4 november 1954
Atlantis
We zullen dan maar meteen beginnen, want we hebben nogal een tamelijk aardig stukje voor de boeg, zoiets van: Maakt uwe boezems nat, want het zal er heet aan toegaan. We hebben het nl. over Atlantis. Nu is Atlantis in zichzelf een hypothese, die in de moderne tijd heel moeilijk bewezen wordt. Dit ligt in de eerste plaats wel aan het feit, dat de overleveringen over Atlantis door Solon genomen vanuit de eerste hand waarschijnlijk van bepaalde priesters in Egypte, werd overgeleverd aan Plato, die dit materiaal, dit feitenmateriaal ging gebruiken om hiermee bepaalde van zijn staatkundige thesen als het ware, te illustreren. Er zijn natuurlijk veel dingen over te zeggen. Maar deze these op zichzelf wil ik maar kort afdoen. Het is te bewijzen, dat het verhaal, dat Plato over Atlantis doet, niets met het eigenlijke Atlantis te maken had. En dat zijn beschrijving van Poseidonis uiteindelijk niets anders is dan een vermenging van overleveringen over verschillende plaatsen en steden en gebieden met elkaar. De beschrijving van het land zelf, dat was gelegen buiten de Zuilen van Hercules, is begrijpelijk. Dit is inderdaad de plaats geweest, waar het oude Atlantis was, maar in die tijd van het eigenlijke Atlantis bestond er nog geen Middellandse Zee. Onjuistheid nr. 1. Punt 2: zijn beschrijving van de hoofdstad van het rijk Atlantis, is de beschrijving van een handelsstad, die in de vroege tijden lag op een thans verzonken gebied, dat ongeveer gezien kan worden als een extensie van het land, voorttrekkende de lijn van de baai van Cadiz, zeewaarts, dus de richting van de Oceaan uit. Deze beschrijving van die stad dan ook is in overeenstemming met verschillende andere, zogenaamde mythische of mythologische steden, zelfs ja, ze komen in de mythologie zelfs voor en bovendien beschrijvingen en verschillende gedichten, zoals in de Odyssee. Wij moeten dus beginnen met ons te realiseren, dat, wanneer we ons daaraan vastklampen, de gegevens, die wij hebben over Atlantis, Poseidonis, uiteindelijk zeer gering, zeer verward en zeer onjuist zijn. U zult zeggen, waarom begin je met het af te breken? Nu ja, dat zal ik u vertellen. Uiteindelijk heb ik een studie gemaakt van deze dingen en ik ben tot de conclusie gekomen, dat het grootste deel der misvattingen over dit land voortkomt, juist omdat men zich uit het feit, dat men zich vast gaat klampen aan al die oude gegevens. En deze gegevens, die zijn neergelegd, maar die uiteindelijk deel zijn van mythe, van dramatisering en als zodanig terzijde kunnen worden gesteld, als beschrijving van het feitelijke, maar ongeveer even reëel zijn als de overlevering van de zondvloed, die ook niet precies zo gebeurd is als het beschreven staat, maar een mythe is gevormd naar aanleiding van feiten, die uiteindelijk met elkaar verward werden, waardoor een bepaald verhaal ontstond.
Houden wij daaraan vast, dan lopen we dus vandaag of morgen met ons hoofdje tegen een muur aan en zeggen wij: “Dit is onmogelijk”.
Het gebied Atlantis is vanuit onze wereld vaak gezien als een voortzetting van Lemurië, d.w.z. een voortzetting van hetzelfde werelddeel. Mijn ervaringen en onderzoekingen brengen mij er echter toe om dit te verwerpen. Ik kan Atlantis niet zien als een directe voortzetting van de Lemurische beschaving in die zin, dat dit betreft hetzelfde gebied en dat het verschil, Lemurische-Atlantische beschaving alleen tot stand komt door een verandering van de wezens, die daarop leven. Er is hier wel degelijk van gescheiden gebieden sprake. Echter, er is een tweede fout, die bij deze openbaring wordt gemaakt, dat men een hyperborese beschaving, die in de Stille Oceaan plaats vond dan stelt als voorloper van de Lemurische. Ik stip deze dingen even aan, omdat u waarschijnlijk in vele werken, berustend op gegevens onzerzijds, deze stellingen verdedigd vindt. Dus ik kan het daar niet mee eens zijn, zoals op uw wereld ook de wetenschapsmensen heel vaak het niet met elkaar eens zijn. Het allereerste wat ons opvalt bij het begin van de Atlantische beschaving, die we mogen stellen op een globaal 800.000 jaar geleden, is wel, dat hier sprake blijkt te zijn van een bezit nemen van nieuwe gebieden. De ervaring, die wij opdoen, wanneer wij teruggaan in de tijd, toont ons, dat in deze periode, vulkanische uitbarstingen vaak voorkwamen en daardoor eilanden uit de oceaan rezen. Degenen die zich het eerst daarheen begaven, waren de voorvaderen der Atlantiërs. De eerste Atlantiërs mogen wij wel zeggen, de stamvaders. Later leren zij door het bewonen van deze eilanden allereerst de scheepvaart beheersen. Zij gebruiken daarvoor betrekkelijk primitieve vlotten, maar weten toch reeds een zodanige vorm en lijn te kiezen, nogmaals in een zeer primitieve periode, waarin nog geen sprake is van andere dan ten hoogste stenen werktuigen. In hout, dat het hoofdbestanddeel is van elk werktuig, gebruikt wordt, weten zij een vorm te vinden van vlot, die een redelijke voortbeweging met primitieve roeispanen en zeilen mogelijk maakt. Het element der zee is dus zeer vertrouwd en vormt een zeer grote invloed op hun leven. Dit betekent een continuïteit van verschijnselen waar ook de Lemuren, u zult zich dat nog wel herinneren, leefden in een zeer vochtige atmosfeer, tot aan de laatste tijd toe, toen het wolkendek ging breken. Water blijft dus als het ware voor de Atlantiër, een zeer belangrijk iets en de beginperiode toont ons dan ook een overdracht van bepaalde eigenschappen, gezien door de Lemuriër nog in het licht op zijn offeraltaar en het water. De eerste goden, die de Atlanten of Atlantiërs erkennen, zijn zeegoden. De eerste relatie, die zij stellen tussen zichzelf en het bovennatuurlijke, redelijk de zaak beziende, is de relatie tussen de geheimzinnige machten, die de stemmingen der zee beheersen, die land uitdoen braken en vuur uit de aarde werpen en hun eigen vaak daarentegen worstelende wezens. Zij erkennen natuurlijk een persoonlijkheid hierin en zo begint daar een godenwereld. Ondertussen echter, door het bewonen van die eilanden, waar deze mensen de eerste waren, hadden zij een grote rust en kon de voortplanting, de verveelvuldiging van het ras, nu reeds met bewuste seksualiteit en met een langzaam maar zeker verlies van de restanten van de hermafroditisme eigenschappen, die sommigen der Lemuriërs kenmerkten, maakt het tot een groter volk, zodat zij grotere delen van gebieden in bezit gaan nemen. Op de wereld begint de zon meer en meer invloed te krijgen. Nog zijn er zware zwepende slagregens, nog is het woud een oerwoud van primitieve vormen, maar de Atlantiër is een wezen, dat reeds ongeveer 20.000 jaren na het eigenlijke ontstaan van Atlantis, het begin van het Atlantisch Rijk, zogenaamd volgens sommige openbaringen, ik zal het maar even stipuleren, dus volgend op de eerste ramp van Atlantis, is niet waar. Het is niet de ramp van Atlantis, want het toenmalige rijk bestond niet. Het Atlantisch Rijk ligt n.l. naar het noorden toen in de Atlantische Oceaan en vindt zijn hoofdpunt op ongeveer 0-0 graden. Dus de westkust van Afrika, waar het grootste handelsgebied wordt gevestigd, vanwaar de grootste scheepvaart wordt bedreven, de eerste scheepvaart. De eerste relaties zijn met Afrika. De daarop volgende relaties pas zijn met Zuid-Amerika, dat rijk in het zuiden, valselijk verward met het totale Lemurië, was gescheiden door een zeer brede zeestraat van het toen nog zeer onvruchtbaar laag slijkland. Waar eerst door vulkanische werking, door werking van geisers en bronnen langzaam maar zeker een landschap werd opgebouwd, rijzende uit de zee. Dezelfde ramp, die het zuidelijk deel deed vergaan, ontstond hier.
