De theorie van de profetie

uit de cursus ‘Voorspellingen (hoofdstuk 3)  – november 1979

De theorie van de profetie

Wij weten allemaal wat profetie is: voorspelling. Maar wat daar achter schuilt en welke mogelijkheden er achter verborgen zijn dat ontgaat de mens nogal eens. Toch, als je goed wilt begrijpen wat er zich precies afspeelt, dan moet je ook de theorie kennen die er achter zit. Daarmee zullen we in ieder geval in deze les een begin gaan maken.

Als we kijken naar de tijd, dan is tijd op zichzelf een verschijnsel dat door de mens zelf mede wordt bepaald. Anders gezegd: de tijdgebondenheid bestaat voor een groot gedeelte in ons denken en voor een betrekkelijk klein gedeelte in de feiten buiten ons.

Dan is er nog een tweede punt. De dingen buiten ons bestaan, omdat wij ze zo benoemen. Zoals de Duitser zo mooi zegt: ‘das Ding an sich’ is eigenlijk niets anders dan onze voorstelling van een op zich niet volledig kenbaar geheel. De situatie waarin u zich bevindt is deze:

U leeft in een wereld waarin de feiten maar beperkt constateerbaar zijn. U leeft in een wereld waarin de tijd voor een groot gedeelte uit uzelf stamt en dus door uzelf kan worden uitgeschakeld. Als u dit gaat begrijpen dan is het ook gemakkelijker in te zien waarom iemand in de toekomst kan zien.

Die toekomst is eigenlijk al voor een deel gefixeerd. Als wij nu ons tijdsbesef uitsluiten, dan zien wij een gefixeerd deel van de toekomst. Dat is een beperkt gedeelte dat meestal niet meer dan 30 tot 40 % van de ontwikkeling bedraagt. Op grond van onze eigen wereldvoorstelling vullen we dan die waarneming aan en komen zo tot het visioen of de profetie: het weergeven van die toekomst. Wij krijgen dan ook gelijk; aangezien nu eenmaal het percentage dat juist is over het algemeen overheersend is. Ik kan het ook anders stellen:

Ik weet niet of u bekend bent met de intelligentieproeven van ratten. Hiermee probeert men een rat zodanig te dresseren dat hij een vaste weg kiest. Nu komt hij bij een splitsing van zijn weg. Men kan nu een deel van die splitsing ontoegankelijk maken door te zorgen dat het dier een lichte elektrische schok krijgt. Hij kiest dan het andere pad en raakt eraan gewend. Maar stel nu dat men ook die tweede weg van een dergelijk prikkelsignaal voorziet. Eerst zal de rat teruggaan. Hij zal dat meermalen herhalen en dan probeert hij of die andere uitgang open is. Is ook deze niet open, dan komt het dier in een toestand waarin het niet meer kan reageren. Vanaf dat ogenblik houdt de rat op als rat te reageren. Dat wil zeggen dat zijn hele benadering van het probleem: hoe krijg ik mijn voedsel uit het doolhof? een andere wordt. Het dier blijkt dan opeens de neiging te hebben om zich met geweld een weg te banen. Het blijkt ook dat het dier daarnaast soms op de een of andere wonderlijke manier het voedsel bereikt zonder dat je weet hoe. Je kunt niet zien hoe hij de tussenliggende weg heeft doorlopen. Denkt u niet dat ik het hier heb over een sprookje. Deze proeven zijn feitelijk en meermalen genomen.

Stel u nu eens voor dat de mens in een soortgelijke positie verkeert. De mens leeft in een gang, de toekomst. Zolang deze feitelijk is heeft hij daarbinnen maar betrekkelijk weinig mogelijkheden. Maar er zijn aftakkingen mogelijk. De aftakking is dan het keuzemoment waardoor hij dus niet meer te maken heeft met een gefixeerde toekomst, maar met een keuzetoekomst. Nu zullen er signalen kunnen zijn uit een deel van die toekomst waardoor hij geneigd is de andere richting uit te gaan.

Wie probeert om in die toekomst te kijken kiest altijd de gemakkelijkste weg. Maar nu kan het zijn dat er twee dreigingen zijn en dan blijkt dat de persoonlijkheid beslissend is. Wordt er een keuze gemaakt of niet? In 9 van de 10 gevallen blijkt dat er geen keuze meer is en dat in de plaats daarvoor een vernietigingsbeeld ontstaat. Dan hoort men ineens spreken over de ondergang van de wereld, over brandende steden en al die dingen meer die heus wel eens voorkomen, maar die juist in het tijdsbestek dat men overziet eigenlijk niet bestaan. Je moet dus altijd proberen om zonder angst naar de toekomst te kijken. Als je dat niet kunt doen of als je geconditioneerd bent om welke reden dan ook, dan zul je niet een juiste profetie en daarom later geen tot werkelijkheid wordende voorspelling kunnen geven.

Wat kan daarvan de reden zijn? In het verleden was die reden vaak dat de offers, die de een of andere vorst bracht aan een orakel, zeer afhankelijk waren van de vraag of hij de voorspelling gunstig voor zich kon uitleggen of niet. In andere gevallen hebben profeten zelf hun voorspellingen onjuist gemaakt, omdat ze angst hadden dat de vorst hen zou doden indien hun voorspelling ongunstig was. Denkt u niet alleen aan het Verre Oosten. Het is ook gebeurd tot in de 14 eeuw aan verschillen hoven in Europa. Want de meeste heersers vinden het niet zo leuk als iemand zegt: uw plannen zullen niet uitgevoerd kunnen worden. Uzelf gaat te gronde. Dan denken zij: als ik de profeet uitroei, dan maakt dat misschien de profetie ongedaan.

Nu zijn er een aantal z.g. informatiedragers. De beste informatiedragers zijn over het algemeen uit metaal vervaardigd. Het klinkt een beetje vreemd, maar metaal heeft een andere structuur; d.w.z. dat metaal in een bepaald tijdsverloop minder verandert dan een mens. Dat betekent dat het patroon in het metaal ook de sleutel is voor toekomstige gebeurtenissen. Daarnaast is het ook nog een versterker voor iemand die een bepaalde vorm van telepathische begaafdheid bezit.

Nu ik metaal te berde breng zal het u duidelijk zijn dat het ook voor andere metalen dan alleen voor die welke iemand bij zich draagt zal moeten gelden. Dus niet alleen uw gouden kiezen zenden signalen uit, maar ook uw huissleutel. Dat geldt ook voor gewapend beton. Dan kan het metaal (de bewapening) in zich een soort boodschap dragen waardoor iets van het lot van het gebouw daaruit kan worden afgelezen, omdat het metaal nu eenmaal zonder verandering een langere tijd overspant dan de mens. U moet kunnen begrijpen waarom er dus informatiedragers om u heen zijn.

