Sinterklaasgedachte door alle tijden

image_pdf

29 november 1957

Aan het begin van deze bijeenkomst zou ik er allereerst nog op willen wijzen, dat wat wij zeggen uit ons beste weten stamt en kunnen, maar geenszins daarmee stamt uit alwetendheid of onfeilbaarheid. Wij hebben wel Sinterklaas gevraagd om dit cadeau te geven, maar het lijkt er niet op dat wij dit krijgen. Daarmee ben ik dan ook gekomen zo’n klein beetje aan de “topic of the day”; het onderwerp voor vandaag. U zult vragen, wat er voor geestelijke wijsheid kan zitten in Sinterklaas. Behalve het feit dat hij bisschop geweest zou zijn, niet veel. Maar de gedachte, die aan Sinterklaas ten grondslag ligt, heeft wel degelijk inhoud. Daarom zou ik mijn onderwerp willen noemen:

Sinterklaasgedachte door alle tijden

Weet u, wanneer u zo met veel reclamegeweld de Sinterklazen al vliegende, paardrijdende, bootvarende, etc. ziet arriveren in grote menigte, dan wordt u geboeid door het kleurige schouwspel, zonder u direct te realiseren hoe oud dergelijke gebruiken al zijn. U denkt er niet over na dat bijna 2000 jaren geleden de Germaanse kinderen rond deze tijd ook wachtten op een gave van een weldoende God. U realiseert zich helemaal niet, dat 3000 jaar vóór die tijd ook de Egyptische kinderen op een bepaald ogenblik, vol gespannen verwachting, uitzagen naar de gaven die de Goden hen zouden brengen. Het is eigenlijk een symbolisch feest, dat heel wat verder gaat dan je aan de hand van het reclamegewoel zou zeggen. De kern ervan is deze:

Elk mens verlangt dat de Goden hem iets zullen schenken. Ik gebruik de ouderwetse term “Goden”, ofschoon ik mij ervan bewust ben, dat ik net zo goed zou kunnen zeggen de Schepper, God, of iets anders. Het past beter in deze tekst. Die Goden zijn niet zomaar tot schenken te vermurwen. Integendeel. De Goden vragen offers. De eerste gaven die ons doet denken aan het Sinterklaasfeest zijn offergaven, die uitgedeeld werden aan de kinderen, dus het komende geslacht, door de ouders. Zij brengen dit offer, opdat het jonge geslacht zal mogen groeien en de gave zal worden verdubbeld door de geheimzinnige machten die achter de wolken ergens schuil gaan.

Later wordt de verhouding nog beter uitgedrukt. De mens verlangt niet alleen voor zichzelf iets te krijgen, maar hij verlangt ook in zich iets te dragen van de Goddelijke gave: te kunnen schenken. Iets geven is een blijk van rijkdom, van welvaart. Iets kunnen geven, zonder dat iemand weet hoe, of waar. Onverwacht wensen vervullen, dat stelt je eigenlijk een beetje boven de normale mensheid. Zo verhef je je boven je eigen wereld en daardoor wordt het schenken een gewoonte. Men kiest er bepaalde dagen voor uit, waarbij deze gaven in het bijzonder worden gegeven.

Zo zien wij bijvoorbeeld ook dat de Saturnaliën gebruikt werden om bepaalde geschenken te geven, evenzeer de jaarwisselingen. De Midzomer- en Midwinterevening zijn wel de meest gepaste tijden. Dat het Christendom op de duur een heilige heeft gesteld in de plaats van een weldoende Wodan, of getracht heeft elders de gedachte aan goedertierende heiligen te stellen in de plaats van panachtige bosgeesten, van sylfiden (elementaire geesten; red.) en elfen, dat mag eigenlijk niet zo’n groot verschil uitmaken. De inhoud blijft gelijk. Je geeft in de eerste plaats, omdat het geven zelf je verheft boven een normaal menselijk zijn. Wie geven kan, is rijk, wie slechts ontvangen moet, voelt zich arm.

In de tweede plaats door de wensen van anderen te vervullen, kun je de aandacht van de groten op jezelf richten. In de Oudheid redeneerde men: wie geeft en zo zijn rijkdom toont, zal geschenken van de Goden ontvangen – die de rijken immers respecteren. Ook de demonen zullen hem vrezen, want de arme is gemakkelijker aan te tasten dan de rijke. Oorspronkelijk: zelfbescherming. Daar zou u tegenwoordig niet veel meer van zien. Als u het zo bekijkt, dan lijkt het wel of een overvloed van gehuurde Sinterklazen met wintertenen en wapperbaarden het land doorzwalken om zo de verkooptechniek van de moderne tijd een ietwat bisschoppelijk tintje bij te zetten.

