Ontspannen

uit de cursus ‘Het vinden van innerlijke rust’ (hoofdstuk 9) – juni 1981

Ontspannen

Als je erg opgewonden bent, dan is het heel erg moeilijk om tot rust te komen. Alle procedures die u in de loop van de cursus heeft gehoord zijn over het algemeen minder goed toe te passen. Wat we dus nodig hebben zijn enkele handigheidjes, enkele techniekjes waardoor wij ons kunnen concentreren op iets anders. Het doen wegvallen van de buitenwereld gaat niet altijd zonder moeite. Er zijn hiervoor heel veel technieken. Voor u, omdat u in Den Haag woont, heb ik wel een raad

Waarom neemt u niet een stratengids voor u en probeert u dan om de verschillende ministeries en instanties in de passende straten onder te brengen. Ik kan mij dan voorstellen dat iemand zegt; De heer Van Agt moet zijn kantoor voortaan maar hebben in de Pastoorswarande. Sociale Zaken hoort eigenlijk thuis in de Apendans. Als we bezig zijn met Financiën, dan moeten we gewis naar de Mallemolen.

Het is maar een klein voorbeeld van de methodiek die u kunt gebruiken. Het is een vorm van puzzelen en gelijktijdig een vorm van een zeker creatief denken.

De grote moeilijkheid is dus dat je altijd weer een andere bezigheid moet zoeken. Dat mag je ook weer niet overdrijven. Ik heb u een speels voorbeeldje gegeven van wat u zou kunnen doen.

Een andere methode is alle voorwaardelijke termen in een politiek traktaat optellen. Of een spreuk uit de bijbel nemen en kijken in hoeverre die van toepassing is op het heden. Maar bij het laatste moet u niet te zeer gelovig zijn anders geraakt u daarover weer in opwinding.

Ben je bezig met mensen, dat gebeurt ook vaak, dan moet je je wel realiseren dat die mensen anders zijn dan je zelf bent. Probeer daarom je eens te verplaatsen in de ander. Het blijkt dan, dat je in vele gevallen opeens gemakkelijker allerlei zaken kunt accepteren.

Ik geef een voorbeeld.

Iemand zegt: Ik heb die of die verloren. Nu is dat natuurlijk maar betrekkelijk; het leven gaat verder. Maar vraag u dan eens af hoe het voor die ander zou zijn, als hij u verloren had. Alleen door de overdenking van zo’n thema brengt u alles weer een beetje in evenwicht.

Evenwicht is iets dat we voor het vinden van innerlijke rust nu eenmaal nodig hebben. Want de hele wereld rond ons is voortdurend bezig om ons te belagen met allerlei indrukken. Onze ervaringen zijn niet altijd in overeenstemming met onze denkbeelden. Wij worden eigenlijk steeds voortgejaagd in een richting die ons niet helemaal bevalt en waarvan we de consequenties niet kunnen overzien. En dan is het o, zo gemakkelijk om bezig te gaan zijn met verwijten tegen de wereld met klachten over bestaand onrecht en al die dingen meer. Als je dat doet, dan ga je teveel van jezelf uit.

Er blijft geen mogelijkheid meer over om in jezelf de beslotenheid te vinden die je nodig hebt.

Wij kunnen natuurlijk ook suggestiespelletjes spelen, maar die heb­ben weer een ander gevaar.

Je kunt je voorstellen dat je in een wereld loopt die misschien niet al te prettig is en dat je naar boven kijkt. Je ziet daar een licht­bron. Je probeert daarheen te gaan. Er is een soort glazen trap die door de ruimte gaat. Je ziet hem niet, maar je kunt stijgen. Je komt terecht in een zonniger, vriendelijker wereld. Het is een voorstelling die som­mige mensen tot ontspanning brengt. Aan de andere kant zijn er natuurlijk heel veel mensen die zeggen Maar waarom heb ik dat niet? En dan is weer het doel voorbijgestreefd.

Weer anderen proberen te doen, alsof ze in die zonnige wereld le­ven; en dat is niet waar. Daardoor vervreemden ze weer van de wereld waarin ze bestaan. Het is dus wel zaak om fantasie en suggestiebeel­den zodanig te kiezen dat je daardoor later niet met jezelf in con­flict komt.

Wij hebben er niet veel aan, als we de innerlijke vrede maar voor een kort ogenblik bereiken. Zeker, het geeft rust. Er is bijna niemand die de vrede onbeperkt in zich kan handhaven. Er zijn altijd wel conflic­ten. Er zijn altijd wel zaken die ons tijdelijk beroeren. Maar we moeten het dan ook niet zien als een blijvende toestand, eerder als een in ons blijvend bestaande mogelijkheid. Ook dat kan al helpen om te begrijpen dat werkelijke rust, werkelijke vrede voor een mens eigenlijk niet is weg­gelegd, maar dat het een soort eindbestemming is die hij nu voor een en­kel ogenblik misschien reeds kan beleven.

Ik weet dat dit de zaak sterk relativeert. Maar je moet je kun­nen ontspannen. Je moet kunnen wegkomen uit al die miezerigheid van een wereld waarvan je niets begrijpt.

Nu bent u gelukkig van de HTM-staking af. Binnenkort komen er weer andere waaraan u zich ook ruimschoots kunt ergeren. Neen, het is dan niet meer een kwestie van lopen. Als je daarmee bezig bent en je kijkt voortdurend naar de facetten, dan raak je op den duur geladen of wat nog erger is gelaten. Bij gela­den word je agressief. Je kunt je vrede en je rust niet vinden. Word je er gelaten onder, dan kan je eigenlijk de zaak niet meer sche­len Het wordt een vorm van lusteloosheid. Het is in een sleur verder sloffen waardoor je ook niet komt tot de noodzakelijke oefeningen die nodig zijn voor het bereiken van een klein beetje van de innerlijke vrede, het genieten van iets van innerlijke rust, van innerlijke kracht. Daarom heb ik deze keer het ontspannen tot hoofdthema gemaakt.

Niemand kan zeggen hoe u zich dient te ontspannen. De een doet het met een partijtje tennis, de ander in een luierstoel. De een ontspant zich bij muziek, de ander voelt er meer voor een woordengevecht met an­deren te voeren. Maar daar gaat het niet om. Het gaat niet om de methode. U weet zelf heus wel op welke manier u even uit de sleur, uit het altijd verder deinen van hetzelfde gebeuren kunt wegkomen, zonder dat u gelijk­tijdig zo opgewonden raakt dat u zich met alle geweld aan de wereld op de een of andere manier zou willen opleggen.

