Inquisitie en heksenvervolging

image_pdf

25 april 1980

Inquisitie en heksenvervolging

U weet het, wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, dus dient u zelf na te denken. Ons onderwerp is: Inquisitie en heksenverbranding.

Kennelijk een opdracht van iemand die denkt dat het vandaag niet bepaald goed gaat en die nu wil zien, hoe erg het in het verleden is geweest.

De congregatie voor het geloof, waarvan die inquisitie deel uitmaakt  is oorspronkelijk opgezet voor het onderzoek van en de verdediging van de juiste kerkelijke leer. Zij ontstond rond 350 na Chr. en had als voornaamste taak te voorkomen dat er ketterijen en ketters opkwamen. Dit werd vooral rond de vroege middeleeuwen erg belangrijk.

Misschien denkt u dat het wel vreemd is, dat men zich over dergelijke zaken zoveel zorgen maakte. Maar de kerkelijke macht van Rome en daarmede ook haar wereldlijke macht was afhankelijk van een klakkeloze aanvaarding van het leergezag van de kerk.

Indien men de uitwassen even vergeet, kan er wel begrip zijn voor de noodzaak, een dergelijk instituut in leven te roepen. Ook deze dagen bestaat deze congregatie nog steeds en is nog steeds actief, zij het dat men niet meer zo optreedt als eens. Maar er is nog steeds een deel van de kerk, bekleed met het buitengewoon gezag en beschikkende over buitengewone middelen, die zich met geloofszaken bezighoudt.

Is een dergelijke opzet in zich aanvaardbaar, onaanvaardbaar wordt het wanneer men besluit dat het de taak van de congregatie is, de mensen met alle middelen, ook gewelddadige, te bekeren terwijl men overal waar eenmaal een christelijke gemeenschap is ontstaan alle afwijkende opvattingen dient te bestraffen. Het gemeenste van de zaak is wel dat de kerk haar handen kennelijk niet geheel zelf vuil wenst te maken. De congregatie neemt alleen verhoren, ook de zgn. pijnlijke, af. Maar wanneer er sprake is van een doodstraf, zo levert men de slachtoffers over aan de burgerautoriteiten, die dan de door de kerk gestelde straffen zonder meer uitvoeren.

Er zijn heel wat gebieden waar een andersdenkende geen zaken mag doen. Er zijn enkele gemeenschappen, waarin bv. een Jood om zijn leven te redden, het christelijke geloof dient te omhelzen. In enkele landen zoals in Spanje was het op de duur zo erg, dat de priesters redeneerden: jij was Jood, je hebt echter nog matzes in huis, dus is je christen-zijn alleen een schijnbekering. Om je ziel te redden zullen wij je martelen en nogmaals bekeren. Wat er mee eindigde dat de man uiteindelijk gemeenlijk tot de vuurdood werd veroordeeld, wat door de burgerautoriteiten dan tijdens een “auto da fé” werd voltrokken.

Ook mensen die een afwijkende mening omtrent delen van het christelijk geloof erop nahielden, konden een dergelijk lot verwachten. Erkende men direct schuld en toonde men zich boetvaardig, dan kwam men er wel met een boete af, die gemeenlijk zo groot was als alle aardse bezit dat men zijn eigendom kon noemen. Bekeerde men zich te laat, dan was er nog genade in de vorm van een eerst worgen door de garotte voor men verbrand werd en bleef men hardnekkig, dan verbrande men iemand levend en wel, soms op een zgn. traag vuur. Wat betekende dat dit vuur te klein was om in korte tijd rookverstikking of bewusteloosheid te veroorzaken.

Bij dit alles dient u zich echter wel te realiseren dat de bekering van Europa tot het christendom in feite voornamelijk een kwestie is geweest van geweld. Byzantijnse keizers eisten bekering van hun onderdanen en traden soms nogal hardhandig op, wanneer dit bevel althans uiterlijk niet gevolgd werd. Voor degenen die denken dat de mensen zich uit overtuiging tot Jesuke bekeerden, gelden de praktijken van Karel de Grote als mooi voorbeeld. Wanneer deze keizer een stam overwonnen had, konden de overlevenden kiezen tussen een kop er af en een dopen. De meesten van hen dachten gemeenlijk dat een beetje water altijd nog minder erg is dan een zwaard.

Op deze wijze en met deze middelen werd dus het christendom verbreid. Zelfs apostelen als Willibrord deinsden niet terug voor brandstichting en indien onvermijdelijk ook doodslag. Iemand die op deze wijze eenmaal tot christen is gebombardeerd zal zeker uiterlijk rekening blijven houden met de priesters en hun macht en dus zodra hun macht groot is geworden ook alle kerkelijke plichten volbrengen, maar in het geheim bleef men de oude goden trouw. Dat betekende dat er mensen waren, die de oude natuurgoden nog als de werkelijke kracht zagen, samenkwamen op geheime plaatsen om die goden te eren, de oude kennis van hun priesters en priesteressen in ere hielden en bij hun erediensten en riten als voorheen gebruik maakten van bepaalde psychedelica. De in het nauw gedreven vereerders van de oude goden kregen nu ook in steeds grotere mate kennis van bv. de kruidkunde van hun voorvaderen en leerden wanneer zij maar enige aanleg hadden ook andere priesterlijke praktijken van het oude geloof aan. Het gevolg was, dat zij inderdaad vaak in staat waren effecten te bereiken, die voor de christenen onbegrijpelijk waren en het gezag van deze heidenen onderstreepten. Deze macht naast die van de kerk begon langzaamaan een steeds groter gevaar te worden voor de onaantastbaarheid van de macht die de prelaten meenden te moeten bezitten en uitoefenen.

