Filosofie

image_pdf

uit de cursus ‘Filosofische esoterie‘, (hoofdstuk 10) – juli 1983

Filosofie

De wereld die u kent, is eigenlijk maar een beperkt deel van de wereld die werkelijk bestaat. Je kunt dat technisch uitdrukken en dan kom je tot zesdimensionale vlakken die alle te maken hebben met hetgeen er op aarde gebeurt. Ook het natuurgebeuren zelf wordt via deze vlakken beïnvloed.

De mens wordt bewust of onbewust vaak gedreven door factoren die zich in dit voor hem onbekende en toch eigenlijk stoffelijke gebied afspelen. Wij, die ons proberen bezig te houden met het heelal, met de kosmos, met de diepste waarden van onszelf, wij kunnen die werkelijkheid niet omschrijven of uitdrukken. En daarom kiezen we daarvoor allerlei synoniemen. Een van de meest bekende herhaal ik nog eens voor u: “Alles is één. Er is één kracht. Al wat bestaat, is deel van die kracht. Elke uiting is een uiting die door deze kracht en vanuit deze kracht ontstaat. Tijd is de illusie van het denken; de werkelijkheid is tijdloos.”

Als je dat zo bekijkt, dan heb je eigenlijk gezegd dat het onbekende en het bekende samenvloeien. In de verschillende lessen hebben wij geprobeerd u op de een of andere manier daarmee te confronteren. U duidelijk te maken dat het denken van de mens de aarde kan wekken en daarin bepaalde veranderingen kan veroorzaken. En omgekeerd ook, het bewustzijn van mens en dier wordt beïnvloed door processen die zich in de aarde zelf afspelen.

Wij hebben ons weinig of niet bezig gehouden met de grote invloed van de zon die eigenlijk voor een groot gedeelte voor het gebeuren op aarde, inclusief de eventuele baanwijziging e.d. mee verantwoordelijk is. Over de maan, deze bron der getijden zoals men wel eens zegt, hebben wij ook iets gezegd. Wij hebben geconstateerd dat ze allemaal bezield zijn en daar hebben we het bij laten rusten. Wie wil doordringen in de werkelijke geheimen van de kosmos en van de natuur, die moet wel samenhangen begrijpen maar hij moet eigenlijk proberen een stap verder te gaan.

Nu wij op deze avond de cursus gaan afronden, wil ik proberen op mijn manier daaraan iets bij te dragen, u iets te kunnen geven van oude wijsheid, ook van geestelijke wijsheid die te samen eigenlijk het kader omschrijven van deze veel-dimensionale wereld waarvan u er drie en als u de tijd meerekent, misschien vier kent.

“De kern van het zijn is de kracht. Waar de kracht niet is, bestaat het zijn niet. Het zijn is echter geen leven. Leven ontstaat eerst wanneer het denken zijn intrede doet in het zijn.”

 Dit is een heel oude wijsheid. Met andere woorden: Cogito, ergo sum. Ik denk, dus ik besta. Het is een zeer menselijke wijsheid want er zijn veel dingen die bestaan zonder dat ze denken. Maar voor ons en voor onze wijze van bestaan is het denken eenvoudig een noodzaak. Als wij ons niet bewust zijn, dan zijn we ons niet bewust van het leven.

Dan is er iemand die probeert om de samenhangen van de kosmos te omschrijven. Het eerste citaat (ik zal het erbij vermelden) is uit een pre-vedisch geschrift. Hetgeen ik u nu ga citeren behoort tot de Chi­nese wijsheid van ongeveer 1500 v. Chr.: “Alle dingen zijn gelijk. Maar wie denkt, denkt dat de dingen onge­lijk zijn. Daardoor zijn wij niet in staat te beseffen hoezeer onze plaats in het geheel wordt bepaald, niet door hetgeen wij denken te zijn maar door de waarde die wij in alle dingen vertegenwoor­digen.” Het is misschien een wet van Tao die daarin wordt uitgedrukt. Maar er zit meer aan vast.