Dan beginnen we nu met een paar eenvoudige principes, die een aar­dige aanvulling vormen voor al hetgeen er in deze cursus al naar voren is gebracht.

Ontspanning kan nooit bestaan uit een voortzetting van iets dat reeds gaande is. Ontspanning is altijd het vinden van een tegenstelling.

Ontspannen is een proces dat niet bewust door de wil kan worden opgelegd. Het is een proces dat moet voortkomen uit gedrag, omgeving, eventueel bezigheid. Deze kunt u wel kiezen, maar u kunt uzelf niet dwingen tot die ontspanning. De ontspannenheid is afhankelijk van de manier waarop u loskomt van al het voorgaande.

Ontspanning kan liggen op elk gebied zonder uitzondering en is in feite alleen afhankelijk van uzelf. Als u altijd studeert, dan moet u nooit ontspanning zoeken in studie of daarop gelijkende­  bezigheden. Als u de hele dag wandelt, moet u niet nog een eindje omlopen. De tegenstelling is bij het ontspannen zo belang­rijk, omdat ze het verbreken betekent van gedachtensporen die een lange tijd actief zijn geweest.

Op het ogenblik, dat ontspanning ontaardt in een anders gerichte inspanning, wordt het tijd om daarmee te stoppen. Ontspanning betekent een evenwicht zoeken, niet het verschuiven van het evenwicht naar een andere top van activiteit.

Wanneer u denkt, dan is dat een redelijk en bewust proces. Maar een groot gedeelte van uw acties en reacties wordt eigenlijk ver­oorzaakt door processen waarvan u zich niet bewust bent. Wanneer er een zandkorreltje op uw oog afkomt, dan sluit u het oog en u weet niet eens dat het een zandkorreltje was; dat merkt u hoogstens, indien u iets te laat was. Op dezelfde manier heeft u de neiging om bepaalde gebaren eenvoudig voort te zetten, omdat u ermee begonnen was. Wanneer u soms een jood aan de Klaagmuur ziet staan die bidt, dan zal u het eigenaardige schommelen van het bovenlichaam opvallen. Dan denkt u misschien: hij is bezig met gymnastiek. Neen, hij weet niet eens dat hij die beweging maakt. Dit is een automatisme. Zo kunt u ook op een gegeven ogenblik een trilling van een spier niet beheersen. Als dat het geval is, dan hebben we te maken met een aantal zelfstan­dige, zichzelf continuerende functies in de hersenen. Nu zitten er in de hersenen nog meer aspecten U kent ze allemaal, onderbewustzijn, bovenbewustzijn, geestelijke invloed. Maar wat kunnen al die invloeden doen, indien één bepaalde impuls zichzelf voortdurend blijft stimuleren en daardoor herhalen; dan komt u niet verder. Wat wij dus doen bij het ontspannen is eigenlijk elke gewoontereactie, waardoor een denkspoor bijna een cirkel is geworden, doorbreken, opdat wij in een geheel andere emotie of reactie tijdelijk komen tot het ver­mogen alles bewust te dirigeren. Er zijn mensen die zich dat niet bewust zijn. Maar hoe vaak zie je niet dat mensen, die heel ontspannen zijn, opeens beschikken over her­inneringsfeiten die ze eerst niet terug konden vinden, plotseling veel scherper, levendiger nadenken dan ze normaal plegen te doen, spitsvon­diger zijn misschien ook, die opeens ook anders reageren dan ze gewend zijn te doen. U kunt het overal om u heen zien, het komt regelmatig voor. Wat u probeert bij het ontspannen is in feite een soortgelijke situatie creëren. Als u een vast doel heeft met een ontspanning, dan is dat natuur­lijk minder prettig. Want door het doel dat u heeft, ontspant u zich niet. U voegt alleen aan de bestaande patronen nog een zich herhalend behoef­tepatroon toe. Daarom is ontspannen een voornemen en kan het nooit een wilsacte zijn, want dan zouden we ons ermee bezig moeten houden. Bent u eenmaal zover dat u het gevoel heeft helemaal los en vrij te zijn, dan gaat u uw lichaam ontspannen. Ook dat is weer verschillend. Wij hebben het al gezegd; de een gaat in de kleermakerzit (lotushouding) zitten, de ander gaat liggen in een bijna embryonale houding. Weer een ander ligt recht en ontspannen op de rug. Iedereen doet het op zijn mannier. De ontspanning wordt omgezet in een vermindering van lichamelijke activiteit gepaard gaand met een zo groot mogelijk gevoel van welbeha­gen.

Als je dat tot stand brengt, dan kun je je ook veel gemakkelijker concentreren. Je kunt dus de concentratie en meditatieoefeningen waarover wij het hebben gehad zonder meer toepassen. Je kunt bovenal afstand gaan nemen van jezelf. Dat kan heel belangrijk zijn. Als je namelijk zelf voortdurend bezig bent, dan vergeet je weleens wat je zelf bent. Hierdoor vorm je dus door het niet begrijpen van je eigen plaats temidden van al het andere een aantal conflicten, die je dan niet kunt verwerken. In die ontspannen toestand is het O, zo gemakkelijk om jezelf te zien als deel van een geheel. Wat kan het je schelen, je bent relaxed. Als je toch zo bezig bent, dan kun je je misschien voorstellen wat rust, wat vrede is. Alleen al door die voorstelling heb je er reeds deel aan.

U denkt altijd dat al die procedures erg ingewikkeld en erg hoog moeten zijn. Er zijn mensen die zeggen; Ik heb een aparte kamer nodig. Dat is mijn gewijde tempel en daar ga ik na aanroepingen in een bepaalde houding zitten en dan vind ik rust. Dat kun je ook krijgen, als je met een hamer een klap op je kop krijgt, als hij maar hard genoeg is. Het is gewoon een methode die je toepast. Ben je eraan gewend en helpt het, dan doe je het. Maar het is zeker niet zo, dat die procedure noodzakelijk is.

Wij zijn deel van een geheel van levende krachten. Wij zijn deel van een geheel van invloeden die rond ons en in ons aanwezig zijn. Hoe we nu komen tot de erkenning van de rust: het rustpunt zijn. In ons ontmoeten zich de invloeden en krachten wel, maar zij beïnvloeden ons beleven op het ogenblik niet. Dat is dan eigenlijk bijkomstig.

Datzelfde hebben we ook met het bekende spelletje met kracht. Wij hebben het al verschillende keren daarover gehad.

Als je bezig bent met kracht, dan kun je natuurlijk heel krampachtig tekeergaan. Soms helpt het. Maar kracht, op het ogenblik, dat je je haar gaat voorstellen, is in wezen al beperkt. Kracht is eenvoudig. Hoe ik die kracht beleef, wat ze voor mij is, dat doet niet ter zake. Als ik haar richt op iets, dan is dat de enige wilsactie die bij het geheel te pas komt.

