Oorzaak en gevolg

image_pdf

30 juli 1971

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. Het onderwerp voor deze avond kunt u nu kiezen.

Oorzaak en gevolg

Het is moeilijk een oorzaak te definiëren. Een oorzaak is een oorzaak omdat zij voert tot een gevolg. Maar elk gevolg in zich wordt weer oorzakelijk voor verdere gevolgen. Daar elk gevolg in zich weer oorzakelijk kan worden, zullen wij voor het vinden van een werkelijke oorzaak tot het begin van de reeks moeten terugkeren en komen dan tot het oer-atoom, tot de eerste oorzaak. Voor de mens is dit echter te ver gegrepen, zodat de mensen zich eerder bezig zullen houden met de vraag hoe bepaalde toestanden andere toestanden teweegbrengen. Dat is weliswaar niet geheel en werkelijk oorzaak en gevolg, maar het lijkt er wel wat op.

Om u een voorbeeld te geven: wanneer men stelt dat door industrieën en toenemend verkeer een intense luchtvervuiling ontstaan is welke voert tot klimatologische afwijkingen, zo hebben wij iets geconstateerd wat ons een zeker inzicht kan geven in mogelijke ontwikkelingen die nog in de toekomst liggen. Aan de andere kant kunnen wij deze genoemde oorzaken niet als zuivere oorzaken zonder meer klasseren, daar deze zelf weer het resultaat zijn van bepaalde menselijke eigenschappen en kwaliteiten die voeren tot reacties van de mens binnen de moderne maatschappij die strijdig zijn met zijn eigen instandhouding. Hierbij komt zeer veel te pas, tot de in de menselijke historie voorkomende ontwikkelingen en veranderingen in sociale structuur en maatschappijopbouw. Waarmede ik u duidelijk gemaakt hoop te hebben dat wij bij een dergelijk onderwerp ons zullen moeten beperken, zeker ten aanzien van het nagaan van de werkelijke – dus eerste – oorzaak.

Ik stel nu het volgende: het merendeel van de ontwikkelingen en dus gevolgen op aarde wordt voor de mens bepaald door zijn innerlijke benadering van gekende feiten. U zou hierop kunnen merken dat dit niet geheel juist is en aanvoeren dat, zo je een gewicht van een paar kilo op je tenen krijgt, je aan de kwetsuur door je geestelijke benadering toch niet veel zult kunnen veranderen. Dit is tot op zekere hoogte wel waar. Maar de betekenis die het gebeuren heeft voor je, en dus ook de waarde die de gekwetste teen heeft voor uw verdere gedrag en verdere ontwikkelingen, bepaalt u wel degelijk voor een groot deel mede door uw karakter, uw benadering van het gebeuren.

Er komen in het leven zaken voor die de ene mens ongelukkig maken, maar voor de ander een geluk zijn. Er zijn zelfs dingen die de ene mens tot wanhoop brengen, zodat hij geheel onredelijk de wereld aan zal vallen, terwijl een ander in precies dezelfde situatie juist zich meer met de wereld verwant zal voelen en zo meer in die wereld tot stand zal kunnen brengen. Wanneer wij willen spreken over oorzaak en gevolg, zo meen ik dat wij dit in de eerste plaats zullen moeten inzien. Vanuit de mens gezien is de benadering van het feit dat oorzakelijk wordt voor verdere ontwikkelingen medebepalend voor de gevolgen.

Ik geloof dat de doorsneemens de werkelijkheid niet kent en ziet zoals zij feitelijk bestaat. Hij ziet de werkelijkheid wel, maar interpreteert haar vanuit zijn eigen standpunt, zodat zijn conclusies en reacties door zijn gedachten en niet door de feiten bepaald zullen worden. De gevolgen worden niet slechts door het feit maar mede door de menselijke interpretatie ervan bepaald. Indien u niet gelooft dat dit juist is, moet u eens gaan praten met de minister van financiën, de SER en bepaalde partijen over hun visie op het noodzakelijk geworden economische beleid.

U zult dan horen hoe zij allen op grond van precies dezelfde gegevens tot geheel differente conclusies komen. Wat betekent dat zij op grond van de nu bestaande feiten – oorzaak – tot geheel verschillende daden kunnen komen – dus andere gevolgen kunnen veroorzaken. Juist omdat wij als mens zo sterk bepaald worden door onze voorstelling van de wereld, moeten wij onszelf een grote mate van beslissingskracht toekennen ten aanzien van de gevolgen die voor ons uit een bepaalde oorzaak zullen ontstaan.

Nu zegt de wet van oorzaak en gevolg niet – zoals de meeste mensen schijnen te denken – dat er een wetmatige evenredigheid bestaat tussen oorzaak en gevolg. Men kan slechts zeggen dat overal waar een oorzaak aanwezig is, het verdergaan van de tijd een gevolg onvermijdelijk maakt. Waaraan men dan hoogstens nog toe kan voegen dat dit gevolg bij een verder verloop van tijd voor andere zaken en wezens weer tot oorzaak zal worden. Het is dus geen kwestie van een evenwicht in belangrijkheid. Wie binnen het kader van een geestelijke leer of ontwikkeling over oorzaak en gevolg nadenkt, is geneigd om te stellen: Wanneer ik sla, zal ik dus geslagen worden. Dit is absoluut onjuist. Maar anderen zeggen juist weer: Wanneer ik iets doe, zo kan dit, wat mij betreft, door de genade worden veranderd. Ik zal hierdoor bepaalde gevolgen dus niet hoeven te ondergaan. Wat eveneens onjuist is. De werkelijkheid luidt ongeveer als volgt: op het ogenblik dat ik persoonlijk deelheb aan een situatie en dus reageer binnen die situatie, zal – geleid door mijn besef – een van de vele mogelijkheden die hierdoor en op dit ogenblik voor mij bestaan, door mij gerealiseerd worden. De waarde hiervan voor mij wordt echter niet door de feitelijke toestand bepaald, maar door de wijze waarop ik het geheel beleef en aanvaard.

Nog moeilijker wordt ons onderwerp wanneer wij te maken krijgen met begrippen als karma. Want voor de mens die hierin gelooft, spelen oorzaak en gevolg hier een overheersende rol. Hun opvatting luidt – ironisch vertaald -: In je vorige leven ben je zeerover geweest en heb je schuld tegenover anderen op je geladen. Dit verklaart dat je in dit leven voortdurende moeilijkheden hebt met de ontvanger van de belastingen. Ofwel: in een vorige levensperiode heb ik vele malen de liefde van anderen versmaad, dus nu zullen in dit leven als gevolg hiervan velen mijn liefde versmaden. Wat goed klinkt in de een of andere damesroman, maar met karma toch niet zoveel te doen heeft als sommigen op aarde wel schijnen te denken.

Karma is een kwestie van scholing. Geestelijk heb je bepaalde dingen geleerd, heb je ervaringen opgedaan. Deze ervaringen op zichzelf zijn zeker niet geheel afhankelijk van het leven dat je hebt gevoerd en de kennis die je als mens opgedaan hebt. Wat dat betreft kan iemand arts worden en hierdoor zich zozeer van de aantrekkelijkheid van geld bewust worden dat hij in een volgend leven toch liever bankier zou worden, en iemand kan in het verleden een zwerver zijn geweest, luiaard en zich hierdoor zoveel dingen omtrent de noden en ellende van anderen bewust gemaakt hebben, dat hij in zijn volgende leven juist arts, sociaal werker, priester of iets dergelijks zou willen worden. Wat een leven voor een volgende incarnatie betekent, wordt niet zozeer door de feiten van dat bestaan bepaald, dan wel door de wijze waarop je die hebt verwerkt. Wat wederom kan dienen als illustratie voor de stelling die ik reeds verkondigde: Oorzaak en gevolg zijn niet evenredig vanuit ons standpunt.

Proberen wij ons onderwerp meer kosmisch te benaderen, dan blijkt dat wij in het geheel niet meer met oorzaak en gevolg te maken hebben. In de kosmos blijkt gelijktijdigheid te bestaan, waardoor alle verhoudingen moeten worden uitgedrukt in termen van evenwicht. Er bestaan dan ook de zogenaamde wetten van evenwicht, waarvan ik als een van de belangrijkste de wet van gelijkblijvende velden noem. Deze wet stipuleert niet op welke wijze veranderingen tot stand zullen komen, maar stipuleert wel: wanneer in de kosmos twee gelijkwaardige velden aanwezig zijn en in een van deze velden ontstaat een verandering, zo zal deze in het tweede veld eveneens plaatsvinden en wel zonder volle gelijkenis op een wijze waardoor het evenwicht gehandhaafd blijft.

