juni 1969
Agitprop
Er is in de laatste paar maanden iets eigenaardigs gebeurd. Een zekere Andrej Ordsjnev is bij een geheime Agitprop‑organisatie, zoals dat heet, benoemd tot leider. Dat zou moeten voeren tot een aantal veranderingen in de methode waarmee de revolutionaire naties van deze wereld zich zullen richten tot de landen met een ander systeem.
Indien u zich de moeite getroost om alle rellen en oproertjes te volgen, zoals die zich de laatste tijd hebben voorgedaan, dan zal het u opvallen dat in de meeste gevallen de grote gebeurtenissen eigenlijk worden uitgelokt door mensen, die bij het feitelijke probleem niet of bijna niet betrokken zijn. Een voorbeeld is misschien te geven.
Hier in Nederland werd een demonstratie gehouden tegen het zenden van mariniers naar Curaçao. Dit was een aangelegenheid van Surinamers; kortom van mensen uit de Antillen, uit een overzees gebiedsdeel. Zij kregen daarbij de steun van een andere groep, die daarmee verder weinig te maken had. In deze groep bevonden zich een aantal mensen (een tiental), waarvan er negen helemaal niet waren aangesloten bij de Socialistische Jeugd. Surinamers waren ze ook niet, noch Antillianen. Deze mensen wisten op een gegeven ogenblik de stemming zodanig te veranderen dat hun eerste actie in de richting van geweld werd gevolgd door vele jongeren. Het resultaat was een rel, een demonstratie, waarover geschreven kan worden. De meesten van u realiseren zich niet dat de berichten daarover zelfs de Prawda hebben gehaald.
Als wij gaan kijken wat er in Suriname gebeurt, wat er gebeurt in Venezuela of wat er is gebeurd in Curaçao, dan zien wij vaak precies hetzelfde. De geschiedenis Curaçao ligt u waarschijnlijk vers in het geheugen. Laat mij u een voorbeeld geven: Er is een zeer redelijke demonstratie, die tamelijk beheerst plaatsvindt. Er is geen sprake van plunderen, totdat een betrekkelijk kleine groep (17 man) een warenhuis binnenstormt anderen meelokkend. Dezen zijn het ook, die ervoor zorgen dat er drank wordt verdeeld; ja, dat het met kisten vol naar buiten wordt gedragen om eenieder die maar wil, de mogelijkheid te geven zich een roes te drinken. Die 17 mensen waren zeker niet direct betrokken bij de demonstratie. Ze waren dus meelopers. Vier van hen hadden zelfs geen Nederlandse nationaliteit; ze hoorden niet thuis in Curaçao of Suriname. Eén van hen was een Mexicaan, twee waren Columbianen en één kwam uit Venezuela. Wat is hier nu gebeurd?
Op het ogenblik dat er ergens een reden tot verzet bestaat, kun je dat verzet excessief maken. Je kunt er dus voor zorgen dat een op zichzelf waardig protest, dat mogelijk zelfs resultaten zal hebben, ontaardt in iets waartegen een heersende klasse of kaste of zelfs de heersende orde zich moet gaan verzetten. Hierdoor breng je het probleem uit een onderhandelings‑ en discussiesfeer in een haat‑ en geweldsfeer. En zodra haat en geweld een rol gaan spelen, kun je de redelijke argumenten, die er zijn, eenvoudig overbluffen. Andrej Ordsjnev is een man, die overigens reeds in 1951, toen hij pas was afgestudeerd, dit systeem heeft aanbevolen voor het bevorderen van een sociale revolutie. Zijn stellingen waren o.m. (ik neem maar enkele uit het door hem toen ingediende proefschrift): “Ontevredenheid bestaat er overal. Indien wijzelf deze ontevredenheid verwekken, is de bron onmiddellijk kenbaar. Hiermee is het propagandistisch doel niet gediend en is de agitatie voor onszelf schadelijk. Indien er echter ‑ waar ook ter wereld ‑ een redelijke klacht bestaat en daartegen een meer algemeen verzet kan rijzen, kan het onze taak zijn om te bevorderen dat dit verzet op een waardige en beheerste wijze geschiedt. Waar dit noodzakelijk wordt geacht of gunstig voor onze politieke doeleinden en voor de verkondiging van onze doctrines, is het voor enkele mensen mogelijk een zodanige sfeer van geweld en terreur te scheppen, dat wij hierdoor alleen reeds medestanders winnen, die het ons mogelijk zullen maken de sociale revolutie uit te dragen over de gehele wereld.” Een heel handige opzet, zoals u begrijpt.
Deze zelfde Andrej, waarvan u misschien in de komende jaren wel het een en ander zult horen, stelde vervolgens: “Spionagenetten zijn kostbaar en over het algemeen zijn ze ook gevaarlijk. Er zijn echter zeer veel mensen, die bereid zijn hun klachten te doen horen. Indien het ons mogelijk is de klachten na te gaan, die er in bepaalde bedrijven kunnen bestaan, dan zijn deze het aanknopingspunt om verdere gegevens te verwerven. Daar het aanhoren van klachten nergens als propaganda of zelfs als spionage kan worden betiteld, is slechts het verzenden van de rapporten nog een zaak, waarvoor een organisatie moet worden opgebouwd.” Ik geef hier twee stukjes uit een verhandeling, die alles bij elkaar zo’n 93 bladzijden beslaat. Intussen zult u wel begrijpen dat deze op zichzelf geniale man nog grotere aantallen andere directieven heeft opgesteld. De plaats, die hij op het ogenblik gaat innemen, is dus ook wel een zeer belangrijke. Hij wordt langzaam maar zeker de man die het voor het zeggen heeft.
