Het komende Licht

uit de cursus ‘De vernieuwing in deze tijd’ (hoofdstuk 4) – januari 1981

Het komende Licht

Als men in deze tijd kijkt naar de wereld geestelijk en anderszins, dan is alles enorm verward, chaotisch om niet te zeggen duister. Dit brengt heel veel mensen ertoe om erg pessimistisch te denken. Zij verwachten niet veel meer van het leven. Zij verwachten niets van de mensen, niets van de wereld. Toch zou men een keer eens heel vroeg moeten opstaan. Zo vroeg behoeft het ook niet meer in deze dagen, want wanneer is het donkerst? Kort voordat de zon opkomt. In een dergelijke periode bevinden wij ons op het ogenblik.

Als we spreken over het licht, dan kunnen we dat (we hebben dat al eerder gedaan) splitsen in verschillende kleuren. Maar het licht, als zodanig, het geestelijke licht, kunnen we het best thuisbrengen bij een mengsel van het zilveren en het gouden licht, het witte licht en het gouden licht. Deze beide krachten namelijk worden op een gegeven ogenblik steeds sterker. Maar omdat de wereld zich nog moet aanpassen aan nieuwe verhoudingen en nieuwe condities zien we in de wereld nog betrekkelijk weinig van dat licht. Er zijn echter wel opvallende verschijnselen.

Wanneer het licht werkt, ga je meer zien. Heel vaak is het ook nog de val van het licht, de manier waarop het licht invalt, waardoor de kleur, het hele sfeertje van een landschap wordt bepaald. Ook het invallen van dat licht op aarde maakt natuurlijk ook wel verschil uit.

Wanneer het licht net aan het opkomen is en het komt zo met een enkele straal, dan zie je wel veel meer, maar je ziet alleen de ongerechtigheden. Je ziet de nadelen van allerlei kwaliteiten die dan ontstaan. Maar wat je niet ziet, is dat die kwaliteiten op zich het begin zijn van een vernieuwing, van een nieuwe dag, van een nieuwe periode waarin de mensheid weer in het licht kan leven en werken.

Ik wil niet zeggen dat de afgelopen era op zichzelf zo duister is geweest. Er zijn wel degelijk lichtpunten in geweest, maar dan moeten we daarvoor wel een tijdje teruggaan. We moeten kijken naar de jaren 1500 ‑ 1600. In enkele gevallen, maar niet voor alle delen van de wereld, kunnen we nog eens teruggrijpen naar omstreeks 800. In die periode zijn er inderdaad felle lichtflitsen geweest, is de mensheid opeens anders gaan denken en hebben er grote veranderingen plaatsgevonden. Maar vandaag de dag zijn er zoveel verschillende denkbeelden dat ze elkaar in wezen opheffen.

Er zijn ontelbare godsdiensten, filosofische systemen, inwijdingssystemen in opkomst. Al die systemen spreken elkaar tegen. Al die systemen schijnen elkanders invloed en werkingen te willen opheffen. Nu is dat niet zo belangrijk, als je begrijpt dat dat alleen maar de verpakking is. Als je wil wassen, heb je zeep nodig en dan maakt het weinig uit of de zeep in een rood, blauw of in een anders gekleurd pak zit. Als je de waarheid zoekt, dan kun je haar niet zoeken in het systeem…. Het licht doorbreekt de systemen. Het wordt als negatief ervaren, dat is duidelijk.

Een systeem is zekerheid. Een mens, die op zekerheid probeert te spelen, heeft nu eenmaal graag dat hij precies weet waar hij aan toe is. Als hij zijn zonden belijdt, dan komt hij in de hemel. Als hij zijn belasting op tijd betaalt, dan is zijn bezit onaantastbaar en is hij een gezeten en respectabel burger. Maar zo is het niet meer. Aan alle kanten grijpen invloeden in. Aan alle kanten werken de invloeden en krachten van het licht. U moet niet denken dat dat alleen waar in sociaal opzicht is. O, we zouden ook de economische verwarring voor een deel kunnen gooien op het licht. Want mensen, die uitgebuit worden, ontdekken dat het niet nodig is om zich te laten uitbuiten. Nu ja, zij maken de zaak duurder en dan wordt de olie duurder, dan worden de grondstoffen ook duurder.

Er zijn ook zoveel andere dingen. Hoeveel mensen zijn tegenwoordig niet extra gevoelig geworden? Hoeveel mensen zijn er niet die plotseling heel andere dromen hebben dan voorheen? Hoeveel mensen zijn er niet in deze tijd die dingen zien die ze nog nooit tevoren hebben gezien? Hoeveel mensen worstelen niet met hun vermogen om iets uit te drukken doodgewoon doordat ze nu denken dat zij de middelen daarvoor niet hebben of omdat ze niet meer weten hoe zij binnen het oude systeem en de oude routine die vernieuwing tot uitdrukking moeten brengen? Dat is iets waarmee men toch wel degelijk rekening moet houden.

Wanneer we te maken krijgen met het gouden licht, dan betekent dat meer energie, zeker. Maar je kunt die energie verspillen. Je kunt die energie net zo goed steken in het vinden van een nieuw systeem van samenleving als in het smijten met stenen.

Wanneer het witte licht komt, zal het je duidelijk maken dat je wordt bedonderd. Maar dan kun je proberen om dat bedrog onmogelijk te maken of je kunt in verweer komen tegen degenen die je bedriegers noemt. In het eerste geval is het elke keer positief. In het tweede geval is het negatief. Waar we behoefte aan hebben in deze periode is vooral positiviteit. Want wanneer het licht komt, zal het voor velen van ons een slag zijn. Nu bedoel ik niet alleen bij u, maar ook bij ons in de geest. Ook bij ons zijn er nog die de oude termen van het Leger des Heils gebruiken, als zij zich tot de mensen richten. Ook bij ons zijn er geesten die denken aan hemel en hel op de oude gevestigde manier. Allemaal zullen zij moeten erkennen dat het waanbeelden, drogbeelden zijn. Als er iets pijnlijk is, dan is dat wel te erkennen dat je je hele leven opoffert voor iets wat in wezen niet veel meer is dan een illusie, een sprookje dat je zelf hebt opgebouwd.

Daarom moeten wij er rekening mee houden dat het komende licht bij heel veel mensen een onbeheerstheid, een soort woede veroorzaakt, een niet meer op kunnen tegen de werkelijkheid, er zijn zoveel van die dingen. Laat mij een eenvoudig voorbeeld geven.

Engeland heeft iemand naar Indonesië gestuurd. Indonesië exporteert op het ogenblik zeer goedkope textiel naar Engeland. Mevrouw Thatcher kon er niet omheen, ze moest de invoer ervan beperken. Nu is de textielinvoer inderdaad beperkt. Maar daar staat wel tegenover, dat er voor heel, heel wat meer miljoenen aan constructiewerkzaamheden en machines niet meer door Engeland zullen worden geleverd. Die worden geleverd door andere landen die de Indonesische export wel willen opnemen. Dat is natuurlijk erg pijnlijk. Maar wat moet ze daartegen zeggen?

