De grenzen van onthechting

image_pdf

29 september 1978

De grenzen van onthechting

Wij zijn niet alwetend, wij zijn niet onfeilbaar. Denk zelf na.

Wij moeten beginnen één punt voorop te stellen: Een mens heeft een lichaam dat in stand kan worden gehouden met heel wat minder dan de doorsnee mens schijnt te denken. Ook stoffelijk kan een mens zich dus van vele zaken afwenden en zichzelf daarvan onafhankelijk maken. Iets wat in vele opzichten nuttig is. Toch zal een mens met zijn streven naar onthechting nooit verder kunnen gaan dan zijn ogenblikkelijke mogelijkheden en bewustzijnstoestand hem toestaan. In vele gevallen blijkt de onmiddellijk aanwezige mogelijkheid tot onthechten dus nogal beperkt, begrensd te zijn. Laat mij proberen u dit met voorbeelden duidelijk te maken.

Een mens heeft vele jaren achtereen veel gedronken, veel gerookt. Hij wil hiervan af. Nu is het ook dan voor   iemand met een redelijk sterke wil mogelijk deze genotsmiddelen te laten staan. Deze genotsmiddelen zijn ook inderdaad lichamelijk en vaak zelfs geestelijk schadelijk. Werkende stoffen betekenen voor het lichaam valse stimuli ook in genoemde gevallen. Maar iemand, wiens lichaam geheel ingesteld is op grotere hoeveelheden alcohol, zal van die stimuli niet opeens en geheel kunnen afzien, zonder dat lichaam en geest ook hiervan schade oplopen. Naarmate zijn lichaam reeds meer ondermijnd is, worden de gevaren groter.

In dergelijke gevallen zal er een vervangende stimulus moeten komen, waardoor het lichaam kan blijven functioneren en men ook mentaal door een zekere euforie zich geheel aangenaam kan blijven voelen ondanks de optredende – maar zwakke – onttrekkingsverschijnselen. Op deze wijze kan het lichaam zich langzaam gewennen aan het wegvallen van de in de genotsmiddelen aanwezige vergiften, terwijl voorkomen wordt dat een meestal toch al zwakke constitutie verder wordt aangetast door allerhande psychische spanningen. Indien u lange tijd te veel gerookt hebt, kunt u wel opeens wilskrachtig stellen hiermee geheel te stoppen, maar wanneer u van meer dan 40 sigaretten zonder meer op nul wilt overstappen en uw lichaam gewend is aan nicotine, kan uw lichaam opeens niet meer normaal reageren. Het is immers voor bepaalde evenwichten en processen min of meer afhankelijk geworden van de nicotine stimulans. Wat betekent dat de stofwisseling in de war kan komen, bloeddruk vreemd gaat doen en men in extreme gevallen niet alleen onbeheerst op de wereld gaat reageren, maar bovendien nog een hartaanval kan krijgen ook.

Ook hier is het voor het lichaam van belang een vervangende stimulus te vinden waardoor een langzame gewenning aan de nieuwe situatie mogelijk wordt. De psychische reacties zijn eveneens dermate sterk, dat er zeer veel wilskracht nodig is om deze te beheersen en te beseffen, hoe men zich tegenover anderen gedraagt. Sommigen onder u zullen nu denken dat je dergelijke effecten zonder meer met de krachten van de geest kunt opheffen. Theoretisch is dit zonder meer waar. In de praktijk blijkt echter veelal, dat dit niet haalbaar is.

Onthechting ten aanzien van bepaalde soorten voedsel is ook stoffelijk en geestelijk nuttig en begerenswaardig. Maar je zult dan in ieder geval vervanging moeten vinden, die zowel voor de gedachten als voor het lichaam aanvaardbaar is. Mogelijk wilt u voortaan geen vlees meer eten. Zeer goed. Maar uw lichaam heeft bepaalde stoffen nu eenmaal nodig en is aan een toevoer hiervan zonder meer gewend, zelfs in bepaalde samenstellingen en hoeveelheden. Wanneer u opeens geen vlees meer wilt eten, zult u in de voeding daarvoor toch een vervanging moeten vinden. Dit is mogelijk door het vlees te vervangen door noten – wanneer het lichaam in staat is deze in voldoende mate te verteren – kaas of dergelijke eiwitrijke zaken. Houd je geen rekening met de noodzaak tot lichamelijke gewenning in dergelijke gevallen, dan komen er altijd weer moeilijkheden en deze blijven zeker niet alleen tot zuiver lichamelijke kwaaltjes beperkt,

De reactie van het lichaam straalt uit naar het denkvermogen. Stel dat je een zwaar vleeseter bent en opeens wilt gaan mediteren, zodat je van de ene dag op de andere geen vlees meer eet om meditatie van de hoogste zuiverheid te bereiken. Maar na een weekje begint u te mediteren en in plaats van hoogste geestelijke waarden en krachten, marcheren door uw gedachten alleen nog maar dikke karbonaden, dampende biefstukken, geurige worsten enz.

Het is duidelijk dat een abrupte ontzegging zonder meer zinloos is en geen goede resultaten brengt. Wel kan men door een langzame ontwenning zich ook lichamelijk vrijmaken van gewoonten e.d. En hetzelfde geldt voor de psyché: bepaalde jarenlang gevolgde mentale instellingen en denkgewoonten terzijde stellen, is gemeenlijk alleen op een korte termijn te bereiken, wanneer men door een grote schok getroffen wordt. Iets wat maar zelden voorkomt.

Indien wij dus ook in stoffelijke zin over onthechting willen spreken, moeten wij wel beginnen met te constateren dat de grenzen van onthechtheid langzaamaan wijder kunnen worden, maar dat zij voor de doorsnee mens in het begin nogal dicht bij de bestaande norm liggen.

Onthechting omvat echter meer dan zuiver lichamelijke zaken en denkwijzen. Uw gehele menselijke maatschappij is opgetrokken uit gebondenheden. Je los zeggen van alle maatschappelijke en persoonlijke banden – noodzakelijk voor het bereiken van een werkelijke onthechtheid – zal alleen gemakkelijk zijn, wanneer je zelf daarin geen werkelijke emotionele bindingen kent.

Anders wordt het echter, wanneer bv. je eigen aanzien door de onthechting zou worden aangetast, of persoonlijke verhoudingen zouden worden verstoord. Een mens heeft nu eenmaal behoefte aan een vaste plaats en een zekere status binnen zijn gemeenschap. Indien deze waarden plotseling zouden wegvallen, zal hij dit alleen kunnen verdragen door daar iets tegenover te stellen. Hij zoekt een al dan niet reële vervanging en verandert in feite van binding, maar onthecht zich zelden onmiddellijk en geheel.

Denk aan banden als die tussen ouders en kinderen, tussen echtgenoten. Deze kun je niet zonder meer opeens terzijde stellen. Dit wordt nog moeilijker, omdat men aan de ene kant deze banden stoffelijk zal moeten blijven aanvaarden en toch gelijktijdig geestelijk geheel zou moeten erkennen dat zij geen betekenis hebben.

Wanneer men zonder meer probeert dit te doen, zal dit stoffelijk en geestelijk weer voeren tot een enorme belasting van het ik, die zelden zonder grote nadelen te verwerken is. Ook hieraan kun je zonder meer niet beginnen. Iemand die dit toch probeert te bereiken, zal over het algemeen zijn innerlijk evenwicht verliezen en voor delen van de werkelijkheid bovendien illusies in de plaats gaan stellen.

