Werkelijkheid: beeld – Les 10 – De wereld van vandaag

image_pdf

juli 1963

De wereld van vandaag

De wereld van vandaag is, zoals u bekend, aan zeer sterke wisselvalligheden onderhevig. We hebben reeds jarenlang gewezen op de mogelijkheid dat golven van stakingen, revoluties e.d. rond de wereld zouden trekken. En ofschoon het misschien de mensen die er langzaamaan gewend raken, niet zo is opgevallen, zou ik toch erop willen wijzen dat deze neiging van kleine groepen om hun eigen belangen ten koste van alles en iedereen te verdedigen sterk is toegenomen. Daarnaast hebben we te maken gehad met heel veel schandalen en onredelijkheden op velerlei gebieden, politiek zowel als economisch, iets wat u ook zelf hebt kunnen vaststellen.

In de ontwikkeling van het geloof zien wij eveneens grote wijzigingen. Niet slechts is er op het ogenblik een verandering van teneur in de Roomse kerk kenbaar geworden (mede dankzij het werk van de vorige paus en de behoudzuchtige apostolische neigingen van de huidige), maar wij hebben ook gezien dat bv. in de islam een aantal groepen met elkaar aan het strijden zijn over wie er gelijk heeft. Bij het Boeddhisme en ook bij de Hindoes zien wij de neiging om op eigen schreden terug te keren en wat men noemt: zich aan te passen aan de werkelijkheid.

Deze punten geven reeds veel te denken. Het is niet alleen de wereld van vandaag in de zin van een wereld, waarin zich nu eens een vernieuwing of een verandering afspeelt. Neen, het is het gehele klimaat waarin men leeft En dat klimaat wordt niet slechts beschreven door enkele symptomen te citeren, zoals ik heb gedaan, maar is verder afhankelijk van een geestelijke sfeer door de mens zelf geproduceerd, contacten uit de verschillende sferen en – dat is misschien ook heel erg belangrijk – een onvermogen van de mens en een deel van de geest om zich aan te passen aan de omstandigheden van vandaag. Wij zullen nu tot besluit proberen om de wereldgeschiedenis en de invloeden van vandaag nog eens een keer te ontleden.

Wanneer een wereld zich baseert op expansie, dan komt er een ogenblik dat ze de haar beschikbare ruime heeft verbruikt. Op het ogenblik dat dit punt wordt genaderd, zullen bepaalde groepen van mensen inzien dat het niet gaat. Maar waar expansie nu eenmaal gelijk staat met succes, met geluk e.d., zal de mensheid eerder geneigd zijn aan zichzelf ten onder te gaan dan het idee van verdere expansie prijs te geven. Dit komt tot uiting op zuiver nationaal niveau. Wij zien het echter ook in de bedrijfsvoering, in de landbouw zowel als in andere takken van industrie. Overal wil men meer. Hetzelfde zien wij bij bevolkingsaantallen. Ook hier de gedachte aan expansie, uitbreiding. Grote gezinnen geven zekerheid, grote gezinnen zijn geluk, bezit. Niet: ik vraag naar datgene wat ik nodig heb, maar in heel veel gevallen: ik vraag naar steeds meer, opdat ik gelukkig kan zijn door de groei van mijn bezit en niet door mijn bezit zelf.

Deze mentaliteit heeft ongetwijfeld doorgeklonken in allerhand denkwijzen in de laatste 8000 jaar. Dat wil zeggen dat de geest die in de laatste 8000 jaren de aarde heeft verlaten, dus ook deze denkwijze als typisch aards zal beschouwen. De geest die een hoger bewustzijn bereikt en zich heeft ontworsteld aan een te grote gebondenheid aan aards denken en aardse omstandigheden, die terugkeert tot haar ware “ik”, zal hiervan weinig of geen last ondervinden. Maar een geest die dicht bij de wereld blijft, ook al is zij er al 3, 4 of 5000 jaren uit, zoekt op haar manier ook het begrip expansie te hanteren, omdat ook deze geest daarin nog steeds een vorm van geluk of zekerheid zal zien.

Nu mogen wij wel aannemen dat een groot gedeelte van de demonische en kwade krachten die de aarde zo van ongeveer 1750 omhuld hebben, verdreven zijn. Er zijn dus minder werkelijk demonische krachten op aarde werkzaam dan in lange tijd tevoren het geval was, maar daar staat tegenover dat in de mens een verzet komt tegen de noodzakelijke, de werkelijke ontwikkelingen van zijn tijd. Het gevolg is, dat de mens voor een gedeelte de functie van de demon die eens de aardatmosfeer vergiftigde, heeft overgenomen. Hij trekt daardoor bovendien nog alle geesten aan, die – hoe goedwillend dan ook – geneigd zijn het menselijk denken in expansieve zin als de sleutel tot de zaligheid te beschouwen. En daarmee zitten we dan in de puree.

Want, vrienden, wat is in de wereld van vandaag eigenlijk noodzakelijk? Beperking. Wanneer je steeds verdergaat een bepaald product te exploiteren en de productie daarvan te vergroten, dan ontstaat er op een gegeven ogenblik een overproductie, waarbij geen zgn. winstgevende afzet mogelijk is. Maar gelijktijdig stel je de eis van een toenemende winst. Het resultaat kent u: Staatsbemoeiingen, waarbij bv. de USA. zo langzamerhand oude Liberty‑schepen hebben moeten nemen om daarin overtollig graan op te slaan. Waarbij de Nederlandse regering een betrekkelijk groot gedeelte van haar voor burgerlijke doeleinden bestemd budget zal moeten uittrekken o.m. voor steun en garanties aan landbouw, veeteelt en visserij. (De laatste krijgt nog het minst op het ogenblik) Waarbij beschermende maatregelen als normaal en noodzakelijk worden geëist in bv. Frankrijk: de boerenopstanden. Waar landen als Brazilië aan de wereld het verwijt maken dat ze niet genoeg koffie drinken, want zij produceren koffie en die moet u opdrinken.

We willen steeds meer. Maar steeds meer, dat gaat niet. En dan zegt de wereld: Ik wil toch die productie in stand houden, dus moet ik de productie vernietigen. Je gooit melk in het water, groenten op de mesthoop, graan wordt ten dele uitgedeeld, ten dele gedenatureerde boter komt – wanneer ze bijna bedorven is – tegen goedkope prijs op de markt voor de mensen die van margarine houden. Al die dingen zijn eigenlijk niet natuurlijk. Niemand voelt er zich gelukkig mee. Een voortzetten van de expansie betekent op een gegeven ogenblik de gehele economie, het gehele menselijke bestaan bedreigen.

