Zelfprojectie

uit de cursus ‘De innerlijke weg’ (hoofdstuk 3) – december 1983

Zelfprojectie

Een ik is een zeer gecompliceerd geheel. Er zitten allerlei geestelijke trillingen in, daarnaast astrale trillingen, vitaliteitstrillingen en ook het lichaam zelf heeft zijn eigen uitstraling. Als dat geheel harmonisch is, dan kunnen we zeggen dat er een uitstraling is die op welke wijze dan ook de mensen aanspreekt. Het wil helemaal niet zeggen dat zo’n mens goed moet zijn. Het wil alleen maar zeggen dat alles op elkaar moet zijn afgestemd. Er zijn weinig praktische regels te geven om dit tot stand te brengen. Maar u heeft het zelf misschien weleens geconstateerd.

Er zijn mensen die werkelijk zeer goede en verstandige dingen zeggen, maar ze kunnen niemand ertoe brengen om eens te luisteren. Er zijn anderen die alleen maar onzin vertellen, maar door hetgeen ze projecteren wordt het voor die aanwezigen aanvaardbaar. Zo iemand krijgt nog een ovatie op de koop toe, waarschijnlijk omdat niemand heeft begrepen wat hij zegt. Dit is een heel bekend verschijnsel. Het speelt o.m. in kerkelijke en politieke kringen een heel grote rol.

Als we dat nu bezien, dan is het duidelijk: er moet allereerst een mate van eenheid worden bereikt. Als je iets wilt doen, best. Maar concentreer je dan op dat doel, dan harmoniseer je a.h.w. alle delen van je wezen. Er is niets anders meer dan dat doel. Daarmee heb je niet alleen bereikt dat het ik is afgestemd en in al zijn complexe stralingen en waarden tot een eenheid is geworden, maar je hebt bovendien bereikt dat het doel zodanig doordringt tot elk niveau waarop ook maar een doel van het ik kan bestaan dat daardoor alle krachten van het ik gelijktijdig inwerken.

Nu is zelfprojectie natuurlijk iets waar wij in vele verschillende omstandigheden mee te maken krijgen. Laten we een heel eenvoudig voorbeeld nemen:

Als u ergens gaat solliciteren, dan moet u uzelf projecteren. Dat wil zeggen: u moet het beeld van uw totale persoonlijkheid proberen over te brengen. Daardoor kunt u indruk maken en kunt u een zeker voordeel verkrijgen boven een ander, die misschien in zijn vak veel bekwamer is dan u, maar die niet in staat is zijn hele persoonlijke inhoud a.h.w. naar de ander over te brengen.

Zelfs als het gaat om zuiver persoonlijke relaties blijkt dat de kunst om jezelf te projecteren van heel groot belang is, al is het alleen maar omdat je daardoor met anderen veel gemakkelijker in contact komt. Er ontstaat een wisselwerking.

Hoeveel mensen hebben niet in zich de meest fantastische mogelijkheden maar zijn gewoon niet in staat om die naar een ander over te brengen. Ze zijn geremd, zoals dat heet.

Een remming moet je natuurlijk altijd vermijden. Ik zeg niet, dat je ze kunt opheffen. Een remming is een kwestie van emotie, van denken, van zelfbeoordeling. Je kunt het ontgaan door jezelf te vergeten.

Heeft u te maken met publiek? U moet bv. spreken in publiek (ik neem maar een heel eenvoudig iets), dan kunt u heel vaak dat publiek niet als geheel bespelen. Daarvoor moet men een heel behoorlijke training hebben en zelfs dan nog is het moeilijk.

Wat doet nu iemand die publiekbeheersing tot deel van zijn beroep heeft gemaakt: een conferencier, een liedjeszanger, een man die lezingen houdt, zelfs een predikant. Zo iemand kiest een of twee personen uit de toehoorders. Dezen blijft hij observeren. Dezen zijn a.h.w. zijn maatstaf. Dat wil zeggen, dat hij niet tot het geheel spreekt, maar eigenlijk tot enkele persoonlijkheden in het geheel. Daardoor ontstaat er een benadering die door het geheel als persoonlijk wordt ervaren. Het ik en de boodschap worden a.h.w. geprojecteerd. Ze krijgen een veel groter doordringingsvermogen en ze kunnen ook in de mensen een veel groter respons wekken.

Het is gemakkelijk om dan te zeggen: Bij spreken moet er sprake zijn van timing. Dat kan waar zijn, wanneer je een mop vertelt. Maar als je gewoon spreekt over alledaagse dingen of over heel verheven denkbeelden, dat maakt niet veel verschil uit, dan is het heel belangrijk dat de ander zich a.h.w. betrokken gaat voelen bij hetgeen je bent, zegt of doet. Kun je dat op die manier verkopen, dan heb je je doel bereikt.

Ook dit is een deel van wat men zelfprojectie noemt.

Degenen onder u die denken dat het alleen maar magie is, alleen het uitzenden van een deel van je wezen om ergens anders taken te vervullen, zij hebben niet geheel ongelijk. Er behoort echter nog veel meer bij. Wat voor ons het meest belangrijke is, wanneer we beginnen met zelfprojectie, dat is leren jezelf te projecteren in hetgeen je zegt, in hetgeen je doet en daardoor een grotere beantwoording te verkrijgen van hetgeen je zegt of doet bij anderen. Dat is gewoon de eerste oefening waarmee je moet beginnen.

Nu zal het u duidelijk zijn dat als we door alleen met één doel of één waarheid voor ogen aan de gang gaan onszelf te projecteren, dat we daar niet alleen maar mentaal of emotioneel bij betrokken zijn. Neen, elk deel van ons wezen werkt daarin mee. Nu zal datgene waarop we ons concentreren ongetwijfeld mede bepalend zijn, voor die sferen waaruit we de meeste kracht ontlenen.

