18 december 1964
Steravond
Wij zijn dus bijeen voor die jaarlijkse bijeenkomst, die wij tot op heden steravond hebben genoemd. Dit jaar verschilt deze bijeenkomst echter in meerdere aspecten van onze vroegere ster-bijeenkomsten. Allereerst zou ik u dit gaarne verder verduidelijken.
De Orde heeft de laatste tijd een steeds intenser samenwerking gekend met de Witte Broederschap, waardoor wij steeds meer betrokken werden bij de onmiddellijke werkzaamheden van degenen, die men op aarde Meesters noemt, en van andere grote entiteiten. Tot op heden was een steravond van onze Orde eigenlijk in de eerste plaats een groepsaangelegenheid. Ondertussen is de tijd echter voort gegaan en zijn op de wereld nieuwe spanningen ontstaan, terwijl ook nieuwe krachten zich in hun werkingen op deze wereld openbaarden. De kentekenen van dit alles zal iemand, die zich meer bewust is, reeds op allerlei terrein hebben kunnen bespeuren.
Nu is er een periode op aarde die gunstig is voor het werken, kenbaar worden en optreden van hogere entiteiten. Wij vinden het een grote eer, dat wij op een avond als deze, als groep terug mogen treden en onze plaats in mogen nemen in een groter en belangrijker geheel, terwijl wij daarbij gasten mogen ontvangen, die, al behoren zij dan misschien niet tot de kern van de Orde der Verdraagzamen, toch zeker op dit moment gerekend kunnen worden tot onze helpers, leiders, medewerkers.
De opzet van een avond als deze was oorspronkelijk het instralen van draagtekens, het uitstralen van gedachtenkracht, het scheppen van een zekere magische werking. Ook op deze avond zult u geconfronteerd worden met iets, wat wij een ritueel kunnen noemen: een reeks van leringen, aanroepingen en incantaties zowel als leringen, die niet passen binnen het normale kader van het werk van onze Orde en dan ook niet vanuit een redelijk standpunt bezien mogen worden. Maar dit ritueel is niet in onze handen: er zijn vanavond twee gasten. Een van hen zal u leringen geven, de tweede zal zegeningen uitspreken en het ritueel leiden. Ik kan u omtrent dit ritueel niet al te veel mededelen; wij zijn hier in grote mate afhankelijk van de entiteit die dit volbrengt en weten daarom alleen in zeer grove lijnen, wat zal geschieden. Het is voor u misschien niet prettig, omdat u graag een goede voorlichting hierover ontvangt.
Maar wat wij wel weten, is dan het volgende:
In de eerste plaats wanneer lering is gegeven – lering, die betrekking heeft op deze tijd en naar ik meen ook wel enige toespelingen op de krachten van deze tijd in zich zal dragen – zullen wij de celebrant van de avond zien…. u zult hem misschien niet “zien”, maar zijn aanwezigheid zult u toch wel bemerken.
Hier zullen – de juiste volgorde is niet bekend – de volgende elementen naar voren treden:
Bede, waarbij wij dus trachten als gemeenschap te samen met de celebrant onze goede wil uit te drukken en een zeker contact te bereiken vanuit onszelf met het Goddelijke. Buiten deze bede zijn er dan verder nog enkele vormen van incantatie, waaronder, naar ik meen, een afscherming zal voorkomen, welke een afscherming betekent tegen bepaalde krachten die niet gewenst zijn. Dan een aanroepen van de goede krachten die deel hebben in dit werk. Ik weet niet of dit bij naam zal geschieden, dan wel op andere wijze. Vervolgens zal de celebrant zich als het ware bekleden met de macht die op deze aarde in deze dagen geopenbaard is. Van daaruit zal hij een zegening uitspreken. Wij hebben verzocht – en hopen, dat hij daaraan ook gevolg zal geven – dat de celebrant ook de hier aanwezige voorwerpen zal willen instralen.
Nu u ongeveer op de hoogte bent van ongeveer het verloop van de bijeenkomst, blijven er nog enkele vragen, die voor ons allen, naar ik meen, even belangrijk zij. Vragen zoals: wat kan men op deze avond zelf beleven, hoe moet men dit beleven, hoe moet men staan tegenover alles, wat er op deze avond gebeurt?
Allereerst dan wát er wel gebeurt op deze avond. Via een procedure, die ik u ten dele reeds heb omschreven, worden hier krachten opgewekt. Deze krachten zijn van verschillende niveaus en zullen op een avond als deze waarschijnlijk 7 of 8 elementen tellen. Deze krachten moet u gewoon beschouwen als trillingen, deel van de bewustwording, een levensenergie , die een bepaalde mate van bewustzijn inhoudt. Een dergelijke kracht zult u als een soort spanning voelen, die zich over het algemeen langzaam opbouwt. Daarnaast krijgt u te maken met een betrekkelijke grote aanwezigheid van een aantal personen uit onze wereld, uit de sferen.
Een deel van hen is reeds op het ogenblik aanwezig, maar naarmate de bijeenkomst vordert, zullen hun aantallen ongetwijfeld groeien. Hun aanwezigheid kunt u waarschijnlijk bemerken als een zekere prikkeling, of ook wel als een gevoel van onwennigheid wanneer u niet aan deze verschijnselen gewend bent. De krachten zelf, die worden opgeroepen, omschrijven zeker astrale gebieden, die gereinigd worden, met daarnaast verschillende geestelijke sferen, van waaruit de kracht wordt uitgestort. Tijdens de avond is dus in feite sprake van het opbouwen van een spanning, die aan het einde tot ontlading wordt gebracht. Er blijven zekere residuen hiervan ook daarna aanwezig. Enkelen onder u kunnen dan het gevoel hebben, dat ook zij wat kracht hebben afgegeven. Blijf daarom na afloop een ogenblikje – een minuut desnoods maar – even rustig zitten. U zult ontdekken dat u dan zeer snel weer op uw oude peil terug bent.
Dan de vraag, hoe men hier eigenlijk wel tegenover moet staan.
