Harmonie

image_pdf

24 augustus 1982

Deel I: In harmonie met jezelf

Ik wil beginnen met de harmonie. Hiervan weten de meeste mensen uiteindelijk weinig.

Harmonie is namelijk niet, zoals iedereen denkt, een absolute eenstemmigheid. Harmonie wil zeggen: dat je jezelf bent op je eigen manier, maar dat je probeert dat op zo’n manier te zijn, dat je niet grote conflicten en tegenstellingen uitlokt met de wereld om je heen. Dit is misschien de eenvoudigste manier om het te zeggen. Het is duidelijk dat er altijd wel disharmonische akkoorden voorkomen; dat heb je in muziek ook.

Zo’n disharmonie op zichzelf kan zelfs erg belangrijk zijn.

In een melodie-voering kunnen bepaalde dissonanten bijvoorbeeld een bijzondere nadruk geven aan een volgend melodisch gedeelte. Op dezelfde manier is dat ook in het bestaan. Je hoeft niet altijd en met alles voortdurend één te zijn, hoe mooi het ook moge klinken. Als je dat namelijk probeert, ben je jezelf niet meer.

Je moet eerst jezelf zijn. De manier om jezelf te zijn kan natuurlijk uitgaan alleen van jezelf, dus: Iedereen moet zich maar bij mij aanpassen. Dan bereik je over het algemeen een kakofonisch effect.

Wanneer je echter probeert om jezelf te zijn en gelijktijdig door hetgeen je zelf bent, de juiste indruk te geven aan wat anderen zijn, wat de anderen doen, wat de anderen willen en denken, kun je daardoor heel vaak – ook al komen er steeds weer kleine verstoringen van eenheid voor – toch als het ware een ander een bijzondere mogelijkheid geven om zich te ontwikkelen.

Met andere woorden: om zich te ontplooien in de werkelijkheid.

Als je dat zo van mensen zegt, is dat misschien nog vanzelfsprekend, maar hetzelfde bestaat ten aanzien van een plant. Een plant bestaat. Goed. Die plant heeft een zeer beperkt ervaringsvermogen, vanuit menselijk standpunt althans. Maar die plant is veel gevoeliger voor bepaalde uitstralingen dan een mens in doorsnee is. Wanneer je met planten goed wilt werken, betekent het, dat je ten aanzien van die plant – niet ten aanzien van alles, maar ten aanzien van de planten waarmee je werkt – op dat ogenblik een uitstraling moet hebben, die welwillendheid, erkenning, vitaliteit, schoonheid desnoods of bewustwording uitdrukt. Zodra dit het geval is, zal de plant gunstig op jou reageren.

Er zit nog iets aan vast. Daardoor wordt je eigen reactie mede weer versterkt, vanuit die plantenwereld waarmee je te maken hebt. Ook hier kun je niet proberen te zijn of te denken als een plant. Je kunt echter wel vanuit je eigen standpunt komen tot erkenning van de plant en hetgeen die plant is. Zelfs wanneer je haar levensproces niet kent of beheerst, kun je toch dat geheel aanvaarden in de voor jou kenbare verschijnselen. Dat veroorzaakt dan weer harmonie.

Dan zijn er bepaalde dingen wel die minder aangenaam zijn. Wanneer je in staat bent om ze te aanvaarden zoals ze zijn, verandert de relatie. Er bestaat een oud Arabisch gezegde: “Wie eenmaal de kille nachten van de woestijn geproefd heeft, keert daar altijd terug.”  Nu is dat natuurlijk erg dichterlijk, maar wanneer je in de woestijn bent, die voor het leven zelf een bezwaar is, dan kun je nog zozeer opgaan in die natuur door haar te erkennen voor wat ze is, met al haar gevaren, maar ook haar schoonheid, haar toch nog weer bestaande beweeglijkheid of ontoegankelijkheid. Op deze wijze vergroei je dan eigenlijk met dat landschap.

Een mens zal dat heel vaak doen ten aanzien van zijn geboortegrond. Hij is eraan gewend. Het is een omgeving die als vanzelfsprekend wordt geaccepteerd, maar die hij plotseling beseft als een bepaalde uitstraling, een bepaalde sfeer op het ogenblik dat hij die plaats, dat landschap verlaat. Stel u nu voor dat u in staat bent om telkenmale, maar nu bewust, tot die aanvaarding te komen van die nieuwe omgeving, dan blijft die vanzelfsprekendheid bestaan, waardoor je veel juister reageert ten aanzien van de wereld en ook de omgeving; die wereld waarin je nu op dit moment bestaat, die veel positiever schijnt te zijn in haar uitwerking op je eigen wezen.

Harmonie is dus niet zomaar iets. Harmonie kan worden doorgevoerd op duizend-en-een verschillende manieren. Je kunt zeggen dat de mens een eigen uitstraling heeft en een eigen lichamelijke karakteristiek. Dit laatste kun je ook nog astrologisch aflezen. Die karakteristiek bepaalt nu weer de resonantie van deze persoonlijkheid in bepaalde materialen. Er zijn mensen die een gevoeligheid hebben voor bijvoorbeeld hout en met dat hout ook dingen kunnen doen die voor anderen bijna ongelooflijk zijn.

Er zijn mensen die met bepaalde kristallen een soort wisselwerking bereikt hebben. Dan denken de mensen: ja, als je geboren bent onder dit of dat teken, dan hoort die en die steen bij je. Dat is helemaal niet zeker. Die steen heeft pas betekenis, wanneer er sprake is van harmonie, in casu van een resonantie in structuur van de steen ten aanzien van de uitstraling, die je zelf bezit.

Ik weet niet in hoeverre dit alles u interesseert, maar wanneer u wilt gaan spreken over harmonie, met jezelf, met de wereld, met de kosmos en al die andere dingen, dan moet je toch begrijpen wat die harmonie in wezen is. Het is een voortdurende aanpassing. Dan wil ik weer terugkeren tot het beeld uit de muziekwereld. Er kan een ogenblik zijn, dat je eigenlijk de muziek van de strijkers hoort en dat je bijna niet hoort dat er ergens tonen klinken van een waldhoorn, een fagot of misschien hobo, die daar tussendoor klinken. Het is alsof de violen de wereld bestemmen. Maar neem nu die blazerssectie weg, dan blijkt opeens dat die muziek van de violen veel ijler wordt; de volheid ontbreekt. Het is of er ergens een contrapunt verloren is gegaan.

Op deze manier moet u zelf begrijpen dat in die wereld nu eens het een aan de top is en dan weer het ander. Nu eens is de ene invloed overheersend, dan weer de andere.

Het gaat er niet om dat u altijd de eerste viool speelt of de solo blaast of strijkt, het gaat erom dat u bij datgene wat op dit moment in die wereld domineert, zo juist mogelijk die accenten geeft, waardoor het zijn betekenis verdiept en gelijktijdig een juistheid en een volledigheid verkrijgt die zonder dat niet denkbaar is. Of dat nu een relatie met de medemens is of met jezelf of met de kosmos, dit beeld blijft bestaan.

Als je met jezelf bezig bent, leef je met allerlei denkbeelden en wensdromen, die eigenlijk nooit waar schijnen te kunnen worden. Dan zeg je tegen jezelf, dat het verkeerd is van jezelf om die dromen te koesteren, maar ze zijn deel van je wezen. Je kunt er niet onderuit. Dat hoort nu eenmaal bij je. Dan is het toch dwaas jezelf te gaan bevechten, om te proberen die kwaliteiten en eigenschappen helemaal te onderdrukken! Daar zou je niets aan hebben en daar bereik je ook niets mee. Neen, dan moet je juist proberen dit uiterlijk beeld van wat je bent en wat je doet zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met hetgeen je innerlijk bent, wenst, ziet, beleeft en voelt.

Dat houdt niet in dat je dat uiterlijke beeld volledig kunt verwerpen, want dat hoort bij je wereld. Het betekent wel, dat de nadruk die erin ligt, verschoven kan worden. Dan blijkt opeens dat in plaats van de voortdurende strijd met jezelf de angst voor het gebeuren, de vrees dat je bepaalde dingen zult doen die de wereld verkeerd begrijpt, dat je die weg ziet vloeien en dat je in de plaats daarvan dus als een geheel kunt gaan functioneren.

Ook hier weer precies hetzelfde effect. De harmonie is opgebouwd uit zeer vele verschillende stromingen en krachten, werkingen. Elk daarvan is echter noodzakelijk. Het is slechts de wijze waarop ze zijn samengevoegd, waardoor het al dan niet harmonisch zijn wordt bepaald.

Is dit nu duidelijk? Vindt u het te licht, dan maken we het iets zwaarder. Ik heb nu de nadruk gelegd op begrijpelijkheid. Ik hoop althans daarin te zijn geslaagd.

Nu moet u verder begrijpen dat wij nooit een geheel kunnen omvatten. Een ik is een beperkt deel van een geheel. Je bewustzijn is beperkt. Iemand heeft eens gezegd: “De wetenschap is een klein eiland in een oceaan van het onbekende. In zichzelf functionerend, maar niet in staat de werkelijkheid daar buiten te definiëren.” Zo moet u uzelf en die wereld dan ook maar zien. Uw ik is een eilandje, wat voor u belangrijk is, wat u droomt, wat u denkt, wat u gelooft, al die dingen maken samen uit wat u bent.

Dat betekent dat u daaruit ook consequenties moet trekken. Je moet beantwoorden aan al die dingen die deel zijn van je wezen. Je kunt er ook niet één opzij gooien. Op het ogenblik dat je dat doet, vermink je jezelf en word je in wezen disharmonisch of – erger nog – verplaatst harmonisch.  Dat laatste zal ik u dadelijk verklaren.

Wanneer je echter jezelf bent, moet je begrijpen dat buiten je de werkelijkheid ligt. Het is niet alleen wat ik ben, maar de relatie van wat ik ben – en enigszins ken – met al het andere wat op zekere hoogte onkenbaar blijft, waarbij ik wel veronderstellingen kan uiten, maar geen zekerheden kan bezitten.

Ik zei daarnet: Verplaatst harmonisch. U kent allemaal wel de uitdrukking ’transponeren’, bijvoorbeeld u kunt bepaalde vormen van seksuele energie transponeren naar een ander vlak. Dat is volledig waar, maar het is alleen maar mogelijk wanneer het omzetten van het één naar het ander in het ik geen enkel hiaat laat bestaan. Op het ogenblik dat je het tegen wil en dank doet, wordt het eigenlijk gevaarlijk. Laat me een simpel voorbeeld geven, ik hoop dat ik er niemand mee kwets.

Een kloosterzuster ontzegt zich dus alle seksualiteit plus nog een aantal andere persoonlijke uitingen. Het lijkt nu of zij daardoor tot een enorme zelfoverwinning komt, maar zij heeft haar droomleven. Dat kan in vrome termen en gebeden worden uitgedrukt, maar desalniettemin is en blijft het een droomleven. In haar droomleven nu, compenseert zij dit alles, maar op een wijze waardoor het haar niet mogelijk is het geheel van die compensatie te herleiden tot werkelijkheid. Zij beperkt dan haar mogelijkheden tot een innerlijk beleefde droomwereld die enige kracht kan leveren, maar ze heeft niet de hele stuwkracht, die ze normalerwijze zou bezitten.

Het is dus niet altijd mogelijk om bepaalde invloeden te transponeren. Je kunt ze niet eenvoudig omzetten in iets anders. Er zijn mensen die ontzegging van node hebben. Hierdoor krijgen ze een bevrediging in zichzelf, een gevoel van zelfoverwinning, wat weer betekent een juistere aanvaarding van het eigen ik en daardoor een meer positieve uitstraling naar buiten toe.

Er zijn evenveel mensen die het niet kunnen en daardoor zuur worden, om niet te zeggen, gallig.

Je kunt dus niet zonder meer iets naar een ander terrein verplaatsen, als je het zo bekijkt. Dat kan alleen wanneer je in je eigen wezen een zo grote kracht en voldoening put uit deze verplaatsing, dat daardoor weer een nieuwe activiteit naar buiten toe ontstaat, nu in overeenstemming misschien met een ideaal, waar je oorspronkelijk door deze poging van transponeren bent gekomen.

Het zal u duidelijk zijn dat de harmonie nooit kan bestaan op het ogenblik dat je iets van de werkelijkheid ontkent. Wanneer je bijvoorbeeld ontkent, dat – laten we het maar bij de verkiezingen houden – Joop den Uyl ondanks alles een zeer kundig man is, wanneer je ontkent dat Dries van Agt, al noemt hij zich amateur, een van de meest professionele politici is die er op het ogenblik in Nederland bestaan, dan zul je hun daden, hun werkelijkheden verkeerd inschatten.

Dit betekent dat de wereld niet aan je verwachtingen beantwoordt. Daardoor ontstaan moeilijkheden, strijd, wrijvingen tussen jezelf en die wereld.

We moeten altijd erg voorzichtig zijn, dat we de droom niet plaatsen in de plaats van de werkelijkheid. Er zijn een hele hoop mensen die dat ontzettend graag doen.

Wanneer we te maken hebben met het begrip kosmos, dan komen we uiteindelijk ook bij het begrip God terecht. Kan ik in harmonie zijn met God? Dat is een vraag waarop het antwoord alleen door jezelf kan worden gegeven. Het antwoord luidt eigenlijk: Zolang ik God niet definieer, maar alleen in mijzelf erken, is die harmonie mogelijk. Op het ogenblik echter dat ik God definieer, schep ik een vaste verhouding tussen die God en mijzelf. Vanaf dat ogenblik is het gevaar voor een steeds groter wordende disharmonie aanwezig.

Dat zijn dingen waarover je moet nadenken. Harmonie is een mooi woord, maar heel vaak – en dat zullen we ook toe moeten geven – zijn degenen die over harmonie spreken, degenen die deel uitmaken van een fanfare. Een hoop lawaai, maar onvoldoende diversiteit in de achtergrond.

Eenzijdigheid is storend voor harmonie, waar we haar ook zoeken.

Op het ogenblik dat wij één zekerheid stellen, onbewezen, hebben wij voor onszelf gelijktijdig een aantal harmonische aspecten verworpen. Op het ogenblik dat wij ontkennen dat iets bestaat, terwijl wij weten dat het bestaat, scheppen wij voor onszelf een voortdurend grotere strijd, tegenstelling en wanneer wij niet tot een beslissing, een oplossing en een aanvaarding kunnen komen, scheppen wij een voortdurend grotere disharmonie.

Nog een aspect: heel veel mensen zeggen, dat zij graag harmonisch willen zijn wanneer de wereld maar anders is. Dat is u kennelijk ook al een paar keer overkomen. Wanneer de mensen maar anders zouden zijn, zou het een hemel op aarde zijn. Een hemel op aarde bestaat natuurlijk niet, want als de hemel op aarde komt, zoals men vroeger zei, heeft iedereen een blauw mutsje op. Je kunt twee dingen die niet bij elkaar horen niet tot eenheid maken. Je kunt wel beide erkennen en van beide deel uit blijven maken. Dat kan wel. Dat betekent gewoon, dat wij nooit uit moeten gaan van wat de wereld zou moeten zijn, zou moeten doen, zou moeten denken, maar dat we altijd uit moeten gaan van wat die wereld is, wat zij doet, wat zij denkt, hoe zij existeert op dit ogenblik.