Mogelijk denkt u nu: dit is mogelijk kosmisch het geval, maar wat moet je als mens hiermede beginnen. Toch is deze wet ook voor de mens van kracht. Oorzaak en gevolg als wet betreft voor de mens slechts zuiver stoffelijke zaken.

De mens kan zeggen: Hier heerst zwaartekracht, er ligt een steen op een hoge plaats los, die valt op het ogenblik dat ik, zonder op te letten, daaronder passeer. Zo kom ik aan mijn hersenschudding. Wil men in meer geestelijke termen een dergelijk geval bezien, zo zal men echter moeten stellen: ik heb – ongeacht de vraag of ik dit kon voorkomen of niet, zelf schuld heb of niet – een grote schok gekregen. Als gevolg hiervan zal mijn benadering van volgende situaties mogelijk anders zijn, zodat de wereld zich tegenover mij op gelijke wijze en in ongeveer gelijke mate eveneens zal wijzigen voor mijn besef. Het woord ‘ongeveer’ gebruikte ik hierbij om aan te geven dat wij zelf nooit in staat zullen zijn precieze feiten en maatstaven te hanteren op punten waarbij ons denken en reageren sterk is betrokken.

Krijg je te maken met het paranormale dat verkeerdelijk door velen als het bovennatuurlijk wordt aangesproken, dan is in de ogen van de mensen alle relatie tussen oorzaak en gevolg geheel zoek. Zij zien iemand op een berg staan. Hij strekt de handen uit, prevelt iets en opeens begint het een eindje verderop te regenen. Iets wat men in Nederland overigens niet bepaald nodig heeft. In Afrika heeft men behoefte aan regenmakers, maar hier zou men eerder droogmakers willen zien. Helaas, het land zit wel vol met witmakers en windbuilen, maar droogmakers zijn er kennelijk niet.

Menselijk gezien is er geen kenbare relatie. Toch zal men ook hierin een verhouding van oorzaak en gevolg willen zien, dus begint men een ingewikkelde redenering over geestelijke krachten in de mens, concentratie, harmonie met de natuur, het erkennen van natuurlijke mogelijkheden, en het zo over het kritieke punt brengen van reeds in de natuur bestaande waarden of omstandigheden. Kosmisch is de zaak dan nog wel iets eenvoudiger te bezien, ofschoon oorzaak en gevolg ook in de menselijke benadering hier onvermijdelijk blijft. De mens in zich erkent de behoefte aan regen en wel in het bijzonder op een plaats die hij tijdelijk als deel van zichzelf heeft erkend. Dus komt er regen. Want wanneer droogte bestaat moet elders water bestaan en omgekeerd. De gedachten werken in de richting van een evenwicht, zodat op de als deel van het ik aanvaarde plaats een soort egalisatieproces begint.

Wat ergens natuurlijk voor een redelijk mens krankzinnig klinkt. Zoals magie voor een redelijk mens zelfmisleiding of iets onmogelijks pleegt te zijn. Maar nog vreemdere zaken kunnen wij aantreffen in de esoterie: vele mensen menen dat dit een kwestie is van innerlijk streven, waardoor men hoog en belangrijk wordt, ofschoon hiervan aan de buitenkant niets te bemerken zal zijn. Zij redeneren: het is een innerlijke bereiking die niet tot uiting in de tijd hoeft te komen, maar ons wel meerwaardig maakt. Geestelijk bezien zou dit echter betekenen: dat degene die esoterisch iets bereikt, in feite minderwaardig wordt. Hij isoleert zich steeds meer van de werkelijkheid en wordt niet méér, maar eerder minder actief en bewust van de werkelijkheid.

Iemand die niet naar een meerwaardigheid zoekt maar werkelijke zelfkennis nastreeft, zal niet slechts zijn wezen doorgronden, maar zich ook bewust worden van de mogelijkheden die hij heeft en de eigenschappen waarover hij in het geheel van zijn ego kan beschikken. Dan zou iemand die werkelijk esoterisch streeft, praktisch handiger, machtiger, vaardiger worden. Hij zal meer mogelijkheden in zich beseffen en hiervan dan ook sneller en beter gebruik kunnen maken. Hij kan dit beschouwen als een werking van oorzaak, namelijk: zelfonderzoek, en gevolg, namelijk: mogelijkheden. Kosmisch gezien blijkt echter vooral het evenwicht tussen innerlijke waarde en uiting een rol in dit alles te spelen. Toch is geen mens in staat alle oorzaken van een bepaald gevolg te doen verdwijnen. Dit komt omdat – vanuit menselijk standpunt gezien – de wet van oorzaak en gevolg een kosmische wet is, waaraan men zich niet kan onttrekken. Deze wet dient men dan te beschouwen als een kosmische wet van de zogenaamde tweede graad.

De hoogste wetten in het Al die overal gelden, zijn de wetten van harmonie. Onmiddellijk daaronder komen dan de wetten van evenwicht. Beiden zijn de wetten die overal tot uiting zullen komen en die ook buiten ruimte en tijd bestaan. Toch stel ik de wetten van harmonie voorop, daar de wetten van evenwicht slechts een uitwerking zijn van de wet van harmonie en als zodanig de uitdrukking vormen van een het Al beheersende toestand.

In deze wetten is verandering wel mogelijk, maar zij drukken een geheel uit dat in wezen steeds veranderingen ontkent en zichzelf steeds gelijk zal blijven. De wet van oorzaak en gevolg en enige andere wetten drukken juist veranderingen en hun samenhang uit, die echter binnen het geheel van geen betekenis kunnen zijn. Vandaar dat men dergelijke wetten beschouwt als wetten van de tweede graad. Wetten waarop uitzonderingen voorkomen, worden beschouwd als niet volledige of werkelijke wetten en vaak aangeduid als wetten van de derde graad.

Wanneer je nadenkt over dit alles kom je tot de conclusie: dat zeer vele zaken in het Al wel gerelieerd moeten zijn, maar toch geen voor de mens nog kenbare en onmiddellijke relatie meer hebben. Ook al spreekt de mens hier van oorzaken en gevolgen, zo zal in dergelijke gevallen toch gelijktijdig van onvermijdelijkheden gesproken worden. Ik geef een voorbeeld:

De moord op een aartshertog in Serajevo wordt beschouwd als aanleiding tot de eerste wereldoorlog. Sommigen spreken hierbij over: de oorzaak. Maar moordaanslagen waren in die dagen meer voorkomende zaken. Zelfs in deze tijd blijken dergelijke dingen niet geheel uitgesloten te zijn. Toch veroorzaakt niet elke aanslag een oorlog, maar deze aanslag werd het begin van een wereldoorlog. Moeten wij nu stellen dat deze moord de werkelijke oorzaak was van deze oorlog, of mogen wij stellen dat de aanslag slechts een enkele uiting was van vele bestaande spanningen die een oorlog toch reeds onvermijdelijk hadden gemaakt, zodat de moord wel aanleiding, maar niet oorzaak genoemd kan worden? Een eenvoudig mens zal geneigd zijn in dergelijke gevallen te redeneren: eerst kwam de moord, toen de oorlog, dus hebben wij te maken met oorzaak en gevolg. Iemand die meer weet en even nadenkt zal zeggen: vele moorden hebben geen wereldoorlog veroorzaakt, ofschoon de slachtoffers van gelijkwaardige importantie waren. Zij zien als oorzaak dan de verdragsverhoudingen zoals die op het ogenblik van de aanslag in Europa bestonden. Wij hebben bij het zoeken naar een oorzaak dus te maken met economische en politieke banden, niet slechts met een aanslag, ook al is men geneigd deze laatste als de eenvoudigste verklaring tot werkelijke oorzaak te verheffen.

