23 november 1979
Mag ik even erop wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn, dus trek uw eigen conclusies, denk zelf na. Zoek zelf naar de waarheid en beschouw daarbij ook datgene wat wij brengen, maar zeker niet zonder kritiek.
Problemen voor kinderen bij echtscheiding
De problemen voor de kinderen in deze gevallen liggen voornamelijk bij twee voor hen zeer belangrijke punten. U moet goed begrijpen dat het kind binnen het huwelijk altijd een ouder beleeft als vertrouwenspersoon, terwijl een tweede ouder als gezagsdrager en zekerheid wordt beleefd.
Heel vaak spelen tegenstellingen in sekse hierbij een rol, zodat voor de dochter de moeder in feite de zekerheid en het gezag vertegenwoordigt en de vader de vertrouwensman vormt. Deze eenheid van gezag en vertrouwen is voor de vorming van het kind noodzakelijk, omdat het alleen in deze situatie zich kan oriënteren in de wereld en gelijktijdig zijn problemen ten aanzien van deze wereld op de een of andere wijze kan uiten. Wanneer er nu een echtscheiding komt, wordt het kind vaak door de ouders gedwongen partij te kiezen. De ouders vertegenwoordigen niet meer gezag, zekerheid en een mogelijkheid tot vertrouwelijke gedachtenuitwisseling, maar worden mensen die de aandacht van het kind voor zich alleen proberen op te eisen en de genegenheid van het kind soms zelfs proberen te kopen. Na een scheiding zie je ouders heel wat vreemde dingen uithalen om hun kinderen ertoe te brengen, alleen deze of gene ouder als de echte, de bijzondere ouder te beschouwen en zich van de ander geheel af te wenden.
Het resultaat is dat de emotionele eenheid voor het kind teloorgaat. Is de binding met een van de ouders niet sterk, zo is het mogelijk dat een kind een vervangende ouder aanvaardt. In dergelijke gevallen kan een pleegvader of moeder, stiefvader of stiefmoeder een vervangende rol spelen. Vaak echter zal in dergelijke gevallen de rol tijdelijk worden overgedragen op de onderwijzer, sporttrainer e.d. In ieder geval zal het een persoon zijn, die het kind reeds enige tijd kende, die vereerd of bewonderd kan worden. Zo iemand wordt dan vaak tegen wil en dank door het kind in een vervangende ouderrol geplaatst. Wat heel wat moeilijkheden en frustraties voor het kind pleegt te betekenen.
Is eenmaal een dergelijke ambiance ontstaan, dan zal de komst van een nieuwe “vader” of “moeder” veel moeilijker aanvaard worden. Maar er speelt een tweede gevaar: de werkelijke moeilijkheid is, dat het kind in vele gevallen geen of geen blijvende aansluiting bij een vervangende ouder heeft kunnen vinden en daardoor zich geheel op de resterende ouder concentreert. Deze wordt als bezit beschouwd, tot de mogelijkheid van een vervangende relatie bij deze ouder opduikt. Vanaf dat ogenblik zal het kind de ouder gaan idealiseren, waarmede het het minste te maken heeft. Emotioneel schadelijk is ook de indoctrinatie, die vaak plaats vindt. Gescheiden vrouwen hebben vaak de neiging, de hen toegewezen kinderen zoveel mogelijk te indoctrineren tegen de vader. Ook bij mannen komt dit vaak, maar wel in mindere mate voor.
Het is duidelijk, dat deze gepredikte haat gelijktijdig een wegvallen van vertrouwen in de wereld kan betekenen. Vaak reageren deze kinderen nog lange tijd op de wereld als iets, wat nooit geheel te vertrouwen is, wat op hun latere persoonlijke relaties vaak een desastreuse invloed heeft. Een ander gevolg is het emotioneel aanvoelen van de situatie als een soort verminking. Vele kinderen voelen zich hierdoor opeens genoopt zichzelf aan de wereld te bewijzen, hun macht en mogelijkheden – vaak in het negatieve – te tonen.
Ook hier speelt het wantrouwen vaak een rol. Wanneer je de wereld vertrouwt, is het niet zo erg, zo nu en dan de mindere te zijn. Maar wanneer je meent, de wereld niet te kunnen vertrouwen, vecht je voor jezelf en doet dit steeds weer, door duidelijk te maken hoe onafhankelijk je wel bent en wat je al zo zou kunnen doen en zijn. Het is alsof het kind het gevoel heeft, dat het door angst te wekken of te overdonderen een situatie probeert te scheppen, waardoor het tenminste nog enigszins op anderen zal kunnen vertrouwen, ook al is dit vertrouwen dan geen natuurlijke, maar eerder een afgeperste relatie.