Wat ik zo-even zei, blijft vandaag de dag nog gehandhaafd. Ook nu is deze behoefte tot geven een soort verbond wat je sluit met je medemensen, maar vooral ook met hogere machten. Je bent je daar misschien niet van bewust, maar het is een feit. Als u dit nu eens beziet in het licht van stellingen, die wij voorgaande avonden wel hebben verkondigd, dan zult u zien dat het verschijnsel uiteindelijk een reeks van lezingen behelst, die wij in de loop van de jaren telkenmale weer herhaald hebben. Wij hebben gezegd: De mens, die bewustzijn zoekt, tracht, om zich het Goddelijk Licht te verkrijgen en de Goddelijke Kracht door zich uit te laten stromen naar de wereld. De bewuste tracht in zich de Goddelijke vrede te verwerven en deze rond zich te schenken in de wereld. Degene die doordringt in de kern van de Goddelijke Liefde, tracht die Liefde te doen bestaan overal rond hem, altijd weer, omdat de bewuste mens de band is tussen Schepper en wereld. Omdat de bewuste geest reikt door alle sferen vanuit de kern van het zijn, tot het punt van stoffelijke openbaring.

En dan komt daar Sinterklaas. Het is niet dat belachelijke mannetje die daar rondrijdt in een gehuurde landauer, of een leraar met aangeplakte baard. Dat is maar de uiterlijkheid, de vertoning. Net zomin als de demonen echt zijn, die in sommige meer zuidelijk gelegen steden op bepaalde tijden het dorp schijnen te overspoelen. Net zomin als de spookachtige Sinterklazen in het noorden van het land echt zijn. Het zijn misschien allemaal uitingen van volksgeloof, maar eerder nog van innerlijke waarden. U moet goed begrijpen, dat die innerlijke waarde heel anders ligt dan het feest doet vermoeden. Door een ogenblik te komen tot een anoniem schenken – dat anonieme is heel belangrijk – neem je in het leven als het ware deel aan een band tussen God en mens. Je probeert kleine verlangens te verwerkelijken. Dat kun je bij grote mensen moeilijk doen, die hebben geen dromen meer. Maar voor het kind kun je het wonder laten geschieden. Een innige wens is misschien al maandenlang gekoesterd tot een hoogtepunt van verwachting gekomen en nu – bonken op de deur – een geheimzinnig pakje ziet, of misschien een gemijterde bisschop, die à raison van ƒ 2,50 enige wijsheden en het bewuste cadeau geeft. Niemand weet waar het vandaan komt. Sinterklaas woont ergens in de hemel, in Madrid in Spanje. Nu bent u dat, die dit wonder hebt doen gebeuren en een stille wens hebt vervuld.

Het is jammer dat men tegenwoordig het Sinterklaasfeest zozeer beperkt tot de naaste omgeving. Ik kan het onmiddellijk begrijpen, wanneer u zegt dat de kosten toch al zo hoog zijn en het leven zo duur is. Laten wij het eens anders bezien. Er waren bepaalde dorpjes aan de Nijl – ongeveer 3000 jaar geleden – waar men speelgoed maakte. Het waren vaak popjes uit klei, of uit hout gesneden. Heel sierlijke speeldingetjes vaak. Wanneer het dan de tijd was geworden, dat de oogst er was geweest, dat het feest eigenlijk gevierd moest worden, dan begaven deze mensen zich naar de steden onder leiding van de dorpspriester. En geleid door andere priesters uit de tempels van de stad, gingen zij dan daar deze geschenken rond brengen.

Dat deden zij in de ochtenduren, vóórdat de zon rees. Daardoor gaven zij, als het ware namens de zon, aan de kinderen van zo’n stad een gave. En als stille pelgrims gingen zij dan terug naar de tempels om daar op het rijzen van de zon te wachten, de eerste ochtenddienst bij te wonen, en dan gingen zij heel tevreden weer terug naar hun dorp. Mensen, die zó arm waren, dat zij meestal zo’n tocht te voet moesten maken en dat zelfs hun priester, die toch wel tot de rijkeren behoorde, zich de weelde van een rijdier of een draagstoel ternauwernood kon veroorloven.

Mensen die geen bark konden huren om langs de rivier een tocht te maken. Zij gingen naar vreemde plaatsen, wildvreemde steden om onbekende mensenkinderen iets te geven. Zó verwerkelijkten zij uit zich als het ware het licht van de zon, dat tezamen met de vloed van de Nijl de rijpe oogst had mogelijk gemaakt. Zo uitten zij door hun eigen offer, dank voor leven en welvaart en gaven zij gelijktijdig een extra herinnering als het ware aan deze Goden, aan al degenen die niet onmiddellijk met die landbouw in verband stonden.

Dat is een heel zinrijk gebruik. Er is een tijd geweest, dat Sint Nicolaas, die zelfs nu nog een bij uitstek Hollandse verschijning blijkt te zijn ondanks zijn Spaanse afkomst, helemaal niet bekend was, of gevierd werd. Toen bracht het Kerstkindje wat mee. Men dacht aan een klein Kerstkindje, een liefdesgeest, die over de wereld ging en overal kleine gaven neerlegde. In die tijden was het niet veel. Een handvol krenten, een paar klonten zout. Dat was een kapitaal. Een stuk van een suikerbrood was ongekende weelde. Een pop, samengevlochten uit wat houtjes, wat riet en misschien een enkel restantje van een of ander zelf geweven stof, was het summum summarum (het hoogste van het hoogste; nvdr.) voor menigeen van de gaven, die gegeven konden worden. Maar ook hier trad de gelovige, volwassen mens op als vertegenwoordiger van het kind Jezus.