In het leven zien wij soortgelijke denkwijzen. Ook de schuldgevoelens van een mens, gebaseerd op zijn gevoel voor oorzaak en gevolg, blijken soms een onredelijke inhoud te hebben. De mens redeneert dan vaak ongeveer als volgt: Wanneer ik hem de mosterd niet gegeven had, zou hij niet misselijk geworden zijn. En als hij niet misselijk geweest was, zou hij niet in het donker van het balkon gevallen zijn, omdat hij de deur van de kamer niet wist te vinden en zich zo vergiste. Dus is het mijn schuld dat hij doodgevallen is. Mijn schuld? Is dat waar? Neen natuurlijk. In de eerste plaats zou men zich, om dit voorbeeld toch even te volgen, moeten afvragen of men de mosterd gaf in de wetenschap dat de overledene zich daarvan zo overmatig zou bedienen. De kans is groot dat men dit niet besefte daar men anders niet zoveel van het kruidenmengsel op tafel zou hebben gebracht. In de tweede plaats: wist men dat de man hiervan onwel zou kunnen worden? Alweer: waarschijnlijk niet, daar men volgens mij voor een grap toch niet het risico zal lopen een gehele avond voor zich en anderen te verknoeien. Ten laatste komt dan de vraag: of iemand kon weten dat de man in het donker de balkondeur naar het kleine balkon op de zesde etage aan zou zien voor de deur naar de badkamer. Toch redeneert menig mens in een dergelijk geval: ik ben hieraan schuldig, want ik was de oorzaak. Hij zou moeten redeneren: mijn verantwoordelijkheid ligt bij hetgeen ik werkelijk gedaan heb, namelijk mosterd geven. Al het andere is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van of fout van de ander.

Het ware wenselijk dat alle mensen op een dergelijke wijze hun verantwoordelijkheden en schuldvragen zouden bezien. Want wie zo handelt, zal bepaalde zaken nog steeds jammer blijven vinden, maar zal niet meer, zoals al te vaak het geval is, geobsedeerd worden door gevoelens van schuld. In dit geval zal men immers ook verder normaal blijven reageren en zal men zijn eigen weg bewust kunnen volgen. Vele mensen belasten zich echter met onredelijke schuldgevoelens die hun reactie tegenover de wereld wijzigen. Waardoor zij dus middels hun mentaliteit, oorzakelijkheden stellen en gevolgen veroorzaken die geen werkelijk verband hebben met de feiten. Feiten waarover zij immers zelf geen voldoende beheersing hadden en waarvan zij geen voldoende kennis droegen.

Het lijkt mij hier verantwoord enkele conclusies te trekken.

In de eerste plaats dan: De oorzakelijke betekenis van een gebeuren voor een ego is niet afhankelijk van het gebeuren zelf, doch van de reactie die de mens ten aanzien van de gebeurtenis ten aanzien van zichzelf kent.

Punt twee: Degene die berouw heeft, zal hierdoor in vele gevallen in de toekomst beheerst worden door een noodlot waaraan hij zich niet meer weet te ontworstelen. Degene echter die zijn fouten erkent en tracht te verbeteren, heeft een veel grotere kans ook in de toekomst eigen lot en ervaren voor een groot deel te beheersen en te bepalen.

In de derde plaats: Er zijn algemene normen en wetten waaraan wij menen niet te kunnen ontkomen. De ontkoombaarheid ligt echter niet in een werkelijke onveranderlijkheid van het gestelde, maar in onze houding waardoor wij de onveranderlijkheid van bepaalde zaken eenvoudig maar aannemen.

Er was eens een medicijnman bij een negerstam voorzien van masker en zebrastaart. Wanneer deze man met een vijandige benadering te maken had, was het zijn gewoonte bepaalde woorden voor zich heen te mompelen en vervolgens met de zebrastaart een streep op de grond te trekken. Daarop verklaarde hij luidkeels: Hierover kun je niet heen komen. Mijn macht is je te groot, mijn juju te machtig. Wie hierover tegen mijn wil heenstapt, zal onmiddellijk sterven. Wel, twee malen probeerde iemand over de streep te stappen en het bleek dat de medicijnman gelijk had. Maar op een keer kwam er iemand die niet geloofde in de juju en bij zichzelf dacht: de man kan me nog meer vertellen. Hij stapte over de streep, viel niet dood en bezorgde zo de medicijnman eerst bijna een hartverlamming en vervolgens een goed pak slaag.

Welk verhaal historisch is en kan dienen om te bewijzen dat er geen vaste waarden bestaan wanneer de mens een geloof kent. Wanneer je iets gelooft, zal hierdoor zowel je gedrag als je beleven bepaald worden, zowel in het heden als in de toekomst. Meestal blijft zoiets tot jezelf beperkt. Maar toch zal het een reeks van lichamelijke reacties, mentale belevingen en zelfs een reeks van geestelijke mogelijkheden voor je bepalen. Op het ogenblik dat je niet meer gelooft, heb je alleen maar te maken met de voor jou natuurlijke feiten. Hierin kun je dan geen verandering brengen zonder fysieke middelen. Overigens: de man die de medicijnman uit ons verhaal aframmelde, is later gestorven. De medicijnman vertelde dat het boze geesten waren, die hiervoor aansprakelijk moesten worden gesteld, geesten die hij had opgeroepen. Misschien had hij vanuit zijn standpunt daarin gelijk, maar dan heeft hij zijn boze geesten toch wel met enkele giftige kruiden zeer zorgvuldig gekookt en het resultaat middels omkoping de betreffende persoon in doen geven.

Met al die verhaaltjes tracht ik duidelijk te maken dat mensen voor een zo groot deel hun lot zelf bepalen, dat het wel erg belangrijk voor een mens mag heten om uit te maken wat hij nu wel en wat hij werkelijk geheel niet gelooft. Want eerst wanneer je weet waarin je werkelijk niet gelooft, kun je ook vaststellen waar voor jou de zogenaamde natuurlijke wetmatigheden volkomen gelden. En in alle andere gevallen zul je mede door je voorstellingswereld worden beïnvloed die oorzaken en gevolgen in een bepaalde relatie en sequentie waarschijnlijk maakt. Zorg er dus voor steeds te beseffen op welke punten je geheel menselijk redelijk bent ingesteld, op welke punten je geestelijk bent ingesteld en waar een onberedeneerd geloof je beheerst.

Men zou uit het voorgaande op kunnen maken, dat alles wat bovennatuurlijk wordt genoemd dus maar kolder is. Het paranormale bestaat echter werkelijk. Het heeft echter ook een werkingsmogelijkheid van node om tot uiting te komen. Een mens die niet wil genezen, kan paranormaal niet genezen worden. Een mens die wil genezen, maar gelooft dat dit langs paranormale weg onmogelijk is, zal eveneens langs deze weg niet genezen kunnen worden. Maar een mens die genezen wil worden en hoopt – al is het ook met grote aarzeling dat dit mogelijk zal zijn – is paranormaal te genezen.

Er moet voor bepaalde paranormale of geestelijke waarden tot uiting kunnen komen, een zekere aanvaarding daarvan of van hun werkingen bestaan. Waar geen aanvaarding is van geestelijke waarden kunnen deze dus niet als oorzakelijkheden binnen een menselijk bestaan optreden.

Waarop u natuurlijk denkt: alles goed en wel, maar waar blijven wij dan met de Witte Broederschap? Want die broederschap heeft toch vele programma’s gemaakt, voorziet het noodlot van de mensen op de wereld vaak behoorlijk nauwkeurig en zal er volgens haar verklaringen wel voor zorgen dat het de mensen in geestelijk opzicht weer wat beter zal gaan, ook al zullen de mensen hiervoor in vele opzichten stoffelijk tol moeten betalen. Kan dat dan? Dit is mogelijk omdat er geen verwerping bestaat ten aanzien van geestelijke machten en krachten. Het merendeel van de mensen gelooft in het bestaan van onzienlijke dingen. De een noemt het onderbewustzijn, gemeenschappelijk bovenbewustzijn, een ander spreekt van God, engelbewaarders of geesten. Deze aanvaarding ten aanzien van het bestaan van bovennatuurlijke of geestelijke invloeden op de wereld is dermate groot, dat de Witte Broederschap hierdoor zonder veel hinder op aarde kan opereren en zelfs materiële zaken tijdelijk regelen en beheersen.

Zelfs de mensen die voor zich in een dergelijk ingrijpen niet plegen te geloven, denken vaak dat zoiets voor anderen mogelijk wél bestaat. Maar toch houdt men zich er, desnoods wat spottend, mee bezig. En dat is vaak reeds voldoende.