Het zal u duidelijk zijn, dat dit alles gemeenlijk voor zeer jonge kinderen minder belangrijk is dan voor kinderen die ongeveer de schoolgaande leeftijd bereikt hebben. Toch zal ook voor kinderen die zeer jong waren toen de scheiding plaats vond een crisis denkbaar zijn kort na het bereiken van de puberteit. In deze periode speelt geslachtelijke attractie een toenemende rol. In de periode, dat men zelf daarmee nog niet goed raad weet en alle emoties daarvan nog niet geheel kan verwerken, worden deze emoties en stemmingen vaak gekanaliseerd door een extra binding te zoeken met de ouder van de andere sekse. Deze relatie werkt bovendien als een soort voorbeeld, waardoor het kind een maatstaf heeft en de leden van het andere geslacht iets beter voelt te kunnen beoordelen. Eerst later, wanneer blijkt dat de ouder niet aan alle dromen en idealisaties kan beantwoorden, maakt het kind zich meer en meer zelfstandig en wijkt het ook van het ouderbeeld als beoordelingsnorm af.
Maar dit proces schept een redelijke mentale en emotionele stabiliteit gedurende de jaren, dat men door lichamelijke oorzaken nogal instabiel pleegt te zijn. De genegenheid en de vertrouwelijkheid met de ouder(s) is een corrigerende factor. Indien er echter eerder wantrouwen bestaat of door eenzijdigheid van de dominerende ouder een onaanvaardbare belasting van eigen vrijheid optreedt, ontstaan er verwarringen, die littekens nalaten en het verdere leven soms in zeer sterke mate beïnvloeden.
Het resultaat is al te vaak een haat tegen een of zelfs beide ouders, een afwijzen van alle volwassenen en daardoor een geleid worden door de niet rijpe leeftijdsgenoten. In andere gevallen wordt een seksuele binding met een veel ouder iemand gezocht, die dan de vader of moederrol in feite moet overnemen. Iets, wat zelden volledig slaagt.
Wanneer ik spreek over de haat voor de ouders, moet u niet opkijken. Elk kind haat zijn ouders wel eens een tijdje. Maar die haat wordt dan gemeenlijk weer gecompenseerd, zodat de gemiddelde aanvaarding van ouders en ouderlijk gezag positief kan blijven. Is die compensatie door welke omstandigheid dan ook niet aanwezig, dan groeit die haat en betekent op de duur een volledige afwijzing van een of beide ouders. Soms wordt dit gevoel voor een of beide ouders deels verdrongen en resulteert dan in onverschilligheid.
Zeker is in een dergelijk geval dat het kind zich zal afzetten tegen alles wat de ouders in de ogen van het kind zijn geweest, gezag, bepaalde gewoonten lokken dan automatisch verzet uit. In feite dus een afwijzing van alle normbesef, zoals dit in de gemeenschap pleegt te bestaan. Een afwijkend gedrag zal vaak of permanent voorkomen, voor de omgeving onaanvaardbaar zijn en zo verdere problemen scheppen. Meest voorkomende afwijkingen manifesteren zich door het hanteren van een geheel afwijkende moraal dan wel een zeer agressief optreden. Een kind kan dus onder de scheiding tussen ouders inderdaad zeer veel lijden. Wanneer echter de ouders ondanks de scheiding goede vrienden blijven – wat wel eens voorkomt – blijken de problemen minder groot te zijn, mits niet een van de ouders alles probeert, om als het ware een alleenrecht op het kind, de opvoeding en liefde daarvan te verkrijgen.
Dat de ouders niet samenleven, wordt dan op latere leeftijd wel beseft als iets wat niet geheel juist is, maar het feit dat beiden beschikbaar blijven, houdt gemeenlijk toch wel in, dat de emotionele balans bij het kind behouden kan blijven.
Ik meen dan ook dat echtscheidingen voor de kinderen en hun ontwikkeling vooral destructief zijn, wanneer de ouders hun frustraties ten aanzien van elkander omzetten in haat en vijandschap, die zij dan op de kinderen proberen over te brengen.