Dat is met innerlijke rust, innerlijke vrede precies hetzelfde. Het is een toestand die in je ontstaat. We zouden het kunnen omschrijven als een soort drijven boven de werkelijkheid waarbij je jezelf in de werkelijkheid wel ziet, maar er niet door wordt beroerd. Op dat ogenblik kun je inderdaad elke relatie wel erkennen, mede bepalen, desnoods vastleggen hoe ze moet veranderen, maar het is niet iets dat je je onthechtheid op dat ogenblik kan verstoren.

Het leven is nu eenmaal leven in verschillende werelden, verschillende sferen. Maar de wereld, die voor ons de werkelijkheid is, is er altijd maar één van de vele waarin we bestaan. Door die ene wereld en ons wezen zoals wij dat kennen in die wereld te bezien, maar a.h.w. uit het totaal van ons wezen, kunnen we wel degelijk reacties tonen. Wij kunnen verbindingen leggen, wij kunnen zien waar verbindingen moeten worden verbroken, wij kunnen krachten uitstralen. Wij kunnen krachten opnemen, maar we worden er niet meer door gegrepen. En dat is nu juist hetgeen waar het om gaat.

Innerlijke vrede, innerlijke rust is niet helemaal weg zijn van de wereld. Het is zo los zijn van het gebeuren dat je het waarneemt, dat je erin kunt ageren en reageren zonder dat daardoor je innerlijk verder wordt beroerd.

Dan moeten we nu proberen om nog wat meer te vinden dan alleen maar dat los zijn. Ik kan dan misschien het best grijpen naar het beeld van een mens, die in het tijdloze leeft.

Als je in het tijdloze bestaat, dan zijn alle tijden, alle mogelijkheden, alle ontwikkelingen (dat wat je hebt waargemaakt en dat wat je niet hebt waargemaakt) naast elkaar aanwezig. Je zit a.h.w. in een overweldigend bord vol verschillende kleuren en vormen. Door daarnaar te kijken kies je dan eens hier een stukje, dan eens daar een stukje. Je kunt één mi­nuut van de ene incarnatie voegen bij een half uur van een andere. Je kunt een werkelijkheid die nooit is bereikt voegen bij datgene wat je eens als werkelijkheid beleefde. Niets is onmogelijk behalve één ding het geheel tegelijk te beleven.

Het is eerder of je moet proberen het onbekende in kaart te brengen. Door elke keer iets te begrijpen van een incarnatie, van een bestaan in een geestelijke wereld, van de relatie die je toen had met het andere, met de kosmos, kun je langzaam maar zeker je betekenis gaan omschrijven.

Die betekenis is je “ik”. Want het “ik” is in de eeuwigheid, niets anders dan een enkele definitie temidden van het totaal bepaalde. Als u dit kunt volgen, dan zal het u ook duidelijk zijn dat, wanneer wij zoeken naar die innerlijke rust, naar het ons ontspannen, wij eigenlijk ook die keuze voor een deel moeten inschakelen. Maar dat kunnen we niet doen door te willen, wij kunnen het alleen doen door afstand te nemen van de krachten die ons drijven.

Innerlijke waarheid bv. zal altijd maar een klein deel van de wer­kelijke waarheid zijn. Maar het is onze waarheid op dat ogenblik. Dat be­tekent dat die waarheid voor ons parallel moet lopen, althans niet strijdig mag zijn, met datgene wat wij zijn, wat wij denken te doen, wat wij denken te betekenen in die wereld. Als wij ons vergissen, dan zal die strijdigheid altijd optreden. Juist daarom moeten we ons losmaken van die verbindingen. Juist daarom moeten wij terug naar een moment van eenvoud.

Wanneer we in die eenvoud verkeren, dan gaan we ook heel anders denken over bv. het menselijk leven. Wij hebben het heel vaak gehad over goed en kwaad en dat soort dingen. Ik behoef dat hier dus niet te herhalen Niets heeft eigenlijk betekenis hetzij goed hetzij kwaad, behalve als het berust op een oordeel en een erkennen in mijzelf. Hoe minder oordelen ik uitspreek over de wereld en over mijzelf, hoe meer de eeuwig­heid mij nabijkomt en hoe meer mijn waarheid niet meer strijdig is met de ervaren werkelijkheid. Daarom is ontspannen eigenlijk ook het procedé van het herwinnen van de eenheid met je persoonlijke waarheid van het ogenblik, zonder tot een oordeel over jezelf over te gaan. U oordeelt ook niet over het andere. U beschouwt.

Beschouwen is ook weer een heel belangrijk punt, omdat wij nu een­maal een beeld moeten hebben van een wereld om te beseffen wat wij zelf zijn. Wat is dan goed en wat is dan kwaad?

Er is niets goeds, er is niets kwaads. Wij maken zelf iets tot goed of tot kwaad. Als wij beseffen dat wij zelf de veroorzaker zijn van de kwa­lificatie, dan kunnen wij ons ook gemakkelijker losmaken van deze feiten, die ons anders enorm belasten. “Wat heb ik gedaan” roepen ze uit, “ik had het anders moeten doen.” Waarom? Omdat u een oordeel spreekt in uzelf? Maar laat dat oordeel nu voor een ogenblik los. Misschien dat u het in uw dagelijks leven nodig heeft als mens. Maar als u nu werkelijk ontspannen wilt zijn, moet u even dat oordeel loslaten.

Kijk niet naar wat u daarover denkt, maar probeer te beseffen wat het in het geheel betekent. U zult tot de conclusie komen, dat heel veel fei­ten waarmee men zich zwaar belast gevoelt eigenlijk alleen maar een posi­tieve werking hebben gehad; dat heel veel zaken, waarop men zich altijd trots heeft gevoeld, feitelijk betekenis verliezen omdat ze leegten hebben, omdat er maar heel weinig werkelijke betekenis voor anderen uit is voortgekomen.

Beseffen wat je betekenis is, is niet altijd gemakkelijk. Wij zijn steeds geneigd te zeggen: Ik beteken niets; dat is namelijk gemakkelijk. Maar wij hebben invloed op anderen. Wij zijn ook geneigd te zeggen Ik kan voor be­paalde mensen of voor bepaalde ogenblikken toch belangrijk zijn. Ook dat is een ontwijking. Je bent niet op een bepaald ogenblik belangrijk; je bent in je geheel belangrijk. Als je op je 75e jaar een mens het leven redt en je vindt dat een belangrijk feit, dan betekent het dat je hele leven tot aan dat feit mede in dat feit zijn rechtvaardiging vindt.

