Werkelijkheid: aanpassing – Les 08 – Wetten van het Ik

image_pdf

mei 1964

Wetten van het Ik

Het menselijk ego kan, zoals wij reeds hebben vastgesteld, de wereld slechts van uit zichzelf benaderen en elke beleving is tenslotte ergens egocentrisch. Dat is helemaal niet hinderlijk of erg. Het is een normaal verschijnsel, dat nu eenmaal uit de vorm van bewustzijn voortvloeit.

Toch zullen wij, als wij ons willen aanpassen aan een wereld en als wij de juiste relaties willen vinden tussen de geestelijke stromingen en onze handelingen en gedachten, rekening moeten houden met een aantal algemeen geldende regels en wetten, die eigenlijk het “ik” voor een groot gedeelte beperken. Want wij kunnen egocentrisch leven in een wereld van waan, we kunnen elke fantasie voor onszelf reëel achten, wij kunnen daarnaar handelen en de gevolgen daarvan zullen ons misschien dan wel corrigeren, maar willen wij ons bij die werkelijkheid aansluiten, willen wij onze juiste harmonie, onze juiste aanpassing, onze juiste verhouding vinden zonder eerst de meest grove blunders te maken (iets waarin praktisch een ieder, die in de stof leeft zo nu en dan bijzonder sterk is), dan zullen wij wel moeten constateren: Er zijn in het Al bepaalde vaste waarden, die je op jezelf moet toepassen om eigenlijk een contact met de wereld te krijgen, dat gebaseerd is op een realiteit en dat gelijktijdig het “ik” de mogelijkheid geeft om samen met die wereld harmonisch, genoeglijk, prettig te leven en alle daarin belangrijke ontwikkelingen ook binnen dat “ik” meteen om te zetten in een vorm van bewustzijn. Die regels zijn allemaal een beetje dor en droog, zoals de meeste regels en wetten. Maar ik zal trachten er een commentaar aan te verbinden, zodat de al te grote droogheid misschien wat teloor gaat. Allereerst moeten wij dan stellen:

  1. Mijn “ik” kan ik niet veranderen. Ik kan slechts de aanpassing van dit , ik” aan de werkelijkheid verbeteren.” Dat is logisch. Wanneer ik mijzelf wil veranderen, speel ik het toch niet klaar. Dan zit ik voortdurend met moeilijkheden. Als ik echter voor mijzelf alleen maar zoek naar de optimale verhouding tussen mijzelf en de wereld waarin ik leef, de werelden waarvan ik mij bewust ben, dan zal dat “ik” vanzelf wel prettig en goed zijn. In ieder geval zal alles, wat er in die wereld bestaat, mij iets te zeggen hebben en ook ik zal voor die wereld een zekere betekenis hebben. En zo volgt daar heel logisch uit:
  1. Oorzaak-en-gevolg binnen het “ik” zijn te scheiden van oorzaak-en-gevolg in de wereld. Binnen het “ik” is een variëren of een regelen van oorzaak-en-gevolgverhoudingen nog mogelijk. Buiten het “ik” is dit onmogelijk. U zult zeggen: Wat heeft dit nu te maken met die aanpassing? Toch is het heel duidelijk. Wanneer ik iets doe, dan kan dat buiten mij gevolgen hebben, die ontstellend en onaangenaam zijn. Zou ik willen proberen om die goed te maken, dan zou ik misschien tegen mijzelf in moeten handelen. Ik zou dus allerhand situaties scheppen, waarmee ik zelf geen raad weet. Men zegt niet voor niets, dat de weg naar de hel geplaveid is met goede voornemens. Niet omdat de mens het goede niet wil, maar omdat hij altijd dat goede wil, wat hij eigenlijk niet kan volbrengen op grond van de fouten, die hij vroeger heeft gemaakt en waarmee hij het niet eens is.

Dus moeten wij ons gaan realiseren: Wat er in de wereld gebeurt, loopt langs een vaste weg. De grote kosmische krachten zullen op de wereld zoveel bepalen, dat ik daaraan weinig of niets kan veranderen. Ik kan alleen proberen mijn eigen rol voor mijzelf zo verantwoord en zo goed mogelijk te spelen. In mijzelf komt dus de belangrijkheid van intentie, van mijn instelling en van de verbondenheid, die ik al dan niet gevoel met de buitenwereld. Door die te wijzigen kan ik dus een gebeuren buiten mij een totaal andere betekenis geven.

Laten we een eenvoudig voorbeeld nemen. U gaat naar Ajax—Blauw-Wit. U bent voor Ajax. Blauw-Wit wint. Een ramp! U erkent dat Blauw-Wit de betere is. U blijft toch aan Ajax vasthouden en u hebt als supporter voortdurend een rottijd. U bent geen voorstander van Ajax, maar u bent een liefhebber van voetbal. U kiest Blauw-Wit als favoriet, omdat deze het best speelt en dezelfde wedstrijden, die voor u eens een ellende waren, zijn nu een grote vreugde voor u geworden. Maar voor de wereld zijn de eindresultaten precies dezelfde.

Zo gaat het in uw persoonlijk leven ook. U kunt in de wereld wel iets goeds doen. Maar of dat goede tenslotte ook goed blijkt, is maar een grote vraag. Je kunt iemand helpen om over te steken, met als gevolg dat hij daar een aanrijding krijgt. Had je hem niet geholpen met oversteken, dan had hij iets langer geaarzeld met oversteken en was niet overreden. Dat kun je niet overzien. Wat je wel kunt overzien, is alleen wat voor jezelf verantwoord is. Laat de wereld buiten je zoveel mogelijk aan je voorbij gaan. Leef alleen van uit jezelf en je eigen bewustzijn.

En dan volgt hieruit onvermijdelijk — want die wetjes en regeltjes vloeien in elkaar over — dat ons werkelijkheidsbesef ergens ook gescheiden moet worden. Er bestaan voor het “ik” voortdurend twee werkelijkheden. De ene is de redelijke en enigszins objectieve vaststelling van de werkelijkheid buiten het “ik”. De andere is de emotionele gebondenheid van het “ik” met wat dat “ik” werkelijkheid noemt plus de interpretatie ervan.

De tweede zal nimmer volledig feitelijk zijn. Ze zal echter wel aan het “ik” de grootste harmonische mogelijkheden bieden. Want een ieder, die zich realiseert hoe hij de wereld ziet, wat hij redelijk van andere mensen denkt en hoe hij dan die wereld en die mensen emotioneel benadert, zegt voor zichzelf al: Er zit een zo grote strijdigheid in; ik weet er geen weg mee.

Dan is er één andere mogelijkheid te vinden. een correctie. En dat is dit: Het objectieve beeld moet gescheiden zijn van het persoonlijke emotionele beeld. Alleen dan krijgen wij de juiste instelling en kunnen wij — zonder daarom onszelf a.h.w. te bestrijden of te verloochenen — de wereld aanvaarden zoals zij is. Wie dat niet doet tracht zijn emoties op te leggen aan de wereld, aan de verschijnselen en aan de personen daarin en komt zo voortdurend tot een verkeerde beoordeling, die een steeds grotere verwijdering van de werkelijke, feiten ten gevolge heeft.

Dan komt de verhouding, die er bestaat tussen “ik” en wereld. Het “ik” kan niet op zichzelf en zonder verdere waarden bestaan en gelijktijdig bewust zijn. Alle bewustzijn wordt veroorzaakt door de wisselwerking tussen dit “ik” en de omgeving. Het is, daarom noodzakelijk, dat tussen “ik” en omgeving voortdurend een kenbare en juiste relatie wordt gesteld en wel per ogenblik, omdat geen enkele situatie blijvend is.

