15 mei 1970
Daar wij niet alwetend of onfeilbaar zijn, verwachten wij van u dat u zelfstandig na zult denken over hetgeen wij u zullen brengen. Ik zou vandaag graag een geestelijk onderwerp met u aan willen snijden en met u willen spreken over:
Geprojecteerde gedachten
Gedachten zijn over het algemeen voorstellingen in beelden. Ofschoon de mens voor zich in formuleringen pleegt te denken, dus in woorden, is de oorsprong van de gedachte en van de formulering steeds weer een beeld. Dit betekent dat er nimmer een volledige gelijkheid zal bestaan tussen de gedachte, zoals wij die voor onszelf formuleren en de gedachte zoals wij die vanuit onszelf projecteren, dus de voorstelling. De inhoud van de projectie is gebaseerd op de voorstelling, maar omvat vaak vele elementen uit het onderbewustzijn.
Dit onderbewustzijn is een eigenaardige samenstelling van associaties, verwachtingen en angsten. Vooral de angsten spelen een belangrijke rol, want de mens verdringt veel van zijn angsten naar het onderbewustzijn. Daarnaast zijn hier ook vele geestelijke factoren inbegrepen. Wanneer ik een vergelijking tracht te maken, zou ik willen stellen: Wanneer wij een gedachte projecteren, omvat zij hetzelfde basismateriaal dat in de formulering een rol speelt. De projectie omvat echter vele details die in de formulering niet voorkomen en in de tweede plaats wordt de projectie sterk gekruid door de in het onderbewustzijn door het basismateriaal gewekte associaties.
Zoals u wel eerder gehoord zult hebben zijn gedachten krachten. Men kan dan ook stellen dat de geprojecteerde gedachte een soort matrix – moedervorm – is, waarin astrale materie zichzelf kan groeperen en zo zichzelf tot uitdrukking brengen. Op deze wijze projecteren wij dus steeds weer voorstellingen die voor een kort ogenblik in de astrale materie min of meer bestaan. Wat wij in onze gedachten hebben of scheppen is dus een ogenblik astraal werkelijk aanwezig. Maar meestal duurt dit bestaan maar net zolang als wij het denken. Wat weer betekent dat het merendeel van de geprojecteerde gedachten niet volledig gevormd wordt, omdat wij eenvoudig de tijd niet hebben het denkbeeld zolang en zo volledig te projecteren dat een meer blijvende vastlegging in de astrale materie mogelijk wordt.
Anders wordt het wanneer een en dezelfde gedachte zich pleegt te herhalen: er zijn denkbeelden en associaties die wij, ook wanneer wij deze voor onszelf formuleren, steeds weer in een bijna gelijke vorm plegen te herhalen. Veelal bestaan zij uit een enkel beeld van eigen wereld, voorzien van een begeleidend beeld als goed, kwaad, God, duivel enzovoorts. Elke voorstelling uit eigen wereld is in feite voor een dergelijke herhaling bruikbaar en vatbaar. De enige voorwaarde voor het volgende is dan ook dat wij dezelfde gedachte, gepaard gaande met dezelfde associaties, bij voortduring plegen te gebruiken. Wij zien dan iets eigenaardigs: naarmate een gedachte meerdere malen achtereen geprojecteerd wordt, ontstaat een sterkere matrix en daarmede een in de astrale materie sterker vormend geheel.
Ook hier is het moeilijk te omschrijven hoe het geheel wel werkt. Ik zal zoeken naar een analogie, ofschoon dergelijke voorbeelden nimmer volledig juist zijn. U weet misschien dat er zogenaamde condensators bestaan of elektrolyten. Hierin kunnen kleine stroomstoten als het ware enige tijd worden opgeslagen, tot het geheel opeens tot ontlading van de gehele kracht overgaat. Nu zouden wij kunnen zeggen dat een gedachte die wij een enkele keer projecteren, op soortgelijke wijze, een vorm aanneemt die echter voor elke verdere herhaling een soortgelijke eigenschap krijgt.
De oorspronkelijke astrale gedachtevorm zal elke volgende gedachtenimpressie gebruiken als versterking van eigen wezen en energievoorraad. Dit kan tot enkele dagen nadat de gedachte een eerste maal voldoende gevormd werd uitgestraald en vindt plaats mits er een overeenkomst van inhoud bestaat tussen deze gedachte en eventuele volgende gedachten van ongeveer 4/5. Men kan deze beschouwen als een versterking van het originele beeld. De mogelijke energie, daarin aanwezig, neemt dus toe. Op deze wijze bouwen wij dus voor onszelf projecties op. Maar de projectie van een gedachte houdt nu eenmaal niet alleen de voorstelling zelf in. Elke gedachte wordt mede bepaald door iets wat wij de motivering ervan zouden kunnen noemen. Dit betekent dat de associaties die bij de voorstelling een rol spelen, de relatie tussen de projectie en de wereld zullen bepalen, dat zij een rol zullen spelen bij het gedrag van de projectie, zodat een wijze van gedraging voor de projectie hierdoor wordt vastgelegd.
Hetgeen ik door de projectie tot stand breng, is dus niet alleen een vorm, maar ook degelijk wel een astraal wezen met een eigen oriëntatie. Het astrale beeld heeft dus wel degelijk vele mogelijkheden om zich vast te haken aan aspecten van uw wereld en zal ook tegenover andere astrale schillen en vormen een bepaalde in het het wezen vastgelegde houding aannemen.
En hiermede komen wij aan een punt dat boeiend kan worden: de gedachteprojectie, die zo sterk is dat zij enige tijd vormhoudend kan blijven bestaan, zal mede door versterking bij herhaling op den duur een schijnbaar zelfstandig leven gaan voeren. De schijnbare zelfstandigheid van dit leven komt tot uiting door een vastgelegde reeks van gedragingen en reacties op de wereld, die bij het ontstaan mede in de astrale vorm zijn vastgelegd. Dit betreft zowel de contacten in het astrale gebied als de wel degelijk mogelijke contacten met en beïnvloedingen van uw eigen stoffelijke wereld.
Vreemd genoeg is dit niet precies gelijk aan de reacties van de astrale vorm tegenover geestelijke wezens. De reden hiervoor is dat deze in verhouding met de astrale vormen een zo grote hoeveelheid hier bruikbare energie plegen te bezitten, dat zij eenvoudig alle uitingen van de astrale vorm onmogelijk kunnen maken. Een dergelijk geval doet denken aan kortsluiting. De energie van de astrale vorm gaat teloor zonder naar buiten toe werkzaam te zijn. Het is zelfs wel mogelijk dat de astrale gedachtevorm onder inwerking van een dergelijk contact haar samenhangen verliest en langzaam wegsmelt als ijs in de zon.
Wat is de gemiddelde levensduur van een astrale projectie, zo zult u zich afvragen? Indien de gedachte expliciet en vol gevormd is, zal de daaruit voortkomende astrale vorm een werkelijke bestaansduur hebben van 1 à 2 uren. Een sterk emotioneel geladen gedachte, waarbij wij te maken krijgen met vele associatieve impulsen plus een grote energie, intensiteit, kan zelfs enkele dagen blijven bestaan. Hebben wij te maken met een dergelijke gedachtevorm in de astrale wereld die gevoed is door herhalingen, dan kan, mits de gedachtenimpulsen een waarde hebben van zeg rond 10 aanvaardbaar gelijke impulsen per week, na vier weken reeds een levensduur hebben van rond 50 jaren, ook wanneer geen verdere gedachtenimpulsen in dit beeld kunnen worden geabsorbeerd.
Belangrijk is bij dit alles natuurlijk wel dat de gedachteprojectie in de astrale wereld en mogelijk ook in de stoffelijke wereld reageert. Hoe meer namelijk de vorm reageert, hoe meer van de in haar aanwezige energie zal worden verbruikt. Aannemende voor een ogenblik dat wij ook de astrale vorm als massa aan kunnen spreken, zouden wij kunnen stellen: elke reactie op een buitenwereld betekent voor de vorm een vermindering van massa, gelijkkomende met de door haar afgegeven energie.
