15 december 1992
Dit wordt onze laatste bijeenkomst en het zal u duidelijk zijn dat wij dan een paar dingen nog onderling hebben af te rekenen.
Waarom trekken wij ons terug. U hebt daar ten dele al een antwoord op gehad. De wereld waarop u leeft bevindt zich de laatste tijd in een kritieke fase. Er is een enorme verandering van denken en voelen gaande. Hoe deze tot uiting komt ligt nog niet geheel vast en het ligt in de bedoeling van de Witte Broederschap, maar ook van onze eigen Broederschap, om daar zoveel mogelijk althans excessen te voorkomen. De kleine oorlogen die overal ter wereld woeden en voorlopig nog actief blijven, zullen in de komende periode aanmerkelijk afnemen. Wij nemen aan dat tegen 1994 het grootste gedeelte van deze gewelddadige geschillen geregeld kan zijn, maar daar is wel enige assistentie bij nodig en deze zal van uit onze werelden gegeven moeten worden.
Wat gelijktijdig oploopt is de enorme spanning in de aardkorst zelf. Het is heel waarschijnlijk dat de reeks rampen die u al hebt meegemaakt, van natuurlijke oorzaken uitgaande dan, in het komende jaar aanmerkelijk toeneemt. Er zullen daarbij grotere rampen zijn, er zullen er heel veel zijn van aardbevingsgebeurtenissen, vloedgolven, enz., tot misschien overstromingen toe, waarvan u denkt, ach, het is maar weinig, maar het is gelijktijdig wat men een verandering in het ecologisch evenwicht zou noemen in deze tijd. Waar onevenwichtigheid bestaat moet evenwicht geboren worden.
Het was onze bedoeling u een volledige opleiding te geven. Door verschillende omstandigheden is dat niet mogelijk geweest. We hebben u geschoold in bepaalde beginselen die, indien als basis en punt van uitgang voor eigen studie gebruikt, u kunnen helpen om toch het werkelijk Druïde-zijn in deze tijd voor u zelf te bereiken.
In deze dagen van het jaar is Fenris, de wolf, met de zijnen op aarde, het is de strijd, de haat, de oorlog, het is de pestilentie en de hongersnood. Deze dingen kunnen overwonnen worden en juist nu, terwijl wij kort voor een zonnewendefeest staan, is het begrijpelijk dat de nadruk, bij ons althans, ligt op het komende licht en niet op de duisternis, de gestalte der duisternis die van deze aarde eerst aarzelend en traag zullen verdwijnen.
In deze bijeenkomst die, zoals reeds aangekondigd, een toch wat feestelijk karakter kan dragen, krijgt u een waarschijnlijk kort contact met één van onze Wijzen, één van onze Leiders. Wat daar uit voortkomt kan ik u niet zeggen, ik weet het niet, maar wel is duidelijk dat wij hier een fase afsluiten van onze werkzaamheden met u, dat daarnaast reeds maatregelen zijn getroffen waardoor u contacten met de geest, en zeker in de eerste maanden ook contact ten aanzien van het door ons aan u gebrachte, kunt verwachten en, zo u wenst, in stand houden.
Wij zijn deel van de natuur, wij vormen met al het levende een eenheid, de aarde zelf is deel van die eenheid, maar ook de krachten daar buiten, die van de planeten, van de maan en niet te vergeten, de aloverheersende zon. Wij zoeken, want wij kennen niet alle krachten, niet alle werkelijkheden die dit geheel bevatten, maar in elk deel ervan ligt de saamhorigheid, de eenheid, de verbondenheid die een juiste harmonie, een juiste samenwerking mogelijk maakt.
Het is belangrijk dat de mens leert om die dingen aan te spreken die wezenlijk van belang zijn. Wanneer ik spreken wil met de natuur, dan zijn er bomen waarmee ik spreek, maar de genezende kracht zal bij bepaalde boomsoorten sterker zijn, terwijl wijsheid of levenskracht weer bij andere bomen verkregen kunnen worden. Eik en wilg geven genezing, beuk geeft bewustzijn, kastanje geeft rust, conifeer geeft levenservaring. Je zou zo verder kunnen gaan, er zijn hele lijsten op te stellen van de specifieke taken of, moet ik zeggen, uitstralingen, die in het plantenrijk voor ons belangrijk zijn.