Een avond als deze bevat zeker ook wel redelijke elementen. Ik ben hiervan op het ogenblik wel een representant. Maar een groot de deel van wat geschiedt ligt buiten het terrein van de rede. Dit betekent, dat menselijke logica en woordzifterijen eigenlijk geen zin meer hebben. Het gaat hier om een sfeer, om iets wat een emotionele, een gevoelsinhoud bezit en niet om de gebruikte woorden en gebaren. Wanneer men tracht een bijeenkomst als deze objectief – dus als beschouwer – bij te wonen, zo geloof ik niet dat u er veel van zult overhouden. Misschien zult u dan zelfs enigszins het gevoel krijgen van leegte, een gevoel van teleurstelling. U kunt dit het beste vermijden door voor een ogenblik alle eigen voorbehoud terzijde te zetten. Er is geen noodzaak nu de dingen met een zeker voorbehoud te blijven bezien. U kunt later op uw gemak alles analyseren en nagaan, wat u al dan niet hebt doorgemaakt, wat deze bijeenkomst voor u wel of niet betekende.
Probeer vooral ook niet om al te intens mee te werken. Per slot van rekening bent u, wanneer u mede wilt werken, actief. Deze activiteit draagt het stempel van uw eigen karakter. Wanneer hier 100 of 150 mensen elk hun eigen karakter uit gaan drukken, ontstaat een zekere verwarring. Wees dus passief, laat het als het ware over u komen. Juist door de passiviteit en vrijwillige aanvaarding, zult u ontdekken dat er – mijnentwege mag u dat later rustig suggestie noemen – een inwerking op uw eigen persoonlijkheid plaatsvindt.
Hoe kunnen wij van dit alles de beste vruchten plukken? Wel, dat wat geschiedt, omvat, zoals ik reeds stelde, verschillende krachten. Wanneer u een bepaalde kracht meent nodig te hebben, zo kunt u zich, wanneer de celebrant zich aanmeldt – dit is altijd een ogenblik van rust – hierop instellen. Het is heel wel mogelijk dat u lichamelijk, mentaal of anderzijds, een aanmerkelijke kracht ontvangt. De krachten die u ontvangt, kunt u rustig behouden: zij worden u niet later ontnomen, worden niet afgetapt, maar blijven bij u aanwezig.
Dan heb ik nog enkele opmerkingen, die voor de goede orde van belang zullen zijn. Zolang wij, gewone sprekers, aan het woord zijn – en na mij komt eerst nog een inleider van onze Orde zelf – is er niets op tegen, dat u kelen schraapt, kucht, stoeltje verzet, of eens even lekker een ander deel van uw zachte zelf op de harde banken vlijt e.d. Tegen deze dingen is dan helemaal geen bezwaar; wij willen geen groepen geesten en mensen zijn die in een soort super-vroomheid zijn ondergedompeld of zo iets. Wij zijn heel normaal en ook wij trachten dit te zijn, zover althans een geest voor mensen normaal kan zijn. Maar het eigenlijke kenmerk van bijeenkomsten van onze Orde moet wel zijn: een zekere blijmoedigheid en goede wil. Deze kunnen wij voor onze gastsprekers wel het beste tot uiting brengen door tijdens hun aanwezigheid een zo groot mogelijke stilte in acht te nemen, dit geldt vooral tijdens de komst en het werk van de celebrant; dan is werkelijk absolute stilte een vereiste. Verder zou ik willen zeggen: Maak het u vooral zo gemakkelijk als de omstandigheden maar toelaten. Krijgt u een felle hoestprikkel – en dat gebeurt vaak juist, wanneer je onder geen beding zou willen hoesten – dan is er geen bezwaar tegen dat u even gewoon uitkucht. Alleen tijdens het werk van de celebrant hopen wij, dat dit achterwege zal kunnen blijven – ofschoon het Nederlands klimaat in deze natuurlijk niet meewerkt.
Ik besluit mijn bijdrage met een persoonlijke wens voor ik het woord over ga geven aan een van de leiders van onze Orde der Verdraagzamen
Ik hoop dat u niet alleen een mooie, een interessante, of plechtige avond hebt gehad wanneer het zo dadelijk weer is afgelopen, maar dat u vooral een vreugdige avond hebt gehad. Want er is in deze wereld reeds zoveel mistroostigheid, ellende en moedeloosheid, die overbodig is en wij weten dat deze dingen overbodig zijn. Het kan anders. En wanneer ik hier mijn gevoelens tot uitdrukking breng, zo omvat dit zeker in de eerste plaats wel de wens, dat u hier wat rustiger, wat gelukkiger, wat bevrijder vandaan gaat, dan u gekomen bent.
Ik hoop dat u zich zo dadelijk weer in de kerstdrukte en nevel stort met het gevoel: wij kunnen het aan. Want wanneer wij gasten mogen ontvangen als op deze avond, wanneer er op deze wereld krachten aanwezig zijn van een dergelijk Licht – zelfs al zijn het zeker nog niet de allergrootsten, die op deze avond tot ons komen – dan mogen wij toch zeker wel zeggen, dat er nog iets in de wereld zit. Zoveel grote krachten en entiteiten zouden zich niet bemoeien om een wereld die waardeloos en gedoemd zou zijn. Zo grote Lichtende krachten, zovele geesten uit allerhande sferen, die voor u toch ook iets van eigen gemak en vreugde achterlaten voor u, komen niet tot de mensen, wanneer het hier alleen maar een tranendal zou zijn. De wereld is als het ware een broedplaats voor Lichtende geesten. En laten wij het daar dan maar ophouden, het woord is nu aan broeder Altheus, een leider van onze Orde, die u waarschijnlijk nog verder wegwijs zal maken in het gebeuren van vandaag en, dit weet ik wel zeker, u ook verder zal voorbereiden op de komst van de door mij reeds aangekondigde gasten.
Ik neem geen afscheid van u, al verlaat ik ook het medium. Want vanavond is het niet alleen een zaak die uw wereld betreft, of alleen de contacten tussen geest en mens. Het is een pogen vele sferen en de mensheid in de stof samen te smelten tot een samengaan van alle Licht, alle kracht, alle goede bedoelingen. In deze blijf ik dan ook wel degelijk aanwezig.
Voorbereiding
Alle werk dat geestelijke spanningen betreft, is een werk dat met grote aandacht en voorzichtigheid dient te geschieden. Datgene wat je in je draagt, is als het ware het baken, dat je zendt tot de kracht, die jou zouden kunnen en willen beroeren. Op deze avond wordt, door de gehele gemeenschap die hierbij samenwerkt, alles gedaan om kwaliteiten van lagere orde, persoonlijkheden uit de sferen, die nu minder gewenst zijn, hier verre te houden.
