Geloof en bijgeloof

image_pdf

13 juni 1980

U weet het. U moet zelf over alles wat besproken wordt, nadenken, want wij zijn nu eenmaal niet alwetend of onfeilbaar. Ons onderwerp is: Geloof en bijgeloof

In feite hebben geloof en bijgeloof zeer veel gemeen. Het zijn beide namelijk onredelijke overtuigingen. Een geloof is niets anders dan een innerlijk vertrouwen in onredelijke zaken. Dit geloof wordt bijgeloof op het ogenblik dat het afwijkt van het algemeen gangbaar aanvaarde en bovendien directe uitwerkingen in de eigen wereld veronderstelt.

U zult nu mogelijk reageren: het klinkt allemaal wel mooi, maar bijgeloof heeft toch meer te maken met een niet onder een ladder doorlopen en dat soort zaken. Dit is een vorm van bijgeloof; ofschoon, indien er een schilder op die ladder aan het werk is, is het volgens mij verstandiger niet onder die ladder door te lopen, want je weet maar nooit of je goede goed dan verfvrij blijft.

Voor een groot deel van het bijgeloof zijn in ieder geval verklaringen die even redelijk zijn als vele argumenten die worden aangevoerd om duidelijk te maken dat een geloof niet alleen maar onzin is. Neem het morsen van zout. Vroeger was dit veelal kostbaar. Morsen was verspilling en dit was weer een van de dingen die de duivel nogal eens veroorzaakte. Volgens de Bijbel is het “zout der aarde” tevens een beeld van het goede, het juiste. Vandaar het gebruik om het zout over de linkerschouder te gooien, wanneer je eenmaal gemorst had. Daar zou dan immens de duivel zich kunnen bevinden. Stond hij daar, dan zou het zout hem verdrijven en verblinden en zo had je dan in ieder geval nog iets voor je goede geld. Je kunt hierom lachen, je kunt het ernstig nemen. Zeker is en blijft dat zowel geloof als bijgeloof stoelen op iets wat je nog het beste een paranormaal besef zou kunnen noemen.

Wanneer wij geloven in een God, zo is dit overtuiging. Wij kunnen wel aannemelijk maken dat er een God zou kunnen bestaan, maar of Hij er werkelijk is en dan bovendien nog beantwoordt aan alles wat wij omtrent die God plegen te stellen, kan niemand zeggen en niemand bewijzen. Wij kunnen dan natuurlijk komen aandragen met onze openbaringen en stellen dat God zelf dit gezegd heeft. Maar wanneer je dan historisch nagaat wie het opgeschreven heeft, dan lijkt de conclusie toch wel gewettigd dat God dit in ieder geval niet zelf heeft gedaan. Waarop de gelovige zegt dit ook wel te weten, maar de schrijver werd door God geïnspireerd. Een mooi argument, maar hoe wil je zoiets bewijzen? Wanneer je redelijk en alleen van bewijsbare feiten uitgaande geloof of bijgeloof probeert te benaderen, wordt het erg moeilijk een van beiden als volledig zinvol te aanvaarden.

Toch voelen wij die God aan. Op en dergelijke wijze kun je spreken over vele andere zaken die niet te constateren zijn en die wij toch voor onszelf  kunnen aanvoelen en zelfs aan onszelf – maar niet aan derden – kunnen bewijzen als voor ons geldende en bestaand. Denk eens aan zaken als het kundalinivuur: de opgerolde slang van vuur die zich kan ontplooien langs de ruggengraat van de mens onder bepaalde omstandigheden. Zeker, het geheel is natuurlijk maar een voorstelling en de naam ervoor zal een mens wel eens een keer hebben verzonnen. Maar het feit dat die levensstroom bestaat, dat deze geactiveerd kan worden en dat er rare dingen mee kunnen gebeuren staat wel vast. Alleen weten wij niet hoe en waarom, want onze verklaring voor de fenomenen die daarbij optreden zijn in feite geloof. En indien er mensen zijn die in een andere verklaring voor hetzelfde verschijnsel geloven, zullen die zeggen dat onze benadering daarvan maar bijgeloof is.

Bent u eigenlijk bijgelovig? Ik besef dat het een moeilijke vraag is en ik verwacht dan ook geen luidkeels antwoord. Maar wat gelooft u nu echt? In een leven na de dood? Dat bestaat nu toevallig wel, maar bent u er al eens gaan kijken? Wanneer u in onze werelden al eens bent komen kijken, was u tijdens die waarnemingen uitgetreden. U droomde het dus en dat die droom geheel betrouwbaar is, zal niemand u geloven, tenzij hij reeds tevoren uw geloof met u deelt. De anderen zullen beweren, dat u bijgelovig bent of onder de suggestie van een ander staat en daarom bepaalde zaken, die alleen in een droom denkbaar zijn nu opeens als werkelijkheid probeert voor te stellen. Redelijk gezien is er alle reden om erg voorzichtig te zijn met alle verklaringen en voorstellingen, die met een leven na de dood te maken hebben. En toch is een leven na de dood.

Zo langzaam maar zeker komt men zelfs tot de conclusie dat een voortbestaan wetenschappelijk aanvaardbaar te maken is en dat er zelfs enige bewijzen voor aan te voeren zouden zijn wanneer men maar een verklaring zou kunnen vinden voor vele fenomenen als bv. het op blanco banden verschijnen van geruis en stemmen, flarden vooral van zinnen, die men vaak meent te herkennen als komende van iemand, die reeds overleden is. Het is er mee als met vele mediums en andere verschijnselen: je kunt er wel een deel, maar niet alles van weg verklaren en wat overblijft schijnt de stelling van een voortbestaan steeds meer te bevestigen. Trouwens, er zijn nog andere zaken, die soms wetenschappelijk geconstateerd kunnen worden en maar moeilijk te verklaren zijn, zoals spoken en dergelijke zaken, die mijn vriend het werk zou noemen van nozems uit de geest. Dat dergelijke verschijnselen bestaan, moet men toegeven. Wat zij feitelijk inhouden, kan niemand zeggen, maar dat de verschijnselen er zijn, is ook door mensen die men niet zonder meer weg kan wuiven als getuige wel degelijk geconstateerd.

Steeds weer blijkt dat ons geloof of bijgeloof niet in de eerste plaats te maken heeft met feiten. Die feiten kunnen wij gemeenlijk nog wel aantonen en bewijzen, maar niet, dat de door ons gegeven verklaring de enig juiste is. Zowel in het geloof als in het bijgeloof stellen wij een oorzaak en gevolg verhouding die niet bewijsbaar is. Indien ik echter uitga van de gevoeligheden die praktisch elke mens in meerdere of mindere mate bezit, dan komen de zaken toch enigszins anders te liggen. Dan is geloof in wezen de verklanking of verwoording van innerlijke en zeer persoonlijke ervaringen, die nimmer volledig uit te drukken zijn. Indien wij een dergelijk beleven uitdrukken, normaliseren en er uiteindelijk desnoods nog een kerk uit maken ook, is dit een bijkomstigheid voor ons.

Het enige wat voor ons telt en de drijfveer wordt voor al wat wij doen, is het feit dat wij iets, wat wij God noemen, in onszelf aanvoelen en althans ten dele door of buiten ons waar kunnen maken. Dan is het toch niet belangrijk, hoe men een geloof toevallig formuleert? Het is voor degenen, die daarin zijn innerlijk beleven een meer uiterlijk erkende gestalte kan geven echter wel belangrijk, dat het bestaat.

En alles wat ik zeg omtrent het geloof moet ik natuurlijk ook over het bijgeloof zeggen. Wanneer men beweert dat bepaalde plaatsen vervloekt zijn, zo moogt u dit voor mij als kolder beschouwen, want dat is het nu eenmaal voor een zgn. redelijk denkende mens. Redelijk denkende mensen zijn immers maar al te vaak mensen die hun redelijke vermogens en redeneerkunsten gebruiken om niet verder te moeten denken dan henzelf past. Maar er zijn plaatsen die onheil brengen, ook al weet men niet waarom.

In Engeland heeft men een snelweg voor een deel verlegd omdat daarop en wel op onverklaarbare wijze vele ongelukken gebeurden. Nu liep juist dit deel van die weg door een oud heiligdom, een heilig woud van de druïden. Om het duidelijk te stellen: het handelt over een bijna geheel recht stuk weg zonder opvallende hellingen. Toch gebeurden hier op een niet te verklaren wijze vele ongelukken, die zoveel overeenkomst plachten te tonen, dat de mensen beginnen te spreken over de vloek van de druïden. Iets wat redelijk gezien onzin is, maar door de feiten toch voerde tot een scheppen van een soort omleiding en het afsluiten van enkele kilometers snelweg.