Daarnaast gelooft de moderne mens natuurlijk niet meer in het bezield zijn der natuur, het is jammer dat ze dat vergeten heeft. De natuur leeft en misschien zijn het dan wel niet de gnomen en de elfjes die overal in de tuinen rondspoken, maar er zijn wel degelijk de wervelingen die naast de levende plant hangen en die, onder omstandigheden, een tijdelijke zelfstandigheid verwerven. Wanneer uw eigen afstemming goed is zullen ook deze krachten u bijstaan, ook zij kunnen u helpen om inzicht te krijgen in werkingen, om kracht te verwerven waardoor u iets kunt doen.
Het zal u opgevallen zijn dat in de eerste lessen bijzondere nadruk werd gelegd op discipline. Discipline echter kan alleen van binnen uit ontstaan, een opgelegde discipline is een tijdelijk gedragspatroon door angst veroorzaakt. Samen gaan, samen werken, samen tot stand brengen, geestelijk zowel als stoffelijk, is afhankelijk van een vrijwillige zelfbeperking, maar ook gelijktijdig een zelf opgaan in een groter geheel. Waar deze dingen tot stand komen, daar kunnen wij begrijpen hoe sterk de mogelijkheden van de mens uitgebreid worden, wanneer zij passen in het geheel van uitstralingen dat hem omringt.
Formuleringen zijn onbelangrijk, toverspreuken met onbegrijpelijke woorden werken net zo goed, of net zo slecht, als een van ganser harte en volledig gezegd schietgebed. Wij moeten onze eigen formules ontwikkelen, waardoor wij onze eenheid met de omgeving aanmerkelijk kunnen verbeteren, en bovenal, wanneer u werken wilt, nog steeds in deze richting, dan zult u zich er van bewust moeten zijn dat alles om u heen tot u spreekt. Dat is niet redelijk, we hebben dat al eerder behandeld.
Alles wat de natuur u geeft aan krachten, aan mogelijkheden, aan waarschuwingen, verkrijgt voor u het karakter van intuïtie, van aanvoelen, van een gevoelsbeleving. Voor een wereld die zich voortdurend bezig houdt met het verstandelijk denken zal dat moeilijk te aanvaarden zijn en toch is de innerlijke mens het blijvende deel, het andere vergaat. Een aarde kan koud en kil worden en dood, en toch, een enkele verandering in de zonnestraling en er ontstaat hernieuwd leven. Wanneer je dat gaat begrijpen dan weet je, ik ben deel van een leven dat onuitwisbaar, onuitblusbaar is, ook in mij ligt de mogelijkheid om toekomstig wederom werkzaam te zijn, te denken, te leven, te voelen, te lachen, te dansen, te streven. Al deze dingen, en al deze dingen tezamen vooral, maken van groepen als de uwe een belangrijk centrum waar bijzondere kosmische omstandigheden gaan heersen. Deze lopen niet binnen het verstandelijk vlak, ze hebben niets te maken met zakelijke en dergelijke overwegingen, het zijn eenvoudig kleine veranderingen van situatie, toestand, die onverwacht en zonder dat daar schijnbaar redenen voor zijn, optreden.
Wij zijn dankbaar voor dit centrum, wij zijn er van overtuigd dat, ook wanneer niet een voortdurende stimulans en leiding wordt gegeven, deze groep in staat is deze sfeer te handhaven, maar dan moet de groep begrijpen dat niet de lering op zich, maar de groep zelve het belangrijke punt is.
Ongetwijfeld zijn er heel wat vragen die u zou willen stellen. Wanneer er nog een volgende bijeenkomst is, dan zullen wij trachten er voor te zorgen dat daar beantwoording plaats kan vinden. Want wij leven op dit moment in een warreling van krachten en gebeurtenissen. Als Fenris-wolf voortgaat door de kale bossen, door de barre velden, wanneer hij meestormt met de winden, dan zijn er slechts lichtende schilden en krachten die hem tegen kunnen houden. Zodra de zon herboren wordt, zodra de zon en de kracht die de zon verpersoonlijkt op deze wereld, weer actief gaat worden, dan zullen die schilden en zwaarden in steeds grotere mate aanwezig zijn.
