De zin van het lijden

image_pdf

2 mei 1980

De zin van het lijden

Wij weten niet alles, denk dus zelf na.

Op het eerste gehoor lijkt het wonderlijk dat lijden enige zin zou hebben. Want indien er iets bestaat waar een mens geen zin in heeft, is het wel lijden. Trachten wij echter de zaak verder na te gaan, zo blijken er aan het lijden toch wel degelijk bepaalde voordelen verbonden te zijn. Wanneer je bv. naar de dokter luistert, zo zal deze redeneren dat het wel goed is dat je pijn krijgt. Want, zo stelt hij, daardoor ben je tenminste gewaarschuwd dat er iets niet in orde is. Hij zal dan verder vertellen dat hoofdpijn, spierpijn en zeker ook het verbranden van bv. vingers e.d. in feite bedoeld zijn om erger te voorkomen. Waarom zouden wij dan geen parallel trekken naar het leven zelf en uitgaande van deze stelling eens nagaan welke zin lijden al zo kan hebben voor de mens.

Ik wil dan niet allereerst beginnen over karma. Deze oude kreet wordt te pas en te ompas gebruikt om het lijden van de mens te verklaren. Wij echter zullen ons allereerst eens gaan afvragen hoe het komt dat een mens lijdt. Een mens heeft pijn? Goed. Wordt die pijn door anderen veroorzaakt? Zo ja, op welke wijze en waarom? Ik ga uit van uw eigen omstandigheden: Je maakt ruzie en iemand zegt iets. Dat doet je ontzettend pijn. Toch heeft de ander het waarschijnlijk niet zo bedoeld als u het begrijpt. U echter voelt u ten zeerste getroffen en bent psychisch pijnlijk geschokt. Het resultaat is dat je meteen begint de gehele wereld te verwerpen dan wel iemand in het bijzonder te beschuldigen. Zoiets kan werkelijk aankomen. Een enkele ondoordachte opmerking is in uw dagen soms al aanleiding tot een echtscheiding of tot doodslag.

De vraag is echter, waarom je door een enkele opmerking zo getroffen wordt. Het antwoord moet luiden: omdat je met die woorden zelf bepaalde associaties hebt. Maar wanneer je jezelf zou kennen, zou je ook beseffen, dat de betekenis die een woord voor jou heeft voor een ander geheel niet zo hoeft te bestaan.

Wij kunnen  stellen dat deze psychische pijn ontstaat doordat iets of iemand niet beantwoordt aan onze voorstelling of iets wat in ons sluimert, wordt wakker geroepen dat wij zouden willen ontkennen. Dit alles, zonder dat de ander dit behoeft te beseffen of daarbij verder behalve door zijn woorden ook maar iets betrokken behoeft te zijn. Zo bezien hebben dergelijke schokken voor ons geen zin, wanneer wij deze alleen beschouwen als iets, wat voortkomt uit onze relatie met de wereld. De werkelijke schok moeten wij beseffen als iets, wat voortkomt uit onze eigen waarden, waarderingen, kortom datgene wat wijzelf zijn en dat wat voor ons belangrijk is. Hoe juister wij beseffen, hoezeer ons eigen innerlijk bij dergelijke reacties betrokken is, hoe minder kans er is dat wij dergelijke schokken op onbeheersbare wijze zullen ondergaan door invloeden vanuit de buitenwereld.

Juist geïnterpreteerd heeft een dergelijke psychische pijn of schok dus wel degelijk zin: zij dwingt ons tot een zelfconfrontatie. Probeer je daaraan te ontkomen door naar buiten toe te reageren – zoals zeer veel mensen plegen te doen – dan kun je alleen maar allerhande verwarringen tot stand brengen die voor jou steeds pijnlijker gaan worden. De zin is dus de volgende: door het gebeuren dat de mens schokt, wordt hij geconfronteerd met zijn eigen en voor hem gevaarlijke eenzijdigheid en de in hem levende vooroordelen.

Dit is al een eerste punt. Maar er zijn ook andere vormen van pijn. Er bestaan landen waarin het nog steeds voorkomt dat er gevangenen worden gemarteld. Wat niet zo leuk is voor de betrokkenen, maar ook niet voor buitenstaanders. Men voelt zich innerlijk schuldig, omdat men soms anderen zou willen onderwerpen door een marteling con chili of dergelijke, ook al zal men dit in de praktijk niet doen. In de oude tijd bestond er zelfs een soort marteling per concilie, maar die tijd is gelukkig al lang voorbij.

Wie hiermee geconfronteerd wordt, vraagt zich af, wat de zin en het nut hiervan kan zijn. Toch kan men stellen dat dit voor de eenling die het moet ondergaan op zijn minst een aanwijzing vormt dat hij zich niet genoeg heeft gerealiseerd waaraan hij is begonnen. Hij heeft zich kennelijk binnen de gemeenschap en tegenover het heersende nog niet juist genoeg opgesteld. Voor degenen die dergelijke middelen gebruiken echter zou het duidelijk moeten maken, dat zij nog geen middelen hebben gevonden om hun gezag in de harten van de mensen te vestigen en daardoor martelingen en dergelijke maatregelen overbodig te maken.

Dergelijke situaties maken dus duidelijk dat er binnen een staat of gemeenschap niets niet in orde is. Er zijn natuurlijk altijd weer mensen die dit besef, dat meestal ook op hun eigen optreden en leven betrekking heeft, wegwerken met kreten over communisme, terrorisme en fascisme in de staat.

Mogelijk kunnen dergelijke dingen inderdaad bestaan. Maar een ding is wel zeker: wanneer dergelijke dingen kunnen bestaan, zo is het mede de schuld van de burgers, die de toestand mede door hun gedogen daarvan laten voortbestaan. Want als alle burgers er tegen zijn, kan  daaruit mogelijk onder de huidige verhoudingen een lange en bloedige strijd voortkomen, maar de gewraakte praktijken gaan dan op de duur niet meer door. Dan komt er een einde aan. Zeker wanneer iedereen zou weigeren ook maar iets te doen voor iemand die bij dergelijke praktijken betrokken is, zal na korte uitbarstingen van geweld de zaak zeker snel beter worden.

Een dergelijk lijden – indien wij het zo mogen noemen – heeft dus wel degelijk zin, daar het duidelijk maakt dat er geen juiste oriëntatie bestaat in de gemeenschap. Dan zal men kunnen beseffen, dat je je niet eenzijdig kunt opstellen, je niet op een enkel ideaal kunt oriënteren zonder meer. Je moet je altijd weer oriënteren op de mensheid en de harmonie tussen de mensen. Doe je dit niet of niet voldoende, dan ontstaat daaruit onontkoombaar het lijden.

Is er echter een voldoende harmonie bereikbaar, dan gaat het lijden op de duur voorbij nadat alle gevolgen van de disharmonie overwonnen zijn. Is er geen voldoende harmonie tussen allen of tenminste het merendeel van een gemeenschap, dan zullen vergelijkbare en even pijnlijke verschijnselen de gemeenschap blijven teisteren.

Ook deze dingen zijn op zich dus wel degelijk zinvol. Zoa1s het op zich wel degelijk zinvol is, dat er rellen zijn geweest bij u in verschillende steden en vooral in Amsterdam. Indien u mij tenminste toestaat, actueel te zijn. Om maar enkele punten te noemen: Wanneer een dergelijke uitbarsting niet zou zijn voorgekomen, zou men mogelijk niet beseft hebben hoezeer bepaalde minderheidsgroepen in staat zijn, een gehele gemeenschap te terroriseren.

Het kan een pijnlijke ervaring zijn. Maar laat ons even wel wezen: indien alle mannen die een dergelijk optreden afkeuren nu eens naar de bedreigde plaatsen waren gegaan en ook een steen hadden geworpen, zou er snel een einde aan de terreur van de straatvechters gekomen zijn, ook al zou dit betekenen dat er heel wat meer demonstranten in het ziekenhuis terecht zouden zijn gekomen om onder pijnen te beseffen dat hun optreden misschien toch niet zo geslaagd was. En zeker is ook, dat deze vorm van straatterreur niet meer voor zou komen. Want te zeer verliest men uit het oog, dat terreur alleen mogelijk is doordat de mensen zich aan terreur onderwerpen.

Let wel: dan gaat het hier niet meer om de enkelingen die deze symptomen beroepshalve dienen te bestrijden, maar over de gehele gemeenschap. Om het eens anders te zeggen: de Nederlandse gemeenschap is kennelijk ziek, want eenieder wacht af of een ander misschien de onaangename of gevaarlijke klusjes voor hem wil opknappen.

Dat men dan door een dergelijk gebeuren geschokt is, kan ik dit zeer goed begrijpen. De vraag is alleen maar of die schok in de eerste plaats en voornamelijk is ontstaan door hetgeen anderen hebben gedaan dan wel uit hetgeen men zelf naliet te doen.