Het eerste optreden tegen dergelijke heksen zien wij in Italië en Griekenland. Van inquisitie in de meest felle vorm was nog geen sprake. Men wilde de mensen vooral bekeren. Vaak kreeg men als beloning een lagere wijding, later werden vooral de priesteressen na hun bekering in kloosters ondergebracht om boete te doen en gelijktijdig steeds onder het oog van de bevoegde autoriteiten te leven. Dat ook hier de oude kennis werd  bewaard en uitgeoefend was kennelijk niet zo erg.

Naar het noorden toe trad men echter harder op, vooral ook omdat hier afwijkende vormen van het christelijke geloof grotere aantallen gelovigen trokken. Denk als voorbeeld aan de Waldenzen. In Spanje waar de Moren enige tijd meester waren en grote invloed uitoefenden op het denken en geloven van vele mensen werd dit harde optreden rond 1200 eveneens noodzakelijk. Want het geloof was niet alleen maar de basis van het kerkelijke gezag, maar mede de basis van de staat.

Ik hoop, dat u hiermee rekening wilt houden. Want de heksenvervolging die iets later uitbreekt, was niet alleen maar een kwestie van bijgeloof. Het was wel degelijk een zaak van politiek belang ook. Zoals men trouwens ook meerdere stedelijke bewegingen, die zich beter hielden aan de leer van de kerk, zelf werden uitgeroeid, omdat hun niet erkennen van het kerkelijke beslissingsrecht een aantasting vormde van de heersende gezagsverhoudingen.

Hoe het heksengeloof tot de vervolging kon voeren? Het is moeilijk te zeggen, want ook binnen de kerk waren er in die dagen heel wat astrologen, alchemisten en zgn. wonderdoeners. Ook was er sprake van een sluipende vorm van christelijke alchemie en speelde duivelsverering tot in de kloosters zelfs vaak een rol. Toch werden dezen gemeenlijk alleen vervolgd, wanneer hun werken te openlijk kenbaar werd en viel buiten de wil en de stellingen van de kerk. Ik mag hierbij wel opmerken dat overal, waar een één-godendom ontstaat één of andere vorm van satanisme pleegt op te treden. Dit is zelfs in het jodendom meerdere malen het geval geweest.

Het is zonder meer duidelijk dat men uit politieke en machtsoverwegingen is overgegaan tot het ondervragen van degenen die van hekserij verdacht werden en daarbij de scherpe ondervragingniet uit de weg ging, wanneer men een bekentenis nodig had. Dit kwam niet alleen voor in Spanje, maar al eerder in delen van Frankrijk en Duitsland. Zelfs in uw land wist men er wel weg mee, al waren de Hollanders in verhouding tot de anderen in dit opzicht nuchterder en geloofde men minder snel aantijgingen in die richting.

Omdat heksen gezien werden als gevaarlijk voor de gehele samenleving ontstond in vele landen het gebruik dat men voor het aanbrengen van een heks een premie uitkeerde. Oorspronkelijk was dit een kwestie van enkele penningen, die de al snel bekeerde heks zelf moest opbrengen. Later echter ontstond het gebruik dat alle goederen van een veroordeelde heks vervielen aan het gezag, waarbij dus een klooster, aartsbisschop of vorst soms grotere bedragen kon incasseren. Een percentage echter kwam ten goede aan degene die de heks had aangebracht, terwijl een ander deel werd toegekend als beloning aan degenen die de heks hadden gemarteld en later eventueel terechtstelden. Hierbij wil ik opmerken dat de kerk officieel voor haar “ondervraging” en latere adviezen aan de rechter niets ontving. Ofschoon kerkelijke personen wel degelijk langs minder officiële wegen voordeel konden genieten van een veroordeling.

De heksen zijn dus vervolgd op vele verschillende wijzen en niet altijd waren de resultaten zo gruwelijk als tijdens de periode, die men nu de heksenvervolging pleegt te noemen. In het begin ging het er de kerk voornamelijk om het natuurgeloof uit te roeien. Men wilde in die tijd de kennis van de heksen en kruidkundigen wel overnemen, maar dan alleen binnen het kader van een kerkelijk verband. Zoals men bepaalde gebruiken en het aanroepen van krachten niet onmiddellijk geheel wilde ontkennen, maar delen daarvan opnam in de kerkelijke gebruiken, zodat bepaalde natuurgoden zelfs tot “heiligen” werden gemaakt. Zolang de betrokken priesters zelf niet te bijgelovig werden, was het mogelijk belangrijke delen van de oude kennis en gebruiken in de kerk te integreren en zo het aanzien van de kerk bij eenvoudige mensen te verhogen.

Toen de bijgelovige priesters de overhand kregen, ook onder de priesters, werd het anders. De verhoren kregen een vaste inhoud, terwijl men ook maatregelen nam om zich door o.m. bidden en vasten tegen de macht van de duivel te beschermen. Dit kreeg uiteindelijk vorm in een handboek dat de heksenhamer ofwel de Malleus Maleficarum werd genoemd. Hierin    komen vele vastgestelde punten voor die de reactie van de heks bepalen. Zelfs wat een heks beleeft wanneer het contract met de duivel wordt gesloten en hoe heksen naar de sabbat gaan, wat zij daar doen, staat daarin beschreven.