Vragen
Is dit de reden, dat bij kinderen van gescheiden ouders later ook vaker scheidingen voorkomen?
Dit is niet altijd waar, zoals het ook niet waar is, dat alle domineesdochters op de walletjes terechtkomen of op het toneel schuine liedjes gaan zingen.
Wanneer een kind echter uit een gescheiden gezin voortkomt, waarbij haat en achterdocht heersten – vaak zelfs ten aanzien van het kind, dat gewantrouwd en bewaakt wordt daar het anders mogelijk wel eens met de ex-partner contact zou kunnen maken – zal deze achterdocht ook bij het kind tot een soort gewende eigenschap worden. Dit beteken dat men overal veel meer achter zal zoeken dan erachter schuilt, daardoor vaak meer eisen probeert te stellen dan redelijk is en zo in een huwelijk de eenheid tussen de partners in feite onmogelijk maakt. In een maatschappij waar men toch al niet geneigd is over zich te laten lopen en ze nog liever zelf ziet vliegen voert dit natuurlijk tot grote conflicten, die dan soms – maar niet altijd – uitlopen op een scheiding. De spanningen in een huwelijk, waarvan een van de partners kind is uit een scheiding, lopen daarom sneller op en indien de ander hiervoor geen mogelijkheid tot compenseren heeft, is scheiding bijna niet te vermijden.
Verder dient men te beseffen, dat scheidingen veelal mede uit egoïsme geboren worden. Nu speelt in uw tijd egotisme en egoïsme een ongewoon grote rol in het maatschappelijk bestel. Het is begrijpelijk dat het kind ook deze houding vaak gemakkelijk aanneemt en in een soort zelfverering eigen fouten en ongelijk niet kan erkennen, waardoor het ook veel gemakkelijker tot een scheiding komt. Daarbij komt ook nog, dat het kind in vele gevallen bovendien de scheiding heeft leren zien als iets, waarin je altijd een uitweg kunt vinden en toch de kans behouden kunt, de ander te kwetsen, en voor schut te zetten.
Voor de kinderen is het dus volgens mij veel beter, wanneer er geen echtscheiding komt. Dit is te danken aan een maatschappij, waarin het gezin in de praktijk als de enige aanvaardbare samenlevingsvorm wordt beschouwd en zelfs alternatieve samenlevingsvormen op het vormen van een soort gezin gebaseerd blijven. Het kind wordt hierdoor zo sterk gestempeld tot een deel van het gezin, tot een direct verlengstuk van zijn ouders, dat het veel minder kans heeft een zelfstandigheid in de maatschappij op te bouwen voor het reeds een mate van volwassenheid heeft bereikt.
Er zijn vele maatschappelijke vormen op aarde, waarbij dit in veel mindere mate het geval is, Wanneer wij bv. kijken naar de bewoners van de Fiji, om een voorbeeld te geven, zo zien wij dat het kind hier in veel grotere mate de directe zorg van de gemeenschap beleeft. Niet alleen de ouders zijn aansprakelijk voor het kind, maar iedere ouder in de omgeving acht zich mede aansprakelijk voor het kind, helpt het zo nodig, onderricht het kind. Een wijze van leven, waarbij de behoefte gezag over het kind uit te oefenen bij de ouders eveneens veel minder is en alleen bij zeer belangrijke beslissingen nog een rol speelt.
Hierdoor ontstaat een serenere opgroei en dit betekent dat ook door het kind het gehele bestaan anders benaderd zal worden. Ik ben bang dat de nogal rigide maatschappelijke structuur die men tot voor kort overal in de westelijke wereld heeft voorgestaan, niet bepaald heeft bijgedragen tot de geestelijke gezondheid van de kinderen en dus ook niet tot een grotere geestelijke gezondheid bij de kinderen van die kinderen.
Ik hoop, dat u mij dit commentaar niet kwalijk neemt. Opmerkingen?
Wanneer de ouders nu helemaal niet met elkaar kunnen opschieten en de kinderen worden hiermee voortdurend geconfronteerd, lijkt mij ook dat niet zo ideaal.
Neen, Het kind zal dan partij kiezen, Maar het zal, behalve in uitzonderingsgevallen, mishandelingen e.d. zich gemeenlijk op zijn tijd toch nog met beide ouders kunnen identificeren. Wel is er een mogelijkheid, dat het kind zich voor zijn tijd als volwassene gaat gedragen, daarbij partij kiest voor een van de beide ouders. In dat geval is een scheiding geen schade meer.