Er zijn natuurlijk ook andere informatiedragers maar die hebben eerst een sterke invloed nodig. Als we kijken naar de wanden van deze zaal. Hier zijn nogal wat zittingen geweest van de Orde der Verdraagzamen. Er zijn Steravonden in gehouden. Dat heeft in de wanden een bepaalde sfeer vastgelegd. En als er gunstige omstandigheden zijn dan ontlaadt de sfeer zich. Dat wil zeggen dat de mensen worden beïnvloed in de richting van voorgaande psychische ontladingen. Maar er zit weinig van de toekomst in. Er is wel toekomst in te lezen; maar die wordt gedomineerd.

Metaal echter neemt wel persoonlijke kwaliteiten op, maar geen tijdskwaliteiten. Als u een sleutel een tijd bij u heeft gedragen dan kan een psychometrist die sleutel in handen nemen en krijgt hij niet alleen beeld van u (voornamelijk een mentaal psychisch beeld), maar hij kan daarnaast op grond van de levensduur van die sleutel een zekere mate van toekomstig gebeuren zien in uw relatie. Het metaal stelt de relatie voor. Als de menselijke waarde verandert dan kan men dat als een vibratie nu reeds aanvoelen.

De moeilijkheid hierbij is dat tijd in wezen als variabele factor voor de mens niet aanvaardbaar is. Alles wat te maken heeft met het paranormale is nu eenmaal niet logisch. Wanneer wij proberen in de parapsychologie het gebeuren met logica te benaderen lopen we altijd vast. Onze conclusies zijn altijd weer onjuist, omdat we ze proberen aan te passen aan een bewust denkpatroon, het oorzaak en gevolgpatroon, dat in die zin elders niet behoeft te bestaan. Laat mij u een eenvoudig voorbeeld geven.

Er is een revolverschot gevallen. Dat impliceert dat er een revolver is en dat impliceert weer dat er een roterende kamer moet zijn waarin een patroon heeft gezeten. Dit patroon is geraakt door een hamer. Die hamer kon alleen ontspannen worden doordat de trekker werd overgehaald. Die trekker werd overgehaald door de vinger of een equivalent dat eenzelfde werking kon hebben. Er moet dus een bewuste stimulans achter zitten. De kogel is het resultaat van een gedachte enz. Dat is logisch.

Nu is er een telekineet. Die revolver is ontladen. De telekineet ziet kans om in één kamer één patroon te brengen, de revolver op afstand te richten en af te trekken. Er zijn geen vingerafdrukken. Er is geen relatie. De logische samenhang is verbroken en bovendien weten we niet wie het gedaan heeft en wat nog belangrijker is: waarom? Want de telekineet kan niet reageren op zuiver emotionele menselijke beginselen. Op het ogenblik dat hij dat doet zal hij door zijn eigen emotionaliteit de mogelijkheid van een gericht en dus bewust beheersen van zijn energie uitschakelen.

Dat kan alleen indien hij in feite op subliminale impressies reageert.

Als wij ons daarmee bezighouden dan gaan we begrijpen: wat wij zien is niet altijd logisch. Maar als ik een visioen interpreteer dan probeer ik de logische samenhang daarin te vinden. Die logica kan nooit goed zijn. Op het ogenblik dat ik een visioen heb, dat ik een profetie uitspreek, is elke poging om deze in een logisch verband te plaatsen anders dan een waarschijnlijkheid dat het geziene of gezegde zal gebeuren, een vervalsing van de betekenis van de profetie of van het visioen.

Mensen zullen dat heel vaak als een beetje pijnlijk ervaren. Maar is de mens dan werkelijk zo gebonden aan de redelijkheid en aan de logica? Als u wilt werken met voorspellingen, dan zal  steeds weer blijken dat juist de logica de voorspelling onjuist doet zijn. Als we werken met intuïtie dan kan ze juist zijn, want de mens is niet logisch van structuur.

De logica is een mentaal proces, een aanwensel, een conditionering. Maar daarachter zit de mens die onlogisch is. Hij denkt niet in vastliggende sequenties. Hij heeft geen volgorde voor zijn argumenten; alleen later stelt hij zijn slagorde op. Hij reageert impulsief, intuïtief.

Deze mens heeft een geestelijk voertuig. Dat geestelijke voertuig is zelfs niet onderworpen aan de wetten, daarmee aan de beperkingen van het materiële denken. Dientengevolge zal elke poging om het materieel denken daarop toe te passen reeds betekenen dat de geestelijke waarde of de geestelijke werking wordt verminkt. U moet proberen deze achtergrond goed in de gaten te houden

Tijd is niet wat ze schijnt. Afstand is in feite van geen belang.

De geest kent geen logische gang (bv. het logisch ergens naar toe gaan), ze kent alleen de besefsverplaatsing. Deze verplaatsing kan in de ruimte geschieden maar ook in de tijd. Het enige dat nodig is om die verplaatsing gericht tot stand te brengen is een geleider of inductor.

Een geleider moet een ander bewustzijn, een ander besef betekenen. Dat kan een geest zijn. Het kan wat mij betreft ook God zelf zijn. Maar het kan net zo goed een mens zijn die bepaalde gevoelens of emoties uitstraalt, want ook daarop kun je reageren. Ook die geleiders nemen de mogelijkheid waardoor geestelijk de sprong in tijd of in ruimte mede wordt bepaald.

Een inductor is iets anders. Een inductor is een voorwerp dat een eigen gelijkblijvende trilling kent. Nu kan theoretisch een inductor het best uit metaal zijn vervaardigd en verder uit bepaalde edelstenen. Maar die heel rigide structuren zijn niet noodzakelijk. Een inductor kan ook een klein voorwerpje zijn, misschien een snoepje waarmee een kind bezig is geweest, zolang het maar iets heeft overgenomen en daardoor een eigen specifiek stralingspatroon heeft ontworpen.

Wanneer ik dat stralingspatroon opneem dan ontstaat er harmonisatie. De eigen wil, het redelijk bewustzijn is uitgeschakeld. De trilling die van het voorwerp wordt overgenomen, wordt eenvoudig omgezet in een ervaringstrilling welke meestal op subliminaal, soms zelfs op zuiver geestelijk vlak staat. Impulsen die daaruit voortkomen zijn dan het visioen, de waarnemingen, de profetieën.

U ziet het, als je praktisch aan voorspellen wilt doen dan moet je afzien van het verstandelijke. Niet altijd natuurlijk. Een mens die zijn verstand niet gebruikt is een idioot. Dat is hetzelfde als iemand die kou zit te lijden terwijl hij lucifers bij zich heeft om een vuurtje te ontsteken. Maar dan moet er eerst een situatie zijn waarin de rede noodzakelijk is. Is die situatie er niet, dan moeten we haar kunnen uitschakelen.