Wat volgens mij eerst mag worden genoemd, Atlantis. In Atlantis, met zijn Atlantiërs, wordt dan een betrekkelijk rustige periode gekend van steeds verdergaande beschaving. Waar de Lemuriërs echter hun priesters hebben, die in trancetoestand rond de altaren liggende, tot stemmen en onmiddellijke verbindingen werden met geestelijke krachten, die zich toen nog als licht kenbaar manifesteerden, vinden wij in deze primitieve periode reeds priesters, wier contact met het voor u ongezien en onkenbare, zeer intens en sterk was. En dit mogen wij nooit vergeten, want dit is het begin van veel overleveringen, dit is het begin van heel veel sagen en legenden en de goden. De goden, de richtende krachten, die nog steeds, zij het niet meer regerend, maar beïnvloedend, mede het lot der mensheid in handen nemen. Ik wil proberen, zo goed als het mij lukt, om u een klein beeld te geven van zo’n priester, de werking dus. U moet niet denken, dat deze priester een medium is. Dat is hij zeer zeker niet. U moet ook niet denken dat een priesteres mediamieke kwaliteiten heeft in deze periode. Ook dat is niet waar. Maar deze mensen hebben een bepaalde stijl van leven ontworpen door de plichten, reeds in het Lemurisch tijdperk opgelegd. Zij zijn geworden tot hoeders van plaatsen; deze plaatsen, gewijde plaatsen komen in het Atlantisch tijdperk, althans voorlopig, te liggen ver van de nederzettingen. Begrijpelijk, de mens, zich pas zijn vrijheid van wil bewust geworden, verwijdert zich gaarne van de plaats waar de goden onmiddellijk controleren, wat hij doet en wat hij laat. Een soort schuwheid voor het bovennatuurlijke. Daardoor verblijf in eenzaamheid. Verder, door de binding van het begrip “zee” met het begrip plaats dus, waar het vulkanisch vuur optreedt of althans gezien kan worden. Dat deze gebruiken nog lang doorgevoerd worden, blijkt uit het feit, dat Mozes naar Sinaï gaat, Sinaï, dat ook van vulkanische oorsprong is, dat ook nu nog de tempels hoog worden gebouwd. Deze hoogte betekent, dat de priesters en de priesteressen leven in een afzondering, dus vrij van de zorgen van de normale mens. Dat zij leven in een andere atmosfeer, minder luchtdruk, minder vochtigheidsgraad, waardoor het organisme dezer mensen zich op den duur verandert. Zij kennen de huwelijkse verhouding in die zin, dat seksuele en persoonlijke bindingen worden gevormd tussen priesters en priesteressen en dat eenmaal, zoals men dat noemt, gezamenlijk gewijd der God, een blijvende toestand intreedt, die slechts door de dood of de uitweiding uit de priesterkaste van één der beide deelhebbers kan worden opgeheven. Deze mensen leven dus anders dan de primitieve Atlantiër. Zij zijn in voortdurend contact met het geweld en de machten der natuur. Zij zijn het, die, wanneer ’s avonds de gewone vlakten door nevel en wolken bedekt zijn, omhoog stijgen naar de sterren. Zij zijn het, die altijd weer met het bovennatuurlijke geconfronteerd worden en die leren zich geheel te onderwerpen aan deze krachten, die hen regeren. Priester zijn in deze tijd betekent voor de werkelijke priester een afstand doen van eigen persoonlijkheid.
