Huwelijk en echtscheiding

image_pdf

1 februari 1980

Huwelijk en echtscheiding

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, denk dus zelf na over al wat besproken zal worden. Ons onderwerp heeft als titel: Huwelijk en echtscheiding.

Voor wij kunnen spreken over een scheiding, moeten wij eerst weten, wat een huwelijk in feite is. Nu is het huwelijk oorspronkelijk een soort verzorgingsovereenkomst geweest. Mogelijk klinkt u dit vreemd, maar het was reeds in zeer oude tijden zo dat de man die een vrouw meenam – of hij haar daartoe bij de haren meesleepte zoals in de cartoons lijkt mij overigens vraagwaardig – nam daarmee tevens de verplichting op zich, verder voor haar te zorgen door te jagen, terwijl zij op haar beurt voor hem in ruil ook bepaalde taken verrichtte, zoals het uitslachten van zijn buit, het bereiden van de huiden, het vergaren van groen e.d. Kortom, zij deed “zijn huishouden”.

Het is wel zeker dat het huwelijk in die dagen veel minder had te maken met gevoelsbindingen dan men nu vaak noodzakelijk acht en dat de samenleving tussen man en vrouw ook veel minder geromantiseerd was dan men nu bijna onvermijdelijk schijnt te achten. De vrouw koos de man niet als “held” maar als kundig verzorger.

Na enige tijd begint de mens dit huwelijk en het ontstaan van nageslacht pas te beseffen als een onontkoombaar geheel. Men heeft rang, bezittingen. Wanneer de man huwt betekent dit voortaan, dat de vrouw  daarbij ook de plicht heeft hem lichamelijk trouw te zijn en op zijn tochten zo nodig te volgen. Op haar beurt ontleent zij aan haar nieuwe – en ook voor de man zeer belangrijke status – allerhande rechten. Binnen het huishouden is zij dan ook gemeenlijk een soort koningin. In huiselijk verband zegt zij dan ook haar man, wat te doen. Naar buiten toe is zij echter een soort slavin van de man, die haar contacten met de buitenwereld als het ware naar willekeur reguleert.

Deze situatie duurt, tot bezit voor de mens steeds belangrijker wordt en vooral ook vast bezit, zoals grond steeds meer een rol gaat spelen. Nu heeft het huwelijk in de eerste plaats te maken met het bezit en men huwt ook nog vele eeuwen later vaak vooral om bepaalde bezittingen, bij voorkeur stukken grond, tezamen te voegen. Het huwelijk is nog steeds geen doel op zich, geen liefdesbinding in de eerste plaats, maar een middel om bepaalde belangen onverbrekelijk samen te voegen. Zelfs vorsten bezegelen vaak een verdrag, door een van hun dochters als echtgenote te zenden naar hun partner, wat duidelijk maakt, waarom bepaalde vorsten er zulke omvangrijke harems op na hielden. Het utiliteitshuwelijk speelt vooral bij degenen die veel bezit hadden nog de belangrijkste rol tot rond 1900 na Chr. Eerst daarna verandert de positie van de vrouw in het huwelijk enigszins.

Overigens dient u wel te beseffen dat seks bij dergelijke huwelijken wel als voortplantingsnoodzaak een rol speelt, maar daarnaast beide partners emotioneel zeer grote vrijheden bezitten. In de tijd van de ridders mag dan wel de kuisheidsgordel lange tijd mode zijn geweest. En wanneer pa op kruistocht ging, zat ma op slot, maar zelfs in die dagen was het gebruikelijk, dat een vrouw meerdere vereerders om zich heen verzamelde, haar eigen troubadour er op nahield. Dezen mochten zich gemeenlijk heel wat vrijheden veroorloven, ook al gingen die dan niet altijd zo ver dat voortplanting mogelijk werd. Maar met deze ene uitzondering was er gemeenlijk op sensueel gebied niet veel verboden.

Ondertussen zijn wij echter aangeland bij de tijden, waarin het huwelijk steeds minder wordt beschouwd als een maatschappelijke eenheid die kapitaal of werkkracht verenigt. Terwijl gevoelens in de relatie man-vrouw een steeds grotere rol ook openlijk gaan spelen, beschouwt men steeds meer het gezin als de werkelijke basis van elke gemeenschapsstructuur.

In de eerste periode is het gezin in feite een toevals-product geweest, later is vooral de nakomelingschap van belang, waarbij soms zelfs het minimumaantal levende kinderen bij contract en bij een niet bereiken van dit aantal zonder meer als ontbonden beschouwd kan worden. Deze overeenkomsten worden door de ouderen vastgesteld en brengen vaak partners bijeen, die niet bepaald veel voor elkaar voelen.

Nu echter begint dit te veranderen. Ongetwijfeld speelt de kerk hier mede een rol bij. Vanaf de reformatie zien wij dat zij op het sluiten van een huwelijk steeds meer de nadruk leggen, ook wanneer geen mundane belangen hiermee gediend worden. Wanneer er kinderen komen, dient er eenvoudig getrouwd te worden, ook al zal in vele gevallen de partner niet de veroorzaker van het eerste kind zijn en dient hij soms alleen als een soort sociale dekmantel voor seksuele praktijken, die de kerk zonder dit zou moeten afkeuren, vooral hogere standen.

Overigens gaat de kerk, vooral in deze periode, wel uit van het standpunt dat het beter is, niet te huwen, maar dat huwen verkieselijker is dan branden – de straf die volgens haar staat op vrije seksualiteit. En alles, wat als verhouding niet door de kerk en haar gebruiken gewettigd is, wordt door haar meer en meer beschouwd als de daarvoor benodigde brandstof.

Eerst in uw dagen verandert daaraan uiterlijk langzaam het een en ander. Toch heeft de vrouw ook in het verleden meer macht gehad dan u zich kunt voorstellen. De matrones, de huisvrouwen van Rome, Griekenland en zelfs Egypte hadden wel degelijk heel wat macht en beschikten vaak over zeer grote invloeden en macht in het maatschappelijk gebeuren. Het is dwaas te beweren dat de vrouwen in het verleden alleen maar arme doetjes waren zonder enige betekenis. Zij hebben vaak het lot van gehele rijken bepaald. Denk maar eens aan de invloed, die courtisanes hadden op bv. de besluiten en gedragingen van de koningen van Frankrijk. Het is wel zeker dat de vrouw al snel heeft geleerd bepaalde wapens te gebruiken om daarmee de man feitelijk aan zich onderdanig te maken en daarin steeds weer bijzonder goed wist te slagen.

Rond 1900 zien wij echter een gehele reeks achtereenvolgende omwentelingen zich afspelen. De eerste is wel de industriële revolutie, waarbij ook de vrouw in steeds grotere mate de mogelijkheid vindt en de noodzaak om buiten eigen gezin te werken. U kunt zich hu niet voorstellen, hoe belangrijk dit was voor de onafhankelijkheid van de vrouw. Want kunnen werken buiten het gezin betekende voor haar ook de mogelijkheid, buiten een huwelijk om haar brood te verdienen en gaf haar de kans, zelf de plaats te kiezen waar zij wilde leven.

Op zich betekende dit misschien nog niet zo heel veel, daar de gemeenschap en dus ook de doorsnee vrouw nog steeds het huwelijk beschouwde als een voorwaarde voor respectabiliteit. Maar dan komt de eerste wereldoorlog. Zeer veel vrouwen komen hierdoor in redelijk goed betaald werk en soms zelfs in geheel zelfstandige sociale posities terecht. Vooral onder de lagere standen komen heel wat vrouwen te werken in munitiefabrieken en verwerven zo een financiële en ook maatschappe1ijk grotendeels aanvaarde zelfstandigheid.

Deze ontwikkeling brengt de eerste bestrevingen naar vrouwenemancipatie met zich, waarbij de vrouw de wens kenbaar maakt ook direct en niet alleen van achter de schermen invloed uit te oefenen. Het vrouwenkiesrecht wordt het symbool van dit streven, dat echter wel degelijk heel wat meer maatschappelijke ontwikkelingen en punten omvat. Zelfs heel wat mannen beginnen te begrijpen dat dit doordringen van de vrouw op gebieden, die de man tot die dagen als eigen monopolie beschouwde, zo gek nog niet is.

Maar het huwelijk is en ook in deze periode nog voornamelijk een sociaal contract, zij het dat de eigen gevoelens en wensen van de partners in toenemende mate bij het tot stand komen daarvan een rol zijn gaan spelen. Nu echter beseffen steeds meer mensen, dat een dergelijk contract nooit gebaseerd kan zijn op het in feite ontrechten van de deelnemers aan dit contract. Noch de een, noch de ander dient hierdoor het geheel van zijn eigen persoonlijkheid en bestrevingen geheel te moeten opgeven.

In de dertiger jaren zien wij dan ook steeds meer vrouwen, die een zelfstandige sociale positie bekleden en zelf de kost verdienen ook al zal de gemeenschap, ook nu nog stellen dat de man de kostwinner per excellence is en daarom bij het verkrijgen van werk voorop dient te staan. Zijn rol is immers altijd steeds die van kostwinner geweest, terwijl de vrouw nog steeds wordt gezien als het wezen dat in de allereerste plaats kinderen dient voort te brengen en daarom niet in staat kan worden geacht bij voortduring geheel voor zichzelf te zorgen, zodat zij veel beter af is wanneer zij een man heeft. En vrouwen, die dit niet wensen of kunnen bereiken, genoegen dienen te nemen met hetgeen er aan werk en inkomen resteert.

De juistheid van die laatste denkwijze kan men op grond van de nieuwe ontwikkelingen betwijfelen, maar zo dacht men eenvoudigweg. En bovendien was men er zodanig van overtuigd dat de vrouw die huwde daarmee alle belang aan betaald werk verloor, dat men in vele gevallen ook zeer goede werksters ontsloeg bij hun huwelijk, om zo de weg vrij te maken voor mannen die immers een gezin dienden te stichten en dit moesten kunnen onderhouden.