De volgende regels zijn weer zuiver praktisch. Die kunt u gebruiken als u zich wilt bezighouden met voorspellen. En of u het doet met alle dingen waar wij het de vorige keer over hebben gehad (kaarten, koffiedik, theeblaadjes, met de sterren of met de cijfers) doet verder niet ter zake. Zij vormen de aanleiding voor onze concentratie en zijn niet het werkelijke antwoord op onze vragen.

Als ik voorspel of wil voorspellen dan mag ik niet redelijk denken. Dat wil zeggen, dat alles wat ik zeg intuïtief moet zijn. Op het ogenblik dat ik mij afvraag of ik het mag zeggen ben ik eigenlijk al fout. De enige remming die er kan zijn kan uit mijn persoonlijkheid voortkomen. Er zijn mensen die zeggen: je moet een ander niet in de ellende brengen door hem iets slechts te voorspellen. Dat is best. Als u dat zo aanvoelt dan zult u dat vanzelf niet doen. U zult dan de dingen wel beseffen maar ze niet formuleren. U moet gewoon spontaan en direct alles naar buiten brengen.

Om een profetie te kunnen doen moet ik ofwel geestelijk een contact tot stand hebben gebracht, dan wel moet ik beschikken over een geleider of inductor. Aangezien geleider en geestelijke contacten de moeilijkste zijn, is de inductor voor de doorsnee mens die in de toekomst wil kijken een van de eenvoudigste en gemakkelijkst te hanteren voorwerpen.

Elke inductor die u gebruikt moet u proberen in uw eigen aura te brengen. Het punt van gevoeligheid kan verschillen. Probeert u het bij de verschillende chakra’s. Voor de meeste mensen is het beste de inductor te brengen in de buurt van het hartchakra, net iets boven het middenrif. Geeft u dat niet voldoende impulsen dan kunt u het hogerop proberen bij de keel of bij het voorhoofd. Dat zijn de drie punten waar een inductor het gemakkelijkst inwerkt.

Probeer verder niet na te denken. Laat gewoon de dingen in u ontstaan. En als het krankzinnige dingen zijn, bv. iemand heeft u gevraagd: zal ik ooit gelukkig worden? Dan zegt u niet: dat is mij teveel Hans en Grietje, maar ziet u bv. iemand pannenkoeken bakken, dan zegt u: ik zie hem pannenkoeken bakken. Want als u daarvan uitgaat ontstaat er een sequentie. Dat wil zeggen dat een eenmaal aanvaard beeld altijd volgende beelden met zich brengt tot de voorspelling voltooid is. Als u de aanleiding verwerpt, omdat ze niet logisch is, dan is het overige beeld onjuist.

Als we aan onszelf de toekomst willen voorspellen, dan is het duidelijk dat we bezig zijn met onze dromen en niet met feiten of mogelijkheden. Wij hebben in ons een ideaalbeeld, een soort kosmos opgebouwd. Alles wat we aflezen zullen we daarmee in verband brengen. Aangezien dit op onbewust vlak gebeurt, is het duidelijk dat wij zodra wij voor onszelf voorspellen, alleen datgene naar buiten kunnen brengen wat wij eigenlijk reeds weten

Een ziener kan niet voor zichzelf zien. Zoals men ook zegt dat een dokter er beter aan doet om voor zichzelf geen diagnose te stellen; de kans op fouten is te groot. Dus nooit voor uzelf proberen een voorspelling te doen. Doet u dat toch, dan kan dat alleen gebeuren aan de hand van buiten u – en dus niet door uzelf – vastgelegde regels of voorwerpen. Deze kunnen u dan brengen tot een beeld op grond waarvan u uit de in u bestaande verlangens of angsten dat deel selecteert dat volgens uw innerlijk tijdsbesef de grootste waarschijnlijkheid bezit. Maar het is geen beeld dat onafhankelijk van uw huidig standpunt kan worden ontwikkeld, terwijl bij de profetie juist het “ik” weer geen rol speelt.

Maak u ook nooit boos als een profetie niet schijnt uit te komen. Er zijn mensen die zich daardoor ontmoedigd gevoelen. U bent niet in staat vast te stellen binnen hoeveel tijd dit moet gebeuren; dat kan alleen iemand die zeer goed getraind is en die bovendien kan beschikken over bepaald referentiemateriaal in visioenen of bij het uitspreken van profetieën. Dat komt zelden voor. Om een voorbeeld te geven:

John Kennedy heeft in de tien dagen voor zijn dood ongeveer 2000 schriftelijke waarschuwingen ontvangen. Er was er maar een bij van een Amerikaans helderziende die duizenden mijlen ver weg woonde, die zowel de plaats als de tijd precies heeft aangegeven. Bij alle anderen waren die on­juist. En dan moet u niet vergeten dat degenen die schreven toch mensen waren die allemaal zeker waren dat zij het goede beeld hadden ontvangen. Hieruit blijkt dat de dood van Kennedy voorzien was, maar dat uit de velen er maar een deskundig genoeg was om uit de vaagheid van gegevens al dat­gene af te lezen wat werkelijk een feit zou worden. Dat geldt ook voor u.

U kunt niet precies in tijd en precies op plaats de dingen voorspel­len. Soms kunt u een deel van de plaats omschrijven. Soms kunt u omstandig­heden aangeven waardoor de tijd althans enigszins kan worden benaderd.

Bijvoorbeeld: ik zie een volle maan aan de hemel staan. Of ik zie appelbloesem. Als je dan ongeveer weet waar, dan weet je ook ongeveer in welke tijd. Maar dat kan jaren later zijn. Appelbloesem komt elk jaar weer. Een volle maan zie je eens per 28 dagen. Het is niet mogelijk aan de hand van dergelijke gegevens een tijdsbepaling te geven. Daarom moet u zich niet laten ontmoedigen als bepaalde voorspellingen of profetieën die in u opwellen niet op korte termijn waar worden. Pas als u vele malen heeft geoefend, zult u langzamerhand een relatie kunnen vinden tussen het in u bestaande geestelijke tijdsbesef en het stoffelijke voor het algemeen van toepassing zijnde tijdsverloop. Hebt u die relatie gevonden, dan kunt u de zaak wat gaan preciseren. En zelfs dan is de kans dat u het goed heeft waarschijnlijk ongeveer 1 op 5.

Als u graag een profeet bent dan moet u onthouden: profeteren heeft alleen zin indien we daarmee een doel nastreven. Als u probeert willekeurig op elk moment voorspellingen te doen dan is dat leuk en kan als oefening heel dienstig zijn. Ga bv. maar op het Spui staan en vraag u af welke tram of bus er het eerst voorbij zal komen. Pas als u werkelijk probeert voor een ander iets af te lezen van het gebeuren, dan moet u zich toch wel de moeite getroosten om dat alleen te doen indien u weet dat dit van groot belang kan zijn voor de ander, voor u of misschien voor de erkenning van het gebeuren in de wereld. Het is maar een raad.