Maar ook uw eigen denken moet zuiver en rein zijn. Het is niet belangrijk wat u vandaag hebt gedaan en wat u morgen doet. Belangrijk is in het leven steeds weer het heden. En anders niets. De mens, die dit heden beleeft, die in dit heden een reinheid van denken en willen vindt, die in dit heden Licht zoekt en Licht wil uitdragen, zal Licht ontvangen.
Wij kunnen niet, zoals wij gaarne zouden wensen, alle krachten hier aan u openbaren in een volheid die u verblindt; dergelijke manifestaties zouden, hoezeer zij ook de aandacht van de mensheid zouden trekken, eerder tot een soort kermissfeer leiden, een soort circusgebeuren van het geheel maken. En niets is minder onze bedoeling. De kern van alle leven en beleven is streven en werken. Dit doe je volgens je eigen besef. Wie de taak van een ander vervult en daarbij zijn eigen taak verwaarloost, doet kwaad.
Het is uw taak, allereerst uzelf te zijn en te leven, ook vandaag. Maar in u leeft een eeuwige vonk. Ergens is in u een Kracht, die dat, wat gij dood noemt, overwint, een Kracht, die eeuwig, sterk en blijvend is. Het is deze Kracht waartoe wij ons in de eerste plaats wenden. Het is deze Kracht waaruit gij in de eerste plaats kunt putten wat voor u noodzakelijk is.
De sprekers, die ik de eer heb hier bij u in te leiden, hebben beiden op aarde geleefd. Zij hebben beiden op aarde een lerarende taak vervuld, zij zijn beiden, zoals dit gebruikelijk schijnt te zijn, gestorven onder het misverstand der mensen. Beiden hebben zij in hun leer getracht de weg tot ware bewustwording, de weg tot God, kenbaar te maken.
De eerste wil lering brengen. Maar lering bestaat niet alleen uit woorden. Uw wereld wordt soms door woorden verzwolgen en is toch een woestijn, niet gedrenkt door een milde regen van daden.
Daden zijn vaak belangrijker dan woorden. Daarom is zijn lering niet slechts een reeks van woorden, maar ook een daad: het is een subtiele invloed, een verandering van sfeer, die voor hen, die hiervoor gevoelig zijn, een zeker innerlijk ademen, een deelhebben voort kan brengen. Deze leer mag u beluisteren, want zij is belangrijk. Maar ook de persoonlijkheid van de spreker zult gij dienen te ondergaan. Een bijeenkomst als deze kent mengsel van verschillende krachten en energieën.
Wij moeten ons er van bewust zijn, dat een der energieën, die hier vanavond gebruikt wordt, door het merendeel van de mensen zal worden afgedaan met de term: suggestie. Maar indien een suggestie tot werkelijke resultaten voert, is zij dan nog steeds slechts suggestie? Wanneer u uit een bijeenkomst en gebeuren, dat voor velen toch iets vreemds heeft, krachten kunt putten, gezondheid kunt vinden en komen tot grotere verdraagzaamheid en veerkracht, denkt u dan niet dat er iets meer is dan suggestie alleen?
Er kan worden gesproken over een uitstorting van een geestelijk Licht. Maar wat is een geestelijk Licht? Het is een trilling of schijnsel, waarin de kern van uw wezen wordt weergegeven. Dit is het ongetwijfeld. Het is iets wat u belichten kan, u aan uzelf openbaren kan, u onthullen kan, wat uw werkelijke verlangens zijn, maar het is ook meer dan dit alleen. Het Licht is namelijk niet alleen maar een schijnsel of trilling, die u uiterlijk beroert of uw geest doortrilt, het is ook een vorm van kracht, een energie.
Het is een energie, die in paardenkrachten gemeten misschien zeer klein is, maar in haar betekenis gemeten zeer groot en zeer belangrijk is. Er zijn vele krachten, die volgens de maatstaven van de mensen klein, van geringe omvang zijn en zonder welke toch een wereld niet zou kunnen draaien. De energieën van het Licht zijn energieën, die misschien ook klein zijn in de ogen van de mensen, maar zonder welke de mens niet kan leven.
Een uitstorting van Licht betekent levenskracht, niet alleen voor het stoffelijke lichaam, maar voor vele van uw geestelijke voertuigen, zoal niet alle. Het betekent een vitaliseren daarvan, een mogelijkheid je te voeden, een dorst te lessen ook misschien die ergens in je wezen bestaat. Vergeet echter een ding niet: zelfs indien gij staat aan de oever van de grootste stroom, wordt uw dorst niet gelest tenzij gij drinkt. Hier geldt daarom: zelfs het helderste, het edelste geestelijke Licht heeft voor u slechts de betekenis, die gij daaraan toekent. Het is voor u slechts datgene wat gij zelf daaruit put.
Daarom zal, naast alle passiviteit ten aanzien van het gebeuren, toch wel degelijk een positieve instelling worden gevraagd. Deze moet er in de eerste plaats een van aanvaarding zijn. Daarnaast echter moogt gij rustig uw behoeven voor uzelf opsommen, mits dit niet van alleen zuiver stoffelijke geaardheid is. U mag deze elementen een ogenblik opdragen aan de krachten, die hier op deze avond aanwezig zijn. U zult ontdekken dat een dergelijke instelling van eigen wezen niet onbeantwoord zal blijven.
Het is moeilijk u een juist beeld te geven, van de betekenis van dit gebeuren van heden, zoals wij in de geest dit zien. Maar uw wereld bevindt zich op het ogenblik in een baan van kosmisch louterend wit Licht, hetwelk alle verborgenheden, ook alle verborgen driften en ongemakken, op de voorgrond schuift. Ook dit Licht is levenskracht, het is echter een vorm van levenskracht die alleen in volkomen eerlijkheid goed kan worden ondergaan en aanvaard. Daar, waar bedrog is, waar misverstanden zijn, waar egoïsme heerst, zal dit Licht vaak schijnbare schade doen ontstaan.
Om de krachten van dit Licht te kunnen aanvaarden en verwerken, is het noodzakelijk dat men verdraagzaam is. Verdraagzaamheid is zeker niet een eenvoudig je neerleggen bij alle feiten en over je laten lopen. Het is echter een respect hebben voor ieder ander, het is een begrip hebben voor anderen, hun motieven, hun beweegredenen. Het wil zeggen, dat je liever een ander het recht van de weg laat, dan zonder meer ten kost van alles dit recht enkel voor jezelf op te eisen.
