mei 1969
Varia en komende geestelijke ontwikkelingen
Er is op het ogenblik op de wereld heel wat aan de hand.
Tijdens de laatste Wessac‑bijeenkomst is dat dan ook gebleken. Ofschoon je natuurlijk nu nog geen definitieve uitslag kunt geven ten aanzien van de plannen en besprekingen, zoals altijd, zou ik toch willen beginnen met daaraan enige aandacht te besteden.
In de eerste plaats zijn we tot de conclusie gekomen dat er een aantal invloeden gaat optreden in de nabije toekomst die de zaak zeer vreemd en wat instabiel maken. De grote moeilijkheid vanuit geestelijk standpunt is daarbij wel dat de mensen zo weinig redelijk en zelfs zo weinig emotioneel verantwoord reageren. Indien we zouden weten dat de mensen voor redelijke argumenten vatbaar waren, dan zouden zeer vele problemen zonder meer op te lossen zijn. Indien de mensen eerlijker volgens hun gevoel reageerden, dan zouden we invloeden kunnen scheppen om veel te voorkomen. Maar zoals het er nu uitziet, hebben we ook dit jaar te maken met een bijzonder sterke kracht, die echter een aantal strijdigheden met zich brengt.
U zult moeten aannemen dat het komende jaar (dus de komende periode) zich weer zal kenmerken door allerhande revolutionaire tendensen. En bij die revolutie zouden we nu eindelijk wel eens een keer wat garen willen spinnen ten aanzien van de bewustwording.
Het zal onvermijdelijk zijn dat een groot deel van de mensheid wordt geconfronteerd met de dwaasheid van hun eigen stellingen en feiten. Dat zal ongetwijfeld ook het geval zijn in Frankrijk, waar het heengaan van De Gaulle niet alleen maar ‑ zoals men misschien denkt ‑ wat politieke verwarringen heeft gebracht. Men zal er toch niet in slagen het hele gaullisme nu op de achtergrond te dringen. Integendeel, er is een grote kans dat men tegen het einde van het lopende kalenderjaar zelfs een poging zal wagen om opnieuw een zekere dictatuur te vestigen. En bij het ontbreken van een algemeen geëerde sterke man zijn de kansen voor revolutionaire tendensen aanmerkelijk groter dan voorheen, vooral zo in oktober. Dan heb ik er nog niet eens op gewezen dat natuurlijk de Franse franc binnenkort onder zeer zware pressie komt te staan. En dat geldt dan niet alleen voor de Franse franc, dat betreft ook het Engelse pond en indirect ook de Italiaanse lire.
Die moeilijkheden zouden misschien zijn op te lossen, indien de mensen eindelijk eens zelf wisten wat ze wilden. Men is overal bezig zijn recht te halen en zijn vrijheid te zoeken. En als ik zo globaal interpreteer wat we tijdens de Wessac‑bijeenkomst hebben gezien en gehoord, dan kom ik wel tot de conclusie dat dat “recht halen” nu juist de verkeerde kant uitgaat. De mensen komen op voor rechten, die ze formeel wel hebben. En ze strijden voor wat ze noemen “hun vrijheid” zonder te beseffen wat die vrijheid inhoudt. Als ik een paar van de punten (ik ben zelf aanwezig geweest op de Wessac‑bijeenkomst, dus ik kan daar iets van zeggen) mag weergeven, die volgens mij daaruit spreken:
Een algehele vrijheid is slechts mogelijk voor weinigen ten koste van de slavernij van alle anderen. Dat zal men in deze tijd ontdekken. Men kan de overwinning van zijn eigen rechten vaak slechts dan bevechten, indien men het recht van alle anderen daaraan opoffert en mede zichzelf offert. Wat er overblijft, is dan het recht in de ruïne van het leven.
De vernieuwingsdrang, die in deze tijd optreedt, zal dus ook wel enkele zeer wonderlijke exponenten gaan vertonen. Ik denk daarbij o.m. aan Japan. In Japan zouden we wel eens met een heel sterk conflict te maken kunnen krijgen tussen wat ik zou willen noemen de nationalisten, de Rode Japanners en de Amerikaans‑gezinde Japanners. Dat zal wel indirect op het zgn. vrije China terugslaan, waarin we eveneens wat verwarring moeten verwachten. Dat dit op het gehele verloop van de gebeurtenissen in Azië een terugslag zal geven, is zeer begrijpelijk. We vermoeden dan ook dat hier en daar oorlogshandelingen daaruit zullen voortvloeien en in ieder geval een aantal bloedige relletjes, opstootjes en wat dies meer zij. Voor de Amerikanen zal het daardoor veel moeilijker worden om hun op het ogenblik uitgesproken Vietnampolitiek voort te zetten dan men anders zou verwachten.
Rampen zijn natuurlijk nooit helemaal te voorzien op menselijk terrein. Maar ik heb zo’n idee, dat er grote moeilijkheden komen in Ceylon en waarschijnlijk ook in verscheidene naburige landen. Hoe men daarop zal reageren is op het moment niet te zeggen.
De Amerikaanse regering zal de kosten van de oorlog wel wat moeten beperken in de komende 3 jaar, omdat anders deze administratie een absolute mislukking wordt. En als men van de huidige president één ding kan zeggen: hij is bereid tot alles, behalve tot mislukking in de ogen van anderen. En daarmee is hier ook weer hetzelfde probleem aanwezig: wat moet hier gebeuren?
Ik geloof dat van het standpunt van de Witte Broederschap er moet worden getracht te streven naar een hergroepering, een sociale hergroepering. En dan natuurlijk niet alleen in Japan maar gelijktijdig in een groot deel van het overige Azië Dat zal heel wat voeten in de aarde hebben, vrees ik. Men heeft daarnaast de krachten van de Wereldleraar die is heengegaan en van de Wereld‑meester. Beiden sterk, gezien in de uitzending van kracht. De tendensen zijn aanwezig en we moeten dus aannemen dat mystieke invloeden zullen optreden waarschijnlijk vooral in het zuiden van Azië. Ik neem aan ‑ al kan ik dat niet met zekerheid zeggen ‑ dat de Witte Broederschap zal trachten deze denkbeelden verder over de wereld uit te dragen. Van groot belang is volgens mij daarbij dat men dit niet doet als een nieuwe leer, maar meer als een filosofische reformatie. Daarvoor is de wereld op het ogenblik rijp. Godsdienstige belangen worden dan niet zo onmiddellijk aangetast en men heeft een grotere vrijheid van verkondiging.
De situatie die we zien in Israël en Arabië, is op het ogenblik langzaam maar zeker ook tegen het kookpunt aan. Dat hier meer uitgebreide gewelddadigheden zullen plaatsvinden, is bijna onvermijdelijk. Maar wat de meesten van u niet beseffen, is dat op het ogenblik in de Arabische landen tegen de bijzonder actieve organisaties die Palestina terug willen hebben, andere organisaties gevormd worden en in verzet treden. We zullen erop moeten rekenen dat in Syrië, Egypte en in nog zo’n paar landen opstand en terreur zullen heersen. En waar dat naartoe moet? Ja, ik weet het eerlijk gezegd niet. Ik geloof dat het niet alleen een lange hete zomer wordt, maar dat het eigenlijk een begin is van een absolute hergroepering.