Stel, dat u iemand wilt genezen. Paranormale genezing is altijd nog in. Dan kunt u zich concentreren op de ziekte, maar dat helpt niet veel. De ziekte geeft namelijk zelden antwoord. U kunt zich concentreren op de persoon. U kunt proberen de onevenwichtigheid van de persoon aan te voelen; of die lichamelijk is of psychisch doet niet ter zake. Probeer die onevenwichtigheid aan te voelen. Denk aan die onevenwichtigheid. Probeer uw contact tevens zo dicht mogelijk bij de wereld te houden. Begin niet met verheven praatjes, dat helpt over het algemeen heel weinig.

U gaat nu kracht projecteren. Nu kan het zijn dat de storing psychisch is. Dus de oorzaak van de ziekte ligt in een onevenwichtigheid die en in emotie en in denken zetelt. Dan zal de wereld waaraan u de meeste krachten gaat ontlenen de wereld zijn die we blauw zouden kunnen noemen. U zoekt dan de wereld op waartoe u behoort, waarin alles bijna mathematisch is, waarin alles in precieze samenhang a.h.w. in formules bestaat want zo’n wereld is er ook.

Als het nu een lichamelijke kwaal is, dan is het eerste dat we nodig hebben levenskracht. Het resultaat is dat dat deel van ons wezen dat het dichtst bij de levenskracht zit, probeert nu de totale kracht van leven, van energie (we zouden zeggen: een gouden wereld) af te tappen en dan die energie projecteert.

Het zijn geen dingen die u zich voor ogen moet stellen, onthoudt u dat goed. Als u zich zit te concentreren op een gouden wereld, dan zult u misschien wel contact daarmee krijgen, maar dan is het doel weer niet voldoende. Maar als u met het doel bezig bent en uw ik tot een tijdelijke eenheid daarmee weet te vormen, zal het automatisch op die kracht reageren. Daarom zijn de beste genezers degenen die het minst praats hebben. Dus degenen die zeggen: Ik denk even en ik maak je beter. Dat klinkt misschien krankzinnig, het is suggestief niet zo waardevol, maar het werkt wel; en wel op grond van deze harmonie.

In uw wezen zijn alle krachten aanwezig, ook de krachten van de hoogste geest. Zelfs als u ‑ wat ik van u niet aanneem ‑ een betrekkelijk duistere persoonlijkheid bent, dan zijn nog steeds ook de krachten van de hoogste wereld in u aanwezig. Wanneer u uw ik projecteert, zijn ook die krachten erbij betrokken. En als u een beroep doet op deze hoogste kracht, dan zal ook deze hoogste kracht als een vorm van extra energie door uw wezen optreden en vanuit uw wezen kunnen worden geprojecteerd.

Nu is dat allemaal nog tamelijk eenvoudig. Een mens of desnoods een geest willen helpen zijn van die dingen die je zo vaak hebt gehoord. U weet het wel, in uitgetreden toestand afdalen naar een duistere wereld, een arme ziel eruit halen enz. Het is een geestelijke visie op een methode van vissen. Maar wat men daarbij vergeet is dit:

Als u in uitgetreden toestand naar een duistere wereld gaat en u bent een eenheid, u bent u bewust van licht, dan is er rond u licht; dan bent u dus onaantastbaar. Eerst op het moment dat u niet denkt aan licht, maar u a.h.w. laat overweldigen door de indrukken om u heen van duisternis, van verval misschien, dan wordt u daardoor inderdaad benaderd en kunt u daar ook het slachtoffer van worden.

In zo’n uitgetreden toestand is het dus heel belangrijk dat je steeds je gehele persoonlijkheid projecteert. En dat kun je alleen, indien je ook het doel waarvoor je je in die sfeer bevindt, hoe dan ook beseft. Kun je dat niet beseffen (dat komt voor bij willekeurige uittredingen), stel je dan een doel, al is het maar om iets van een bederf ongedaan te maken. Door dit doel te stellen en je a.h.w. daarop te projecteren in een absolute concentratie, zal je niet alleen werkelijk invloed hebben in zo’n wereld, maar je zult tevens voor jezelf een mate van onaantastbaarheid scheppen.

De zelfprojectie is in de loop der tijd vooral beoefend in de verschillende vormen van magie. Een bekend voorbeeld is de Tibetaan, die zijn torentjes van rijst en zijn reukwerk om zich heen opstelt, zijn gezangen intoneert en dan in zijn tent een symbolisch gebaar maakt, al is het maar dat hij een pijl afschiet.

Hij doet dit terwijl hij zich concentreert op één persoonlijkheid.

En wat gebeurt er nu? De pijl wordt afgeschoten. Die valt ergens neer, maar hij treft niemand. De personen op wie hij is gericht, zal een soort psychisch trauma ondergaan dat ongeveer gelijk is aan het getroffen worden door een pijl. Dit is een vorm van zwarte magie. Ik raad het u ook niet aan. Per slot van rekening, u bent allemaal Robin Hood al lang ontgroeid en pijl en boog lijkt mij voor een westerling nu niet bepaald ideaal.

Wat doet de man in wezen? Want daar gaat het nu om. Hij stelt om zich heen symbolen op. Hij sluit zich af van de omgeving. Er mag niets zijn wat zijn aandacht afleidt. Hij visualiseert de persoon en datgene wat hij ermee wil doen. Zijn gezangen zijn slechts methoden om zichzelf op te zwepen zodat hij alles vergeet behalve dat ene wat hij moet doen.

De demonen en duivels die hij aanroept, zijn misschien pogingen om bepaalde werelden in het bijzonder erbij te betrekken, maar eigenlijk roept hij krachten op van sferen waarin zijn eigen voertuigen ook aanwezig zijn. Hij wordt hierdoor een bijzondere krachtcentrale. Daar hij het doel buitengewoon scherp voor ogen heeft en op het ogenblik van hoogste concentratie een daad verricht die alleen maar symbolisch is voor hetgeen hij tot stand wil brengen, kan hij daarmee inderdaad resultaat mee bereiken. Alleen, de kracht die hij heeft afgevoerd, keert tot hem terug.

