16 april 2004
Bijna-doodervaringen (BDE’s)
Aan het begin van de bijeenkomst moet ik u mededelen dat wij sprekers van deze groep niet alwetend noch onfeilbaar zijn. En dat u zelf dient na te denken over hetgeen gebracht wordt. Mag ik dan vragen welk onderwerp u voor vanavond voorzien had?
Ja broeder, we hadden graag vanavond wat meer geweten over bijna-doodervaring.
Zoals je wil. Bijna-doodervaringen. Zoals je het zelf komt te zeggen, heeft dit weinig of niets met de dood te maken. Of je bent in leven, of je bent aan onze zijde.
De ervaringen die de mens naar voor schuift als bijna-doodervaringen, kun je op twee gebieden plaatsen. Een eerste gebied – en dan spreken we louter over hersenwerking – en om het zacht uit te drukken, een serieuze stoornis in de communicatie. Is louter technisch. Dan kan de mens een emotie ondergaan, opgewekt door bepaalde secreties van klieren in het lichaam, plus de gegevensbank die de hersenen zijn. En naargelang hij of zij in de tijd voorafgaande ooit verhalen heeft gehoord, gelezen over bijna-doodervaring, zal er een soort vertaling ontstaan waarin de persoon dus meemaakt dat hij zogezegd aan het overgaan is. Dit heeft met werkelijk overgaan of sterven heel weinig te maken, en we kunnen dit klasseren onder een louter fysiek verschijnsel.
Wanneer de persoon die het meemaakt – misschien zonder dat hij of zij het weet – gevoelig is, beetje helderziend of helderhorend, dan zal heel gemakkelijk door de hersenen beelden aangemaakt worden, waardoor de persoon zichzelf ziet, enz. En daar krijgt u dan in veel gevallen de fameuze verhalen van: ik stond naar mezelf te kijken, of ik ging door een tunnel, enz.
Tweede – en dat is interessanter van bijna-doodervaring – is niet direct een doodervaring, maar wel dat op het moment dat de mens zich bewust wordt van hetgeen hij meegemaakt heeft, hij eigenlijk een vertaling doet van een uitreding. Een uitreding die door het lichaam niet kan geplaatst worden, omdat het voor een stoflichaam onmogelijk is van een geestelijke uitreding te vertalen. Dus wat gebeurt er? Er gaat via de hersenen een omzetting gebeuren, waardoor dat degene die is uitgetreden het idee krijgt dat hij op dat moment zogezegd aan het sterven was. Dan krijg je ook weer de beelden van: ik heb daar geweest, of ik heb die gezien, enz.
Aan het tweede is het heel interessante dat, wat betreft uw eigen geest, deze waarschijnlijk op dat moment voor u leerscholen heeft opgedaan, die overgebracht worden naar het lichaam, waardoor dus dat achteraf, en ik denk dat iedereen dat kan opmerken bij de mensen die spreken over doodervaring, dat zij veranderd zijn, dat zij dus iets meegemaakt hebben wat ze eigenlijk niet kunnen plaatsen. Door de uitreding die zij op dat ogenblik doorgemaakt hebben, zijn er nieuwe mogelijkheden voor dat lichaam ontstaan en zie je dikwijls dat deze mensen na deze ervaring een andere weg gaan bewandelen.
Ik denk dat ik zo ongeveer alles wat met doodervaring, of bijna-doodervaring te maken heeft, heb omschreven. Op het ogenblik dat het woord ‘bijna’ wegvalt, dan krijgen we natuurlijk een andere situatie. Dan krijgen we de situatie van iemand die wel degelijk overgaat. En daar zit wel een serieus verschil met de ervaring van bijna. Iemand die stervende is – en dat wil ik hier toch accentueren – en die naar onze zijde komt, begint daar eigenlijk aan ongeveer plusminus dertig dagen voor de werkelijke overgang.
Dat is al het verschil met een bijna-doodervaring, want dat is een momentopname. Degene die overgaat, bereidt zich eigenlijk, of beter gezegd uw geest – want zo moet ik het uitdrukken – bereidt zich voor op het loslaten van het lichaam. Het is als het ware, u hebt een oude auto die begint te mankeren, je hebt al een paar maal in panne gestaan, en je begint erover te denken om een nieuwe, een ander voertuig te gaan zoeken. Zo gaat het met de geest ook. Of het voertuig voldoet niet meer aan de eisen, dit kan ook. Bijvoorbeeld zou het kunnen zijn dat na een bijna-doodervaring, de geest vindt dat het voertuig op dat moment niet meer aan de norm voldoet, die voor hem noodzakelijk is, om na zijn uitredingsopleiding, om het in mensentermen te zeggen, verder te kunnen met dat lichaam.
Dan zal de geest proberen een optie te vinden naar een andere mogelijkheid, en de eerste optie is natuurlijk dat hij terug naar onze zijde komt. Goed, dan begint de voorbereiding, juist zoals u zegt: mijn oude wagen doe ik weg, en ik wens er een nieuwe. U gaat dan ook op zoek naar wat uw mogelijkheden zijn.
U zult misschien uw bankrekening even controleren, u zult misschien bij verschillende dealers gaan nakijken en dus alles mooi op een rijtje zetten, vooraleer u beslist welke wagen er voor u, als nieuw voertuig, het beste past. Nu, voor de geest ligt het zo dat hij ongeveer de periode van een dertigtal dagen nodig heeft om zich te heroriënteren. Dit wil zeggen: hij gaat dus steeds intenser contact leggen met onze zijde.
Vanuit onze zijde, en de meesten onder u zullen dat misschien wel weten, bestaat er dus een afhaaldienst, zoals wij dat hier altijd uitgedrukt hebben. Dat wil zeggen: dat zijn entiteiten die zich gewoon bezighouden met de mens die stervende is, die naar onze zijde gaat komen. Op dat ogenblik zijn er al verschillende uitwisselingen, tot het moment dat de geest dus werkelijk de beslissing neemt, om het zo uit te drukken, van het lichaam los te laten.
Op het ogenblik dat de geest het lichaam loslaat, dat – zoals het zo mooi uitgedrukt wordt, vooral in oosterse filosofieën – de gouden koord gebroken wordt, is de scheiding tussen de geest en het lichaam definitief. En dan gaat de geest gewoon verder zijn gang in de sferen. Hier ook is het niet zo dat iedereen hetzelfde doormaakt, of iedereen in dezelfde sferen komt.