Israël zelf staat er ook niet zo prettig voor, omdat ook daar ondanks alles de denkbeelden langzaam maar zeker verdeeld raken. Israël heeft een lange tijd de sympathie van de gehele wereld genoten. Sympathie, die de mens altijd geeft aan wat men de “underdog” noemt, de minst sterke. Maar de laatste tijd heeft het zeer veel van die sympathie verspeeld, niet alleen bij staten, maar ook bij mensen. En onder die mensen zijn heel veel geloofsgenoten. Dat zou wel eens kunnen betekenen, dat er economisch grote moeilijkheden gaan komen; niet iedereen zal dat nemen. Ik denk bv. aan wat onrust in Haifa, die heus niet zo lang zal uitblijven. En natuurlijk hier en daar weer wat terreurdaden.
Zelfbeperking is niet altijd het juiste middel om de vrede te bewaren, dat weten we allemaal. Want zelfs de absolute goedheid kan soms het kwaad aan de andere kant versterken. Hier moet men eigenlijk proberen van beide kanten naar een meer reëel standpunt toe te komen. Ik neem aan dat de Witte Broederschap daar groot belang bij heeft. Want het is duidelijk dat het uitbreken van een werkelijk, felle oorlog in Noord-Afrika zou kunnen leiden tot een wereldomvattend conflict, zelfs indien dat alleen maar “koude” oorlog heet.
Trouwens het verschil tussen koude en hete oorlog is alleen de manier waarop je betaalt. De koude oorlog betaal je met zenuwen en geld, de warme oorlog met bloed en tranen. Op den duur zijn beide even kostbaar. Hier is dus in ieder geval een punt, waarvan ik verwacht dat misschien zelfs een meer zichtbaar ingrijpen van de Witte Broederschap dit jaar wel onvermijdelijk zal worden.
Hetzelfde geldt voor bepaalde delen van Zuid‑Amerika, waar ook allerlei stromingen en krachten aan de gang zijn en de onredelijkheid eveneens gaat toenemen. Nu kennen we daar invloeden (ik zal ze maar astrologisch aanduiden, dat is het gemakkelijkst), die voor een deel Saturnus zijn (dus oorzaak en gevolg, afrekening presenteren) en voor een deel Neptunus (geheimzinnig, mystiek, soms uitermate negatief, soms ook met onverwacht wonderlijk positieve krachten). Als we dat in het hele zuidelijk halfrond zien optreden, dan is het duidelijk dat de Witte Broederschap ook daar de kans heeft om de hergroepering, de revolutie die men aan het bevorderen is in de menselijke mentaliteit, een eindje op streek te helpen. Wat ze precies zullen doen, weet ik niet. Het enige wat ik wel weet, is dat men het isolement van de hoofdverblijfplaats aanmerkelijk aan het vergroten is en dat zou erop kunnen wijzen, dat er nog wel een paar kleine natuurrampen nodig zullen zijn om de bestaande toegangswegen nog moeilijker begaanbaar te maken.
Als je op zo’n Wessac‑bijeenkonst bent, dan word je natuurlijk in de eerste plaats gepakt door het gebeuren zelf. Het wonderlijke optreden van een kracht, elke keer toch weer anders. Het ritueel, de groepering en dan dat wonderlijke zingen in jezelf. U kunt zich misschien voorstellen dat je staat te kijken naar de een of andere geiser. Zo’n kokende waterbron, die ineens uitbarst en als een fontein spuit om daarna weer een tijdlang te verdwijnen. Misschien kunt u dan denken dat dat geruis in jezelf als het ware tot stemmen wordt. Als je die kracht ziet komen, ontstaan er stemmen in je. Het is duidelijk dat die stemmen ‑ vooral voor degenen zoals ik, die niet direct bij de allerhoogsten horen ‑ wel voor een groot gedeelte een persoonlijke weergave zullen zijn van de beleefde waarheid. Maar als je dat gebeuren ondergaat, dan associeer je dat op je eigen manier.
Mijn oude belangstelling ‑ u weet het allemaal ‑ is eigenlijk voor een groot deel de historie. Ik probeer terug te vinden, waar hebben we die dingen eens meer gezien? En dan moet ik werkelijk een aardige tijd teruggaan om iets te vinden dat wat qua kracht en qua structuur overeenkomt met wat we deze keer hebben meegemaakt. Ik vermoed, dat we het meest juiste en het dichtstbij gelegen beeld vinden ongeveer 40 jaren vóór Christus’ geboorte volgens uw jaartelling. Daar zien we inderdaad een kracht, die hieraan gelijkkomt. Zoals we weten is dat eigenlijk de aankondiging van de spanningen, waaruit een totale geestelijke omwenteling ontstaat.
Ik neem aan dat we ook nu in de nabijheid zijn van een grote geestelijke verandering. Maar ik heb ook ontdekt ‑ en dat zult u wel zien ‑ dat de frequentie van de gebeurtenissen en daarmee de versnelling van de ontwikkelingen toeneemt van praktisch 1600 af. Na 1600 zien we eeuw na eeuw het gebeuren zich versnellen. En ik ben nu zo brutaal om aan te nemen dat de 40 jaar van eens waarschijnlijk 4 tot 5 jaar van heden zijn. Dan moet dat toch wel inhouden dat de Witte Broederschap nu ook veel feller op die tendens moet reageren dan ooit tevoren. Ze zou volgens mij ook veel scherper en kenbaarder moeten ingrijpen dan in lange tijd het geval is geweest.
Nu wil zo’n Witte Broederschap natuurlijk wel groeien. Het is begrijpelijk, het is een geestelijke Orde. Per slot van rekening, als geest ga je niet graag voor de mensen in je hemd staan. Je wilt niet al te veel op de voorgrond treden. Maar aan de andere kant zal het toch wel noodzakelijk zijn, meen ik, om instrumenten te vinden. Op de een of andere manier moet er iets gaan gebeuren. En dat gebeuren, als ik dat goed aftik, zal dan toch moeten omvatten: het plotseling actiever worden van een groot aantal cellen van de Broederschap die in de stof bestaan. En dat zou ook moeten betekenen dat men dus veel actiever gaat worden. Die activiteit zal dan in de eerste plaats wel liggen op die gebieden waar de grote mogelijkheden zijn. U kent echter niet alle mogelijkheden die er zijn. Mag ik zo een paar punten opsommen (het is “varia” volgens de titel), waaruit ik nu plotselinge veranderingen verwacht:
Korea. Hergroepering van macht en waarschijnlijk een werkelijke politieke verandering in het zgn. democratische Zuid‑Korea. Een opnieuw optredende en felle machtsstrijd in China. Een betrekkelijk snelle verandering van het centraal bestuur in Rusland, Het is heel waarschijnlijk dat opeens een aantal ministers en leden van de opperste Sovjet worden weggepromoveerd en vervangen. Het zal niet zo opvallend gaan als in Tsjecho‑Slowakije, maar we zullen toch wel kunnen zeggen: Hier is een nieuwe tendens aan het werk, die zelfs een deel ven de oude stalinisten te pakken heeft. En daarom moet er een zekere omwenteling komen. Maar dat het zonder geweld gaat, dat wil er bij mij niet helemaal in. Ik denk zo dat er hier en daar met het optreden van leger en luchtmacht vooral (de marine is traditioneel meer revolutionair en zal er waarschijnlijk grotendeels buiten blijven) dus wel geschillen zullen zijn. Ik neem aan dat die o.m. in de grote industriegebieden aan de Wolga zullen geschieden en daarnaast in bepaalde Siberische centra.