Indien het mogelijk zou zijn een kind, zodra dit ook maar in staat kan worden geacht iets van het geheel te begrijpen, te betrekken bij het besluit tot scheiden, zo zal veel gewonnen worden.
Indien voor de ouders een verder samenleven alleen mogelijk is onder de grootste spanning, zal het volgens mij voor hen inderdaad beter zijn te scheiden. Maar dan wel onder één beding: dat de kinderen zelf vrij zijn om desnoods zelfs voor enige tijd naar eigen keuze bij de ene, dan weer bij de andere ouder door te brengen.
In ieder geval zullen de ouders niet moeten trachten, de kinderen tegen hun ex-partner op te zetten. Zoals reeds gezegd zal een scheiding tussen mensen, die toch een mate van vriendschap blijven koesteren voor elkander en dus niet proberen, elkander contact met de kinderen te onthouden, veelal niet al te veel problemen opleveren. Dit is althans mijn mening.
Uit mijn voorgaand betoog zult u reeds begrepen hebben dat ik het grootste gevaar voor het kind zie in de haat en nijd die tussen de scheidende partners pleegt te bestaan.
Toch meen ik dat men, indien men met kinderen rekening heeft te houden, een scheiding slechts als allerlaatste uitweg dient te beschouwen.
Wat gebeurt er, wanneer kinderen na een scheiding in een inrichting terechtkomen?
Indien dit op vroege leeftijd gebeurt, is de vraag vooral, of de inrichting iets kan bieden van persoonlijke aandacht. Deze is voor elk kind een must. Zonder dit is geen gezonde ontwikkeling mogelijk.
Indien in de gemeenschap een mate van verbondenheid bestaat tussen leiders en pupillen en tussen de pupillen onderling, zal het kind, onder de nu voor dergelijke instellingen geldende normen, gemeenlijk redelijk gezond en goed opgroeien. Zij het dat het kind toch weer steeds geconfronteerd zal worden met een of beide ouders. Dit laatste contact is bij een langdurig verblijf in een dergelijke inrichting volgens mij in feite uit den boze.
Wel dient men er rekening mee te houden dat de kinderen, die zo lange tijd opgegroeid zijn, met een geheel andere instelling de maatschappij zullen betreden en hun medemensen zullen benaderen, dan degenen die in een redelijk harmonisch gezin zijn opgegroeid. Het is wel zeker dat zij door een lang verblijf in een dergelijke omgeving heel wat kunstjes hebben geleerd waardoor je jezelf ten koste van anderen kunt bevoordelen en niet zullen schromen die waar mogelijk ook in de vrije maatschappij in de praktijk te brengen. Aan de andere kant passen mensen, die steeds weer proberen anderen uit te buiten, volgens mij nog niet zo slecht in het huidige maatschappelijke patroon.
Denkt u dat er veel neurosen en psychosen voort zullen komen uit de slechte verhouding tussen ouders, scheidingen e.d.
Het is zeker denkbaar, maar niet onvermijdelijk. Wel zullen wij zien dat een kind dat betrokken wordt in een scheiding vooral wanneer er een haatrelatie tussen de ouders is ontstaan de neiging heeft tot wat men beleefd hysterisch gedrag pleegt te noemen.
De gedragingen op zichzelf zijn dan bewust of onbewust gericht op een verwerven van aandacht en eventueel het domineren van de ouder of de andere mensen, waarmee men in relatie staat. Gelukt dit het kind en blijkt later dat deze resultaten in de maatschappij niet op deze wijze te bereiken zijn, dan ontstaan inderdaad wel neurosen en het gedrag kan dan psychotische kanten vertonen. Ofschoon dit nog niet noodzakelijkerwijze hoeft te betekenen, dat er sprake is van een ernstige psychose in het kind.
Dat was het dan, vrienden. Mij is gebleken dat de belangstelling voor dit onderwerp bij enkelen werkelijk aanwezig was. Ik heb daaraan zo goed mogelijk gevolg gegeven. Wat u van mij gehoord hebt is zeker geen “evangelium”, maar het bevat wel degelijk punten waarover het de moeite kan zijn, later eens verder na te denken. Ik hoop dat u dit zult doen.
