Ontwikkeling der mensheid (1) – Lemuren

image_pdf

 7 oktober 1954

Lemuren

Aangezien ik althans voorlopig wel uw leraar zal blijven geloof ik, dat ik verstandig doe, als ik begin met me voor te stellen. U kunt mij noemen met de naam Franciscus. Toen ik nog op aarde leefde, was mijn naam ook Franciscus, Franciscus van Severdingen. De rest is voor u misschien van minder belang. Wanneer wij hier zo gezamenlijk de ontwikkeling van de mensheid en haar ontstaan na willen gaan, dan zullen we een hele hoop punten aan moeten gaan snijden, die volgens de orthodoxe wetenschap nou niet direct bewezen of verantwoord zijn, dat zult u wel begrijpen.

Maar aan de andere kant kunnen wij zonder dat niet komen tot een verantwoorde ontwikkeling van het onderwerp, juist ook wat ook wel heel belangrijk is, waar het de geestelijke aspecten betreft. Daar gaat het ons om. De historie komt natuurlijk hier en daar om het hoekje kijken. Maar deze ontwikkelingsgeschiedenis is afhankelijk van een hele groep dingen. Want alle geest zoekt zich nu eenmaal, ja, ‘het voertuig’ is een eigenaardige betiteling, maar het voertuig, dat het beste past bij haar doel. Nu hebben we altijd door het hele bestaan van de mensheid heen te maken gehad met grote figuren. Met ingewijden, als het ware.

Wij zien achter de oppervlakte van de mensheid een tweede ontwikkeling plaatsvinden, nl. die van één uit de mensheid geboren zijden leidinggevende geestelijke groepering. En ook die moeten we natuurlijk proberen te volgen. Nu is dit onderwerp een lievelingsstudie van mij geweest, altijd trouwens. ik heb in mijn tijd op aarde al veel daarover nagedacht en gestudeerd, ik heb dit, nou al bijna 150 jaren sinds dien in mijn eigen wereld voort kunnen zetten, met heel wat meer mogelijkheden. U zult dus begrijpen, dat wat u te horen krijgt, het resultaat is van die overpeinzingen en studies, die ik speciaal daarover heb gemaakt. Ik heb het vermogen gelukkig om voortdurend in contact met hogere krachten in sferen boven mij staande een limiet en correctie te ontdekken, waardoor we niet te ver zullen gaan, daar moeten we ook heel voorzichtig mee zijn.

We kunnen natuurlijk niet op de eerste dag, dat we hier bij elkaar zijn, gaan beginnen met nu ineens alle geheimen te gaan onthullen. We moeten eerst eens weten, hoe we met elkaar op kunnen schieten. Ik ben ervan overtuigd, dat er wel een enkeling zal afvallen. Dat is niet treurig, dat is heel natuurlijk. Ik weet ook wel, dat we op de duur sommige onderwerpen zullen gaan variëren. De tijd, die we ter beschikking hebben is betrekkelijk kort voor het uitgebreide onderwerp en het zou kunnen zijn, dat andere aspecten van deze ontwikkeling in u zo’n intense belangstelling wakker roepen, dat we die op den duur later in de plaats zullen stellen van een van de latere onderwerpen. Dit is allemaal van later zorg.

De eerste drie keren zou ik zeggen mijn vrienden, gaan we volgens het programma te werk. En hoe we dan verdergaan, zullen we wel weer zien. U denkt natuurlijk ook zelf na, ik zal het voor vanavond nog maar eventjes zeggen, later neem ik aan, dat u dat weet, hoor, want anders moet ik als dezelfde spreker, dit weer dezelfde mensen vertellen en dan is het of ik uw geheugen en uw geestelijke capaciteiten wantrouw. Wat natuurlijk in gene dele het geval is. We spreken af, dat u nadenkt, dat waar er onderwerpen zijn die niet duidelijk zijn, dat u niet aarzelt om dat te vragen. Ook niet al kunt u die vraag pas een volgende keer formuleren. We spreken verder af, dat alles wat voor u onzin is, dat u dat onmiddellijk naar voren brengt, zegt: Dat vind ik nou niet, nee, dat past hier niet. En wanneer u dat zegt, dan zal ik proberen te vertellen, waarom ik het wel gewichtig vind.

Dan kunnen we zo als goede vrienden met elkaar beginnen. En nu is dat eerste onderwerp een eigenaardig onderwerp eigenlijk, want we beginnen met te spreken over de Lemuren en de Lemuren, dat is zo iets raadselachtigs. Zeker de esoterische overlevering vertelt er nog wel wat over, maar ik twijfel of iemand op aarde een werkelijk inzicht heeft wat dit betekent. Ik had het ook niet. Ik stel me zelf niet voor, dat wanneer ik dadelijk uitgesproken zal zijn in u een werkelijk zuiver beeld heb kunnen scheppen, maar daar gaat het ook niet in de eerste plaats om. Als u nu maar achter de achtergrond de geestelijke ontwikkeling kunt aanvoelen, dan zijn we daar al heel erg over tevreden.