Je kunt tegen de arbeiders zeggen: Man, je hebt jezelf uit de markt geprijsd. Je kunt tegen een pastoor zeggen: Meneer Pastoor, u heeft uzelf langzaam maar zeker in de vernieling gepreekt. Je kunt tegen de dominee zeggen: Meneer, u heeft het Woord zo gesproken dat niemand meer een woord ervan kan verstaan. Maar dat kunnen zij niet accepteren.

De arbeider zegt: Ik ben mijn loon waard. Maar hij begrijpt niet dat zijn loon wordt bepaald door wat hij produceert en de mogelijkheid om dat te verkopen. Het is niet het werk dat wordt betaald, maar de ruilbaarheid van zijn prestatie. Zo heeft de pastoor misschien wel veel gebeden en geprobeerd de mensen dicht bij God te brengen, maar je kunt de mensen niet dicht bij een God brengen waarin ze niet meer werkelijk en intens geloven. Het is belangrijker dat een mens gelooft, dan dat hij op de juiste wijze tot God gaat. En als men dat niet begrijpt, dan komt er op een gegeven ogenblik de ontkerstening.

Als de dominee voortdurend bezig is om de Schrift uit te leggen op zijn manier, komt hij in grote problemen. Dan kan hij zeggen: Gods wil moet geschieden. Klaar als er dan ergens een roodvonk‑ of mazelenepidemie uitbreekt bij kinderen die geen injectie daartegen hebben gehad, dan komt er last. Je kunt zeggen; Daar kunnen we niets aan doen. De werkelijkheid is, dat we er wel degelijk iets aan kunnen doen. Wij moeten begrijpen, dat onze beperkte visie niet voldoende is en dat al datgene wat het nieuwe licht ons brengt niet moet worden gezien als een aantasting van het bestaande, maar juist als een blik op de wekelijkheid.

Het kosmische licht dat aan het einde van dit jaar al behoorlijk sterk wordt (in het lopende jaar hebben we al een aantal zeer interessante fluctuaties, maar aan het eind van het jaar wordt het zeer sterk), moet wel voeren tot een soort ontmaskering, een demasqué van de belangrijkheid. Iedereen die belangrijk is zal zich dan met handen en voeten te weer stellen tegen alles wat die belangrijkheid zou kunnen onthullen voor wat ze werkelijk is, driekwart bluf en een kwart hard werk. Dan is het duidelijk, dat hierdoor de strijd op aarde toeneemt.

Misschien heeft u ‑ dat moet u vooral doen in de zomer ‑ het opgaan van de zon weleens meegemaakt. Wanneer aan de hemel de eerste lichte wolk verschijnt en weer schijnt te verdwijnen en er langzaam ergens in het oosten een randje licht komt. Wanneer u dat meemaakt, dan moet u eens luisteren. In het begin is het tamelijk rustig. Misschien hoort u nog een uil de laatste kreet slaken en dan beginnen hier en daar de eerste vogels te kwetteren. In dat eerste uur dat de zon werkelijk haar licht laat gelden, is het een rumoer van jewelste. Nachtegalen en basterdnachtegalen zijn bezig, de merels gaan slaan, de vogels kwetteren, tjilpen en tuten. Allemaal tegelijk en allemaal door elkaar. Het ritme dat de dag kenmerkt, ook in de zang van de vogels, is er dan nog niet. Het is de gelijktijdigheid van vele effecten die voor de wereld zo uitermate verwarrend is.

Natuurlijk, het is erg leuk als je kunt zeggen (wat inderdaad een feit is) dat de mensen toch wel meer geestelijk, georiënteerd zijn, maar over het algemeen dan toch wel erg vrijblijvend. De werkelijkheid echter is, dat er ook tussen mens en geest, tussen de mens en de goddelijke krachten, tussen de mens en de astrale sfeer en haar werking op aarde een vaste relatie is.

Die is niet zo wisselvallig als de mensen denken. Er zijn vaste regels, vaste normen en pas als je die hebt gevonden, zijn die dingen van werkelijke betekenis. Het is hetzelfde als met een paard. Een paard is een schitterend vervoermiddel. Het loopt op plantaardig voedsel (je hebt dus geen last van oliesjeiks), het loopt waar je gaan wilt en het kan zich door een terrein bewegen waarin elke auto vastloopt en zelfs een motorfiets niet verder komt. Maar dan moet je wel eerst het paard temmen. Het paard moet gewend zijn aan het zadel en aan de ruiter. En zelfs dan moet de ruiter meester blijven van het paard anders komt hij op de grond terecht. Dat kun je met minder moeite ook gedaan krijgen.

Als je kijkt naar de paranormale invloeden en krachten die zich in steeds sterkere mate overal manifesteren zelfs op dit ogenblik, dan is het niet alleen maar een zaak van: nu komt die andere wereld opdraven. Neen, dan is het een kwestie van; ik moet de relatie tussen mij en die andere wereld terugbrengen tot een wetmatigheid. Ik moet de oorzaak‑en‑gevolgwerking doorkrijgen. Ik moet weten hoe kan ik deze dingen op­roepen, wanneer ik ze nodig heb? Hoe moet ik mij afsluiten, wanneer ik ze niet nodig heb?

Er zal een tijdje van licht overheen moeten gaan voordat alle men­sen, die nu ergens in hun achterhoofd worden geplaagd door allerlei gevoeligheden, allerlei dromen en denkbeelden in de gaten hebben gekre­gen dat ze dit kunnen reguleren; dat ze het kunnen beheersen. En dat ze zoals heel veel verschijnselen, die uit een astrale sfeer op aarde plaats­vinden, op het ogenblik gemakkelijk ten goede kunnen worden gebruikt. Maar dan moet je wel in staat zijn om ze te richten; om de voor de mens negatieve effecten daarvan a.h.w. terug te kaatsen.

Met de komst van het licht wordt het steeds belangrijker dat je die dingen gaat leren. Denk niet: ik word er het slachtoffer van. Of: ik zal er geen last van krijgen. Ieder doet het op zijn eigen manier. De een ziet, de ander hoort, de derde wordt alleen door allerlei sfeer­gevoelens en emoties plotseling geteisterd en de vierde heeft opeens allerlei hallucinaties. Maar hoe het ook is, die verschijnselen zijn deel van een werkelijkheid, niet van een misleiding t.a.v. uw eigen werkelijk­héid. Neen, ze zijn een deel van een grotere werkelijkheid.

Nu het licht steeds sterker gaat worden, zullen die verschijnselen voor bijna elke mens in meer of mindere mate gelden. Je kunt je erdoor laten storen. In dat geval kun je niet verder gaan. Je kunt je er ook niets van aantrekken. Dan blijven ze misschien vaag op de achtergrond bestaan en voor de rest heb je er geen last van, maar je kunt ze dan ook niet gebruiken. Je zou natuurlijk ook kunnen proberen de zaak te beheer­sen. Ik wil daarvoor nu alvast een paar regels geven. Ik weet niet, of het hele programma kan worden afgewerkt, dus wat we gedaan hebben dat heb­ben we gedaan.