Ook de geest ziet dat soms niet. Ook zij is geneigd de heiligheid van hetgeen in de laatste 8 à 9000 jaar misschien altijd wel heilig is geweest, te verdedigen. En die geest zal zeggen: Kinderen zijn een zegen Gods, een gave Gods en die moet je dus zoveel mogelijk hebben. Productie is zaligmakend. Daardoor wordt de mens rijker. Dus moeten wij helpen de productie te vergroten. Nationaal aanzien is het belangrijk, want daardoor kunnen de mensen beter met elkaar onderhandelen. Maar het is niet waar, het geldt niet meer. Resultaat: chaos. Nu wil ik daarop niet te ver ingaan, vooral omdat u over dit onderwerp ongetwijfeld al meer hebt gehoord.

Wij staan dus voor de noodzaak van hervormingen. De geest die vrij is van het materiële, heeft het betrekkelijk gemakkelijk. Ze zegt: Wij zien dat het niet mogelijk is de mensheid zo maar te laten voortwoekeren, alsof het onkruid is. Er moet als het ware een beperking zijn. En als die beperking niet kan worden gemaakt op grond van de sociale structuur, dan zullen we die beperking op een andere wijze tot stand moeten brengen met rampen, met vernietiging. Maar als de bevolkingsaanwas moet afnemen, dan gebeurt dat, al moeten wij er een paar nieuwe ziekten voor laten uitbreken of een atoombom laten exploderen, want anders kan de aarde niet voortbestaan. Maar voor de mens is dat niet aanvaardbaar. Zo komt dus een deel van de lichte geest, die theoretisch juist zou handelen, bovendien nog in strijd met de mentaliteit van de mensen. De dissonanten, de disharmonieën, die er zo ontstaan, zijn vaak ontstellend.

De eenvoudige leefregel, de eenvoudige leer die de hoge geest aan de mens geeft, is voor de mens niet aanvaardbaar, want zij tast voor hem het idee van zekerheid, van geborgenheid, van een steeds verdergaande uitbreiding van zijn belangrijkheid en belangen aan. Men zou evengoed kunnen zeggen dat een groot gedeelte van de wereld op het ogenblik zich eerder bezighoudt met de krachten van de chaos en deze God noemt, dan met de werkelijke krachten van het Licht. Er heeft dus een verwisseling van waarden plaatsgevonden.

Om deze wereld dan toch aan te passen, kan er worden gewerkt van uit de geest, mits de mens meewerkt. Er kan gewerkt worden met geweld, indien de mens niet meewerkt. Er kan ook getracht worden eerst de bestaande waarden te breken. En naar ik meen, is dit laatste wel één van de belangrijkste factoren in het streven van de geest en van de leiding overal over geheel de wereld en in praktisch alle sferen. Wij zien nl. dat de neiging bestaat om alle aanvaarde regels en wetten als het ware te laten breken. U denkt: dat is verkeerd. Neen, dat is niet verkeerd. Want slechts indien de bestaande samenhangen bezwijken, wordt de mens eindelijk met de feiten in aanraking gebracht. Zolang je de mensen kunt beschermen tegen hun eigen onverstand, zullen ze voortgaan met steeds onverstandiger te zijn. Ik zal proberen hiervan een eenvoudig voorbeeld te geven.

Wanneer u steeds hebt gemeend dat er een groot verschil moet zijn tussen uw groep van uitverkorenen en de rest van de mensheid, dan kan dat blijven voortbestaan (zelfs wanneer er andere elitegroepen tegenover komen te staan), zolang het elite‑begrip in de groep zelf niet breekt. Maar op het ogenblik dat de groep met haar eigen verwording wordt geconfronteerd, dat men dus niet meer werkelijk trots kan zijn om tot die groep, die gemeenschap, te behoren, zal men niet meer geneigd zijn de regels van de groep aan te houden. Men zal niet meer geneigd zijn zich te onderwerpen aan de bepalingen, welke die groep heeft geschapen. Men zal ook de maatstaven van de groep gaan betwijfelen. En op dat ogenblik is er natuurlijk verwarring. Want eenieder gaat het op zijn manier goed doen.

Een aardig voorbeeld ervan kunt u op het ogenblik in de USA. zien. De reactie van de blanke burgers in de verschillende staten en steden ten opzichte van de emancipatie van de kleurling. Hier heeft ieder zijn eigen opvatting en daardoor komt men tot niets. Dat is waar. Maar gelijktijdig wordt men nu geconfronteerd met de noodzaak om elk economisch verschil, elk sociaal verschil tussen de rassen in feite – en dus niet slechts theoretisch – ongedaan te maken.

In de godsdienst is dat precies hetzelfde. Er is een lange tijd geweest dat de godsdienst uitging van de grondstelling van gezag. Wij hebben gezag, wij breiden dit gezag steeds uit. Ons gezag is gebaseerd op een waarheid, als zodanig is waarheid en gezag identiek. Op het ogenblik bestaat dat niet meer. Er zijn ouderlingen die de dominee de kerk uitzetten; er zijn dominees die weglopen voor de ouderlingen en door de gemeenteleden worden teruggehaald, enz.