Wat je bent en de betekenis die je hebt, ook in relatie tot de aarde, de sterren, de kosmos, de geestelijke werelden, worden toch ei­genlijk wel bepaald door de bron waaruit je bent ontstaan. Je hebt een zekere vrijheid maar die is voor jou persoonlijk; het is jouw beleving. Maar je hebt gelijktijdig een vaste betekenis, een vaste waarde en dat is datgene wat je in samenhang met het andere moet vertegenwoordigen; daaraan kun je je niet onttrekken. Daardoor is ook dat denken het in vaste kring lopen, in vaste verhoudingen, de vaste plaatsen in een menselijke en in een goddelijke maatschappij, veel beter te begrijpen. Het gaat hier helemaal niet om onze verdienste of onze schuld. Dat zijn zaken die ons persoonlijk beleven kunnen beïnvloeden en verder niets. Het gaat om een invloed die wij scheppen en die tevens in de kosmos be­staat.

Wanneer u denkt, kan uw gedachte de aarde beïnvloeden, maar alleen als die gedachte ook in de aarde aanwezig is. Wij kunnen alleen de din­gen oproepen die er zijn en niet uit het niet voor onszelf iets nieuws scheppen zonder meer.

Op het ogenblik dat wij zelf scheppen, scheppen wij illusies, spie­gelbeelden, hallucinaties. Op het ogenblik dat wij een beroep doen op de werkelijkheid, zijn wij ineens verbonden met de aarde, met alle bezie­lende en lovende krachten die op aarde voorkomen. Dan zullen natuur­geesten inderdaad ineens reageren op hetgeen je zegt. Zij zullen je ho­rig of gehoorzaam zijn zolang je in overeenstemming blijft met hetgeen zij in wezen ook in zich dragen.

Misschien dat daardoor ook veel wordt verklaard van alle tegen­stellingen die wij zo vaak ontmoeten. U weet wel, mensen die verkeerd denken en de rampen die hen bijna onmiddellijk treffen, natuurrampen meestal. Dan zeg je: Gaat de aarde zich dan wreken? Neen, de aarde wreekt zich niet maar dat denken is een disharmonie. Het bestaat wel in de aarde maar het houdt, zoals het door de mens wordt voortgebracht, een ontkenning in van een vaste waarde. De aarde reageert daarop door die ontkenning ongedaan te maken. Het nevenresultaat ervan is de storm, de aardbeving, de uitbarstingen, de overstromingen en wat dies meer zij.

Als je zo gaat denken, kom je als vanzelf ook aan de vraag Wat is dan de kern van eigen wezen? De kern van ons wezen is het niets, want in de kern van ons wezen houdt al het omschrijfbare en het erkenba­re op. Daar is het zijn, maar niet meer het leven. Daarom kunnen wij ook nooit verder gaan dan wat er binnen ons begripsvermogen ligt. Ons begripsvermogen is veel omvattender dan een mens schijnt te denken want in elke wereld waarin we ooit hebben bestaan of ooit nog zullen bestaan, daar is ook een deel van de waarde die tot ons bewustzijn behoort. Deze dingen kunnen wij erkennen in onszelf en buiten ons in de wereld. A1 het andere blijft voor ons echter het niets; het is er niet.

Dat ‘er niet zijn’ dat gelijktijdig toch de basis is van alle kracht, is het kenmerk van alle ontwikkelingen in de natuur. Het is het kenmerk van alle ontwikkelingen in een menselijke maatschappij. Zelfs de golven van uw economie en de vele veranderende vormen van dwaasheid in politiek en in ander opzicht hangen samen juist met dit niets. Om dat te begrij­pen is het misschien een beetje moeilijk geformuleerd, dat geef ik toe.

Stel u nu eens het volgende voor: Mensen denken. Mensen vormen ten aanzien van mensen een disharmonie. De disharmonie op zichzelf wordt menselijk uitgedrukt. Dus in termen van b.v. wantrouwen, koude oorlog of iets dergelijks. Maar op zichzelf is het een disharmonie. Deze heeft te maken met het proces van leven, van eenheid dat ook in de aarde bestaat. Op het ogenblik echter dat er vrede komt, dat de mensen blij zijn, dan is het plotseling alsof de hele natuur daarop reageert. Opeens is alles vruchtbaarder; opeens is alles gemakkelijker. Dan zeggen de men­sen: Dat komt omdat wij zoveel offers hebben gebracht en nu nog even door durven gaan. Er zit echter meer aan vast.

Er is een harmonie met de wereld. Dat wil zeggen dat de omstandig­heden dan een antwoord gaan vormen op hetgeen er in je leeft. Het is de eenheid die wordt beantwoord. Het is de verdeeldheid die voert tot de opstandigheid van de aarde, vanuit menselijk standpunt dan. Als wij zover zijn gekomen, dan kunnen wij misschien ook iets verder grijpen.