Ook hier kunnen wij stellen dat de fout, de pijn, het lijden in feite een waarschuwing betekenen. Maar er zullen mensen genoeg zijn, ook hier, die nu uitroepen dat er in elk leven lijden voorkomt waarvoor niet op een zo eenvoudige wijze een verklaring is te vinden. Waarom, zo roept men, moet ons de vader, moeder, man, vrouw, kinderen enz., u kiest maar, opeens en op die wijze ontvallen? En vaak klinkt in een dergelijke vraag iets mee van een: nu heeft de Heer mij toch onrecht gedaan.

Ik vind dat een foutieve instelling, want geen enkele mens heeft recht op een medemens. Je bezit het ogenblik, maar nooit de totaliteit van het bestaan van een ander. Wanneer je dit gaat begrijpen, zal je het verlies voor jezelf nog wel kennen, maar je zult het ook erkennen als iets wat alleen eigen bestaan en niet het geheel van alle samenhangen bedreigt. Je zult door het gebeuren niet langer gedomineerd worden. De verandering is dan wel niet aangenaam, maar blijft niet meer een voortdurende pijn, die dan vaak ontaardt in het oprichten van kleine huisaltaartjes en een jarenlang voortdurend zelfbeklag.

Wanneer een kind heen moet gaan, nu ja, goed, Je mist het, zeker. Maar aan de andere kant ga je beseffen, dat je een kind nooit werkelijk “hebt”. Een kind is een levend wezen, een organisme met zijn eigen problemen, maar ook een wezen met zijn eigen denkbeelden en zijn eigen conflicten. Aan dit feit kun je als ouder, opvoeder e.d. niets veranderen. Je kunt het wezen van het kind niet veranderen. En wanneer je dit eenmaal gaat begrijpen, sta je toch wat meer afstandelijk tegenover alles wat met het kind gebeurt. Je hebt nog wel dezelfde gevoelens, maar je gaat die nu vooral betrekken op jezelf en niet meer op een onkenbare macht buiten je of op de wereld of personen, die je verantwoordelijk stelt.

De zin van het lijden is ook hier weer dat zij een confrontatie inhoudt met de werkelijkheid van wat je bent en doet.

De volgende kreet zal in dit verband dan wel zijn: Maar verklaar dan eens waarom sommige mensen zo onmetelijk lang moeten lijden aan een ziekte. Soms – en veelal vaak – kunnen wij de verklaring vinden in hun voorgaande levensperioden. Iemand heeft dingen gedaan en zich de consequenties daarvan niet gerealiseerd. De gevolgen zijn dan de kwalen, de pijntjes, de ellende. Wanneer die samenhang eenmaal erkend wordt, zal de disharmonie in het ik eveneens worden opgeheven of grotendeels worden opgeheven. En dat betekent dat het ik via het zenuwstelsel een groot deel van de zenuwen bewust kan redigeren en zo reacties in het lichaam tot stand kan brengen waardoor een groot deel van de ziekteprocessen tot stilstand kan worden gebracht en soms zelfs ongedaan kan worden gemaakt. Dit geldt ook voor zaken als parkinsonisme, verschillende soorten van kanker e.d. Wanneer wij ons eenmaal bewust worden van hetgeen zich in ons afspeelt kunnen wij het lijden wel aan.

Wanneer wij het lijden “overgeven”, al wordt deze term soms gebruikt op een wijze, die mij doet kotsen, blijkt veelal ook bv. pijn opeens dragelijker te worden enz. Maar dit betekent dat wij, alleen door de toestand geheel te aanvaarden, daarin een verandering brengen die gemeenlijk een verbetering van omstandigheden en een afname van het lijden, zal betekenen. Er is geen verzet meer en de toestand wordt draaglijk. Het enige gevaar hierbij is, wij ons niet meer willen verzetten tegen de oorzaak van het lijden zover die in onszelf ligt en door onszelf beïnvloed of beheerst kan worden. Dit laatste zouden wij altijd moeten blijven doen, want dit is een deel van ons ik. Wij hebben een drang tot zelfbehoud en kunnen die niet straffeloos terzijde stellen zonder als gevolg daarvan een andere vorm van disharmonie in ons ik te wekken.

Neem dan de mensen die stellen gestraft – soms zeggen zij ook gezegend zijn – met een geestelijk onvolwaardig kind. Hun vraag luidt dan vaak: hoe kwam dit tot stand? Het antwoord aan dergelijke mensen moet luiden: wij weten het niet precies. Maar ongetwijfeld heeft ook uw eigen leven en voorgeschiedenis hier iets mee te maken, ongetwijfeld zal ook –     en nu moet ik iets wat op karma lijkt, even aanstippen – de geboortekeuze van de incarnerende geest het een en ander te maken hebben gehad met het optreden van deze situatie.

Wanneer wij in dergelijke gevallen de situatie eenvoudig aanvaarden en er het beste van maken, valt het gemeenlijk nog best mee. Dan kun nog heel wat plezier hebben van het kind, zal het kind zowel als de ouders nog heel wat vreugde kennen en het lijden zal dan zeker niet onbeheersbaar groot zijn. Op het ogenblik dat de ouders echter in verweer komen, denken: “waarom moest dit nu juist ons gebeuren”, blijkt echter de pijn en daarmee de spanning steeds toe te nemen.

Juist door dit niet aanvaarden van een feit, waaraan wij niets meer kunnen veranderen, scheppen wij een spanning in onszelf waardoor wij op de duur ons geestelijk evenwicht verliezen met alle geestelijke en stoffelijke disharmonieën als mogelijk gevolg hiervan.

Dit is toch de werkelijkheid, nietwaar. Dus alleen reeds bij een zuiver rationele benadering van ons onderwerp kunnen wij reeds stellen: het lijden in de mens, de maatschappij, de mensheid, duidt op onharmonische situaties of toestanden, onjuiste oriëntaties. Door de feiten te erkennen voor hetgeen zij zijn, jezelf te erkennen voor wat je bent en je aan te passen bij je eigen mogelijkheden zonder uit te gaan van verlangde mogelijkheden en veronderstelde rechten zal je een groot deel van het lijden ongedaan kunnen maken.

Hiermee heb ik het voornaamste feit reeds gesteld. Ik zou het hierbij kunnen laten. Maar dan denkt eenieder: “je praat mooi, maar je moet er maar inzitten”. Want afstandelijk spreken over lijden zien wij vooral altijd weer degenen doen die er zelf weinig mee te maken hebben. Mij is indertijd opgevallen dat vooral zeer jonge kapelaans met zo buitengewoon veel vertrouwen de stervenden de hemel in willen praten. Dat komt waarschijnlijk omdat zij zich ondanks alles niet kunnen indenken, wat het betekent om te sterven en voor zich de dood alleen zien als iets wat op een heel grote afstand in de tijd als mogelijkheid bestaat. Deze mensen denken wel dat zij de juiste weg volgen, maar in feite weten zij niet waarover zij spreken. Het is als het ware deel geworden van hun illusie, die door de persoonlijke feiten nog niet is aangetast.

En dit brengt ons meteen naar een volgend punt, dat met lijden en de zin daarvan veel te maken heeft. U leeft in een werkelijkheid, maar u beleeft gelijktijdig illusies die u steeds weer voor het beeld van de werkelijkheid probeert te stellen. U aanvaardt bv. iemand niet zoals hij of zij werkelijk is, maar zoals u zou willen dat hij of zij zou zijn. Meestal projecteert u een deel van uw eigen kwaliteiten en eigenschappen op de ander. Maar daarmee heb je de ander nog niet omschreven of in wezen erkend.

Het gevolg is dat je zoveel omtrent de ander meent te weten en op zovele zaken bij die ander meent te mogen vertrouwen, dat u door elke verstoring van de door u aangenomen gang van zaken met schok reageert en het feit dat de ander zichzelf is en niet beantwoordt aan uw illusie als een onrecht wordt ervaren.

Wij zien in dergelijke gevallen vaak een psychische schok optreden wanneer de werkelijkheid niet meer ontkend kan worden. En dit voert dan weer tot een overdragen van de innerlijke onevenwichtigheid op het lichaam in de vorm van al dan niet werkelijke hinderlijke kwalen. Vaak zal men een dergelijke teleurstelling ook omzetten in een gevoel van eigen minderwaardigheid met alle gevolgen voor het contact met de wereld en de omgeving, Wanneer je je illusies beschaamd ziet, is het begrijpelijk dat een mens in verweer probeert te komen. Maar hij zal dan ook moeten beseffen dat hij tegen de werkelijkheid in verweer komt en dat dit als gevolg kan hebben dat die werkelijkheid zich ook tegen eigen ik zal richten.

Maar nu geestelijk, want wij zitten hier uiteindelijk ook om meer geestelijke onderwerpen met u te bespreken. Hier ligt de zaak nog veel eenvoudiger. De aanvaarding van hetgeen ik zelf ben, is noodzakelijk om te kunnen aanvaarden wat er rond mij – en dan voor mij kenbaar – bestaat. Dit is een soort geestelijke wet. Zo ik weiger mijzelf totaal te erkennen  voor hetgeen ik wezenlijk ben, zal ik dus ook niet in staat zijn de werkelijkheid rond mij als zodanig te beleven. Misschien kan ik door een gedeeltelijke zelfaanvaarding soms bepaalde delen ervan aanvaarden en ervaren, maar nooit het geheel.

