5 februari 1971
De geest en zijn moeilijkheden
U weet allen dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn, dus denk zelfstandig na.
De werelden van de geest zijn nu eenmaal enigszins verschillend van de wereld waarin de mens leeft. Bij u bestaan verschillende theorieën over parallelle werelden en dimensionaal verschillende werelden. Wanneer men spreekt over parallelwerelden, zo gaat men uit van het standpunt dat alle mogelijkheden in het Al eens ergens waar zullen worden. Men stelt dat bijvoorbeeld op een ogenblik dat een voor de gehele wereld belangrijke beslissing valt, beide mogelijkheden waar worden. Wat de tweede wereldoorlog betreft, verliest Hitler dus de oorlog in uw wereld, maar er ontstaat een tweede werkelijkheid, waarin hij de oorlog wint. Op dergelijke ogenblikken ontstaat een afwijkende reeks van oorzaak- en gevolgwerkingen, zodat voortaan afwijkende mogelijkheden in verschillende, maar verder parallel lopende werelden bestaan en beleefd worden. Zo stelt men dit althans.
Hiermede hebben wij in de geest natuurlijk betrekkelijk weinig te maken, al bestaan er inderdaad ongeveer op deze wijze tot stand gekomen parallelle werelden. Deze laatste zouden wij vanuit de geest eerder verklaren door het feit, dat alle denkbare toestanden blijvend zijn, terwijl het bewustzijn van de mens door deze mogelijkheden reist en deze als een eigen werkelijkheid beleeft. Wat de geest betreft, zou men echter eerder moeten spreken over dimensionaal andere werelden.
Dit kan voor een ego wel enige moeilijkheden veroorzaken. Want u zult wel beseffen dat een dimensionaal andere wereld ook andere verhoudingen, wetten enzovoorts zal kennen en voor een Ik een geheel andere reeks van mogelijkheden betekent. Wanneer je in de geest leeft, kun je, naar men zegt, kiezen uit verschillende werelden van deze aard. Ik meen echter dat deze keuzes eigenlijk niet zozeer door eigen wil dan wel door eigen denken tot stand worden gebracht.
Indien er selectieve magneten zouden bestaan, zouden deze uit een hoop van verschillende metalen de deeltjes, die gelijk zijn, kunnen sorteren. Ik geef dit als voorbeeld en beweer dus niet dat dit feitelijk zou kunnen bestaan.
Nu is er een reeks van geestelijke werelden. Elk van die werelden heeft eigen kwaliteiten. Je kunt ze niet goed onderscheiden van andere werelden en zelfs niet als geest bepalen waar de grens tussen dergelijke werelden is gelegen. Al wat je kunt stellen is: in elke wereld bestaat een bepaalde wijze van denken, van leven en beleven. Hierbij passen bepaalde persoonlijkheden. Wie voldoende bij een wereld past, voelt zich hiertoe aangetrokken en verschijnt in die wereld, zonder dat hij er zelf volgens ons veel mee te doen heeft. Hij zal dan verder leven onder de voorwaarden, met de mogelijkheden en contacten die in die wereld bestaan. Deze regels worden hem als het ware door zijn wijze van beseffen opgelegd.
Dit is een wat vage verklaring voor een mens die precies zou willen weten hoe al die geestelijke werelden eigenlijk in elkaar zitten… Maar hoe kun je het anders stellen?
Je leeft als geest, doordat je denkt. Wat je denkt als geest is voor jou gelijktijdig werkelijkheid. Deze wereld is veel flexibeler en past zich veel meer aan het denken en de persoonlijkheid van degenen die daarin leven aan, dan bij u denkbaar is. Vergelijkend gesteld: bij u kun je met je hoofd tegen een muur lopen, ook al meen je er doorheen te kunnen. Maar bij ons schiet je in een dergelijk geval zonder meer weerstand dan je verwachtte door de muur heen. Vele gevangenen die dit horen of weten, zullen nu wel betreuren dat zij niet reeds in onze werelden leven.
Zoek je de kern van de zaak, dan kun je naar ik meen als volgt stellen: Er is een factor die wij trilling kunnen noemen, al is deze naam stoffelijk niet geheel juist. Het begrip trilling is echter in de 3-dimensionale wereld waarin u leeft, een mooi vergelijkend beeld, omdat u dan kunt denken aan een draaggolf, zoals die bij radio en televisie voorkomt. Een kracht die een eigen golflengte kent. Nu zullen bij verschillende golflengten de wijzen van modulatie voor een optimale overbrenging enigszins verschillen. De ideale modulatie bij ultrakorte golf of V.H.F (Very High Frequency) zal dan ook afwijken van hetgeen voor een lange golf zenden het beste is. Het lijkt misschien uiterlijk hetzelfde, maar er zijn toch belangrijke verschillen, die ook technisch tot uiting komen en het gebruiken van dezelfde zender voor zeer korte en zeer lange golven onpraktisch maken.
Bij de geest kunnen dergelijke verschillen bestaan, terwijl elke geest wordt aangetrokken door de wereld waarin hij zich het beste kan uiten. In de geest(-sfeer) is er een wereld die gekozen wordt door degenen die nog aan onveranderlijke vormen geloven. Hun denken eist dit en dus leven zij in een wereld van onveranderlijke vormen. Anderen zien de vorm eerder als de uitdrukking van een idee, zoals een beeldhouwer vandaag de ene vorm kan zien als de uitdrukking voor een denkbeeld en morgen een andere vorm zal zien als de beste uitdrukking hiervoor, of mogelijk dezelfde vorm zal beschouwen als de beste wijze om iets geheel anders weer te geven. Dan zal deze geest leven in een wereld, waarin vormen geen vaste waarden meer zijn, maar voortdurend wisselen. In een dergelijke wereld kan iemand, die ergens buiten op het land staat, niet meer zeggen: “Ik ga naar huis”. Hij zal eenvoudig denken: ik ben thuis. En daarmede verandert een slootje opeens in een muur, een boompje wordt een buffet en een paar paddenstoelen vormen zich opeens om tot een complete eetkamer met servies. Wat als voorbeeld mogelijk wat overdreven klinkt, maar toch de werkelijkheid aardig benadert. Deze werelden liggen dan nog het dichtste bij die van de mens, omdat wij hier in ieder geval nog te maken hebben met vormen en afmetingen, ook wanneer deze misschien vanuit een menselijk standpunt reeds onberekenbaar en bedrieglijk kunnen zijn.
Ga je verder naar andere trillingen, dan kom je in geestelijke werelden, waarin eigenlijk geen uiterlijk beeld, beschrijving volgens menselijke maatstaven, meer te geven is. U kunt zich indenken dat vele verschillende instrumenten een orkest vormen dat een stuk speelt.
Er zijn er sferen, waarin persoonlijkheden niet meer tot uiting komen door een in verschijning treden, maar door voor anderen kenbaar iets voort te brengen dat je misschien een soort eigen klank zou kunnen noemen. De klanken van allen vormen dan gezamenlijk het beeld van die wereld. Het klinkt tamelijk symfonisch. Maar het kent daarbij dan toch niet de in aardse muziek veel voorkomende hiaten, waarbij een thema eenvoudig niet verder wordt afgemaakt en men handig alles weg laat sterven of, wanneer wij met een oudere componist te maken hebben, enkele mineurklanken aan een onaf-thema worden toegevoegd, om het geheel dan opeens in enkele akkoorden in majeur te laten eindigen. Hierboven liggen liggen dan weer werelden, die je eigenlijk geheel niet meer met aardse waarden kunt vergelijken. Je zou ze psychedelisch kunnen noemen, daar zij voor iemand, die ze voor het eerst betreedt, opgebouwd schijnen te zijn uit lichtflitsen van verschillende kleuren enzovoorts, enzovoorts.
Maar u moet niet uit het oog verliezen dat elk van deze werelden voor elke bewoner daarvan even normaal is als uw wereld dit voor u is. Dit betekent dat een bewoner van een dergelijke wereld, die naar u toe wil komen en met u contact op wil nemen, opeens komt te staan voor een geheel andere leefwijze, geheel andere reacties zal ervaren en bijvoorbeeld opeens geconfronteerd wordt met de noodzaak zich in woorden te uiten, terwijl men in de geest eenvoudig naar elkaar toe pleegt te denken en in de meeste gevallen daarbij beelden naar elkaar overdraagt. U bent als het ware nog gewend aan radio, terwijl wij ons al uitdrukken middels tv of zoiets. Wat betekent dat iemand die op aarde een medium wil beheersen, een grote vaardigheid nodig heeft.