Maar u zult misschien willen weten hoe het dan zit met gedachten die men onbewust naar een bepaalde persoon projecteert. Ik kan mij tenminste wel voorstellen dat sommigen bewust trachten gedachten te projecteren naar bijvoorbeeld president Nixon of naar Coentje Moulijn of zoiets. Indien u zich met deze problemen al eens eerder hebt bezig gehouden, dan weet u waarschijnlijk ook dat het lijkt of u die gedachten direct zendt. Deze voorstelling is als beeld voor de werkwijze ook wel te hanteren, maar de werkelijke toestand ligt toch nog wel even anders. Een dergelijke gedachte wordt namelijk slechts zeer zelden direct – zeg telepathisch – overgedragen. En dit kan dan alleen nog gebeuren wanneer wij te maken hebben met werkelijke telepaten. Wat dan wordt overgedragen, is nimmer de totale gedachte in een dergelijk geval. Men zendt dus niet het werkelijke gedachtebeeld uit, maar slechts de geformuleerde vorm van het denkbeeld.
In alle andere gevallen, en dat zijn de meesten, bouwt men een astraal beeld op, maar nu niet alleen in relatie met het eigen ik, maar ook in relatie met de andere persoon. Dus bijvoorbeeld Nixon of Moulijn. Vanuit menselijk standpunt is er dan astraal sprake van een soort verandering van ruimtelijke eigenschappen. In uw eigen wereld kan de afstand tussen u en de ander honderden of duizenden kilometers bedragen, maar astraal gezien bent u op dat ogenblik vlak naast elkaar. Astraal wordt de mogelijke afstand tussen personen in dergelijke gevallen bepaald door harmonie plus intensiteit. Het is dan de astrale projectie die, vaak met een maar zeer gering verlies, de overdracht van denkbeelden nu volledig mogelijk maakt.
Ook hier gelden dus beperkingen. Een dergelijk astraal gedachtebeeld kan onmiddellijk inwerken op alle aspecten van zijn, waarmede een harmonie bestaat. Maar de harmonie is wel degelijk een voorwaarde. Stel dat eenieder die dergelijke gedachten zendt naar Nixon, diens handelingen veroordeelt. Indien Nixon zelf zijn eigen handelen eveneens als onjuist beschouwt, zal hij de invloed van dergelijke astrale voorstellingen volledig ondergaan. Meent hij echter eerlijk en innerlijk dat hetgeen hij gedaan heeft juist is en geen veroordelingen verdient, dan zal hij van de invloed van die denkbeelden weinig of niets persoonlijk bemerken.
Maar de beelden zijn op de persoonlijkheid geconcentreerd. Indien de energie groot genoeg was, zal hierdoor een bepaalde sfeer rond de persoon hangen. Het begrip sfeer geldt hier eigenlijk zelfs dubbel in betekenis. In de eerste plaats kunnen wij zeggen dat er een soort atmosfeer van emoties ontstaat die zich bolvormig rond de persoon in kwestie op pleegt te houden, terwijl men in de tweede plaats kan spreken als een sfeer, een stemming dus, die rond de persoon gevoeligheden wekt voor de teneur en inhoud van de gezonden denkbeelden. Zijn er echter nu vele gedachten van verschillende of strijdige waarden, dan zullen zij elkanders werkingen grotendeels opheffen en hierdoor elkander als beeld en energie gelijktijdig uitputten.
Misschien kunt u ook dit wel begrijpen. Wanneer er twee gedachten zijn die gelijktijdig naar een en dezelfde persoon trachten door te dringen, waarbij de inhoud van de een bijvoorbeeld ja is, terwijl de inhoud van de ander neen luidt, zo zullen zij elkander eerst op moeten heffen, voor de sterkste de persoon in kwestie werkelijk kan bereiken en beïnvloeden. Het resultaat is dat de massa die zij hebben, wat tevens hun energie betekent, zullen moeten gebruiken voor het zo mogelijk uitschakelen van de andere gedachtevorm. Wat overblijft is dan niet veel.
Een cumulatie van gelijkgerichte gedachtevormen kan nog een ander aspect met zich brengen. Al deze gedachten hebben toch wel enigszins andere inhoud en toonaard. Het is denkbaar dat vele verschillende gedachtevormen voldoende harmonisch met elkander zijn om elkander geen energie af te nemen. Maar wat zij uitzenden is zodanig verschillend van inhoud, dat hetgeen de persoon in kwestie bereikt niet meer een directe uitdrukking van de gezonden gedachten zal omvatten. De verschillende beelden met hun associaties versmelten voor hem tot een geheel, zodat er eigenlijk een nieuw geheel wordt gevormd, dat echter wel grotere kracht omvat.
Nu weet ik niet of u bij fotografie wel eens verschillende landschappen van ongeveer gelijke aard over elkander hebt afgedrukt. Zo ja, dan zult u weten dat het geheel in de meeste gevallen een vage warboel wordt, waaruit slechts een of twee elementen helder naar voren kunnen komen. Bij gedachteprojecties waarbij velen, een massa, betrokken is, zal hetzelfde in versterkte mate voorkomen. Er ontstaat geen direct herkenbaar beeld, denkbeeld of invloed. Een of twee aspecten, die de meeste denkers gemeen hadden, blijven echter wel kenbaar. Daar de paar nog kenbare en zo het denken van de ontvanger beïnvloedende punten echter de massa, de kracht, van alle gezonden beelden in zich dragen, is hun doordringingsvermogen betrekkelijk groot.
U zult nu waarschijnlijk op willen merken dat je van een dergelijk doordringingsvermogen bij bijvoorbeeld Nixon nog maar weinig kunt zien. Maar het is nog wel duidelijker, en volgens velen in uw land misschien zelfs belangrijker, dat een dergelijke golf van gedachten ook invloed kan hebben op het verloop van een voetbalwedstrijd. Indien u rekening houdt met de verwachtingen van de supporters en vooral ook de geestvervoering, waarin zij tijdens de wedstrijd met het gebeuren meedenken, zal u duidelijk worden dat op deze wijze aan de spelers wel degelijk bepaalde impulsen kunnen worden doorgegeven. Dergelijke impulsen zijn vaak verkeerd. Indien de ene helft van de toeschouwers denkt: nu over links, terwijl de andere helft verwacht en wenst dat men over rechts zal spelen, worden de spelers onzeker en is de kans groot dat zij hun kansen verbroddelen op het middenveld. Daaraan is dan betrekkelijk weinig meer te doen. Toch kan het energie zijn en de geprojecteerde denkbeelden kunnen bovenal de spelers een bepaald gevoel geven.
Dat gevoel kan bij het verloop van een wedstrijd zelfs van beslissend belang zijn. Maar waarom zouden dergelijke gedachten niet van groot belang kunnen zijn voor het verloop van een bepaalde actie? Wanneer er een actie wordt gevoerd in bijvoorbeeld Vietnam, Laos, Cambodja, Israël, of waar dan ook en er zijn reeksen van gedachtenprojecties die steun betekenen, zo zal dit voor de betrokken personen tijdens de actie bijdragen tot een grotere zelfverzekerdheid. Zij zullen dus niet al de verschillende aansporingen enzovoorts afzonderlijk kunnen herkennen. Maar wel zullen zij een gevoel van zekerheid krijgen, de energie vinden om verder te gaan. Op een dergelijke wijze zal men gedachtenprojecties, die uit een massa komen, vaak kunnen herkennen. Het blijkt altijd weer dat zij schijnbaar onmogelijke dingen mogelijk maken en omgekeerd.
Misschien mag ik hier iets zeggen over de wedstrijd van Feijenoord en Celtic. Het verloop is kentekenend voor de beïnvloedingen die ik u hier duidelijk tracht te maken. Celtic, althans de supporters van deze vereniging, gingen naar Milaan met het denkbeeld dat zij niet konden verliezen. Elke vermindering van het veronderstelde overwicht in het veld was voor hen dus een teleurstelling. Deze teleurstelling werd naar de spelers geprojecteerd en bracht bij dezen een toenemend gevoel van onzekerheid teweeg. Feijenoord kwam met een heel grote mond en een heel klein hartje op het strijdperk aan. Alles wat tijdens de wedstrijd dus meeviel, was voor de supporters de bron van golven, die ongeveer bestonden uit denkbeelden als: wat is dat goed, het gaat schitterend, dat had ik nooit verwacht, wat gaat het toch goed, wat hebben wij toch een fijne club en dergelijke. Al deze denkbeelden kwamen over als een golf van zelfverzekerdheid en extra energie. Zo ziet u hoe zelfs de verwachtingen van supporters bij een wedstrijd tussen redelijk gelijkwaardige elftallen een grote invloed kunnen hebben op de uiteindelijke uitslag en vooral op het spelbeeld.