Wij verwachten op grond van onze illusies altijd weer meer dan er is. Het wegvallen van de ervaring volgens verwachting kan dan tot een ontkenning van de werkelijkheid van eigen bestaan voeren en tot een lijden worden. In andere gevallen leeft men in een te kleine wereld die tot een verveling wordt die op de duur het ik zozeer gaat beheersen, dat die verveling op zich al lijden is.

Wij zijn wezens die op wisselwerking zijn ingesteld. Dit geldt ook voor de mens op aarde. Wanneer je geheel geïsoleerd bent van je wereld en alle mensen is de kans 99 op 100 dat u daardoor wat mem noemt a-normaal of zelfs abnormaal zult worden. U zult dan allerhande pietluttigheden voor uzelf gaan hanteren die voor uzelf steeds belangrijker worden en op de duur uw gehele leven gaan beheersen.

Denk in dit verband maar eens aan het bekende verhaal van een eenzaam opgesloten gevangene die een  spin in zijn cel aantrof, het dier bestudeerde en er zelfs vliegjes voor ving. Toen die spin op een gegeven ogenblik verdween, leed de gevangene nog meer dan een moeder die haar enige kind moet verliezen. O, redelijk, rationeel is dit natuurlijk onzin, abnormaal. Maar het feit blijft voor betrokkene bestaan en zijn gevoelens zijn er zodanig bij betrokken dat een dergelijke beleving zelf lichamelijke gevolgen zal kunnen hebben.

Wanneer wij als geest op aarde incarneren, zo doen wij dit dan ook niet om een leven te leiden dat menselijk gezien ideaal is. In dat geval zouden er minder mensen incarneren die uiteindelijk ondernemers worden en zou het aantal van de mensen dat rustig van de sociale zorg wil leven aanmerkelijk toenemen. Dat kan ik u wel verzekeren. Men zoekt eenvoudig naar die wijze van leven waarin men bepaalde ervaringen kan opdoen. Die geest – vergeet dat niet – staat op het ogenblik van de keuze nogal afstandelijk tegenover het stoffelijke gebeuren waarmee zij na de incarnatie ook emotioneel zo sterk verbonden zal zijn. De incarnatie op zich kan dus reeds inhouden, dat bewust gekozen werd voor een reeks situaties, waarin conflicten op zullen optreden waarin pijn, lijden wel degelijk mede een rol kunnen spelen.

Voor de geest is het dan belangrijk, zichzelf ook in dergelijke omstandigheden te leren handhaven, om meester te blijven over lijden en pijn. Wanneer de mens daarin dan later ook werkelijk slaagt, zal hij zich daarbij zelfs erg gelukkig gaan voelen. Slaagt de geest daarin slechts ten dele, dan is zij na de dood reeds erg gelukkig met het behaalde resultaat omdat hierdoor een soort encirclement, een reeks wanden die niet te doorbreken schenen, wegvallen. Dergelijke wanden worden gevormd door zaken, waarvoor je geheel geen besef hebt.

De geest krijgt in een dergelijk geval dus een nieuwe, ruimere wereld tot haar beschikking, kan meer contacten maken. Haar besef van het geheel van het geestelijk mogelijke wordt groter,  haar beleven van een geestelijke werkelijkheid of benadering daarvan wordt intenser.

Leg je de mens dit alles voor, dan zal hij zeggen dat het heel mooi klinkt. Op zijn manier zal hij proberen dit alles uit te werken en bv. stellen:  Wanneer ik dus nu voortdurend liefdesverdriet heb, dan komt dat zeker omdat ik vroeger altijd anderen liefdesverdriet bezorgd heb. Wat natuurlijk kolder is. Kijk, liefdesverdriet komt voort uit een te sterke projectie van het ik naar de ander waarbij men gedreven wordt door bepaalde emotionele en soms zelfs uit de klieren voortkomende drijfveren. Anders gezegd: de vorm van liefde waaruit dit leed voortkomt is iets, wat gebaseerd is op illusies, die men zichzelf maakt omtrent zichzelf en omtrent een ander. Wanneer men besef heeft voor de werkelijkheid zal die zaak en zelfs haar eventuele gevolgen gemakkelijker te verwerken zijn.

Wanneer je dit nu even vertaalt in meer geestelijke termen komt het erop neer, dat dit alles niets te maken heeft met iets, wat je in een vorig leven gedaan zou hebben, maar voortkomt uit het onvermogen verschil te maken uit een door het ik en vanuit het ik geprojecteerde schijn en een rond het ik bestaande werkelijkheid. Dergelijke ervaringen zijn geestelijk gezien erg kostbaar, wanneer je er maar iets meer uit leert omtrent jezelf en de werkelijkheid waarmee je nu te maken hebt.

Ik hoor de mensen al fluisteren dat er dan toch maar heel wat pijnlijke zaken zijn, waaraan je je als mens niet kunt onttrekken. Zij wijzen dan bv. op de wereldoorlog. Want de wereldoorlog is nu weer heel erg populair: zij is lang genoeg geleden dat men de helden kan eren en de bandieten toch weer wat meer menselijk kan bezien, ofschoon heel wat mensen met dit laatste nog heel wat moeite hebben. Die mensen zeggen dan: aan die wereldoorlog konden wij toch niets doen? Maar kon men er werkelijk niets aan doen? Was ook u er niet van overtuigd dat het erg prettig was dat een zekere heer met zijn hoed zwaaide en uitriep: ik breng u de vrede voor onze tijd?

Waarbij zij opgemerkt, dat   niemand die dit meemaakte, beseft hoe kort die onze tijd dan wel was. Maar u hebt het meegemaakt? Dan dacht u, zoals met u ontelbare anderen: Dat zij iets doen in het Saarland en zo is toch zo heel erg niet. Voor de joden is het natuurlijk wel erg, maar die kunnen dan toch wel naar ons toekomen. Waarom zouden wij iets doen? Bemerkt u iets? De mentaliteit van gehele volkeren is medeaansprakelijk voor alles wat in de oorlog gebeurd is. Ook degenen die, toen het te laat was, zo heldhaftig in het verzet zijn gegaan, dachten in het begin dat het voor hen wel niet zo’n  vaart zou lopen. En zo zij al met de mond ageerden tegen alles, wat er in Duitsland gebeurde, zo zijn zij zeker niet zo ver gegaan dat zij werkelijk meenden dat ook zij, persoonlijk, zich op een daadwerkelijk ingrijpen dienden voor te bereiden.

Niemand dacht in feite dat hijzelf aan de beurt kon komen. Men had alleen maar medelijden met anderen, ver weg. Dat gold voor Frankrijk, Nederland, Engeland, Denemarken. Eenieder dacht dat men de ontwikkelingen best zou kunnen sussen, dat men het aankon. Zoals men tevoren keek, hoe er in Spanje een reeks wrede wapenoefeningen werden gehouden en in Eritrea en Abessinië eenvoudig bewapende mensen werden afgeslacht met de modernste wapens. Erg. Natuurlijk. Maar geen reden om in te grijpen. Men moest toch allereerst aan zijn eigen belangen denken. Bovendien, Spanje was zo erg niet. Daar ging het immers tussen communisten en fascisten? Laat die elkaar maar uitmoorden, nietwaar? Waarna men de vrede in Spanje uiteindelijk franco thuisbezorgd kreeg.

Ook die mentaliteit is in wezen medeverantwoordelijk. De mentaliteit van een: “I am doing right, Jack” en laat de anderen maar voor zich zorgen. De mentaliteit van: als ik nu maar krijg wat ik hebben wil. Ik ben meer waard dan die anderen, mijn beschaving, cultuur is meer waard dan die van die anderen. De mentaliteit van een: ik zorg voor mijzelf, laat de anderen mij maar volgen en zelf zien dat zij ook aan hun trekken komen. Ik zorg alleen voor mijzelf, voor onze groep.

Die mentaliteit is aansprakelijk voor wereldoorlogen maar ook voor een deel van de moeilijkheden in Vietnam, geschillen in Perzië, aansprakelijk ook voor het krankzinnige conflict tussen Israël en de Palestijnen, dat nog steeds onoplosbaar blijft en nog steeds bloed eist. Er zijn nu eenmaal te veel mensen die geen afstand willen doen van hun illusies en menen de een of andere partij of groep best te kunnen steunen, “omdat bij ons toch niets ernstigs zal gebeuren”. Maar dan zijn al die conflicten en al wat daaruit verder voortkomt een teken van een ziekte in de mensheid. Een ziekte waarbij je de medemens niet meer beschouwt als een werkelijk mens, maar eerder als een factor in een bepaald geloof, systeem of filosofie.