Na de tweede wereldoorlog echter lijkt de gehele maatschappelijke opzet losgeslagen te zijn. Ongetwijfeld is de aanvaarding van de revolutie in vrouwenrecht mede te danken aan een verstoring in het evenwicht tussen de seksen. Er is bv. in Duitsland kort na de oorlog een periode, waarin op 1 man vijf vrouwen vallen. In landen als Engeland ligt de verhouding tussen huwbare mannen en vrouwen 1 op 4. Wat bovendien betekent dat de man niet behoeft te trouwen om met een vrouw te kunnen leven, daar de vrouwen toch wel vallen. Het betekent ook dat vrouwen nu meer dan ooit de mogelijkheid tot een zelfstandig werken en de kost verdienen van node hebben en dat er in de maatschappij ook meer plaats is voor hen. De man voelt natuurlijk veel voor een dergelijke situatie, waarbij men feite om zijn gunsten schijnt te dingen. Maar de gemeenschap denkt althans in theorie nog steeds monogaam en op de duur zal dus elke man die een gezin wenst ook nu nog tot een huwelijk besluiten en een uiteindelijke keuze uit de geboden mogelijkheden doen.

De vrouw begrijpt dit wel. Maar daar er onder de vrouwen nog steeds velen zijn die binnen het gezin geen eigen positie kunnen opbouwen, terwijl bovendien de taak van de vrouw in het gezin steeds minder een uitdaging wordt door de hulpmiddelen en zekerheden waarover ook de vrouw binnen de gemeenschap kan beschikken, ziet zij de taak als echtgenote in steeds mindere mate als een werkelijke levensvervulling. Men moet deze ontwikkeling niet over het hoofd zien, daar zij tevens de verklaring vormt voor het feit, dat steeds minder vrouwen er voor schijnen te voelen zich binnen het gezin een positie op te bouwen en naar buiten toe alle rechten en alle gezag nog aan de man te laten.

Bovendien blijkt steeds duidelijker, dat vrouwen wel degelijk in staat zijn ook binnen het bedrijfsleven  zich op de hoogste posten te handhaven. Eerst in de USA, dan ook elders, zien wij steeds meer vrouwen tot werkgever worden en zakenrijken beheersen. Steeds meer komt het voor, dat weduwen de feitelijke erfgenamen worden van de bedrijven van hun echtgenoten en besluiten dezen geheel of ten dele zelf te leiden. De vrouwenwereld, maar ook de mannen, komen steeds meer tot de ontdekking dat de vrouw heel wat kan. Wat op zich niet zo vreemd is. Want wanneer je, zoals in deze dagen gebruikelijk, de vrouw een opleiding geeft die gelijkwaardig is aan die van de man, zal ook haar vermogen tot prestatie vergelijkbaar zijn met dat van de man en ook haar mentaal prestatievermogen, al is het op sommige punten iets trager en op andere punten weer iets sneller dan dat van de man, blijkt gemiddeld gelijkwaardig.

In zeer vele landen is de opvoeding na de tweede wereldoorlog gebaseerd op de absolute gelijkwaardigheid van man en vrouw. Ook in de maatschappij erkent men steeds meer de gelijkwaardigheid van de vrouw, zij het als principe. Want in de beloning voor prestatie wordt de vrouw op economische gronden nog vaak achtergesteld en hier speelt dan bovendien de gedachte dat een werkende vrouw niet, een werkende man wel een gezin moet kunnen onderhouden zeker mede een rol.

Indien wij de situatie bezien, dan blijkt dat een vrouw voor gelijkwaardig werk nog vaak een lagere beloning krijgt, maar dat de vrouw en de zelfstandig levende vrouw maatschappelijk aanvaard worden zodat de vrouw zonder meer moeite dan een man werk zal kunnen vinden en over alle middelen begint te beschikken om voor zichzelf te zorgen. Dit alles is de basis van en ook ontwikkelingsmogelijkheid voor het feminisme, dat echter soms tot een overdreven inschatting van de waarde en betekenis van de vrouw binnen de maatschappij dreigt verworden.

Hoe staat het dan in deze tijd met het huwelijk? Laat ons beginnen met te stellen dat het huwelijk in    deze dagen voor man en vrouw geen dwingende noodzaak meer is, een toestand die als het ware door de gemeenschap zonder meer wordt afgedwongen. Het is ook geen verplichting meer tegenover elkander. Het is in deze tijd voor een man en vrouw mogelijk samen te leven, zonder dat een stempel van rijkswege en eventueel een kerkelijke wijwaterkwast dit voor de gemeenschap aanvaardbaar heeft gemaakt. Kortom, seks is niet meer op de bon en seksualiteit wordt meer en meer een kwestie van vrije beslissing tussen de partners. Het huwelijk is in feite nu alleen nog belangrijk, wanneer er nageslacht komt.

Daarmee keren wij weer in feite terug naar de oudheid, waarin eens   het nageslacht de enige reden en binding van het huwelijk vormde. Je kunt dit dan als volgt samenvatten: het samenleven van mensen, ook wanneer dit de meest volledige contacten tussen hen inhoudt, is op zich geen dwingende reden meer tot een huwelijk. Het huwelijk en de samenleving zijn ook langzaam maar zeker ontdaan van de mythos van eens, waar seksueel contact werd omschreven als het hoogste offer van de vrouw en gehuwde dames met medelevende en geïnteresseerde blikken naar de meisjes keken terwijl zij onderling uitmaakten wie van hen het beste met een bepaalde jongen zou kunnen paren.

Daardoor kun je nu stellen, dat een huwelijk eerst belangrijk wordt wanneer er kinderen zijn of komen – en dan heus niet vanwege de kinderbijslag, die ook zonder deze officiële zegen gegeven wordt. Maar een kind heeft nu eenmaal de geborgenheid van een eigen milieu nodig, een vaste bescherming en toevlucht voor de nog te grote wereld. Zolang er kinderen zijn, zal de vrouw ook meer tijd aan hen dienen te besteden. Dit betekent niet dat die vrouw dan niet buitenshuis mag werken of niets anders mag doen dan op de kinderen letten, maar het betekent wel dat in de periode dat de kinderen nog jong zijn, de moeder regelmatig voor die kinderen beschikbaar moet zijn, dat er in huis harmonie te vinden moet zijn en dat er bovendien zo mogelijk een vaderlijk gezag en de vaderlijke bescherming moet zijn als tegenpool.

Dan pas kan het kind zich in het spel van twee personen werkelijk en geheel gaan oriënteren op alles, wat buiten maatschappelijk bestaat en mogelijk is. De vader en de moeder worden dan voor het kind ook een soort beeld, iets waarmee je ook in de wereld buiten het gezin werkt en waarop je je steeds ook weer kunt beroepen. Let maar eens op: het ene kind spreekt voortdurend over vader en moeder en schept in feite over hen op, terwijl andere kinderen juist zwijgen over hun huiselijke omstandigheden en zich niet op het ouderlijk gezag beroepen, waarschijnlijk omdat zij terecht of ten onrechte het gevoel hebben dat hun ouders het niet zo goed doen.

Dit houdt voor mij in dat het huwelijk zeker gedurende de eerste jeugd van de kinderen – tot rond het tiende levensjaar – een verplichting is, die de voortbrengers hebben ten aanzien van het kind. Wanneer je in die periode over scheiding gaat spreken, moeten daarvoor wel werkelijk zeer dwingende redenen bestaan. Anders is het onzin. Zeker wanneer men dit uit zover persoonlijke overwegingen wil doen of de scheiding in feite het gevolg is van grilligheid bij een of beide partners, moet de redelijkheid hiervan ontkend worden. Gezien het bestaan van jong nageslacht is een dergelijke handeling dan voor mij niet aanvaardbaar.

Een andere zaak, die bij scheidingen nogal eens speelt, is de wijze waarop men elkander in het huwelijk en soms zelfs zonder dit, pleegt te benaderen. Er is nl. wederkerig nogal eens sprake van een overdreven bezitsdrang. Het gaat er dan schijnbaar niet zozeer om de liefde van de ander te ervaren dan wel om de mogelijkheid, eigen monopolie op die liefde met alle middelen te handhaven, Waartoe een dergelijke onjuiste instelling kan voeren, kunt u steeds weer in alle kranten lezen: gescheiden man schiet ex-vrouw neer, verloofde steekt partner neer omdat hij een ander koos. Enzovoorts.

Dit zijn natuurlijk uitwassen die niets neer met ware liefde hebben te maken en ik ben daarom ook van mening dat, zolang er kinderen zijn beneden de tien jaren, lichamelijke ontrouw van een van de partners ook niet als scheidingsgrond zou mogen worden gehanteerd – ook al is dit wettelijk lange tijd de eerste en voornaamste reden voor echtscheiding geweest. O, wanneer er jonge kinderen in het gezin zijn, moet de vrouw natuurlijk niet overal de lellebel uit gaan hangen, ook al is het begrijpelijk dat een vrouw ook in die periode best verliefd kan worden op een ander dan haar eigen man. Maar onder die omstandigheden kan     zij volgens mij dit best binnen de perken houden. Ook het feit dat een man binnen deze voor de kinderen belangrijke periode zijn oog eens op iemand anders laat vallen, lijkt mij normaal. Maar ook voor hem geldt dan, dat hij toch niet ten koste van alles zijn zin in deze richting geheel en volledig behoeft door te zetten.

In dergelijke op zich normale en begrijpelijke gevallen dient men in de eerste plaats te denken aan de gezamenlijke verplichting die men heeft ten aanzien van de kinderen en daarom zichzelf beheersen en beperken, terwijl men gelijktijdig de partner niet mag misgunnen dat deze zich tijdelijk en mogelijk slechts deels op een ander oriënteert. Dit is niet zo belangrijk, mits de aangegane verplichtingen binnen de gezinsgemeenschap maar volbracht worden. Het beste zou in een tijd als deze mogelijk zelfs een algehele seksuele vrijheid, ook binnen een huwelijk zijn. Wat heel wat mensen zal choqueren, die gaan dan natuurlijk meteen op hun achterste benen staan, terwijl een minderheid zich bij dergelijke uitspraken mogelijk gaarne zal neerleggen.