De kracht die in ons allen leeft zal zich gewapend voelen tegen wat men het kwaad pleegt te noemen, het kwaad is het chaotische, het levensvernietigende, het Licht-ontkennende.
In de tijden van het verleden is met het ijs, als was het nieuwe strijd in Ragnarok, de wereld klei geworden en de mensen en de dieren zijn weggevlucht, maar het ijs ging terug en de bomen, de struiken, de bloemen, zij keerden terug, en de vogels en de dieren, zij keerden terug, en de mensen keerden terug en zij leerden opnieuw hoe te leven, eerst één met de natuur, in een strijd misschien vaak gewikkeld, maar een strijd die niet kwaadaardig of haat gedreven was. En toen dachten zij heer van deze wereld te zijn en in hun droom van koningschap, van meesterschap, van verhevenheid, vergat de mensheid haar deel zijn, haar verbondenheid met de natuur, ze vergat haar innerlijke banden met God en verving ze door vreemde formuleringen en dogmata die weinig zin hebben. En dan komt de macht weer terug, de macht van de chaos, de macht van het duister, de wolf, die huilend gaat rond de woonplaatsen der mensen om plotseling toe te slaan en zijn slachtoffers te maken, dan dolen weer de demonen, deze lege schedels vol onheilig leven, daar waar mensen wonen.
Dit is vele malen gebeurd en zal vele malen nog gebeuren. Dan komt het ogenblik dat men denkt, wij kunnen alles overheersen, zoals men eens dacht dat, om Balder te redden het voldoende was een afspraak te maken met alle struiken en bomen om hem niet te verwonden, maar je vergeet zo gauw één ding. In de legende is het de mistletoe, en wat is het in deze tijd, misschien de verandering die onophoudelijk is, is het misschien de aantasting van genetische vermogens. Eén ding heeft de schijnbaar onkwetsbare mensheid vergeten, en zeer zeker heeft ze vergeten wat zij zelf is, de mens blijft de jager, de prooizoeker, de mens blijft de breker van aarde en wouden, de mens blijft de zoeker naar andere nieuwe mogelijkheden en werelden, ook dit vergeet ze, ze zegt, het is natuurlijk, maar ik zeg u dat de eenvoud de weg van de mens is en van de natuur.
In deze tijden zoeken wij, ook wij, onophoudelijk naar de ene prikkel, naar dat ene toverwoord, naar die ene kracht, die ene energie, die de mens wakker schudt en doet erkennen waar in feite de oorzaak van zijn falen ligt. Als men had gedacht aan de mistletoe, dan zouden zomer en lente in een wervelende dans over de wereld zijn gegaan, dan zou de ondergang en de winter legende zijn gebleven. Als de mensheid nu, op het juiste ogenblik, het juiste besef verkrijgt, dan zal deze schijnbare ondergang van een groot gedeelte van de mensheid ongedaan zijn gemaakt en kan er een nieuwe lente zijn, en die heet dan niet meer economische groei, maar groei van menselijkheid, die heet niet strijdloosheid, maar ze betekent respect voor je tegenstander.
Wij zoeken, en ook u zult op uw eigen wijze moeten zoeken, want alle misvattingen van de mensheid zijn in deze tijd het zaad van zijn ondergang, maar als hij zijn vooroordelen opzij zet, dan kan hij misschien nog worden wat hij droomt, ja zeker, een nieuwe vorm in een nieuwe samenleving, in een getalsmatige andere verhouding, maar hij kan nog worden de kroon van de schepping op aarde.
Lang geleden zijn de gezangen in de heilige wouden verstorven, lang geleden zijn laatste krijgers opgetrokken tegen mensen, wie geloof onbelangrijk leek, omdat zij geloofden in de macht van het zwaard, en zo is Boudicea gevallen. Wie is het in deze tijd ? Al deze grote, machtige instellingen, al deze wereldomvattende forums, strijden tegen de natuur, tegen de wezenlijke menselijke eigenschappen en kwaliteiten, zij geloven in de macht van hun wetten, hun wapens, hun woorden, zoals eens de Britse krijgers geloofden in de macht van hun moed, in de overtuigende overwinning, die lag in het Berserker zijn, en zij zullen hun nederlaag beleven, dat voorzeg ik u, niet omdat het noodzakelijk is dat ze falen, maar omdat ze zo zeer zich zelf zoeken, dat ze vergeten waar tegenover ze staan.