Er zijn bepaalde kronieken in de geest. Je kunt ze enigszins verge­lijken met een soort akasha‑kroniek. Ze omvat namelijk het gehele denken van een aantal sferen. Ook daarin kun je oude wijsheid aantreffen en soms ook nieuwe die nog nooit op aarde zijn gedacht of uitgesproken. Ik wil er enkele van citeren om mijn onderwerp mee van die kant uit te belichten.

“De geest is datgene wat zij denkt te zijn. Al datgene wat niet is zoals ze denkt te zijn, zal ze verwaarlozen. Als zij echter toch daarmee wordt geconfronteerd, dan staat zij voor de keuze zichzelf te veranderen of het andere aan te vallen.”

“Juist in vele kleinere en lagere sferen (lagere om het voor u duidelijker te maken) zijn een aantal entiteiten die de wereld zouden willen aanvallen omdat zelfs de wereld der mensen waarheden uitstraalt die hun beeld van zichzelf aantast. De strijd wordt veroor­zaakt door ons onvermogen onze persoonlijke waarheid aan te passen aan onze persoonlijke wereld.”

Een tamelijk oude verhandeling en misschien niet zo belangrijk in uw ogen. Maar demonstreert zich niet voor de zoveelste keer dat het gebeuren, zelfs voor de geest, wordt bepaald door het beeld dat je van jezelf hebt?

Wanneer je binnenkomt in New York, dan staat daar het Vrijheidsbeeld. Op dat Vrijheidsbeeld staat een enorme plaquette. Daar staat op: Zend mij al uw verdrukten, uw belasten, uw armen. Het is jammer, dat kennelijk de regering van Amerika dat niet meer kan lezen want de praktijk is heel anders.

Dit is een van de vele voorbeelden van de mooie denkbeelden die de mens aanhangt en de praktijk die er achter steekt. Hierdoor heeft de mens een beeld van zichzelf dat niet in overeenstemming is met de feiten. Wanneer hij nu door de feiten zijn voorstelling van zichzelf zou wijzigen, dan zou hij harmonisch werken. Hij zou die harmonie niet alleen bevestigd vinden in de eigen wereld die hem begunstigt, maar ook in al die andere werelden, de geestelijke werelden en zelfs de dimensies (de stralingsgebieden vanuit men­selijk standpunt) die eveneens op de wereld inwerken.

Degene die volkomen eerlijk is tegenover zichzelf en probeert eer­lijk te zijn in zijn reactie op de wereld, zal de kracht en de steun vinden van een geheel, zelfs als de mensen tegen hem zijn. Dat kan niet vernie­tigd worden, niet op een menselijke wijze.

Daar staat natuurlijk tegenover dat iemand, die een beeld van zich­zelf heeft dat niet in overeenstemming is met de werkelijkheid, alles zal doen om dit beeld van zichzelf te kunnen handhaven. Het resultaat is dat hij voor zich voortdurend spanningen oproept, disharmonieën. Die disharmonieën komen erop neer dat al datgene wat hij probeert te doen, zelfs als het ten goede is, tenslotte voor hem en meestal voor anderen verkeerd uitvalt.

Het klinkt krankzinnig als je zegt dat het egoïsme en de eigenwaan van bepaalde groepen op aarde voortdurend de aanleiding zijn tot de eco­nomische crises. Toch is het waar. Niet alleen in zakelijk opzicht, maar veel meer ook in mentaal, in spiritueel opzicht. Want op het moment dat je je denken hebt losgemaakt van de feiten en het beeld dat je van je­zelf hebt gemaakt, blijft handhaven ten koste van alles, ongeacht de fei­ten die zich manifesteren, moet toch alles misgaan.

Er is iemand geweest die heeft geschreven: De aarde is een gekken­huis en de grootste gekken spelen voor dokter. Dit is een betrekkelijk recent citaat dat door een Engels politicus word gebruikt in de laatste verkiezingscampagne waarbij hij kennelijk vergat dat tot die doktoren ook hijzelf en degene voor wiens verkiezing hij ijverde, behoorde. Ergens is dit waar.