U voelt wel aan waar het heen moet. Per slot van rekening kun je nu eenmaal niet één keer een beslissing nemen en je daaraan je hele leven vasthouden. Het leven kan veranderen. Je kunt niet één keer een geloof vinden en dat dan dogmatisch voortzetten jaar na jaar, zonder daarbij voor jezelf de bewustwording onmogelijk te maken en heel veel waarden uit je leven eenvoudig van je af te schuiven. Je moet een juiste wisselwerking vinden tussen jezelf en je wereld. En die kan alleen gebaseerd zijn op de belevingen van het ogenblik.

Iemand, die eisen van langere duur stelt aan zijn omgeving, zal voortdurend worden teleurgesteld en zal ook van uit zichzelf de wereld teleurstellen. Iemand, die voortdurend reageert op de situatie van een bepaald moment in de tijd (dus steeds werkend met de beperkte mogelijkheden, zonder daardoor verdere eisen te stellen ten aanzien van de toekomst of van het verleden) zal op elk ogenblik een maximum aan mogelijkheid tot harmonie vinden, zonder daarmee de wereld als het ware aan zich te binden en kan dus ook elke variatie, die verder ontstaat normaal accepteren.

U kunt nooit zeggen: Weest uzelf genoeg. In de zin dat u zegt: Laat die wereld maar gaan, als ikzelf nu maar besta. Maar u kunt wel zeggen: Hebt aan uzelf genoeg, wanneer het gaat om de werkelijke waarden des levens. Want wat ge in uzelf bereikt en verwerkt, is voor u blijvend.

Al het andere is van voorbijgaande aard en in wezen waardeloos. Zo kan men ook nog zeggen over de wetten en de regels van het “ik”, dat er altijd weer een element moet zijn, waarbij ook de verhouding van een wereldgebeuren tot het “ik” wordt uitgedrukt. Dit is misschien wat moeilijker te formuleren, maar het lijkt mij op deze manier toch nog wel duidelijk.

Elke inwerking van uit de kosmos op mijn wezen en mijn wereld is als persoonlijke beleving volledig voor mij aanvaardbaar. Eerst wanneer ik mijn vooropgezette voorstellingen, meningen of oordelen tracht toe te passen op deze kracht en t.a.v. mijn wereld, zal ik daarmee in conflict komen.

Elke kosmische kracht is sterker dan het “ik”. In de vormende werking van de kosmische kracht is het “ik” de onderworpen figuur, die wordt gestuwd. Indien echter het ego in staat is voor zich de kracht te aanvaarden en daaraan geen vaste houding, veroordeling of bepaling ten aanzien van zijn wereld te verbinden, dan zal hij heel gemakkelijk voor zich die kracht actief kunnen maken en daaruit kunnen putten.

En nu ga ik over op een ander chapiter, dat hiermede in verband staat. Ik kom op het eerste nog terug. Een wereld als deze waarin u op het ogenblik leeft, wordt natuurlijk — dat beseft u allemaal wel — niet alleen naar bepaald door de zuivere wetten van de natuur of van het stoffelijk toeval. Geesten spelen daarin een rol, maar ook mensen met een hoger bewustzijn evenals geesten met een hoger bewustzijn. We zouden kunnen zeggen, dat de wereld van vandaag, ofschoon ze wordt gestuwd door kosmische ritmen en krachten, dus voor een groot deel — wat haar directe reacties betreft — kan worden geleid door een hoger bewustzijn of door een mens, die sneller en bewuster op die krachten reageert dan een ander.

En dat is in deze tijd nu weer van belang, want de nieuwe tijd brengt met zich een groot aantal wijzigingen. Daaraan kunnen we nu eenmaal niet ontkomen. We hebben te maken met een strijd tussen wat men conservatisme zou kunnen noemen (dus het behouden van het oude) en een vernieuwing, die niet altijd rekening houdt met de feiten die nog bestaan. Twee tegenstrijdige factoren in de wereld.

Wanneer er nu een bewuste geest of een bewuste mens is, die de kosmische kracht aanvoelt en ervan gebruik wil maken, dan zal hij zich als het ware  tonen als vijand van beide groeperingen. Want die bewuste kracht kan het oude, het zo gewaardeerde, niet verder laten voortbestaan, dat past niet meer in de tijd. Maar ze kan ook de vernieuwing, de werkelijkheidsdroom, welke misschien over 100 jaar waar zal zijn, niet op dit moment verwerkelijken en zij moet een ieder, die te hard van stapel wil lopen, afremmen.

Resultaat: de geestelijke kracht, die tracht de wereld te leiden, is in feite helaas vaak de vijand van een ieder, die op deze wereld op enigerlei wijze idealistisch en zelfs realistisch streeft. En daar spelen nu die levenswetten een grote rol bij. Wij zijn nl. allemaal geneigd — en dat hebben we de vorige keer trachten duidelijk te maken — om ons te baseren op wat wij zijn geweest, terwijl wij alleen te maken hebben met wat wij nu zijn. Wij trachten ons oordeel te baseren op de situatie, die eens bestond er, wij hebben toch alleen maar met de huidige situatie te maken. Wij trachten onze bestrevingen in de wereld te richten naar de idealen, die wij op grond van vroegere ideeën en stellingen misschien hebben opgebouwd, maar die in deze tijd wel eens niet meer kunnen passen. Wij zijn voortdurend in strijd, niet alleen met onszelf maar ook met de wereld en met de kosmische krachten.

Nu zal de doorsneemens die machtige vijand (de kracht, die als het ware  het ritme waarin de aarde en de mensheid vooruit kan gaan) trachten te bepalen. U kunt het meestal niet erkennen en dat is maar gelukkig. Want de meeste mensen komen in opstand tegen God en begrijpen niet dat zij in feite in opstand komen tegen de veranderingen, die ze niet durven, willen of kunnen aanvaarden. Denkt u nu eens even aan wat wij zo even hebben gesteld. Wanneer ik uitga van mijn persoonlijke harmonie, van mijn persoonlijke eigenschappen en mijn intentie voortdurend ten goede richt, terwijl ik nimmer afga op wat is geweest, maar steeds met het heden rekening houd en alleen op de op die situatie die nu is reageer, wanneer ik van die wereld niets verwacht maar slechts geef — zo vreemd als het moge klinken voor een mens — dan zal ik altijd de juiste aanpassing vinden. De kosmische krachten zijn mijn helpers en mijn steun geworden en ik sta niet tussen het oude en het nieuwe in, maar ik ben met elke situatie zowel uit het oude als uit het nieuwe harmonisch.

Nu kom ik weer terug op de wetten, die het “ik” regeren, Want u zult begrijpen, dat we juist in verband met dit wereldgebeuren wel eens de nadruk moeten leggen op die factoren in onszelf, waarmee wij eigenlijk geen raad weten. Die regels kunnen ons helpen, wanneer wij dit beseffen: Op het ogenblik, dat ik een eis aan de buitenwereld stel, zal ik door mij te binden komen tot een eenzijdige beleving, een eenzijdige emotie en een innerlijke onevenwichtigheid. Indien ik echter slechts geef, zonder daaraan eisen of verlangens te verbinden — hoe menselijk dat misschien ook moge klinken — zal ik alleen door deze houding tegenover het leven mijzelf voortdurend beloond zien. En daarop kun je dan een meer populaire variant maken. En die zegt: Dat, wat je het meest begeert, krijg je niet. Dat, wat je het hardst nastreeft, zul je niet bereiken. Datgene echter, waaraan je voorbij gaat, volgt je trouw als een hondje. Wie neerknielt om, het geluk te smeken, aan hem gaat het voorbij. Wie het geluk misacht, hem biedt het voortdurend ongevraagd zijn diensten aan. Een heerlijke samenvatting van een Engelse, een Nederlandse en een paar Latijnse spreekwoorden. Er zit veel waars in. Wanneer ik een eis ga stellen aan de buitenwereld, dan maak ik het mijzelf immers onmogelijk om onbevangen te reageren. Ik ga dus door de eisen, die ik stel een onjuiste houding aannemen. Die onjuiste houding is voor mij misschien dan wel aanvaardbaar, maar in de wereld is zij een disharmonisch aspect. Het resultaat is dus, dat de wereld mij gaat tegenwerken.  Zij wil niet aan mijn verlangen, mijn idee en mijn ideaal tegemoet komen. De wereld zegt: “Wat heb ik eraan.” En nu vind ik dat misschien weer een belediging van mijn persoonlijkheid, een aantasting van mijn persoonlijke waarde, mijn integriteit, enz. Ik word dus bitter gestemd tegen de wereld, die onmiddellijk met bitterheid antwoord. Niet omdat de wereld bitter is, die lacht misschien wel om mij, maar voor mij is die lach een hatelijkheid, zelfs als het goed bedoeld is.