Wat voor een voetbalwedstrijd geldt, zal voor een oorlog eveneens van kracht kunnen zijn. In een oorlog wordt rond de strijders eveneens een sfeer geschapen. Wanneer de hen toegezonden reeks van gedachten hoofdzakelijk negatief is, zien wij dat de soldaten die in de oorlog moeten vechten, emotioneel en zelfs verstandelijk steeds negatiever tegen over hun taak komen te staan. Er ontstaan hierdoor excessen in de krijgshandelingen, maar daarnaast zien wij steeds sterkere verschijnselen van onwil optreden, vaak ontaardend in ontrouw enzovoorts. Aan de andere kant kunt u ervan overtuigd zijn, dat iemand terecht strijdt. U geeft hem hierdoor extra energie plus in vele gevallen het gevoel dat hij wonderen kan doen. Ook hierdoor zal men wel eens te veel risico’s nemen enzovoorts, maar de strijder die zo beïnvloed wordt, blijft ongeacht de optredende omstandigheden meer beheerst, toont meer energiereserves en is vaak zeer brutaal. Deze brutaliteit voert dan weer tot een niet door de werkelijke mogelijkheden gerechtvaardigd optreden, waarbij echter de tegenpartij in zeer vele gevallen zal aannemen dat hun optreden wel door feiten is gerechtvaardigd. En daarmede heeft hij feitelijk al verloren. Zo ziet u dat ook in oorlogen en dergelijke de gevoelens en gedachten van niet-combattanten een grote rol kunnen spelen.
Zou dit alles nu alleen maar het geval zijn bij bewuste en gewilde projecties, zo zouden wij kunnen zeggen: dit komt niet vaak genoeg voor om mij daarover druk te maken. Maar wij hebben ook te maken met geheel onbewust geprojecteerde gedachten. Want het is niet zo dat een gedachte bewust naar buiten toe gericht moet worden, op een bepaald iets of iemand worden gericht, om vorm te krijgen in de astrale wereld. Elke gedachte die lang en sterk genoeg aanhoudt, elke gedachte die intens genoeg beleefd wordt, zal met de gehele daarbij behorende reeks van associaties en gevoelens vast worden gelegd in de astrale wereld. En deze vorm zal ook zonder het besef of de wil van de bron waaruit zij stamt, op de astrale en stoffelijke wereld in trachten te werken volgens de haar bij haar ontstaan ingelegde eigenschappen.
De slogan, die de Amerikanen vroeger hadden, ‘keep smiling’: blijf glimlachen dus, was niet zo zinloos, ook al lijkt het op het eerste gezicht dat een dergelijke regel eerder past bij madame Butterfly dan bij Uncle Sam. Het zo gepropageerde gevoel van ‘wij kunnen het aan’, deze zo geprojecteerde zelfverzekerdheid schept een sfeer en invloeden, die ook de anderen die rond je zijn, beïnvloeden kan. De waarde van het positieve denken ligt niet alleen in de mogelijkheid zo positief en bewust denkbeelden te ontwerpen. De positieve levenshouding schept dergelijke beelden zonder meer en bij voortduring ten aanzien van elk punt, waarvan men zich voldoende bewust is.
Wanneer u dus probeert in al uw gedachten op het positieve terug te komen, zult u een positief beeld van uzelf naar anderen projecteren. U schept rond u een positieve sfeer, een gevoel van slagen en wordt daardoor de meerdere van eenieder die met gelijke middelen en mogelijkheden negatief of onzeker denkt.
Juist wanneer u uw gevoelens en gedachten meer negatief stelt, zult u tot vreemde ontdekkingen kunnen komen. Het positieve denken houdt in, dat u een slagen aanvaardbaar of vanzelfsprekend zult vinden, zodat gedachteninwerkingen u ontgaan. Maar bij een negatieve houding vallen de negatieve inwerkingen nog eens bijzonder sterk op. Daarom wijs ik u op het volgende: een negatieve projectie kan soms een positieve van gelijke aard opheffen, maar zal nimmer een persoon, die zelf positief is ingesteld, kunnen bereiken en blijven beïnvloeden. In het ergste geval kan er sprake zijn van een gevoel van onbehagen, maar dat gaat snel voorbij. In de tweede plaats zien wij, dat een verandering van mentaliteit en levensbeschouwing bij vele mensen tot stand kan komen als gevolg van bewuste op hen gerichte projecties. Een bewuste projectie wordt met een vastgesteld doel op een bepaalde persoon gericht. Het doel is hierbij niet de onbewuste motivering, die de meeste gedachtenbeelden is, ingeschapen. Deze worden in dit geval geheel overschaduwd door een bewust plan van actie dat in het beeld ligt opgesloten.
Bewust geprojecteerde gedachten hebben dan ook resultaten, die sterk van onwillekeurige gedachten mogen verschillen. Een dergelijke projectie zal, ook al bestaat zij astraal, alleen de ingelegde gedachten kunnen uitstrooien, maar brengt tevens iets over van de motieven die tot het bewust uitstralen hebben gevoerd. Stel dat u iemand positieve gedachten toezendt, omdat u bang bent voor iets negatiefs. U zendt dan niet alleen het positieve denkbeeld uit, maar ook uw negatieve gevoelens. De vraag zal dan zijn, of de bewust uitgestraalde visie sterk genoeg en groots genoeg zal zijn, om de zo mede uitgestraalde negatieve gevoelens te domineren. Richt ik mij op een persoon, dan zal een specifiek doel van de gedachte, in het bijzonder en goed en scherp omschreven, vaak betere resultaten geven, dan een vaag doel. Indien ik iemand alleen maar intens geluk toewens, zal hij zich misschien alleen wat gelukkiger voelen. Wanneer ik echter geluk ga toewensen in de vorm van een bijzonder meevallertje, een genezing, het verkrijgen van een specifiek inzicht, waarbij onze voorstelling daarvan zoveel mogelijk is uitgewerkt, dan zien wij dat een overdracht ontstaat, mits voldoende harmonie met de persoon aanwezig is.
Alle mogelijkheden en omstandigheden die tot de verwezenlijking kunnen bijdragen, krijgen dan bij de ontvanger een bijzondere nadruk, zodat de kans dat het denkbeeld waar zal worden, groot is. De invloed van eventueel minder goede associaties of zelfs negatieve motieven, zullen in dit geval wel invloed hebben, maar in het astrale beeld zelf en niet bij de uitwerking ervan. Men zou kunnen stellen dat zij een deel van de energie, het doordringingsvermogen wegnemen. Een vaag beeld geeft een algemene werking. Maar bij een vaag beeld zal men aan de andere kant veel minder dominerende associaties hebben, zodat het aantal strijdige factoren in de projectie veel lager komt te liggen. Een vaag gedachtenbeeld heeft dus minder onmiddellijk kenbare resultaten, maar zal wel in vele gevallen op de langere termijn beter resultaten geven, doordat meer energie zal worden overgedragen, de werking langer zal aanhouden en op eenvoudiger wijze een grote harmonie met de ontvanger bereikbaar blijft.
Een ander punt dat hiermee zou moeten tellen, is het feit dat een vaag geformuleerde gedachte veel sterker harmonisch zal kunnen zijn met soortgelijke gedachtebeelden, dan bij geheel uitgewerkte gedachtenprojecties het geval is: de gelijkheid is groter, omdat het aantal afwijkende details uit de aard der zaak minder zal zijn. Indien men dus aanneemt, dat door velen gedachten in dezelfde richting worden geprojecteerd, zal men een vage gedachte, ondanks de nadelen, kunnen prefereren boven een gevormde gedachte, daar men beseft dat het gevormde en gedetailleerde gedachtebeeld zoveel van de andere uitgezonden gedachten verschillende punten zal bevatten, dat deze eerst bestreden worden, zodat men veel minder energie overhoudt om te beïnvloeden. Er is minder kans op een harmonie van streven met onbekende andere denkers, terwijl de oplossingen die men voor bepaalde problemen zal kiezen, zover uit elkaar kunnen liggen dat de denkers in feite elkander bestrijden, ondanks de gelijke zin van hun op deze wijze projecteren.