Het klinkt voor een hele hoop mensen onaanvaardbaar. Harmonie is een ideaal, dat ver weg zweeft en dat men probeert waar te maken. De één doet dat aan de hand van Marx en Lenin, de ander doet dat vanuit een meer fascistisch standpunt. Een derde gaat alleen uit van zijn eigen volk, zijn eigen kerk, of misschien alleen wel van zijn eigen groot gelijk. In al die gevallen zien wij dat disharmonie onvermijdelijk wordt. Je moet eerst aanvaarden wat er is. Dan bepalen hoe je daar op de meest juiste wijze op het bestaande kunt reageren, zonder daarbij jezelf, je wezen te verloochenen. Pas op dat ogenblik ontstaat er harmonie. De wereld kan geen harmonie brengen. Wij kunnen alleen tot een harmonie komen met de wereld, die voortdurend weer herontstaat.

Ik weet ook dat er mensen zijn die zeggen, dat wie die eenheid gevonden heeft ze nooit meer kwijt raakt. Dat wil zeggen dat u in feite beweert, dat u de uiterste ontwikkeling bereikt hebt en dat datzelfde geldt voor de kosmos om u heen. Dat is natuurlijk onzin. U leeft in de tijd. Of dit nu de persoonlijke tijd is uit de sferen of de korte tijd die u op aarde hanteert, zonnetijd misschien, maakt weinig verschil. Waar tijd bestaat en van het leven een belangrijk deel uitmaakt, daar is sprake van ontwikkeling en verval.  De ontwikkeling is datgene waarmee we in eerste plaats bezig zullen zijn. Het verval is een vanzelf optredend verschijnsel, dat onbelangrijker wordt naarmate onze persoonlijke ontwikkeling toeneemt. Wij zijn het dus die in die tijd voortdurend weer geconfronteerd worden met veranderingen, met reacties, die we toch anders hadden gedacht. Besef dit. We moeten voortdurend weer zoeken naar een harmonie, niet met de wereld zoals ze gisteren was of morgen zou moeten zijn, maar met de wereld zoals ze vandaag bestaat.

Dat betekent dat we in die wereld moeten functioneren volgens ons eigen wezen, maar met een voortdurende bevordering van alles wat wij als positief erkennen in die wereld. Ik denk dat u hiermee het een en ander weet over harmonie. Het is belangrijk, dat u de relatie begrijpt en het wezen van de harmonie en – op het gevaar af, dat ik teveel in herhalingen verval – zou ik nogmaals willen stellen: De harmonie betekent niet het opgaan in het andere en het verlies van jezelf, maar het erkent jezelf zijn op een zodanige wijze, dat je ‘het erkent het andere’ op een zo juist mogelijke wijze aanvult tot een zo juist mogelijke eenheid van samenwerking. Dit geldt op elk terrein vanaf de hoogste geest tot de laagste materie.

Deel II: In harmonie met je medemens

26 oktober 1982

Deel I van deze cursus was voor u moeilijk en nu begint u aan het onmogelijke. Er is wel veel over te zeggen. Alleen moet u wel onthouden dat het in de praktijk een zeer moeilijke materie is.

In harmonie zijn met de medemens kun je nooit wanneer je uitgaat van het standpunt, dat je medemens met jou in harmonie moet zijn. Met andere woorden: Harmonie is een aanvaarding, is een eenheid, is een aanpassing. Een mens kan zichzelf niet veranderen, dat is duidelijk. Ze proberen het allemaal, het lukt in de uiterlijkheden, de kern blijft onberoerd.

Omdat je bent wat je bent en daarmee een levenstaak hebt, een ervaringstaak waaraan je maar moeizaam iets zou kunnen veranderen en dan nog alleen in kleine details, moet je uitgaan van de stelling: Ik ben; zoals ik ben, moet ik proberen te aanvaarden dat anderen zijn zoals ze zijn. Dat is op zichzelf al erg moeilijk. Dan ga je verder. Je zegt tegen jezelf: Ik heb kritiek op die wereld, die wereld zal wel kritiek op mij hebben, maar is het niet veel belangrijker om te kijken in hoeverre er in die wereld wat is waarop ik positief kan ingaan, waarop ik kan antwoorden. Laat het negatieve nou maar liggen, dat is een rekening, die komt later wel. Het klinkt allemaal heel simpel, maar het is erg moeilijk.

Dat die harmonie inderdaad kan bestaan, dat is voor vele mensen ondenkbaar, zeker wanneer ze hun eigen omstandigheden overzien. We zijn allemaal ergens deel van één kracht. Dat is de kern van ons wezen. We hebben allemaal deel aan een aantal werelden. Bij die werelden hoort er ook een, waarvan je kunt zeggen dat die eigenlijk niet te definiëren is, het is een soort licht, het is een kracht. Met die kracht kun je in beroering komen. Daarboven liggen er dan weer andere ervaringswerelden, daar onder ligt astraal, enz.

Wanneer ik nu niet in harmonie kan komen direct met een medemens, dan moet ik me proberen in te stellen op die gemeenschappelijke kracht, die gemeenschappelijke lichtsfeer waar alles wat mens en dier en plant is, alle leven op aarde deel van uitmaakt. Dan probeer ik die kracht in mij op te nemen en dan zal ik door die kracht in staat zijn om invloed uit te oefenen om een zekere harmonie tot stand te brengen. Niet door dingen te doen eigenlijk, maar door ze te denken om daarmee aan die kracht een bepaalde vorm en gestalte te geven.

Het is allemaal heel gemakkelijk om te zeggen, dat we in harmonie moeten zijn. Wie maakt het waar?  Kijk naar het Christendom: Heb uw naaste lief. Dan gaat het erom wie je naaste is. Het blijkt dat je naaste meestal degene is die je gelijk geeft. De rest hangt er maar een beetje bij.

Die stellingen zijn allemaal wel mooi, maar je kunt er praktisch heel weinig mee doen.

Nu gaan we proberen, tenminste ik ga proberen – ik hoop dat u me kunt volgen, tot nu toe zal het eenvoudig genoeg geweest zijn – om u een beeld op te hangen van wat nu werkelijke harmonie is. Dan moet u even afstappen van dit leven en dit moment.

U hebt een bepaalde richting, zeg dat dat het een bepaalde toon is. Een ander heeft een andere richting, een andere klankkleur en een andere toon. Soms kunnen die twee elkaar juist aanvullen, maar dan is er een achtergrond bij nodig. Zodra ze tegenover elkaar staan is er geen harmonie. Wij kennen dat uit bijvoorbeeld orkestwerken. Het is krankzinnig wanneer je iemand Bach hoort spelen op een mondharmonica. Toch zijn er wel mensen die het gedaan hebben. Als we dat zo doen, is het afschuwelijk. Als er echter een orkest achter staat, dan krijgt het een bijzondere nadruk en dan is het opeens een wonderbaarlijke vorm, die toch schoonheid in zich kan dragen. De achtergrond is noodzakelijk.

Harmonie kan nooit worden gevonden zonder dat er een achtergrond is. Die achtergrond is het tijdloze. Ze bestaat niet uit jaren of dagen. Ze bestaat uit levens, uit bewustzijnstoestanden.

Nu is het misschien zo, dat wij elkaar ontmoet hebben in een vorig leven of in een andere wereld of sfeer. Daar hebben we voor elkaar misschien iets betekend, een tegenstelling, een positieve waarde.

Nu moeten we dat waarmaken en aanpassen. Daar waar we alleen in ons eigen wereldje tegenstellingen vormden, worden we nu samengebracht tegen de achtergrond van een wereld waarin een onmetelijk aantal van dergelijke factoren een rol spelen.

Nu moeten we kijken of we door juist binnen die achtergrond, op het juiste ogenblik te reageren, misschien nadruk kunnen geven aan elkaars betekenis, in plaats van het proberen elkaars betekenis te overtreffen of te bestrijden.

Dan wordt het uit der aard der zaak een geheel andere kwestie, want het gaat er niet meer om wat wij vandaag ten opzichte van elkaar zijn, maar het gaat erom wat wij betekenen in de werkelijkheid, de tijdloze werkelijkheid ten aanzien van elkaar. Dan blijkt dat wij die denken dat we tegenstellingen zijn, in feite complementen vormen. Dat wij, die elkaar bestrijden op leven en dood wanneer we in de stof zijn, of zelfs in een bepaalde sfeer, in dat geheel door die spanningen juist in feite die ene dissonantie veroorzaken, dat een bijzondere nadruk geeft aan een naderend groot akkoord.

Het is zo gemakkelijk om te zeggen: Ja, mensen, wees nou maar harmonisch. Maar als je de achtergrond niet begrijpt, wanneer je niet begrijpt dat al die dingen bij elkaar te maken hebben met alles wat je geweest bent en dat wat je vandaag de dag beleeft, de basis vormt voor alles wat je zou kunnen zijn.

Dan is die harmonie bijna onbereikbaar, dan is ze onmogelijk.  Daarom heb ik gezegd, dat het  zuiver menselijk gezien onmogelijk is.

Harmonie met de wereld te vinden? Dat is altijd maar een kort ogenblik, dan is het alweer voorbij. Het ogenblik van harmonie ontstaat op een ogenblik dat je niet in staat bent te beseffen welke ellende er alweer op je wacht.

Je moet het eerst gaan beseffen vanuit een totaal, in de plaats vanuit een in feite toch maar zeer tijdgebonden en zeer tijdelijke relatie en verhouding. Dat is punt één.

In de tweede plaats moet je beseffen, dat denkbeelden op zichzelf en normen alleen van toepassing kunnen zijn op jezelf en dat ze nooit geheel of volledig op de buitenwereld van toepassing zijn. Wanneer je je eigen normen oplegt aan de wereld, zul je nooit harmonie met die wereld kennen. Wanneer je de normen van die wereld voor de jouwe aanvaardt, is het eveneens onmogelijk om een eenheid te bereiken.

Dan moet je jezelf onderdrukken. Maar wanneer je zonder je normen aan de wereld op te leggen of jezelf te binden aan de normen van die wereld, probeert met die wereld samen die dingen te beleven en te doen die voor jou aanvaardbaar en goed zijn, dan blijkt ineens dat een groot gedeelte van die harmonie wel denkbaar is.

U zult zeggen dat dit allemaal makkelijk gezegd is, ik weet het. De eenheid waaruit we zijn voortgekomen, betekent in wezen een harmonie. Maar een harmonie hoeft niet te bestaan uit een eensluidend geheel. Een gezond menselijk lichaam zou je kunnen omschrijven als een harmonie. Hoeveel verschillende soorten cellen zijn er niet in? Hoeveel verschillende functies worden er niet uitgeoefend? Hoeveel prikkelstoffen worden er niet afgescheiden, die remmen of stimuleren? Dan kun je je wel afvragen waarom er nu geremd of gestimuleerd moet worden: Je kunt er niet aan ontkomen. Het is noodzakelijk voor het geheel. In die totaliteit hebben we allemaal onze eigen functie ongetwijfeld. Het geheel is daardoor harmonisch. Zolang wij niet bereid zijn het geheel als primair, als de basis van ons zijn te aanvaarden zullen we niet in staat zijn die harmonie te aanvaarden.

  • Ik zit nog even met die achtergrond, waakbewust ken je die natuurlijk niet.

Die achtergrond waarover ik nu spreek is de achtergrond van alle werelden en alle zijn, inclusief al hetgeen u wel kent. Om op aarde een harmonie tot stand te brengen is er in feite vaak een tegenstelling nodig. Denkt u dat Romeo en Julia – in feite een onnozel teenagerverhaal – zoveel indruk zouden kunnen maken wanneer het niet juist was de ontmoeting van mensen in een harmonie, hoe je die ook noemen wilt, terwijl ze vertegenwoordigers zijn van vijandigheden. Daarmee zit je juist. U zegt dat u de achtergronden niet duidelijk zijn. Ik hoop dat dit duidelijk gaat worden.

Wanneer je leeft op aarde beschik je maar over een deel van de bewuste kennis die nodig is om je gehele persoonlijkheid te omvatten. Kennis is natuurlijk wel belangrijk, binnen een beperkte wereld. De kennis op zich is niet alles, want een groot gedeelte van uw ervaringen wordt op u afgedrukt, niet meer als kennis en niet meer als bewuste en rationele reactie, maar in feite als een onbestemde neiging en emotie, een soort drijfveer, een soort drift. Deze dingen hebben net zo zeer deel aan het bestaan als datgene wat u bewust kent. Dat is niet alleen voor u zo, dat is ook zo voor anderen. Zeker, we kunnen een hele hoop dingen minimaliseren. Plotselinge sympathie of antipathie, zo zegt men, kan er wel aan liggen of de ander toevallig uiterlijkheden vertoont, een geur heeft of misschien wel te schoon gepoetste schoenen of juist niet, die jij aantrekkelijk vindt.

Dat is waar. Heel vaak is er iets meer en dat is dan gewoon een soort vonk die overspringt. Het is een emotie. Zolang je nu gewoon elkaar aanvaardt op grond van die emoties zonder meer, is er harmonie. Dan is de wereld de achtergrond geworden waartegen je juist elkaar zo scherp beseft. Op het ogenblik echter dat je probeert met de visie vanuit de wereld de ander te zien, breekt de harmonie.

Dan ga je eisen stellen en dan begin je met verwachtingen, die helemaal niets meer te maken hebben met de werkelijkheid, met de werkelijke mogelijkheden of inhouden van een ander. Dan ga je de ander niet meer zien als een aparte persoonlijkheid, maar eerder als een soort verlengstuk van jezelf.

Op het ogenblik dat je dat doet, is de kans heel erg groot dat de harmonie keert in een disharmonie. Waarom? Het geheel van ons wezen is wel harmonisch, maar omdat wij er bepaalde delen uitlichten, kan die harmonie niet functioneren. Het is gemakkelijk genoeg om grapjes te maken over den Uyl en Van Agt bijvoorbeeld, dat hebben we de hele tijd gedaan. Nu wordt het moeilijker, nu Lubbers het aan alle kanten….. Maar zo vreemd als het moge klinken, om een Nederlandse democratie mogelijk te maken, is deze bijna irrationele breedsprakigheid en voortdurende belangenstrijd en ik-etalering, die u politiek noemt, noodzakelijk. Waarom? Om de doodeenvoudige reden, dat dit de enige manier is waarop men elkaar kan ontmoeten, zonder gelijktijdig zichzelf helemaal te verliezen.

Wanneer je die dingen zo hoort, blijkt dat alles bestaat uit een reeks tegenstellingen, waardoor de karakteristiek, maar ook de mogelijkheden worden bepaald. Dat heb ik nu politiek gedoceerd.