O ja, ja, ja, ik het zo eventjes aan het sleutelgat staan luisteren en toen werd er gesproken over de verveelvoudiging. Ik zou dit op willen merken, wanneer daar moeilijkheden mee zijn, is het voor mij althans voorlopig geen bezwaar, om na afloop van het onderwerp een kort resumé te geven, waarin de hoofdpunten van het betoog zijn vastgelegd zodat u dan misschien met één folio zult kunnen volstaan aan één kant, om een overzicht te hebben van wat er eigenlijk beweerd en besproken is. Het overige laten we met alle gemoedsrust in uwe zeer zeker in dat opzicht deskundige en goedwillende hand.

Zo, Lemurië, het is een heel ver verleden. Het spreekt van een tijd toen de aarde nog omgeven was door een dichte door de zon nooit doorbroken wolkenlaag. Een wereld vol van tropische broeikas-temperaturen, voortdurend gegeseld door zware stormen. Een wereld waarin het leven zich uiteindelijk pas kortelings op het land heeft leren bewegen en gevestigd heeft. Een wereld waarin de aarde beeft en de nachten vaak rood zijn van het vuur der vulkanen, die opnieuw andere plooiingen in het nog kneedbare moerasachtige landschap brengen. In de zeeën zien we hoe het basalt stolt tot lange zuilen als kristallen. We zien hoe de aarde eilanden vandaag opgeworpen, morgen weer doet verdwijnen. In zo’n wereld zijn wel veel levensmogelijkheden, maar zeker niet die voor een mens. En wanneer hier voor de eerste keer, een geest, met een bogen het dierlijk uitkomend kenvermogen een lichamelijk voertuig moet kiezen, is het wel logisch, dat dat voertuig geschikt is om en in het water, en op het land te leven. Want de Lemuren moeten leren in groepsverband wetmatigheden te beleven en dat kan zeker niet wanneer ze aan één van de twee elementen geketend zijn.

Als zuivere waterbewoners hebben ze niet de ervaring van vrijheid en groei die zo dadelijk op het land mogelijk is. Aan de ene kant met zijn grote beperking, aan de andere kant met zijn grote mogelijkheden tot uitvindingen, werkzaamheden enz. Die wezens hebben zich ontwikkeld uit de o zult zeggen ‘amfibieën’. En ze zijn eigenlijk nog niet eens zo ver verwijderd van de hagedis en de krokodil. Maar in hun vorm moeten ze doelmatiger zijn en zo zien we de dan in korte stroomlijnvormige lichamen, die wat doen denken aan een zeehond, die echter in plaats van 2 sterk ontwikkelde staartvinnen, werkelijke poten heeft met kikkerachtige vliezen. Dat wezen lijkt dus nog niet veel op een mens. Het heeft dan ook zeker nog niet de menselijke vermogens om de wereld zonder meer te beschouwen. Maar één eigenaardigheid valt op. De hersencapaciteit van dit wezen vergroot zich gedurende de ontwikkeling van het ras steeds meer, waardoor vooral de geheugencentra sterker en sterker ontwikkeld worden. Deze wezens, hebben natuurlijk nog niet het vermogen, om zonder meer zelf de wetten van het leven te begrijpen. Zij worden geregeerd door de instincten. En in het begin nog in het bezit van een normale kieuw worden zij door de geest, de leigeesten, die hun dus voortdurend in deze gemeenschap aansporen tot constructief leven, zo vaak uit hun oorspronkelijk waterelement verwijderd dat wij de uitwendige kieuw, het is dus geen inwendige zoals bij een vis, maar de uitwendige kieuw langzaam maar zeker aangevuld zien met een soort longsysteem, het is een ook uit luchten zuurstof absorberend weefsel, dat zich bevindt voorlopig kort achter de keelaanzet en zich uitstrekt tot ongeveer bij de aorta, Deze wezens beginnen met kuddewerk. Het zijn kudden en opvallend genoeg, zien wij eigenschappen, die vandaag aan de dag in de dierenwereld soms nog bestaan. Allereerst, een sterke scheiding van de seksen gedurende een groot deel van het bestaan.