Het kind, het kinderlijke en bewustwording
Om te beginnen wil ik opmerken dat het kind lang niet altijd kinderlijk is. Soms krijg je de indruk dat de kinderen meer volwassen zijn dan de volwassenen die zich soms kinderlijk, maar vaker nog zeer kinderachtig plegen te gedragen. Probeer je het kinderlijk te omschrijven, dan zeg ik allereerst dat een kind veelal pleegt te leven bij het ogenblik. Het kan fel en intens opgaan in de beleving van het ogenblik. Het kan in de ellende zitten — meer dan de volwassene ooit zal beseffen — maar een ogenblik daarna ook weer zo blij zijn, dat het zich gevoelt als een vlinder die rond kan vliegen in de zon.
Het kinderlijke ligt volgens mij vooral in het vermogen, intens te leven in het ogenblik zelf en uit dit ogenblik toch altijd weer voor jezelf een droom te puren, een denkbeeld te nemen, waardoor je toch weer een ogenblik lang gelukkig kan zijn en jezelf kunt aanvaarden.
Het kinderlijke schijnt mij direct verwant met het vermogen vertrouwen te hebben in jezelf. Wanneer je dit doodt in een kind, dood je al het kinderlijke in het kind mede. Wat overblijft is dan een onvolgroeide volwassene, vol van frustraties en onvolledigheden.
Wanneer u de bewustwording hier mede in het geding brengt, zo meen ik dat het kind – zij het niet op een geheel geestelijk terrein in betrekkelijk korte tijd een fantastisch veelomvattende bewustwording doormaakt.
Het kind staat in een geheel vreemde wereld, vol van onzekerheden en vol van geheel vreemde zaken, een omgeving met een taal, die het nog niet beheerst en vooral in het begin alleen op klank en niet op inhoud mogelijk deels verstaat. Het kind leert zich daarin ontzettend snel aanpassen, want het is geconcentreerd bezig met alles wat het doet. Het is intens. Bewustwording nu is eveneens een kwestie van intens bezig zijn met de werkelijkheid waarin je leeft, een intens bezig zijn met de dingen die in jezelf gebeuren.
Ik meen dat wij in dit verband het kind dus wel mogen zien als een voorbeeld van bewustwording, Wanneer het kind geconfronteerd wordt met dromen en angsten, zo past het zich enerzijds zo goed mogelijk aan de buitenwereld aan. Aan de andere kant blijft het er echter ook nog enige tijd mee bezig. Het werpt dergelijke ervaringen niet zonder meer overboord, maar maakt ze ook niet belangrijker dan al het andere, het praat bovenal zijn innerlijke gevoelens en neigingen niet weg.
Het laat zich ook niet zo gemakkelijk door anderen daarin leiden en zal bv. angsten en neigingen, zelfs door degenen die het geheel vertrouwt niet zo gemakkelijk weg laten praten. Het moet eerst zelf gaan voelen dat de angst niet werkelijk gerechtvaardigd is. Dan wordt zij tot een soort spel dat het met zichzelf speelt tot het vervelend wordt. Eerst daarna verdwijnen de angst en alle symptomen daarvan geheel.
Ook in vreugde en plezier gaat het kind geheel op. Het is niet voortdurend bezig zich af te vragen of hetgeen het doet nu voor een ander prettig of minder prettig is. Eigenlijk is het zeer egocentrisch om niet te zeggen egoïstisch in zijn uitingen.
Maar wanneer het kind eenmaal iets begrijpt, houdt het zich er gemeenlijk ook beter aan dan menige volwassene. Wanneer het eenmaal begrepen heeft, dat een ander werkelijk niets heeft, is het bereid zelfs zijn liefste speelgoed af te staan om te troosten, ook al zal het mogelijk reeds na enkele ogenblikken deze handeling betreuren en de gave eenvoudig terugnemen. Een volwassen mens doet dit alles zo snel niet meer. Die vraagt zich eerder af of hij aan zijn gevoelde verplichting mogelijk tegemoet kan komen door een kleine bijdrage in de collecte.
Ik meen dat je vooral in dit directe reageren het kinderlijke kunt zien, dit volledig opgaan in het ogenblik. Daarnaast is de drang om zich te laten gelden eveneens een deel van het kinderlijke gedragspatroon. Want een kind dat geheel uit eigen interesse meedoet aan sport zal hiervoor veel over hebben omdat het dan ook werkelijk iets op dit gebied wil gaan betekenen.