Voor deze aanvaarding van het in wezen ondenkbare als mogelijk, voor anderen pleit overigens de verbreiding die eens de keukenmeidenromans hadden. Tegenwoordig hebben zij plaats gemaakt voor zogenaamde psychologische romans die op een iets pessimistischer wijze soortgelijke thema’s behandelen, zij het dan dat vele vieze woorden zijn toegevoegd en vele beschrijvingen worden weggelaten, om zo de nadruk op de moderne en letterkundige waarde van het werk te leggen. De clou van dergelijke verhalen is steeds weer dat het ondenkbare mogelijk is, dat het keukenmeisje prinses kan worden, de krantenjongen het tot miljonair kan brengen en de grootste domkoppen van de school later juist grote uitvinders of zakenlieden zullen zijn. En steeds weer blijken de lezers in staat het verhaal als mogelijk, als een soort tweede werkelijkheid te aanvaarden, ook al verzuchten zij gelijktijdig: Voor ons is dit natuurlijk niet mogelijk.

Hetzelfde zie ik, wanneer ik de mensen vertel dat zij met geestelijke middelen veel zullen kunnen bereiken. Zij horen ons aan en geloven wel dat hetgeen wij zeggen waar is. Maar gelijktijdig mopperen zij: Maar voor mij is dit onmogelijk, want mijn geloof is veel te vaag, ik heb het op aarde veel te moeilijk, ik sta hiervoor geestelijk nog niet hoog genoeg, ik ben te dom. En hierdoor maken zij dan het bereiken van resultaten inderdaad voor zich onmogelijk. Ik zeg u nu: u kunt allen geestelijk zeer veel bereiken. Voor iemand die dit inderdaad voor zich mogelijk acht, kan deze uitspraak dan tot een sleutel worden, waardoor hij vele van zijn eigen mogelijkheden en kwaliteiten zal ontdekken en leren gebruiken.

Denk niet dat er ergens een soort perpetuum mobile is waaraan u alle energie kunt ontlenen en waaruit u alles wat u wenst, zonder meer kunt halen. Sommige mensen beschouwen de geest, de voorzienigheid, de verlossing en dergelijke eigenlijk enigszins als een ijskast zoals die in sommige gezinnen gehanteerd wordt: voornamelijk als een voorraadschuur waar je heen kunt gaan als je honger hebt, zodat je je steeds zult kunnen verzadigen. In feite kun je alleen de dingen vanuit jezelf waarmaken. Er staat nergens een hoop geestelijke kracht voor u op een tijdelijke bankrekening. Maar u kunt wel u bewust worden van hetgeen in uzelf aanwezig is – ongeacht de voorstellingen die u hiermede verbindt – en zo steeds weer over krachten en vermogens beschikken die normaal menselijk ondenkbaar lijken. Oorzaak hiervoor: het geloof in de mogelijkheid van de prestatie, waarbij de wijze waarop men deze voor zich zal verklaren, er verder weinig toe doet. Wanneer ik voldoende geloof in de kracht en mij zelf hiervoor voldoende inzet, heb ik de kracht ook tot het uiterste van mijn vermogens en mogelijkheden als kosmisch levend wezen. Oorzaak: geloof. Gevolg: realisatie van schijnbaar onmogelijke dingen, ofschoon deze in de toestand altijd als mogelijkheid aanwezig zullen moeten zijn.

Nu hebt u bij het stellen van dit onderwerp zo-even opgemerkt dat je hiermede alle kanten uit kunt. Dat is niet geheel juist want je kunt moeilijk stellen als menselijk logisch en passend in de stellingen van oorzaak en gevolg, dat het kind van heden aansprakelijk is voor het samenkomen in het verleden van de betovergrootouders. Wel kun je in verband met oorzaak en gevolg stellen dat, zo slechts een van de vier paren in het verleden niet samengekomen zou zijn, de kinderen van heden er niet zouden zijn. Wat tussen haakjes, waar is. Want de stoffelijke opmaak zou voor de bezielende geesten dan anders zijn geweest, de eigenschappen en zelfs de aantrekkelijkheid van de incarnatiemogelijkheid zou dus anders geweest zijn. Wij kunnen dus stellen: oorzaak en gevolg bestaat niet voor de mens bij een pogen vanuit het heden terug te gaan naar het verleden.

Ook kunnen oorzaak en gevolg niet voortdurend vanuit menselijk standpunt logisch zijn. Ik geef toe, dat er een schijn van logica in de menselijke ontwikkelingen schijnt te bestaan. Maar dat komt alleen omdat de mensen slechts de feiten die in hun logische denken passen, opnemen en verwerken, terwijl zij alle andere gegevens en ontwikkelingen eenvoudig verwaarlozen en hoogstens als toevallig nevenverschijnsel willen aanvaarden. Alleen daarom schijnen oorzaak en gevolg logisch volgens menselijke normen te verlopen. Op het ogenblik echter dat wij trachten met alle, ook de schijnbaar bijkomstige gebeurtenissen rekening te houden, wordt het verloop van oorzaak en gevolg voor de logische mens een krankzinnig geheel, iets wat een feit is en toch ongeloofwaardig blijft.

Neem als voorbeeld eens de omwentelingspogingen in de Sudan. Dat er een revolutie zou komen was wel te voorzien, daar de man aan de macht verplichtingen was aangegaan tegenover degenen die hem aan de macht hadden geholpen en nu niet bereid bleek te zijn deze ook na te komen. Maar nu het onlogische: de man ontsnapt een gewelddadige dood. Hij krijgt onmiddellijk de macht weer in handen en krijgt hierdoor de rechtvaardiging van een tactiek die hij reeds lang in zijn land toe had willen passen en toegepast zou hebben, wanneer niet degenen die hij wenste te vervolgen en te verdrijven, zijn vroegere bondgenoten waren geweest. Je kunt de zaak natuurlijk rationaliseren, in overeenstemming brengen met de menselijke redelijkheid. Dan moet je aannemen dat dit staatshoofd reeds lang wist wat er voor een spel gespeeld werd en alle voorzorgsmaatregelen had getroffen. Stel verder dat hij rustig heeft gewacht tot zijn tegenstrevers zich hadden blootgegeven, zodat hij nu, in ieders ogen gerechtvaardigd, in kon grijpen en een veel grotere zelfstandigheid van handelen in de toekomst voor zich zeker stellen. Dergelijke verhalen zal men mijns inziens in de toekomst ook wel te horen krijgen. Maar de ware feiten liggen anders: De man wist namelijk niet wat er aan de hand was. Hij had maar een enkel voordeel: hij was meer de figuur die men wenste, dan degene die hem wilden vervangen.

Daaraan alleen heeft hij de tijdige hulp te danken en zelfs de hulp van andere staten blijkt het gevolg te zijn geweest van kleine op zich staande en onbelangrijke lijkende voorvallen. Het geheel speelde zich zelfs af zonder een onmiddellijk ingrijpen van de CIA, ofschoon in de rationalisatie ook deze wel genoemd zal worden als verantwoordelijk voor bepaalde zaken.

Oorzaak en gevolg zijn, op de keper beschouwd, vaak wonderlijke dingen. Vraag u eens af hoe de situatie is, nu Nixon met China zou gaan praten. Zeker, de mislukking in Vietnam kan hier als een oorzaak genoemd worden, maar gezien de situatie is deze oplossing niet logisch, daar de Amerikanen een veel eenvoudiger weg ten dienste staat om hun aandeel in deze oorlog af te sluiten. Zij hoeven alleen maar openlijk en luidkeels ruzie te krijgen met enkele van de voornaamste bewindvoerders in Zuid-Vietnam. Het is zeer wel mogelijk enkele, in de ogen van de gehele wereld zeer redelijke eisen te stellen, waarop de regeerders van Zuid-Vietnam niet in kunnen gaan of willen gaan. Daarop stelt men een ultimatum: Onze wensen vervullen of wij trekken onze troepen onmiddellijk terug. Met deze procedure die wel degelijk overwogen werd, zou men zijn gezicht kunnen redden en een kostbaar en onvruchtbaar geschil zonder meer beëindigen. Waarom zou men dan met China gaan praten?

Ik meen overigens dat de werkelijke verklaring voor deze toenadering ligt in de vrees dat de linkse invloeden in de wereld te sterk zullen worden.