Het leven wordt teruggebracht tot zijn simpelste waarde en de verlichting, ik kan het niet anders noemen, de innerlijke verlichting, bevrijding, die ervaren wordt door contact met geestelijke machten, maakt deze mensen langzaam maar zeker tot de verlengstukken van natuurkrachten en geestelijke krachten, die via deze onmiddellijke binding, die durend is, medium is, een uitschakeling van bewustzijn, geheel of gedeeltelijk, nietwaar? Duidelijk, deze mensen zijn geen mediums, deze mensen zijn bewust, maar door hun levensomstandigheden staan zij in een voortdurend contact met het geestelijke, dat voor hun veel gewichtiger wordt. Zij leren, geïnspireerd door de geest, vele wetten kennen aan hun volk. En wanneer dan ook langzaam maar zeker de sociale structuur vorm krijgt, we zijn nog maar ongeveer 50.000 jaren nadat Atlantis als land bevolkt begon te worden, dan zien wij ook, dat de vorsten onderworpen zijn aan de priesters. Dus de eerste vorm is een primitieve Theocratie. Dit betekent dat de priesters regeren en de priesters, die tijd hebben voor overpeinzingen en nadenken, vinden langzaam maar zeker zoveel feiten tot hun beschikking staan, dat zij anderen moeten scholen, willen dezen niet hun hele leven nodig hebben, om dezelfde ontdekking door te maken. Eerst de scholing en wanneer iemand geschoold wordt, is het begrijpelijk, dat de vorst zijn kinderen doet scholen. Resultaat, na korte tijd zijn de vorsten, er zijn er vele, in het begin zelfs 700 ongeveer, die in de tegenwoordige tijd zouden kunnen worden vergeleken met een soort sjeik; ze hebben dus betrekkelijk kleine, vaak nog niet permanente ergens wonende groepen volk onder zich, maar dat deze hun kinderen naar deze school sturen, waar zij althans de lagere priesterwijding, dus de openbaring der lagere geheimen, uit het oog verliezen. Dit is belangrijk. De binding van wereldlijke en geestelijke macht, die leidt tot het geven van geestelijke ervaring aan de wereldlijke macht, die doortrokken en doordesemd van deze principes, waar een verblijf der scholing ongeveer 7 á 8 jaren vergde, terug te komen in een wereld, stoffelijke verantwoording gaan dragen, maar nooit meer de geestelijke richtlijnen, daar boven ingeprent, kunnen kwijtraken. Dit leidt tot langzaam maar zeker veranderen van het leven, ook der gewone mensen. Wij zien allereerst verrijzen enkele z.g. sterkten. Deze sterkten zijn betrekkelijk primitief. Je moet ze zien als door een stenen wal omgeven sterkte, of kleine vlakte, ofwel keteldalen in de bergen, waar een aantal woningen wordt opgericht en waar men voor het eerst praktisch bewust nu iets aan veeteelt doet. De visserij, die in de beginperiode zeer belangrijk was en het grootste deel der bevolking aan de kust deed blijven, uitgezonderd de zwakken, die geen eigen visserij-gebied voor zich wisten te veroveren wordt langzaam maar zeker vervangen door landbouw en veeteelt. De voedingswaarden ondergaan een verandering. Nu zijn ook hier de priesters de gewone mensen vooruit, want het was heel moeilijk om hen vis, zelfs gedroogde vis, over grote afstanden toe te voeren, terwijl vaak in de vulkanische omgeving bepaalde vruchten groeiden, die ter voeding voldoende waren, zodat we de eerste priesters noodgedwongen praktisch tot vegetariërs zien geworden. Ook dit heeft op het organisme een bepaalde invloed, natuurlijk. Ik wilde niet al te ver gaan met deze primitieve beschaving, want ik kan begrijpen dat u naar het hoogtepunt van Atlantis verlangt, wat voor u het meest zeggend is. Zij het dus voldoende om op te merken, dat de priesters in verloop van tienduizenden jaren, dus dat gaat niet zo heel gauw, de mogelijkheden vinden om een zeker onderricht te doen geworden aan de jongeren van elke stand. Dat verder de eenheid van het priesterdom ertoe leidt, dat alle vorsten, geestelijk beïnvloed en geregeerd de strijd vaarwel zeggen. Er komt een periode van welvaart, waarbij de handel op de voorgrond komt, zij het dan ook nog primitief. Wij zien dat samenwerking tussen verschillende rijken in vele gevallen beïnvloedingsverbetering betekent. We zien, dat samenwerking het bouwen van grotere handelscentra, de eerste dorpen of steden, mogelijk maakt. Wij zien verder, dat sommige stammen gezamenlijk scholen opbouwen, waar leden van beide stammen onderricht krijgen. Een curiositeit, vooral als we vergelijken met de u bekende tijden is wel, dat in deze periode, zowel de arbeiderstaak en plicht van man en vrouw, als ook hun rechten binnen de stam, als gelijkwaardig werden beschouwd en er geen sprake is nog in deze tijd van een mannelijke erfelijke lijn, of een vrouwelijke erfelijke lijn. Wel bestaat in deze tijd de gewoonte, dat men, wanneer men huwt, men intrekt in de stam en de familieverwantschap van de vrouw. Maar verder is men dus volledig gelijkwaardig en vrij. Veelwijverij komt in den beginne nog voor. Langzaam maar zeker wordt dit beperkt en zien wij de betrekkelijk vrije huwelijksband en een ook officieel erkende gebondenheid ontstaan. Deze gebondenheid is dus niet alleen een stamverkiezing van de man, maar zij is een absoluut contract, waarbij de vrouw de man ook buiten de stam kan volgen, indien zijn beroep, of zijn avonturenlust, hem daartoe leidt. Het volk vermeerdert zich ondertussen meer en meer. Er wordt voor het eerst contact gemaakt met het Amerikaanse vasteland, ongeveer een 500.000 jaar geleden. Echter wordt dit land dan nog niet dadelijk betrokken, omdat in deze tijd grote vulkanische werkingen bestaan. En die vulkanische werkingen worden zeer gevreesd. Dit is de oorzaak, dat latere vulkaan-aanbidding voortkomt uit de opvattingen van de gewone man in Zuid Amerika, dus slaan wij maar een tijdje over en we gaan over tot de periode van de eerste steden. Die steden worden anders en praktischer gebouwd dan bij u. Het zijn eilanden en van een werkelijk bergachtig vasteland is nog niet veel sprake. Wat er is, is vulkanisch, bergachtig. Zo komt men hier dus niet tot de bouw van holenwoningen. Het pueblo-systeem wordt gebruikt, dus de familiewoning, die wordt gebouwd in meerdere woonlagen. Maar wordt niet gebruikt de stamverwante bouw, die vinden wij bv. tegenwoordig nog bij de Dajaks, Batakkers; de familiewoning, die tot stamhuis kan groeien, dat doen ze niet. Er worden steeds, wanneer de familie te groot wordt, nieuwe woningen bijgebouwd door de gemeenschap. Opslagruimten worden over het algemeen op het erf, d.w.z. dus bij de bouw zelf betrokken; soms daarmee door loopgangen ondergronds verbonden. De ruimte van de saamhorige gebouwen wordt afgepaald. Er worden dus muurtjes omgezet. In het begin zijn het kleine veldmuurtjes, zoals de boeren wel gebruiken om de akkers van elkaar te scheiden, later worden het inderdaad bouwwerkjes met versiering.
De Goden.
