maart 1964
Mens en wereld
Als wij alle voorgaande onderwerpen bezien, dan blijken wij toch steeds weer te worden geconfronteerd met de mens zelf. Naar ik meen, is u in een vorige les o.m. duidelijk gemaakt welke conflicten er in uzelf kunnen ontstaan, welke moeilijkheden er soms kunnen zijn, wanneer een kosmische invloed de mens bereikt.
Wij staan op het ogenblik niet alleen voor een kosmos of voor de geestelijke mens, maar wij hebben te maken met de wereld precies zoals ze nu is, de mens die daarin leeft en pas wanneer wij daarin voldoende inzicht hebben, zal een aanpassing ook op meer geestelijk terrein kunnen slagen. Daarom vind ik het wel juist om op deze avond allereerst eens wat gegevens te verstrekken over de feitelijke toestand in de wereld plus de reactie van de mens daarop. En dan wil ik maar beginnen met Europa.
In Europa is op het ogenblik sprake van een voortdurende geldontwaarding. Dit geldt niet alleen voor Nederland maar voor praktisch elk deel van Europa, zelfs voor die delen die achter het ijzeren gordijn liggen. Gaan we na wat hierbij de eigenlijke conflictwaarde is, dan blijkt dat de productie de vraag in vele gevallen overtreft; dat deze productie mede door de eisen van de arbeiders, voor een groot gedeelte steeds meer automatisch of althans langs mechanische weg tot stand komt en dat daardoor enerzijds gevaar bestaat dat de toenemende luxe de feitelijke koopkracht in enkele jaren zal doen dalen, terwijl anderzijds op het ogenblik de illusie heerst, dat men onbeperkt eisen mag stellen, ook wat betreft levensstandaard en luxe. Dit klinkt erg politiek. Maar er zitten psychologische aspecten aan vast.
In heel Europa heeft men in betrekkelijk korte tijd (ongeveer van 1950 tot 1960) een ontstellende economische en sociale ontwikkeling gezien. In die periode is onnoemelijk veel opgebouwd. Men heeft nieuwe sociale systemen bedacht, onderlinge verbonden gesloten, kortom, men heeft alles wat voor de wereldoorlog in Europa bestond terzijde gelegd en is opnieuw begonnen. Daarmee heeft men grote resultaten bereikt. Maar die zijn niet de resultaten van de enkeling, ze zijn de resultaten van de massa. En als wij eerlijk zijn, moeten wij ook toegeven dat het dus wel de gemeenschap is, die hiervan in de eerste plaats profiteert, maar dat het persoonlijk aandeel van de eenling veel minder is dan men — gezien de totale stijging van productiviteit e.d. — zou mogen verwachten.
Men gaat dit langzamerhand inzien. En wat meer is, men begint te beseffen, dat er een groot verschil bestaat tussen de prijs die een producent maakt en de prijs die de verbruiker betaalt. Tussen de feitelijke waarde van een dienstverlening en de prijs die men voor die diensten — vaak gedwongen — moet betalen. Deze verschillen doen de eenling verlangen om deze welvaart voor zichzelf te verworven. Een logisch verschijnsel. Men kan niet inzien waarom de gemeenschap steeds grotere kapitalen moet opeisen. (Alva net zijn “tiende penning” heeft eens in Nederland een oproer veroorzaakt. Zou hij daarmee terugkeren, dan zou hij als bevrijder worden gehuldigd. Het zou de enige verbetering van de relatie met Spanje zijn, die iedereen op prijs zou stellen.) De mens eist dus zijn aandeel op, maar vergeet dat hij leeft in een constructie, waarin aan die eis nimmer volledig kan worden voldaan. De ruimte, die er ligt tussen de feitelijke kostprijs van het product bv. en de prijs voor de consument, betekent heel veel nutteloze arbeid. Die nutteloze arbeid is noodzakelijk, tenzij men als enige andere consequentie een enorme werkeloosheid, gepaard gaande met een zeer groot aantal faillissementen e.d. op de koop toe wil nemen.
Wanneer men in zo’n maatschappij staat, dan kan men twee kanten uit. Men kan als mens zeggen. “Ik wil voor mijzelf steeds meer hebben.” Dat is normaal. Er zijn ook anderen, die zeggen: “Ik ben voor mijzelf wel tevreden, maar wij moeten steeds meer onze eigenonzekerheden kunnen afschuiven op de gemeenschap.” De ene groep richt zich tegen — en dan noem ik maar weer een paar punten — belastingverhoging, grotere geestelijke vrijheid voor anderen, subsidieregelingen e.d. De andere groep eist steeds meer.
Hoe u ook staat te midden van deze beide groepen of deel zijnde van één ervan, u hebt nimmer een werkelijk inzicht in de situatie. Uw inzicht is niet gebaseerd op feiten. Bovendien moeten wij hier opmerken, dat het werkelijke feitenmateriaal over het algemeen de mens wordt onthouden en dat men niet geneigd is om althans in het openbaar een concrete vraag met een volledig en ook concreet antwoord als het ware af te doen. Zo leeft u met uw eigen voorstelling. De voorstelling, die de doorsneemens op het ogenblik heeft van de wereld en van zijn eigenplaats en mogelijkheden in de maatschappij, is geheel vervreemd van de werkelijkheid.
Daarover is in vorige onderwerpen al gesproken. Deze vervreemding heeft aanleiding gegeven tot systemen, die een aanpassing van de feiten, die men niet kan ontgaan, aan het gedachtesysteem tot stand moeten brengen. En daarin schuilt een groot gevaar. Want men doet dit niet alleen maar stoffelijk. Men doet dit evenzeer geestelijk en ideëel. Op het ogenblik, dat een mens zijn begrip voor feitelijke waarden, persoonlijke waarden, mogelijkheden en verantwoordelijkheden terzijde schuift om daarvoor in de plaats een misschien wat fantastisch denkbeeld te gaan huldigen dat niet volkomen reëel is, veroorzaakt hij steeds meer werkelijke moeilijkheden. Hoe verder een waan wordt doorgevoerd, des te groter de materiële bezwaren, die daaruit voortvloeien.
Voor uzelf betekent dit, dat elke verwijdering van de werkelijkheid — zelfs indien dat geschiedt uit zuiver geestelijke overwegingen en in zuiver geestelijk opzicht — u als het ware wordt gehonoreerd met toenemende materiële moeilijkheden, kwalen en fouten.