De grote vraag is: Wat kun je daar tegenoverstellen? En dan blijkt ons, dat zodra je uitgaat van doelmatigheid de klachten van minderheden eigenlijk niet belangrijk zijn. Zolang voor de meerderheid de zaak goed loopt, is de minderheid onbelangrijk geworden. En daar, waar er voor de meerderheid klachten zijn, kan men met geringe maatregelen voor het geheel de zaak toch nog wel in orde brengen. Elk establishment tracht dus zoveel mogelijk een status-quo te handhaven, waarbij enerzijds de ontevredenheid niet te groot zal worden en anderzijds het doel van een geregelde en exploitabele maatschappij blijft gehandhaafd. Dit geldt ook in Rusland.
De grote moeilijkheid voor vele landen is echter dat ze denkbeelden hebben omtrent vrijheid, die o.m. een zekere vrijheid van demonstratie of van woord inhouden. Daarnaast zijn er landen, waarin deze mogelijkheden niet algemeen worden erkend (denkt u eens aan Spanje, Portugal, Griekenland, Turkije, er zijn er meer), maar waar de invloed van de mensen, die die vrijheid wel kennen zo groot is, dat ook hier een redelijk verzet of een redelijke demonstratie is uit te lokken. In een absoluut geregeerd land tolereert men dat niet.
Eén van de redenen dat men bv. Oost‑Duitsland heeft toegestaan om in de laatste tijd strengere maatregelen te nemen in industriegebieden, is wel dat men protesten ten koste van alles moet onderdrukken. De bezetting van Tsjecho‑Slowakije, de onderdrukking van de revolutie in Hongarije hadden eigenlijk hetzelfde doel. Het gaat er hier niet om of men nu het communisme in gevaar ziet, het gaat er doodgewoon om dat je geen demonstratie, geen vrijheid kunt toelaten, omdat op het ogenblik dat je een zekere vrijheid geeft de groepen van ontevredenen zodanig kunnen agiteren, dat de redelijkheid (zoals men die van staatswege meestal ziet) zoekt raakt.
Misschien vindt u dit alles maar een beetje kinderspel. Toch zit er heel veel in. Indien u nagaat hoeveel gewelddadigheden er in de laatste tijd zijn uitgelokt door betrekkelijk kleine minderheden in alle landen ter wereld, hoeveel er eigenlijk is gebeurd doordat er enkele mensen uit de band sprongen en daarna meestal verdwenen, dan kunt u zich realiseren dat dit systeem inderdaad is geprobeerd en dat men het algemeen begint toe te passen.
Nu betekent dat niet dat de klachten niet bestaan. Het betekent ook niet dat een dergelijk verzet dus a priori moet worden gedesavoueerd. Het betekent alleen dat we een onderscheid moeten maken tussen de vaak krankzinnige gewelddadigheden en baldadigheden die overal komen opduiken en het gefundeerde protest. Zou de westelijke maatschappij ertoe gebracht kunnen worden om het gefundeerde protest af te wijzen, dan is datgene wat Agitprop beoogt, nl. een werkelijke wereldrevolutie, bereikt.
Dit is politiek, zeker. En politiek is bij velen die zich bezighouden met meer geestelijke zaken nu niet direct geliefd. Ook dat begrijp ik zeer wel. Maar hoeveel van u, van die enkelen zelfs die hier aanwezig zijn, hebben zich door de gewelddadigheden niet laten leiden tot excessen, ofwel tot een excessieve erkenning van het protest, dan wel een excessieve afwijzing ervan? De redelijkheid werd voor een groot gedeelte vervangen door sentiment. Waar redelijkheid door sentiment wordt vervangen, is het resultaat niet alleen onredelijkheid maar het betekent ook stuurloosheid. Daar, waar stuurloosheid is, kunnen enkele mensen met een doel de massa in elke gewenste richting stuwen. En dat zou allemaal niet zo erg zijn, indien hierbij ook geen geestelijke waarden in het geding zouden komen.
Agitprop is een instantie die algemeen bestaat. Hier in Nederland is zelfs een aparte vertegenwoordiger van Agitprop. Er zijn er ook twee in Brussel, om nu eens dicht bij huis te blijven. Agitprop gaat uit van een aantal stellingen, die bijna jezuïtisch aandoen. Er werd van de Orde van Ignatius gezegd dat haar stelregel was, dat alle dingen door het doel geheiligd kunnen worden. Deze zelfde stelling huldigt men bij Agitprop. Het gaat er niet om, of het waar is wat je zegt. Het gaat er om, of het doel ermee wordt gediend. Het gaat er niet om, of mensen lijden of sterven. Het gaat er alleen maar om, of het doel wordt bereikt. Alles wordt ondergeschikt gemaakt aan één en hetzelfde doel. Dat dit in een bureaucraten‑maatschappij intern nooit kan worden getolereerd, is duidelijk. Vandaar dan ook dat het in Rusland de gewoonte is, dat de vertegenwoordigers van Agitprop in het buitenland onder directe en zeer strenge controle staan van de partijpolitici en theoretici. Ze worden als het ware gelijktijdig gehuldigd en gevangengehouden.