We hebben een aparte patriarchale en matriarchale wereld, die elk in zich een deel der jongeren onder haar berusting neemt maar waarbij de seksen als zodanig, zelfs een volledige andere ontwikkeling kennen. Opvallend is bv., dat de structuur van de eerste woonplaatsen, dit is nestvormig, doet denken aan wat de bevers nog wel doen, dat dit door de mannen geschiedt en wel gedurende de paartijd. De vrouwtjes daarentegen zijn degenen, die de tempelplaatsen bereiden. Het is heel eigenaardig, ik zeg hier “tempelplaatsen” maar het is ook zo. Want op bepaalde tijden ongeveer eens per drie maanden, zien wij, dat en mannen en vrouwen dus, deze twee kudden op zekere punten samenkomen. En dit samenkomen, door de geest geregeld, is het resultaat van een geestelijke manifestatie op een bepaalde plek. Deze plek is in tegenstelling tot de eigen woonplaatsen, die in een zeer drassig gebied liggen, zo gekozen, dat zij ten opzichte van de omgeving zeer droog is. Zij wordt zelfs met stenen afgezet. Ze wordt aangestampt. Er bevindt zich een centraal punt, een soort kern, een soort steenhoop waarin de manifestatie zelf eigenlijk zich openbaart. Het eigenaardige is, dat deze openbaring ook zichtbaar is en doet denken aan een enorm St. Elmusvuur, dat zich tot een wapperende tong als het ware uitstrekt tot in die laaghangende wolken. Het moet wel een fantastisch schouwspel geweest zijn. En zo fantastisch, dat het in deze wezens, de grote eerbied wekte voor het onbekende. Aan de ene kant voelden ze zich aangetrokken ertoe aan de andere kant kunnen ze het niet benaderen en staan vol eerbied. In deze periode zien wij dan, dat de kudden zich mengen. Deze kudden mengen zich en zijn wij niet gelijk op een bepaalde maan, dus dat het aantal vrouwelijke of mannelijke wezens de overhand zou hebben, dan zien wij het eigenaardige, dat in de komende drie maanden, een aantal wezens van sekse wisselt. Dus wat tot nog toe een barend vrouwtje is geweest, wordt een mannetje en wat tot nog toe een mannetjes was, wordt een barend vrouwtje, met alle fysieke en psychische verschijnselen van dien. Daardoor wordt het evenwicht gehandhaafd. Deze vlam is blauwachtig en brengt met zich mee een grote stilte en daaruit rijst dan de primitieve koorzang der Lemuren. U zou zeggen, dat is het huilen van een kudde, zoals wolven dat soms doen. Maar voor henzelf is het een soort Hooglied, dat zij zingen zonder de betekenis ervan te kennen. Hierdoor vindt een vreemde opwinding plaats, de vlam verkleurt en wanneer zij een bepaalde tint, die in het oranje-rood is gelegen bereikt, dan vindt de paring plaats.

Deze paring gaat altijd praktisch zonder strijd voor zich. Zij is een onbewust natuurlijk proces en eigenlijk een volledig deel van laten we maar zeggen, van de plechtigheid. Is deze afgelopen, dan wordt gezamenlijk, eigenaardig genoeg, een maaltijd, hoofdzakelijk bestaande uit bepaalde varenplanten, genoten, daarna splitsen de seksen zich weer. Op den duur zien wij, dat juist de wijfjes, waarschijnlijk ook door hun positie als barende, dus als voortbrengende, blijven wonen rond deze tempelplaatsen. En dan zien wij, dat de mannetjes hier permanente woningen op gaan bouwen van een betere structuur dan de nesten, die ze tot nog toe opgebouwd hebben. Zij worden over het algemeen iets boven de grond gebouwd, zodat we hieruit kunnen distilleren, dat een waarneming van werkelijke omstandigheden wel degelijk meewerkt. Alleen is opvallend, dat een dak ontbreekt. Er is geen dak op deze nesten. En ook dat is begrijpelijk. Want deze wezens, deze amfibieën, die hebben helemaal geen hinder van de zware, vaak maanden achtereen neer ruisende regen. Het water zegt hun niets. Maar de stormwind, daar moeten ze beschutting tegen hebben.

Vandaar sterke wandschermen, geen dak en een ingang door de vloer. Op den duur vormt echter zich een zeker bewustzijn, bij deze Lemuren. Zij gaan iets begrijpen van het verschil der seksen. En zij gaan zelfs nog meer iets begrijpen, van de noodzaak om samen te werken, wil men zich handhaven. Want vooral de jongen en de wijfjes zijn vaak overgeleverd aan grof geweld en krachten, die de mannetjes nog zouden kunnen beheersen. Er ontwikkelt zich een voorlopig nog steeds instinctieve band, tussen de vrouwelijke en mannelijke helft van een tijdelijk echtpaar. Van een werkelijk huwelijk is nog geen sprake en wij zien, dat meer en meer een gezinsleven ontstaat.