Nu gaan we nog even terug naar de ratten. Ik heb gezegd: die rat­ten komen op een gegeven moment tot bewegingloosheid, totale frustratie of soms tot een volledig onvoorzien in de rat zelf schijnbaar niet aanwezig aantal bewegingen, vaak met resultaten die niet redelijk verklaarbaar zijn.

Als u komt in een toestand waarin de keuzemogelijkheden die de toekomst biedt beide onaanvaardbaar zijn, dan moet u toch proberen om elk van die richtingen te volgen. Nu zal blijken dat u zich zeer snel terug­geworpen voelt. Maar als de stoffelijke beelden in beide gevallen on­aanvaardbaar zijn, dan heeft de mens de neiging zijn besef te verhogen; dus a.h.w. er overheen te gaan. U zult dan inderdaad een deel van de toekomstige ontwikkelingen niet zien, maar u krijgt een nieuw beeld. Dit nieuwe beeld ligt dan het dichtst bij de werkelijkheid zoals die zich later zal tonen.

Hebt u te maken met een dergelijk complex en deze ontvluchting, dan moet u er wel rekening mee houden dat tijdsbepaling absoluut onmogelijk is geworden. Zelfs als u een kalender ziet hangen in uw visioen waarop staat dat het 21 maart 1980 is, dan kan het nog een kalender zijn die daar al drie jaar hangt omdat ze vergeten zijn dat weg te halen.

De onbetrouwbaarheid neemt toe. Maar er is ook nog wat anders.

Bij de frustratie verandert het specifieke gedrag. Als het specifieke gedrag van een mens verandert, juist wanneer hij zich bevindt in die toestand van niet redelijke beleving, dan is de kans heel groot dat zijn wezen hierdoor ook verandert. Ook als die verandering tijdelijk is. Het resultaat is dat opeens gegevens beschikbaar komen waarover je anders niet kunt beschikken. Je kunt deze niet mentaal verwerken. Ze geven het sfeertje aan, de tendens waarin je de rest van het beeld moet uitspreken. Dat is het enige.

Dan komen we nog aan een ander vreemd punt. Als we nu toch met frustratie bezig zijn, dan wil ik daar iets meer over opmerken. Is het u wel eens opgevallen dat mensen absoluut niet meer weten waar ze naartoe moeten? En als ze handelen dan kiezen zij onbewust de voor hen meest juiste weg zonder daarbij rekening te houden met iets of met iemand anders. Dat zien we vaak in een paniek.

Geestelijk bestaat hetzelfde mechanisme. Als ik mijn eigen wereldbeeld op een gegeven ogenblik verwerp, dan is het mogelijk dat ik zelf een vervangend wereldbeeld schep. Zo dit het geval is zal voor mij ook in een schijnbaar redelijke oorzaak en gevolgsequentie, de andere wereld die ik heb betreden, gelden. Ik kan dus de aard van de dingen wijzigen.

Er wordt een kogel op mij afgeschoten en ik zeg: hij kan mij niet raken. Maar als ik dat met alle kracht zeg, dan zal die kogel mij niet raken. Zo ver gaat dat. Als ik zeg: ik heb niets te eten, maar zo dadelijk zal ik iets ontmoeten waardoor ik wel kan eten, dan maak ik het daardoor waar.

De mens heeft de mogelijkheid door zijn denken, en zeker door zijn gemeenschappelijk denken, een groot gedeelte van de wereld om hem heen te veranderen. Hij tast namelijk geen essentiële waarden aan, maar hij verandert de orthodoxe, de fixeerde visie op de feiten en daardoor is de betekenis voor hem een andere geworden. Als u ook in een dergelijke situatie komt te verkeren, dan wil ik u wel een raad geven: u kunt met uw denken nooit een verandering tot stand brengen die direct te zien is. U kunt alleen een verandering scheppen die niet met de ogenblikervaring te maken heeft. Als u het eten wil hebben dan kunt u denken: er ligt een brood achter die rots, en dan zal het er liggen. Maar als u zegt: er ligt hier een brood, dan zegt uw hele wezen: ik heb het niet gezien, dus het kan er niet liggen. U bent nu eenmaal geconditioneerd in een zekere redelijkheid.

Als u denkt: ik wil licht hebben, dan kunt u niet zeggen: het worde licht. Want uw wezen zegt het is duister. U kunt zeggen: ik heb lucifers in mijn zak en daarmee kan ik licht maken. En daar waar ik het nu niet kan zien is nog een stompje kaars, dus ik heb licht. Een beetje raar. Toch ligt het dicht bij de waarheid. Het is in feite de werkelijkheid die wij zelf scheppen op grond van het wezenlijk bestaande. Aan het wezenlijk bestaande kunnen we niets veran­deren. Ook niet met onze wil, ook niet met onze voorstelling. Wij kunnen de wereld eenvoudig niet omboetseren tot iets anders, maar wij kunnen ons beeld van de wereld ontdoen van een aantal waanvoorstellingen en eventueel daarvoor andere interpretaties of waanvoorstellingen in de plaats stellen. Deze worden voor ons dan werkelijkheid.

De theorie van de profetie berust er nu op dat wij niet geneigd zul­len zijn om deze verandering tot stand te brengen. Elk wezen dat wij aan­voelen wordt door ons aangevoeld binnen deze menselijke werkelijkheid. Zou iemand in een situatie komen waardoor hij zijn werkelijkheidsbesef ver­andert, dan is het voor ons alsof hij ophoudt te bestaan. Wij hebben dan geen mogelijkheid om die andere beseftoestand volledig af te lezen.

De profetie kan zich alleen bezighouden met een betrekkelijk rechtlijnige ontwikkeling, niet met besefsprongen waardoor de innerlijke kosmos veranderingen ondergaat en daarmee ook het beleven. Het is goed dat u ook dit beseft.

Dan heb ik nog een tip voor u. Een ondergang is nooit een volledige ondergang. Als wij een ondergang zien dan betekent dit alleen dat wij geen vervolg meer kunnen vinden. Op het ogenblik dat de ontwikkelingen voor ons niet beleefbaar en niet aanvaardbaar zijn en wij geen weg weten om daaroverheen toch weer de toekomst te bereiken, postuleren wij doodgewoon ondergang. Dit wordt duidelijk in bepaalde kwatrijnen van de bekende profeet, Nostradamus, die op een gegeven ogenblik de ondergang van steden voorspelt met vuur uit de hemelen, alles wat erbij hoort en daarmee het gevoel geeft dat de gehele wereld ophoudt te bestaan. In feite heeft hij wel iets goed gezien. Waarschijnlijk een Feuersturm (vuurzee) in de een of andere Duitse plaats gezien de gegevens die hij erbij geeft, maar dat was helemaal geen ondergang. Integendeel, dat was maar een factor in een reële ontwikkeling die hij daardoor juist heeft gemist. Maakt u diezelfde fout niet. Ondergang betekent alleen vastlopen van een voor ons te volgen spoor.