Wanneer men nu verschillende linkse machten tegen elkaar uit zou kunnen spelen, is een politiek van verdeel en heers mogelijk. Wat denkt u dat overigens het werkelijke resultaat van al deze toenaderingen en besprekingen zal zijn? Zou Nixon werkelijk naar China gaan? Om eerlijk te zijn ziet het daar niet bepaald naar uit. Zal hij bereiken wat hij wil? In zekere zin volgens mij wel: hij bereikt volgens mij dat China vanuit Rusland sterker onder druk komt te staan. Gelijktijdig bereikt hij er mee dat Rusland, terwijl het in feite op het ogenblik een hardere politiek wenst te voeren tegen de ‘imperialistische machten’ genoopt wordt voorlopig zich vriendelijker tegenover het Westen op te stellen, zelfs indien dit voor de interne politieke verhoudingen minder gunstig zou zijn. Dit alleen maar om te voorkomen, dat de VS en daarmede een groot deel van het Westen zich op China zouden gaan richten en dit niet slechts van handelsgoederen, maar ook van strategische belangrijker zaken zou gaan voorzien.

Een wat zonderlinge toestand, zoals u toe zult moeten geven. En waar liggen de oorzaken voor deze ontwikkelingen? Wanneer wij de achtergronden onderzoeken van Nixons houding, zowel ten aanzien van Vietnam, China, als intern tegenover de rassenconflicten, blijkt vooral het karakter van de man zelf de mogelijkheden te bepalen. Hij is iemand die wil bewijzen, hoe groot hij is. Gaat men hiervan uit, dan kan men zowel het verloop van zijn politieke loopbaan als de inconsequenties in zijn gedrag gemakkelijk overzien en toekomstige reacties van deze president berekenen. Met deze, ten aanzien van het geheel, onbelangrijk schijnende kennis, kunnen wij de mogelijkheden zowel als de voor deze man in het vooruitzicht liggende keuzemogelijkheden overzien en met redelijke nauwkeurigheid de toekomst omschrijven. Is de bron van dit alles, ongeacht de handelingen van vroegere bewindslieden, niet voornamelijk gelegen in het karakter van een enkele mens en de mogelijkheden waaruit deze volgens eigen besef kiezen kan? Hoe onlogisch het misschien ook klinkt, dit karakter is de komende tijd niet slechts bepalend voor de gang van zaken rond de USA, maar zelfs voor ontwikkelingen die de gehele wereld betreffen.

Wanneer je de zaken zo beziet en beredeneert, blijft van de veronderstelde lijnrechte verbinding tussen oorzaak en gevolg maar heel weinig over. Er zijn nu eenmaal altijd zaken die niet onmiddellijk aan het daglicht komen, maar wel voor een verloop van zaken beslissend kunnen zijn. De eenvoudige mens redeneert: ik heb een hamer en een spijker. Wanneer ik die in de muur sla, zal ik voortaan aan de spijker mijn jas op kunnen hangen. Wat waar is wanneer men de jas niet kwijtraakt en al timmerende geen gas, water of elektrische leiding raakt. Stel dat die kans redelijk 3 op 100 is. Dan nog kan men stellen dat een deel van de mogelijkheden bepaald zal worden door omstandigheden waaraan men geen aandacht heeft geschonken, zodat men er niets van wist voor het te laat was. Oorzaak en gevolg zijn daarom in de praktijk, gezien de vele onvoorziene omstandigheden waarmede men te maken kan krijgen, nooit volledig berekenbaar. Wij kunnen vaak de richting van een ontwikkeling door gebruik van deze regel wel bepalen, maar slechts zelden alle details die tijdens de ontwikkeling kenbaar zullen worden.

Vaak speelt ook een verkeerd uitgangspunt een belangrijke rol bij de teleurstellende ontwikkelingen, die de mens ondanks al zijn plannen en voorzorgen zal moeten doormaken. Nemen wij als voorbeeld het onderwijs. Bij het onderwijs is men meer en meer gaan geloven dat je het de jeugd vooral altijd gemakkelijker moet proberen te maken. Men zegt onder meer steeds weer: Wij moeten het kind niet overmatig belasten. Allen zijn ervan overtuigd dat dit de gezondheid en geestelijke ontwikkeling van het kind ten goede zal komen. Wat logisch en zelfs ten dele juist is. Maar is het dan niet even logisch dat het kind, wanneer het groot is geworden en in de maatschappij zijn rol moet spelen, eveneens steeds zal eisen dat men de dingen eenvoudiger en gemakkelijker zal maken, dit onder het motto: deze belasting is mij te zwaar? Reeds nu ziet men dat steeds meer mensen voor zich steeds meer eisen, terwijl men onaangename of smerige baantjes ongedaan moet laten, dan wel door gastarbeiders moet laten uitvoeren, omdat degenen die dit in feite zouden moeten doen, stellen: Mij niet gezien, ik loop wel in de WW.

Niemand schijnt dit verwacht te hebben. Toch is het een logisch gevolg. Wanneer je kinderen steeds weer voorhoudt dat eenieder gelijk is, doe je best maar, dan zien wij wel verder, zal het kind misschien gelukkiger leven. Maar zeker is dat het hierdoor ook veel minder redenen heeft om te trachten zich op een voor de maatschappij aanvaardbaar gebied te handhaven. Wat volgens mij weer betekent dat een vorm van onderwijs waarin elke concurrentie en bijna elke dwang ontbreekt, uit moet lopen op een steeds toenemende onordelijkheid van de leerlingen, ook wanneer hun scholing beëindigd wordt. Daarnaast zal het leerresultaat voor de meesten, maar niet voor allen, ver onder de haalbare norm komen te liggen. Ondanks alle argumenten voor een steeds vrijer onderwijs, dat de eigen activiteit en verantwoordelijkheid, de maatschappelijkheid ook van de leerlingen tracht te bevorderen, is de maatschappij in wezen beter gediend met een streng geregimenteerd onderricht. Raar maar waar!

Dit is natuurlijk een klap in het gezicht voor allen die een steeds vrijere opvoeding voorstaan. Maar de feiten zullen wel uitwijzen, dat ik hier een verband tussen oorzaak en gevolg toch op de juiste wijze heb gelegd. De maatschappij zou hier mogelijk toch wel iets aan kunnen doen door als een soort stok achter de deur te stellen: een diploma of brevet van vakbekwaamheid is geen kaart die recht geeft op een bepaalde plaats in de gemeenschap. Indien men meer de nadruk zou leggen op de werkelijke prestatie en minder op de op papier bevestigde zogenaamde bekwaamheden, zou men met het scheppen van juiste verhoudingen en aandacht voor de werkelijk belangrijke zaken in de gemeenschap, volgens mij al heel wat verder komen.

Oorzaak en gevolg: Wanneer wij in de sociale structuur op een verkeerde wijze tot een benadering van een bepaalde groep van de bevolking komen, doen wij hiermede conflicten ontstaan, die onvermijdelijker worden naarmate de verkeerde benadering langer duurt. Wanneer wij dit weten, kunnen wij ook stellen dat elke, zelfs een geringe, verandering in de benadering van de massa bepalend kan zijn voor massale veranderingen van gedrag. Ook dit zal mijns inziens blijken in de zeer nabije toekomst. Het is overigens jammer dat een zekere Adolf voorlopig nog niet bereikbaar is. Want hij zou u duidelijk kunnen maken hoe je met een drietal zinnen een massa zodanig kunt beïnvloeden ,dat haar instelling geheel verandert en zo een reeks voor jou wenselijke invloeden en omstandigheden onvermijdelijk op zullen gaan treden. Want ook dit kunnen wij leren van oorzaak en gevolg: enkele lege woorden die niet logisch of verantwoord hoeven te zijn, zijn vaak voldoende om de gedragsnormen van enkele honderdduizenden mensen zodanig te veranderen dat zij de gehele gemeenschap met zich mee kunnen sleuren.

Wat betekent dat je met die dingen toch werkelijk voorzichtig moet zijn. Want het is eenvoudig genoeg om te spreken over oorzaak en gevolg als vaste waarden, en te stellen: Wanneer deze oorzaak bestaat, is dat gevolg onvermijdelijk. Toch kunnen wij aan de hand van erkende oorzakelijkheden wel de meest waarschijnlijke gevolgen vaststellen, maar nimmer met volledige zekerheid de ontwikkelingen van de toekomst vaststellen. Dit wijst erop dat men in de erkenning van oorzaken op menig gebied nog niet ver genoeg is gevorderd om zelfs maar de waarschijnlijke gevolgen te kunnen overzien. Wij moeten de oorzaken kennen, de kleinere details overzien, die de geestelijke of mentale benadering van de oorzaak bij een mens kunnen wijzigen en eerst dan zullen wij, althans enigszins zuiver, ons een beeld kunnen vormen van de daaruit voortkomende ontwikkelingen.