Naar gelang uw eigen geestelijke bewustzijn zal je bijvoorbeeld, hetzij in een nevelsfeer, hetzij in een zomerlandsfeer, hetzij in een hoog-zomerlandsfeer, enz. terechtkomen. Buiten nog vele andere sferen, maar ik ga het u besparen een opsomming te maken van al wat er bestaat, maar je komt in een sfeer terecht, die aan de hand van de voorbereiding, als het ware, voor u het beste past. En die voorbereiding in tijd, in de stof, heeft bijgedragen dat je ook, in vele gevallen, wanneer alles een beetje op het licht is georiënteerd, je de juiste begeleiders hebt die, eens je aan onze zijde bent, u verder kunnen helpen.
Hou er dan nog rekening mee, dat de periode van aanpassing aan de nieuwe sfeer waar u zich in begeeft, kan lopen van een kleine drietal dagen tot ongeveer een zes, zeven dagen voor de doorsnee-geest die overkomt. Het kan in sommige gevallen sneller zijn, en in andere gevallen kan het soms langer duren. Eens de geest is aangepast, gaat hij dus gewoon zijn gang verder in de sfeer.
Dus je ziet, er is een groot verschil tussen een doodervaring, het werkelijk overgaan, het werkelijk loslaten van het lichaam, dat volledig te maken heeft met de bevoertuiging, met uw eigen geest, of de bijna-doodervaring die we kunnen opsplitsen in twee grote delen. De eerste, de louter stoffelijke gegevens, en tweede, de interpretatie van een uitreding die vertaald wordt naar een doodervaring. Bijna-doodervaringen moeten niet altijd optreden, want misschien denken jullie dat bij ongelukken of bij ziektes, bijna-doodervaringen kunnen even sterk optreden in een gewone slaap als bijvoorbeeld bij een accident.
Goed, ik denk dat ik zo voor jullie een klein beeld heb gevormd. Zijn jullie nog allemaal mee? Goed, zijn er mensen die hier dringend vragen over hebben?
Vragen
U zegt dat er ongeveer een drietal dagen nodig zijn om die overgang te maken. Maar dan kom je toch in een tijdloze sfeer toe?
Ik tracht voor jullie een zo duidelijk mogelijk beeld te geven van wat overgang inhoudt. De drietal dagen is de oriënteringsperiode die een entiteit nodig heeft. Bij ons, aan onze zijde, bestaat geen tijd en geen ruimte zoals jullie zich kunnen voorstellen. Maar, voor een geest die overgaat, let wel, die moet zich terug aanpassen en gaat in de beginperiode voor de meesten, in welke sfeer zij ook zich bevinden, de noodzaak voelen van dit nog te vertalen in zijn oude gewoonten. Zoals, en ik zal u dat trachten duidelijk te stellen, wanneer u een oude wagen hebt gehad, waar u een stuurversnelling aan had, en u koopt een nieuwe met een grondversnelling, dat u in de eerste periode, wanneer u met die wagen rijdt, zonder erbij stil te staan, nog altijd naar die stuurversnelling zult grijpen, tot je bewust beseft van: hé, nee, het is nu anders. Dat maak je mee, ook op de moment dat je overgaat. En daarom is het zo belangrijk dat op dat ogenblik er ook begeleiding is, dat de afhaaldienst u daar dus in begeleidt en in meevoert. Je moet het bekijken als zijnde geboren worden in de geest. Voor u is het terug heroriënterend. Zoals voor de geest die in een stoflichaam komt en geboren wordt, ook met dat stoflichaam terug moet leren omgaan. Alleen duurt dat wat langer. Je hebt in de stof jaren nodig om terug dat lichaam volledig te controleren en er werkelijk iets mee te doen. Dat geluk heb je, als je aan onze zijde komt dat dat niet nodig is en dat dat op zeer korte tijdspannen realiseerbaar is. Maar ik moet het in tijd van jullie uitdrukken, want anders is het voor u helemaal onbegrijpbaar.
Dus niet iedereen komt in Zomerland terecht?
Iedereen komt eigenlijk in de sfeer terecht die in hem of haar leeft. Het grote probleem bij overgang voor velen is dat men geen afstand wenst te doen van zijn eigen wereld. Daarmee bedoel ik het volgende:
Stel, je hebt op de wereld een bepaald begeertepatroon aangehouden. Je komt aan onze zijde. Daar is dat niet meer. Je hebt geen vat meer op hetgeen je dacht vat te hebben.
Stel, u bent moeder-overste in een klooster geweest. Ik zal het even zo stellen. En u gaat over. U denkt van: nu staan de engelen en God op mij te wachten, want ik heb het toch zo goed gedaan. Gans mijn leven het klooster gedirigeerd. Iedereen op zijn verplichtingen gewezen. En ik heb zelf ook zeer veel gebeden. Dus ik ben eigenlijk dus toch de uitverkorene. Ja, goed zeg. Kom je aan onze zijde, en wat zie je dan? Nu, daar is geen God op een troon. Daar staan geen engelen met palmtakken te zwaaien, omdat je daaraan komt. Hoogstens heb je misschien, als je geluk hebt, een pastoor die daar staat, om, als je misschien in uw leven een oog hebt gehad op een pastoor, u mee te krijgen. Want anders zeg je: Nou, ik hoor hier niet thuis. Begrijp dus goed. Je komt dus met al uw begeerte-elementen, uw verlangens, uw verwachtingen aan onze zijde. Ja, maar daar is het wel even anders. En als je dan geen oog hebt voor degenen die u afhalen, of geen oog wilt hebben, alhoewel, ik moet zeggen, bij ons zijn er die serieus theater kunnen spelen. Ja, maar dat is waar, want je moet de mens die overgaat, de geest die overkomt, gerust kunnen stellen. Iedereen die aan onze zijde komt, is niet zo bewust dat die direct alles maar kan plaatsen. Daar moet je rekening mee houden. Dus, op het ogenblik dat daar de juiste entourage is gemaakt, dan zal moeder-overste misschien meegaan. Maar dat kun je maar even volhouden, want wil je dat moeder-overste aan onze zijde verder geraakt in de evolutie, in ook de weg naar het licht en de bewustzijnsevolutie, dan moet ze tot het besef kunnen komen, dat al hetgeen waar zij zoveel waarde aan hechtte, om te beginnen misschien het geloof en dan de macht die ze had, omdat ze hoofd was van iets en dan het verlangen dat ze had om gelauwerd te worden om het leven, wat ze gedaan had. Dat valt allemaal weg, dat is er niet. Je wordt gewoon met uzelf geconfronteerd, wie je bent, wat je bent. Je ziet uzelf, maar – en dat is belangrijk – ook elke andere entiteit ziet u volledig zoals u bent. En als u dat kunt aanvaarden, als u kunt zeggen van: Oké, dat had ik verwacht, zo had ik het gezien, maar nu besef ik dat dat maar mijn eigen begeerte was, mijn eigen wenselijkheid en dat dat eigenlijk niks te maken heeft met de werkelijkheid. Wel, op het moment dat je dat kunt aanvaarden, dan ben je vertrokken. Maar op het ogenblik dat je per se wenst van: ik wil houden wat ik had, ik wil de stempel hebben van wie ik was, zuster-overste, dan gaat het niet. Dan sluit u zich volledig af, u maakt als het ware een cocon van duister rondom u, omdat u weigert te zien wat er verder is. En dan blokkeer je.