Kijk, dat is nu de moeilijkheid.

Wij willen dat in stukjes uiteen halen. De mens wil zichzelf ser­veren als een goed gebraden reuzenhamburger waarin alle feiten door elkaar zijn gemengd en een snufje zout wordt gedaan bij al datgene wat hij van zichzelf aan goeds denkt en waarbij al datgene wat hij voor zich­zelf kwaad vindt van extra peper is voorzien. Dat is de fout. Wij zijn een geheel. Het is echter niet een geheel van door elkaar gedraaide feiten. Alles wat ik in mijn leven doe plus de betekenis die het voor anderen heeft is één geheel. Daarom kan ik niet oordelen, veroordelen of zelfs maar beseffen vanuit een standpunt dat slechts één moment van besef in dit geheel bevat.

Ontspannen is noodzakelijk, want alleen daardoor krijg je het ver­mogen om even terug te treden uit de werkelijkheid met de tijd, met de tikkende klok en de voortdurende gebeurtenissen en te kijken naar het geheel dat je bent, rustig, gelaten, wetend dat je er misschien wei­nig aan kunt veranderen, maar dat het kosmisch gezien zo zinvol moet zijn, anders zou het niet bestaan.

Het is alleen om deze reden al dat elke gewoontereactie, elk voortduren van een conflict of van lof voor jezelf, denkbeelden over geestelijke hoogheid of de diepte waarin je zou kunnen vallen, ver­geten moeten zijn. Ontspanning is nog geen innerlijke rust. Het is al­leen een toestand waarin de eeuwigheid in ons beter beseft kan worden, waarin de vrede beter gewonnen kan worden. Ik zou dat in een paar re­gels als volgt willen samenvatten

Reageer alles maar af. Zorg desnoods dat je moe bent, want alleen in een dergelijke toestand ben je als mens vaak bereid om even afstand te nemen van alle dingen die je beoordeelt en ver­oordeelt als gewoonlijk. Juist dat afstand nemen is belangrijk.

Je kunt je werkelijk “ik” niet beseffen. Het besef van dit werkelijke “ik” kan echter op elk niveau waarop het bestaat door­werken. Door de ontspanning wordt in het wezen het contact met het werkelijk “ik” gemakkelijker.

Ontspanning betekent nog geen innerlijke rust, geen inner­lijke vrede. Het betekent alleen dat deze toestand mogelijk is ge­worden.

In de ontspanning zelf is het niet zonder meer mogelijk om krachten te beleven, op te wekken of uit te zenden. Wanneer wij echter de innerlijke rust vinden waarin het “ik” evenwichtig is, dan kunnen wij putten uit het geheel van de kosmische krachten waartoe wij behoren. Dit betekent, dat er op dat moment weinig of geen limiet te geven is voor al datgene wat wij tot stand kun­nen brengen, mits wij het dan zien als deel van onze persoonlijke werkelijkheid.

Dat brengt mij dan tot het einde van dit betoog. Ik ben begonnen met u een spelletje te leren. Een dwaas spelletje misschien. Heel veel mensen denken, dat spelletjes alleen de moeite waard zijn, als ze erg serieus worden gespeeld. Ik ben het niet met u eens. Elk spel op zichzelf, juist als je er niet in opgaat, kan vaak een verstoring betekenen van vaststaande patronen. Het betekent een verandering van relatie met de wereld of delen van de wereld. Daarvoor kan spel erg belangrijk zijn. In jezelf kun je heel veel doen. Vanuit jezelf kun je soms veel tot stand brengen. Maar het spel, ook een vorm van ontspanning zoals u weet, is er eigenlijk alleen maar om ons te helpen eerst de toestand te bereiken waarin kracht mogelijk wordt.

Als u zo naar mij zit te luisteren en u bent erdoor enigszins geboeid, dan komt u ook wat los van het alledaagse, van bepaalde problemen en denkbeelden die u even terzijde heeft gezet. Dat betekent dat u op dat ogenblik veel meer energie kunt ontvangen, veel meer energie kunt uitstralen eventueel dan zonder dit het geval zou zijn.

Nu wil ik niet zeggen, dat een lezing als deze helemaal een spel is, natuurlijk niet. Het is ook een poging om een bepaalde waarheid, een bepaalde werkelijkheid over te brengen. Maar de situatie zou even goed kunnen ontstaan bij een spelletje Ganzenbord of Mens erger je niet. Dat moet u goed begrijpen.

Als wij zeggen: Er is kracht, dan is er kracht. Als ik zeg dat er genezende kracht is, dan is er genezende kracht. Omdat ik het zeg? Neen, omdat ze er is. En omdat ik mij realiseer dat ze er is en haar daardoor voor mij in haar relatie tot mij activeer. Zo bezien is elke vorm van ontspanning niet alleen een begin voor het zoeken naar innerlijke rust naar ook een bron van kracht.

Daar waar wij ons bewust worden van de krachten die in ons leven, van de krachten die door ons werken en die ook in ons en aan onszelf werken als we dit maar willen aanvaarden, krijgen wij als vanzelf die zekerheid waardoor wij afstand weten te nemen van het gebeuren. Wij vinden de rust die nodig is om innerlijk onze gehele persoonlijkheid te laten doorwerken om zo te komen tot een kosmisch beleven van al dat­gene wat eigenlijk alleen maar een fragment van tijd lijkt, als je het zo beschouwt.

Ontspanning is alleen mogelijk, indien u eerst een toestand heeft bereikt waardoor u los bent van al het andere. Trek dan uw eigen conclusies.

U heeft heel veel wegen aangeduid gekregen waardoor de innerlijke rust, de innerlijke vrede kan worden bereikt. Maar als ze niet werken of niet goed werken voor u, dan betekent dit waarschijnlijk, dat u eerst moet leren u te ontspannen voordat u grijpt naar die verdergaande middelen waardoor de werkelijke innerlijke rust voor u volledig beleefbaar wordt.

De geestenzieners

Het is in heel veel landen op verschillende manieren een praktijk geweest om de mensen helderziend te maken. U kent waarschijnlijk allemaal het verhaal van het Derde Oog dat door een bepaalde methode werd geactiveerd of door een operatie zelfs actief werd gemaakt.