Dit betekent, dat de hechtheid van de onderlinge binding groter wordt. Zo vergaan ettelijke duizenden jaren. Ondertussen wordt de regenval iets minder, de werkzaamheid der vulkanen laat wat af, en op het vasteland zien wij meer en meer zich ontwikkelen wezens, die al tot de eerste zoogdieren behoren. Daaronder is reeds een beginvorm van het latere paard, een klein lidmaat van de hondenfamilie, er zijn verschillende spinachtige wezens, die verre voorvaderen zijn van hele families, waaronder eekhoorns en andere knaagdieren, bunzings en enfin, u kent ze wel. In deze tijd zien wij, dat de Lemuur, langzaam maar zeker verandert in een wezen, dat het zoogdier, het warmbloedig zoogdier benadert. Was tot nog toe de voortbrenging wel levendbarend, maar gebaseerd toch op een eierontwikkeling in de volste zin van het woord. Deze laatste fase vervalt. Het voertuig wordt meer en meer afgestemd op de aarde, op het vasteland. En ofschoon zij nog lange tijd de begaafdheid behouden om te ademen door de huid is het toch zo, dat wanneer zij door de huid uit water zuurstof op kunnen nemen, zij niet meer zonder lucht kunnen. Heeft deze ommekeer zich eenmaal voltrokken, dan krijgen wij te maken met het zgn. derde ras der Lemuren. De rest is dus een beginontwikkeling. En dan wordt het heel gek, want wij zien, dat die geestelijke krachten, waar ik het reeds over had, meer en meer vaste vorm aannemen. Zij worden als het ware permanente figuren, die op de meest onverwachte ogenblikken in de samenleving verschijnen en richting geven aan de daden, die deze wezens in de hun zich uitbreidende primitieve stadjes nu eenmaal hebben, richting geven aan deze bezigheid. Dat is natuurlijk op zichzelf al belangrijk, maar wat belangrijke is door herhaling en impulsen wordt een redelijk besef geschapen. Een deel der handelingen is niet meer zuiver instinctief en wij zien, dat op den duur, het totale levenspatroon dezer verschillende lemuren-gemeenschappen, over het algemeen overigens gelegen in kustgebieden, of op eilanden, dat deze een redelijke beschavingsvorm vertonen waarbij sprake is van een sociale hiërarchie, waarbij sprake is van een bewust volbrengen van taken ten bate van anderen. Waarin handel, ruil, ontspanning etc. een plaats innemen. Afwezig zijn nog hete doelbewust telen van dieren ter voeding, of wel het doelbewust telen van planten ter voeding. Een bewustzijn omtrent het seksuele blijft nog steeds een natuurlijk iets, dat langs godsdienstige weg bepaald wordt. Maar die geest leert zich toch zien als deel van een geheel, van een gemeenschap. Dat is het belangrijkste part, dat de ontwikkeling der Lemuren heeft overgedragen aan latere geslachten. Want de Lemuren worden wezens met bewustzijn uiteraard. Een bewustzijn, dat zich beperkt, tot het verwerken van eenvoudige bewerkbare materialen en deze alleen kan verwerken met de natuurlijke werktuigen, dus met tanden en met klauwen en poten, maar, samenhang is er. In deze zelfde tijd ontwikkelt zich naast de Lemuren een gigantisch insecten ras en het vreemde is, dat deze twee soorten levende wezens elkaar niet lastigvallen. Deze grote insecten hebben overigens maar een zeer korte tijd van bestaan. En zijn een variant der natuur, die door verkleining later overgaat in de nu nog bestaande vormen. Deze insecten nu, nemen als het ware logisch over, de sociale hiërarchie zoals die bestaat bij de Lemuren. Maar, in tegenstelling tot de Lemuren, die zeker geen krijgsmanschap tonen, zijn deze insecten zeer weerbaar. Zij zijn aanleiding tot het vormen van zekerheids- of beveiligingstroepen binnen elke gemeenschap. Nu hebben we dus de tempel, waarbij bepaalde oudere vrouwtjes optreden als een soort priesteressen. Zij horen daarbij, zij leven daar, zij onderhouden dat. Wij hebben te maken met de geestelijke invloed, die telkenmale weer instigerend verschijnt en nieuwe ervaring geeft en brengt en belering en wij hebben de verdere gemeenschap, die vertoont een ongeregeld en ongeorganiseerd gezinsleven. Gezinsleven in die zin, dat het mannetje de bouwer is, dat het vrouwtje de eigendomsrechten doet gelden op nest of woning, als u het zo wilt noemen en dat het mannetje blijft bij het vrouwtje tenminste tot de tijd, dat de jongen zich uit de woning terugtrekken. Verschijnsel, dat in de dierenwereld nog bestaat. Het mannetje echter begint te beseffen, dat er mogelijkheid is, om een scherper onderscheid te maken en wij zien in de komende periode, dat sommige van de beschermers (de mannelijke wezens) nu ook priesterlijke taken gaan overnemen. Zij worden de beschermers van de priesteressen in de gemeenschap. Zij worden de geleiders als het ware van de geestelijke krachten en zij zijn het, die door het voortdurend in contact blijven hiermee in zichzelf bestendigen, de sekse. Tot dusver was de verwisselbaarheid der sekse nog aanwezig, als potentie en kon in korte tijd volledig organisch volbracht worden. Dit houdt op. Daarnaast wordt de tijd, waarin gedragen wordt door de vrouwtjes langer. En dit betekent dus, dat het gezinsverband een meer en meer permanent karakter krijgt.