Wanneer we profeteren kunnen we het beeld niet tegenhouden; dan zouden we redelijk moeten gaan beslissen. Maar als we later daarover spreken, dan moeten we zeggen: juist dat lijkt mij een angstdroom. We moeten dan proberen de betekenis ervan een beetje terug te draaien. Als je ziet dat iemand dood gaat, kan dat waar zijn, maar het kan ook zijn dat hij alleen maar verandert. Een typisch voorbeeld daarvan is:

Een helderziende die een 22 jarige jonge vrouw voorspelde dat zij op 27 jarige leeftijd zou sterven. Op 26 jarige leeftijd had ze een ongeluk. Door dit ongeluk kwam ze met een man in kennis. Haar karakter veranderde in die periode zeer sterk. Op haar 27ste  jaar huwde ze en ze bracht daarna zelfs een aantal kinderen voort. De helderziende had hier kennelijk geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat de aard en dus de wereldvisie van de persoon zo sterk zouden veranderen. Ook het omgekeerde kan waar zijn.

Er zijn heel wat kaartlegsters en helderzienden die u steeds komen aandragen met de donkere vrouw waarvoor u moet oppassen of de blonde man die uw pad zal kruisen. Nu zijn er standaarduitdrukkingen. Maar waarom komen nu juist die dingen zo zelden uit? Omdat de wens tot verandering wordt omgezet in een beeld. Hier is het echter de telepathische invloed van de persoon met wie u te maken heeft die tenslotte het beeld, de duiding van de kaarten of het uitkruisen over de sterren gaat bepalen. Probeer dit te voorkomen. Voorspel nooit iemand de dood. En als u dit in een profetie onbeheerst zou uitspreken, tracht altijd te zeggen: dood betekent in deze taal verandering zonder meer. Dat is het enig juiste.

Nu kent u een beetje van de kleine praktische mogelijkheden die u hebt met tevens een paar richtlijnen. Ik hoop dat u ook bent gaan begrijpen wat de achtergrond is, de theorie van de profetie.

Wij leven in een werkelijkheid die we deels kunnen volgen, omdat de tijd niet overal gelijk is en wij door het verplaatsen van ons besef in een andere tijdssequentie ook andere fragmenten van tijd kunnen bezien en aflezen. Maar als wij proberen deze rationeel te interpreteren en tijdstippen vast te stellen, dan zullen wij in 9 van de 10 gevallen fout zitten.

Als wij trachten zeer bepaalde voorspellingen te doen, dan zullen we gewoon de werkelijkheid vervalsen. Profetie is en blijft het geïnspireerd, zonder enige remming en zonder enige referentie aan de eigen per­soonlijkheid, oordeel of meningen uitspreken van datgene wat men in zich voelt.

Dan ten laatste en dit is heel belangrijk: woorden zijn altijd een vervalsing van een innerlijk beleefde werkelijkheid. Dit geldt ook voor de profetie. Besef dat woorden alleen maar de hoofdlijnen aangeven maar nooit het volledige beeld kunnen vertegenwoordigen.

Natuurgeesten en het gebeuren

Er bestaan nogal wat verschillende mogelijkheden om de toekomst te kennen. Er zijn ook vele mogelijkheden waarmee men de toekomst kan beïnvloeden. Een van die methoden is vooral gebaseerd op een samenwerking tussen de mens en de natuurgeesten.

Er zijn nogal wat goden en godinnen die wij in de voodoo aantref­fen. Als wij bv. horen over Azazuli, dan weten we dat ze een vrouwelijke geest is, dat ze beschermend werkt. Maar wat de meeste mensen niet weten is dat ze tevens een luchtgeest is. Er zijn ook nog andere. Een vuurgeest bv. die plechtig met Baron wordt aangesproken, die een soort doodsgeest is geworden.

Hoe dit geloof tot stand komt? In de oude tijd hadden de mensen de vier elementen. Deze elementen werden bezield. Door je tot die elementen te richten kun je de verhouding tussen die elementen wijzigen. Dat is niet alleen een verandering die zich buiten je afspeelt, want ook in de mens, zo is dat oude geloof, bestaat er een evenwicht tussen de vier elementen. Als dat niet verstoord is dan is die mens gelukkig en gezond. Wil je dus gelukkig en gezond zijn, dan moet je zorgen dat je zelf in evenwicht komt. Als je ergens een tekort aan hebt of meent dat je tekort komt, dan roep je het mankerende element aan en probeer daarvan zoveel aan te trekken totdat de evenwichtssituatie herontstaat en je daardoor geluk hebt. De beïnvloeding is dus niets anders dan het gebruikmaken van natuurgees­ten. Maar wat is nu in werkelijkheid het geval?

Natuurgeesten spelen een rol, maar daarnaast ook andere entiteiten. Al die natuurgeesten en entiteiten leven in een wereld waarin het bestaan een beetje anders is dan dat van een mens. Het resultaat is dat zij dingen vooruit kunnen zien en ook dat ze weten hoe ze met een zeer kleine beïnvloeding op dit ogenblik in de toekomst een grote verandering tot stand kunnen brengen.

Het is een soort dominosteentheorie waarbij men zegt: als ik als geest hier een vlieg laat gaan zitten op een stuk vlees, dan kan ik daarmee bereiken dat op den duur iemand overlijdt, waardoor een ander een erfenis krijgt en in totaal nieuwe omstandigheden komt te verkeren. Dit is natuurlijk maar een theorie, ik weet het wel. Maar een theorie die niet zo gek is als u denkt. In de moderne politiek is de dominotheorie gemeengoed geworden. Als een land valt, dan vallen de andere ook. Landen kunnen niet vallen, want die liggen al.

Als we nu even aannemen, al is het maar voor een kort ogenblik, dat die theorie van het evenwicht tussen de elementen juist is, dan be­grijpen we dat we te maken hebben met iets wat dichter bij alchemie ligt dan natuurkunde of chemische wetenschappen.

In de alchemie weten we dat als we bepaalde krachten samenvoegen hierdoor een verandering in de materie kan worden verkregen. Nu blijkt dit juist te zijn, omdat we dat ook in de moderne kernfysica steeds weer zien gebeuren. Door een juiste toevoeging van krachten kan ik een verandering van de structuur in de materie veroorzaken en daardoor het geheel van de eigenschappen van de materie eveneens veranderen.