Driekwart van de wereld verkeert op het ogenblik in de een of ande­re angstpsychose. Het is de angst voor het communisme, voor het alles vernietigende kapitalisme, voor het atoomgevaar, voor de dreigende wereld­oorlog, voor de kanteling van de aardas en wat dies meer zijn. In die angst weigert men de werkelijke beelden te zien zoals ze zijn. Weigert men te be­grijpen dat de gewone Russen precies zo hunkeren naar vrede en welvaart als de gewone Amerikaan. En dat voor hen allerlei beperkingen misschien wel minder belangrijk zijn dan voor u maar dat ze in wezen, met of zonder beperking, vooral gewoon gelukkig willen zijn.

Als je dat gaat begrijpen, dan kan er een harmonie van de volkeren ontstaan. Is die harmonie aanwezig, dan zal de aarde reageren met een cyclus waarin het de mensen steeds beter gaat, waarin de oogsten steeds rijker worden, waarin steeds minder grote natuurrampen voorkomen. En dan zal de menselijke economie ook gaan reageren. Want in dit gewoon maar ge­lukkig willen zijn, zullen de mensen onwillekeurig ook meer met een ander willen delen. Dan zal er alles zijn wat je nodig hebt en niet de drijfveer zijn om meer te verwerven dan je ooit nodig zult hebben. Ik denk dat daar eigenlijk het hele fenomeen van het leven in ligt.

Wij kunnen ons natuurlijk beroepen op God. Maar wat is God? Het onbe­kende? Ja, misschien. Maar in de meeste gevallen toch wel de rechtvaar­diging voor datgene wat we anderen aandoen; iets wat we zonder God nooit zouden kunnen rechtvaardigen. Waar of niet? Of die God nu toevallig Marx heet of Jehova, maakt dat zoveel uit? Het gaat hier niet om het al of niet werkelijk zijn van deze wezens. Het gaat hier doodgewoon om de rechtvaardi­ging die een mens gebruikt. Maar die rechtvaardiging is niet werkelijk. Zij is een directe aantasting van de evenwichtigheid en de harmonie van de wereld, van bepaalde sferen en zeker ook van de onzichtbare stralingsge­bieden die te maken hebben met de werking van de aarde.

Dan kom je misschien, heel misschien tot de conclusie dat een mens eigenlijk anders zou moeten denken. Maar ja, wat is moeilijker dan anders denken over jezelf dan je doet? Het is zo gemakkelijk om voor jezelf bepaalde voorrechten als natuur­lijk en vaststaand te beschouwen. Het is zo gemakkelijk om voor jezelf ver­ontschuldigingen te hanteren. Het is zo gemakkelijk om je te beroepen op bepaalde wetten en normen. Maar kijk nu eens naar wat je werkelijk bent en wat je werkelijk doet. Vraag je eens af wat je werkelijk aan de wereld geeft en wat je in feite steeds van de wereld eist.

Ik denk dat u voorzichtiger zult worden, dat u uw oordeel over uzelf gaat veranderen. Dat is het begin van een verandering in uw gedrag, in de hele tendens van uw leven. Het is gelijktijdig ook een verandering in uw verhouding met het geheel van de mensheid, het geheel van de aar­de en tenminste met het merendeel van de geestelijke sferen die voor u toegankelijk zijn.

Dit is heus voor de mens erg belangrijk. Wij kunnen nu wel zeggen: De mens heeft zoveel verschillende dingen. De een heeft paranormale ga­ven, de ander heeft ze niet. Ach, elke mens is paranormaal begaafd. Het enige abnormale van de paranormaal begaafde is dat hij het normaal vindt dat hij paranormaal is. En het enige abnormale van degene die zegt dat hij normaal is, is dat hij niet beseft hoeveel paranormale kwalitei­ten hij bezit. Hij laat ze gewoon maar liggen. Hij laat zijn kapitaal ver­roesten bij wijze van spreken.

In deze wereld zijn veel meer openingen naar de werkelijkheid dan je je kunt voorstellen. Het zijn niet alleen openingen naar de werkelijkheid door middel van uittreding of helderziende waarneming. Het is zelfs geen kwestie van voelen. Het is een empathisch verbonden zijn met allerlei zaken. Er zijn zo enorm veel mogelijkheden dat zaken, die opzien baren zo­als b.v. telekinese, erbij in het niet vallen. Het is de eenheid die je in jezelf ervaart en de uiting die je aan die eenheid geeft.