En toch is er hoop. Schijnbaar onbelangrijk onrust en verzet, schijnbaar onbetekenend het niet meer aanvaarden van bepaalde vormen van gezag, het niet meer vertrouwen op bepaalde beloften, schijnbaar onbelangrijk, zoals de eerste sneeuw en ijzel onbelangrijk lijken, terwijl onverbiddelijk de ijswand verder sluipt naar de equator, schijnbaar onbetekenend, maar het zijn de tekenen waaruit vernieuwing geboren kan worden, wanneer er steeds meer mensen komen die niet zichzelf zoeken, maar die zoeken naar eenheid, samenwerking, die het begrip liefde weer de betekenis geven van wederkerig menselijke aanvaarding, en niet slechts een romantische droom, die bepaalde andere karakteristieken van het mens-zijn moet goed praten.
Uw groep heeft de mogelijkheid hierbij te behoren, uw groep is een centrum waaruit de verandering op aarde zich kan verbreiden, maar als het midwinter is, dan verwacht je toch niet opeens dat de zon weer zestien uur per dag zal schijnen, wanneer één druppel regen valt, verwacht je toch niet dat de uitgedorde bodem overstroomd zal worden, dan verwacht je alleen kleine, langzame processen, een lengen van dagen, een verandering van temperaturen, een langzaam weer stuwen van de sappen in het hout, dan verwacht je wat dauw, een langzaam licht verkleuren van het uitgedroogde wit dat al bruiner wordt, en dan uiteindelijk weer het zwart van de volle aarde benadert. Het is een langzaam proces.
Reken niet op wonderen, maar wat uw groep en dergelijke groepen, want er zijn er vele geleid door vele verschillende broederschappen, betekent in deze wereld, is de mogelijkheid om een schijnbaar destructieve, een schijnbaar absoluut negatieve werking, om te zetten in iets wat weer leven en levensvatbaarheid betekent. En dit, vrienden, is een werkelijkheid die wij niet magisch even kunnen versnellen. Generaties zullen geboren worden en sterven, voor dat de aarde haar voorlopig weer blijvende gestalte heeft teruggewonnen, het kan niet anders. Maar hebben de bouwers van een kathedraal hun vreugde gevonden in het aanschouwen van het voltooide bouwwerk of was hun vreugde onder hun handen, langzaam, onophoudelijk, een tempel van schoonheid te zien groeien die volgens hun denken de grootheid van God, maar ook de verbondenheid met de mensen uitbeeldde. Ik geloof dat het deel zijn voor hen belangrijker is geweest dan de voltooiing van het bouwwerk, dat gaf inhoud aan hun leven, dat was een vaste lijn, maar ook een geestelijke bewustwording, het was een langzaam aanvoelen van een voltooiing die uiterlijk nog niet kenbaar was.
Die vreugde kunt u beleven. Denk niet dat u de wereld met één toverslag verandert, de processen van verandering lopen al langere tijd, praktisch 1960 is het begonnen, de voltooiing ligt nog ongeveer vijftig jaar in de toekomst en de uiteindelijke vorming ligt misschien wel zeven tot tien eeuwen verder. Maar u bent leven, u bent deel van het leven, u bent in uw werkelijke wezen onsterfelijk, u zult altijd, ook wanneer uw lichaam vergaat, deel blijven van deze eenheid, van dit proces, van dit gebeuren.
Of ge de aarde ooit weer zult betreden, de Nornen zullen het uitmaken, de Schikgodinnen. Voor ieder van u is er een verwachting op te stellen, maar de zekerheid ligt buiten ons bereik, maar u zult deel zijn, dat staat vast, u zult meegroeien met de nieuwe wereld, u zult meegroeien met de nieuwe veranderende mensheid, u zult leren dat het gevoel voor de mensheid de werkelijke kracht is en dat van daar uit de mens, ook met zijn rede, met zijn weten, wonderen kan bereiken, maar dat een weten en kunnen zinloze zaken worden, wanneer ze niet gedragen worden door een innerlijke vernieuwing, niet de plannen maar het deel zijn, zijn bepalend voor wat er gebeurt.