De overleveringen die er daarvan zijn, lopen nogal uiteen. Zo vinden we bv. in de zuidelijke Andes een indianenstam met wat Spaanse bijmenging, die nog steeds het gebruik hebben om jongeren, die daarvoor geschikt zijn (ze worden eerst getest, een procedure te laten doormaken) waardoor ze dan later de helderzienden worden van de dorpen van de stam. Zo’n a.s. helderziende is, wanneer hij wordt gekozen, tussen de 9 en de 12 jaar, nooit ouder. Het kind komt dan te wonen bij een of andere oude tovenaar (meestal is hij ook nog getrouwd met een heks en het leert van haar ook nog iets van kruidenkennis e.d.)

Als het kind heeft geleerd om bepaalde oefeningen van luisteren en van concentratie goed te volbrengen, wordt het meegenomen de bergen in. Men gaat dan ergens zitten waar men bv. de vlucht van de condor kan gadeslaan of andere zaken die indruk raken. Het kind wordt dan voortdurend op de rug geklopt. Doen ze dat nu voor het Derde Oog? Hiermee probeert men bepaalde krachten over te dragen.

Wanneer er nu weer zo’n bijzonder gebeuren te zien is, dan legt de tovenaar zijn hand plotseling over de ogen van de jongen en zegt: Kijk. Het wonderlijke is, vermoedelijk ook door het kloppen op de rug en misschien ook door de druk die op de ogen wordt uitgeoefend, dat het kind kleuren ziet. Er wordt dan gezegd: Dat is niet voldoende. Zo gaat het weer een paar keren.

Men gaat dan naar een bivak, daar wordt een soort thee gemaakt. Het is geen zuivere maté. Het bestaat uit verschillende soorten varenbladeren en er zitten wat bessen in. Die drank wordt het kind gegeven, daarna moet het gaan slapen. Hij krijgt daarbij ook een suggestiebehandeling. De volgende dag wordt het wakker gemaakt en meegenomen, maar voordat het weggaat, krijgt het weer die thee. Dan wordt er gezegd; Sluit je ogen en kijk. Dat gaat weer een paar keren zo. Dat duurt meestal 5 á 6 keer voordat men de volgende fase ingaat.

Het kind wordt dan geblinddoekt en moet een helling oplopen; meestal een nogal stenige, soms zelfs een gevaarlijke helling. Het moet dan kijken, maar zonder ogen. Het wonderlijke is, dat door de suggestie en mogelijk ook door de chemicaliën die in de thee moeten zitten het kind inderdaad op een gevoel van straling precies de weg vindt. Het heeft geleerd met het Derde Oog waar te nemen. Wanneer deze behandeling is afgelopen, gaat het kind weer rustig mee en draait het weer mee in het gezin. Het mag kruiden verzamelen en al dergelijke zaken meer.

Elke keer wordt er gezegd: Kijk naar die mensen. Kijk naar die plaats. Het kind zal in het begin daarbij de ogen sluiten; daartoe is het een beetje geconditioneerd. Daarna gaat het echter leren om met de ogen open dat andere beeld ook te ontvangen. Vanaf het ogenblik dat het in staat is om bepaalde gegevens van mensen die worden gezien, van dieren of van plaatsen die worden aangeduid precies te omschrijven, geldt het als ingewijde.

Daarna kan het over het algemeen zijn eigen wegen wel weer gaan. Vaak keert het terug bij het gezin. Maar één ding zal het behouden, het gaat aan bepaalde religieuze plechtigheden meedoen. (Het zijn meestal kerkelijke plechtigheden met een heidense achtergrond.)

Zo leert het kind een tijdlang waar te nemen. Daarna wordt het weer naar dezelfde tovenaar of medicijnman gebracht en dan krijgt het de volgende les die meestal de laatste is.

Het kind wordt zodanig gemaskerd dat het voorhoofd bedekt is. Dan wordt gezegd: Kijk naar jezelf. Dat wordt doorgaans drie nachten achtereen herhaald. Daarna heeft het kind bepaalde visioenen. Aan de hand van die visioenen wordt bepaald of het een ingewijde tovenaar is of niet.

Het klinkt een beetje als een rare situatie. Misschien denkt u wat hebben wij daaraan? Toch is het opvallend, dat hier bepaalde aspecten in zitten die eigenlijk overal gelden.

In de eerste plaats; Je moet leren om een bepaald iets te zien. Je kunt niet in het begin succes verwachten zonder meer. Je moet het eenvoudig leren door steeds weer te oefenen.

In de tweede plaats; Iemand, die een beetje sensitief is, is in staat met enige oefening ook aura’s waar te nemen.

In de derde plaats; Wanneer je zover bent dat je dat bij anderen tamelijk goed en controleerbaar kunt doen, dan wordt het de hoogste tijd dat je leert naar jezelf te kijken. Want de mens, die zichzelf heeft leren waarnemen, kan door het begrip dat hij voor zichzelf en voor zijn eigen betekenis heeft, veel beter begrijpen wat er bij een ander aan de hand is en daardoor eigenlijk ook de relatie vaststellen.

Zo’n tovenaar is niet iemand die zich overal mee bemoeit. Hij zal zich alleen bemoeien met die mensen en die situaties waarmee hij een di­recte samenhang heeft gevonden. In andere gevallen geeft hij misschien een spreukje of wat kruiden, maar daar laat hij het dan bij. Maar als er een situatie is waarbij hij zelf voelt dat hij daarmee verbonden is, dan blijkt hij in staat te zijn om zelfs op afstand de meest krankzinnige dingen tot stand te brengen. Bijvoorbeeld een bevalling regelen. Ook de tijd ervan vertragen of versnellen is een kunstje dat deze mensen ver­tonen. Ziekten constateren en ook vaak genezen zij het niet alle, is eveneens iets dat deze tovenaars schijnen te kunnen.

Daarnaast hebben ze ook nog het vermogen om bepaalde geesten te zien en zelfs onder omstandigheden zekere geesten op te roepen. Dat laatste doet eenieder op zijn eigen manier. Dat is ook erg wonderlijk. Er bestaan geen vaste formules voor. Er zijn voor de samenkomsten van tovenaars wel riten, maar niet voor de manier waarop elk voor zich werkt. Met andere woorden, wanneer we samen zijn, dan moet er een regel zijn, omdat we anders elkaar misschien zouden tegenwerken. Maar als ik zelf werk, dan doe ik dat zelfstandig op de manier die past bij mijn wezen zoals ik het heb erkend.

De geestenzieners, ach, er zijn er zoveel. Van de monniken in Tibet weet u het waarschijnlijk. Daar is al zoveel over geschreven. Maar misschien weet u niet dat er ook in Bengalen een sekte is die werkelijk alle jongemannen en bepaalde jonge vrouwen tot helderzienden plegen op te leiden.