Dit was het handboek van degenen, die de ondervragingen leidden en het is begrijpelijk, dat zij, zoekende naar een bekentenis, tijdens de tortuur steeds weer een bevestiging van deze bekende gegevens eisten van hun slachtoffers. En daarmee komt de geloofwaardigheid van alle protocollen in het geding. Want het is wel duidelijk dat voor vele mensen onder tortuur een ogenblik komt, waarop zij liever alles zullen toegeven, zelfs indien hen dit uiteindelijk het leven zal kosten, dan verdere kwellingen te ondergaan. Er komt bijna altijd weer een ogenblik, waarop een mens het minder erg vindt te sterven dan verder gemarteld te worden. Het gevolg is een stortvloed van bekentenissen, die in feite niets met de werkelijkheid te maken hebben, maar alleen een fantastische aanvulling vormen van de verhalen, die in de heksenhamer reeds waren aangeduid als kentekenend voor het heks zijn.

Juist in deze tijd, toen bijna eenieder bekende, werd het opsporen van heksen gezien de daaraan verbonden premie een soort beroep. In de USA kende men in de tijd van het wilde westen de zgn. bountyhunters, mensen, die bandieten najaagden, omdat zij voor het afleveren daarvan dood of levend een premie konden incasseren. Hun methoden waren allesbehalve eerlijk of ridderlijk en wanneer men toevallig een onschuldige doodde, vond men het alleen erg, wanneer daarvoor geen premie kon worden geïnd.

De heksenjagers toonden een dergelijke mentaliteit. Zij hadden ook heel wat mogelijkheden, want wanneer iemand al een heks was, maar de heksenjager goed wilde betalen – een veelvoud van de te verwachten premie – zo gaf men hem de mogelijkheid, zijn onschuld op een pijnloze wijze zonder meer aan te tonen.

In Engeland waren sommige beruchte heksenjagers. Een van hen is dankzij dit beroep zelfs miljonair geworden en zijn kinderen zijn later in de adelstand verheven. En dat betekende nog wel iets, want een miljoen was in die dagen heel dat meer waard dan nu. Deze man beschikte, zoals meerderen onder zijn vakgenoten, over zgn. proefnaalden. Wanneer een heks gestoken wordt in een van de littekens die volgens het bijgeloof worden veroorzaakt door een kus van de duivel of het zuigen van de familiares” zal de wond niet bloeden, zo was het algemeen verbreidde geloof. De heksenjager prikte dus in alle dergelijke moedervlekken en wratten. Kwam er bloed tevoorschijn, dan was er niets aan de hand, men was geen heks. De heksenjagers beschikten nu over handvatten met een scherpe naald of een klein lemmet er aan die er normaal uitzagen. Door een enkele druk op een deel van het heft was het echter mogelijk het metalen deel in het heft terug te drukken. Een veer drukte het dan bij vermindering van druk weer naar buiten. Wanneer je dus iemand prikte met een dergelijke “proever” dan kon je eenvoudig het lemmet of de priem in het heft laten verzinken zonder dat de omstanders dit konden constateren. De persoon in kwestie bloedde dan niet en werd onder martelingen ondervraagd, waarna deze natuurlijk op de duur bekende, dat hij of zij inderdaad een heks was. Niet bepaald leuk dus. Mensen moesten sterven, alleen omdat zij anders waren of dachten dan de mensen rond hen of omdat iemand er gewin in zag.

Ook politiek speelde vaak een rol. Een bisschop in Württenberg bv. had erg weinig geld in kas en dure gewoonten. De man had eenvoudig heksen nodig om zo zijn schatkist weer te vullen. Het gevolg was dat de man een heksenjager was van groot formaat. Er zijn maar weinig heksenjagers geweest die zoveel rijke mensen als heks hebben vermoord in zo korte tijd. Mogelijk is het de man zijn schuld ook niet geheel alleen geweest. Het is denkbaar dat er andere mensen achter zaten, die hem hiertoe aanspoorden. Maar altijd weer spelen menselijke angst en menselijke gevoelens een grote rol bij het aanklagen en vervolgen van heksen.

Denk aan de hysterie die de oorzaak was tot de beroemde vervolging van de heksen van Salem. Een paar meisjes werden betrapt op zaken, die de gemeenschap niet gedoogde en werden als gevolg daarvan hysterisch. Een van hen gaf de schuld aan een vrouw, die hen bestraft had en beschuldigde haar van het zelf veroorzaken van het verboden gedrag. Dit moest natuurlijk verklaard worden en om de vrouw in het nauw te drijven, beschuldigde een van de meisjes haar van duistere praktijken. De anderen zagen dat en beschuldigen op hun beurt mensen die zij niet aardig vonden van hekserij. Op de duur stelden zij als het ware stilzwijgend eisen aan de volwassenen. Wie hen niet volgens wens behandelde en van de nodige snoeperij voorzag, liep grote kans van hekserij beschuldig te worden. In feite beschuldigden deze meisjes anderen van hekserij om zichzelf vrij te pleiten. Onder de vele mensen, die als heks verbrand werden, zijn er mogelijk 3 of 4 geweest, die althans iets wisten van kruidkunde en een enkele die iets geweten kan hebben van de omgang met geesten. Zo bezien is de heksenvervolging wel op gang gebracht door de inquisitie, maar is al snel uit de hand gelopen.

Aan het einde van dit onderwerp zou ik ook de huidige situatie nog even willen aanstippen. Er bestaat een instelling die de ware geloofsleer moet verdedigen, ook nu nog. Deze instelling heeft niets te maken met hetgeen de mensen werkelijk geloven. Zij houdt zich in feite eerder bezig met de regels, waaraan een gelovige dient te beantwoorden en alle geloofswaarden, die dit kunnen verzekeren. Wat betekent dat van de gelovigen een lipbelijdenis van zaken als de pauselijke onfeilbaarheid en bepaalde andere leerstukken gevergd wordt en alles wat hiertegen zou kunnen spreken en elke denkwijze die dit zou kunnen veranderen, bestrijden moet. Wat betekent dat eenieder die ook maar een van dergelijke punten of bv. een interpretatie ten aanzien van de persoon van Jezus anders stelt dan de kerk toelaat, is ook nu nog voor hen schuldig.