Het is een bekend verhaal in de zwarte magie: de medicijnman die een boze geest uitzendt om iemand te vernietigen. Die ander is onschuldig, de kracht kaatst terug en de medicijnman kan het niet verwerken. Dat is natuurlijk onzin. Het bestaat wel tot op zekere hoogte. Wat er werkelijk gebeurt is dit:

Je hebt ‑ laten we zeggen ‑ het slechtste gedeelte van jezelf en de meest vernietigende energieën die in je berusten gericht op een persoon. Maar de intensiteit is zo groot, dat je, als ze tot je terugkeren zonder dat een deel van die energie is ontladen, heel veel moeite hebt om die energie te beheersen en weer naar de verschillende sferen te laten afvloeien. Op deze manier kun je dus inderdaad worden getroffen. Toch mag redelijkerwijs worden gezegd, dat deze vormen van magie op afstand in meer of mindere mate berusten op zelfprojectie.

Een andere methode om jezelf te projecteren is een wereldvoorstelling opbouwen. U kent dat verhaal waarschijnlijk wel. Je kunt een droom opbouwen. Maar als je dat intens genoeg doet en je vergeet daarbij al het andere, dan wordt die droom de representant van bepaalde voertuigen die je geestelijk bezit. Van dat ogenblik af ontwikkelt zich in die wereld een gebeuren dat je niet meer kunt beheersen. De krachten die je hebt ontketend bepalen de wetten die er heersen en niet meer alleen je wensen en gedachten. Wil je met je wensen en gedachten toch die wereld beheersen, dan word je, a.h.w. uit die wereld in een andere wereld verplaatst.

Dit is iets wat in bepaalde dromen en nachtmerries nog weleens voorkomt, omdat de mensen daarin ‑ zij het in wat afwijkende omstandigheden ‑ toch eigenlijk ook innerlijk een deel van zichzelf hebben geprojecteerd in een bepaalde sequentie van belevingen. Op het ogenblik, dat die belevingen niet aanvaardbaar zijn ‑ om welke reden dan ook – zult u zien dat die wereld verandert. Daarnet was er nog een deurknop, u grijpt ernaar en ze is weg.

Als we ons willen projecteren, dan kunnen we dat natuurlijk ook doen in voorwerpen. Een van de bekendste voorbeelden is het magnetiseren van een glas water. Dat heeft u misschien weleens gezien of geprobeerd. U denkt: ik laat daar levenskracht in vloeien. Ja, dat zal waar zijn. Maar u kunt het ook anders doen.

U kunt namelijk ook met iemand door de telefoon spreken en aan de ander zeggen: Houd tussen je handen een glas water. Ik zal dat dan even opladen. Dan bent u het niet meer. Wat doet u eigenlijk? In wezen projecteert u een deel van uw eigen kracht en persoonlijkheid op de ander, zoals u dat door uw concentratie doet op het water als u het probeert in te stralen. Het resultaat is weer, dat hierdoor het water een bepaalde verandering ondergaat. Die is niet chemisch vaststelbaar. Ze is heel moeilijk af te lezen, maar het betekent wel dat degene die daarvan drinkt hoeveelheden energie opneemt die hij anders niet zou krijgen. Hij heeft dus eigenlijk velerlei mogelijkheden om op afstand zowel als in een direct contact uw persoonlijkheid te projecteren.

Voor iemand die op aarde leeft, nogmaals, is het belangrijk dat hij eerst leert de eenheid van zijn wezen tot stand te brengen. Iemand die alle sferen kent waartoe ook maar één van zijn voertuigen kan behoren, heeft nog niets bereikt, degene die er niets van afweet, maar die met één doel voor ogen en met een absolute eenheid van denken en emotie zich op dat doel kan richten, bereikt het wel. Het is een kwestie van concentratie. Het is even al het andere vergeten en alleen bezig zijn met dat ene. Op deze manier bereik je inderdaad zeer grote resultaten.

Het is een concentratiemethode die over het algemeen kan worden bevorderd door bv. regulerende ademhaling. Heel wat acteurs en actrices doen dat vooral als ze plankenkoorts hebben. Ze staan tussen de coulissen en halen dan een paar keer heel diep adem. Wat theoretisch heel gunstig zal zijn, omdat het een oxygenatie van het bloed betekent. Dus meer zuurstof, daardoor een gemakkelijk omzettingsproces en even een gevoel van ontspannenheid.

In de praktijk zullen zij zich heel vaak concentreren met die ademhaling op hetgeen zij gaan doen. Daarmee laten zij hun eigen persona voor een deel achter. De kunstmatige persona waarmee men zich op het toneel bezighoudt, wordt nu a.h.w. een deel van hun eigen ik. Doordat zij een eenheid bereiken in zichzelf kunnen zij alles vergeten behalve wat zij moeten spelen. Zijn ze er eenmaal mee bezig, dan kunnen zij ten dele terugkeren tot dit kleine ik, maar de uiterlijke vorm, de uitstraling, blijft behouden.

Als u dus te maken krijgt met situaties waarbij u denkt: nu moet ik mij eigenlijk concentreren, maar zal dat wel lukken? Dan vraagt u zich niet af: hoe moet ik mij concentreren? U haalt een paar keer heel diep adem en u springt a.h.w. zomaar in het diepe; u gaat regelrecht op uw doel af. Wat er gebeurt doet niet ter zake. Het gaat om de uitstraling die u tot stand brengt. Als u dat kunt, dan heeft u daarmee bereikt dat u uw persoonlijkheid uitstraalt naar andere mensen; dat u zichzelf voorziet van energieën die u anders niet bezit; dat u voor uzelf mogelijkheden schept die op z’n minst genomen onwaarschijnlijk zijn.

U moet nooit bezig zijn met een doel dat afhankelijk is van andere gebeurtenissen. Als u alleen het doel ziet en de afhankelijkheid terzijde stelt, dan is de overdracht van dit doel maximaal. Zodra u bezig bent met een projectie waarbij u andere overwegingen mede daarin betrekt, is er een verdeeldheid; er is een spreiding. De energie gaat voor een deel naar een doel dat nog niet eens bestaat (het gaat in feite teloor). Een ander deel is dan in uw concentratie net niet voldoende om te bewerkstelligen wat u wilt. Ik geeft u maar weer een voorbeeld!