Dan is het voor u ook wel aardig om te onthouden — en dat zal in deze tijd wel heel vaak blijken — dat de beste bedoelingen die je ten aanzien van anderen hebt door dezen soms worden gezien als de meest directe agressie op hun persoonlijkheid, hun persoonlijk leven en wat dies meer zij. Een belediging. U denkt dan misschien dat u schuldig bent, maar dat is niet waar. Het is de houding, die de ander aanneemt. De ander stelt definitieve eisen aan de wereld, die niet zijn gebaseerd op de mogelijkheden die nu bestaan, maar op de een of andere illusie, die hij zich heeft opgebouwd. Als dat veel voorkomt — en dat zal in deze tijd nogal eens het geval zijn en in de komende jaren nog heel wat meer — dan zal er op zijn minst genomen sprake zijn van heel veel misverstanden en misschien ook wel van veel slaande ruzie. Dan komt het tot goedbedoelde politionele acties. De politie wil de vrede bewaren en slaat daarom de betogers voor de vrede tot vredelievendheid.

Er zijn natuurlijk meer van die regels. Om ze allemaal uit te pluizen zou ons te ver voeren. Heeft u zich wel eens gerealiseerd, dat uw eigen wezen wordt bepaald door de wereld waarin u leeft, maar dat uw wezen de wereld slechts in zoverre bepaalt als u die wereld aanvaardt zoals ze is? Dan kunt u misschien begrijpen wat deze regel zegt. Mijn ego zal — of het vertoeft in één wereld of in vele werelden -voortdurend onderworpen zijn aan een veranderend milieu. In dit veranderend milieu jezelf blijven wil zeggen: Alle waarden, die het milieu je biedt absorberen, zonder daarom je innerlijk juist erkende bestrevingen prijs te geven. Maar dan zeg je: Dat is in strijd met wat er zo even is gezegd. Neen. Op het ogenblik, dat ik een bepaald streven heb dat niet is gericht op een bereiking in mijn wereld, maar dat gericht is op geluk en harmonie voor mijzelf (een bereiking van de hemel, wat mij betreft), kan ik al mijn daden daarop blijven richten. Het is helemaal niet noodzakelijk, dat ik daarvan afstand doe. Maar ik kan het alleen bereiken, indien ik uit de wereld de gaven van de wereld neem in die gebruik om mijn bouwwerk van bewustzijn te vergroten. Zodra ik ga klagen, dat de stenen, die ze mij geven, niet op maat zijn, bouw ik ruïnes. En dan ben je precies als de moderne bouwondernemer; die bouwt de ruïnes van morgen.

Nu zullen wij ons nooit geheel kunnen onthouden van een deel hebben aan en een oordeel hebben over de wereld. En omdat het vinden van de juiste persoonlijke objectiviteit, de zuiver persoonlijke beleving zo moeilijk is, wil ik hier achter elkaar een aantal punten en regels geven, die stuk voor stuk een hele verklaring zouden verdragen, maar die u ook zo kunt overwegen.

  1. Mijn ego wordt in de wereld nimmer bepaald door het uiterlijk of het bezit ervan, doch slechts door de persoonlijke benadering van die wereld, welke alle uiterlijke verschijnselen zal overbruggen, zodra er een voldoende harmonie bestaat.
  1. Ik kan voor mijzelf nimmer rechten, bezittingen en verplichtingen erkennen in de wereld, indien zij niet onmiddellijk uit mijn innerlijk voortvloeien. Dit betekent, dat stoffelijk bezit in de wereld in feite een onmogelijkheid is. Besef, dat ge niets bezit aan rechten, noch aan goederen, noch aan gelden, eer of aanzien, behalve datgene wat er in u leeft en ge zult al datgene, wat rond u is, kunnen gebruiken om u te dienen i.p.v. u te laten beheersen door deze dingen. Wie datgene verheerlijkt, wat behoort tot zijn uiterlijk en de uiterlijke wereld, zal daardoor zichzelf beletten op te gaan tot de juiste innerlijke bewustwording.
  1. Ik kan slechts mijn eigen weg gaan volgens mijn erkenning van eigen persoonlijkheid, behoeften en eisen, mijn erkenning van de wereld, van de harmonie die er tussen haar en mij bestaat en volgens de uitdrukking van het “ik”, die daarvoor noodzakelijk is. Dus zal de enige verplichting voor mijn wezen bestaan in het scheppen van die harmonie met de wereld, welke bepalend is voor mijn wereldaanvaarding. Al het andere is nietig en nutteloos en heeft slechts bijkomstige waarde of geen waarde .
  1. Wanneer het “ik” bewust van uit zichzelf in zichzelf maar niet slechts voor zichzelf leeft, zal het inzicht de krachten van een grote en kosmische harmonie erkennen, die niet volledig kan worden geuit. Het is niet de taak van de mens het gehele innerlijke beleven te uiten in zijn wereld.  Wel om alle delen daarvan, die tot een betere harmonie of een juister begrip en verstandhouding tussen “ik” en wereld bijdragen, te projecteren in de wereld, waar dit mogelijk is.

U ziet dus, dat de mens wel zekere verplichtingen heeft, maar dat die verplichtingen en ook zijn rechten eigenlijk op een ander vlak liggen dan de wereld ze normaal stelt. En kijkt u nu naar deze tijd. Er komt levenskracht. Nu zegt iedereen: Hoera, nu gaan we optimistisch, opgewekt en sterk worden. Maar men vergeet één ding: Dat ook iemand, die driftig is in zijn totale ellende een grote kracht kan bezitten en dat de kracht op zichzelf dus niet bepaalt, hoe ze wordt verwerkt.

De verwerking van een kosmische kracht is de onze. De meeste mensen hebben in de wereld hun eigen ideeën. U hebt allemaal uw eigen bezit. En ik geloof, dat als het erop aan komt niemand van u zo zondermeer zal zeggen: Ik gooi dat hele bezit weg. Ik ga zo de toekomst in. Ik vraag niets. Ik zeg niets. Ik zal misschien verhongeren, of ik zal worden opgesloten, of voor een dwaas gelden, dat interesseert me niet.

Ik wil vrij zijn. Dat kunt u niet, omdat u het bewustzijn hebt: Wanneer ik de ene vrijheid voor mijzelf bereik, dan geef ik de andere vrijheid daarmee prijs. Maar dat is voor de hele wereld zo. Om het nieuwe te bereiken (en dat nieuwe is dus ook het juiste gebruik van zo’n bepaalde kracht) moet je eerst het oude prijsgeven. Je moet dus een totaal nieuwe instelling hebben gevonden, waardoor de belangrijkheid van alles, wat er tot nu toe was, terzijde wordt gesteld bij de kracht, die nu regeert. Dat kan niemand. Hebt u zin om op dit ogenblik uw leven opnieuw te beginnen? Ik geloof het niet.