Overigens bedoel ik met deze uitspraak niet, dat het exces nu tot norm moet worden. Maar in deze dagen is het nageslacht voor erfenissen e.d. heus zo belangrijk niet meer. En als het kind later al zal erven, erft de staat zoveel mee, dat het in feite de moeite niet meer waard is alleen voor de nalatenschap een huwelijk in stand te houden. Wanneer ik goed ben ingelicht, bedraagt het aandeel van de staat in een nalatenschap van een miljoen feitelijk nu reeds tussen de 5 en de 6 ton.

De echtheid van een kind speelt volgens mij dus ook in steeds mindere mate een rol. De vraag die nu bovenal telt, is niet die van trouw zonder meer, maar de vraag, welke band er in het gezin bestaat. Beschouwt men de ontwikkelingen in dit opzicht, dan blijkt dat in deze tijd de rol van het huwelijk binnen de gemeenschap langzaamaan begint te veranderen. Er is niet meer in de eerste plaats sprake van een maatschappelijk economisch en maatschappelijk belangrijk geheel. Het is eerder een kwestie geworden van de emotionele geborgenheid, die een mens nodig heeft in een wereld, waarin zo ontzettend veel indrukken op je afstormen en waarin je steeds weer in beroering wordt gebracht door allerhande niet door jou te beheersen gebeurtenissen.

Erken je dit, dan moet je ook toegeven dat er heus wel binnen de samenleving het een en ander mag gebeuren dat niet meer strookt met de oude en zogenaamd ook nu nog gangbare normen, mits de wederkerige geborgenheid, de kameraadschap, het onderling begrip maar gehandhaafd kunnen worden. Het andere telt in feite niet meer. Opstand tegen dergelijke ontwikkelingen is gemeenlijk eerder een zaak van gekwetste trots dan van iets anders. Hetgeen in het huwelijk, nu waarlijk telt is alleen de zekerheid, die men daarin kan vinden.

Het sluiten van  een huwelijk is dan de bezegeling van een zekerheid die je in elkaar gevonden hebt, niet een contract dat je alvast afsluit in de hoop, dat je een hoofdprijs hebt gewonnen, waarop je dan voortaan het alleenrecht zult bezitten. Het proefhuwelijk is in dit geval een zeer aanvaardbare, ja, zelfs zeer nuttige instelling, ook al besef ik, dat er heel wat mensen tegen iets dergelijks zullen zijn om vele verschillende, maar vaak toch voornamelijk godsdienstige redenen.

De laatsten verzoek ik vooral niet te vergeten, dat in de tijd dat Maria Jezus baarde, het in Israël nog steeds gebruikelijk was, dat verloofden samenleefden tot er kennelijk sprake was van vruchtbaarheid. Eerst dan wordt het huwelijk officieel gesloten. Want het huwelijk had in die tijd vooral nageslacht ten doel en wanneer die niet bestond, dan moest je aan een vaste verplichting eenvoudig maar niet beginnen, zo meende men.

Zelfs de vroomste christenen hebben dus volgens mij niet veel recht wanneer zij over een proefhuwelijk horen spreken en meteen op hun achterste poten gaan staan. Voor een goed huwelijk dat standhoudt, is het volgens mij belangrijk dat de mensen elkander werkelijk goed leren kennen. Een kat in de zak kopen is niet zo erg, wanneer het gaat om een bijkomstigheid, een kleinigheid. Maar wanneer het over iets belangrijk gaat – en dat is het besluit voortaan gezamenlijk door het leven te gaan volgens mij toch wel – dan moet je ook de mogelijke gevaren en feilen kennen. Dan moet je niet dromen over je schone Helena, maar moet je kunnen zeggen: ik trouw een schat van een vrouw en dat zij een kunstgebit en een ochtendhumeur heeft, kan mij niet schelen.

Wanneer je weet wat je wenst en wat je kunt krijgen, is het ook eenvoudiger, je in te stellen op de toekomst. Wanneer je iemand wenst die voor je huis kan zorgen, je kinderen kan baren en altijd thuis er voor jou beschikbaar is wanneer je thuiskomt van je werk, moet je nu eenmaal geen type nemen dat steeds wil dansen en nooit wil koken of stofzuigen. Dan moet je ook het huwelijk in de eerste plaats benaderen alsof het een zakelijke overeenkomst zou zijn.

Is dit niet nodig, dan komt het contact op een heel ander niveau te liggen. Dan moeten beiden zich sterk aanpassen en moet men het eerst eens eens worden over taakverdeling en leefwijze. Juist dan is een proefhuwelijk wel zeer belangrijk. Want wanneer de partners weten wat zij aal elkaar hebben op elk terrein, wanneer zij elkaar niet alleen op een top van  schoonheid en wervende voorkomendheid hebben leren kennen, maar elkaar ook kennen zoals zij snurkende slapen of verdwaasd en humeurig uit de ochtendslaap schieten, weten wat de een wel voor de ander kan opbrengen en waar geen compromissen mogelijk zijn, weet men beter waar men aan toe is. Wanneer men elkanders fouten en eigenschappen heeft leren kennen, zal men immers bewuster uit kunnen maken, of het wel zin heeft, met elkander verder te gaan.

En dan pas – want er zijn middelen genoeg om dat te voorkomen – speelt  de vraag mee of men kinderen wil hebben. Kortom: willen wij ons beider bestaan continueren in een nieuwe persoonlijkheid en daarvoor de verantwoordelijkheid op ons nemen? Is het antwoord daarop ja – van beide zijden – dan is volgens mij een huwelijk onvermijdelijk en doet men er goed aan, dit zo snel mogelijk te sluiten. Dat ben je dan gewoon aan je nageslacht verplicht.

Maar ook dan is er nog een grote kans, dat het in dit samenleven misgaat. De vrouw gaat te veel in haar kind op en verwaarloost de man of de man wil zijn gezag handhaven en stelt eisen die niet meer aanvaardbaar worden geacht. Met als gevolg soms wel zeer felle conflicten. Ik heb gehoord dat u in uw land zelfs “blijf van m’n lijf” huizen heeft. Zoals er ook andere instellingen bestaan, die men eerder “kom aan m’n lijf” huizen zou kunnen noemen. Maar die leveren meer op.

In dit verband het volgende: een vrouw heeft haar rechten, ook binnen een huwelijk. Een daarvan is, dat zij zichzelf mag zijn. Dat wil ook zeggen dat zij ten aanzien van onderlinge contacten ook binnen de samenleving consequent moet zijn. Seks is dus, voor haar of de man, geen kwestie van: je bent ertoe verplicht, want wij zijn nu eenmaal getrouwd. Het betekent dat de vrouw ook het recht heeft de dingen op haar eigen wijze voor zich te regelen – dus zover het haar eigen aandeel in de samenleving betreft. Wanneer zij het huishouden als taak heeft en de man komt alleen thuis om des avonds zijn voeten op de bank leggen, tv te kijken en de verdere genoegens van een samenzijn te smaken, dan is het volgens mij de vrouw die alle recht heeft om – binnen het kader van de gezamenlijk beschikbare middelen – binnen het huis alle beslissingen te nemen. Zoals het dan ook haar eigen zaak is, het huis en alle werkzaamheden binnen dit huis zelf in te delen naar haar beste begrip en kunnen. En indien de man meer van haar gezelschap wenst en meer kameraadschap van haar eist dan door deze werkindeling enz. mogelijk schijnt, zal hij daartoe een deel van haar taken over moeten nemen.

Dit vind ik alleen maar normaal. En indien aan dergelijke, volgens mij normale relaties, op de een of andere wijze een einde komt, dan wel door het feit, dat een van de partners zich niet langer binnen de bestaande band en regels meent te kunnen houden, ontstaat het facet scheiding. Er zijn zeker situaties, waarin feitelijke en niet alleen gevoelsmatige argumenten voor een scheiding aan te voeren zijn. De man mishandelt regelmatig de vrouw, verwaarloost vrouw en kinderen geheel e.d. u kent die verhalen wel. Wanneer de kinderen het slachtoffer dreigen te worden van voortdurende ruzies of zelfs mishandeling binnen het gezin, is het ook voor de kinderen inderdaad toch beter dat er een scheiding komt. Maar wanneer de scheiding in feite op zuiver emotionele gronden wordt geëist en er zijn jongere kinderen, dan zou men volgens mij toch allereerst eens na moeten gaan, of er geen enkel compromis mogelijk is. O, de vrouw behoeft ook in dergelijke gevallen natuurlijk geen stap terug te doen en ditzelfde heeft geldigheid voor de man.

Maar daar een gezin nu eenmaal binnen de maatschappij een eigen unit vormt, die ook eigen wetten en regels kent, dient men die wetten en regels dan zodanig te stellen, dat tenminste de mogelijkheid blijft in redelijk samengaan de samenleving te continueren, tot ook het jongste kind tot en met de leeftijd van 10 jaren bereikt heeft. En zelfs op deze leeftijd zijn de kinderen nog betrekkelijk jong en zal het verwerken van een scheiding voor hen schade kunnen veroorzaken.

Huwelijken zowel als scheiding komen vaak te lichtvaardig tot stand. Veelal is de oorzaak, dat men opvattingen heeft, die uit het verleden stammen en daardoor zich beroept op “rechten” die in    deze tijd in feite niet meer erkend behoren te worden. Wanneer de man een vrouw verlaat, zo zegt een reeds oude wet, dan is hij verplicht, verder voor haar te zorgen. Maar dat een vrouw na een scheiding recht heeft op volledig levensonderhoud op kosten van de man en dan nog in de stijl waarin zij gewend was te leven, wordt in deze moderne tijd steeds vraagwaardiger.