Wij hebben dit nu gezegd over Europa. Er zijn echter ook nog een paar punten, waarover wij niet eens hebben gesproken. Juist de toenemende “weelde” (en dat mogen wij gerust tussen aanhalingstekens zetten, als het voor geheel Europa geldt) betekent een vergroting van bezitsbegrip, van persoonlijkheidsbesef. Hoe minder een mens leeft onder minimale levenscondities, hoe, meer hij zich bewust wordt van zijn rechten, zijn mogelijkheden en eisen. Laat ons even opsommen wat er op dit gebied en dan alleen in Europa aan de hand is. In de eerste plaats Rusland. Op het ogenblik zijn er, vooral in Wit-Rusland, mede inhoudende Letland en Litouwen, grote moeilijkheden met de boerenbevolking. De kleine industrieën, die er zijn, worden over het algemeen onderschat in hun mogelijkheden. Er ontstaat een zwarte markt. Dus tegen de regeringseconomie in is een tweede economie. opgebouwd en deze omvat praktisch het gehele door Rusland beheerste gebied. Opstand wordt uitgedragen, niet zozeer door directe daden van openlijke rebellie als wel door voortdurend grotere misachting en minachting voor regeringsdecreten, publicaties en aansporingen. Het resultaat is een wankel worden van de positie van de partij en het partijcongres, dat niet meer in staat is waarlijk te spreken voor Rusland. Ik mag hier bijvoegen, dat men dit probeert op te lossen door de meer zelfstandig reagerende en denkende mensen posities te geven in de nieuwe steden, die men heeft gebouwd in Siberië. Geen verbanningsoorden maar werkelijk nieuwe en vaak zeer moderne steden in de Taiga, waar ze dus een mogelijkheid hebben om het inderdaad ver te brengen en gelijktijdig niet meer hun invloed op de gewone, meer volgzame arbeider kunnen uitoefenen. Er bestaat gevaar voor de regering. Evenwichten, die gedurende langere tijd in stand bleven zijn praktisch verstoord. De strijd tussen leger, partij en administratie wordt steeds groter en kan in de volgende jaren zelfs tot nieuwe zuiveringsprocessen aanleiding geven. Kleine onregelmatigheden en opstanden zijn te verwachten,
Een land, dat zo verdeeld is, kan niet meer verwachten dat de eigen ideologie nog als middel kan worden gebruikt om de massa te beheersen. Het zal misschien de doctrine op de achtergrond blijven, maar zal zich steeds meer bedreigd zien door religieuze en andere begrippen. Resultaten zullen er ongetwijfeld zijn: Een door de overheid sterk gestimuleerde strijd tegen al wat godsdienstig enz. is. Maar dit is een bewijs van zwakte, niet van sterkte. Wanneer de mens van tegenwoordig in Rusland nog alleen het systeem ziet, dan zal de positie die hij tegenover de Rus inneemt een verkeerde zijn. Door zijn afwijzing van de Russische mens veroorzaakt hij een versterking van positie voor het Russische systeem. De gevaren daarvan zijn niet te overzien, maar kunnen toch wel op uw stoffelijke omstandigheden een grote invloed uitoefenen.
Eén van de gunstigste dingen die voor deze tijd gezegd kunnen worden is, dat men zowel het Russische als het Chinese gebied voorziet van de noodzakelijke behoeften, maar ook als het even kan van meer luxe behoeften. Hoe groter de luxe, hoe minder het gevaar van het systeem en hoe groter de eigen denkvrijheid van de mensen daar wordt, omdat zij boven het werkelijk minimum noodzakelijke voor levensonderhoud uitkomen.
Dan hebben wij Spanje. In Spanje roert zich op het ogenblik weer zeer sterk een anarchistische partij. Er is sprake van beperkte communistische agitatie en daarnaast van een z.g. democratisch-socialistische ondergrondse. Deze groeperingen, die niet alleen Spanje maar ook Portugal omvatten en bepaalde koloniale gebieden daarvan, betekenen dat de zekerheid in het zuiden steeds minder wordt. Die onzekerheid veroorzaakt een economische crisis, die ook het regiem zelf wankeler maakt en doet vermoeden, dat binnen niet al te lange tijd weer eens een burgeroorlog zal ontbranden.
Wanneer je je daarin als mens gaat begeven, dan kies je partij. Maar je kunt niet werkelijk partij kiezen, omdat de beheersende factor niet het ideaal is; dat is een schim. De werkelijke factor is de ik-zucht van de mens. Hetzelfde mag gelden voor enkele gebieden in Italië (vooral Midden- en Zuid-Italië) waar met de komst van enkele sociale verbeteringen opeens oude systemen ook weer de kop opsteken.
In Griekenland dezelfde moeilijkheden. In Frankrijk wordt de strijd links-rechts op het ogenblik ten dele, ondergronds uitgevochten. Maar wanneer de figuur De Gaulle valt — en dat is aan te nemen — dan zullen we zien dat ook hier een zeer hevige strijd uitbreekt, die eigenaardig genoeg zal uitlopen volgens mij op een gevecht tussen consumenten en producenten en daardoor buitengewoon verward zal zijn.
Wanneer ik u deze dingen vertel, dan zegt u: Dit is politiek. Neen, het is geen politiek. Het is de wereld, waarin u leeft. Aanpassing daaraan betekent in de eerste plaats, geen partij kiezen. In de tweede plaats houdt het in, dat u uw persoonlijke verantwoordelijkheden zelf moet omschrijven, zelf juist leven en dat u zich vooral niet door anderen moogt laten meeslepen en daardoor misschien grotere aansprakelijkheden aanvaardt dan u eigenlijk kunt dragen of acties begint, die u tenslotte niet zult kunnen voltooien.
Wat Engeland betreft, ook daar zien wij op het ogenblik een mogelijkheid tot grote ongeregeldheden, vooral in de industriesteden. En hier speelt vreemd genoeg nog een ander complex een rol. Wij kennen de Engelsman als de echte eilandbewoner, maar de eilandbewoner van voorheen, de man van het Britse Imperium, behoort op het ogenblik tot de oudere generatie. De jongere generatie is losgeslagen. Ze heeft geen Imperium meer om voor te vechten en ze heeft geen Engeland meer dat een soort heiligdom is. Een moederland boven alles. Het wegvallen van die waardigheid heeft al aanleiding gegeven tot de meest eigenaardige sociale toestanden o.m. in Birmingham, Sheffield en Leicester, om niet te spreken van sommige delen van Londen. Hier speelt nog een tweede punt een rol. Het kleurlingenprobleem wordt eveneens in Engeland steeds groter. Het is duidelijk, dat met de lagere klasse, die tot nu toe gehoorzaam is geweest — want zelfs de meeste beheersers van de Labour-party, die niet altijd identiek zijn met de gekozen vertegenwoordigers, waren tenslotte van betere stand — wordt afgedaan. In de plaats daarvan komt de massahysterie van de jeugd. Ook hier weer een je doelloos laten drijven, of een bouwen aan iets wat niet meer op werkelijkheid is gebaseerd. Daar tussenin zeer weinig. Resultaat: Een mogelijke zelfvernietiging. In ieder geval toenemende onlusten, relletjes, wegvallen van levenscondities, die tot op dit ogenblik nog heilig waren.