In de eerste plaats. Wanneer u zo’n ontwikkeling doormaakt van een van die paranormale vermogens, dan zullen de verschijnselen in het begin irrationeel zijn, d.w.z. zij hebben geen wezenlijke betekenis, ze hebben geen werkelijke inhoud. Het is alsof u ineens een dia geprojecteerd ziet en hup die is weer weg. Dergelijke dingen bewijzen in welke richting uw gave gaat, meer niet. Zoek niet naar een betekenis daarin. Als er een betekenis is, dan wordt die vanzelf wel duidelijk gemaakt. En als die betekenis er niet in zit, dan verspeelt u alleen maar tijd en energie door daarnaar te zoeken.

In de tweede plaats, u zult ontdekken dat een deel van die verschijn­selen voor u disharmonisch is. Disharmonische verschijnselen moet u tege­moet stralen met de grootste welwillendheid. Een disharmonie kan worden opgeheven door een schild van genegenheid, van liefde zelfs daar tegen­over te stellen. Hierdoor zullen de disharmonische elementen steeds meer van u worden verwijderd. De harmonische elementen daarentegen kunnen zich juist daardoor duidelijker formeren. De tienduizend stemmen die u door el­kaar hoort fluisteren worden dan herleid tot een enkele stem die u kunt verstaan. De vele beelden, die eigenlijk helemaal geen inhoud schijnen te hebben, vallen weg. Daarvoor in de plaats komen duidelijke tekens of sym­bolen die u wel kunt begrijpen. Dat is al erg belangrijk.

In de derde plaats. U zult merken dat er een samenhang is tussen uw eigen situaties, de manier waarop u denkt, werkt, of u vermoeid bent of niet en het optreden van die verschijnselen. Onthoud dit: Als u dat eenmaal heeft gemerkt, dan weet u hoe u die verschijnselen kunt wekken. Dit is heel belangrijk. U weet tevens hoe u die verschijnselen kun afweren, indien u ze niet wenst. U wordt een beetje meester over het verschijnsel. Er is aan de andere kant wel een heel bewuste en sterke wil voor nodig om u dan ondanks alles te bereiken. Dat betekent dat een boodschap, die werkelijk belangrijk is u nog kan bereiken, maar dat allerlei willekeurige flitsen van mindere betekenis aan u voorbij zullen gaan.

In de vierde plaats. Het is voor de mens op aarde toch wel van belang om de proef op de som te nemen. Als u die verschijnselen alleen maar ziet, beleeft, hoort of aanvoelt zonder meer, dan zegt het u weinig, dan kan het van alles zijn, zelfs zelfbedrog. Ga na onder welke omstandigheden de verschijnselen optreden. Richt uw aandacht op het verschijnsel en probeer in licht gewijzigde omstandigheden een vergelijkbaar resultaat te verkrijgen door u te concentreren op het verschijnsel. Heeft u dat eenmaal gedaan, probeer dan de toestand te bereiken van de eerste en de tweede reactie waarmee het verschijnsel kenbaar was, zonder u te richten op het verschijnsel. Krijgt u in alle gevallen een vergelijkbare beleving of ervaring, dan kunt u aannemen dat deze ervaringen terecht bestaan en voor u betekenis hebben. En dan moet u altijd nog proberen disharmonische factoren te verwijderen.

Er zit natuurlijk nog veel meer aan vast. Daar komen we later misschien nog op terug. Hier heeft u aan paar eenvoudige regels om in ieder geval in het begin te leren hoe u de invloeden van het opkomen de licht een beetje kunt gebruiken om ook uw relatie met de onzichtbare wereld te reguleren.

Dan is er een ander punt waaraan we toch ook veel aandacht moeten besteden.

Als er licht komt, dan zie je heel veel dingen die er niet zouden moeten zijn. Je gaat allerlei zaken waar je normaal overheen hebt gekeken ontdekken. Bijvoorbeeld het gif in de Nederlandse bodem. Een hele tijd heeft men daar niet aan gedacht. Het is er altijd wel geweest, maar men heeft er gewoon niet aan gedacht. Plotseling komt de aandacht op één punt te vallen en nu gaat men al die plaatsen na. Dit is op zichzelf natuurlijk zeer lovenswaardig, maar aan de andere kant vraag je je wel af: Gooi je het kind niet met het badwater weg? Want je kunt de hele bodem wel gifvrij maken, maar je blijft gif produceren en je blijft het gebruiken. Dus is het wel zo zinvol als het lijkt?

Als u dat in geestelijk opzicht gaat doen, dan moet u zich realiseren, ik zal heel veel dingen zien die ik eerst normaal vond en die mij nu opeens afzichtelijk voorkomen, waarmee ik geen raad weet en waarvoor ik zou willen weglopen. Realiseer u dat dit alleen maar storingen zijn op uw pad. Het betekent niet dat u die dingen moet gaan bestrijden of dat u daarvoor moet weglopen. Het betekent, dat u moet zoeken naar een weg waardoor, u juist deze voor u onaanvaardbare effecten kunt vermijden, Verder gaan, niet teruggaan.

In de totale ontwikkeling van de mensheid zou dat weleens een zeer beslissende fase kunnen worden. Als we namelijk leren voort te gaan en de lelijke effecten zoveel mogelijk te ontwijken (niet bestrijden maar te ontwijken), dan komt er een ogenblik dat de effecten die lelijk waren, die we mogelijk zelf hebben geschapen, niet meer aanwezig zijn. Maar wij kunnen dat nooit aan anderen overlaten. Het klinkt misschien krankzinnig maar het is toch werkelijk zo.

Kijk, een tuinder kan wel zeggen dat het erg is dat de Nederlandse bodem zo wordt vergiftigd omdat er een verzilting is e.d., maar ondertussen kan hij zelf voortgaan met de een of andere giftige stof voor het sproeien te gebruiken. Hij doet dus eigenlijk hetzelfde. Dan moet hij eerst zelf ophouden. Hij moet ophouden met datgene te doen wat niet goed is. Dat geldt voor iedereen.

Als je bij jezelf begint, kun je op den duur een positief effect bereiken. Als je het bij anderen bestrijdt, zonder het bij jezelf te bestrijden, dan vererger je in feite de situatie omdat je dan een strijd veroorzaakt waarin eenieder om zijn eigen gelijk te bewijzen doorgaat met zaken die je nu als onjuist hebt erkend.