Nu moeten we één ding goed onthouden. Die tegenstellingen hebben we dus nodig. Een leven zonder conflict is een nutteloos leven.  Een maatschappij waarin geen weerwoord mogelijk is, waarin geen werkelijke verdeeldheid meer aanvaard wordt, wordt een monolithische structuur die zichzelf ten gronde richt. Zo gaat het met je leven precies hetzelfde. Je krijgt uit de wereld niet wat je verwacht. Je krijgt uit de wereld de tegenstelling tot je eigen wezen en daaruit moet je – ondanks alles – steeds weer zoeken naar synthese, naar een samengaan van de dingen. Geloof is schijnbaar strijdig met wetenschap. Toch kan er alleen een werkelijke ontwikkeling op beide gebieden plaatsvinden waarin een synthese wordt gevonden, waarin geloof en wetenschap ondanks alles samengaan. In ons is het net zo. Wanneer we harmonie zoeken met de wereld, dan zijn we niet bezig om in onszelf een verheven gevoel te krijgen waardoor we die wereld wel kunnen verdragen. Dan gaat het erom in onszelf een zodanig bewustzijn van onszelf en van de krachten die ons ter beschikking staan te verwerven, dat we daardoor de tegenstellingen die rondom ons zijn, kunnen zien als een natuurlijk complement, een aanvulling van ons wezen en de spanningen die er zijn, niet als iets wat ons vernietigt of onze grootheid of onze illusies aantast, maar als het ware een uitdaging om nog meer en juister onszelf te zijn. Een harmonie kan nooit bestaan uit eenzijdigheid. Een harmonie is altijd omvattender. Zij heeft altijd een boven, een onder, een links en een rechts, bij wijze van spreken. Zolang je één van die afmetingen mist, is er geen harmonie, is er ook geen waar begrip, is er geen waar leven en beseffen mogelijk. Dat moet je in de gaten houden.

Wanneer we bezig zijn met het zoeken naar harmonie op de wereld, zijn er wel een paar hulpmiddelen die we kunnen gebruiken. Misschien mag ik die heel simpel weergeven. Wat in de wereld gebeurt gaat mij niet aan, tenzij ik er iets aan kan doen of iets mee te doen heb. Dat klinkt misschien erg vreemd in deze wereld waarin iedereen zich bezig moet houden met rampen aan de andere kant van de wereld en zo, maar toch is het waar. De werkelijkheid heeft te maken met alles wat er om je heen is, de manier waarop je jezelf met de mensen, met de omstandigheden al dan niet in conflict komt. Want daar, en daar alleen kun je je werkelijke harmonie vinden. Heb je die harmonie gevonden dan kun je een geestelijke kracht uitbreiden, die op den duur misschien ook die andere delen van de wereld kan beroeren en bereiken. Maar dat is dan later. Om te beginnen dus heel simpel.

Harmonie is alleen mogelijk daar waar ik met iets te maken heb of iets mij beroert.

De tweede regel is nog veel eenvoudiger. Ik ben niet aansprakelijk voor hetgeen een ander is en doet, maar alleen voor wat ik een ander laat doen en zijn. Dat is ook nog een eenvoudige regel.

De derde regel is, hoe moeilijk ook in de praktijk, nog eenvoudiger. Wanneer ik aanvaard, dat alles zin heeft, zal door dit besef van zinvolheid een aanvaarding van het andere mogelijk zijn. Uit aanvaarding kan harmonie ontstaan.

Het zijn maar een paar simpele regels. Ze zijn hartstikke moeilijk als je dat in praktijk wilt brengen. Net ben je zover, dat je zegt, dat je de wereld wilt aanvaarden zoals ze is en dan staat er in de krant, dat voetbalfanaten een trein vernietigd hebben of iets dergelijks. Dan vlamt het weer op. Misschien begint je vrouw weer te zagen. Je kunt dan zeggen, dat je haar wellicht wat geeft om te zagen. Wanneer de vrouw gaat zagen, moet de man ergens een kwetsbaarheid hebben geschapen, een aanzet. Besef de aanzet, verhelp die en het zagen kan je niet meer hinderen. Wanneer het je niet meer kan hinderen, dan zal het je op den duur niet meer beroeren, want dan valt als vanzelf dit aspect weg. Dat wil helemaal niet zeggen dat je je aan de eisen moet aanpassen. Alleen moet je beseffen waaruit en waardoor deze reactie voortkomt. Het omgekeerde is ook waar. Wanneer een man rondloopt met een hoofd vol wormen omdat hij morgen moet gaan vissen en je begint dan ineens over die tochtlat die er nog moet worden neergezet, dames, dan is het helemaal niet zo gek dat het nog erger begint te tochten en u de wind van voren krijgt. Je moet ook een beetje begrip hebben voor het wereldje van die ander.

Nu gaan we terug naar het in harmonie zijn met je wereld. U ziet al hoe moeilijk het ligt, alleen al door die dingen. Wat moeten we dan doen? Ik heb u drie regels gegeven. Die waren heel simpel. U kunt nog iets anders doen. We komen dan terecht in de meer mystieke bedoening, u kent het allemaal wel, dat hoort er ook bij.

Ik heb u gesproken over een soort licht- en krachtwereld, die zich bevinden tussen de geestelijke en de astrale wereld. Dit is een wereld die wij niet kunnen betreden. Het is een wereld die we soms doorkruisen, maar waarin we niet kunnen leven. Het is een wereld waarmee we zo verbonden zijn, dat ze kan functioneren als een soort elektrische centrale. Wanneer je aangesloten bent op de centrale en je hebt licht nodig, hoef je alleen maar een knopje om te draaien.

Besef gewoon dat de kracht er is, ook in uzelf. Probeer nu eens even uw zwaarwichtigheid, uw denken en uw overwegingen te laten rusten en in de plaats daarvan gewoon te grijpen naar dit gevoel van licht. Probeer in jezelf een licht te zien. Een beetje een gouden wolkje of voor mijn part een glimwormpje. Als je dat hebt, heb je tenminste een begin, nietwaar? Probeer dan te beseffen dat wat in je bestaat ook buiten je moet bestaan en dat deze een eenheid bezit. Voor je het weet, krijg je een soort tintelend gevoel van binnen, het is net of je meer kracht krijgt. Besef dan dat die kracht door je denken mee tot stand is gekomen en dat het vormgeven aan die kracht, nu ze eenmaal in je berust, dus niet alleen kan liggen in manipulatie of iets dergelijks, maar dat ze wel degelijk gelegen moet zijn in je denken. Wanneer je nu eenmaal die kracht hebt en er is iets wat voor jou een grote disharmonie is, probeer dan die kracht te richten op jouw beeld van harmonie. Je straalt het dan uit in de juiste richting en luister naar het antwoord, want dan keert er een beeld terug. Het is of een radarstraal ergens iets aftast en de echo je een schetsmatig beeld geeft van datgene wat ze ontmoet heeft. Dan zie je dat er binnen jouw beeld van die harmonie een bepaald deel versterkt lichtend wordt en een ander deel vager. Probeer te beseffen wat die basis van harmonie is, richt je daarop. Dus ook als je een mens wilt genezen. Denk aan die hele mens. Voor je het weet keert er een beeld tot je terug, waarbij je onbewust eigenlijk alleen bepaalde delen ziet. Stuur daar die kracht dan maar heen en zeg, dat die kracht moet genezen. Dan heb je een selectieproces doorgemaakt, waarbij dus niet het weten of bewustzijn een rol hebben gespeeld, maar in feite een soort intuïtie en zelfsuggestie samen, die echter energie opleveren en tot uitstraling brengen.

Iemand heeft eens gezegd, dat geloof voor de dommen is. Nu, het is waar dat de domsten meestal de trouwste gelovigen zijn, daar ben ik het mee eens. Maar het is niet alleen voor de dommen, want het geloof is ons contact met het onbekende, het onbegrensde.

Dat kun je natuurlijk niet in regels vastleggen of alleen uit een heilig boek halen. Het moet eerst in jezelf tot stand komen. Dat geloof is dan een contact onder meer met die wereld van kracht, waarover ik heb gesproken, met de werelden van de geest bovendien waartoe je normalerwijze geen bewuste toegang hebt. Wat in je ontstaat, moet je dan ook niet zien als een bevestiging van je formulering van het geloof, maar als een bevestiging van de waarde, die achter het geloof schuil gaat en die niet omschreven is.

  • Geeft niet wat je gelooft, het gaat om de bestemming.

Ja, je zou het misschien zo kunnen zeggen: Het geloof is de maskerade waardoor je de werkelijkheid voor jezelf aanvaardbaar maakt, die je dan pas durft te beleven. Het is meer een middel dan een essentie. Laten de theologen het niet horen, die krijgen een beroerte, dan zitten wij weer met een aantal moeilijk opvoedkundige, opvoedbare gevallen aan onze kant.

Wat ik probeer duidelijk te maken is dit. Wanneer we die harmonie alleen willen baseren op ons denken, komen we er nooit. Dan hebben we net dat beetje te kort waardoor we de werkelijke harmonische mogelijkheden, ja, zelfs de ogenblikken waarop die harmonie feitelijk kan voorkomen en kenbaar worden, eenvoudig voorbij gaan. We zien ze niet. Voeg daar dat geloof aan toe, dit grijpen naar de onbekende, de onredelijke waarden en er ontstaat een kracht in ons, waardoor we leren af te lezen waar de harmonie mogelijk is, maar daarnaast ook wanneer die harmonie mogelijk is. Dan bouwen we een relatie op van wat men noemt: harmonische momenten. Ik heb u gezegd dat we ondanks alles eventjes die mystiek erbij moeten halen.

Als je een weefsel op ziet zetten, zijn het in het begin onsamenhangende draden. Wanneer er steeds een draad tussen heen en weer gaat, ontstaat er op den duur een doek. Die harmonische erkenningen, die relaties die we tot stand brengen, zijn op zichzelf misschien niet belangrijk, maar ze betekenen dat in een front en voor anderen een verbinding wordt gelegd tussen een groot aantal tot op dat ogenblik losstaande lijnen, losstaande gedachten en intenties. Er ontstaat een eenheid. In die eenheid blijft iedereen op zijn eigen plaats, blijft iedereen zijn eigen functie behouden, maar door die harmonie gaat het geheel zich toch weer gedragen als een geheel.

Die harmonische relaties, die verbindingen die we tot stand brengen zijn dus niet alleen maar belangrijk op dit ogenblik. Ze betekenen een verandering in de structuur van het bestaan. Wanneer we later nog een keer geboren moeten worden op aarde, niet dat ik het u gun, maar het zou voor kunnen komen, nietwaar? zult u zover als die eenheid tot stand is gebracht deze harmonische achtergrond bezitten en blijven bezitten. De eenmaal tot stand gebrachte harmonie en eenheid wordt niet te niet gedaan, maar vormt de basis voor elk verdergaand proces van weven, van onafhankelijkheden tot eenheid.

Dus: Hoe meer we zijn, hoe beter wij kunnen. Om iets te zijn, moeten we eerst in die schijnbare onbelangrijke losse draadjes harmonie vinden, waardoor we een zekere binding tenminste tot stand brengen tussen een groot aantal misschien sterk uiteenliggende persoonlijkheden en krachten en instanties en denkbeelden. Dan pas kunnen wij zelf deel worden van een eenheid waarop we kunnen vertrouwen.

Hoe groter de achterliggende harmonie eenmaal is, hoe sneller een harmonische verwezenlijking mogelijk is bij het nieuw beleven en het nieuw erkennen. We krijgen dus op den duur een steeds beter beeld. Nu moet u niet denken dat een beter beeld inhoudt, dat we niet nijdig worden. Heus, als iemand op uw eksteroog trapt, brult u nog steeds “kaffer!”!het hogere

Het kan u echter niet meer zo lang beroeren. Het is niet zo belangrijk meer, dat is nu juist het element waarom het gaat. In harmonie zijn met de wereld betekent, dat je steeds meer de onbelangrijkheid van het conflict gaat zien in verband met de wel belangrijke eenheid in samenwerking en relatie die kan bestaan.

In harmonie zijn met je wereld betekent een verschuiving van de nadruk. Het betekent zeker ook, dat je een groot gedeelte van je eigen illusies ten aanzien van die wereld prijsgeeft. Het betekent daarnaast, dat je in die wereld steeds meer zekerheden vindt, steeds meer vaste waarden. Het betekent dat je steeds meer een beroep kunt doen op krachten, die eigenlijk niet alleen van jou maar van het geheel zijn. Op die manier vind je dan een vrede, rust, energie, maar bovenal vind je dus een juistere weg van bestaan voor jezelf, die een bevordering van alle harmonie in andere werelden ten gevolge heeft.

Deel III: In harmonie met de wereld

22 februari 1983

In harmonie zijn met de wereld, zou betekenen dat je opgaat in het geheel dat die wereld vertegenwoordigt. Die wereld is iets meer dan alleen maar een bal materie, al dan niet actief.

De aarde heeft een eigen persoonlijkheid. Ik weet dat het ongelooflijk klinkt, maar het is toch waar. Een wereld is bezield. Ze heeft een eigen denkproces en ze is zelfs in staat om gedachten uit te wisselen met anderen.

Nu is het tijdsverloop voor een planeet natuurlijk heel anders dan voor een mens. In de tijd dat bij u drie generaties geleefd hebben en gestorven zijn, is voor die wereld vergelijkenderwijze misschien een halve minuut voorbij, misschien zelf nog minder.

Dat betekent dat we niet kunnen reageren op de wereld zonder meer. Voor ons is ze een betrekkelijk continue waarde. Er kan iets aan veranderen, maar veranderingen zijn eigenlijk zo miniem – gezien de tijd die ze nodig hebben – dat voor ons de wereld bezien kan worden als een geheel.

Dat betekent dat eenieder zich in zal moeten stellen op de wereld zoals hij vandaag is. Niet zoals hij morgen zal zijn, of zoals hij gisteren geweest is. De wereld die ik vandaag besef, daar moet ik mee in harmonie zijn. Heb ik die harmonie bereikt, dan is het bijna onvermijdelijk dat die harmonie het hele stoffelijke bestaan voortduurt.

Nu wilt u in harmonie zijn met die wereld. Uw wereld omvat het geheel van alle levensverschijnselen. Wanneer er bepaalde afwijkingen zijn van gedachten of iets dergelijks, ach, dan trekt de huid van die aarde eens een keer en u krijgt een uitbarsting of andere eigenaardigheden.