Staat u in zo’n wereld, dan kunt u geen partij meer kiezen. Kiest u voor de producenten, dan hebt u gelijktijdig gekozen tegen bv. de arbeider in de industrie en dat kunt u niet doen. Kiest u voor het systeem, dan hebt u gelijktijdig gekozen tegen de menselijke vrijheid, die toch ook behoort tot de werkelijke verworvenheden van menig moderne mens. Een keuze is niet mogelijk. Die keuze te baseren op geestelijke waarden alleen is niet praktisch. Dus wanneer u in deze tijd soms niet meer weet, waarheen u moet kijken of uzelf erop betrapt dat u wat schouderophalend zegt. “God, dat vliegtuig. Nu ja, niet zo erg, er zijn maar 60 mensen verongelukt. Het is wel eens erger geweest,” dan is er sprake van een afstompingsproces. Een afstompingsproces dat niet belangrijk, is, omdat u zich het nieuws niet ter harte neemt, maar omdat u zich gaat gewennen aan steeds grotere conflicten, aan steeds groter lijden van anderen en daarmede, al streeft u geestelijk nog zo hoog, een isolement schept ten opzichte van de werkelijkheid.
Wij hebben dit nu gesteld, laten we nog even kijken wat er verder is. Wat zou u zeggen van Amerika. In Canada toenemende werkeloosheid, die ertoe leidt dat vele vroeger verlaten boerderijtjes op het ogenblik wel weer in bedrijf worden gesteld, naar ondanks alle hulp van de regering is er weinig werkelijke vooruitgang. De welvaart is voor 9/10 schijn, Datgene wat wij zien zijn projecten, die door de regering worden betaald met gelden, die ze — zoals overal elders — misschien niet geheel terecht afperst van de belastingbetaler.
De Ver. Staten: Een officiële werkeloosheid op het ogenblik van circa 5% van de beroepsbevolking over geheel Amerika. Sommigen zeggen 3%, anderen 5%, in feite is ze veel hoger. Wij kunnen aannemen, dat die werkeloosheid in de komende jaren zal stijgen tot ongeveer 15%. Dat betekent, dat nu reeds bestaande sociale problemen niet meer kunnen worden opgelost volgens de stelregels, die men nu nog huldigt. Amerika zal steeds meer zich moeten gaan bezighouden met zijn eigen problemen en belangen alleen en kan het zich niet meer permitteren de rol te spelen van de goede oom van de gehele, overigens van uit Amerikaans standpunt misschien wat onderontwikkelde, wereld. Dit betekent niet alleen een toenemend aantal diplomatieke mislukkingen, het betekent ook een machtsverlies. Machtsverlies gaat gepaard met een belangrijke vermindering van beleggingen in het buitenland. Landen, die op Amerikaans kapitaal bouwen om daarmede hun steeds groeiende bevolking arbeidsgelegenheid te verschaffen (zoals bv. Nederland en West-Duitsland dat doen), zullen in de komende jaren moeten ontdekken, dat er een grens is aan deze dingen. En wat meer is, dat ze lasten zullen moeten gaan dragen voor die projecten, die niet meer in verhouding tot de baten staan.
In Mexico staat men weer eens voor een nieuwe reeks omvormingen. Er is daar een jongere generatie gegroeid, die heeft leren lezen en schrijven (wat in de oudere generatie lang niet allen konden), die begrip heeft gekregen van bepaalde rechten en misschien zelfs van een zekere hygiëne. Maar deze gaan ook een groter deel van de koek eisen en er is tenslotte in Mexico nog maar betrekkelijk weinig koek te verdelen. Rebellieën, rovers, enz. zijn onmiddellijk te verwachten.
De kleine staten van Midden-Amerika: Pogingen om eigen positie te verbeteren, niet door zelf harder te werken, maar door degenen, die wel wat hebben bereikt, naar beneden te halen. Dus weer diezelfde mentaliteit.
Gaan we kijken in de drie Guyana’s, dan vinden we ook daar weer hetzelfde probleem. Men kan aan de ene kant wel veel bereiken, aan de andere kant eist men zonder moeite vooruit te komen. En dat bestaat niet. Het resultaat is, dat men zich keert tegen diegenen, die succes hebben.
In Brazilië zullen we zien dat de armen ook langzaam maar zeker beter opgevoed raken en hiermede begint de grote strijd o.m. tegen de grootgrondbezitters, maar ook tegen bepaalde zakelijke monopolies — al worden ze dan niet officieel zo genoemd — die daar nu eenmaal bestaan.
In Argentinië zien we linkse en rechtse partijen steeds sterker tegen elkaar stelling kiezen. Het Christendom, dat eens een verzoenende factor was, blijkt in vele gevallen al tot een strijdfactor te zijn geworden. In en rond de grote steden zijn er onlusten te verwachten. Beperkingen van uitvoer, beperking van productie in vele gevallen en in het achterland steeds geregelde omstandigheden.
Chili is schaars bevolkt. Maar ook hier een kwestie van groep tegen groep. En zo kunnen we verdergaan, of u nu naar Colombia gaat of waar dan ook. Overal waar u komt, beginnen de armere groepen in hun nieuwe generatie eisen te stellen en deze eisen zijn vaak — sociaal gezien — gerechtvaardigd. Maar ze worden niet gesteund door de behoefte om zelf te presteren. Het ziet er naar uit, dat er in de beide Amerika’s op het ogenblik een bedelaars-generatie aan het opgroeien is.
En Azië? In Azië hebben we te maken met China. Een groot bestuur, dat zich langzaam maar zeker een vorm heeft aangemeten, die meer overeenkomt met de vroegere Tongs (de vroegere monopolie-verenigingen en geheimbonden) dan met een werkelijk communistisch bestel. Weerstanden daartegen zijn er voortdurend. Het banditisme neemt toe. Vele afdelingen van het Chinese rode leger ageren onafhankelijk van het werkelijke bestuur. Ze houden zich niet meer bezig met wat Peking en Kanton zeggen. Ze gaan uit van hun eigen belangen en zienswijzen.
Aan de grensgebieden betekent dit agressies, die vaak ingaan tegen de bedoelingen van het bestuur zelf. In het binnenland betekent dit steeds grotere vorderingen ten bate van bepaalde legerafdelingen en daar door een verval van levensmogelijkheden voor anderen. Ook een gunstige oogst in enkele jaren zal niet in staat zijn om daarin verbetering te brengen. De jonge generatie wordt daardoor nog extremer communist en bijna anarchistisch. Er is dus geen redelijk contact meer te krijgen met deze verarmde Chinese bevolking, tenzij ook voor hen weer een zekere luxe, iets meer dan het minimum noodzakelijke voor levensonderhoud verkrijgbaar is. Pas wanneer een mens in staat is tot een zekere bezitsvorming te komen, kan hij van uit het standpunt van de huidige wereld redelijk zijn, Redelijkheid kan van China niet worden verwacht.