Wij zien dan, dat zoals die priesteressen en priesters zich georganiseerd hebben en deze zou ik willen zeggen legertroepjes, daarnaast andere functies en diensten in het sociaal geheel een aparte plaats innemen.

Dit was allemaal natuurlijk inleiding. Nou gaan we eigenlijk aan het kluifje zelf beginnen. De Geest, die in de oorspronkelijke Lemuur leeft in de beginperiode, die heeft een besef, dat ligt op een dierlijk plan. En wij moeten dus als vergelijking van herinneringsvermogen en intellect zo’n Lemuur stellen op het plan van een hond, of een kat of een paard.

Ik neem daar apart een huisdier voor, want wij hebben gesproken over geestelijke krachten, die deze wezens leiden. Zoals het dier zich aan bepaalde mensen hecht en zich daarnaar gaat richten, zo hebben deze Lemuren, zich dus gehecht aan hun geestelijke beschermer. Deze geestelijke beschermers waren entiteiten, die elders reeds een stoffelijk leven zodanig hadden volbracht, dat zij niet slechts het materiële, het stoffelijke als directe gebondenheid ontvlucht waren, maar zeker verder gekomen waren. Zij hadden ook zelfs de eenvoudige groepsgeest zonder meer dus een instigerende kracht, die alleen wetten doet vervullen, reeds overwonnen en bevonden zich in het stadium, dat zij deze geest vrijheid wilden geven. Nu kun je zo’n geest nooit grotere vrijheid geven, wanneer je hem niet eerst stoffelijk bindt. Want in de stoffelijke binding ontstaat uit de aard der zaak, een zekere wrijving en aanpassing en ervaring van anderen, waardoor meer en meer het bewustzijn uit het eigen ik in de gemeenschap wordt verplaatst met een bewustzijn ook voor de eigen plaats binnen de gemeenschap. En dat was nou zo heel erg belangrijk, want deze wezens moeten leren, om niet alleen egocentrisch te denken, maar daarnaast als kudde te denken. Dat was punt één. Denkt u niet, dat dat in de mensheid al uitgeroeid is. Soms zie ik mensen wier kudde-instinct mij nog zeer herinnert aan wat ik heb gehoord en gezien van de Lemuren en Lemurië. Daarna moest er gemeenschap worden geschapen opdat de geest zich aan zelfbeheersing en dus ook, lichamelijke beheersing zou gewennen. Was er nu sprake geweest van een bewust begeerteleven, dan zou dit zeer veel schade betekend hebben voor die geesten, want dan zou het lichaam altijd de overhand hebben gehouden en zouden de geestelijke impulsen vaak pas op de tweede plaats komen. Voorbeeldje, nietwaar: een hond, die heel erg veel van u houdt en u eigenlijk zou willen troosten wanneer u verdrietig bent, maar toch eerst zijn voerbakje leeg gaat eten, nietwaar? Of kijk naar dat leuke Pekineesje van hiernaast. Wanneer dat was gebeurd, dan was deze komende mensheid op het dierlijk peil blijven staan. En dit is de eerste en grote verdienste van deze wonderlijke, krachtige geleiders, deze heren van de komende mensheid. Zij schakelen het begeren uit. Zij stelden daarvoor in de plaats, het sociaal en organisch verband. Hierdoor was een zekere voorttreding aanwezig. Zij wisten daarnaast alle functies, die voor het lichaam waren, in een religieus-occult schijnsel te plaatsen.