De revolutie-tendens in Sovjet‑Rusland schijnt op het ogenblik vreemd genoeg vooral voort te komen uit de nieuwe status, zoals de ontwikkelingen in Azerbeidzjan maar vooral in Siberië. Overal waar men jonge mensen in nieuwe steden heeft gezet om een land te ontginnen, het een nieuw aanzien te geven, is een andere gedachtegang ontstaan. Juist de pionier moet improviseren en komt daardoor veel sterker in conflict met de bureaucratie. Ik geloof dat dat één van de beslissende factoren zal zijn in die machtsstrijd en ook één van de redenen voor Sovjetleger en Sovjet‑luchtnacht om in te grijpen Van een geslaagde opstand in Rusland is natuurlijk geen sprake, maar er is zeker sprake zijn van hervormingen, die daardoor worden afgedwongen.
Dan verwacht ik verder in Oost‑Duitsland het één en ander nog dit jaar. Je hebt zo het idee dat de toestand daar voor de top steeds minder prettig wordt. Het is wel zeker dat het leven van Ulbricht ook een beetje in gevaar is, niet ziektetjes en de rest misschien. Dus ook hier, vlak bij de grens met het democratische Europa gebeuren er rare dingen.
In Nederland zelf gaat de revolutionaire tendens natuurlijk vooral met woorden gepaard. Waar andere revolutionairen naar geweren grijpen, grijpt de Nederlander naar een verklaring, die hij begint met: mijnheer de Voorzitter, mijne Heren van het bestuur, mijne Dames en Heren. Want zo is de Nederlander nu eenmaal.
In België zit het ook niet helemaal zuiver. En zonder te beweren dat de Benelux nu juist in dit deel erg agressief zal worden vernietigd of bevorderd, geloof ik toch wel dat vooral in heersende industriële kringen velen een veertje zullen moeten laten.
Dat zijn van die punten, waarvan je nog niet weet: wat wil de Broederschap daarmee? Maar je weet wel: die dingen zijn bijna onvermijdelijk. Alleen, hoe zullen ze worden gebruikt? Voor mij is het dan ook op z’n minst genomen interessant om alles gade te slaan. Dat ik u nu in het bijzonder hiervan op de hoogte wil stellen, bewijst toch wel dat ik het zelf zeer interessant en belangrijk vind. Want al houd ik natuurlijk altijd rekening met de toehoorder en wat dat betreft ook met de lezer voor zover het mij mogelijk is, je gaat toch als geest, net als een mens vooral uit van je eigen liefhebberijen.
Een leuk aspect dat ook betekenis kan hebben voor de Witte Broederschap en misschien zelfs voor de O.D.V. indirect, is de neiging om met magie te werken. Nu weten we dat de occulte tendensen toenemen. En dan bedoel ik daarmee niet de occulte verenigingen, maar gewoon de bijgelovigheid van de mens en in zekere zin daardoor zijn vermogen om met niet‑redelijke factoren te werken.
Ik heb zo’n idee dat vooral de Neptunus‑invloed, die we tegemoet gaan, hier en daar zeer sterke invloeden zal laten gelden. En dat zou volgens mij wel eens een kwestie van reformatie kunnen zijn; een omwenteling in het denken van de massa. Dat zou voor de Witte Broederschap bruikbaar zijn om in plaats van nutteloze bijgelovigheden nu te komen tot een paar punten van occulte waarheid, die dan eens wat minder occult kunnen worden gemaakt. Ontdekkingen op het gebied van de parapsychologie en psychologie zijn er zeker bij. En ik denk ook, dat je er heel veel mee zult kunnen doen. Ja, het is uitermate boeiend. Ik kan niet anders zeggen.
Nu vraag ik mij af ‑ retorisch vooral ‑ wat kan ik in de komende maanden daaruit verwachten? Want ik neem aan dat het zeker een 6 à 7 weken zal duren, voordat we eigenlijk uitsluitsel krijgen over de grote raadsvergadering van de Broederschap. Dan kijk ik zo naar de kosmische tendensen die er zijn en zeg: U zult waarschijnlijk in de komende tijd heel wat eigenaardige spanningen te verwerken krijgen; en bij heel veel mensen zal dat resulteren in dromen, droomsymbolen of iets dergelijks. Bij anderen zal het meer een kwestie zijn van handelen zonder te weten waarom je iets doet. Zo maar pardoes, spontaan. Met gevolgen die de meesten natuurlijk niet kunnen overzien wat handelen betreft en met een inhoud van dromen en visioenen, die men meestal eveneens niet zal kunnen overzien. Daarvan ben ik wel overtuigd. Een inwerking dus van een bepaalde geestelijke sfeer, een geestelijke kracht.
Het lijkt mij toe dat wij in deze werkingen voorlopig nog maar rekening moeten houden met het programma van het afgelopen jaar. Er zullen hier en daar wel nieuwe directieven uitgaan en nieuwe afspraken worden gemaakt, maar ik geloof dat we daarbij dan moeten denken aan de poging om de wereld van de geest een beetje dichter bij die van de mensen te brengen; waarmee ze het vorig jaar ook bezig zijn geweest. Voor heel veel mensen zal dat wel prettig kunnen zijn en tot prettige belevingen aanleiding geven.
Op de achtergrond van de hele wereldgeschiedenis staat op het ogenblik eigenlijk het onvermogen van de mens om te weten wat hij doet en wat hij wil. Er zijn natuurlijk oplossingen genoeg te vinden. Als wij zeggen dat de arbeiders een aandeel in de winst moeten hebben, dan is dat op zichzelf heel redelijk. Maar we moeten daar dan toch ook weer tegenoverstellen dat zij dan ook mede het risico moeten dragen. Dat is onvermijdelijk. Ik kan mij voorstellen dat men hier en daar pogingen zal wagen om een soort communale bedrijfsstructuur op te zetten, waarbij men werkt voor een salaris dat misschien wat lager is dan men elders zou kunnen krijgen, maar daarvoor deelt men in de winst, indien die er is. Waar men dat niet doet, daar zie ik enorme economische spanningen.
Een economische spanning ontstaat eigenlijk door de noodzaak met geld te betalen. Het klinkt misschien gek, maar het is zo. Indien ik nl. meer geld moet uitgeven dan ik ter beschikking heb, moet ik geld aantrekken; en geld kost geld. Daardoor worden de lasten van veel bedrijven erg hoog. Het is duidelijk dat daardoor in vele landen de werkgelegenheid in moeilijkheden gaat komen. En daar tegenover zie ik dan weer de neiging van de arbeider (het zijn niet alleen de studenten die soms onredelijk zijn) om te zeggen: mensen, wij hebben recht daarop, wij willen dat eenvoudig. Ja, dan wordt het buigen of barsten en moet men wel een nieuw middel vinden om toch te kunnen doordraaien. Want als ze nog twee jaar zo verder zouden gaan als ze bezig zijn, dan betekent dat voor de meeste landen in het westen een crisis. In het oosten betekent het een noodzakelijk omstelling van industrieën, omdat men bepaalde producten veel meer heeft geproduceerd dan men kan afzetten. Men staat dan voor de keuze: ofwel te komen tot een helemaal niet meer rendabele dumping op de westelijke markt, dan wel dat men eigenlijk te goedkoop moet worden in het binnenland. En als luxe een status is (dat is het in het Oostblok nog meer dan in het Westblok), dan moet je de mensen niet te veel status geven, anders krijgen ze te veel praatjes. Het zijn dus allemaal eigenlijk van die leuke problemen.