Om een ander voorbeeld te geven, waaraan autoriteiten niets doen: Op verschillende Duitse snelwegen komen punten voor, waarop abnormaal veel ongelukken gebeuren, ofschoon daarvoor geen redelijke verklaring te geven is. Deze punten zijn bekend. Men weet dat hier meer ongelukken plaats vinden dan onder vergelijkbare omstandigheden op andere punten terwijl het aantal ongelukken met fatale afloop juist hier ook zeer veel groter is dan men elders als gemiddelde kan constateren. Wanneer er mensen zijn, die beweren dat dit het gevolg is van aardstralen, geesten of een andere onzichtbare en niet direct constateerbare oorzaak, dan lacht men zo iemand gemeenlijk uit. De zgn. redelijke mens spreekt hier met onzinnige zekerheid van onzin, terwijl de bijgelovige mens met evenveel onzinnige zekerheid stelt, dat het een gevolg is van aardstralen of boze geesten. Het lijkt wel, of de gegeven verklaring belangrijk is en niet het feit op zich.

Ook ik heb voor dergelijke fenomenen mijn eigen verklaring, maar zal u deze zeker niet als de enige waarheid opdringen. Zij is als volgt: Zoals u weet heeft elke mens een soort uitstraling. Er zijn zelfs mensen die een dermate sterke uitstraling bezitten, dat zij hierdoor anderen als het ware in de war brengen en de kans tot geheel zelfstandig denken soms schijnen te ontnemen. Het is meerdere malen geconstateerd dat bepaalde mensen het reactie- en denkvermogen van hen die in hun nabijheid komen, beïnvloeden. Soms doen zij dit zelfs opzettelijk.

Een goed voorbeeld zijn bekende mensen die alleen door de wijze waarop zij optraden, de mensen ertoe konden brengen zeer onredelijke dingen te aanvaarden als het meest redelijke, wat men zich maar kon denken. Churchill was een voorbeeld van dit soort mensen evenals zijn tegenstander Adolf. Deze beide mensen bezaten de gave, anderen te overtuigen en hun normale reacties tijdelijk en soms zelfs blijvend te wijzigen. Ontleed je – van hen gescheiden door de tijd – hun eens zo beroemde redevoeringen, dan blijken die voornamelijk te bestaan uit blabla, doorspekt met plannen die allesbehalve redelijk waren en enkele feiten, die niemand meer zou kunnen ontkennen.

Ook in uw eigen omgeving kunt u mensen aantreffen, die door hun uitstraling uw reacties ten zeerste beïnvloeden. Ik stel nu dat een dergelijk “uitstraling” ook los van een persoon kan voorkomen. Soms kunnen vergelijkbare invloeden zich lange tijd handhaven op plaatsen zonder dat daarbij een mens of geest verder betrokken behoeft te zijn.

Noem het fenomeen dan mijnentwege maar aardstralen of anders. Deze naam probeert alleen maar een oorzaak te geven zonder bewijs. Maar elke paranormaal begaafde kan aanvoelen, dat er ter plaatse een afwijkend soort “veld” bestaat.

Ik stel dat een dergelijke uitstraling het beslissings- en denkvermogen kan beïnvloeden evenals het reactievermogen. Ik doe dit op grond van gegevens die wetenschappelijk vaststaan omtrent dierlijke en menselijke reactie bij een abnormaal hoge lucht-aarde spanning of een sterk magnetisch veld.

Wanneer wij dan uitgaan van hetgeen paranormaal begaafden steeds weer zeggen, wordt duidelijk dat dergelijke stralingen of velden gemeenlijk ongeveer rond zijn en een straal hebben van meestal minder dan 500 m. Dan zou hierdoor mede verklaard kunnen worden hoe het komt, dat tot op een kleine afstand van een bepaald punt steeds weer veel meer ongelukken en bijna-ongelukken gebeuren dan op punten, die slechts een kilometer verder liggen.

Ik stel dat, wanneer iemand in een dergelijk veld terecht komt, niet meer in staat is, tijdig en geheel normaal te reageren, zodat, indien er ook maar enige oorzaak bestaat, waaruit een ongeval zou kunnen voortkomen de kans veel groter dan normaal is, dat er inderdaad een ongeval uit voortkomt en eveneens de kans aanmerkelijk toeneemt dat door een traag reageren de gevolgen ernstiger zijn dan bij een tijdig reageren verwacht zou mogen worden.

Velen van u vinden deze uitleg nogal aanvaardbaar. Maar is zij daarom een feit of zou men ook dit als bijgeloof kunnen beschouwen? Men kan zeker van bijgeloof spreken wanneer men het er niet mee eens is. Want er is nu eenmaal geen sprake van een wetenschappelijk constateerbare oorzaak. De enige bewijsvoering kan plaats vinden door uit te gaan van gegevens, die niet geheel bewijsbaar zijn en waarnemingen, die niet behoren tot de controleerbare, en dus geldig erkende waarnemingen die voor eenieder mogelijk zijn. Stellingen opbouwen, die een fenomeen zouden kunnen verklaren, is nog niet gelijktijdig een bewijzen dat het gestelde geheel of tenminste ten dele juist is.

Denk in dit verband maar eens aan de wichelroedelopers. Het lijkt op het eerste gezicht onzinnig aan te nemen dat een mens door rond te lopen met een takje of een stukje gebogen ijzerdraad of dergelijke ineens kan aanwijzen waar water, olie, gas, metaal e.d. onder de grond aanwezig zijn. Toch blijkt dit in de praktijk voor sommigen te werken. Al is het misschien niet algemeen bekend: in verschillende grote steden zoals Chicago (USA) bestonden oude gasnetten, waarbij men de kaart van die buizen  niet meer bezat en dus niet zeker meer wist, waar zij zich bevonden. Toen men het noodzakelijk vond, toch dergelijke buizennetten op te ruimen, maakte men gebruik van wichelroedelopers en slaagde, dankzij deze werkwijze, er inderdaad in, redelijk snel de oude pijpen op te graven en elke mogelijkheid, dat gas van het stadsnet in deze verouderde buizen terecht kon komen, te verbreken. Dit is bekend, maar wordt niet algemeen verkondigd. Reden: men vindt wichelroedelopen in feite een onwetenschappelijke methode, waardoor men er officieel liever geen deel aan heeft.

Een ander punt is het feit, dat bij boringen naar water, degenen die uitgaan van de wetenschappelijke methoden gemeenlijk niet meer dan 50 % resultaat boeken, terwijl boren op aanwijzing van goede wichelroedelopers een 80 treffers per 100 pogingen betekende. Daar hier sprake is van reeksen van waarnemingen, waarbij verschillende personen betrokken zijn op verschillende plaatsen en tijden, mag men dit als een wetenschappelijk bewijs aanvaarden, dat er iets met dat wichelroedelopen aan de hand is. Maar men kan dan nog steeds niet – ook al probeert men te doen alsof dit wel het geval is – deze getallen aanvoeren als bewijs voor de juistheid van de verklaring, die men voor het fenomeen gevonden meent te hebben.

Ten hoogste kan men stellen dat het hier kennelijk gaat om menselijke waarnemingen die niet kenbaar zintuiglijk zijn. Men spreekt van ESP, van extra sensorische of te wel buitengewoon zintuiglijke of boven zintuigelijke perceptie, waarneming. Vaak ziet men hierbij over het hoofd, dat er dan een buitenzintuigelijke werking bestaat waarbij niet alleen de mens, maar tenminste ook een andere stof, persoon, voorworp betrokken is. Het kan niet alleen de mens zijn, die waarneemt, tenzij er iets bestaat dat hij op deze wijze waar kan nemen.

Hoe komt het anders dat bepaalde wichelroedelopers goede resultaten boeken bij hot zoeken naar water, terwijl anderen hier weer minder goed in zijn, maar bv. zeer gevoelig blijken te zijn voor andere stoffen als delfstoffen, metalen e.d.? Er zijn zelfs mensen die zeer goede resultaten behalen bij het aanduiden van plaatsen waar olie dichter aan de oppervlakte komt, maar zelfs geen water kunnen vinden.

Er is sprake van een relatie tussen de mens en iets anders en wel op een niet normaal zintuigelijke wijze. Zou dit fenomeen misschien ook de verklaring kunnen vormen voor de vele mogelijkheden, die in ons bestaan en de beelden, die als gevolg daarvan in ons voorstellingsvermogen optreden als zekerheden?