Alleen is het in deze dagen niet meer mogelijk, de betrokkenen voor het gerecht te dagen, tot een intrekken van hun denkbeelden te brengen zoals men eens Galilei heeft gedaan of zelfs te laten verbranden. Maar je kunt dergelijke mensen in ieder geval ook nu nog uit de kerk stoten en, zo zij in of dankzij die kerk een rol speelden, hen erbuiten plaatsen en proberen hen hun aanzien en middelen van levensonderhoud te ontnemen.  Dit in de hoop, hen hierdoor onschadelijk te maken.

U weet misschien hoe vreemd zelfs Nederland te pas is gekomen, toen het probeerde het geloof volgens de meest moderne normen te formuleren. In Nederland verscheen een nieuwe catechismus die een beroerte in Rome veroorzaakte en een bestseller werd in de USA. Met veel pressie en intriges werden wijzigingen afgedwongen en werd de publicatie van het oorspronkelijke werk bijna onmogelijk gemaakt.

Hieruit wordt duidelijk, hoe de kerk er ook in het heden nog belang bij heeft, haar macht over haar gelovigen te handhaven. Zolang de mensen getrouwelijk die kerk blijven volgen, is die kerk immers een macht die niet uit te vlakken is. Dan kunnen degenen die haar vertegenwoordigen zelfs in de landen achter het ijzeren gordijn heel wat gedaan krijgen en bezitten een mate van onaantastbaarheid. Wanneer echter steeds meer mensen een eigen interpretatie vinden van het geloof en zelf gaan uitmaken wat zij van dit geloof kunnen verwachten en dus als plicht van de kerk kunnen beschouwen, wordt die macht steeds minder. En waar moet dan het geld vandaan komen om al die kostbare instellingen in stand te houden? O men ontkent dat de kerk rijk is en stelt dat allen die voor haar werken dit toch werkelijk doen voor een minimumloon, wat wel ongeveer waar is. Maar men onderhoudt vele gebouwen, die beter voor iets anders bestemd zouden kunnen worden. Men bezit ontelbare kostbare artikelen en rituele kledij enz. De kosten van de kroning van een paus belopen, gerekend in Nederlands geld tegenwoordig rond de 6000.000 gulden, en dat is dan een sterk vereenvoudigde viering. U kunt u dus wel indenken, wat de meer orthodoxe feesten bij dergelijke gelegenheden hebben gekost in het verleden. En vergeet niet dat al die kosten uiteindelijk moeten worden opgebracht door de gelovigen. U dacht misschien dat dergelijke zaken uit de eigen middelen van de kerk betaald zou worden? Neen. Het moet uit extra gaven komen. Zelfs het onderhoud van de St. Pieter wordt nog steeds gefinancierd door middel van het zgn. Sint-Pieterspenning. Dus dankzij een wereldwijde bedelpartij, waarbij gelovigen worden aangespoord om elke week een peseta of een stuiver te offeren om de hoofdkerk van het geloof in stand te houden en de kosten voor noodzakelijke restauraties op te brengen.

Wanneer men zich realiseert hoe het alles in elkaar zit en ziet hoe de kerk ook vaak manoeuvreert langs diplomatieke kanalen, dan zal u mede duidelijk worden waarom voor Rome het onaangetast handhaven van gezag in leer en geloof zo bijzonder belangrijk is. Nu heeft de kerk niet meer de macht, andersdenkenden met geweld te vervolgen zoals tijdens de inquisitie. Al gebruikte men tot kort voor de wereldoorlog nog steeds economische middelen om de afdwalende schapen weer in het gareel te krijgen.

Dit betekent dat andersdenkenden die niet tot een erkende kerk behoren weer meer op de voorgrond kunnen komen. Niet alleen veel christelijke sekten treden meer en meer op de voorgrond. Ook veel heksengroepen bestaan weer in deze dagen en in vele landen treffen wij dan ook weer heksenorganisaties en zelfs groepen van duivelsaanbidders aan. Mogelijk klinkt u dit vreemd de oren. Maar bedenk dan wel dat het geloof zelf het de mensen onmogelijk heeft gemaakt in een goede God te geloven zonder gelijktijdig ook in een duivel te geloven. Misschien wilt u nu aanvoeren, dat u toch alleen in een goede God gelooft. Ik wil u dan onmiddellijk vragen of u toch niet ergens gelooft, dat bepaalde zaken zondig zijn. Is dit het geval, dan gelooft u in feite ook in de duivel en erkent u zijn bestaan.

In deze dagen is veel van de oude folklore weer boven water gekomen en wordt veel van de oude magie door vele mensen opnieuw en ernstig bestudeerd. De oude kunde ten aanzien van het gebruik van kruiden, reukwerken e.d. is   weer opgeleefd.

Ook de oude vruchtbaarheidsriten doen weer opgeld. En dit was, naar ik meen, in het begin een van de redenen dat men de heksen zo ijverig vervolgde. Wanneer je zoiets zelf geheel niet moogt, is het natuurlijk iets verschrikkelijks wanneer een ander dit wel mag en zelfs met religieuze goedkeuring in de praktijk brengt binnen een eigen gemeenschap, ofschoon dergelijke riten zeker niet altijd zinloos zijn.