Ik concludeer: elke gedachteprojectie die door een groep plaatsvindt, of waaraan mogelijk een veelheid van denkers verbonden kan zijn, zal men moeten beperken tot vage of algemene beelden. Nogmaals: een nauwkeurige omschrijving van alles, wat er zou moeten gaan gebeuren en dergelijke, schept verschillen die door vaagheid kunnen worden vermeden, zodat dit van belang is er rekening mee te houden, wanneer men zeker is of zeker meent te weten dat men gezamenlijk met vele anderen zijn gedachten richt op een bepaald project. Maar als eenling liggen de zaken anders. Wanneer men als eenling werkzaam is en niet aan kan nemen dat vele anderen zich bezig zullen houden met dezelfde persoon, is het beter de projectie zoveel mogelijk uit te werken. Wij weten wel dat dan een reeks niet geheel besefte waarden als associaties en motieven mede worden uitgezonden, maar kunnen in ieder geval een zo kenbaar mogelijke inwerking tot stand gaan brengen, zodat wij met de weinige energie die wij de projectie in kunnen leggen, een zo groot mogelijk rendement behalen.
Ik meen dat de mensen zouden moeten leren, meer bewust van het uitstralen van gedachten op de omschreven wijze gebruik te maken. De werking hieraan is immers blijvender en vaak ook veel effectiever dan van vele nu gebruikte suggestieve methoden. Ik geef een eenvoudig voorbeeld uit de praktijk. Er is een betrekkelijk ouderwets restaurant, dat degenen die daar komen een sfeer van welbehagen biedt, een gevoel van thuis zijn, dat voortkomt uit de wijze waarop men de gasten inderdaad allereerst als gasten pleegt te beschouwen. Er is een zeer moderne gelegenheid vlakbij, waar men in wezen voor zijn geld zelfs iets meer kan krijgen, maar waar de gasten zich minder behaaglijk gevoelen. De oorzaak ligt niet in de aankleding van de omgeving, maar in de wijze, waarop men hier de mensen benadert: zij heten gasten, maar zijn in wezen in de ogen van personeel en leiding verbruikerseenheden, die een dagproductie mogelijk moeten maken. Het verschil tussen de benadering van de gast als mens en als eenheid betekent: dat de eerste ouderwetse gelegenheid zelfs nu rendabel kan draaien, terwijl de moderne zaak, die schijnbaar veel efficiënter wordt gedreven, zijn rendabiliteit steeds terug ziet lopen en mensen moet lokken met zogenaamde voordelige aanbiedingen.
Misschien lijkt het u vreemd dat ook dit voor kan komen uit het projecteren van gedachten. Maar wanneer je denkt over medemensen, zal hierdoor een soort sfeer ontstaan die op die medemensen ook invloed heeft. Wanneer u over iemand denkt met enige wrevel, dan zal deze die wrevel opmerken. Ook al reageert men uiterlijk hierop misschien niet, zo blijkt uiteindelijk vaak, dat men een dergelijk soort ongenoegelijkheid terug gaat kaatsen of de bron van de onaangenaamheid tracht te ontwijken, om deze sfeer te kunnen ontvluchten. Aan de andere kant wordt bij een enthousiaste aanvaarding van die mens als medemens een soort behaaglijkheid geschapen. De ander zal daarom nog niet zo zijn en precies zo reageren, als je dit zelf verwacht, maar hij zal wel degelijk de sfeer weer terug zoeken, en in eigen gedrag hierop reageren. Het is dus wel erg belangrijk welke sfeer men in een milieu weet te scheppen. Die sfeer komt voort uit de benadering die men zelf heeft ten aanzien van anderen. Want daar de mens alle gedachten in feite projecteert, zal dit ook het geval zijn ten aanzien van de relatie met de wereld, zoals hij deze voor zich ziet en beleeft. Vooral mensen die enigszins gevoelig zijn hiervoor, zullen hierop vaak zeer sterk reageren. Mijn relatie met de wereld wordt dus, ook waar het anderen betreft, minstens voor een deel door eigen gedachteprojecties bepaald.
Nu zal de mens op aarde soms een gedachtebeeld kunnen projecteren, bewust of onbewust, dat ook harmonieert met een gedachtebeeld, dat ergens in de geest bestaat of vanuit de geestelijke werelden in de astrale sfeer een weerkaatsing vindt. In een dergelijk geval geldt het volgende: wanneer een vergelijkbaar denkbeeld bestaat bij twee personen, waarvan de een in de geest, de ander in de stof bestaat, zal door het samentreffen van beider beeld niet slechts de inhoud daarvan aan helderheid en scherpte gewinnen, maar de energie daarin zal ongeveer met een factor 10 versterkt worden. Deze twee persoonlijkheden bezitten in deze gedachten dus tijdelijk een doordringingsvermogen, dat gelijkkomt aan dat van 10 gelijkelijk harmonische mensen.
Zijn er twee personen in de geest en één in de stof, dan kan deze versterkingsfactor onder omstandigheden zelfs 100 bedragen. Zijn er 1000 in de geest en één mens in de stof, dan kan de inwerking in de stof vergeleken worden met die van enkele overvolle en opgewonden San Siro stadions. Het zal u dus duidelijk zijn dat iemand in de geest, op aarde veel meer kan doen en bereiken, wanneer hij op aarde iemand kan vinden, die met hem harmonisch is en soortgelijke denkbeelden koestert. Is een dergelijke mogelijkheid voor die geest niet aanwezig, dan is zijn invloed op aarde, middels een projectie in de astrale sfeer, ongeveer 1/10 van hetgeen een mens op aarde kan bereiken. Wat betekent: dat er in een dergelijk geval tenminste 10 geesten in volle harmonie van node zijn, om op de aarde een intensiteit van werking te bereiken, die aan die van een mens in de materie gelijk zal komen.
Het is dus voor de geest wel erg belangrijk verwante zielen op aarde te vinden, wanneer zij inwerkingen in de stof beoogt. Omgekeerd geldt dit alles ook, zodat het voor een mens in de stof erg belangrijk is een harmonie met iemand in de geest te bereiken, wanneer hij iets buiten de stof wil bereiken. Hierdoor is voor beiden dus een aanmerkelijke verhoging van de eigen mogelijkheden en waarschijnlijk ook van de gedachtebeeldinhoud bereikbaar.
Nu weet u dat in deze dagen weer de grote vergadering van de Witte Broederschap aan de gang is. U zult begrijpen dat dergelijke dingen in de overwegingen daar een rol zullen spelen, want er zijn op aarde op het ogenblik zeer vele taken en men zou vanuit de geest graag hierin zeer veel doen. Zou men alleen vanuit de geest werken, dan zou men te veel geesten nodig hebben om iets te kunnen bereiken, zodat het aantal te volbrengen taken zou moeten worden beperkt. Men vindt het dus nuttiger en aangenamer zoveel mogelijk met mensen in de stof samen te werken. Maar dan moeten de mensen in de stof niet alleen willig zijn, maar het moet voor hen mogelijk zijn in harmonie met de geest te blijven, terwijl zij gefundeerde denkbeelden koesteren omtrent de wereld.
De broederschap zal ook in de komende tijd, bewust een aantal astrale projecties op gaan bouwen, die op de wereld zijn gericht. Maar zij zal dit alleen met werkelijk grote resultaten kunnen doen, wanneer zij daarbij sterk rekening houdt met in de mensen levende gedachten en denkwijzen. Wat betekent dat het menselijke denken eigenlijk een groot deel van de acties van die Witte Broederschap mede zal bepalen, zeker in de komende tijd. Het wat en hoe wordt u nog wel medegedeeld, wanneer de ontvangen krachten en inzichten in besluiten zijn omgezet.