Dat doet nu in de voodoo de hungan, de priester. Hij heeft over het algemeen daarbij een gezellin. Meestal is deze vrouw het medium, soms ook een man.

Als we zo een plechtigheid bijwonen, die door de geaardheid van de volken die zich met deze leer bezighouden nogal luidruchtig pleegt te verlo­pen en veel dansbewegingen met zich brengt, dan zien wij dat ofwel een medium wordt gekozen uit het aantal dansende mensen, dan wel dat de mamma, de vrouwelijke hungan, in trance gaat. Wat doorkomt is dan niet de stem van een overgegane, maar wordt beschouwd als de stem van een bepaalde bescherm­geest of godheid. Deze godheid representeert weer een van de vier oude ele­menten. Wat deze geest zegt betekent een ingrijpen, een onevenwichtigheid vanuit dit ene element.

Als een luchtgeest zegt dat er een dreiging komt, dan komt er storm. Als een watergeest zegt dat er een dreiging komt, dan kan er droogte ko­men of een overstroming. Als een vuurgeest dat zegt, kan dat vulkanisme zijn of er kunnen aardbevin­gen plaatshebben. Een aardgeest is natuurlijk voor alles wat de aarde betreft o.a. aardbevingen ook verantwoordelijk.

Door op deze manier de toekomst te lezen kom je tot een definitie van de mogelijkheden die er voor een bepaalde mens bestaan. Maar ja, wie is er tegenwoordig nog geïnteresseerd in wat er met de wereld gaat gebeuren? Iedereen praat erover en iedereen denkt alleen maar aan zichzelf. Zo is dat zeker ook in de voodoo het geval. Daarom moet de prognose betrokken worden op de persoon zelf.

Dit kan nu gebeuren als de persoon zelf in een bijzondere situatie wordt gebracht. Dat gebeurt meestal via een offer en daarnaast via een speciale aanwezigheid op één plaats. Dat kan zijn de hungan, het kan ook zijn dat de mamma zo iemand vasthoudt totdat de trance toestand bij een van de dansenden is ingetreden. In dat geval worden de voorspellingen niet anders, dat is heel vreemd; alleen de uitleg die ervan wordt ge­geven is een andere. Ze wordt nu geïnterpreteerd door dat wat men te­lepathisch aftapt van degene die om advies vraagt.

Deze telepathie speelt in dergelijke bewegingen een grote rol. In Indonesië kan men nog steeds mediums aantreffen die de stem laten doorkomen van een overledene, die misschien even komt vertellen hoe de erfenis moet worden verdeeld. Het wonderlijke hierbij blijkt ook steeds weer te zijn dat we eigenlijk maar zelden met de entiteit zelf te maken hebben. Meestal hebben we te maken met natuurgeesten, soms met willekeurige entiteiten. Het kunnen wel lichte zijn, soms zijn het ook wel een beetje grijze of duistere.

Datgene wat wordt weergegeven is gebaseerd op de telepathische signalen van degenen die om raad komen vragen. Dit is typerend. Wij krijgen dus een wisselwerking tussen dat wat de mens uitstraalt en dat wat de priester of het medium zegt. Hierdoor wordt de mens gecon­ditioneerd in een bepaalde richting van denken en handelen. En als daarbij emoties een grote rol spelen, zoals zeker in de voodoo en in bepaalde andere riten het geval is, dan is het duidelijk dat die condi­tionering nog veel sterker wordt.

In de voodoo kunnen we het lot van de mens geheel bepalen door hem ertoe te brengen in dit lot helemaal te geloven. U zult zeggen: dat is toch onzin. Natuurlijk is dat onzin, redelijk gezien. Maar als u gelooft dat u een ongeluk zal overkomen, dan zal u een ongeluk overko­men. Als u gelooft dat de mensen u niet mogen, dan resulteert dat in een toestand waarbij de mensen u werkelijk niet zullen mogen. En dan kunt u wel proberen daaruit te komen, maar dan doet u het zo krampachtig dat het net weer terugslaat, dat het net weer een teleurstelling wordt.

Ik meen dat rekening moet worden gehouden met het feit dat we allemaal (en dit is natuurlijk bijgeloof in de ogen van een ieder die wetenschappelijk probeert te denken) sterke banden hebben met de natuur en de natuurgeesten.

In ons speelt zich een verbrandingsproces af (vuur). In ons vloeit bloed en vloeien andere vochten die voor ons noodzakelijk zijn (water). Wij halen adem (lucht). Wij bestaan uit allerlei materie die in de cellen wordt samengevoegd; die moeten we ook nog opnemen in de juiste samenstelling willen we in leven blijven (aarde). Wij hebben inderdaad in ons dit evenwicht of wij het nu geloven of niet. Als ik in staat ben om een factor te beïnvloeden, dan betekent dit dat het hele lichaam wordt beïnvloed. Nemen wij iets typisch als voorbeeld: astma.

Astma is in 9 van de 10 gevallen een zenuwkwaal. Dat wil zeggen dat het niets te maken heeft met werkelijke lichamelijke ademhalingsmoei­lijkheden, maar dat het krampen zijn die door zenuwspanning tot stand wor­den gebracht. Er zijn wel enkele uitzonderingen maar niet veel. Als ik nu een spanning opwek waardoor de luchttoevoer minder wordt, dan kan zo een astma-aanval bijna dodelijk worden. Dan is er soms een zuurstoftent nodig om de patiënt weer bij te brengen. Er hoeft verder niets aan de hand te zijn; alleen maar een gedachteafwijking. Nu is dit een gewoon voorbeeld.

Stel nu dat ik mij op een andere manier met iets bezighoud. Ik houd mij bezig met bv. de lucht. Ik voel mij daarmee in harmonie. In de toekomst zal er een gebeuren zijn dat disharmonisch is. Het gevolg is dat ik door die disharmonie word afgestoten. Die afstoting zal ik mentaal niet kunnen rationaliseren. Maar er zijn toch wel vreemde dingen daarbij.

Is het u wel eens opgevallen dat als u nagaat hoeveel mensen er reizen met een trein die verongelukt en u kijkt hoeveel mensen met die trein in de dagen daarvoor en daarna reizen, dan blijkt meestal dat het heel veel meer mensen zijn, maar meestal dat het aantal minder is. 80 tot 60 % van de normale bezetting komt bij ongelukken met voertuigen het meest voor. Als je dat wilt verklaren zou je kunnen zeggen: die mensen zijn gewaarschuwd door de geest. Ze hadden voorgevoelens, precognitie. De werkelijkheid is in feite dit:

Als het evenwicht in mij voldoende sterk is en ik heb een harmonie, dan zal alles wat die harmonie bedreigt door mij worden ervaren als iets wat ik emotioneel niet kan aanvaarden. Dat kan ook een trein zijn. Ik heb dan ineens een bui waardoor ik een andere trein kies of ik zeg net op het laatste ogenblik mijn reservering af voor de internationale trein en ik ga met het vliegtuig of omgekeerd. Dit zijn processen waar we toch even bij moeten stilstaan, al is het alleen maar omdat ze duidelijk maken dat deze conditionering bij ons wel degelijk bestaat. Het is geen zuivere precognitie, want we weten niet waarom. We worden eenvoudig beïnvloed door harmonische en disharmonische factoren die voor ons nog in de toekomst liggen. Dit is nu de verklaring voor wat een hungan bv. kan doen.