Als ik nu deze mentaliteit van “het doel heiligt de middelen” overal begin te verkondigen, dan bereik ik hiermee dat de mens de reële innerlijke verhouding ten aanzien van de wereld eenvoudig terzijde schuift. Hij is niet meer geneigd te zeggen: Maar dit is toch onjuist. Hij zegt alleen: Als ik dit doe, dan kan ik mijn doel gemakkelijker bereiken en daardoor is het goed. Hij zal innerlijk het er niet mee eens zijn. Zijn innerlijke waardering blijft wel degelijk bestaan en hij kan hen tijdelijk overdonderen, maar de problemen, welke door die verschillende emoties worden opgewekt, zullen in hem wel degelijk bestaan.
Nu zijn alle zuiver persoonlijke zaken voor de geest nog iets, waar je evenwicht tegenover kunt stellen. Ik kan dus persoonlijk iets doen dat niet goed is. Daartegenover kan ik persoonlijk iets doen dat wel goed is. Als ik dus een balans opmaak, dan blijkt dat ik zeer veel heb gecompenseerd of zal kunnen compenseren. Voor de geest is de evenwichtigheid belangrijk; niet de vraag, of het nu allemaal goed of kwaad is wat er wordt gedaan. Het gaat erom dat de geest evenwichtig is, dat haar bewustzijn in staat is om andere werelden, andere mogelijkheden te accepteren en te absorberen. Maar zodra “het doel heiligt de middelen” een rol gaat spelen, ontken ik in feite de werkelijkheid van de uiterlijke wereld.
Men realiseert zich dat vaak niet zo. Als ik ontken dat hetgeen ik doe een betekenis heeft, anders dan de betekenis volgens de in mij bestaande ideeën, dan ontken ik gelijktijdig de werkelijkheid van de wereld buiten mij. Ontken ik de werkelijkheid van de wereld buiten mij in één opzicht, dan kan ik dus alle realiteiten wegrationaliseren. Ik kan ze voor mij eenvoudig wegpraten en kom dan geestelijk te verkeren in een toestand waarbij ik wel registreer (dus opneem wat ik allemaal heb gedaan en wat het kan betekenen voor anderen), maar als mens niet meer in staat ben om op den duur dit te accepteren. Na de overgang betekent dat een grote onevenwichtigheid, want ik kan de realiteit van mijn leven niet verwerken. Dat is een van de redenen waarom ik dit toch de moeite waard vind, als we over actuele zaken, over de historie van deze tijd spreken.
Naast heel veel positieve geestelijke ontwikkelingen vrees ik nu, dat in de komende paar jaren deze negatieve tendens bijzonder sterk zal worden verkondigd. Dat is op zichzelf niet zo moeilijk, want als je eenmaal dat “doel heiligt de middelen” gebruikt en je kunt anderen ertoe brengen te erkennen dat de reden van je protest juist is, dan komen ze vanzelf op een gegeven ogenblik tot een acceptatie van de middelen.
In Curaçao is enorm veel geplunderd. Daar werd voor enkele tonnen o.m. aan goud, zilverwerk, juwelen, horloge e.d. zullen we zeggen “bevrijd” uit het kapitalisme. Hierbij vond werkelijk plundering en diefstal plaats. Indien het nu een kwestie was geweest van levensmiddelen, dan zou je dat nog wel kunnen tolereren. Dan zou je zeggen: De mensen hebben honger. Ze hebben niet te eten. Dat ze nu eens een keer goed willen eten kunnen we begrijpen. Maar er zijn kapitaalgoederen ontvreemd. En als ik een schatting mag maken voor het geheel dat daar aan waarde goederen, niet direct voor eigen gebruik belangrijk, is ontvreemd, dan kom ik tot een bedrag in Hollandse guldens uitgedrukt van ongeveer vier en een half miljoen. Dat is tamelijk hoog, als ik de vernielingsschade erbij reken.
Opvallend is hierbij dat er bv. aan kleding in verhouding zeer weinig is ontvreemd. Er werd wel veel beschadigd en besmeurd, maar gestolen werd er heel weinig. Textiel werd er eveneens betrekkelijk weinig ontvreemd en zonderling genoeg zelfs geen luxetextiel, die daar voor de toeristen toch wel degelijk aanwezig was. Er werden natuurlijk ook wel wat souvenirtjes en speel-dingetjes gestolen, dat is begrijpelijk. De nadruk blijkt echter te vallen op bv. schrijfmachines. Hoe is het mogelijk dat iemand 100 schrijfmachine steelt; of dat men die ontvreemd tijdens een oproer. Niet om ze kapot te slaan, maar dat ze verdwijnen. En waar zijn bv. de uurwerken en bepaalde antiquiteiten en curiositeiten, die eveneens zijn gestolen, naar toe gegaan? Hier is diefstal. Nu kunnen we zeggen dat die mensen arm zijn en dat ze terecht hebben geprotesteerd. Maar doordat we accepteren dat die mensen terecht protesteren, vergeten we gelijktijdig dat er is geplunderd en dat er bij die plundering bij sommigen kennelijk sprake is geweest van een vooropgezet ontvreemden van waardevolle artikelen.