Het oude is dus herleefd en de heksen van deze tijd zijn in de ogen van de andere mensen nu eerlijk gezegd zonderlingen. Zijn zij dit echter in feite? Want de werkelijke heksen van deze tijd zijn mensen die inspiratie, intuïtie en wetenschap weten te vermengen. De werkelijke duivelsaanbidders van deze dagen zijn volgens mij eerder de mensen die wel ter kerke gaan, naar werken aan ontwikkeling chemische biologische strijdmiddelen en atoombommen. Zij zijn zeker meer demonisch en schadelijker voor de mensen en het geloof dan alle heksen van eens.

Een heks is niet zo gevaarlijk, Zeker, de heks die zwart magisch werkt, zoekt voordelen voor zichzelf en macht, maar de wit magische heks werkt in feite met dezelfde middelen en ten voordele van de gehele mensheid. Zeker, de inquisitoren zouden nog steeds graag de macht bezitten om dergelijke dingen uit te roeien. Want wanneer het christendom erin kan slagen de belangrijkste godsdienst op aarde te blijven, is en blijft Rome het middelpunt van de wereld, is de macht van de geestelijkheid nog steeds zo groot dat zij de mogelijkheden van de mens kunnen bepalen, hem kunnen zeggen hoe hij moet leven en werken en hoe zij uiteindelijk dan zalig zullen worden – ook al zullen zelfs zij toe moeten geven, dat zij u niet met zekerheid kunnen garanderen dat u ooit de hemel zult komen.

Vragen

  • Kunt u zeggen op welke gronden Jeanne d’Arc naar de brandstapel werd verwezen?

Zij werd tot de brandstapel verwezen uit politieke overwegingen. Het was niet goed mogelijk een volksheldin te laten voortbestaan die de Engelse invloed in Frankrijk – ook al betrof die toen voornamelijk Bretagne – teniet zou kunnen doen. En ook de Fransen hadden hun redenen: de koning meende het aan zijn waardigheid verplicht te zijn zelf alle besluiten te nemen en wilde niet toegeven, dat hij zich als dauphin door een boerenmeid had laten manoeuvreren tot hij gekroond was en zelfs daarna.

Dit is dus de politieke achtergrond. Zij werd natuurlijk beschuldigd van hekserij, want dit was  ook in die dagen nog een aanklacht waardoor je de eenvoudige mensen ertoe kon brengen zich zelfs van de door hen meest vereerde persoonlijkheid af te wenden. Die mensen voelen zich dan opeens schuldig en mompelen tegen elkaar dat zij dom zijn geweest en niet bemerkt te hebben dat de duivel door zo iemand sprak en al snel zijn er enkelen, die toch wel het een en ander opgemerkt hebben.

Bovendien was Jeanne zelf een wonderlijke figuur: zij hoorde stemmen, ging als vrouw, als man gekleed, zelfs in wapenuitrusting. Kortom zaken, die gemakkelijk als demonisch konden worden uitgelegd en wanneer men die in het juiste daglicht stelde, het toen nog veel sterkere superioriteitsgevoel van de man ook aantastten. Zo ging het dus met Jeanne, die overigens niet zelf en feitelijk verbrand werd dankzij het ingrijpen van enkele Engelsen. Voor haar stierf een plaatsvervangster.

  • Heeft de heksenwaag in Oudewater nogal wat mensen het leven gered?

Nogal, het was een van de weinige weeginrichtingen, waarin duidelijk werd genaakt dat je een normaal gewicht had. Dit was door de overheid en niet alleen door de een of andere weger in een soort notariële akte vastgelegd.  Daar dit een officiële instelling was en het wegen officieel en met vele voorzorgen tegen bedrog omringd werd gedaan, terwijl vaak dergelijke wegingen gebeurden in het bijzijn van een man Gods, een geestelijke dus, telde het zwaar bij een mogelijke beschuldiging. Men kon immers aantonen dat men een normaal gewicht had en dus geen heks kon zijn, daar volgens het geloof heksen veel lichter waren dan gewone mensen, in het water bleven drijven en konden vliegen.

Kwaadwillige beschuldigingen kregen dus veel minder nadruk wanneer men een dergelijk certificaat bezat en dat betekende dan dat vrienden je eerder te hulp kwamen, dat autoriteiten voorzichtiger waren met hun maatregelen e.d. Er zijn rond 20.000 wegingen geweest tijdens de periode van de heksenvervolgingen – globaal genomen – en dat betekent dat men toch zeker rond 2000 mensen het leven gered zal hebben door het bieden van deze mogelijkheid.

  • Is het waar dat de meeste magische of heksengemeenschappen in Engeland voorkomen?

Dat is niet geheel waar. In Engeland echter komen dergelijke groepen openlijker naar voren dan bv. in Nederland of Duitsland. Maar wanneer wij over uw land spreken, kunnen wij toch wel stellen dat daar tenminste 40 heksengroepen werkzaam zijn, dat daarnaast tenminste 2 zgn. satanskerken bestaan.

In Duitsland zijn de getallen zelfs hoger: het aantal werkende kringen van heksen in dit land schat ik op rond 700. Wat nogal veel is indien u er rekening mee houdt, dat een heksencoven of kring uit tenminste 7 personen pleegt te bestaan. Het aantal satansvereerders is eveneens groter dan bij u en valt uiteen in rond 5 richtingen.

In Engeland treden echter deze groepen meer op de voorgrond. In andere landen als bv. de USA bestaan zij wel, maar maskeren zich vaak als een filosofisch gebaseerde groep, een esoterische school of zelfs een eenvoudige progressieve of behoudende groep.