Dat is ook zo met uw mentaliteit. Er is heel veel te veroordelen in deze tijd. Vindt u het ook zo erg dat er zoveel kinderen verslaafd zijn? Dat er zoveel vreemdelingen in Nederland wonen, terwijl er Nederlanders werkloos zijn? Vindt u het ook zo erg dat er zoveel geld wordt uitgegeven aan mensen die niets doen? Als u dat vindt, dan vind ik dat best. Maar dan moet u eerst eens kijken, of u er zelf iets aan kunt doen. U moet niet zeggen: Dat moet dan van bovenaf worden geregeld. U moet zelf beginnen.

Als je leert zien (met het licht zal dat steeds duidelijker worden) dan zeg je: Hé, op mijn pad zijn dingen die voor mij onaanvaardbaar zijn. Ik moet daar geen deel aan hebben. Ik moet ze ook niet bestrijden. Ik moet een afbuigende weg daaromheen kiezen. En als dat niet mogelijk is, dan ga ik gewoon verder in een willekeurig gekozen richting tot het ogenblik, dat ik weer in de door mij gekozen richting verder kan gaan zonder met de storing te worden geconfronteerd.

Het klinkt natuurlijk weer heel gek. Maar hoe kunt u op tegen een geïnstitutionaliseerde wereld? Hoe kunt u op tegen de dogmata van alle kerken religies? Hoe kunt u op tegen alle stellingen van de geleerden, de economen, de sociaal‑economen, de politici? Je kunt een politicus ertoe brengen andere uitspraken te doen, maar je kunt hem er niet toe brengen anders te handelen dan hij altijd heeft gedaan. Je kunt een econoom duidelijk maken dat hij een fout heeft gemaakt, dan zal hij nederig zeggen dat zijn berekeningen verkeerd waren en hij gaat verder met hetzelfde systeem. Begrijp dat!

Het heeft dus geen zin om die mensen of die dingen aan te vallen. Maar je moet proberen een weg daaromheen te vinden. Als iedereen in Nederland al die grote sociale problemen met even grote ijver probeert te ontgaan als hij probeert de belasting te ontduiken, dan zou Nederland: ongetwijfeld in korte tijd een enorme sprong voorwaarts maken.

Geestelijk is het precies hetzelfde. Wij kunnen ons verzetten tegen de dingen die wij niet mooi vinden. Wij kunnen gaan roddelen over alles wat wordt uitgegeven voor missies, voor het drukken van allerlei evangeliën terwijl de mensen vragen om eten. En dan hebben we eigenlijk wel gelijk. Maar daarom moeten wij ons niet daarmee bezighouden. Laat een ander zijn dwaasheid, maar doe zelf het juiste. Als u voelt dat iets niet juist is, probeer een voorstelling te vinden van hetgeen juist is en kies die richting. Trek u niets aan van alle stellingen van de gemeenschap. Die gemeenschap kan u nog meer vertellen.

Alle dingen die samenhangen met fatsoen en niet‑fatsoen, solidair en niet‑solidair, vroom en niet-vroom doen in wezen niets ter zake.

Wanneer het licht komt, zullen wij zien dat steeds meer van die dingen voor ons hinderpalen worden. Dan kunnen wij wel proberen ze te slechten, maar dat heeft geen zin. Het kost ons de energie en de bewustwording die we voor onszelf en voor anderen veel te hard nodig hebben. Als wij ze links laten liggen, dan bereiken we iets. Dat is veel belangrijker dan het te bestrijden.

Dat zijn de punten waarmee we in de komende tijdrekening moeten houden.

Als we kijken naar de komst van het licht, dan is het duidelijk dat het voor de doorsnee‑mens een periode is van allerlei verwarrende belevingen en ervaringen. De meesten zullen het erg negatief vinden. Anderen zullen zeggen: Nu kan ik mijn eigen wil juist doorzetten, doe dat in ’s hemelsnaam niet.

Leer observeren, leer waarnemen diep in uzelf maar ook in de wereld. Kijk naar de dingen. Kijk naar alles wat in u oprijst en leer dat u zelf een persoonlijkheid bent met een zekere harmonische waarde, met een zekere ervaringsnoodzaak, met een zekere preferentie voor bepaalde wegen zelfs. En kijk dan in de wereld hoe u die wegen kunt gaan.

Laat u niet beoordelen of veroordelen door anderen. Beoordeel en veroordeel ook anderen niet. Ik weet het, wij maken ons er ook aan schuldig. De hemel vergeve ons al datgene wat we over de heer Van Agt, en de heer Den Uyl hebben gezegd. Maar dat zijn bijkomstigheden.

Het gaat om een mentaliteit. Een mentaliteit kun je bij niemand veranderen behalve bij jezelf. Het licht maakt u duidelijk op welke manier u dit kunt doen.

De hele wereld bevindt zich op het ogenblik in een toestand van onevenwichtigheid. Die onevenwichtigheid wordt vooral duidelijk door de grote angst die niet alleen overal bestaat, maar die ook overal wordt gepropageerd. De angst voor het gele gevaar, het rode gevaar, het kapitalistische gevaar, het socialistische gevaar, het fascistische gevaar. Al die gevaren bestaan maar ten dele. Ze zijn een normaal deel van de menselijke historie en van de menselijke bewustwording.

Wij kunnen ons natuurlijk voorbereiden op een nieuwe wereldoorlog. Maar als wij daar te veel tijd aan besteden, dan kunnen wij de vrede van vandaag niet eens meer handhaven. Als we de vrede sterker maken, dan maken we de oorlog onwaarschijnlijker. Als wij ons voorbereiden op de oorlog, maken wij de vrede onwaarschijnlijker. Als wij ons bezighouden met de fouten die in een bestuur altijd weer worden gemaakt, dan scheppen we voor onszelf een voortdurend groter wantrouwen.

Dat wantrouwen leidt ons tot niets. Het maakt ons alleen maar defaitistisch. Het brengt ons ertoe om met het kwade ook het goede aan te vallen en te bestrijden zijn. Er zijn heus wel zaken die goed zijn ook. Laat ons dan daar waar het goede is het goede versterken en het kwade links laten liggen.

Het klinkt vreemd als je dat zo zegt. Als je in het donker loopt, kun je over elke steen en elke kluit aarde op je pad struikelen. Wanneer het licht begint te worden, dan kun je daar overheen stappen. Als je daar overheen kunt stappen, dan val je in ieder geval minder. Wordt het nog lichter, dan kun je een deel van de weg tevoren overzien en dan kun je dus al die obstakels eventueel ontwijken, je behoeft je er niet meer mee bezig te houden.

Wanneer er een kosmisch licht komt, dan is dat licht ‑ ongeacht de levenskracht die het mede versterkt ‑ toch in de eerste plaats iets waardoor we zien wat er op onze weg ligt, wat de hinderpalen zijn die we moeten overwinnen. Die hinderpalen zijn niet zoals wij denken de kleine gebreken waaraan wij zelf laboreren en de grote gebreken die wij in de wereld voortdurend constateren. Die hinderpalen zijn juist alle verstoringen van onze persoonlijke harmonie, hoe dan ook. Zolang wij harmonisch blijven is er in ons een weerklank met de kosmos. Dan zal het licht in zijn vele vormen voor ons een bewustwording en een kracht betekenen ook op aarde, ook lichamelijk, ook stoffelijk in relatie met de mensen, met de maatschappij. Het is dus een manier van juist reageren waar ik u op wijs.