In Japan bestaat die luxe wel, maar gelijktijdig het gevoel van onjuist verslagen te zijn. Er is geen werkelijk respect voor de overwinnaars en er heerst het gevoel, dat men door omstandigheden en niet door eigen fouten heeft gefaald. Het nationalisme is daar een godsdienst en het is een godsdienst, die beter een beroep doet op de persoonlijke eigenschappen van de mens dan bv. het Christendom, want het vraag minder zelfverloochening en belooft meer directe en meer zichtbare resultaten.
Het nationalisme in China wordt in Azië aangevuld door het nationalisme van Japan. En het is heel wel mogelijk, dat de Japanse visie plus het vergroten van importen door Rood-China een nieuwe Aziatische macht schept, die heel wat gevaarlijker is dan China zelf op het ogenblik met zijn communistisch bestuur.
In het zuiden doet men een poging om de onafhankelijkheid te handhaven. Maar u ziet zelf wat ervan terecht komt. Er is bijna niemand, die in staat is dit te doen. Vooral de kleinere groeperingen en staten hebben er moeilijkheden mee. Maar ook grotere eenheden als India en Pakistan blijken door de verdeeldheid van de bevolkingsgroepen en met het toenemen van een zekere welvaart, vooral de grotere eisen van de armeren, ook weer niet tot een geleid en gericht bestuur in staat te zijn.
Wat Afrika betreft, wat zullen wij erover zeggen. U weet zelf, dat het een warboel is en u ziet geloof ik ook zelf wel in dat men eist. Men eist voortdurend en men is maar weinig bereid te geven.
Dat plaatst u dus in een wereld, waar elk begrip voor verhoudingen zoek raakt. Dat is ook in uw eigen land het geval, niet alleen elders. Maar als openlijk het begrip voor verhoudingen zoekt raakt, dan zult u zich moeten aanpassen niet aan de heersende meningen, maar aan de feitelijke situatie.
Materieel gezien is dat misschien wat gemakkelijker. Je kunt stellen, dat op het ogenblik elke belegging in geld in feite een voortdurend verlies oplevert. Om u een voorbeeld te geven: Een bedrag op een bank, gesteld tegen een rente van 4% zal — gezien de verminderde mogelijkheden plus het waardeverlies van de munteenheid in de komende jaren — een feitelijk kapitaalverlies opleveren van ongeveer 7½% , dus in feite een totale vermindering van de geldswaarde van bijna 12½% of 1/8.
Dit is allemaal nog wel gemakkelijk te beredeneren, Maar hoe moet je dat geestelijk doen? En hier staan we nu voor het probleem, dat ik vanavond wil behandelen: Mens en wereld. De mens zal zich minder mogen aanpassen aan de uiterlijke veranderingen van zijn wereld, tenzij deze op feiten en niet op theorieën, veronderstellingen, voorspellingen of iets dergelijks zijn gebaseerd. Hij zal daardoor steeds weer de mening van anderen moeten verwerpen of moeten onderzoeken.
Hij zal niet kunnen leven van uit het beeld van de wereld, wetend dat elk beeld, dat hij daarvan kan verwerven, op het ogenblik vervalst is. Hij kan ook niet leven van uit de publieke moraal, de publieke opvattingen, de geldende inzichten op welk gebied dan ook. Hij kan alleen uitgaan van zijn persoonlijke ervaringen in eigen kring en omgeving. Deze zijn de enige criteria, die hij nog kan hanteren. Terwijl de wereld voor u in de laatste tijd schijnbaar steeds groter is geworden en steeds meer van de overige wereld binnen uw bereik kwam, is zij in wezen kleiner geworden. Het beeld dat u ziet is een schim. De wereld, waarin u werkelijk inzicht hebt, is alleen uw naaste omgeving, uw eigen innerlijk. In uzelf hebt u de mogelijkheid en bepaalde waarden te erkennen. U hebt uw geloof, uw intuïties. Ik geloof, dat het in deze dagen noodzakelijk is om ook deze op de proef te stellen. Ga na, of ze juist zijn. Want u leeft in een wereld, waarin zoveel vertekend en misleidend is, dat u niet in staat bent om u een juist oordeel te vormen, zonder de proef op de som te hebben genomen. Dit is een heel belangrijke raad. U kunt zich dus niet meer aanpassen aan de hand van een mooie theorie. U kunt zich alleen aanpassen door de proef op de som te nemen. Neem het resultaat van die proef en baseer u daarop. Baseer u op de feiten in uw leven en in uw omgeving. Ga nimmer uit van veronderstellingen, indien u ze kunt vervangen door feiten. Wanneer u innerlijk iets als juist erkent, tracht na te gaan in hoeverre dit ook feitelijk juist is.
Ik weet wel, dat u daarmee niet helemaal geholpen bent. Want er blijven altijd raadsels, hiaten, vragen en problemen genoeg over. Maar als u een basis hebt in een werkelijkheid, die niet door theorieën, meningen e.d. is vervormd, dan hebt u een punt van uitgang. Wanneer men vliegtuigen uitzendt voor een oorlogsmissie, dan moeten ze een basis hebben. Ze mogen zich nooit zover van die basis verwijderen, dat ze er niet meer kunnen terugkomen.
In deze tijd zult u in uw bewustwording worden geconfronteerd met heel veel eigenaardige dingen. Sommige daarvan zijn zuiver fantasie of bewuste misleiding, andere zijn misverstanden van een bijna mondiaal karakter. Wanneer u steeds volgens uw persoonlijke werkelijkheid blijft handelen, kunt u daarin ten dele opgaan, maar omdat u zich beroept op die werkelijkheid, kunt u erop terugvallen. U wordt niet meegesleurd buiten uw eigen vermogen en denken om.
Wat kunt u dan van die wereld nog allemaal verwachten? Kosmische invloeden. Ja natuurlijk. Algemene werkingen. Zeker. Maar ik geloof toch wel, dat het eerste dat u van de wereld op het ogenblik kunt verwachten is: De noodzaak om af te rekenen met het verleden. De tijd van overgang, van temporiseren enz. gaat voorbij. U kunt het niet meer uitstellen. U moet een keuze doen. Deze keuze te doen op basis van een persoonlijk beleefde en erkende werkelijkheid geeft u de mogelijkheid de voor u juiste weg te kiezen. Uw eigen geestelijke inwerkingen en invloeden spelen daarin een rol. Vergeet niet, dat uw geest direct belang heeft bij wat u stoffelijk doet, zolang er een harmonie stof-geest mogelijk is. De geest zal u dus heus wel helpen, als het mogelijk is.