Er bestaat een oud en door velen geliefd schilderijtje waarop de mens gebogen zijn levensweg gaat en naast hem een lichtende Jezus die nog steeds aan het kruis hangt. Er staat onder: ‘Gij gaat uw weg niet alleen’. Ik weet niet of die schilderijtjes nog bestaan. In mijn tijd begonnen ze net in de mode te komen. Dit schilderijtje zegt iets.

Als u het begrip ‘Jezus’ eens vervangt door Christus. Christus is de liefde. Het is de harmonie, de eenheid. Overal waar u bent, is de mogelijk­heid tot deze harmonie, tot deze eenheid, tot deze innerlijke en ook naar buiten tredende verbondenheid met alle dingen aanwezig. Maar dan moet u wel afstand doen van uw eigen beeld. Dan moet u bereid zijn om de wereld te zien en de weg die u gaat en niet alleen maar datgene wat u graag zou willen of wat u in de ogen van anderen zo graag wilt schijnen.

Ik denk dat we hier de kern van het probleem van deze tijd hebben en gelijktijdig het probleem van vele dingen die we in de cursus hebben besproken. Het probleem van ons eigen ik. Wie daaraan wil ontkomen, kan mis­schien de volgende regels eens op zichzelf toepassen:

Ik ben niet datgene wat ik wil zijn. Ik ben datgene wat ik tot stand breng.

Ik bezit niet de rechten die ik voor mijzelf opeis, doch slechts de plichten die uit mijn relatie met anderen voortkomen.

Ik bezit niet de eenzaamheid en verlatenheid die ik in mijzelf zo vaak meen te erkennen, maar slechts de verbondenheid met alle din­gen die ik kan beleven op het ogenblik dat ik vergeet mijzelf te beklagen en mijzelf ben. Het zijn een paar eenvoudige regels maar ze zijn de eerste stappen naar een innerlijke werkelijkheid en daardoor naar een grotere harmonie met de kosmos.

Rond u zijn een aantal dimensies. Elk van die dimensies is geladen met een andere soort kracht; materiële krachten. Een deel van dergelijke dimen­sies kan zich uitstrekken tot ver buiten uw Melkwegstelsel. Een ander deel is misschien beperkt tot een klein deel van uw wereld en heeft daarnaast misschien contacten met andere planeten of zonnen.

Elk van die werelden draagt in zich bepaalde krachten. Het zijn deze krachten die u bewust of onbewust voortdurend activeert door wat u zelf bent, door wat u denkt. Maar een dergelijke kracht is een energetische lading op het ogenblik dat uw omgeving daardoor mee wordt beroerd. Het is een energie die evengoed bepalend kan zijn voor de val van dobbelstenen als ten aanzien van het ogenblik dat een ongeluk dreigt te gebeuren, dit verhinderen of daaraan ontkomen.

Het zijn deze krachten, zo goed als die van de bezielde aarde zelf, die voortdurend met u samen door deze wereld trekken waaraan u zich niet kunt ontworstelen. Het zijn deze krachten, mijn vrienden, die tenslotte zullen uitmaken waar u faalt en waar u slaagt; die zullen uitmaken in hoeverre u een werkelijkheid kunt betreden die niet meer door de tijd, door de gebrekkigheid van een denken wordt bepaald maar door de intense innerlijke beleving. En in hoeverre u misschien slaaf zult blijven van allerlei voorbehouden, allerlei kleinigheden die dan rationeel aanvaardbaar kunnen worden gemaakt, maar die u innerlijk niet kunt verwerken en die u in uw wereld niet of slechts zeer misvormd kunt terugvinden.

De cursus had ten doel u te confronteren met de vervlochtenheid van mens en wereld, van gebeuren en menselijk denken. Ik heb daar vandaag maar een paar punten aan toegevoegd. Toch meen ik, dat ik de cursus goed afrond als ik u zeg:

Besef dat u niet alleen bent, waar u ook bent en hoe u ook bent.

Besef dat u altijd verbonden bent, bewust of onbewust, met velerlei krachten in uw omgeving, velerlei krachten van kosmische aard.

Besef dat uw werkelijke wezen eens zal moeten ontwaken buiten de tijd en dan de perfecte harmonie zal moeten kunnen aanvaarden, wil het zich niet bijna vernietigend terugtrekken in een afgeslotenheid, die gelijktijdig de grootste frustratie is die denkbaar is.