Het is van belang, en ik zou zeggen: Begin in dit leven er al mee. Bindt u zo weinig mogelijk aan zaken. Zeg niet: Dit is allemaal van mij. Maar bezie het leven als zijnde een geschenk dat je gekregen hebt, en elke dag opnieuw kun je daarvan genieten, mits je zegt: Ik laat de anderen daarin meedelen. Tracht te leven gebruikmakende van de gaven die je gekregen hebt, en deel die met degenen die rondom u zijn, zo goed mogelijk. Tracht een zo goed mogelijke harmonie te hebben. Wanneer dan uw leven ten einde is, en u komt aan onze zijde, ga je niet het probleem hebben van: Verdraaid, ik dacht dat ik veel bezat, maar ik sta hier met lege handen. En dat is belangrijk te beseffen.
Denk eraan, aan onze zijde bestaat niet mijn eigendom, mijn man, mijn kinderen, mijn partij, mijn bankrekening, enzovoort. Het bestaat er gewoonweg niet. En ik kan u gerust vertellen, er zijn er veel aan onze zijde, of die aan onze zijde komen, die het spijtig vinden dat hun bankrekening nog zo vol was op het ogenblik dat zij de aarde verlieten. Want als ze dan zien wat hun erfgenamen ermee doen, ja, dan is het wel een ontnuchtering. Maar dat helpt soms wel om de zaken te vergeten en los te laten.
Hoe kan een psychosociaal therapeut het beste een persoon bijstaan die problemen heeft met het verwerken van een bijna-doodervaring?
Mag ik cru zijn? Door zijn mond te houden. Neem mij niet kwalijk, maar op het ogenblik is het zo dat in vele gevallen degenen die in uw maatschappij bezig zijn met psychologische begeleiding – en of het nu een psycholoog of een psychiater is, maakt weinig uit – zijn mensen die de verkeerde achtergrond hebben om zulke zaken te begeleiden. Omdat zij ervan uitgaan dat dood dood is. Omdat zij zelfs niet aandurven te kijken hoe de zaken zouden kunnen in elkaar zitten. En dat is het grote probleem op het ogenblik in uw maatschappij. Men gaat ervan uit: ach, het is allemaal het gevolg van het onderbewustzijn. En wanneer we er dan een beetje scheikunde aan toevoegen, een pilletje van dit of een pilletje van dat – de farmaceutische industrie moet ook leven, nietwaar? – dan zijn ze wel braaf en dan gaat het wel. Maar dat is een verkeerde benadering.
De beste benadering zou zijn, dat men zo een persoon laat uitpraten, dat men luistert, dat is al heel moeilijk, dat men luistert wat die persoon te zeggen heeft, en eventueel de persoon dus duidelijk te maken, dat enerzijds er wel degelijk iets gebeurd is, maar dat dat nog steeds niets te maken heeft met overgaan, met sterven. Maar dat het eerder te maken heeft met een droomgebeuren, en in sommige gevallen misschien een kwade droom, omdat bij sommigen het soms niet al te positief overkomt. Er zijn er die door een tunnel gaan met licht enz., maar er zijn er ook die in een omgeving komen waar ze niet anders zien als demonen. Het hangt een beetje van de persoonlijkheid af en een beetje van wat in de persoon zelf leeft.
Dus op het ogenblik dat je de persoon erover kunt laten praten, dat je de zaken naar boven kunt laten komen, zul je hem al het best helpen. En een tweede punt wat eventueel ook nog mogelijk zou zijn, is via bepaalde hypnosetechnieken bepaalde barrières op te heffen, en eventueel zelf, wanneer het noodzakelijk is, bepaalde nieuwe barrières in te stellen. En dan denk ik dat je al heel ver gaat komen.
Wat is er bij de broeders bekend over de stof kematine (? creatine, red.) die tijdens een bijna-doodervaring en misschien ook bij het echte sterven vrijkomt in de hersenen?
Nu, ik ben geen scheikundig specialist, ik ken die stof dus persoonlijk niet. Ik zou het kunnen navragen, maar ik denk dat dit weinig belangrijk is. Wat ik u wel kan zeggen is dat de mens op het ogenblik de grote fout maakt van overal bepaalde stoffen uit te lichten.
Een menselijk lichaam is een groot geheel en op het ogenblik dat je zegt één stof zal dat veroorzaken, zit je al op de verkeerde weg. Het is een samenspel van zeer vele stoffen die dus een bepaalde reactie mogelijk maken. Een menselijk lichaam bestaat uit cellen; dat weet u. Elke cel kun je bekijken als zijnde een klein individu dat zijn eigen taak, zijn eigen opdrachten heeft en – klinkt misschien raar – ook zijn eigen denkwereld heeft.
Een gans lichaam is een samenspel van die cellen. Geen enkele cel van het lichaam is als dusdanig overbodig. En op bepaalde ogenblikken, door bijna-doodervaring, laat het mij zo zeggen, kan het zijn dat op een gegeven ogenblik bepaalde stoffen meer worden afgescheiden als andere.