In een maatschappij, waarin de vrouw in feite een schaarste artikel is, kan ik mij nog wel voorstellen dat de man met een dergelijke contractuele verplichting genoegen neemt en de kans eenvoudig waagt ook al beseft hij bij mislukken daarvoor zijn leven lang krom te moeten liggen. In de huidige verhoudingen echter heeft de vrouw gemeenlijk alle mogelijkheid, zelf haar kost te verdienen en zich een eigen weg door het leven te banen. Ik acht dan een toekenning van alimentaties niet juist meer. Wanneer de vrouw de mogelijkheid heeft – ook al zint haar dit mogelijk niet – door eigen arbeid in levensonderhoud te voorzien, is het niet redelijk meer om te scheiden onder het motto: “laat mijn ex-man nu verder maar lekker alles voor mij betalen”. Zijn er aan de vrouw toegewezen kinderen, die nog minderjarig zijn, onderricht ontvangen enz., zo is het duidelijk dat de kosten voor de kinderen door beiden gedeeld dienen te worden.

De vrouw zal in vele gevallen niet in staat zijn, die kosten voor de helft wezenlijk zelf op te brengen. Omgekeerd zal de man gemeenlijk niet in staat zijn, zijn deel in de zorg voor de kinderen op redelijke wijze op zich te nemen. In dergelijke gevallen dient de man voor de kinderen de werkelijke kosten van hun onderhoud geheel te betalen. De vrouw moet dan zelf maar zien, hoe zij verder kan leven. Met één uitzondering: Wanneer de kinderen zo jong zijn, dat zij het grootste deel van de dag of mogelijk nog de gehele dag de aandacht en zorgen van de moeder nodig hebben. In dit geval is volgens mij de man verplicht, ook voor het onderhoud van de vrouw op te komen. En dan niet op basis van zijn inkomen, maar op basis van de verrichtingen van de vrouw. Want het zijn ook de kinderen van de man. De vrouw treedt op als verzorgster voor deze kinderen en heeft dan volgens mij recht op het loon van een kinderverzorgster, waarbij mogelijk iets in mindering gebracht kan worden op grond van het feit dat ook zij zelf medeaansprakelijk is voor dit nageslacht. Dit loon zou haar middels instanties moeten worden uitgekeerd, ongeacht het al of niet tijdig ter beschikking stellen van de nodige gelden door de man, terwijl te allen tijde alle kosten bij niet tijdige betaling op de man verhaald kunnen worden, zoals ook bij normale belastingschuld het geval pleegt te zijn.

Let wel, in dergelijke gevallen dient de vrouw voor haar werk betaald te worden, maar zij heeft geen rechten op extra vergoedingen op grond van het feit, dat zij eens de man behoord heeft. Indien de kinderen aan de man worden toegewezen, zal hetzelfde uit de aard der zaak van toepassing zijn voor de man en zal de vrouw moeten betalen. Ik meen dat een dergelijke regeling zowel scheidingen als huwelijken tot een meer overlegd gebeuren zal maken. De vrouw zal dan minder snel redeneren: ik heb in de disco net een leuke vent ontmoet en mijn man maakt niet meer zoveel werk van mij, dus loop ik maar weg. En de andere kerels zullen zich ook wel driemaal bedenken, voor zij een vaste band vormen met een vrouw, die voortdurend financiële verplichtingen heeft ten aanzien van een vorig huwelijk. Ook de man zal, mede gezien het feit dat de schuld in kwestie niet aan de vrouw, maar in wezen aan de staat, is met alle gevolgen van dien – bij schulden geen uitreis mogelijkheden bv. beslag e.d. – zich nog wel eens bedenken, voor hij zonder werkelijk dringende redenen besluit, een huwelijk te beëindigen terwijl er nog jonge kinderen zijn.

Let wel: ik spreek mij niet voor of tegen huwelijken uit, ik ben niet voor of tegen scheidingen op zich, maar meen dat eenieder zich van alle consequenties bewust dient te zijn en in geval van huwelijk en scheiding deze ook ten volle dient te aanvaarden. Indien men een zekere vrijheid voor zich kiest, zal men bovendien van beide zijden eerder geneigd zijn, te zoeken naar een modus operandi waarbij het niet zonder meer noodzakelijk is, het gehele huwelijk overhoop te gooien.

In pogingen de vrouw zeker te stellen en bij scheidingen haar rechten te garanderen, werkt men in feite misstanden in de hand. Ik denk hierbij aan het zgn. geestelijke wreedheid als scheidingsgrond, die in sommige landen steeds meer opgang maakt. Bovendien blijkt dat dergelijke termen nogal eens eigenaardig worden uitgelegd. Een rechter erkende als geestelijke wreedheid en daardoor als geldige scheidingsgrond in Utah het feit dat de man snurkte en zo de vrouw het moeilijk maakte in te slapen, maar consequent weigerde in een andere kamer te slapen. De dame in kwestie kreeg de kinderen en zeer aanmerkelijke alimenten toegekend. De geestelijke wreedheid ligt hier volgens mij eerder bij de vrouw dan bij de man. Indien dit haar steeds wekte, had zij steeds weer haar echtgenoot kunnen wekken. Of zijn snurken op een band kunnen opnemen en steeds weer op volle geluidssterkte voor hem afdraaien. Een overeenkomst of oplossing zou dan volgens mij wel degelijk na niet al te lange tijd gevonden kunnen worden, ook zonder scheiding. Dat een vrouw en een rechter een dergelijke situatie als geestelijke wreedheid betittelen, is volgens mij ofwel een bewijs van grote domheid, dan wel een vorm van grove uitbuiting.

Ook het verdelen van bezittingen bij scheidingen werpt kennelijk nogal wat problemen op. Een filmster beklaagde zich dat zijn vrouw van het gemeenschappelijk bezit f 1.0000.000 opeiste. Nu had hij tijdens hun samenleven wel 5.000.000 verdiend. Hij vraagt verontwaardigd, hoe het mens erbij komt, hem een dergelijke eis te stellen en beseft niet dat 2,5 miljoen in feite een juister eis geweest zou zijn. Want zij heeft in de tijd van hun samenleven, alle grillen moeten verdragen, het hem mogelijk moeten maken, zijn werk te doen, ook wanneer dit eenzaamheid betekende en er bovendien heel vaak mede voor heeft moeten zorgen dat de juiste relaties tot stand kwamen, zodat de ster weer een vet contract kon afsluiten. Volgens mij heeft die vrouw dan ook inderdaad recht op de helft van hetgeen de man tijdens de samenleving heeft verdiend. Maar wanneer de man dan nog tien miljoen bezit, lijkt het mij niet redelijk dat zij daarvan dan ook nog de helft zou willen hebben.

Wat de vrouw meebrengt in een huwelijk is en blijft volgens mij haar persoonlijk eigendom, wat de man voordien bezit, is en blijft zijn bezit. In deze tijd is de unificatie van eigendommen niet meer dermate doorslaggevend, dat alleen daarom een huwelijk gesloten dient te worden. Dientengevolge zal men ook niet uit mogen gaan van een samenvoegen en samen als gemeenschappelijk bezit beschouwen van beider inbreng in de huwelijkssamenleving. Men zou zover moeten gaan dat dit in alle wetten en regels wordt vastgelegd, zodat geen huwelijksvoorwaarden noodzakelijk zijn in dit opzicht. Men zou uit kunnen gaan van hetgeen men fiscaal bezat op het ogenblik dat tot het huwelijk werd besloten en daarvoor bv. de datum van aantekenen als beslissend beschouwen. Wat men meebracht is dus datgene, waarop men bij scheiding zonder meer recht heeft. Alles, wat in de periode van samenzijn door een van beiden of beiden werd verdiend en eventueel wordt geïnvesteerd, wordt door beiden bij scheiding gelijkelijk gedeeld. Te gek? Neen hoor, volgens mij zijn algemene regels nodig zowel ten aanzien van de verhouding bij huwelijk als bij scheiding. Daarnaast zullen aanvullende regelingen natuurlijk onvermijdelijk zijn. De duur van het huwelijk is van geen belang. Wanneer je met een vrouw 25 jaren gehuwd bent geweest, zal haar aandeel in de gemeenschappelijke bezittingen groter kunnen zijn dan bij een dame, die al na 3 jaren het bijltje erbij neergooit, dus een bijzondere regeling voor het delen van de gezamenlijke besparingen en inkomsten is niet nodig.

Stel echter, dat de vrouw bij de scheiding een leeftijd bereikt heeft, waarop zij niet zonder meer in staat geacht kan worden, voor zichzelf de kost te verdienen – zeg 50 jaar oud is. Nu weet ik wel, dames, dat u ook op deze leeftijd vaak nog heel wel in staat bent, uw kost zelf te verdienen. Maar iemand, die lange tijd gehuwd is geweest en niet werkte, kan op die leeftijd niet meer geacht worden, even een nieuw beroep te leren. Ik zou daarom aanvullend voorstellen: indien het huwelijk langer dan 10 jaren heeft standgehouden en de vrouw de leeftijd van tot en met 50 jaren bereikt heeft, is de man tot de tijd dat de vrouw bv. AOW ontvangt, en dus over zelfstandige middelen van bestaan beschikt, aansprakelijk voor haar noodzakelijk levensonderhoud. Omgekeerd hetzelfde: indien een vrouw na een dergelijke huwelijksduur een man verlaat, die niet in staat is zijn eigen kost te verdienen en ook deze de leeftijd van tenminste 50 jaren bereikt heeft, is zij voor  zijn onderhoud eveneens en onder dezelfde voorwaarden aansprakelijk. Zeker, ik besef dat dit alles te praktisch en weinig fraai klinkt. Het is iets heel anders dan de fraaie frasen, die men in dergelijke gevallen pleegt aan te halen, zoals: “wat de Heer te saam gebonden heeft, zal de mens niet scheiden” en dergelijke dooddoeners.

De mens kan nu wel spreken over ethische of eeuwige normen, maar ik stel dat je, wanneer twee zielen werkelijk bij elkaar behoren, je deze met geen enkel middel werkelijk en blijvend uit elkaar kunt krijgen. Dergelijke mensen kun je zelfs verplichten om te scheiden en je zult ontdekken dat zij, zelfs indien de scheiding mogelijk wordt aanvaard, nog bij elkaar blijven en voor elkaar blijven opkomen. Wanneer er een werkelijk meer dan lichamelijke band tussen twee mensen bestaat, krijg je die niet kapot, ook niet door een verhoudinkje of financiële moeilijkheden. Die mensen blijven bij elkaar.