Verdraagzaamheid wil zeggen, dat je niet alleen leeft voor jezelf, maar dat je ook juist tracht te leven met en voor anderen. Deze verdraagzaamheid zal voor menigeen onaanvaardbaar worden zodra hij beseft, dat zij ook van hem eist, dat hij eigen inzicht en meningen en ervaringen terzijde zal stellen, zodra hij een ander ontmoet, om zo allereerst de inzichten en overtuigingen van die ander op hun werkelijke merites vanuit het standpunt van die ander te toetsen en zo niet zonder meer de inzichten en waarden van een ander zonder meer te verwerpen.
Toch is dit noodzakelijk: in deze wereld heeft men bovenal begrip nodig. Wie begrip heeft voor zijn medemensen, zal ook gevoelig worden voor en begrip verkrijgen van de geest en de werkingen van de geest. U kunt niet gelijktijdig menen, dat u alleen de enige waarheid bezit en de enige kracht en toch deel hebben aan een kosmische kracht, die alle verschijnselen in zich omvat. Onthoud dit goed.
Wat wij vanavond doen is dan wel niet, zoals eens het gebruik was, enkel een uitstralen van de goede krachten van de verdraagzaamheid, maar zeker zijn deze krachten en werkingen ook op deze avond nog een dragend element.
Wanneer wij te maken krijgen met een Leraar, zullen wij in vele gevallen zien, dat hij zich niet alleen baseert op woorden, maar dat hij eveneens met klanken en ritmen een melodie weeft. Wij zullen dit zelfde tegenkomen in een ritueel. Klank en ritme hebben elk voor zich een betekenis. Ik bijvoorbeeld spreek op mijn wijze en geef daarmede niet alleen maar mijn karakter weer, maar ook de kracht die ik representeer. Ik geef u daarmede de sfeer, de straling weer, die hier aanwezig is en tracht dus niet slechts u te overbluffen en te domineren, maar tracht reeds nu u mee te krijgen in het ritme, in de tendens, die voor een avond als deze zo belangrijk, ja, zelfs noodzakelijk kan zijn.
Het feit dat deze dingen een vaak wat poëtisch karakter zullen hebben, betekent nog niet dat men het gesprokene nu als een dichtwerk moet gaan beschouwen: het hanteren is slechts een gebruik maken van de mogelijkheden en krachten waarover de mens in wezen reeds sedert de oudheid beschikt. Want wat hier vanavond gebeurt, is, zij het in de meest Lichtende zin, magie. Het is een scheppen van banden tussen werelden, die normaal geen verbinding bezitten. Het is het scheppen van een uitwisseling tussen krachten, die normaal van elkander gescheiden zijn.
Het is ook het scheppen van eenheid tussen entiteiten, die normaal van elkander verschillend zijn en tussen mensen, die normaal van elkander veel verschillen. En dit alles is, hoe vreemd u dit misschien ook moge klinken, gebaseerd op het universele principe van liefde. Liefde is voor de meeste mensen een vorm van eigenliefde, of deze nu geestelijk of stoffelijk tot uitdrukking komt. Werkelijke liefde is een wereldaanvaarding. Het is een opgaan in het totaal, waarbij het ik geen betekenis heeft. Juist wanneer wij met ons willen, met ons weten, met onze krachten en met ons bewustzijn, ons dienend inschikken binnen het geheel, zijn wij zelf een kracht van buitengewoon belang.
Gedachten zijn krachten: een verklaring, die men op het ogenblik tracht te bewijzen, maar die men voorlopig niet geheel zal kunnen bewijzen, omdat men niet weet, hoe deze dingen precies zijn geschikt. Maar uw gedachten zijn vanavond krachten, het moeten krachten zijn van eenheid. Het is vanavond geen kwestie van: hier zit de heer Jansen en daar zit meneer Pietersen. Er is geen sprake van een Orde met verschillende afdelingen – althans er behoort daarvan geen sprake te zijn. Er is hier één wil, één vorm van weten aanwezig: één weten omtrent geestelijke krachten, omtrent de werking van de geest. Er is één stemming, vrede, naastenliefde, geluk voor alle mensen. Er is één gerichtheid op genezing van alles wat disharmonisch is. Althans dit behoort er te zijn.
Er is ook de geest die tot u komt. Maar er kan vanavond alleen iets van betekenis worden gepresteerd, omdat ook gij hier aanwezig zijt. Een Meester kan een snaar aanstrijken op de viool, maar de klank is reeds vergaan als zij wordt voortgebracht, zo er geen goede klankbodem is. Gij zijt op deze avond de klankbodem: een goede klankbodem, die een eenheid moet vormen. U zijt op deze avond mens, maar u zijt nu ook geest die naar Licht zoekt, nieuw bewustzijn vindt en steeds sterker nastreeft.
Dit is het punt van uitgang. Zo gij u daarbij niet kunt aansluiten, zo gij niet wilt vergeten, dat gij blank of zwart, jood of christen of mohammedaan zijt, of gij uzelf rozenkruiser, theosoof, vrijmetselaar of anders noemt, dan is het misschien beter dat gij u reeds nu geestelijk terugtrekt en in de rust van degene die observeert, u vermaakt over de “dwaasheden” van de anderen. Maar indien gij werkelijk naar het Licht streeft, zo zult gij beseffen: in de waarheid van het Goddelijke, in de Goddelijke Waarden, is zoveel aanwezig, zijn zovele mogelijkheden aanwezig – gezien vanuit een menselijk standpunt – dat het niet nodig is nu te denken aan eigen geloof, ras, afkomst. Op de gehele wereld moet deze mentaliteit de overhand gewinnen. En dit zal geschieden, wanneer de tijd van het zwarte ras is afgelopen. Nu zullen wij gezamenlijk echter reeds vooruitgrijpen op dat wat later komt.
De kracht die wij opwekken, is niet alleen voor onszelf. Wanneer men, zoals hier op het ogenblik geschiedt, een koepel opbouwt van geestelijke kracht, met als basis een menselijke gemeenschap, die tot een steeds grotere eenheid van voelen en denken moet komen, dan, mijne vrienden, bouwen wij in feite een soort atoomzuil met ongekende vermogens en een geleide kracht, die echter uitgestraald kan worden over zeer grote afstand en met zeer groot doordringingsvermogen. Er zijn in deze wereld van vandaag – ook hier – problemen die moeten worden opgelost. De kracht die wij geven, kan ook daartoe bijdragen.