Kijk, daar heeft u nu het gevaar. Je gaat zeggen: “ja, ze hebben natuurlijk bezit in brand gestoken, ze hebben geplunderd, maar die mensen waren geprikkeld. Ze zijn een beetje uit de band gesprongen.” Maar dit is geen uit de band springen meer. En als dit zo verdergaat, dan komt er misschien vandaag of morgen de een of andere groep in bv. Spanje, die in Madrid gaat optreden en die daar een veldslag gaat leveren tegen de politiemensen en dat ze tenslotte worden teruggedreven met al hun idealistische leuzen. Achteraf blijkt dan dat er heel veel in brand is gestoken, dat er is geplunderd, dat er juwelen en andere kostbare artikelen zijn verdwenen. En dan zeggen we weer: “Ja, maar die mensen hadden toch recht tot protesteren” en dat andere vergeten we.
Op deze manier krijg je dus een totale vervreemding van waardering, niet alleen bij de mensen zelf, die onder de spanning van het moment gemakkelijk worden verleid tot iets dergelijks en die misschien zonder het te weten zelfs de misdadige activiteiten van sommige groepen dekken en bevorderen, maar het gaat vooral ook om de toeschouwer: de mens, die zelf gaat reageren.
Kinderen hebben honger op Curaçao. Maar demonstranten komen tot opstand en stelen voor tonnen aan juwelen en dergelijke artikelen, om niet te spreken van de rest die is gestolen. Dat zijn twee gescheiden zaken. U moet een scheiding kunnen maken tussen bv. een studentenprotest dat gerechtvaardigd is en het in brand steken en vernielen van auto’s die langs de weg staan; wat niet gerechtvaardigd is. Als je het een accepteert omwille van het ander, dan zal je je waardering voor wat er in het leven gebeurt veranderen. Dan komt er een ogenblik, dat je zegt: Ja, ik protesteer niet tegen mijn buurman, ik protesteer tegen het verkeer. Maar zijn auto staat er toevallig, laten we de brand er maar in steken, dan kunnen ze tenminste zien dat ik protesteer.
Deze mentaliteit zou dan ook wel eens kunnen doorklinken in bv. geestelijk groepen en verenigingen. Ik kan mij voorstellen dat dan een kerkgroep rustig een beeldenstorm begint en daarbij kostbare kunstwerken vernietigt (dat is in de middeleeuwen ook al eens gebeurd, waarom zou het niet weer gebeuren) alleen maar omdat ze het niet eens is met de lering van een andere groep.
Denkt u niet dat dat denkbeeldig is. O, hier in Nederland gebeurt dat misschien niet zo snel. Maar het nog niet zo lang geleden, dat een protestantse plaats van bijeenkomst in Spanje werd kapotgeslagen door een stelletje, zullen we zeggen katholieken, tenminste zo noemen zij zichzelf, een stelletje ijveraars. En het is helemaal niet ondenkbaar dat een groepje protesterende gelovigen vandaag of morgen het iemand in een kerk heel erg moeilijk gaat maken, omdat ze toevallig liever een andere leider hebben. En dan is het niet alleen meer een verzet tegen de autoriteit (daarmee kunnen we het misschien eens zijn), maar dan is het het overdragen van dit verzet naar elk middel dat maar bruikbaar is om het verzet te bevorderen. Het is alleen maar een kwestie van misbruik maken van mogelijkheden. Het is gewoon een veranderen van denkwijzen.
Je krijgt dan op een gegeven ogenblik iemand, die zegt: Omdat ik dus tegen het celibaat voor de priester ben, ga ik eens na wat er allemaal voor schandaaltjes zijn en ik ga met naam en toenaam publiceren welke priesters er dan wel verhoudingen hebben en wie in het Vaticaan ook niet brandschoon is. En dan zal men de laster daarbij ongetwijfeld niet schuwen. De paus is gezien zijn leeftijd waarschijnlijk betrekkelijk veilig voor zoiets. Maar er zijn vele anderen die kwetsbaar zijn. Niet kwetsbaar, omdat ze feitelijk misdaden hebben bedreven, maar omdat het hun zo moeilijk zal vallen de beschuldigingen te weerleggen. Het moddersmeren is iets dat je ook innerlijk blijft behouden. Eerlijk denken kun je niet meer tolereren; niet van anderen en ook niet van jezelf. Je veroordeelt onmiddellijk eenieder, die het niet met je eens is: hij is tegenwoordig bv. extreemrechts of extreemlinks. Je praat niet meer over mens-zijn, over menselijke bewustwording. Je praat alleen maar over rechten en voorrechten, noodzaken en onrecht.
Kijk, Agitprop maakt hiervan gebruik. Agitprop is een instelling, die zich niet ten doel heeft gesteld de arbeiders te bevrijden, maar om een bepaald systeem te doen winnen. Agitprop is geen instelling, die zich ten doel heeft gesteld om de waarheid over alles en eenieder te verkondigen, maar een instelling, die vastbesloten is om gebruik te maken van alle middelen om iedere gevaarlijke tegenstander uit te schakelen. Nu weten we heel goed, dat Agitprop zijn counterpart elders heeft. De CIA weet ook van wanten, indien het daar om gaat. En ook hier horen we heel vaak beweren ‑ zij het dan natuurlijk binnenshuis ‑ dat het niet belangrijk is of de mensen lijden, of ze honger hebben of niet, dat het helemaal niet belangrijk is of iets waar is of niet, dat het alleen maar belangrijk is dat men iets bereikt: aanzien, afzetmarkt, respect of een zekere horigheid. Wat moet er worden van een wereld, die op een dergelijke manier denkt?