Want voor Atlantis moeten we nog wel steeds in de periode van de eerste tijd over de Goden spreken, die ondertussen veel meer vorm kregen. Zij zijn geworden tot spookachtige gestalten, die overal rondwaren en vaak kan men zich niet aan de indruk onttrekken, dat deze wereld van Goden en Demonen, zoals men daar schepte, het resultaat is van een ontwikkelende helderziendheid van de priesterkaste, waardoor dezen, die in hun stilte en overpeinzing ook tot kunstenaars worden, langzaam maar zeker uitbreiding geven aan hun helderziende waarnemingen en zo dus het voorstellingsvermogen van het gewone volk prikkelen. Hiervoor staat wel vast, dat in de periode kort na de ontdekking van het Amerikaanse vasteland, bij het eerst betreden daarvan, sprake is van een ingewikkelde Godenwereld, waarbij elke Oudheid staat voor een occulte invloed. Men weet zelfs deze Goden en Demonen te bezweren en in sommige gevallen te hanteren. Hierdoor ontstaat een deel van de occulte krachten der magiërs en de beheersing van enkele dezer Goden leidt er toe, dat sommige priesters leren zich te verplaatsen, zoals u zou zeggen, door de lucht. Voertuigen dus, die geschapen zijn ongeveer als een ei, waarin de persoon in kwestie zich in een overpeinzingshouding met opgetrokken knieën en daaromheen geslagen armen, daarop rustend het hoofd (doet erg denken aan de houding van het embryo) zich plaatst en dan door concentratie en bezwering dit voertuig leviteert, in de lucht doet verheffen en zich doet verplaatsen. Dit brengt met zich mede, dat de grote handelslieden en vorsten, (de vorst is nog de meest invloedrijke van zijn stam, ofschoon hij dit zijn rijkdom, de scholing, die hij zijn kinderen geeft wel in erfelijke lijn voort kan voeren) de vorsten dus en grote handelslieden gebruik maken van de priesters om mededelingen over te brengen en sommige gevallen zelfs om bepaalde observaties te doen en besluiten uit te doen voeren. Atlantis dan, met zijn priester-magiërs, kreeg natuurlijk daardoor de tendens de magie te stellen boven de techniek, want de priester kan met een bezwering veel meer doen dan tien man met een hefboom. Dit is kentekenend voor een vroege stadsbeschaving. Veelgodendom, een magisch zeer ervaren priesterkaste, die, geleerd door bepaalde hogere invloeden, een erkennen van het werkelijk Goddelijke reeds kan bereiken en die met haar magie optreedt als heersende en alom beïnvloedende factor van het leven. Naarmate de steden groter worden, gaan de priesters een plaats innemen in het sociaal bestel; niet alleen als verkondigers van waarheid, maar als voorspellers, droomuitleggers, wonderdoeners, magiërs, leraren van de jeugd, biechtvaders, raadgevers, uiteindelijk ook artsen.
Het is begrijpelijk, dat de afzondering van het priesterdom niet langer meer volledig handhaafbaar is. Voor het eerst verschijnen de priesters in de steden, maar ze willen geen afstand doen van hun plaats van overpeinzing, die voor de instandhouding van hun capaciteiten en kwaliteiten wel noodzakelijk is. In elke grotere nederzetting staat één tempel, over het algemeen centraal gelegen; iedereen heeft er belang bij, dat het heiligdom makkelijk bereikbaar is en zo nodig ook makkelijk verdedigbaar is. Er zijn dan priesters, die daar leven met priesteressen. Zij moeten nu niet alleen op enkele hoogtijdagen een offerdienst uitvoeren, maar laten meer en meer de profane toe tot bepaalde rituele plechtigheden. De godsdienst wordt geboren. Ondertussen echter blijft een deel van de priesters nog steeds in afzondering, want zij weten, dat in de samensmelting der mensheid, de lichtende krachten der geesten, die hen zoveel gegevens technisch, magisch etc. hebben verschaft, zoveel inspiratie geeft, niet neerdaalt, waar het mensdom met zijn egoïstisch denken de sfeer vertroebelt. Dit is een tweede betekenend feit. Wanneer Atlantis eenmaal een ontwikkelde samenleving begint te worden, zien wij een sterke scheiding tussen de volks- of standspriesters en de z.g. priesters der goden. Priesters der goden wonen in afzondering. Hun tempels of kloosters, hoe of u ze noemen wilt, zijn eerder schuil- of woonplaatsen. Hun religieus ritueel is afgestemd op waarnemingen in de natuur, staan in onmiddellijk verband met de loop der zon, maan en sterren en de verschijningsmogelijkheid voor geestelijke invloeden. Hun bezweringen zijn bezweringen der witte magie. Zij trachten niet een bepaalde persoon te dienen of te bevoordelen. Hun streven is gericht op een hoger bewustzijn, meer kracht, meer inzicht in grotere mogelijkheden voor het gehele land, voor alle volkeren. Dit is niet het geval met de stadspriesters, die uit de aard der zaak beloond worden voor de speciale karweitjes, die zij opknappen en zo partij beginnen te trekken.
Door hun occulte begaafdheid worden vaak oude priesters tot raadgevers van de vorsten en handelslieden, en houdt bij hun raad niet alleen de waarheid en het algemeen belang in het oog, maar ook wel degelijk hun persoonlijke belangen, die vaak sterk op de voorgrond komen. Ja, waar de machtswellust en de persoonlijke bevrediging een rol gaan spelen, daar gaat het geestelijk leven in waarde sterk achteruit. Zo komt het tot de eerste oorlogen. Deze oorlogen spelen zich hoofdzakelijk af om enkele stuks fokvee, om bepaalde zaai producten, om sommige bosproducten, of om een tekort aan vrouwen of jonge mannen aan te vullen. U begrijpt, dat de steeds zich uitbreidende beschaving met zijn, in die tijd nog zeer primitieve middelen, behoefte had aan werkkrachten, wilde de grootheid van rijk en bezit verder uitgedragen worden.
Dit geeft aanleiding tot de grootste fout, die de Atlantiër maakt, nl. het invoeren van slaven, dus lager beschaafde wezens, niet menselijk, maar mens gelijk in die tijd, die zij als slaven naar hun eilandenrijk, naar hun vasteland voerden. Hierdoor ontstaat een tweede volk, dat sterk gescheiden is, een segregatie van de eigenlijke Atlantiër. De Atlantiër zelf is in deze periode, een betrekkelijk rijzig mens met een eivormige schedelbouw, blond haar, staalgrijze of blauwe ogen en is redelijk gebouwd. Hij is in deze periode nog groter dan de tegenwoordige mens; later zullen ze weer kleiner worden, maar dan zijn we al weer bijna aan de tweede Atlantische ramp, zoals dat dan heet, aan de eerste ondergang van de Atlantische beschaving toe. We zien nl., dat deze vreemde invloeden, deze slaven, gebruikt worden voor intriges van het ene gebied tegen het andere. We mogen daaruit wel de conclusies trekken dat het egoïsme, dat de mens heden ten dage kenmerkt, ook in Atlantis zeker niet ongewoon was. Verder blijkt, dat juist deze slaven, die magisch minder begaafd zijn en heel moeilijk leren, over het algemeen niet in bewustzijn boven de lagere vormen der magie uit kunnen stijgen, technisch daarentegen zeer bekwaam zijn. Deze mensen zijn praktisch Nubische rassen, ofschoon hun huidskleur nog niet zwart is, zoals u van de Nubiër wel verwacht; wel de vorm van lippen, ook de kogelronde schedel, de tanige hoofdhuid, een verwarde, betrekkelijk spaarzame, maar zeer grove haargroei, die ook in deze lichte golving of kroesing reeds vertoont, in tegenstelling tot de betrekkelijk sluike haargroei van de Atlantiër zelf. Dezen dan beginnen pogingen aan te wenden om via magische weg en andere wegen de wonderen der priesters voor zichzelf te reproduceren. Er wordt o.a. (later is er heel veel strijd over geweest) een luchtvaartuig uitgevonden. Dit werkt inderdaad zoals tegenwoordig ongeveer een jet werkt. U weet toch wel, wat een jet is, nietwaar? Ik bedoel niet, een jet uit mijn tijd met meestal zo’n dingetje op en een boezelaar voor, maar zo’n soort straaljager.