Men “voelt” en “weet” dat God er is. Maar wat is God dan? Wanneer je ook maar een gein eerlijkheid bezit, zal je moeten toegeven, dat je dit niet weet. Het is onze naam voor iets, waarvan wij aanvoelen dat het er is, ofschoon wij het niet kunnen aantonen. Wij voelen aan dat dit iets voor ons een bijzondere betekenis heeft. Zelfs kan deze relatie, wanneer zij bewust beleefd wordt, effecten veroorzaken, die direct en zintuigelijk kenbaar zijn in de wereld van de mensen.

Wondergenezingen e.d. zijn zeker niet het enige fenomeen dat optreedt als gevolg van een sterk “geloof”. Toch komt dit niet zo heel vaak voor. Meer algemeen komt het voor dat het eigen levensgebied en gemoedsleven van een mens na korte tijd geharmoniseerd wordt wanneer hij zich instelt op iets hogers.

Dit op persoonlijk vlak kenbaar effect wordt gebruikt als bewijs voor het bestaan van de God op de wijze, waarin men daarin gelooft e.d. Dit is onjuist want er is geen sprake van een bewijs voor de juistheid van onze stelling, wel een effect dat wij hiermee verbinden zonder dat de relatie bewijsbaar is. Dan komt het er meer op neer dat wij geloven dan dat het gaat om de vraag wat wij geloven. En dat betekent dat zolang de begeerde fenomenen optreden, alle verklaringen en leerstelligheden die anderen daaraan verbinden voor ons niet wezenlijk van belang zijn. Zij doen de ervaring niet intenser, beter of meer beheersbaar worden.

Wat anderen zeggen is van geen belang. Ik kan u hier wel even een soort verbale rondleiding geven door de sferen, waarbij ik u 20 of meer van een bijna oneindig aantal mogelijke geestelijke werelden omschrijf. U bent dan geneigd te zeggen: dus zo is het leven na de dood. Maar ik zou dan moeten antwoorden: ja, onder andere Maar hetgeen ik zeg is niet noodzakelijkerwijze een beschrijving van een wereld waarin u later zult leven, ook al zijn er entiteiten die wel in een dergelijke sfeer leven en werken. Wanneer wij spreken over God en dergelijke zaken, dan nemen wij ook maar enkele aspecten van een reeks mogelijkheden, eigenschappen en werkingen. Men kan dus nooit zeggen: God is … zonder daaraan toe te voegen, waarschijnlijk en onder andere.

Vergeet niet dat een mens zelfs niet in staat is, alle mogelijkheden en feiten van zijn eigen leven te overzien. Wanneer wij ten aanzien van God zekerheden stellen, projecteren wij in feite persoonlijke meningen en belevingen naar de godheid en stellen die daarin als absoluut. Dat is dwaasheid.

Maar wanneer een bepaald beeld of een bepaalde instelling in onszelf voor ons iets kenbaar maakt dat wij God noemen en dit is herhaalbaar, wij kunnen daaruit bv. kracht putten, wijzer worden enz. Dan is dit voor ons een weg, een relatie tussen ons en het onbekende dat wij God noemen. Er is dan sprake van een persoonlijke zekerheid, die door ons persoonlijk kan worden gebruikt, onverschillig of ons beeld daarbij nu wel of niet in overeenstemming is met allerhande geopenbaarde geschriften, Veda’s of andere leringen die deskundigen ons als enige waarheid aanbieden.

Onthoud dat op het ogenblik dat de mens verder gaat dan het gebruiken van deze persoonlijke mogelijkheid en het voor zich omschrijven of stellen van regels die voor hem deze relatie mede bepalen, zal hij komen tot het opstellen van leringen en het geven van wetten en regels aan anderen, die bij hen geen geloof veroorzaken, maar een bijgeloof, omdat zij niets daarvan innerlijk waar kunnen maken.

Wanneer ik ervaar dat God liefde is, zo is dit voor mij een beleefbaar feit, indien een ander komt vertellen, dat zijn God een toornige en wraakzuchtige god is, heeft hij mogelijk ten aanzien van zijn relatie met het onbekende gelijk. Maar zijn vaststelling kan niets veranderen aan mijn beleving en mijn beleving en leer kan de ander niet brengen tot een andere beleving van zijn God.

Indien u gelooft in een God van liefde en anderen vallen deze stelling en innerlijke beleving aan, zeg dan eenvoudig: ik denk dat wij het wel over dezelfde God hebben, maar dat wij beiden een geheel andere aansluiting op deze onbekende bron van kracht gevonden hebben. Indien ik echter een God van liefde beleef en op het gezag van een ander aanvaard, dat die God toornig en wraakzuchtig is, zo zal ik niet alleen mijn eigen beleven van God schaden, maar toon ik mij bovendien een zeer bijgelovig mens.

U vindt dit mogelijk een gemene benadering van het geloof. Ik ga echter uit van feiten en wij zijn nu eenmaal wel verdraagzaam maar geen lieve jongens. Dat is trouwens voor u maar beter ook. Wanneer wij de waarheid willen benaderen, moeten wij ook weten, waarom men bepaalde dingen gelooft. Waarom is vrijdag bv. een ongeluksdag? Omdat de vrijdag in feite gewijd is aan de dood van Christus. Zo eenvoudig is het. Voordien was de vrijdag wel aan een godheid gewijd, maar gold niet als ongeluksdag. Dankzij het christendom wordt het echter de dag, waarop Jezus gekruisigd werd. Een soort ramp, omdat de mensen dit deden. Iets dergelijks zou zich misschien ook bij anderen dan de meester zelf kunnen voordoen, dus voorzichtig met de vrijdag. En dertien aan tafel stamt van het laatste avondmaal. Toen, kort voor Jezus gevangengenomen werd, zaten er dertien aan tafel. Een daarvan is wel al snel heengegaan, dat was een echte Judas, maar toch brengt 13 aan tafel geen geluk. Het getal 13 is dan natuurlijk ook al een ongeluksgetal, dus vrijdag de dertiende brengt in feite twee ongeluksfactoren, de dood en het verraad, bij elkaar. Alle reden voor een bijgelovig iemand om een ramp juist op die dag en datum te verwachten. En u weet het, wanneer je een ramp nadrukkelijk verwacht maak je die in feite zelf meer mogelijk. U kijkt nu even vreemd op. Wanneer u uzelf steeds voorhoudt dat vrijdag de 13de uw geluksdag is, dan wordt het voor u ook een geluksdag. Want u let op alle dingen die voor u geluk zouden kunnen betekenen. U geeft daaraan nadruk.

Het is duidelijk dat u met een dergelijke instelling veel meer kans hebt dat de dingen goed gaan en dat u met meer zelfvertrouwen zult optreden dan iemand, die angstig zit te wachten op rampen en dus in alles het begin van de ramp reeds vermoed – waardoor hij niet meer in staat is positief te reageren.

Denk alleen maar eens aan het wegverkeer; u bent soms zo voorzichtig en kijkt zo goed uit, dat u vergeet dat het verkeer sneller is dan uw kijken. U stelt uiteindelijk vast dat het gevaar van links is geweken, begeeft u op de straat, rechts kwam ook iets aan en bom, u zit voorlopig in de ziektewet. Zo werkt dat. Bijgeloof is dus in feite niet zo heel dwaas, wanneer wij maar beseffen, dat het mede een zaak van mentaliteit is. Wanneer wij dingen vrezen of ontkennen, die in ons als zekerheid bestaan, handelen wij net als iemand, die erg bijgelovig is. Wij scheppen zelf een nieuwe sequentie van oorzaak en gevolg.

Of het dan allemaal altijd weer uw eigen schuld is? Niet bepaald direct, wel indirect. Wanneer u onheil verwacht, straalt u immers onzekerheid uit. Ook anderen in uw omgeving kunnen daardoor worden beïnvloed. Zij reageren daarop op hun wijze minder beslist. Zo ontstaan er rond een mens, die onzekerheid uitstraalt zoveel onzekerheden en schijnbare toevalligheden, dat het haast niet anders kan of een daarvan voert tot onaangenaamheden of ongeval.

Indien ik dit nu eens overdraag op geloof, waar brengt ons dit dan? Het geloof in een God bv.: Ik geloof in een God die hard is, straft, een God die nog erger is dan zwarte Piet, want de laatste stopt je alleen maar in de zak en God duwt je in de hel. Je bent bang voor die God. Dan is je angst iets wat je eigen gedrag zal beïnvloeden, maar vormt gelijktijdig een uitstraling. Bovendien zoek je de verantwoordelijkheid steeds meer af te schuiven op gezag vormen die met je feitelijke geloof maar weinig of niets te maken  hebben. Want je voelt je niet geheel zeker en wilt dus vaste regels. Indien je iets verkeerd doet, zit daarboven immers iemand, die je onmiddellijk een gele kaart geeft en wanneer je drie keer zo een kaart hebt gekregen, wordt die rood en dat betekent dat je van het veld gaat en dat je verder in de hel dient te bivakkeren.