Die wereld kan zich op een gegeven ogenblik bevinden in een fase waarbij bijvoorbeeld haar contact met de zon wat anders wordt, dan heeft u een ijstijd. U moet dan zien dat u in leven blijft. U kunt die ijstijd echter niet terugdraaien, zomin als u eenmaal opgeroepen natuurverschijnselen de baas kunt. U hebt er eenvoudig mee te leven. Dat wil zeggen: de wereld is het milieu waarin je leeft, heeft eigen wetten en binnen die wetten kun je eigenlijk precies zijn en doen wat je zelf wilt, zonder dat je die harmonie verstoort. Op het ogenblik echter dat je met denken begint, zend je zelf ook iets uit, dat is duidelijk. Wanneer één mens denkt, zal de aarde er niets van bemerken, wanneer honderd mensen denken, zou het al heel toevallig zijn wanneer de aarde er iets van zou bemerken. Als duizend of meer mensen een soortgelijke uitstraling hebben, begint het al een beetje te irriteren. Op het ogenblik dat een miljoen of meer mensen gelijktijdig eenzelfde mentaliteit vertonen, eenzelfde gedachtegang hebben, zal die wereld daar – onbewust waarschijnlijk – op reageren. De reacties zijn dan over het algemeen: vernietiging van de gedachtestroom. Het gaat dus niet om de mensen, misschien weet de aarde niet eens dat ze er zijn, ze probeert de mensen gewoon opzij te schuiven.

Nu blijkt ons dat dergelijke wisselwerkingen voornamelijk plaatsvinden op astraal niveau of daarmee vergelijkbare vlakken. Dit houdt in dat het fijn materieel is. Nu kunnen we dus niet zeggen: Wij zullen vanuit een hoger geestelijk niveau de zaak veranderen. Dat kan niet. We kunnen dat alleen op het ogenblik dat we als het ware deze harmonie kunnen bereiken, deze directe wisselwerking van onszelf en de wereld. Dat kan alleen op fijnstoffelijk niveau. Een mens zal dus altijd rekening moeten houden met het feit, dat zowel de huidige toestand van de wereld – de werkelijke toestand – alsook de werkelijke mogelijkheden van zijn eigen ik in verband daarmee, liggen op een niveau dat hoger – anders – is dan het zuiver redelijke.

U wilt in harmonie leven met uw wereld. Alles wat aan levensprocessen in die wereld bestaat moet dan aanvaard worden, ook wanneer daarbij zaken komen als: eet en wordt gegeten. Dit is een wet die in het algemeen in alle levende wezens doortrekt en die zelfs ook in de flora hier en daar voorkomt.

Ik weet wel dat dat menselijk gezien niet aangenaam is. We zouden het liever anders zien, maar die aarde is zo. De wereld heeft nu eenmaal deze mentaliteit. Wat voor ons erg belangrijk is, is dat voor die wereld niet, want het zijn maar heel geringe en heel kortstondige veranderingen. Dat is als iemand die krabt wanneer hij jeuk heeft, ja, dat kan even een onaangenaam gedoe zijn, dat krabben op zichzelf, maar dan ben je ook van die jeuk af. Of iemand heeft pijn: hij doet er wat tegen. Dit kan nog pijnlijker zijn, maar dan is die pijn weg. Dat zijn heel korte zaken in feite. Voor de aarde is dat dus niet zo belangrijk dat u anders bent, anders reageert. Daar kunt u niets aan doen, maar u zult het stoffelijk bestaan van die dingen moeten aanvaarden.

Dus is de eerste regel. Als je in harmonie wilt komen met je wereld, moet je geen preferenties gaan uiten ten aanzien van natuur en natuurverschijnselen, maar u moet ze eenvoudig als een geheel accepteren. Gewoon zoals ze zijn, ook wanneer dat voor jezelf soms minder aangenaam is.

Daarbij is er een tweede waarde. Omdat die aarde astraal actief is en waarneemt – en daarbij bovendien nog eens in het aardmagnetische veld een aantal registraties doet, ongeveer vergelijkbaar met de tastzin van de huid van de mens – kun je zeggen dat je als mens niets kunt doen buiten aanvaarden. Wij kunnen echter ook ons eigen wezen, ons gedrag en ons denken verder bepalen, wanneer we daarbij niet proberen om die wetten van de natuur als het ware te veranderen. Op het ogenblik dat dat gebeurt, ontstaan er processen waarover we geen meester zijn, die vanuit de aarde worden bepaald en wel volgens wetten, die in onze ogen als mens – misschien ook als geest – aan de  wrede kant zijn.

We komen natuurlijk op een heel ander vlak wanneer we geestelijk gaan redeneren.

Een geest – ook een planeetgeest – hoe groot ook in vergelijking met hetgeen ik ben of wat u bent, heeft communicatiemogelijkheden op een geestelijk niveau. Dat niveau moet betrekkelijk hoog liggen, omdat je zonder dat eigenlijk het geheel van uitdrukkingen niet krijgt, je hebt termen nodig ook. Hoe hoger de wereld, hoe verfijnder de mogelijkheid tot ervaren en gelijktijdig hoe eenvoudiger of, moet ik zeggen, hoe rechtlijniger, de ervaringsuitwisseling is.

Hoe lager in sfeer – geestelijk – hoe beperkter de taal, het uitdrukkingsvermogen en gelijktijdig hoe complexer dus de reacties worden daarop.

Op dat geestelijke niveau zou je met de aarde kunnen spreken. Maar wat kun je die aarde zeggen? Die aarde kent zichzelf wel, maar kent toch zeker niet op een soort God gelijke wijze alles wat zich op de oppervlakte van die wereld afspeelt. Die aarde zegt heus niet: “Daar wonen goede mensen en daar wonen kwade mensen.” Of: “Daar zwemmen vissen, daar zijn haaien.” Dat kan die aarde niet doen. We kunnen dan alleen uitgaan van de essentie van de aarde.

De essentie van de aarde kun je waarschijnlijk niet eens in gedachten helemaal uitdrukken. Wanneer ik hier verbaal probeer, is het beperkt, dat is duidelijk en onvolledig. Het is dan ook meer een voorlopig beeld wat ik u schets dan een zekerheid. De aarde is in haar afhankelijkheid van de zon natuurlijk in zekere zin hinderlijk. Haar lichamelijk welbehagen is voor een groot gedeelte van die zon afhankelijk. Haar werkelijke wereld wordt echter niet door de zon bepaald, maar door de ruimte. De ruimte is haar milieu, daar leeft ze in. Voor haar is er geen begrip van afstanden zoals u dat kent. Voor haar is er een tijdsbegrip dat van het uwe afwijkt. Dan is het ook heel begrijpelijk, dat die geest als eerste eigenlijk een zelferkenning heeft plus een zekere saamhorigheid. Die saamhorigheid kun je uitdrukken als het zonnestelsel misschien.

Als ik dit in zeer menselijke termen vertaal, is het ongeveer als volgt: Ik leef in een oneindigheid die tot mij spreekt. Al wat ik ben, besef ik wel, maar ik ben mij er niet voortdurend van bewust. Eerst wanneer ik in mijn eigen zijn, mijn rust of harmonie gestoord word, ben ik mij even van mijzelf bewust en dan alleen ten aanzien van storing en niet ten aanzien van mijn geheel.

Mijn werkelijke leven is een soort droom van een oneindig aantal mogelijkheden. Die droom blijf ik dromen. En ik word soms in die droom verrijkt door allerlei pittoreske details, die op een vreemde manier ergens in de buitenste schaal van het denken terecht schijnen te komen. U kent dat ook wel ongeveer, maar u zult er waarschijnlijk deels over spreken als een soort Akashakroniek, een soort totaal geheugen of totaal bewustzijn van de mensheid. Al wat mijn doel is, is te omschrijven als ‘zijn’ en in dit ‘zijn’, al beweeg ik, toch eigenlijk gelijk blijven. Het belangrijkste is een vrede, een rust, een schijnbaar niets, waarin ik mijzelf ervaar zonder dat ik me hoef af te vragen wie of wat ik ben.

Een beetje moeilijk, denk ik. Hier en daar is het ook cryptisch, maar ja, wat wil je? Nogmaals: Het is alleen een benadering, een heel klein voorbeeld. Er zijn heel veel dingen die ik eenvoudig niet zeggen kan.

Wanneer u in harmonie wilt zijn met uw wereld, moet u in ieder geval in staat zijn om een dergelijke ‘mentaliteit’ te kunnen aanvaarden. Niets is belangrijk buiten de dromen die ik droom en de vrede die in mij bestaat, zonder dat ik daardoor mijzelf bewust wordt, maar wel doordat ik mijzelf doorleef. Het is een bepaalde mystieke beleving. Een mens die deze mystieke belevingen op de juiste wijze leert doormaken, zal zeker niet weten in de zin van wetenschap en kennis hoe de wereld in elkaar zit.

Hij heeft wel geleerd, dat alle combinaties en mogelijkheden die materieel bestaan onderling verwisselbaar zijn. Dat zijn ze namelijk voor die aarde ook.

Dan krijgen we te maken met die monnik, die op een gegeven ogenblik stenen verandert in brood wanneer hij dat wil. Stenen en brood zijn alleen maar uiterlijke verschijningsvormen. De essentie is hetzelfde. Vanuit het standpunt van de aarde zou je kunnen zeggen: “Als ik droom dat stenen brood zijn, zijn ze brood. Mijn droom is de waarheid. Daarbuiten bestaat geen absolute norm.”

Nu begrijpt u ook waarom het zo moeilijk is in harmonie te komen met uw wereld. Je zit in een totaal onmenselijk gegeven. Je hebt echter één groot voordeel. De eigen processen van die aarde zijn voor u dermate traag, dat een eenmaal bereikte harmonie in feite gehandhaafd kan worden.

Stel je het ongeveer als volgt voor: Je denkt niet. Dat is het moeilijkste voor een mens, want als een mens denkt, dat hij niet denkt, denkt hij. Stel je voor dat je even niet denkt. Dan is daar wel degelijk een eigen ritme, een eigen vibratie. Die is eigen aan deze wereld van je. Op het ogenblik dat je iets van dat ritme in je op kunt nemen en dit steeds weer in jezelf kunt voelen – beleven is niet het juiste woord, je voelt het eenvoudig – dan zul je met die wereld in harmonie zijn. Kun je in die harmonie steeds weer die eenheid met de wereld zoeken, dan ga je ineens beseffen dat veel van de grenzen die er bestaan op aarde eigenlijk niet echt zijn.

Je gaat ook begrijpen dat veel van hetgeen op die wereld gebeurt onbelangrijk is. Je kunt bijvoorbeeld uitroepen dat het zo belangrijk is dat we de natuur beschermen. Zure regen bijvoorbeeld zou een ramp zijn. De gifgassen die bepaalde fabrieken lozen zijn een ramp. Als je de wereld wilt houden zoals ze is, ja. Maar ga je nu eens kijken naar wat er gebeurt na een aantal jaren. Daar waar giftige gassen zijn, ontstaan veranderingen. De flora wordt anders. Er komen andere plantjes. Er zijn andere processen gaande. Het leven gaat wel door, alleen het wijzigt zich. Wanneer die zure regen komt, sterven veel van de gewassen die er nu staan langzaam maar zeker af, of ze worden ziek.

Het blijkt gelijktijdig dat daardoor weer andere gewassen aanmerkelijk hoger opschieten. Dat klinkt misschien heel vreemd, maar bepaalde varensoorten – niet allemaal, bepaalde – reageren er weer goed op. Dat is nu juist het typerende. De veranderingen die u probeert te bevechten zijn eigenlijk vanuit het standpunt van de wereld niet belangrijk. Daar kun je je als mens mee bezighouden, maar die moet je zeker terzijde stellen op het ogenblik dat je harmonie zoekt met die wereld.

Dan hebben we de aarde zelf tenminste een klein beetje bepaald. De wereld is meer, dat wil zeggen: voor u. Er zijn mensen. Miljarden mensen. Allemaal mensen die net een beetje anders doen en denken. Waarbij sommigen mensen denken, dat je een verkiezing kunt redigeren met pijl en boog, terwijl anderen weer menen dat je het moet doen met propaganda. Zo kun je dus doorgaan.

Er zitten uitvinders bij. Mensen die denkbeelden hebben die misschien nooit waar worden, maar ze zijn gedacht. Ze liggen in een gemeenschappelijk bewustzijn. Wanneer je zou kunnen putten uit het gemeenschapsbewustzijn van de mensheid alleen, dan zou je al een hele hoop wijzigingen kunnen krijgen in de normale denkprocessen. Hierdoor word je je toch beter bewust van mogelijkheden en onmogelijkheden waardoor je juister ingesteld kunt zijn op hetgeen er gebeurt onder de mensen, maar net zo goed ten aanzien van dieren.

Hiervoor is wederom een soort van mystieke beleving nodig of een absolute uitschakeling in je bewustzijn van alle factoren buiten één. In hoogste concentratie nl. krijg je ook datzelfde contact. Wanneer je dat wat meer algemeen wilt doen en niet door die specifieke concentratie, dan moet je het eigenlijk zien als een achtergrondruis. Er is een gemeenschappelijk bewustzijn, dat steeds aan de grenzen van je eigen bewustzijn aanwezig is. Op het ogenblik dat dingen voor jou belangrijk zijn, bewust of onbewust dat doet niet ter zake, dan zul je zelf uit die ruis bepaalde signalen gaan versterken.

Wanneer ik dat doen kan, kan ik dus mijn aanpassing aan de uiterlijkheden van mijn eigen wereld aanmerkelijk vergroten. Ik kan gelijktijdig blijven putten uit die rust, die vrede. Dat is meestal het kenmerk van de aarde zoals ik die op dit moment ervaar.

Ik heb dan in de eerste plaats een enorm weerstandsvermogen gekregen. Ik kan veel meer verwerken.

In de tweede plaats heb ik een zeer sterke reeks ingevingen – intuïtie – waardoor ik, zonder misschien zelf redelijk te kunnen uitleggen waarom, ik op een bepaalde manier begin te reageren.

In harmonie zijn met mijn wereld begint dan te betekenen, dat ik mijn eigen overlevingskansen aanmerkelijk verbeter. Dat niet alleen in zuiver stoffelijke zin, maar daarnaast ook zeker wat het levenslichaam betreft, het etherisch dubbel en het laagste geestelijke voertuig. Die zijn er allemaal dicht bij betrokken.

Dat in harmonie zijn met je wereld kan heel erg belangrijk zijn. Alleen, dat is nog de grote vraag, kun je die harmonie nu omzetten in vormen van harmonie met de wereld, harmonie met jezelf? Met jezelf zou nog wel gaan, maar met de maatschappij bijvoorbeeld lijkt me moeilijk. Je kunt tot de conclusie komen dat de manier waarop mensen leven niet altijd de meest juiste is. Door die vrede in jezelf, waar je je toch aan vasthoudt, kom je gelijktijdig tot de conclusie dat het niet jouw taak is om dat bij de ander te veranderen en dat het alleen je eigen taak is je vrede niet te laten verstoren. Daarvoor heb je dan invallen nodig. Deze kun je uit het gemeenschappelijke bewustzijn plukken. Je krijgt dus de middelen voor handen waarmee je jezelf beter kunt handhaven. Dat houdt ook in dat je in staat bent eenieder die dat niet kan en die zich op de hulp beroept, eveneens beter zult kunnen helpen. Iemand die zich niet op je beroept, kun je meestal niet helpen. Het is belangrijk dat ik dat even zeg, al hangt het met het onderwerp maar zeer zijdelings samen.