Alleen met dit verschil, dat zij werkten met stoffen, die werden uitgeworpen door vulkanen en die in stenen bekkens en houders werden geplaatst, binnen straalpijpen. Die straalpijpen waren aangebracht rondom onder het vliegtuig met een zeer geringe helling, ongeveer een hoek van 15 tot 20 graden ten opzicht van loodrecht. Er werd dan aan die stof water toegevoegd. U begrijpt wat dat is. Stoomontwikkeling, maar bovendien een ontwikkeling van gas in massa, waardoor inderdaad een sterke stuwkracht werd verkregen. Zo zien wij dan, dat zij voertuigen scheppen, waarmede gevlogen kan worden. Hun grootste prestatie in deze was een voertuig, dat van de eivorm sterk afweek, langgerekt was en waarin ongeveer een tiental, in enkele meen ik zelfs een 50-tal, bewapende strijders plaats konden nemen. Het waren de Atlantische para-troopers, al zullen zij ze wel anders genoemd hebben. Hieruit kunt u al concluderen, dat de techniek niet gestimuleerd werd door de behoefte om de mens te dienen maar diende om zichzelf gelijkwaardig te maken met anderen of boven anderen te verheffen. Agressief. Deze agressiviteit zal leiden tot de ramp, waar ik het over had, ongeveer 80.000 jaar geleden. Want in deze rijken komt meer en meer de machtsstrijd tussen de vorsten tot uiting. Het aantal vorstendommen vermindert, tot er eindelijk nog een zeventig over zijn. Deze zeventig vorsten beheersen grotere gebieden, bevattende meerdere steden en zij trekken tegen elkaar ten oorlog, omdat nu hier dan daar een technische vernieuwing wordt uitgevonden, of een zwartmagiër optreedt, die door zijn beheersing van het weer o.a. aan de oogst en het verkeer der gehele samenleving ernstige schade toebrengt. Resultaat, Atlantis wordt verscheurd door strijd. Een strijd, die erger is, dan u zich voor kunt stellen. Er wordt wel geen gebruik gemaakt van gas of al zulke wapens; dat gebeurt pas op het laatste. Er wordt ook geen gebruik gemaakt van atoombommen, zoals u die kent, maar wel van bepaalde psychische wapens. En dat is wel een nadere beschouwing waard, waar het in onmiddellijk verband staat met de ontwikkeling van de mens en ook met de ontwikkeling van zijn sagen, legenden, zijn Veda’s, waar wij ook over zullen spreken. De Vedanta’s zijn vaak terug te brengen tot de periode, waarin met door het vormen van magische kringen, waaraan een groot aantal magiërs deelnam een bundeling van gedachtekracht wist te veroorzaken, die abnormaliteit, zelfs blijvende abnormaliteit, bij de aanstormende, niet magisch beschermde tegenstanders wist tot stand te brengen. Er werden heel wat idioten gemaakt op die manier.
En dwalende geesten, die slechts los nog aan het lichaam gebonden zijn, vormen een factor te meer die Atlantis bedreigt, want juist dezen, haatdragend tegen degenen die hen de mogelijkheid tot normaal lichamelijk leven ontnomen hebben, kunnen in een land, waar helderziendheid en helderhorendheid veel voorkomen enorme invloed uitoefenen. En zij zijn niet meer normaal. U begrijpt het. Eén van de verschrikkelijke verschijnselen: Haat! Tot nog toe was de oorlog geen haat, het was een belangenwedstrijd. Het was een jezelf tonen als machtig en groot. Maar door deze psychische wapens te gebruiken wordt de haat voor het eerst op de wereld gebracht. Tot dan werd de vijand, die verslagen en niet dood was, goed behandeld. Nu niet meer. Er zijn geesten die roepen: “Dood, dood!” Die offers vragen. Magiërs weten hen soms te doden door hun kracht tegen hen te keren etc. Een treurige ontwikkeling, heel treurig. Het is begrijpelijk dat de wit-magiër, die deze ontwikkeling waarneemt, gaat zoeken naar een ander middel dan alleen de overlevering om zijn ervaringen vast te leggen. Er zou een dag kunnen komen, dat deze invloeden zelfs zijn heiligste plaatsen en tempels overspoelen, uitblussen. Er zou een periode kunnen komen dat de wijsheid, de Goddelijke Wijsheid, die zij verloren hebben, verloren gaat; dit inzicht van een kosmische God, dit inzicht van vele levende factoren in het Heelal, dit begrip van eeuwige Wetten, die overal gelden. En dat mag niet. Zij beginnen met een symbolenschrift uit te denken. In het begin is het een primitief hiërogliefenschrift, gebaseerd op een aantal afbeeldingen, die met elkaar in verband voor de kenner, de althans ingewijde, een betekenis kunnen hebben. Zoiets als het Wampunschrift, dat de Noord Ladiana stammen nog hadden tot ongeveer 1800 toe.
Maar dit voldoet niet. Meer en meer worden de tekeningen vereenvoudigd en gestileerd. Het symbool krijgt meer de overhand. En nu zien wij iets eigenaardigs. In deze periode komt voor de eerste maal het Bloemenschrift voor. Daar moet ik u iets van vertellen. Het Bloemenschrift is gebaseerd op de symbolische functie en werking van de bloem. Bloem: Symbool van vruchtbaarheid en voortplanting. Voor de plantenwereld een schoonheid. De letter, voortplanting van geestelijke vruchtbaarheid, van geestelijke wetten, van geestelijke schoonheid. Voelt u de associatie. Ik vermoed, dat de eersten, die dit hebben gedaan, juist daarom bloemen kozen als symbool voor veel gebruikte woorden, voor begrippen. Op den duur blijkt het mogelijk met deze bloementekens een zeer groot aantal verschillende letters weer te geven. Wij krijgen te maken met een schrift, dat niet meer is een hiëroglyfisch schrift, maar waarbij elk beeld, elk symbool staat voor een lettergreep, die een bepaalde klankcombinatie vertegenwoordigt, uitgesproken in verbinding met de anderen, zodat een absoluut vrije woordvorming het mogelijk maakt, het abstracte beeld volledig juist uit te drukken. Nu is dit vulkanisch land rijk. Goud, zilver, platina, de halfedelstenen komen in overvloed voor. Het is dan ook begrijpelijk, dat de waardevolste gegevens uit deze tijd werden gegrift op gouden tafelen. Deze gouden tafelen werden versierd met primitief gepolijste halfedelstenen, zodat elke bloem door zijn kleur en steen kenbaar werd en variaties in kleur verdere variaties in betekenis mogelijk maakte. Enkele van deze geschriften bestaan vandaag nog. Zij worden bewaard door de geheimbewaarders der Pota’s, die in een geheime bibliotheek, naast vele oude werken, enkele van deze platen bewaren, waarvan het geheim grotendeels teloor ging. Daarnaast komt de behoefte aan ander levenssymbolen en één van de oudste is de Swastika. De swastika, die wordt gebruikt om het Godsbegrip uit te drukken en waar in het midden de roos wordt afgebeeld; dus een symbolenschrift, gebaseerd op het bloemenschrift.