U lacht er nu wat om, maar er zijn heel wat mensen die hun gehele leven gedreven worden door de angst voor de hel. Dan ontstaat er in het leven van dergelijke personen steeds meer miserie en is de kans groot dat zij gaan zoeken naar een magische oplossing. Dat kan een schuldbelijdenis zijn of een offer dat je brengt. Ofschoon het bij die offers meestal gaat om een offer die men een ander laat brengen zelfs een ander, die je tot offer maakt. Je kunt het zoeken in de bezweringen. Een bepaalde kerk heeft als magische ontsnapping aan het schuldgevoel en de helle-angst een tijdlang de biechtstoel gehanteerd. Maar al bedoelen die mensen het waarschijnlijk niet slecht en hopen zij ondanks hun zonden eens de hemel te betreden, toch zijn zij in hun leven voortdurend negatief ingesteld en stralen ook negatief uit.

En u weet het: wanneer je voortdurend bang bent voor de duivel, zo roep je hem in feite op. Geen wonder, wanneer je een hond een stuk worst laat ruiken, zal hij ook kwispelstaartend op je afkomen. Angst echter is voor elke geest van de chaos nog veel attractiever dan worst voor de hond. Ik beweer niet, dat er een lijfelijke duivel bestaat. De hemel zij dank is dat niet het geval, anders zou je alle saters meteen opnieuw moeten gaan benoemen. Trouwens, heel wat saters zijn de laatste tijd geïncarneerd en veel van hen hebben belangrijke baantjes – wanneer ik op de stoffelijke ontwikkelingen afga, meen ik dit te mogen aannemen.

Denk nog even verder over dit punt na: Wanneer ik steeds in liefde denk aan God en vertrouw dat ondanks alles wat ik moet doormaken er toch zin schuilt in mijn leven, dat er iets goeds uit voort zal komen, ben ik niet alleen positief gesteld tegenover de wereld waarin ik bewust leef, maar ik sta open voor alle positieve geestelijke werkingen en krachten. Ik straal die positiviteit dan ook uit, zodat in mijn leven steeds meer vorm en lijn komt, tot alleen nog de positieve waarden voor mij enige betekenis in het bestaan behouden.

God is liefde heeft dan niets meer te maken met een mogelijk geloof of het aanvaardbaar maken daarvan. Ik heb dit besef gewoonweg nodig voor mezelf. De liefde is niet alleen naar een eigenschap van God, het is eerder voor   mij een persoonlijke erkenningsmogelijkheid en zo de kans om meer bewust een binding met God aan te gaan.

En de andere kant dan? U denkt nu, althans iemand onder u: hij haalt er ook werkelijk de duivel en zijn oude moeder bij. Ik vind het van die duivel dan toch wel sympathiek, dat hij altijd weer zijn oude moeder meeneemt. Is de duivel in feite geen personificatie van chaos, van verwarring? Ik meen dat je de relatie voor ons gevoel en beleven als volgt moogt stellen: God is de zekerheid, de vastheid de vorm van ons beleven. De duivel is juist de afbraak, de wanorde, de chaos van het leven.

Wanneer ik bezig ben met die chaos, hoe positief ook mijn bedoeling, word ik zelf meer chaotisch, wanneer ik bezig ben met de zekerheid echter zal ook in mij steeds meer een zekerheid ontstaan, die alle chaos afweert zonder haar overigens te ontkennen. Wanneer je krampachtig steeds weer doet of je geheel niet bijgelovig bent, zal je wel heldhaftig werken met gekruiste messen, gemorst zout en wat dies meer zij of je stemt extreem-links of rechts. Ja, dat laatste is ook bijgeloof, want die mensen veronderstellen dat zij door extreem te stemmen iets kunnen bereiken. Wat natuurlijk onjuist is, want hoe extremer men stemt, hoe machtiger de middenmoot pleegt te worden en hoe meer deze alle verandering gaat vrezen als teken van extreme bedoelingen.

Realiseer u dat indien u bijgelovig bent en bepaalde dingen alleen doet als een soort zelfoverwinning, u in feite zaken uitdaagt die innerlijk als bestaand worden erkend en dus gevreesd. Wat erop neerkomt dat u daarmee voor uzelf onzekerheden, gevaren en afwijkende gedragingen steeds waarschijnlijker gaat maken. Indien je echter niet bijgelovig bent, moet je ook niet je nadrukkelijk bezighouden met die onzin” van anderen. Probeer dan niet te forceren door alleen te doen, waarin een ander gevaar ziet. Ga gewoon uw gang. Loop niet opzettelijk onder alle ladders door. Doe dit alleen wanneer dit klimwerktuig toevallig op uw weg komt en zelfs dan alleen, wanneer er niet iemand op aan het werk is. Ik probeer u duidelijk te maken dat alles een kwestie van evenwicht is, een zaak van harmonie. Geloof zowel als bijgeloof berusten op datgene wat wij in onszelf tot stand brengen en de harmonie met ons innerlijk die daardoor in de wereld buiten ons stoffelijk of onstoffelijk zal ontstaan.

Wij zijn het dan in feite die bepalen wat God voor ons is en betekent. Niet dat wij ooit God zullen kunnen bepalen. Maar zijn kenbare werking en invloed op en in onszelf bepalen wij door onze eigen instelling. Wij bepalen zeker niet door onze instelling alleen alle paranormale gaven, verschijnselen enz. die mogelijk zijn. Maar door ons bijgeloof kunnen wij wel bepaalde verschijnselen tot ons trekken, terwijl andere mogelijkheden eenvoudig voor ons verdwijnen.

Wat interessant wordt. Want dan is bijgeloof dus in feite geen bijgeloof zonder meer, maar eerder een omschrijving van ons wezen. Ons bijgeloof is in feite een uiting van oriëntatie, van innerlijke gerichtheid. Laat u daarom niet al te veel door de meningen van anderen beïnvloeden tenzij zij het bewijs voor de juistheid van hun stellingen kunnen brengen en wel zeer concreet en niet alleen op theoretische of filosofische basis.

Er zijn heel wat mensen, die u als bijgelovig zullen beschouwen, want u zit immers te luisteren naar een medium? Anderen, meer gelovig, zullen u oproepen, naar dergelijke bijeenkomsten vooral niet te gaan, want daar spreekt de duivel. Wat hier de waarheid is? Ik kan vanuit mijn wereld met u praten, U moet dan maar even aannemen, dat al wat ik zeg omtrent mijn wereld en mijn wezen mogelijk waar is.

U kunt echter veel aanvoelen omtrent de waarheid van het gestelde en zeker zult u kunnen aanvoelen dat hetgeen ik zeg eerlijk gemeend is. Zoals u ook meestal wel zult aanvoelen wat van de zaken die ik naar voren breng voor u betekenis kan hebben en zinvol is. Kom je op dit punt, dan houden volgens mij geloof en bijgeloof beiden op in het vage te bestaan. Wanneer je het niet-zintuigelijke, een zinnig en herhaalbaar resultaat ziet brengen in uw eigen wereld, dan mag het qua oorzaak een geloofskwestie blijven, maar het is een feit, als beleving is het een zekerheid.

Dan zou het er om moeten gaan uit geloof en bijgeloof beiden dit soort zekerheden te puren. Dan gaat het in feite ook om de mogelijkheid die wij daardoor vinden om alle kwaliteiten van een mens, geestelijke en zintuiglijke, zodanig te gebruiken dat in ons voortdurend een duidelijk erkennen bestaat waaruit stoffelijk niet te beredeneren, maar wel degelijk ervaarbare mogelijkheden en feiten ontstaan.

En er zijn wat vreemde zaken. Iemand heeft 3 jaren bij de dokter gelopen met zijn kwaal. Opeens ontmoet deze een paranormaal genezer die hem de hand oplegt. Dat duurt maar een paar minuten, maar die mens gaat opeens een heel stuk beter naar huis. Zoiets komt wel eens voor, maar zal de dokter erkennen, dat ook hij paranormale krachten mede moet gaan gebruiken?