Soms lijkt een mens werkelijk geheel onthecht te zijn, tot je constateert dat hij zo verbeten gehecht is geraakt aan de pose van onthechting zelf dat hij om deze schijn te handhaven alle redelijkheid tegenover God, medemensen en zichzelf geheel uit het oog verliest. Wat natuurlijk niet aanvaardbaar is, wanneer men hiermee een geestelijke bewustwording of zelfs inwijding hoopt te bereiken. Ook hier liggen de grenzen nabij. Zij worden bepaald door je eigen geestelijke groei en de toename van je geestelijke vermogens. Er zijn wel degelijk grenzen gesteld aan de mogelijkheid tot onthechting. Een overschrijden daarvan is, gezien de gevolgen, niet aanvaardbaar of nuttig.

Om mijn onderwerp verder te kunnen uitwerken, moet ik nu punten aansnijden, die slechts zijdelings hiermee in verband staan. Om tot onthechting te komen, moet je weten wat je werkelijke gebondenheden zijn. En dit kun je eerst beseffen wanneer je weet wie je bent. Ik stel daarom dat het bereiken van een werkelijke onthechting mede gebaseerd zal zijn op het verwerven van een toenemende mate van zelfkennis.

Toch is zelfkennis op zich niet voldoende om tot resultaten te komen. Er moet ook sprake zijn van een grote mate van zelfdiscipline: de mens moet leren meester te zijn van zichzelf. De mens moet niet alleen maar begeerten kunnen beteugelen, maar ook zijn angsten kunnen overwinnen. Hij moet zijn emoties kunnen bedwingen, zonder deze teniet te doen. Hij moet dus langzaam maar zeker proberen een grote mate van meesterschap te verwerven over zowel zijn lichaam als zijn denken en het besefte deel van zijn geestelijke vermogens.

De uiterste grens van onthechting, die voor ons te bereiken is, ligt volgens mij op het ogenblik, waarop wij voor het eerst de cirkelgang van het leven geheel bewust leren gaan tot de top, tot het volle licht. Dan immers weten wij eerst dat wij zelf niets zijn en onze betekenis binnen het zijnde alleen aan deze kracht ontlenen, zodat al wat wij denken en zijn, een weergave dient te vormen van dit licht, van deze kracht. Ook wanneer wij vanuit het licht door de sferen afdalen tot de grote beperkingen van de stof en, zoals in een kringloop gebruikelijk is, ook het duister onder de stof doorlopen. Onthechting betekent dan dat wij door onze werelden niet beheerst worden en dus altijd van onszelf en de kracht, waaruit wij stammen volledig bewust blijven.

Op het ogenblik dat dit licht in ons tot de heersende factor is geworden en voor ons besef onze verbondenheid met alles bepaalt, is, naar ik meen, het grote raadsel van het bestaan opgelost. Een gehechtheid aan afzonderlijke delen van het geheel bestaat voor ons dan niet meer. Dan kennen wij nog wel zgn. tweedegraads gehechtheden, maar blijven ons van hun wezen bewust en worden daardoor niet meer in handelen, denken en bewustwording bepaald.

Wanneer wij dan op aarde leven, zullen wij nog steeds gehecht zijn aan bepaalde mensen. Maar deze gehechtheid zal ons gedrag niet meer domineren en ons handelen niet meer bepalen. De gehechtheid is dan alleen nog maar een soort dankbare erkenning.

Neem Jezus als voorbeeld. Als kind was hij zeker niet ongehoorzaam. Maar in de tempel liet hij zijn ouders rustig in zorgen zitten, ofschoon hij zich daarvan wel degelijk bewust was. Het gesprek met de wetgeleerden had voor hem op dat ogenblik een meer kosmische betekenis, ook al betreurde hij het ongetwijfeld zijn ouders moeilijkheden te bezorgen. De taak is het werkelijke leven en gaat boven alles. Wanneer zijn moeder hem later de les wil lezen over zijn optreden, zegt hij dan ook tot haar: “Vrouwe, wat heb ik met u van doen”. Toch hield hij van zijn moeder. Wat mogelijk nog het beste duidelijk wordt in de woorden, door hem aan het kruis gesproken tot Maria en Johannes: “Vrouw, zie uw zoon, zoon, zie uw moeder”. Zo troost hij beiden en helpt hen de emoties, die zij ten aanzien van Jezus voelen, over te brengen op een medemens, zodat de kruisdood van Jezus voor hen geen werkelijk ondraagbaar verlies meer behoeft te zijn.

Jezus is wel degelijk een onthecht mens. Toch is hij wel degelijk bewogen, wanneer hij bv. een zieke mens ontmoet. Hij kent geen banden die hem beletten kunnen ook maar iets van zijn besef en taak te veranderen, maar toch heeft hij interesse voor de bloemen op het veld, de vogels in de bomen, begrip voor een tollenaar en inzicht in het wezen van sommige farizeeën. Dit blijkt uit de evangeliën.

Hieruit kan men aflezen dat onthechting zeker niet, zoals vele mensen schijnen te menen, neerkomt op een jezelf vervreemden van de wereld. Het komt eerder neer op een onafhankelijk worden van elke onvolledige wereld. Mijn vraag is nu: hoe kan iemand werkelijk en geheel onafhankelijk worden van de wereld, wanneer hij niet eens zichzelf kent en dus zijn banden en mogelijkheden, zijn taak eventueel, niet eens beseft?

Indien u mij dus vraagt naar de grenzen van de onthechting zal mijn eerste wedervraag luiden: weet u al, wie en wat u werkelijk bent? Let wel: u behoeft dan niet al uw vroegere incarnaties bewust te kennen, of door te dringen tot het hoogste licht dat ook in u aanwezig is, maar om tot onthechting te kunnen komen, zult u toch tenminste enigszins moeten weten wat u werkelijk bent, wat er in u leeft, wat u werkelijk wilt en kunt doen.

Wanneer dit niet het geval is, zijn er eenvoudig geen grenzen te stellen, omdat de gehele onthechting dan leuze zonder werkelijke inhoud blijft. Alles wordt immers met het ik geïdentificeerd en vanuit het ik geïnterpreteerd. Een ego dat zichzelf echter kent, heeft een dergelijk zichzelf verbinden met uiterlijkheden niet meer nodig. Het is zich zodanig van zichzelf bewust dat het, zichzelf waarnemende als deel van het geheel, objectiever kan opstellen tegenover zowel zichzelf als de wereld.

Een onthechting die zonder dit bereikt zou kunnen worden, is in mijn ogen alleen maar een leuk sprookje, verteld door hen die zichzelf willen bedriegen om zich zo ten aanzien van anderen meerderwaardig te kunnen voelen.

O, ik weet wel dat er mensen zijn die zeer onthecht heten te leven, die zich afzonderen op bergtoppen, levende in ijle wolken, staande in een geur van heiligheid. Waarbij zij opgemerkt, dat je, wanneer je dichter bij dergelijke mensen komt, vaak moet constateren, dat die geur van heiligheid geen aangename geur is.

Deze mensen zitten in eenzaamheid en ten koste van grote offers heilig te wezen en zichzelf te vereren door goden aan te roepen en de verering van anderen te aanvaarden. Maar al ontzeggen zij zich mogelijk alles, in mijn ogen is dit geen werkelijke onthechting. Het is eerder een projecteren van eigen gevoelens van belangrijkheid op een ander dan het gebruikelijke niveau. Vaak blijkt dat een dergelijke mens nooit betekenis zou kunnen hebben als schrijnwerker of bv. koopman. Daar zouden zij tekortschieten. Maar als heilige voelen zij zich prima en kunnen aanzien en respect bij anderen verwerven. Vergeef mij deze opmerking. Mogelijk klinkt u dit als spot in de oren. Maar een dergelijke  poging belangrijkheid te verwerven door weg te vluchten in een schijnbare geestelijke meerderwaardigheid of uitverkorenheid komt onder de mensen zo vaak voor.