De katholieke kerk zelf kent een aantal fracties die onder elkaar – al zal dat naar buiten natuurlijk worden verhuld onder de mantel der christelijke en broederlijke naastenliefde – op het ogenblik een strijd op leven en dood voeren. Wij zien dat de oude Moslim en de moderne Moslim zo ver gaan dat ze zelfs moordaanslagen op elkaar plegen. De godsdienstvrede is er ook niet meer. Nu komt er een ogenblik dat je die dingen niet meer verborgen kunt houden. En wanneer je eenmaal zegt (bv. binnen de kerk van Rome) dat een bepaald dogma op velerlei wijzen kan worden geïnterpreteerd en de interpretatie is niet dogmatisch vastgelegd, dan zegt iedereen: maar dan kunnen wij dus elk dogma, elke stelling van de kerk gaan uitleggen. Dan hebben wij geen vertrouwen meer in jullie absoluut gezag, want als jullie iets uitleggen, doe je het ook maar op je eigen manier en dat mogen wij ook doen. Dan breekt het kerkelijk gezag en met het gezag de kerkelijke band. De waarheid kan blijven bestaan, maar ze wordt niet meer bezien van uit de gezagsverhouding. Er wordt gezegd: Het is waar. Er wordt gevraagd: Wat doen jullie? Wat je doet is waar. Hetzelfde geldt in de Moslimwereld, zoals ik reeds zei. Hetzelfde werkt uit in de Hindoe‑wereld (vooral ten opzichte van de hogere kasten), bij de Boeddhisten, waar je ook gaat. Dat verwarring hiervan het resultaat is, mag nooit worden ontkend. De komend vijf, zes jaren zullen waarschijnlijk de geschiedenis ingaan als de jaren van de verwarring, omdat de mens niet meer de orde, de regel heeft, waaraan hij zich ten koste van alles kan vastgrijpen. Volte face in elk opzicht: politiek, zakelijk en anderszins is voortdurend te verwachten. Een vaste maatstaf voor het menselijk gedrag, voor eer, ja, zelfs voor bewustwording is niet te hanteren. De feiten zijn voortdurend in strijd met de stellingen en de stellingen geven voortdurend het aanzijn aan nieuwe theorieën, die op hun beurt vallen.  U merkt er weinig van, dat heb ik u al gezegd, omdat u leeft in een wereld, die nu eenmaal zo is geconstrueerd en die de omwenteling doormaakt in een periode van jaren. Maar wanneer u rond u kijkt, dan ziet u deze dingen wel en duidelijk. Daaruit moeten wij dus de conclusies gaan trekken die passen bij dit alles.

  1. Wat wij in deze dagen ook doen, zolang wij daarmee niet ingaan tegen ons eigen bewustzijn van licht en goed, is het aanvaardbaar. Want geen enkele van de buiten ons liggende maatstaven of regels is werkelijk betrouwbaar.
  2. Er is geen enkele mogelijkheid om ons aanvoelen, ons beleven te toetsen aan de buitenwereld op een theoretische of niet‑praktische wijze. Dientengevolge zullen wij moeten uitgaan van ons eigen bewustzijn, komen tot een zelf handelen en zullen wij elke consequentie van ons handelen van tevoren als het ware moeten accepteren, omdat wij zonder dat niet verder komen. Bescherming van uit de geest kunnen wij natuurlijk verwachten, maar is die bescherming van uit de geest wel datgene wat wij begeren?
  3. Ik zou werkelijk willen zeggen: Neen. De werkingen van de geest zijn in deze dagen evenzeer met elkaar in strijd wanneer het de lagere geest betreft feitelijk, wanneer het de hogere geest betreft schijnbaar als alles wat op aarde zelf geschiedt. Wij kunnen wel rekenen op hulp uit de geest om iets te volbrengen wat wij zelf als juist zien, iets wat wij zelf willen presteren en opbouwen. Wij kunnen echter nooit rekenen op de geest om ons een volledige leiding te geven in deze dagen, waar een te grote verdeeldheid een juiste leuze praktisch onmogelijk maakt.
  4. We hebben niets wat merkelijk waardevast is. Er bestaan geen vaste waarden op religieus of moreel terrein, maar er bestaan ook geen vaste waarden op zakelijk en economisch terrein. De omstandigheden kunnen – zonder dat je het beseft – zeer snel veranderen. Wat gisteren wit leek, kan morgen zwart blijken te zijn of omgekeerd. Wij hebben niet de mogelijkheid hier een direct oordeel te vellen, zeker wanneer wij in de stof leven. Dientengevolge geldt ook hier: ga uit van jezelf.

En nu wij dit zo stellen, geloof ik dat we toch aan de geest en aan de verschillende sferen nog even wat meer aandacht verschuldigd zijn. Wanneer geesten op hun eigen wijze en werkelijk of schijnbaar in strijd met elkander op aarde kunnen optreden, is het mogelijk dat krachten des lichts elkaar bestrijden. Het is mogelijk dat witte magie met witte magie kan worden bestreden. Er is geen zekerheid dat wat voor ons zwarte magie lijkt te zijn, inderdaad zwarte magie is. Er is geen mogelijkheid om te stellen dat de lering van één Meester de alomvattende lering is. Wij kunnen ten hoogste stellen dat datgene wat als de nieuwe wet wordt verkondigd, waarschijnlijk de wet is die ons het gemakkelijkst en het best door deze jaren van verwarring heen kan leiden tot een directe aanpassing aan alles wat de wereld brengt en ondergaat.

Nu gaan we nog een ogenblik kijken naar de mensheid. De mensheid heeft een gemeenschappelijk denken. Dit denken vormt een soort wolk, waarin gelijkgerichte denkbeelden of gedachten elkaar versterken en tegengerichte denkbeelden elkaar opheffen, zodat een soort persoonlijkheid, een “Gestalt” ontstaat, waarin de meest heersende gedachten, wezenstrekken en stellingen de overhand hebben en op deze wijze over geheel de mensheid als een bewustzijnswaarde tot uitdrukking komen in elk individu. Hierbij zal elk individu een beroep doen op die delen van het gemeenschappelijk bewustzijn, die voor dit bepaalde individu aanvaardbaar zijn, die met dit wezen harmonisch blijken te zijn.

Wij putten uit een gemeenschappelijk bewustzijn. De geest werkt op het ogenblik voor een deel met het gemeenschappelijk bewustzijn van de mensheid. Dan mag ook worden gesteld: Elke waarde die voortkomt uit het gemeenschappelijk bewustzijn van de mensheid is een waarde, waarin de vernieuwing verder is voortgeschreden dan in de aardse praktijk. De intuïtieve denkwijzen van de mens liggen vaak dichter bij een werkelijkheid uit de geest (ook een nieuwe stoffelijke en kosmische werkelijkheid) dan alle persoonlijke beredeneringen. Waar hier echter geen totaaloverzicht te verkrijgen is, maar de mens zich slechts kan aanpassen aan een zeer beperkt deel (dankzij die harmonische selectie, waarover wij spraken), kan de mens op zijn instincten niet onbeperkt vertrouwen en kan hij zijn spontane denkwijzen niet onbeperkt als juist zien. Er blijft hem dus maar één weg over: hij moet uitgaan van hetgeen in hem intuïtief opwelt, de gedachtenrichting, die hij haast gedreven wordt in te slaan. Hij zal deze moeten toetsen aan de werkelijkheid, zoals hij deze op dit ogenblik ziet, de mogelijkheden en wenselijkheden die hij daarin erkent en zal dit moeten testen op de geestelijke waarden, waaraan hij gelooft. Eerst wanneer dit alles is geschied, kunnen wij met zekerheid zeggen: Wij zijn aangepast aan deze tijd, voor zover ons wezen dit toelaat.