Een eerlijk man zal het onverklaarbaar vinden zonder voor zich daaruit enige consequentie te willen trekken en anderen zelfs heel boos omdat zij op deze wijze soms een stukje hun particuliere broodbelegging de mist in zien gaan. Let wel: wanneer zoiets één keer zou gebeuren, is er niets aan de hand. De mogelijkheid dat dit toeval is, is dan veel te groot. Maar wanneer meerdere keren dezelfde mens met dezelfde gebaren en instelling bv. 20 van de 50 mensen die tot hem komen, weet te genezen, dan heeft hij iets bereikt en gelijktijdig duidelijk gemaakt dat hij het mogelijk wel niet helemaal weet, maar dat hij iets activeert. Dit is dan het feit. Van veel minder belang is het dan dat de man zijn successen verklaart door te vertellen dat er achter hem altijd een Indian Scout staat of iets dergelijks. Er zijn zelfs mensen die beweren dat zij een geestelijke dokter als controle hebben, iemand die voor hen zelfs geestelijke operaties uitvoert. Toch gaat het daar niet in de eerste plaats om. Of die Indiaanse padvinder of die snijgrage dokter nu echt bestaat of niet, is een geloofskwestie die je voorlopig beter buiten beschouwing kunt laten. Maar wanneer een zgn. geestelijke operatie een effect heeft dat stoffelijk constateerbaar is, wanneer dergelijke effecten meermalen voorkomen, dan is er iets gebeurd.

Stel dat ik geloof in God en de kerk platloop tot het eelt dik op mijn knieën zit en nog dikker op mijn hart en verder gebeurt er niets. Dan is er niets aan de hand, dan heb ik waarschijnlijk mijzelf alleen een illusie van geestelijke meerwaarde willen aanmeten. Maar wanneer ik bid, God om hulp vraag en opeens gaat alles wel goed en voordien niet en dit herhaalt zich meerdere malen, dan kun je stellen dat die God van je, voor jou een echte God is. Wanneer God voor mij werkt dan mag het geen god volgens de gangbare omschrijvingen van een geloof zijn, maar voor mij is hij echt, want hij is effectief. Of ik de formuleringen die ik in dat geval voor die God gebruik nu uit de Bijbel, de Koran of een ander geschrift haal, is dan van geen belang meer. Het werkt, dus is er iets.

Het is vrijdag de 13de, een dag waarop heel wat mensen ondanks alles zitten te wachten of er iets mis zal gaan. Waarbij er heel wat zijn, die dan bovendien hopen dat het meer mis zal gaan voor Khomeini dan voor bv. Willy Brandt – ofschoon de laatste mij ook wel een wat te vurige naam heeft. Is dat reëel? Neen. Want hoe minder wij geloven in die vrijdag de 13de, hoe minder dit een ongeluksdag zal zijn. Het is onze afstemming. Maar stel nu, dat wij een soortgelijk teken gebruiken – bv. de 13 als amulet hanteren. Wanneer die dertien ons dan werkelijk geluk brengt, is het nog steeds niet die dertien die aansprakelijk is, maar de instelling die wij daaraan ontlenen.

Wat mij aan het laatste stukje brengt van dit onderwerp. Het gaat er nl. om, dat wij beseffen, dat wij benoemen, of het nu godsdienst heet of bijgeloof. Dat wij het zijn die vanuit onszelf in angst en begeerte of harmonie en aanvaarding, een band met het andere bewerkstelligen. Indien de aanvaarding gevolgen heeft die wij kunnen aanvaarden is onze instelling ook de voor ons juiste. Dan geeft het niet wat je gelooft en of je alles in de ogen van anderen juist doet. Dan geeft het niet welke eredienst je volgt en welke magie je wel of niet wilt beoefenen. Het gaat er maar om dat je door je instelling de resultaten verkrijgt die je nodig hebt en wel resultaten, die je zelf zonder angsten kunt bezien ,verwerken.

Angst is het enige dat wij moeten overwinnen. Angst voor de demon, angst voor de dood, angst voor het andere, angst voor het anders zijn dan anderen. De angst die wij moeten overwinnen, is vooral ook de angst dat wij misschien onszelf niet kunnen waarmaken. Wanneer wij oprecht geloven dat wij die angsten kunnen overwinnen en zoeken naar de krachten in onszelf, dan blijkt opeens dat alle zgn. paranormale begaafdheden in ons mede een rol gaan spelen, dat wij opeens dingen gaan beseffen en doen die niet meer geheel redelijk verklaarbaar zijn, maar die onze innerlijke toestand voortdurend overdragen op de wereld buiten ons. En wie van vrijdag de dertiende een geluksdag wil maken, moet beginnen niets te vrezen en daarna iets te zoeken, waardoor hij kan gaan geloven in de macht en betekenis van het positieve.

Wanneer u vrede op aarde wilt, bidt dan niet dat er geen oorlog zal komen, maar voel liever in uzelf een diepe vrede en deel die met anderen. Wanneer u vrede in uzelf kent, geeft u die ook aan anderen. Wanneer u de angst om te sterven overwint, betekent dat nog niet dat u meteen dood zult gaan. Wel betekent het dat u niet meer als zovelen in stilte steeds weer tegen deze grens in uw bestaan zit aan te hikken. Daardoor zult u zowel voor als na de dood juister kunnen beseffen en reageren. U zult het wezen van het eeuwig levende in u – een geloofspunt dat volgens mij bestaat als feit – steeds beter leren ervaren en zult u de werkelijkheid van dit onbeperkte leven in en voor uzelf ook beter gaan beseffen  naarmate de schijn van de dood in de stof naderbij sluipt.

U zult juist daardoor ook in staat zijn anderen te helpen om de grens tussen de menselijke en geestelijke wereld gemakkelijker te overschrijden. Je kunt de geest en de mens helpen, hun werelden dichter bij elkaar te brengen. U kunt zelfs God helpen zich duidelijker te manifesteren in de mens en u kunt de mens helpen om steeds meer een werkelijke God in zich te ervaren en niet slechts te staren naar vage door anderen vervaardigde idolen, waaraan men geen steun heeft wanneer het er werkelijk op aan gaat komen.

Geloof en bijgeloof zijn niets anders dan wegen. Wie een weg gaat, ziet zijn moeite echter alleen beloond, wanneer hij daardoor ook verder kan komen. Dat is het criterium waaraan wij de betekenis van geloof en bijgeloof, ja, zelfs de zin van een stoffelijk bestaan kunnen toetsen. Hebt u commentaar?

Zijn er enkelen soms bijgelovig dat zij denken: zwijgen maar, want daar kom je toch niet tegenop? Maar alle gekheid op een stokje, ik heb getracht een aan de dag en de tijd aangepast onderwerp te brengen en een praktische geestelijke betekenis in dit alles voor u allen duidelijk kenbaar te maken. Ook heb ik getracht, u te helpen tot een meer praktische benadering te komen van zowel geloof, bijgeloof, als eigen leven.

Want wat hebt u aan de mooiste geestelijke lessen, wanneer zij u niet de mogelijkheid bieden daarmee zelf en innerlijk ook iets te doen? Ik meen u enkele goede hints in de juiste richting voor een zelfstandig innerlijk leven en werken gegeven te hebben en hoop dan ook, dat u daarvan gebruik zult maken.

Tweede deel

In het tweede deel van de avond dient ook nog wat esoterie voor te komen. Ik zit dus weer met de moeilijkheden. En wanneer ik geen eigen inzichten te verkondigen meen te hebben, kijk ik maar even wat u in het eerste deel bezig heeft gehouden. U hebt onder andere gesproken over de hemel en de hel. Maar mijn vraag luidt dan: wat is nu de hemel en wat is de hel? Want op aarde zegt men wel eens: “some like it hot”.

Met esoterie kom je voor dergelijke vragen te staan. Een esotericus – of een esoterica – heeft zijn eigen richting en inzicht. Overigens, wat zeggen die oude talen de dingen soms duidelijk, nietwaar? De man is een ‘cus’, de vrouw is een ‘ca’. Al schiet dat enkelen wat in het verkeerde keelgat.

Een waar esotericus is in feite iemand, die zijn innerlijk zodanig weet te herkennen, dat hij van binnen naar buiten kan kijken, zonder te vergeten wat hij innerlijk is en ook zonder hierdoor voor zichzelf   al wat hij buiten zich erkent te willen veranderen. Voor een esoterica is het mogelijk ietwat anders. Die ziet natuurlijk even goed wat zij van binnen is en grijpt dan onmiddellijk naar haar make up kit voor zij ook maar kijkt wat erbuiten is.

De werkelijkheid van je innerlijk is iets, wat niet geheel te omschrijven is. Sommige mensen benader je als geest wel eens. De laatste tijd heb ik trouwens nogal wat sleepdienst gehad. U weet dat is een soort EHBO eerst hulp bij overgang, bij overlijden dus. Bij u gaat het alleen om ongevallen, maar wij houden ons strikt bezig met de hulp tijdens en na het overlijden. Een andere soort hulp is trouwens in dergelijke omstandigheden voor ons vaak te moeilijk, al kun je een mens wel wat levenskracht extra geven wanneer dat nuttig lijkt.