Dan heb ik natuurlijk ook nog te maken met een uitstraling. Dat zijn hele verhalen. Een voorbeeld is, dat op het ogenblik bepaalde sferen nogal dicht bij uw eigen wereld zijn.

Het betekent dat die beïnvloeding wederkerig en nogal sterk is. De uitwisseling gebeurt wederom vreemd genoeg op astraal gebied. Het zou in kunnen houden, dat waarden van andere werelden met beperkt bewustzijn – geestelijke werelden – als het ware in gaan grijpen, niet alleen in uw bestaan en uw reacties, maar ook in die wereld zelf. Daar blijven ze wel onbelangrijk voor, ze zijn bijkomende factoren, maar ze kunnen zeker de relatie tussen mens en wereld aanmerkelijk feller tot uiting doen komen dan normaal. Om het duidelijk te maken: als een vlieg op je hand gaat zitten, is het lastig, maar als hij op een wond gaat zitten, is het pijnlijk. De felheid wordt dus groter omdat er iets van een bescherming is weggevallen. Dat is dus op het ogenblik gaande. Dit heeft niets te maken met een opzet. De sferen, je kunt ze beschouwen als alternatieve universums, andere dimensies, er zijn duizend-en-een namen voor, zijn in zichzelf een besloten geheel. Zo’n geheel dringt soms ten dele, soms geheel als het ware door in een andere wereld. Wanneer dat het geval is, ontstaat een wisselwerking tussen die twee zonder dat het afgescheiden zijn daarvan ongedaan wordt gemaakt.

Als vergelijk: wanneer je een gewicht hebt en je dompelt het in water wordt het lichter, maar het wil ook zeggen dat het beweeglijker wordt. Wanneer u in een geestelijke wereld gedompeld wordt, laten we het zo aannemen, betekent het dat bepaalde krachten en waarden meestal behoren tot de laagste van die geestelijke wereld, in uw wereld opgegaan treden en daardoor uw eigen beperkingen iets minder doen worden. Dat kan een kwestie zijn van remmingen die wegvallen en dat kan een kwestie zijn van ineens veel meer mogelijkheden vinden. Het kan goed en het kan kwaad zijn. Dat ligt aan u, uw maatschappij, de wijze waarop uw leven voor u bestaat en is ingedeeld.

Nu is het bij dergelijke contacten in de sferen zo – het zijn oppervlakkige contacten, het zijn geen volledige absorpties – dat er nog een factor is waar je rekening mee moet houden en dat is de tijd. Tijd is een vorm van energie. Je zou kunnen zeggen, dat tijd in feite beweging in ruimte is. Dit is grotendeels maar toch niet helemaal waar. Het komt er in ieder geval op neer, dat elke geestelijke wereld een eigen tijdsverloop kent, dat is echter geen klokkentijd. Het wordt ook niet geregeld door bijvoorbeeld omlopen rond een zon. Het is een betrekkelijk erratisch tijdservaren, waarbij die tijd bovendien niet altijd gelijk blijft. Op het ogenblik bijvoorbeeld is een sfeer in de buurt die op de aarde nogal wat invloed heeft en dat nog een paar keer krijgt. Het kaatst een beetje op het ogenblik. Deze sfeer heeft een tijdsverloop die tien tot twintig keer sneller is dan het tijdsverloop op aarde, zoals u het bekijkt. Wanneer u dus te maken krijgt met iemand uit die sfeer, die op zijn eigen tempo spreekt, dan is het alleen nog maar een dreun, want, je kunt het versneld gezegde niet meer verstaan en dan praat ik nog veel langzamer dan zij doen.

Dat krijgt dat bliepeffect. Een bliepeffect is dit: wanneer je een radiografische boodschap hebt in de telegrafie en je moet uitzenden terwijl je maar een heel korte uitzendtijd hebt, dan zet je de signalen op een band. Die band laat je vervolgens met 10- of 20-voudige snelheid door het apparaat lopen. Dat wordt uitgezonden. Het is een heel kort signaal. Je hoort alleen ‘Brrrp’ en het is al afgelopen. De ander neemt dat dus ook op op een tape die ontzettend snel al loopt. Deze wordt vervolgens een paar keer uitgesmeerd, doordat men dat steeds trager gaat afdraaien, waardoor de zaak langzaam maar zeker een bepaalde gerekte vorm krijgt. Daarvan maak je een opname. Die opname wordt wederom vertraagd. Als je dat drie tot vier keer vertraagd hebt, is die bliep ineens een telegram geworden van normalerwijze een kwartier. De uitleg is niet 100%. Er zitten nog wel enkele processen tussen.

Wanneer je contact krijgt met die wereld is dat normaal een bliepeffect. Het is aanmerkelijk sneller. Om dat te kunnen begrijpen moet je dus ‘vertalen’. Sommige mensen kunnen vertalen, anderen niet. De aarde kan niet vertalen. Ze kan alleen het geheel van een dergelijke wereld aanvoelen en zal daarvoor in haar eigen uitstraling compenseren. U echter kunt die wereld soms aanvoelen en u kunt zelfs middels uw eigen bewustzijn als het ware de nodige vertragingen tot stand brengen en u kunt de zaak lekker uitrekken. U kunt voor een deel begrijpen wat die andere wereld zegt. Nu krijgt u altijd contact, dat wil ik er wel bij zeggen, met hen die behoren tot de onderlaag van een dergelijke wereld. Dat wil zeggen degenen die de meeste materie nog hebben, die dus het gemakkelijkst tot een astrale manifestatie komen.

Wanneer het op de aarde inwerkt en het werkt op u in, zal die inwerking vaak heel verschillend zijn. Wat u eruit destilleert is nl. steeds maar een fragment. Dat wordt begrijpelijk. De aarde voelt alleen de gehele uitstraling. De zaak ligt zo: de aarde reageert door haar eigen uitstraling aan te passen. Zoals u bij wijze van spreken uw temperatuur wat verhoogt of verlaagt wanneer u in het milieu bezig bent. Is het warm, dan gaat u vocht afscheiden, er komt verdamping. U koelt uzelf dus. Anderszins trekt u alles bij elkaar. U begint bovendien met spierbewegingen, onwillekeurig, waardoor een mate van warmte wordt gegenereerd. Die aarde doet dat ook zo. Die uitstraling wordt voor u kenbaar als een reeks beïnvloedingen. Bent u nu in harmonie met het wezen van die wereld, dan kunt u die wereld zonder meer wel accepteren. Dan zijn die veranderingen voor u kenbaar, u voelt aan wat er gebeurt. U past zich eigenlijk aan. Maar bent u niet in harmonie met uw wereld, dan weet u niet wat u met die veranderingen aan moet. Het betekent dus dat u in uw hele gedrag wijzigingen ondergaat. U bent zich van die wijzigingen meestal niet of te weinig bewust en u wijkt zelfs af van de werkelijkheid waarin je als mens leeft.

Die conflicten die daaruit ontstaan kunt u zich indenken, omdat iedereen op zijn eigen manier afwijkt.

Als u niet gelooft dat dat contact bestaat, kijk rond u in de wereld en kijk naar de eigenaardige afwijkingen die zich op het ogenblik in menselijkheid en redelijkheid manifesteren.

Nu zegt u dat u in harmonie wilt zijn met uw wereld. Ook daar moet je rekening mee houden. Als je dat allemaal factor voor factor moet gaan erkennen, moet je dat als het ware eerst gaan beredeneren en dan nog eens beleven zonder beredenering. Ik denk wel dat u dan een leven nodig hebt. Dit wil zeggen dat u aan dit alles maar betrekkelijk weinig hebt. Het verklaart het een en het ander, maar het geeft geen aanwijzing hoe je het beter kunt doen.

Stel nu eens dat we gewoon iemand hebben, ergens, iemand die in staat is de harmonie met die wereld op te nemen en daardoor in feite niet alleen harmonisch te worden met de kern, met de bezielde kracht van die wereld, maar bovendien met de kern van alles wat er op leeft en behoort tot diezelfde persoonlijkheid in zekere zin. Stel nu verder dat zo iemand, hetgeen wat hijzelf ervaren heeft, kan uitstralen. Wat krijgen we dan? Dan ontstaat een aanpassing waarvan u zich helemaal niet bewust bent. U krijgt nl. het zeer normale reflectie effect. Reflectie wil zeggen dat je alle trillingen, zo ver ze tot je eigen wezen kunnen behoren, overneemt, zodat je mee gaat trillen in diezelfde frequentie als het ware. Denk maar aan snaren. Als je één snaar aanslaat, gaat de rest mee trillen, elk op zijn eigen manier en in zijn eigen toonaard. De basistrilling wordt bepaald door die aanslag. Dat betekent ook dat bepaalde snaren heel zwak zullen trillen en andere heel sterk.

Zo gaat dat met de mensen. Wanneer ik nu probeer me in te stellen op die wereld, dan kan ik dat alleen maar tweeledig doen.

Het eerste wat ik moet doen, is voor mijzelf die uitstraling opnemen. Mijn eigen uitstraling en in zekere zin die van mijn – tijdelijke – voertuig aanpassen aan wat ik ervaar als de voor u nog beleefbare eigen uitstraling van de aarde.

Dan komt punt twee. U hebt denkprocessen. U kunt ze nooit helemaal uitschakelen, dat is lastig. Dus ik moet het denkproces in een vergelijkbare vorm als het ware beïnvloeden, zodat uw eigen denkprocessen niet ingaan tegen de trillingen.

Als u wilt kunnen we dit proberen. Dan moet ik eerst zelf beginnen, daarvoor moet u me even een kort ogenblik de tijd geven.

“Dit is een kernuitstraling. Niets is belangrijk. Alles is één geheel. Er is geen reden om verschillen te maken zolang dit niet uit ons eigen wezen en onze noodzaak tijdelijk voortvloeit. De wereld is er, zal blijven, of u op deze wereld leeft of niet. Die wereld blijft wel. Het heeft geen zin te vechten voor zaken die met een paar jaar volledig uitgewist zijn. Het is alleen maar belangrijk dat je de krachten ervaart die om je heen zijn, dat je leert om die kracht te gebruiken. Werkelijke vrede, werkelijke eenheid betekent: je niet afvragen waarom of hoe? Zijn, zonder het zijn te omschrijven. De kracht van de werkelijkheid is juist dat niets onbelangrijk is, maar dat niets belangrijk is zonder al het andere. Deel zijn van, is de grootste vrede die de aarde kent. Het is gelijktijdig haar bestaan, de zin van haar bestaan en haar vreugde, zover zij van vreugde kan spreken. Wanneer wij bereid zijn voor een ogenblik dit denken te laten volgen door de golven van kracht, die het eigen ritme van die wereld, zover het voor ons voelbaar is, weergeven, dan zou er in onszelf een klein gevoel moeten ontstaan van bijna opluchting. Of je even een last kwijt raakt. Of er even iets vergeten wordt. Alles is zinvol. Alles heeft zijn betekenis, maar is alleen belangrijk of belangrijker dan het andere. Eén zijn met alle dingen is de kern van het beseffen. Denken is nodig wanneer je beseft. Denken is het werktuig. Deze wereld is datgene waar u toe behoort. Door uw ervaren en leven bent u met deze wereld verbonden. Door het werken en leven met deze wereld zult u ook steeds weer tot haar aangetrokken worden, of u wilt of niet. Als u haar wezen in uzelf aanvoelt, hebt u niet alleen maar de kracht van uw wereld, maar hebt u gelijktijdig de kosmische taal. De taal van de grote bewustzijnsvormen die soms leven in de sterren. Dit ritme in jezelf aanvaarden, is het meest belangrijke wat er bestaat.

Ik heb dit uitgestraald. Of je daar iets aan hebt of niet, ach, dat ligt voor een deel aan jezelf. Het ligt voor een deel aan de wijze waarop je dus alle menselijke redelijkheid voor een ogenblik opzij kunt zetten, zonder gelijktijdig die redelijkheid geheel te verliezen.

In harmonie zijn met je wereld wil zeggen, dat je met alles verbonden bent. Net zo goed met een rob op de Noordpool als met een pinguïn op de Zuidpool, als met een Nederlander, een Duitser, een Afrikaan, een Indiaan, een Aziaat, of wat je maar wilt. De kern van ons wezen wordt bepaald door de wereld waarop we wonen. Onze geest heeft meer mogelijkheden, maar zolang we hier zijn, zullen we die niet ontwikkeld hebben.

Laten we dan dit eerst eens aanvaarden. Dit eenvoudige stille ritme, dit pulseren dat in zichzelf niets anders is dan vrede, een aanvaarding, een rust waardoor het andere onbelangrijk wordt. Ik weet dat je daarmee in de menselijke wereld niet ver zult komen. Je hebt echter wel iets anders. Je hebt reserve aan kracht, je hebt een versterking aan intuïtie. Daarnaast heb je een enorme bron waaruit je altijd putten kunt wanneer het nodig is. Je wordt niet zo snel slachtoffer van jezelf. Die hele wereld, met al haar wetten, van geweld, van ziekte, van dood, van eten en gegeten worden, is nog steeds aanwezig. U zult uw leven misschien op een gemakkelijker, voor u prettiger manier kunnen doormaken, maar u kunt zich er niet aan onttrekken. U kunt zich wel onttrekken aan de zinloosheid van die dingen. U kunt zich losmaken van het gevoel gedreven te worden, beheerst te worden, zonder zelf iets te kunnen doen.

Daarmee heb ik het tweede, misschien wel belangrijkste deel van het betoog afgestoken. Ik kan dus beginnen aan het derde deel.

Binnen die sfeer van die wereld bestaan een groot aantal geesten en entiteiten, die daar eveneens in werkzaam zijn. Ze behoren als het ware, grotendeels tenminste, tot uw wereld. Ze hebben echter andere taken. Wij denken hier bijvoorbeeld aan groepsgeesten. We denken aan de eenvoudigste zaken als bezieling van een boom, de bezieling van een roos, maar ook aan de meer omvattende als de beheerder van een heel ras, de rassengeest, de groepsgeest. Al deze entiteiten nu kunnen alleen functioneren binnen het kader dat de aarde heeft gesteld. Geen rassengeest kan een verandering aanbrengen die strijdig is met het geheel van wetmatigheid, maar ook van evenwicht dat noodzakelijk is voor de aarde. Zo gauw ze dat doen, zou daarmee het ras ten gronde gaan en daarmee ook elke greep die die geest heeft op ontwikkelingen op aarde.