U heeft waarschijnlijk weleens de sing‑song gehoord van een echte dobbelaar, die met de dobbelstenen zit te rammelen en zegt: Kom 7, kom 7, kom 7. En dan komt 7. Er zijn mensen bij die dat een groot aantal malen achtereen doen. Iets wat volgens kansberekening bijna onmogelijk is. Hoe komt dat?

Zij hebben op dat ogenblik niets anders voor ogen dan die stenen met een bepaald aantal ogen die boven komen. Als je dat kunt nagaan, dan zul je zien dat de vraag of er een 6 en een 1 valt, of een 3 en een 4, of een 5 en een 2 mede wordt bepaald door de voorstelling die ze op dat moment hebben. Er is maar één beeld; de stenen zoals ze tot rust zullen komen. Hierdoor ontstaat er een soort telekinetische beïnvloeding van de stenen.

Als ze bij wijze van spreken anders in plaats van een 1 een 2 zouden geven, dan komt die ene wenteling neer (meer dan de energie van de worp zelf eigenlijk rechtvaardigt) waardoor de 1 toch boven komt. Waarmee ik niet wil zeggen, dat u dat kunstje zonder meer kunt leren. Daar heeft u veel oefening voor nodig. Maar u kunt het leren.

Ook hier wordt het ik geprojecteerd en wel op een zeer beperkt doel. Dit houdt in, dat zelfs telekinetische beïnvloedingen mogelijk zijn, indien de eenheid van het ik sterk genoeg tot stand is gekomen.

Ik leg hier zoveel nadruk op niet omdat ik aanneem dat u allemaal opeens dobbelaars zult worden. Laat dat maar aan de groten van deze wereld over die dobbelen met bommen en granaten. Maar omdat u het begrip moet hebben voor de eenheid die in u zelf nodig is om tot een perfecte projectie van uzelf te komen. Of dat het gaat naar een sfeer of dat het de val van een dobbelsteen betreft of het genezen van een mens of het doden van een mens op afstand, in wezen is er één basis. De basis van een persoonlijkheid die zozeer in willen, denken en gevoelen een eenheid is geworden op aarde dat alle voertuigen daarbij betrokken zijn en daarop afgestemd raken zodat er niet meer sprake is van een diversiteit, maar van een eenzijdige gerichtheid in de gehele persoonlijkheid.

Elke projectie van het ik, ook als het gaat om uittredingen naar bepaalde werelden, is afhankelijk van deze eenheid, niet in de eerste plaats van de hoogheid of de laagheid van uw doel, niet van de hoeveelheden energie die nodig zullen zijn of van de vraag of de werking meer telepathisch of telekinetisch moet zijn. Dat regelt zichzelf. U moet begrijpen, dat het voor u absoluut overbodig is om de procedure op te nemen in uw overweging.

De eenheid die u moet bereiken is gewoon de eenheid waarmee u zich volledig bevestigt zonder u te omschrijven en daarbij tevens het doel ziet als een deel van de verwezenlijking van het ik.

U kunt dat doen, wanneer u met uw medemensen spreekt. U kunt dat doen, als u omstandigheden wilt beïnvloeden. U kunt dat doen, wanneer u voorwerpen wilt opladen. U kunt het praktisch met alle dingen, met alle materialen, zo goed als met alle mensen en alle sferen waarin u bewust kunt handelen, tot stand brengen.

U dit te realiseren is voor u van het eerste en grootste belang, indien u gebruik wilt maken met enige zelfkennis, want die heeft u nodig, van uw werkelijke mogelijkheden.

Een mens is een wezen dat behoort tot vele verschillende werelden, niet alleen tot die ene wereld die men kent. De mens is een wezen waarin vele verschillende krachten schuilgaan, niet alleen maar dat beetje energie dat men stoffelijk weet te hanteren. Een mens is een wezen dat een bewustzijn bezit dat een groot gedeelte van de kosmos kan omvatten, maar dat altijd beperkt blijft tot die ene uiting waarin het zich op dit ogenblik als werkelijk beleeft.

De mens moet leren dat het niet mogelijk is al deze functies in het bewustzijn onmiddellijk wakker te roepen. Voor een deel kun je het misschien bereiken, maar nooit voor het geheel. Wat je wel kunt doen is datgene wat je bewust bent zozeer tot een eenheid brengen en dan tot een absolute doelgerichtheid dat je daardoor alle andere voertuigen en krachten a.h.w. onbewust tot eenheid brengt met hetgeen je bent en met hetgeen je doet.

Zelfprojectie kan vergezeld gaan van vele procedures. Alles wat wij werkelijk willen, kunnen wij waarmaken. Maar wij kunnen alleen datgene waarmaken wat wij zonder enig voorbehoud of overweging op dit ogenblik als onze eigen werkelijkheid beschouwen.

Wij kunnen alle krachten wekken. Maar wij kunnen alleen die krachten gebruiken welke passen in het beeld dat wij ook van onszelf scheppen. Hoe meer het beeld van ons eigen ik in de werkelijkheid is gebaseerd op de relatie met die werkelijkheid (zie de voorgaande les) des te beter zullen wij begrijpen hoe wij functioneren in het geheel. Het is het besef van die functie dat medebepalend is voor datgene wat wij kunnen betekenen voor anderen, datgene wat wij tot stand kunnen brengen buiten ons door krachten die misschien niet redelijk lijken.

Er zijn mensen geweest die met hun uitstraling hele volken hebben betoverd. Ik denk aan Winsten Churchill, aan Adolf Hitler, maar net zo goed denk ik aan Peter van Amiens. Mensen, die in staat waren datgene wat voor hen belangrijk was zozeer overtuigd áls enige werkelijkheid te zien, als deel van hun persoonlijkheid dat ze anderen daardoor in de ban brachten van hetgeen zij zelf waren.