De mogelijkheid om in deze aanpassing zelf als het ware verder te gaan dan het normaal stoffelijke, is betrekkelijk groot. Want de harmonie met de geest is gemakkelijker te verkrijgen dan voordien. De directe invloed van het bovenbewustzijn (die ik dus zo-even intuïtieve waarde noemde), is eveneens groter en intenser dan normaal. Dat wil zeggen dat het werken met geestelijke krachten en gedachtenkrachten eveneens beter en juister mogelijk moet zijn dan normaal.

Nu hebben wij gelukkig niet alleen maar te maken met een kwantitatieve samenstelling van dit menselijk bovenbewustzijn. Wij hebben ook te maken met een kwalitatieve. Eenvoudig gezegd: een zwakke gedachte kan 1/100 zijn van een sterke gedachte. Honderd zwakke gedachten tegengericht aan één sterke gedachte worden hierdoor opgeheven. Een scherp gerichte gedachte met één enkel doel heeft over het algemeen een doordringingsvermogen dat 10 tot 1000 maal zo groot is als het doordringingsvermogen van een gedachte, die meer algemeen wordt gehouden.

Eén geconcentreerde gedachte kan een groot aantal werkingen van niet-geconcentreerde gedachten ongedaan maken. Elke waarde die de gehele mensheid betreft, maar op een bepaalde functie van die mensheid is gericht, zal daarom in dit totaal bewustzijn van de mensheid niet slechts de mens beïnvloeden, maar zal gelijktijdig de geestelijke waarden en de harmonische mogelijkheden met de menselijke wereld veranderen. Overal waar dit door gedachtenkracht geschiedt, wordt een redelijk resultaat bereikt. Waar echter over het algemeen gedachten en daad elkaar verstevigen, kunnen wij ook nog stellen:

De scherpst geconcentreerde gedachte is qua intensiteit ten hoogste een kwart maar meestal slechts 1% in sterkte van een gedachte, die voortkomt uit een bewuste daad met scherp gericht doel plus het daarbij behorend denken. Dan zal dus een aanpassing aan deze wereld vaak eenvoudig kunnen worden bewerkstelligd door als mens zo positief mogelijk te denken en daarbij je zo weinig mogelijk te beroepen op alles wat achter je ligt.

De oude tijd moet nu maar eens voorbij zijn. De regels van de grootouders tellen vandaag niet meer voor de kinderen. Wat geweest is, is geweest. De zachtheid tegenover de medemens is zo langzamerhand een zwakheid tegenover de medemens geworden en als zodanig heeft ze afgedaan. Zachtheid tegenover de mensheid kan slechts worden gerechtvaardigd door kracht en door niets anders. Dan kunnen wij dus zeggen: Wanneer wij ons eigen denken en handelen op de juiste wijze richten, zullen wij weliswaar de wereld niet veranderen, maar wij zullen in het totaal bewustzijn van de mensheid – en dus ongetwijfeld ook in vele individuen – alle factoren die aan onze gedachten tegengericht zijn, elimineren of aanmerkelijk verzwakken.

Het proces van de bewuste mens moet in deze dagen dus worden gezien als een afvlakken van het oude, een verzwakken van alle tendensen die onjuist en niet harmonisch zijn en in een op deze wijze scheppen van mogelijkheden binnen elke mens afzonderlijk om voor zichzelf de juiste harmonie te vinden, een juiste aanpassing aan en een benadering van het nieuwe: de nieuwe tijd.

Wat speelt er verder nog een rol in? In de eerste plaats: Ofschoon ik mijzelf nimmer afhankelijk mag stellen van een ander of zelfs mijn eigen daadpatroon en wenspatroon van een ander afhankelijk mag stellen (ik moet in deze dagen van mezelf uitgaan, omdat niets geheel betrouwbaar is), moet ik gelijktijdig mij voortdurend richten op het welzijn van een zo groot mogelijke groep of gemeenschap. Ik moet voor mijzelf voortdurend en elke dag opnieuw de regels stellen, die nu voor mij gelden. Ik moet zelf daaraan volledig beantwoorden en mag van niemand verwachten dat hij mede daaraan beantwoordt. Toch zal ik mijn erkenning van vandaag moeten uiten in de wereld van vandaag. Verwerping van eigen denken of van stellingen in de wereld zullen voor u steeds meer voorkomen, maar krijgen gelijktijdig voor u innerlijk minder betekenis, omdat wat vandaag niet wordt erkend, morgen de grote waarheid zal zijn. Dan heb ik opgemerkt dat je met gedachtenkracht en met verschillende andere krachten nu veel meer kunt doen dan voorheen. Dat is volledig waar. Maar waarom maakt de mens er zo weinig gebruik van?

Elke formule die voor ons aanvaardbaar is, waardoor een concentratie van gedachten, een concentratie van geestelijke krachten, gesteund als het even kan door ons geloof, kan worden voortgebracht, is op het ogenblik niet slechts werkzaam, maar is voor ons vaak zelfs het eerste, het meest juiste, soms zelfs het enige werktuig, waarmee wij voor onszelf en voor de mensheid iets tot stand kunnen brengen.

Een werken met de zuiver menselijke krachten en middelen zonder meer in een wereld waarin de chaos groeiende is, betekent onontkoombaar een stranden van je pogen. Een gelijktijdig scheppen op geestelijk terrein, een werken met de geestelijke krachten rond je, een uitzenden op haast magisch dwingende wijze van alles wat je in jezelf erkent, betekent dat – zelfs als je eigen streven wordt gefrustreerd – elders dit streven zal toenemen, op de juiste wijze in de wereld oorzaak en gevolg scheppende, waardoor uit de chaos vorming ontstaat.