Een aardig voorbeeld van een echte onthechte heilige handelt over een dergelijke kluizenaar uit de tijd van Milarepa. De man werd als heilig vereerd door dorpelingen. Maar elke drie jaren verliet hij zijn kluis en verdween voor ongeveer een jaar. De mensen wilden natuurlijk graag weten, waar hij in die tijd vertoefde, sloegen hem gade, volgden hem en ontdekten dat hij dan naar een havenstad toe ging en daar als het ware in de goot leefde, arm, maar deelnemende aan alles wat het leven te bieden had. Maar na rond een jaar liet hij alles achter, ook zijn verdiensten en goederen, en keerde terug naar de bergen. Het is duidelijk dat de eenvoudige mensen hem hiervan een verwijt maakten. Anderen vroegen, waarom hij dit deed. Zijn antwoord was: Het is gemakkelijk onthecht en vredig te leven, wanneer niets je daarbij stoort. Maar de proef door te leven met alle mensen en als alle andere mensen, omringd door alle dingen, proevende van alle mogelijkheden, is de zwaarste die je jezelf kunt opleggen. Ook dan onthecht en innerlijk onberoerd blijven, ondanks alles is alleen mogelijk wanneer je het leven blijft erkennen zoals het waarlijk is en niet in dromen van stilte en vrede blijvend verzinkt. Wat een verkorte en vrije vertaling van het oorspronkelijke verhaal is. Deze wijsgeer zegt hiermee iets over de grenzen van de onthechting. In feite stelt hij: de grens van de onthechting ligt op het punt waarop je onberoerd nog het leven kunt blijven leven en aanvaarden, zoals het is.

Wat verder? Er zijn heel wat mensen die uitroepen dat zij zich willen onthechten. Mijn eerste vraag zou dan toch wel zijn: waarom eigenlijk? Waarvan wilt u zich vrijmaken? Meestal blijkt dat zij zich niet thuis voelen in de wereld en die achter wensen te laten. Maar van zichzelf, hun fouten, hun te persoonlijke aspecten, willen zij kennelijk liever nog geen afstand doen. Mijn raad zou in dergelijke gevallen zijn: probeer nu maar niet je van de gehele wereld te onthechten, maar tracht eerst maar eens werkelijk baas over jezelf te worden. Probeer niet, onverschillig te worden want dat streven zij in feite dan na, maar maak eerst eens steeds weer bewust uit, hoeveel en wanneer je zult eten en houd je aan hetgeen je zo gesteld hebt. Maak bewust uit wanneer je aandacht aan je medemensen zult geven en doe dit dan ten volle, maar bepaal ook, wanneer je alleen aandacht zult hebben voor innerlijke zaken en waarden. Blijf in die zelf gestelde perioden dan ook werkelijk onberoerd door de wereld, ongeacht de signalen die je lichaam daaruit ontvangt.

Leer u concentreren. Wanneer u onthechting nastreeft, leer mediteren. Ben je zover, probeer dan verder alles in je leven wat je overbodig voorkomt terzijde te stellen. Ik wil niet stellen dat u nooit een kopje koffie of thee moogt drinken. Maar één ding moogt u niet vergeten: het zijn stimuli, stoffen bevattende als cafeïne, looizuur e.d. Zaken, die uw organisme beroeren en stimuleren. Zolang u dergelijke zaken voor uw welbehagen van node hebt, klopt er iets nog niet met uw onthechting.

Onthechten betekent jezelf steeds meer van dergelijke dingen onafhankelijk maken. En wanneer u toch bezig bent: u behoeft zeker geen vegetariër te worden, maar wie innerlijk tot goede resultaten wil komen, zal er toch goed aan doen het aandeel van vlees in de voeding steeds verder terug te draaien. Op de duur ontdek je dan wel dat het eigenlijk niet eens zo heel smakelijk is. Want wanneer je smaak door het wegvallen van sterke en valse stimuli fijner wordt, ontdek je dat er nog heel wat andere dingen zijn, die de smaakpapillen op een veel verfijndere wijze strelen. Leer zeker in al deze zaken jezelf beheersen. Maar stel niet: ik zal nooit vlees eten. Anders bindt u zich aan een bepaalde levenswijze. En dit is in strijd met het beginsel van onthechting. Slechts wanneer u op grond van een ethische overtuiging vlees uit uw voeding bant en anderen geen overlast bezorgt door uw houding, kan ik met een volledig vegetarisme vrede hebben.

Bepaal zelf bewust hoeveel je zult eten, hoe lang je zult slapen e.d. Leer je lichaam ontspannen, opdat je zo nodig met een korte rustpauze genoegen kunt nemen. Bedenk dat Michelangelo gemiddeld niet meer dan 4 à 5 uren per nacht sliep en toch volledig uitgerust was en met de grootste concentratie wondermooie werken voortbracht. Napoleon kon het stellen met 3 à 4 uren ongestoorde nachtrust. Dus waarom zou u tussen de 8 en 10 uren slaap van node hebben om uitgerust te zijn?

Lang slapen is een gewoonte die tot schijnbehoefte wordt. Indien een mens leert hoe hij zich moet ontspannen, krijgt het lichaam de kans zich in betrekkelijk korte tijd te reinigen en te herstellen. Wanneer u voor het inslapen uzelf bewust ontspant, zult u ontdekken, eerder dan anders wakker te worden. Maar blijf dan niet nog even een uurtje in bed liggen, omdat het daar zo lekker warm is – ook al komen de dagen weer aan, waarin dit zeer verleidelijk kan zijn.

Leer uw eigen optimale periode van nachtrust bepalen. Gebruik desnoods in het begin een wekker. Na enige oefening hebt u dit niet meer nodig en kunt u uw lichaam eenvoudig het bevel geven, over zoveel minuten of uren te ontwaken. Meent u door dit kortere slapen te veel tijd over te houden, probeer dan eens in die tijd uw geest bewust uit te zenden, uw gedachten te laten versmelten met hogere krachten, begrippen en waarden, die je al mediterende in jezelf als belangrijk aanvoelt. Mediteer en contempleer maar wat meer. Dat is in ieder geval nuttiger dan al snurkende dromen over allerhande zaken die toch nooit zo waar kunnen worden. Want even blijven liggen, komt daarop maar al te vaak neer.

Train uw geheugen. Leer jezelf op te leggen, ook de ervaringen tijdens de slaap zo volledig mogelijk en dag-bewust te herinneren, te registreren. Leer je dromen en geestelijke belevingen tijdens de slaap of meditatie ontcijferen. Het is een deel van de zelfkennis die je nodig hebt om je in alle bestaan te kunnen beperken tot het wezenlijke. Probeer jezelf steeds weer in een spiegel te bekijken en probeer dit te doen als beschouwde u het beeld van een vreemdeling. U zult ontdekken dat u er anders uitziet, maar ook dat in uw trekken andere dingen verborgen liggen dan u tot dan meende. Meesterschap is noodzakelijk om ware onthechtheid mogelijk te maken. Word eerst meester over jezelf en ga dan pas over tot een volgende fase.

Onthechting dient eveneens te worden opgebouwd. U hebt het mogelijk wel eens meegemaakt dat iemand de gehele afwas ineens mee wilde nemen en hebt u geërgerd over de tijd die toen nodig was om alle scherven op te rapen. Een dergelijk gevaar bedreigt de mensen die zeggen zich van alles te willen onthechten en dan ook pardoes met alles tegelijk beginnen. De kans is groot dat zij reeds na korte tijd bezwijken onder de spanningen, die zij zo in en voor zichzelf hebben opgeroepen.