Maar, ik zeg er u direct bij, en dit is toch belangrijk, want dat accent wil ik wel leggen, dat die stoffen ook zullen afgescheiden worden op het ogenblik bijvoorbeeld dat jij een uitreding doet zonder dat je het zelf beseft, gewoon in uw slaap. Dat die stoffen ook zullen afgescheiden worden wanneer dat je bijvoorbeeld een nachtmerrie doet. En daar houdt men allemaal te weinig rekening mee, omdat men veel te ver is gegaan in het uiteenrafelen van veel zaken, waardoor men wel een beeld krijgt van een detail, maar dat detail niet kan plaatsen in de werking van het geheel, met alle gevolgen van dien.
Het is bijvoorbeeld opvallend dat in uw moderne medische denkwereld men steeds meer organen vindt die van geen belang zijn in het menselijk lichaam. Voor zover mijn laatste informatie geldt, heeft men nu ontdekt dat de gal voor niets nodig is, dat dus uw galblaas een totaal overbodig instrument in uw lichaam is. Goed, dat had men gedacht van uw amandelen, dat heeft men gedacht van de blindedarm, en nu hebben ze het nieuw gevonden, de galblaas is voor niks nodig.
Wel kijk, zulke ideeën dragen ertoe bij dat je steeds meer en meer het menselijk lichaam gaat verkeerd benaderen. Van de amandelen weten we nu dat zij wel belangrijk zijn, want dat zij een eerste bastion zijn om uw lichaam te verdedigen. Van uw blindedarm weten we dat zij ervoor zorgen dat uw mens een recht reactievermogen heeft.
Mensen die de blindedarm zijn afgenomen hebben geen recht reactievermogen meer. Maar goed, men heeft het eerst allemaal moeten waarnemen en ondervinden om dit te kunnen vaststellen. En nu gaan ze bijvoorbeeld zoveel mogelijk de gal wegnemen, dan ga je weer opmerken dat andere ziektepatronen zich zullen voordoen.
En zo zie je maar hoe men zaken totaal in een verkeerde context bekijkt, maar wel gedurende soms tientallen jaren als evangelie naar buiten brengt, met al gevolgen van dien. Goh, excuseer voor de afwijking, maar ik hoop dat het voldoende is.
Mag ik aan u voorleggen, er is in Nederland een aantal jaren geleden een grote bijeenkomst georganiseerd van allemaal mensen die een bijna-doodervaring hebben gehad. En de algemene lijn daar was er een, dat al deze mensen een euforische beleving hadden gehad, die hen een heimwee heeft bezorgd en met dat heimwee een enorme andere richting in hun leven zoals u reeds benoemde. Die euforie is die een beetje een echo van de sfeer waarin u leeft? En degenen die een angstige ervaring hebben gehad, want er waren er een paar, het merendeel was verrukt over wat beleefd was, maar een paar die hadden een angstervaring gehad. Waren die in hun denken eigenlijk angstiger dan ze zich bewust waren? En die euforie, is dat niet een soort geluksgevoel zoals waar we u om benijden kunnen?
Nou, of je mij moet benijden dat weet ik zo nog niet, hoor. Kijk, ik wil een paar zaken naar voor schuiven.
U zegt de mensen zijn samengekomen en het merendeel had het dus over een euforische ervaring. Nu goed, één zaak mag je niet uit het oog verliezen: degenen die een demonische ervaring hadden, degenen die een ervaring hadden van gruwel enz., dat zij niet direct stonden te springen om dat naar voor te schuiven.
Omdat bij veel mensen, wanneer zij zo’n ervaring doormaken, zij beseffen dat zij misschien toch wel ergens iets verkeerd aan het uitspoken zijn. De anderen die een euforische ervaring hebben gehad, ja, die denken van zichzelf: wij zitten al in het Licht en wij zijn al redelijk ver aan het gaan. Tot mijn grote spijt, lieve dame, beide partijen hebben het fout voor.
Het kan effectief zijn dat degenen die de euforie hebben meegemaakt redelijk positief ingestelde mensen zijn, dat zul je mij niet horen zeggen, maar het is niet noodzakelijk omdat degenen die demonen gezien hebben of andere gruwelijke zaken, dat zij negatief waren ingesteld. Want zoals ik reeds in het begin naar voor heb gebracht, de meeste doodervaringen, buiten de bewuste uitredingen, de meeste doodervaringen hangen samen met het stoffelijk lichaam. En wanneer je toevallig galstenen hebt en je doet een bijna-doodervaring, kan het zijn dat deze enorm gruwelijk is.
Want dat de inwerking van de gal, en zeker van de galstenen – misschien een nadenkertje voor degenen die aan het beweren zijn dat de gal niet nodig is – wel, die kunnen oorzaak zijn dat je zulke gruwelijke ervaring opdoet. Maar het is louter stoffelijk, dat heeft niets te maken met je eigen geest op dat moment. Langs de andere kant kun je iemand hebben die toevallig een opwekkende stof heeft genomen – zoals ik dat mooi mag zeggen in deze maatschappij – en die dan ook een bijna-doodervaring doet, wel, die gaat de engeltjes zien vliegen in zijn tunnel van wit licht.
Begrijp mij goed, dat zijn louter stoffelijke ervaringen waar de geest niets mee te maken heeft. Het is heel moeilijk de mens duidelijk te maken, dat wanneer hij een euforische ervaring heeft, van ik ben bijna dood en ik heb God bijna op zijn troon zien zitten, dat dat niet betekent dat je zo’n lichtend wezen bent. Het omgekeerde zal gemakkelijker aangenomen worden, wanneer je zegt, ja, omdat je daar de demonen hebt gezien, wil het niet zeggen dat je al de duivel bent.
Begrijp mij goed, dus je bent hier met lichamelijke, fysieke zaken bezig, en dat is toch belangrijk dat te beseffen in gans die context. En om dan de rest te vertellen, u zegt de sfeer waar wij inzitten. Kijk, je moet ons een beetje zien als handelaars in positiviteit, nietwaar, om het zo uit te drukken.