Dan eindigen we nu door nog een ogenblik terug te gaan naar het verleden. Want in het verleden zijn de inwijdingen opgebouwd, waaruit tenslotte het heden is voortgekomen. In het verleden heeft men de bruggen naar de eeuwigheid gebouwd, die de geest van heden kan gaan naar de sferen en van de sferen naar de wereld. Alle wetten, krachten en omstandigheden die in de kosmos bestaan – ook wanneer ze op aarde niet als zodanig worden erkend – zijn voor deze wereld onderhevig aan het werkelijk bewustzijn dat allen, die ooit in de mensheid hebben geleefd, hebben gekend. Als zodanig zijn de meest bewusten degenen, die bruggen bouwen, waarover anderen kunnen gaan, waardoor krachten kunnen worden uitgewisseld en waardoor bijzondere resultaten kunnen worden bereikt. Zodra de wereld aan werkelijke vastheid en zekerheid verliest, zal elke mens geneigd zijn te grijpen – zoals in het verleden – naar een enkel symbool voor zijn eigen zekerheid. Dit symbool was in de oudheid de God, die de kern werd van het mysterie, waardoor men zich bewust wordt van een totaliteit waarin die God eigenlijk alleen maar een symbolische rol speelde.

Wij zullen zien dat de mensheid in deze dagen grijpt naar wat u noemt bijgeloof, dat ze zich vastklampt aan de meest eigenaardige verschijnselen, dat zij zich gaat bezighouden met allerhand schijnbaar onnozele praktijken en procedures. Lach daarom niet. Want het verleden herleeft vandaag. In het herleven van de oudheid worden niet slechts de oude wetten weer van kracht voor sommige mensen, maar de bruggen naar de sferen van de natuurgeest, van de geest uit allerhand sferen, naar astraal gebied e.d., die schijnbaar verbroken waren en door de mens niet of slechts zelden meer werden beheerst, komen zo weer onder controle van de mensheid.

De inwijdingen van de oudheid moeten zich vandaag opnieuw weer vervullen. Zij moeten opnieuw worden beleefd en ondergaan. Zij kunnen echter niet meer worden beleefd en ondergaan van uit een leraarschap. Want het leraarschap is weer de gezagsverhouding die door de chaotische werking van deze tijd voortdurend wordt aangetast. Wij kunnen voor onze inwijding dus het best vertrouwen op onze eigen persoonlijkheid, ons eigen streven alleen. Uitgaande van onszelf, aanvaardend ons geloof, daarbij de riten en de praktijken gebruikende, die voor anderen misschien onaanvaardbaar of belachelijk lijken, zullen wij voor onszelf een contact vaststellen met de geest, met God, met een wereld, met de mensheid.

Dit contact, vrienden, is uitermate kostbaar, ook wanneer de vorm waarin het zich uit in het begin onaanvaardbaar lijkt. U zou misschien graag zieken willen genezen en in de plaats daarvan krijgt u een droom. U zou graag helderhorend willen zijn en in de plaats daarvan begint u wat te krabbelen en te schrijven. En zo kan ik een tijd doorgaan. Elk van deze dingen is functioneel verantwoord. Het is een training voor datgene waarvoor u bij een werkelijke inwijding zou zijn gekozen en opgeleid. Dit heeft op het ogenblik geen volledige zin, maar het krijgt die zin.

Want de mens wordt door deze persoonlijke praktijken gedreven tot het aanvaarden van inwijdingsfasen die hij niet meer zoals vroeger kan omschrijven in een bepaalde trap, in een bepaald priesterschap of wat anders. Hij kan slechts zeggen: Ik ben iets verder gekomen. Ik vind in dit “iets verder komen” veel wat mij persoonlijk niet bevredigt, maar nu ik eenmaal heb geleerd het te accepteren voor wat het is, heb ik hierdoor een contact gevonden, dat ten dele stoffelijk maar grotendeels waarschijnlijk geestelijk, mij doet samengaan en samenwerken met gelijkgestemden. Ik heb een harmonische gemeenschap gevonden, waarin ik van uit mijzelf veel tot stand breng, waarin ik veel leer en waardoor ik alle oude wegen met de sleutels en met de middelen van vandaag leer gaan, leer gebruiken en beheersen.

De aanpassing aan deze tijd is niet een onderdanig zijn eraan. Het is niet een er bovenuit gaan, maar het is het leren gebruikmaken van de condities en omstandigheden die er nu uiterlijk bestaan om de innerlijke basis te scheppen voor een wereld, waarin wederom werkelijke harmonie en daardoor op den duur ook een zekere hiërarchie kan bestaan, die niet op schijn maar op een kosmische werkelijkheid is gebaseerd.

De nieuwe tijd

Dit is een woord dat de mens veel hoort, en alles schijnt toch bij het oude te blijven. Wanneer je de mens vraagt, hoe hij de nieuwe tijd ziet, dan blijkt dat hij daarbij uitgaat van illusies die nooit verwerkelijkt kunnen worden ofwel voor hem een verbeterde voortzetting van het oude betekenen. Wij moeten dus, indien wij enkele regels willen stellen omtrent die nieuwe tijd, zeker niet uitgaan van de mens en de menselijke denk‑ of zienswijzen. Hierdoor zouden wij slechts in verwarring geraken. Ik stel mij dan ook voor om in dit korte onderwerp mijn materiaal hoofdzakelijk te putten uit datgene, wat mij bekend is uit de Broederschap en van de vele Meesters die op het ogenblik op deze wereld actief zijn, voor zover dit materiaal is dat niet wordt voorbehouden. En dan stellen wij voor deze nieuwe tijd als eerste regel: Bind u aan niets. Erken alle dingen, beleef datgene wat ge zelf juist vindt.

Deze regel is vaag, zoals alle regels die op de nieuwe tijd betrekking hebben vaag moeten zijn. Omdat zij nu eenmaal geen rekening houden met de gemeenschap mensheid, maar met de persoonlijkheid: de mens. De verschillen die er in de wereld bestaan, kunnen niet zonder meer worden uitgewist. Wanneer iemand een gobelin wil maken en daarbij elke draad volgens dezelfde wetten wil doen verlopen, daarbij aan elke draad dezelfde kleur wil toekennen, dan zal er nimmer een kenbaar patroon ontstaan, een voorstelling waaruit men iets kan leren, waarin schoonheid leeft.