Werkelijk kosmische zaken kunnen nu eenmaal niet worden vastgelegd in een kerkelijke inzegening of in een burgerlijk contract. Over deze innerlijke banden en de daarbij spelende emoties kan men nu eetmaal niet maatschappelijk, redelijk of leerstellig spreken. Zij bestaan in de mensen zelf en zullen hun gedrag ten aanzien van elkaar geheel of tenminste voor een heel groot deel bepalen.

Een veel gehoord argument van de voorstanders van flinke alimenten luidt, dat je toch niet de beste jaren van een vrouw kunt nemen om haar daarna terzijde te werpen. Maar wie weet tegenwoordig nog wat de beste jaren van een vrouw zijn, wanneer uiterlijkheden minder belangrijk zijn dan eens en veel gemakkelijker kleine fouten in het uiterlijk kunnen worden gecorrigeerd? Men hoort wel beweren, dat een vrouw van 40 pas opnieuw en werkelijk begint te leven. Kortom, die zgn. beste jaren zijn in feite een illusie, tenzij men alleen uitgaat van lichamelijke schoonheid en zelfs dan is de term in deze tijd op zijn minst vraagwaardig, tenzij men reeds een zeer gezegende leeftijd heeft bereikt. Volgens mij is lichamelijke schoonheid in een huwelijk in feite maar een ondergeschikte factor, ook al kan zij de oorzaak zijn van het eerste contact. Wat daarna ontstaat en een huwelijk echt omvat echter heel wat meer dan waardering voor lichamelijke eigenschappen.

Een huwelijk bestaat voor mij, onverschillig of dit bevestigd werd of niet volgens de regels, in een samen iets bouwen. Dus niet alleen maar de bescherming en geborgenheid tegen de buitenwereld die men vaak hierin ambieert, maar wel degelijk ook een samenwerken, een wederkerige stimulans, waardoor de vrouw de man helpt, datgene te zijn en te bereiken, waartoe hij in staat is en omgekeerd ook de man de vrouw stimuleert om ook op haar gebied en met haar gaven datgene te zijn en te presteren waartoe zij aanleg bezit.

Een huwelijk is voor mij wel degelijk ook een wederkerigheid van prestatie ten aanzien van elkander. Het is een wederkerigheid van ervaren, een saamhorigheid die een sterkte betekent tegen de wereld buiten de gemeenschap. En wanneer een huwelijk zo bestaat, zal er daarin niet zo snel over scheidingen worden nagedacht, heus niet. En wanneer een huwelijk dit alles niet bevat, is de enige factor waarmee wij rekening hebben te houden het lot van de eventuele producten daarvan.

Daar nu eenmaal kinderen gemeenlijk minder dan volwassenen in staat zijn zichzelf lichamelijk en emotioneel te beschermen in de wereld, zijn de ouders volgens mij verplicht hen deze bescherming te bieden tot zij een leeftijd bereikt hebben waarop zij tenminste enigszins zichzelf kunnen redden en dus ook de problemen die voor hen voortkomen uit een scheiding van de ouders aan zullen kunnen.

Het is overigens een verplichting die men een mens moeilijk wettelijk op zal kunnen leggen, omdat de mogelijkheden en problemen van geval tot geval zullen verschillen. Maar men zou voortdurend en duidelijk eenieder moeten voorhouden, dat eenieder die nageslacht voortbrengt, daarmee een verplichting op zich heeft genomen en dat het niet bepaald een blijk is van volwassenheid en besef, wanneer men probeert, zich daaraan te onttrekken.

Nog een laatste punt voor u: Zielen ontmoeten elkaar heel vaak en soms in grote reeksen van incarnaties. Daarbij is het niet altijd zo, dat mannetje en vrouwtje ook steeds weer samen zullen komen in een hoog heilig huwelijk of een andere vorm van samenleven. Het is mogelijk dat men bij incarnatie van sekse wisselt. Het is mogelijk dat de relatie, die vandaag er een tussen vrienden is, morgen een relatie tussen maan en vrouw, morgen een relatie tussen ouder en kind zal zijn. Daarom is het niet redelijk een dergelijke steeds weerkerende relatie zich voor te stellen als reden en basis van een huwelijk. Wel zal men moeten erkennen dat de attractie die een dergelijke geestelijke verbondenheid met zich brengt, mede voor lichamelijke ontmoetingen aansprakelijk kan zijn. Vaak is de seksualiteit voor de mens dan in feite alleen het middel, waardoor hij probeert een saamhorigheid uit te drukken die hij heeft aangevoeld, zonder haar verder te kunnen omschrijven. Wanneer mensen op deze wijze elkaar in een huwelijk of welk ander contact dan ook ontmoeten, zullen zij zelf op grond van hetgeen zij zijn, de waarde daarvan beseffen en moeten bepalen. Ik meen dat je de maatschappij het recht moogt ontzeggen, op welke wijze dan ook, zij het wetgevend, voorschrijvend of waarde bepalend, op te treden in relaties, die zo tussen de mensen onderling ontstaan.

Als appendix: het is u bekend dat ook tussen mannen onderling of vrouwen onderling relaties kunnen groeien, die veel van een huwelijk weg hebben inclusief de lichamelijke contacten. Wij kunnen dergelijke relaties dan beschouwen als afwijkingen of als verwerpelijk, maar eigenlijk is dit dwaas. Ik meen dat ook hier, wanneer het gaat om een relatie die tussen volwassen mensen is ontstaan en waarbij niet alleen de uiterlijke seksuele attractie, maar ook andere factoren een rol spelen, de mens geen recht heeft zich daarin te moeien. Wanneer vrouwen de lesbische liefde kennen, zo kun je stellen dat dit volgens onze opvattingen niet aanvaardbaar is. Maar die opvattingen gelden dan voor onszelf. Wanneer de ander in die relatie iets kan vinden, wat voor haar de moeite waard is en daarin ook geestelijk bevrediging kan vinden, hebben wij het recht niet in te grijpen. Hetzelfde geldt natuurlijk wanneer een homoseksuele verhouding tussen mannen ontstaat. Wel dient men er zorg voor te dragen dat kinderen niet zonder meer met een voorkeur voor dergelijke verhoudingen worden gevormd door volwassenen in hun omgeving.

Zelfs indien er sprake is van een erkende innerlijke band tussen kind en oudere, heeft men het recht niet, het met de praxis te confronteren voor het in staat is de betekenis van een dergelijke gemeenschap in de maatschappij en voor eigen leven te overzien.

Maatregelen treffen, waardoor het opdringen van seksuele kontakten aan minderjarigen die de betekenis daarvan nog niet kunnen overzien, moeilijk onmogelijk wordt en het strafbaar stellen van elke benadering waardoor het kind voortijdig met seksualiteit wordt geconfronteerd is het enige waartoe de gemeenschap volgens mij gerechtigd kan zijn.

Respect voor de mens is de basis van alles, zowel van een gezonde samenleving als van een huwelijk of een intermenselijke relatie. Alleen wanneer wij onze benadering van de wereld op dit respect voor de mens baseren, kan een huwelijk zich fantastisch goed ontwikkelen, zullen scheidingen alleen nog daar tot stand komen, waar werkelijk flagrante tegenstellingen bestaan – oorzaken, waaraan men zich op geen andere wijze  meer kan onttrekken. De gemeenschap zal dan ook de menselijkheid krijgen eenieder in zijn eigen recht te laten. De scheiding zal dan uiteindelijk een soort noodmaatregel worden, waarbij mensen van elkander gaan die innerlijk en geestelijk nog niet rijp genoeg waren. Zoals het huwelijk dan nog alleen de officiële en mogelijk een bevestiging zal zijn van een wederkerige innerlijke erkenning, die ook in alle uiterlijke facetten tot uiting komt.

Dit was mijn inleiding. U hebt nu de tijd na te denken over al wat u daarop nog zeggen wilt. Indien u beweert dat hetgeen ik zei niet klopt met de Bijbel, zoals deze nu wordt uitgelegd, zo geef ik u groot gelijk. Wanneer u stelt dat hetgeen ik gezegd heb niet geheel strookt met de geldende normen en opvattingen hebt u waarschijnlijk al evenzeer gelijk. Maar vergeet dan niet dat die normen en opvattingen, zoals ook wel de interpretaties van de Bijbel, voortdurend wijzigen, zodat maar één ding door alle tijden in feite gelijk is gebleven: de menselijke waardigheid en de intermense1ijke relatie die verder gaan dan uiterlijkheden alleen.

U kunt mij eveneens verwijten dat ik bepaalde zgn. afwijkingen er met de haren bij heb gesleept. Maar ik meen nu eenmaal dat het bij het bespreken van een huwelijk niet alleen kan gaan over een hetero of biseksuele relatie die officieel namens B en W bevestigd is of door dominee of pastoor werd bezongen of bekwispeld. Ik meen dat wij sprekende over een huwelijk, in de eerste en voornaamste plaats spreken over mensen, die hun leven geheel samen delen. Daar dit ook in homo of biseksuele verhoudingen wel degelijk het geval kan zijn, heb ik ook deze groepen dus genoemd. Ik geloof nl. dat ook de homoseksueel, ook de lesbienne recht heeft op een erkenning van hun wijze van samenleving, zodra deze het karakter krijgt van een huwelijk, van een permanent samenzijn.

Indien u dit niet met mij eens zou zijn, laat u dat na de pauze maar horen. Maar ik zeg reeds nu dat u dan wel met zeer goede referenties zult moeten komen, om mij ook maar enigszins van een ongelijk te  kunnen overtuigen of tot een voorbehoud te kunnen verleiden. Ik dank u voor uw aandacht.