Wie nu luistert naar de toespraken van Churchill of van Hitler zal waarschijnlijk de schouders ophalen en zeggen: Nu ja, toen was het misschien erg belangrijk, maar als ik het zo hoor, zou ik er niet veel in zien. Dat komt, omdat de uitstraling er niet is. Een uitstraling kan een lelijk mens mooi maken. Een uitstraling kan van een Adonis een duivel maken. Een Venus kan tot een afzichtelijk wezen worden en een afzichtelijk wezen tot een Venus.

Wat wij projecteren is het totaalbeeld dat in ons ik bestaat. De uiterlijkheden vervagen dan. Wie dit beseft, heeft een sleutel gevonden tot een betere werkzaamheid in zijn wereld en het samenvoegen van zijn bestaan in deze wereld met dat in andere werelden.

Het indirecte gevolg dat u daardoor ook in andere werelden meer bewust actief zult worden, moet u beschouwen als een soort toegift, niet als een doel.

Streef niet naar het beleven van andere werelden, maar naar een absolute eenheid in uw eigen wereld en het projecteren van die eenheid in allés wat u doet, in al hetgeen u anderen zegt, in al hetgeen u wilt bereiken.

Wie dit alles in de praktijk weet toe te passen zal met een toenemende zelfkennis een toenemende zelfverwerkelijkingsmogelijkheid hebben gevonden.

Ik zie met spanning de resultaten van uw pogingen tegemoet. Denk nu niet: het zal zo’n vaart niet lopen. Het is de moeite waard het te leren. Dan geeft het niet of u tachtig bent of acht, want u heeft er niet alleen in één wereld wat aan, maar in alle werelden die u ooit als uw eigen werkelijkheid zult beschouwen.

Ik hoop, dat u daar niet klakkeloos aan voorbij loopt.

Zelfwerkzaamheid

Als wij bezig zijn met geestelijk of ander werk, dan hebben we altijd de neiging om er een ander bij te halen. Het is een oud verhaal zo langzamerhand bij de Orde, dat iemand haar breiwerk kwijt was en onmiddellijk riep: Henri, zorg dat ik het terugvind. Wat dan ook prompt gebeurde. Zo hebben we ook St. Antonius, St Franciscus, de Here Jezus, de H. Geest en vele anderen inclusief vele goden die u niet kent. Een voortdurende functie van eeuwigdurende bijstand. Dat is allemaal heel aardig, maar het zet natuurlijk niet veel zoden aan de dijk.

U kunt het allemaal gaan ontleden en zeggen: Door voor onszelf een figuur te stellen, die dat kan wat wij zelf menen niet te kunnen doen, stellen wij ons in staat iets te presteren waarvan we anders niet geloofd zouden hebben dat we hetzelfde konden doen. Dat is inderdaad wel waar.

Er zijn natuurlijk ook ogenblikken dat de één een vloek uit, en een ander een schietgebed. Dat is dan ongeveer zoiets als de kreet die bij o.a. karate voor het toebrengen van de slag wordt aanbevolen.

Waarom zouden wij ons afhankelijk maken van het andere, als het niet nodig is? Wij kunnen veel meer dan wij denken. Wij zijn veel meer dan wij veronderstellen. Wij maken veel meer fouten dan wij onszelf toegeven. Wij bezitten een aantal deugden die we pas ontdekken, als wij ze niet meer kunnen gebruiken. Dat is het gebruikelijke leven op aarde.

Op het ogenblik, dat we uitgaan van hetgeen we zelf zijn en hetgeen wij zelf kunnen doen, gaan we eigenlijk een beetje al die instanties uitschakelen. Wij houden ons bezig met onze eigen mogelijkheden. Ik geef toe, dat je in dat geval eerst moet proberen wat je mogelijkheden zijn.

Het is gemakkelijk genoeg om uit te roepen: je moet jezelf kennen! Maar ja, de kennismaking blijft bij de meesten erg oppervlakkig; het blijft beperkt tot het spiegelbeeld.

Wij kunnen uitroepen: je moet jezelf projecteren! Maar er zijn zovelen die denken dat ze dan de filmster worden van hun eigen productie dat ook deze kreet vaak niet veel uithaalt. Als je zegt: Je moet gewoon iets zelf doen, dan kom je wel in een ander vaarwater.

Je moet gewoon zelf iets waarmaken. Als je vindt dat iets de moeite waard is, dan moet je niet kijken wie het kan, maar dan moet je je afvragen hoe jij het kunt doen. Zeker, als er iemand in de gracht ligt en je kunt niet zwemmen, dan is het erg prettig, als daar een zwemmer achterna duikt. Maar als dat nu niet gaat, dan heb je misschien wel ergens een stok of een stuk touw en kun je toch iets doen. Zo gaat het ook in ons hele leven.

Als we worden geconfronteerd met omstandigheden waardoor wij menen eigenlijk door anderen te worden geregeerd en beheerst en dat is niet goed, dan moet er toch een mogelijkheid zijn om één doel daaruit te kiezen dat voor ons belangrijk is en te zeggen: Nu gebruik ik eerst alle middelen die mij ten dienste staan en alle mogelijkheden die ik zelf bezit om dat een keer waar te maken. Het is misschien wat onplezierig, want als je één doel nastreeft, dan betekent het dat je je met andere dingen niet kunt bezighouden, dat is duidelijk. Maar dan kun je resultaten boeken.

Zelfwerkzaamheid betekent niet alleen dat je jezelf aan het werk houdt, maar vooral dat je weet waarmee je kunt werken en je heel goed van tevoren informeert waaraan je wilt werken.

Zeker, zelfkennis is onvermijdelijk, neem ik aan. Want als je niet weet wat je wilt, hoe weet je dan wat je kunt doen? Maar als je je gaat realiseren hoe eenvoudig het vaak is om iets tot stand te brengen, als je maar weet dat je het met alle geweld wilt, dan sta je toch te kijken.