Een hungan kan u geluk brengen, d.w.z. dat hij u conditioneert om vooral te reageren op elke factor die voor u gelukbrengend is. Hij brengt u tot het afwijzen van contacten, mogelijkheden, wegen e.d. waar disharmonie voor u ligt. Dat kan hij alleen doen door uw evenwicht groter te maken en gelijktijdig u gevoelig te maken.

Als hij het slecht met u voor heeft dan werkt hij op precies dezelfde manier. Hij brengt u meestal met suggestieve middelen, soms ook op een andere wijze, in een toestand van perfecte evenwichtigheid en dan conditioneert hij u om uit die evenwichtigheid alleen te reageren op factoren die voor u verstorend werken. U bent volkomen gezond als u van hem weggaat, maar ik garandeer u dat er iets in de buurt kan komen waardoor u een ongeluk kunt krijgen en u krijgt dat ook, u loopt er zelf naartoe.

Kan nu die hungan zeggen: in de toekomst gaat dat zo ver? Kennelijk niet. Hij kan wel de sterkte van de harmonie en de disharmonie bepalen, maar hij kan niet precies zeggen wat ze zal doen. Hij kan echter, en dat is iets heel anders, u helpen. Dat doet hij dan door een tekeningetje voor u te maken, soms op een metalen plaatje, soms alleen op een stukje papier. Dat moet u dan bij u dragen. U krijgt dan een symbool van het evenwicht. Hij probeert u in te prenten dat dit evenwicht bij u bestaat. Nu zult u zelf, wanneer er een onevenwichtigheid ontstaat, dat evenwicht voortdurend herstellen.

Kwaad kan u niet aanvallen indien u het zegel van Azazuli bij u draagt. Dat is natuurlijk onzin. Maar het is wel zo dat u nu zo reageert dat als er bv. een giftige slang in de buurt is, u net die ene stap langzamer doet waardoor het dier zich van u af gaat bewegen in plaats van aan te vallen. Het betekent dat u, terwijl een slang ergens op u ligt te wachten, die ene stap opzij doet waardoor u net buiten haar eerste aanvalsbereik komt, zodat ze u niet aanvalt omdat ze juist in die eerste aanval maar een bepaalde reikwijdte heeft. Dat is heel eigenaardig, maar het bestaat.

Dit zijn dingen waarmee u zelf ook wat zou kunnen doen. Ze hebben mij gezegd het moet een praktische cursus zijn. Het ligt er maar aan wat je praktisch noemt.

Als u uzelf voortdurend het bevel geeft om evenwichtig te zijn, dan klinkt dat een beetje raar. Maar zelfs als u denkt dat u evenwichtig bent, moet u zich voorstellen dat u lichamelijk en geestelijk het evenwicht steeds vindt tussen alle krachten en elementen die er in u bestaan. Dat is precies hetzelfde wat de hungan doet met veel plechtigheid. U kunt het ook bij uzelf doen. Als u daarbij bovendien nog een bepaalde wil of een bepaald verlangen hebt, dan moet u dat niet richten op een persoon of een situatie. Kies een algemene situatie. Dus niet ik wil door R bemind worden. Gewoon: ik wil bemind worden. Niet ik wil de lotto of de bingo winnen. Daar zult u niet in slagen. U kunt wel zeggen: ik wil winstkansen hebben. Dan zult u graviteren naar alle mogelijkheden waarbij winst kan worden gemaakt.

De hungan gaat ook niet vertellen dat u precies met die of die zult trouwen. En als hij het doet, dan doet hij het alleen omdat hij de beschikking heeft over invloed en vaak ook bepaalde drankjes bezit waarmee hij kans ziet om dat althans voor het eerste ogenblik waar te maken. Voor de rest zijn zijn voorspellingen allemaal wel heel mooi geformuleerd, maar eigenlijk vaag Als we kijken naar wat de mediums zeggen, dan is dat allemaal misschien ook heel mooi en indrukwekkend. Maar op de keper beschouwt niet.

In algemene termen kan een bestaand evenwicht gericht worden op het aankweken van omstandigheden. Als wij daarin slagen kunnen wij in zekere mate voorspellen wat wij op onze weg zullen ontmoeten. Als wij bang zijn trekken wij altijd slechte omstandigheden aan. Disharmonieën worden aangetrokken op het ogenblik dat wij zelf angsten koesteren, onverschillig welke. Wilt u dat voorkomen, gewoon niet bang zijn. Zeg: het kan mij niet sche­len. Als u dat lang genoeg herhaalt dan gelooft u het zelf. Als u het zelf gelooft, kan het u niet meer beïnvloeden.

Zo kan een mens zelf ook heel veel doen. Hij kan ook voor zichzelf de toekomst bepalen. De voorspelling uit de elementen gaat dan een veel grotere rol spelen in uw leven. Als u eenmaal weet hoe die elementen in u werken, en dat gaat u langzamerhand beseffen, dan kunt u tijdelijk de invloed van een van die oude elementen vergroten. U kunt bv. uw eigen lichaamstemperatuur naar believen wat omhoog of wat omlaag brengen. U kunt waarschijnlijk uw ademhaling reguleren; dus sneller of minder snel maken. U kunt ook de zuurstoftoevoer zelf bepalen waardoor zaken zoals hyperventilatie bij u niet meer hoeven voor te komen. Als u dit gaat beseffen dan weet u: de toekomst is voor mij wel degelijk richtbaar.

Een absolute en directe prognose voor mijzelf kan ik nooit maken. Ik word toch altijd mede bepaald door mijn verwachtingen. Ik ben geneigd om alles wat ik zie als vrees of als geluk te omschrijven. Helemaal kan ik dat niet, maar ik kan er wel voor zorgen dat ik positief of negatief zal reageren. Een heel vreemd voorbeeld.