Deze vaardigheid kan alleen door oefening, door leren, door toekijken, wanneer anderen aan het werk zijn ook, verworven worden. Want iemand die een medium redelijk – dus nog niet eens volmaakt – wil beheersen, moet weten wat hij kan doen met een menselijk zenuwstelsel wanneer het eigen bewustzijn van de persoon lijkt onderdrukt te zijn. Hij moet weten hoe hij bepaalde centra in de hersenen moet stimuleren, zodat klanken en woorden kunnen ontstaan. Hij dient te beseffen hoe je gebaren kunt veroorzaken en hoe een zekere persoonlijkheidsuitdrukking binnen de middelen van een je in wezen vreemd lichaam tot stand gebracht kan worden.
Dat is ingewikkelder dan op een orgel te spelen dat 5 klavieren zou hebben en nog eens twee complete pedalen. En ik meen dat elke organist mij toe zal geven dat een dergelijk instrument, zo het al zou bestaan, onmogelijk, moeilijk zou zijn om te bespelen, zeker wanneer je daarnaast nog een een keuze uit rond 5000 registers zou moeten maken. En toch is dit een redelijke vergelijking voor hetgeen de doorsneemens oplevert aan uitdrukkings- en schakeringsmogelijkheden.
Wanneer je gebruik wilt maken van een medium, zo is het bovendien niet voldoende om te stellen: “Ik wil dit.” Het medium moet, bewust of onbewust, nog mee willen werken ook. Wanneer deze wil, bij voorkeur als een bewuste actie, niet bij het medium aanwezig is, heb je maar weinig kans om tot een redelijke en duidelijke uiting te komen. Eerst wanneer het medium geen pogingen doet enige invloed uit te oefenen op uitingen en passief weet te blijven, heb je alle mogelijkheden tot je beschikking. Je kunt in ieder geval je uitverkoren instrument open maken. Maar dan sta je alweer voor een volgend probleem.
Wanneer je namelijk begint het menselijke organisme over te nemen en hierbij betrekkelijk ver wilt gaan, houdt dit in dat je bij elke uiting zekere impulsen in het lichaam moet wekken. En er kunnen in de mens, in zijn hersenen, associaties bestaan, waardoor zij tot een wekprikkel worden. In dat geval keert het bewustzijn van het medium meer actief terug en ben je met al je moeite nog nergens. Typische moeilijkheden tref je steeds weer aan wanneer je tracht bij een medium klanken middels prikkels tot stand te brengen, zonder dat het bewustzijn ver genoeg is teruggetreden. In dit geval is de uiting als die van iemand die een woord tracht te zeggen, zonder volledige beheersing van de stembanden. Ongeveer als volgt: … (geeft voorbeeld door klanken te laten horen). Zoals u hoort, is het nog erger dan het geluid van een doofstomme die voor het eerst probeert te praten.
U zult begrijpen dat er ook verder nog heel wat moeilijkheden zijn, bijvoorbeeld bij het waarnemen van een auditorium. Wanneer ik naar u kijk, zie ik eerder uitstallingen dan mensen, omdat ik naar u kijk met mijn geestelijke vermogens. Ik kan natuurlijk ook de ogen van het medium wel gebruiken, maar dan moet ik alles wat ik waarneem ook menselijk gaan interpreteren. Wat het voor mij heel erg moeilijk zou kunnen maken, snel en duidelijk te reageren en alles zo te zeggen als ik dit noodzakelijk zou achten. Dit is een van de redenen voor het gesloten houden van de ogen van ons medium. Ik kan die ogen heus wel openhouden. Dat is niet zo moeilijk – (demonstreert). Maar voor u lijkt mij dit geen aangenaam gezicht en voor mij is het erg afleidend. U zult hieruit wel begrijpen, dat het moeilijk is een medium juist te bespelen. Bovendien blijft het altijd nog de vraag, wat voor een instrument je moet bespelen. Stel, dat een fagottist een saxofoon te pakken krijgt. Hij zal dan misschien de gewenste tonen nog wel aardig kunnen benaderen, maar dit vergt een meesterschap op een instrument dat andere technieken vraagt, die hij mogelijk niet geheel beheerst.
Een geest die gewend is menselijk redelijk en nogal snel te betogen, zal bij een stotteraar mogelijk het stottereffect nog wel uit kunnen schakelen. Maar is hij dan ook in staat de traagheid te overwinnen en zijn gedachten weer te geven zonder dat woorden wegvallen? Wanneer je te maken hebt met iemand die bepaalde spreekgewoonten heeft, compleet met vaste toontjes en uitdrukkingen, wordt het ook vaak moeilijk. Er zijn mensen die, zodra zij ernstig tot anderen willen spreken, automatisch in een galmtoon vervallen. Het zal moeilijk zijn voor zo iemand een grap op effectieve wijze te vertellen. Er zijn rebbelaars, die snel en in feite bijna onsamenhangend hun woorden aaneen plegen te rijen. Wanneer je een ernstige geestelijke boodschap wilt overbrengen, zal een dergelijke gewoonte je heel wat moeilijkheden kunnen bereiden.
Het meest ideaal is dan ook wel een persoon, die weinig gevestigde spreekgewoonten heeft en daardoor gemakkelijker gestuurd kan worden naar een zojuist mogelijke uitdrukking en stemvorming. Hoe meer patronen in de persoon stevig vastliggen, hoe moeilijker het wordt tot een redelijke en voor jezelf aanvaardbare uiting te komen. Daarom geven wij over het algemeen de voorkeur aan iemand die enigszins labiel is.
Labiliteit alleen is natuurlijk niet voldoende om aan alle behoeften en wensen tegemoet te komen. Je moet dus ook nog proberen iemand te vinden, waarin je ondanks de labiliteit, zodanig voor jou sympathieke denkwijzen of gevoelens aantreft, dat je hierdoor gesteund wordt. Eerst dan kun je zeggen: Wij beginnen met een contact dat redelijke kansen van slagen heeft. Maar het overnemen blijft ook dan nog moeilijk, daar je nu eenmaal voor een goed resultaat het merendeel van het menselijke zenuwstelsel moet overnemen, waardoor allerhande lichamelijke reacties op kunnen treden. Deze treden vaak op vóór een werkelijke beheersing is bereikt. Het gevolg is dat de gekozen persoon bang wordt of tracht bepaalde lichamelijke reacties zelf te beheersen; het contact wordt hierdoor verzwakt, kan verbroken worden enzovoorts.
Dit betekent dat er op de wereld voor ons maar betrekkelijk weinig werkelijk goede trancemediums beschikbaar zijn. Bruikbaar is ongeveer 1 op 40.000. Maar dan moet zo iemand nog leven in een omgeving, die het de persoon mogelijk maakt zich aan de geest over te geven. Want wanneer de mensen er bang voor zijn of een dergelijke uiting als onaanvaardbaar ondervinden, zullen zij hun wil tegen de geest richten of – wat ook mogelijk is – de invloed omvormen tot een toestand van een zekere hysterie. En daarbij gaan associaties die in de mens zijn en vele lichamelijke emoties met je op de loop. Je zit dan in een auto, waarvan het stuur niet geheel zuiver functioneert, terwijl de remmen versleten zijn. Een ervaring die niet bepaald prettig is. Er zijn in dit opzicht dus heel wat moeilijkheden voor de geest.
Aan de andere kant heeft een mens ook weer heel wat moeilijkheden wanneer hij tracht van zich uit contact op te nemen met onze werelden. De mens komt door uittreding in een wereld die van alles wat hij kent geheel verschilt. Hij neemt iets waar, maar het ligt buiten zijn ervaringsgebied. Hij vraagt zich dan af: wat zie ik eigenlijk? Hij heeft in zich bepaalde beelden en voorstellingen, die met gevoelens en ervaringen verbonden plegen te zijn. Hij past dan deze in ’s hemelsnaam maar toe. Hij grijpt terug op zijn associaties en vormt zo voor zich allerhande visuele beelden. Het gevolg is dat zo iemand later een ander gaat vertellen: Ik ben vannacht uitgetreden naar de negende sfeer. Ik zag daar een schitterende regenboog met een bezemstok erdoor.