Ik ken een heel aardig voorbeeld uit mijn tijd. Dat is al lang geleden. Iemand wilde met alle geweld een bepaald soort kast hebben. Hij kon zich de aankoop daarvan niet permitteren. Hij besloot dat het snijwerk misschien door hemzelf wel kon worden uitgevoerd. Dus nam hij wat hout, hij nam een paar mesjes en ging het proberen. Hij heeft 20 stukken hout verknoeid, maar toen wist hij ook hoe het moest.

Toen hij eenmaal zoveel snijwerk had gemaakt, vroeg hij zich af of hij ook niet de panelen die erbij hoorden zou kunnen maken. Dat heeft hem ook heel wat overleg gekost. Hij moet eens hier en daar informeren, hij moest wat lenen van een vakman, maar tenslotte heeft hij die kast gemaakt. Het heeft hem een jaar gekost om zover te komen dat hij die kast zelf kon maken. En toen was ze ook gereed binnen een paar weken. Als die man had moeten wachten tot iemand anders hem zou moeten helpen om die kast te krijgen, had het hem veel meer gekost dan de kast waard was, dan wel hij had die kast pas gekregen na zeer vele jaren of helemaal niet. Het was dus eenvoudig een kwestie van: ik ga kijken wat ik wel kan.

Er zijn mensen die zeggen: Ik wil een ideale wereld hebben. Natuurlijk, iedereen wil wel in een ideale wereld leven, waar de leeuw naast het lam ligt. Maar als je de lammelingen op het ogenblik bekijkt, dan weet ik wel waar de leeuw zijn ontbijt moet halen: bij zijn buren. Die wereld kunnen we dus niet maken, omdat we doodeenvoudig niet in staat zijn om dat geheel te beheersen. Maar je kunt soms een enkel detail wel beheersen. Laat mij het heel simpel zeggen:

Iemand vindt dat horecaffers veel te duur worden. Probeer dan zelf of je als een klein horecaffertje misschien een beter product voor een lagere prijs kunt leveren, maar realiseer je wel dat het dan ook betekent dat je er zelf ontzettend hard aan moet werken. En dan blijkt, dat je misschien wel iets kunt opbouwen. Meestal, als je iets opbouwt, dan vergeet je het later weer.

Er is een man geweest, ik meen dat het een Zwitser was, die kon uitstekend kippen braden. Hij heeft er een heel kippenconcern van gemaakt. Hij fokte zijn eigen kippen die dan ook nog de eieren legden die hij voor de bijgerechten nodig had. Hij had zijn eigen restaurants, zijn eigen manier van gerechten opdienen. Het was allemaal prima in orde. Hij is failliet gegaan. Waarom? Omdat hij niet uitging van hetgeen hij zelf kon doen, maar anderen opdroeg een beeld waar te maken dat voor hen niet belangrijk genoeg was.

Hij zou zijn eigen zaak hebben kunnen opbouwen, maar hij zou er geen zakenconcern van kunnen maken zonder gelijktijdig zijn ideaal te laten verwateren of failliet te gaan. Dit is letterlijk gebeurd. Het is niet een verhaaltje dat ik hier zit te vertellen.

Als je zelfwerkzaam wilt zijn, dan moet je het altijd beperken tot datgene, waarvan je zelf de uitvoering in de hand kunt houden. Je moet nooit met grootse dingen beginnen. Niet de hele wereld vrij van atoomwapens. Zorg alleen maar dat ze in de buurt geen katapulten gebruiken, dan heb je tenminste een begin.

Roep niet uit: Iedereen moet natuurlijk voedsel gebruiken! In de eerste plaats worden dan de kosten voor het ziekenfonds te hoog. In de tweede plaats krijg je dan heel veel onnatuurlijk voedsel voor de prijs van natuurlijk. Want er zijn zeker ook mensen die hun zelfwerkzaamheid op winst richten en niet op het product.

Realiseer je gewoon: ik kan voor mijzelf iets doen. Als je gezond wilt leven, dan moet je dat voor jezelf doen, maar dan ook strikt en voortdurend rekening houden met de gevolgen. Je moet je voortdurend aanpassen. Steeds kijken: waar liggen de moeilijkheden voor mij? Hoe kan ik mij werkelijk prettig gevoelen? Wat kan ik werkelijk hiermee bereiken? Als je anderen gaat zeggen hoe ze moeten eten, dan zit je al fout.

Als je gelooft in een God, een eeuwige waarde, een eeuwig licht of wat dan ook, dan is dat prima. Maar alleen met dat geloof leven is onzin. Eerst wanneer je in jezelf de band met die God of met wat dan ook zo sterk kunt maken, dat je iets daarvan buiten je in de wereld kenbaar kunt maken, heb je enige betekenis. Dan hoef je ook niet te verkondigen. Je behoeft het alleen maar aan te tonen.

Als je bezig bent met politiek, dan is het gemakkelijk te zeggen hoe de wereld beter zal worden, maar het is ontzettend moeilijk om haar ook maar één jota beter te maken. Als je nu aan dat maken bezig bent, dan kost je dat zelf enorm veel, maar je kunt iets bereiken. Zodra je ervan uitgaat dat jij weet hoe een ander het moet doen, gaat het verkeerd.

Ik kan mij voorstellen dat hier wordt gezucht, door de een over mijn betoog en door een ander over de ellende in de wereld. Maar lieve mensen, als u zelf iets wilt doen, dan moet je er ook aan denken dat u dat op een doodgewone manier moet leren doen.

Iemand, die geestelijke kracht aan een ander stuurt, moet dat met hetzelfde gemak doen als u een kopje thee voor een ander inschenkt. Een gewoontegebaar. U moet er gewoon aan wennen uw eigen activiteiten niet te zien als iets bijzonders, maar als iets heel normaals. U moet uw innerlijke krachten en uw innerlijke waarden natuurlijk gebruiken, maar u moet niet in verwondering daarnaar staan te kijken. Zeg hoogstens: nou, dat valt me alweer mee.