Je gaat je dan afvragen: wat gaat er bv. gebeuren met de studenten? Die studenten zijn emotioneel en oproerig. En gezien de tendens van het gehele lopende jaar, is het zeker dat dat zo verder gaat. Maar op een gegeven ogenblik komen ook zij in conflict met de gemeenschap. Zolang de gemeenschap hen betaalt om te studeren, zegt deze: Ja, jongens, waarom ga je dan op onze kosten op je achterwerk zitten staken? Daarvoor geven we ons geld niet uit. Dan zullen de studenten zeggen: maar wij eisen rechten. De gemeenschap zegt dan weer: die kun je krijgen, als je verdient. Ik denk dat de enige oplossing daarvoor is: laat de studenten hun eigen studie maar regelen, doch verplicht hen voor elk jaar dat ze studeren een gelijke tijd ‑ of zelfs iets langere ‑ geheel ter beschikking te staan van de gemeenschap tegen een standaardloon. Ik denk wel dat de heren studenten een halve beroerte zouden krijgen daarvan, maar het zou de redelijke oplossing zijn. Het wonderlijke is dat dergelijke oplossingen heel sterk zullen worden gesuggereerd.
Het werken van pressiegroepen in alle landen is op het ogenblik ook al een zeer interessant verschijnsel. U weet dat voorlichting altijd eenzijdig is. Bijvoorbeeld: In Nederland is de voorlichting gemiddeld sterk progressief links, terwijl ongeveer de helft van het volk behoudend rechts is.
In Frankrijk was de voorlichting (en is ze eigenlijk nog) voor 90% sterk behoudend rechts, terwijl ongeveer 50% van de bevolking in wezen links of zelfs uiterst links is. Als je dus ziet, hoe de voorlichting de zaak eigenlijk verschuift (ook de werkelijke wensen, de inhoud van een bevolking), dan ga je je afvragen of degenen, die op die manier niet meer aan hun trekken komen het op den duur nog wel blijven nemen. Ik denk dat in vele landen (Nederland waarschijnlijk nog niet) juist die eenzijdigheid de aanleiding zal worden tot de uitbarsting. Ik meen zelfs dat u niet lang behoeft te wachten, want in juli – augustus zal dat hier en daar wel stevig beginnen. Wat is er nl. aan de hand?
We hebben een jaar van hartstocht. We hebben bovendien nog een rode straling (dus drift‑reacties, spontaniteit nemen sterk toe). We hebben daarnaast zo af en toe een fragmentje blauw en dat geeft toch nog wel een redelijke achtergrond. De mensen hebben er genoeg van om maar gestuurd te worden zonder meer. Het is natuurlijk al een hele tijd zo dat iedereen zegt: ach, als je mijn buurman doodslaat, dan is dat niet zo erg, als je mij dan maar met rust laat. Maar die zekerheid dat als ze aan de buurman komen, jou met rust zullen laten, die begint langzaam maar zeker te verdwijnen.
Steeds meer mensen hebben het idee dat ze zich maar moeten laten gelden; ze weten alleen niet hoe. Hun eerste reactie zal dus zijn: aan te nemen dat ¾ van de voorlichting die ze krijgen, gelogen is. Dat is natuurlijk niet waar. Ze is wel eenzijdig belicht, ze is niet gelogen. Men zal dus eenvoudig niet geloven wat er wordt gezegd. En als de mensen niet geloven wat er wordt gezegd, als ze het recht of de zekerheid of de deskundigheid van de autoriteit eigenlijk een beetje in twijfel gaan trekken, ja, wat dan?
Dan krijgen we te maken met in feite een sterk anarchistische tendens, die echter niet ‑ zoals tot nu toe ‑ hoofdzakelijk links georiënteerd is. Links en rechts zullen elkaar wel eens te lijf kunnen gaan en de autoriteiten zouden wel eens in het midden kunnen zitten. En dat is jammer, want wie in het midden zit, krijgt slaag van twee kanten.
Ik denk dat dat o.m. in de Ver. Staten tegen het einde van dit jaar en het begin van het volgende jaar het geval zal zijn. De tekenen daarvoor zijn er. Er zijn ook weer de gebruikelijke zomerrellen, al zullen ze waarschijnlijk niet zo erg uit de hand lopen Maar we zullen in de Ver. Staten wel te maken krijgen met het zeer georganiseerd optreden van Black Powergroepen e.d. het is trouwens al gebeurd dat een politiemacht de negers eventjes terug wilde knokken en dat ze geconfronteerd werd met een aantal aardig in karate, judo en boksen getrainde jongelieden, die tot grote verbazing van de politieagenten niet eens knuppels nodig hadden om een paar knuppels buiten gevecht te stellen. Dat zijn dingen die u waarschijnlijk niet zo hoort, want het is niet gunstig als dat wordt verteld. Maar het verschijnsel is er. En al die verschijnselen bij elkaar doen dan bij mij de vraag rijzen. Wat zou de Witte Broederschap nu eindelijk op grond van de invloed, die we hebben gehad, gaan doen en zeggen?
Frankrijk zou misschien een soort politieke paus nodig hebben. Een poging tot de terugkeer van De Gaulle ‑ direct of indirect ‑ zal natuurlijk nog wel plaatsvinden, maar dat zal wel niet meer lukken. Links heeft men niets. Men heeft een aantal op zichzelf bekwame figuren, maar dezen vechten met elkaar om een baantje als honden om een bot. En zonder nu met zekerheid te beweren dat Pompidou ermee heen loopt, is er toch heel weinig kans dat ze wat winnen.
Als er geen paus is, gaat iedereen zijn eigen leer preken. Dat betekent dat er een heel grote verdeeldheid zal ontstaan en dat we bv. ook moeten rekenen op een sterke herleving van wat men het poujadisme heeft genoemd.
Het fascisme zal eveneens weer sterk de kop gaan opsteken. Dat zou ook in Italië het geval kunnen zijn en ‑ ofschoon minder opvallend en direct – in Zwitserland waar een bescherming van bepaalde kapitaalsbelangen een uiterst rechtse mentaliteit wel aanmoedigt.
Dan zeg ik zo tegen mijzelf: als de Witte Broederschap alles zo verdeeld ziet, dan moet het mogelijk zijn om de balans met betrekkelijk kleine invloeden te verstoren. Dan kunnen we met een kleinigheid misschien bereiken wat anders met de hele macht van de Broederschap niet zou kunnen gebeuren. Daarom heb ik het gevoel dat men niet, zoals gewoonlijk, over de gehele wereld actief zal zijn, maar dat men dit jaar zal zeggen: Ik neem bepaalde gebieden. Dat zijn de sleutelgebieden. Daar is op het ogenblik door de verdeeldheid een zekere onevenwichtigheid, die ik in de juiste richting kan verstoren. En indien dat gaat gebeuren, dan is het achtergrondnieuws nog veel belangrijker dan het dit jaar is geweest.
Nu weet ik wel dat de meeste mensen niet zo schijnen te voelen voor die politieke en andere achtergronden. Ach ja, het is ook beter om er niet aan te denken, anders heb je zo echt het gevoel dat je wat moet doen, of dat je door je idealen en heiligen heen gaat kijken en daarachter iets anders ziet. Vandaar ook dat u met zo’n klein aantal getrouwen regelmatig aanwezig bent. Maar indien dit gaat gebeuren, dan zal bijna niemand meer weten waar hij aan toe is.