Wanneer steeds meer mensen zo denken en niet eens meer naar anderen willen luisteren, daar die a priori geen echte mensen zijn, omdat zij de moed hebben een andere mening te koesteren, dan komen er toch conflicten. Daar zullen zelfs dodelijke conflicten uit voortkomen.

Nu is de dood zo erg niet, want u leeft toch wel verder, maar er ontstaat hierdoor een lijden op aarde, alleen maar omdat de mensheid niet bereid is zichzelf als eenheid te erkennen en mensen niet bereid  zijn hun binding met en hun aansprakelijkheid tegenover het geheel van de mensheid te aanvaarden. Dan komt men zover dat men zelfs niet meer wil erkennen, wat de medemenselijke verplichting van elke mens tegenover elke mens is.

Soms moet ik een beetje lachen wanneer ik zie waar de mensen zich in feite druk over plegen te maken. Een leuk voorbeeld: stakers in Engeland hadden een aantal werkwilligen het ziekenhuis in geslagen. Daaraan ging eenieder zover voorbij dat men beweerde dat dit een onvermijdelijk deel was van de sociale strijd. Maar toen bleek dat ook een hond in de strijd betrokken was geweest, die een staker een poot had gebroken. En die kerel wilden alle rechtgeaarde Engelsen opeens liefst ophangen. In een dergelijk geval en bij dergelijke reacties is toch wel alle begrip voor verhoudingen zoekgeraakt. Het is kennelijk niet zo erg, wanneer een mens, uit in wezen zelfzuchtige overwegingen, door een medemens onder het slaken van mooie kreten kapot gemaakt wordt en van de dieren moet je afblijven? Kennelijk heeft een mens in de ogen van velen minder rechten dan een dier. Nu ja, u hebt kennelijk ook iets dergelijks kortgeleden meegemaakt. Ik bemerkte immers dat bij velen de grootste verontwaardiging over hetgeen tijdens de rellen gebeurde, stoelt op het feit dat men ook paarden had mishandeld en met stenen geworpen. Dat agenten zo behandeld worden is gewoon. Daar moet je niet op letten. Het is hun vak, daar worden zij voor betaald. Maar, dat men die onschuldige paarden wat durft aandoen… Hier is iets fout. Zoals het er ook niet om gaat of een demonstrant in zijn visies gelijk heeft of ongelijk. Het gaat er wel om, of die mens bereid is mens te zijn dan wel zich door zijn drammen op eigen inzichten alleen buiten de mensheid plaatst.

Wanneer wij dit als het essentiële punt ook van dergelijke conflicten beschouwen, is alle lijden en pijn opeens toch weer zinvol. De zin van dit lijden is, dat het ons voert tot de erkenning van bestaande disharmonieën en indien wij verstandig zijn, ons ertoe kan brengen te zoeken naar een ander, meer harmonisch samenwerkings- en samenlevingspatroon te zoeken, waardoor de noodzaak voor deze spanningen en dit lijden ongedaan gemaakt kunnen worden en zelfs het tegendeel daarvan, de vreugde, weer binnen ieders bereik komt.

Maar zelfs met deze constatering zijn wij er nog niet helemaal. Want er wordt zoveel geleden. Kijk naar de mensen die op aarde rondlopen en je kunt aan het merendeel zien dat zij het lijden al onder de leden hebben. Bovendien is zo iemand dan nog vaak lidmaat van een groep, die het lijden aan zijn leden aanbeveelt als de weg tot de zaligheid. En dat lijkt mij helemaal kolder. Die mensen praten of je voor de vreugden van de hemel alleen kunt betalen door lijden op aarde. Ik vraag mij dan af, of de voorstelling die een beheerder biedt die een dergelijke entreeprijs durft vragen, de moeite wel waard kan zijn. Maar goed.

Maken wij zelf niet het lijden, een lijden dat feitelijk in de meeste gevallen niet noodzakelijk is? Wanneer wij eerlijk zijn en even de totaliteit van het leven van een afstand proberen te bezien, zo moeten wij wel toegeven dat zeker in 4 van de 5 gevallen het ik zelf schuld is aan en aansprakelijk is voor het lijden. Dan moeten wij erkennen, dat het ik in 4 van de 5 gevallen door zijn eigen onevenwichtigheid betrokken is geraakt in het lijden, waarover  het zich beklaagt. Dan zien wij als eerste en voornaamste reden voor lijden bij de mensen steeds weer verwerping van de werkelijkheid, onbeheerstheid en het ontwijken van alle zelfkennis. Volgens mij illustreert al het voorgaande dat lijden zinvol is.

Vragen

  • Je kunt het als individu wel zo zien, maar er komt niets van terecht voor de gehele massa ook zo is gaan denken. De grote ellende is dat…

De grote ellende is juist, indien u mij de opmerking toestaat, dat de meeste mensen nog wel bereid zijn grote zaken voor het geheel aan te pakken, maar niet bereid schijnen te zijn in het klein en allereerst bij zichzelf te beginnen. Wanneer echter steeds meer mensen evenwichtig, harmonisch en beheerst leren reageren, zullen zij daardoor alles wat lijden veroorzaakt, ook steeds meer naar de achtergrond verwijzen.

U vindt het misschien vreemd, dat ik het zo bezie. Maar concentratiekampen konden alleen bestaan, ondanks alle geheimhouding e.d., doordat er mensen waren, die zich lieten aanpraten, dat dit voor de gemeenschap noodzakelijk was en weigerden af te gaan op eigen begrippen van juistheid en harmonie. De transporten daarheen waren alleen maar mogelijk, omdat er overal mensen te vinden waren, die dan toch maar bereid waren om op de lok te staan, de trein te begeleiden en wat die meer zij.

  • U wilt dus zeggen, dat je zelf het offer moet brengen?

Indien u het een offer wilt noemen, ja. Je dient jezelf te onttrekken aan elke situatie, die disharmonisch is. Alleen wanneer je dit bewust, consequent en met voldoende zelfkennis doet, zal je een weg kunnen kiezen waarbij je het voor jou juiste doet en gelijktijdig elk overtollig conflict, zowel voor jezelf als voor iedereen waarmee je in contact komt, kunt vermijden en daarmee het lijden zowel  voor jezelf als anderen tot een minimum leert herleiden.

En daar dit voldoende is, komen wij daarmee gelijktijdig aan het laatste deel van mijn inleiding. Ik heb al voldoende zinspelingen gemaakt op oorlogen, gewezen op Vietnam. Ik zou even goed kunnen wijzen op Indonesië, al heeft dit conflict niet zo lang geduurd. Maar het had toch ook allerhande “Vietnam aspecten” tot gebeurtenissen die deden denken aan het latere Mi Lai. Bij al deze ontwikkelingen kon men de mensen horen stellen, dat zij het er wel niet geheel mee eens konden zijn, maar dat je als eenling machteloos staat.

Dit is een illusie, die u door zeer veel groepen en personen wordt aangepraat. In feite bent u even machtig als iedere andere mens. Maar naarmate u uzelf machtelozer zult gaan voelen, zult u anderen ook toestaan, meer macht over u uit te oefenen.

Laat ons dan als het u belieft begrijpen, dat bepaalde sociale misstanden, bronnen van lijden, opstand, oorlog, e.d. niet alleen maar voortkomen uit de enkele leiders, die dit beslissen of handhaven. Geen generaal kan ten oorlog tijgen, tenzij hij beschikt over soldaten die bereid zijn op zijn bevel te schieten. Geen minister kan beslissingen nemen, wetten uitvaardigen en handhaven, wanneer het grootste deel van het volk die eenvoudig aan zijn laars lapt.

Indien u dit niet gelooft moet u maar eens kijken naar automobilisten die steeds weer alle artikelen van het wegenverkeersreglement door hun verkeerspraktijk belachelijk maken en eventuele boetes dan nog wel willen betalen om last te vermijden, maar hum eigen gedrag blijven voortzetten. Wat in de praktijk erop neerkomt, dat delen van het reglement tot dode letter worden en dat de werkelijke verkeersorde wordt aangepast aan de omstandigheden.

Hierdoor alleen is duidelijk dat niets de mens zonder meer kan worden opgelegd. Het feit dat een mens beslist over zichzelf en zich door geen dreiging of verlokking laat bewegen mee te doen met degenen, die verlokking en angst gebruiken om hun wil door te zetten, is reeds voldoende om aan de macht een einde te maken. De bereidheid in te gaan op zuiver persoonlijke basis en uitgaande van alle mogelijke consequenties ontneemt degenen die nu zo rijkelijk macht kunnen uitoefenen op de duur alle macht.

Zeker, het kan flink schijnen om te gaan vechten tegen de macht. Maar daardoor roep je alleen maar meer machtsbehoefte wakker. Wat betekent dat je meer strijd doet ontstaan en op de duur zelf gaat streven naar macht over anderen. En dit betekent dat je zelfs indien je zou winnen gedoemd bent dezelfde machtsuitoefening en daarmee verbonden praktijken over te nemen van degenen die je de macht ontnomen hebt.