Indien u zich verlaten gevoelt van God en alle goede geesten, zoals dat heet, dan kunt u wel zeker zijn dat uw eigen instelling fout is. Probeer u dan eerst eens te realiseren wat er eigenlijk aan mankeert. En als u dat heeft geconstateerd — en niet eerder — neem dan een beslissing. De eenzaamheid, de verlatenheid, die u vaak gevoelt is niet reëel. U kunt denken dat ze reëel is, maar ze is het niet. Ze wordt reëel door uw eigen instelling tegenover de wereld. Wat zijn de feiten en wat zeggen de feiten ten opzichte van deze gevoelens? Wat zegt uw innerlijk? Probeer die twee eens in overeenstemming te brengen.
Dan wil ik u nog wijzen op iets, waarmee u te maken krijgt. Wanneer het tijd van afrekenen is, dan zien we, heel vaak het schouwspel van mensen, die zakken kloppen. “Ja, laat mij maar betalen. 0 god, waar is mijn portemonnee nu?” Heel veel mensen proberen u met de rekening te laten zitten. Vergeet dat nooit! Want men is niet geneigd tot afrekenen in deze dagen. En dat betekent, dat u het kind van de rekening wordt, zodra u aanneemt (en dat is nu heel gevaarlijk om dat zo te zeggen, maar ik zal het toch proberen te formuleren) dat een ieder, die u een bepaalde last toeschuift, te goeder trouw is en bereid ook zelf die last te dragen, zodra dit mogelijk is. Onthoud dat goed!
Besef verder, dat het beter is een mens het slachtoffer van zijn eigen dwaasheid en kennelijke onwil te laten worden, dan voor een ander steeds weer de rekening te betalen en daarmede voor uzelf misschien een ogenblik van voldoening, maar ook een aantal problemen te scheppen, die in deze tijd niet te overzien zijn. Oriëntatie in deze tijd betekent voor de mens, dat hij die grote problemen van de wereld voor zichzelf zover mogelijk moet oplossen, maar dat hij ze niet kan oplossen voor anderen. Aanpassing aan de noodzaken van deze wereld betekent zelf nagaan wat je een juist en verantwoord systeem vindt en dit volgen, zo goed je kunt. Het wil zeggen: Een eigen geloof hebben en niet alleen maar een algemeen bestaand of gepredikt geloof, een eigen maatstaf, maar deze dan ook zonder meer te handhaven en voortdurend, totdat men ontdekt dat ze niet strookt met de feiten van eigen werkelijkheid.
Aan die aanpassing zit nog meer vast. En op het gevaar af, dat men deze woorden misschien toch nog niet helemaal kan begrijpen, wil ik er nog dit aan toevoegen. De kern van de wereld is altijd geweest: Een afwisseling van harmonie en disharmonie. Bewustwording en ontwikkeling zijn door een afwisseling van deze waarden tot stand gekomen. Daarbij blijkt, dat elke disharmonie een oplossing vindt en een — zij bet misschien voorlopige — harmonie en dat elke harmonische toestand betekent: Een winst nemen; dit wil zeggen alle verworvenheden uit het disharmonische tijdperk overbrengen in positieve zin.
In uw leven komen eveneens afwisselend perioden voor van disharmonie en harmonie. Wanneer een periode van harmonie kan worden bereikt, dan is dat niet alleen maar de tijd om het verleden te verlaten “let the bygones be the bygones”, maar om, alles wat je uit het verleden hebt geleerd nu harmonisch en positief in praktijk te brengen. Bedenk verder, dat elke overgangsperiode een tijd is, waarin het niet verstandig is iets nieuws te beginnen. Want men kan iets nieuws pas in harmonische zin ontwikkelen, indien eerst de nog lopende disharmonische factoren als het ware zijn afgewerkt en afgesloten.
Uw aanpassing in geestelijk opzicht zal door de stromingen uit de kosmos ongetwijfeld worden gestimuleerd. En de mogelijkheden, die daaruit voor velen zullen ontstaan, zijn onvoorstelbaar groot. Ze houden in: De ontwikkeling van geestelijke vermogens en eigenschappen, het vinden van totaal nieuwe wegen en begrippen. Maar ze houden ook de noodzaak in om eerst het oude af te sluiten, voordat men aan het nieuwe begint. Wat eenmaal in ontwikkeling is, kunt u afmaken. Dingen, waaraan u bent begonnen, moet u op hun juiste waarde en betekenis proberen te schatten en dan een keuze maken, hoe ze verder af te sluiten. Een tijd van vernieuwing, het bekende woord dat zo vaak wordt gebruikt, betekent niet alleen maar dat alles nieuw wordt. Het betekent dat eerst het oude moet verdwijnen. In uzelf zijn zeer vele dingen, die u oud zeer, oude gewoonte, oude overleveringen of inzichten kunt noemen. Zolang die dingen bestaan, is het voor u onmogelijk om een directe vernieuwing te beginnen. Dat geldt voor uw wereld en dat geldt ook voor uzelf. Stel daarom: Eerst wanneer ik de oude problemen heb afgesloten, zal ik het als het ware “pas op de plaats maken” en geen enkele geestelijke binding of verbondenheid aangaan, die meer betekent dan een eenvoudig voortleven. Dat is heel belangrijk: Het vinden van een plaats in een zo verwarde wereld met zoveel tegenstellingen, zoveel aankondigingen van crisis.
U weet het niet, maar niet zo lang geleden is er weer ijverig gesproken (met Johnson zelf nog wel als chef van degene, die daarover confereerde) over de mogelijkheid om de waarde van de dollar aan te passen aan de economische feiten. Men heeft het weer niet gedaan; maar een korte onrust in Wallstreet, zonder nader kenbare oorzaak, duidt toch wel aan dat men daar ervan overtuigd is dat het vandaag of morgen ernst wordt. Laat u niet door schijn-optimisme, of schijn-pessimisme in de war brengen. U moet leven in deze wereld. Maar dat kunt u alleen van uit uzelf, gebaseerd op uw eigen werkelijkheid. Al uw geestelijke vermogens, krachten en werkingen kunt u toepassen van uit die persoonlijke werkelijkheid. Zodra men in de verwarring van werkelijkheid en schijn, van denkbeelden feit een weg wil gaan zoeken voor geheel de wereld, zal men zichzelf daarin verliezen.
Wees nooit pessimistisch. Negatief denken haalt het negatieve naar voren. Wees optimist. Maar wees optimist op een reële grondslag. En als ik u daarvan een voorbeeld mag geven: Wanneer je werkt, mag je optimistisch genoeg zijn om aan te nemen dat je loon naar werken krijgt. Maar als je een tiende lot in de loterij koopt, dan moet je niet zo optimistisch zijn om aan te nemen dat je zeker de honderdduizend trekt. Dit laatste komt echter meer voor dan het eerste. Baseer u op de werkelijkheid. En dan geloof ik hiermede mijn betoog te mogen besluiten.