Ik meen, dat onze vriend Andrej de mensen goed heeft ingeschat. Hij heeft de mensen gezien als wezens, die ‑ als ze maar het denkbeeld hebben dat ze hun gram kunnen halen of dat ze gelijk kunnen krijgen ‑ bereid zijn om alles te doen. Mensen zijn natuurlijk geen menseneters. Maar als er hongersnood is en iemand maakt croquetten, dan zullen ze absoluut niet vragen waar ze vandaan komen, als ze maar te eten zijn; ook al denken ze bij zichzelf misschien dat er wel eens mensenvlees in zou kunnen zitten. Voorbeelden daarvan hebben we o.m. kunnen zien in Leningrad in de laatste wereldoorlog. Die mentaliteit, is die eigenlijk niet gevaarlijk?
Onze Wereldleraar heeft ons geleerd dat het belangrijk is om alle techniek te erkennen. Dat het erg belangrijk is om alle mens‑zijn te erkennen, maar ook dat het erg belangrijk is om onszelf te hervinden in een contact met onze medemens. Dat ons bezit niet belangrijk is, maar dat ons geluk belangrijk is. Hij heeft ons geleerd dat de waarheid belangrijker is dan al het andere. De Wereldleraar heeft geprobeerd een oplossing te scheppen voor die problemen, welke op het ogenblik door politieke organisaties als Agitprop en dergelijke eigenlijk voortdurend worden gecreëerd. Hij heeft gezegd: Mensen, het gaat je niet aan wie gelijk of ongelijk heeft. Je, moet er niet over oordelen; je moet er niet eens over denken. Je moet alleen proberen om met de middelen, die je ter beschikking staan alle mensen zo gelukkig mogelijk te maken. Recht heeft daarbij eigenlijk geen enkele inhoud, geen enkele zin meer. Waar honger is, daar moet je zorgen dat de honger verdwijnt. Waar lijden is, moet je zorgen dat lijden verdwijnt. Je moet de mens gelukkig maken. Maar als dat gebeurt, dan heeft Agitprop geen mogelijkheden meer. Dan heeft een CIA veel minder mogelijkheden. Dan heeft een propaganda – apparaat, zoals de Maoïsten en de Castro’s hebben opgebouwd, geen waarde.
Revolutie, verzet, geweld en al die misbruiken, komen eigenlijk voort uit een totaal verkeerde instelling van de mensen. Onze Wereldleraar zegt niet, dat we ons moeten bezighouden met iets, wat ergens ver weg ligt. Hij zegt doodgewoon dat we de mensen gelukkig moeten maken. Hij zegt niet dat we de wereld moeten veranderen, maar dat we doodgewoon onze technische middelen, onze mogelijkheden moeten gebruiken om voor onszelf een zeker aanvaardbaar levensminimum te vinden en dat ook aan ieder ander te gunnen. Stel u nu eens voor dat het niet zo belangrijk is wie bezit heeft en wie niet, maar dat wie honger heeft, kan eten. Stel u eens voor, dat het niet zo heel erg belangrijk meer is, of je nu wel of niet geld hebt, maar dat het alleen belangrijk is, of je met je medemensen contact hebt. Dan komt u toch tot een heel ander leven en een heel ander denken.
Nederland heeft ingegrepen met militairen (mariniers) en iedereen is daar enorm tegen. Maar wat had men dan moeten doen? Wat is het alternatief? Laten we ons dat eens afvragen. Het alternatief zou zijn: toe te laten dat dergelijke agitatoren, want dat zijn ze in feite, er voortdurend weer in slagen om vernielingen tot stand te brengen. Die vernielingen betekenen geen eten. Ze betekenen ook geen geluk. Ze betekenen alleen nog meer ellende. Je schept geen werkgelegenheid door fabrieken af te breken. Je schept geen betere verdelingsmogelijkheid voor voedsel door alle winkels af te branden.
Het zenden van die troepen was noodzakelijk; het moest gebeuren. Aan de andere kant horen we dan opeens dat men in Nederland nu plotseling zeer bezorgd is over de sociale toestanden en dat daarin verandering moet komen. Ik geloof dat ook dat verkeerd is. Ik denk niet dat het de taak van Nederland is om veranderingen tot stand te brengen.
Onze Meester heeft gedurende zijn leven op aarde eens iets gezegd dat heel erg hard klonk. Het was in de buurt van Jalalabad. Daar waren mensen, die ook nogal wat tekort hadden, die eigenlijk niets deden en maar melancholiek rondhingen. Toe vroeg een van zijn volgelingen: “Zouden we nu niet iemand zover kunnen brengen, dat hij die mensen altijd weer voedsel geeft?” De Wereldleraar zei toen: “Neen, we zullen hun één goede maaltijd geven, zodat ze weer kunnen werken. Het ergste dat je een arme kunt aandoen, is hem voedsel te geven zonder meer.”