Maar hoe ligt het over de gehele wereld? Er zijn grote groepen mensen, die hun hele leven hebben opgebouwd op een bepaald bezit, een bepaalde toestand of op een bepaald recht. Als er morgen iemand komt, die een panacee vindt (een Steen der Wijzen), waarmee men elke ziekte zonder meer geneest, dan kunt u wel geloven dat die man zal worden bestreden ten koste van alles. En als er een kracht zou komen, die datzelfde zou doen, dan zou men dat demonisch en duivels noemen. Want waar moeten alle dokters heen met hun studie, waar moet de farmaceutische industrie heen en waar moeten alle drogisten, apothekers naar toe en alle mensen die verdiend hebben aan de ziekte van anderen? Hun levensdoel zou wegvallen. Maak het morgen mogelijk, dat een ieder met zijn gedachten een willekeurig station op de wereld kan opvangen en zo zijn radio en televisie als het ware ingebouwd heeft, de hele elektronische industrie zou zich ertegen verzetten. Ze zouden die mensen als bezetenen willen laten genezen. Dat kan niet. Ze hebben te veel opgebouwd.

Er zijn politici, die hun hele leven hebben gebouwd op een zekere balans van diplomatie en macht, legermacht. Hoe kunnen die mensen dat prijsgeven? Wanneer ze dat doen dan geven ze zichzelf zoals ze nu zijn prijs met hun hele positie en moeten zij opnieuw beginnen. En dat is nu het probleem van deze tijd. Want wat voor u en uw geldt, geldt voor iedereen. De levenskracht die komt plus de krachten, die daaraan vooraf zijn gegaan, hebben eigenlijk denkbeelden en mogelijkheden geschapen, die veel verdergaan dan men in de materie durft gaan. We willen het oude behouden. We willen de nieuwe tijd wel, maar eerst de nieuwe tijd hebben en dan zullen we de oude tijd afdanken. En dat is een onmogelijkheid. Het resultaat is, dat daaruit de grote politieke conflicten voortkomen, die de mensen niet willen, dat er oorlogsdreigingen ontstaan, terwijl op het ogenblik iedereen alles doet om de vrede te handhaven. Ze willen niet. Maar als zo de vrede volledig accepteren, dan hebben zo hun macht, hun positie, die eigenlijk gebaseerd is op een dreiging van elders, prijsgegeven.

Als u dus in de wereld staat en u moet zich aan die wereld gaan aanpassen, dan moet u zich niet te veel laten leiden door al die mensen die u toeroepen: “Ja, maar wij kunnen niet anders!” U moet voor uzelf proberen uit te maken wat wel kan. Of beter gezegd: Wat volgens u moet. En dat is niet alleen een kwestie van het aangename, het genoeglijke. Het zou prettig zijn, als het zo was. Het is een kwestie van dat, wat wij voor onszelf als juist, als noodzakelijk erkennen. Datgene, wat wij voor onszelf erkennen als de juiste verhouding tussen het “ik” en de wereld of een deel daarvan. De rest doet toch niet ter zake. Als wij daarop kunnen reageren, dan zijn wij dus harmonisch met de invloed en wij zullen daardoor in de conflicten — iets, wat men ook al onmogelijk acht in deze tijd, maar wat feitelijk wel mogelijk is — wezen neutraal zijn.

Hier komt nog een andere factor bij, die wij het best even in een van die regels kunnen terugzoeken. En dan wil ik u herinneren aan het volgende: Het ego bestaat uit vele delen, waarvan stoffelijk bestaan en stoffelijk lichaam slechts een tijdelijk en betrekkelijk onbelangrijk deel uitmaken. Eigen bestaan wordt niet bepaald door al of niet stoffelijk zijn, maar door al of niet bewust zijn. Bewustzijn wordt gevormd door harmonie in het “ik” met grote delen van de wereld en een zo objectief mogelijke erkenning van die delen der wereld, waarmee men geen harmonie kan bereiken.

Als u dit even laat doorklinken, dan is het ook niet meer de vraag van: Offer ik dan niet te veel of te weinig? Het is de vraag: Wat is het voor mij persoonlijk als meest juiste handeling of meest Juiste gedachte, als meest juiste bestreving? Dat is eigenlijk — ik zou haast zeggen — de oorzaak van allerhand dingen, die wij zo langzamerhand beginnen te verwachten. U bent ongetwijfeld reeds ingelicht over de verwachtingen, die er bestaan ten aanzien van de Wessacvallei bijeenkomsten en alles wat daaruit voortkomt. Die verwachtingen zijn dus ook gebaseerd op de behoudzucht, de angst om iets los te laten, voordat men iets nieuws heeft, de angst om voor zichzelf en van uit zichzelf alleen te leven, die de meeste mensen kwelt. Het is daarnaast voor ons ongetwijfeld erg belangrijk geweest dat wij een beetje weten wat voor invloeden er op de gehele wereld werkzaam zijn. Op die manier krijg je dus een beeld van het conflict. Een aanpassing aan de werkelijkheid, vrienden, vraagt voor onszelf de erkenning van het conflict, wanneer het in ons bestaat. Wij mogen dus het conflict niet toelaten in ons persoonlijk bestaan. In de wereld buiten ons moeten wij het constateren.

En nu ga ik misschien een paar stoute dingen doen. Ik ga even vooruit lopen op een aantal mogelijkheden, tendensen, zoals dat heet. Op het ogenblik, dat de belangstelling van de mens te eenzijdig is gericht op iets wat buiten het “ik” ligt, zal hij door deze eenzijdigheid met de overige wereld in conflict komen. Dat is een vaste regel. Op grond hiervan is aan te nemen, dat zeker in de komende 6 à 7 maanden in toenemende mate ongevallen, ongelukken zullen gebeuren en misvattingen tot stand zullen komen, die alleen te wijten zijn aan een eenzijdige concentratie van de mensen, die deel uitmaken van het ongeval. Dat zal met treinen gebeuren — ook Nederland krijgt nog een klein treinongeluk in de komende maand, als ik mij niet vergis. Er zullen ook weer een paar vliegtuigongelukken zijn en wij zullen zeer waarschijnlijk te maken krijgen met een tamelijk ingewikkelde scheepsramp, waarbij twee of drie schepen betrokken zijn (als ik me niet vergis, zal dat in de buurt zijn van de grote Amerikaanse havens, als New York).

Al die ongelukken zullen blijken eigenlijk niet direct op schuld te berusten, maar op eenzijdigheid. Een vlieger zal een ongeval zien gebeuren, doordat hij — te veel vertrouwend op zijn instrumenten bij een onvoldoend zicht — niet ontdekt voordat het te laat is, dat één daarvan een onjuiste indicatie geeft.  Dus dat één ervan defect is. En dan kan hij de fout niet meer herstellen. Dat ongeluk zou wel eens aan 15 tot 20 mensen het leven kunnen kosten en voor verscheidene anderen een moeilijke tijd.

Met de scheepsramp is het precies hetzelfde. Hier zal men zeer waarschijnlijk reageren op radar — we kunnen dus aannemen dat er veel mist is. Maar degenen, die op de radar vertrouwen, zien op een gegeven ogenblik een z.g. dubbele echo en kiezen de verkeerde. Zoals een dronken man tussen twee lantaarnpalen meestal de verkeerde kiest om zich aan vast te houden.

Deze feiten komen alle voort uit een te veel betrouwen op één ding, op één punt. We zullen zien dat een automobilist zo voortdurend bezig is te bewijzen hoe goed de wagen is, dat hij plotseling remt en er geen rekening mee houdt dat degene, die achter hem zit, niet kan stoppen en er bovenop rijdt. Kettingbotsingen van die soort zou u in deze maand kunnen verwachten en wel in de richting van ’s Hertogenbosch – Vught. U ziet dus, u kunt alleen al aan die tendensen zoveel mogelijkheden aflezen, dat eigenlijk het hele wereldbeeld begrijpelijk wordt. En wat meer is, u zult in de komende tijd ook zeer geneigd zijn om u bezig te houden met de schuldvraag. Want als er iets misgaat, dan geef je iemand graag de schuld. Of dat nu Prinses Irene is, die eigenlijk anders had moeten handelen, of dat het een minister is die zijn mond heeft voorbij gepraat of iemand anders, het is altijd weer hetzelfde liedje: er moet iemand de schuld hebben.