Een meer technische uiteenzetting van dit alles lijkt mij op het ogenblik minder ter zake dienende. Ik wil daarom overgaan tot enkele korte punten van lering, die stammen van onze Orde der Verdraagzamen, enkele korte constateringen, die mede in ons werk naar voren zijn gekomen.
Er bouwt zich op het ogenblik o.m. in West- Europa een toenemende onbeheerstheid op die, mede gedragen door de zelfzucht, door de mensen zelf vaak niet als zodanig wordt erkend. Dit is het uitvloeisel van gebeurtenissen in het verleden, een gevolg van verkeerde leefwijze en verkeerde opvoeding van velen op deze wereld. Deze onverdraagzaamheid, deze neiging om tot het uiterste toe te vechten en – desnoods met de gemeenste middelen – de strijd te winnen, is fataal voor al wat samenwerking, al wat bevrijding van de mensheid van haar al te grote gebondenheid aan wetten en grenzen, kan betekenen.
De Orde der Verdraagzamen heeft dan ook als taak op zich genomen, zoveel mogelijk deze tendensen tegen te gaan, zoveel mogelijk manifestaties mogelijk te maken, waarin andere dan zuiver stoffelijke elementen op de voorgrond treden en heeft zich voorgenomen vooral met de medewerking van allen die op deze wereld van goede wil zijn – of zij zich nu lid van de Orde der Verdraagzamen noemen of anders – een sfeer te scheppen, die deze onbeheerstheid tegengaat. De zelfzucht kunnen wij niet vernietigen; zij is een element van deze tijd. Maar de onbeheerstheid waarmede zij tot uiting komt, kunnen wij wel aantasten, zodat wij hierop onze aandacht allereerst moeten richten. Wij hopen dat deze avond ook veel bij zal dragen tot het bereiken van dit doel.
In de tweede plaats zijn wij in deze dagen geconfronteerd met totaal nieuwe ontwikkelingen, o.m. op mechanisch gebied. Deze zullen in de komende maanden een steeds toenemende belangrijkheid krijgen. Zelfs wanneer Nederland niet tot de punten behoort, waarin de daaruit voortvloeiende problemen centraal gesteld zullen worden, zo is het reeds nu noodzakelijk de mens een zelfbeheersing en zelfkennis bij te brengen, waardoor hij de meester kan blijven van zijn machines en niet tot slaaf daarvan wordt. Opvoeding in deze richting is een van de doeleinden die de Orde zich gesteld heeft. Ook daar doet zij een beroep op alle krachten van alle sferen en de mensheid, zover dezen bereid zijn zelfkennis en eerlijkheid te bevorderen en zo de mens te bevrijden van een slavernij in handen van zelfgeschapen machines.
In de derde plaats menen wij dat geloof in deze wereld, langzaam maar zeker moet veranderen van een prestigekwestie, van een zelfverheffing en uitverkorenen willen zijn, naar een bewust volbrengen van de goddelijke wil, zonder dat men zich daarbij op enige exclusiviteit van werking, kennis of rechten kan beroepen. Een samenwerking van ingewijden in deze richting bestaat reeds jaren. Een samenwerking met nog veel meer adepten en zelfs neofieten wordt tot stand gebracht en is reeds grotendeels voltooid. Binnen deze samenwerking kunnen daarom in de komende tijd meer en meer ook de gewone mensen betrokken worden, o.m. door hen bepaalde geestelijke gaven en inspiraties te verschaffen, door hen in staat te stellen de vaak enge grenzen van eigen denken en eigen benadering van het leven te doorbreken. De Orde zal zich ook hier, volgens het grote plan van de Broederschap, volledig aan wijden.
Ten laatste blijft dan nog het geven van leringen. Onze orde meent dat het belangrijk is, zelfs indien daarbij voortdurend een in herhaling treden noodzakelijk blijkt, de mensen te wijzen op de belangen van deze tijd. De beschouwende wijze, waarop wij in het verleden de verschillende onderwerpen benaderd hebben, zal meer en meer plaats moeten maken voor een praktische benadering, die gericht is op het bereiken van praktische resultaten. Ook dit kunnen wij zeker volbrengen, indien de mens maar meewerkt, open wil staan voor de krachten rond hem en vooral niet zich beroepende op eigen onfeilbaarheid of eigen meesters, indien allen, in samenwerking met allen wil zoeken naar een zo snel en goed mogelijke bereiking.
Er zijn natuurlijk nog meer punten van werking en lering, die ik uit hoofde van onze Orde naar voren zou kunnen brengen. Maar, mijne vrienden, hoe belangrijk zij voor ons ook moge zijn, onze Orde – die zeker geen kleine groepering is in de geest en ook op aarde heel wat meer leden en representanten heeft dan u vermoedt – is slechts een klein deel van de grote Witte Broederschap.
Zij zal eerst binnen die Broederschap moeten werken. Zij zal eerst vanuit zichzelf en vanuit de krachten, waardoor zij geleid wordt, de heersende liefdeskracht Gods openbaar moeten maken, voor zij zelfs maar aan andere taakvervulling kan denken. Het is het evenwicht van de Schepper zelf, de Wet, die de kosmos regeert en de rassen in die kosmos doet groeien en vergaan, welke haar eerste leidraad zal moeten zijn.
De geëerde spreker, die ik nu voor u ga inleiden, heeft lang geleden in de taal en volgens taalgebruik en gewoonten van zijn land, gesproken over deze kosmische kracht en deze kosmische liefde. Hij zal u deze boodschap weer brengen, nu in de termen van deze tijd en in uw taal, die hij – dank zij zekere assistentie – gemakkelijk beheerst. Deze spreker is doorgedrongen tot de grote Lichtsfeer, die ver achter alle sferen ligt, die wij bijvoorbeeld noch met zon en planeten associëren kunnen. Als Kracht van Licht is hij tot ons teruggekeerd, als kracht van Licht zal hij werken. Wees zo goed, niet slechts zijn woorden, maar vooral zijn wezen in u aan te voelen en in u op te nemen de verbondenheid met het eeuwige, waarvan hij toch wel een van de belangrijkste representanten is onder hen, die thans op deze wereld werkzaam zijn.