In ons onderwerp lijkt het mij echter belangrijk dat u inziet, hoe een enkele mens op aarde de geest soms enorme mogelijkheden kan geven, die zij zonder dit niet zou bezitten. Door een mens met de juiste gedachte op het juiste moment, is het mogelijk de eigen projecties van vele geesten daaraan toe te voegen en zo op aarde een werking te bereiken die zeer groot is. Is er sprake van een sfeer op aarde, ook al wordt deze door een gehele groep voortgebracht, dan is het voor de geest ook mogelijk hierin een bepaalde gedachte te projecteren. Hierdoor kan op die sfeer worden ingewerkt en zal eenieder, die deel is van de massa, dit wel individueel ondergaan, maar het geheel wordt toch zodanig beïnvloed, dat bij een mogelijke harmonie een wijziging in het gedragspatroon van een gehele groep bereikbaar wordt.
U ziet wel dat het projecteren van gedachten veel meer inhoud dan enkele menselijke of geestelijke grapjes. In de komende jaren zal een mogelijkheid tot het projecteren van gedachten via de astrale sfeer zelfs het lot van de gehele aarde belangrijk kunnen wijzigen. Wij weten bijvoorbeeld reeds nu, dat het de Broederschap door een gebruik van deze mogelijkheden zal lukken bepaalde ontwikkelingen op aarde te stuiten, die anders in de jaren 1972-74 onverweigerlijk tot een wereldoorlog zouden voeren. Er zijn grotere groepen mensen die niet disharmonisch staan tegenover hetgeen men in de geest denkt en zoekt te bereiken. Middels deze groepen kan een groot deel van de massa zodanig beïnvloed worden, dat het gedrag van de massa niet alleen maar door eigen denken en sentimenten zal worden bepaald, maar dat ook geestelijke inhouden van hogere aard haar gedrag bepalen. Hierdoor zal veel bereikt kunnen worden.
Voor de geest is een dergelijke mogelijkheid tot de beïnvloeding van en samenwerking met de stof wel heel erg begeerlijk. Vandaar dat men vanuit de geest alles doet wat men kan om groepen te scheppen, die geschoold zijn tot een denken dat een uitgebreider harmonisch zijn met de geest betekent. Het gaat hierbij vaak om kleinere groepen mensen, die in meditatieve of scholingsverbanden werkzaam zijn. Het gaat hierbij om mensen, die langzaamaan tot een zodanige gelijkheid van reageren, denken en beleven kunnen worden gebracht, dat zij bruikbaar zijn om in hun omgeving zeer sterke gedachteprojecties met langere levensduur op te bouwen. Hierdoor zal de geest dan met de genoemde voordelen op aarde kunnen werken, zelfs wanneer de juiste gedachte niet leeft in een mens op het ogenblik dat een ingrijpen noodzakelijk wordt geacht en harmonie dus wenselijk is.
Vergeet niet dat afstanden hierbij geen rol spelen, zodat men in het kader van een beïnvloeding vaak ver uiteen levende mensen of liggende doelen tijdelijk astraal als het ware naast elkaar kan leggen, bv. Nixon en Brezjnev, al zouden dit wel vreemde astrale bedgenoten zijn; als men zou willen zou men er Mao zelfs nog tussen in kunnen leggen, dan zou men een eigenaardig trio hebben. Maar dat terzijde. Belangrijk is dus, dat er mensen zijn die een bepaalde levenshouding hebben, bepaalde gedachten kunnen koesteren en tot een voor de geest aanvaardbare uiting of formulering van hun gedachten kunnen komen. Het werken met geprojecteerde gedachten zal, naar ik meen, in de komende 5 à 6 jaren wel een hoofdrol gaan spelen in het werk dat wij gaan doen. De punten die ik de laatste dagen heb kunnen constateren, wijzen tenminste wel sterk in die richting, al zijn er nog geen geformuleerde besluiten gevallen.
Wat doet u eigenlijk met uw gedachten? Denkt u positief, of denkt u negatief? Wij hebben vooral behoefte aan positieve reacties, dus voor ons werken is het belangrijk, dat u ook het goede in de verschillende dingen kunt zien en niet alleen maar de nadruk legt op het verkeerde. Denkt u vluchtig, of denkt u werkelijk wel eens over de dingen dieper na? Wij hebben behoefte aan mensen die over de verschillende dingen in deze wereld van u intens kunnen nadenken en zo gedachteprojecties met een zekere houdbaarheid op kunnen bouwen. Want daarmede kunnen wij de beste resultaten bereiken. Wij hebben uit de aard der zaak behoefte aan harmonie met de mensen. Harmonie wordt door ons niet gedefinieerd in aardse termen, maar aan de hand van vergelijkbaarheden tussen onze bestaansinhouden en de uwe. Wanneer dit aanwezig is, kunnen wij wat doen.
En ik meen dat wij een zeer drukke tijd tegemoet gaan. Wij zijn zeker niet anti-autoritair, wat voor sommigen misschien wel een teleurstelling zal zijn. Maar wij zijn zeer sterk gericht tegen een misbruiken van macht en autoriteit. En dit neemt in de wereld op het ogenblik toe. Wij zouden dit probleem negatief kunnen benaderen en dan menige harmonie met mensen op aarde in dit verband ontdekken. Maar wij krijgen dan als resultaat een destructieve werking, waarmede wij ons inziens niets bereiken. Wij kunnen de zaak natuurlijk ook meer positief benaderen, wat inderdaad ons streven is. Wij kunnen de gemaakte fouten een zodanige nadruk geven, dat positieve denkbeelden voortkomen uit de fouten, en het verzet tegen de fouten in de plaats kan treden van een algeheel verzet tegen de nu bestaande waarden.
Het wordt zowel voor u als voor ons een drukke, maar hoogst interessante tijd. Er zullen wel heel wat mensen in hun bestrevingen gefrustreerd worden in de komende tijd. Niet omdat wij negatief tegenover hun streven staan, maar omdat mensen die met alle geweld iets willen bewijzen, vastleggen, doordrijven, meestal degenen zijn, die in zich onzekerheden en angsten dragen, waardoor zij voor bepaalde gedachteprojecties wel bijzonder vatbaar zullen zijn. Juist omdat u een zo levendige en interessante tijd tegemoet gaat, waarin geprojecteerde gedachten een grote rol zullen spelen, wil ik u aan het einde van deze inleiding zeggen:
Wanneer u denkt, probeer vooral zo positief mogelijk te denken. Probeer met uw gedrag en benadering van uw medemens een positieve sfeer te scheppen rond uzelf. Hierdoor zult u in de wereld gemakkelijker harmonieën kunnen vinden. En wat belangrijker is: u zult ook in gedachten een betere harmonie kunnen vinden. Wanneer u met ons in de geest samen wilt werken, probeer dan alstublieft niet al te veel met scherp geformuleerde gedachten te werken. Er zijn bij de projecten van de komende tijd vaak te veel mensen en entiteiten betrokken, om een scherp geformuleerde gedachte aanvaardbaar te maken. Formuleer dus wat algemeen en enigszins vaag. Wilt u voor uzelf met gedachtekrachten en projecties werken, formuleer dan zo helder en zuiver mogelijk. Maar ga ook dan in de eerste plaats uit van het scheppen van een sfeer. Zoek naar een mentaliteit, waardoor u iets aan uw omgeving kunt overdragen. Hiermede kunt u de beste resultaten behalen.
Indien u vragen wilt stellen, of opmerkingen wilt maken, kunt u nu uw gang gaan.
Vragen
Is het opmerken van iets verkeerds, bijvoorbeeld bij autoriteit, in zich een negatieve gedachte? Moet je die ombouwen?
Ja. U erkent dat het negatieve feit bestaat, maar denkt verder, tot u kunt aanvoelen dat een positieve oplossing mogelijk is. Deze laatste kan dan met bepaalde personen worden geassocieerd. Bouw dus nimmer zonder meer een kritiek op, maar zoek eerder op grond daarvan in uzelf een voorstel te formuleren dat positiever is en mogelijk een autoriteit tot een juister handelen kan bewegen.
Dus een alternatief, zoals dit tegenwoordig heet?