Waarop freudianen onmiddellijk beginnen te vertellen dat dit een fallisch symbool is, terwijl volgelingen zich beginnen af te vragen of de regenboog niet een symbool is dat de verwachting uitdrukt bepaalde stoffelijke of geestelijke problemen binnenkort tot oplossing te kunnen brengen.
De feitelijke uitleg zal eenvoudiger, maar ook meer persoonlijk zijn: deze mens nam een harmonie waar. Hij drukte deze uit als een verbond. Zijn associatie was hierbij het Bijbelse teken voor Gods verbond met Noe: de regenboog. Er zat echter een dwang bij, een soort stok achter de deur, daar eenieder zelf zijn harmonie met het geheel moet handhaven. De associatie: stok achter de deur, bracht hem ertoe de bezemstok door de regenboog te zien. Negende sfeer: negen is voor de persoon een hoog en heilig getal. De sfeer werd als bijzonder hoog of heilig ervaren, dus: 9de sfeer. Op het eerste gehoor is een dergelijke uitleg misschien voor u krankzinnig. Toch komen vele van de symbolen, die men meebrengt van uittredingen, op een dergelijke wijze tot stand.
Andere mensen komen in menselijk vergelijkbare situaties en brengen droombeelden mee, zonder te beseffen wat er eigenlijk aan de hand is. Stel dat iemand in een sfeer terecht komt, waarin tijd een beheersbare factor is. Hij gaat in deze sfeer over tot zelfbeschouwing. Hij weet hiervoor geen andere uitdrukking te vinden dan: ik zat met mijzelf aan tafel en met ons zessen hebben wij reuzeleuk gesproken. Het kan zeer wel waar zijn, in die zin dat men zichzelf heeft beschouwd vanuit hetgeen men nu bewust is en daarbij zichzelf heeft waargenomen, zoals men in verschillende vroegere en mogelijk ook nog in de toekomst liggende stadia heeft leren kennen. Dergelijke dingen komen steeds weer voor. Aan de ene kant is het dus voor de mens moeilijk bewust en beheerst, de werelden van de geest te benaderen. Aan de andere kant heeft de geest het vaak net zo zwaar wanneer hij een menselijke wereld wil benaderen.
Om de mensen juist te kunnen benaderen, is voor ons heel wat studie noodzakelijk. Om u enkele voorbeelden te geven van hetgeen voor ons hierbij te pas kan komen. Wij trachten zoveel mogelijk de kennis en denkbeelden van degenen die overgaan, en dus nog van de aarde stammen, te correleren en zodanig opnieuw te formuleren, dat zij door ons kunnen worden gebruikt wanneer wij ons in de stofwereld moeten uitdrukken. Maar dat is maar een begin. Dan beginnen wij de gedachten van de mensen af te lezen om juiste uitdrukkingen en denkbeelden te vinden, waarin wij onze eigen waarden en gedachten op voor de mens begrijpelijke wijze weer te kunnen geven. Aangenaam is dit niet altijd en soms lijkt het op het zeven van de inhoud van een beerput, in de hoop zo een diamanten ring te vinden. Vergeef mij de uitdrukking. Dit alles is noodzakelijk, omdat je alleen op deze wijze kunt overzien wat er in de mensen leeft en kunt nagaan wat de ontwikkelingen op aarde zijn.
De mens wordt in zijn wereld gebiologeerd door allerhande gebeurtenissen. Want de mens denkt mogelijk wel aan een hiernamaals, maar hij is ervan overtuigd dat hij in de eerste plaats met de waarden en feiten van zijn eigen wereld moet leven. De ontwikkelingen op die wereld zijn voor de mens van het hoogste belang volgens zijn eigen besef. Maar wanneer hij het dan in een gesprek met ons over die ontwikkelingen heeft, moeten wij kunnen begrijpen wat hij bedoelt en goed geïnformeerd zijn. Dit verplicht ons wel het gebeuren op de wereld zo goed mogelijk te volgen. En daar dit toch noodzakelijk is voor ons, maken wij tevens gebruik van het feit, dat je door dergelijke dingen als voorbeeld of aanleiding te gebruiken voor uitspraken, de mens gemakkelijker de volgens ons juiste denkbeelden bij kunt brengen. Er zijn natuurlijk vele geestelijke groepen die dit weten en er gebruik van maken. Onze orde alleen zet rond 1/3 van de leden in de geest – uitgezonderd degenen die in de hoogste sferen vertoeven – in om de wereld gade te slaan. Een dergelijke taak wordt natuurlijk niet door personen permanent volbracht. Eenieder werkt hieraan een tijd, om dan weer terug te keren tot zijn eigen, meer geestelijke bezigheden. De opbrengst van al deze waarnemingen wordt in een soort pool voor feitenmateriaal gestort. Eenieder die met u wil spreken, kan dan ook uit al deze gegevens putten.
Een andere moeilijkheid voor ons is vaak de taal. Nu ben ook ik niet oorspronkelijk Nederlandstalig. In mijn laatste incarnatie woonde ik dus in een ander land dan het uwe. Nu is taal, benaderd als zodanig, voor ons moeilijk aan te passen. Op het ogenblik dat je de taal echter niet meer als een reeks van woorden en regels beschouwt, maar ziet als een reeks ideeën plus persoonlijkheidsuitdrukking, kun je gaan rekenen met de associaties binnen een medium. Dan lever jij in feite de ideeën en het medium verzorgt automatisch een begeleiding hiervan met woorden. Kun je die woorden nagaan, wat je doet door de publieksreactie te meten, dan krijg je ook begrip voor de fouten die op deze wijze bijna altijd weer zullen worden gemaakt. Je zult dergelijke fouten dan niet verbeteren, daar dit te hinderlijk zou worden. Verbeteren doe je alleen wanneer er een te hinderlijke fout wordt gemaakt ofwel sprake is van een verspreking. In de meeste gevallen zul je echter de niet geheel juist gedane uitspraak aanvullen met verdere associaties, tot een bevredigend begrip bij de toehoorder blijkt te ontstaan. Door deze wijze van werken krijg je al snel een beheersing van praktisch alle talen.
Door deze wijze van werken krijg je ook, ik moet dit toegeven, een geheel eigen visie op de mens, zijn wereld en het gebeuren in die wereld. Dit breng je mede tot uiting door de wijze waarop je geestelijke denkbeelden illustreert, toepassingsmogelijkheden geeft en dergelijken. De mensen zullen het hiermede natuurlijk dan niet altijd eens kunnen zijn. Om u enkele voorbeelden te geven van zo tot stand gekomen denkwijzen:
Wanneer ik zie naar de politieke verwarringen die op het ogenblik alom bestaan, kom ik tot de overtuiging dat de meeste politieke denkbeelden onlogisch en chaotisch zijn, wanneer je kijkt achter de schutting van mooie woorden, waardoor zij omgeven worden. Daarom zal mijn commentaar zijn: mensen, maak je over de politiek nu maar niet te druk, want in die politiek zul je nooit de denkbeelden die je zoekt te verwezenlijken, als waarheid vinden. Het enige wat je daarin kunt vinden, is teleurstelling en ergernis. Wel zul je, door een dergelijke belangstelling, ertoe komen je bezig te houden met zaken en denkbeelden, die voor jezelf geen enkele werkelijke mogelijkheid tot bewustwording inhouden en zelfs tot daden komen, die voor jezelf allesbehalve opportuun zijn.
Zie ik naar de godsdiensten, dan constateer ik dat er op 100 gelovigen misschien één enkele is, die voldoende geloof heeft om in een kerkelijk verband tot een benaderen van het hogere te komen. Gezien deze enkelingen, hebben wij met het bestaan van de verschillende religies wel vrede, maar zijn wij toch geneigd tot anderen te zeggen: Kijk wat uit… Wij constateren dat vele mensen zich voortdurend bezighouden met het betuttelen van anderen. Hier in Nederland stikt het helemaal van de tuttige organisaties wat dit betreft. Je zou uw volk haast willen omschrijven als een biseksueel mengsel van tutten, dat voortdurend betuttelend bezig is uiterlijke moraliteiten op te tutten ten koste van het werkelijke moreel van het volk.
Een dergelijke constatering brengt je ertoe te zeggen: Mensen, houd je alsjeblieft niet te veel bezig met wat een ander doet. Wat die ander doet, moet hij zelf maar weten. Als hij een blaadje wil lezen, wat u vies vindt, zo staat het u vrij om het voor de kattenbak te gebruiken wanneer u het in handen krijgt, maar laat hem vrij om ervan te genieten wanneer hij dit wil. Hij moet het uiteindelijk zelf weten. En wanneer een ander volgens u vreemde denkbeelden heeft, maar daarmede niemand werkelijk lastigvalt, dan moet u hem zijn gang maar laten gaan. Laat anderen zoveel mogelijk hun vrijheid en trek je van hun daden, gewoonten en denkwijzen maar liever niets aan, tenzij het je direct aangaat.