Iedere sfeer waar de geest zich in bevindt, heeft zijn voor- en zijn nadelen. Perfectie bestaat niet, want dan waren wij terug in de oorsprong, of bij de oorsprong. Maar, en dat moet ik wel zeggen, ik heb er geen spijt van dat ik op het ogenblik geen stoflichaam heb.
Als ik zie wat problemen jullie tegenwoordig allemaal meemaken en hebben, dan denk ik, ja, ik kan nog wel een tijdje aan onze zijde blijven. Wij hebben tenminste geen last van alle mogelijke wetten, van alle mogelijke fictie, want zij nu eerlijk, jullie hier in het Westen, jullie leven zogezegd in een luxe. Maar wat kost het jullie? Wie heeft er iets aan? Wanneer ik dat vanuit onze zijde zo bekijk dat de gemiddelde Vlaming hier – maar je mag dat uitbreiden, zo goed naar Nederland als naar Frankrijk, als naar Duitsland – elke dag een hoeveelheid pilletjes nodig heeft om nog rond te draaien. Ja, dan is nog maar de vraag: is dat allemaal toch zo prachtig? En die last hebben wij aan onze zijde helemaal niet. Wij zijn zoals we zijn, en dat is het grote voordeel.
En goed, ik weet wel, je kunt bij ons in Zomerland vertoeven, en daar kun je een mooi parkje opbouwen, of je kunt daar een prachtige stad vormen, enzovoort. Want uw gedachten maken het. En je kunt zelfs verder uitfladderen naar Hoog-Zomerland, enzovoort. Maar uiteindelijk zelfs als je dat doet, als je daarin leeft, weet je: het is mijn eigen beeld, mijn eigen illusie. En voor sommigen onder ons is dat aangenaam en blijven zij daar redelijk lang een tijd vertoeven.
Waarom ook niet, wanneer je op vakantie gaat, geniet je ervan. Maar uiteindelijk ga je verder. Uiteindelijk begint zelfs dat prachtige Zomerland, dat mooie Hoog-Zomerland dat je kunt opbouwen enz. u te vervelen. En dan ga je verder in dat Licht zoeken. En hoe verder je gaat, hoe meer dat die vormwerelden verdwijnen. En hoe meer dat je opgaat in dat Licht, hoe meer dat je ervaring opdoet, dat op een ogenblik weer dat je zover bent gekomen, dat je niet meer verder kunt. Omdat je nog zaken moet leren in u opnemen. Want het is voor de mensen heel moeilijk te begrijpen.
Want we spreken hier over sferen. We spreken hier niet over stof. En ik kan wel zeggen, dat dat wel, op het moment dat je zo verder kunt gaan – als ik het in jullie termen zou uitdrukken – een heel aangenaam gevoel is.
Maar, je kunt dat niet verklaren als een individueel gevoel, want hoe verder je in dat Licht gaat, hoe meer dat je opgaat in dat geheel, hoe meer dat je dat met de anderen deelt, als het ware. Maar goed, dan zijn we al heel ver van onze doodervaring.
Een vraag die niet direct met mijn ervaring te maken heeft, maar met wat u net zei. Het Licht, is dat een sfeer, één van de sferen, of is dat zoiets als iets overkoepelend? Want ik stel u die vraag omdat ik graag zou willen weten hoe het komt dat iemand hier op aarde in het Licht terechtkomt, of in die sfeer kan leven, in het Licht kan leven terwijl hij hier is. En daarom vraag ik mij af of dat een lichtsfeer is, of dat dat iets is dat allesomvattend is?
Kijk, het Licht zoals wij het zien – of beter, ik wil dit corrigeren, zoals ik het zie vanuit onze zijde – is eigenlijk die grote kracht, die universele kracht. Sommigen zullen die vertalen als God, anderen zullen daar weer andere namen aan geven. Je kunt dat enkel doorleven, je kunt dat niet omschrijven, je voelt dat aan, dat is er, je geraakt daardoor volledig vervuld. En hoe verder je doordringt in dat Licht, hoe minder je als individu functioneert. Hoe meer dat je opgenomen bent in dat grote geheel, zo voel ik het aan.
Maar op het ogenblik dat je dat Licht ervaart, ervaar je ook het duister. En hoe verder je in dat Licht gaat, hoe meer dat je ziet dat licht en duister één geheel is, één evenwicht. Dat die ganse kosmos, die ganse schepping, in een evenwicht is. En dan zie je dat hetgeen wat je als duister ervaren hebt vroeger, blijkbaar even lichtend is geweest als hetgeen wat jij als lichtend ervaren hebt.
Als mens is dit moeilijk te volgen. Maar om de kosmos te laten bestaan, om het zo uit te drukken, heb je dat evenwicht nodig. Je kan geen licht waarnemen, wanneer je geen duister kent en je kan geen duister waarnemen wanneer je geen licht kent. En hoe meer je doordringt in het één, hoe sterker ook het ander zich manifesteert. En hoe meer dat je gaat die harmonie, die dat ganse geheel is, gaat aanvoelen. En dan kan ik zeggen, op bepaalde momenten, in uw evolutie ook als geest, loop je vast. Je loopt vast omdat je beperkt bent in het kunnen erkennen van die harmonieën. Dan zeg je, dit kan toch niet? En dan moet je terug uit die beperktheid, dan ga je weer even een andere richting, totdat je kunt ervaren van het kan wel. En zo ga je steeds verder.
En dan kan het gerust zijn, dat op een bepaald moment, wanneer je in menselijke termen uitgedrukt, redelijk ver in het licht bent, heel bewust naar deze aarde terugkomt. Je incarneert dikwijls in ellende, in miserie, om daar iets door te maken dat u in uw weg, in uw evolutie, heeft geblokkeerd. En dikwijls die emotie, die ellende, is dan voldoende om de link te kunnen leggen en weer verder te kunnen.
Want je moet niet denken dat een mens die hier op aarde rondloopt en die bijvoorbeeld het heel, heel goed heeft, dat die daarom een heel lichtende persoonlijkheid is. Je zou wel eens een straatveger kunnen tegenkomen die veel verder staat in zijn totale evolutie, dan bijvoorbeeld degene die u komt aanpraten hoe groot God toch wel is.