Men gaf niet vanuit zichzelf, maar vanuit de liefdesgeest, die op kerstnacht zich menselijk op de wereld had getoond in het verre Bethlehem.

Deze zin is teloor gegaan. Voor heel veel mensen is Sinterklaas een kwestie van beleefdheden over en weer, kleine attenties en kleine plagerijtjes. En toch blijft er nog iets over. Dat kun je niet vinden in de grootwarenhuizen met hun blinkende façades en fantastische etalages. Dat kun je ook niet vinden in de winkeliersfeesten en de feestverlichtingen allerzijds. Dat kun je ergens zo vinden, waar vader zijn zorgvuldig op sigaretten en tabak bezuinigde centen zit na te tellen om een kleine verrassing te kopen voor vrouw en kinderen. Dat kun je vinden, waar moeder zichzelf iets extra’s ontzegt om toch een klein geschenkje te hebben. God beschaamt de verwachting van de wereld niet, maar Zijn tijd is zo onmetelijk lang, vergeleken met de tijd van de mensen. Daarom wil de mens dan voor een klein ogenblikje als het ware staan tussen God en de jonge mensheid en een ogenblik het wonder volbrengen van het uit de hemel gevallene, het wonderlijke goed.

U zegt waarschijnlijk dat ik u met dit Sinterklaasverhaal niets nieuws heb verteld. Misschien niet. Maar wordt het geen tijd dat u er eens over na gaat denken op deze manier?

Anders zou u misschien onder onze daverende Sint-Nicolaas-aanbieding tegen fabrieksprijzen en de rede van Sint Nicolaas, die gevraagd heeft om IJ-tunnels, satellietsteden, enz. misschien helemaal vergeten, dat er iets edels in zit, iets lichts. Natuurlijk, wij kunnen er een grap van maken. De post heeft zorgzaam nagezocht, in alle hoekjes, om nog wat oude poststukken te vinden – bij voorkeur uit de jaren 1910 – 1920 – die dan alsnog aan de geadresseerde kunnen worden bezorgd. Een aangename Sinterklaasattentie. Een van de ministeries heeft met grondige ijver ditzelfde gedaan om de minister te verrassen op Sinterklaas met een sedert 1908 verjaarde commissie van onderzoek. Maar dat zijn de grapjes van Sinterklaas.

De werkelijke Sinterklaasverrassing is het streven van de mens om toch het wonder op de wereld waar te maken.  Een wonder dat meer meeklinkt vaak in de oppervlakkige schijn van het Sinterklaasfeest, dan menigeen zich realiseert. Zingende cabaretiers zingen: “Sinterklaas, brenge ons wereldvrede in plaats van atoombommen.” “Sinterklaas, geef ons goede wil en minder wild gepraat.” Dan zingen zij elders misschien: “Sinterklaas, alsjeblieft, laten wij nu eens alle haat vergeten. Laat nu eens één dag de wereld weer licht zijn.” Steeds weer het wonder in een cynische wereld, gesteld misschien met vakmanschap, om weer ontroering te wekken. Maar die wereld hunkert naar dat wonder, zij verlangt naar het wonder.

Nu heb ik dan hier, namens de Orde der Verdraagzamen, als het ware een klein voorstel voor u. U hoeft het natuurlijk niet te doen en u hoeft ook niet bang te zijn dat wij gaan collecteren om de een of ander een aardige anonieme Sinterklaas te geven. Het is dit: Sinterklaas en Kerstmis betekenen voor de kinderen presentjes. Er zijn mensen die ook behoefte hebben aan een presentje, aan een wonder. Er zijn mensen, die te oud zijn om te werken, die zo graag wat nuttigs willen doen. Er zijn mensen, die zo weinig gewaardeerd worden, die zo graag wat waardering zouden hebben. Er zijn mensen misschien, die zo lang van stof en zo taai zijn als zij spreken en die toch zo graag eens een keer gehoord willen worden. Ach, waarom zou ik al die gevallen opsommen. U kent ze zelf.

U kent ze in uw eigen omgeving en elders. Zou men als een soort Sint Nicolaaspresent, maar dan mooier, wonderlijker, dan het ooit in het duurste speelgoed aan kinderen gegeven kan worden, niet eens aan een volwassene geven? Een beetje attentie, een beetje aandacht, een beetje naastenliefde, wat onopvallende steun, wat respect voor die ander. Het is maar een voorstel. Per slot van rekening, ik weet wel dat het geen Sinterklaasgewoonte is. Sinterklaas heeft het te druk, die kan niet luisteren, behalve wanneer het een burgemeester is die hem inhaalt. Maar u bent dan ook eigenlijk niet Sinterklaas. U zit alleen midden in het Sinterklaasgewoel en u hebt in u de mogelijkheid om ook vanuit uzelf te zijn voor vele mensen een soort band tussen de lichtende wereld en dit bestaan met al zijn moeilijkheden.