Deze mensen worden daartoe weer meegenomen naar een afgelegen plaats. Vaak is dat een huis dat in de jungle of aan de rand van de jungle ligt. In andere gevallen worden ze meegenomen naar de bergen of naar bergdorpen waar het erg eenzaam is. Zij krijgen daar een bijzonder sterk contact met hun leermeester. Let u nu eens op het grote verschil.

Het praktisch leren gebeurt hier niet door het kind te confronteren met de noodzaak waar te nemen. Neen, hier deelt men de waarnemingen van de leermeester. Men gaat eerst een tijdlang in zijn gedachten mee; men deelt a.h.w. de sfeer van zijn uitstraling. En op grond van die uitstraling moeten dan bepaalde dingen worden waargenomen.

De leermeester bepaalt zelf het doel; hij vertelt dus niet wat dat is.

Na afloop vraagt hij zijn leerlingen één voor één afzonderlijk wat zij hebben gezien en hebben gedacht. Op den duur bereiken ze een parallelwaarneming die tot meer dan 90 % reikt. Dat wil zeggen, dat zij alles wat de meester waarneemt zien, als ze meermalen op deze manier betrouwbaar hebben gezien, krijgen ze zelf een doel aangewezen waarnaar ze moeten kijken.

Hierbij gaat men niet uit van planten en dieren, zoals in Zuid-Amerika. Men gaat uit van voorwerpen die zijn ingestraald. De meester zegt bv.: Hier heb je een beeldje, wat zie je daaraan? En aangezien hij zelf de invloeden kent die hij eraan verbonden heeft, kan hij dat heel goed controleren.

Deze sekte is daardoor in staat om precies uit te maken op welke plaats men goden kan aanroepen. Daarbij hebben ze nog wat lagere godinnen die ze beschouwen als direct verbonden met de gemeenschap. Dan zijn er nog hindoegoden in verschillende aspecten die worden aangeroepen. Hier zit weer het een en ander aan vast.

Wanneer wij in de uitstraling van een geconcentreerd denker een tijd zitten; dan is het mogelijk dat wij daardoor zo worden beïnvloed dat wij diens waarnemingen maar ook diens vermogen tot waarnemen overnemen. Dit kan dus ook op zuiver geestelijke basis gebeuren.

Op de Filippijnen is een groepje dat eigenlijk niet gezien kan worden als een sekte. Daar zijn ook weer wijze mannen. Soms zijn het genezers, soms zijn het eerder wijsgeren of mediums. Dezen nemen één leerling of enkele leerlingen aan. Die leerlingen hebben alleen maar mee te lopen. Ze worden meegenomen naar elke plechtigheid. Worden er genezingen gedaan, dan moeten ze daarbij zijn. Gaat men ergens bidden, dan moeten ze meegaan en mee bidden. Op deze manier worden ze dus ingevoerd in een bepaalde manier van denken.

Het wonderlijke is, dat ze door het aanvaarden van die manier van denken op een gegeven ogenblik hetzelfde gaan doen wat hun meester doet. Zij zien dus dingen die voor anderen verborgen zijn. Zij hebben bepaalde visioenen. Maar die zijn controleerbaar, want anderen met dezelfde gaven, zien dezelfde visioenen. Zij zijn in staat om het lot te voorspellen. Maar ook hier weer, de zekerheidsfactor is bij voorspellingen niet zo groot, die ligt ongeveer op 60 á 70 %. Het zijn nogal nauwkeurige voorspellingen die worden gegeven.

Bij het grootste gedeelte van die voorspellingen zal een tweede helderziende, ook al is hij van een andere meester afkomstig, toch komen tot een gelijke duiding. Je kunt dus eigenlijk op vele verschillende manieren tot de geestenzieners gaan behoren.

De beste geestenzieners, dit zult u misschien niet geloven, vindt men eigenlijk op de eilanden van de Stille Oceaan de adji’s, Hawaï. De geestenzieners hier zijn mensen, die zich eigenlijk in het bijzonder richten op het waarnemen van onstoffelijke persoonlijkheden. Zij krijgen geen eigen visioenen, maar ze krijgen mededelingen van geesten. Het wonderlijke is dat dergelijke mensen in staat zijn om over een kerkhof van blanken te lopen en precies te zeggen: Die man die daar ligt, zag er zo en zo uit. De vrouw die daar ligt zag er zo uit. Hij heeft dit gedaan, zij heeft dat gedaan. Zij kunnen dat precies vertellen. Ik neem aan dat het hier gaat om een bepaalde astrale uitstraling die ze aflezen. Maar het is toch wel verbluffend.

Een van de dingen die voor een westerling onbegrijpelijk is, dat is wel dat men ook geesten ziet die helemaal niet behoren bij de mensen. Men ziet geesten van het bos. Geesten van een boom. Geesten van een berg. En nu weer het wonderbaarlijke, het is mogelijk ook met deze entiteiten in contact te treden.

De opleiding in deze gevallen is nogal wonderlijk. De leerlingen worden namelijk in een hut ondergebracht. In het begin zijn het 6, 7 misschien ook meer personen. Wanneer ze daar samen zijn, worden er allerlei magische procedures gedaan. Dat gaat van toverkunsten, wichelarij e. d. tot het oproepen van geesten en demonen. Hier zijn ze bij aanwezig.

Elke keer, als ze zo’n plechtigheid hebben meegemaakt, bestaat hun les erin dat ze vertellen wat ze zeggen gezien te hebben. Zeggen, want ze hebben het meestal niet gezien; ze associëren het. Op die manier komen ze tot een onbewust waarnemen dat dan toch kan worden vertaald in het zien van geesten en visioenen.

Nu denkt u waarschijnlijk dat het gekke mensen zijn. Maar zo’n “gekke” man kan bv. weken van tevoren vertellen wanneer een vulkaan zal uitbarsten, ofschoon degenen die vulkanologische waarnemingen doen daar geen tekenen voor zien. Zij kunnen precies zeggen wanneer een bepaalde stormvloed zal komen. Zo zijn er ook mensen, die als ze die gave eenmaal hebben verkregen zich vooral gaan bezighouden met de geest van bepaalde dieren.

Er is een dorp waar men bevriend is met haaien, zoals dat heet. Het gekke is, er zijn in dat dorp twee, hooguit drie personen die met de haaien kunnen spreken. Als zij iets aan de dieren gaan offeren (ze krijgen dus voedsel), dan is er geen haai te zien. Zo iemand gaat daar dan staan, hij concentreert zich en binnen een kwartier zijn er een aantal haaien aanwezig. Wat meer is, degenen die tot dat dorp behoren, kunnen rustig in het water waar veel haaien zijn baden of vissen zonder dat ze worden aangevallen. Hier spreekt men dus kennelijk tot de geest of het besef van een groep dieren.