Kies bewust elke dag één punt, waarvan je je vrij maakt. Het is niet eens noodzakelijk dat u elke dag daarvoor hetzelfde punt kiest. Maar kies elke dag voor iets wat u bewust terzijde stelt. Zo leer je je beheersen en je bewust vrij te maken van invloeden van buitenaf. Neem u bv. eens voor, een gehele dag niet naar de radio te luisteren en geen tv te kijken en concentreer al uw belangstelling en waarnemingsvermogen die dag op uw medemensen. In het begin zal een dergelijke schijnbaar eenvoudige ontzegging tegenvallen en zult u onrustig worden wanneer u weet dat een bepaald concert op de radio klinkt, of een zo geliefde serie als bv. Peyton Place zich op het scherm ontrolt. Na enige tijd wen je er echter aan zelf te bepalen wanneer je al dan niet wilt kijken of luisteren. Je behoeft je die dingen dan wel niet geheel te ontzeggen, maar je blijft meester over jezelf en je bent beter in staat het gehoorde of geziene objectief te benaderen.

Het belangrijke hierbij is niet dat men slechts een beperkte tijd hieraan besteedt, maar dat men op de duur in staat is zonder gevoelens van frustratie zich af te wenden van dergelijke zaken, wanneer de omstandigheden of eigen innerlijk aanvoelen dit eisen. Stel jezelf taken als bv. een dag op te letten op alle verdriet van je medemensen, dit aanschouwende zonder meegesleept te worden. Kijk een volgende dag eens naar alle humor die u ook nu nog op straat kunt vinden. Op deze wijze leert u bewust uw aandacht richten, ontwikkelt u uw gevoeligheid voor schijnbaar onbelangrijke tekens. Neem elke dag afstand van iets anders. Op deze wijze school je jezelf. Doe dit ook met je lichaam. Neem je voor eens per maand te vasten en dan alleen water of wat vruchtensap te nuttigen. Je leert het beheersen van lichamelijke neigingen en draagt bij tot de gezondheid van je lichaam daar hierdoor ontslakking gemakkelijker plaatsvindt. Ook dit laatste voert tot onthechtheid, want de lichamelijke voedseldrang neemt af, je leert je beheersen en staat daardoor vrijer tegenover lichamelijke behoeften. Scholing van wil, denken en lichaam maakt het je steeds gemakkelijker afstand te doen van alle overbodigheid, je leert jezelf steeds meer tot de werkelijke essenties van leven en besef te bepalen.

Kom je verder met onthechting, dan zal het nodig zijn bewust te leren, ook andere krachtbronnen aan te boren dan de doorsnee mens pleegt te gebruiken. Elke mens haalt wel adem. Leer bewust ademhalen en u kunt in korte tijd zoveel zuurstof opnemen dat hierdoor het lichaam over grotere krachtsreserves en omzettingsmogelijkheden zal beschikken. Bij de ademhaling neemt elke mens een deel van de energie in de lucht rond zich in zijn lichaam op. Elke mens zet voedsel om en verandert een deel daarvan in energie. In vele gevallen neemt de mens echter minder kracht van buiten zich in zich op dan mogelijk zou zijn. Men is als het ware afgesloten en neemt een heel klein straaltje op, terwijl men zich door open te staan geheel met deze kracht zou kunnen vullen. Leer jezelf open te staan voor deze krachten door de kosmische krachten te beseffen, die rond je werkzaam zijn. Laat deze, wanneer zij harmonisch zijn, zonder beperkingen op je inwerken. Realiseer je hoe je een innerlijk evenwicht kunt bereiken, door voldoende harmonische kracht op te nemen. Want wanneer je dit evenwicht bereikt, heb je tevens jezelf de mogelijkheid gegeven verder bewust en snel te reageren op alle soorten krachten, die rond je in verschijning treden.

Het is niet noodzakelijk hieraan een gehele dag te werken. Voor de doorsnee mens is dit zelfs onmogelijk, maar oefen je in bewust ademhalen en openstellen bv. 15 min. per dag. Wees u van uw eigen lichaam bewust. Besef het ritme waarin uw hart klopt. Probeer dit gelijkmatig te houden. Wees u bewust van de ogenblikken, waarop door snelle bewegingen in het lichaam een zekere zuurstofarmoede optreedt. Probeer die dan niet door een snellere, maar door een bewuste diepere ademhaling te niet te doen.

Je wordt zo steeds meer onafhankelijk van invloeden en omstandigheden rond je, hebt geen hulpmiddelen meer van node, gebruikt je eigen vermogens optimaal. Want onthechting betekent niet zonder meer het zonder alles stellen, maar wel het vermogen het zonder alles, wat deel is van eigen ik te doen, wanneer dit nuttig schijnt of noodzakelijk is. Wat overigens gelijktijdig een grens stelt: U kunt zich niet onthechten, zodat het gehele lichamelijke bestaan geen rol meer speelt. Zolang u een lichaam hebt, bent u aan de stof verbonden. Zou je de stof geheel verwerpen, zo betekent dit een overgaan naar onze werelden.

Belangrijk bij dit alles is vooral dat u duidelijk beseft dat ook onthechting een kwestie is van training en ervaring. Wees niet bang voor emoties, maar leer deze beheersen opdat u bewust kunt besluiten of u deze zult uiten of niet en zo nodig te onderdrukken. Verdring emoties nooit, maar compenseer een niet uiten daarvan altijd door te beseffen hoe onbelangrijk of desnoods onredelijk zij zijn.

Een mens die dit alles weet te volbrengen, zal ontdekken dat de grenzen van de onthechting in de stof steeds verder komen te liggen. Er ontstaat een steeds groter deel van het bestaan, waarover je kunt zeggen: hier besef en beheers ik alles, hierover ben ik meester. Want onthechting betekent ook: meester zijn over hetgeen men niet meer als binding aanvaardt. Anders gezegd: onthechting bestaat uit een beheersen van jezelf en je bewust worden van je wereld in haar werkelijke gedaante.

Die onthechting blijft belangrijk wanneer u overgaat. Dan kunt u al snel aanvaarden dat vormen, ja, stemmen niet belangrijk zijn; bindt u zich daaraan niet meer en kunt u bewust lichtender sferen betreden. Tot u gaat beseffen: niets is werkelijk belangrijk buiten de harmonie, die ik voel tussen mijzelf en het andere. Dan leert u licht te zijn in het duister, leert u in het licht uzelf te beseffen en zult u niet bezwijken onder de steeds groter wordende last van de waarheid, maar zult u deze objectief beschouwend steeds verder en in harmonie toe kunnen laten tot de kern van uw eigen wezen. Dan zijn er geen kenbare grenzen meer aan de onthechting en hoe het eventueel verder gaat, zult u dan zelf moeten ervaren.

Vragen

  • Ik hoorde dat er eens een yogi was, die kon leven zonder enig voedsel te gebruiken. Kan dat?

Theoretisch is dit mogelijk. Zeker is, dat mensen die in een bepaalde toestand verkeren, lange tijd zonder voedsel kunnen leven. In de verslagen van een wetenschappelijke groep, die zich bezighield met Therese van Konnersreuth (Neumann) staat: wij hebben geconstateerd, dat zij tot en met 14 dagen geen voedsel van welke aard dan ook tot zich nam, terwijl zij per dag minder dan een vingerhoed vol vocht opnam. Toch vertoonde zij stigmata, die serum en een bloedachtig vocht afscheidden.  Haar lichamelijke conditie veranderde in die tijd niet.

Wanneer je de sleutel kent tot de kosmische kracht, ken je ook de sleutel tot de energie, waaruit uiteindelijk alles bestaat. Wie in staat is deze kosmische kracht bewust of zelfs deels onbewust tot zich te nemen, zal deze in eigen lichaam kunnen omvormen tot alles waaraan dit lichaam behoefte heeft.

Kortom: voor alle bestaan, in welke wereld of vorm dan ook, is alleen een beschikken over die kosmische kracht noodzakelijk, mits je dit proces beseft en beheerst dan wel door mystieke denkbeelden en belevingen dermate beheerst wordt, dat deze bewust of halfbewust de juiste omzettingsmogelijkheden scheppen. Wat erop neerkomt dat je iets dergelijks alleen kunt bereiken, wanneer je ontrukt bent aan de grenzen die de mensen plegen te stellen voor leven en de mogelijkheden tot leven.