Daarom zou ik u voor willen stellen: geeft nu aan de wereld een Sinterklaascadeau. Een kleintje maar. Elke dag, niet meer dan een kwartier, dat u zich voorneemt om vriendelijk te zijn tegen degene die weinig vriendelijkheid krijgen, om te vergeven, waar u anders op moet treden, om eens te helpen, waar u anders geen tijd voor hebt, om eens te luisteren, waar u zich anders heel gauw verveelt en afleiding zoekt. Geeft u dat eens aan de wereld. De wereld wordt er beter door. En in uzelf wordt dan meer van die ware Sinterklaasgeest wakker. Die Sinterklaasgeest bestaat uit Licht, dat ergens vanuit de godenwereld neerdaalt bij de mensen voor kinderen als een traktatie, of een stuk speelgoed, voor grote mensen misschien als een gave, die hun leven zekerder, beter en gelukkiger maakt.

Als er wat over Sinterklaas te zeggen valt, dan kunt u dat lezen in de krant. Men is reuzeblij dat zo een voorname Spaanse bisschop wederom Nederland bezoekt en daarmee de redactie gemakkelijker en de advertentiepagina’s zwaarder maakt.

Wel wil ik u zeggen: Neemt u het toch in overweging en wanneer u misschien dit in een verslag de volgende week door zou lezen, denk er over na en maak een aantekening. U geeft elke dag een kwartier tijd aan de mensheid gedurende een heel jaar. Dan, vrienden, hebt u het ware geschenk gegeven. Een geschenk dat als ieder mens dit zou kunnen ontvangen, zou kunnen geven, de wereld meer vrede en licht zou geven en heel veel moeilijkheden van deze tijd uit de weg zou ruimen.

Nu geef ik u de kans om weer over te gaan tot ernstiger zaken met het tweede onderwerp, dat u zelf mag stellen.

De waarde van de handdruk

Heeft u een tweede onderwerp?

  • De waarde van de handdruk.

Er is een tijd geweest, dat de mens tegenover zijn medemens stond met enig wantrouwen. De edelen stonden gewapend tegenover elkaar en de rechterhand, het was de hand waarmee het zwaard werd gehanteerd, waarmee men de lans vastklemde. Wie deze ontdeed van omhulsels en dan zijn tegenpartij toestak, toonde daarmee aan dat hij eerbare bedoelingen had, dat hij geen verraad zou plegen. Hij ontwapende zichzelf en toonde zo ook zijn vertrouwen in die ander. De tijd is voorbij gegaan, dat elke mens met dolk, met hartsvanger, kortom, met een of ander wapen bereid moest zijn om elke andere medemens langs de kortste weg, via het kerkhof meestal, te verwijzen naar andere werelden.

De handdruk is een gewoonte gebleven. Wanneer u vandaag de dag een klein kind hebt, dan zegt u nog steeds: “Het mooie handje geven” en dan moet dat kleine linkerhandje weggetikt worden, want het rechterhandje is het goede. Dat rechterhandje dat volgens de oude gebruiken, de wapenhand is. Dat handje dat toegestoken het symbool is van vertrouwen. Het symbool is van een belofte van eerlijkheid. Er zijn tijden geweest, dat de handdruk in Europa en in sommige andere gebieden een belofte van gastrecht betekende. Een belofte om de ander die de hand had toegestoken te beschermen. Vandaar dat het ook heden te dage nog wel geldt, dat men zijn meerdere het eerst groet, maar deze het eerst de hand moet toesteken. Want de meerdere moet zijn wil tot beschermen uiten. Men mag immers niet van die ander verwachten, dat hij bescherming geeft zonder meer.

Deze dingen zijn vergeten, maar de gebruiken leven voort. Men is zeker al lang vergeten dat er een tijd is geweest, dat het toesteken van de hand vooral gebeurde bij het orakellezen van de priesters. Wie de hand toestak, stak daarmee alles van zijn leven, inhoud van zijn bestaan, een ander toe. Men legde als het ware vertrouwen en leven en toekomst in handen van een vreemdeling. In die tijden is het geweest, dat de aanraking van de hand gepaard ging met een tweede gebaar. Namelijk het opleggen van de linkerhand op elkaars schouder. Dit is – behalve in sommige zuidelijke landen, waar het tot een accolade is geworden – praktisch in het vergeetboek geraakt. Toch had ook dit zin, want daarmee werd een magnetische stroom gebracht, waarbij de levenskrachten door beiden heen vloeiden. U zult begrijpen dat hierdoor een samenvloeien van geestelijke invloeden kon plaatsvinden en zo een sterker uitdrukking van eenheid dan ooit tevoren. Het bracht met zich mee, dat de handdruk als groet, als plechtigheid, bij vele priesterkasten in onbruik geraakt zijn. Het paste immers niet dat de priester zich beriep op de bescherming van een ander, noch paste het hem zelf die bescherming aan anderen te geven. Hij was de vertegenwoordiger van zijn God en als zodanig was het die God die beschermde, of bescherming onthield. Daarvoor in de plaats is de bede gekomen en ook dit loopt al aardig verder terug in het verleden. Want de handdruk als een contract, als een soort van eed – met handoplegging op de linkerschouder – bestond bijvoorbeeld al in de oude handelsstad Ur, waar deze handslag gebruikt werd om zo contracten te bezegelen. Ik mag erbij zeggen, dat deze zelden of nooit geschonden werden.