Wanneer je dit begint te beseffen zal je ook gaan aanvaarden dat het ik zichzelf los moet zien van de massa, als een persoonlijkheid moet bestaan en zich door de gedragingen van de massa niet mag laten beïnvloeden bij het zoeken naar een innerlijk evenwicht en een voor het ik harmonisch levenspatroon. Men zal dan meer en meer gaan zoeken naar een wijze van leven en denken waarbij men niet meer afhankelijk is van alles wat anderen wensen of doen.

Op het ogenblik dat je deze toestand bereikt, heb je voor jezelf en zeer waarschijnlijk ook voor vele anderen oorzaken van lijden en spanningen uit de weg geruimd. Zeker, in het begin betekent een volgen van deze weg, dat je afstand zult moeten doen van zaken en mogelijkheden die je als aangenaam of zelfs onmisbaar beschouwt.

Een bekend zakenman en leider van een deel van een van de grootste internationals sprak eens: Wanneer ik mij al terug zou willen trekken, zou ik dit niet eens kunnen. Want ik heb uiteindelijk mijn jacht – u zou het eerder een passagiersschip op zee noemen – en wanneer ik met mijn vrouw en kinderen zo nu en dan eens een leuk reisje wil gaan maken, moet ik mij wel handhaven op de plaats, die ik nu bekleed. Had de man nog nooit van tenten en waterfietsen gehoord? Maar de plaats, die hij wil blijven innemen, kost hem zeer veel. Zijn gezondheid is er langzaamaan aan het onder doorgaan. Hij is begonnen met maagzweren, lijdt nu steeds meer aan darmkwalen en indien hij nog even op die wijze voortgaat is het waarschijnlijk dat hij kanker in de onderbuik ontwikkelen zal ook. En denk niet dat de man dit alles niet weet. Hij is verschillende malen gewaarschuwd, zelfs voor het gevaar van die kanker, maar de man wil doorgaan. Is hij dan geen dwaas?

Ik hoor hem zo dadelijk al uitroepen: Waarom treft juist mij, die toch zo hard werkt, nu juist deze ziekte? En toch komt alles in wezen voort uit het feit dat de man harder werkt en meer verantwoordelijkheid op zich neemt dan hij in feite aankan. Hij doet dit, omdat hij macht en bezittingen voor zichzelf opeist die veel verder gaan dan zijn wezenlijke behoeften. De man is lichamelijk de laatste tijd zwak. Toch praat hij zichzelf steeds weer aan dat hij om zijn positie waardig te vervullen, deel moet nemen aan het leven van de “jetset” en alle daarmee verbonden activiteiten. Dit, terwijl hij geestelijk noch lichamelijk in staat is dit nog meerdere maanden vol te houden. Die man kent lijden. Hij lijdt nu reeds onder zijn eigen zwakte en kwalen en zo dadelijk zal hij waarschijnlijk halfgek worden bij het denkbeeld dat anderen voortaan zijn werk zullen gaan doen en zijn macht zullen uitoefenen. En hij zal zich dagen en nachtenlang zorgen maken over zijn eigen bezit dat op het ogenblik zo wankel is, dat hij misschien nipt eens in staat zal zijn al zijn kinderen eigen huizen en jachten te geven. Ik vraag u weer: is hier sprake van een concreet lijden, dat van buitenaf je treft of is er eerder sprake van een gevolg van de disharmonische aspecten van de persoonlijkheid zelf? Kunt u mij volgen, wanneer ik stel dat deze man innerlijk dermate onevenwichtig is, dat het hem daardoor steeds minder mogelijk zal zijn iets ook maar bij benadering juist te zien en juist te handelen?

Ik meen dat wij deze kant moeten uitgaan wanneer wij willen spreken over de zin van het lijden. Volgens mij is lijden inderdaad het symptoom van disharmonie, hetzij lichamelijk of anderszins, zelfs sociaal. Wanneer wij bereid zijn deze disharmonie te erkennen voor wat zij is, kunnen wij ook de wegen vinden langs welke wij haar kunnen bestrijden. Op het ogenblik dat wij proberen ons aan deze erkenning van onze innerlijke disharmonie of onevenwichtigheid te onttrekken, is het misschien nog mogelijk de vorm van ons lijden te veranderen, maar aan het lijden zelf kunnen wij ons niet meer onttrekken, Want slechts door het bereiken van harmonie zal lijden uiteindelijk tot stilstand worden gebracht.   En daarmee hebt u, naar ik meen, enkele aardige punten om eens nader over na te denken.

Na de pauze zal ik ingaan op uw opmerkingen en vragen, al moet ik tot mijn spijt reeds hier en nu zeggen dat ik niet kan ingaan op specifieke persoonlijke vragen. Stel uw problemen dus algemeen, dan zal ik  daarop ook in het algemeen ingaan zover dit mij mogelijk is.

  • Kunt u iets zeggen over de voor mij bestaande controverse wanneer mensen lijden en zeggen dat dit gebeurt omdat zij in een leven in het verleden gefaald hebben? Men beweert dat het lijden voortkomt uit een door vroeger leven bestaande disharmonie. Maar het is moeilijk voor een mens, die zelf op te lossen.

Ik zal proberen, het heel erg duidelijk te zeggen: Wanneer wij stellen, dat iets uit een vorig leven komt, gaan wij uit van een karmisch verband tussen het vorige bestaan en het huidige waarbij de fouten van het vorige bestaan worden uitgedrukt als oorzaken in het huidige. Dit op zich is een misvatting. Weet wel, dat men dit begrip karma verkeerdelijk op deze wijze pleegt te interpreteren, maar de feiten liggen als volgt: Wanneer ik fouten maak, kom ik tot foutieve gewoonten en voorstellingen. Deze zullen mijn geestelijke leven beheersen. Wanneer ik dus weer incarneer, zal ik ook dat deel van de verkeerde gewoonten en inzichten mede laten beslissen bij mijn keuze van incarnatie. Dit nu impliceert dat er geen sprake is van een oorzaak die in een vorig leven schuilt, maar dat eerder gesproken moet worden van een disharmonie of een verkeerd beeld van het leven, dat in het ik is blijven bestaan en bij de keuze van incarnatiemogelijkheid medebepalend was en zeker ook de oriëntatie van het ik in de eerste jaren van de jeugd heeft geleid. Wat dus weer tot gewoonten e.d. kan voeren.

De aanpassing aan de stoffelijke wereld, die nu als enige werkelijkheid voor je bestaat, heeft dus door het bereikte inzicht mede enige accenten gekregen. Het zijn die accenten die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van mogelijke illusies, disharmonieën en alle gevolgen daarvan. Dan hebben wij verder te maken met oorzaak en gevolg. Ook hierover wil ik het een en ander zeggen. Oorzaak en gevolgsequenties kunt u ongeveer vergelijken met intercitytreinen. U passeert een aantal stations – gebeurtenissen – zonder dat u de kans hebt u te ontdoen van deze gehele reeks.

Een oorzaak brengt steeds weer een reeks gevolgen met zich, waaraan men zich niet of niet geheel zal kunnen onttrekken. Er zijn echter ook steeds weer knooppunten, stations, waarop u over kunt stappen en dus in een andere richting verder kunt gaan. Een oorzaak en gevolg sequentie kan 20 of meer verschillende ervaringen inhouden, voor u de kans krijgt de zaak te wijzigen. Beseft u tijdens deze van gebeurtenissen echter waar de fout ligt, dan zult u attent blijven op het ogenblik dat u anders kunt gaan reageren. Wij krijgen als gevolg dus weer een dergelijke reeks, maar nu naar de gekozen zijde afwijkende van de eerste. Overzien wij echter de fouten niet, dan is de kans groot dat wij rechtlijnig verdergaan, en dus te maken krijgen met meerdere achtereenvolgende reeksen van oorzaak en gevolgwerkingen, waaraan wij ons niet kunnen onttrekken. In dit laatste geval kan het bestaan beschouwd worden als een rechte weg, die in den beginne voor u was vastgelegd en voert van het begin van het leven tot de dood.

Wanneer je geboren wordt, begint een reeks van oorzaken, die je geestelijk door je keuze van incarnatie tot stand hebt gebracht, bewust of onbewust. Daar je enige tijd het leven gebruikt om je te oriënteren en niet tot zelfkennis kunt komen – laat ons even aannemen dat dit in de eerste 10 jaren van het leven niet pleegt te gebeuren – word je dus in die tijd geheel door de gevolgen die door de keuze voor een geboren worden in een bepaald gezin, een bepaald land, een bepaald milieu voor je zijn ontstaan. Je conditionering e.a. zijn dus in feite het gevolg van de keuze van een geboortepunt en een geboortelichaam. Maar daarna krijg je de kans jezelf juister te leren kennen en jezelf en je daden meer bewust te beschouwen.

Dat betekent dat de puberteit niet alleen maar een aanpassing betekent aan lichamelijke veranderingen, maar in zeer vele gevallen ook een gevolg is van een eerste confrontatie met jezelf. Kun je van die periode reeds een goed gebruik maken, dan kun je ook reeds vanaf dat ogenblik je lot in afwijkende richting gaan bepalen. Of dat de goede zal zijn, is weer een andere vraag, maar je hebt dan de mogelijkheid, daadwerkelijk je lot te gaan beïnvloeden. Voor die tijd is daarvan praktisch nooit sprake.