Nu we daar toch over bezig zijn (u heeft over het komende jaar al het een en ander gehoord) wil ik u erop wijzen dat met het aantal malen dat bijzonder sterke golven licht (wit licht, blauw licht, goud licht etc.) op de aarde afkomen die frequentie steeds groter wordt. Dat impli­ceert, dat er dus steeds meer wisseling van mogelijkheden ontstaat.

Nu kun je niemand een programma geven waarin staat, zoals in een spoorboekje: dan en dan rood licht, zorg dat u uw lichamelijke taken in die tijd volbrengt. Dan is er blauw licht, bezinning, maak uw plannen enz. Zo’n spoorboekje bestaat niet. Uw eigen gevoeligheid maakt uit in hoe­verre een bepaalde golf van licht u beïnvloedt en bovendien hoe lang die invloed voor u duurt, want er zijn mensen die alleen reageren, wanneer de kracht op haar sterkst is. Er zijn mensen die al reageren, wanneer er maar een zweem van aanwezig is.

Een algemene indeling in perioden kun u eigenlijk zelf maken. U voelt het aan uzelf. Als er ogenblikken zijn dat u ineens scherp al de fouten en tekortkomingen ziet, dan is er vast voor u een witte invloed werkzaan. Als u zich plotseling veerkrachtiger voelt en het idee heeft dat u de wereld weer aan kunt, dan is het gouden of het gele licht werkzaam. Als u bezinnelijk wordt en in u in plaats van dagdromen reële ideeën aan het opbouwen bent, dan is er blauw licht.

Uw kenmerken voor een bepaalde lichtgolf bestaan in uzelf. Dat be­tekent dat bij het toenemen van de intensiteit van een dergelijke golf steeds meer mensen de werking daarvan aan den lijve ook bewuster gaan ervaren. Het is niet meer alleen een onbewuste beïnvloeding. Het is wel degelijk een direct in uzelf, aan uzelf en aan uw gedrag constateerbare inwerking. Let daarop. Door voortdurend op te letten: welke invloed, welke stemming beïnvloedt mij? Wat zie ik opvallen aan stemmingen om mij heen op dit ogenblik? Kunt u weten welke krachten er aan het werk zijn. Maar als die krachten aan het werk zijn, dan heeft u van ons heel vaak indelingen gekregen waardoor u weet in welke richting dan uw optimale prestaties liggen.

Houd een klein beetje rekening met uw eigen ritme, al is het maar dat u even nagaat hoe uw maanritme is. In elke periode van 28 dagen heeft u over het algemeen 2 redelijke hoogtepunten, 2 dieptepunten, u heeft een punt van toenemende prestatie en een punt van aflopende prestatie. Probeer die eens een paar keer na te gaan.

Als u weet: ik zit in een periode van groeiende prestatie, dan kunt u een lichamelijke taak aanpakken, op het ogenblik dat er rood licht is, met geel licht kan dat ook nog. Als u weet: ik zit in een periode van aflopende prestatie, dan kunt u niet plotseling plannen gaan maken. U kunt dan alleen aantekeningen maken. In een groeiende periode kunt u aan uw plan aan de hand van de aantekeningen uitwerken en uitvoeren. Het is gewoon een beetje rekening houden met de periodiciteit en met de ritmen die ontstaan.

Als ik u dit allemaal voorleg, dan wordt dat natuurlijk in de eerste plaats gemotiveerd door de aanrollende golven, die aan het einde van dit jaar met zeer grote felheid van vooral wit licht en gouden licht de aar­de bereiken. Daarnaast echter speelt wel degelijk een rol dat dit jaar voor zeer veel mensen stoffelijk en geestelijk door ervaringen enz. verwar­rend zal zijn.

Laat u niet verwarren, want het licht betekent op den duur ook over­zichtelijkheid. Het is een langzaam groeien naar een patroon dat anders is dan wat u in het duister heeft geschapen. Het is alsof je uit de we­reld van de blinden ineens in de wereld van de zienden moet binnentreden. Zeker, het is vaak ongebruikelijk wat je ziet. Het is niet allemaal precies zoals u het had gedacht. In het tweede geval moet u de geliefkoosde illu­sies prijsgeven.

Bouw geen illusies op! Probeer met feiten te werken. Reeds in dit jaar worden u alle mogelijkheden en krachten daartoe gegeven. En als in de komen­de jaren de steeds fellere wit-invloeden frequenter gaan optreden, dan bent u in ieder geval klaar om juist te reageren, dan houdt u rekening met alle tekenen, dan voelt u de waarden in uzelf en bent u getraind om ze om u heen te constateren. Daar moet u nu mee beginnen.

U heeft nu een aanloopperiode waarin voldoende felle en kenbare wisselingen plaatsvinden. Een periode waarin u zowel aan en in uzelf als ten aanzien van de wereld werkingen kunt constateren. Daardoor kunt u zich eraan gewennen om juist te reageren.

Uw gevoeligheid neemt toch toe. Daar kunt u niets aan doen. U kunt niet zeggen. Nu wil ik niet meer zien. Nu wil ik niet meer dro­men. U kunt wel zeggen: Ik wil zelf bepalen hoe dit zien, hoe dit dro­men, hoe dit horen, dit aanvoelen en al die andere dingen voor mij zul­len functioneren. Ook die meesterschap kunt u zich in de komende pe­riode in voldoende mate eigen maken en daardoor voorkomen dat u wordt overdonderd door een veelheid van niet meer beheersbare invloeden uit de geest, uit de astrale wereld, de signalen uit het bovenbewustzijn en dan nog het gebeuren op de wereld zelf.

Dan heb ik nog een raad en die klinkt een beetje vreemd. Help iedereen, maar heb niet te veel medelijden. Dat klinkt misschien gek, maar veel van hetgeen de mensen lijden hebben ze ook zelf mede veroorzaakt. Met hen mede lijden, medelijden hebben, is dus in wezen on­juist. Het betekent, dat u iets van uw eigen mogelijkheden afstaat zon­der dat daar iets anders tegenover staat dan de zelfvoldoening dat u zo’n goed mens bent.

Help iedereen waar u kunt, dat is iets anders, maar dan niet uit medelijden, doe het gewoon uit het besef dat u voor uzelf niet kunt aan­vaarden dat anderen onnodig lijden. Die mate van hardheid zult u zich moeten aanwennen, want u zult in de komende periode (ik denk vooral zo tegen de 90‑er jaren aan, vanaf ‘87) waarschijnlijk heel veel van dat lijden nog in extra mate zien. Voor die tijd wordt het lijden dat er is ook al zo uitvoerig door alle media geëtaleerd dat u ongetwijfeld onder de indruk zult raken.