Oorzaak van de milieuverontreiniging: handelsgeest, een zeker egoïsme en een behoefte aan een steeds grotere welvaart voor steeds meer mensen, zelfs indien dit ten koste moet gaan van steeds meer mensen. Gevolg: ondergang van de menselijke wereld? Dit is denkbaar. Maar waarschijnlijker is een plotselinge en onverwachte verandering in de mentaliteit van steeds meer mensen. Wij kunnen dan hoogstens zeggen, dat waarschijnlijk leef- en gedragsregels zowel als waarderingen snel zullen veranderen, maar wij kunnen juist in dit verband niet zeggen op welke wijze dit zal plaatsvinden.

Ik stel dat de wet van oorzaak en gevolg een wetenschappelijk wel aardig hanteerbare regel is, waarmede men soms wonderen zal kunnen doen, maar dat de wet, zoals deze wordt gehanteerd, niet geldt voor alles, maar slechts incidenteel.

Daar waar de mens door vrije keuze tot oorzaak wordt, terwijl dit niet zijn doel is, zal het verschijnsel een zodanige variabiliteit tonen, dat een steeds grotere afwijking van de mogelijke verwachting onvermijdelijk lijkt.

Gezien de complexiteit van de schijnbaar zo eenvoudige wet van oorzaak en gevolg, lijkt het mij dan ook beter deze te beschouwen als de uiting, het verschijnsel, van door ons nog niet geheel gekende of begrepen wetten van harmonie, waarbij ook, zij het in beperktere mate, de wet van gelijkblijvende velden en evenwicht een rol speelt.

Indien u iets te zeggen hebt….

Vragen

  • In verband met het gestelde over geloof: wat bepaalt de suggestibiliteit van een mens?

Grotendeels zijn voorstellingsvermogen, zijn wensen en zijn gedachteleven. Voor de doorsneemens is geloof namelijk niet iets wat bewust overdacht wordt. Het is een aanvaarding van een algemeen waar of juist geheten stelling, waartoe men komt omdat men hierdoor een aanvaarding binnen de gemeenschap voor het eigen ik tot stand wil brengen. Voor de meeste mensen zijn geloofsaanvaarding en een aanvaard worden door de omgeving bijna identiek, zeker in de jonge jaren. Vanuit deze zucht naar aanvaarding groeit dan later de geloofsgewoonte die een denkgewoonte inhoudt, waardoor de mens aan de eenmaal aangenomen stellingen niet meer zal twijfelen. Hij zal wel de eventuele consequenties van het geloof willen onderzoeken, maar nimmer een fout in zijn wijze van denken op trachten te sporen – dit zou immers een gevoel van verlatenheid voor hem betekenen. Hierdoor blijft hij zeer lange tijd, soms zelfs het gehele leven, geboeid door de zo eens aanvaarde stellingen. Naarmate de mens meer bereid is afstand te doen van een waardering door zijn milieu en een gevoel van zekerheid in de eerste plaats, en daarnaast ook eigen denkwijzen en gevoelsreacties onder de loep wil nemen, zal hij een grotere vrijheid gewinnen. Zijn suggestibiliteit zal dan, zeker in dit verband, minder groot worden.

Ten laatste: suggestibiliteit berust mede op het aanwezig zijn van voorstellingsvermogen. Eenvoudige mensen laten zich vaak hypnotiseren door bewegingen en gedragingen, maar veel moeilijker door begrippen. Naarmate het voorstellingsvermogen van de mens groter wordt, zal het eenvoudiger zijn hem alleen met woorden, het hanteren van begrippen en dergelijke in een toestand te brengen waarin hij in feite niet werkelijke waarden als realiteit zal aanvaarden.

  • Kan de mens door het verkrijgen van een groter inzicht bereiken dat de wet van oorzaak en gevolg minder sterk op hem inwerkt?

De verschijnselen van hogere wetten, hier als oorzaak en gevolg aangeduid, kunnen door een mens nimmer geheel ontdoken of terzijde gesteld worden. De mens die zich bewust is van kosmische waarden, zal in vele gevallen de eigen wil zodanig parallel stellen ten aanzien van deze wet en uit de aanwezige mogelijkheden een zodanige keuze doen, dat vanuit het standpunt van de mens een zekere beheersbaarheid ontstaat. Hij voelt dan niet meer dat hij door oorzaak en gevolg beheerst en geleid wordt, maar ervaart zowel de oorzaken als hun gevolgen als een normaal verschijnsel dat geheel voortvloeit uit eigen werken en streven.

  • U stelt dat geloof mogelijkheden geeft. Maar dan moeten deze eerst gerealiseerd worden in al hun verbanden. Wat gebeurt er dan in de tussentijd?

De werkelijke gelovige stelt niet dat dankzij het geloof iets zal komen, maar stelt onmiddellijk: het is er reeds nu, ik moet het alleen erkennen, vinden. Wanneer ik hierin niet slaag is dit mijn schuld. Door deze houding is hij veel attenter ten aanzien van mogelijkheden en wegen, dan degene die stelt dat hij gelooft en nu wel eens wil zien wat ervan komen zal – dus een afwachtende houding aan zal nemen na bijvoorbeeld een gebed. Naarmate het geloof intenser is en dus het handelen onmiddellijk in overeenstemming brengt met dit geloof zal de tijd die tussen stelling volgens geloof van een gebeuren, en de realisatie daarvan korter zijn.

  • Vraag: (Onverstaanbaar).

Er was eens iemand die sprak over de Bijbel als het werk Gods. Waarop een ander sprak: Ik geloof dit wel, maar dan moet je me even snel vertellen hoe en wat God is. Zo ongeveer voel ik mij nu ook.

De basis van de wet van gelijkblijvende velden omvat ongeveer het volgende: De totale energie waaruit het geheel van de schepping bestaat, blijft steeds gelijk. De vorm waarin de kracht optreedt kan van vorm veranderen, maar het totaal blijft dus steeds gelijk. De gelijkblijvende velden kunnen hier omschreven worden als gelijkwaardige delen van die kracht, welke elkander onderling beïnvloeden, elkander kruisen, waardoor onder meer materie en bepaalde lagere verschijnselen van energie tot stand kunnen komen.

Gesteld wordt dat dergelijke velden steeds gelijkwaardig moeten zijn, daar zij elkander in evenwicht moeten houden. Zonder dit zouden alle verschijnselen ophouden te bestaan in een enkele enorme krachtsontlading, waarbij alle kracht weer tot een geheel zou samenvloeien. Wanneer nu in een van de velden iets verandert en hierdoor geen evenwicht tussen de verschillende vormen van energie zou bestaan, stelt men dat in elk ander veld een soortgelijke verandering tot stand zal komen, zodat een uiteindelijk evenwicht gehandhaafd kan blijven. De wijze waarop dit geschiedt, doet enigszins denken aan inductie. Verder zegt men: Alle verandering in een dergelijk veld betekent een teloorgaan van de stabiliteit van de schepping. Daar echter in elk veld de neiging een bestaand evenwicht te handhaven ingebouwd is, zal door elke verstoring van evenwicht in alle betrokken velden een zodanige reeks van veranderingen ontstaan, dat een samenvloeien van de velden onmogelijk wordt en uiteindelijk wederom een toestand van evenwicht bereikt is. Sommige denkers stellen hierbij dat het proces van aanpassing tot nieuw evenwicht datgene is wat wij ‘leven’ plegen te noemen.

En hiermede wil ik gaan afsluiten. Ik heb vele dingen gezegd die u zou moeten weten, zeker wanneer u reeds langer hier komt. Wel heb ik enkele benaderingen van de wet gegeven die u nog niet zo goed kende, die minder wetenschappelijke betekenis schijnen te hebben. Kortom, benaderingen die u niet bewust hebt overwogen, omdat u meende dat u dit alles reeds lang wist. In alle benaderingen van oorzaak- en gevolgwerkingen is de meest gevaarlijke wel die waarbij men aanneemt dat men het nu wel weet. Hierdoor kom je tot een verwaarlozen van voor jou toch essentiële punten in je ervaren en in je benadering van de wereld rond je. Dit betekent dat je steeds sterker gebonden zult zijn aan een in geen enkel opzicht meer te beheersen noodlot en alle vrijheid ten aanzien van bepaalde ontwikkelingen verliest. Daarom zou ik u toch willen aanraden – ook al kent u reeds vele argumenten – de bijkomstigheden verder na te gaan. De bijkomende zaken zijn voor u meestal van veel groter belang dan al die dingen die u reeds zo goed meent te weten, maar waarmede u niets hebt kunnen doen tot nu toe.