Nu worden wij door een dergelijke geest nogal sterk beïnvloed wanneer we op aarde zijn. U zult vaker door een groepsgeest beïnvloed worden dan u beseft.
Weten wat de kern is van de aarde, is ook weten onder welke condities een dergelijke groepsgeest, rassengeest kan functioneren. Dit houdt in dat je een beter inzicht krijgt, niet alleen in jezelf, maar ook in de verschillende waarden op de wereld waarmee je te maken hebt. Het is natuurlijk gemakkelijk om te zeggen dat alle xxx lui zijn en vanuit uw standpunt gezien hebt u misschien gelijk, maar in feite zou u moeten zeggen, dat er een organisch verschil, een ontwikkelingsverschil, is tussen ons ras en dat ras. Daardoor is het gedragspatroon van dat ras anders dan het onze. Wij kunnen ons gedragspatroon niet aan die ander opleggen, omdat ze juist daarvoor niet het juiste evenwicht hebben.
Wanneer je zo redeneert ga je alles erkennen op zijn eigenwaarde. Dat moet je doen wanneer je in harmonie wilt zijn met uw wereld. U kunt gelijktijdig een relatie voor jezelf stellen, waarbij je volgens je eigen wezen en geaardheid – want daar ontkom je niet aan – toch deel kunt hebben aan hetgeen die ander is en beleeft, en omgekeerd deze – zonder hem te beheersen – al datgene wat voor hem aanvaardbaar is vanuit jouw wereld geven. Geen dominantie, maar een soort harmonie, een samenwerking. U kunt tussen de slangen lopen en die slangen hebben een besef dat heel anders is dan het uwe, ze hebben geen denkvermogen zoals u dat ziet, maar ze hebben wel een zeer scherp onderscheidingsgevoel. Wanneer u niet bang bent voor die slangen op dat ogenblik, dan voelt u zich als één van hen, terwijl u toch een ander blijft. U bent kwetsbaar voor dingen waarvoor zij niet kwetsbaar zijn en omgekeerd. De slangen zullen u aanvaarden als een soort medeslang. Hetzelfde kun je doen ten aanzien van tijgers, leeuwen of welke diersoort dan ook. Je kunt zelfs – en dat is één van de meest ongelooflijke dingen – bepaalde mensen ontmoeten die tussen de soldadomieren kunnen zijn – één van de meest verschrikkelijke kaalvreters die er zijn en o.a. aan de Amazone voor komen – zonder dat zij gebeten worden, zonder dat iets van henzelf gedeerd wordt. Hun bezittingen zijn zeker naar de maan, maar die mensen zelf komen er ongedeerd van af. Niet omdat ze niet eetbaar zouden zijn, maar omdat de mier daarop reageert als behorende tot het eigen volk. Het centrale bewustzijn (mierenvolken hebben een centraal bewustzijn) heeft dit als het ware aanvaard. Daardoor zullen de delen alleen maar zeggen: “Wat ben je traag, waarom kom je niet met ons mee?” Ze zullen dus niet verteren, aanvallen, wat ze overigens hun eigen soortgenoten in bepaalde omstandigheden wel eens kunnen aandoen. Dit verhaal zult u vaker horen.
Ik wil hiermee duidelijk maken dat je, ook al ben en blijf je jezelf, in omstandigheden op kunt gaan in het besef, het groepsbesef van de anderen en dat je die ander dan moet accepteren voor wat hij is, zonder vragen, zonder beredenering, gewoon accepteren. Dit gaat zo ver dat het niet alleen geldt voor mensen en mensen of mensen en dieren, maar dat het zelfs geldt voor mensen en planten. Op het ogenblik dat je die plant van haar oervorm te ver wilt veranderen, kom je daarmee in strijd en is het een dominantiekwestie geworden. De kans is heel groot dat je heel veel mislukkingen hebt en er heel veel ziekteverschijnselen optreden bij de planten waarmee je dat probeert. Op het ogenblik dat je die plant gewoon aanvaardt en alleen iets aanpast aan jezelf, aan je eigen wereldbegrip, dan is dat nog net aanvaardbaar. Een dergelijk variant ontstaat dan veel sneller, is veel harmonischer en is bovendien veel levensvatbaarder. Ze plant zich gemakkelijker voort.

Ik heb geprobeerd u duidelijk te maken dat je met de dingen in harmonie kunt zijn. Je kunt als het ware een soort eenheid bereiken, ook met rassengeesten, groepsgeesten die anders zijn dan jij. Dus, krachten waaronder je niet valt, waarmee je normalerwijze niet of maar beperkt harmonisch bent.
Wanneer u nu in staat bent iets van die evenwichtigheid van die aarde, al is het alleen maar om het aan te voelen, zonder te weten wat het is, dan hebt u daarmee de sleutel. U hebt nl. de universele kracht waardoor u niet alleen tot uitwisseling en een mate van begrip komt, maar – en dat is heel erg belangrijk – aanvaard wordt. Die aanvaarding is voor de mens wel belangrijk. Hij moet leren, dat tussen een mens en een plant, van de kleinste boom tot de hoogste, tussen een mens en een dier, van de vlo die je plaagt tot de olifant waar je naar uitkijkt, dat die relatie bepaald kan worden in een mate van eenheid. Dat door die innerlijke kracht banden kunnen ontstaan die dan ongeacht wat er verder gebeurt, gehandhaafd blijven.
Als je in harmonie met je wereld wilt zijn, moet je eerst met het wezen, met die ziel van die wereld zo veel mogelijk contact opnemen en dan komen tot aanvaarding van al wat er is zoals het is, zoals het bestaat, en dan uitgaande van die evenwichtigheid, die vrede al het andere als het ware deel maken van jezelf en je bestaan. Dan verkrijg je inderdaad een eenheid met je wereld, maar ook gelijktijdig een veel grotere mogelijkheid tot een grotere vrede en een grotere kracht in jezelf.

In harmonie zijn met je wereld, deze aanvaarding betekent gelijktijdig in harmonie zijn met alle verschijnselen op die wereld en tot het meest intense doorgevoerd. Komt het dan zover dat je de luchten kunt beheersen, de wind kunt zeggen te blazen of te strelen, dat je de regen kunt zeggen om te vallen, dan kun je naar een plant kijken en de kracht ermee delen. Die plant zal antwoorden met haar groei, met haar vruchten. Maar je kunt ook naar een plant kijken en zeggen: “Hier hoor je niet thuis.” Dan zal ze verkwijnen en veranderen. Het zaad zal niet meer zo gemakkelijk opkomen.

Door je bewustzijn ben je als mens erg machtig. Je staat dan wel ergens buiten de menselijke redelijkheid, want je kunt die macht alleen bezitten wanneer je in harmonie bent met de wereld en daardoor ook een mate van vrede in jezelf kent, zonder iets af te wijzen of iets in het bijzonder tot je te willen trekken.

Daarmee heb ik mijn betoog beëindigd.

Ik geloof niet, dat ik het u erg moeilijk heb gemaakt. Ik denk wel dat ik u voor een paar problemen heb gesteld ten aanzien van aanvaarding. Dat is helemaal niet zo erg, want je hoeft niets te aanvaarden, maar je moet bereid zijn te overwegen. Elk van ons – geest en stof – we zijn allemaal een ik, een persoonlijkheid. Ieder van ons heeft zijn eigen wegen en mogelijkheden. Er bestaat geen algemene weg. Wij kunnen nooit zelf onze eigen wegen volgen wanneer we niet bereid zijn alle mogelijkheden te overwegen die er niet volgens ons maar tenminste volgens anderen bestaan. Dat is één van de grootste wetten voor bewustwording: verwerp niets geheel, beproef het voor uzelf. Datgene waarvan u het tegendeel niet kunt bewijzen, leg het terzijde, tenzij u innerlijk aanvoelt dat het juist is. Als u op die manier te werk gaat zult u zelf aan hetgeen ik u heb willen bieden heel veel kunnen hebben.

Deel IV: In harmonie met de kosmos

26 april 1983

Laten we proberen een paar richtlijnen te geven voor de harmonie met de kosmos.

In de eerste plaats moet u zich één ding realiseren: Alle dingen zijn in feite één en hetzelfde. Het onderscheid tussen de dingen ontstaat eerst doordat ze zich benoemen ten aanzien van het andere. Wij zijn dus deel van de kosmos. We behoren tot de krachten, die in die kosmos de feitelijke waarde, de inhoud van het zijn bepalen. Als we die kosmos als geheel kunnen aanvaarden zoals ze is, dan zal er als vanzelf een soort harmonie kunnen ontstaan tussen ons en al het andere.

Maar ja, een kosmos bestaat niet alleen uit het zichtbare maar ook uit het onzichtbare. Het zichtbare kenmerkt zich door toenemende reeksen conflicten. Dat conflict is in feite niets anders dan het oplossen van werkingen die eens in een ver verleden gestart zijn en die eerst opgeheven moeten worden voordat de uiteindelijke eenheid tot stand kan komen. Men noemt die toestand wel eens entropie, maar in feite betekent het alleen dat alle kracht gelijk is. Waar alle kracht gelijk is, is geen uiting is, geen verschijnsel. Verschijnselen ontstaan dus alleen doordat er tegenstellingen, verschillen zijn ontstaan. Wij maken deel uit van die tegenstellingen, van die verschillen.

Je kunt natuurlijk wel zeggen dat je diep in je hart voelt dat je één bent met de kosmos. Wanneer je een simpele ziel bent, verslijt je dat voor werkelijke harmonie. Maar is dat wel waar? Wanneer je die eenheid voelt is het meestal zo dat je de kosmos rond je, zo ver je die kent, als een bevestiging van je eigen wezen voelt. Die harmonie is dan in feite zeer beperkt, omdat ze in feite alleen zelfbevestiging betekent.

Wanneer je te maken krijgt met het onzichtbare – en nu denk ik aan de wereld van het astrale, bepaalde lagere geestelijke sferen – dan zeg je al helemaal direct dat je je één voelt met Zomerland, of als je het wat eenvoudiger wilt doen, dat je je één voelt met het licht of dat je je verbonden voelt met het licht. Maar alweer, wat is de werkelijkheid? Die eenheid is in negen van de tien gevallen een gevoel van zelfbevestiging. Ze is dan geen feitelijke harmonie met de kosmos.

Blijft over de vraag of er dan wel een methode bestaat om die kosmos harmonisch te beleven. Want een absolute harmonie met de kosmos is ondenkbaar, al is het dan maar alleen omdat je haar niet kent.

Dan meen ik, dat het volgende u zou kunnen helpen om tenminste tot een gedeeltelijke harmonie met die kosmos te komen.

In de eerste plaats: Ik ben deel van een totaliteit. Al wat ik ben en wat ik doe is deel van die totaliteit. Daarom is het belangrijk, dat ik mijzelf aanvaard zo goed als ik al datgene wat in en rond mij gebeurt, aanvaard.

Aanvaarding is het eerste beginsel waaruit harmonie ontstaat.  Een mens die langzaam maar zeker een eenheid weet te bereiken met de wereld door haar niet te be- of veroordelen, of op een andere wijze grote verschillen te maken tussen: ‘ik kan dat wel en jullie kunnen dat niet’, die zal op den duur gaan begrijpen dat elk deel van de kosmos een eigen waarde en een eigen functie heeft. Niet altijd een waarde of een functie die ik persoonlijk op prijs stel, maar desalniettemin betekenis inhoudt, zin voor het geheel. Wanneer je zover komt, dan is het begrip eigenlijk het beginsel van de harmonie.

Aanvaarding is alleen maar nodig omdat je zonder dat niet tot een beschouwing kunt komen. Wanneer iemand bijvoorbeeld zegt: “Ach, al dat drugsgedoe, dat is verschrikkelijk, dat is onaanvaardbaar.” Dan zal hij nooit tot een begrip kunnen komen van de wereld van degene die drugs gebruikt. Stel nu dat je zegt dat het zo is, dat je het voor jezelf niet aanvaardbaar vindt, maar wat is het voor die ander? Dan ga je ineens zien wat er allemaal achter zit. Vaak is dat een beetje tragiek, een beetje lusteloosheid, een beetje onbeheerstheid, alles samenlopende in een soort gevangenschap. Dan ga je begrijpen dat die gevangenschap eigenlijk betekent, dat je afstand doet van de wereld die je kent en dat het hele drugsprobleem voor een groot gedeelte eigenlijk moet worden gezien als een toenemende hiaat tussen de werkelijkheid van de zogenaamde normale mensen en de werkelijkheid van de druggebruiker. Ik geef dit maar als voorbeeld. Pas wanneer je enigszins kunt begrijpen wat die ander doormaakt, wat zijn leven uitmaakt, dan zul je misschien voor jezelf kunnen bepalen hoe je ten aanzien van de druggebruiker redelijk harmonisch kunt functioneren. Dus niet meer in bestrijding of verwerping zonder meer, maar met een mate van zelfhandhaving, die gelijktijdig het ik en de waarde van de ander en het geheel van diens beleving niet terzijde schuift.

Dat is nu een heel doodgewoon ding. Ik zou u er duizend kunnen geven. In al die gevallen blijven we toch steken bij dingen die er op aarde gebeuren. Laten we proberen of we het op een andere manier kunnen doen, in een geestelijke waarde.

Er is een boze geest. Dat is iets waar je – gezien je eigen ontwikkeling – absoluut niet mee te maken wilt hebben. Je kunt hem verwerpen, je kunt proberen hem te bestrijden. Daarmee zul je alleen maar de tegenstelling groter maken en vanuit jouw standpunt de boosheid van een ander. Indien je nu zou kunnen begrijpen waarom de ander boos is, wat eigenlijk die uitingen bepalen, dan zul je niet alleen zover komen dat je begrip hebt voor dat andere wezen, maar gelijktijdig kom je tot een grotere onkwetsbaarheid voor jezelf, zonder dat je daardoor komt aan de kern of het recht van het bestaan van een ander.

Dat is één van de dingen die je zult leren als je naar een lagere sfeer gaat bijvoorbeeld. In een lagere sfeer krijg je heus wel eens te maken met krachten die binnen het simpele woordgebruik demonisch of duivels zijn. Zij leven nu eenmaal in die wereld waarin ze leven. Ze zijn er deel van. Ze gehoorzamen aan wetten en drijfveren die tot die wereld behoren. Ik behoor tot een andere wereld. Mijn drijfveren zijn dus andere. Mijn begrip voor de wereld, mijn gevoel van schoonheid enz. is aangepast aan mijn eigen ontwikkeling. Nu ga ik niet meer zeggen dat ik die demon verwerp, dat ik het zwaard trek om als het ware die demon te lijf te gaan, neen, ik aanvaard gewoon dat die ander in zijn wereld het recht heeft om te bestaan zoals hij is. Ik probeer zelfs te begrijpen waarom hij op een bepaalde manier reageert. Gelijktijdig echter zal ik elke reactie die strijdig is met hetgeen voor mij juist is of wat ik in een ander als juistheid erken, proberen op te vangen. Ik verdedig wel, ik val niet aan.

Misschien is dat het beginsel van harmonie. Je moet jezelf blijven, daar kun je niet onderuit. Met al je zwakke en je sterke punten zul je toch uiteindelijk geen verandering aan kunnen brengen in de werkelijkheid die jij vertegenwoordigt binnen het geheel waarin alle werkelijkheden samenvloeien tot een eenheid.

Je kunt wel doen alsof, maar werkelijk er in slagen, doe je nooit. Je kunt alleen jezelf zijn, maar dat hebt u al eerder gehoord.