In de zin van “God staat boven mij” heeft men daarnaast dan ook de zegening uitgevonden. Deze zegening was oorspronkelijk een bede, gepaard gaande met een oplegging van de handen, waarbij men meestal de schouder van zijn partner vastgreep en de hand zacht op het hoofd liet rusten. Ook hier weer het stellen van een magnetisch contact. Nu zou ik een grote sprong willen maken en wel naar de veemarkt, waar verkocht wordt op handslag. U kent dat wel. Zo: 20, 30, 35, 37, 38, 38 is-t-ie. Hierbij zien wij dat het oude contract-slaan, u mag er gerust om lachen en blij zijn dat u het niet bij elke winkelier moet doen, wanneer u garantie nodig hebt. Maar het oude contract-slaan bleef bij het volk nog voortleven. Dan kunnen wij aan de hand daarvan wel zeggen, dat men zich ook heden te dage nog bewust is van de verplichtingen die een handslag inhoudt.

Over de handdruk zijn nog veel betogen te houden, maar na deze inleiding, geloof ik, simpel en duidelijk als volgt te kunnen stellen: De handdruk is een contact, waarbij de aura van personen kruist. In vele gevallen verder een aanraking, waarbij de magnetische stromen ook in het lichaam contact krijgen met diezelfde stroom in het lichaam van anderen. Er wordt daarmee dus iets tot stand gebracht, dat wel degelijk ook een geestelijke betekenis en waarde heeft. Een langdurige handdruk betekent vaak een vervloeiing van persoonlijkheden. Iets, wat verliefde paartjes nog heel vaak in de praktijk proberen te brengen.

Een korte en krachtige handdruk betekent zijn belofte, waarbij – geestelijk gezien – een elkaar erkennen wordt uitgedrukt met een korte lichamelijke beroering. Op deze wijze is de handdruk dus inderdaad van belang. Zij mag niet worden gegeven met een bedekte hand, ook niet met handschoenen aan, of zoiets. Zij zal ongetwijfeld hier en daar hygiënische bezwaren ontmoeten. Toch durf ik hier te stellen dat de handdruk als een oud en waardig gebruik, berustend niet alleen op stoffelijke usance, maar ook op een vervloeiing van geestelijke eigenschappen tussen twee personen, in deze dagen nog gehonoreerd moet worden. Niet als een nuchtere formaliteit, maar als een erkenning tussen twee wezens, als een aanvaarding van verplichting, als het geven van een volkomen belofte van vertrouwen en bescherming.

Daarmee geloof ik, dat ik over het onderwerp voldoende gezegd heb, tenzij u het uit wilt breiden. Geen commentaar? Dan moeten wij gaan kijken voor nog een onderwerpje.

Spookhuizen

U moet mij niet kwalijk nemen als ik niet griezelig word onderweg….

Een spookhuis is vaak een heel nuchtere kwestie. In de eerste plaats moeten wij vaststellen, dat spookhuizen vaak eerder ontstaan door de psychische spanningen van de daarin wonende personen, plus optredende natuurlijke verschijnselen, dan door het werkelijk optreden van geesten. Het volksgeloof, hechtend aan dergelijke geschiedenissen, zal door suggestieve werkingen soms op de duur zelfs in dergelijke huizen paranormale verschijnselen kunnen veroorzaken. Dit is echter betrekkelijk zelden. Dergelijke spookhuizen onderscheiden zich door het feit dat daar, volgens het volksgeloof, reeds honderden jaren bestaande spoken zich wel vertonen, maar nooit aan meer dan één mens tegelijk. Met andere woorden: dat autosuggestie, plus volksgeloof hier voor het merendeel aansprakelijk moeten worden gesteld.

Met de werkelijke spookhuizen is het wel iets anders gegaan. Daar moeten wij eerst een ogenblik herinneren aan een stukje theorie. De gedachten van de mens zijn krachten. Zijn wil, zijn streven kan worden vastgelegd, ook in datgene wat hem omringt. Het is mogelijk in materie vast te leggen een reeks van gedachten en gedachtenstromingen die door sensitieve personen wederom af te lezen zijn. Verder zou ik u eraan willen herinneren, dat mens en geest gelijk zijn in hun vermogen om dit in hun omgeving te bewerkstelligen.