U heeft voorlichting gehad in deze tijd over de verschillende problemen, waardoor het u wat gemakkelijker zal vallen om door de uiterlijkheden en verwarringen heen te kijken. De doorsnee mens echter zal dat niet meer kunnen doen. De voorlichtingsorganen zijn eenzijdig georiënteerd; die kunnen ook de juiste voorlichting niet geven, ze kunnen de achtergrond niet helemaal onthullen. Dan moeten ze toegeven dat ze zelf ook fouten hebben gemaakt. Er blijft dan volgens mij maar één ding over: we zullen in de geest die voorlichtingsactiviteit voor een deel moeten overnemen.
Geestelijk kun je dat niet doen door middel van radiostations of couranten. Je kunt het doen via het gerucht. Ik heb zo het gevoel dat de waarheid in het komende jaar en misschien wel in de komende jaren vanuit de Witte Broederschap zal worden geredigeerd via fluistercampagnes. Fluistercampagnes die natuurlijk veel vervormen, maar die tenminste een tegenwicht kunnen vormen tegen de eenzijdigheid van de algemeen toegankelijke gegevens en feiten. En op die manier zouden we geloof ik toch heel wat kunnen doen. De ellende is voor de mensheid niet helemaal te voorkomen. En zoals het er nu uitziet, is die mensheid dan ook druk bezig zichzelf verder in de ellende te werken. Maar indien je evenwicht kunt verstoren, indien je eindelijk die mensen op gang kunt brengen, dan moet het ook mogelijk zijn om de nieuwe leer, dat nieuwe denken te laten infiltreren. En zoals ik al gezegd heb: het zijn de krachten van deze nieuwe tijd, welke in de uitstraling sterker waren dan tevoren.
Ik weet het, het vorig jaar zijn er een aantal uitgetrokken. Zij hebben de leer van de Wereldleraar verkondigd. En inderdaad, hier en daar heeft het wat uitgehaald, heeft het gepakt. Maar ik heb zo’n idee dat het dit jaar veel scherper, veel sterker moet gebeuren. En dan krijgen we een mooi schouwspel. Dan zien we op de achtergrond van het wereldgebeuren de nieuwe tijd (de Aquariustijd) wat meer positief ook geestelijk gestalte krijgen.
Dan zullen deze jaren tot 1972 reeds nu een vorm aannemen. Ik denk niet dat de mensheid blindelings in de onverwachte situaties kan lopen. Die worden opgebouwd door deze kunstmatige blindheid, zoals men bv. in ‘39 eigenlijk door bewuste, gewilde blindheid in een val is gelopen, die een wereldoorlog onvermijdelijk maakte. Ik geloof dat de massa niet meer zo blind zal zijn. Maar als de massa niet meer blind is, dan moeten de staatslieden ook hun ogen opendoen. We gaan een zeer interessante tijd tegemoet.
Wat mij betreft, natuurlijk ben ik het liefst de beschouwer. Want het waarnemen van de historie, vooral in haar ontstaan, is een van de meest fascinerende, dingen die je je kunt denken. Maar aan de andere kant zeg ik zo tegen mijzelf: Frans, kerel, vergeet je aangemeten ouderdom, herinner je je eeuwige jeugd, stroop je niet bestaande mouwen op, want er zal vanuit de Witte Broederschap het komende jaar heel veel werk aan de winkel zijn. En als ik het goed heb begrepen, krijgen wij meer kans om ook meer gevarieerd geestelijk werk te gaan doen. We zullen weer meer sprekers voor u kunnen vinden en dat is erg prettig voor u. Maar we zullen daarnaast weer veel meer entiteiten kunnen vinden om direct in te grijpen in schijnbaar kleine dingen. En dan kunnen we zo misschien gezamenlijk alvast dat licht ontsteken dat de dreigende duisternis (sociaal, economisch, religieus en anderszins) in de komende tijd zal doorbreken.
Ik heb in mijzelf zo’n denkbeeld, waarvoor ik eigenlijk geen goede uitdrukking kan vinden. Maar misschien zou ik het zo kunnen zeggen: ik geloof dat er geestelijk een vredesboom, een meiboom of een kerstboom kan worden gebouwd, waaronder alle volkeren der aarde hun werkelijke behoefte aan vrede kunnen uitdrukken, in plaats van de lege leuzen van vredeswilg die er tot op dit moment zijn geweest. Ik geloof dat het komende jaar de voorbereiding inhoudt voor een werkelijke vrede, zelfs indien die vrede enorm veel spanningen met zich gaat brengen door de noodzakelijke revolutie in het menselijk denken en ook in het menselijk gedrag.
Komende geestelijke ontwikkelingen
De revolutionaire denkwijzen van vele jongeren in deze periode zijn kentekenend voor een verandering in de mens ten aanzien van de benadering van het leven. Een lange tijd is het leven een last geweest die de mens moest dragen. Hij begint nu langzaam maar zeker te begrijpen dat leven niet alleen een last, maar ook een voorrecht kan zijn en dat om het voorrecht van het leven volledig te kunnen genieten, men een zekere vreugde moet kennen. Kortom, dat men in staat moet zijn om in dit leven, de zin van het leven op vreugdige wijze te vinden. Dit betekent dat moet worden afgerekend met veel verkeerd begrepen begrippen als o.m. zonde, zondigheid, onjuistheid, noodzakelijke verplichtingen
De mens heeft natuurlijk in zich een bepaalde verplichting tegenover het leven. Maar deze verplichting behoeft hij toch niet te zoeken in het aanvaarden van die dingen, die niet bij zijn wezen en persoonlijkheid behoren. Hij moet eerder juist dat wat hij is zodanig in de samenleving brengen, dat een maximum aan geluk en vreugde voor hemzelf en anderen daaruit voortvloeit. Dit is eigenlijk de basis van de gehele reformatie, die wij op het ogenblik doormaken.
Misschien mag ik hier eerst enkele achtergronden belichten van deze ontwikkeling in uw eigen periode, dan kunnen wij daaruit de conclusies trekken ten aanzien van de geestelijke bewustwording in de komende tijd.
Naarmate er een zekere welvaart (dus vrijheid van onmiddellijke alledaagse zorgen) voor de mens optreedt, zal zijn belangstelling meer worden gericht op de wijze waarop hij leeft en zal hij minder betrokken zijn bij het zich in leven houden zonder meer. Hij gaat dus automatisch zijn milieu anders bezien. Maar daartoe behoren niet alleen maar de dingen. Voor de mens is het denken één van de belangrijkste factoren van zijn bestaan. En juist naarmate hij meer tijd krijgt, zal hij ook geneigd zijn om meer te denken. Hierdoor wordt zijn interpretatie van het leven voor hem het meest belangrijke. Dat hij deze interpretatie nu vaak verkeerd tracht om te zetten in feiten is een kinderziekte die we overal tegenkomen, want men moet nu eenmaal kunnen experimenteren, voordat men tot een bewezen eindconclusie kan komen.
De autoriteit die in het verleden heeft geregeerd en die op het ogenblik nog het gezag heeft, heeft dat gezag juist doordat er begrippen als zondigheid, noodzakelijke maatschappelijke verplichting e.d. bestaan. Uw gehele samenleving is gebaseerd op het dwingen van de mens tot het aanvaarden van een algemene norm. Elke afwijking van die norm wordt beschouwd als een aantasting van de maatschappij, van de mensheid en over het algemeen ‑ enigszins verkeerd volgens mij ‑ als anarchisme betiteld.
De jongere mens vooral heeft in deze periode zoveel ruimte gekregen om te denken, dat hij zijn gedachten niet alleen meer wijdt aan het bestaan, maar vooral ook aan de wijze, waarop dit bestaan voor hem aanvaardbaar wordt. En dat blijkt dan hoofdzakelijk te zijn: het bewijs te leveren dat je meetelt. En het bewijs dat je meetelt, breng je als je dom bent misschien door een ander op zijn facie te slaan, als je wat verstandiger bent door de stellingen en denkwijzen van anderen aan te vallen.