Het is dan begrijpelijk dat ik de ander moet zien als een complement van mijn persoonlijkheid. De ander is niet iets wat gelijk is aan mezelf of anders is dan ik ben.  De ander is een aanvulling van hetgeen ik ben.

De hele kosmos met al zijn verschillende waarden is uiteindelijk ook – zelfs stoffelijk bezien – iets waarin conflicten zijn. Uw eigen nevel en Melkweg begeeft zich in een aardige vaart in de richting van een andere sterrennevel. Wanneer ze elkaar ontmoeten ontstaat er een enorme wisselwerking, een soort explosie. Wat overblijft is dan weer een nieuwe, een andere sterrennevel, maar die de elementen van beide andere, oorspronkelijke nevels in zich bevat.

Conflict, versmelting, conflict is nu eenmaal het leven. Ik moet dit aanvaarden. Niet alleen wanneer het ver weg is, zoals nu, men zegt dat het nog miljoenen jaren duurt voor het zover komt. Gewoon vanuit het standpunt dat zelfs wanneer het te gebeuren staat, is de essentie van mijn wezen onvernietigbaar. Daarom moet ik dit geheel niet alleen maar zien als een bedreiging van mijn persoonlijkheid, mijn wereldje of wat dan ook. Ik moet het zien als een gebeuren waarin ikzelf zal blijven functioneren. Dat is natuurlijk een weg die een beetje moeilijk is. We zien het zo vaak. Je ziet iemand sterven die zijn hele leven bijna niets anders gedaan heeft dan vrome spreuken prevelen, de bijbel citeren. Dan komt de dood. Dan realiseert hij zich ineens hoeveel daarvan eigenlijk alleen maar nietszeggende uitdrukkingen zijn geweest. De kans is groot dat zo iemand met een vloek op de lippen sterft. Dan zegt men dat hij zeker naar de hel gaat. Welnee, hij gaat niet naar de hel en hij gaat niet naar de hemel, hij gaat verder. De leegheid van de dingen belemmert ons vaak in het vinden van een harmonie met al het andere.

Een menselijk leven is gebouwd op allerlei formules. Ongeveer driekwart van die formules is inderdaad leeg. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat een raap een ananas is, maar daarom is hij het nog niet. Mensen denken heel vaak, dat je door anderen verklaringen te geven, een andere naam er aan te geven, de aard verandert. Dat is alleen magisch waar, maar het is niet in harmonisch opzicht waar. Eerst wanneer ik in mijzelf de kracht heb waardoor ik van een raap een ananas maak, dan zal ik zeggen dat ik dit terecht gesteld heb. Dan heb ik gelijktijdig een deel van mijn eigen energie toegevoegd aan iets anders en ik zal de raap als raap moeten aanvaarden voor ik hem tot een ananas kan maken.

Wanneer ik zeg: Al hetgeen wat voor mij kenbaar is, is deel van de kosmos, dan kom ik dichter bij de waarheid dan wanneer ik willekeurige dingen stel zonder dat ik weet dat zij bestaan. Ga uit van hetgeen je zelf beleeft, beseft of wat bestaat. Dat is voor jou de uiting van de kosmos.

In al wat er voor jou bestaat en wat zich tegenover jou uit, zijn conflicten en tegenstellingen onvermijdelijk. Het is de eeuwige balans van krachten met voortdurende verschuiving daarvan, welke nu eenmaal nog voor ons ons leven, ons bestaan uitmaken.

Aanvaard echter dat de waarde en de betekenis der dingen niet alleen bepaald kan worden door onze reactie daarop. Zij wordt gelijktijdig mede bepaald door hetgeen wij werkelijk zijn. Door een poging het andere tenminste te aanvaarden voor wat het is, zullen wij dichter bij de waarheid en de werkelijkheid komen dan in onze poging om onderscheid te maken en tegenstellingen verder te creëren. Laten we dan ook heel goed begrijpen dat wat we aan eenheid bereiken, zeker in het stadium waarin wij verkeren, dit nog niet van een alomvattende kosmische betekenis zal zijn, maar wij gaan op weg. Wij proberen steeds meer eenheid te krijgen met hetgeen wij nu kennen. Wanneer die harmonie, want dat is die erkenning van een soort eenheid in feite, voortdurend bewust blijven van onszelf en van anderen, dan zullen wij zien dat er steeds meer waarden kenbaar worden.  Ons vermogen tot constateren, breidt zich uit naarmate onze harmonie zich uitbreidt en in de constatering wordt de mogelijkheid van verdergaan en omvattender begrip voor al hetgeen wij waarnemen, haalbaar en bereikbaar.

In dit groeiproces kunnen wij langzaam maar zeker komen tot een totale aanvaarding, al weten wij niet welke consequenties dit zal hebben voor al hetgeen wij u veronderstellen te zijn.

Elke harmonie die wij bereiken, bereiken wij op grond van hetgeen wij zijn en van hetgeen het ander is en wat het meent te zijn eventueel. Door de aanvaarding zullen wij doordringen tot de achtergronden, niet alleen van het andere, maar ook van ons eigen wezen. De basis van alle zelferkenning is het langzaam maar zeker gaan beseffen van de werkelijke kracht die we zijn en gelijktijdig de niet door grenzen bepaalde verbinding met al het andere dat ook voor ons als bewustzijn blijft bestaan. Laten we dan niet te ver gaan.

Wie waarlijk kosmisch bewust wil worden, zal moeten beginnen heel eenvoudig met een beetje harmonischer te leven, een beetje minder absoluut te veroordelen, of om het anders te zeggen: Wanneer je een maatschappij ten gronde wilt richten, dan moet je de tegenstellingen die daarin bestaan polariseren. Door die polarisatie wordt elke mogelijkheid om het andere nog eens in werkelijke betekenis te zien weggedrukt. Laten we maar leven in een wereld met ontzettend veel tonen van donker en licht, van grijs en andere kleuren, laten we maar leven in een wereld waarin het aantal differentiatiemogelijkheden voortdurend toeneemt. Het is helemaal niet erg omdat we bij het erkennen van de onderscheiden waarden kunnen komen tot het besef van de samenhang die er bestaat.

Bewustwording is, dacht ik, ook komen tot een beseffen, een weten omtrent de samenhang.

Harmonie met de kosmos? Best. Een mooie term. Een werkelijkheid die misschien eens zal ontstaan. Maar harmonie met onze eigen wereld, harmonie ook met onszelf, de aanvaarding waardoor eindelijk een begrip van achtergronden mogelijk wordt, is iets wat hier speelt en nu. Niet over een bepaalde tijd, niet in een andere wereld. Elk wezen ervaart – wat men kan noemen – het eeuwigdurend hier en nu. Want er is niets anders dan het heden. Verleden is al weer vervormd voordat we het achter ons hebben gelaten. De toekomst is altijd een luchtspiegeldroom, die nooit waar wordt. Het heden, het eeuwigdurend hier en nu is hetgeen waarin wij leven. In dit nu harmonieën erkennen en vinden. In dit nu tot begrip komen. In dit nu de verwerping leren onderdrukken. Daarvoor komen tot een gerede aanvaarding van het anders zijn van het andere, dat is de basis van waaruit je moet gaan.

Droom niet dat je deze kosmische harmonie zult bereiken in één leven of in vijf levens. Niemand kan zeggen wanneer ze bereikt wordt, maar eens zal alles, dacht ik, terugvallen tot één en dezelfde kracht. Elk bewustzijn dat daar deel van uitmaakt, zal dan zich van die totale kracht bewust blijven, ook als deel daarvan zo ver in staat is deze totaliteit in zich te aanvaarden en te verwerken.

Al onze werelden van licht en donker spruiten uiteindelijk voort uit onze eigen benadering ervan. Wij maken de wereld zo goed als we God maken, want God geven we een gestalte, de wereld geven we een betekenis. Als je in het hiernamaals komt in de sferen waarin gedachten meester zijn, dan geldt nog veel sterker dat alles wat je waarneemt, de basis vindt in jezelf. Dat wil niet zeggen dat er niets is, niets dan die gedachten. Dat betekent alleen dat jij bepaalt hoe je het beleeft en hoe meer je het andere kunt aanvaarden op basis van de betekenis die het voor zichzelf heeft, de functie en werking die daarin bestaat, wanneer je niet probeert om alles te herleiden tot menselijke waarde, kom je toch tot het juiste begrip en daarmee ook de juiste overeenstemming.

Ik kan begrijpen dat er mensen zijn die van een hond houden. Maar vergeet nooit dat een hond een hond is, maak er geen pseudo mens met een lange snuit en vier poten en mogelijk vlooien daarbij. En uw poesje kan een heel aardig diertje zijn, maar het is uiteindelijk een gedomesticeerd roofdier met zijn eigen wetten, zijn eigen instincten, zijn eigen regels. Wanneer je dat niet aanvaardt, dan maak je het leven van en voor jezelf en voor het dier moeilijk. Wanneer je je ervan bewust bent, kan er een band ontstaan die niet meer gebaseerd is op misverstanden maar op een reëel wederkerig begrip, hoe beperkt dit misschien bij het dier is vanuit uw standpunt. Die harmonische relatie, niet vertroebeld door waanbeelden, zou ik als voorbeeld willen stellen voor alle harmonische relaties die wij kunnen vinden. Verwacht niet dat een ander is wat jij in die ander zoekt. Probeer te beseffen wat de ander is vanuit en voor zichzelf. Aanvaard dit zonder daarbij jezelf onderdanig te maken aan het beeld van de ander en je zult zien op welke momenten, op welke basis de samenwerking mogelijk is en dan komt het begrip waardoor je harmonisch bent juist doordat je in eerlijkheid het juiste verband zult hebben gevonden.

Het spijt me dat ik u niet het recept kan geven voor het even toegang vinden tot het kosmische geheel, waarmee u dan bovendien zonder enige moeite harmonisch kunt worden. Ik kan u slechts wijzen op een groeiproces, maar het is een groeiproces dat al lange tijd gaande is, ook voor u. Er is een tijd geweest dat u niet eens wist wat ik betekende, omdat u alleen een vaag onderscheid kende tussen wat u dan zelf was in de woorden die we nu gebruiken en, ja, er was ook nog iets anders. Uw eerste besef is verschil geweest. U bent opgegroeid in een wereld van toenemende verschillen. U bent door vele levens gegaan met steeds grotere tegenstellingen. U bevindt zich in een leven waarin het misschien mogelijk is eindelijk van die opeenstapeling van verschillen te komen tot een simpele constatering van enkele punten van overeenkomst, punten van harmonie, om zo terug te groeien, maar nu bewust, naar de Bron van waaruit u bent voortgekomen, dat ogenblik dat u zich bewust was van het feit: Er is iets anders.

Wat ik geprobeerd heb, is u een benadering te geven. Ik zeg niet dat het de enige juiste is, denkt u dat a.u.b. niet. Ik heb dingen gezegd die voor mij waar zijn, die voor mij functioneren, maar u zult zelf moeten uitvinden wat voor u functioneert. Er is maar één ding waar ik werkelijk zeker van ben en dat is: dat ons steeds bezighouden met tegenstelling, een vermindering van harmonie inhoudt en dat een voortdurend zoeken naar erkenning van het andere, bijdraagt tot een harmonie zowel in jezelf als in de wereld waarin je leeft. Daar ben ik zeker van.

Ik heb u niet willen overdonderen, hoe gemakkelijk het misschien ook zou zijn met allerlei mooie gegevens en theorieën zonder meer, want wie werkelijk harmonie zoekt, waar dan ook en hoe dan ook, zal dat altijd moeten doen op basis van zichzelf en dat betekent ook de mogelijkheden van beleving, van bewustzijn, van beseffen. Wanneer ik dan hier en daar misschien onvolledig ben geweest, moet u het me vergeven. Onze benadering van een alomvattende werkelijkheid moet wel gebrekkig blijven, omdat wijzelf ten aanzien van die grote harmonie, gebrekkig zijn.

Deel V (slot): In harmonie met de maatschappij

28 juni 1983

In harmonie zijn met de maatschappij is beperkt mogelijk. Wanneer je een maatschappelijk bestel hebt als het uwe, dan mag je dit toch democratisch noemen. In feite bestaat het echter uit een beperkt aantal groepen, die op welke wijze dan ook hun eigen inzichten tegen alle redelijkheid in door proberen te zetten. Wanneer u nu zelf onredelijk bent, maakt de onredelijkheid van anderen die het niet met je eens zijn, je dol. Ben je wel een redelijk mens, dan begrijp je niet waar het naartoe gaat.

Om in die maatschappij, met die hele maatschappij harmonisch te zijn, dat is gewoon een project waar je beter niet aan kunt beginnen. Je kunt misschien wel iets anders doen.

De maatschappij is tegenwoordig zo groot, zo omvattend. Wanneer je nu begint om alle vooroordelen opzij te zetten, zover dat mogelijk is, dan zul je ontdekken dat met de mensen om je heen nog wel contact te maken is. Nu moet je niet denken dat die mensen dan onmiddellijk iets voor jou zullen doen of omgekeerd, daar zit uiteindelijk weinig in. Je kunt anderen gaan begrijpen. Wanneer je begrip hebt voor de ander, zelfs wanneer zijn belangen en zijn denkbeelden tegengesteld zijn aan de uwe, dan kunt u die ander aanvaarden, niet meer op grond van de geschilwaarde die maatschappelijk haast altijd bestaat, maar op grond van de menselijkheidswaarde, waarbij je in die ander toch wel iets van jezelf kunt terugvinden.

In de eerste plaats is de harmonie die je vindt in feite gelegen in het specialiseren. Je specialiseert je op de menselijke relatie. Je houdt je niet bezig met zaken als politiek en machtsverhoudingen, want daarmee is nooit harmonie te bereiken.

In de tweede plaats zijn er ontstellend veel dingen waar je weinig of niets kunt doen. Erkennen dat je geen directe invloed hebt, zou impliceren dat je je er dan ook niet mee bemoeit. Voor een Nederlander is dat ongetwijfeld een bijna onmogelijke taak, want de Nederlander is over het algemeen zeer bemoeiziek, vooral als het gaat om fouten van anderen, als het kan in het verre buitenland.

Bemoei je er niet mee. Hou je er buiten. Verdedig niet allerlei irreële zaken, daarmee kom je niet verder. Verdedig gewoon de menselijkheid in de verhoudingen tussen jou en diegenen die je ontmoet, daarnaast probeer je je eigen rechten te beschermen zover mogelijk is. Weeg altijd af of de moeite, die je zult hebben om een bepaald recht te handhaven en de mogelijke gevolgen van een dergelijke strijd, wel opwegen tegen de voldoening die je ervan hoopt te hebben.

