toch eigenlijk uit van hetgeen er nu is. Wat ik daar heb verteld over platforms in de ruimte, reflectoren en zo, is geen nieuwe droom, geen nieuw verhaal. Het is al heel oud. Er werd al over gesproken in 1860 ‑ 1870. Toen dacht men er al over. De middelen ervoor zijn er, de prototypen zijn er. Waarom zouden ze niet worden gebruikt? En wat ik hier vertel over die geestelijke krachten is zeker voor de doorsneemens op het ogenblik ongewoon en onbegrijpelijk.
Er bestaat een hele tak van wetenschap die zich met die fenomenen bezighoudt en er nog minder van begrijpt, omdat zij ze moet verklaren. Maar er zijn proeven in diep geheim (de mens denkt altijd eerst aan de militaire betekenis van de dingen) omtrent telekinese, helderziende waarnemingen, telepathie, waarneming op afstand. Waarom zou dat alleen maar top secret blijven?
Ik veronderstel dat hetgeen zich nu deels in het verborgene aan het ontwikkelen is, binnen niet al te lange tijd ook naar buiten toe kenbaar zal worden. En dat is helemaal geen vreemde veronderstelling, want we hebben alle bewijzen ervoor, dat de best bewaarde geheimen (zoals bv. die van de tank) hoogstens een jaar te bewaren zijn, indien het verschijnsel eenmaal wordt gebruikt. Dat kunnen we ook over die paranormale dingen zeggen. Er zal over enkele jaren hierover al meer bekend zijn. En als er meer over bekend wordt, zullen de mensen ermee gaan werken; ze zullen er zelf naar gaan zoeken. En als ze er zelf naar zoeken, dan wordt het waar. Er zijn nieuwe krachten in de mens en erbuiten; die krachten zullen worden gebruikt. En wanneer zij worden gebruikt, dan betekenen zij zeer zeker ook een ommekeer in vele bestaande situaties.
Ik ben begonnen te spreken over een eenvoudige en betrekkelijk goedkope elektriciteitsvoorziening die via een enkele straal en een verdere ontwikkeling van laser naar elk terrein kan worden overgebracht. Gebieden die nu door gebrek aan krachtbronnen en ontwikkelingsmogelijkheden eigenlijk in een achterland liggen, kunnen dan plotseling net zo dicht bij de zee liggen of bij een grote stad of bij de elektriciteitsvoorziening als nu Den Haag en Scheveningen bij elkaar liggen.
En als u daarmee rekening houdt, dan mag ik toch wel zeggen dat mijn betoog zeker niet overdreven is. En dat mijn conclusie voor u zeer waarschijnlijk is, zoals ze voor mij juist is, namelijk: De ontwikkeling van nieuwe krachten zal een verschuiving van evenwichten in de wereld betekenen en daarmee een versnelling van een nieuwe ontwikkeling in de mensheid die ten slotte voert naar de volledige Aquariusmens met zijn technische begaafdheid, met zijn geestelijke erkenning, zijn gevoeligheid en het gebruik ervan en naar ik meen ook met een groter begrip van broederschap met de wereld en de mensheid in het algemeen.
Geestelijke lering ontvangen betekent niet: luisteren naar hetgeen er wordt gezegd, maar in jezelf werken met die enkele fragmenten die blijven hangen, totdat voor jou een zelf‑geldende en in het “ik” bestaande geestelijke lering is ontstaan. Want degene, die denkt dat hij een geestelijke lering kan leren uit een leerboek, leert geestelijk niets. En datgene wat hij leert, heeft een geestelijk aspect, zonder dat het ooit een geestelijke waarde kan bezitten.
Doch hij die leert met de geest, zonder lering te willen trekken uit leerboeken e.d., zal innerlijk leren de geestelijke waarheid te beseffen, waardoor de geestelijke lering, de geestelijke werkelijkheid benadert en de praktijk van het geestelijk en stoffelijk bestaan de innerlijke geestelijke waarde volledig weergeeft.
← vorige tekst | overzicht | volgende tekst → |