Wat mogelijk maakt de conclusie te trekken dat iemand die een lichaam kiest waarin bv. parkinsonisme kan optreden door een keuze voor een harmonische ontwikkeling aan de directe gevolgen en uitingen van de kwaal zal kunnen ontkomen. De fouten van het lichaam blijven wel aanwezig, de genetisch zwakke punten zijn en blijven aanwezig, maar zij blijven als het ware beheersbaar. Ga je echter rechtlijnig voort, dan zal je niet in staat zijn dat lichaam te beheersen, jezelf te erkennen voor hetgeen je bent en voortdurend je leven bij te sturen in de richting van een innerlijke harmonie. Het resultaat is dat dan de kwaal die – erfelijke factoren spelen hierbij mede een rol – dormant is geweest, “wakker” wordt

Wanneer ik zie naar kwalen als het genoemde parkinsonisme, kanker en andere kwalen, waarvoor erfelijke vatbaarheid pleegt te bestaan, zoals bepaalde bloedziekten, zo blijken bepaalde mensen als het ware erfelijk hiervoor gepredestineerd te zijn. Maar ook blijkt dat zij, wanneer zij het uitbreken van die kwaal beleven, daaraan gemeenlijk een periode van mentale instabiliteit is voorafgegaan.

Het uitbreken van dergelijke kwalen schijnt mede voort te vloeien uit spanningen in de betrokken persoon. Het lijkt erop dat het mentale gedeelte van het ik door zijn zwakte en verdeeldheid, het lichaam en de daarin berustende kwaliteiten in feite de kans geeft stoffelijke onevenwichtigheden te ontwikkelen die dan door de wil alleen niet meer terug te draaien zijn.

  • Maar mentale spanningen zijn subjectief.

Inderdaad, maar zoals u misschien weet kunnen subjectieve beelden in het ik lichamelijk directe gevolgen hebben. De beste voorbeelden hiervan vinden wij in het optreden van stigmata, de mogelijkheid om door middel van suggestie verwondingen te doen ontstaan. Let wel, dit is controleerbaar, stoffelijk en wetenschappelijk aantoonbaar. Wij weten dat je alleen door suggestie iemand bv. op een aanraking met een stuk ijs kunt laten regeren als op gloeiend ijzer, compleet met brandblaren, huidirritaties e.d.

Wij weten ook dat het mogelijk is middels hypnose bepaalde lichamelijke processen sterk te beïnvloeden en bv. de pijngevoeligheid aanmerkelijk te wijzigen. En dit zijn toch werkelijk stoffelijke zaken ofschoon de gegeven suggestie ten hoogste in de persoon een subjectief beeld kan doen ontstaan.

Aanvaard je dit alles – en daar het bewijsbaar is, kun je moeilijk anders – zo moet je ook aanvaarden, dat een subjectieve onevenwichtigheid die alleen mentaal bestaat, kan worden omgezet in een reeks van directe en objectieve gevolgen voor het lichaam.

Een van de kwalen, waarover men gemeenlijk niet zo veel spreekt en die toch zeer vele slachtoffers pleegt te maken is de reuma. Nu is dit een verzamelbegrip voor een groot aantal in wezen verschillende kwalen en aandoeningen. Toch kunnen wij zeggen dat ongeveer 6 op de 10 reumagevallen blijk geven dat de mentale factor voor het ontstaan van de kwaal van belang was. Zelfs blijkt de eenmaal ontstane aandoening door een herwinnen van een geestelijk evenwicht – mits gebruik wordt gemaakt van de juiste medicatie en oefeningen – teruggedraaid kan worden.

Nogmaals, dit zijn geen sprookjes die ik vertel. Men heeft dit alles getracht aan te tonen en is daarin grotendeels geslaagd. Dit is zelfs zover gegaan dat men in bepaalde landen meer en meer een voorkeur toont voor geneesheren die zowel de psyché behandelen als lichamelijk met hun patiënten werken. In deze gevallen wordt de gegeven medicatie mede bepaald door het psychologisch beeld dat men van de patiënt krijgt. (Psychosomatica) In een groot deel van de door deze medici behandelde gevallen blijken zij ongewoon snelle en vaak zeer afdoende resultaten te boeken. Het nadeel is echter dat een behandeling, wanneer men daarmede eenmaal begint, nogal tijdrovend is, daar steeds weer zowel de psychiatrische als de medische aspecten van de patiënt moeten worden behandeld en steeds ook weer opnieuw beschouwd dienen te worden. Men kan dus niet te veel patiënten behandelen. Het gevolg is dat men de voorkeur geeft aan een andere vorm van specialisatie. Je ziet dat mensen inderdaad soms nog wel terechtkomen bij een psychiater met kwalen, die ook werkelijk uit een innerlijke onevenwichtigheid voortkomen. Maar die psychiater behandelt dan in vele gevallen alleen de psychische spanning – niet de onevenwichtigheid – en probeert met medicatie een gedragsaanpassing te bereiken zonder rekening te houden met het feit dat het lichaam in de eerste plaats ondersteund dient te worden door een medicatie, die niet de psychische, maar de lichamelijke toestand betreft. Het gevolg is dat de patiënt wel tijdelijk zich wat beter voelt, maar als gevolg van een voortbestaan van de lichamelijke onevenwichtigheid toch ook periodiek weer terugvalt in zijn geestelijke onevenwichtigheid. Wat vreemde gevolgen kan hebben en soms voert tot uitzonderlijke reacties en verschijnselen bij zowel de behandelende specialist als bij zijn patiënten. Maar goed, met dit alles wil ik alleen duidelijk maken dat een subjectieve invloed in het ik wel degelijk ook objectieve invloed kan hebben op de lichamelijk toestand en als zodanig constateerbaar is.

Ik wilde duidelijk maken dat geestelijke onevenwichtigheden en spanningen wel degelijk aansprakelijk kunnen zijn voor het ontstaan van lichamelijke ziektebeelden. Zijdelings wilde ik ook nog duidelijk maken dat een ingebeelde ziekte soms wordt omgezet in een werkelijke lichamelijke kwaal van gelijke aard. Kortom, iemand die voortdurend bang is kanker te hebben of te krijgen, loopt – wanneer hij ok maar enigszins cancer-prone is – gevaar inderdaad kanker te ontwikkelen.

Verder blijkt dat de psychische toestand mede van invloed is op de lichamelijke stromingen – voor een deel neurale stromen – deels ook wetenschappe1ijk niet algemeen als bestaand erkende krachtstromen – die wij nog het beste als levenskrachtstromingen kunnen aanduiden. Is deze laatste stroming werkelijk ernstig verstoord, dan kun je gemeenlijk ook met de beste medicatie geen blijvend gunstig resultaat bereiken. Je kunt bepaalde symptomen verdrijven door ze te vervangen door andere. Maar de basiskwaal kun je dan niet ongedaan maken. Nogmaals, hetgeen ik hier stel, is althans voor een groot deel ook erkend binnen de moderne geneeskunde. Ik vertel u dus geen sprookjes. En wanneer wij dergelijke zaken zien en hier en daar deze werkingen ook door erkende therapeuten worden geconstateerd – dit alles is aangetoond, zij het dat delen nog als een omstreden theorie gelden – zo mogen wij volgens mij nog wel een stap verdergaan ook. Ik stel dat een mens die een evenwicht weet te bereiken, daardoor zijn lichamelijke functies eveneens een zoveel groter evenwicht innerlijk kan schenken, dat zijn lichaam in staat is de aanwezige onevenwichtigheden in het lichaam zelfs vanuit zich en betrekkelijk snel te herstellen.

Iemand die in zich een vertrouwen heeft dat alles goed zal gaan, zal bv. een beenbreuk in rond 2/3 tot de helft van de tijd zien genezen die onder verder gelijke omstandigheden nodig is voor de genezing van iemand die zwelgt in onzekerheden en zelfbeklag. Ik neem dit als voorbeeld, omdat dit steeds weer te constateren valt en er bovendien geen sprake is van een werkelijk ziektebeeld, maar wij te maken hebben met een laesie van bot en mogelijk ander weefsel. Het herstellen hiervan geschiedt kennelijk veel sneller, wanneer de patiënt een juiste psychische instelling bezit. Ik ben zo vrij om aan te nemen dat dit een bewijs vormt voor de belangrijkheid van een positieve en evenwichtige geestelijke opstelling in alle gevallen van schade aan het lichaam.

Gezien de voorgaande vergelijkingen kan je hieraan toevoegen, dat het wel degelijk ook van belang is voor maatschappelijke ontwikkelingen. Wanneer je elke mens binnen een gemeenschap tot evenwicht brengt, vallen praktisch alle schadelijke conflicten weg. Omgekeerd kun je alle daadwerkelijke verwarringen en misstanden in een gemeenschap volgens mij beschouwen als aanduiding voor het bestaan van geestelijke onevenwichtigheid bij alle betrokken partijen.