Na deze gastspreker zal onmiddellijk worden overgegaan tot het feitelijk ritueel van de avond. Ook dit wordt volbracht door een Meester die op aarde werkte. Hij zal zich dan ook ongetwijfeld bedienen van een vorm, die aangepast is aan de tijd, de mogelijkheden en de sfeer van uw gemeenschap. Begrijp ook hier, dat de kracht van Licht, die achter dit alles schuilt, belangrijker is dan al het andere. Wanneer u incantaties hoort, zo zijn dit geen incantaties om te herhalen: het zijn krachtsformules, waaruit een macht spreekt, die gij zult moeten ondergaan. Indien u zich wilt instellen op bepaalde verlangens en behoeften, zo kunt gij dit doen in de tijd die verloopt tussen het heengaan van onze eerste gast en het vragen van uw aandacht door de celebrant. Moge deze bijeenkomst niet slechts een Lichtende, maar ook voor ons allen een gezegende en vruchtdragende zijn.
Inleiding
Toen de wereld werd geschapen, schiep God alles in evenwicht naar eigen bestemming, volgens beeld en kracht. En Hij schiep dit alles tot vreugde.
Geschapen hebbende zag Hij dat het goed was. De schepping is niet gemaakt uit onvolmaaktheid. Zij is niet gemaakt uit krachteloosheid. Het leven is slechts voor een kort ogenblik de weergave van ónze onvolledigheden.
Wij zijn onvolledig. In de onvolledigheid van ons weten beseffen wij de kracht niet, die in ons is, beseffen wij de mogelijkheden niet, die voor ons allen bestaan.
De mens wordt beheerst door de vrees. Maar wat kunt gij waarlijk vrezen? Alles kent een einde: lijden en dood zijn als een flits die voorbijgaat. Dan is er weer leven en vreugde.
Vrees niet. Want gij, die vreest, maakt uw eigen vrezen waar.
Wantrouw niet. Want wat u vertrouwen noemt, is de voorwaarde die ú stelt aan de wereld. Maar hoe kunt gij voorwaarden stellen aan een mensheid en een wereld, zolang gij zelf niet volmaakt zijt?
Vertrouw de wereld en zijn bestemming. Vertrouw de Schepper van alle krachten en het vertrouwen in uw eigen wezen, want niet die wetten, die gij kent, de wetten, die gij stelt zijn eeuwig. Maar de wetten van de Kracht die schept, zijn eeuwig. Dit zijn wetten, die in rechtvaardigheid de liefde en het geluk uitdragen voor eenieder, die voor elk deel van de schepping bestemd zijn.
Wees wijs. Wees wijs en beroem u op uw kennis. Maar besef dat uw kennis geen wijsheid is. Want slechts daar, waar gij het leven doorvoelt en begrijpt, daar, waar in u een besef ontwaakt dat verder gaat dan tijd en ruimte, daar is wijsheid waar. Daar heeft kennis een onveranderlijke betekenis.
Leef in vrede met uzelf. Gij, die strijdt met uzelf, gaat ten onder aan de kracht, die gij verspilt om uzelf te verwinnen. En ziet: al winnende lijdt gij een nederlaag.
Strijd niet met uzelf, leef in vrede met uzelf. In u schuilen de krachten van goed. In u klopt niet slechts het bloed door de aderen. In u is de eeuwige adem, de adem die zich ontwikkelt en steeds bewuster wordt, maar toch zichzelf steeds gelijk zal blijven.
In u zijn de wegen, die gij gaan moet; de vele wegen, die verdeeld lijken tegen elkander. De wetten, die genoemd worden naar de engelen en de hiërarchieën, die worden gekroond door de Sephirot. En toch zijn al deze wegen slechts één bewustwording, één deel van de werkelijkheid. In uw wezen verdeeld zijn deze in de eeuwigheid één. Waarom zou jij dan dat verdelen, wat God één maakt?
Waarom zou jij, gewraakt hebbende, dat wat God geschapen heeft, eisen dat Hij geluk en vrede geeft? Vrede vindt gij eerst, wanneer gij uzelf aanvaardt. Aanvaard dan uzelf in de naam van de Kracht, die u geschapen heeft.
Gij zijt vaak bedroefd, eenzaam, gekweld door pijn of ziekten. Gij zijt vaak zo onvolledig en onharmonisch, dat gij uit de kwelling zelf voor u put een hel van ellende. Dan roept gij uit: “God heeft de hel geschapen”, een machtig wapen om de goddelozen te verslaan en de zondigen te straffen.
Maar ik zeg u: geen hel bestaat er, buiten de hel die de mens zichzelf bouwt. Hij bouwt zich ziekte en lijden en eenzaamheid uit zijn verkeerd begrip, uit zijn verkeerd benaderen van het leven, uit zijn innerlijke onevenwichtigheid.
Deze onevenwichtigheid is hel, omdat zij u verwijdert van God, omdat zij alle vreugden doet verkeren in bitterheid, omdat zij steeds weer één moment tijd wil maken tot de eeuwigheid zelf. Aanvaard uzelf gelijk gij zijt en ontken niet, dat er lijden is, dat er een begeren is, dat niet vervuld werd, dat er een eenzaamheid is, waaraan gij niet zo gemakkelijk ontkomt. Maar erken dat deze dingen slechts tijdelijk zijn. Zij zijn slechts een kort ogenblik van de werkelijkheid. De werkelijkheid zelf is harmonie en evenwicht. Beroep u daarop en ziet: uw lijden begint te verminderen, uw gevoel van zinloosheid en verlatenheid valt weg.
Want de kern van alle leven is de liefde van de Schepper voor zijn schepping, is de aanvaarding van die liefde door het schepsel. Aanvaard de kracht, die God u geeft, zo goed als gij zijn lijden misschien aanvaardt. Maar aanvaard bovenal de eeuwigheid. Want ziet: wie meester is over het bittere, wie zichzelf kent, hij doorleeft de werkelijkheid van God die hem geschapen heeft.
Gij voelt u vaak krachteloos en terneer geslagen? Ach, hoe krachteloos zijn wij soms. Hoe nutteloos lijkt dan alle strijden en alle pogen. Hoe verdeeld zijn wij dan in onze pogingen om ergens inhoud en zin te geven aan ons bestaan. Maar deze dingen zijn niet nodig. Deze dingen zijn niet werkelijk, hoe waar gij ook meent ze te ondervinden.