Zo kunt u het noemen, ofschoon degenen die de term alternatief het meest gebruiken, helaas uitgaan van de onwaardigheid van anderen, de onmogelijkheid van bepaalde dingen en maar niet kunnen begrijpen dat door een dergelijk presenteren van een alternatief, dit nooit vaste voet zal kunnen krijgen, omdat er voor eenieder die de gevestigde maatschappij nog erkent, een te afstotende werking van zal uitgaan. Valt de afstoting weg, dan blijkt in vele gevallen een sympathie mogelijk, waardoor een samenwerking mogelijk zal worden, waarin niet zonder meer het gestelde alternatief geheel verwezenlijkt zal kunnen worden, maar waarbij een samenwerken in de geest van het voorgestelde alternatief wel degelijk mogelijk blijkt.
Is er nog een belangrijk verschil tussen positief en optimistisch denken?
Optimistisch denken is in vele gevallen een irreëel denken. U kunt natuurlijk wel dromen, dat er wonderen gebeuren, maar daarmede bereikt u nog niet. Denken dat Luns ooit vleugels zal krijgen om zo sneller en goedkoper zijn vele vluchten uit te voeren, lijkt mij overdreven optimistisch, zowel ten aanzien van zijn uiteindelijke bestemming als zijn mogelijkheden. Maar je kunt wel positief denken door je bijvoorbeeld een wat sterkere aanpak van bijvoorbeeld Piet de Jong voor te stellen. Dit ligt binnen de mogelijkheden. Wanneer u iets dergelijks uit zou gaan stralen, is de kans groot dat u er inderdaad mee helpt hem tot een positievere houding te brengen. Het verschil ligt dus in het bestaan van mogelijkheid. De optimist kan wel eens positief denken, maar veelal zijn zijn gedachten te weinig met het bestaande gereliëerd om een harmonische mogelijkheid voor anderen in te houden.
En scheppend denken?
Veelal is dit een fantaseren dat gebaseerd is op een werkelijkheid, waardoor vormen worden geschapen, astraal meestal, die in de menselijke werkelijkheid waar kunnen worden gemaakt. Scheppend denken kan dus wel degelijk een vorm van positief denken zijn. Helaas zijn er veel mensen die scheppend denken beschouwen als iets, waardoor je jezelf kunt vervreemden van de wereld waarin je leeft en van het wezen dat je zelf en feitelijk bent. Deze laatsten stellen dat ‘het andere’ belangrijk is. Maar dit kun je niet waarmaken omdat het andere geen harmonie of verwantschap met je werkelijke Ik heeft. Daardoor is dat wat je creëert dan voor niemand werkelijk en geheel aanvaardbaar. De uitwerking zal dan ook, reeds door dit gebrek aan mogelijke harmonie, praktisch nihil zijn. Enigszins anders ligt het in het kader van de magie. Daar bestaat een vorm van scheppend denken, die in de eerste plaats slaat op hetgeen men astraal kan doen. Wanneer men daar dan een gedachtevorm met voldoende vorm en energie geschapen heeft, kan men inderdaad die krachten ontladen op aarde, mits dit binnen het kader van een daar bestaande werkelijkheid mogelijk en aanvaardbaar is.
Bij veel negatieve gedachten binnen een volk zou men dit dan eerst positief moeten maken, of kan men rustig beginnen met nieuwe gedachten en dus niet te veel strijd met bestaande vormen moeten zoeken?
Wanneer u te maken hebt met negatieve gedachten rond u en u gaat trachten deze te verbeteren, straalt u in feite disharmonie uit. De invloed die u zo op anderen hebt, is dus zeer gering en de uitwerking zal wederom praktisch nihil zijn. Op het ogenblik dat u andere denkbeelden weet te scheppen op een zodanige wijze dat zij ook voor de negatief denkende massa aanvaardbaar worden, hebben zij tot gevolg dat de massa positiever gaat denken. Wanneer dit eenmaal bereikt is, zal een eventuele kritiek door de massa positief verwerkt kunnen worden en als zodanig een positieve waarde gaan tonen. Mijns inziens zult u echter steeds uit moeten gaan van denkbeelden die niet uitgaan van het negatief zijn van de massa, maar die zodanig buiten het bestaande kader van die massa liggen dat je haar kunt bereiken, zonder eerst door het masker van haar negativiteit door te moeten dringen. Bestaat eenmaal een enkel positief punt van contact en begrip, dan blijken zich de mogelijkheden voor verdergaand begrip, samenwerken enzovoorts, steeds verder uit te breiden.
Een negatieve invloed, door jaren van denken geschapen, blijft dan nog wel bestaan, maar vindt door de veranderingen van denken geen harmonieën meer, waarin het zijn invloed zonder meer kan doen gelden. Door de positieve gedachtereeksen wordt een dergelijk negatief veld ook meer en meer afgeschermd op astraal terrein. Het verliest snel zijn krachten, omdat er geen verdere toevoer van energie is, een steeds afnemende hoeveelheid van energie, terwijl het zichzelf vernietigt in pogingen de positieve gedachten aan te tasten. Waarbij moet worden opgemerkt, dat in dit geval het negatieve het positieve toch niet zal kunnen overmeesteren, omdat zijn eigen polariteit anders is.
Als slotwoord nog het volgende: Hetgeen ik u gezegd heb, omvat redelijk veel voor de meesten van u aan nieuwe informatie. Deze informatie moet u in u opnemen. Eerst wanneer u voor uzelf voelt dat dit aanvaardbaar is, kunt u er ook mee werken. Probeer dus niet, ondanks uw eigenlijke overtuiging, hiermede iets te bereiken, want dat kunt u niet. Het scheppen van harmonieën is iets, waarbij zoveel uit het onderbewuste een rol speelt, dat u eerst wel tot een zekere aanvaarding moet komen, voor u werkelijk en bewust kunt leren werken met geprojecteerde gedachten. Maar hebt u het eenmaal geleerd, dan zult u ook ontdekken dat uw wereld hierdoor groter wordt, dat uw mogelijkheden hierdoor aanmerkelijk beter komen te liggen en vooral, dat u met uw wereld vaak een nieuwe en betere relatie kunt vinden. Dit is voor u persoonlijk van groot belang. Daarnaast kunt u dan de zekerheid hebben, dat u ons in de sferen de mogelijkheid geeft op aarde veel meer tot stand te brengen.
Esoterie: Het denken
Waar mij de taak is opgelegd in dit tweede deel een wat geestelijk onderwerp te behandelen, voel ik in mij de neiging ontstaan eens met u te spreken over het denken.
Nu is denken een moeilijke zaak, want er zijn veel mensen die schijnen te denken, dat zij denken, ofschoon zij eigenlijk niet denken, maar voelen. Zij denken echter dat hun voelen denken is en komen zo althans tot enigerlei gedachte; wat kenmerkend is voor hetgeen men in uw dagen ook nog vaak onder denken verstaat. Menigeen meent een ernstig denker te zijn, terwijl hij slechts zoekt naar de juiste formuleringen en beelden die passen bij zijn gevoelens.
Het is duidelijk dat hieruit de meest eigenaardige denkbeelden en situaties kunnen ontstaan. Wanneer ik bijvoorbeeld hoor dat een groep van mensen, die ik wil omschrijven als seksueel andersdenkenden, zich geroepen voelt een ooievaar in zijn wapen te dragen, ofschoon zij uit mannelijke leden bestaat, zo vraag ik mij af, of hier niet de wens de vader van de gedachte is geweest. En wanneer ik hoor dat mensen zich voortdurend beroepen op de nog steeds zwijgende minderheden, zo vraag ik mij af, waarom zij deze minderheid een meerderheid noemen. Vermoedelijk doen zij dit, omdat zij in feite prefereren te voelen in plaats van te tellen.