Het gaat zeker uit van eigen wensen en spant zich soms alleen maar in omdat het nu eenmaal met de anderen mee wil kunnen doen. Maar het spant zich ook dan volledig in, om het begeerde doel te bereiken.
Het wonderlijke bij kinderen is, dat zij iets wat zij werkelijk geheel en al wensen ook zullen bereiken, zolang het van hun eigen pogen en streven afhankelijk is, terwijl zij een eenmaal gesteld doel met ongelofelijke vasthoudendheid kunnen blijven volgen ondanks alle ontmoedigingen, die hen gegeven worden.
Het kind doet vele dingen niet of ten hoogste zeer slecht, omdat het de zin ervan niet inziet en er geen interesse voor kan opbrengen. Op vele scholen zie je kinderen, die geheel geen interesse hebben voor bv. Nederlandse taal, rekenen, algebra of andere vakken. Zij falen daarin dan ook steeds weer, omdat de materie hen niet interesseert en zij niet inzien waarvoor het goed is, dat zij zich daarmee bezig moeten houden. Maar nu het eigenaardige: Kun je kinderen ervan overtuigen, dat het voor hen belangrijk is bepaalde dingen te weten of te kunnen, dan verandert hun houding en schrik je ervan wanneer je ziet hoe snel zij in overeenstemming met hun mentale mogelijkheden de belangrijkste feiten en gegevens absorberen.
Spreekt u mij over het kind, dan zeg ik dat dit in vele gevallen de mens zelf is, die probeert zich achter het mom van de volwassenheid te verschuilen. Soms praat de mens zichzelf aan, dat hij nu toch werkelijk en geheel volwassen is. Maar vanaf dat ogenblik is hij in zijn gedragingen gemeenlijk geen mens meer.
Zegt u kinderlijk, zo antwoord ik: het kinderlijke is juist niet vandaag zorgen voor het jaar tweeduizend, maar je nu amuseren en mogelijk wat denken en zorgen voor morgen. Het bestaat uit het vermogen niet bezig te blijven met iets, dat mogelijk over 3 weken aan de orde zal komen, maar eerst eens genieten van wat er nu is. Ook wanneer dit vaak betekent dat het huiswerk voor morgen vandaag maar slecht gemaakt wordt.
Het kinderlijke bestaat uit een directheid van leven en beleven. Een mens heeft daaraan altijd wel behoefte, zo meen ik. Je kunt nu eenmaal niet ontkomen aan de noodzaak je soms zorgen voor morgen te maken, dat is wel duidelijk. Maar doe het dan toch zo weinig mogelijk en leef zo direct mogelijk.
Want alleen dan is het heden voor u intens beleefbaar. Wanneer je vandaag steeds weer intens beleeft, leer je, wordt je bewuster; Maar als je vandaag in feite aan de werkelijkheid achteloos voorbijgaat omdat je bezig bent met de mogelijkheden voor morgen, zo zal je vandaag niet bewuster worden en veelal bovendien door morgen zo gefrustreerd worden omdat alles toch weer anders loopt, dat je ook daar geen vrede meer mee kunt vinden omdat je, afgaande op niet geheel gerechtvaardigde verwachtingen en veronderstellingen, de werkelijkheid met haar feiten en mogelijkheden wederom uit het oog verliest.
Bewustwording is de confrontatie met de werkelijkheid zowel de innerlijke werkelijkheid als de werkelijkheid van de wereld waarin je leeft. Daar beste vrienden, ligt volgens mij de kern van de zaak.
Ik dacht, dat ook dit onderwerp betrekkelijk kort kan worden afgedaan. Wanneer de mens in zich de spontaniteit van het kind weet te behouden en kinderlijk genoeg kan zijn om zich ook met de zorgen en vreugden van vandaag steeds weer intens bezig te houden, dan zal die mens door een groeien van zijn innerlijk besef ook steeds bewuster worden,
Dat betekent dat hij op de duur een steeds grotere correlatie vindt tussen de wereld buiten hem en die innerlijke wereld, die zoveel mensen in zich verloochenen omdat deze volgens hen niet bij de buitenwereld schijnt te passen. Hebt u commentaar?
Vragen
Jezus uitspraak: “Laat de kinderen tot mij komen” en “indien gij niet wordt zoals een kind” strookt met uw uitspraken indien ik u goed begrijp?