Of de mensen kampen met problemen van luchtverontreiniging. U hebt, naar ik meen, op dit terrein de komende periode nog wel het een en ander te verwachten – mogelijk ook in Nederland. Tegen mensen die zich hierover druk maken en maatregelen eisen van anderen, zeg ik in dat geval: Het is natuurlijk mooi van je dat je je zo druk hierover maakt, maar wees praktisch. Ga niet werken in een fabriek die de lucht verontreinigt. Of als je het anders wilt zien: werk alleen in een fabriek die stank verwekt, wanneer de directie vlak naast de stinkende schoorstenen wil wonen. Maar maak er verder geen drama van en stel geen onredelijke eisen aan anderen, wanneer je zelf geen offers wilt brengen. Want dan overtrek je de zaak maar en word je reactie kolder.
Laat anderen ook hun vrijheid. Er zijn mensen die zich op het ogenblik druk maken over het feit, dat de mensen te veel sigaretten roken. Dat is een feit. Roken is schadelijk en sigaretten zijn eigenlijk gecapsuleerde longkanker (? Red.). Maar is het nu wel redelijk een ander te verwijten dat hij rookt, terwijl je hem gelijktijdig op even giftige uitlaatgassen trakteert, zenuwspanningen opwekt door lawaai dat de dragelijkheidsnorm te boven gaat, hem veroordeelt tot woonomstandigheden die dermate frustrerend zijn, dat zij tot zenuwkwalen en maagzweren voeren. Wanneer je een mens dwingt dergelijke gevaren te dulden, is het niet redelijk hem het roken onmogelijk te willen maken, omdat dit schadelijk zou zijn. Wie als geest dergelijke dingen beziet, vraagt zich steeds weer af of de mensen allen knettergek zijn geworden. Maar als je dan ziet hoe zij bij ons aankomen, valt het kennelijk toch altijd weer wat mee. Er is eerder sprake van verschuivingen in waardebesef die het ons moeilijk maken.
Ik kreeg zo-even de vraag wat aanwijzingen van praktische aard te geven voor de mensen in deze dagen. Je kunt dit natuurlijk wel doen vanuit een geestelijk standpunt. Maar de moeilijkheid is, dat je je steeds weer dient te realiseren dat raadgevingen alleen van belang kunnen zijn, wanneer de mensen er ook naar kunnen leven. Hierdoor is het gevaarlijk en onjuist wanneer je als geest bindende voorschriften tracht te geven. Je doet er beter aan het bij enkele tips te laten. Ik geef er enkele:
Kijk in de komende tijd uit met alle overeenkomsten en contracten die u afsluit, op welk terrein, menselijk of zakelijk, zij ook mogen liggen. Want u hebt in deze periode de neiging details te vergeten en anderen ook. Het gevolg is dat een dergelijke overeenkomst meestal heel anders uitpakt dan u hoopte of dacht.
Probeer in deze tijd kalm en redelijk te blijven en overhaast u niet. Want de anderen zijn in deze dagen al zo onredelijk dat u anders zeker in moeilijkheden komt te verkeren.
Dank voorlopig al die hoge ideële formules eens af en probeer alles om te zetten in praktische termen. Maak geen plannen voor je negentigste jaar, wanneer je voorlopig nog niet zeker bent dat je zelfs maar 70 jaren oud zult worden. Houd je liever bezig met vandaag en doe alles om vandaag te maken tot een dag die goed en prettig is voor jou en anderen.
Want dit zijn richtlijnen die men terecht in deze dagen kan geven als geest. Ik besef wel dat het in de komende tijd voor velen economisch wat moeilijker gaat worden. Tot hen zou ik willen zeggen: Beste mensen, wanneer je al die dingen die je te veel neemt en niet gebruikt of weggooit, eens niet zou kopen, zou je waarschijnlijk toch meer geld overhouden. Blaas dus niet hoog van de toren, omdat je welvaart wordt aangetast, maar vraag je steeds weer af: Wat heb ik vandaag werkelijk nodig? Want wanneer je dat voldoende doet, houd je over. Maak je liever niet zo druk.
En maak je ook niet zo druk over alles wat je later in het hiernamaals aan zult treffen. Vele mensen maken in deze tijd weer een zwenking in de richting van de mystiek. God is de laatste tijd weer in. Maar je hebt op aarde geen behoefte aan een belangstelling, een god, een denken, dat je wegvoert van deze wereld. Je hebt geen hiernamaals nodig, dat de mens nu reeds begint voor te bereiden tijdens het stoffelijke leven als een soort compensatie voor zijn tekortkomingen of ervaren tekorten op aarde. Er is behoefte aan een mens, die doodgewoon op aarde leeft en leert.
Of die mens nu werkelijk in een hiernamaals gelooft, is niet zo belangrijk. Daar komt hij uiteindelijk toch wel terecht. Maar wat hij nu leert, wat hij nu leeft, is de bagage die hij later in die andere wereld meebrengt. Daaruit bouw je je werkelijke geestelijke bestaan op. Dat bepaalt de wereld waarin je terecht komt. Dit bepaalt op welke wijze men als geest eventueel later zelf met de wereld van de mensen in contact zal kunnen treden. Maak u dus maar niet al te druk over alles wat later zal zijn en besteed uw krachten en aandacht in de eerste plaats aan hetgeen u nu bent.
Dit zijn enkele van de raadgevingen, die ik persoonlijk in deze dagen de mensen zou willen geven. Maar de mens reageert vaak anders dan je zou willen en zal als gevolg van mijn betoog zich misschien liever afvragen of het niet mogelijk is voor hem in die parallelle werelden terecht te komen. Hij denkt daarbij: hier mislukt mij alles, maar misschien zou alles wel slagen wanneer ik een ander spoor in de tijd zou kunnen vinden. Het antwoord luidt dan: Het feit dat een mens ondanks zijn wensen, gedachten en bestrevingen tot een en dezelfde wereld blijft behoren, die voor hem de zogenaamde hoofdlijn vormt van het lot, zo is dit te danken aan het feit, dat hij deze lijn bewust of onbewust als onvermijdelijk, als enige ware, beschouwt. Hoe meer je bereid bent alles in twijfel te trekken, hoe meer je bereid bent elk ogenblik en elke dag weer geheel opnieuw te beginnen, hoe groter de mogelijkheid dat je lot zich zal wijzigen in een voor jou gunstige zin.
Als geest ken je natuurlijk veel voorkomende vragen en problemen bij de mensen wel. Zo komt men vaak aandragen met het volgende: Ik bedoelde het zo goed, maar het liep geheel verkeerd af…. Ik wilde vrede brengen onder de mensen en nu lig ik zelf in het ziekenhuis…. Degenen die dergelijke problemen hebben, zijn hierover vaak heel erg van streek. Ik zou hen willen zeggen: Je hebt vrede willen brengen en zie, je hebt zelf rust gekregen. Want wanneer zo iemand gebruik maakt van de gedwongen rust, zal hij zich kunnen ontspannen en zo meer vrede uitstralen in de toekomst, dan hij met al zijn ingrijpen in het verleden ooit mogelijk had kunnen maken. Gebruik steeds het heden zo positief mogelijk. Dan vind je vrede in jezelf, word je meer meester van je lot en vind je mogelijk ook die parallelwereld, de wereld waarin alles past bij jouw schema van denken. Maar bedenk wel dat je om dit laatste waar te maken eerst je daden, gedachten en wensen tot eenheid moet brengen. Wat voor de meeste mensen heel moeilijk schijnt te zijn.
De mens heeft werkelijk heel wat moeilijkheden, die hij voor het merendeel zelf veroorzaakt. Iets dergelijks geldt voor een geest, die een medium kiest. Ook deze kent vele moeilijkheden, maar op de keper beschouwd veroorzaakt de geest deze veelal ook zelf. Want zo je als geest terug zou keren tot het menszijn dat je eens kende, is het bedienen van een stoffelijk lichaam en het beheersen niet moeilijk meer; je bent er immers als mens aan gewend. Maar je wilt als geest meestal zo hoog mogelijk en zo geestelijk mogelijk blijven, terwijl je aan de andere kant een geheel juiste beheersing en een volledig juiste uitdrukking van je medium begeert. Deze dingen gaan nu eenmaal niet geheel samen en wanneer je dit toch tracht te doen, komen er moeilijkheden van.