Het is dus eigenlijk een zeer eenvoudige zaak, want ik kan wel een heel verhaal houden over allerlei vreemde toestanden. Ik vind het bijvoorbeeld zeer eigenaardig dat er een hele hoop mensen zijn, die voortdurend verkeerde beslissingen nemen, deze uit prestige-overwegingen doorzetten, maar er geen verantwoordelijkheid voor dragen.  Voor deze uitermate moeizame taak menen ze dan een salaris van 300.000 gulden te mogen toucheren. Dat is natuurlijk krankzinnig, zoals het ook krankzinnig is dat er een hele hoop mensen zijn die heel sterk voor ontwapening strijden, maar die wel belangen hebben in wapenindustrieën. Ik vraag mij af hoe ze dat rijmen. Zo kan ik doorgaan. Dat zijn allemaal dingen waartegen je in opstand kunt komen, maar het is nu eenmaal zo.

Wanneer je er iets aan kunt doen, hoef je het niet te laten wat mij betreft, maar je moet je er niet over opwinden. Het helpt je eenvoudig niet. Als iemand wat anders leeft dan jij leeft, dan is dat misschien vervelend voor je, je zou het misschien anders willen zien, maar het is nu eenmaal zo, leg je erbij neer. Kijk naar datgene wat je met anderen gemeenzaam kunt hebben, bijvoorbeeld het begrip of samenwerking waar die mogelijk zijn. Waar ze volgens jou niet mogelijk zijn, neem afstand zo goed je kunt. Op die manier voorkom je dat eigenlijk de maatschappelijke situatie voor jou voortdurend een strijdsituatie wordt.

U kent tegenwoordig wel de vele groepen die voor regeringen en allerlei idealen vechten. Nu moet u eens opletten hoe vreemd het is, deze mensen hebben een bepaald denkbeeld. Ze zijn voortdurend bezig het naar u uit te dragen. U moet er naar luisteren, het is belangrijk. Als u iets terugzegt horen ze het niet. Als u redelijke argumenten hebt, die de hunne tegenspreken dan bent u ofwel gek of, nog beter, ze begrijpen u volkomen verkeerd en gaan verder. Met dergelijke mensen kun je toch geen contact hebben.

Erken dan het goede dat erin zit en laat de rest rusten. Het is een beetje negatief uitgedrukt, als je het zo bekijkt. Maar is eigenlijk alle zoeken naar harmonie niet in de eerste plaats het vermijden van disharmonie?

U hebt er een aantal lessen over gehad, u kunt er een oordeel over hebben zo langzaam maar zeker. Denkt u werkelijk dat een geestelijke harmonie mogelijk is op het ogenblik dat je voortdurend bezig bent de disharmonieën te verscherpen en voor jezelf als het ware op te voeren in belangrijkheid in de wereld waarin je leeft. Dat kan eenvoudig niet. Je kunt het niet eens zijn met bijvoorbeeld degenen die nu aan het bewind zijn. Dat is uw goede recht, maar ze zijn aan het bewind. Het enige wat u dan kunt denken is, dat ze toch ook het eeuwige leven niet hebben. Dat is altijd een troost.

Voor de rest, binnen de mogelijkheden die er zijn, doe dan het beste wat je kunt. Laat je niet verleiden tot waanzinnige acties. Zorg dat alles wat je doet redelijk is, dat dit in ieder geval samenhang blijft vertonen met datgene wat voor jou een harmonisch principe is.

Een ander voorbeeld is dit: Er is een bedrijf. Dit bedrijf zit in financiële moeilijkheden. Daardoor besluit dit bedrijf een aantal mensen dat er werken terug te brengen tot de helft. De arbeiders horen dat. Wat doen ze? Ze gaan staken. Met andere woorden: ze gaan de financiële onevenwichtigheid vergroten om door te zetten dat een aantal mensen aan het werk wordt gehouden, die dat bedrijf in geen geval nog langere tijd zal kunnen betalen. Dan heeft niemand werk meer. Wanneer ik dat zo zeg, dan zegt u waarschijnlijk wel dat ik gelijk heb. Maar de arbeiders dan? De arbeiders moeten ook rekening houden met de feiten. U kunt natuurlijk zeggen dat winst een vies woord is of iets dergelijks. In Nederland is winst altijd een vies woord geweest. Men noemde het eerder de beloning des Heren voor de verdiensten op aarde verworven. Dan klinkt het beter. Winst is een principe dat behoort bij de maatschappijvorm waarin je leeft. Of je het ermee eens bent dat anderen er beter van worden, heeft er niets mee te maken. Je hebt te maken met die maatschappij. Stel dat je een bedrijf hebt. In dat bedrijf zijn er misschien mensen die je misschien als mens minder aangenaam vindt, maar wanneer die mensen nu juist buitengewoon vakkundig zijn, dan is het en voor jezelf en voor het bedrijf beter dat je juist ten aanzien van die taak die mensen alle mogelijkheden geeft en daar buiten de contacten met die mensen zoveel mogelijk beperkt. Dan is er een mate van begrip, van samenwerking. De waardering zal ongetwijfeld ook invloed hebben en dan kun je als het ware met elkaar omgaan. U zult zeggen: wat heeft dat te maken met harmonie, met de maatschappij? Er is eigenlijk nooit een maatschappij. Een maatschappij is ongeveer als het godsbeeld dat door een bepaalde religie wordt verkondigd. Het is er in de gedachten van veel mensen, maar werkelijk bestaan doet het niet.

De maatschappij is een samenvoeging van vele groepen, met soms tegengestelde belangen en inzichten, die door welke omstandigheden dan ook genoopt zijn om met elkaar te leven. Je kunt zeggen dat jij wilt dat iedereen leeft zoals het jou goeddunkt. Je bereikt het niet. Waar vind je op het ogenblik de mensen die de grootste communistenhaters zijn? In Moskou. Het klinkt heel gek, maar daar weten ze precies wat het is. Daar vergeten ze dat het ook goede kanten heeft. Zoals je bijvoorbeeld in de rijke landen heel vaak de zogenaamde saloncommunisten vindt. Een man die het hele systeem wel wil vervangen door iets anders, maar helemaal vergeet dat hetgeen hij is, hetgeen hij zichzelf kan veroorloven, te danken heeft juist aan die maatschappijvorm.

Met dergelijke dingen komen we er helemaal niet. We leven samen, we moeten samenleven. Wat kan ik doen? Wanneer, denkt u, verloopt het verkeer het meest vloeiend? Niet wanneer er overal stoplichten en verkeersagenten staan; vreemd genoeg niet. Neen, het verkeer verloopt vloeiend wanneer eenieder zoveel mogelijk vrijheid heeft en gelijktijdig een voldoende begrip van verantwoordelijkheid heeft tegenover anderen. Wanneer je dus elkaar voorrang geeft wanneer het nodig is en je voorrang neemt wanneer het mogelijk is, laat ik het zo zeggen. Op die manier moet je dat maatschappelijk ook bekijken. Harmonie is helemaal niet: ik heb gelijk en jij hebt gelijk. Neen het is: hoe kunnen wij zonder elkaar te storen het geheel, waarbinnen we leven, zoveel mogelijk laten functioneren?

Nu zegt u, dat u dat geestelijk toch anders voelt. Natuurlijk, u voelt het geestelijk anders aan. Geestelijk zou je graag willen leven in allerlei grazige weiden, mooie bossen, God voortdurend eventjes op bezoek desnoods, echt gezellig. Dat was het met Adam ook. Adam was de eerste werkloze ter wereld. Die man had niets te doen. Daarom ging hij een beetje verzamelen. Hij ging alles bekijken wat verschillend was en er namen aan geven. Maar ja, hij luisterde alleen maar naar zichzelf en dat wordt ook vervelend. In het begin vind je het intelligente conversatie, maar dat is gauw over. Wat deed hij toen? Hij zei: God, ik wil graag aanspraak hebben. Nou, zei God: Ga dan een eindje wandelen. Wandelen met God. Het was niets anders dan een uitwisseling van begrippen en emoties waarschijnlijk. Nu zeg ik niet dat het letterlijk zo is geweest, anders moet ik dat weer gaan uitleggen over de slang en dat is nog vervelender. Als er een oorspronkelijke slang is geweest, dan heeft zij op aarde vele jongen voortgebracht, dat is zeker. Laten we gewoon zeggen dat wij eenvoudig een dergelijke toestand niet kunnen bereiken.

Wat moet ik dan doen? Ik moet zorgen dat ik innerlijk een rustpunt heb. In mijzelf moet een plaats zijn waar ik die vrede en harmonie vind. Dat kan ik doen ten aanzien van die geestelijke wereld misschien, waar een harmonie weer op een andere wijze bereikbaar is. Ik kan dat doen misschien ten aanzien van mijzelf, doordat ik mijzelf leer kennen. Door mijzelf te kennen kan ik mijzelf aanvaarden. Daar heb je dan het basispunt, het rustpunt. Vanuit dit rustpunt ga je dan ageren zoals je bent, gelijktijdig probeer je niet een conflict te veroorzaken. Je probeert alleen jezelf waar te maken en een zekere erkenning voor hetgeen jouw waarheid is, zal ergens in de wereld wel ontstaan, als je maar ontdekt hoe en waar. Op deze manier kan een eenheid ontstaan die aanmerkelijk beter en groter is dan nu denkbaar is. Daarnaast kan een innerlijk gevoel van vrede ontstaan die ongetwijfeld het gevoel van harmonie ver uitdraagt, buiten hetgeen je nu op dit moment op aarde mogelijk acht.

We gaan afsluiten.

In harmonie zijn met dit en in harmonie zijn met dat. We hebben steeds weer in elke les geprobeerd iets te begrijpen van de wisselwerkingen, omdat harmonie voor de mens altijd een resultaat is van een wisselwerking. Maar harmonie is de werkelijke toestand. Harmonie is niet iets wat wij bereiken, het is iets waarvan we ons bewust worden.  Harmonie is nl. de eenheid der dingen in volledige evenwichtigheid als buiten de tijd gesteld in het eeuwige wezen, dat de bron is van alle verschijnselen.

Die harmonie kunnen wij in onszelf vinden. Wij kunnen nooit de totaliteit omvatten, maar we kunnen ons inpassen in de totaliteit en wel volgens datgene wat wij harmonisch met al dat andere kunnen en moeten zijn. Dat is juist ook de moeilijkheid. De mens – en ook menige geest – wil steeds meer zijn. Maar, moeten we meer zijn of moeten we meer bewust zijn? Harmonie is zeker niet meer zijn, want het blijkt op zuiver menselijk vlak al dat hoe meer je hebt hoe minder harmonie je krijgt. Het is meer het ‘ken jezelf.’ Probeer eindelijk eens te begrijpen niet wat je zou moeten zijn, maar wat je bent. Want wat je bent in je eigen ogen op dit ogenblik, dat is de grondstof waarmee je werkt. Dat is het materiaal waarmee je harmonie waar kunt gaan maken. Dan blijkt dat in dat ik-beeld altijd een aantal verschillende facetten voorkomen, kleine stukjes ik, als het ware, die niet helemaal eigen zijn, die gewoontes zijn. Die moet je eruit halen. Wat overblijft is het ik als een kosmische functie. Op het ogenblik dat dit ik beseft wordt, zul je de bijkomstigheden, de illusie-bijkomstigheden niet meer ervaren als een aantasting van je eigen wezen, dus een disharmonie.

Je zult erachter de grondvorm zien waarmee je verwant bent. Je zult uit die verwantschap, de harmonie doen ontstaan voor jezelf, terwijl je in feite daarmee herbeleeft wat het werkelijke ik is en hoe het zich voelt temidden van alle andere ik-heden, die tezamen dan weer uitmaken die ene vorm, die ene kracht waarvan sommigen zeggen, dat zij een beeld is van God en anderen dat zij beeld en gelijkenis van God zijn. Nog anderen zeggen, dat zij de spiegel is waarin God zichzelf erkent in zijn uiting. Wanneer u daaraan wilt denken, zult u begrijpen dat alle harmonie toch weer begint bij het zoeken in jezelf.

Er is geen methode om harmonie met dwang of van buitenaf te bereiken. Harmonie kan alleen gebaseerd zijn op hetgeen je zelf bent en de verbondenheid met het totale leven, die je in die waarheid erkent. Voor u is het niet erg wanneer u mensgericht denkt, voor u is de mens voorlopig de voornaamste basis. Het is ook niet erg als u egocentrisch denkt, want u bent op dit moment voor uzelf nog de enige maatstaf die je kunt hanteren. U moet proberen niet slechts een maatstaf te hanteren, maar haar te zien als wat zij is.

Werkelijke harmonie is herboren worden in je eigen besef, door terug te keren naar je wezenlijk bestaan. Dan kunt u harmonisch zijn, zelfs met de maatschappij, al zult u ongetwijfeld dan – vooral in het begin – zo nu en dan de slappe lach krijgen, wanneer u ziet hoe bepaalde mensen die eerlijk die harmonie nastreven, via de meest krankzinnige fratsen, proberen die harmonie voor te stellen als iets wat redelijk en rationeel is.

Harmonie is niet rationeel. Ze is gelijktijdig essentieel en alomvattend, dus niet verstandelijk zoals men denkt. Als u daar rekening mee wilt houden, zult u uit alle facetten van deze reeks lezingen, dacht ik, nog wel het een en ander mee kunnen nemen wat voor u de moeite waard is.

De werkelijkheid van gisteren is echter alleen maar een deel van de werkelijkheid van vandaag. De vormen veranderen, het wezen blijft. Wanneer wij harmonie nastreven moeten wij dat dan maar onthouden. Uiterlijk kunnen we alles veranderen, maar het wezen blijft. Daarom moet het wezen erkend worden. De verschijningsvorm is niet zo belangrijk. Uiteindelijk, harmonie tussen wezenlijke waarden betekent in feite een manifestatie tussen werkelijke harmonieën en waarden, niet alleen tussen de harmonische factoren, maar gelijktijdig ten aanzien van geheel het omliggende, waarmee een harmonie nu opeens mogelijk wordt.

We zijn daarmee aan het eind gekomen van dit betoog en daarmee aan deze reeks lezingen. Er moet me nog één ding van het hart. Wanneer je heel erg je best doet om iets te worden wat je niet bent, dan probeer je in feite iets waar te maken wat niet waar kan worden. Begin eerst jezelf te aanvaarden, dan ontstaat een ander beeld van wat je kunt zijn. Dan blijkt harmonie eigenlijk te bestaan uit het terugkeren tot het essentiële deel van het ik, dat onontbeerlijk is zichzelf terug te vinden. Het verwaarlozen, niet het verwerpen op strenge gronden, het verwaarlozen van al die kleine uitsteeksels van onevenwichtigheden, die illusietjes en ideaaltjes, die met je ware ik niets van doen hebben. In die zin zou ik iets willen parafraseren. Jezus heeft gezegd: “De vrede geef ik u en de vrede laat ik u.”  Ik zou willen zeggen: De eenheid die ik bewust in mezelf ben, deel ik met u omdat u het wilt horen wat ik u wilde zeggen. Ik laat u al hetgeen van wat in en uit mij aan kracht en waarheid is voortgekomen opdat u daardoor bewust zult worden van de waarheid en krachten die in uzelf leven.

image_pdf