Er is dus bij de jeugd een enorme agressiviteit. Maar die agressiviteit heeft alleen zin, indien zij ook kan worden omgezet in een praktijk van leven, die voor het “ik” aanvaardbaar en gelukbrengend is en die niet gelijktijdig rond zich de desolatie van een steeds grotere ellende schept. Dit deelgenoot zijn of willen zijn in een levensvreugde is het begin van een geestelijke ontwikkeling. Want geestelijk hebben wij behoefte aan wat men noemt harmonie. Harmonie is niet alleen maar een zekere één-klank, een soort samengaan, het is ook een onderling versterken van de schoonheid van het bestaan, van het zijn.
Het zal u duidelijk worden dat op dit moment vele groepen elkaar bestrijden en daarom de schoonheid van het bestaan voor elkaar teniet dreigen te doen gaan. Maar omdat het begrip van de schoonheid in het leven belangrijker is dan de praxis en ook veel belangrijker belooft te worden dan de stellingen en systemen, zullen wij in de nabije toekomst een vorm van vrijdenkerij aantreffen, die niet zonder meer God of het niet‑menselijk bewijsbare terzijde stelt, maar als het ware het mens‑zijn interpreteert aan de hand van de persoonlijke ervaring en erkenning, niet aan de hand van een algemene constatering. Dit betekent dat elke mens voor zichzelf leeft, voor zichzelf voelt en voor zichzelf denkt. En daar hij nu persoonlijk werkzaam is en zijn contact met de wereld en met hogere krachten dus wordt bepaald door zijn persoonlijke harmonie en harmonische mogelijkheden, zal hij juist die resonanties in zichzelf ervaren, die bij hem passen.
Een openbaring wordt heel vaak te niet gedaan door de verkeerde normhantering van een mens, die zichzelf en zijn persoonlijkheid ten achter wenst te stellen bij de algemeen geldende mening, We weten dat er mensen zijn, die ‑ zeer goede mediums zijnde ‑ contact hebben met de geest, deze gaven verwerpen, bestrijden en vrezen, omdat hun wordt geleerd dat dit religieus of maatschappelijk niet aanvaardbaar is.
Wij kennen mensen die ‑ indien ze de vrijheid zouden kunnen vinden om naar hun eigen wensen en believen te leven en te werken ‑ de meest creatieve talenten van de schepping zouden kunnen worden, omdat zij de verbeeldingskracht bezitten, waardoor zij de feiten als het ware vernieuwen door ze anders te beschouwen, maar die op dit moment gebonden zijn door de algemeen geldende opvattingen en vrezen zich van het gebaande pad te verwijderen. In de toekomst zal dat steeds minder het geval zijn.
De mens zal dus aan de ene kant dichter komen te staan bij wat men “de God in de mens” noemt (de eigen ware persoonlijkheid). Hij zal meer aandacht hebben voor zijn eigen incarnatie (dat wil zeggen het geestelijk “ik” dat zich op het moment manifesteert en als zodanig zal een geestelijke harmonie gemakkelijker bereikbaar worden) en hij zal daarbij een steeds grotere vrijheid voor zichzelf vindende en ook opeisende die ongetwijfeld ook aan anderen geven.
Nu krijgen wij het wonderlijke van een maatschappij, die dus niet meer door dwang wordt samengehouden. Want als de dwang er niet meer is, kan daarvoor in de plaats alleen maar de vrijwillige aanvaarding, de genegenheid, de liefde komen. En deze genegenheid, deze liefde, de aanvaarding van de wereld is dan niet alleen een persoonlijke daad, maar ook het resultaat van een persoonlijk besef.
Hierdoor komt de mensheid tot een heel andere manier van interpretatie. Hij zal waarschijnlijk vele oude gebruiken handhaven. Misschien dat in het jaar 2000 nog een Nederlandse koning of koningin ter Staten-Generaal tijgt op Prinsjesdag. Maar dan zal men dit niet meer zien als een vertoon van macht, doch als een van de vele symbolen voor datgene, wat men nu is op grond van een verleden. De geestelijke vernieuwing die daaruit voortkomt, zal ook de kerk niet verwerpen als zodanig.
De kerk, de religieuze gemeenschap, de esoterische gemeenschap, blijft bestaan. Maar in plaats van een school te zijn, waar men slechts heengaat om lering of genade te ontvangen, zal men het eerder beschouwen als een plaats van samenkomst, waarbij men gezamenlijk als het ware van moment tot moment een nieuw sacrament, een nieuwe genadegave creëert, een nieuw besef ondergaat, waarbij de vorm niet bepalend is, maar alleen de gemeenschap, het samenzijn in harmonie gericht op één en dezelfde bestreving misschien. En dit betekent, dat de mensen veel meer van hun innerlijk met elkaar kunnen delen.
Nu is niets zo belemmerend voor harmonie en bewustwording dan een gebrek aan begrip. Als je uitgaat van vooropgestelde denkbeelden, veronderstellingen etc. en anderen alleen aan de hand van het vooropgestelde beoordeelt, zal je die anderen nooit kunnen begrijpen, zoals ze zijn. Maar als je een mens ziet zoals hij is, onbevooroordeeld, niet rekening houdende met de daden of de motiveringen uit het verleden, maar met de mens zoals hij nu op dit moment is en kan zijn, dan zal er een uitwisseling van begrip zijn. Het bewustzijn breidt zich uit. Maar waar het bewustzijn zich uitbreidt, zal ook het denkvermogen op den duur een veel groter gedeelte van de kosmos kunnen omvamen. Ik neem aan dat een dergelijke verandering van het denken duizenden jaren zal vergen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat de eerste fasen daarvan al in betrekkelijk korte tijd merkbaar zullen zijn; laat ons zeggen over 50 of 60 jaar. Nu groeit nog uit de verwarring en de tegenstelling de behoefte aan contact en aan harmonie. Maar over een aantal jaren zal men zover zijn, dat dit zoeken wordt vervangen door een vinden. En waar het vinden van een harmonie ‑ ook onder mensen ‑ eenmaal bestaat, daar wordt het totaal van de menselijke en ook de geestelijke kracht van de mens het instrument, waarmee de mens zijn samenleving in balans houdt.
Wij zullen dan mensen zien, die innerlijk waarlijk met God spreken, zonder zich op grond daaraan op te werpen als profeten die het beter weten dan anderen. Wij zullen mensen zien die in zich goddelijke krachten in focus brengen en daarmee werken; en dit dan niet gaan beschouwen als een uitzonderlijke gave, waardoor zij boven of buiten de mensheid staan, maar eenvoudig zien als een deel van het mens-zijn op zichzelf. Als dat gebeurt, dan is er ook geen plaats meer voor een formalistische leerstelling, alleen voor een ervaringsleer. Dan zal men bv. niet meer zeggen “je mag wel of niet naar die of die gemeenschap of kerk gaan” of: “je mag wel of niet met elkaar naar bed gaan”, maar men zal zeggen. “Je bent aan jezelf verantwoordelijk voor hetgeen je doet en je moogt dit alleen doen, indien je daardoor voor jezelf de bevestiging vindt, de vreugde van het leven, maar ook het gevoel dat het leven goed is en beter kan worden.”