Je moet als geest beseffen, dat je ook met meer beperkte uitingsmogelijkheden genoegen kunt nemen. Ik ben iemand die regelmatig middels dit en andere mediums het een en ander aan de wereld verkondigt. Zoals bij velen van mijn gelijken pas ik taal, terminologie enzovoorts aan, aan het land en de groep waarvoor ik spreek, maar voor de rest laat ik de eigen mogelijkheden van een medium zoveel mogelijk in stand blijven. Daarom is communicatie met mensen voor mij niet zo moeilijk meer. Ik heb het geleerd en doe het nu praktisch automatisch, al zal ik steeds genoegen moeten nemen met een uiting die iets beneden mijn werkelijke wens ligt.
Iemand die in een hogere wereld zit en daar denkbeelden en krachten heeft, die hij naar de menselijke wereld wil overbrengen, zal dat vaak niet kunnen volbrengen wanneer hij probeert om, zoals ik dit doe, geheel in de huid van een mens te slippen. Want dit brengt vele beperkingen met zich. Om die enigszins te vermijden, kun je werken met tussenschakels. Je kunt als het ware een medium in de geest kiezen, dat de gegeven waarden nog redelijk juist kan verwerken en dit medium dan bewegen zich weer naar een lagere sfeer te projecteren, tot uiteindelijk deze laagste geestelijke trap een medium op aarde vindt, dat nog voldoende harmonisch is. Bij dergelijke contacten, die niet vaak voorkomen, maar soms 4 of 5 trappen kunnen tellen, is het mogelijk hogere geestelijke krachten direct op aarde te ontladen en bepaalde mededelingen suggestief in te leggen, zonder dat de redelijke vermogens van medium en gehoor een grens hoeven te betekenen.
Je kunt natuurlijk ook trachten je doel middels inspiratie te bereiken. Maar dan moet je weer trachten het waakbewustzijn van een mens te domineren. Dit is nogal lastig. Bovendien blijkt dat de meeste mensen, die geïnspireerd worden, deze denkbeelden niet gebruiken om het ontvangene door te geven, maar eerder om anderen te bewijzen hoe wijs, gewichtig of belangrijk zij wel zijn. Ja, zelfs om anderen duidelijk te maken hoezeer zij altijd reeds gelijk gehad hebben. Misschien kiest daarom de inspirator voor een oversluiering, waarbij de eigen reacties van een mens veel trager tot uiting plegen te komen. Maar daartoe moet je als geest ook weer heel dicht bij de aarde komen. Wil je hogere geestelijke waarden overdragen langs deze weg, dan kun je met de hulp van anderen mogelijk wat astrale waarden inschakelen, maar verder gaan je mogelijkheden langs deze weg ook niet.
Je kunt, ook van bovenaf gericht, als het ware met een lijntje soms een mens inspireren. Maar dan ben je te vergelijken met een mens, die aan anderen via iemand aan een telefoon een boodschap verder geeft: je bent niet zeker van een juiste weergave, kunt niet onmiddellijk reageren. Ook hier kunnen dus misverstanden en moeilijkheden ontstaan. Het voordeel is, dat je zo de kans hebt vanuit hogere werelden te werken en dus zelf minder beperkingen hoeft te aanvaarden. Langs dezelfde weg kun je krachten naar de wereld zenden. Krachten hoeven niet tot menselijke denkbeelden te worden omgevormd. Het is dus mogelijk een mens op deze wijze zelfs zeer hoge krachten vanuit een ver van de mensheid verwijderde sfeer toe te zenden. Maar alleen wanneer de mens een juist gebruik maakt van deze krachten – je moet altijd eerst proberen de mentaliteit van een dergelijke persoon toch voldoende te kennen – kan hij hiermede op aarde misschien veel tot stand brengen, wat zonder de bijdrage in krachten vanuit de geest anders niet, of slechts veel moeilijker, voltooid zou kunnen worden.
All in all: de mens heeft het vaak moeilijk met de geest, de geest heeft het vaak moeilijk. De mens heeft vaak geestelijke moeilijkheden, vooral wanneer hij niet in de geest gelooft. U leeft in een rare wereld en alles wat er aan mogelijkheden en moeilijkheden tussen mens en geest kan bestaan, zowel als de wijze van contact en uitdrukking, die door de geest gekozen zal worden, staan met die vreemde wereld van u in verband. Maar wij zijn met elkaar verbonden, geest en stof. De vele ook voor ons toch weer geheel verschillende werelden van de geest, die zo ongemerkt in elkaar over schijnen te gaan en toch zo sterk van elkaar gescheiden zijn door je eigen besef, werken alle op de aarde in en op de mensen. En zonder het misschien te beseffen, oefent de mens op zijn beurt vaak ook weer enige invloed uit op geestelijke werelden. De mensheid wordt niet alleen geobserveerd, maar alles wat zij voorbrengt aan denkbeelden, belezingen, alle waarheden die zij erkent, zullen middels de waarnemers ook naar de geestelijke werelden doordringen. In een tijd als deze, waarin op aarde de emoties vaak intens worden, waarin de problemen soms onnodig toegespitst worden, maar ook het menselijke denken naar nieuwe vormen zoekt, is het voor de geest leerrijk om met uw wereld verbonden te zijn.
En op deze wijze heb ik dan getracht een drietal van de door u gegeven onderwerpen althans enigszins samen te voegen. Ergens is dit moeilijk, omdat je aan het einde soms het gevoel hebt dat je toch niet eenieder het volle pond hebt gegeven. Het is aan de andere kant ook gemakkelijk, daar alle dingen, die met de geest en het gedrag van de mens samenhangen, ergens met elkaar verbonden zijn. Ik heb mijn best gedaan. Maar zou u toch niet geheel tevreden zijn, denkt u dan maar: och, een geest heeft het ook wel eens een keer moeilijk. Indien u nu commentaar wilt geven, zal ik daarop zo goed mogelijk verder ingaan.
Vragen
Kunt u nog iets zeggen over de straalkleuren van deze tijd, in verband met uw verwachtingen voor deze tijd?
Alleen kort: U leeft op het ogenblik in een periode van dieprood. Wij moeten op grond hiervan heftige activiteiten verwachten. Daar zo nu en dan, kort als een flits, ook het witte licht actief wordt, moeten wij aannemen dat de tegenstellingen die overal bestaan, aanmerkelijk versterkt zullen worden. Over rond 25 dagen begint een periode met hoofdkleur blauw met mystieke of paarse en groene nevenkleuren. Hier zal het verstand spreken en kan men rekenen op nieuwe erkenningen en waarschijnlijk ook onverwachte of geheel nieuwe ontwikkelingen op wetenschappelijk terrein. In deze tijd verwacht ik tevens, gezien de voorgaande perioden, een analyse van de problemen die in de laatste tijd ontstaan zijn. Vele mensen zullen trachten middels geloof en mystiek tot nieuwe inzichten te komen en dezen zullen zich in vele gevallen in het debat proberen te mengen. Anderen zullen juist dan de neiging hebben weg te vluchten in een geloof, daar dit hen kan beschermen tegen de feiten, die voor hen onaanvaardbaar dreigen te worden.
Hierop volgt een periode, waarin groen en rood domineren, durende tot eind juni. Daarna een korte periode van geel licht, waardoor de mensen weer op krachten kunnen komen, onmiddellijk gevolgd door een periode van felrood van langere duur, waarin enkele korte perioden van blauw en wit licht voorkomen. Ik verwacht in deze periode een enorme emotionaliteit overal.
Gezien de bijkomende kleuren meen ik verder dat spanningen van politieke en economische aard onvermijdelijk zullen zijn. De roodfactor geldt als stimulans in de materie. Er zullen dus sterke spanningen mogelijk worden. Indien zich, zoals soms voorkomt, erbij wit licht voegt, zal dit ook voor de natuur gelden, zodat gebeurtenissen van meer natuurlijke oorsprong eveneens veel onverwacht geweld zullen ontketenen. Ik meen dan ook dat de reeks van rampen en ongelukken, die reeds loopt, zich bijna het gehele jaar zal voortzetten, en meen, dat deze een remmende invloed zullen hebben op de grote politieke spanningen, die van september tot rond november mijns inziens onvermijdelijk zijn.