Vaste en variabele waarden
Op het ogenblik dat de mens zijn leven beziet, blijkt hem dat hij het kan onderscheiden in een aantal z.g. vaste waarden, die zijn gehele leven door hun invloed op hem uitoefenen, terwijl hij daarnaast wordt geconfronteerd met variabele waarden, die elk slechts een korte periode van zijn leven beïnvloeden, sommige daarbij steeds terugkerend, andere eenmalig zijnde.
Onze werkelijkheid als geest en als mens bestaat eigenlijk voornamelijk in datgene, wat wij vaste waarden noemen. Die waarden omvatten: Ons eigen geestelijk begrip, de energie waarover wij beschikken, de geestelijke krachten, de stoffelijke energie en voor de mens in de stof verder de grondwaarden van zijn karakter. Het zijn nl. deze waarden, waaruit wij iets moeten maken.
Wij kunnen de variabele factoren in het leven nooit beïnvloeden. Zij zijn het die ons benaderen en beïnvloeden. De vaste waarden echter vormen het schema, waarop wij voortdurend kunnen terugvallen. Het zijn de zekerheden van ons bestaan. De zekerheid van het menselijk bestaan stel ik mij als volgt voor: Men heeft een geestelijk weten plus misschien zekere neigingen, die aansprakelijk zijn voor een incarnatie in een bepaald land, een bepaalde tijd en een bepaald milieu. Deze geestelijke achtergrond definieert voor tenminste 60% de gekozen erfelijke waarden. Zo is de basis van het “ik” qua karakter en gekozen milieu bij de geboorte de weergave van datgene, wat wij willen bereiken.
Wij zien dan verder, dat het milieu bepaalde overheersende factoren vertoont. Soms zijn het van uit ons standpunt gunstige, soms zijn het ongunstige. Maar het milieu, zoals dat bij de geboorte, bestaat, heeft de waarden, waartoe men zich geestelijk aangetrokken heeft gevoeld. Leeft men dus in een milieu waar men zeer religieus is, dan kan worden gezegd dat een gevoel van mystiek of van religieuze gebondenheid voor de geest bepalend was bij haar keuze en dat deze waarden dus ook ten dele in het lichaam zijn ingelegd. Een verzet op latere leeftijd optredend tegen een dergelijk milieu is dus niet te zien als een anders zijn dan degenen met wie men zijn jeugdjaren heeft doorgebracht, maar eerder als een poging om een nieuwe, eigen weg te vinden, waarbij de oorspronkelijke waarden steeds een rol zullen blijven spelen.
De mens, die een religieus mystiek milieu heeft gekozen voor zijn incarnatie, zal misschien staatkundig, sociaal of anderszins mystiek gaan denken. Want het was niet de formule, waaraan hij zich heeft vastgehouden maar de beleving. Zijn beleving blijft religieus en blijft de mystieke eigenschappen behouden.
Het is goed dat men zich dit steeds voor ogen stelt. Velen menen, dat zij aan hun jeugd kunnen ontsnappen en begrijpen niet, dat het gebruik van de waarden die in de jeugd bestonden inderdaad kan worden gewijzigd, maar dat deze waarden zelf niet uit het “ik” kunnen worden gebannen en dat het onmogelijk is om de eenmaal verworven grondeigenschappen van zich af te zetten. Ook de kwestie van moreel milieu speelt hierbij een grote rol. Naarmate een geest beperkter is in ervaring en inzicht, zal zij zich een milieu kiezen dat zich meer aan een bepaalde maatstaf — of deze nu stoffelijk gezien negatief of positief is — gebonden acht. Hoe groter het inzicht des te meer het milieu dat wordt gekozen ook open staat voor andere denkwijzen en invloeden. Dit kan helpen om medemensen te beoordelen. Laat ik u als voorbeeld geven een mens, die opgroeit in een door hem gekozen zeer streng gereformeerd of orthodox gezin. Deze kan zijn godsdienstige waarden verlaten, maar hij zal in al datgene wat hij doet dezelfde orthodoxie, dezelfde gestrengheid van opvattingen, en ook deze hardheid van inzicht blijven behouden. De kennis van het milieu, waaruit iemand stamt, kan u zeer goed van dienst zijn bij het beoordelen van zijn achtergronden. U ziet nu niet meer alleen zijn uiterlijk en zijn woorden, maar u ziet uit welk concept zij voortkomen.
Ik wil dan nog wijzen op het feit dat de geest zich uit haar eigen begrip in de materie een doel stelt. Deze doelstelling is niet, zoals menigeen meent, geheel variabel. Aanpassingen zijn mogelijk; maar een absolute tegenstelling van geestelijke bestrevingen in het eerste en bv. laatste deel van het leven is ondenkbaar. Een langzame wijziging kan optreden, nooit een onmiddellijke.
Dit geeft ons dus ook weer een zekere achtergrond, omdat in de vaste waarden van het leven niet alleen het karakter maar zelfs de richting van streven is gelegen. Uit de dingen, die wij in de jeugdjaren misschien hebben gedroomd (of u nu treinconducteur, vuilnisman of ballerina wilde worden), blijkt reeds in welke richting uw streven zich ook nu beweegt. De schijnbare verschillen zijn uiterlijk; de drijfveer is ongeveer dezelfde. Deze vaste waarden bepalen dus de plaats, die men kan innemen.
De variabele waarden in het leven echter zijn o.m. kosmische inwerkingen en invloeden, geestelijke beïnvloedingen, gebeurtenissen uit de natuur, gebeurtenissen uit de instincten van het totaal der mensheid en beïnvloedingen door grote geestelijke krachten, Meesters of Leraren. Ook hierin mogen wij niet veronderstellen dat het “ik” kan worden gewijzigd. Het bekende voorbeeld dat u ongetwijfeld wel kent is hier Saulus van Tarsus, die getroffen door het licht Paulus wordt. Saulus nu was een zeloot. En de bekeerde Paulus gedraagt zich nog steeds als zeloot. Weliswaar zijn zijn stellingen en leringen anders, maar zijn optreden op zichzelf blijft gelijk. Zo kunnen wij dit ook bij de mens zien. Wij kunnen door de omstandigheden worden geplaatst voor een totaal nieuw deel van ons leven. Maar al zal onze uiting schijnbaar een tegengestelde worden, ons wezen blijft gelijk. Nu zullen wij zien, dat de variabele omstandigheden van het leven toch nog wel zijn onder te verdelen.
Wij hebben dus de wereld-beheersende instinctieve werkingen, die elk individu meeslepen, zonder daarbij zijn eigen geaardheid te veranderen. In dit geval mogen wij stellen: Het zijn werkingen van een langere termijn, die reeds in de mensheid aanwezig zijn. Voor de minder bewuste geest betekent dit, dat ze niet werden berekend, bij de incarnatie, voor de – meer bewuste geest kan het wel berekend zijn.