In deze groei wordt plaats gemaakt voor geestelijke werelden, die men op het ogenblik niet kan aanvaarden. In deze tijd kijkt de mens te veel naar de feiten. Men zegt ook wel eens: Het is een materialistische tijd. Men wil het materiële bewijzen, maar daardoor schakelt men vele van de zeer belangrijke facetten van mens‑zijn en van het bestaan als geheel uit. Dan is de horizon wijder. Dan komen die paranormale dingen van het ogenblik als een normaal verschijnsel in het leven. Dan wordt de eenheid met de geest misschien niet uitgedrukt door een voortdurend helderziend door deze wereld dwalen, maar door een aanvaarden van de facetten van uiting vanuit de geest zoals ze nu ook bestaan, zonder verweer in een gevoel van vreugde, van verbetering van het bestaan.
O, we moeten niet denken dat een dergelijke geestelijke ontwikkeling in de toekomst alle tegenstellingen tussen de mensen zal uitroeien. Een tegenstelling kan echter op vele wijzen bestaan. Men kan elkaar bestrijden, omdat men elkaar haat of vreest. Men kan de krachten met elkander meten meer als een ridderlijk spel. Een krachtmeting in een ridderlijk spel is ook strijd, maar het is een strijd, die voor de mens aanvaardbaar blijft, waarbij je elkander zelfs in de strijd toch weer enigszins harmonisch ontmoet. En op deze wijze zal de tegenstander iets zijn wat je respecteert ‑ geestelijk zowel als stoffelijk. Men zal ook geestelijke krachten die misschien tegenstanders zijn, niet meer verwerpen en trachten uit te drijven naar het diepste van de hel, maar ze respecteren, aanvaarden voor wat ze zijn, zonder daardoor zichzelf te verloochenen.
En hiermee is het hele spel van een dualistische wereld, zoals het religieus is opgebouwd en een dualiteit van een “de beteren en de minderen”, zoals die ook sociaal bestaat, onmogelijk geworden. Waar de wederzijds erkenning van gelijkwaardigheid aanwezig is, waar geen angst of geen haat meer tussen de partijen bestaat, daar zal men te allen tijde een wapenstilstand kunnen sluiten, indien dat nodig is. Daar wordt de strijd de ontmoeting met een nieuwe mogelijkheid misschien of het bewijs van eigen vermogen niet meer het vernietigen maar een opbouw in zichzelf.
Ik geloof dat er ook in de toekomst ongetwijfeld veel zal worden geconfereerd, want woorden zijn de communicatie van de mens. Maar, indien die communicatie wordt gedragen door een geestelijke achtergrond en een groot respect voor de anderen, dan zal er een begrip zijn dat verder gaat dan woorden.
Ik veronderstel dat ook de taal zich aanmerkelijk zal vereenvoudigen en gelijktijdig verrijken door samentrekking die grote ideeën kan weergeven en die worden verstaan. Een soort gesproken steno misschien, dat alleen als herinnering aan gedachteninhouden en persoonlijkheidsinhouden in feite nog wordt gehanteerd.
En daarmee zie ik God dichter bij de mensen komen. Ik zie dit heelal niet kleiner, maar meer huiselijk worden, zoals de wereld eens een onbekende woestenij was, waarin je uittrok voor een avontuur. Nu is het eigenlijk iets wat je met het een of ander vliegtuig in een paar uur kunt omtrekken en waarvan je het meeste toch eigenlijk wel kent. Een bekend Al of misschien een bekende sterrennevel. En achter die nevel misschien biljoenen andere sterrennevels. Een begrip voor andere dimensies, voor regionen waarin tijd en energie één geheel zijn geworden en waarin daardoor de creatie, mogelijk is. Een begrip voor datgene wat bestaat buiten de luchtbel die de mens Al noemt; en daardoor een begrip voor de enorme kracht en ook het enorme denken en weten dat in die totaliteit is gefixeerd.
De wetten van de schepping zijn niet alleen stoffelijke wetten. Een mens die met moleculair‑rotatie begint, zal in deze tijd alleen aan materie denken. In die dagen zal het feit van een moleculair‑rotatie betekenen dat men ook de voortdurende hergroepering van geestelijke waarden gaat zien. Een ontwikkeling die evenwichtig is in geest en stof betekent grotere beheersing van de stoffelijke mogelijkheden en een juister gebruik ervan. Het betekent gelijktijdig door de voortdurende geestelijke veranderingen een steeds beter besef en een grotere groei.
Ik geloof in een toekomst waarin de mensheid een geestelijke harmonie bereikt, een innerlijk geestelijk werken dat al het nu voorstelbare overtreft. Ik geloof in een wereld, waarin gedachten even belangrijk zullen zijn als daden en even kenbaar. Ik geloof in een wereld, waarin het bovennatuurlijke niet meer de projectie is van een menselijk verlangen of een menselijke angst, maar waarin het bovennatuurlijke de erkenning van een andere wereld of een ander bestaan is zonder meer.
De witte plekken van het menselijk weten worden gevuld door het geloof in uw tijd. En waar het geloof begint te falen, zoekt men naar een omschrijving, naar een mogelijkheid om dan toch de wereld wat uit te breiden met iets geestelijkers, iets beters.
Ik meen dat de geestelijke ontwikkeling in de komende tijd vooral deze witte plekken van de kaart der besefte mogelijkheden gaat wegvagen. Ik meen dat de werelden waarin ik leef en de werelden waarin u leeft, dichter bij elkaar komen te liggen. Maar ik geloof bovenal dat wij beter kunnen gaan samenwerken en elkaar beter kunnen begrijpen.
Ik geloof dat er voor elke ziel een harmonische plaats te vinden zal zijn. En dat zal zolang duren, totdat al wat er in de materie leeft en het bewustzijn van eenheid kan bereiken, de materie als het ware heeft overwonnen op dit niveau.
Je kunt van de wereld niet verwachten dat ze eeuwig in een stijgende evolutie van harmonie zal verdergaan, totdat ze een soort hemel op aarde wordt. Maar we kunnen wel verwachten dat in uw wereld steeds meer mensen zozeer bewust worden, dat zij de hemel op aarde kunnen erkennen en beleven en heengaande daarvan toch nog besef zullen hebben voor de totaliteit van het stoffelijk bestaan.
De kosmos is een eenheid die alles omvat wat je dimensionaal kunt uitdrukken, alles wat je kunt beseffen en kunt creëren en meer dan dit. Het is alsof de mens door zijn grotere harmonie, zijn grotere persoonlijke vrijheid van leven en denken en gelijktijdig daardoor zijn grotere harmonische binding met het leven gaat leren om wat nu een cirkeltje is (het cirkeltje van besef) in de ruimte te roteren, zodat er een bol ontstaat. Een bol van besef, waarbij niet slechts één vlak maar alle vlakken van mogelijkheden in het “ik” doordringen. Ik geloof dat men verder zal gaan dan dat. Dat men ook die bol door de ruimte zal roteren, zodat ze een vierdimensionale structuur wordt en misschien nog verder gaan.
Ik geloof dat men het weten anders zal gaan definiëren. Dat is het grootste kenteken dat ik mij in de termen van uw dagen kan voorstellen voor de geestelijke ontwikkelingen van de toekomst. Men zal weten beschouwen als het samenvloeien van sfeer, gedachten en feiten in het “ik” en niet meer alleen als een aantal van buiten het “ik” bestaande waarden. Deel‑zijn van het leven betekent ook deel-zijn van de totaliteit van het leven. Zodra je dat punt bereikt, is de geestelijke bewustwording waar geworden.