Hoe komt u daartoe? Zijn het waarnemingen of gevolgtrekkingen?
Wat de gestelde reacties betreft, zijn het gevolgtrekkingen. De invloeden zie ik. Maar wanneer ik in de ene hand een lucifer heb en in de andere een strijkvlak, dan kan ik, wanneer de ene hand zich in de richting van de andere in beweging zet, ook wel aannemen dat zo dadelijk de lucifer zal gaan branden. Ik zie de invloed, ik zie de mensheid, ik weet dat het treffen van deze beiden op een bepaald punt in de tijd onvermijdelijk is en trek op grond van hetgeen ik weet omtrent de mensheid en de aarde, op grond van het waargenomene mijn conclusies ten aanzien van het verloop van de gebeurtenissen.
Is het gevaarlijk een medium aan te raken?
Dat ligt aan het medium en aan datgene wat er gebeurt. Indien er sprake is van materialisaties of andere zogenaamde donkere-kamer-verschijnselen, dan kan het aanraken van het medium inderdaad voor dit medium gevaarlijk zijn. Zou u zo iemand vasthouden van het ogenblik dat deze in trance gaat, zo zal de aanraking niet gevaarlijk voor het medium zijn, maar is het waarschijnlijk dat het u zelf kracht gaat kosten.
Heeft men te maken met een medium dat als spreekbuis wordt gebruikt, dan hoeft de aanraking geheel niet gevaarlijk geacht te worden. De bezitnemende geest kan wel hierdoor voor een ogenblik gestoord worden door voor de in bezitnemende geest niet normale signalen van het zenuwstelsel, maar dit kan gemakkelijk weer in orde komen. Bij een medium in een zogenaamde donkere kamerzitting wordt vaak kracht afgenomen voor het tot stand brengen van de verschijnselen. Het gevolg is een overgevoeligheid in de aura, waardoor een grotere kwetsbaarheid ontstaat, zelfs wanneer geen aanraking, maar alleen een beroeren van de aura plaats vindt. Hierdoor wordt het medium vaak tot ontwaken gebracht, vóór het in staat is geweest alle uitgegeven kracht weer in zich op te nemen. Het gevolg is een tekort aan zenuwkracht in bepaalde delen van het lichaam, terwijl in andere delen tijdelijk een te veel aan zenuwkrachten optreedt. Dit laatste kan voeren tot overstimulatie van spierweefsels en pijnen. Kan de persoon deze, voor hem eigenaardige situatie, psychisch verwerken, dan verdwijnen de verschijnselen na enige tijd wel weer. Maar wanneer dit niet het geval is, zou een blijvende schade kunnen ontstaan. Is de persoon zeer suggestibel, dan kan het pijngevoel, dat na het plotselinge ontwaken ontstaat, vaak zo suggestief werken, dat een trauma – een plek of verwonding – ontstaat, zonder dat hiervoor een kenbare oorzaak aanwezig is.
U stelt dat het moeilijk is een medium te leren beheersen. Onder welke omstandigheden kan een eerste proef dan genomen worden? Heb je zekerheid?
Vergelijk: in een rijschool ga je eerst rijden met een instructeur. U mag dan achter het stuur gaan zitten, maar de ander heeft de mogelijkheid te ontkoppelen, te remmen enzovoorts, zodat hij het ergste kan voorkomen. Zo ga je als geest mee met iemand die het al beter weet. Meestal is het medium iemand, waar deze ander reeds veel gewerkt heeft, zodat hij het medium goed kan beheersen. Je krijgt de kans om door te komen. Maar in het begin doe je eigenlijk niet veel anders dan de ideeën geven, de feitelijke bediening van het medium blijft nog grotendeels de taak van de ander, die men in dit verband wel ‘controle’ noemt. Op den duur mag je het zelf geheel alleen proberen op een soort proefcircuit. De anderen staan er nog bij, maar helpen je niet meer en grijpen niet in, tenzij dit werkelijk noodzakelijk en onvermijdelijk is. Dan moet je al heel dwaas doen voor ze je eruit halen. Heb je ook dit achter de rug, dan kun je zelfstandig verder gaan. Maar je kunt natuurlijk altijd nog een verkeersovertreding maken.
Een vriend van mij is – daar hij het gezag van wijzeren aanvaardt – een jaar geschorst geweest voor alle mediums, een keer was hij voor 6 maanden geschorst voor een bepaald medium. Dit gebeurde omdat hij iets heel verkeerds had gezegd, iets dat zodanig disharmonisch was, dat onderling werd besloten dat het beter was wanneer hij een tijdje geen gebruik zou maken van het bepaalde medium of zelfs dat hij eerst maar eens een tijdje de wereld moest gaan observeren om zo te leren beseffen wat er aan de hand was. Hij had het eenvoudig te bont gemaakt.
Ik heb eens meegemaakt dat een spreker per ongeluk in een andere taal begon. Hoe is dat mogelijk?
Het volgende is hierbij noodzakelijk:
- De taal moet, bewust of onbewust, in het medium aanwezig zijn. Er zijn wel andere mogelijkheden, maar dan moeten alle klanken afzonderlijk gevormd worden, wat zeer traag gaat en zeker niet per ongeluk zal gebeuren.
- Iemand heeft kort voor de in beslagname van het medium in een ander land gewerkt en zich daarbij in de betreffende taal uitgedrukt. Stel dat de taal Engels is. De geest komt en vraagt zich niet af wat de eigen taal van het medium is, maar grijpt onwillekeurig naar de Engelse kennis in de hersenen van het medium en zet zo als het ware het even tevoren afgelopen contact – voor eigen besef – voort.
Hoelang blijft de denkwijze dat men man of vrouw is geweest, in het hiernamaals bestaan?
Meestal verlies je dit besef wanneer je de laagste vormwerelden verlaat. Wanneer je uit Laag-Zomerland komt is het dus meestal wel afgelopen. Maar dan kom je terug in een medium, je stelt je in op de stof. Wanneer het nu iemand van gelijke sekse is als jij vroeger had, denk je nergens aan en voel je je eenvoudig thuis. Maar kom je in iemand van een andere sekse terecht, dan denk je, vooral in het begin: “wat heb ik daar nu hangen?”. U lacht er om. Maar de lichamelijke gevoelens zijn bij de seksen meer verschillend dan u denkt en wanneer je zelf niet aan bepaalde lichaamsimpulsen gewend bent, zul je, daar het eigen ik van het medium praktisch is uitgeschakeld, vanuit jezelf waarderen.
Ik zelf was in mijn laatste incarnatie een man. Ik heb daarvan geen last, wanneer ik een vrouwelijk medium gebruik. Maar de eerste keer dat ik in een vrouwelijk medium kwam, had ik toch werkelijk enige tijd nodig om mij te oriënteren en uit te vinden wat er zo schudde wanneer ik mij heftig bewoog. Ik had trouwens wel enige pech hierbij, want dit medium had geen buste meer. Het was zelfs geen snoeptafel, het was een complete dinertafel. Dit maakte de ervaring dus wel wat schokkender.
Ik hoop u duidelijk gemaakt te hebben dat je als geest je niet al te lang met sekseverschillen bezig pleegt te houden, maar dat je bij het gebruik van een medium toch nog lange tijd geconfronteerd wordt met wat je in je laatste incarnatie geweest bent.
Kan een kwade geest je tegen je wil in beslag nemen?
Een zogenaamde kwade geest kan je in beslag nemen en zo dingen veroorzaken die u niet had verwacht en ook niet had gewenst. Maar hierbij mag u niet vergeten dat, om tot die in beslagname te komen, er tussen medium en geest een harmonie moet zijn geweest. Wanneer iemand door een ‘kwade geest’ werkelijk bezeten wordt, is de kans dan ook heel groot dat in de persoon zelf ook de elementen schuilgaan die nu middels deze geest uitdrukkelijk tot uiting komen. Dit klinkt misschien niet prettig in de oren van hen die hun ‘boze daden’ altijd op rekening van boze geesten plegen te schrijven. Maar om zelfs voor een bekoring te bezwijken, moet die in je leven.
Mensen spreken over kwade geesten. Maar hoe ziet dat er bij u boven uit?