Vragen

Zo vrienden, Nu is voor u de tijd gekomen om spijkers met koppen te slaan. Ik wil voor alle duidelijkheid nog het volgende stellen: u zult begrijpen dat je in een inleiding zeer algemeen moet zijn. Je kunt dus specifieke zaken niet al te nauwkeurig gaan omschrijven. Indien u dit nu echter van mij verlangt, ben ik daartoe in beantwoording van uw opmerkingen wel degelijk bereid. Mag ik de eerste vraag van u?

O ja, probeer mij niet zo ver te krijgen dat ik voortdurend de kool en de geit spaar, want dan wordt de bok het slachtoffer en dat ligt niet in de bedoeling van het onderwerp.

  • Waarom vindt u de rol van de moeder zo belangrijk?

De rol van de moeder is zo belangrijk omdat in de periode van aanpassing aan de buitenwereld en de daarin geldende gebruiken en wetten het opgroeiende kind een toevlucht nodig heeft. Deze toevlucht is, mede op grond van de band ontstaan in de eerste weken van het leven, de moeder. Deze binding is nl. sterk emotioneel. Zoals ook de moeder zeer gemeenlijk een zeer sterke binding met het kind ervaart. Wanneer deze ontbreekt is er een moeilijkheid; het kind heeft niet meer de gebruikelijke instinct bepaalde toevlucht. De vader kan de moederrol voor een deel overnemen, maar niet in zijn geheel. Omgekeerd zal de moeder niet in staat zijn, naast haar eigen moederrol ook de gezagsrol – dit is gemeenlijk het voornaamste aspect van de vaderrol – geheel over te nemen.

Het resultaat is dus dat het kind in wezen beide ouders nodig heeft indien het tot een evenwichtig en gezond zich oriënteren op de samenleving – de maatschappij waarin het moet leven, wil komen. Dit is geen over- of onderschatting van de ouderrollen. Indien u mij niet gelooft, verwijs ik u naar experimenten met primaten. Deze dieren, die gemeenlijk een vorm van maatschappelijk leven kennen, tonen aan hoe sterk de moederrol van belang is. Ontbreekt de moeder bij een aapje, dan blijkt het grote gedragsmoeilijkheden te ontwikkelen en psychische afwijkingen te vertonen.

Indien echter het vaderaspect ontbreekt bij de verdere opvoeding – hier overgenomen door de oudere mannetjes – dan blijkt dat het aapje later geen kans ziet zich juist aan te passen binnen de rangorde van de stam. Het wordt een verschoppeling en zal mogelijk zelfs geheel worden verstoten. Indien dit al voor apen geldt, met hun nogal rigide en eenvoudige gemeenschapsvormen, kunt u zich voorstellen, welke gevolgen het ontbreken van ouderliefde en ouderlijk gezag kan hebben voor een mensenkind.

Zekerheden en een mate van gezag zijn noodzakelijk voor het kind in de eerste levensjaren. De mogelijkheid tot maatschappelijke invoeging in het geheel is hiervan afhankelijk. Zonder dit ontwikkelt het kind zich in de meeste gevallen tot een asociaal wezen, dat zichzelf en veelal ook anderen steeds weer ongelukkig maakt. Vandaar de voor mij gegeven nadruk op de rollen van beide ouders en mijn verdediging van het ten koste van zeer veel instandhouden van een normaal gezin gedurende de eerste 10 levensjaren van het kind.

  • Zou de wetgeving niet gewijzigd moeten worden om de bevoorrechte positie van gehuwden tegenover ongehuwden te wijzigen?

Een vraag waarop alleen de wetgever en de kiezers tezamen ooit een antwoord kunnen geven dat zin heeft. Vergeet niet dat de wetgeving gemeenlijk een weergave is van de heersende tendensen en bestaande machtsverhoudingen binnen een maatschappelijk geheel. Dit heeft dus in wezen weinig of niets te maken met ethische normen, ofschoon men voorgeeft dat dit wel het geval is. In wezen zal de wet altijd weer datgene zeggen, wat de machthebbers – i.c. de meerderheid van een volk – nuttig acht.

Zolang men het gezin beschouwt als de enige werkelijke bouwsteen van de maatschappij zal men dit gezin bevoorrechten, al is het maar omdat men dit ziet als de basis van de machtsstructuur, waardoor het geheel beheerst wordt en kindertal als een handhaving of zelfs uitbreiding van de mogelijkheid om macht uit te oefenen. Zuiver theoretisch ben ik echter geneigd het met u eens te zijn.

  • Wat vindt u van communale samenlevingsvormen, ook in verband met kinderen?

Waar deze samenlevingsvorm mogelijk is, heeft zij ten aanzien van het kind inderdaad mijn voorkeur: in de communale samenlevingen, ongeacht of de communiteit algeheel is dan wel eerder een aspect van samenwonen – zal het kind altijd de beschikking hebben over beschermers die het kent en waarop het gewend is een beroep te doen. Anderen dan de feitelijke ouders kunnen dus tijdelijk in de vader- of moederrol treden.

Als gevolg wordt de bewegingsvrijheid van de ouders groter, terwijl het gevoel van geborgenheid voor de kinderen gelijk blijft. Voor de ouders is dit een groot voordeel dat een ontspannen omgang met het kind zal bevorderen. Het kind leeft in een vertrouwde omgeving die door stemmingen in het normale gezin eerder en zonder directe mogelijkheid zijn toevlucht te zoeken bij anderen, eerder en vollediger verstoord kan worden.

Ik wil mijn voorkeur nog wel verder uitleggen. Ik meen dat bij een communale samenleving wel een bepaalde mentaliteit bij de deelnemers aan de gemeenschap voorop moet staan. Men zal wat minder geldingsdrang dan normaal is, moeten kennen, meer begrip voor anderen en verdraagzaamheid bezitten, terwijl men gelijktijdig toch sterk genoeg moet staan om niet het manusje van alles en de zondebok voor de anderen te worden. Lang niet alle mensen zijn dus gezien opvoeding, ervaring en karakter geschikt voor een dergelijke samenlevingsvorm. Indien zij echter wel mogelijk blijkt, biedt de groep, mits niet te groot, voor de doelnemers, zowel voor de kinderen die daarin opgroeien, grote voordelen. Ik denk aan groepen, die in hun geheel niet de 30 personen te boven gaan.

Bij grotere gemeenschappen zijn de onderlinge contacten minder goed en zijn splitsingen bijna niet te vermijden met alle gevolgen van dien. Bij grotere groepen blijkt steeds weer de regel in de plaats van het overleg te treden en vooral bovendien geweld in de plaats te komen van een vrijwillige samenwerking Waar kasten en standen ontstaan, zijn er binnen de commune spanningsvelden aanwezig, waarvan de kinderen het slachtoffer plegen te worden, terwijl zij tevens aanleiding worden tot een niet meer geheel bewust en vrijelijk leven in de communiteit door de leden ervan.

  • Acht u het belangrijk dat de mensen een gelijke levensbeschouwing hebben in dergelijke gevallen?

Gezien de wijze, waarop de mensen anderen, die niet dezelfde levensbeschouwing hebben, plegen aan te vallen, onder het mom hen te willen bekeren, acht ik dit inderdaad wenselijk. Indien de levensbeschouwingen te sterk uiteenlopen, zal men elkanders denkbeelden niet kunnen dulden, zodat spanningen ontstaan. De commune zal op de duur uiteenvallen. Voor volwassenen is onder deze spanningen nog wel enige geestelijke groei mogelijk, voor kinderen gemeenlijk niet, daar zij niet meer weten, waaraan zij zich moeten houden. De zo ontstane gespletenheden blijken dan later bij de vorming van het karakter wel degelijk mede een beslissende rol gespeeld te hebben.

  • Kunt u iets zeggen over de man-vrouw verhouding onder slaven, bv. in de Griekse wereld?

Zoals u zult begrijpen, was die vanuit uw standpunt nogal zonderling. In de Griekse en ook in de Romeinse wereld kwamen slaven voor, die zich tot een bevoorrechte positie hadden kunnen opwerken. Dezen huwden vaak en hadden dus een eigen vrouw. De anderen kenden geen vaste verbindingen, maar kenden natuurlijk wel voorkeuren, waaraan zij zoveel mogelijk tegemoetkwamen. Een samenleven van mannelijke en vrouwelijke slaven wordt soms toegestaan. Maar indien daaruit kinderen voort zouden kunnen komen die om welke reden dan ook de meester minder aanvaardbaar voorkwamen, werd dan wel een van de partners verkocht, dan wel een verder contact tussen beiden onmogelijk gemaakt. In de slavenkwartieren zien wij enerzijds een grote mate van promiscuïteit die zelfs in uw samenleving niet erg aanvaardbaar zou zijn, terwijl aan de andere kant ook zonder huwelijksbanden een trouw tussen partners voorkomt op een wijze, die u nu mogelijk zelfs overdreven voor zal komen. Dit alles was een gevolg van de omstandigheden waaronder men leefde.

Opgemerkt moet worden dat slaven het soms zover brachten, dat zij in feite vrije handelaren waren, die alleen horig waren aan hun meester en hem daarom ook een deel van hun verdiensten moesten afdragen. Dergelijke slaven” leefden geheel als de vrije burgers, met eigen gezin, woning, slaven en bedienden. Dat de meesters het voortbrengen van kinderen gemeenlijk aanmoedigden, zal u duidelijk zijn, daar het kind hun bezit werd. Leden van het gezin van de meester eisten ook vaak slaven en slavinnen op voor seksueel vermaak. De grootste vrijheid van voortbrenging bestond onder de veld- en de mijnslaven. Bij de huisslaven lag het iets anders. Hen werd vaak een partner door de meester toegewezen. Zij immers werden geselecteerd op eigenschappen en kundigheden, hun kinderen ontvingen vaak goed onderricht. Men had de gewoonte vooral de lievelingsslaven en slavinnen te paren in de hoop dat daaruit bijzonder goede slaafjes voort zouden komen.

  • Groeien kinderen in de huidige gezinsvorm niet te geïsoleerd op?