Nog huilt Fenris over de aarde, nog stormen de demonen door vele landen, nog is de bijna ontwaakte aarde onrustig, maar het lichten, het stuwen van een nieuwe lente is zo nabij. Bepaal uw eigen lot, niemand behoeft u te leven, dat doet ge zelf, maar wees u zelf, niet voor u zelf, maar als deel van een groter geheel. Wat ge doet voor anderen, doet ge ook voor uzelf, wat ge zijt voor anderen, verrijkt ook uw wezen, datgene wat ge werkelijk zoekt, kan niet stoffelijk worden uitgedrukt, maar het groeit in u, zoals er soms, soms, terwijl de winter nog heerst, bladknoppen zich vormen en daar tussen, verborgen nog en angstig voor kou en geweld, een enkele bloesem al probeert te pieken.
Ik geloof dat ik mijn deel hier zo langzaam maar zeker mag gaan besluiten. Ik heb getracht u te laten zien hoe positief hetgeen gebeurd is, is geweest, zeker, geen academie voor paranormale kunsten, al hadden we u graag heel wat kunstjes bijgebracht, maar wel regels, beginselen, die het u mogelijk maken uw eigen weg tot natuurverbondenheid te vinden en die het u ook mogelijk maken om een werkelijk deel van de mensheid te zijn, zonder daarbij uw innerlijkheid te verliezen en zonder daarbij alleen anderen verantwoordelijk te stellen.
Misschien vindt u de gave te gering, maar het is het beste wat wij, in ongeveer een jaar tijd, konden bieden. De verbondenheid in deze tijd gegroeid met onze Broederschap, is iets wat niet gemakkelijk verbroken wordt, tenzij u dat zelf met veel inspanning en moeite tot stand brengt. U hebt uzelf meerdere malen verbonden met geestelijke krachten, deze krachten zijn deel van wat men noemt de Witte Broederschap en misschien, zeker ook in ons verband, het Verborgen Priesterrijk. Deze banden blijven bestaan en dat betekent dat u inderdaad altijd een beroep kunt doen op krachten van de geest, als u ze zo wilt noemen, dat u altijd weer kunt putten uit het onuitputtelijk arsenaal van kosmische krachten dat rond u is. En daarom zeg ik u, verheug u deel te zijn van dit gebeuren, verheug u één te kunnen zijn met krachten die verder gaan dan alles wat u zich kunt voorstellen en laat deze innerlijke blijheid in de plaats treden van uw angsten, uw mismoedigheden, laat ze worden tot een werkelijke vernieuwende inhoud die van u uitgaat en uitstraalt en die helpt om de werkelijke ondergang te voorkomen, om het werkelijk nieuw ontwaken van mens en mensheid en van de aarde zelf tot stand te brengen.
Degene die nu tot u gaat spreken, is één van de Ouderen, de Wijzeren, van ons Genootschap en onze Broederschap. Wat hij gaat zeggen zal een weergave zijn van stemming, van sfeer, niet een lesje.
Moge het u gegeven zijn deel en bewust deel te zijn van de vernieuwende krachten.
Zo ons contact hiermee eindigt, zo eindigt niet onze verbondenheid.
Het woord is aan mijn Oudere Broeder.
Duisternis en Licht behoren samen. Wie hen scheiden wil, vernietigt het evenwicht.
Kracht en zwakte behoren samen, want waar de Kracht faalt kan de zwakte gewinnen, waar de zwakte zichzelf hervindt, daar zal de Kracht zijn, die herstelt wat noodzakelijk is.
Wanneer de hoorn klinkt en de roep uitgaat, dan wijden de Priesters plaatsen of schepen of gebouwen, dit is vertoon. Het vertoon is nodig als uiterlijke bevestiging van verborgen werkelijkheid, want de mens kan het verborgene eerst aanvaarden wanneer het gestalte krijgt.
Kracht en krachteloosheid zijn twee vormen van hetzelfde en zelfs de chaos en de bereiking zijn niets anders dan elkaars weerkaatsing.
Daarom heeft het geen zin om te strijden tegen het kwaad of te streven in het Licht met een krampachtige moeizaamheid van een die zich wil verheffen boven datgene wat deel is van hem. Belangrijk is te zijn, te zijn met al wat in u leeft, uw dwaasheid en uw wijsheid, de chaotischheid van denken en driften en het plotselinge inzicht, waardoor vormgeving mogelijk wordt.