Wees daarom zeer voorzichtig met in de stof te zeggen van: Oh, dat is toch lichtend. Vanuit stoffelijk oogpunt kan dat misschien kloppen, maar in de kosmos kan het wel even anders liggen. Ik hoop dat ik u iets heb kunnen laten aanvoelen, want woorden voor dit uit te leggen bestaan er niet. Dit is werkelijk: ervaren.
Nu maakt u me toch nieuwsgierig, hoor, broeder.
Nu, dat is toch een eigenschap van de dames tegenwoordig. In mijn tijd was dat ook zo.
Als ik het goed begrijp…. Je komt aan jullie zijde, oké. Daar moeten eigenlijk je begeertepatronen enz. worden achtergelaten wil je verder kunnen. Maar uiteindelijk bestaan de beide zijden: licht en duister. Volgens wat ik begrijp werken jullie lichtend. Maar uiteindelijk zit je ook met dat andere stuk. Hoe gaat dat eigenlijk in de geest, als jullie dan toch geen last hebben van materieregels en begeertepatronen. Hoe gaat het dan bij jullie eigenlijk?
Nu, ik zou zeggen, kom eens kijken, dan weet je het. Als je daar zo nieuwsgierig voor bent… Je bent welkom, hoor. Geen probleem.
Ik denk dat u zich zorgen maakt over iets dat nog niet voor u aan de orde van de dag is. Dus, maar hoe gaat het bij ons? De kosmos is één groot evenwicht. En daar trachten wij ons ook in te verplaatsen.
En nogmaals, wat ik daarstraks heb trachten te laten aanvoelen: u denkt te zwart-wit. Het duister dat u hier in de stof als duister ziet, kan licht zijn en omgekeerd. Kijk, hoe kan ik dit nu het best in de stof naar u toe vertalen?
Stel u voor, u hebt honger en er is spijs. Maar uw spijsvertering is eigenlijk niet goed in orde. U hebt een beetje problemen met de spijsvertering. Maar uw honger drijft u naar een groot pak friet met mayonaise en alles op en aan. Nu, op zich kun je stellen, is een pak friet en mayonaise heel goed om de honger te stillen. Er is niks fout mee. Alleen in het geval van u, op het ogenblik dat in de spijsvertering iets niet in orde is en u gaat dit pak friet en mayonaise eten, dan zou u het zich wel eens kunnen beklagen. Dan is die friet met mayonaise voor dat voertuig op het ogenblik des duivels. Begrijp je wat ik bedoel? Op zich is een aardappel zeer voedzaam. Mayonaise in samenstelling is ook voeding. Op zich niks schadelijk. Maar voor u gaat het dan wel schadelijk zijn. Zo moet je het een beetje bekijken. Kijk, je kunt op de wereld met veel zaken zeer goede dingen bereiken. Maar met diezelfde zaken kun je heel veel kwaad doen.
Jullie rijden allemaal met de wagen. Het is handig, u verplaatst zich daarmee. Af en toe kun je uitrusten in de file enz., maar het is handig. Die wagen kan nuttig gebruikt worden. Je kunt zaken vervoeren. Je kunt u begeven van punt A naar punt B. Maar diezelfde wagen is een moordwapen op het ogenblik dat je die onoordeelkundig gaat gebruiken. Daar dood je mensen mee, daar kwetst je mensen mee, daar vernietig je zaken mee. Het is maar hoe je het benadert. Dan kun je zeggen: Vanaf nu moeten we alle wagens verbieden. Want het is slecht een auto, daar vallen doden mee. Begrijp je?
Zo, nu hebben we het verkeer al gehad. We hebben de frituur al gehad. Zijn er nog mensen die bepaalde zaken willen duidelijk gezien hebben?
Ik zat nog met een vraag, broeder. Dat uittreden, dat is iets dat mij eigenlijk al lang bezighoudt. Ga je dat achteraf bewust kunnen overdenken wat je daar hebt beleefd? Volgens mij is dat een van de moeilijkste zaken die er zijn.
Kijk, wanneer een geest uittreedt, en dat doe je allemaal, en we kunnen wel zeggen dat bij de meeste mensen dit met een regelmaat gebeurt, dan gaat gewoon de geest op scholing. Je kunt zeer veel leren bij een uittreding. De geest brengt dat terug mee naar het lichaam, en het lichaam gaat dat in de meeste gevallen als een droomgebeuren omzetten en vertalen.
Omdat – en dat heb ik in het begin van de avond al naar voren gebracht – de stoffelijke hersenen en het ganse fysieke lichaam kan gewoonweg niet vertalen wat een geest ervaart in de sferen. Dat is onmogelijk. Dat is nou eenmaal de beperking.
Maar de geest kan wel hetgeen wat hij opgedaan heeft aan kennis via een bepaald gevoelen afdrukken op de stof. En daardoor krijg je dat je na een uittreding soms wakker wordt, en dat je enerzijds een goed gevoel hebt, anderzijds misschien een weemoedig gevoel, en noem maar op. Dit kan veroorzaakt zijn door de leerschool die de geest doorgemaakt heeft en die hij heeft omgezet naar het lichaam.
En hoe bewuster de geest is, dat is toch van belang, hoe verder dat hij staat om het zo uit te drukken, hoe sterker hij een ervaring in het lichaam emotioneel kan vastleggen. En dan kan het best zijn dat bepaalde zaken vertaald worden in beelden, in een aanvoelen, in een erkennen. En naar gelang je dan een persoon hebt die bijvoorbeeld ietsjes gevoelig is, op gebied van, laat ons zeggen, heldervoelend, helderziend, helderhorend, noem maar op, dan gaat zich dat in dat terrein vertalen.
Maar krijg je bijvoorbeeld iemand die enorm goed is, zij in muziek, zij een virtuoos is, kan het zijn dat een uitreding oorzaak wordt dat hij iets totaal nieuw componeert, een totaal nieuw gegeven in de muziek brengt. Hetzelfde zou je kunnen zeggen naar iemand die boeken schrijft. En zelfs kan het zijn dat je iemand hebt die louter wiskundig is, juist door die gevoelszaken in de wiskunde zaken oplost. Het zal dan altijd op een niet-conventionele manier zijn, dat is duidelijk, maar ze oplost waar anderen nooit toe komen. Maar het is altijd via de omzetting. Men zal nooit van zichzelf bewust kunnen weten van: ah, ik heb deze nacht deze uitreding gedaan, dat en dat geleerd, dus nu doe ik dit in de stof.