Mijn conclusie: innerlijke onevenwichtigheid, subjectief of niet, zal niet alleen tot lichamelijke kwalen en feilen voeren, maar zal tegelijk aanleiding kunnen zijn voor ernstige afwijkingen ten aanzien van het normgedrag en een optreden waarbij met bestaande regels, belangen en zelfs mogelijkheden geen rekening meer wordt gehouden. Herstel de innerlijke harmonie bij voldoende mensen en de gemeenschap graviteert tot een normgedrag dat het meest juiste en aanvaardbare is voor een gemeenschap, opgebouwd uit deze mensen.

  • Moet je dus niet subjectief maar objectief leven?

Als je dit kunt wel. Maar wie kan dat? Wij moeten zoveel mogelijk realisten blijven. Daarom moet ik hier beginnen met vast te stellen dat elke mens de wereld egocentrisch beleeft. Het ik is immers het centrum van waaruit wordt waargenomen. Het centrum waarin de waarneming wordt geïnterpreteerd en waarin de mogelijkheden van het ik zelf dus medebepalend zullen zijn voor het wereldbeeld dat ontstaat en de conclusies die dit ik uit de waarnemingen trekken zal. Dit betekent dat u kunt proberen objectief te zijn door niet slechts naar enkele verschijnselen of wensen, maar naar alle verschijnselen of mogelijkheden te kijken. Ook dan blijft uw eigen kwaliteit en geaardheid nog wel degelijk beslissend voor de wijze, waarop u evenwicht en harmonie zult kunnen vinden. Er is dus nooit sprake van enige objectiviteit die alleen de feiten en de werkelijkheid weegt, er is altijd sprake van een persoonlijke interpretatie. Maar indien die interpretatie steeds weer beide kanten van de medaille beschouwt en als belangrijk aanvaardt, zal het schouwende ik toch komen tot een beeld dat de werkelijkheid benadert. En dan kan dit ik in die werkelijkheid evenwichtiger en dus ook harmonischer functioneren.

  • Evenwicht en harmonie zijn in het leven toch niet blijvend te bereiken?

Wanneer u deze vraag zou voorleggen aan de zgn. ingewijden zouden ze waarschijnlijk in lachen uitbarsten en roepen: het is zeker te bereiken. Kijk maar naar mij. Maar het is de meeste mensen te lastig, daarvoor zoveel moeite te moeten doen. Sprekende vanuit een meer algemeen menselijk standpunt zou ik echter willen stellen dat je een evenwicht benaderen kunt. Maar het bereiken van een absoluut evenwicht lijkt mij voor de doorsnee mens – tenzij hij ook geestelijk allerhande belevingen en ontwikkelingen doormaakt los van de stof – niet zo gemakkelijk bereikbaar. Maar wanneer het evenwicht bijna benaderd is, kunnen wij met zeer kleine correcties dit evenwicht voortdurend ongeveer bereiken. En dit is ook voor gewone mensen best te doen. Dit betekent dat voor die mens harmonie niet altijd even volledig en intens zal zijn, maar dat elke afwijking van de harmonie zodra die eenmaal is benaderd innerlijk duidelijk erkend wordt en zelfs vanuit de nog harmonische factoren in het ik steeds weer voor het grootste deel gecompenseerd zal worden. Je beleeft dan wel een steeds wisselende vorm van erkende harmonie, maar zult toch een voor het ik voortdurend werkende staat van harmonie kunnen bereiken. Dus met enige beperkingen is het door u onmogelijk geachte wel degelijk doenlijk.

  • Bedoelt u dat dit ook de zin van het lijden is: steeds weer evenwicht toetsen en zo weer harmonie bereiken?

Zover wil ik niet gaan. De zin van het lijden is de aanduiding van een bestaande onevenwichtigheid, onverschillig dewelke. Dit impliceert dus dat het niet direct te maken heeft met harmonie of zelfs maar met het ik. Lijden heeft alleen te maken met alles waarbij het ik betrokken is.

Wanneer ik zie naar uw moderne wereld – ik wil overigens niets of niemand veroordelen – zo kom ik tot de conclusie dat de disharmonieën die maatschappe1ijk bestaan zeer groot zijn. Ik meen dat juist door het bestaan van die disharmonieën de neiging zal toenemen om partij te kiezen, ook bij mensen die bij een bepaald gebeuren niet eens direct betrokken zijn. Dit betekent dat in die maatschappij de eenzijdigheid van denken en reageren dus zal toenemen. Wanneer dit gebeurt, zullen steeds weer grote aantallen mensen geconfronteerd worden met het voor hen onaanvaardbare. Men kan dit laatste dan op de duur door zijn eenzijdigheid niet meer verwerken. Het resultaat is disharmonie en een toenemend onvermogen, iets anders dan vanuit eigen standpunt te benaderen.

Op het ogenblik dat men in de gemeenschap beide kanten van een probleem kan blijven beseffen, is het vraagstuk bespreekbaar geworden. Men zal dan wel een voorkeur hebben voor de voor het ego meest aangename oplossing, maar is desalniettemin in staat zich te midden van de werkelijk optredende omstandigheden steeds weer zo te placeren dat oplossingen niet onmogelijk worden gemaakt en een mate van harmonie voor eigen ik ondanks alles gehandhaafd kan worden.

Ik zie pijn en lijden dan ook in de eerste plaats als aanduidingen van een bestaande onjuistheid of eenzijdigheid in de wereldbenadering, beschouwing, ik-benadering ook van het ik. Ik hoop, dat ik uw vraag hiermede voldoende beantwoord heb.

  • Kunnen wij eigenlijk wel iets doen? Want het is toch wel een grote rommel op het ogenblik. U stelde dat het vooral een kwestie is van mentaliteit, zo van: wanneer het bij de buren mis is, hebben wij er geen last van. Hoe moet je je daar dan wel tegenover opstellen?

Het volgende moge simpel klinken, maar moet in een zich christelijk noemende samenleving toch aanvaardbaar zijn. Op het ogenblik dat ik een bepaalde toestand of mogelijkheid als voor mijzelf aanvaardbaar beschouw, moet ik dit natuurlijk ook ten aanzien van anderen doen. Indien ik bereid ben mij met alle middelen te weren tegen elke aantasting van mijn al dan niet veronderstelde evenwichtigheid, moet ik evenzeer bereid zijn om anderen te steunen op het ogenblik dat hun evenwichtigheid of beeld daarvan bedreigd wordt.

U moet dus vooral niet denken dat ik egoïsme predik, of voorstander ben van een absoluut egocentrisme. Daar gaat het niet over. Laat mij u vragen, of u gelukkig kunt zijn wanneer eenieder rond u ongelukkig is. Neen? U kunt echter ondanks dit wel degelijk gelukkig zijn. Uw eigen evenwichtigheid wordt hierdoor zo sterk, dat u alleen door uw aanwezigheid de mogelijkheid voor anderen enig evenwicht te vinden eveneens doet toenemen.

Uw innerlijke harmonie wordt dan zo sterk dat u in staat bent de disharmonische aspecten in anderen te aanvaarden, de werking daarvan te wijzigen of zodanig te milderen dat zij geestelijk een weg terug leren vinden tot een staat van harmonie, die zij mogelijk lichamelijk niet meer geheel kunnen bereiken. Ik dacht dat juist dit de werkelijk zin is van de zoveel geprezen naastenliefde. O Heer, ik ga preken. Neem het mij niet kwalijk, maar hier hoort dit nu eenmaal bij. Trouwens, het geheel wordt door mij zeker niet vanuit een kerkelijk standpunt bezien.

Ik stel – en mijn innerlijk toont mij de juistheid van de stelling – dat ik medeverantwoordelijk ben voor alles wat ik ken. Ik kan niet verantwoordelijk zijn voor een beeld dat een ander mij voorhoudt ten aanzien van werelden elders, toestanden elders e.d. Ik ben eenvoudig niet in staat dit en persoonlijk werkelijk te beoordelen, laat staan dat ik in staat ben van het probleem of de harmonie werkelijk deel uit te maken. Toch maak ik in mijn eigen omgeving wel degelijk uit van een gemeenschap. Het feit dat ik er deel van ben, het dus ken, maakt mii medeaansprakelijk voor het geheel daarvan. Mijn eigen harmonie, mijn geluk, zullen mede afhankelijk zijn van de wijze, waarop ik in die gemeenschap functioneer.

Dit impliceert dat ik  niet kan volstaan met een mij terugtrekken en alleen zelf een perfect evenwicht te vinden. Want ik zal altijd in de stof of later in de geest, weer met het andere geconfronteerd worden. Alleen wanneer ik dan ook ten aanzien van het andere de harmonie kan vinden, de aanvaarding waardoor ik gelukkig ben, zal ik voor mijzelf voor die gemeenschap in staat zijn, om iets van het evenwicht te bewaren of zelfs het perfecte evenwicht persoonlijk te benaderen.