De nieuwe tijd echter heeft schoonheid. Zij kan die schoonheid alleen verwerkelijken krachtens het individueel bewustzijn van de mens. Daartoe moet elke mens vrij zijn om op zijn eigen wijze te reageren. Elke mens moet in staat zijn een eigen weg te bepalen en mag daarbij niet trachten een ander van zijn weg af te brengen. Ieder heeft volkomen gelijke rechten, gelijke beslissingsmogelijkheden. Niemand heeft gezag over de ander. De richting voor de mens zelf wordt bepaald uit zijn innerlijk erkennen en daarmee blijft de vaagheid die zovelen van u waarschijnlijk betreuren, bestaan. Een tweede regel geeft ons mogelijk ietwat meer houvast. Al datgene wat wordt erkend als beperkend voor de uitdrukking van eigen persoonlijkheid, de verwerkelijking van eigen wezen, moet worden bestreden of tenietgedaan.

Hier kan ik u voorbeelden geven die u misschien een praktische toepassing van deze regel verduidelijken.

Wanneer u kleding moet dragen, waarvan u meent dat ze uw bewegingen belemmert en daardoor uw reactievermogen nadelig beïnvloedt, dan zult u een ander soort kleding moeten zoeken, waarin u wel de bewegingsvrijheid bezit die u nu eenmaal nodig hebt. Kunt u geen kleding vinden die hierin voorziet, dan is het beter zonder kleding te gaan en onbelemmerd te zijn dan belemmerd door kleding niet in staat te zijn te beantwoorden aan de eisen die het leven stelt. Hier hebt u één voorbeeld dat op velerlei gebieden kan worden omgezet. Ik geef er echter een tweede bij.

Op het ogenblik dat u van uit uzelf zoekt naar geestelijke kracht, kunt u die kracht nooit van een ander ontvangen, maar kunt u die kracht alleen in en uit uzelf verwezenlijken. Een overdracht van krachten is nl. alleen dan mogelijk, indien er eerst een harmonie ontstaat en eerst waar deze harmonie feitelijk is geworden, kan de kracht in het “ik” worden gewekt met de krachten die in een ander “ik” bestaan. Een overdragen van priesterschap krachtens een formule is dus niet waarlijk mogelijk. Maar het overdragen van een priesterschap door het erkennen van een geestverwantschap, het overdragen van profetische gaven op dezelfde wijze is wel mogelijk.

Dan zouden wij ook nog een regel kunnen aanhalen, die misschien wel erg praktisch is en die desalniettemin naar ik meen ook licht werpt op de nieuwe tijd.

Elk middel dat tot een doel voert – mits hierdoor geen anderen in hun vrijheid worden geschaad of belemmerd – is aanvaardbaar. De mens, bestaande uit geest en stof, zal de middelen van beide delen van zijn wezen in een zo groot mogelijke harmonie en eenheid zo veelvuldig mogelijk moeten gebruiken om een maximale werking van licht, persoonlijke bewustwording en vrijheid rond zich tot stand te brengen, zodat hij deze gaven aan anderen kan overdragen.

Dat is geen uitspraak van een Meester, maar is genomen uit een vergadering van de Witte Broederschap. Bij deze regel wordt dus gesteld, dat niet de methode maar de intentie de waarde bepaalt van wat je doet. Dat degene die methode en doel eerst met elkaar in overeenstemming wil brengen, meestal fout is. Degene die het doel erkent en dit wil bereiken zonder daardoor een disharmonie met anderen te scheppen echter, handelt juist. Hier kan geen mens dus meer zeggen: “Ik ga het uit mijzelf en voor mijzelf doen.” Het doel is het voornaamste geworden. Datgene wat je nastreeft, is het belangrijkste. De middelen die je hiervoor gebruikt, zijn naar je eigen keuze, maar ze hebben slechts aan één eis altijd te beantwoorden: zij moeten naar je beste weten tot dit doel voeren of de verwezenlijking van dit doel bevorderen. Wat hieraan verder te verbinden is, is moeilijk kort te omschrijven. Het wordt dus kort een greep uit vele mogelijkheden.

Wanneer wij erkennen dat politiek niet juist is, dan mogen wij geen politiek voeren, ook wanneer zij tot een bepaald doel zou kunnen leiden. Wij zouden dan tegen onszelf ingaan. Zodra deze politiek inhoudt: anderen te dwingen om tegen hun wil een bepaalde richting in te gaan, dan mogen wij haar ook niet gebruiken, want wij scheppen dan disharmonie. Maar op het ogenblik dat de politiek een middel is om het doel te verwezenlijken zonder dat wij iemand in zijn vrijheid belemmeren en daarbij zijn persoonlijke belevingen en belangen schaden, zijn wij zelfs verplicht om politiek te, bedrijven, ook al vinden wij dat eigenlijk minder prettig. Wanneer wij door in het leven iets harder te zijn, juister komen te staan tegenover onze medemensen en daardoor niet van ons eigen doel worden afgeleid, dan zullen wij er goed aan doen iets harder tegenover die medemensen te zijn. Het is nl. niet zo dat wij eerst respect moeten hebben voor alle anderen en hun wil eerst moeten doen, voordat wij aan ons doel toekomen. Wij mogen slechts een ander niet verhinderen zijn eigen weg te gaan. Die hardheid zal vaak ook erg noodzakelijk worden o.m. tegenover de jeugd. Wij kunnen verder nog opmerken: Daar geen enkele door mensen gestelde regel of wet een kosmische betekenis heeft, maar alles wat wij innerlijk als kosmisch erkennen wel kosmische betekenis heeft (zowel in de kleine wereld waarin wij nu bestaan als in de grote wereld waarvan wij deel uitmaken, kunnen wij stellen dat al datgene wat wij als kosmisch juist ervaren eerst wordt verwerkelijkt. Het doel, niet de middelen. Vaak beziet men het nu anders en stelt men dat de middelen juist moeten zijn en dat het doel dan desnoods wel een beetje kan worden veranderd. Dit is onjuist. En dan geef ik u ten laatste een citaat. Dat is dus niet als een regel te beschouwen, maar het geeft het karakter van deze dagen aan en daarnaast ook van de nieuwe tijd.

“Indien gij erkent, dat iets uw persoonlijke vrijheid bevordert” (en dan volgt weer dezelfde formule:) “maar de vrijheid van anderen niet belemmert en hun wezen niet schaadt, zo zijt ge aan uzelf verplicht deze weg te kiezen Gij kunt slechts door van uit uzelf en voor uzelf te leven, daarbij rekening houdende met alle innerlijke aanvaarding en erkenning van uw persoon, alles doen en volbrengen wat voert tot uw bewustwording, het scheppen van de juiste contacten en het vervullen van uw levensbestemming.”