Ik weet niet of u begrijpt wat dat betekent? In dit geval betekent het dat het gemakkelijk genoeg is voor Nederland een paar tanks minder te kopen en te zorgen dat iedereen een volle buik krijgt in Curaçao. Dat is helemaal zo moeilijk niet. De grote moeilijkheid is echter dat je er niet komt met de mensen eten te geven. Je moet die mensen de kans geven ‑ en daarmee ben ik het volledig eens ‑ om zich te herstellen, indien ze ondervoed en uitgeput zijn. Maar dan moeten ze zelf aan het werk. Geef hun de werktuigen, geef hun de instrumenten en laat hen zelf werken. Is er iemand die hen het werken onmogelijk wil maken, belet die dan een terreur uit te oefenen. Dat is alles.
Dit klinkt natuurlijk ook weer vreemd. In deze tijd, waar iedereen een ander zekerheden wil bieden, vertelt daar een Wereldleraar dat je het eigenlijk niet moet doen. Maar denkt u nu eens even na. Hoe kan een mens gelukkig zijn, als hij alleen maar leeft van de fooien van anderen? Hoe kan een mens betekenis hebben, als hij in feite alleen maar bezig is te profiteren, ook als hij dan voor zichzelf iets doet?
Ik kan me voorstellen dat een kunstenaar in de tegenprestatie‑regeling op een gegeven ogenblik voortdurend hard werkt en dat hij toch ergens ongelukkig is, om de doodeenvoudige reden dat hij niet die erkenning vindt, die hij wil hebben. Dan zult u zeggen: Het is voor hem belangrijker dat hij eten heeft en dat hij zijn kunst kan bedrijven. Dit is misschien waar, maar dan zal men dat anders moeten doen. Men zou hem de mogelijkheid moeten geven om die kunst dan op een andere manier te verkopen. Of desnoods te werken aan de verfraaiing van de gemeenschap; niet door schilderstukjes te maken, maar door gewoon werken uit te voeren, die door de gemeenschap worden verlangd en hem daarvoor zodanig te belonen, dat hij ‑ indien hij met een minimum genoegen neemt ‑ daarnaast zijn eigen kunst ook kan bedrijven.
Als u dit voorbeeld nu overzet naar Suriname of Curaçao of waar ook ter wereld, dan zult u misschien ook begrijpen waarom het zo belangrijk is dat de armen niet alleen maar worden gevoed. Mensen, die voedsel genoeg krijgen en die verder niets te doen hebben, beginnen er alleen maar over na te denken wat ze nog meer voor klachten tegen de maatschappij hebben. Ze worden absoluut negatief. Mensen echter, die in de eerste plaats begrijpen dat zij moeten communiceren (contact hebben met anderen) in de gemeenschap en iets moeten betekenen, dat zij niet mogen eisen dat die gemeenschap hen waardeert volgens hun eigen waardering, maar dat zij zich eerst een gewaardeerde plaats in die gemeenschap moeten zien te veroveren voordat ze verder kunnen gaan, die hebben geen tijd voor een negatieve benadering. Hun denken en streven is positief, omdat zij niet trachten zich te onderscheiden van hun medemensen, maar met die medemensen gezamenlijk iets trachten te bereiken. In de tweede plaats ‑ al hebben ze het misschien iets minder goed dan ze het door zo’n vergoedingsregeling zouden hebben ‑ zijn ze gedwongen rekening te houden met anderen; daardoor worden ze geconfronteerd met hun eigen “ik” en hun eigen feilen.
Het klinkt misschien ook weer niet zo prettig. Maar een mens, die op aarde leeft, is toch eigenlijk het voertuig van een geest, die zichzelf moet leren kennen. Hoe wil je jezelf leren kennen, indien je de middelen worden gegeven om voortdurend de werkelijkheid van je eigen wezen te ontvluchten? Voedsel is goed voor mensen, die verhongeren. Als in Biafra de mensen verhongeren, dan is het natuurlijk heel erg goed te zorgen dat ze wat te eten krijgen. En toch vraag ik me af of degenen, die beweren dat de Biafranen terecht zich teweerstellen nu wel zo buitengewoon gewaardeerd moeten worden, omdat ze die mensen voedsel hebben gegeven. Daardoor hebben ze ongetwijfeld de ellende wat groter gemaakt. Iemand die dan ‑ afgekeurd natuurlijk door alle staatslieden ‑ een soort privé luchtmacht op de been brengt, is veel meer te waarderen. Hij doet reëel iets. Hij maakt zich niet tot de goede gever, maar hij is degene die verbonden is met het streven van de ander. Ik geloof, dat dat veel belangrijker is.
Dan kunt u zeggen: Heiligt hier dan het doel de middelen? Neen. Het doel om Biafra vrij te krijgen is een kwestie, waarover je persoonlijk moet denken en spreken. Dat je daarmee anderen gaat doden, is even onaanvaardbaar als dat anderen Biafranen doden. Maar we kunnen in ieder geval wel zeggen dat degenen, die hier hebben gereageerd, (zoals ook de medische verzorgers, die daarheen zijn gegaan) de enigen zijn die reëel iets hebben gedaan aan het probleem in de zin van de Wereldleraar.