Indien ik volgens u in dit onderwerp te weinig aandacht heb gewijd aan vroegere incarnaties, wat door u als nevenonderwerp werd gesteld, zo verzoek ik u mij dit te vergeven.

Wanneer je je bezighoudt met het maken van kippensoep, denk je ook niet meer aan het ei. In zover oorzaak en gevolg voor u belangrijk is, hebben wij te maken met de mens en de wereld zoals deze nu bestaan, met de huidige vorm. Hoe alles tot zover is gekomen, mag interessant zijn, maar is zeker niet bepalend voor de gebeurtenissen en het gebruik van de nu bestaande mogelijkheden. Wat wij nu zijn, wat wij nu beseffen kunnen, en de mate waarin wij ons besef vrij kunnen maken van allerhande illusies, is bepalend voor de wijze waarop wij oorzaken en gevolgen kunnen zien en onze mogelijkheden daarin kunnen bepalen. Naarmate onze innerlijke werkelijkheid groter wordt en wij bereid zijn deze innerlijk erkende standaard ook bij benadering van de buitenwereld toe te passen, zullen wij oorzaak en gevolg bewuster kunnen ervaren en zo zelfs deels beheersen. Het gevolg is dat men, zelfs als mens, een zodanig meesterschap over lot en wereld leert verwerven, dat men binnen het vastgelegde kader van grote gebeurtenissen toch vrij is zichzelf te zijn en zelfs de mogelijkheid kent de vrijheid voor anderen althans denkbaar te maken.

Deel 2

U krijgt ook in dit tweede deel van de avond de mogelijkheid een onderwerp te stellen, dat ook van meer geestelijke aard mag zijn.

  • Kunt u hetzelfde onderwerp nogmaals behandelen, maar dan van geestelijke zijde belicht?

Indien ik hier in geestelijke zin over oorzaak en gevolg moet spreken, wordt dit de oorzaak voor veel geestelijk leed voor velen onder u, terwijl er weinig geestelijk oorzakelijks naar voren zal komen. Maar misschien hebt u nog een andere keuze?

Onderbewustzijn en instinct

Laat ons om te beginnen dan constateren dat de mens er door zijn onderbewustzijn vaak instinkt. Instinct is een materiële, een in wezen erfelijke zaak. Het bestaat uit een reeks van gewoonte-reactie-patronen die van geslacht tot geslacht worden overgedragen, zodat de mens op bepaalde impulsen zonder te beseffen waarom en hoe, ja, vaak zelfs zonder zich hierin te kunnen beheersen, zal reageren. Waarop hij later natuurlijk zal trachten zijn reacties in te passen in de zogenaamde redelijke denkpatronen. Zodra het over zijn instincten gaat, is de mens namelijk zeer onredelijk.

Wanneer wij daarnaast het onderbewustzijn bezien, zo blijkt dit te bestaan uit scholing en ervaring, waarbij de mens geconfronteerd wordt met belevenissen die hij niet bewust kan behouden. Daarnaast is er sprake van een reeks van angsten en begeerten die in bepaalde vorm en met bepaalde associaties wel degelijk door het ik zelf in dit leven zijn opgedaan, maar die toch niet passen in hetgeen hij aanvaardbaar acht en daardoor door hem uit zijn bewustzijn verdrongen worden. Het geheel van dergelijke herinneringen en verdrongen ervaringen noemt men dan het onderbewustzijn.

Nu ligt er nog wel een ander bewustzijn onder dit onderbewustzijn, maar dat is geestelijk, zodat het, al ligt het in het bewustzijn onder het onderbewustzijn, toch als bewustwordingsmogelijkheid in feite boven het onderbewustzijn staat.

Als u nog weet wat nu dus onder en boven is, wil ik dit wel graag even van u horen. Niet? Geestelijk bewustzijn geldt boven onderbewustzijn voor bewustwording, maar ligt in directe invloed op de reacties van de mens meestal ver onder het onderbewustzijn. Zo, nu weet u het dan.

Hieraan kunnen wij verdere omschrijvingen toe gaan voegen. Zo is het instinct in wezen voornamelijk een vormgeving van de drang tot zelfbehoud en instandhouding van de soort, omgezet in reeksen van automatismen, waardoor de reactie van de gehele soort zal worden bepaald. Met dien verstande dat in de reacties steeds weer de instandhouding van de soort als geheel prevaleert boven de instandhouding van het ik als individu. De liefde en opofferingsgezindheid van de moeder voor haar kind kunnen wij dan ook onder de instincten rekenen, hoezeer men onder de mensen deze liefde tracht te verklaren tot een geheel bewuste en beheerste reactie die zou bewijzen hoe hoog het menselijke denken wel staat. Maar eerlijkheidshalve moet men beseffen dat een apin zich eveneens dood zal vechten voor haar jong, terwijl de vogelmoeder haar nest met jongen zelfs met groot gevaar voor eigen leven pleegt te verdedigen en, al is zij schuw, zelfs bij een zeer groot gevaar op het nest zal blijven, terwijl zij voelt hierdoor het slachtoffer te zullen worden. Deze zaken zijn in elke soort als het ware ingebouwd. Elke soort heeft nu eenmaal als een soort geestelijk geheel een soort rassen- of soortgeest. Deze entiteit bepaalt tijdens de ontwikkeling steeds de eigenschappen die voor een voortbestaan van de soort begeerlijk zijn, hierbij bij elke verdere ontwikkeling zich baserende op eigenschappen en neigingen die door de soort in het verleden reeds ontwikkeld zijn.

Dergelijke instincten bestaan daarom voor alle wezens in de stof, soms op een halfbewust, soms op geheel onbewust niveau, in nog andere gevallen als geheel van denken losstaande reacties en reflexen, zoals bij planten het geval is.

De doorsneemens zal een dergelijke gepredisponeerdheid van zijn reacties over het algemeen liever niet bewust beseffen en aanvaarden. Mogelijk is dit de aanleiding dat een mens alles, wat met zijn instincten in verband te brengen is, naar het onderbewustzijn tracht te verdringen. Hij zoekt zelfs voor instinctieve reacties een verklaring te vinden in ervaringen van het verleden, terwijl eenieder toch zou kunnen weten, dat onderbewustzijn in de eerste plaats werkt middels emoties, terwijl instincten onmiddellijke motorische impulsen ten gevolge heeft, waarbij de relatie tussen prikkel en impuls is vastgelegd.

Indien u meent dat ik de beheersing van het lichaam door instinctieve waarden op verschillende niveaus overdrijf, kunnen wij even leentjebuur spelen bij de psychologie. Wanneer je een mens zegt, hem met brandend hout of gloeiend ijzer te zullen beroeren, terwijl de tastzin geen onderscheid kan maken tussen het gestelde ijzer en het ijs, waarmede men de persoon werkelijk beroert, ontstaan onmiddellijk brandblaren. Wij kunnen iemand door geluiden waarvan hij weet dat zij onschadelijk zijn, terwijl hij niet beseft waarom hij bang daarvoor is, toch de stuipen op het lijf jagen. De verklaring is eenvoudig genoeg: bepaalde trillingen betekenden in de oertijd gevaar: de komst van sauriërs en grote vleeseters. De reacties waren: angst, gespannenheid, vooruitlopen op de noodzaak tot vlucht of zelfverdediging en als gevolg van dit alles ook een gekanaliseerde agressiviteit. Hetzelfde kun je nu met een goede geluidsinstallatie ook doen, alleen heet het dan beatmuziek.

Angst en begeerten kan men op dergelijke wijze dus prikkelen. En wanneer men meent dat de tamtam van de negers of het gebruik van drums bij voodoo alleen maar uitingen zijn van een bepaalde cultuur, zo moet men toch werkelijk nog eens nadenken. Dan zal men tot de conclusie komen dat dergelijke ritmen wel degelijk inwerken op de instinctieve reacties van de mens en daardoor zelfs een conditionering op lichamelijke basis kunnen betekenen. Men kan op deze wijze onder meer een verhoogde adrenaline-afscheiding teweegbrengen en ook andere klierafscheidingen beïnvloeden op een wijze, waardoor ook het denkvermogen van de mens en het geheel van zijn reacties veranderingen ondergaat. Het gebruik van muziek en vooral ritmen heeft tot gevolg dat de mens de door zijn geloof geëiste prestaties veel gemakkelijker en natuurlijker zal kunnen volbrengen.