Wat soms wel gebeurt is dat men erin slaagt vanuit onze zijde om u bepaalde droombeelden mee te geven en dat die droombeelden in sommige gevallen bijvoorbeeld sferen zoals Zomerland en de eerste nevelsferen benaderen. Dat kun je soms wel meemaken. Maar dan is toch wel het meeste gezegd.
Die déjà vu’s dat mensen zeggen, die ze soms hebben, kan dat daaruit ook een gevolg zijn? Of is dat nog totaal iets anders?
Dat kan een gevolg eventueel daaruit zijn. Het kan een gevolg zijn omdat de fles leeg is tot op de bodem. En het kan ook een gevolg zijn omdat de frituur leeg gegeten is.
Dus er zijn veel mogelijkheden waardoor het lichaam een beeld oproept dat zogezegd tot erkenning leidt. En in deze maatschappij – neem mij niet kwalijk dat ik het zeg – zijn de meeste déjà vu zaken in de oorsprong aan bepaalde stimulerende, hallucinerende middelen te wijten. Je mag toch niet vergeten dat buiten de officiële farmacopee dat de mensen allemaal nemen om zich goed te voelen, er nog een veel grotere, maar niet officiële bestaat. En deze is nogal ongecontroleerd in veel gevallen. Met als gevolg dat daar ook nogal wat fantasieverhalen en alles uit tevoorschijn komen. Maar voor degene die die bepaalde stimulata genomen heeft, is het niet meer achterhaalbaar of het nu komt van het product dat men genomen heeft, of dat het zou komen van iets dat werkelijk heeft bestaan.
U leeft nu eenmaal in een nogal ingewikkelde maatschappij. In onze tijd was het simpeler, om het zo te zeggen.
Het zijn hier toch ook nog uitzonderingen.
Gelukkig. Uitzonderingen bevestigen de regel van wat ik gezegd heb. Goed. Iedereen voldaan qua vragen?
Broeder, mag ik nog een vraag stellen?
U mag dat zeker.
Als men dus bekijkt dat wat voor ons goed lijkt, of licht lijkt, in een ander opzicht, in de kosmische zin, in zijn tegendeel is, is het dan juist om te veronderstellen dat wat liefde genoemd kan worden, of wat liefde is, het aanvaarden is van de beide factoren?
Dat is een heel mooie uitspraak. Je bent er niet ver naast. Het is zo dat wanneer je over kosmische liefde spreekt, en ik zeg wel kosmische liefde, ik zeg geen menselijke liefde, want die speelt zich ergens anders af, maar kosmische liefde, dan is het wel degelijk de erkenning van de evenwichten die er bestaan.
En een mens kan perfect, wanneer hij er zich maar voor wil inzetten, deze liefde ook in zijn stoffelijk leven ervaren. Alleen moet je dan wel u een beetje van de geldende regels van deze maatschappij distantiëren, want op het ogenblik je werkelijk lief hebt en je alles ervaart, dan is er geen sprake meer van het ik, dan is er alleen nog maar een erkenning van de God in uzelf en de andere als volledig gelijk. Waardoor dat je de mogelijkheid hebt van – en dan moet ik een beetje zien hoe ik het in woorden uitdruk, maar ik zou zeggen – een hoog mystieke ervaring op te doen. Wanneer je dit doorleeft, en sommigen kunnen dat, dan ga je uw eigen weg gaan.
Een eigen weg die voor de buitenwereld in sommige gevallen raar lijkt, aanstootgevend lijkt enz., maar waar jij van ervaart dat deze de meest evenwichtige, de meest juiste is, want het ik zal er niet meer zijn, het zal wij zijn, en misschien nog juister uitgedrukt, het zal de kracht zijn, het zal het Licht zijn dat je ervaart, en dan ligt de weg open voor al het mogelijke. Dan zou ik zeggen, dan ben je op dat moment de Christus, of de Boeddha, zoals je het maar wilt omschrijven.
Slotbeschouwing
Zo, we behoren allemaal nog tot de levenden, ondanks de zogezegde doodervaringen die we besproken hebben. Nu, lieve mensen, maak jullie er allemaal zo druk niet over. Je bent van één ding zeker, na verloop van tijd kom je aan onze zijde.
En zoals je ziet, of misschien hoort, het is heus niet zo slecht, als je maar een beetje tracht u open te stellen, tracht gewoon een beetje afstand te nemen van de in het Westen toch zo beklijvende gedachten van ‘het mijne’. Want als je bij ons komt, laat je alles achter. Behalve, en dat is toch belangrijk, hetgeen wat je geleerd hebt, hetgeen wat je ervaren hebt.
En wanneer je dan aan onze zijde komt met dat pakket, en dat is positief, want uiteindelijk, al heb je in je ganse leven maar één keer een mens geholpen, dan heb je al iets positief gedaan waar je iets aan hebt, dan kun je weer verder. Maar als je nu al beseft, terwijl je nog in de stof bent, dat je met uw leven veel meer kunt aanvangen dan wat je tot tot nu toe gedaan hebt, dat je, als je er maar een beetje bij stilstaat, veel meer kunt betekenen voor degene die rondom u is. Dat je beseft dat al degenen hier eigenlijk veel te veel ballast meesleuren, en dat je die ballast heel gemakkelijk kunt afschudden, en daar dan anderen die tekorten hebben er gelukkig mee kunt maken. Als je die kleine zaken beseft en maar tracht een beetje uit te voeren, als je gewoon probeert in uw leven even te vergeten dat regeltjes belangrijk zijn, en dat je in plaats van die regeltjes even mens bent met elkaar, even vergeet dat alles volgens bepaalde systemen en structuren moet gaan, dan zal je zien, dan gaat uw leven veel waardevoller worden. En dan ga je, waar je deze avond zo achter gezocht hebt en gevraagd hebt eigenlijk, wat is dat Licht, dan ga je stuk voor stuk van wie hier aanwezig is, dat Licht zelf kunnen ervaren. Ga je dat Licht zelf kunnen doorleven, hier al in de stof.