Veel zien wij er niet van. Bovendien zijn degenen die in het duister zitten, volgens mij eerder zielenpoten dan kwade geesten. Zij hebben de kans niet zichzelf te uiten, worden ergens gefrustreerd. Soms proberen zij die frustraties af te reageren, wanneer zij de mogelijkheid vinden contact met de aarde op te nemen. Vaak is hun reactie woede of jaloezie. Dit bepaalt dan wel wat zij voor inwerking bij een contact kunnen hebben. Maar op zich zijn het niet werkelijk kwade geesten.
Demonen en dergelijken zijn, wanneer je het mij vraagt, meer een uitvinding van de mens, dan een geestelijke werkelijkheid. Wel zijn er geesten die een andere ontwikkelingsgang en levensgang hebben dan de mens en daardoor een andere gerichtheid. Maar ook zij zijn geen werkelijk boze geesten. Het zijn geesten, die op hun wijze volkomen lichtend, sterk en zuiver zijn, maar die in hun geestelijke ontwikkeling anders gericht of zelfs tegengericht zijn aan de normale ontwikkelingsgang van de mens. Een mens die met hen in contact komt, zal door hen worden beïnvloed in de richting waarin zij streven, wat gezien vanuit de menselijke gerichtheid meestal negatief is zover het ervaringen betreft. Maar zodra je hiervan loskomt, kun je de opgedane ervaringen ook in het positieve omzetten, zodat je er niet werkelijk aan verliest. Volgens mij zijn er geen kwade geesten. Ook al vormt de stelling, dat zij er wel zijn, een heerlijke kapstok is om alles aan op te hangen. Trouwens, volgens mij gebruiken mensen maar al te vaak ook hun idealen als een kapstok, waaraan zij dan hun menselijkheid ophangen, met een strop natuurlijk.
U stelde: Wees mens in je eigen wereld en in je eigen plaats. Maar wat breng dit in verband met luchtvervuiling?
Wanneer elke mens alleen maar zou ophouden met zijn persoonlijke vormen van luchtvervuiling en milieuverontreiniging zou er al veel zijn opgelost. U kunt natuurlijk stellen dat dit een zaak voor anderen is, maar daar komt dan meestal niet veel van terecht.
Voorbeeld: iemand gooit een prop papier op straat. Het is de taak van de gemeentereiniging, zo stelt hij, om de straat schoon te houden. Wanneer 100 mensen dit doen, zullen de papieren overal heen gewaaid zijn en hebben zij alles een onzindelijk uiterlijk gegeven. De taak wordt hierdoor groter, en het zal daarom meestal ook langer duren, voor die gemeentereiniging ertoe komt op te ruimen. Dus niet aandringen op een snellere actie van deze instantie in de eerste plaats, maar eenvoudig beginnen geen papier op straat te gooien. Verwacht u dat een te bouwen fabriek alles zal gaan vervuilen, dan moet u beginnen niets er mede te maken te willen hebben. Desnoods ga je op de bouwplaats of op straat zitten en vraag je de werkers of zij nu werkelijk zelfmoord willen plegen, dan wel ergens anders wonen. En onthoud hierbij, dat er altijd twee soorten mensen op de wereld zijn geweest: de notabelen en de ezels. De notabelen zullen zelden daar wonen waar een verontreiniging heerst die door hun belangen wordt veroorzaakt. Maar de ezels leven in het vuil en beweren, dat je niet op kunt treden hiertegen, omdat de notabelen hen duidelijk maken, dat je als ezel niet op een andere wijze kunt leven.
Maar het kan in de meeste gevallen wel anders. Ook al zijn er vele dingen die men milieuverontreiniging noemt, zonder dat zij werkelijk schadelijk zijn. Laat mij het zo stellen: Ik heb niets tegen een bulderbaan bij Schiphol, mits directie en al het personeel van de luchthaven en betrokken luchtvaartmaatschappijen daarin wonen en niet anderen. Zij genieten dan alle vreugden van hun eigen bedrijf, tezamen met hun gezinnen. Ik meen dat de werkelijke oplossing in die richting te zoeken is: indien iemand de leefbaarheid voor anderen door zijn manipulaties vermindert, dient hij zelf in het centrum van deze onleefbaarheid te leven. Wanneer men op deze wijze zou handelen, zo ben ik ervan overtuigd, dat de onleefbaarheid in vele gebieden op zeer korte termijn sterk af zou nemen.
Maar om dit mogelijk te maken, zou er allereerst een mentaliteitsverandering moeten komen. En die zou dan in de allereerste plaats op moeten treden bij degenen, die tot nu toe zonder al te veel verzet alles plegen te slikken wat anderen hen op dit terrein aandoen. Eerst wanneer de gewone mensen het niet meer nemen, zullen ook de groten op den duur hun mentaliteit veranderen, daar zij dan door het voortgaan op de oude wijze hun eigen belangen te zeer schaden.
Er is in deze dagen sprake van een grote vervreemding tussen leiders en de – niet zo actieve – massa. Arbeidersleiders zijn op het ogenblik bijvoorbeeld geen arbeiders meer, ook al belijden zij het marxisme. En toch heeft Marx gezegd dat de arbeiders zichzelf moeten bevrijden en niet dat de arbeiders mensen moeten aanstellen om die bevrijding voor hen te regelen tegen een goed salaris. Wat weet tegenwoordig een fractielid van een partij nog werkelijk van hetgeen er in de leden van zijn partij werkelijk leeft? Vervreemding, ook hier. Hij houdt er zelfs geen rekening mee, wanneer hij er iets van begrijpt. Altijd weer hoor je dan leden beweren, dat zij daaraan toch niets kunnen doen, zodat men de bestaande toestand maar moet aanvaarden. Men zou moeten zeggen: “Wanneer mij iets niet bevalt, zal ik proberen er zelf iets aan te doen. En wanneer een ander mij vraagt wat ik dan eigenlijk wel wil, maak ik het hem wel duidelijk”. Wanneer veel mensen zo zouden reageren, zou dit wel eens een soort aanstekelijke griep kunnen worden, waarvan vele hogergeplaatsten de p… in krijgen. Maar het wordt tijd voor de pauze. Ik tref u zo dadelijk weer.
Deel 2
Wij moeten nu verder ingaan op uw vragen, maar hebben ook nog een onderwerp liggen, dat eigenlijk tussen de wal en het schip gevallen is. Ik zie echter dat wij niet over voldoende tijd beschikken om hierover nog veel zinnigs te zeggen. Gesteld werd ook:
De misdadiger en zijn slachtoffer
Nu is het voor eenieder duidelijk dat de misdadiger heel wat meer aandacht krijgt en met heel wat meer egards behandeld pleegt te worden dan zijn slachtoffer.
De mensen die dit beseffen, vinden dit onrechtvaardig en zelfs wreed. Maar zij vergeten in hun betoog één punt: de maatschappij is in de eerste plaats praktisch ingesteld. Schapen kun je gevoegelijk laten verhongeren, maar een leeuw dien je goed te voeren, anders vreet hij jou misschien wel op. Dit omschrijft eigenlijk de gehele situatie vanuit het standpunt van de maatschappij. Er zijn natuurlijk ethische en morele kanten aan de zaak. Maar zolang de gemeenschap de consequenties van haar eigen stellingen niet wenst te trekken, in de zin dat zij de misdadiger geheel aansprakelijk stelt voor alle schade die hij veroorzaakt, voor alles wat hij aanricht, en dan met geheel zijn bezit, werkkracht en leven, zal nimmer een op rechtvaardigheid lijkende oplossing worden gevonden.
Volgens mij zou het zo moeten zijn: U rijdt door uw schuld een voetganger dood met uw auto. Dan bent u, voor het geheel van de tijd, gezien het gemiddelde te verwachten levensduur van uw slachtoffer, verplicht alle aansprakelijkheden daarvan over te nemen, inclusief de zorgen voor het gezin dat u dient te onderhouden, in de staat waarin zij tot dan toe gewend waren te leven. Bent u hiertoe zelf niet in staat of wenst u dit niet te doen, dan geeft het rijk u gratis onderdak en arbeid binnen een besloten gemeenschap, terwijl zij hiervoor in ruil uw verplichtingen tegenover uw slachtoffer overneemt. Dit zou de beste oplossing zijn. Maar daar de maatschappij schijnt uit te gaan van het standpunt dat wij allen wel eens fouten maken en dat het daarom niet verstandig is fouten en misdaden in deze zin te bestraffen en dienen de slachtoffers te onthouden dat, wanneer je dreigt slachtoffer te worden, het beter is een excessieve verdediging te voeren, dan te rekenen op waardering en bijstand, wanneer je, om welke redenen dan ook, dit niet doet.