Men heeft er zelfs een proef mee genomen. Men heeft toen een haai geïntroduceerd die uit een heel andere buurt kwam; hij was namelijk gevangen bij Australië. Deze haai was in het begin agressief. Hij werd toen door deze tovenaar toegesproken en wat zij daar verder bij doen, dat weet ik niet. Ik heb echter zelf geconstateerd dat er een zeer sterke uitstraling uitging van het voorhoofdchakra van die persoon. Daarna gedroeg deze haai zich, ofschoon hij helemaal vreemd was, precies als de andere haaien.

Dit zijn maar een paar feiten over deze geestenzieners. Het zijn mensen die steeds bezig zijn met een wereld, die eigenlijk voor u helemaal niet bestaat. Als u daaruit conclusies moet trekken, dan geloof ik dat u zich in de eerste plaats moet afvragen, of u zelf misschien onbewust ook niet ergens een soortgelijke begaafdheid heeft. Bij u is het misschien die koude rillingen over de rug, het gevoel dat er iemand achter u staat, een enkele keer plotseling het idee heeft dat u iets hoort, maar u weet niet precies wat, of het gevoel dat u ineens warm of koud wordt. U heeft misschien ook diezelfde gave. U kunt op aarde al genoeg zien wat u ertoe brengt liever de geest te geven. Als u daarbij nog geesten ziet, dan draait u misschien helemaal door.

U kunt, die gevoeligheid ook opvoeren door bv. het projecteren van kracht. Als u die gevoeligheid heeft en u houdt zich voortdurend bezig met één bepaald proces, dan zal het in het begin niet lukken, maar dan komt er een ogenblik dat u ineens wel slaagt, dat er ineens iets gebeurt.

Wij hebben als mens en als geest altijd een grens om ons heen. Die grens bestaat voor een groot gedeelte uit denkbeelden die we hebben overgehouden of uit gewoonte. Door ons bezig te houden met iets wat daar eigenlijk helemaal niet in past worden we dus eigenlijk afgeremd door die zelfgeschapen grenzen. Wij zouden het wel kunnen, maar we denken dat het niet kan en daarom kan het niet. Maar door de herhaling, vooral als je steeds ongeveer hetzelfde probeert, breekt er iets weg.

Het is hetzelfde als dat procédé bij de Zuid-Amerikaanse indianen. Daar is het ook een voortdurend herhalen van een en hetzelfde, dagen achtereen trouwens, waardoor het kind zich ineens realiseert: ik neem waar. Ik het zou het misschien nog niet geloven, als het niet in de noodzaak was geplaatst om zijn weg te zoeken op een gevaarlijke helling met stenen en dan toch heelhuids boven wil aankomen.

Door de noodzaak en misschien ook de angst en de voortdurende gewenning is het kind plotseling in staat te zien. Het ziet de uitstraling van alle dingen en oriënteert zich net zo gemakkelijk als iemand, die zijn ogen open heeft. Kijk, op die manier zou u te werk kunnen gaan.

Nu weet ik wel, dat dat met het vinden van de innerlijke rust heel weinig te maken heeft. Aan de andere kant heb ik zo het idee dat heel veel mensen het gevoel hebben: wat kan ik? Wat ben ik? En als u zich dan realiseert hoeveel verschillende mogelijkheden en gaven ook in u, in uw overbeschaafde maatschappij bestaan, dan komt u misschien langzamerhand tot het idee: Ik ben dus toch wel wat. Ik kan dus toch wel wat. Daardoor aanvaardt u zichzelf gemakkelijker.

Ik weet niet, of onze vrienden het u al hebben verteld in de cursus, maar zelfaanvaarding is een eerste vereiste voor het vinden van de werkelijke innerlijke rust. Zelferkenning en zelfaanvaarding.

Ik wil afsluiten met een heel eigenaardige rite die stamt uit Afrika. Dan hebben we meteen zowat alle werelddelen gehad.

In Afrika bestaat een negerstam waar ook wordt geleerd om geesten te zien. U moet daarbij niet denken aan alleen geesten van overgegane mensen. Deze personen worden geschoold in het zien van allerlei visioe­nen die bepaalde groepsbegrippen en groepsnoodzaken uitbeelden. De stam waar het om gaat zou men eigenlijk een soort kafferstam kunnen noemen. Zij wonen dicht tegen de Zuid-Afrikaanse gebieden aan.

Deze mensen zien niet alleen bv. lichtende slangen (die er niet zijn). Soms zijn het eigenaardige figuren waarin wij een leeuw zouden herkennen of een krokodil. Krokodillen kennen ze natuurlijk wel, maar of ze leeuwen kennen dat betwijfel ik.

Deze mensen zien dus symbolen, die een vaste betekenis voor hen hebben. Door het zien van de lichtende slang en de weg die de slang tekent is het duidelijk waar een gevaar schuilt of waar een mogelijk­heid daartoe schuilt.

Een scholing is er, die u waarschijnlijk krankzinnig zou vinden. Ze bestaat namelijk uit het zingen van gezangen en dansen. Hun bijeen­komsten zijn meestal onder een grote boom. Er wordt een vuurtje ge­maakt, er wordt gepraat, wat gerookt. Dan begint er een soort muziek tamtam en een harpje erbij.

Iemand begint dan te vertellen. Dat gaat uitermate eentonig. Heel vaak zijn dat verhalen over verre voorgeslachten. Het is historie. Dit wordt steeds indringender en eentoniger. Op een gegeven ogenblik wordt er een kreet geslaakt. Het is zoiets als wah met een tongklank awah. Elke keer als de kreet wordt geslaakt, zie je dat de novieten zich bewegen. Ze beginnen a.h.w. te schuifelen op de plaats. Het ontaardt in een enorm dansen waarbij ze voortdurend springen en gelijktijdig rond hun eigen as draaien. Wanneer ze in elkaar zakken, hebben ze visoenen.

Die visioenen worden dan weer besproken. Ze moeten daar later over vertellen niet alleen met woorden, ze moeten ze ook uitbeelden. Het schijnt dat door de eigenaardige combinatie van het bereiken van een soort trance in dansen en het later uitbeelden van wat er in die trance werd beleefd een perfecte herinnering wordt opgebouwd voor al­les wat je in zo’n toestand van zelfontruktheid doormaakt.