Laat u niet overspoelen door het lijden. Probeer te zien wat de samenhangen zijn die bij dat lijden een rol spelen en help dan zo goed u kunt. Waar u niet kunt helpen, ga verder. Want het heeft geen zin met anderen mee te treuren, terwijl u elders misschien iemand wel kunt helpen. Het nieuwe licht zal u ook dit veel duidelijker laten zien. Het zal u laten zien hoe de emotionaliteit waarmee u zich verbonden gevoelt met alle ellende van de wereld in feite vaak een zelfbedrog is, een ontvluchting aan de feiten. Aanvaard dan die onthulling, ook al is ze niet altijd even strelend voor uw ego. Ga dan uw weg sterk, behulpzaam en u voortdurend aanpassend aan de mogelijkheden om in zo groot mogelijke harmonie te functioneren.

De kwaliteit van het bestaan

De kwaliteit van het bestaan wordt door mensen uitgedrukt in al datgene wat zo kunnen verwerven en kunnen doen. Dat is natuurlijk een volkomen verkeerde opvatting.

Kijk, als je het hebt over kwaliteit, dan bedoel je de feitelijke structuur en ook de duurzaamheid van het leven. Nu blijkt dat mensen, die heel erg rijk zin, zich dood spelen of dood werken: Daar staat tegenover dat mensen, die weinig hebben, heel vaak in verhouding een lang leven beschoren is. En als dat niet het geval is, dan lijkt het toch veel langer. Dus ergens zijn de maatstaven verkeerd: En aangezien wij toch bezig zijn geweest over heroriëntaties die noodzakelijk zijn in de komende jaren, meen ik dat het goed is om daar een paar opmerkingen bij te maken.

Om gelukkig te zijn moet je een mate van zelfbeperking kennen in je uitingen. Aan de andere kant moet je in staat zijn om jezelf te uiten zoals je bent. Dat zijn twee eerste vereisten. Om dat tot stand te brengen behoef je niet veel te hebben, maar je moet weten wat je wilt doen met hetgeen je aan mogelijkheden hebt. Het is dus eigenlijk een soort doelgerichtheid.

Ik vind het altijd zo mooi, als je hoort dat ze in Nederland op de regeringskosten willen besparen en daarom meer ambtenaren aanstellen. Dat is gewoon contradictio in terminis. Je kunt niet méér besparen door meer te gaan doen. Je kunt alleen besparen door te zorgen dat wat er gedaan moet worden zo rationeel mogelijk wordt gedaan. Dat is in uw leven precies hetzelfde.

U zult zeggen: De een heeft veel, de ander heeft weinig. Natuurlijk, dat is waar. Maar het belangrijkst is, geloof ik wel dat je met datgene wat je bezit aan mogelijkheden zoveel mogelijk datgene doet waardoor je je prettig voelt. Dat is vaak gemakkelijker dan het lijkt omdat je dan geen vergelijkingsmateriaal nodig hebt. Het gaat er niet om wat een ander zou willen. Het gaat er gewoon om wat je zelf wilt. Wat je zelf wilt is eigenlijk veel minder dan je denkt.

Als je de zaken goed op een rijtje zet, dan wil je als mens medemens zijn. Dat wil niet zeggen, dat je omringd moet zijn door zorgzame medemensen. Dat denk je vaak, maar in wezen krijg je er de ziekte van als ze je allemaal op je lip zitten. Een mate van eenzaamheid kun je best gebruiken, maar je moet het gevoel hebben dat je ook bij anderen betrokken bent. Je kunt je niet isoleren van de mensheid zonder je daaronder ongelukkig te voelen. Dus is de grote vraag: Hoe kan ik zo deelnemen aan het leven van de mensen dat ik mij daardoor gelukkig gevoel? Hoe kan ik gelijktijdig zo weinig deelnemen aan het leven van de mensen dat ik nog rust heb om mijzelf te zijn?

Er zijn mensen die zeggen: Ik wil voor iedereen zorgen. Dat is prettig. Maar als u voor een ander gaat zorgen, dan moet u wel uitkijken dat u niet gaat vertellen wat die ander moet doen en moet laten. Op het ogenblik dat u dat begint te doen, schept u in feite verweer, afweer. Dat bedoelt u helemaal niet. U wilt het beste. U wilt harmonie, u wilt vrede en geluk. Dat betekent dus dat u een ander de kans moet geven om zichzelf te zijn.

Dan horen we zo ontzettend veel over de inkomens die men nodig heeft. Ja, als je eenmaal gewend bent in een villa te wonen, dan neem ik aan dat het soms moeilijk is om in een flatje te wonen. Maar als je geen personeel meer kunt krijgen, dan is soms een flatje veel beter dan een villa. Je moet begrijpen dat wat je zelf kunt doen en wat je nodig hebt, bepalend is voor datgene wat je in de wereld moet waarmaken, niet meer dan dat.

Belangrijk zijn in de ogen van anderen is natuurlijk erg prettig. Maar als u belangrijk bent in de ogen van anderen, dan betekent dat alleen maar dat zeer velen u zullen helpen en rond u zullen hangen omdat u belangrijk bent, niet omdat u uzelf bent. Is het niet verstandiger om één goede vriend te hebben dan honderd kennissen die onmiddellijk weglopen als het u slecht gaat? Nu, op die manier moet u het beschouwen.

Het opbouwen van de moderne maatschappij waarmee ze op het ogenblik bezig zijn, daar krijg je gewoon de zenuwen van. De ene wet haalt niet voldoende uit, dus maak je er nog één bij en nog één. Als je het tenslotte bekijkt, dan zijn er heel veel wetten uit het jaar 1880 die nu nog steeds gelden. Dat is natuurlijk kolder.

Je kunt een maatschappij niet reguleren door maatregelen te nemen. Je kunt een maatschappij alleen reguleren door al datgene wat op dit moment in de maatschappij bestaat een redelijke mogelijkheid tot uiting te geven zonder dat daarbij de ene neiging de andere kan overvleugelen. Als je dat niet tot stand kunt brengen, kun je niets.

Ik weet wel dat er veel mensen zijn die denken. Wij moeten onze inzichten doorzetten. Als je die inzichten lang genoeg doorzet, kun je op je gezicht krijgen, misschien ook op het tegenovergestelde deel. Dat verdien je dan.

Die inzichten kun je waarmaken voor jezelf en vanuit jezelf. Daar waar de mensen het je onmogelijk maken om jezelf te zijn, heb je recht om een houding aan te nemen waardoor die mogelijkheid alsnog, ontstaat, maar niet meer dan dat.

Vernieuwing is in wezen langzaam maar zeker vrij worden van het gedwongen samengaan. Als er één ding is waaraan ik de laatste tijd een enorme hekel begin te krijgen, dan is het dat gekrijs over solidariteit. Weet u waarom? Omdat solidariteit iets is dat uit jezelf moet voortkomen. Zodra het een kreet is, een opgelegde verplichting, is het in wezen een aantasting van je vrijheid van leven en denken. Ik geloof niet dat iemand het recht heeft om u die beperkingen op te leggen.