Soms zie je dan een aan het overlijden toe zijnde innerlijk ook van binnen. Enkele malen dacht ik werkelijk: wat een grot. De wieren hangen nog aan de wand. Ik voel nog nattigheid, dus de vloed zal wel net voorbij zijn. Dat zijn mensen die met allerhande stoffelijke zaken eenvoudig geestelijk onder water hebben gestaan en zelfs dan nog een soort verdronken land vormen in geestelijk opzicht.

Bij de afhaal- en sleepdienst kom je trouwens heel wat vreemde gevallen tegen. Kortgeleden kreeg ik nog iemand die zo overtuigd was zijn eigen roem dat hij deze schijnbaar wilde bewaren door zijn lever op alcohol te zetten. Zoiets kan ook al een reden voor overlijden vormen. Maar het ergste van dit geval was wel, dat ik hem bijna niet aan het verstand kon brengen, dat er aan onze kant geen goede bar is. Je kunt er zelf wel een bedenken natuurlijk, maar dat was voor hem voorlopig niet mogelijk, omdat hij het al te bar gemaakt had op aarde. Soms krijg je ook een gevoel dat je, van buitenaf bezien, inschat als een simpele ziel. Maar kom je dan binnen, dan blijkt dat de kathedraal van Reims niets is in vergelijk tot dat innerlijk. Het waarom weet ik niet. Ik denk dat het diep in ons geen kwestie is van allerhande denkbeelden, maar eerder van het innerlijk vinden van de juiste verhoudingen.

Wij hebben allemaal wel dezelfde basismogelijkheden en kwaliteiten in ons. Het verschil schijnt te zitten in de wijze, waarop die mogelijkheden innerlijk aan elkaar worden gezet. Nu ja, wanneer je een boom omhakt, heb je hout. Maar je kunt daaruit een zo goed als echte Chippendale kast maken of een galg. Zo maken wij uit ons innerlijk maar al vaak dingen, waaraan wij ons later geestelijk als het ware ophangen. Want als je innerlijk gaat knoeien, is het einde er gewoon van weg. Daarom zitten zoveel mensen ook innerlijk met zichzelf in de knoop. En die knoop blijkt dan meestal ontstaan te zijn door een zichzelf innerlijk te aanvaarden, zonder gelijktijdig een erkenning en aangepaste behandeling van de gehele wereld daarbij te verwachten.

Nu ja, hoe vromer de mensen zijn, hoe erger de knopen. Ik heb het dan ook tegenwoordig niet zo op vrome lieden. Vroeger was dat anders. Zij waren vaak mijn beste klanten, ook al moest je dan wel eerst een tijd in hun kerk gaan zitten.

Lach niet, ik heb in de kleine kleinhandel gezeten, dat weet u. En daar tellen die zaken, extra zwaar. Heel wat kleine middenstanders gaan ter kerke tegen wil en dank om door hun klanten daar gezien te worden. Deze mensen maken de indruk dat alles van buiten mooi is, maar kijk je vanbinnen, dan blijkt er niet te veel in te steken. De buitenkant is een tempel vol vroomheid, de binnenkant lijkt meer de echo put, wanneer je hen roept hoor je alleen je eigen trillingen terugkaatsen.

Ik vraag mij wel eens af waarom zoveel mensen zo eigenaardig leven en denken, waarom zij zoveel ontkennen van hetgeen er in hen leeft. Wanneer je met jezelf in de knoop komt te zitten of innerlijk geen mogelijkheden kunt vinden, zo komt dit volgens mij voornamelijk door je onvermogen, jezelf innerlijk te aanvaarden, zoals je bent. En wanneer je dat niet kunt, nu ja, dan wordt de zaak helemaal dol en dwaas. Er zijn zelfs mensen die denken dat er een soort esoterische schoonheidsinstituten bestaan die je met veel kosten en weinig moeite innerlijk geheel restaureren. Soms gaan die meiden naar de een of andere yogi en proberen vervolgens hun innerlijk op het juiste spoor te krijgen door hun ledematen te verrekken. Maar je moet eerst van binnen harmonisch in orde zijn, voor je ook maar een enkele asana goed kunt uitvoeren. En dat vergeten zij dan.

Nu ja, de mens werkt zo van buiten naar binnen toe. Maar de werkelijkheid buiten je is sterk afhankelijk van je innerlijk, tenminste voor je beleven daarvan. Daarom betekent werkelijke esoterie voor mij nu juist dat je eerst innerlijk tracht te beseffen wat je bent. Dat moet je leren aanvaarden en begrijpen, waarop de verdere esoterische vorderingen erop neerkomen dat je het innerlijk erkende naar buiten toe brengt en als deel van je contact met deze wereld verwerkt.

Moeilijk is zoiets natuurlijk wel, herinner mij nog de laatste keer dat ik op aarde was. Ik zag er die dagen uit als een voorloper van de PTT: bochtig, een kast op de rug en een postzegel om van te schrikken. Ook ik had geen vrede met hetgeen ik was. Tot ik tot de conclusie kwam dat er niets werkelijks te bereiken was door alleen maar bij voortduring te protesteren. Er is een tijd geweest, dat ik als een slingerende landweg vol zelfbeklag langs heren wegen strompelde. Ik verkocht weinig, kreeg weinig, had veel honger en nog veel meer de pee in. Toen heb ik uiteindelijk tot mijzelf gezegd: ach, wat geeft het jongen, je bent niet mooi, maar je bent in ieder geval handig. En wanneer je handig bent, besef je ook dat je met stroop meer vliegen kunt vangen dan met azijn. Probeer dus wat meer opgewektheid uit te stralen. En wanneer dit je niet geheel lukt, zorg dan in ieder geval dat je niet alleen hatelijk, maar ook geestig bent.

U ziet dat ik mij onwillekeurig tijdens mijn leven toch reeds heb voorbereid op mijn bestaan als geest. Want een geest kan natuurlijk vergeestelijkt zijn, maar wanneer hij dit niet is, moet hij tenminste geestig zijn om als geest nog enige zinrijke boodschappen te kunnen doorgeven aan de mensen. Iets, wat ik ook nu probeer te doen. Want toen ik eenmaal zo bezig was met mijzelf moest ik allereerst komen tot een aanvaarden. Voor de meeste dingen is aanvaarden niet zoiets als een belastingaanslag krijgen – niet dat ikzelf daar last van had – om vervolgens de regering allerhande mooie wensen toe te zenden en uiteindelijk toch maar te betalen.

Maar voor mij werd aanvaarden naar ik meen eenvoudig de feiten aanvaarden, inclusief het feit dat ik geen schoonheid was, zodat ik mij ook niet meer stootte aan de mensen die mij maar een lelijk of een komisch ventje vonden. Dan wordt het mogelijk en was het ook mij mogelijk jezelf een doel te stellen. Voor mij was dat vooral in het begin meestal een volle maag en een onderdak, maar ik leerde het doel te stellen en waar te maken. Zo kom je verder. En dat was niet zo erg als u het zich nu vanuit uw zgn. welvaartsstaat beziet. Trouwens welvaartsstaat? Het enige wat nog vaart heeft is het afzinken van het welzijn volgens mij. Ik heb zo metterdaad geleerd dat hetgeen je bereikt wanneer je leert aanvaarden, vooral is hoe je jezelf en je wereld kunt verwerken.

Een esotericus die zich afwendt van de wereld, wendt zich dan ook, naar mijn bevinden af van een heel belangrijk deel van zijn eigen persoonlijkheid. Ik heb tenminste nog nooit gezien, dat iemand alleen door meditatie zijn brood kon verdienen en zijn medemensen ook nog wat geduldiger kon maken. Later heb ik wel gehoord dat er in India mensen zijn, die dat schijnbaar wel kunnen, maar die slapen terwijl zij mediteren en zeggen te mediteren terwijl ze slapen. Het enige wat hen wakker kan maken is een aalmoes in hun bedelnap. Nappen die daarvoor deugden, hadden wij niet. Nu ja, kort na mijn dood was er wel een Nap. De La Mar heette hij. Een man die nogal plotseling naar onze kant kwam en daarvoor maar heel weinig begrip op kon brengen. Hij had altijd gezongen: “mens durf te leven”, maar hij had kennelijk heel wat moeite met het feit dat hij was overgegaan in het begin. Je ziet dat trouwens heel vaak bij actieve mensen. Zij zijn voortdurend zwanger van denkbeelden en wanneer de overgang dan toch plotseling begint, weten zij gewoonweg geen raad meer met zichzelf.