Het blijft nog zo tot het verval der laatste beschaving van Atlantis. Dit symbool staat voor het onmiddellijk contact tussen de zonnekracht en de aarde, die gezien wordt als de onmiddellijke uiting van de Goddelijke Wet. Niet verwonderlijk in een volk, dat in zich nog de verre herinnering aan een Nevelland draagt. Vele overleveringen, die wij later zullen beschouwen spreken nog steeds van een Nevelland. Want de druipende duisternis, het geheimzinnig geestelijk vuur, door de Lemuriërs beleefd, wordt overgeleverd en bewaard in de tempels. Het wordt een dreiging in de tempels der stadspriesters, tot een symbool van bewustwording en vooruitgang in de tempels van de werkelijk witte magiërs, het witte priesterdom van Atlantis. Het schrift maakt het echter noodzakelijk, dat schrifturen worden geplaatst daar waar ze buiten het bereik zijn van mogelijk strijdvaardige krachten. En voor het eerst in de geschiedenis der wereld ontstaat een soort zending. Niet een zending, die wil bekeren, maar een zending, die tracht de gegevens van eigen wijsheid, van Goddelijke gaven en openbaringen te bergen, ver van de bewoonde wereld. Het eerste contact van het witte priesterdom met Zuid-Amerika, Afrika, ja, zelfs met volkeren, die later de Aziaten, de Mongolen en de Chinezen zullen zijn.
Hier is de mogelijkheid tot vestiging van “kloosters” buiten Atlantis zelf. Alles nog voor de ramp van 80.000 jaar geleden. Dan echter neemt de spanning toe. De magische strijd en de actieve strijd hand over hand toenemend leiden tot gebruik van duivelse, demonische middelen. In enkele gevallen wordt overwogen, om, wanneer men aangevallen wordt, met de vijand, wanneer het niet meer te houden is, ook zichzelf te vernietigen. Men graaft gangen, die werkende vulkanen naderen, waar met zeer weinig middelen, (men heeft nl. een soort explosief op zwavelbasis uitgevonden), door enkelingen het water der Oceanen, het water van grote meren zich kan storten in de vulkanen, daardoor dood en verderf zaaiend. Wanneer een algemene oorlog, door verdere vooruitgang der techniek, door verdere vooruitgang der zwarte magie niet meer afwendbaar is, zien de witte priesters het gevaar. Zij besluiten hun volgelingen samen te roepen, want al heeft een groot gedeelte van het volk zich van hen afgekeerd, altijd zijn er nog enkelen, die trouw de vruchten brengen, de bloemen, die het recht zijn van de witte priesterkaste. Die nog steeds komen om in de geheimzinnige nacht te staan in het maanlicht gebogen voor het altaar in de open lucht temidden van de stenen pylonen, zingend de geheimzinnige gang van Zon en Sterren en offerend het graan, de vruchten, het water, het kostelijke water aan de grote Goden, die vruchtbaarheid geven en weten, dat zij slechts het symbool zijn van één eenheid van wereld, die verder gaat dan het menselijk voorstellingsvermogen. De mensen worden dan te saam geroepen en gewaarschuwd. De priesters gaan rond, ze spreken: “Komt neemt uw vrouw en kind en uw dieren en uw bezit.” Zij schepen zich in op grote vlotten. De tocht gaat bij deze trek althans naar Afrika, dat bekend is; ook sommige slaven trekken mee. Zij zijn het, die later hun beschaving voortplanten, verschillende grote negervolken zullen regeren. Zij zijn het, die geheimzinnige ruïnes achterlaten onder het al-vervretend oerwoud. Maar de witte magiërs trekken verder. Zij trekken verder en verder, bereiken de Nijl en bergen zich voorlopig op het Abessijns Hoogland. Zij sturen verkenners uit, kleine groepen en expedities, waarvan er, misschien één of misschien eerst de kinderen terug zullen keren, om verder te gaan en te zoeken naar hoge reine lucht, waar weinig mensen zijn. Dit is het begin van het ontwaken der wereld, maar het is ook de ondergang van Atlantis, want somberder en somberder daar wordt de toestand. Groepen magiërs, bijgestaan door leken, die redelijke capaciteiten hebben, roepen storm, donder en orkanen af. De lucht is één laaiende massa van hels vuur. De vulkanen spuwen as, dodelijke regen, gifgassen uit de aarde stijgend. Over zee, uit de lucht, over land komen deze mensen gewapend met hun eigenaardige wapens, gewapend vooral met een nieuw wapen, dat ontzagwekkend is. We zouden het waarschijnlijk een resonator kunnen noemen. Het is gebaseerd op versterking van tonen, die door het menselijk gehoor niet meer waar te nemen zijn, maar die, mits versterkt op de juiste wijze, (doordat velen gelijktijdig diezelfde toon presteren) vernietigend kunnen werken op materie en mens. Wanneer dat gebeurt dan worden hier en daar de dijken doorgestoken, water bruist in de vulkanen, stoom omhult het hele eiland van Atlantis. Het wordt zwoel, elektriciteit doortintelt de lucht, het rode vuur tekent zich af en nog wordt er verder gevochten. De aarde siddert en splijt. De mensen weigeren om er aandacht aan te schenken, ze gaan verder met hun machtsstrijd. Een roes van haat en waanzin bevangt heel Atlantis; enkelen vluchten.