Ik vind het schitterend als sommige mensen uitgaan van het standpunt dat de socialistische maatschappij de beste is. Laten ze dan socialistisch leven, maar laten ze een ander de mogelijkheid geven om voor eigen risico en voor eigen verantwoordelijkheid anders te leven. Dat is typerend voor hetgeen er op het ogenblik in China aan de gang is.

In China hebben ze een socialistische maatschappij. Maar die maatschappij begint langzaam maar zeker een tikkeltje te veranderen. Nu is het alweer zo, dat je eigenlijk in een socialistische maatschappij wel een klein kapitalistje moogt zijn, al moet je natuurlijk ook zoals overal aan de gemeenschap je bijdrage geven, maar je moogt voor eigen rekening rijk worden. Alleen ‑ dat staat er ook bij ‑ je kunt dan niet meer zonder meer een beroep doen op de gemeenschap, als je meent die nodig te hebben. Dat kun je pas weer, wanneer je bent toegetreden tot de socialistische of marxistische maatschappij zoals die daar bestaat. Ik geloof dat dat de beste manier van leven is.

Alle systemen, alle godsdiensten, alle menselijke neigingen moeten naast elkaar kunnen bestaan. Je moet niet proberen elkaar te betuttelen. Als er iets is waaraan de wereld ten onder gaat, dan is het aan de betuttelzucht van de mensen. Want zij willen u vertellen ‑ u kent het oude liedje ‑ wat de kleur van uw jas en pantalon moet zijn. Waar u moet trouwen en met wie. Waar u moet worden begraven.

U bent uzelf. U heeft uw eigen leven. Of dat leven kort is of lang is uw zaak. Zeker, er zijn kosmische factoren die mede een rol spelen. Maar voor zover u het zelf kunt bepalen, is dat uw eigen zaak. Maar dan moet u daar ook zelf de verantwoordelíjkheid voor dragen.

In de komende periode zal die verantwoordelijkheid voor de gewone mens steeds groter moeten worden, anders zien we de mensheid langzaam maar zeker vervallen tot een automatisme dat bv. de mierenstaat of de bijenzwerm beheerst. Dan heeft ieder zijn aangewezen taak en ieder doet wel het zijne, maar er is verder geen eigen initiatief meer bij.

Eigen initiatief hebben we hard nodig, want zonder dat zijn we niet gelukkig. Een mens is pas een mens, als hij zich anders kan gedragen dan andere mensen en toch met die mensen het contact kan behouden. Het lijkt gek, maar het is waar. Als ze dus zeggen dat de kwaliteit van het bestaan in het geding is, dan zou ik zeggen: Het eerste dat je nodig hebt voor een goede kwaliteit is een goede grondstof. Een goede grondstof is een mens die zijn persoonlijkheid kan ontwikkelen, die zijn eigen leven kan leven en die daarbij ook zijn eigen verantwoordelijkheden leert dragen. Pas als je die hebt bereikt, kun je verder gaan.

Dan zeggen ze; De kwaliteit van het leven is de sociale zekerheid. Ach, lieve mensen, laat mij niet lachen. Sociale zekerheid betekent dat je een dak boven je hoofd hebt, dat je eten en drinken hebt, dat de dokter aan huis komt, als het nodig is. Maar het betekent niet, dat je gelukkig bent in je leven. Je kunt beter wat minder van die sociale zekerheden hebben maar meer innerlijke tevredenheid, meer het gevoel dat je zelf iets gedaan hebt, zelf iets bereikt hebt, dat je trots kunt zijn op hetgeen je bent en hetgeen je doet. Als je dat niet kunt, dan is de kwaliteit van het bestaan nul.

Zo zijn er meer van die zaken. Inkomen bijvoorbeeld. Mag ik eens een schatting doen? Gezien de huidige broodprijzen neem ik aan, dat er per week aan brood door het Nederlandse volk ongeveer anderhalf miljoen wordt weggegooid. Bereken dat eens over een jaar. Wat zou je daarmee niet allemaal kunnen de en? Je moet niet meer nemen dan je nodig hebt. Als je boodschappen doet, maar ook als je werkt, ook als je eisen stelt aan je medemensen nooit méér nemen dan je nodig hebt. Je moet proberen om met steeds minder, steeds gelukkiger te zijn. Het is een beetje moeilijk, dat weet ik wel. Het past helemaal niet in de moderne maatschappijopvatting.

Zo zal ik ook zeggen. Je moogt jezelf zijn, maar je moet respect hebben voor een ander. Dan zeggen ze: Respect? Ik ben mijzelf. Zelfs jonge kinderen zeggen: Ik ben toch mijzelf. Ik betaal toch ook in de tram. Dus als ik zit, zit ik En als er iemand met één been naast mij staat en hij valt toevallig, dan is dat jammer voor hem. Er was voor hem geen zitplaats. Dat is natuurlijk wel aardig, die onverschilligheid, die zelfstandigheid maar het betekent ook iets anders, absoluut geen begrip voor een medemens. Het betekent doodgewoon dat men uitgaat van het standpunt: ik heb recht. De ouderen doen dat ook als ze tegen een kind zeggen in de tram: Sta jij eens even op. Dat hoort er ook niet bij.

Willekeurig respect maar ook een erkenning betekent een mate van zelfdiscipline. Zonder zelfdiscipline kan er geen kwaliteit zijn in het bestaan. Dat is nog veel erger dan het overhemd van de t.v.‑reclame dat elke keer scheurt als men het aantrekt. Als je jezelf niet baas bent, dan kun je de maatschappij niet baas. Dan kun je niet gelukkig zijn.

Geluk is ook wel de kunst van het ‘pluk de dag’. Dat mag je niet zeggen. De mens moet voor zijn toekomst zorgen. Hij moet verzekeringen afsluiten, een lijfrente nemen en desnoods via de hypotheekbank eigen bezit in onroerend goed verwerven. Het is een beetje V.V.D. en een hoop C.D.A. wat erachter zit.

Wat je nodig hebt, is niet een eigendom. Trouwens, wie denkt dat hij in Nederland eigendom heeft, is dom. Want je kunt eigendom hebben zoveel je wilt, maar het wordt onteigend, tenzij je handiger bent dan de ambtenaren die zoiets moeten regelen. Eigendom heb je eigenlijk niet nodig. Wat je nodig hebt is een eigen plaats in de wereld. Een eigen plaats betekent natuurlijk ook een huis, al is het maar een kamer; een plek waar je thuishoort. Maar die moet dan van jou zijn, niet van een ander.