Kortom, denken schijnt in deze tijd vele mensen zwaar te vallen, daar zij geen onderscheid weten te maken tussen hun emoties, hun dromen en hun denkbeelden. Ik meen echter dat iemand die probeert na te denken, in de eerste plaats redelijk zal moeten denken. Ik geef onmiddellijk en gaarne toe, dat dit voor de aanvaardbaarheid van delen van mijn betoog schadelijk zou kunnen zijn, althans wat betreft de logische opbouw ervan. Toch prefereer ik een redelijke controle en zelfs verwerping van mijn denkbeelden nog boven een gevoelsmatige aanvaarding van het door mij gestelde. Want wanneer ik voel dat ik gelijk heb en u denkt dat u begrepen hebt wat ik gezegd heb, zo bekruipt mij de gedachte, dat u door uw eigen gevoel misleid, waarschijnlijk niet begrepen hebt wat ik bedoeld heb.
De bedoeling die in de gedachte ligt, is, naar ik meen, toch steeds weer belangrijker dan haar formulering. Dus misschien wilt u leren denken. Maar neen. Dat kunt u natuurlijk al. Dat hoef je als mens niet te leren, want mensen denken vanzelfsprekend onmiddellijk zodra zij bestaan. Ofschoon zij meer sprekend dan vanzelf schijnen te denken. Indien u dus wilt leren denken, zo moet ik voor mij zeggen: Leren denken betekent in de eerste plaats begrijpen wat gezegd wordt, terwijl in de tweede plaats uit de discrepanties tussen de verschillende verklaringen, de bedoeling, die achter de redelijke verklaringen ligt, te distilleren is. Helaas is in uw wereld het enthousiasme voor ‘gedistilleerd’ altijd nog groter dan dat voor redelijk denken. Desalniettemin lijkt het mij dat iemand, die probeert eerst te begrijpen wat letterlijk bedoeld of gezegd wordt en dan uit de verschillen tussen hetgeen feitelijk gezegd wordt en hetgeen geïmpliceerd wordt, de bedoeling van het geheel weet af te lezen, veel sterker gebonden met zijn wereld te zijn.
Het is natuurlijk gemakkelijk om in jezelf een eindje weg te denken. Dan denk je eenvoudig alle onaangenaamheden weg en laat in het denkbeeld jezelf over als een stralend voorbeeld voor allen die bewustzijn zoeken, en tronend in de jezelf geschapen hemel poets je dan je stralenkransje verder zo nu en dan eens op met enkele wijze formuleringen, die je meestal pas bedenkt nadat de tijd waarin je ze als antwoord had kunnen gebruiken tegenover anderen, reeds rijkelijk verstreken is. Neen. Denken is een vorm van communicatie. Denken is de definitie van een verhouding tussen jezelf en iets anders. Een dergelijke definitie kan nooit uitgaan van jezelf alleen.
Toch kun je alleen jezelf werkelijk kennen. Met de rest maak je wel kennis, maar dat komt waarschijnlijk omdat je het niet goed kent. Want indien je kennis verder zou reiken, zou je met vele dingen die je nu meent te kennen liever geen kennis maken. Neen. Je moet begrijpen, dat een jezelf gebruiken als maatstaf voor de wereld, binnen een redelijk denkproces niet aanvaardbaar is. Wat betekent dat wij zullen moeten over gaan tot een abstractere benadering: het zogenaamde logische denken. Nu moet ik onmiddellijk hierbij aanmerken, dat de logica niet altijd zo logisch is als wordt gesteld. Ook zij komt soms tot verrassende gevolgtrekkingen die onjuist zijn. Wat maar goed is, want anders zouden zij door de denkers onmiddellijk ontweken worden.
Als dergelijke ontwijkingen van de logische gevolgtrekkingen en de feiten veelvuldig genoeg zijn, ontstaat er zelfs een nieuwe wetenschap.
Maar indien ik, logisch redenerend uit oorzaak en gevolg, uitgaande van bewezen feiten, kom tot een erkenning van overeenkomsten, verschillen enzovoort, tussen mijzelf en het andere, zo heb ik daarmede voor het eerst een beeld gevonden dat het mij mogelijk maakt niet slechts in mijzelf een oordeel of een mening te vormen, maar het verband tussen mij en het andere te erkennen.
Ik geloof dat een dergelijk proces toch wel zeer wenselijk is. In de tweede plaats moet ik dan opmerken dat wij, wanneer wij dan een gedachte geformuleerd hebben, ongetwijfeld door onze conclusie emotioneel beroerd zullen worden. Het jammere is, dat de meeste mensen zo emotioneel worden, vaak zelfs zonder enige redenen, dat zij deze emoties vervolgens aan eenieder toeschrijven, zodat bijvoorbeeld vegetariërs opeens geneigd zijn aan te nemen, dat zelf de aanblik van een weiland eenieder in culinaire verrukkingen dient te brengen. Wat dwaasheid is.
Een vegetariër, hier als voorbeeld genomen, is iemand die dierlijk voedsel afwijst. Onder de nu bestaande levenscondities kan hij zich dit tot op zekere hoogte inderdaad wel veroorloven. Wat hij doet, is voor hemzelf aanvaardbaar en juist. Hij heeft daarvoor enkele redelijke, maar vooral vele emotionele argumenten die moeten bewijzen, hoe juist zijn instelling en handelwijze wel is. Wanneer hij echter gaat begrijpen dat zijn emotionele argumenten in feite voor anderen waardeloos zijn tegenover anderen en dus alleen bij een rechtvaardiging van zijn leefwijze en houding tegenover hemzelf en eventueel gelijkgezinden enige waarde kunnen hebben, zal hij waarschijnlijk de nadruk gaan leggen op de meer reële waarden van het vegetarisme, zoals daar zijn: een gezondere voeding die, door de andere eisen die zij aan de spijsvertering stelt, in vele gevallen beter zal passen bij de huidige leefwijze van de meeste mensen. Wat natuurlijk alleen dan kan spreken bij de mensen, die nog menen dat zij een leven hebben. Want je vindt in uw dagen steeds meer mensen die vinden dat geen werkelijk leven meer mogelijk is. Begrijpelijk overigens, omdat dit mensen zijn die zo intens opgaan in de onmogelijkheden van het leven, dat zij ook anderen het leven onmogelijk gaan maken tot niemand meer leven heeft.
Stel echter dat u op voorgaand omschreven wijze iets of iemand benadert. Dan gaat u uit van de feiten en heeft dit niets te doen met de vraag of bijvoorbeeld die ander nu wel het vegetarisme als enig juiste leefwijze wenst te aanvaarden. Het gaat er eerder om dat u juiste en begrijpelijke argumenten naar voren brengt, waarop de ander op de hem eigen wijze kan reageren, zonder dat hij uw communicatie verkeerdelijk kan verstaan. Want het is natuurlijk onzin enerzijds te spreken over de heiligheid van het dierlijke leven en anderzijds een hond te misvormen tot een soort rolmops, die naast zijn plantaardige voeding – het diertje heeft het nu eenmaal nodig – met pens wordt volgestopt tot hij nog slechts een pens met kop en staart daaraan pleegt te zijn. Te verwachten dat een ander dan uw argumenten over de heiligheid van alle leven zal aanvaarden, op zijn minst onlogisch is. In dergelijke omstandigheden hebben argumenten die op gevoelsbasis berusten, geen waarde en kunnen niet overtuigen. Iemand die geleerd heeft redelijk te denken, begrijpt dit onmiddellijk. Het gebruiken van gevoelens als argument kan de communicatie tussen mensen soms zelfs onmogelijk maken, wanneer er bijkomstige omstandigheden zijn als bijvoorbeeld de hier genoemde.
Vraag u dus altijd eerst af: wat zijn mijn redelijke argumenten? Deze berusten op feiten buiten mij en zullen dus voor anderen, ongeacht hun instelling, tenminste aanvaardbaar kunnen zijn. Vraag u niet in de eerste plaats af, hoe u een ander tot uw geloof kunt bekeren, maar begin u eerst eens af te vragen, wat uw redelijk argument voor uw eigen geloof is. Bedenk dan, dat men nooit mag uitgaan van de stelling dat uw geloof zonder meer juist is. Hoezeer u ook daarvan overtuigd bent, een dergelijk iets is als argument onredelijk. Wel kunt u vaak aantonen, dat er geen enkel redelijk bewijs is aan te voeren voor de onjuistheid van hetgeen u gelooft. U kunt dan verder beredeneren, dat dit geloof voor u voldoet aan bepaalde eisen van levensbeschouwelijke aard, moraliteit, emotionaliteit. Een dergelijke, voor de ander vaak verhelderende wijze van betogen is echter alleen mogelijk, wanneer men eerst leert denken.