Wanneer ik naga dat rond 3000 jaren de meeste kinderen zijn opgegroeid in met de huidige gezinsvorm vergelijkbare vormen van samenleven, lijkt het mij er, gezien de gemiddelde resultaten, niet bepaald op.

Ik geloof zelfs dat de poging in de moderne tijd, de gezinsdominantie te doorbreken – iets wat wij vooral bij de opvoedkundigen nogal eens aantreffen – in feite niet heeft gevoerd tot een verdere volwassenheid bij de kinderen, maar wel tot een vergrootte brutaliteit, zonder werkelijk grotere zelfstandigheid. Daarnaast zien wij bij hen een te sterke overtuiging van eigen waardigheid en rechten ontstaan, waarbij zij geen begrip meer hebben voor de werkelijke verhoudingen binnen de samenleving. Ik meen dat de aanpassing aan de feiten van de maatschappij door de bank beter tot zijn recht is gekomen bij de opvoeding onder het gezag van het gezin dan bij pogingen om de invloed van het gezin op het kind te doorbreken of te verminderen.

De enige andere mogelijkheid blijkt men niet te willen aanvaarden: een kind opvoeden met de mogelijkheid leerstof tot zich te nemen, zonder dat enige verplichting daartoe bestaat, maar wel in een omgeving waarin andere kinderen de hoofdrol spelen en zelfs onderlinge strijd alleen dan onderbroken worden, wanneer ernstig letsel dreigt te ontstaan. Dus als het ware een school waarin men zowel leerplan en orde geheel door de kinderen zelf laat bepalen.

Men voelt niet veel voor dergelijke experimenten, omdat degenen die zo worden opgevoed, leren zelfstandig te denken en dus de onaangenaamste vragen zouden kunnen stellen. Maar maatschappelijke aanpassing wordt hierdoor bevorderd, omdat het kind  al snel leert, dat afwijken van de algemeen aanvaarde normen betekent dat je een stevig pak slaag krijgt en verder leert, het recht van de sterkste te aanvaarden zonder zich daaraan blijvend te onderwerpen.

  • U brak een lans voor de homoseksuelen doch waarschuwt er voor kinderen daarin te betrekken. Gebeurt zoiets dan in een dergelijk huwelijk en is dit dan te voorkomen?

Wanneer ik spreek over homoseksuelen, die het recht hebben op een samenleving, zoals die binnen het huwelijk van de heteroseksuelen pleegt te bestaan, gaat het mij om twee mensen van hetzelfde geslacht. Gaat het om verhoudingen waarbij een biseksueel betrokken is, dan gaat het gemeenlijk om twee mensen van hetzelfde en een mens van een ander geslacht.

Eigen nakomelingen zijn alleen binnen de laatste vorm denkbaar. Zolang het een gebonden verhouding tussen volwassenen betreft, zal ik nog geen overwegend bezwaar hebben tegen het opvoeden van een kind in deze samenleving. Het geldt echter wel op het ogenblik dat het kind gevaar loopt mede in de seksuele benadering van de groteren betrokken te worden.

Waar beide partners van één geslacht zijn, zal ofwel de vaderrol dan wel de moederrol dermate afwijkend worden beleefd van de norm, dat ook dit voor het kind minder aanvaardbare gevolgen kan hebben.

U wilt meer duidelijkheid? Er zijn nu eenmaal mensen die in hun driftleven een voorkeur hebben voor zeer jonge mensen. Op zich behoeft dit voor de kinderen niet zo schadelijk te zijn als men wel veronderstelt, maar gezien de reactie van de maatschappij wanneer dit kenbaar wordt, de reactie dan een grote schok en geestelijke schade voor het kind in kwestie is. Bovendien blijkt dat men bij dergelijke contacten lang niet altijd alleen maar uitgaat van de vrijwillige medewerking van het kind, maar deze ook vaak probeert af te dwingen. Het lijkt mij redelijk om alle denkbare maatregelen te nemen waarmee dit voorkomen kan worden.

Ofschoon ook in heterohuwelijken dit misbruiken van kinderen wel voorkomt, zal het gevaar hiervoor groter zijn in die verhoudingen waarin de banden losser zijn en men geneigd is, sneller van partner te wisselen.  Tot werkelijke huwelijken tussen homoseksuelen dus worden toegestaan, lijkt het mij raadzaam, in deze gezinnen geen kinderen op te nemen wanneer dit maar enigszins te vermijden is. Het gevaar dat de kinderen psychisch misvormd worden, is te groot, ook al betekent dit niet noodzakelijk dat zij de seksuele praktijken over zullen nemen die zij ervaren hebben. In de maatschappij en ten aanzien van de seksualiteit zullen zij zich veelal echter niet meer zo kunnen oriënteren dat de normale instinctdrang op een normale wijze kan worden uitgeleefd. Er blijven remmingen. Dit is mijn bezwaar, hierop stoelt mijn waarschuwing.

Ik heb dus niet gesteld dat bv. in een lesbisch gezin kinderen  altijd betrokken zullen worden bij de seksualiteit van de ouderen. Wel dat dit denkbaar is en verder dat de vader- moeder rollen daarin niet altijd op de meest juiste wijze kunnen worden vervuld.

  • Is het gezond voor dergelijke mensen, een kind te adopteren?

Het woord adoptie is tot nu toe niet gevallen. Ik meen – u moogt mij corrigeren indien het niet zo is – dat voor dergelijke gezinnen een adoptie niet eens wettelijk mogelijk is. De vraag is dus een hypothetische.

Voor een langdurig samenlevend homoseksueel gezin kan eventueel het adopteren van een kind inderdaad een goed ding zijn. Om de reeds gegeven redenen meen ik echter dat dit voor het kind gemeenlijk niet direct de beste mogelijkheid is, zolang de maatschappij in dit opzicht geen opzienbarende mentaliteitsverandering doormaakt. Zelfs dan zal de uitwerking op het kind doen denken aan een leven in een onvolledig gezin. Let wel: hetgeen ik zeg is geen evangelium en er zijn ongetwijfeld omstandigheden denkbaar, waarin ook een dergelijke adoptie voor het kind een verbetering zou kunnen betekenen. Maar algemeen gezien moet ik mij houden bij het reeds gegeven oordeel.

  • U zei dat door contacten de waarde van de partners niet ontwaard kan worden Maar denk aan sadomasochisme, de islamitische vrouwenonderdrukking enz.

Indien ik stel dat door een sociaal contract de waarde en waardigheid van de persoonlijkheid niet tenietgedaan kan worden, ontken ik daarmee nog niet dat er situaties denkbaar zijn op de wereld waarop in uw visie dan wel in concreto de waarde en waardigheid van een van de partners verminderd of belemmerd wordt, is of schijnt ten aanzien van de mogelijkheden van die persoonlijkheid. In het islamitisch huwelijk, zoals dit in orthodoxe kringen nog steeds bestaat bv. wordt de vrouw vaak, maar niet altijd in haar vaardigheden onderdrukt of beperkt. De vrouw krijgt niet de mogelijkheid, onbeperkt kennis op te doen en zo al haar kwaliteiten optimaal te ontwikkelen. Daartegenover echter staat dat er wel degelijk vele islamitische groepen en stammen zijn, waarbij de vrouw wel die mogelijkheid krijgt en bv. haar creativiteit volledig uit kan leven. Vaak zal zij zelfs haar gezag en erkenning in een gehele gemeenschap mede aan haar werk kunnen ontlenen. De gebruiken zijn dan in feite uiterlijkheden, gewoonten, niet een dwang en beperking.

Wist u dat de meest beroemde tapijten van de trekkende stammen het werk was van vrouwen. Wist u dat elders alle pottenbakkerij en vervaardiging van keramiek vrouwenwerk is en dat vrouwen om hun prestaties zeer geroemd en geëerd worden in die gemeenschappen? Mogelijk realiseert u zich niet dat vrouwen zo wel degelijk de mogelijkheid kunnen vinden tot geluk, het verwerven van waardering en het gebruiken van hun talenten.

Ik beschouw de wijze waarop de vrouw in de islam benaderd wordt zeker niet als altijd ten nadele van de vrouw en haar ontwikkeling. Het dragen van sluier en vorm verhullende gewaden buitenshuis is een door de religie bepaalde mode, die de draagsters gezien het temperament van de mannen in die streken vaak zelfs een noodzakelijke bescherming biedt en zelfs dat niet altijd.

Wanneer de leefwijze ook de vrouw de mogelijkheden biedt zich volledig te ontplooien en gelukkig te zijn, kan tegen dergelijke uiterlijkheden m.i. geen bezwaar worden gemaakt omdat men zelf anders leeft. Wel bezwaar heb ik tegen de weigering door sommige islamieten en hun leiders, de vrouw de mogelijkheid te bieden onderwijs te genieten. Hierdoor worden haar inderdaad ontplooiingsmogelijkheden onthouden.

Wat de praxis van veelwijverij betreft, zowel als de door u genoemde sadomasochistische praktijken; indien de betrokkenen daar zichzelf geheel vrijwillig in schikken of daaraan onderwerpen, gaat dit naar ik meen anderen niets aan.