De verbreiding is dus nogal omvangrijk, vooral in de laatste 50 jaren. Dat het bestaan van dergelijke groepen in Engeland zo bekend is geworden, dankt men in feite aan de ontwikkeling hier. In tegenstelling tot vele andere landen heeft men hier het spiritisme al snel ernstig genomen en kwam ook al snel tot openlijk optredende spiritistische kerken en genootschappen. Andere groepen als bv. de Ancient Order of Druids putten hieruit moed om ook meer in het openbaar op te treden en daardoor konden ook andere afwijkende groepen zich gemakkelijker bekend maken en ook openlijk leden gaan werven. Wanneer men eenmaal is gekomen dat men groepen aanvaardt die zich aan het kerkelijke onttrekken, is ook het aanvaarden van heksen, magische genootschappen en culten mogelijk.

Het mystieke verband tussen Hopi en Tibetanen

Tussen de Hopi indianen de Tibetanen van dit ogenblik bestaat geen werkelijke mystieke band meer, daar hun benaderingen en opvattingen sterk verschillen. Alleen in bepaalde verhalen en voorspellingen is enige overeenkomst ook nu nog onmiskenbaar. Al zullen bepaalde overgeleverde religieuze gebruiken nog wel enige overeenkomst tonen, van een werkelijke band kan deze dagen volgens mij niet meer gesproken worden.

Indien u het over een mystieke band wilt hebben, dient u dan ook tot 80 jaren in de tijd terug te gaan en liefst nog een eeuw of wat meer. In beide gevallen is het geloof deels op de natuur gebaseerd. Er is overeenkomst tussen de praktijken en stellingen van de Bön en de medicijnmannen. De Bön zijn, zoals u mogelijk weet, de Tibetaanse tovenaars. Hun geloof en werkwijze stoelt op een natuurverering, waarbij zon en maan een grote rol spelen. En waarbij ook de wijze waarop men zichzelf geestelijk projecteert, wordt gezien in overeenstemming met bepaalde natuurkrachten en zekere plaatsen om hun natuurlijk samenhang de voorkeur krijgen, wanneer men geestelijke krachten wil oproepen of geestelijke waarden wil beleven. Dit treffen wij eveneens aan bij de Hopi indianen.

Deze wijze van denken, dit magische werken en zekere tradities hebben een grote invloed gehad op het boeddhisme, zoals zich dit uiteindelijk ook in Tibet heeft gevestigd. Het is dan ook verantwoordelijk voor bepaalde mystieke opvattingen en trainingen die wij bij de lama’s konden aantreffen. De training bij de lama’s om te konen tot geestelijke beheersing en projectie van het ik doet sterk denken aan de vergelijkbare praktijken die bij de Hopi lange tijd bestonden.

Bij deze uittredingen is het waarschijnlijk, dat men elkander zo nu en dan ontmoet. Het is denkbaar dat langs deze weg tot betrekkelijke recente tijden een wisselwerking heeft plaatsgevonden. Dit zou overeenkomsten in voorspellingen en interpretaties eveneens deels kunnen verklaren.

Beziet men de symboliek die in beide gevallen gebruikt wordt, zo valt op dat dit in feite een aan natuurvolkeren eigen symboliek is die in licht afwijkende vormen ook nu nog bij verschillende niet zo beschaafde volkoren kan worden aangetroffen.

Bij de Hopi valt op dat er sprake is van een eenvoudige natuursymboliek, die ook bij andere volkeren meer in het noorden wordt aangetroffen. Wel is de interpretatie en in enkele gevallen ook de vorm van de symbolen aangepast aan meer mystieke belevingen die zij vooral voor hun tovenaars en bepaalde getrainde strijders van belang achtten. De tekeningen en gebruiken van de Tibetanen zijn sterker gestileerd en worden vaak gezien als voortvloeisel van de boeddhistische invloed. In feite gaat het hier om aangepaste symbolen uit een tijd dat men hier alleen nog natuurverering en magie kende.

Zo wij bij de Hopi symbolen aantreffen die kennelijk meer dan 1000 jaren oud zijn, zo treffen wij in Tibet enkele vergelijkbare symbolen aan die zeker meer dan 3000 jaren oud zijn. Mogelijk is dus, dat via de landbrug in de Beringstraat eens dergelijke tekens en gebruiken vanuit Azië tot Amerika zijn doorgedrongen.

Dit alles beziende, lijkt het mij moeilijk om een werkelijk verband tussen beide volkeren zonder enige twijfel aan te tonen. Aan de andere kant staat voor mij buiten alle twijfel dat er een zekere band ontstaat tussen alle mensen, die een gelijke of gelijksoortige mystieke of geestelijke training volgen.

Wanneer u in staat bent, beheerst en gericht uit te treden, dan is de kans erg groot dat u in contact komt met mensen die wel behoren tot geheel andere beschavingen en culturen dan uzelf doet, maar die juist op dit ene vlak toch zeer veel met u gemeen hebben. Het is dan zelfs waarschijnlijk dat u gegevens uitwisselt en daardoor uw eigen benadering, interpretaties e.d. onbewust gaat aanpassen aan datgene wat u in de geest van anderen hebt vernomen. Zo kunnen overeenkomsten ontstaan, die op het eerste gezicht een culturele band suggereren, ofschoon die in de stof nooit werkelijk heeft bestaan. Een dergelijke band heeft dan voornamelijk betrekking op bepaalde geestelijke praktijken, magische praktijken en mogelijk enkele symbolen en voorspellingen.