Naastenliefde is niets anders dan het erkennen van de directe verbondenheid die bestaat tussen elke mens en elke medemens die hij ontmoet.

  • Vraag onverstaanbaar

Ik weet niet hoe taalkundig tussen verweer en verzet een verschil ligt. Het een zal waarschijnlijk eerder schriftelijk, het tweede eerder daadwerkelijk zijn zover ik het kan overzien. Het is zo dat het conflict zichzelf – ik heb dit zo-even reeds duidelijk gesteld, voert tot een vaak je zeer eenzijdig binden. Zodra die eenzijdigheid ontstaat verlies je ook je eigen harmonie en is je innerlijk evenwicht gestoord. Je kunt dus geen partij kiezen. In dier voege kun je dus ook geen veranderingen aanbrengen. Je kunt nooit terecht en je harmonie behoudende stellen dat je met deze of gene ten strijde zult trekken om de wereld te verbeteren.

Trouwens als er iets is, waardoor de wereld steeds slechter wordt, dan is dit wel door het aantal mensen dat ten strijde wil trekken om haar te verbeteren. Want de meeste mensen zijn zo voortdurend bezig anderen te verbeteren dat zij hun eigen fouten laten groeien tot die niet meer beheersbaar zijn. Wat wij moeten doen is een begrip voor de ander blijven handhaven. De ander dus ook helpen op het ogenblik dat zijn harmonie of evenwicht bedreigd wordt op een wijze, waarbij wij kunnen ingrijpen. Maar wij moeten eenvoudig zelf zo harmonisch en evenwichtig leven en reageren en vooral niet ten strijde trekken voor dit of tegen dat.

Ik wil niet zeggen dat je nooit soldaat moet worden, ofschoon dit soldaat zijn betekent dat je deel gaat nemen aan een maatschappij binnen de maatschappij met geheel andere wetten en inzichten. Wat betekent dat je daardoor min of meer vervreemden zult van de anderen buiten je, datgene wat je dan hunkerend of wat verachtelijk de burgermaatschappij gaat noemen. Maar goed. Er zijn omstandigheden waaronder je alleen door soldaat te worden kunt bijdragen tot het evenwicht dat zo ernstig verstoord wordt, dat het niet zonder strijd meer herwonnen kan worden. Je kiest dan voor het kleinste kwaad. Dan word je dus soldaat, politieman of iets dergelijks. Zelfs dan mag je je niet gaan beperken tot een rechtvaardigen van het eigen standpunt alleen zonder rekening te houden met de rechten en de werkelijke toestand, ja, zelfs de gevoelens en werkelijke toestand van degenen, waar je tegenover staat. Eerst op het ogenblik dat je je tegenstander kunt eren als je gelijke ben je in staat, je tegenstander zo te benaderen, dat niet slechts strijd en verdere haat, maar eerder wederkerige achting en begrip daaruit voortvloeien. Waar deze beide waarden bestaan, is een samenvloeien van schijnbare tegenstanders tot een toch harmonisch evenwicht denkbaar; zonder dit echter niet.

  • Dit is niet goed mogelijk.

Dit is een kreet die wij voortdurend horen. Praktisch is het niet mogelijk. U bent kennelijk geen parlementariër, anders zou u zeggen: dit is niet haalbaar. U hebt gelijk wanneer u stelt dat dit niet in een zo grote mate nu mogelijk is bij de mensen, dat daardoor de maatschappij op korte termijn en zienderogen zonder strijd kan veranderen, dat is waar. Ik doelde meer op die persoonlijke betrekking tussen de ene en de andere kant van het slagveld, zoals u juist aanhaalde.

Ik wil geen zinloze voorbeelden aanhalen, maar wijs u op het feit dat toen de Franse sterpiloot Joubert(?) de eerste wereldoorlog omkwam, zijn tegenstander, von Riohthofen, met 5 vliegtuigen boven het vliegveld verscheen waar de begrafenis plaatsvond en een krans liet vallen als aan een gewaardeerd collega en tegenstander.

Soldaten die tegenover elkander hadden gestaan toonden vaak grote ridderlijkheid en waardering voor elkanders moed en optreden zodra de strijd gedaan was. In de eerste zowel, als in de tweede wereldoorlog kwam het steeds weer voor, dat tegenstanders elkander na de strijd wisten te waarderen en blijk gaven van een besef dat de ander niet een persoonlijk tegenstander was, zodat men een verschil maakte tussen persoon en strijd.

Dit is de laatste tijd steeds minder geworden. Men gaat nu zover, dat men meer en meer de persoon met de zaak begint te identificeren en geen rekening houdt met zijn optreden en achtergronden. Wanneer men weer eens zou beginnen de tegenstander niet zonder meer te identificeren met de zaak waarvoor hij strijdt, maar hem ook persoonlijk zou willen waarderen, zou men tot vreemde conclusies kunnen komen als bv. het feit dat bepaalde anarchisten in wezen fascisten zijn die macht en meerwaardigheid nastreven, dat andere anarchisten echter juist weer  idealisten zijn die zichzelf opofferen en wegcijferen. Zoals je zou kunnen concluderen dat heel veel mensen die vechten op straat, op voetbalvelden dit eigenlijk alleen maar doen omdat zij geen mogelijkheid hebben gevonden zichzelf dermate te bestrijden, dat zij zichzelf meester konden worden.

Ik meen dat een dergelijke benadering van de tegenstander kan bijdragen tot een vermindering van conflicten en hoop te hebben aangetoond dat het door mij gestelde niet zo onmogelijk is als u schijnt te veronderstellen.

U kunt de wereld niet in het groot veranderen. Tegenwoordig verwacht men alle heil van de leiding. Maar of het nu heil Hitler is of heil van Agt maakt in wezen hiervoor weinig verschil uit. Je moet het niet hebben van de leiders, maar van hetgeen je zelf bent en wat je daardoor ook aan harmonie in anderen wakker kunt roepen. Wanneer de gewone mensen dit voor zich waarmaken, dan zullen uiteindelijk ook de leiders – al zullen zij mogelijk de laatsten zijn – het harmonische patroon erkennen en niet langer uitgaan van een voortdurende contestatie, een steeds weer werken met en vanuit tegenstellingen. Dan zouden zij misschien ook kunnen leren eerst eens uit te gaan van de harmonische aspecten, die zelfs in de politiek tussen partijen nog kunnen bestaan.

Ik neem aan dat hiermee de belangrijkste vragen wel zijn beantwoord. Ik zal dan het onderwerp nu kort afsluiten. Wij zijn terechtgekomen vanuit de zin van het lijden bij de feitelijk juiste levenshouding. Wanneer wij lijden, moet er een verandering mogelijk zijn in onszelf en vanuit onszelf waardoor dit lijden eerst aanvaardbaar en op de duur beheersbaar wordt.

Wanneer wij ons voortdurend verdiepen in het lijden en de mogelijkheden tot lijden zullen wij in een voortdurende onevenwichtigheid geconfronteerd worden met alles wat ons kan schokken, ergeren en zelfs wanhopig kan maken.

Gaan wij steeds weer uit van de mogelijkheid, innerlijk een evenwicht te vinden, steeds weer ook bereid zijn de toestand eerst te aanvaarden zoals deze is, om dan vanuit die toestand met eigen wezen het best mogelijke waar te maken, zo zullen wij het lijden aanmerkelijk verminderen en, wanneer wij dit alles zelf geheel beheersen, het voor onszelf praktisch geheel te niet doen. Dit klinkt als een ideaal, maar is het niet. Het is een feitelijk bestaande mogelijkheid, waarmee ik u heb willen confronteren. Ook wanneer u zelf lijdt, moet u zich toch eens afvragen, in hoeverre uw lijden voortkomt uit vergelijkingen die u in wezen ten onrechte maakt.

Aanvaard uzelf zoals u nu bestaat. Aanvaard uw omstandigheden zoals die nu zijn en probeer dan een harmonie te vinden met de wereld om u heen en een innerlijke harmonie te vinden waardoor u innerlijk niet meer strijdig bent met uzelf. Dan is wel degelijk een overwinning van het lijden mogelijk. En wanneer die overwinning door u nog niet behaald is, zal het lijden ondanks alles u een aansporing blijven het innerlijk evenwicht en de werkelijke harmonie te zoeken.

Kosmisch gezien zou je kunnen zeggen: lijden is de wegwijzer, waardoor wij kunnen komen tot een eenheid met de kosmos. Menselijk bezien zouden wij kunnen zeggen, dat problemen en lijden tezamen voor ons de aansporing vormen om de ideale vorm van ik-zijn, zoals deze nu in deze wereld en voor ons bestaat, zo goed mogelijk waar te maken. Wanneer wij onszelf volledig waar weten te maken zoals wij werkelijk zijn, evenwichtig met de kosmos, dan hebben wij datgene bereikt waarvoor de mens op aarde leeft en waarvoor vele geesten door vele sferen tochten maken voor zij tot rust komen.

image_pdf