U zult zeggen het is onzin (hier zijn enige regels uitgevallen)…. door het gemeenschappelijk ervaren verheven worden boven zuiver stoffelijke beleving betekenis. Hierdoor werd dit geheel tot een ogenblik boven jezelf uitstijgen. Eigenaardig en aardig te vermelden hierbij is, dat een zeer sterke geestelijke eenheid door de gehele gemeenschap op deze religieuze momenten werd ervaren, ook alweer hoe buitengewoon knap moeten degenen geweest zijn, die dit geleid hebben. Hoe goddelijk gezien tegenover de mens, tegenover ons. Op het moment van de religieuze paring werd het bewustzijn van alle eenlingen in één gezamenlijk bewustzijn gegoten, zodat ieder dan op de hoogte was van wat anderen hadden geleerd, ontdekt, dachten zover er van gevormd denken sprake was etc. Terugkerende van deze plechtigheid was dus ieder, door zijn deelhebben aan de gemeenschap, wederom tot het gemiddelde peil van de gemeenschap verheven. Verder hoefde men toen niet te gaan. Want dit gemiddelde peil was gericht op een geestelijke ontwikkeling die een verdergaan op aarde in deze stoffelijke vorm voor de geest mogelijk zou maken, daarnaast echter het scheppen van voortdurende impulsen van geestelijke en stoffelijke geaardheid, waardoor de Lemuur, uiteindelijk, het prototype kon worden van de mens. Dat is heel knap gedaan. En wanneer wij de gedachtewereld van deze primitieven zien, dan is het in het begin ongeveer zo: Ik besta, en ik heb een vrouw (of ik heb een mannetje) dat hoort bij mij. Wij zijn één, ik weet niet waarom, maar we zijn één. Het eigenaardige is: Heeft de andere pijn, dan voel ik dat niet. Maar ik voel de gedachten en zo ben ik mij ervan bewust van wat er gebeurt. Zeer sterke en natuurlijke telepathische begaafdheid. Special optredend bij de groepen. Mijn groep heeft die taak, ik weet niet waarom. Dat realiseer ik mij pas veel later, maar dat is mijn taak, dat moet ik doen, en ik mag niet vragen: Wat kost mij dit zelf? Ik moet zeggen: Dit is mijn leven. Opvallend: Het zetten van de gemeenschap als levensdoel. Noodzakelijk, want eerst uit de gemeenschap kan uiteindelijk het vrije individu groeien en nooit omgekeerd. Een menigte uit individuen samengesteld is zodanig in zichzelf verdeeld, dat zij in haar massale stroming de geestelijke vrijheid van het individu als zodanig vermoordt. Maar een menigte, waaruit het individu naar boven bloeit, in deze primitieve periode, dat is de enige mogelijkheid om voortdurend groter geestelijk bewustzijn mogelijk te maken. De tijd gaat verder, en langzaam maar zeker begint een bewust ervaren plaats te vinden.

Een denkproces. Men herinnert zich. Men herinnert zich persoonlijk. Er komt een verschil tussen de wezens. Het is niet meer zo, dat elk mannetje en vrouwtje ongeveer gelijk is aan elk ander mannetje en vrouwtje. Wij krijgen een differentiatie, en in stoffelijke, maar vooral in geestelijke vorm. Dat “een geestelijke vorm” betekent, dat elk voor zich meer en meer begint in te zien: Ik heb bepaalde behoeften. Ik heb bepaalde begeerten. Maar nog niet het bewustzijn heeft om deze uit het voorstellingsvermogen tot daad te verwerkelijken. Geestelijk een individueel ontwaken, dat vooraf gaat aan het stoffelijke ontwaken. Juist door deze grotere voorstellingsvermogens is geestelijk een intenser contact mogelijk met de geestelijke geleiders. Zij kunnen nu meer de gedachtewereld wekken en deze geest krijgt het vermogen om zich zelf een wereldbeeld te scheppen, dat niet meer met de werkelijkheid in overeenstemming is. Een droom, die niet is opgebouwd uit factoren der werkelijkheid, maar opgebouwd is in een irreële idealistische vorm. Dat is belangrijk, het ideaal is het eindpunt van de Lemuren als zodanig. Want is dit eenmaal bereikt, dan zien wij, hoe door deze sterke geestelijke impulsen plus stoffelijke omstandigheden, die, geleid ook weer door deze geestelijke krachten, een sprongmutatie plaats vindt.. De kieuw verdwijnt. Ondertussen is ook de atmosfeer wat minder dicht en mistig geworden, en men heeft zelfs momenten van betrekkelijk ruim zicht en een enkele, heel enkele keer misschien zal de zon eens een vreemde gouden plek ergens in de verste op de grond gooien. De eerste mensachtige, o het is nog niet genus homo, maar de eerste mensachtige is geboren. De eerste, die in zijn alleen zijn, alle andere dingen gaat zien en registreren. De voorontwikkeling heeft dat mogelijk gemaakt. En wanneer wij van deze Lemuren afscheid gaan nemen, althans zover het mijn verhandeling van het ogenblik betreft, (later hoop ik daar nog een enkele keer op terug te komen, vooral wanneer wij het hebben over de oorsprong van de Veda’s, de Veden moet ik eigenlijk zeggen, dus de vele heldendichten en liederen met hun esoterische achtergrond) maar dan kunnen we zeggen, aan het einde der Lemuren staat Adam, die nog niet seksueel bewust is, dus nog niet het stoffelijk begeren kent met de verwerkeling mogelijkheid, maar die in staat is de wereld rond zich te kennen, er vreugde uit te putten, ermee saam te leven, die het geestelijk ontwikkelingsverband in zich kan verwerken en als eerste wezen op deze kleine planeet Aarde, kan komen tot de realisatie.

Hier ben ik dan temidden der schepping en ik wandel met mijn God.

Is daar wat over te vragen?

  • Hoe lang heeft dat proces wel geduurd?