Met het onderbewustzijn liggen de zaken weer anders. Een geestig denker heeft eens gezegd: het onderbewustzijn is de kleerkast van het geheugen waarin de mens alle skeletten weg pleegt te bergen. Ik kan het daarmede wel eens zijn: de mens wil boven alles mens zijn, dat wil zeggen dat hij overeen wenst te stemmen met het beeld dat hij zichzelf van menszijn, menselijkheid en menselijke waardigheid heeft gemaakt. Op het ogenblik dat hij aan een dergelijk beeld niet beantwoordt of dingen doet, ervaringen heeft, waardoor dit beeld zou kunnen worden aangetast, tracht hij alle herinnering hieraan uit zijn geheugen te bannen. Op een partijtje ontmoet men wel eens iemand die men liever niet ontmoet zou hebben. Dan mompelt men wat en doet verder maar of de persoon in kwestie er geheel niet is. De mens behandelt ongewenste indrukken op ongeveer gelijke wijze in zijn geheugen.

Maar al doe je, of een bepaalde persoon niet bestaat, hij is er wel degelijk en kan je nog danig hinderen, of op de tenen trappen. Zo ook de verdrongen ervaringen en herinneringen. Wat erop neer komt dat wij bepaalde dingen wel uit ons bewustzijn zullen kunnen bannen, maar daarmede de zaak nog niet werkelijk ongedaan hebben kunnen maken, zodat er altijd nog sprake is van een ingeschakeld zijn van herinneringen en dergelijke in het totale reactiepatroon van de mens. Dat wat wij niet erkennen, wordt dan tot iets meer aanvaardbaars gerationaliseerde en zo deel van onze schijnbaar geheel beheerste en bewuste reacties.

Want mensen willen of kunnen niet beseffen dat zij door het verdringen van feiten en herinneringen hun beheersing over een steeds groter deel van hun reacties zullen verliezen en zo ook een deel van hun werkelijke persoonlijkheid verloochenen. Een mens die vol zit met verdrongen schuldgevoelens en ervaringen, zal hierdoor bijna altijd het voortdurende gevoel hebben dat de wereld hem vijandig gezind is. Want schuldgevoel wordt in dergelijke gevallen tot minderwaardigheidsbesef en dit op zijn beurt betekent kwetsbaarheid, zodat men veel meer voorvallen als een aanval op eigen persoon ervaart en zich aan die anderen bovendien meer ondergelegen voelt. Wat dan weer tot uiting komt in een danig overschatten van elke werkelijke of veronderstelde tegenstander. De drang tot zelfhandhaving doet de mens dan instinctief agressiever dan noodzakelijk reageren, vaak met grote nadruk op futiliteiten die voor anderen van geen enkel belang zijn.

Overigens hebt u mij maar een moeilijk onderwerp gegeven. Indien u mij had laten praten over bijvoorbeeld de band tussen de auto en de moderne vrouw, zou ik onder meer over de voordelen van een stripped-down chassis kunnen praten en zou het een vrolijke boel geworden zijn. Maar wanneer je over het onderbewustzijn moet spreken, ben je verplicht in te gaan op de donkere krochten van de menselijke gedachtewereld, terwijl je bovendien er zeker van kunt zijn dat het niet veel uithaalt. Want de mensen willen alleen aandacht geven aan onderbewuste impulsen, wanneer die als verontschuldiging kunnen dienen, dan wel als de zaak alleen over anderen gaat. De meeste mensen zijn nog wel bereid het onderbewustzijn van een ander te ontleden, zolang men maar van hun eigen onderbewustzijn afblijft. Wat het gevolg van een niet bewuste impuls is, die door het onderbewustzijn wordt ingegeven en door de instinctieve drang tot zelfhandhaving ongetwijfeld wordt versterkt: je weet uiteindelijk nooit wat er voor de dag zal komen, nietwaar? Mogelijk vraagt u zich af waar het geestelijk belangrijke in dit geheel wel blijft.

Laat mij het zo stellen: de geest heeft, evenals menige moderne mens, een eigen voertuig nodig om zich op aarde gemakkelijk te kunnen bewegen. Ook deze voertuigen zijn vaak goedkoper en minder comfortabel uitgevoerd dan wij wel zouden wensen. Vele voertuigen hebben bovendien verborgen gebreken die door de rijwijze van de bestuurder veel sneller tot uiting komen dan prettig of wenselijk is. Wanneer een mens in zichzelf komt tot een erkenning van een geestelijke waarheid, zo wordt hij hierdoor zeker niet tot iemand die geen instincten of onderbewustzijn meer heeft. Wel zal zijn innerlijke waarheid voor hem zoveel belangrijker zijn dan al hetgeen er aan onderbewuste impulsen in hem bestaat, dat hij deze laatsten langzaam maar zeker meester wordt en leert overbrengen naar het bewustzijn. Zelfs de uitwerking van zijn instincten zal hij op den duur zo snel leren herkennen dat ook deze merendeels beheersbaar worden.

Hij zal bovendien beseffen dat zijn instincten vaak zo bruikbaar zijn als gaven. Juist de geestelijk bewuste beseft dat, zo je een instinct voor richting hebt, het is dwaas daarvan geen gebruik te maken, omdat je toevallig een landkaart bij je hebt. Als je beseft dat je, door je instincten te volgen, sneller de voor jou normale wereld weer zult kunnen bereiken moet je dat volgens mij doen. De bewuste doet dit inderdaad, om, zodra hij de situatie weer bewust kan overzien, zijn instinct voorlopig het zwijgen op te leggen. Vanuit zijn standpunt kan het onderbewustzijn samen met het instinct dan voorlopig wel op non-actief gaan, omdat hij bewust wenst te volbrengen, wat volgens zijn innerlijk besef noodzakelijk is.

Hierdoor krijgt de geest een veel grotere zeggenschap over de stof, wat de bewustwording ten goede komt. Maar niet elke geest zal dezelfde resultaten met hetzelfde lichaam kunnen behalen. Er zijn uiteindelijk goede chauffeurs die uit een tweedehands kneusje meer aan snelheid en veiligheid weten te halen, dan anderen uit een geheel nieuwe wagen. Een bewuste op aarde is volgens mij iemand die de gebreken van zijn voertuig zodanig weet te exploiteren, dat hij hierdoor tot een beter levensresultaat komt. Deze beheersing betekent voor de geest tevens een scholing die op eigen terrein bruikbaar is. Hij zal ook zonder lichaam door de opgedane ervaringen juister en scherper op omstandigheden en noodzaken reageren en hierdoor bewuster sneller en beter handelen. Dit betekent dat een dergelijke geest in de stof en in de sferen, een grotere mogelijkheid heeft om in een blijvend contact te komen met de grote werkelijkheid waarin mensen en geesten gezamenlijk voortdurend bestaan.

Ik eindig met enkele korte formuleringen.

Instinct is het gewoontepatroon van de mensheid dat hij, menselijk als hij zichzelf pleegt te zien, meestal onmenselijk acht. In zijn poging dit voor zich te verbergen komt hij zo tot onmenselijkheden die hij als deel van een zuiver menselijk reageren dan aan anderen tracht te verklaren.

Het onderbewustzijn van de mens wordt geboren uit zijn verlangen zich niet bewust te zijn van vele zaken die hij beter wel zou kunnen onthouden maar die hij vergeet, omdat zij zijn goede mening over zichzelf zouden kunnen schaden.

De bewuste die zijn onderbewustzijn binnendringt en tot bewustzijn wil maken, zal hierbij vele spookbeelden uit de weg moeten ruimen en vele vervalsingen van de werkelijkheid door feitelijke erkenningen moeten vervangen voor hij een werkelijk meesterschap verwerft over zijn mentale vermogens. Dan zal hij echter ook in steeds grotere mate meesterschap over zijn lichaam en de stof als geheel verwerven.

Nog een raad: Laat u niet te veel opzwepen door berichten en geruchten, door gebeurtenissen overal. Indien u uw verstand en enige objectiviteit behoudt, zult u, en hopelijk niet als enige gunstige uitzondering, in staat zijn van de krachten en invloeden van deze tijd voor uzelf en anderen het beste te maken.

Maar als u met de anderen mee blijft huilen en lopen, u door alle gebeuren bewogen wetende zonder rekening te houden met uw eigen verplichtingen, dan zult u aan deze tijd maar heel weinig plezier kunnen beleven. Dat verzeker ik u.

image_pdf