Ik wil u op deze avond een lering geven, die telt voor deze dag, voor deze tijd, voor deze eeuw, voor deze mensheid: een lering die oud is en misschien vergeten. Maar een lering, die waar is. Want – en dit zweer ik u bij de kracht, die alle dingen schept en voortbrengt, bij het Licht, waaruit ik leef, bij het weten, dat in mij is gelegd – zo gij vergeten kunt te haten, zo gij vergeten kunt het verwijt, zo gij dulden kunt het onrecht, zult gij in deze tijd verwinnen. Want waarlijk de zachtmoedigen zijn de helden van de wereld, de bewusten van de geest. Wees zachtmoedig, onthoud u van oordeel en tracht, waar gij kunt één vreugde meer te geven, één moment van rust meer te verschaffen.
Vraag niets voor uzelf, maar schenk de wereld wat gij kunt. Want Hij, die geeft de kracht van zijn leven, die geeft de gerichtheid van zijn gedachten, die geeft de wijding van zijn wezen aan de Lichtende. Die is de Schepper van hemel en aarde en wie zo dient, hij zal het Licht beseffen.
Deze dagen worden vele poorten ontsloten. Poorten van bitterheid en lijden voor hen, die het duister van de misvatting zoeken, een leegte, een oneindige eenzaamheid voor hen die het contact mijden met de eeuwigheid. Maar ook de poorten van bewustzijn, van werkelijke inspiratie, van werkelijke bereiking voor hen die niet zichzelf zoeken.
Dit is een tijd, waarin wij allen één moeten zijn, één door ons streven, niet door de stoffelijke vorm, niet door denkbeelden en idealen, maar één, omdat wij schepselen zijn van dezelfde God, één, omdat wij kracht zijn van hetzelfde onmetelijke Wezen, één, omdat ons doel buiten de tijd hetzelfde is.
Wie het onderscheid waarlijk kan vergeten, wie niet meten wil met recht en macht, maar dient in het besef van eenheid, hij treedt door de poorten van de inwijding, hij beseft de spiegeling van de poorten, hij beseft de werkelijkheid van leven.
Zo staat het geschreven en zo is het in deze dagen. Mijn broeder, die met mij is, zal u zegenen. Maar hoe kunt gij gezegend zijn, indien gij vervloekt?
Mijn broeder, die met mij is, zal krachten tot deze wereld roepen, maar hoe kunt gij krachten ervaren in strijd, zonder er aan ten onder te gaan?
Wees vredig, wees gerust. Wat er ook gebeurt in uw wereld, de sporen van dit ras zijn al getekend voor de toekomst, de wezenlijkheid van de mensheid is reeds bepaald.
Een volgend ras zal dra aan de poorten van bewustwording kloppen. Wees niet bevreesd, want heengaan in uw zin is verdwijnen, doch ingaan in de werkelijkheid is niet heengaan, verdwijnen, doch méér waar, méér werkelijk leven dan ooit te voren.
Vergeet uw problemen. Zij zijn er. Wanneer de tijd komt, zult gij ze oplossen en gij zult de kracht hebben ze op te lossen. Vergeet uw problemen en wees gerust.
Wees gerust, omdat de Schepper, deze onbekende Lichtende kracht, verscholen achter sluiers van Licht, u lief heeft. Omdat deze niet u redden zal voor uw fouten, maar omdat Hij u behouden zal tot gij foutloos zijt.
Wees gerust omdat er in deze dagen, in alle gebeuren de hergeboorte klopt van een nieuw en Lichtend bestaan.
Wees gerust, omdat, zelfs als sommige stemmen verstommen, de waarheid steeds luider zal spreken, omdat de werelden van Licht steeds meer vermengd worden met uw wereld, tot zelfs voor mensen de scheiding slechts moeizaam beseft wordt.
Treurt niet over doden. Zij leven. Treur niet over uw verleden: het is vastgegrift en onveranderlijk. Treur niet.
Wees niet bang. Deze dagen zijn dagen van Licht en kracht, maar zij zijn slechts het begin, het begin van een voldoening die gij in de stof niet meer zult zien, maar die gij in de geest juichend zult beleven.
Zo ik u een boodschap mag verkondigen, is deze de belangrijkste: Erken het Licht en de eeuwigheid in u en gij zult deel daarvan zijn, wat gij ook zijt en waar gij ook zijt.
Aanvaard de goddelijke Liefde. Gij zult in deze liefde leven en geborgen zijn, hoe gij ook zijt, wat gij ook gedaan hebt. Mits gij nu aanvaardt!
Er is een verbondenheid, waarin het Goddelijk Licht eenieder doortrilt en krachten schenkt, aan wie aanvaardt. Wees gerust en aanvaard, want zie: al lijkt véél te vergaan hierdoor, dit eerst is het werkelijk leven.
Eens danste men om God te loven. Men danste voor de beelden der goden, men danste voor de ark en sloeg het sistrum, de rinkelbom, men sloeg de luit en blies op de eerste klaroenen, want Goden dienen was vreugde en verrukking. Zo gij uw God dient, dien hem in vreugde, dien Hem in vertrouwen. Zijn tijd is niet de uwe, maar in uw tijd zal hij Zijn wil kenbaar maken.
En zo gij nog niet gelooft aan deze dingen, zo zeg ik u: Voor het volgende jaar voorbij is, zullen er tekenen zijn aan de hemel en in het bewegen van de aarde, waardoor gij weten kunt. Dit is een tijd van vervulling, dit is een tijd, waarin te midden van het schijnbaar primordiale geweld Gods liefde zich opnieuw openbaart. Deze liefdeskracht willen wij afsmeken: het is deze kracht die wij behoeven. Daarom wil ik mijn aandeel in deze bijeenkomst sluiten met een bede, waarvan ik hoop, dat ook gij ze in uzelf kunt bidden.
Eerste Licht, Kracht van Licht, Eerste Adem, Dat, wat u heeft voortgebracht aanvaard ik bovenal.
Geuite krachten, gij, die zijt engelen,
zij, die zijn aartsengelen, zij, die zijn, heerschappijen en tronen, de Meester, die u heeft voortgebracht, aanvaard ik.
Want, onbekende God, Gij zijt mijn wezen en mijn leven.