De kwaliteit van het bestaan hangt voor mij ook af van de vraag of je, als je eenmaal een kamer hebt, die nu kunt beschouwen als je eigen terrein, of dat je gemaatregeld wordt zo van: niet te lang het licht laten branden, vooral na 10 uur ’s avonds geen bezoek of iets dergelijks. Overlast moet je een ander niet aandoen, maar vrij moet je zijn. Je moet dan zoeken naar die vrijheid. Die vrijheid kun je alleen waarmaken, indien je voldoende zelfdiscipline hebt om een ander niet in zijn vrijheid aan te tasten.

Als ik nu die C.D.A.-ers hoor met hun kwaliteit van het bestaan, sedert ze bezig zijn geweest met Bestek 81 weet niemand meer hoe hij het moet consumeren. Of je nu C.D.A, bent, PvdA, of wat anders, de kwaliteit van het bestaan is gebaseerd op het respect voor elkaar. Als je dat niet hebt, is er geen kwaliteit. Het is niet wat je hebt, maar het is wat je kunt doen op een manier waardoor je er zelf gelukkig en tevreden mee bent.

Daarom zeg ik ook, carpe diem. Leef vandaag en niet morgen. Wanneer morgen de wereld vergaat, dan kun je er vandaag nog best een gezellige dag van maken. Want als je het nu niet doet, omdat morgen de wereld vergaat, dan heb je iets gemist. Dan wil ik niet zeggen, dat je daarvoor iedereen in zijn rechten moet aantasten. Leef vandaag zo gelukkig als je kunt. En als blijkt dat je het ene niet kunt doen, dan is er misschien iets anders wat je toch nog op prijs stelt, doe dat dan maar.

De kwaliteit van het bestaan, zegt men, ligt in de sociale structuur. Nou, de sociale structuur kunnen ze voor mij op een zekere plaats hangen netjes opgerold voor gebruik. Een sociale structuur is maar een illusie. Het is een kunstmatige indeling, waardoor de mensen tegen elkaar worden opgezet en met elkaar gaan worstelen.

Heeft u status nodig? Vroeger moest je voor een foto een heel lange tijd staan. Dat zou je misschien status kunnen noemen. Status is verstarring. U heeft geen aanzien bij anderen nodig, maar begrip, weerklank voor wat u bent. Dan kan een bedelaar, die toch nog menige glimlach weet los te krijgen, veel gelukkiger zijn dan een directeur die door iedereen wordt hooggeacht en in stilte benijd en gehaat. Dat zou men eens moeten begrijpen.

U moet ook begrijpen dat een stortvloed van woorden in het closet van de moderne samenleving de problemen niet kan doorspoelen. Daar heb je werkelijk water voor nodig. Daarvoor heb je iets nodig waarmee je kunt werken, waarmee je kunt leven. Het is beter één daad te stellen, dan een jaar te praten. Maar je moet er wel voor zorgen dat de daad die je stelt geen aantasting betekent van een ander, maar een erkenning is van het wezen en de waarde van de ander. Het mag geen dwang zijn. Het moet een wederkerigheid zijn op elk gebied, of dat nu een gesprek is, een zakelijke transactie of wat anders.

De kwaliteit van het bestaan is afhankelijk van de mens. Niemand kan er iets aan veranderen behalve de mens zelf. De mens zelf kan zijn geluk zoeken niet door anderen te dwingen het goede te doen, maar door zelf te zorgen dat hij in het leven het goede voortdurend ontmoet en door het kwade terzijde te zetten.

Wanneer er zoveel stralen van licht komen, zoveel invloeden (u zult het binnenkort wel merken, er komt trouwens spoedig een sterke blauwe invloed aanzeilen), dan kunt u door die invloeden de zaken anders zien of anders beleven dan normaal. Maar dat hindert toch niet? U leeft toch vandaag? Doe dan vandaag met die invloeden wat u kunt. Wat ervan overblijft daarmee werkt u morgen maar verder onder een andere invloed en met een andere instelling, desnoods met een andere mentaliteit.

Betreur nooit wat is geweest of wat niet is geweest. Houdt u nooit bezig met wat zou moeten zijn. Houdt u alleen bezig met datgene wat u zelf kunt zijn zonder daardoor ongelukkig te worden. Dat is de beste les die je iemand kunt geven.

O, ik weet het, dit is natuurlijk een hoop gezeur. Maar zo erg gezeur is het ook weer niet. Het is waar.

Het is beter om elke dag vijf minuten gelukkig te zijn dan op een troon te zetelen en door iedereen aanbeden te worden. Vijf minuten is niet veel, als je 24 uur in minuten uitdrukt. Je kunt meer dan vijf minuten gelukkig zijn, elke dag weer. Dat ligt aan jezelf. Het geluk, dat je vindt dag na dag is datgene wat je kracht geeft om jezelf te zijn en te blijven. Dat is wat het je mogelijk maakt om met wat je aan mogelijkheden bezit ook het beste te bereiken vanuit jezelf, voor jezelf en ook voor anderen. De grote kunst van het leven is; leven en laten leven, geven en weten te ontvangen. En vóór alles uzelf niet verloochenen en een ander niet dwingen aan u te beantwoorden. Als u dat kunt, dan heeft u de kwaliteit van het bestaan werkelijk verbeterd. Als u dat kunt, dan heeft u geen bestek nodig, dan kunt u met de hand eten.

Als u dat werkelijk doet, dan vindt u de grootste vrijheid en dan schept u mede de zuiverste democratie die er kan bestaan. Dan heeft u geen partij en geen kerk nodig, alleen uzelf en dat vreemde, verheven gevoel dat soms in u is en dat uitstraalt in het geluk dat u toch elke dag weer vindt ondanks alles.

Dat is de kwaliteit van het bestaan, die nu helaas voor velen onmogelijk wordt. Dat is de kwaliteit van het bestaan waarnaar iedereen zal moeten zoeken wil men uit de chaos van deze dagen voor zichzelf geluk, zinrijkheid en bewustwording construeren en daarbij uit dit geheel voor zichzelf en voor anderen een beetje meer licht brengen in een wereld die aan haar eigen waan van duisternis ten onder dreigt te gaan.

Ik wens u in de komende maand een groeiend zelfvertrouwen, een groeiend innerlijk vertrouwen en toenemende kracht en licht in uzelf.

Ster

Een kleine lichtvlek aan het donker van de hemel. Maar ook een zon die zichzelf verterend straalt en leven kan geven op de planeten aan wezens, die niet eens weten dat hun zon een ster is.

Ster is het leven dat zichzelf voortdurend vernieuwt door zichzelf te verteren en gelijktijdig het levensbeginsel is voor alle materiële ontwikkeling. Laten we dan elke ster, ook de geestelijke ster, beschouwen als zon en als licht.

Laten we dat licht aanvaarden en daarmee ons leven opbouwen en dan daaruit werken. En wanneer we ooit zelf ster zijn, laat ons voortgaan met onszelf verterend, onszelf te vernieuwen, ons niet afvragend welk leven door ons in stand wordt gehouden, maar slechts zeggen: Als ster beantwoord ik aan mijn wezen.