Laten we nu beginnen ons in de komende tijd te realiseren, dat niemand een volledige schuld heeft en een volledige verantwoordelijkheid, maar dat hij door zijn eenzijdigheid de conflicten met de omgeving deed ontstaan. Conflicten, waaronder ook u misschien zal lijden, wie weet. Dan kunt u dus door het begrip, dat u daarvoor kunt opbrengen harmonie bewaren, ook met die krachten, welke op een zeker ogenblik in uw leven onaangenaam of schadelijk zijn. En wanneer dat ogenblik dan voorbij is, en de eenzijdigheid van concentratie wegvalt, kan er opnieuw een samenwerking ontstaan en kan er opnieuw begrip komen.

Zo zullen we ook in de, komende tijd de neiging zien om te bluffen. Bluffen is in vele gevallen een onderschatten van de ander, zoals u misschien weet, maar daarnaast ook veelal een overschatten van eigen mogelijkheden. Wanneer hier een voldoende vitaliteit komt (er komt een golf van levenskracht) dan zal een waan die bestaat worden versterkt Ben je geneigd op grond van die waan eisen of voorwaarden, te stellen, dan ga je bluffen. Je gaat dan proberen de zaak waar te maken. Dit kan leiden tot zeer ernstige economische gevolgen, zoals bv. voor Indonesië, maar ook tot een betrekkelijk snelle en volgens mij wel tamelijk belangrijke wisseling in de regering van China. Ook zal dit verwarrende aspect grote invloed hebben op de voorbereidingen van de presidentsverkiezing in de Ver. Staten. Laten we over Nederland maar helemaal niet praten want daar komt ook wel het een en ander kijken.

Maar ja, de gezapige wijze, waarop dit in commissies wordt afgehandeld, geeft over het algemeen de gelegenheid om terug te keren tot de illusie. Al deze feiten, die ik slechts als voorbeelden geef, zult u kunnen begrijpen, indien u maar durft uitgaan van het “ik”, dat alleen op dit ogenblik, op de nu bestaande waarden, op de nu bestaande harmonische mogelijkheden, kan reageren. Dat “ik”, dat geen rechten en geen eisen heeft ten aanzien van de wereld, maar dat alleen maar de harmonie moet zoeken. Begrijp je een wereld, dan kun je je er ook gemakkelijker aan aanpassen. En die aanpassing betekent voor u in de komende tijd vooral, dat u moet proberen van alles het beste te maken.

Het klinkt wat dwaas, maar waarom zouden we proberen dingen af te breken, zolang ze nog bruikbaar kunnen zijn? Waarom zouden we proberen om iets aan te vallen, dat nog enig nut heeft? Waarom zouden wij strijden, wanneer wij in vrede verder kunnen leven? En zo kan ik doorgaan.

Voor uzelf zullen in de komende maanden en in het volgend jaar deze dingen ook steeds op de voorgrond komen. En u zult daarnaast volgens mij moeten ontdekken, dat uw neiging om rechten op de buitenwereld te erkennen, eisen te stellen aan de buitenwereld voortdurend tot frustratie, tot ongelukjes, tot mismoedigheden enz. zal voeren.

Het eigenaardige hierbij is — en dat kunt u aan uzelf waarschijnlijk wel controleren — dat zelfs wanneer u door eisen te stellen aan de buitenwereld het gewenste kunt verkrijgen, u zichzelf als het ware toch gaat bestraffen. U windt zich op, u zet uw wil door en u gooit een lamp of een vaas kapot, waarop u prijs stelt. Een klein voorbeeld. Let dus op hoe vaak u zich in deze dagen door die schijnbare onbeholpenheden bestraft, omdat u eigenlijk eisen hebt gesteld die niet eerlijk waren of omdat u zich te veel aan de wereld hebt willen opleggen.

Let ook eens op de ongedurigheid, de wrevel, die daarmee gepaard gaat. Zodra uw wereldbeeld niet is gebaseerd op uzelf (op dat, wat u voor de wereld kunt betekenen), maar als het ware van de wereld een aanvaarding van dit “ik” op een bepaalde wijze eist of van die wereld een waardering voor dat “ik” op een bepaalde wijze eist, dan zult u steeds ongeduriger, prikkelbaarder en norser worden en u zult uw mogelijkheden om wat goeds te bereiken in 9 van de 10 gevallen verknoeien.

Wat voor u bestaat, bestaat voor de wereld. Wat bij u in het klein gebeurt, gebeurt elders in het groot. Wanneer u een servies kapot smijt, zonder het te menen, omdat, u prikkelbaar, disharmonisch bent en de rest, dan kan een staatsman op deze manier misschien een crisis veroorzaken. Dan kan een bombardier per ongeluk verkeerd richten en een granaat afschieten, die in een dorp terecht komt in plaats van op een schietbaan. Afwijkingen op zichzelf zijn verklaarbaar. De gevolgen daarvan zullen in verhouding staan tot de werkelijkheid buiten dat “ik” en de daarin bestaande condities.

Dan kom ik nu tot het laatste hoofdstuk en daarin wil ik iets verder gaan dan alleen maar deze persoonlijke wetten. De waanwereld bestaat voor de mens over het algemeen uit een aantal veronderstellingen, gebaseerd op de werkelijkheid, maar niet daarmee in overeenstemming zijnde door een te persoonlijke wens of een te persoonlijk denkbeeld. Onze waan is deel van onze persoonlijkheid. En wij kunnen die waan nooit helemaal verliezen, tenzij wij meteen grote ingewijden worden. Maar laten we de waan dan proberen op de meest eenvoudige manier te omschrijven, opdat we wanneer het noodzakelijk is — en de wereld buiten ons zal dat vaak noodzakelijk maken — een onderscheid kunnen maken tussen dat, wat in onszelf werkelijkheid is en wat waan is.

Dan wil ik allereerst beginnen te wijzen op de emotie, die lang niet altijd een juist aanvoelen zijn. De emotie is nl. een persoonlijke uitdrukking. Wanneer ik in mij woede gevoel, dan ben ik geneigd om aan te nemen dat die woede veroorzaakt werd door iets buiten mij. Zeker is het echter niet Wanneer ik mij onzeker gevoel, dan kan ik soms zeggen dat dat aan een ander ligt. In 9 van de 10 gevallen ligt het aan mijzelf. In sommige gevallen verwacht ik van de wereld buiten mij een leiding, terwijl ik in feite zelf mijn beslissing moet nemen. Ik zal dan zeggen, dat de wereld tekortschiet en dat zij mij tegenvalt. In feite ben ik het zelf, die schuldig is. Want onder emotionele waan kan worden verstaan: Elke projectie van eigen gevoelswereld op de feiten, zonder dat de feiten deze kennelijk, duidelijk en volledig beantwoorden.

Dan hebben wij de verstandelijke waanwereld. Wij hebben een bepaald idee van het verloop der dingen. Wanneer wij hebben gezien dat een ei door een kip wordt bebroed, dan zeggen we: Dat is een kippenei. Misschien zal een deskundige kunnen constateren dat het een eendenei is. Een ander echter verbaast zich erover dat uit een kippenei een eend kan komen. Achteraf zullen wij dat dan wel begrijpen. Maar onze logica heeft ons heel vaak gevoerd tot het associëren van feiten, die in wezen niet bij elkaar behoren.

Verstandelijke waan ontstaat door het samenvoegen van feiten of door aan te nemen dat een bepaalde samenvoeging de enig mogelijke is ten aanzien van  feiten, zonder dat de wereld dit volledig en feitelijk bevestigd heeft. Alweer: het is het resultaat uit de wereld. Wij moeten de wereld bekijken. We mogen nimmer ons eigen denkbeeld als primair aannemen. We moeten altijd het voorbehoud laten, tenzij de feiten anders duiden en we moeten bereid zijn om ons voortdurend ook met onze gedachten aan te passen aan de feiten. Dan zal de waan het minst intens zijn.