Ook in dit citaat kunnen we zeggen: Het blijft bij algemeenheden. Toch heb ik deze punten willen aanhalen, omdat zij het karakter van de nieuwe tijd, de tendens die u overal opmerkt, scherp belichten. Laat mij nu mijn eigen commentaren nog even hieraan verbinden. Wanneer wij een voorschrift geven, dan kan dat nooit bindend zijn. Het blijft dus altijd bij een voorstel. Maar wanneer een mens beseft dat het gebruik van een bepaalde magische procedure voor hem of haar persoonlijk een bevordering van harmonie, van inzicht, van weten betekent, dan is men dus aan zichzelf verplicht die magische procedure te volgen, ook wanneer deze dus niet algemeen kan worden aanvaard. Wanneer je meent dat het gebruik van incantaties noodzakelijk is, dan moet je niet een ander zoeken om voor jou te incanteren, dan moet je het zelf doen. En dan moet je daarbij ook weer onthouden dat niet de formule die je gebruikt belangrijk is. Het is de volledige inzet van je persoonlijkheid, wanneer je incanteert. Deze bepaalt de waarde ervan. Voel je dat dit noodzakelijk is, doe het in gemeenschap net anderen, waarvan je denkt dat ze dit kunnen aanvaarden. Doe het desnoods alleen, maar laat het niet na.

Er bestaan een groot aantal wetenschappen die niet als zodanig worden erkend. We behoeven hier alleen maar te denken aan: astrologie, bepaalde occulte wetenschappen, inwijdingsleren, om te beseffen hoeveel door de menselijke wetenschap wordt verworpen. Al deze dingen kunnen voor u persoonlijke waarde hebben, maar dan moet u ze persoonlijk beleven en persoonlijk interpreteren.

De horoscoop die een ander voor u maakt, heeft betrekkelijke waarde. De horoscoop die u zelf inspiratief vertaalt, heeft volledige waarde.

Het gebed dat een ander voor u spreekt, heeft maar een betrekkelijke waarde, misschien bepaald door uw geloof daarin. Het gebed dat u zelf eerlijk en volledig spreekt, zonder voorbehoud, heeft volledige waarde. In deze dagen zal je gebruik moeten maken van deze krachten en mogelijkheden.

Wanneer je beseft dat je tot een andere golf van leven behoort, een incarnatie terugkijkt of een incarnatie vooruitziet, dan ben je aan jezelf verplicht hiermee rekening te houden. Niet door jezelf nu tot slachtoffer van het verleden te verklaren of je alleen maar te baseren op de toekomst, maar door alle daarmee verbonden erkenningen van je wezen ook nu om te zetten in de praktijk.

Wanneer je erkent dat een zekere methode van denken of van leven voor jou meer harmonie geeft, bevredigender is, terwijl je niet kunt erkennen op welke wijze of hoe je daarbij anderen werkelijk zou schaden, dan ben je aan jezelf verplicht – ongeacht de toejuichingen of afkeuringen van anderen – die weg te kiezen uit jezelf.

Wanneer je meent dat iets noodzakelijk is, moet je niet wachten tot een ander het zegt of voorstelt, dan moet je het zelf zeggen of voorstellen, of zelf doen. Het komt allemaal op jezelf neer.

En dan zegt u altijd weer: Waar moet ik beginnen? Wat is op het ogenblik uw grootste probleem? Ga dat eerst eens na. Waar hebt u op het ogenblik de meeste last, de meeste moeilijkheden met uzelf? Waar bent u niet zeker van uzelf? Neem dat probleem eerst. Dat is altijd uw juiste beginpunt. Wanneer u een directe oplossing verlangt, moet u ook begrijpen dat er niets maar ook niets kan zijn, dat als enig voorbehoud mag gelden, dat geen uitstel, geen verandering van waarden aanvaardbaar is. Wanneer je vandaag een stoel wilt timmeren, timmer dan een stoel en probeer dan niet er een tafel van te maken of brandhout, houd niet op, voordat je je stoel hebt gemaakt. Vraag niet aan een ander of hij het voor jou wil doen, doe het zelf. Wanneer je daarbij de hulp van een ander werkelijk nodig hebt, wacht niet tot die ander misschien zegt: “Ik heb wel eens tijd voor je”, of: “wij zullen het wel eens een keer doen.” Ga naar die ander toe en zeg: “Nu is het noodzakelijk – doen.” De ander staat het vrij om te weigeren, dat is zijn vrijheid. Maar het is je plicht er onmiddellijk op af te gaan en te zeggen: “Zo is het nodig.”

Wanneer u niet precies weet wat u moet doen of laten, dan is het logisch dat u de gehele zaak opzijzet. Alles waar je onzeker in bent en waarvan je niet in jezelf een oplossing aanvoelt, is op het ogenblik niet voor afhandeling geschikt. Zet dat opzij, dat behoort tot de chaos van deze dagen. De nieuwe tijd heeft altijd een erkenning, een doel of een beleving die deel is van je persoonlijkheid. Iets wat niet alleen maar deel uitmaakt van een stoffelijkheid of van een geestelijk denken, maar iets wat je gehele leven beroert. Ga van die punten uit en je zult ontdekken dat het karakter van deze nieuwe tijd – ongeacht alle wisselingen, alle veranderingen die voorkomen, alle verwarringen die er ontstaan – op het ogenblik wel degelijk zin heeft.

Wacht niet tot een ander zich eerst eens verandert. Verander uzelf. Verander uzelf nooit door u te maken tot iets anders dan u nu bent, maar verander uzelf door de accenten in uw persoonlijkheid zodanig te veranderen, dat u zichzelf sterker voelt, dat u zekerder van uzelf bent, dat u geen twijfel kent.

Dit alles maakt volgens mij deel uit van de nieuwe tijd en zeker op dit ogenblik. Het is eenvoudig te zeggen dat deze tijd van verwarringen voorbij zal gaan, maar wat er na die verwarring zal bestaan is afhankelijk van hetgeen er nu geschiedt. Daarvan ben ik overtuigd. Het is eenvoudig om algemene regels te geven, ja, om bepaalde krachten te geven. Maar je kunt volgens mij niets doen, als je niet in de mens of in een ander een reactie wekt, iets wat hierop antwoord geeft. En dat is het doel van deze tijd. De nieuwe tijd is geen hemels koninkrijk waarin geen problemen bestaan. Ik wil tot besluit van dit korte betoog een paar gezegden citeren, misschien ook een paar stellingen van Meesters waarin dit karakter van de nieuwe tijd beter wordt omschreven.