Dus ook geestelijke emoties en krachten kunnen in vaste materie zodanig worden vastgelegd, dat voor sensitieve personen zij later herleven. Als u dit voor ogen wilt houden, wordt het begrijpelijker, dat bijvoorbeeld vertrekken, huizen en plaatsen, waar buitengewone gebeurtenissen zich hebben afgespeeld – veelal gebeurtenissen in verband staande met doodsnood, met grote wanhoop, grote woede – dit vasthouden en dat deze gevoelens afgedrukt zijn in die omgeving en dus gerealiseerd kunnen worden door een meer dan normaal sensitief persoon. Zij werken daar suggestief en zelfs soms obsederend. Deze suggestie, deze obsessie kan op haar beurt de in een gevoelig persoon berustende eigenschappen activeren.

Er bestaat dus een klasse van spookhuizen, waarin de verschijnselen afhankelijk zijn van de aanwezigheid van een sensitieve persoon. Naargelang de kwaliteiten die in die persoon schuilen, zullen wij dan “Poltergeist” verschijnselen zien, klopverschijnselen horen, zelfs materialisaties door gangen of vertrekken zien dwalen. Dit zijn echter verschijnselen die, ofschoon zij door meerderen worden waargenomen, zelden een buitengewone intensiteit bereiken. Verder is een dergelijk verschijnsel steeds weer afhankelijk van de sensitieven die in zo’n huis of vertrek aanwezig zijn en zal dus al heel snel kunnen worden vastgesteld, dat de reeks van verschijnselen vooral optreedt, wanneer een bepaalde persoon aanwezig is.

Een derde soort komt misschien meer het sombere nabij, wat u zich voorstelt wanneer men zegt “spookhuis”. Er kan namelijk het volgende gebeuren. Een geest, om enigerlei reden aardgebonden, heeft zich meester gemaakt van een gebouw of een vertrek, waarin bepaalde kwaliteiten zijn vastgelegd. Die kwaliteiten zijn over het algemeen: wreedheid, magie , doodsangst, haat en toorn. Waarom vooral deze eigenschappen aantrekkingskracht hebben weet ik niet, maar ik vermoed dat zij het meest met de geaardheid van dergelijke geesten overeen komen. Een dergelijke geest maakt zich dan verder meester van zogenaamde schillen.

Dit wil zeggen: restanten van andere, half-stoffelijke voertuigen. Hierin kan deze geest komen tot een materialisatie, die niet afhankelijk is van het al of niet aanwezig zijn van sensitieven. Echter zal de levensregelmaat van een dergelijke geest wel degelijk een rol spelen. Hierbij kan dus worden gezegd, dat de verschijnselen, ongeacht het al of niet aanwezig zijn van mensen, sensitief of niet, zich voortdurend herhalen en vaak bij toeval door buitenstaanders, ook meerderen, worden waargenomen.

Om enkele van die verschijnselen nader te stipuleren: er bestaat een kasteel waarin vroeger een hevige strijd heeft gewoed. Op bepaalde avonden – de veertiende juni, meen ik, en de achtentwintigste september – kan men zien, hoe midden in de nacht een vreemde gestalte die enig licht geeft, zich beweegt van de ene toren naar de ander via een lager gelegen kanteel, de tussenmuur. Zij draagt daarbij een flambouw en men hoort kreten van wanhoop.

In ditzelfde slot komen verschijnselen voor als rappings (tik- of klopverschijnselen; red.), vaak vallen van zware voorwerpen op ogenblikken dat zij gevaarlijk kunnen zijn voor anderen, verder ook angstbeelden, die in enkele gevallen aansprakelijk worden gesteld voor dood door hartverlamming. U zult begrijpen dat de regelmaat hiervan gepaard moet gaan met de regelmaat van de geest. In de eerste plaats de bezielende kracht, in de tweede plaats een bepaald hoogtepunt van krachten binnen de muren van dit kasteel. Een soort miasma (smetstof; red.). Het dringt overal door als een slechte reuk.

Wanneer je daar binnenkomt, voel je je onbehagelijk, kil en klam. Niet in het gehele slot, maar in sommige delen kan men na het donker nauwelijks adem halen. Het lijkt of kaarslicht daar minder goed functioneert, enz. Hier treedt dan op het verschijnsel: a. de werking van de geest is normalerwijze gelokaliseerd tot dat gedeelte van het gebouw, waarin de door deze geest beleefde en gebruikte invloeden het sterkst optreden. b. De kracht van deze geest groeit en neemt af in verband met de stand van zon en maan. Op bepaalde dagen echter schijnt er een volledige overeenstemming te kunnen bestaan tussen kosmische invloeden, die eens de gebeurtenis als het ware tot ontlading brachten en de nu, als gevolg daarvan, in het kasteel berustende kracht. Hierdoor schijnt de geest juist in deze dagen bijzonder actief te kunnen zijn. Opgemerkt mag worden, dat in 97 van de 100 gevallen van werkelijk spoken, de zich vertonende verschijning niet identiek is met de figuur die zij voorstelt, of voorgeeft te zijn, dat de verschijnselen over het algemeen, ook weer 97, 98 op de 100, aanmerkelijk afwijken van de oorspronkelijke historische toestand. Hier is een soort van geestelijke soort goochelarij aan het werk.