En dan is er nog een waanwereld — en dat is misschien wel de meest vreemde — die, ontstaat uit onzekerheid. We zouden kunnen zeggen: De waan van de angst. De waan van de angst voert tot vele eigenaardige stellingen en situaties als bv. een geloof in een persoonlijke uitverkiezing, een geloof waarin het “ik” wel, anderen niet zullen voortbestaan. Een geloof waardoor het “ik” zou worden beschermd of beveiligd en anderen niet. Kortom een illusie, waardoor het “ik” wordt afgezonderd van de mensheid als geheel, die men als onvolledig, onjuist of misschien, zelfs als zeer sterfelijk meent te kennen. Zo menen wij vaak, dat hongersnood overal kan optreden, maar bij ons niet. We hebben er duizend redenen voor. Dat oorlog onmogelijk is geworden, omdat …… en dan hebben we weer duizend redenen. Hierin speelt de angst een grote rol. Wij zullen geneigd zijn al datgene, wat wij niet als waarheid wensen te aanvaarden, zodanig te veranderen, te verdraaien of te ontkennen, dat in ons wereldbeeld deze waarden niet voorkomen of althans voor onszelf niet voorkomen. Indien wij op grond van deze waan handelen, dan blijkt echter dat het niet juist is. Dientengevolge moeten wij ons hoeden voor de waan uit angst geboren, waardoor wij voor onszelf een exceptionele toestand scheppen, die niet voor anderen geldt.

Steeds moeten wij beseffen dat wat voor een ander geldt en bestaat, voor ons ook geldt en bestaat. Er zijn in dit opzicht geen uitzonderingen, zelfs niet door bereikt bewustzijn of bereikte harmonie. Want wat u bereikt, kan een ander bereiken. Wat u bent, zal een ander zijn of kunnen zijn. Er bestaan nimmer dergelijke verschillen tussen u en de wereld.

U ziet, dat ik met deze waan duidelijk probeer te maken dat de gedachte van juistheid, van voorrecht, van bijzonder geloof en bijzondere leiding, altijd weeroverdreven wordt en daardoor voert tot onjuiste prestaties. Er zijn bv. mensen, die inspiratief iets weten. Ze voelen een noodzaak, een mogelijkheid, een verplichting aan. Of ze voelen aan dat ze een waarschuwing moeten geven en ze zwijgen, omdat ze aannemen dat de kracht, die hen beroert, ook een ander kan beroeren. Niet omdat ze in die ander wordt erkend, maar doodgewoon omdat zij zelf liever niet op de voorgrond treden. Deze mensen begaan dus tegenover zichzelf een fout. Door hun terughoudendheid, door hun terugvallen op het normale zondermeer, beroven zij niet alleen zichzelf van de mogelijkheden die er bestaan maar ook vele anderen.

Indien mensen meer rekening hielden met hun intuïtie, zou de wereld er anders uitzien. Er zijn grote mannen geweest, die zuiver op hun intuïtie hebben gebouwd in tijden, dat niemand een verstandige beslissing kon nemen. Winston Churchill was daar één van. Dergelijke mensen zullen pas dan mislukken, wanneer ze menen dat zij alleen de wijsheid in pacht hebben, of wanneer zij stellen dat hun inspiratie slechts een bewijs is van iets wat buiten hen om zal gebeuren.

Een inspiratie is een bewustzijnskwestie in het “ik”, die harmonisch moet worden uitgedragen in de buitenwereld, zonder dat daarom aan die buitenwereld eisen mogen worden gesteld. Al deze punten zijn in de toekomst van belang. Indien u zich de moeite getroost om de publieke opinie gade te slaan, dan zult u in de komende 17 à 18 maanden verscheidene malen een volte face zien van de publieke opinie, die haast ongelooflijk is. Een volte face — laten we dat erbij voegen — die kennelijk gebaseerd is op een blindheid voor feiten, die men kent en weet. Wat bestaat voor Nederland, voor de Nederlandse pers of voor Engeland en voor Frankrijk, bestaat voor de gehele wereld. Evengoed voor de negers met hun acties als voor de blanken misschien in de Kaapkolonie, met hun eigen manier van optreden en strijden. Dat geldt voor Soekarno, maar ook voor Johnson en zijn eventuele opvolgers. Dat geldt voor de Koningin en voor minister Marijnen en ook voor Pietje Jansen van de HBS te Harmelen. Het klinkt een beetje vreemd om het zo te zeggen. Maar kunt u begrijpen hoe belangrijk dit is? Wij moeten ons leren aanpassen aan de vernieuwing, aan de nieuwe tijd. Wij moeten daarbij uitgaan van onszelf. Wij moeten daarbij verder trachten onze waan zoveel mogelijk te vermijden of te verminderen. En zo er dan al een zekere illusie, een zekere waan zal blijven bestaan als normaal deel van ons leven, dan zullen wij toch door het besef, dat er waan in kan schuilen, de werkelijkheid kunnen aanvaarden.

Want nogmaals, in de komende periode is het belangrijk dat het “ik” spontaan reageert op de situatie, die nu bestaat zonder er van uit te gaan, dat er gisteren iets bestond of dat er morgen iets zal bestaan.

De directe reactie op het heden, de harmonie die steeds weer in het heden met de eigen wereld en de eigen persoonlijkheid wordt gevonden, is als het ware het criterium voor het beleven van de vernieuwing en het op de juiste wijze deelhebben aan alle krachten, die daarin optreden. En dan zult u ook zeker niet in conflict komen met die bewustere geesten en ook misschien wel met de bewustere mensen, die zullen trachten in de komende tijd de aarde te forceren in een richting van vernieuwing, die ze voor zichzelf misschien nog niet helemaal kan aanvaarden, omdat ze bang is het oude achter te laten en niet beseft, dat ze het nieuwe in wezen reeds bezit.

Sociale ontwikkelingen

Wanneer wij de menselijke gemeenschappen beschouwen als een entiteit, dan kunnen wij zeggen dat elke gemeenschap op zich een zekere persoonlijkheid vertoont, een uitgesproken karakter bezit en op grond daarvan dus haar verhoudingen met de buitenwereld vaststelt. Zolang die gemeenschappen besloten gemeenschappen zijn, is dat volledig aanvaardbaar en behoeven wij ons daarover geen zorg te maken.

Wanneer wij in de oudheid gaan kijken, dan zien wij dat het verschil tussen bv. Sparta en Athene (een totaal verschil van leefwijze, van opvatting, maar ook van karakter en van benadering van de wereld) voor het geheel van de Griekse beschaving niet anders dan gunstig is geweest. Indien echter de Spartanen en de Atheners in één stad zouden hebben gewoond, dan zouden zij ongetwijfeld geen verdere beschavingsmogelijkheden hebben gevonden, maar elkander slechts te gronde hebben gericht.

In de huidige maatschappij zien wij nu dat de groepen met hun persoonlijkheid en hun eigen karakteristieken niet meer plaatselijk bepaald zijn, maar hoofdzakelijk standsbepaald zijn. Op het ogenblik, dat een arbeidersstand zich distantieert van een werkgeversstand, kunnen deze beide nog wel samenwerken, maar zij kunnen niet meer een homogeen geheel vormen. De ontwikkeling van beide groepen zal die zijn als van twee persoonlijkheden, die met een tegengesteld doel opgroeien. Zij zijn dus geneigd om op de verschillen die er bestaan zeer de nadruk te leggen en daaraan het bestaansrecht van hun groep als het ware nog in het bijzonder te ontlenen.