Zelfwerkzaamheid betekent niet: je bezighouden met de resultaten; die komen vanzelf wel. Neen, je moet je bezighouden met de procedure en die aanpassen aan je mogelijkheden.

Nu kan ik mij best voorstellen dat er veel mensen zijn die zeggen: Ach, het klinkt allemaal erg leuk, maar het is zo van die prietpraat. Dat hoor je overal. Dat is inderdaad waar.

De wereld zit vol mensen die u vertellen hoe u het beter zou moeten doen. De wereld zit vol mensen die, omdat ze het u vertellen, er zelf niet toe komen. Volkomen gelijk. Maar wat ik zeg, heeft ook wel hand en voet.

Wanneer u innerlijk licht beleeft, dan is het een kracht voor u. Als u spreekt over de zekerheid van het innerlijke licht dat voor eenieder bestaat, gebeurt er niets. Als u bezig bent over zelfprojectie en u vertelt hoe een ander het zou moeten doen, dan komt u daar geen steek verder mee. Alleen degene die in zichzelf zijn eigen weg probeert te zoeken, die uitgaat van zijn mogelijkheden, hij kan wat doen. Dan moet hij ook niet zeggen hoe een ander het moet doen, hij moet het zelf waarmaken.

Dat is een van de bezwaren die ik heb tegen uw onderricht. Ik wil niet zeggen dat u slechte leraren heeft getroffen. Er zijn erbij die nooit in het onderwijs hebben gezeten en toch doen ze het heel aardig.

Een ding vind ik erg pijnlijk. Die leraren zeggen tegen u: Denk er nu om dit is zo en dat moet je zo doen. Ja, het is waar. Zo hebben zij het kunnen doen. Maar hoe kunt u het doen? Zelfwerkzaamheid is niet gebaseerd op het klakkeloos volgen van datgene wat een ander als juist voorschrijft. Het is een uitzoeken van wat je zelf kunt, wat je zelf bent, de manier waarop je iets kunt doen.

Neem nu maar het eenvoudigste voorbeeld: Iemand, die links is, kun je rechts leren schrijven, maar het blijft altijd een moeizame kwestie. Links gaat het veel beter, veel vlotter en waarschijnlijk ook veel leesbaarder.

Als wij u geestelijke lessen geven, dan gaan we uit van het gemiddelde van onze eigen waarheid, dat is logisch. Wij zijn wel geest, maar we zijn dat pas geworden nadat we mens zijn geweest. Dat is nu wel geen blaam, dat overkomt u dadelijk ook, maar het betekent toch wel dat we ook onze eigen persoonlijkheid hebben en dat we bezig blijven met wat voor ons belangrijk is. Zelfs als we een cursus of lesgeven.

Nu wil ik er alleen maar voor waarschuwen dat je die dingen niet zonder meer aanneemt. Dat je voor jezelf probeert wat je kunt en wat je niet kunt, wat voor jou aanvaardbaar is en wat voor jou niet aanvaardbaar is. Dat je gewoon zegt: Zo staat het er, zo moet het gaan.

Het is natuurlijk ontzettend gemakkelijk te zeggen als je een knoop wilt aanzetten: Je neemt een draad en steekt die door het oog van de naald. Maar iemand die bijziende is of die bevende handen heeft, zit direct met moeilijkheden. Voor haar is het eerst de vraag: Hoe krijg ik die draad door het oog van de naald? Geloof mij, er zijn mensen voor wie het moeilijker is, om een draad door het oog van de naald te krijgen dan het voor een kameel eens is geweest om door het oog van de naald te gaan in Jeruzalem; dat was namelijk een poort. De kameel kon er wel doorheen, maar voor een dromedaris was het gemakkelijker. Die stootte maar één keer, een kameel twee keer. Het is dus gewoon een kwestie van: wie ben ik? wat ken ik? Wat is uw manier van denken, wat is uw manier van leven? Welke bekwaamheden heeft u zich eigen gemaakt?

Het is natuurlijk heel leuk om te zeggen: wij moeten kransen vlechten. Maar als je altijd boekhouder bent geweest, dan valt dat tegen en kun je misschien beter systematisch iets opbouwen. Iemand, die nog nooit in zijn leven van orde heeft gehoord (dat zijn er heel veel tegenwoordig, dat zijn moderne mensen) die verlangt van anderen een orde die een andere orde is dan de orde die er is, zodat er voor hen nooit iets in orde is behalve wanneer er geen orde is en dan roepen ze om orde.

Maar het gaat er toch niet om wat de regels zijn. Het gaat er niet om wat er vaststaat. Het gaat er niet om wat de leraar zegt. Het gaat erom wat je zelf kunt doen en hoe je het zelf kunt doen.

Nu weet ik wel dat in een menselijk leven de procedure heel erg belangrijk is. Maar in het geestelijke leven gaat het niet om de procedure, het gaat om het resultaat, om de uitkomst. Het hindert niet hoe u de som van uw leven opmaakt, als u maar de goede uitkomst bereikte.

Dat is met de zelfprojectie, de zelferkenning toch ook hetzelfde. Regels zijn heel mooi. Je hebt er misschien wat aan in het begin, maar je zult ze toch moeten aanpassen aan hetgeen je zelf doet en je zelf bent. Als je dat niet doet, zul je nooit tot het beste resultaat komen. Dat is onvermijdelijk.

Ik kan er natuurlijk ook mooie verhalen bij halen. Ik kan de Zwevende Boeddha, Sint-Pieter met nestjes in zijn baard erbij slepen. Iedereen heeft zo zijn eigen trant. Als ik zo zou werken, zou u het misschien mooier vinden, maar ik zou dan niet kunnen zeggen wat ik wil zeggen. Ik ben nu eenmaal iemand die voor de één een oude zeur is, voor de ander een kletskous en voor een derde iemand die toch een beetje wijsheid bezit. Als ik het op mijn manier doe ‑ of u dat nu apprecieert of niet – dan is het om datgene wat in mij leeft en wat ik ben zo goed mogelijk naar buiten te brengen.