En zo bouw je eigenlijk een waarde op die veel groter is dan eender welke bankrekening, want die loopt toch leeg. En deze waarde, dit Licht, neem het gerust van mij aan, is btw vrij, is belastingvrij, en noem maar op. Men kan er u niks van afnemen, het is het uwe, het is uw deel, het is uw weg, en als je dan uiteindelijk bij ons komt, dan zul je zien, dan is uw incarnatie de moeite waard geweest.
En dan heb je misschien gewoon, door ietsje meer te trachten dan dat eigenlijk uw eigen geest van u verwacht had, veel meer bereikt dan dat voorzien was, en heb je voor u poorten geopend die je anders, misschien nog via herhaling, had moeten aanleren te openen.
Besef mensen, besef, je hebt alles rondom u, je hebt alle mogelijkheden, je leeft in een tijd waar alles zeer snel evolueert, je leeft in een tijd waar het mogelijk is in één stoffelijk bestaan meer te leren dan vroeger in tien. Maar je moet voor uzelf een beetje de moed hebben om afstand te nemen van alles wat je als stofmens toch zo begeerlijk acht.
En daarmee wil ik niet zeggen dat je de stof niet moogt gebruiken, daarmee wil ik niet gezegd hebben dat je alles maar buiten moet gooien, nee, alleen al het besef van: ach, het is er wel, maar het is niet levensbelangrijk, ik gebruik het voor wat ik het kan gebruiken, zal jullie al een ganse stap verder helpen. En op het ogenblik je het woordje ‘ik’ achterwege kunt laten en ‘wij’ naar voren kunt schuiven, dan vrienden, dan zul je zien, zal je nog veel Licht op je stoffelijk pad tegenkomen.
Zo, het is de gewoonte van hier te eindigen met een meditatie, heeft men mij gezegd. Ik zou naar jullie toe een meditatie willen doen, die voor ieder van u herhaalbaar is, die voor ieder van jullie het vlammetje is, waarmee je steeds het Licht kunt bereiken in deze moeilijke tijden.
Meditatie: Licht en kristallen bol
Vergeet even, lieve mensen, dat u individuen bent. Vergeet dit even. Voel u even verenigd met ieder die hier aanwezig is.
Laat even al uw gedachten wegvloeien. Geef ze maar even aan de kosmos. Laat even al uw zorgen over aan die krachten van de kosmos, in het besef dat zij ervoor zullen zorgen. En wees even één met al diegenen die hier aanwezig zijn: uw verwanten, uw broeders, uw zusters.
En stel u dan voor dat hier, te midden van ons, een prachtige kristallen bol aanwezig is. Een heldere kristal. En stel u voor, deze kristal ontvangt vanuit de kosmos een zuil, een laserstraal van goudgeel licht. Die kristal schittert. Het goudgele licht vormt een uitzaaiing van duizenden en duizenden goudgele lichtpartikels. En al deze partikels omkleden jullie. Ieder die hier aanwezig is, wordt volledig opgenomen in deze kracht.
Elke aura zuivert zich. Alles bekleedt zich goudgeel. Je voelt de eenheid. Je voelt de kracht van de kosmos in u. En nu deze kracht in u is, kan ik zeggen: Vader, jij die ons de mogelijkheid hebt gegeven onze vrijheid te gebruiken, wij danken u voor deze kracht. Wij danken u voor deze harmonie, voor deze eenheid. Geef ons, uw nederige dienaars, het inzicht, de kracht en de mogelijkheid om uw Licht, uw vrede, uw harmonie uit te dragen. Door te geven aan mijn verwanten die zoekende zijn, aan mijn naaste die lijdende is, zodat ieder wezen op deze aarde kan komen tot een besef, tot een erkennen van uw kracht. En weer op zijn of haar beurt de ander verder helpend.
En als we zo beseffen dat we deze kracht die ons gegeven is, kunnen gebruiken, dan weten we dat de tijd die ons voorligt voor ons een lichtende, een positieve harmonische ontwikkeling zal inhouden. Dan weten we dat ons leven een harmonie zal betekenen tussen de stof en de geest. En dat we, wanneer we de stof achterlaten in het Licht van de Vader, kunnen verder gaan. Dan weten we dat het leven als mens zijn doel heeft gehad. Want wanneer je in uw leven, al is het maar één keer door een woord een mens hebt gelukkig gemaakt, is het waard geweest dat het leven geleefd is.
Daarom vanuit de eenheid van dit goudgele kristallen Licht zeg ik jullie allen hier aanwezig: Je bent gezegend door de kracht van de Schepper. Het licht kan zich in u voltooien. Ieder van u kan vanuit deze bron de kracht in zichzelf voelen.
Ieder van u kan op dit ogenblik, wanneer hij of zij denkt aan iemand die lijdende is die hulp vraagt, deze kracht doorgeven. Ervoor zorgen dat deze kracht hulp biedt, Licht brengt, verlichting brengt in het lijden dat deze wereld kenmerkt. En laat ons vanuit de kern van ons wezen onze Schepper danken dat wij dit in zijn naam kunnen volvoeren.
Laat ons de kosmos dankbaar zijn dat wij deel kunnen zijn aan de oneindige mogelijkheden die hij in zich draagt. Laat ons na deze meditatie beseffen dat wij onafscheidelijk deel zijn van elkaar en zo vanuit deze kracht steeds weer opnieuw er kunnen zijn voor de ander. Steeds weer opnieuw het Licht op deze aarde laten schijnen.
Er steeds weer opnieuw voor zorgen dat in deze tijd het Licht niet wordt gedoofd. Dat wij in deze tijd de uitdragers zijn van de nieuwe positieve krachtige mensheid die zich aan het ontwikkelen is.
Zo, mijn beminde vrienden, ik denk dat ik de taak die mij voor vandaag was opgedragen zo goed mogelijk heb trachten te vervullen. Ik hoop dat de antwoorden op uw vragen u hebben voldaan. Moesten er mensen zijn die dit niet vinden, mijn nederige excuses.
Ik heb u gegeven wat ik zelf had, samen met al de andere broeders die hier vannamiddag mede geïnspireerd hebben. Het was mij zeer aangenaam met jullie te praten. En ik wens jullie nog een gezegende huisgang toe en ik hoop dat u in de komende tijden nog wel even stil wilt blijven staan bij hetgeen hier vandaag is gebracht geworden.
Het Licht beschijne jullie weg.
