februari 1968
De nieuwe leer
U heeft een hele tijd niet veel meer gehoord over de Wereldleraar en zijn leer en u zult waarschijnlijk denken dat het in het vergeetboek is geraakt. Dat is zeker niet het geval. Veel van de stellingen die de Wereldleraar indertijd heeft gebracht en heel veel commentaren en de toepassing daarvan zijn op het ogenblik in vele landen in omloop. Zij spelen bv. een rol in het zuiden van Azië, maar zelfs ook in het zuiden van Rusland. Daarnaast zijn ze doorgedrongen tot Japan, waar zij nu een zeer belangrijke sekte aan het beïnvloeden zijn, terwijl ze in Afrika (vooral in Noord‑Afrika) eveneens hier en daar aanhang beginnen te winnen.
Het moeilijke van deze nieuwe leer is wel dat ze niet gebonden is aan een organisatie. Als je eenmaal een organisatie hebt, kun je de mensen zeggen: Zo moet je doen. En dan zijn er genoeg mensen die het doen. Dan heb je invloed. Maar hier is het eerder een kwestie van een veranderde mentaliteit die de visie op de problemen van het leven, de wereld en de medemens langzaam maar zeker verandert en daarmee de reacties van de mensen. Omdat de stelregels op het ogenblik hoofdzakelijk in zeer kleine delen worden doorgegeven, zouden we kunnen spreken van een soort vlugschrift‑propaganda.
Er trekken op het ogenblik mensen door alle Arabische staten (ook door Pakistan en India), die eigenlijk niets anders doen dan soms blaadjes uitdelen als de mensen kunnen lezen, maar in de meeste gevallen vertellen. Zij vertellen, ze argumenteren, ze debatteren. Deze mensen zijn in staat om langzamerhand duidelijk te maken waar de fout zit.
Zo moeten wij aannemen dat de stellingen van de Wereldleraar in de komende jaren ook wel degelijk zal doordringen tot het westen. Ik heb alle reden te vermoeden dat het eerstvolgende land, waarin deze veranderde mentaliteit bij meer mensen gaat optreden en daardoor ook de houding tegenover de totaliteit verandert, Turkije zal zijn. Wij veronderstellen (ik weet het dus niet zeker) dat de actie die daar nu aan de gang is (vooral in Anatolië) een zeer grote invloed zal hebben en daarmee de houding tegenover de moslimregering (dat is het eigenlijk) zal veranderen en mede een nieuwe instelling gaat brengen ten aanzien van de sociale ontwikkelingen daar.
De Wereldleraar heeft niet alleen geprobeerd de mens een weg te tonen die ergens naar de hemel voert,(want per slot van rekening, in de hemel kom je vanzelf, als je maar zoet genoeg bent op aarde) maar hij heeft getracht de mens een weg te tonen om goed te leven op aarde. En goed leven, dat betekent voor de wereldleraar gelukkig leven, geluk brengen aan anderen en voor de rest je niet te veel aantrekken van anderen. Een stelling die natuurlijk hier en daar ‑ o.a. in India ‑ wordt beschouwd als opstandige propaganda.
De resultaten ervan zijn op het ogenblik betrekkelijk gering. We hebben dat gezien in de stichting van de coöperatieve dorpen in India, die hand over hand toeneemt. We zien het ook in de vorming van zgn. kleine gemeenschappen, vaak vele dorpen omvattend, zoals dat nu vooral in West‑Pakistan het geval is.
In de Arabische staten is het een verandering van houding tegenover wat men noemt de giaurs (de ongelovigen) en daarmede ook een veranderde instelling tegen vele westerse denkwijzen en procedures. Op deze manier schijnt dus op het Arabische schiereiland een verandering aan de gang te zijn ten aanzien van landbouw en veeteelt. En ofschoon dat eigenlijk meer economisch dan geestelijk is, verandert hierdoor ook de stamgebondenheid en worden saamhorigheidsgedachten – die eens alleen maar berustten op een soort trots en onderlinge trouw misschien – veranderd in menselijke relaties, die nog wel op een belangengemeenschap berusten, maar die in staat zijn anderen op te nemen.
Je kunt het karakter van de mensen niet helemaal veranderen, dat is duidelijk. Maar je kunt wel zorgen dat hun inzichten ten aanzien van het nieuwe en ook ten aanzien van een andere vorm van samenleving veranderen en hierdoor een gemeenschapszin aankweken die eigenlijk afwezig was.