Kijk, als ik met een Zwevende Boeddha zit, dan kan ik niet nalaten er iets onder te zetten zodat hij naar beneden lazert. Als ik een Sint-Pieter erbij moet halen, dan kom ik onmiddellijk in het geweer tegen allerlei kerkelijke misvattingen. En dat zou nog veel vervelender zijn dan u nu moet aanhoren.

Dus, pas alles zoveel mogelijk aan jezelf aan. Kijk wat je kunt doen. Zeg niet wat je moet doen. Vraag je innerlijk af wat je kunt doen en doe dat eerst, dan kun je van daaruit verder gaan. Maak van je geestelijke en andere prestaties geen wonder. Ze zijn er nu eenmaal. En als je er zelf over verbaasd bent, heb je onvoldoende zelfkennis. Pas als het allemaal natuurlijk voor je wordt, heel gewoon, kun je verder komen.

Iemand, die zijn innerlijke waarde en krachten gebruikt, kan dat doen zonder zich zelfs maar ervan bewust te zijn dat hij iets doet wat voor een ander vreemd is. Hij maakt gewoon zichzelf waar. En als je daarbij dan niet alleen kijkt naar: “o, wat mooi dat ik het mag doen” maar: “Hé, ik heb toch iets gedaan”’, dan komen we verder.

Ik heb Zelfwerkzaamheid boven dit geheel gezet. Ik weet niet of het niet een beetje pretentieus is. Maar ik geloof één ding: dat als u gewoon vanuit uw innerlijk durft werken niet met de kracht die een ander u oplegt of voorstelt, maar met datgene wat u zelf weet dat het meest juiste is, het meest sprekende, het meest belangrijke, dan geloof ik dat u werkelijk wat bereikt.

Nog een raad: Nooit verder springen dan je touw lang is. Grootse dingen wachten op ons, zeker. Maar het zijn de kleine dingen waardoor we verder komen. Doe het nu gewoon maar stapje voor stapje. Hoe meer je alles ineens wilt, hoe minder je bereikt. Hoe meer je probeert een begin te maken, hoe meer de voleinding nabijkomt. Dat is een kunst die een hele hoop mensen nog niet verstaan.

Zelfwerken betekent: niet bezig zijn alleen met het eindproduct, maar opgaan in elke fase, steeds weer jezelf en je mogelijkheden afmeten aan de moeilijkheden die er voor je bestaan. Als je dat doet, dan heb ik zo het gevoel dat je het bereikt.

Ik kan niet uitmaken, of u zelf vindt dat u wat bereikt. Dat zult u zelf moeten nagaan. Van één ding ben ik overtuigd: dat een mens, die uitgaat van datgene wat in hem leeft, gebruik maakt van de mogelijkheden die hij bezit en niet kijkt naar een ver doel maar alleen eerst eens probeert, of hij tenminste iets van hetgeen hij zou willen nastreven nu kan waarmaken, aan het eind het verste komt. Hij bereikt het meest.

Het is niet aan mij u te zeggen wat u moet gaan doen. Ik zou alleen willen zeggen: Houd het eenvoudig. Denk er goed over na wat u werkelijk wilt en begin er dan aan met één klein detail. Dan bent u na enige tijd misschien in staat om het geheel te bereiken. Probeer nooit een geheel waar te maken, want dat lukt u toch nooit.

Begrijp, dat u uw innerlijke mogelijkheden kunt versterken; niet door u ineens tot de totaliteit te wenden, maar door iets te beseffen van het beetje licht dat er in u woont en daarvan eerst eens gebruik te maken. Het zijn de kleine dingen in jezelf en buiten jezelf die het je mogelijk maken te groeien en te bereiken. Daarom moet je zelf werken. Niet afwachten of een ander het kan doen. Als je geen uitweg meer weet, roep dan maar iemand aan. Maar begin eerst zelf iets te doen. Dan kom je er, anders bereik je niets.

Zeg ook niet dat een ander anders moet zijn. Vraag je alleen maar af hoe je zelf zou moeten zijn. Als je dat doet, dan kom je eindelijk tot dat belangrijke punt waarop de harmonie en de zelferkenning samenvloeien. Wie zover komt, heeft alle krachten die hij nodig heeft om al datgene waar te maken waartoe hij ook maar enige vaardigheid bezit.

Proef op de som

Als wij niet zeker zijn of hetgeen wij hebben berekend juist is, dan rekenen wij terug. Dat is de proef op de som. Als wij in ons bepaalde dingen hebben ontdekt, dan kunnen we misschien eerst eens kijken wat we daarmee bereiken en dan van de bereiking terugzien of onze veronderstellingen wel juist zijn geweest.

In het hele leven ‑ in welke wereld dan ook ‑ is het voor ons belangrijk dat wij de proef op de som steeds weer nemen, dat we ons steeds weer afvragen: Is dit een waarheid die ook buiten mij kan bestaan? Is dit een waarheid zoals het in mij bestaat?

Wie de proef op de som niet neemt, leeft langzamerhand zeker in een waanwereld. Een wereld van toenemende zelfaanbidding en zelfverdwazing. Wie voortdurend durft nagaan wat er werkelijk wordt bereikt, wat er werkelijk is gedaan, zal zich steeds veranderen, niet in overeenstemming met zijn eigen droombeelden, maar in overeenstemming met een werkelijkheid waarvan hij deel uitmaakt. Daar wij deel uitmaken van het geheel hebben wij die proef op de som nodig om niet van het geheel te vervreemden. Integendeel om ernaar toe te groeien en steeds meer onszelf daarmee verbonden te weten.

Of dat juist is, kunt alleen weten als u de proef op de som neemt. En aangezien u over het algemeen nog in een toestand bent waarin dat nog niet nodig is, geef ik u de raad te wachten tot na het overlijden waarna u ruime mogelijkheden worden verschaft om een dergelijke proef op de som te nemen. Zelfs ten aanzien van de wereld waarin u denkt te bestaan.