Inwerking van deze massa-invloeden
Wij reageren hierop op harmonische of disharmonische wijze. Wanneer echter een harmonie ontstaat, zo zal deze voor ons wezen in waarde praktisch gelijk blijven aan een disharmonie. Mag ik weer een vergelijking maken? Ik wil u herinneren aan het verzet in de oorlogsjaren, waarbij een gevoel van beter-zijn, van verheven-zijn, van gerechtvaardigd-zijn ook in handelingen die eigenlijk niet geheel goed te praten waren, evengoed heerste bij het verzet als bij degenen, die zich harmonisch verklaarden met het heersende bewind. De mentaliteit verschilde niet veel, slechts de gerichtheid. De leuzen waren volledig tegengesteld maar het gedragspatroon vertoonde ontstellende overeenkomsten. Het is misschien niet prettig zo iets te horen, maar het is een onontkoombaar feit. De variabele invloed uit de massa (de waarde dus voor de mens) is gelijk, ongeacht de keuze. Het is goed u dit te realiseren. Een kosmische invloed betekent over het algemeen een wijziging in de intensiteit van beleving en zelfs in de hoeveelheid onmiddellijk beschikbare energie. Ook echter zal onder een kosmische tendens, die de gehele wereld beroert, de basiswaarde van de mens gelijk blijven. Voor hem is dan niet belangrijk de werkelijke inhoud van deze kosmische invloed, hoezeer hij dit ook misschien voor zichzelf meent, maar de mogelijkheid die hij vindt om daarin met zijn wezen harmonisch te werken en te streven en gelijktijdig een minimum aan tegenstellingen rond zich te wekken.
Deze waarden zijn dus niet aan de persoonlijkheid gebonden, maar wanneer wij worden geconfronteerd met een directe geestelijke invloed of in contact komen met een grote Meester of Leraar, zal het persoonlijk element wel een grote rol spelen. De waarden, die wij in het eerste geval hebben genoemd, waren dus niet afhankelijk van de persoonlijkheid.
In het tweede geval is het echter de basiswaarde van het eigen karakter plus de eigen interpretatie van de zin des levens, die bepalend zijn voor het al of niet aanvaarden van bepaalde geestelijke inwerkingen of van de lering, de kracht, de instelling van een bepaalde Meester of Leraar.
Dan mag hier worden opgemerkt” dat bij deze van buitenaf komende en variabele omstandigheden het “ik” selectief optreedt en bij zijn selectie bepaalt de aanvaarding of de verwerping van de hoofdinhoud van het gegevene plus de wijze, waarop de intensiteit ervan langs persoonlijke weg worden geuit.
In dit beeld van de directe en de variabele waarden komt dus al tot uiting, dat je als mens op aarde nooit jezelf wezenlijk kunt veranderen. Er zijn mensen, die zich voorstellen zichzelf geheel te kunnen veranderen. Dat is niet waar. Wat men kan veranderen, is niet zijn karakter maar slechts zijn beeld van de wereld of zijn benadering van de wereld. Dan volgt hieruit van uit mijn misschien wat beperkt standpunt:
- Elke mens zal moeten blijven reageren volgens de basiswaarde van zijn karakter en de grondwaarden, die aanleiding waren tot deze incarnatie.
- Geen enkele mens zal zich kunnen onttrokken aan oorzaak-en-gevolg-werkingen, die van deze keuze de consequenties zouden kunnen zijn. Een ontlopen van uiterlijke waarden is mogelijk. Innerlijk kan men echter aan de ontstane situatie weinig of niets veranderen. Elke aanpassing van het “ik” zal dus niet kunnen geschieden van uit de vaste waarden die het leven kent, maar slechts door de wijze waarop de variabele waarden door het “ik” worden verwerkt, gebruikt en geuit.
- Harmonie en disharmonie blijken voor de mens de twee belangrijkste stimulansen te zijn, zowel ten aanzien van geestelijke bewustwording als ten aanzien van stoffelijke bereiking. We dienen ons hierbij te realiseren, dat harmonie voor de mens begeerlijk is, zolang een zo juist mogelijke uiting naar buiten toe (en dat is voor de stofmens naar geestelijke sferen zowel als naar eigen wereld) moet worden bereikt. Op het ogenblik, dat het gaat om het vinden van een nieuwe situatie, toestand of ervaring binnen het “ik” echter, kan disharmonie vaak dienstig zijn.
Een disharmonische toestand zal nimmer eigen grond waarden veranderen, maar zij zal wel de uiting en daardoor de mogelijkheid om de wereld met dit “ik” verweven te zien, wijzigen. Disharmonie betekent wijziging van inzicht; harmonie betekent versterking van inzicht.
Het gegeven geheel kan natuurlijk worden uitgewerkt niet alleen ten aanzien van mensen maar ook van bevolkingsgroepen, rassen, nationaliteiten enz. Omdat de mens door zijn keuze van incarnatie tevens behoort tot een volk of volksgroep, een bepaald ras en meestal zelfs tot een bepaalde richting van denken — uit het voorgaande is dat reeds gebleken — mag worden gesteld, dat de tegenstellingen der rassen niet zijn gelegen in de uiterlijke verschillen, maar in de geestelijke benadering van het leven, die oorzaak was voor de incarnatie binnen een lichaam.
Het zal voor degene, die aanpassing zoekt aan de werkelijkheid, dus goed zijn om niet in de eerste plaats de uiterlijke verschijnselen en waarden te beschouwen, maar te beseffen, dat er eerst een wederzijds begrip op grond van basiswaarden moet bestaan, voordat een tegenstelling tussen volkeren of rassen uit de weg kan worden geruimd. Onder de waarden, die zeer variabel zijn en toch een vast patroon vertonen, treffen wij o.m. aan de z.g. invloed der sterren; iets wat men misschien beter zou kunnen noemen: de energie en stimulans gevende of nemende cycli, die op aarde optreden. Omdat deze zich herhalen — zij het met kleine wijzigingen — kan men deze grondpatronen mede verwerken in de basiswaarde.
Een variabele waarde, die tevoren reeds vaststaande patronen vertoont, kan op de niet-variabele (de basiswaarde van het “ik”) worden geënt en kan als zodanig de nadruk, die in eigen karakter en uiting naar voren komt, wel degelijk helpen bepalen. Voor zover een cyclus bekend is, zal het dus goed zijn haar te beschouwen — niet als bepalend voor gebeurtenissen of mogelijkheden — maar alleen als bepalend voor eigen neiging. Hierbij valt verder nog op te merken, dat het levensritme van elke mens ook vaste waarden vertoont. Dit heeft o.m. te maken met het tempo, waarin het organisme in staat is zichzelf te vernieuwen of te falen in een volledige vernieuwing. Dit betekent, dat in een bepaald aantal jaren de situatie lichamelijk is veranderd. Het karakter blijft gelijk, maar de lichamelijke mogelijkheden zijn gewijzigd.