Dan kunnen wij verder nog wijzen op de in sommige huizen en buiten voorkomende familiegeesten. Deze zijn verschijningen die optreden aan de vooravond van bijvoorbeeld een sterfgeval, dan wel bijzondere gebeurtenissen. Ook wordt van één enkele verteld dat, wanneer een nieuw kind geboren is in het huis, een geest verschijnt, die door zijn wijze van zich gedragen aangeeft hoe dit kind zal opgroeien en wat het zal zijn. Een krijgsman, een geleerde, een werker, een handelsman, etc. Deze familiegeesten moeten niet worden gezien als daadwerkelijke spoken. Ofschoon ook zij zich kunnen kenbaar maken door verschijningen, wordt hier eerder gesproken over een bewustzijn van de gemeenschap van de familie door alle tijden, soms gedragen door personen uit de geest, vaker door de sensitiviteit van het geslacht, dat op deze wijze geestelijke impulsen, plus eigen onderbewustzijn in voorspellende beelden te verwerkelijken weet.

Dan hebben wij nog het laatste, misschien het ergste: de demonische huizen. Hier mag niet meer over een spookhuis worden gesproken, aangezien een dergelijk huis meestal gedurende langere tijd afgesloten van zon, licht en wind, dus wel in het bijzonder slechte invloeden herbergt. Deze huizen komen heel zelden voor. Komen zij echter voor, dan is het mogelijk dat alleen de invloed van het huis de gezondheid van een levend mens verwoest, of bedreigt. Hier kunnen absoluut satanische verschijnselen voorkomen. Het is ook hier dat sommigen een band met het kwaad weten te vlechten, waardoor zij wel in zo een spookhuis kunnen wonen en soms binnen die omgeving tot zeer eigenaardige resultaten komen. Hier kan worden gezegd, dat kwaadwillende geesten zich daar gevestigd hebben en van daaruit invloed trachten te bereiken in de omgeving, terwijl zij omgekeerd krachten uit die omgeving verzamelen.

Dergelijke huizen bevinden zich dan ook vaak in de nabijheid van kroegen, speelholen en dergelijke. De kracht die op deze wijze vergaard wordt, wordt grotendeels neergelegd in de atmosfeer van het huis zelf, waarbinnen dan ook manifestaties op eenvoudige wijze uit de geest tot stand kunnen worden gebracht. Degene die hiermee te maken heeft, zou ik de raad willen geven zich onmiddellijk te verwijderen, waar een degelijke bestrijding alleen door zeer bevoegden mogelijk is. Deze geesten kunnen niet door een eenvoudig mens worden uitgedreven.

Het kan zijn dat een van ons zozeer gebonden is aan een bepaalde aardse toestand of gebeurtenis, dat een ziel zonder dat niet verder kan gaan. Dan zal zo iemand trachten eenieder, die suggestief genoeg is, attent te maken op zijn wezen. Hier spreekt men meestal niet van daadwerkelijke verschijningen. Veelal zijn het eerder hallucinatieve beelden, gelijk komend ongeveer met een helderziende waarneming, waarbij wordt getracht de mensen op aarde te bewegen toestanden te redresseren die de geest zelf niet meer veranderen kan. Is dit gebeurd, dan is daarmee de band met de aarde verbroken en kan de geest verder gaan. In de laatste gevallen kan praktisch iedere mens die in staat is de geest, het spook, waar te nemen, deze ook hulp bewijzen en zo diens lot milderen.

Vragen

  • Zou u het half-stoffelijke nader willen definiëren?

Ik zal het proberen. Wanneer wij achter de kleinste delen van de atomen komen, blijft iets over wat nog materie is, maar niet meer beantwoordt aan de wetten van de materie zoals u die kent. Het is in zijn wezen, kracht, maar dat is nog niet vastgesteld. Het andere wel. Het bestaan van deze kracht is wetenschappelijk geconstateerd in de Verenigde Staten. De publicatie erover is ook al verschenen. Deze kracht is dus half-stoffelijk. Zij heeft het voordeel dat zij verdicht kan worden en dan een onmiddellijk contact vormt met de mens.

Zij kan in zich krachten opslaan, als zodanig optreden als geleider of accumulator voor levenskrachten. Verder kan zij door de gedachten in een bepaalde vorm worden gebracht, in welke vorm zij dan zonder meer blijft voortbestaan, tot andere krachten het geschapen evenwicht verstoren met de gedachten. Hieruit vloeit voort, dat dit half-stoffelijke, dat eigenlijk nog behoort tot het rijk van de materie, maar dat het door zijn fijnheid, zijn gemakkelijke vormbaarheid, een uitstekende bemiddelaar is tussen geheel onstoffelijke wezens en zuiver stoffelijke wezens. Als zodanig wordt in verschillende gradaties van dichtheid een dergelijke half-stoffelijke toestand als het ware gebruikt als tussentrap voor het hoogste “Ik-bewustzijn” naar het laagste “Ik-bewustzijn”. Trekt dit ”Ik-bewustzijn” zich terug uit de lagere werelden, dan blijven de voertuigen van half-stof achter in de gebieden waarin zij volgens hun dichtheid thuishoren.