Tot op zekere hoogte. Want “laat de kinderen tot mij komen” is volgens mij nogal uit zijn verband gerukt. Jezus had reeds een nogal vermoeiende dag achter zich en had een eind gereisd. Toen hij ging zitten, kwamen er kinderen op hem toe. De apostelen wilden hen tegenhouden en spraken: “Laat die man nu eens met rust”. Waarop Jezus reageerde met de woorden: “Laat de kinderen tot mij komen”. De werkelijke betekenis is dus wel enigszins anders dan men veelal pleegt te stellen. Maar ja, er worden zovele zaken met de beste en vroomste bedoelingen een tikkeltje vervalst.
Wanneer de kinderen bezig zijn met Jezus houden zij er geheel geen rekening mee, dat Jezus een leraar is of dat Jezus mogelijk zelfs de Messias kan zijn. Zij luisteren naar zijn verhalen – hij spreekt op rabbinale wijze, dus veel in verhaaltjes en gelijkenissen – en spreken hem tegen, vragen uitleg wanneer het hen past. Jezus heeft begrip voor hen en zij begrijpen Hem ook. Zij gaan in Hem op.
Dan eerst zegt Jezus tot zijn apostelen: “wanneer gij niet wordt als dezen (en dat betekent: kunt gaan in het lichte, in het edele, in het nieuwe) zult gij niet ingaan in het Koninkrijk Gods” Ik leg dit even nader uit, opdat u zult zien, dat de betekenis van deze woorden wel iets verschilt van de uitleg, die er vaak aan gegeven wordt.
Overigens is het wel begrijpelijk, dat deze woorden een wat andere betekenis gekregen hebben. In Rome werd immers na enige tijd, gelukkig voor degenen die toen “oudere”, dus priester waren, het celibaat ingesteld. Wij hebben bij de priesters vaak te maken met mensen, overlopen van idealisme en tijdens hun opleiding mensenliefde naast gehoorzaamheid krijgen tot het hen – bij wijze van spreken – de neusgaten uitkomt.
Hierdoor komen zij steeds weer in conflict met de volwassen wereld. Maar de kinderen zijn nog zo onschuldig. En zelf mogen zij geen kinderen voortbrengen. Voor hen is het dan eenvoudig om een andere betekenis te lezen in het: “laat de kinderen tot mij komen”. In hun ogen wordt het kind met zijn vertrouwen en volgzaamheid de ideale mens, omdat zij niet beseffen dat juist al die grote mensen, die zo onverschillig en zondig zijn, die zich maar steeds weer niet willen houden aan de voorschriften die de priesters hen met de beste bedoelingen geven en geen begrip schijnen te hebben voor de waardigheid en waarheid die vanuit de kerk komt, ook eens kinderen zijn geweest. Zo min als zij beseffen dat vele van de kinderen die zij nu zo vertederend en zo vroom vinden, later tegen de kerk in zullen gaan omdat zij er in hun jeugd te veel in gezeten hebben.
Zo komt het, dat men juist deze woorden anders interpreteert, het kind sterk idealiseert en Jezus beschouwt als de baas van een soort hemelse crèche. Maar dat is de bedoeling nooit geweest. Wat Jezus wilde zeggen met zijn woorden betekende eerder: Ik ben toegankelijk, aanspreekbaar voor eenieder. Maar hij, die mij aanvoelt, die leeft wat ik leef, die absorbeert wat ik ben en zeg, is veel belangrijker dan degene die mij koning, Messias of de zoon Gods noemt.
Toch zouden de mensen zich dit volgens mij veel beter in de oren kunnen knopen dan de gedachte dat je je maar als een dom kind moet gedragen, gehoorzaam aan het vaderlijk en moederlijk gezag dat van de hogere instanties neervloeit zodat de innerlijke mens langzaamaan vergaat in de ijle aanvaarding van het irreële dat dan geheel gescheiden wordt van de reële en geheel bewust beleefde werkelijkheid van alledag.
Vergeef mij indien ik u schok. Maar ik meen dat dit het enige passende commentaar is, wanneer men zich op deze woorden beroept. Gelijktijdig zal u hierdoor duidelijk zijn dat hetgeen ik heb gezegd, met de essentie van Jezus’ uitspraak veel van doen heeft, maar met de uitleg die aan zijn woorden gegeven wordt betrekkelijk weinig.
Ik dank u voor uw aandacht en wens u verder een goede avond.