Hiermee is, wat het eerste gedeelte betreft, de cursus ten einde. Hartelijk dank voor de aandacht die u heeft gegeven, de tijd die u aan de overdenking van onze denkbeelden heeft willen besteden.

Wij allen hopen dat het u heeft geholpen om hoe dan ook uzelf iets beter te oriënteren, iets gelukkiger te leven, iets bewuster te werken ook met de krachten en mogelijkheden die in u schuilen.

Filosofische esoterie

Diep in mij ligt een werkelijkheid. Die werkelijkheid benaderen, betekent voor mij mijzelf kennen. Maar hoe meer ik mijzelf leer kennen hoe minder ik nog filosofisch zal zijn. Want juist waar de werkelijkheid steeds meer kenbaar wordt, heeft men geen behoefte meer aan een opbouw van denkbeelden; daar zijn het de feiten die spreken. Daar is het de onveranderlijke en eeuwige werkelijkheid die in en door ons voortdurend tot uiting komt.

Filosofische esoterie is de voorbereiding. Het is het je klaarmaken om een grens te overschrijden, de grens van de werkelijkheid. De esoterie is daarom belangrijker dan de werkelijkheid. Want alle wijzen van denken en redeneren kunnen niet opheffen dat u uzelf belemmert te zijn wat u bent. Laat ons daarom stellen: Aan alle krachten die er zijn, wil ik deel hebben.

Alle licht dat bestaat wil ik in mij mee dragen.

Alle kracht, die rond mij aanwezig is, wil ik in mij erkennen en uiten voor zover het mij mogelijk is. Want ik ben deel van het A1 en het A1 zal zich manifesteren in zijn werkelijkheid en zijn harmonie door mij. Daarin vind ik de kracht, de werkelijkheid en de zin van mijn bestaan.

Wie zo durft denken, ook al is dat meer geloof en filosofie dan werkelijkheid op dit ogenblik voor de meesten van u, zal ontdekken dat de kracht in uw wezen steeds sterker wordt, dat het licht rond u steeds kenbaarder wordt en dat uw vermogen om naar buiten toe voort te brengen, steeds toeneemt terwijl uw behoefte om uzelf als persoonlijkheid te manifesteren in feite afneemt. Dit is de weg naar de werkelijke harmonie. Leer jezelf kennen door zelf deel te zijn van een geheel zodat je niet meer jezelf tegen het geheel behoeft af te zetten.

Vrienden, deze cursus is afgelopen. Nu staan we voor dat droeve ogenblik van afscheid. Old lang syne is in deze tijd niet zo gebruikelijk, maar het zou er eigenlijk bij horen.

Wij hebben elkaar een aantal malen ontmoet. Wij hebben elkaar gesproken. Wij hebben misschien van elkaar wat geleerd. Wij ook van u, al is het maar dat we geleerd hebben welke fouten u maakt die wij moeten vermijden. Dat betekent wel dat wij moeten zeggen: Wij van onze kant zijn allen dankbaar die het mogelijk hebben gemaakt dat we dit hebben gedaan. Wij weten dat het niet voor u allen even ideaal is geweest, vergeef het ons maar. Wij hebben ons best gedaan. Datgene wat wij misschien samen toch hebben bereikt, zal een eeuwigheidswaarde bezitten en niet worden beperkt door de korte tijd die we met elkaar hebben gesproken.

Moge het u in dit opzicht vooral steeds beter gaan.

Geluk

Wat is geluk anders dan de vreugde dat je bestaat. Geluk, gebonden aan de dingen misschien, maar in wezen toch de aanvaarding van jezelf en van je leven.

Waar geluk is de harmonie met alle dingen die je voor een ogenblik zo intens doormaakt dat je niet anders meer kunt dan lachend en vol blijheid de wereld rond je beschouwen. In deze zin is geluk ons aller bestemming, ons aller doel.

Wij leven niet om te lijden. Wij leven om gelukkig te zijn. Maar dan niet gelukkig door verwerving maar door bestaansaanvaarding.

Wij leven om vrij te zijn, niet van alle banden, maar vrij van al wat onze innerlijke waarde zou kunnen beroeren en verstoren. Ons geluk is onze innerlijke ervaring van eenheid. Soms gericht op een kleinigheid, maar altijd bedoeld voor het al‑zijnde.

Wanneer wij het al‑zijnde kunnen aanvaarden en beleven als een deel van onszelf, dan kunnen. wij onszelf waarlijk gelukkig prijzen.

image_pdf