Opvallend is ook het effect dat dit heeft vooral in Boven‑Egypte. Hier zien we de samenwerking die in de kleine steden eigenlijk meestal op machtsverhouding was gebaseerd, langzaam maar zeker omzwenken in de richting van samenwerking van gelijkgezinden. Ik meen ook wel dat in de richting van het Tsjaad‑meer de zaak aan het doortrekken is. Dat gaat heel Afrika wel door. Maar voorlopig geloof ik dat een van de belangrijkste landen, waar dit in de huidige Arabische gemeenschap werkt, wel Saoedi‑Arabië is.
Opvallend is verder de invloed die men vooral heeft in de Kaukasus, maar indirect ook in de richting van Zuid‑Rusland. Het is duidelijk dat een Rus ofwel een gelovig man is ten koste van alles, dan wel ‑ opgevoed zoals hij is ‑ iemand, die meent gelovig te moeten zijn, omdat hij anders zichzelf als een kleingeestig, kleinzielig en bijgelovig mens zou tonen. De relatie bij de olie‑industrie in en rond de Zwarte Zee tussen gelovigen en ongelovigen is op het ogenblik sterk aan het veranderen. Ik zou niet willen zeggen dat het een kwestie is van tolerantie, maar eerder van besef van gelijkwaardigheid: “die ander is toch ook veel waard.” Er is een samenwerking mogelijk. Een tweede aspect, dat ook wel erg belangrijk is: het denkbeeld van gelijkwaardigheid schijnt hier een grote rol te gaan spelen.
In Anatolië kunnen we in de eerste plaats wel rekenen op het breken van de vaak nog zeer middeleeuwse gezagsverhoudingen. Ook hier zien wij nu ‑ zij het heel traag – de belangstelling voor de medemens ontwaken. Ik geloof dat de rampen uit het verleden daaraan een klein beetje hebben meegewerkt, omdat men gaat beseffen: het kan ons morgen ook gebeuren en dan worden we misschien ook in de steek gelaten.
De eerstvolgende jaren dus hoofdzakelijk uitzaaiingen in Turkije en Zuid Rusland, maar ik geloof dat als we zien dat de zaak in de Oekraïne gaat beginnen, we gelijktijdig óók zullen moeten constateren dat in Griekenland en Albanië, Europa wordt benaderd. Omstreeks het jaar 1980 moet ik aannemen dat die propaganda zo ver is gevorderd dat men ‑ zonder misschien de bron te weten ‑ gelijkluidende stelregels verkondigt vanaf het zuiden van Azië tot het hele zuiden van Europa. En daarmee zal een enorme invloed worden geschapen op de Aziatische en Europese continenten.
Voor de Wereldleraar was het zeer belangrijk dat zijn leer niet tot systeem zou worden. En dat is begrijpelijk, omdat zowel de geloofsleer in bv. het christendom en de islam als ook de systeemleer (denk eens aan het marxisme en leninisme) getoond hebben tot een dogmatiek te worden, die geen oog meer heeft voor de mens, maar alleen voor doelstelling.
De ontplooiing van de denkwijze van de Wereldleraar op het ogenblik via deze mond‑tot‑mond‑propaganda en de vlugschrift‑propaganda heeft dus m.i. vele grote resultaten. Zij integreert de gedachte in het bestaande en tracht niet naast of boven het bestaande tot uiting te komen.
Een bijzonder interessant punt is verder het samenstellen van verschillende, kleine boekjes (ik meen dat ze in de Punjab worden gedrukt). Verspreid worden ze o.a. ook in Rangoon. Die boekjes zijn eigenlijk nog maar gewoon een stukje filosofie. Ze worden uitgegeven als een soort filosofietje over het leven. Maar op den duur zou dit wel eens tot een bijbeltje kunnen worden voor heel veel mensen. Mensen, die zeggen. “hoe, moet ik nu reageren?” kunnen het daarin lezen en zonder hen te zeggen: “zo moet je doen” krijgen ze nieuwe inzichten,
Daar is het boek van de waarheden: de Tao Teh King. U weet dat je daarmee al wichelende verzen kunt samenstellen, waardoor je precies weet waar je aan toe bent. Maar het samenstellen van die verzen is altijd nog een lotskwestie. In dit nieuwe boekje lees je eenvoudig een hoofdstukje over de mens en de techniek. Of je leest een hoofdstukje over de intermenselijke verhoudingen, of over de verhouding mens ‑ God. En dan weet je waar je aan toe bent. Er komt een eigen denksysteem naar voren. De mens reageert vanuit zichzelf, niet vanuit een opgelegde verwachting of angst en hij heeft toch een richtlijn in het leven.