Nu ik dit heb gezegd, kunnen wij de huidige sociale ontwikkeling even onder de loupe nemen. Er zijn op het ogenblik arbeiders, dat is waar. Maar deze arbeiders vallen weer uiteen in meestal door vakverwantschap bepaalde groeperingen, die ten opzichte van elkaar een totaal verschillend karakter vertonen, andere eisen hebben, andere begrippen van belangrijkheid en samenwerking. De overkoepeling van dit geheel is nog wel mogelijk, maar slechts ternauwernood.

Dat mag blijken uit de wijze, waarop bv. in de Ver. Staten de IFL werkzaam is. Het mag ook blijken uit de grote moeilijkheden, die een vakorganisatie als het NVV in Nederland bv. ondervindt. Wat betreft de werkgevers, de beroepsgroepen, zien wij al hetzelfde. Groepen van middenstanders zijn elkaar in feite vijandig, ook al beseffen ze dat niet en beletten elkaar elkanders belangen en die van de gemeenschap te dienen. Fabrikanten, werkgevers in de meer directe zin van het woord, hebben al evenzeer een soort kaste gevormd. Het is logisch, dat elk van deze persoonlijkheden zich in de eerste plaats zal richten op de beperkingen van de uitingen van anderen. Zolang die persoonlijkheden twee dorpen zijn, is het niet zo erg. De jongelui vechten met elkaar en wanneer er één een meisje uit het andere dorp wil trouwen, dan moet hij wel zorgen dat hij een overlijdensactie misloopt.

Maar hoe moet dit nu gaan, wanneer er geen sprake is van twee dorpen, maar bv. van een conflict tussen textielfabrikanten en fabrikanten van levensmiddelen? In een dergelijk geval bestaat de mogelijkheid van doodslag niet meer, maar wel kan men proberen elkander te hinderen in productie, in afzet en verdeling. En dit gebeurt. Dit wettigt de conclusie, dat de huidige sociale structuur, ongeacht het vele goede dat ze tot stand heeft gebracht voor de gemeenschap als geheel, slecht en schadelijk is. Want boven de verschillende dorpen, zelfs boven de verschillende kleinere staatjes en graafschappen van vroeger stond altijd nog ergens de grote kracht van bv. De Nederlanden of van het Duitse Rijk. Maar die kracht gaat teloor. Het Duitse Rijk bestaat niet meer. Er bestaan geen verschillende graafschappen, hertogdommen, vorstendommen meer, die verplichtingen erkennen. Er zijn slechts groepen, die alleen hun eigenbelang dienen ten koste van het geheel.

Vroeger bouwde alles mee om de piramide te voltooien. In deze tijd tracht een ieder van de piramide bouwstoffen te krijgen om zijn eigen groep — en dan onevenredig en onrechtmatig — te doen uitgroeien. Hier ligt dan een van de grote problemen van uw tijd. Men wil wel eens zeggen, dat er sprake is van een groeps-egoïsme. Ik geloof niet dat dat juist in. Volgens mij is er sprake van een volkomen wanbegrip voor de belangen van anderen, omdat men eigen belangen als mede bepalend beschouwt voor de belangen van alle anderen.

Wanneer de boerenstand eist, dat er een voldoende beloning komt voor de door haar verrichte arbeid, zo is dat aanvaardbaar. Op het ogenblik echter, dat zij eist dat haar huidige productiemethoden zonder meer rendabel moeten zijn en blijven ten koste van de gemeenschap, is zij niet redelijk meer.

Dit heeft geleid tot grote verspillingen. Ik denk hierbij o.m. aan de opslag van materialen, zoals die in de Ver. Staten geschiedt.  De geforceerde afzet van artikelen en de export in Nederland, waarbij in feite beneden de kostprijs (althans de aangegeven kostprijs) naar het buitenland wordt verkocht ten koste van de gemeenschap. De gemeenschap verarmt dus ergens om de groep aan haar reële of vermeende rechten te helpen. En daar ontmoeten wij dus in de sociale structuur een eigenaardig verschijnsel. Zolang degenen, die bewust worden geschaad een minderheid vormen, zal de Staat als geheel kunnen blijven voortbestaan en zal de sociale gemeenschap als geheel blijven functioneren. Zodra echter degenen, die onrecht beseffen, die zichzelf benadeeld gevoelen, toenemen en een meerderheid gaan vormen, bezitten zij de macht en zullen in hun optreden zelden vormend maar bijna altijd destructief werken. Met deze theorie kunnen wij veel van hetgeen nu in de wereld gebeurt verklaren.

Wanneer wij zien hoe praktisch alle staten op dit ogenblik enerzijds weten dat internationale samenwerking noodzakelijk is en anderzijds voortdurend trachten die te beperken, dan zien wij tevens de onevenwichtigheid van de sociale structuur, waarvan deze staten ergens representanten zijn. Men is geneigd om hier te spreken over een staatshoofd als veroorzakend. Men zal bv. zeggen: de heer De Gaulle is verantwoordelijk voor al datgene, wat Frankrijk op het ogenblik doet tegen de zin en de inzichten van anderen in. En op dezelfde wijze zal men dat ongetwijfeld ook in Duitsland, in. Nederland, in België en elders aan een staatsman wijten. Maar is dat waar?  De staatsman kan alleen aan de macht blijven door het gezag, dat de gemeenschap hem verleent. Hij zal dus altijd de gevoelens van de gemeenschap tot uiting brengen. Daarbij ongetwijfeld ook hun gevoelens en niet slechts hun belangen in het geding brengende. De onevenwichtigheid, die zich op het ogenblik niet slechts in de nieuwe staten maar ook in de gevormde staten en zelfs in wereldmachten toont, maakt duidelijk dat de huidige structuur niet langer aanvaardbaar is, omdat er een voortdurende strijd bestaat tussen verschillende kasten en klassen, die niet als groep gezamenlijk maar door elkander heen leven.

Ik geloof, dat men hieruit nog verdere conclusies kan trekken ten aanzien van de toekomst. We weten bv. dat de beurs met haar koersen wordt beschouwd als kentekenend voor de welvaart, de welstand van een volk, de gezondheid van een economische structuur. Maar op het ogenblik, dat wij met deze verdeelde belangen te maken krijgen, hebben zij alleen een gemeenschappelijk belang: Duidelijk te maken dat hun optreden niet schadelijk is voor het geheel. En zo zien wij een directe vervalsing van waarden, die niet opvalt omdat te weinig mensen ermee te maken hebben.

Maar laten we dit nu eens gaan omzetten in de praktijk. Wanneer in een land als Nederland de bouw van een woning van behoorlijke kwaliteit inclusief de kosten van de grond en de verdere lasten voor seriebouw ongeveer fl. 20.000 kan bedragen en ca. fl. 40.000 voor speciaal bouw — bedragen die naar ik meen op het ogenblik nog gelden — dan moeten wij ons gaan afvragen, hoe het dan komt dat het product dat 20 mille waard is gemiddeld 45 mille moet opbrengen en dat een product dat dus 40 mille reële waarde heeft (waar dus een redelijke winst ingecalculeerd is) bedragen moet gaan opbrengen, die dichter bij de fl. 100.000 dan bij de fl. 75.000 liggen. Hier is dus klaarblijkelijk wel een factor in het spel naar buiten toe, die men op de beurzen mist. En dat is begrijpelijk.

In Nederland zal men zeggen, dat de schaarste daarvoor verantwoordelijk is. Ik geloof niet, dat dat juist is. Er is geen feitelijke woningschaarste, er is een feitelijk onjuiste ruimteverdeling. Er zijn groepen, die voor zich eisen dat bezit bezit moet blijven. Aanvaardbaar. Maar dan ook alle bezit onaangetast laten. Zou dit het geval zijn, dan zou alleen reeds door de huurprijs die geregeld wordt gevraagd de aanbouw van nieuwe huurwoningen een zeer goede belegging zijn en zou vanzelf het woningprobleem in zeer korte tijd worden opgelost. Er zou dan misschien minder bouwcapaciteit overblijven voor andere dingen, maar ik geloof niet dat dit direct een bezwaar kan zijn. Men heeft dit niet gedaan. Men heeft het bezit aangetast daar, waar het de exploitatie betreft, maar gelijktijdig heeft men dit bezit vrij gelaten en zelfs het bezitsrecht dat door huur verkregen kan worden, zodra het om ruimte-exploitatie gaat. Het gevolg kan zijn, dat één  persoon een woning met 6 kamers bewoont en dat een gezin met 6 kinderen 1 kamer bewoont. Hier zien wij iets van die vreemde tegenstrijdigheid naar voren komen.