Alleen tot zo ver, ben ik geneigd een band te veronderstellen tussen Tibet en de Hopi. Wilt u verder gaan dan dit, dan ben ik geneigd alles te herleiden tot de trek van de Mongolen over de landbrug, waardoor bepaalde praktijken en denkwijzen van Azië werden overgebracht naar het Amerikaanse vasteland.

De profetieën van Nostradamus

Je zou beter kunnen spreken over de verzen van Nostradamus. Deze man was een priester die onder een andere naam geschreven heeft. Hij had nogal wat visioenen. Deze heeft hij geformuleerd in nogal duistere, meestal vijfregelige versjes. Hij gebruikte hierin grote aantallen van symbolen die men meent te kunnen begrijpen, omdat men nu eenmaal vergelijkbare symbolen kent in deze dagen. Wanneer hij bv. spreekt over “de beer neemt men zonder meer aan dat hij spreekt over Rusland. Dit, terwijl in zijn tijd de beer wel degelijk in Frankrijk ook gebruikt werd als aanduiding van een deel van Zwitserland waar nogal wat kundige huurlingen vandaan kwamen. De man voorziet volgens zijn volgelingen alles, tot zelfs een soort einde van de wereld, compleet met atoomoorlogen. Hij wijdt gehele coupletten aan brandende steden en vuur dat uit de lucht valt.

Nostradamus heeft kennelijk een redelijk beeld van de toekomst, maar hoe moeten wij zijn uitspraken uitleggen? Volgens mij is dit in feite niet te doen, ook al blijken de verzen achteraf toepasselijk te zijn op bepaalde omstandigheden en gebeurtenissen. Maar alleen degene, die de originele sleutel zou bezitten, zou kunnen weten wat Nostradamus werkelijk bedoelde met zijn centuriën. Om u een voorbeeld te geven van de wijze, waarop uitleggers hiermee omsprongen. Achteraf heeft men verzen gevonden, waarin zowel de opkomst van Hitler als de ondergang van het derde rijk beschreven schijnen te zijn. Maar diezelfde verklaarders hebben rond 1942 dezelfde uitspraken van Nostradamus verklaard als zijnde een aanduiding dat Hitler de nieuwe meester was, die de beer zou bedwingen en vrede zou brengen. Waarmee ik maar wil zeggen dat de profetieën van Nostradamus maar duister zijn en blijven. Zij zijn allen op zich vaak verbluffend wanneer men eenmaal gebeurtenissen heeft doorgemaakt, die dan in de verzen terug te vinden zijn.

U kent ongetwijfeld het verhaal over zijn voorspelling dat een vorstelijk persoon in een kooi zal worden gedood door een speer. De vorst, waarop dit van toepassing zou zijn, nam deel aan een toernooi en kreeg inderdaad een dodelijke wond door een speer die door de tralies van de helm heen was gedrongen. Prompt zegt men: dus de helm was de kooi. Dan moet ook al het andere uitkomen. Maar heeft hij werkelijk zo duidelijk de toekomst voorspeld? Hij zegt bv. – vrij vertaald – door verdeeldheid is Frankrijk nalatig en opent de deur voor de halve maan. De aarde druipt van bloed, evenals het gebied van de Adria, de haven van Marseille is overvol met schepen. Wat betekent dit? Wint Perzië, zoals enkele andere verzen doen vermoeden. Maar dan zou ook moeten worden aangenomen dat rond deze tijd een 300 jaren durende hegemonie van Engeland zou beginnen. En daar ziet het nu niet bepaald naar uit.

Ik ben dan ook zo vrij om de betekenis, die men aan deze verzen wil geven, te ontkennen. Nostradamus was een ziener. Hij heeft visioenen gehad, dat staat voor mij vast. Maar de wijze, waarop hij dit alles heeft vastgelegd en de toekomst in een aantal centuriën – reeksen van 100 coupletten – heeft neergelegd, werkt op zijn minst genomen erg verwarrend.

Het lijkt wel, of hij gewerkt heeft voor een geheim, in ledental zeer beperkt genootschap. Evenzeer ziet het er naar uit dat juist deze kleine groep, zo zij nog bestaat, de mond krampachtig gesloten houdt wanneer het om het uitleggen van de verzen gaat. Volgens mij zijn deze voorspellingen even duister als de openbaringen van Johannes. Eenieder maakt er van alles van, maar niemand schijnt te kunnen zeggen wat de werkelijke betekenis is.

Daarom zou ik willen zeggen: mensen, je kunt er nu wel een soort wetenschap van maken, maar blijf beseffen dat alles wat je doet niets meer of minder is dan speculeren. Je kunt niet weten wat er werkelijk bedoeld werd. Je kunt proberen terug te zoeken wat in zijn tijd de aanduiding was voor een bepaald gebied of een bepaalde stad. Zeker. Maar zelfs wanneer je aanneemt dat hij die namen juist gebruikte en volgens uw begrip is er geen zekerheid.

Bovendien blijkt uit een aantal van de coupletten waarvan men de betekenis nu meent te doorgronden, dat hij geheel afwijkende aanduidingen gebruikt. En dat maakt het moeilijk. Wanneer hij spreekt over de stad van de adelaar, die door de zee verzwolgen zal worden, dan denken de mensen tegenwoordig aan New York of een dergelijke stad. Maar gezien de aanduiding zou het evenzeer een paaldorp kunnen zijn op de  Filippijnen, dat een adelaar als symbool gebruikt.