Daar waar de mensen in steden leven, verliezen zij zichzelf. Daarom zullen de steden moeten verdwijnen.

Daar waar de industrie de mens dwingt, daar is de mens langzaam maar zeker een machine geworden. Daarom zal de industrie moeten los komen te staan van het menselijk leven.

Daar waar de beleving van liefde gebonden is aan wetmatige banden, kindertal, het voortbrengen van nageslacht alleen, zal er geen begrip kunnen bestaan voor ware liefde in meer geestelijke of lichamelijke zin. Daarom zal hier een vrijheid moeten ontstaan.

Grenzen van landen zijn kunstmatige scheidingen waardoor volkeren zich van elkaar verwijderen. De bronnen waaruit de mensheid kan putten zowel van leven, van leren als van productie, worden op deze wijze gescheiden. De grenzen zullen moeten verdwijnen, maar niet de verschillen in denkwijzen.

De vrijheid van de mens zal nimmer mogen bestaan in de zekerheid van lichamelijk welzijn zonder meer. De vrijheid van de mens zal steeds moeten zijn: de mogelijkheid om zelf te kiezen tussen zekerheid en risico door zelf een waagstuk te ondernemen of zich ervan te onthouden, de mogelijkheid om zijn leven – stoffelijk en geestelijk – geheel zelf te maken met alle krachten en middelen die hem daartoe worden gegeven.

Hier hebt u het karakter van de nieuwe tijd. Het karakter van vrijheid dat erg idealistisch klinkt en dat misschien aan de andere kant veel van de grote sociale gedachten van deze tijd ontbeert. Want de mens die in de gemeenschap vrij is, kan geen zekerheid eisen van de gemeenschap. De mens die geestelijke vrijheid begeert, kan zich niet binden aan een bepaalde denkwijze of leer alleen. Hij zal bereid moeten zijn uit alle denkwijzen en leringen te puren, datgene wat voor hem of haar juist is. Zo wordt de nieuwe tijd ons geschetst als een periode die een geestelijke kroon is van het ras dat nu ten einde gaat. Zij wordt geschetst als het 1000‑jarig rijk van vrede. Maar het betekent niet dat de menselijke strijd ophoudt of dat alles stoffelijk ideëel gerangschikt, geregeld en geordend zal zijn. Het betekent slechts dat de mens – juist omdat hij meer alleen staat – meer uit vrije wil de hulp van anderen zal zoeken, hulp zal geven aan anderen en zo de rechten van anderen meer zal respecteren. En de rechten die hij zelf bezit, hartstochtelijker en eerlijker zal opeisen en zo het klimaat schept waarin een geest in korte tijd een grote bewustwording kan ondergaan.

Meditatie

Voor de zon opkomt, is de lucht kil. De ware gestalten zijn verhuld in nevelen. De vreemde schemer in de duisternis schijnt het donkerder te maken dan weleer. Voor de zon opkomt, lijkt de wereld vast gevangen in de nacht.

Wanneer de kracht van de geest groeit, wanneer het licht van de geest steeds sterker gaat uitgrijpen en ook de kenbare horizon van de wereld benadert, lijkt de wereld meer dan ooit gevangen in waan, in materialisme, in gebondenheid aan onvermijdelijke omstandigheden.

Wanneer de geest zich voorbereid op haar vrij wording, lijkt het of haar rijk steeds kleiner wordt, steeds minder worden haar krachten en mogelijkheden, steeds moeilijker haar beheersing, want zij vreest dat zij alle beheersing zal verliezen. Maar juist daarin wordt voor haar de ware vrijheid, de ware beheersing geboren.

Waar men meent wijsheid te horen, is men snel tevreden. Waar men meent dwaasheid te horen, bestrijdt men alles zonder oordeel. Waar de wijsheid spreekt zonder te worden begrepen, verzet men zich vaak tegen haar als dwaasheid. Maar indien men de wijsheid voldoende als dwaasheid bestrijdt, openbaart ze zichzelf.

Waar de mens de krachten niet kent, die rond hem zijn, meent hij verlaten en machteloos door het leven te gaan. Waar hij de krachten leert hanteren, meent hij dit slechts te kunnen doen geleid door anderen, want hij weet niet dat hijzelf deel is van de kracht en zelf kracht. Maar wanneer de kracht waarlijk in hem ontwaakt, wordt zij hem tot een licht dat hem toont wie hij is en wat hij is en waar hij kan gaan.

Alle dingen zijn één, ook in uw leven. Alle krachten zijn één. Er is geen verschil in waarde tussen wat u het toppunt van wijsheid lijkt en het eerste begin van een gestameld woord. Slechts de bereiking in en van uzelf is van belang. Want slechts wie in zichzelf steeds bereikt, verdrijft het duister en gewint het licht.

Indien gij verlangt naar kracht, naar licht, naar wijsheid of naar leiding, die u onfeilbaar voert tot het juiste doel, zo meent gij dat het nacht is. Gij weet niet dat de zon, het Licht, reeds klaar staat om uw hele wereld te veranderen. Maar gij zult het Licht moeten zien. Want wie blind is, leeft altijd in het duister.

Leer zien. Leer zien het Licht dat altijd rond u is, ook nu. Put kracht uit het Licht en de lichtende kracht die met u is, ook nu. Geef daaraan het beeld, zoals gij het begeert. Maar werk met die kracht en met dat licht, opdat ge niet met blindheid geslagen de schoonheid zult missen van de geestelijke dag die aanbreekt, van een vernieuwing die de wereld weer maakt tot een vreugde waarin de bewuste geest haar Schepper erkennende, stof en geest samenvoegende, de eeuwigheid bevestigt in de tijd.

En met deze woorden wil ik voor u deze cursus besluiten. Wij hopen dat u datgene, wat wij u hebben getoond over wereld en leven, over de sferen, over deze dagen niet zult vergeten, maar het zult gebruiken als een krachtig wapen tegen verwarring en neerslachtigheid, opdat ge in de komende jaren zelf moogt zijn Lichtdrager, aanvaardend de goddelijke Wet en de goddelijke Kracht, volbrengend de goddelijke taak.

← vorige tekst
overzicht
image_pdf