Ik meen dat deze ontwikkeling van buitengewoon groot belang is, omdat de nieuwe leer vooral in Azië op het ogenblik nodig is. Do revolutie van Azië gaat nl. veel verder dan men zich realiseert. Ik meen dat dit juist in de half ontwikkelde landen, waaronder ik dan ook vele van de Arabische staten en Turkije (althans grote delen ervan) reken, een aanpassing betekent aan een tijd die eigenlijk nog pas is aangebroken. Je zou kunnen zeggen dat dergelijke landen, die in gisting en revolutie zijn of die vanuit en half ontwikkeld zijn de sprong moeten maken over vele eeuwen van normale vooruitgang naar een nieuwe tijd, juist door de verbreiding van deze leer, een totaal nieuwe zienswijze op het leven kunnen krijgen en daarmee een aanpassing die veel beter is.
De Wereldleraar heeft zelf eens gezegd: “Hij, die middelen versmaadt, omdat ze onwaardig zijn, is een dwaas. Slechts hij, die middelen gebruikt, die niet strijdig zijn met hetgeen hij wil bereiken, is een wijze. Zoals hij ook eens heeft gezegd: “De mens, die leeft naar het woord van anderen, is een dwaas. Hij echter die leeft naar zijn besef, gebaseerd op de woorden van anderen, is een wijze.
Ik geloof dat de middelen die worden gebruikt aantonen dat de leerlingen en volgelingen van deze Wereldleraar wijzen moeten zijn. Zij treden niet nadrukkelijk in het openbaar op, maar ze voeren een propaganda, waardoor in elke kerk en in elke vorm van politiek denken een nieuw denkbeeld ontwaakt. Dit is m.i. een zeer belangrijke geestelijke ontwikkeling, die ‑ als het even meevalt tot een bijzonder rijke geestelijke ontplooiing zal voeren in de komende eeuw.
Springplank
Wie ver wil springen, gebruikt een plank, waardoor hij iets meer omhoog komt bij de laatste afzet en daardoor verder springt. Of misschien zelfs iets waar veren onder zitten, zodat hij hoger kan springen en gelijktijdig verder. Het komt aan op de kracht van de atleet, niet op de springplank zelf. Indien ze eenmaal goed is geplaatst, zal ze echter de atleet helpen meer te presteren met zijn mogelijkheden.
Vele denkbeelden in deze wereld zijn eigenlijk maar een springplank voor de eigen prestatie en ontwikkeling van de mens. Heel veel kleine daden en kleine gebeurtenissen zijn, doordat ze richting geven aan bestaande energieën, een springplank, waardoor een vernieuwing zich kan doorzetten die anders misschien zou hebben gefaald. Vergeet niet dat het in het leven ‑ geestelijk zowel als stoffelijk ‑ vaak een kwestie is van enkele ogenblikken, of enkele centimeters. Iets tekort schieten, betekent falen. En daarom hebben we behoefte aan een springplank. Het is dan niet belangrijk, hoe die springplank heet of wie die springplank is of vanwaar hij komt. Belangrijk is, dat ze ons helpt om meer te zijn, meer te bereiken. Want de mens die op aarde denkt te zijn alleen maar om te bestaan, had beter plant kunnen worden.
Het ligt in de mens om iets te bereiken, onverschillig wat. En als je iets wilt bereiken ‑ wat het ook zij ‑ dan moet je een begin vinden. Je moet een eerste poging wagen en vanuit die poging kun je dan eindelijk zien, of je zult slagen. Maar vergeet niet: het gebruik van een springplank moet geleerd werden.
De atleet, die nimmer een springplank heeft gebruikt, zal zeer zorgvuldig moeten afmeten hoe hij de juiste aanloop moet nemen. Hij zal rekening moeten houden met de sterkte van de veer, opdat hij met de zwaarte van de laatste stap, die sprong als het ware kan vinden.
Zo gaat het met u. Vele ideeën, vele denkbeelden zijn een springplank voor u naar een grotere bereiking, een groter geluk misschien of een grotere geestelijke wijsheid. Maar zij zijn niet meer dan dat. U bent het zelf die er een bereiking van zal moeten maken die onmogelijk werd geacht. En dat kunt u alleen indien u zorgvuldig afmeet wat mogelijk is, indien u zelf initiatief neemt en niet verwacht dat de springplank u zonder meer verder zal brengen.
En ten laatste, wanneer u met inzet van heel uw vermogen en krachten springt en niet wacht of er misschien iemand zal zijn die u het laatste eind wel zal dragen ‑ geestelijk zowel als stoffelijk ‑ dan bereikt u of geheel of geheel niets. Alles, wat ertussen ligt, is falen, want het betekent terugval, worsteling en lijden. Slagen betekent geluk, vrede en de mogelijkheid tot verdergaan. Daarom hoop ik dat u allen ‑ waar dan ook ‑ een springplank zult vinden die u in staat zal stellen om gelukkiger te worden, meer te bereiken en meer inzicht te verwerven.
← vorige tekst | overzicht | volgende tekst → |