En denk nu niet, dat het alleen aan de woningbouw ligt. Wanneer wij zien, dat een bepaalde industrie krachtens beschermende maatregelen — al worden die niet overal erkend — een betrekkelijk hoge winst kan handhaven en gelijktijdig grote investeringen kan doen, dan is er ook sprake van een onvrijheid. Wanneer men bv. de koper een vrije keuze van producten in feite belet of een vrije en met de werkelijke waarde in overeenstemming zijnde aanschaf onmogelijk maakt, dan grijpt men dus in de koopgewoonte in. Dat is niet erg zolang men dan ook de productie geheel in de hand neemt. Maar men neemt de productie niet in de hand. Het resultaat is een onevenwichtigheid, die ontstaat door een schijnwinst en die door het oplopen van lasten, druk en kosten in de onderstructuur van de gemeenschap imaginair is.

Wanneer de Nederlandse industrie — als voorbeeld genomen — nog 20 jaar verder zou moeten werken en dergelijke condities als de huidige, dan zal het Nederlandse productieapparaat zodanig verouderd zijn, dat het in geen enkel opzicht meer kan concurreren of exporteren. Maar dat vergeet men en dat is ook weer een fout; een spanning in de sociale structuur. Je kunt nimmer de dingen half doen.

Wanneer een gemeenschap een vaste persoonlijkheid heeft, dan zal daarin ook een directe gerichtheid aanwezig zijn, al moge die misschien voor anderen niet aanvaardbaar zijn. Door de eensgezindheid, die uiterlijk wordt getoond, is een redelijke relatie met de buitenwereld mogelijk. Zoals het nu is, is het onmogelijk.

Indien wij hieruit onze conclusies willen trekken voor, de komende jaren, dan geloof ik te mogen stellen:  Ten eerste: dat binnen korte tijd praktisch overal de z.g. spanningen op de arbeidsmarkt zullen afnemen, behalve in die landen waar men ze kunstmatig wenst te handhaven. Nederland is tot op heden één daarvan.

Ten tweede: dat bij een schijnbaar grote winst (althans grote rentabiliteit van het merendeel van het productieapparaat), in feite de mogelijkheden tot productie en afzet verminderen en door het ontstaan van een verkoopsdictatuur op den duur bepaalde producten en industrieën zozeer aan kopers zullen verliezen, dat zij — ongeacht hun gunstige verklaringen — in feite nadelige resultaten leveren. Dit is voor een deel van de auto industrie in Amerika op het ogenblik reeds het geval.

Daar geen één van de huidige gemeenschappen als geheel zich kan veroorloven aan een feitelijke crisis toe te geven, zullen dus steeds meer groepen van mensen (minderheden) onder niet menswaardige omstandigheden gaan leven. Zij zullen een revolutionair element gaan vormen, dat de sociale onrust bevordert, de sociale zekerheid benadeelt en dat — ongeacht de pogingen misschien om de zaak in de hand te houden — op een gegeven ogenblik de gehele structuur opbreekt door directe revoluties, opstanden, hetzij door zodanige acties dat de nog functionerende groepen daardoor in hun ontwikkeling volledig worden geremd.

Dan mag op grond van het voorgaande worden verwacht, dat binnen ongeveer 1½ jaar voor Nederland, 1 jaar voor landen als Frankrijk en de Ver. Staten, ongeveer 1½ voor Duitsland een verandering optreedt, in de positie, die de werknemersorganisaties tot op heden innemen.

Het resultaat zal niet zijn een redelijk overleg en een redelijke oplossing maar een onredelijk strijd, die zowel een verlies aan productiemiddelen als aan productiemogelijkheden ten gevolge heeft. Dan stort de schijnwelvaart ineen en dan zal blijken, dat de beurs met haar indicaties enerzijds de reële waarde van vele aandelen onderwaardeerde, terwijl ze aan de andere kant de waarde en de betekenis van vele genoteerde fondsen sterk heeft overtrokken. Het zal blijken, dat manipulaties die deze uiterlijke balans in stand hielden aan de gemeenschap zeer grote sommen hebben gekost en het resultaat zal zijn: Een zodanig verzet tegen de bestaande regeringen, dat in vele landen althans terreur in de plaats van bestuur zal kunnen optreden. Indien dit waar wordt, zo dreigt hieruit natuurlijk ook een vorm van koude oorlog te ontstaan, die feitelijke oorlogshandelingen misschien zou kunnen bevorderen. Dit voor zover het het nadeel betreft.

Maar nu het voordeel. Wanneer men in deze tijd ziet, hoe er wordt gewerkt en geproduceerd, dan komen wij tot de conclusie dat noch de producent, noch de arbeider een maximum aan waarde pleegt te geven. Er is geen eerlijke levering meer voor betaling en geen volledig eerlijke beantwoording aan verplichtingen. Wanneer dit teniet gaat, dan zullen wij zien dat de kwaliteit der producten beter wordt. Wij zullen zien dat de waarde van de munt weer vaster wordt na een korte periode van grote onvastheid. Wij zullen zien dat hierdoor ook problemen als huisvesting, bevolkingsaanwas en dergelijke een haast automatische regeling krijgen en dat in plaats van de thans onnatuurlijke structuurvormen de mensen terugkeren tot hun natuurlijke, door plaats en mogelijkheden bepaalde, structuur van stads- en dorpsgemeenschap met sterke bindingen daaraan. En daaruit kan dan op den duur groeien een supranationaal besef, waardoor een werkelijke samenwerking over de gehele wereld tussen alle mensen mogelijk wordt.

De keuze

De keuze is niet slechts “ik zal wel” of “ik zal niet”

De keuze is: hoe ’t eigen “ik” de feiten ziet, hoe het eigen zijn het “ik” begrijpt.

En hoe in ’t “ik” een zekerheid is gerijpt, waardoor het ondanks al verkiest zichzelf te zijn.

De keuze is een moeilijkheid voor ieder, die nog wordt geleid door eigen droom en eigen lust, of die verkiest de eigen rust boven spanningen en strijd.

Maar wie de keuze baseert op “ik” en werkelijkheid, hem wordt door alle zijn geleerd:

Verkies uzelf steeds te zijn en meen niet dat een ander u om wat ge, zijt ooit zal waarderen of op wat gijzelf volbrengt in ’t leven ooit zal eren.

Het is niet om wat een ander is, dat gij uw keuze doet, maar omdat gij uzelf wilt zijn, ja, uzelf wezen moet en zo de keuze is welgedaan, ge aanvaarden moet en haar niet kunt ontgaan.

Wanneer ge een keuze maakt, verwacht nimmer iets van anderen. Wanneer ge een keuze maakt, overwoog goed, doch zo ge haar gemaakt hebt, aarzel verder niet.

Wie zijn keuze maakt, make die nooit ten koste, van anderen, maar altijd van uit uw eigen mogelijkheden, uw eigen kracht en uw eigen besef.

En ten laatste: Besef, dat elke keuze in alle leven is: het stellen van de juiste verhouding tussen u en het Hogere, waarin ge gelooft. En het niet slechts is: Het bepalen van een verloop van gebeurtenissen of feiten op aarde.

En als u dat allemaal nog onthoudt, dan geloof ik dat we hiermede toch nog een redelijk waardig besluit van de avond hebben gevonden.

← vorige tekst
overzicht
volgende tekst →
image_pdf