Daar dit voor bijna alle mensen onbereikbaar pleegt te zijn, geloof ik niet dat de geachte vraagsteller lange tijd zonder voedsel zal kunnen voortleven zonder gelijktijdig lichamelijk overmatig te verzwakken. U zou bv. rond 17 dagen in hongerstaking kunnen gaan voor het werkelijk lichamelijk gevaarlijk voor u wordt, mits u over voldoende vocht kunt beschikken.

  • Kan bij een dergelijke vasten geen vergiftiging optreden door chemicaliën, die in de vetlaag zijn opgeslagen?

Mogelijk, maar niet zeker. Indien in de voeding vele stoffen zijn, die tijdelijk in de vetlaag worden opgenomen en deze stoffen giftig zijn, zal een aanspreken van deze vetreserves wel degelijk tot een vergiftiging van meer of minder ernstige aard kunnen voeren, waarbij vooral de nieren gevaar lopen.

Voorbeeld: reigers nemen met hun voedsel vaak sporen van landbouwgiften en voor het organisme schadelijke meststoffen op. Wanneer de winter zwak is, overleven zij. Is de winter streng, dan sterven zij, niet door algeheel gebrek aan voedsel, maar door het opteren van de vetlaag, die normalerwijze een soort voedselreserve betekent, maar nu de giften loslaat in het lichaam. Het door u gestelde geldt dus alleen, wanneer de betrokkene bij voortduring voedsel tot zich heeft genomen, waarin dergelijke vergiftigde stoffen aanwezig waren. Mogelijk is dit voor u een reden meer bewust uw voeding te kiezen en rekening te houden met het feit dat daarin soms resten van giftige stoffen aanwezig kunnen zijn.

Opgemerkt zij dat iemand die leert de krachten uit de kosmos tot zich te nemen, zich evenwichtig voedt en innerlijk redelijk harmonisch is, dergelijke gifsporen niet pleegt op te slaan, maar bv. tijdens de door mij aanbevolen reiniging van het lichaam middels vasten pleegt uit te stoten, zodat het genoemde gevaar niet aanwezig is.

  • Zou je als normaal etend mens in deze maatschappij dan nog 17 dagen kunnen vasten zonder schade?

Dit was een persoonlijke mogelijkheid. De duur van vasten zonder dat schade ontstaat, loopt bij verschillende mensen nogal uiteen. Er zijn mensen voor wie een totale vasten van rond een week het uiterst mogelijke is. Daarna ontstaan onevenwichtigheden in het organisme, die steeds meer toenemen bij een verder vasten. Indien gifstoffen in de vetlaag aanwezig zijn, zullen deze dan ook reeds na rond een week vrij kunnen gaan komen. Andere mensen daarentegen kunnen een totale vasten wel 4 weken zonder schade volhouden, mits zij over voldoende vocht beschikken, voor hun organisme onevenwichtig begint te worden. Is er geen vocht verkrijgbaar – kan men dus niet drinken of door de huid enig vocht opnemen – dan ligt de grens tussen 3 dagen en 11 dagen. Daarna is het lichaam reeds dermate vervallen dat het zelfs met de meest moderne middelen moeilijk is het in leven te houden en herstel een langere tijd zal vergen.

  • U stelt dat het verstandig is, je begeerten onder controle te brengen, maar vertelt ook van een heilige die na 3 jaren heiligheid zich voor een jaar terugtrok en zich overgaf aan zijn begeerten, hiermee kracht opdoende om zo de volgende drie jaren weer in ontzegging als heilige te kunnen leven.

Indien u het zo interpreteert, heb ik ongewild een groot misverstand veroorzaakt, dat ik blij ben nu recht te kunnen zetten. Ik wilde duidelijk maken dat het voor die man gemakkelijk was onthecht en beheerst te leven in zijn eenzaamheid. Maar dit betekent wel dat hij steeds minder geneigd en in staat zal zijn, alle invloeden rond hem te herkennen en te beheersen. Hij leeft geheel zijn eigen, voornamelijk innerlijk bestaan.

Daarom leefde hij na 3 jaren van dit vredige bestaan, een jaar in een havenplaats en tussen de laagste klasse. In de goot – zo drukte ik dit uit. Hij erkende dan alle dingen van de menselijke maatschappij, had daaraan soms deel, wanneer dit, gezien zijn leefwijze, nuttig of noodzakelijk was, maar werd er niet door beheerst. In dergelijke omstandigheden onthecht te blijven en geheel meester van jezelf te blijven, betekent een vuurproef, die deze heilige zich regelmatig oplegde. Want alleen hij, die weet en ervaart, kan waarlijk beheersen en kan waarlijk zijn onthechtheid ervaren en beproeven.

Er zijn mensen die stelen iets verschrikkelijks vinden. Maar zij hebben nooit honger gehad en geen middelen om die te milderen. Eerst wanneer zij onder gelijke omstandigheden zouden leven als de dief en toch niet zouden stelen, zouden zij hun vaak toch wel harde oordeel kunnen rechtvaardigen. Trouwens, met die zelfbedieningszaken van tegenwoordig lokt men volgens mij diefstal uit. Er staat: Help u zelf. Maar als je het dan ook doet, ben je een dief en moet je gestraft worden. Volgens mij is in dergelijke gevallen de verkoper even schuldig als de dief.

Het is gemakkelijk een “goed mens” te zijn, wanneer je geen redenen hebt om het tegenovergestelde te zijn. Werkelijk goed is eerst degene die het kwade kent, de mogelijkheid tot het kwaad krijgt en dan toch zijn weg volgt ten goede. Dit wilde ik met dit voorbeeld benadrukken: Onthechting is niet moeilijk wanneer je toch niets hebt. Maar omgeven door vele mogelijkheden, bezit hebbende, omgeven door medemensen, waar je voor zou kunnen voelen, is het moeilijk. Of om het nog eens anders te zeggen: wie de zonde niet kent, is niet waarlijk deugdzaam.

  • Bij mijn eerste vraag is het niet eten, niet belangrijk, maar bewijst het wel de volkomen beheersing van de geest over de stof.

Wat ons in de richting brengt van de arcana, de zeer geheime wetenschappen. En daarover kan ik hier natuurlijk niet alles zeggen. Dat zult u begrijpen. Laat mij het dan maar als volgt stellen: Het ik zelf is in essentie kosmische kracht, die op een bepaalde wijze ten aanzien van de rest van de kosmische kracht zich begrenst. De wil die daarin berust, is een vermogen de relatie met het andere deels zelf vast te stellen. Dit houdt een beheersing in ten aanzien van alle andere kosmische krachten, waarin niet een soortgelijke wil aanwezig is.

Uitgaande hiervan kun je zeggen: wil veronderstelt besef en besef een vorm van wat men op aarde denken noemt – bewustzijn dus. Hierdoor wordt het beheersen van die kracht mogelijk zover er besef en voldoende wil aanwezig is. En daar deze kracht overal de basis van vormt, ook van de materie, is het dus mogelijk dat een ik met voldoende bewustzijn en wil ook de materie beheerst.

Ook wetenschappelijk komt men eens zo ver dat men de allerkleinste delen nog ontledende, zal moeten erkennen dat de kern van de materie energie is, die een betrekkelijk korte tijd in tijd – ruimte in een bepaalde vorm bestaat om dan opeens ofwel op een andere plaats op te duiken – het “baanspringen” van elektronen bv. – ofwel zich schijnt op te lossen – zoals delen van het proton. Dit maakt het gestelde volgens mij nog aanvaardbaarder. Wat impliceert dat eens zelfs bewezen zal kunnen worden, hoe en waarom een geest – wil plus bewustzijn – meester is over de materie, omdat zij de kracht dwingen kan op een bepaalde wijze te verschijnen.