Levend met vreugde wil ik u danken voor mijn bestaan.
Gij zijt mijn kracht. Gij zijt het Licht, dat Al doordringt;
Laat mij U erkennen en aanvaarden, laat mij dienen, Uw wil volvoeren, dat, wat mijn taak is in het geheel van Uw bestel.
Aan U, o God, Gij, Enig Scheppende,
Gij enig waarlijk levende,
wijd ik mij met lichaam, met voertuig van geest, met ziel.
Maak mij dan deel van Uw wezen, voer mij en leid mij, opdat ik, vreugdig belevend Uw Wil, vervullen moge Uw Wet.
Zo moge het zijn tot aan de laatste wenteling van het rad des levens, zo moge het zijn tot de laatste ster is uitgeblust. Zo moge het zijn tot Gij, mijn Schepper, mij wederom aanvaard hebt in Uw wezen.
Celebrant
(De Celebrant spreekt na enige tijd)
Wij zijn tezamen in de Naam van de almachtige Schepper van hemel en aarde, in de naam van de Krachten, die Hij heeft geuit, in naam van de werkelijkheid, die Hij ons heeft geschapen.
Ik wil putten uit Zijn kracht…..
Hoor mij, o machtige Schepper. Zie, puttend uit Uw kracht ben ik deel van uw wezen…..
Aanvaard mij als deel van Uw wezen, o God en geef mij het zegel, Uw Lichtend teken…..
Ik draag het zegel des Lichts. Ik ga door het duister en maak het duister Licht. Ik doe de zon rijzen en ondergaan. Ik ben de kracht van de Schepper, manifest.
Hekoie Tvuat (?)
Ik ban met het gezag van het zegel, uit de macht van het Licht, al wat duister is.
Gij, die het Licht niet aanvaardt, ga, opdat het Licht U niet kwelle en vervolge….
U, vorsten des duisters, zeg ik: Zie mij. Ik ben de Lichtende. Ik ben de Eeuwige, ik ben de Drager van het Zegel, ik ben de kracht van de kroon.
Ga van hier met allen die tot uw rijk behoren, opdat gij niet gebonden zijt in de vervloeking die gij kent…..
In de naam van het teken, dat is eeuwigheid, aanvaard ik mijn taak…..
Kracht van Licht, Lichtend Wezen, sprekend uit Uw naam, zijnde de kracht van de Eeuwige, bevelend u, o engelen, de poorten te openen, geef ik de wens gehoor, dat kracht moge zijn in al dat wat hier aanwezig is, gesteld uit mijn wil, opdat de wens der mensen vervuld zij en de kracht van de Eeuwige zij vastgelegd…..
En nu: Wees bereid, gij allen in stof en geest hier verzameld. Wees bereid. Vergeet uw wezen en zijn, opdat gij moogt aanvaarden.
Als de Lichtende Osiris in zijn vlucht, zij het eeuwig Licht vergaard.
Als de machtige drie, die zijn de vorm en de kroon, zij het Licht saamgebracht.
Ik ben de Eeuwige en ik ben de kracht van het Licht. Dat deze kracht geopenbaard zij op de wereld, die dit Licht ontbeert.
Hoor mij, gij boodschappers, die de aarde nimmer hebt betreden! Ik zend u uit. Want zie, ik ben de Lichtende en ik draag het zegel des Lichts.
Ga en vernietig tweedracht!!!!
Gij!!! Gaat en voltrekt het recht.
En gij….. Behoedt de vrede der mensen.
Gij allen, Zaëzels krachten, (Zaziel?), gij machten Gabriëls breng het zwaard van uw Licht en reinig.
Ik zeg u: reinigt. Hoort wel mijn woord en acht het zegel.
Voegt u in mijn wil, opdat wij de Wil des Scheppers mogen vervullen….
Laat hen, die hier aanwezig zijn, worden tot het symbool van ons werken over geheel de wereld.
Laat het teken van kracht, dat gij hen geeft, symbool zijn van de kracht, die wij geven de wereld.
In de Naam van de Machtige, Gij, Jehova…..
In de Naam van het Licht en de liefde Adonaï…..
In de Naam van de eeuwige….
Laat de Kracht uitgaan, opdat in u allen, mensen dezer wereld en krachten uit de sferen, gegrift moge zijn:
Dit is de tijd der Goddelijke Liefde, dit is het zwaard der Goddelijke rechtvaardigheid.
Nog eenmaal roep ik tot u: Hoor mij, gij, die zijt de krachten van Licht.
Gehoorzaam mij in de naam van het zegel des Licht, dat ik draag…..
Geeft vrede…..
Geeft vrede…..
Geeft vrede en vervulling van al wat harmonisch is met de krachten van de macht des Scheppers en de sfeer van het witte Licht.
In de openbaring van deze tijd, geeft aan hen die aanvaarden en begeren, opdat zij allen, hier aanwezig of niet, zover deze kracht straalt en reikt, zullen worden gevoegd in de vernieuwing en bereiking, die is – o Macht en Christus, o Macht en God – Uw wil en teken van deze dagen.
Ik ben God, ik ben drager van het Lichtende zegel. Ik ben de kracht die gaat als Licht door het duister en de kracht, die de zon in haar gang beheerst.
Ik ben de dienaar van de krachten van Licht, ik ben de strever naar uiteindelijke bereiking.
Ik ben, o scheppende krachten, uw meester en dienaar. Indien het zij, bevestig dit mijn woord, gesproken uit Uw kracht en wezen, gesproken in Uw naam, opdat in waarheid Uw macht geopenbaard zij, opdat de mens een teken gegrift zij, uw Licht van deze dagen.
Ik dank u, o dienende geesten, lichtvoetig gekomen om te horen op mijn woord. Vervul de taak, u door het Licht gesteld en ga in de vreugde en vrede die de vervulde taak met zich brengt.
Ga in vrede, gij allen, die aanvaard hebt. Ga en zoek de vrede, gij die niet hebt kunnen aanvaarden.
Want het zegel der vernieuwing is op u en de waarheid van het zegel zal geopenbaard zijn als eens in deze dagen zonder verhulling en in de werkelijkheid van kracht.
Bezin u. Aanvaard de gaven u gegeven en ga huiswaarts in vrede, in Kracht, in Licht.
De Bron van alle zijn behoede uwe paden en voere uwe schreden.