Al wordt herleid tot één taal. De roep van de vogel, de klank van instrumenten, zijn slechts deel van één stem. Kleuren, verandering, zijn alleen maar schetsen tot een onderdeel van een Eeuwige Werkelijkheid. Daarom is krampachtig streven dwaas. Daarom is ongebondenheid al even dwaas.
Gij…….zijt uzelf. Gij zijt eigen wezen, eigen kracht en eigen volledigheid van tegenstellingen. Gij zijt de dag maar ook het duister dat aansluipt, het nauw ontwaken van de nacht, wanneer het licht weerkeert. Gij zijt al deze dingen. Wanneer uw wezen leert om in zichzelf de kracht te zijn van één en niet slechts strijdend zoekend delen, die oorlog zijn in eigen zijn.
Wijsheid is niet kennis. Wijsheid is het begrip, kennis is alleen de formulering. Wie wijsheid bezit verwerft ook kennis, maar wie kennis heeft en haar vereert, ontbeert de wijsheid.
De oude regel zegt, zo gij heerser zijt van mensen, zijt ge dienaar der natuur en zo gij slaaf zijt van de mensen, zijt gij heer in uw verbondenheid en alle taak door u volvoerd.
Wat gij zijt, dient gij te blijven, want wat gij zijt, is wat uw wezen is.
Wat gij wordt, dat kunt ge niet erkennen, totdat gij zegt, zelf ben ik dit en anders niet.
Gesloten stand, het is de weg der Wijzen die willen dat hun wijsheid niet vergaat, maar is het niet vaak het ontbreken van de nieuwe wijsheid, waardoor een vaste stand ontstaat.
Ik kan u liederen zingen……. de lichten die klinken, die zingen van Licht, van wolken die gaan, van het verre bestaan en wouden die ruisend de Eeuwigheid prijzen……
En ik kan u spreken over de gedachten van de Wijzen die zo hun wijsheid eerden dat zij haar zelf vergaten.
De tijd van liederen is voorbij. Niets zinge meer de oude woorden, de oude krachten, de oude klanken. De tijd van de verbondenheid, die ons heeft geleid tot wat we zijn, is aan het vergaan. De vrijheid moet eerst in de mens ontstaan, opdat weer wijsheid wordt geboren, vernieuwd en sterk en vol van kracht, en dan pas kan de stem weer zingen over het Licht, over het Leven, over ’t rond ons altijd zweven van Eeuwigheid en alle Macht en Kracht die, met onszelf vereend, ons maakt tot uiting van het Zijn, ons vrij zegt van de angst, de pijn, van tijdgebonden leven.
Werkelijkheid is niet wat je droomt, het is wat in je leeft.
Werkelijkheid is niet wat je ogen zien en je oren horen, Werkelijkheid is het antwoord dat je wezen daarop geeft.
Werkelijkheid kent tienduizend sporen, maar eerst moet in jezelf het wetend voelen, het voelend weten ook ontstaan, waardoor je leert met welk van duizend sporen jouw wezen nu kan samengaan.
Ik zeg u, de Oude Wijsheid gaat ten einde. In deze strijd om een vernieuwing, ’t voorkomen van de lichtloosheid van de duistere nacht, heeft ons tot een punt gebracht waarop wij zelf ondergaan door het verstaan van de verbondenheden met de Totaliteit, met heel het Al en alle Kracht, en zo wordt ook bij ons, de Trotsen en de Wijzen, verandering tot stand gebracht.
Ik zou u kunnen loven, uw streven kunnen prijzen, maar wat er in u leeft, is het enige wat niet vergaat.
Leer dan, diep in uzelf te zoeken, tot dat u zelve gij verstaat en eindelijk in ’t stille leven verborgen, achter vorm en zijn, een vrede vindt die, zonder pijn, met Al tezamen weet te leven.
Verbondenheid die buiten tijd en ruimte reeds zijn sporen trok en werd geboren, misschien zelfs voor het Al ontstond, een leven dat in duizend levens slechts delen van zichzelf hervond.
Dat wordt in deze tijd verweven in ’t spinsel van het onbegrepen lot, dat de mens weer leert te leven in, door, met en ook als deel van God.