Indien iemand bereid blijkt u het ziekenhuis in te werken, moet u niet weglopen of er het beste van hopen, maar elke mogelijkheid gebruiken om de ander een langere rust te bezorgen op het plaveisel. Kunt u dit lichamelijk niet, grijp dan naar alle andere middelen die u ten dienste zouden kunnen staan. Ook u, dames, bent niet zo machteloos als u wel eens schijnt te denken. Wanneer lichaamskracht ontbreekt, is er altijd nog wel een voldoend spitse hak te vinden en heb je die niet, dan kun je meestal met je knieën ook nog voldoende bereiken. Volgens mij zou eenieder in uw maatschappij moeten leren voorzorgen te treffen om zich te verdedigen. Zolang je dit nalaat en rekent op anderen, ben je wel het slachtoffer, maar door je eigen gebrek aan voorzorgen volgens mij medeschuldig aan de misdaad.
Die stelling is waarschijnlijk niet erg populair. Maar ik stel: wanneer iemand bijvoorbeeld binnendringt in uw huis om u te bestelen, te verkrachten enzovoorts, hebt u in de meeste gevallen de ander daartoe een mogelijkheid gelaten en bent u dus, naarmate uw gebrek aan verdediging en het nalaten van voorzorgen, medeschuldig. Wanneer iemand ziet dat hij of zij in eigen huis wordt aangevallen, maar geen pulletje door de ramen wil werpen, omdat hij eigen goed niet wil vernietigen, zo meen ik dat dit een nalatigheid in verzet en zelfverdediging is, die een medeschuldig zijn aan de daad inhoudt. Ik meen dat het merendeel van de misdadigheid enzovoorts in uw maatschappij te wijten is aan het feit dat de leden van die maatschappij niet of slechts zeer zelden bereid zijn persoonlijke risico’s te lopen om misdaden te voorkomen of onmiddellijk te bestraffen.
Vragen
Bestaat de discriminatie tegen het slachtoffer alleen op deze wereld of strekt het zich uit in het volgende leven?
Neen. Het slachtoffer krijgt in onze werelden zijn wraak niet, de misdadiger wordt bij ons niet bestraft. Wel zal de misdadiger geconfronteerd worden met alles wat zijn daad voor anderen betekend heeft. Het komt vaak voor dat tijdens deze confrontatie iemand dichtklapt en zegt: Dit wil ik niet weten. Hij vlucht dan voor de waarheid en komt als gevolg hiervan in het duister terecht. Dit is geen opgelegde straf, maar iets wat de misdadiger zichzelf aandoet. Aan de andere kant meen ik dat dit een zo grote ellende is, dat er geen materiële straf bestaat, die in strengheid of hardheid dit lot ook maar enigszins zou kunnen benaderen. Helaas ontdekken misdadigers dit meestal te laat, zodat deze mogelijke consequentie van hun handelen in de geest, in uw maatschappij geen repressieve werking pleegt te hebben.
En misdaden tegen kinderen dan?
Wat was de misdaad tegen het kind en hoe was het mogelijk dat die misdaad tegen het kind begaan werd? Want wanneer je hoort dat kinderen werden meegelokt en dergelijke, kun je natuurlijk wel zeggen dat alleen de dader schuldig is, maar men vergeet dan dat hij toch ook de gelegenheid moet hebben gehad. De ouders zouden hun kind bijvoorbeeld niet voldoende gewezen hebben op de gevaren, die aan het meegaan met vreemden verbonden kunnen zijn enzovoorts.
Aansprakelijkheid ligt vaak ook bij anderen dan slachtoffer en misdadiger. Dit vergeet men meestal liever. Toen de Joden in vernietigingskampen terechtkwamen, was de mogelijkheid geopend via Zweden, zowel als via Zwitserland, om grote aantallen van die Joden vrij te kopen. Voor einde 1943 met geld, daarna door goederen te geven. Men had onder meer een half miljoen Joden kunnen vrijkopen tegen vrachtauto’s. Men had dus grote aantallen van deze mensen lijden en dood kunnen besparen. Dit is niet gebeurd. Staten wilden op deze voorstellen niet ingaan om strategische redenen. Joodse kapitaalkrachtige groepen wilden geen gelden beschikbaar stellen, omdat zij bang waren bedrogen te worden. Velen hebben dus niet het uiterste gedaan om de Joden te redden. In de mate, waarin zij nalatig waren, zijn zij medeaansprakelijk voor hun dood. Wat betekent dat u voor de dood van rond 1.000.000 mensen niet alleen de Duitsers aansprakelijk moet stellen, maar ook de geallieerden. Hier is wel degelijk sprake van een schuldvraag. Men mag aanvoeren dat men om bepaalde redenen, strategisch, persoonlijk of anderszins, niet heeft ingegrepen, maar moet daarbij volgens mij tevens schuld en verantwoordelijkheid voor de eigen houding aanvaarden en kan niet volstaan met een: Het was mijn schuld niet, want de daad werd door anderen gesteld.
Realiseert men zich het schuldverband, dan kan men natuurlijk nog steeds spreken over misdadigers en hun slachtoffers, maar zal men zich realiseren dat er een sterke band tussen deze beiden bestaat. Maatschappelijk heeft men eigenlijk zelden de mogelijkheid te stellen dat men met zekerheid geen misdadiger is. Indien u meent dat het best goed is anderen een tijd lang wat ongelukkiger of gevaarlijker te laten leven, omdat u liever eerst een goed kantoor voor uzelf bouwt of een mooie schouwburg in de buurt ziet verrijzen en dat anderen daardoor ten ondergaan, tot misdaad vervallen enzovoorts, bent ook u toch eigenlijk medeschuldig, medeaansprakelijk. Want wanneer u in feite minder belangrijke maar voor u prettiger zaken niet de voorkeur zou gegeven hebben, zou dit niet hebben plaatsgevonden. Men acht dergelijke aansprakelijkheden meestal onbelangrijk. Maar steeds meer blijkt dat de gemeenschap als zodanig, juist door het gevoel van de eenling, dat men hem of haar toch niet voor een bepaalde voorkeur of keuze aansprakelijk kan stellen, meer misdaden begaat dan de doorsnee misdadigers.
Bij bestraffing van oorlogsmisdadigers ziet men steeds meer dat deze straffen niet de gewenste uitwerking hebben. Beseffen deze mensen de grootte van hun misdaden niet, omdat zij niet berecht worden volgens hun eigen normen? Een oorlogsmisdadiger is iemand, die niet in de eerste plaats berecht wordt voor zijn daden, maar omdat hij verloren heeft. Mylai (Milazzo, red.) gaat in de doofpot, maar iemand die in dienst van de tegenpartij eens op soortgelijke wijze een Italiaans dorp decimeerde, wordt na 20 jaren hiervoor nog vervolgd. Kennelijk gaat het bij de straffen in de eerste plaats om het werken in dienst van een bepaald systeem, niet om de bestraffing en om de verbetering van de mentaliteit die tot dergelijke beestachtigheden voert. De regel schijnt te zijn: zolang het in het voordeel is van hetgeen ik voorsta, is het goed. Dit betekent dat men geen aansprakelijkheden schijnt te hebben tegenover mensen en menselijkheid, maar alleen tegenover een abstractie.
Dit is aansprakelijk voor de vele mistoestanden, die men ook in vredestijd overal kan ontdekken, zelfs in uw eigen land. Denk aan het onrecht waarbij een eenling die met veel moeite iets voor zichzelf heeft bereikt of gekocht, gedwongen wordt dit voor de belangen van de gemeenschap prijs te geven. Terwijl men daartegenover geen aangemeten vervanging stelt, maar slechts een geldelijke vergoeding die zelden toereikend is om terug te krijgen wat men zich met zoveel moeite verworven heeft. Dit is eenvoudig diefstal, misdadig. Toch gebeurt dit voortdurend en vooral tegenover zwakkeren. Ook in uw maatschappij zijn er vele slachtoffers van hetgeen men in naam van de gemeenschap goed vindt om te doen. Zoals door zogenaamde vertegenwoordigers van de gemeenschap dwaasheden worden uitgehaald met zo een grote roekeloosheid, dat je je wel eens afvraagt of degenen die gemeenschapsgelden weggooien en de rechten van anderen misachten, zich wel bewust zijn van de misdadigheid van hun handelen. (verkort)