Ze vluchten naar het Noorden, het slavenvolk trekt met hen mee. Slaven houden niet van vechten, wel van plunderen. Zo komt het ogenblik, dat het zuidelijk deel van Atlantis onder de Oceaan verzinkt, te sterk zijn de vulkanische spanningen geworden, er komt een breuk in de aardkorst. Honderden jaren lang laait het vuur, rijst de stoom, siddert de aarde. Op het Abessijns Hoogland en reeds verder getrokken naar de Kaukasus, reeds op weg naar de Himalaya’s, leven de witte magiërs, de witte priesters met hun dienaren, hun vrienden. Zij zullen hier worden tot de openbarende Goden van nieuwe volkeren en nieuwe beschavingen. Langzaam maar zeker, zachtjes. De grote ramp betekent ongeveer 5.000 jaar stilstand voor het land van Atlantis. Nooit meer zal de aarde stabiel en rustig ademend onder deze mensen liggen, zoals in het begin. Voortdurend wordt hun gebied geteisterd door aardtrillingen en schokken, die soms nog hele steden als kegels door elkaar gooien. De slaven met hun techniek, bouwen steden, overgebleven priesters bouwen hun tempels.
Elf vorsten overleven de ramp, er wordt besloten: “Wij zullen een wet stellen van vrede voor het hele rijk”. De wet wordt gesteld. Enkele priesters der witte orde keren terug. Opnieuw leren zij de Goddelijke wetten aan het volk van Atlantis. Opnieuw krijgt de mens inzicht in Goddelijke wijsheid en waarheid. Observatoria, gebouwd op hoge plaatsen, schouwen naar de sterrenhemel, tekenen de sterrenbeelden op. Geholpen door de kennis van het slavenras, met eigen geestelijk bewustzijn meet en weegt men de aarde, meet en weegt men de zon en Maan. Vliegtuigen bestaan nog steeds, maar niet meer zo technisch volmaakte vliegtuigen, als ze eens waren, want het metaal, dat vroeger gebruikt werd, is niet meer te vinden; het is verzonken onder de aarde van zuidelijk Atlantis, dat onderging. Dit deel van Atlantis, afgedreven, nu gevangen onder een ijskorst, vormt een deel van Antarctica. Een ander deel ligt diep begraven onder de zware sliblaag van stervende dieren. Daar ligt het geheimzinnige metaal, het alliage, waarin platina, aluminium en titanium, samen gemengd, een wonderlicht en sterk metaal geven, dat hitte kon weerstaan. Het zijn betrekkelijk trage luchtvoertuigen, die gebruik maken van enkele wetten der aerodynamica, maar die niet meer over de voortbewegingskracht van vroeger beschikken en daardoor meer en meer verdwijnen. De steden worden gebouwd naar de vroegere ervaringen, omringd door grote krachten met in de kern de tempel en het paleis. De vorsten, die een wet gezworen hebben, kunnen nog de vrede niet houden; wederom is er een deel van het volk, dat uitwijkt. En nu trekken nog meer slaven mee. Slaven, die met hun primitieve magie toch reeds begrijpen, dat deze wereld niet lang meer kan bestaan. Zij wijken uit naar Zuid-Amerika.
In Zuid-Amerika bouwen zij de primitieve beschaving op, waarvan de huidige Vuurlanders een vervalproduct is. Zij tonen, lichamelijk, enigszins Polynesische eigenschappen, maar doen toch ook denken aan sommige der Nubische rassen. Andere rassen daarentegen, geleid door blanken, komen tot vermenging en vormen de rassen, als wij die zien bij de vroegste bouwmeesters. De Andes wordt tot kernpunt gemaakt van geestelijke activiteit, waar het in zijn afzondering en de aanwezigheid van vele metalen een ideale gelegenheid biedt voor de wit-magiër, om zijn wetten wederom vast te leggen. Wederom griffen zij de waarheid en wijsheid in steen en in metaal. De Atlantische beschaving is schoon. De steden zijn ruim en zonnig en wanneer de trillende aarde siddert van de hitte, dan liggen daar vaak de witgekalkte steden versierd met obsidiaan, de koepels met koper en goud alliage bekleed, de tempels en paleizen als een droombeeld uit een of ander sprookje. Maar het leven daarin is niet zo mooi. Want al zijn er dan grachten, er zijn krachten, die niet door grachten tegen te houden zijn. Menselijke begeerte en hebzucht maken de strijd tot het meest oneerbare, wat een mens kan doen. Het doden van een mens is niet langer strafbaar door uitstoting uit de gemeenschap. O neen, wie doodt en niet gerechtvaardigd kan worden, kan zich rechtvaardigen door opnieuw te doden. Een z.g. Godsoordeel. Het verval van Atlantis. Zeker, er bestaat een huwelijk. Maar de vrouwen liggen daar, waar hun lusten hen leiden. De mannen vergeten vaak, dat zij mannen zijn. Dwaze uitspattingen op allerlei gebied. De dans, eens de statige rijgang, waarin gebaar, in moedra wordt uitgedrukt de verbondenheid van mens tot Godheid wordt tot een zinnelijk amusement. Het paleis, pronkvol en prachtig als nooit te voren, met friezen en reliëfs, bekleed met platen, gehamerd op kunstige wijze van kostbare metalen tronen wonderschoon. Hallen, waarin honderden gasten gelijktijdig aan kunnen liggen, terwijl men gebruikmakend van de eigenschap van enkele gassen en statische elektriciteit, een schemerend schoon licht kan verwekken. Zij zijn alleen maar het speeltuig van een mensheid, die de menselijke waarde vergeet. De tovenarij krijgt er een functie bij: Het opzwepen der zinnen. De geneeskunde geneest niet meer: Ze prikkelt. Begrijpelijk, dat dit niet verder kan gaan. En dan komt de dag, dat de strijd der arena’s niet voldoende meer is om de sensatie te geven aan de overvoede mensheid. De vorsten vergeten het besluit, het verbond en het decreet. Ze verwerpen de tafelen, rukken ze van de muren hunner paleizen af, versmelten ze, werpen ze in zee. Schepen gaan uit om te roven, maar er is niets te roven, want de wel wetende wit magiërs, gewaarschuwd door de leden hunner groep en orde, die nog op Atlantis leven, hebben hun maatregelen genomen.
Leegte en wildernis is al, wat men ontmoet. Er kunnen praktisch geen slaven worden gemaakt. Zelfs de primitieve mens, gewaarschuwd door orakels, door bezitneming, telepathische waarschuwing en boodschap, projectie en suggestie, vlucht weg. Er moet ergens een nieuwe prikken vandaan komen. Dan maar uit buurman’s rijk gestolen. Weer gaan de vloten langs de kust, weer heffen de laatste vliegtuigen zich, aarzelend, vaak zichzelf verpletterend in onvermogen met de inzittenden in de lucht. Weer trekken er legers uit, zinneloze razernij, sadisme. De begeerten der mensheid in Atlantis zijn te hoog gestegen. Dit is niet meer te handhaven. De magiërs roepen krachten des kwaads af en ze richten deze nu tegen de wit-magiërs, waarvan ze het bestaan wel heel goed kennen. De wit-magiërs slaan terug. Vurige stenen vallen uit de lucht, opnieuw beeft de aarde, opnieuw kolkt de oceaan. Wanneer de ramp voorbij is, ligt er één groot eiland, omgeven door enkele kleinere eilanden en Atlantis is niet meer. Dit restant, dat eerder in traditie aan het oude terugdenkt, dan dat het ooit een weerschijn daarvan kan vinden, is dan het Poseidonis, waarover gesproken wordt. De wit-magiërs besluiten, nu de zwarte magie gediscrediteerd is, een laatste poging te wagen de mensheid te redden.