Wat kan ik u in deze tijd aan krachten verder geven dan wat reeds lang in u berust. Nog schijnt de zetel mij gegeven, mijn zetel, Hoogheid, deel van Macht, terwijl de tijd, al lang geleden, dat al ten onder heeft gebracht.
Ik zeg u, diep in ’t ver verleden was uw wezen één met Kracht, laat die Eenheid in uw wezen opnieuw tot stand worden gebracht en uit u verder Krachten vormen en vormen geven aan het bestaan, waardoor een eind komt aan het wrede, het onbegrepene van waan, die grootheid zoekt en slechts zichzelf kan verderven, aan leven dat slechts leven prijst, en niet beseft dat sterven het doel is waarheen leven wijst, waaruit weer leven wordt herboren.
In u zijn, mede door ons zoeken, reeds sporen ontwaakt van een stille kracht die door ons allen zichtbaar wordt gemaakt en toch niet voortgebracht. De Kracht van Al, de Kracht van Licht, de Kracht van Werkelijkheid, van Leven, zijn u in deze schijn van zijn als leidsnoer en als kracht gegeven.
Mijn woorden waren, in het zoeken naar toch nog wat verstaanbaarheid, te duister nog om al opeens te vatten. Zoek na, denk na, en stel uzelf open voor de Kracht waaruit de wijsheid wordt geboren en waarin Eeuwigheid vertoeft, opdat ge zonder angst in leven leert zijn en niet slechts meer te streven, opdat in de verbondenheid met mensheid en met kosmos en de wereld en de aarde, u eindelijk gelukkig bent en in u kent de waarde van Zijn.
Moge de pijn van u gaan,
Moge de Kracht in u groeien en moge uw strijdige gevoelens de eenheid vinden die voor u de band is met een Werkelijkheid die verder reikt dan wat u kent…….
Ter vereenvoudiging geef ik nog een ogenblik terug aan een spreker die zal trachten de overbelasting enigszins ongedaan te maken.
Hebt Vrede…….
Ik moet nog een klein ogenblik van uw tijd vragen om de nodige aanpassingen mogelijk te maken.
Wat er gezegd is, is het Hooglied van de Bereiking. Degene die tot u sprak leeft in werelden waarin vorm alleen nog maar een vage schim in de rook is van de tijd. Wij zijn nog niet zo ver, u ook niet, maar we komen zo ver.
En u gaat binnenkort Kerstmis vieren en dan gaat u spreken over een nieuw jaar, ofschoon niet op de meest juiste tijd.
Wij, Broeders van meerdere groepen, wij wensen u natuurlijk een prettig en gezellig Kerstfeest, maar vooral een met innerlijke warmte, want als je van binnen koud bent, dan is een feest niet veel meer dan een ijsbloem op een ruit.
Wij wensen u natuurlijk veel geluk in het nieuwe jaar, maar besef dan wel dat dat geluk niet is dat u allerhande stoffelijke welvaart ontvangt, al kan het eens voorkomen, maar eerder dat u innerlijk zoveel vrede vindt, dat u daardoor de kracht hebt om met alle dingen die nu eenmaal in een mensenleven voorkomen, op de juiste wijze om te gaan.
En ten laatste wens ik u, en dat is persoonlijk, het is van mij en niet van anderen, dat in uw leven, voor de komende tijd, er voortdurend een reden mag zijn om even te glimlachen en zo het positieve in uzelf in het leven bevestigend, iets van de vreugde te vinden die nodig is voor een mens die de verlichting nabij is en nastreeft.
En daarmee heb ik mijn taak verricht en kan ik u alleen maar danken voor de aandacht die u natuurlijk aan iedereen hebt gegeven die vanavond aan het woord was.
Wanneer u verder wilt gaan, dan zult u waarschijnlijk meer met mij en de mijnen te maken krijgen, laat ik het zo zeggen, en dan moet u zelf maar uitmaken waarover het zal gaan, ook dat. Maar wat we wel zullen proberen te doen, dat is iets steeds weer voelbaar te maken van die band die ik, met u samen, vanavond zo intens heb even mogen beleven.
Ik wens u een goed einde van dit jaar en een toenemende kracht in het nieuwe.