Het is gemakkelijk genoeg om te spreken over de diplomatieke noodzaken, de politieke wegen, de noodzaak om via conferenties, comités, commissies ergens toe te komen. Maar in feite is het een afschuiven van verantwoordelijkheid en daarmee het scheppen van die verwarring, waarin een Agitprop kan werken. Het is gelijktijdig het scheppen van een zodanige verwarring, dat je voor je eigen verantwoordelijkheid, je eigen beslissing, je eigen problemen kunt weglopen. Als je vindt dat de armen toch eigenlijk wat geholpen moeten worden, koop dan maar een lootje in een Caritas‑loterij, dan heb je het idee dat je wat hebt gedaan en bovendien de kans, dat je wat zult winnen.
Die mentaliteit is geestelijk fataal. Het gaat er helemaal niet om of Noord‑Vietnam gelijk heeft of Zuid‑Vietnam. Het gaat erom dat er mensen zijn die creperen. Mensen, die ongelukkig worden gemaakt, nodeloos. Of die mensen gelukkig zijn onder systeem A of B, doet niet ter zake. Laat die mensen hun eigen leven opbouwen. Help hen om dat leven op te bouwen. Geef hun niet de fooi van voedsel en belangstelling.
Toen er hongersnood was in India hebben de mensen veel gedaan om die althans enigszins te lenigen. Maar als je het daarbij laat, dan is er niets gebeurd. Gelukkig zijn er mensen geweest, die hebben ingezien dat je daaraan wat moest doen. Nederland heeft putten laten boren, weer een ander land heeft bepaalde landbouwprojecten op stapel gezet, een van de landen heeft zelfs nog fabrieken, fabricage‑ en verdelingsmethoden uitgewerkt. Kijk, die mensen hebben wat gedaan. Zij hebben de bevolking geholpen om zichzelf te helpen.
Ik geloof dat je Curaçao alleen kunt helpen door de mensen op Curaçao te leren om zichzelf te helpen. Dat is natuurlijk ook wel pijnlijk voor degenen, die het gezag in handen hebben. Maar voor jezelf zowel als voor die anderen is dit geestelijk de enig juiste weg. Je leeft niet alleen maar om er zo goed mogelijk van af te komen. Je leeft ook niet alleen maar om een hiernamaals te verdienen. Je leeft om als mens, mens te zijn met de mensen. Voor de geest is dat de enig aanvaardbare wijze, waarop het menselijk bestaan geleid kan worden.
Daarom is het niet goed, indien Nederland plotseling zou besluiten grote kapitalen in Curaçao te steken. Dat zou absoluut nutteloos zijn. Wat anders zou het zijn, indien Nederland zou helpen om een zodanige regeling tot stand te brengen, dat er werk moet worden verschaft. Dan zou men die mensen helpen een eigen vorm van leven of van industrie op te bouwen. Men zou hen helpen door een beter onderricht, maar vooral ook door een doen wegvallen van allerhande vaak door henzelf opgebouwde beperkingen.
Dat zou Agitprop niet kunnen beantwoorden. Als je tegen een mens zegt: “Ik wil je helpen. Hier is werk. Werk, en je zult eten. Heb je honger, eet dan maar eerst,” dan kan een agitator moeilijk nog beweren dat dit onrecht is, vooral als je ziet dat je hetgeen je werkelijk verdient ook werkelijk krijgt. Dan is afgunst en nijd lang niet zo gemakkelijk aan te wakkeren.
In Nederland is het precies hetzelfde. In Nederland werkt Agitprop ook. Ze werkt met betrekkelijk kleine groepen, laat mij u dat erbij vertellen. Werkelijk geschoolde agitatoren zijn er in Nederland niet veel. Ik geloof dat er zoiets van 16 of 17 zijn, die ieder dan weer een kleine clan of groep rond zich hebben verzameld. Maar als deze mensen worden geconfronteerd met een werkelijke verhouding tussen bv. prestatie en beloning, als zij worden geconfronteerd met een reëel deelhebben in bezit maar ook in risico, dan kunnen ze moeilijk meer gaan protesteren. Dan valt het weg.
Het argument is gemakkelijk genoeg gevonden: de ondernemingen maken winst; het gaat ten koste van ons. Natuurlijk, het is waar. Maar op het ogenblik dat de arbeider krijgt te horen: Je mag volledig delen in de winst, indien jij de verliezen ook neemt, dan zit de zaak al een beetje anders.
Als je tegen de studenten zegt: “Jullie moeten zelf inspraak hebben”, dan kun je daar heel veel mee doen, dan kun je die mensen werkelijk zover opzwepen, dat ze het idee krijgen dat ze absoluut verkeerd worden behandeld. En dan kun je de werkelijke fouten gebruiken om daardoor excessieve eisen tot stand te brengen en daarmee de conflictsituatie scheppen. Maar op het ogenblik dat de student zijn verantwoordelijkheid zelf mag dragen, mits hij de consequenties daarvan aanvaardt, ligt de toestand anders.