U fluistert nu wel het een en ander. U associeert kennelijk ondeugend. Maar hetgeen ik zeg is zowel taalkundig als in zijn feitelijke betekenis geheel verantwoord.

Dus, beste vrienden, je moet het waarmaken vanuit jezelf. Men zegt dan wel dat esoterie een jezelf geheel erkennen is. Ik geloof dat je jezelf op aarde niet geheel kunt erkennen voor alles wat je in het geheel bent. Want wat je ook van jezelf denkt, ik ben er zeker van dat uw buurman weer een heel ander beeld van u heeft. Dat kunt u van mij aannemen. Bovendien is het innerlijk ik geen geheel constante waarde. Jezelf geheel en in alle facetten erkennen, lijkt mij zelfs in de sferen nog erg moeilijk. Maar als esotericus, als mens kun je in ieder geval beginnen met zonder meer te aanvaarden dat je nu eenmaal bent wat je bent. De esotoricus die eenmaal aanvaardt dat hij is wat hij is, is ook wijs genoeg om te beseffen dat hij vandaaruit altijd nog wel kan worden wat hij wil zijn, mits hij maar uitgaat van het reeds bestaande.

Dit is het grote geheim: weet waar je begint, begin bij jezelf en uit jezelf zo verder werkende tot alles wat je in jezelf belangrijk vindt zoveel mogelijk ook buiten je door jou kenbaar kan worden. Strooi alles wat je in en voor jezelf belangrijk vindt als het ware over de gehele wereld uit.

Daarmee heb ik eigenlijk al voldoende in esoterische zin gezegd. Mogelijk komt er later nog iets beters. Afwachten maar. Iets wat men trouwens vroeger in mijn handeltje ook nogal eens opmerkte. Vooral wanneer ik een extra aanbieding had. Dat waren altijd wat grotere zaken. Die bood ik allereerst aan voor drie kwartjes en dan kon ik wanneer het werkelijk nodig was altijd nog zakken tot 5 stuivers zonder er iets op toe leggen. Centengoed leende zich voor dergelijke grappen niet. Ik had trouwens altijd wel het een en ander in de mars als “aanbieding”. Soms voor speciale klanten, vaak ook voor klanten die er altijd weer gemakkelijk instonken. Wanneer je dan begon met 4 kwartjes of 8 stuivers te vragen, was de eerste reactie altijd: jawel, je kunt het me doen. En dat kon ik dan ook. Dat was de aardigheid. Maar ik zorgde er altijd wel voor dat alles wat ik de wereld aanbood voor mijzelf kon verantwoorden.

O, ik heb vroeger heus van mijn armoede de een en de ander wel eens iets gegeven. Maar wanneer ik iets gaf, wilde ik er wel zeker van zijn dat ik het ook werkelijk kon missen. Dat betekende niet dat ik het wel zo goed had dat ik gemakkelijk een ander iets kon geven. Het betekende wel dat ik wanneer ik iets gaf er later nooit spijt van had. Want wanneer je een ander werkelijk eens iets geeft, moet je het niet later terugvragen, moet je niet verwachten dat er later een tegenprestatie geleverd wordt of zoiets. Dan moet je werkelijk geven om te geven. Al die andere zgn. gaven zijn in feite een vorm van handel: ik geef jou iets en dan doe jij dat wel voor mij of kan ik een volgende maal rekenen op een betere gave van jou, is handel, verder niets.

Bedenk dat je, wanneer iets geeft zonder werkelijk om niet en zonder enige verwachting te geven, je mogelijk de ander, maar zeker ook jezelf hebt genomen. Ik heb mij wel eens verwonderd over de mensen, die zichzelf dan ook nog zo gul vonden ook. Die zag je bv. gaven uitdelen rond kerstmis. Vaak dingen, die zijzelf niet meer konden gebruiken ook nog. Nu ja, daar zou ik nog niets van gezegd hebben, wanneer zij voor die kleine gave niet een jaar lang dankbaarheid, wat extra diensten en steeds pet af hadden terug verwacht. Je had die zelfvoldane uitdeelsters eens moeten zien, staan, terwijl zij vroom en bij herhaling de herdertjes bij nachte lieten liggen. Voor een keer telden zij de schaapjes in plaats van hun centen en voelden zich zo goed en heilig, dat zij er nog meer aan hadden dan degenen die zij iets gaven en die tegen wil en dank vaak wel moesten aanvaarden omdat zij werkelijk niets hadden en niets konden verdienen.

Dan straalden de donders met zelfgemaakte stralenkransjes, meenden dat eenieder die wel zou zien en hen voortaan vereren alsof zij al als heilige op een bidprent stonden. Die mensen kon ik niet uitstaan. Ik voelde veel meer voor die heren die vol van wijn in de zak grepen als zij je zagen en een dubbeltje gaven met woorden als: hier kerel, het is feest, maak er ook maar een prettige dag van. Want die waren tenminste de volgende dag alweer vergeten aan wie zij hun fooien hadden uitgedeeld. Zo een dubbeltje was mij liever dan een gulden van iemand, die zichzelf zo vroom vinden moest en dan nog van mij verwachtte dat ik die vroomheid zou erkennen en verkondigen. Iets dergelijks zal jullie wel niet zijn overkomen, maar er zijn nog steeds mensen die een gezicht trekken als een heilige terwijl zij verder niet deugen. Of niet soms?

Mensen die je naar de haaien helpen en ondertussen roepen, dat zij toch altijd het beste met je hebben voorgehad. Mogelijk hebben die mensen vanuit hun eigen standpunt zelfs nog gelijk. Maar dat iets voor je doen betekent dan toch nog niet, dat je het ook met hen eens moet zijn.

Dat is trouwens naar mijn ervaring ook een van de werkelijke oorzaken van de generatiekloof. Deze kloof ontstaat door het feit, dat de ouderen erkenning wensen voor het feit dat zij volgens hun eigen inzichten voortdurend het beste hebben gedaan voor hun kinderen, die natuurlijk heel wat anders wilden, maar eenvoudig de kans niet kregen tot zij in opstand kwamen. Maar er is toch groot verschil tussen dit probleem met de kinderen tussen nu en vroeger. Vroeger was het een meid die wegliep, ondankbaar, vies, jakkes. Nu is een meid die wegloopt, och arme, het JAC.

Nu krijgen de mensen kennelijk te veel tijd om enige tijd te kunnen besteden aan de vraag, hoe belangrijk het wel is om jezelf te zijn. Vroeger zocht je in jezelf naar mogelijkheden, tegenwoordig stapt men naar een sociale dienst en laat die alles opknappen. Vroeger haalde je uit jezelf het laatste greintje fut om wat te bereiken, tegenwoordig is wat pretentie en een stempeltje op een formulier in drievoud kennelijk de aangewezen weg.

O, ik gun jullie werkelijk alles wat je kunt krijgen. Dat is dan nog eerlijk bedoeld en zonder dubbele bodem ook. Maar toch heb ik het gevoel dat de mens tegenwoordig te weinig werkelijke problemen heeft en daardoor niet meer tot de grens van zijn mogelijkheden durft te gaan om iets te bereiken, zoals men voortdurend zozeer bezig is met alles, wat men wil hebben en doen, dat men er bij zijn benadering van de wereld maar zelden aan toe komt eens van binnenuit te gaan.

Nu ja, trek u er maar niets van aan. Ik heb altijd wanneer het mogelijk was uw wereld bekeken. Ik kijk graag naar mensen. Dat heb ik trouwens altijd al gedaan. Nu ik overgegaan ben, doe ik het zelfs nog veel liever dan voordien. Want nu kan ik heel wat dingen zien, die vroeger een geheim voor mij bleven. Dan zie je een brandweerman en ontdekt opeens dat hij in feite een mislukte pyromaan is. Je ziet een politieagent, die in feite een misdadiger is die voorzichtigheidshalve opereert aan de verkeerde kant van de wet. Je ziet iemand als politieman in het snelverkeer in snelle wagens rijden, schijnbaar bezeten van zijn plicht, tot je erachter komt, dat hij ervan houdt snel te rijden, maar alleen in deze baan dit kan doen zonder dat het hem meer kost dan hij ervoor overheeft.