Nou, het hele proces dat ik hier beschrijf, omvat ongeveer een 300.000 jaar en kan worden onderverdeeld in een 7-tal rassen, een 7-tal verschillende verschijningsvormen, die elk in zich weer enigszins differente beschavingsvorm vertonen en ook een andere sociale samenstelling hebben. Dus u ziet, het is een hele grote sprong die we vandaag nemen. Maar die sprong is nodig, omdat we anders zo dadelijk wanneer we over de Atlanten en de godsdienst vooral en de gebruiken van Atlantis gaan spreken, helemaal zo vreemd ervoor komen te staan. Allereerst hebben we hier al, als is, mag ik een beetje zo een vergelijking trekken? Ja? Ja ik ben wel de leraar, maar het is universitair onderricht, dus de studenten hebben recht om ook een woordje mee te praten. U hoeft niet bang te zijn, dat ik de plak hier in de zaal gooi. Maar dan zult u zien, dat Atlantis, eigenaardig genoeg, alweer de organisatorische vorm van bouw bv. ligt: Centraal een tempel; een tempel waarin het binnenste sanctum priesteressen zijn. Daarom heen, een afweer, door priesters, die geheel begrenst en gescheiden in Atlantis meestal door kanalen, een verdediging, een bastion, en daarbuiten de rest. Zo ongeveer hetzelfde, als de door stenen omgrensde tempelruimte moet zijn kern in het midden, zijn stenen hoopje in het midden, dat wij bij de Lemuren hebben gezien, alleen nu logisch verder uitgebouwd. Zo zijn er meer dingen. Daar moeten wij deze ontwikkeling eerst even aanstippen, vrienden. Zo, dat was dan op de duur.

  • Ik zou graag nog willen vragen over iets dat u in het begin heeft gezegd. Een geest, met boven het dier uitkomend kenvermogen zoekt een voertuig. Dus mag ik nu de conclusie trekken, dat de menselijke geest zich ook heeft ontwikkeld uit het dierenrijk?

Ja. Die conclusie moogt u trekken. Aangezien zij in vele gevallen volkomen doeltreffend is. Het gebeurt heel vaak, dat een geest in het dier, gekomen tot een liefde, een genegenheid, een zelfverloochening, die boven het dierlijke uitgaat, als enige volgende vorm de menselijke vorm kan aanvaarden door haar krachten in haar zelf opgewekt, in staat is, om het primitief menselijk zijn, reeds te aanvaarden. Dat is inderdaad zo.

  • U heeft straks gesproken over de entiteiten die zo voortreffelijk leiding gaven aan het leven der Lemuren en dat die van een andere planeet komen, kunt u daarover nog iets zeggen, nader aanduiding van geven?

Nou, dat ze van een andere planeet komen, neen, dat heb ik eigenlijk niet gezegd. Ik heb n.l. gezegd, dat zij geleefd hadden op een andere planeet. En dat is heel wat anders. Want zouden we zeggen, ze zijn gekomen van een andere planeet, dan zou dat betekenen dat er, kom hoe heet dat, met vliegende schotels enz. en dat moeten wij vermijden, ja. U zult het niet denken, maar wie zou het misschien wel denken? We moeten ermee uitkijken. Het is zo: Dat door het gehele Al voortdurend bepaalde planeten leven dragen en wanneer deze levensvormen zich zover ontwikkelen, dat ze stoffelijk niet verder kunnen gaan, zijn er 2 mogelijkheden: De geest maakt zich vrij en begint een ander bestaan zoals in de kwestie hier aangesneden, of zij blijft stofgebonden en keert dan terug in lager georganiseerde stoffelijke wezens die zij mede helpt geestelijk bewust te maken. Zo is dat bedoeld.

  • Dank u.

Nou, zullen we dan even een kort resumé geven?

  • Mag ik nog even iets vragen over het zich verstaanbaar maken onder elkaar. Hoe ging dat, want in gemeenschap waarin je dus gemeenschappelijk leeft, moet je elkaar begrijpen en hoe staat het met de spraak? Het aanvoelen van de gedachten?

Ja, in mijn tijd zei men altijd: 2 Joden weten wat een bril kost en zij weten het alleen, want wat hun mond zegt, dat is voor ons bedoeld, maar wat ze elkander zeggen, zeggen ze met de handen. Met andere woorden: Een combinatie van geluiden, en gebaren en al die dingen is voldoende om een betrekkelijk primitieve gemeenschap een zeer hoge organisatorische vorm te geven. Waar uiteindelijk voor deze primitieve samenwerking in het begin een woordenschat van 20 woorden voldoende was, en de hoogste vorm bereikt, niet meer dan 300 woorden vroeg, waarbij sommige woorden door samenvoeging met andere vervormd kunnen worden, zodat we hier te maken hebben met geluiden eigenlijk, plus houding en gebaar, die een volledige uitdrukking mogelijk maakten. Daarnaast, onbewust maar sterk van invloed voor het onderling begrijpen, de door mij aangesneden spontane telepathische begaafdheid, waardoor zeer sterke impulsen, sfeer en gedachteproces door anderen kon worden gedeeld. Ja, ik het er zelfs op gewezen, dat culmineerde in de religieuze bijeenkomsten die dan ook tevens paring plus geestelijke maaltijd waren.