Als u aan de roulette zit met het vaste vertrouwen dat een bepaald cijfer zal uitkomen, dan is de kans dat dit cijfer inderdaad uitkomt ongeveer tienmaal groter dan normaal. U moet natuurlijk wel over geld beschikken om steeds weer op dat nummer te zetten, maar het komt uit. Als u dobbelt en u weet uw geloof dat een bepaalde worp zal vallen op te voeren tot zekerheid, dan blijkt dat u 80 % meer kans heeft om een bepaalde combinatie te gooien dan in andere gevallen reëel is. Wij kunnen wel degelijk de normale kansen voor onszelf beïnvloeden.

De beïnvloeding daarvan is weer afhankelijk van de wijze waarop wij het evenwicht van de elementen in ons weten te beïnvloeden en daarmee ook onze binding met de geestelijke krachten, de elementen e.d. die buiten ons bestaan kunnen vergroten. En daar waar een elementaal ons steunt beschikken wij over een veel grotere hoeveelheid fluïde, over een veel sterkere uitstraling, en daardoor kunnen we dus ook meer doen. Wij hoeven dan dit elementaal niet op te roepen, maar we moeten wel in harmonie zijn met hem, zodat het element waartoe hij behoort in ons evenwichtig is. Dan zal de poging om via dat element een feit te veranderen steun vinden bij elke entiteit, behorende tot dat element, die in de buurt is.

Ik weet het wel, het is bijgeloof. Het enig wonderlijke is dat in voodoo en wat dat betreft in vormen van goena goena, en ook in andere delen van de wereld de groene magie, ze altijd weer in staat zijn het toeval sterk te beïnvloeden.

Ik zeg u, u kunt uw toekomst en uw beleven wel degelijk beïnvloeden. U kunt dit door training in toenemend sterkere mate doen. Dat u daarmee in harmonie komt met andere wezens en krachten gaat automatisch. Maar het belangrijke is dat u evenwichtig bent en dat u deze evenwichtigheid probeert te herleiden tot iets wat u zowel lichamelijk als mentaal ervaart. Op het ogenblik dat u dat waarmaakt kunt u veel tot stand brengen.

Dus juiste voeding is dan erg belangrijk.

Als u daarin gelooft wel. Juiste voeding is een fictie. Elke juiste voeding die de mensen u voorstellen is gedeeltelijk juist, ten dele onjuist. Op het ogenblik namelijk dat we de voeding zo genieten dat we ons er lichamelijk prettig bij voelen, zonder dat onze mogelijkheid tot reageren minder wordt, zullen wij voor ons de juiste voeding hebben gevonden. Dan kan het voor de een bestaan uit biefstuk, voor de ander uit meelballetjes en voor een derde uit rauwe peentjes. Dat maakt geen verschil uit.

Er wordt nu gezegd: Dit is gezond voor u. Snoep gezond, eet een appel. Een stukje kaas uit het vuistje. Maar weet u dat u daar ook aan kapot kunt gaan? Het is namelijk niet zo dat die bepaalde voedingsmiddelen ongezond zijn. Het is zo dat de mens door zijn onevenwichtigheid minder goed gebruik kan maken van zijn voedingsmiddelen. Als hij evenwichtig is, dan kan hij heel gezond leven op een aantal voedingsmiddelen die voor anderen ongezond zijn. Als hij onevenwichtig is, kan hij nog zo gezond eten, maar dan gaat hij toch nog naar de haaien.

Vragen

  • Wat is belangrijker voor het bereiken van evenwicht, het geloof of het denken?

Het denken moet worden gebruikt om vorm te geven aan de emotie, aan het gevoelsleven. Op het ogenblik dat men een volledig vertrouwen heeft in wat men denkt ontstaat er een zodanige eenheid dat al het omschrevene daaruit voortvloeit. Simpele regel van de elementen is: het evenwicht is bepalend, niet de wijze waarop de evenwichtigheid tot stand komt. De evenwichtigheid kan worden gebruikt voor vele doeleinden en daarbij zijn alle doeleinden van het “ik” aanvaardbaar zolang ze niet disharmonisch zijn. En dan is het niet belangrijk of u daarmee gokt, onregelmatig voeding nuttigt of misschien met allerlei bewustwordingszaken bezig bent. Dat moet u voor uzelf uitmaken.

  • Kunt u preciseren in hoeverre voodoo gebruikmaakt van elementalen?

Elementalen en natuurgeesten zijn overal aanwezig en personifiëren de krachten die normaal aan de oude elementen worden toegeschreven. Waar zij optreden is dan verder van geen belang. De voodoo heeft een mogelijkheid gevonden om meestal in een natuurlijke omgeving deze krachten zo sterk te concentreren voor het menselijk bewustzijn dat er een wisselwerking ontstaat tussen een menselijk bewustzijn en deze natuurgeesten of natuurkrachten. Daardoor wordt ook de mogelijkheid geschapen om, indien men voldoende zelfvertrouwen heeft, een gemeenschappelijke kracht op te brengen om deze entiteiten ten dele te conditioneren en daardoor hen taken op te dragen of hen weg te houden van of aan te trekken tot bepaalde plaatsen of personen.

  • Hoe gebeurt dat conditioneren?

Het is een soort bliksemschicht die je afvuurt op het wezen van een ander. Dat is dan een mengsel van emoties, van denken en daarnaast iets wat je helemaal niet kunt omschrijven of je zou het kunnen noemen het afschieten van een soort harpoen, die bestaat uit delen van de menselijke emanatie plus delen van een kosmisch beeld. Die drie samen zijn de conditionerende factoren.

Begin

Het begin is het einde en het einde is het begin. Want wie weet waar het begin ligt? Wie weet of het begin niet het einde was en of dat wat wij het einde noemen in feite niet het begin was?

Wij kunnen alleen oordelen aan de hand van datgene wat wij weten. Ons weten is slechts de weergave van ons onvermogen om het geheel aan te voelen. Daardoor kunnen wij een begin stellen en een einde. Maar dat is voor uiterlijkheden en omstandigheden, niet voor de feiten en de werkelijkheid.

Wij denken in tijd waarin de ontwikkelingen van begin tot einde zich afspelen. Maar de werkelijkheid is tijdloos.

Begin en einde zijn een en hetzelfde, zijn een en dezelfde kwaliteit. Al wat daartussen ligt is niets anders dan de weergave van de eigenschappen die in begin en einde tegenwoordig zijn. Daarom moeten we heel voorzichtig zijn als we begin en einde gebruiken in een andere dan menselijke zin. Dan namelijk kunnen we inderdaad afmeten.

Zelfs bij een wielerwedstrijd is de startlijn en de meet die bereikt wordt gewoonlijk een en dezelfde lijn. Zo is het bij ons leven ook.

Wanneer we de dood bereiken, worden we geboren in een leven. En als wij in dit leven niet verder kunnen gaan en sterven, dan worden we geboren op aarde waar we eens zijn gestorven. Tot het ogenblik dat wij in staat zijn leven en sterven als een eenheid te beleven. En dan hebben we de eeuwigheid.