Ze trekken terug naar Poseidonis, naar de enige berg, die nu nog bestaat, het enige eiland, waarvan de toppen nog hoog de lucht in steken, hoog genoeg voor een tempel, daar wonen de wit-magiërs opnieuw; klinken de gezangen en gebeden, zitten in bespiegeling gebogen de ouden en wijzen en treden uit tot in de sferen der Goden, tot in de sferen der bewustwording zelfs. Maar ja, het mocht niet zijn. De legenden van Ierland, de legenden van Schotland, van Engeland, van de Kaap Verdische Eilanden, de legenden van Zuid Spanje, de overleveringen der negers en Indianen vertellen u wat er gebeurde. Opnieuw kwam de ramp. Nu niet plotseling. De aarde beefde en de wereld verzonk. Slijk en slib vulde de zee, waar langzaam werd weggesleept en weggesneden al het vruchtbare land. Wanneer de overlevering zegt, zoals Plato dat doet, dat men de zee niet kon bevaren, dat zij drab en modder was, is dat de overlevering uit deze tijd. Wederom elf kleine rijken, elf kleine vorsten en wat strijd. Primitieve woningen en huizen, primitieve mensen, magiërs, die tekenen weten te duiden en toch dwazen zijn O zeker, ze herbouwen nog de oude tempels, nog staan daar de heilige steenkringen, zuiver georiënteerd en gericht staat er het offeraltaar, maar men offert levende dieren, men offert levende mensen, men begrijpt niet meer, dat het offeren een teken van eenheid is. Zwarte magie heeft de overhand. Dan is het verzinken van Atlantis voorbij. Er blijven wat herinneringen. Een deel van het slavenvolk, een deel van de blanken zijn uitgetrokken en ook zij betreden Noord-Afrika. Zij vormen zelfs steden aan het tegelijkertijd ontstane Middellandse Zeebekken. Dit Middellandse Zeebekken bestaat in die tijd uit twee afzonderlijke zeeën, die slechts provisorisch met elkaar verbonden zijn. Zij stichten o.a. een stad op de plaats van Troje. Zij geven de Phoeniciërs de eerste stimulans om uit te gaan op de wateren, want de erfenis der zeevaart kregen de Phoeniciërs van de restanten der Atlantische bevolking.
Dit is het verhaal van Atlantis, dit is het verhaal van het begin van de mensheid toen de mensen ook groot konden zijn. Een tijd, dat men beter en zuiverder vaak geneeskundig in kon grijpen dan heden ten dage. Een tijd, dat er luchtvaartuigen waren, die beter waren dan wat gij nu kent. Een tijd, waarin een beschaving, die anders was dan de uwe, de mensheid een mogelijkheid toonde door te dringen tot in de hoogste geestelijke sferen, en bracht hebzucht, onevenwichtigheid, spel der begeerten, angst en haat, die niet met het werelddeel ten onderging. Het is geen opwekkend verhaal, maar het bewijst ons, dat ook al in de eerste ontwikkelingen, de mens zijn bewustzijn te veel paarde met zijn dierlijke eigenschappen om te kunnen spreken van een werkelijke en vrije bewustwording. De geschiedenis van Atlantis, raadselachtig als zij moge zijn, herinnert ons er aan, dat de goede mensen altijd weer de ware priesters vinden, dat zij de boodschap krijgen om uit te wijken, wanneer het nodig is, omdat zij het zout der aarde zijn, want in Egypte ontstond een grote beschaving, in Perzië verrezen tempels der wijsheid, in India spraken voor het eerst de orakels en werkten de hoge Geesten op aarde, in China vond een volk een nieuwe richting, begon zich te vermeerderen en groot te worden. En al die dingen zijn niets dan de voetsporen van de witte priesters-magiërs, die uittrokken over de wereld om de menselijke lusten en de onheilen te ontgaan, die uit de wereld geboren worden. En wanneer er volkeren leven in Zuid-Amerika, die ruim 10.000 jaar geleden reeds tempels bouwden, waar men heden ten dage nog voor in bewondering staat, wanneer toen reeds de volkeren daar een beschaving kenden, die zijns gelijke niet heeft gehad, is het niets anders, dan de voetsporen van de mensen, die werkelijk in God geloven, het werkelijk menselijke, inplaats van het dierlijke in zichzelf op de voorgrond brachten. Het is een goede les. Atlantis is een sage, een legende. Men weet er niets meer van. Wanneer we terug gaan in de tijd en trachten al die beelden in een paar woorden met elkaar te verenigen, dan is het beeld toch weer zo somber, dan weten we er zo weinig van, omdat het kwaad zichzelf vernietigt, omdat de hebzucht en de haat de mensheid doodt. De les van Atlantis is wel, dat de bewuste geest zich verder doorzet. Een volgende keer hoop ik u te bewijzen, dat veel van hun leringen werden vastgelegd in geschriften en schrifturen, dat zij de basis vormden van een nieuwe wijsheid, die ook in deze dagen nog zijn hoogtepunten kent.
Ik vind het nu voor vandaag weer welletjes, vindt u ook niet. Daarom zullen zij voor vandaag maar weer besluiten, enfin, de volgende keer gaan we verder, waar we opgehouden zijn. Eerst zal ik u nog iets vertellen over de erfgenamen der Atlantiërs en de sagen en legenden, die door hen ontstonden, om vandaar over te gaan tot de wijsgerige geschriften, dan komen we vanzelf weer wat verder. Als u goed heeft opgelet, heeft u bemerkt, dat ik vandaag al wat zwaardere kost er door heen heb gegooid, zo heel voorzichtig. Probeert u die te verwerken, want elke volgende keer gaan we niet merkbaar, maar toch zeker er een klein schepje bij gooien. De bedoeling is, dat wanneer er ooit een, (we hopen, dat het nooit gebeurt) een toestand zou komen, zoals in Atlantis, u behoort tot de bewusten, die weten welke weg zij moeten gaan, om mens te blijven en geen beesten te worden. Nu, daar laat ik het bij voor vandaag.