Dit soort dingen treffen mij en veroorzaken bij mij vaak enige binnenpret. Maar wanneer ik uw wereld bezie zijn er heel wat dingen, die ik niet zo goed kan volgen. Vroeger was een bakker eenvoudig iemand die bakte. Nu is een bakker dus iemand die gebak verkoopt en desnoods nog wat mager fabrieksbrood waarbij de smaak plaats heeft moeten maken voor de verpakking. Alleen een warme bakker is iemand die nog zelf bakt. Een gekke aanduiding, die mij de vraag doet stellen, wat een hete bakker dan wel maakt. Ik zie wonderlijke zaken, waarmee ik werkelijk in de knoop zou komen wanneer ik er opeens in de stof mee geconfronteerd zou worden.

Politiek is ook leuk om te zien. Daar zie je een coalitie die naar men zegt vele weken van taaie onderhandelingen heeft gevergd, maar waarbij de beslissing al aan het begin van de besprekingen was gevallen, tijdens een klein maar duur diner tussen enkele hoge heren die net toen zij de hoogte kregen, besloten tot een bepaalde afspraak, die men echter het volk niet zo zonder meer durfde voorleggen.

Tegenwoordig zijn de meeste mensen ook bijzonder gericht op de internationale politiek. Want als er een ding is wat de groten dezer aarde wensen, is het wel dat hun hele land in de olie is. Een bezopen toestand dus. Men spreekt dan natuurlijk over energie. Nu dacht ik vroeger dat energie eigenlijk de geestkracht van de mens was, maar dat heb ik kennelijk volkomen mis: energie is datgene, wat men mechanisch zodanig produceert dat deze voor de mens dingen voor zich kan laten doen, die hij heel wat goedkoper zelf zou kunnen doen en wel op een wijze die meer omzet schept dan op een andere wijze denkbaar zou zijn.

Maar nu moet ik oppassen, want anders beland ik de economische sector. En wanneer je in de economische sector belandt, moet je in feite economische sectie bedrijven om erachter te kunnen komen wat er aan de hand is. Helaas zijn er heel wat economische sectiechefs die daarop tegen zijn. Het wonderlijke van economie is, dat het geheel normaal goed zou functioneren wanneer een normaal verloop niet voortdurend door die economische grote pieten onmogelijk wordt gemaakt.

Een geleide economie is in feite alleen mogelijk door het misleiden van hen, die er deel van uitmaken. En dat kan alleen ambtelijk op de meest juiste wijze gebeuren. Weet u wat de anatomie van de ambtelijkheid is? Een opbouw van mensen waarbij eenieder voortdurend weer letters in de plaats stelt van feiten. De ambtenaar, meer dan de beambte is dol op de letter van de wet. Want zolang u bezig bent met de letter die zij u voorhouden, denken zij dat zijzelf zich daarvan niet zoveel behoeven aan te trekken.

Belastingen zijn een resultaat van de wet. Maar de wetgevers trekken zich daar niet zoveel van aan, want voor zich scheppen zij altijd wel voldoende aftrekposten. Wat overigens niet per post gaat, maar loopt via de advocatuur wanneer het mis gaat. En u weet dat advocaat een vrouwendrankje is dat soms met slagroom, soms met wat nootmuskaat wordt gelepeld. Wij kunnen dus wel concluderen dat ook hier de kern van alle kwaad bij de vrouw gezocht kan worden.

Tegen dit laatste zijn sommige mensen in verweer. Dat zijn feministen. Die zeggen nl. dat een vrouw in feite beter is dan een man. Wanneer ik de meeste fervente voorstandsters van deze leer eens bezie, lijkt mij dit een gevolg van een gebrek aan zelfkennis. Maar ik kan mij natuurlijk daarin vergissen. Alleen vraag ik mij wel af hoe het – indien deze mensen gelijk hebben – zit met het scheppingsverhaal. Dat komt erop neer, dat een enkel ribstuk beter is dan een hele lende.

Met al die dingen blijkt het er vooral op aan te komen, hoe en vanwaar uit je de zaak beziet. Maar u denkt al lachende, dat ik kennelijk niets te zeggen heb. U vergist zich. Vroeger zei ik ja en amen. Nu zeg ik mogelijk amen, maar daar komt dan nog heel wat achteraan en zelden een ja.

Het leven van de eenvoudige mens was vroeger een zaak van jabroer spelen en jajem. Nu is het eerder een kwestie van neen roepen, protesteren en de kracht van de meerderheid op de proef stellen. De gehele wereld lijkt soms wel een proeflokaal.

Wat ons toch weer dicht bij de esoterie doet belanden. Want is het voor ons geestelijk en stoffelijk welzijn niet heel erg belangrijk dat wij leren neen te zeggen tegen zaken, die op zich niet zo belangrijk zijn en zo voor onszelf de mogelijkheid scheppen ons werkelijk bezig te houden met alles was innerlijk en naar buiten toe voor ons belangrijk is? Het zijn steeds weer de schijnbaar onbelangrijke zaken waarover wij zowel esoterisch als anderszins de nek breken. U weet het: een koninkrijk ging verloren omdat er een nagel ontbrak in de hoef van een paard. De ruiter was te veel bezig geweest met een: “zit mijn jasje goed, zit mijn dasje goed…” en keek niet naar de dingen waar hij wezenlijk had mee te maken. Hij kon dan wel later een koninkrijk voor een paard bieden, maar hij had de pech dat er geen veilingmeester in de buurt was.

Ook wij maken steeds weer dergelijke fouten. Wij houden ons voortdurend bezig met de kleinigheden van het leven, de zaken die niets te maken hebben met ons levensdoel, dingen die er niet zo erg op aankomen. En zo verwaarlozen wij steeds weer de punten, die voor ons geestelijk en mogelijk zelfs in de stof zo dadelijk van levensbelang zullen zijn. Men vergeet zijn innerlijke vrede te bevorderen omdat men te druk is met iets wat de buurvrouw heeft gedaan, met hetgeen een ander heeft gezegd e.d. – ofschoon dit voor ons in feite geen verschil kan uitmaken. Het gevolg is, dat wij de dingen die voor onszelf van groot belang zijn steeds weer even verwaarlozen. Het resultaat is dat wij op de duur nog wel gewoon adem weten te halen, maar dat wij voor de rest geen leven meer hebben en daarom ons best gaan doen anderen het leven ook steeds meer onmogelijk te maken. Want het is de werkelijke kracht, de innerlijke kracht van het leven, die wij nodig hebben om rust en vordering te bereiken. En die zien wij met al die kleine dingen steeds weer over het hoofd.

De werkelijke kracht van de echte esotericus is gelegen in zijn vermogen, alles rond hem dermate te relativeren dat in hemzelf een vrede kan blijven bestaan waardoor voor hem een voortdurende aanpassing en zo nodig zelfs verschuiving van uiterlijke waarden mogelijk is zonder dat zijn leven daardoor wordt aangetast.

Uw penning valt nog niet geheel, maar dat komt mogelijk nog wel. Ik probeer de dingen gewoon en simpelweg te stellen: door de bijkomstigheden waarover wij ons steeds weer druk maken, vergeten wij dat wij een vrede in onszelf kunnen vinden, waardoor wij alles wat van buitenaf komt kunnen aanvaarden en voor onszelf en mogelijk ook voor anderen kunnen compenseren.

Dit is van belang: ons innerlijk is een deel van het goddelijke. Ons innerlijk maakt deel uit van een geheel dat wij niet bewust kunnen overzien. Wanneer wij dat innerlijk gebruiken als iets, wat altijd kan antwoorden op de waarden van het geheel zullen de kleine dingen die voorbijgaan ons niet meer werkelijk kunnen beheersen of storen.

Mogelijk klinkt dit was dwaas en wereldvreemd. Maar het is toch waar. Wij moeten leren onszelf te beheersen en niet te zeer te vrezen. Een man verongelukte met zijn auto doordat er een wesp binnenvloog in de wagen. De man stopte niet, liet het dier ook niet even zijn gang gaan, maar probeerde het meteen weg te slaan. Gevolg: hij verloor de macht over het stuur, werd total loss en werkte ook nog enkele anderen het ziekenhuis in. Wanneer hij zich beheerst had en alleen op het voornaamste had gelet, zijn snelheid, de weg, dan zou dit alles niet gebeurd zijn. Wanneer wij ons door kleinigheden steeds weer van de hoofdzaken van het leven laten afleiden, moeten wij niet verbaasd kijken wanneer ook wij te enigerlei tijd geestelijk en zelfs stoffelijk total loss worden.

Wie esoterisch en op aarde werkelijk iets wil bereiken, zal eerst moeten leren de rust in zich te vinden en bewaren, zich niet door angst te laten overmeesteren, zich niet door begeerten te laten leiden. Dan alleen zal men in staat zijn, vanuit zichzelf altijd juist en bewust te reageren en zo zijn geestelijk doel te bereiken, waarmee ik helaas moet eindigen.

image_pdf