  • In sommige occulte scholen wordt gezegd, dat de Lemuren hermafrodiet waren. Kan dat voortgekomen zijn uit de verwarring van de seksewisseling waar u het over had, die bij de Lemuren voorkwam?

Ja. De hermafrodiet is een volmaaktheidsvoorstelling en die stamt uit het begin van het Atlantis tijdperk. Wij komen daar nog wel op terug en is inderdaad uit deze verwisselbaarheid ontstaan, want toen men eenmaal leerde het begeren te kennen, maar tevens terug kon denken aan de tijd dat lust en begeerte nog vreemd waren aan, laten we maar zeggen, de mens, toen hadden natuurlijk de mensen een ideaal, het wezen vrij van lusten en zelfbarend. En dat was de volmaakte hermafrodiet, die in zich volledig het priesterschap, het krijgsmanschap, priesterdom, priesteres eigenlijk, nietwaar, dus priesteres, krijgsman plus wijze in zich verenigde op zodanige wijze, dat in het eigen ik de totale cyclus van lust en begeerte gesloten werd; en zij dus niet hinderlijk of frustrerend kon werken op de bewustwording. Dat is weer een ietwat latere periode hoor, want de hermafrodiet waar men in die oude scholen over spreekt is eigenlijk een erfdeel van de Oud-Syrische wijsbegeerte. Maar dat ligt nog een eindje verder in onze cursus, hoor. Maar u hoeft niet bang te zijn, we spreken er heus wel over.

Van wat u vandaag gehoord hebt, zullen wij dan nog heel kort resumeren; d.w.z. dat, wat we nu eigenlijk mooi hebben uitgespreid, even in elkaar frommelen totdat het zo’n soort Liebig’s blokje wordt.

Samenvatting: Lemurië.

Is geen bepaald land, maar een ontwikkeling van wezens op deze wereld, gedurende een bepaalde periode.

In deze periode waren kenmerkend: amfibie, de toekomstige mens was dus amfibie, waarbij deze amfibie onder omstandigheden verwisselbaarheid van sekse vertoonde.

Het geestelijke bewustzijn werd door de toenemende kuddegeest beïnvloed en door leiding der kudde door hogere entiteiten, kwam men tot een primitieve maar sterk hiërarchisch geordende sociale samenleving.

Het vrouwelijk element was het priesterlijk element, later ontstond onder het mannelijk element het georganiseerde krijgsmanschap.

Deze samenleving maakte vele mutaties door en kwam, uiteindelijk van de amfibie-vorm met uitwendige kieuwen, een beginsel van longweefsel, tot een volledig landdier en ontwikkelde zich verder via een laatste mutatievorm toen eenmaal een bewustzijn was bereikt, tot zoogdier. Het wezen, in zich, was niet de oorspronkelijke mens, zoals de wetenschap die ziet, maar een voorganger van de mensheid in geestelijk bewustzijn.

Kenmerkend voor de geestelijke ontwikkeling: Is beperktheid van weten en uitdrukkingsvermogen, sterke telepathisch begaafdheid, deling van elkaars ervaringen langs deze telepathische weg, gedurende religieuze, door de geest geleide feesten, die tevens paring en maaltijd betekenen, waarbij een deling van het totaal weten der kudde door elk individu volledig plaats vond.

Verder is opvallend: Dat de Lemuur kwam tot een kenvermogen van de wereld en leerde de soorten als zodanig te beschouwen, te zien en te genieten. De voeding in deze tijd was in hoofdzaak plantaardig, aangevuld met enkel levend voedsel dat uit de zee kwam. Later zien wij dat de voeding meer plantaardig begint te worden. Wat de voortplanting betreft, de wijfjes, levend-barend, in het begin echter, door ontwikkeling van de eieren, die eerst volledig worden gelost, binnen het lichaam, later op een methode die meer en meer aan het zoogdier doet denken.

In het begin was er geen sprake van een volledige bloedsomloop zoals de mens die kent, maar van een gedeeltelijke, waarbij een zeer lange ader, betrekkelijk wijd, in de plaats treedt van het tegenwoordige hart. Organismen, zoals de mens die kent, zijn ook bij de zoogdierontwikkeling aan het einde hiervan nog niet tot stand gekomen.

Deze trap der ontwikkeling is vooral belangrijk door het werk dat werd gedaan door geestelijke entiteiten, die elders al een stoffelijke ontwikkeling hadden doorgemaakt en in staat waren leiding te geven geestelijk en stoffelijk, zodat een meer bewust wordende geest een steeds beter hanteerbaar voertuig ter beschikking kwam.

image_pdf