Indien het tot een werkelijk oproer komt, waar dan ook, dan zijn andere mensen in gevaar met hun geluk, met hun bezit. Deze mensen moeten verdedigd worden. Dan moogt u het heel erg wreed vinden dat de politie er dan werkelijk op slaat of dat een bepaalde wet inderdaad wordt gehanteerd, maar dat is eigenlijk terecht. Terecht, omdat de maatschappij nu eenmaal niet kan gedogen dat men door “het doel heiligt de middelen” degenen, die kwetsbaar zijn, tot slachtoffers maakt, terwijl men de werkelijke boosdoeners niet kan aanvallen.
Agitprop zal de komende jaren steeds meer van zich doen spreken. Niet in de eerste plaats door werkelijke revoluties, maar vooral door die ongerechtvaardigde opvlammende uitbarstingen, waarmee een groot onrecht bijna wordt afgedwongen.
In India kunnen we binnenkort iets dergelijks verwachten. Daar zal een betrekkelijk vreedzame demonstratie op een gegeven ogenblik uitlopen op een enorm oproer. En dan zijn er inderdaad vrouwen en kinderen op straat; een hele menigte, die in feite onschuldig is, mensen die geen onrecht hebben gedaan, terwijl er maar enkele honderden hebben brandgesticht en een paar bommen hebben gegooid. Dan wordt er op die mensenmenigte geschoten en zie je hoe een paar duizend mensen gewond en een paar honderd mensen gedood zijn. Mensen die geen kwaad hebben gedaan. En dan hebben die gezinnen reden om te haten. Dan heeft die massa martelaren om te vereren. Dan is het werkelijke redres dat gegeven zou moeten worden niet meer te geven omdat de redelijkheid wegvalt.
India staat nog voor verscheidene van dergelijke gevallen. Pakistan precies hetzelfde. We kunnen erop rekenen dat soortgelijke onredelijkheden ook in Zuid‑Amerika zullen plaatsvinden. We zullen zelfs moeten constateren vrees ik dat in Afrika verschillende stammen tegen elkaar worden opgezet op grond van eigenlijk ook weer onbetekenende feiten.
Men zoekt een paar driftkoppen uit. Als die nu maar zover kunnen worden gebracht dat ze een bom gooien, dat ze iemand doodsteken, dat ze brandstichten, of dat ze iets doen wat niet te tolereren is en daardoor het slachtoffer worden, dan is de vete ontbrand. Daar kun je weinig tegen doen als gewoon mens. Of misschien toch:
Je zou misschien kunnen beginnen om je eigen mentaliteit te veranderen. Je zou misschien kunnen leren om de zaken reëler te zien, om de feiten eens los te maken van de sentimenten, om soms niet de middelen goed te keuren, omdat het doel zo goed is, of soms de middelen af te keuren, omdat het doel je niet bevalt. We zouden moeten leren de zaken reëler te zien en we zouden die meer reële visie anderen moeten kunnen geven. We zouden er vooral op moeten kunnen wijzen, hoe klein feitelijk de oorzaken zijn voor de grote excessen. We moeten zoeken naar de reden, waarom die excessen plaatsvinden.
Zeker, het zal u moeilijk vallen om precies te ontdekken, of het nu mensen van Agitprop zijn geweest of anderen. Maar het zal u wel mogelijk zijn te constateren dat hier externe krachten voortdurend de excessen veroorzaken. Misschien dat u en anderen dan zo ver zouden komen, dat u de stellingen van onze vriend Andrej Ordsjnev eenvoudig waardeloos kunt maken. Want vergeet een ding niet: propaganda en agitatie zijn middelen, die gebaseerd zijn op het onvermogen van de mens om te onderscheiden, het onvermogen van de mens om reëel en redelijk te denken, het onvermogen van de mens om de innerlijke en voor het eigen wezen geestelijk en stoffelijk essentiële waarden te onderscheiden van algemene stelregels en voor gegoochelde idealen.
Ik meen dat dit onderwerp, gezien de huidige situatie, actueel en gelijktijdig belangrijk is. Ik meen zelfs dat het een verklaring kan vormen voor vele facetten, die u in de komende tijd zult zien. U zult misschien hierdoor in staat zijn niet alleen juister te reageren, maar vooral ook om juister te communiceren met uw medemensen, zodat u hun de rellen, die ze maken niet zonder meer verwijt en ze niet meer ziet als verkrachters van recht en orde of arme miskenden, die alleen door geweld zichzelf kenbaar kunnen maken. Maar dat u hen reëel gaat zien voor wat ze zijn: mensen, die gewoon zoeken naar een beetje geluk, naar een eigen plaats, een deel‑zijn aan de gemeenschap. Mensen die altijd weer worden geëxploiteerd en misleid.
Als u zo leert denken en zien, dan zult u in uw leven zeker reëler kunnen denken en reageren. U zult hierdoor voor uw geestelijk leven minder onevenwichtigheden veroorzaken en daardoor mede in staat zijn langzamerhand te gaan begrijpen wat de leer van de Wereldleraar, die u meermalen bekend is gegeven, althans de belangrijke delen, in feite betekent. Niet alleen maar een pseudo‑ christendom, niet alleen maar een nieuwe godsdienst of een nieuwe geestelijke discipline, maar doodgewoon een levenshouding, die zowel voor de geest als voor de stof, de beste mogelijkheden tot geluk geeft en daarnaast de meest snelle en juiste bewustwording onder de huidige omstandigheden.
(Agitprop = agitatie en propaganda. red.)
← vorige tekst | overzicht | volgende tekst → |