Wanneer hij spreekt over een stad, dan rijst de vraag wat de man met stad bedoelde, wat hem daarbij voor ogen stond. Wanneer hij spreekt over een engel met een vlammend zwaard denken de mensen graag meteen aan een ingrijpen van goddelijke krachten. Maar in zijn tijd was dit een uitdrukking die men ook wel gebruikte om het optreden van een komeet weer te geven. De staart van de komeet is van de zon afgewend en vertoont meestal een lichte buiging, omdat de baan van de komeet een parabool pleegt te zijn. Dit doet dan inderdaad aan een lichtend kromzwaard denken. Wanneer Nostradamus dan zegt dat het lichtende zwaard over de aarde daalt en vele steden branden, dat oorlogen uitbreken o.m. in Frankrijk dat van vijf zijden belaagd wordt, dan moeten wij dit zien in de termen van zijn tijd.

Maar hoe kunnen wij dit? Hoe kunnen wij met de kennis en de technische inzichten van deze tijd, met het nu algemene overzicht van het gebeuren over de gehele wereld nog begrijpen wat Nostradamus met zijn verzen bedoeld heeft? En wanneer iets al zo duister is, is het dan niet dwaas daaraan verwachtingen te verbinden of vrezen daarop te baseren? Profetieën, visioen zijn met Nostradamus verdwenen. Wat overbleef is een soort toverboek waarin eenieder de weerspiegeling van eigen denken probeert te vinden aan de hand van de verzen die een lang vergeten man heeft geschreven. Ik geloof niet dat dit gezond is.

  • Mijn vraag ging ook over de samenhang tussen een tiental andere profetieën. U sprak alleen over Nostradamus.

Dat is te begrijpen. U stelt een vraag, maar wij hebben onderwerpen nodig. Ik sprak inderdaad over Nostradamus, maar wil hieraan dan nog het volgende toevoegen: Profeten, vooral die welke het over een verre toekomst hebben, plegen elkander sterk te beïnvloeden. Hindoevoorspellingen hebben bv. invloed gehad op Romeinse, maar ook latere Franse voorspellers.

Een wisselwerking tussen profetieën is dan ook in vele gevallen aanwezig en daardoor is overeenkomst aan te tonen. De verschillen blijken dan voor een groot deel uit de culturele achtergronden van verschillende profeten verklaarbaar te zijn. Dit komt erop neer dat een gelijke tendens in vele profetieën niet zonder meer duidt op een grotere juistheid daarvan.

Elke ziener, die buiten de tijd kan treden, ziet ook wel iets van de toekomst. Maar hij kan niet weten, zelfs maar of het toekomst of verleden is, want daar waar de tijd ophoudt te bestaan zijn heden, verleden en toekomst tot een geheel geworden. Een en hetzelfde visioen kan onder deze omstandigheden dus zaken die al lang gebeurd zijn en zaken die nog moeten gebeuren samentrekken alsof het een enkel feit zou zijn.

De profeet die zo ver doordringt buiten de tijd is dan ook niet in staat alles juist te formuleren en een juiste samenhang en volgorde te stellen. Hij kan hiertoe natuurlijk wel een poging wagen en zal dit vooral doen, wanneer hij ook astroloog is. Hij zal dan zijn visioen proberen te binden aan een bepaalde stand van de sterren, maar zelfs dit is niet feilloos, maar eerder een hulpmiddel, dat vaker faalt dan slaagt.

Om nog een voorbeeld te geven buiten uw opsomming: Cayce een van de modernere profeten en niet zonder enig gezag, blijkt in zijn voorspellingen zaken te vermelden, waarvan een deel althans enigszins schijnt te zijn uitgekomen. Een ander deel echter is reeds nu duidelijk niet uitgekomen zoals dit door de toehoorders begrepen werd. Ook hij voorspelt een soort einde van de wereld en geeft daarbij details die enigszins stroken met angsten en verwachtingen die vele mensen in deze dagen koesteren.

Zoeken wij hier de relatie met oude Indische voorspellingen, enkele Europese voorspellingen en zelfs enkele in zijn dagen bekend geworden visioenen van nonnen en een paus, dan blijkt dat er enige analogie te vinden is. Er zijn overeenkomsten aan te duiden, maar er zijn minstens evenveel gegevens die geheel strijdig met elkaar zijn.

  • Hoe moeten wij dan met dergelijke zaken werken? Het lijkt mij nogal dwaas, je op dergelijke oude of nieuwe profetieën zonder meer te verlaten.

Een profetie heeft volgens mij alleen zin en betekenis, wanneer deze slaat op de onmiddellijke toekomst, uitgaat van controleerbare gegevens en in feite dus aangeeft wat het verloop en einde zal zijn van een nu reeds bestaande ontwikkeling. Alleen op dat ogenblik heeft men de mogelijkheid met die profetie te werken en kan men eventueel proberen, de zaken althans voor zich en zo mogelijk ook voor anderen alsnog te wijzigen, indien dit wenselijk lijkt.

Ik ben van mening dat dit het enige werkelijke nut is wat men bij profeten en profetieën kan verwachten. Al het andere dat zich richt op een verre toekomst is en blijft te duister, maakt een bewust reageren onmogelijk en schept bovendien vaak verwachtingen die beschaamd zullen worden. Maar misschien vergis ik mij daarin. En ik mag aannemen dat hiermee het onderwerp is afgerond.

Wat mij betreft: Ik heb mijn best gedaan en hoop u een redelijk overzicht te hebben gegeven van inquisitie en hekserij en een redelijke benadering te hebben getoond voor de andere onderwerpen.

In ieder geval hoop ik u nog eens duidelijk voor ogen te hebben gesteld dat u zelf moet denken, dat u zelf moet handelen en niet te veel dient af te gaan op de vaagheden, die anderen verkondigen.

image_pdf