Om verwarring te voorkomen, laat ik het hierbij, ofschoon dit maar een eerste begin is van de werkelijke verklaring. Dit zal u echter, naar ik aanneem reeds voldoende zijn.

Daar ik nog wat tijd over heb, kan ik nog de vragen beantwoorden, die schriftelijk werden gesteld. Ik zal dit samenvattend doen.

  • Boek over het “gesprek met de doden”

Ik heb hierover inderdaad gehoord. Een gesprek met de levenden, die men op aarde doden noemt, is inderdaad mogelijk, zowel met als zonder technische middelen. Als je dood bent, bezit je nog hetzelfde bewustzijn, maar leeft onder andere omstandigheden. Op het ogenblik dat voor een dergelijk bewustzijn door menselijke of andere vormen van energie, velden of stromingen een overdrachtsmogelijkheid wordt geschapen, is een dialoog inderdaad mogelijk geworden.

Helaas zijn er heel wat mensen, die hun ervaringen op dit gebied nogal opsieren en vaak ook te veel dramatiseren. Zij proberen ook vaak het voor ons vanzelfsprekende zodanig nadrukkelijk te bewijzen, dat hun betoog voor een kritisch beschouwer ongeloofwaardig wordt. Voor delen van het door u genoemde boek geldt dit bezwaar volgens mij inderdaad. Maar de poging de juistheid van eigen stellingen te bewijzen impliceert nog niet dat de rest van het gestelde daarom opeens onjuist of onaanvaardbaar zou zijn.

Daar ik reeds de mogelijkheid van communicatie met technische middelen aansneed, mag ik meteen wel stellen: Een geest is een vorm van energie. De astrale wereld is een vorm van fijne materie, die energie kan bevatten. De geest kan hierdoor het astrale beheersen en eventueel vormen en aanpassen aan zijn behoeften. Hierdoor zijn ook fijnstoffelijke vormen van energie op te wekken. Dit betekent dat astrale materie tot drager kan worden gemaakt van spanninkjes, die bovendien in sterkte zeer snel kunnen fluctueren. Deze spanninkjes kunnen dan gebruikt worden om stroompjes van zeer geringe kracht te doen ontstaan, maar kunnen ook worden ingebracht als een modulatie in een gelijkspanningsveld.

Een andere mogelijkheid voor deze vorm van door de geest beheerste energie is remodulatie, dus het opnieuw moduleren van een reeds bestaand signaal. Denk aan de oude tekenfilmtechniek, waarin bv. een stoomfluit moet spreken. De stem is een man die aan het strottenhoofd een soort koptelefoon draagt. Hierop wordt de trilling van een stoomfluit uitgezonden met aanmerkelijke kracht. De man geeft nu zelf geen werkelijk geluid, maar vormt wel terwijl hij zijn adem uitstoot, klankloos de nodige woorden. Het resultaat is, dat de trilling van de stoomfluit geremoduleerd wordt. In het eindsignaal “spreekt” de stoomfluit dus. Een geest kan iets dergelijks doen. Hij neemt nogal gelijkblijvend geluid met voorzienbare modulatie, bv. de ruis van een radio. Hij remoduleert nu deze ruis door zijn eigen inbreng daaraan toe te voegen. In feite blijft de ruis dus als een soort draaggolf aanwezig, maar zoals de trilling van de stoomfluit door de stembanden tot woorden werd gemaakt, zo wordt de ruis door de modulatie een soort “spreken”. Is de modulatie sterk genoeg, dan zal de toehoorder de ruis zelf bijna niet meer beseffen. Hij “hoort een stem”. Een verandering in de draaggolf kan dit effect echter tijdelijk of blijvend verstoren.

Iets dergelijks kun je als geest doen, wanneer je een gelijkspanning tussen twee punten hebt van bv. 100 V. Denk aan een open condensator. Die platen mogen dan verder zodanig afgeschermd worden, dat er geen signaal bij kan komen, geen elektrische storing, geen radiogolf. De geest werkt middels het astrale en daardoor onder andere dimensionale omstandigheden. Hierdoor is het mogelijk de eigen kleine stroompjes in het diëlektricum tussen de platen te injecteren. Hierdoor ontstaan kleine spanningsvariaties die afleesbaar zijn, dankzij de draaggolf.

De maximale prestatie bedraagt enkele microvolts. Door versterking van goede kwaliteit kan men echter het signaal zodanig opvoeren dat het een luidspreker activeert, die dan bv. een stemgeluid zal weergeven. Stemeigenschappen kunnen langs deze weg duidelijker worden gegeven, maar het procedé vergt van de geest meer inspanning dan het eerstgenoemde. Daar alle energie in basis gelijkwaardig is, kan de geest in bepaalde gevallen ook gebruik maken van bestaande elektrische of magnetische velden, maar evenzeer van verstoringen van het lucht-aarde potentiaal, of storingen van het aardmagnetisch veld, mits deze van langere duur zijn – minuten. Dus elke beschikbare draaggolf kan, mits bereikbaar, gemoduleerd worden onder voorwaarde dat de betreffende geest dit kunstje zelf kent, dan wel wordt bijgestaan door een helper die de methode beheerst en als het ware als doorgeefstation optreedt.

Wat dan meteen een verklaring is van het feit dat soms op bandrecorders e.d. vage, vaak ruisende stemmen uit de geest worden vastgelegd, waarbij zij opgemerkt, dat door de invloed, die zelfs een geringe fluctuatie van de draaggolf heeft op deze mogelijkheid, het meestal beperkt blijft tot fragmenten van mededelingen; ofschoon er gevallen zijn geweest, waarin het mogelijk bleek niet alleen een volledige boodschap af te geven, maar zelfs de geest op de afgelezen reacties kon ingaan, zodat een tweezijdig contact ontstond.

Dit laatste blijkt echter praktisch alleen mogelijk te worden, wanneer degene, die het apparaat bedient, een zeer sterke uitstraling heeft en op het fenomeen sterk geconcentreerd is. De uitstraling kan dan gebruikt worden om fluctuaties in de draaggolf te compenseren.

Waarmee ik aanneem dat beide vragen die u nog in voorraad had, nu beantwoord zijn. Willen de aanwezigen hierop nog reageren?

  • Welke dienst bewijst men de doden die doorkomen daarmee eigenlijk?

Ik weet niet of het begrip dienst juist gebruikt wordt. Maar er is sprake van een soort profylactische werking, soms zelfs een catharsis bij de betreffende geesten. Het vermogen je uit te drukken op de aarde, waarop je je nog richt – op welke wijze dan ook – kan de dwanggedachten over eigen isolement verbreken en zo een aanvaarding van eigen werkelijke wereld voor hen eenvoudiger maken. Wat overigens ook de voornaamste reden is voor de hulp die van onze zijde nog steeds wordt verleend aan meer persoonlijke contacten en redding seances.

Deze contacten zijn dus niet op zichzelf van belang, maar dragen bij tot een verbreken van de bijna monomane gerichtheid op een enkel aards aspect of zaak bij de geesten die zich zo kunnen uiten. Het gevolg is, dat de eigen geestelijke wereld duidelijker wordt aanvaard, zodat de persoon in kwestie ook de mogelijkheden daarvan beter gaat beseffen.

  • U sprak over “ruis”. Is het mogelijk dat bepaalde profeten, die de Stem Gods hoorden, deze vernamen in het ruisen van de wind?

Mogelijk is het wel. Wonderlijk is echter dat dergelijke boodschappen door die profeten voornamelijk werden ontvangen in een omgeving, waar de geluiden van de buitenwereld zeer zwak waren, dan wel een verstoring van geluidssterkte opeens optrad: God openbaarde zich aan Mozes in een bulderende storm, maar sprak tot hem vanuit een suizelende stilte. Door de overgang tussen sterk geluid en stilte ontstaat een tijdelijke overgevoeligheid voor sommige trillingen, die m.i. dan middels modulatie van zelfs de stroom van eigen bloed – bloedruis – tot het “horen” van een stem kan voeren.