Deze mensen hebben dus het vermogen figuren en symbolen te zien. Op den duur wordt dat meer. Zij leren hun aandacht te richten op één enkel punt. Willen ze bv. water vinden? Dan draaien ze gewoon lang­zaam om hun as en komen tot stilstand precies in de richting waar het water te vinden is. Vaak weten ze zelfs hoe ver weg het water is. Als het gaat om bepaalde ertsen te vinden (dit is gecontroleerd), dan volgt hetzelfde proces. Ze concentreren zich een tijdje daarop, ze draaien een paar keren snel in de rondte, daarna gaan ze langzaam nog een keer in de rondte, ze wijzen in de richting en ze zeggen “Op zoveel schreden of zoveel uren gaans afstand vindt u het mate­riaal.

Het is meermalen gebleken dat ze daarin gelijk hadden. De laatste tijd zijn ze zelfs zover gekomen dat ze van tevoren kunnen zeggen, wan­neer er invallers komen in hun gebied. Het vreemde is dan ook dat de immigranten die naar dat land zijn gevlucht wel in hun dorpen en ver­blijfplaatsen blijven, maar de eigenlijke bewoners zijn plotseling verdwe­nen. Zij hebben de waarschuwing gekregen van de medicijnmannen en ze ge­loven daarin. Hoe het met deze mensen verder gaat? Ik weet het eigen­lijk niet.

Het wonderlijke vind ik hierbij dat de trance eigenlijk zelf ver­oorzaakt is; dat deze mensen in staat zijn die trance met sommige bepaalde bewegingen als het ware in heel korte tijd bij zichzelf weer op te wekken en dat ze door concentratie op een bepaald punt elke gewenste factor kunnen vaststellen.

Een ander voorbeeld van de mogelijkheden die deze mensen (sommige medicijnmannen meer naar het noorden van het land) in trance hebben is wel dat ze op heel grote afstand gewoon waarnemen wat er gebeurt. Om weer een voorbeeld te geven;

Toen de slag om de Somme begon, was er een medicijnman die tegen een paar Europeanen (Duitsers) vertelden dat er gevochten werd. Hij omschreef waar en hoeveel mensen erbij betrokken waren. Dat is toch wel krankzinnig, want de man had daar nooit van gehoord. Hij wist niet eens dat er oorlog was.

Je kunt op die manier ontzettend veel waarnemen en ontvangen, want de wereld rond je is vol met allerlei signalen. Eigenlijk is de wereld voortdurend bezig om eenieder, die daarop leeft te vertellen wat er gebeurt. Maar je moet er gevoelig voor worden om ze te kunnen ontvangen. En je moet vooral leren om datgene wat je niet wenst buiten te sluiten.

De zelf opgewekte trance van deze kafferstam is dus in feite een methode om zich te richten op een bepaald facet dat moet worden waargenomen. De symboolwaarnemingen die daarbij tot hun dagelijks leven behoren, zijn meen ik ­vooral te danken aan het feit, dat zij natuurlijk bezig zijn met het gebeuren in de stam en het aanzien dat zij daarin kunnen genieten door de juiste prognose.

Denkt u niet, dat u nu even moet ronddansen om in trance te gaan. Maar als u gevoelig bent, dan geloof ik wel dat u in staat zult zijn om die signalen op te vangen. Wat meer is, dan neemt u er ook afstand van. Want als u al die dingen op u voelt afkomen, dan zijn het er zoveel dat u niet meer door één bepaalde situatie in het bijzonder wordt beroerd. U leert constateren in plaats van ondergaan.

Met het constateren komt de mogelijkheid tot begrip. En uit begrip komt als vanzelf ook de rust waardoor u beter kunt reageren op alles wat er in de wereld is en gelijktijdig zelf bewuster te blijven van de krachten die u bezit.

Dit zijn geen sprookjes. Het is allemaal waar. U kunt het zelfs nakijken. Een groot gedeelte van deze feiten is opgetekend door onderzoekers. Als ik er dan nog wat bij vertel van details die niet bekend zijn, dan moet u maar denken: die arme mensen wisten nog te weinig van het paranormale toen ze die dingen schreven.

Karma

Mijn karma is het weten dat ik onwetend met mij draag en mij ook vandaag voortdurend dringt om voort te gaan daar waar ik zelf niet weet of ik zo durf bestaan. Ik zoek mijn krachten in de Wet, in God, in de maatschappij en pleit mijzelf zo van alle schulden voor mijn keuzen vrij. Mijn plichten door mij wel beseft, verschuif ik op andermans rug en trek mij in zelfrechtvaardiging zonder daden dolend terug. Maar wil ik “waar” in karma leven al wat ik doe en al wat ik ben, moet voortkomen uit dat waardoor ik word gedreven, het wezen dat ik werkelijk ben. Wanneer ik leef en door het leven bewust aanvaard wat ik volbreng, dan vind ik soms een ander weten, een dieper beleven, een anders noemen ook van dingen waardoor in mij een nieuw begrip begint te zingen en ik eindelijk bewuster ben en daarmee groter karma ken.

Beweegredenen

Redenen tot bewegen.

Met andere woorden datgene waardoor we tot acties of tot daden overgaan. Het klinkt een beetje vreemd, want menigeen spreekt over verborgen beweegredenen. Die kunnen er echter niet zijn. Wij worden altijd gedreven door het beeld dat in ons bestaat. Zeker, daaruit ontlenen wij dan een aantal redenen waardoor wij al hetgeen wij doen een bepaalde achtergrond geven. Maar wij zijn in wezen in onszelf, zonder te beseffen hoe of waarom, verbonden met allerlei krachten. Verbonden met mensen, verbonden met geesten. In deze verbondenheid scheppen wij voor onszelf voortdurend een beeld van onze noodzaken. Het resultaat is, dat we stoffelijk gezien vaak tegen eigen belang en, geestelijk gezien buiten eigen besef om, soms handelen en dan de reden zoeken waarom wij dat gedaan zouden hebben. Onze beweegredenen zijn steeds weer in feite de diepe achtergronden van ons eigen wezen waardoor we gedwongen worden dingen waar te maken zonder precies te beseffen waarom. Wij blijven blind voor dit in ons drijvende mechanisme dat uit de eeuwigheid schijnt te stammen, omdat wij graag willen denken dat wij helemaal meester zijn van ons eigen lot. Maar het meesterschap bestaat in het kiezen van de oorzaak. En gevolgwerkingen, niet in het kiezen van de stimuli die ons tot een eerste actie verleiden.

Als u beweegredenen zoekt, dan heeft u al gedaan waarvan u nu de reden wilt verstaan om zo uzelf duidelijk te maken dat u het goed heeft gedaan. Als u dat begrijpt, dan zult u ook beseffen dat er in u krachten zijn die uit een werkelijkheid gekomen, u verheffen tot het geven van het aanzijn aan feiten die beantwoorden aan dat wat in de eeuwigheid bestaat.