Dat de geestelijke ontwikkelingen van de toekomst natuurlijk cult‑verschijnselen met zich mee zullen brengen ‑ onvermijdelijk haast ‑ is daarom niet zozeer te betreuren. Het is niet erg belangrijk of er godsdiensten zullen ontstaan van gezondbidders en mijnentwege van duivelaanbidders, van innerlijk zichzelf-verheffers en uiterlijk zichzelf‑verheffers en wat dies meer zij. Want dat zullen de vormen zijn, waarin mensen elkaar ontmoeten om zichzelf verder te vinden. Maar pas op het ogenblik dat de cult, de gebondenheid in de gemeenschap tegenover de verdere gemeenschap verandert in een gezamenlijk met anderen leven in de gemeenschap ‑ ongeacht persoonlijk karakter en eigenschappen – geloof ik dat de top is bereikt.
Natuurlijk zal daardoor ook de hele maatschappij veranderingen ondergaan. Het is duidelijk, dat uw huidige sociale stellingen niet meer houdbaar zijn in een dergelijke wereld. Dat de wetten en de rechtsopvattingen, die vandaag bestaan in de wereld van morgen geen plaats meer zullen hebben of geheel anders zullen moeten optreden. Maar die dingen zijn niet belangrijk.
De politiek is de achtergrond van het gebeuren van vandaag. De ontwikkelingen in het geloof zijn een weerspiegeling van een mentale omwenteling, die op het ogenblik plaatsvindt. Maar de ziel van de mens zoekt meer; zij zoekt meer dan een geloof, hoe persoonlijk dan ook. Zij zoekt meer dan een sociale zekerheid of een sociale vrijheid. Zij zoekt het zichzelf-zijn in de gemeenschap, die gelijktijdig vrijheid en geborgenheid betekent. Zij zoekt een betekenis voor zichzelf door het deel‑zijn in het geheel. Dat kan pas worden gerealiseerd, indien de vele beperkingen van het heden wegvallen.
U leeft in een tijd, waarin veel wegvalt. Want de veranderingen zijn gelijktijdig het verdwijnen van vele stellingen en de aantasting van vele voor u toch nog heilige waarden. Wat u misschien niet beseft, is dat met het vallen van deze dode bladeren der historie reeds de nieuwe knoppen zich hebben gevormd; dat zo dadelijk een nieuw groen ontspruit, een nieuw leven, waarbij dat groen iets van de eeuwigheid heeft. Want de mens, die Zomerland voor het eerst ontmoet, gaat over grazige weiden.
De mens, die een innerlijke bewustwording ontmoet, zal ergens de bloei, de ontplooiing van het nieuwe zien in de kleur van geloof, van hoop en van verwachting, die pas dan in verhouding tot het nevelig blauw van de verte, van de gloed misschien ook van kleurige bloemen, de betekenis krijgt.
Wij leven uit een hoop, uit een geloof. En naarmate wij in onszelf deze dingen weten te verenigen tot een harmonie met het zijn, zal al het andere eerst zijn betekenis Verkrijgen en daardoor ons helpen als mens en als geest in de totaliteit onze plaats in te nemen.
De schatzoeker
Hij is oud en wat versleten. Hij teistert zijn innerlijk met drank en zijn gedachten met hopeloze verwachtingen. Hij heeft veel geleerd, vooral wat er niet is. Maar ergens droomt hij van die ene grote vondst, die hem rijk zal maken; van die ene laag uranium of van die ene pocket goud waardoor hij dan voortaan in vrede en rijkdom zal kunnen leven. Hij beseft niet eens dat het vinden de grootste ramp zou zijn die hem zou kunnen overkomen. Want de schatzoeker zoekt de schat niet om rijk te worden, maar om te kunnen zoeken en tenslotte vinden. Het is een gewoonte geworden. Het is zijn leven geworden.
Menig mens zoekt niet naar geestelijke schatten omwille van die schatten, want hij weet niet eens wat hij ermee moet doen, maar alleen om het idee van zoeken.
Hoeveel mensen gaan eigenlijk niet ten onder in een eindeloze woestenij van feiten, waarin ze hopen eens de zin van het leven te ontdekken. En daardoor kunnen ze niet in hun gedachten en alle andere werktuigen die ze hebben, ronddolen in de feiten en voortdurend weer opnieuw uittrekken om nieuwe en andere feiten te zien. En zouden ze de waarheid ontmoeten, dan zouden ze waarschijnlijk doorlopen. Want voor hen is het vaak belangrijker geworden de feiten te zoeken, die ze als de woestijn heten te vervloeken dan om de kostbare waarheid te vinden, die, erin begraven ligt.
Wanneer wij innerlijk uittrekken om een schat te zoeken, dan zoeken wij heel vaak eerder een zelfrechtvaardiging of een zelfverheffing dan de werkelijkheid. En indien wij met de werkelijkheid worden geconfronteerd, zijn wij geneigd die schat bedolven te laten liggen. Dan willen wij niet eerst van de waarheid uitgaan en zien wat er komt. Wij willen eigenlijk niet eens een Koninkrijk der Hemelen hebben. Wij willen alleen iets hebben, waardoor wij kunnen blijven wat wij zo graag zijn: belangrijke wezens.
Neen, wie een schatzoeker is, raakt verslaafd aan het zoeken naar de schat en dan zijn de schatten de moeite niet meer waard, maar alleen nog het zoeken. Daarom moeten wij eigenlijk doelmatiger werken. De oude prospector, de schatzoeker, is heel iets anders dan de man, die het modern aanpakt. De man, die met alle middelen van kennis, van weten, van intuïtie, die hem ter beschikking staan, verdergaat om een schat te vinden en dan heel rustig zegt: Met gaat mij om de schat en het zoeken tot een minimum beperkt. Een man, die niet probeert om ergens een “trace of gold” te vinden, maar die eenvoudig zegt: “Wanneer ik een terrein heb gevonden, dan zal ik het zelf Helemaal afwerken.”
De fout van de schatzoeker is, dat hij de schatten zoekt en soms vindt, maar dat hij ze toch aan anderen ter ontginning moet laten, omdat hij de rust niet heeft om zelf te werken.
Word dus geestelijk géén schatzoeker, anders zou voor u misschien waar worden:
Trekken naar een zon, die rijst
En rusten de hete dag en zoeken als de avond valt
En rusten tot de morgen weer vermag te wekken.
Dat is het enige leven,
Verdergaan. Geen streven, maar een zwerven,
waarin je zonder sterven kunt gaan
door rijkdommen van het bestaan.
Geen waarheid wil je vinden,
want waarheid is een band.
Je vaderland is ’t onbegrensde,
waarin je haast wilt sterven,
voordat je moet ondergaan in bestaan,
dat in grotere waarheid wordt geboren
en je sporen in de wereld ziet verwaaien
als de sporen van prospectors in het zand.
Het geestelijk vaderland, ook in de mens herboren,
vraagt rust en kracht en eigen macht en leven.
Verbiedt nog voort te gaan, zoals je ging tevoren.
Ik geloof, dat ik het zo wel aardig heb uitgewerkt. Wat ons betreft, wij hopen dat wij met heel weinig zoeken een terrein kunnen vinden, waar wij geestelijk de kost kunnen verdienen. Want hij, die zich regelmatig geestelijk kan voeden, is altijd de meerdere van degene, die zoekt zonder van hetgeen hij vindt te kunnen profiteren.
← vorige tekst | overzicht | volgende tekst → |