Tweede deel:  Inwijding

Ook dit tweede deel van de bijeenkomst is bestemd voor een door uzelf te stellen onderwerp.

  • Kunt u iets zeggen over het begrip inwijding? Is het dagelijkse leven mogelijk een voortdurende vorm van inwijding?

Inwijding: Een groot woord dat eigenlijk betekent dat je wereld groter wordt. De betekenis van de dingen verandert. Wanneer je in de alledag leeft en dit enigszins bewust doet, zal je al meer gaan begrijpen, zal je de dingen op de duur ook anders leren zien.

Je zou met enige goede wil het dagelijkse leven wel een soort inwijding kunnen noemen. De moeilijkheid is echter dat hierbij niet alleen stoffelijke, maar ook vele onstoffelijke zaken een rol gaan spelen. Wie weet eigenlijk wat inwijding in de gebruikelijke betekenis is? In feite kan dit begrip in zijn volle betekenis alleen middels symboliek enigszins worden weergegeven.

“Hij, die weet hoe hij de draak met de drie koppen moet overwinnen, hij die weet hoe hij de trap moet beklimmen, hij die door de zeven poorten is gegaan, hij die het machtwoord kent, waardoor zelfs de slang gehoorzaamt, beseft de eeuwigheid. Hij is de ware ingewijde”.

Leuke dingen voor de mensen, maar wat doe je ermee? Werkelijke inwijding kun je in feite niet uitbeelden. Als u leert lezen, zou u dit echter ook als een soort inwijding kunnen beschouwen. Opeens wordt de gehele wereld van alles, wat er geschreven en gedrukt is, voor je toegankelijk, je mogelijkheden nemen toe, vele soorten van kennis liggen opeens binnen je bereik.

Nu heeft de kosmos een soort eigen schrift, een soort eigen taal, waardoor vele geheimen opeens begrijpelijk en zinvol worden, wanneer je die leert verstaan. Neem als voorbeeld maar de bezielende krachten van sterren en planeten en de wonderlijke functieverdeling, waardoor een bepaalde macht gelijktijdig eerste dienaar van de zon en heerser van de maan kan zijn. Bezie je dergelijke gegevens menselijk redelijk, dan zijn zij onlogisch, zinloos, bijgeloof. Maar wanneer je de essentie van het levende leert begrijpen, blijkt je opeens dat al die gestalten en benoemde personae in feite slechts een uitbeelding vormen van de werking van werkelijke krachten, die wel degelijk in de kosmos bestaan en een belangrijke rol spelen. Dan kun je het hele gebeuren ook op een andere wijze lezen. Dan wordt bv. de astrologie, in plaats van een speculatieve pseudo ervaringswetenschap, zoals men haar vaak aanduidt, tot een mogelijkheid om evenwichten van kosmische krachten en de werking van persoonlijkheden af te meten, zoals zij werkzaam zijn in de ruimte, maar ook zoals dit geheel inwerkt op aarde.

Is het menselijk gezien een inwijding, wanneer je zo ver doordringt in de structuur van de kosmos? Misschien, volgens sommigen wel, volgens anderen niet. En toch. Wie ziet, hoe het menselijke organisme pleegt te corresponderen met een aantal invloeden die aan de hand van de sterren berekend kunnen worden, zal geneigd zijn toe te geven dat hier inderdaad een soort van inwijding heeft plaats gevonden.

Wat ik bedoel? Wel, als voorbeeld: u bent geboren onder een bepaald sterrenbeeld en hebt een bepaalde ascendant. Aan de hand van deze gegevens is het al mogelijk om te zeggen wat lichamelijk uw sterke en zwakke kanten zijn. En daar dit zo vaak klopt, dat het alle normen van de waarschijnlijkheidsrekening te boven gaat, zal men moeten toegeven dat er een relatie bestaat tussen de mens en de hemellichamen. Want anders zou dit aan de hand van die astrologische gegevens toch niet vast te stellen zijn. Er zijn trouwens andere wonderlijke samenhangen te zien. Wanneer in een streek bepaalde ziektebeelden regelmatig optreden, blijkt gemeenlijk ook een geneesmiddel van natuurlijke aard in die streek aanwezig te zijn of zelfs te groeien.

Velen beschouwen dit als bijgeloof, denken dat de eigenschappen van eenvoudige kruiden – vaak zelfs als onkruid beschouwd – sterk overdreven worden. Maar dit komt omdat zij niet onbevooroordeeld zijn. Ga maar eens na wat uw eigen voorvaderen in deze buurten zoal wisten te bereiken met een nederige plant als de weegbree. Besef dat dit ook nu nog mogelijk is. Misschien spreekt u dan niet meer zo vastberaden over bijgeloof e.d.

En wanneer u dergelijke zaken in vele streken nagaat, zult u met verbazing constateren dat de geneeskundige en andere eigenschappen van eenvoudige kruiden ook daar aangepast schijnen te zijn aan de behoeften van de mensen die er wonen. Dit wijst toch op een redelijk niet te definiëren band tussen bewoners en planten. Geen wonder dat men vroeger het verwerven van kruidenkennis ook wel als een vorm van inwijding beschouwde.

Wat ik genoemd heb, zijn in feite stoffelijke zaken. Het belangrijke daarvan is wel dat zij relaties schijnen aan te duiden die niet redelijk te begrijpen zijn en dus ook niet gemakkelijk te verklaren zijn.

Wanneer je ingewijd wordt, dring je door in een gebied van waarnemen en beseffen, waarbij de wetten die dergelijke verbindingen tot stand brengen, je duidelijk worden. Wat natuurlijk maar een zeer eenvoudige uitleg is en de werkelijke wereld van de ingewijde alleen maar aanduidt zonder die “andere” wereld, waarin hij leert zich te bewegen en te leven, ook maar enigszins recht te doen.

Niet voor niets heeft men de gewoonte te spreken over vele graden van inwijding. Want wanneer u leeft op aarde zult u de mogelijkheid hebben steeds meer dingen te leren begrijpen. Op het ogenblik dat u door dit alles uw eigen bestaan en wereld op een andere wijze leert beseffen, kan gesteld worden dat u een soort “inwijding” ondergaat.

Vele mensen zeggen dat je pas ingewijd wordt door het vernemen van het geheime woord. Maar neen, dat is niet helemaal juist. Ofschoon geheime woorden in vele inwijdingsriten voorkomen, zijn zij in feite niet veel meer dan een aanduiding en erkenning van een innerlijke verandering die zich reeds voltrokken moet hebben. Zonder dit zou het woord zinloos en ledig blijven: mogelijk een soort machine in trillingen opgebouwd, waardoor het een of andere voor je mogelijk wordt, maar toch geen sleutel tot werkelijk begrip, geen aanduiding van een gehele nieuwe wereld vol ervaringsmogelijkheden.

Vaak zijn proeven, die men moet afleggen, veelzeggender dan het gehele volgende ritueel. Denk maar eens aan de eenvoudige tekening, waarmede je jezelf probeert uit te drukken, zoals die geëist wordt bij bepaalde vrijmetselaarsinwijdingen of de beschrijving van innerlijke belevingen, zoals men die vraagt bij bepaalde rozenkruisers inwijdingen.

Wat is dit anders dan een volgens, een bepaalde formule kenbaar maken van een ontwikkeling, die zich in je heeft voltrokken, een weergeven van iets, wat er in je is gebeurd? Met andere woorden het is altijd een geleidelijk proces, niet iets wat zich met een enkele donderslag voltrekt. De inwijding is een verandering in het ik, die zich langzaam voltrekt als gevolg van een zwoegen, dat lang kan aanhouden.