  • Is dit het etherische dubbel?

Dat bestaat ook uit een bepaalde kwaliteit, een bepaalde dichtheid van half-stoffelijke waarden. En kan dus ook verdicht worden onder omstandigheden tot schijnbaar normaal stoffelijke dichtheid.

  • Kunt u misschien iets zeggen over crematie?

Ik kan u alleen vertellen, dat de half-stoffelijke lichamen door de grote infraroodstraling, die met elke verbranding gepaard gaan, in elkaar worden geslagen en het vermogen om onmiddellijk nog contact op te nemen met de stoffelijke wereld daardoor teloor gaat. Dit is slechts tijdelijk, want een voertuig kan later weer terug gewonnen worden in een lagere sfeer. Maar dit heeft dus het voordeel, dat men zich moet realiseren in de wereld waarin men krachtens geestelijk bewustzijn staat. Men kan er later terugkeren. Aan de andere kant is het natuurlijk een tamelijk pijnlijk proces, omdat je je met die lichamen vaak vereenzelvigd hebt en ook vaak nog met het stoffelijke lichaam. Deze schok kan echter niet worden vergeleken met een fysieke, eerder met psychische pijn.

  • Waarom bent u nu hier om dit te verkondigen?

Om de eenvoudige reden, dat wij door u veel schijnbaar onbelangrijke dingen te vertellen en enkele dingen die voor u misschien heel erg gewichtig lijken – en die het maar in enkele gevallen werkelijk helemaal zijn – wij nooit zover kunnen gaan, als wij ermee zouden willen om in u een bewustzijn te wekken, dat het u mogelijk maakt onze wereld beter te accepteren. Het accepteren van onze wereld betekent gelijktijdig het accepteren van andere toestanden, die in uw eigen wezen bestaan. Onder de gunstigste condities zou het ons dus mogelijk zijn mensen zodanig op te leiden, dat zij in staat zijn al hun voertuigen als het ware gelijkelijk bewust te gebruiken, waardoor een samenwerking tussen geest en stof zou kunnen ontstaan, die ons weten ook zegenbrengend voor de mens kan maken.

Aan de andere kant zou een wegblijven van deze mededelingen op de duur tot een te grote vermenselijking van elk bewustzijn betreffende andere werelden leiden. Dit zou zeer uit de boze zijn, omdat dan verkeerde beelden en verkeerde verwachtingen een grote belemmering zouden vormen voor de mensheid om deel te nemen aan het werkelijke leven en streven naar het Goddelijke Licht, dat toch ook na de overgang voor haast allen nog een belangrijk, zo niet het belangrijkste deel van het geestelijke bestaan uitmaakt.

  • Wilt u iets zeggen over het leven van Siddharta?

Dan komen wij een klein beetje uit de buurt, mijn waarde vriendin. U bedoelt de Gautama. Ik kan u alleen erover vertellen, dat hij in de laatste fase alle lichamen in gelijke mate en gelijktijdig kon beheersen. Dat komt nl. nog een heel klein beetje bij die onderwerpen waar wij over bezig zijn. Dat hij juist hierdoor de Verlichte was. Het geldt ook voor enkele andere groten.

  • Had de Graaf de St. Germain dat ook in zijn macht?

Nee. De Graaf de St. Germain beheerste wel veel, maar niet alle voertuigen. Of moet ik zeggen: beheerst?

De rest van de vragen zal ik maar naar de “vragenrubriek” verwijzen, de volgende week weer. Wij pogen om met deze lezingen een redelijke gang te geven, bestaande – vergelijkende met spijs – uit een consommé (een heldere soep; red.), aardappelen, vlees, groenten en een dessert. Het dessert is dan de humor die wij hier en daar terugvinden. Wanneer u nu met andere vragen er doorheen komt, dan wordt het een hutspot, gemaakt uit allerhande bestanddelen. Het kan smakelijk zijn, maar er zijn heel veel gerechten die je bederft door ze eenvoudig maar te stampen. Probeert u maar eens gebakken aardappelen en doperwten te stampen. Het product is dan niet meer smakelijk.

U begrijpt misschien wat ik bedoel. Het is daarom dat wij proberen, onderwerpjes af te handelen in dit tweede gedeelte van de eerste helft en daarnaast eens per drie weken tijd beschikbaar te stellen speciaal voor zo’n gerecht, waarin alles eigenlijk mede tot uiting kan komen. Zoiets wat een Duitser: “quer durch den Garten” noemt. Ik weet er geen Nederlandse naam voor. U moet zich goed realiseren, dat die vragenbeantwoording op het specifiek beantwoorden van vragen is afgesteld. Het geven van een lezinkje als dit, of de belichting van een onderwerp, waarbij eventueel te weinig, of niet belichte punten door vragen van u verder naar voren kunnen worden gehaald. U neemt mij het kleine lesje niet kwalijk? Ik bedoel het helemaal niet kwaad, maar het is beter voor onszelf, wanneer wij een zekere matigheid en orde weten te betrachten.

Ik voor mij wens u allen een prettige avond toe.

image_pdf