En als u mij dus vraagt, wat voor juist denken noodzakelijk is, zou ik willen stellen: Leer in de eerste plaats het emotionele argument van een feitelijk argument te onderscheiden. Vraag u steeds weer af wanneer u iets stelt, in hoeverre het op feiten berust en in hoeverre het berust op veronderstellingen, wensdromen, illusies geloofspunten. In de tweede plaats: tracht nimmer met anderen te debatteren over gevoelens of geloofspunten. Begin steeds weer met redelijke argumenten. Indien een ander u dan met emoties antwoordt, ga daarop dan niet verder in, denk daarover niet te veel na maar antwoord slechts op de redelijke argumenten die in zijn (haar) emotionele betoog bevat kunnen zijn. In de derde plaats: beschouw de redelijkheid van het denken niet als alleenzaligmakend, maar als het juiste middel om anderen te leren kennen en begrijpen. Vul uw redelijk verkregen begrip dan in uzelf aan met uw emoties. U zult dan in staat zijn, door deze emoties, een medemens beter te benaderen en te begrijpen, terwijl uw rede het u mogelijk blijft maken vanuit een redelijk begrip de mens zo te benaderen, dat niet slechts de redelijke argumenten, maar zelfs de voor u daarmede verbonden emoties voor een ander begrijpelijk en waarschijnlijk mede ook aanvaardbaar worden.
Wilt u goed leren denken? Besef dan wel, dat men vele argumenten niet stelt om anderen te overtuigen, maar om zichzelf te overtuigen. Zij die het minst volledig geloven, zijn degenen die het ijverigste proselieten maken. En zij die dan hierdoor van eigen waardigheid en waarheid overtuigd geraken, zijn geneigd hun proselieten als satellieten te beschouwen. Indien dit staatkundig gebeurt, noemt men het een imperium. Wanneer het filosofisch gebeurt, zou men het eerder een imperium van emoties kunnen noemen.
Dit zijn dan enkele grondwaarden. Maar bij het denken is de emotie geheel niet te vermijden. Wat maar goed is ook, want anders zou een computer een beter mens zijn dan u. De computer heeft wel geen betere hersens dan u, maar gebruikt ze ongetwijfeld logischer en daardoor sneller. Emotie is noodzakelijk. Maar wat is dan de zin van de emotie, wanneer het denken u in de eerste plaats een redelijk proces dient te zijn? Zij bepaalt de betrokkenheid bij gebeuren en argument, en bepaalt daardoor de beleving en zelfs de beleefbaarheid van de dingen. Als zodanig is de emotie onmisbaar voor de mens zelf. Op het ogenblik dat ik alle emotionaliteit uit tracht te sluiten, zover zij mijn eigen betrokkenheid bij het gebeuren betreft, handel ik dus onjuist. Ik mag wel degelijk emotie in mijzelf voelen en zij mag zelfs wel enigszins in mijn denken doorklinken, zolang ik mij daarvan maar als emotie bewust kan blijven. Want dan kan ik haar zowel als interpretatie van andermans gedachten en woorden als bij de logische conclusies die bij mijn eigen denken een rol spelen, ook tijdelijk terzijde stellen, en zo een al te redelijke eenzijdigheid in mijn beleven voorkomen.
Een mens deelt zichzelf niet graag in vele delen. Hij zoekt steeds weer als geheel op te treden en te leven. Wat zijn goede kant heeft, want ik weet nog niet wat er zou gebeuren als mensen zich in delen deelden. Waarschijnlijk zouden er dan onderdelenhandels ontstaan en de vraag is maar, welke delen als de meest preferente onderdelen uit de bus zouden komen. De mens zou dan wel een soort Volkswagenmens worden of iets dergelijks. De mens wil nu eenmaal graag een geheel zijn. Om een geheel te zijn, moet je beslissingen kunnen nemen. Maar juist beslissingen kun je mijns inziens alleen maar redelijk op verantwoorde wijze nemen. Dit betekent dat een beslissing steeds weer gebaseerd moet zijn op redelijke overwegingen. Maar je zult de zo genomen beslissing redelijk moeten kunnen aanvaarden, daar je anders de genomen beslissingen toch niet ten uitvoer kunt brengen.
Hiermede staan wij dan voor het grote probleem dat, mijns inziens, met alle menselijk denken verweven is. Dat er sprake is van persoonlijke preferenties is geen wonder. Elke mens heeft nu eenmaal een bepaalde voorkeur, die bij sommigen zelfs blijkt te ontaarden in een exclusieve voorkeur voor preferente aandelen. Dat een voorkeur bestaat, is redelijk aanvaardbaar. Maar dan mag zij niet worden beschouwd als een logisch gevolg vanop het logisch deel van ons contact met de wereld. De voorkeur is onze persoonlijkheid, die bepaalt. Het logische en redelijke contact dat het denken voor ons met de wereld mogelijk moet maken, kan niet op voorkeuren gebaseerd zijn. Zodra ik een voorkeur uitspreek en deze beschouw als een logisch deel van mijn redelijke argumenten, zullen mijn argumenten zodanig eenzijdig worden dat ik de waarheid vervorm, mijn denken is dan nog slechts pseudo-logisch. En vanuit mijn pseudologica kom ik als vanzelf tot een volledig irreële handelwijze.
De handeling van de mens zou voornamelijk het product van zijn redelijk denken moeten zijn. Ik zeg: Zou moeten zijn. De meeste mensen denken dan wel, en soms zelfs redelijk, maar zij handelen meestal onredelijk. Vermoedelijk omdat zij bang zijn voor een te grote redelijkheid, daar alleen hij die onredelijk reageert in uw wereld, nog iets schijnt te kunnen bereiken. Ook dit komt mij niet zo verwonderlijk voor, daar de onzin vaak tot rede wordt verheven door vele grote redenaars, die in hun redeneringen de rede en redelijkheid van hun toehoorders zodanig weten aan te tasten dat hun onzin zinrijk schijnt te worden, waarbij deze onzin dan ook de bron van hun rijkdom schijnt te zijn. Ik vind dit begrijpelijk maar meen dat wij dit moeten vermijden. Zolang wij eenzijdig denken, tasten wij onszelf aan, ook wanneer wij een bepaalde vorm van logica hanteren. Want ook dan kunnen wij niet bewezen mogelijkheden of niet als onmogelijk bewezen punten uitsluiten. Iets als mogelijk uitsluiten zou men nimmer mogen doen, tenzij het bewijs voor de onmogelijkheid daarvan feitelijk is geleverd.
Wij kunnen geen punt van geloof niet als onmogelijk verwerpen of weg-interpreteren, zonder toe te geven dat het op zich mogelijk waar en waardevol is. Wel mogen wij stellen dat een dergelijke mogelijkheid onbewijsbaar is en dat wij uit vele dergelijke mogelijkheden er de voorkeur aan geven een andere mogelijkheid eerst eens te onderzoeken. U kunt natuurlijk in de verschillende geloven naar punten van redelijkheid zoeken. U zult dan echter ontdekken, dat zij bij monde van de gelovigen tot een summum van onredelijkheid worden verheven middels interpretaties. Wat mogelijk de verhevenheid verklaart die men aan vele geloofspunten pleegt toe te kennen. Want dat is de reden die gegeven wordt voor een feitelijk verbod zelfstandig over dergelijke punten na te denken. Maar denken moeten wij, steeds weer. Het is voor ons de mogelijkheid onze ontwikkeling uit te breiden. Niet alleen onze algemene, maar vooral onze geestelijke, die ons later in staat zal stellen tot een beheersing van onszelf, en zelfs van ons milieu, te komen. Ik meen dat het menselijke denken verwant is met de Orde, die in het Hoogste bestaat: Wanneer het gebaseerd is op de zuivere wetmatigheden, die voortdurend en bewijsbaar kenbaar worden, kan dit denken voor zich een wereldbeeld scheppen dat werkelijkheid is en binnen deze werkelijkheid het eigen wezen tot uiting brengen.