De moeilijkheid is bij dit alles, dat het bijna onmogelijk is, om het wezen van een werkelijke inwijding duidelijk te maken aan een niet-ingewijde. Wanneer je dan toch het onderwerp probeert te benaderen tegenover een in dit opzicht heterogeen gezelschap grijp je haast onwillekeurig terug naar de oude wijsheden uit Oosten en Westen, in de hoop zo toch althans enigszins beleefbaar iets omtrent het wezen van een inwijding uit te beelden.

In India leefde een koning—filosoof die openstond voor alle dingen en zelfs christelijke zendelingen aan zijn hof heeft ontvangen, die zelfs nu in vele kringen nog geldt als een volbewuste, een ingewijde. Deze denker omschreef zijn begrip van inwijding als volgt: Een berg opgaan en het dal zien, dat aan de andere kant ligt; je verheugende over het bereikte en wetende dat je afdalende zo dadelijk wederom zult klimmen en weer nieuwe dalen zult aanschouwen.

Een ander heeft gezegd: Inwijding? Dat is de trap die naar de hemel voert, de trap waarvan Jakob reeds droomde. Het denkbeeld van opgaan langs de levensboom, maar ook de poging van de mensen om dichter bij de goden te komen, zoals de bekende toren van Babel, wijzen in eenzelfde richting van denken. Maar wie het bouwwerk verwart met de bereiking, zal zelf het contact verliezen met goden en mensen.

Ik heb trouwens gehoord dat u in den Haag ook een soort torengebouw “Babylon” krijgt. Een zeer passende uitdrukking, die de verwarringen van bouw en zaken in deze tijd perfect weergeeft: men bouwt, maar verstaat de anderen niet voor wie men beweert te bouwen.

Toch geldt voor de ingewijde de oude leus van de trap der filosofen: Ik stijg moeizaam en aanvaard zelfs een mate van bewegingsloosheid om de wereld rond mij te leren zien, zoals zij werkelijk is.

Sommige mensen spreken in verband met inwijding over de sferen van engelen. Inderdaad bestaan er dergelijke geestelijke gebieden, waarin heel wat wezens leven die niet meer gehoorzamen aan de beperkingen, die u als mens zo onontkoombaar schijnen. De geest van de mens kan, zelfs tijdens een lichamelijk bestaan, inderdaad binnentreden in deze geestelijke lichtwerelden. Maar dan dient men wel eerst innerlijk de juiste houding gevonden te hebben, zo harmonisch, dat men zelfs de eigen angsten in het gelaat kan zien. Wanneer het u zou gelukken een dergelijke wereld geestelijk te betreden, kunt u dit een inwijding noemen, maar is dat dan werkelijk een inwijding?

Ik geloof dat het effect van een werkelijke inwijding nog het beste omschreven kan worden in de termen van het Egyptische dodenboek: Wanneer de ziel langs alle hindernissen tot de hof der goden is gegaan, komt zij voor haar rechters te staan. Haar daden worden nauwkeurig gewogen: de goede in de ene, de slechte in de andere schaal van de waag. Maat geeft dan nog de veder der genade in de weegschaal van het goede. En nu komt het: wanneer de rechteren de gestorvene aanvaarden, kijkt hij rond zich en zie, hij, die zo-even slechts tot de voeten van de goden reikte, ziet zich nu zo groot als zijn rechters. In twee varianten van het dodenboek komt dit aspect heel duidelijk tot uiting, ofschoon er meerdere versies bestaan. Het leuke is dat je eerst opkijkt tegen de dingen, deze als onmetelijk groot, onoverwinnelijk en onoverzichtelijk beschouwt, om dan opeens te beseffen: vreemd, hier hoor ik thuis, dit alles behoort bij mij. Dit is alles mijn formaat Volgens mij is dit het wezen van een inwijding: een schijnbaar reusachtige en onoverzichtelijke wereld betreden om opeens te beseffen dat je hier werkelijk thuis bent, dat alles te overzien is.

Maar mensen hebben inwijdingen op vele wijzen beschreven. De beschrijving van de inwijding van een kabbalist uit rond 1640 drukt het weer anders uit:

Hij overwon zichzelf. De heilige letter grifte zich in zijn voorhoofd. Hij ging op weg, niet wetende waartoe hij werd gedreven. De wereld was grauw, rond hem gingen de schimmige legers van gestorvenen. Hij zag rond zich de machten die de aarde beheersen en zij gingen voorbij. Zijn voeten droegen hem verder en zijn voeten klonken als ijzer op ijzer, terwijl hij door de natte aarde ging. Toen ontwaakte hij en was terug in zijn wereld. En even zuchtte hij, want hij zag zijn taak.

Deze alchemistisch-kabbalistische beschrijving van een inwijding – uitgegeven in 1643 in Duitsland – dit opdat u niet denkt, dat ik dit alles zelf maar even verzin, maakt de inwijding tot een terugkeer tot je eigen bestaan, maar dan wel met een verruimd besef, een innerlijke verandering, die de eigen relatie met de wereld, zowel als met het Al, nieuw doet beseffen in termen van noodzaak en feit.

Mensen hebben een verkeerd beeld van de ware ingewijde. Zij menen dat hij over grote macht beschikt en met een enkel hocus pocus het verkeer zo perfect kan regelen, dat er geen files meer voorkomen of iets dergelijks. Kortom: zij denken in termen van stoffelijke en magische macht, in termen van aanzien. Maar juist die dingen zijn voor de ware ingewijde niet meer belangrijk. Zij zijn immers alleen verschijnselen, symptomen, meer niet. De ingewijde zal dergelijke problemen niet eens willen oplossen. Hij zal beseffen en stellen dat de werkelijke kwaal in de mensen zelf ligt, zodat zij innerlijk dienen te veranderen. Elke ware ingewijde zal beseffen dat innerlijke relaties belangrijker zijn dan uiterlijke verschijnselen, dat elk evenwicht in de mensenmaatschappij dat duurzaam is, op innerlijke waarden gebaseerd dient te zijn. Hij leert dan ook alle verschijnselen in termen van innerlijke waarden te vertalen, te spreken in termen van innerlijke kracht, zelfs wanneer hij spreekt over uiterlijke fenomenen.

Over inwijdingen kun je nog zoveel zeggen. Maar waarom eigenlijk? Het is een innerlijk opgroeien tot volwassenheid en of u het beseft of niet, u bent daarmee elke dag opnieuw bezig. U zou reeds nu veel verder kunnen zijn, wanneer u maar zou leren afstand te nemen van de uiterlijkheden en alleen te letten op de werkelijke waarden, oorzaken en veranderingen rond u.

Maar u bent verweven met eigen wereldje en hebt een werkelijkheidsbegrip opgebouwd, dat kan worden uitgebeeld door een mens, die vele spiegels rond zich groepeert om dan, daarin kijkende, uit te roepen: wat zijn er toch altijd veel mensen om mij heen. U ziet te weinig van het andere, dat rond u is. U ziet uzelf in allen en alles, maar beseft dit niet. Wanneer je door de spiegels heen leert kijken, zul je beseffen dat daarachter een andere, meer wezenlijke wereld ligt, die niet zo begrensd is. Dan vindt u inwijding, ook al denk je zelf misschien nog steeds dat je niet veranderd bent. Want die verandering voltrekt zich zo geleidelijk, dat ze je ontgaat. Maar wel zul je opeens zeggen: Mijn God, is dat nu mijn wereld?

Dat kan ook door het dagelijkse leven. Inwijding is langs vele wegen mogelijk, persoonlijk, langs Oosterse wegen, middels oude geheimscholen. En elke weg  brengt zijn eigen mogelijkheden en moeilijkheden. Kies dus de weg, die bij u past.

image_pdf