Dan kan worden gesteld, dat de verandering van lichamelijke mogelijkheden voor het karakter de noodzaak tot uitdrukking wijzigt. Wie zich wil aanpassen en uitgaat van zijn eigen basiswaarden, zal dus steeds rekening moeten houden met zijn eigen lichamelijke gesteldheid en mogelijkheden.
Indien men het lichaam buiten beschouwing wil laten, is van uit menselijk standpunt nimmer een reële benadering van het “ik” en van de. bewustwording mogelijk. De vaste waarden omvatten nu eenmaal ook de stof. Wie deze buiten beschouwing laat of buiten beschouwing tracht te laten, zal zich alleen op variabele omstandigheden baseren, die hij zelf niet kan beheersen en zo heen en weer worden geworpen in een zee van begrippen, waarin hij voor zichzelf nooit de geborgenheid of zekerheid vindt, die voor het bereiken van een harmonie toch wel noodzakelijk is.
Beschouw daarom alle disharmonische elementen in uw leven in de eerste plaats als een mogelijkheid tot bewustwording, maar in de tweede plaats als een aanduiding van de noodzaak tot harmonie. Zelfverwerkelijking en zelfvervulling zijn voor de mens en zelfs onder enigszins andere condities voor de geest noodzakelijk. Hieraan is geen ontkomen. Alle toestanden en mogelijkheden, die buiten ons bestaan, kunnen door ons slechts worden benaderd van uit ons eigen “ik” en worden gekozen aan de hand van ons eigen bewustzijn. Alles, wat niet past bij ons bewustzijn en ons karakter, zal door ons niet in de juiste vorm worden gezien of begrepen; het is dus onwaar. De mens dient van zichzelf uit te gaan.
Ik wil mijn onderwerp nu besluiten met enkele eenvoudige opmerkingen. De mens zal stoffelijk zijn onvolledigheid voortdurend beseffen, tenzij hij kennis draagt van zijn eigen basiswaarden en dus ook beseft in hoeverre hij zichzelf kennende zichzelf genoeg kan zijn.
Zelfvoldaanheid is gebrek aan zelfkennis. Werkelijke zelfkennis echter maakt duidelijk, hoe het “ik” kan bereiken, in welke richting de gewenste bereiking is gelegen en geeft zelfs aanwijzingen omtrent onjuiste of onware beoordelingen van de wereld buiten ons, zoals die nu eenmaal in elk van ons leven. Zelfkennis is belangrijk; wij mogen echter nimmer zelfvoldaan worden.
Om de grootste en meest nuttige effecten van het bestaan in de stof geestelijk te genieten en ook een zo juist mogelijke harmonie stoffelijk te bereiken, dient men uit te gaan van zijn innerlijk wezen plus zijn ware karakter — zo goed mogelijk gekend — en de variabele waarden, die buiten het “ik” bestaan. Door voortdurend rekening te houden met de optredende omstandigheden in en buiten het “ik” zal men — zich baserend op eigen karakter en wezen — zich steeds harmonisch binnen die wereld kunnen bewegen en zal men de juiste procedure en praktijken vinden om samenwerkende met die wereld voor zich het hoogste te bereiken.
Besef zeer wel, dat het in het menselijk leven soms beter is één ding werkelijk te leven en te bereiken dan duizend dingen na te speuren zonder bereiking. Want het “ik” wordt, zowel ten aanzien van volgende incarnaties als van geestelijk bestaan niet bepaald door het pogen van de mens alleen, maar ook wel degelijk door de volledigheid van het pogen en de daaruit groeiende ervaring. Het bewustzijn is zeer belangrijk. Vluchtigheid van ervaring kan daartoe soms bijdragen. In de meeste gevallen echter is een gedegen en geheel beleefde ervaring noodzakelijk.
En dit, mijne vrienden, impliceert dat u in het leven — geestelijk of stoffelijk strevend —- er goed aan doet steeds datgene, wat voor u belangrijk is, af te werken, voordat u verdergaat naar het volgende.
Ik hoop met deze kleine voordracht iets te hebben bijgedragen tot uw begrip van uzelf en uw wereld en misschien ook tot een besef van de aanpassingsmogelijkheden, die er voor iedere mens in het leven en voor de geest nu eenmaal bestaan.
Het lied van de Heer der Wereld
Uitgaande met mijn handtrommel riep ik tot de geesten van de nacht: “Komt en neemt mij tot voedsel, zo gij dit begeert.” Zo, slaande op mijn trommel, ging ik verder door de eenzaamheid.
En ziet, voor mij opende zich een kloof. En een kracht riep mij te gaan tot in de ingewanden der aarde. Ik ging door het duister en door de rook. Ik meende te verstikken. Ik zag de wateren mij omspoelen. Maar ik ging voort, want de stem riep mij.
Ik zeide tot de aarde en de elementen: “Zo gij dit begeert, neemt mijn wezen tot voedsel. Zo trad ik binnen in de grote grotten en zag de tuinen, waarin zij leven en werken, die de Grote, Heer dienen. En ik ging verder, want de stem riep mij.
Ik ging door een felheid van licht en het Licht schroeide mij. Maar ik zei tot het Licht: “Neem mij als voedsel, zo gij dit begeert.” Ik trad binnen bij Hem, die de aarde doet sidderen en stil doet staan al, wanneer Zijn boden uitgaan. Tot Hem zei ik: “Zie, hier ben ik. Nee mij en eet mij, zo Gij dit begeert.”
Hij zeide echter tot mij. “Keer terug, mijn kind, want nog is het niet de tijd, dat wat verborgen is onthuld wordt. Maar ik geef u deze gave.” Zo gaf hij mij een ring met een schitterende steen. Deze drukte ik in eerbied tegen het voorhoofd. Verdwenen was hij mij, toen ik terugkeerde.
Uit de krochten der aarde zocht ik mijn weg omhoog. En zie, het was dag. De monniken zochten mij. Doch in mijn hand droeg ik opeens een staf. Daarmede voelde ik de siddering der aarde. En mijn nog — ontstaan daar, waar de ring was — de boden uitgaan.
Zo spreek ik van de besluiten van de Heer der wereld, van de krachten van de Eeuwige, die spreekt. En zing ik van de krachten, die uitgaan van het Licht. Want uit zeeën van tranen, uit stromen van bloed wordt een wereld herboren, waarin Hij zal regeren, die was, die kwam en heenging en nu terugkeert. Want de macht des Lichts, regeert. En Hij zal regeren door de tijd.
Waarlijk, dit dak der wereld zal het eerst getint worden door de rode gloed van het bloed, door de gouden gloed van het weten, door de verblindend witte gloed van Hem, die weerkeert. Het is een ingewijde, die spreekt.
← vorige tekst | overzicht | volgende tekst → |