Belangrijk is wel dat de beperkingen die haar worden opgelegd, dermate in de gemeenschap zijn geïntegreerd, dat zij deze door haar zelf niet als onrecht ervaren worden. Is dit het geval, dan zouden haar andere wegen open dienen te staan. M.i. vergissen activisten in uw omgeving zich wat deze dingen betreft nogal eens door gebrek aan kennis omtrent, de werkelijke maatschappelijke achtergronden van degenen die zij willen “bevrijden”. Om u een voorbeeld te geven: men stelt eenvoudig dat de verplichting weer de sluier en vorm verhullende kleding te dragen een onrecht is dat de vrouwen van Iran wordt aangedaan. Ik meen dat dit vanuit het standpunt van de meerderheid van de vrouwen daar pertinent onjuist is. Slechts enkelen uit de oude bovenlaag zullen dit gebod als een aantasting van hun persoonlijke vrijheid en mogelijkheden beschouwen. Wel zou men moeten spreken over een onrecht en een verkeerdelijk terugdraaien van een vrouwenemancipatie, wanneer de vrouw het recht ontnomen zou worden, te leren en te studeren indien zij dit wenst en daartoe capabel is. Ook wanneer men de vrouwen het recht ontneemt, op grond van eenmaal verworven bekwaamheden nuttig werkzaam te zijn, zou ik dit als een onrecht beschouwen. Maar dat is heel iets anders. De vrouw binnen het gezin heeft nu eenmaal niet in alle landen gelijke plaats en rechten. Ook maatschappelijk bezit de vrouw niet overal de status van gelijkwaardigheid met de man, die men kennelijk hier te lande zozeer begeert. Deze status heeft echter voor die vrouwen zeer weinig of niets te maken met geluk. Zij hanteren andere waarden dan u en zullen pas ontevreden worden wanneer zij zien dat andere vrouwen geheel andere mogelijkheden hebben, ofschoon zij, wanneer hen die vrijheid eenmaal gegeven zou worden, daarmee gemeenlijk niet al te veel zouden doen.

Trouwens, die vrouwen die zo luid schreeuwen dat een vrouw meer waard is dan een man en dat dit nu eindelijk eens erkend moet worden, blijken voor een groot deel gefrustreerde mensen te zijn die een minderwaardigheidsgevoel proberen te compenseren door zichzelf over te waarderen, ofschoon zij hun pretenties slechts zeer zelden maar enigszins waar kunnen maken.

  • Denkt u niet dat een vrouw als Indira Gandhi gekozen is, omdat de vrouw in haar land meer aanvaardbaar is geworden?

In haar land is de vrouw als gezagdraagster in feite reeds altijd aanvaardbaar geweest. De oudere vrouwen waren gemeenlijk de werkelijke bestuurders van gehele sippen. Rhanis (?) waren vaak degenen, die in feite heel hun staat regeerden en waren in de meeste gevallen ook achter de schermen degenen, die probeerden bv. de relaties met de Britten op een voor hen aanvaardbare wijze in stand te houden.

Uw opmerking maakt alweer duidelijk dat men hier maar een beperkt besef heeft van de werkelijke achtergronden in India. Indira Gandhi zet dus in feite een oude traditie voort, maar in overeenstemming met de oudere staatsstructuur nu ook voor buitenstaanders kenbaar.

Pas wanneer men zich realiseert dat de oudere vrouwen de werkelijke meesteressen waren en heersten over het gehele huis, wat alles omvatte, kunt u zich de werkelijke positie van de vrouw in dit land en wel sinds vele eeuwen, voorstellen. Zoals ook in het oude China dat naar men hier denkt de vrouw zo sterk misachtte, de wil van de tai tai, de oudste moeder in het huis, onaantastbaar was voor alle bedienden en zelfs voor haar echtgenoot, tenzij hij haar van misdaden beschuldigde. En wat Indira Gandhi betreft: indien haar volk in haar alleen maar een politica en nieuwlichteresse had gezien, zou haar verkiezing zeer onwaarschijnlijk zijn geweest. Dus nogmaals, je kunt de plaats van een vrouw in een samenleving niet alleen van uit een westers standpunt benaderen en indien je eerlijk wilt zijn, zal je haar plaats, mogelijkheden en betekenis alleen kunnen inschatten vanuit de cultuur, waarin zij leeft. Want wat zij is, zal je alleen kunnen beseffen indien je uitgaat van de leef, gevoels- en denkwereld, waarin zij leeft en rekening houdt met de gebruiken van de gemeenschap waarin de vrouw zich haar plaats verwerft.

  • Speelt de oedipale ontwikkelingsfase van het kind in onze samenleving een krachtige rol bij jaloezie en problemen op volwassen leeftijd?

Mogelijk is het. Men dient zich te realiseren dat, wanneer in de prenatale periode een band ontstaat tussen de in beslag nemende geest en de moeder, een lange tijd het gevoels- en gedachteleven van die moeder, plus een deel van haar belevingen door het foetus worden overgenomen. Het resultaat is dat het kind reeds mentaal gevormd ter wereld komt, ook al zal de geboorteschok deze en ook andere ervaringen naar het onderbewustzijn verdringen. Wanneer de moeder in deze fase zowel als later een sterke bezitsneiging ten aanzien van het kind toont, krijgt de relatie tussen moeder en kind vooral na het bereiken van de driejarige leeftijd seksuele neventonen, die tot ver in de puberteit kunnen doorwerken.

In de puberteit kan dit dan worden omgezet in een praktisch verlangen, waarbij alle andere mensen concurrenten worden, die je onrecht aandoen door de aandacht van de moeder en mogelijk meer op te eisen. Indien dit het geval is – meisjes kennen dergelijke gevoelens vaak ook ten aanzien van de vader – zo is dit op zich niet abnormaal. Krijgt het kind de mogelijkheid, de eigen persoonlijkheid verder te ontwikkelen, dan zal deze fase gemeenlijk snel voorbijgaan.

Wanneer de persoonlijkheid, hetzij door de ouders, de moeder of omstandigheden onder druk komt te staan, bestaat echter de kans dat een andere vrouw in feite als een moeder substituut wordt beleefd. Onbeheerste jaloezie kan hierdoor dan inderdaad sterk bevorderd worden, omdat alle ergernissen van de oedipale periode ook nu het gevoels- en denkleven sterk beïnvloeden en bij de geringste aanleiding alle vroegere frustraties worden afgereageerd op het huidige brandpunt van belangstelling. Gezien het veel voorkomen van dit verschijnsel, meen ik uw vraag bevestigend te mogen beantwoorden.

  • Jung noemde het huwelijk wel een archetype. Hoe ziet u dit? Onderkent u ook een archetype bij scheiding?

Volgens mij kun je het huwelijk zeker niet zonder meer als een archetype betittelen. Wel is het voorkomen van het huwelijk een normaal uitvloeisel van de menselijke samenleving en als zodanig een gevolg van in de mens verankerde oer-waarden. Ik wil echter niet daarover spreken als een archetype of iets dergelijks. Al is het maar omdat het huwelijk niet altijd en zonder meer een instinctief zoeken naar een band is en de twee-eenheid man en vrouw wel bepalend is voor het bestaan van het ras, maar vele afwijkende vormen en wederkerigheden kent. Dit betekent dat ik ook scheiding niet als zodanig kan aanspreken of beschouwen. Zowel huwelijk als scheiding zijn in feite een uitvloeisel van de maatschappelijke structuur. Alleen de paringsdrang op zich is een ingelegde waarde. Kortom, archetype is volgens mij geen juiste aanduiding voor cultuurverschijnselen, die niet in het wezen van de mens of de kosmische structuur zelf zijn ingebed.

  • Door het seks taboe zijn zeer veel mensen dermate beknot in hun lustvermogen ongeacht hun liberale opinie, dat zij in porno zoeken, wat zijzelf niet kunnen bereiken. Radicale vrouwengroepen stellen dat porno een ontwaarding van de vrouw is.

Porno kan alleen tot stand komen door de vrijwillige medewerking van degenen die eraan meewerken, de begeerte van degenen die het kopen en de winstbelustheid van degenen die het willen verkopen. Als zodanig is het een sociaal verschijnsel en heeft weinig met sekse of waardigheid te maken. Volgens mij is het een kunstmatige, uit handelsoverwegingen tot stand komende stimulans of uitlaat voor seksualiteit.

Daar de voorstellingen leden van beide seksen plegen te omvatten, kan ik het niet als een speciale ontwaarding van de vrouw beschouwen. Wel herleidt men daarin menselijke contactmogelijkheden tot de meest primitieve en soms onsmakelijke vorm. De vele toch wel zeer atletische prestaties die worden getoond zijn mede aanleiding dat vele zich liever bij de beschouwing dan de praxis houden. Wel brengt het de mens op niet altijd even gezonde denkbeelden. Beledigd kun je je daarom alleen voelen, wanner je jezelf daarin herkent.

Bent u er zelf niet bij betrokken, neem het dan een ander niet kwalijk wanneer die op deze wijze wil verdienen, maar koop het spul niet, wat taboes betreft. En zelfs wanneer je die wegneemt zijn er beperkingen, zowel aan de hand van uithoudingsvermogen als preferenties denkbaar. Algehele vrijheid en uitleving van alle lustgevoelens lijkt mij voor de doorsnee mens van heden niet haalbaar. Wat hopelijk voldoende is. Want het is dwaas geen aanstoot te nemen aan dingen, die ook beroepshalve in de werkelijkheid steeds weer worden gedaan en wel aanstoot te nemen aan het afbeelden daarvan. Wil men het belachelijke aan de kaak stellen, dan handelt men beter en doelmatiger dan met ernstige en felle prostesten.

Tot besluit: U hebt meer seksualiteit aan de orde gesteld dan scheiding of huwelijk. Voor wij het wisten, zaten wij meteen in de porno en de seksuele complexen. Begrijpelijk overigens, omdat het huwelijk in deze dagen te zeer als voornamelijk seksueel wordt beschouwd. Maar een huwelijk dat werkelijk standhoudt, is voornamelijk emotioneel en niet seksueel alleen. De seksualiteit wordt dan tot uiting van een verdergaande emotionaliteit die bovendien voert tot een sterk wederkerige erkenning van partners en hen zo helpt te beseffen, wat in hun relatie de feitelijke basis is van hun verhouding. Waar dit niet bereikt wordt, zal scheiding voorkomen.

De waarden van deze gemeenschap zijn langzaamaan steeds meer verdraaid. In feite is het geen seks, maar een relatie tussen mensen die alomvattend dient te worden. Alleen zo bereikt de mens werkelijke innerlijke vrede en alleen dan zullen de partners elkander aanvaarden zoals zij zijn en niet proberen te maken tot iets anders, dan zij wezenlijk zijn.

Seks is een spel, ook wanneer het ernstige gevolgen kan hebben. Menselijke verhoudingen dienen meer te omvatten dan dit alleen.

image_pdf