Sjablone-mensen

image_pdf

24 december 1971

Sjablone-mensen

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. Als titel voor mijn onderwerp van heden koos ik: Sjablone – mensen.

Sjablonen: uitgesneden platen, waar je maar met wat verf over hoeft te gaan om weer een perfect beeld te krijgen, geheel gelijk aan alle vorige beelden die op deze wijze gemaakt werden.

Er bestaan mensen, die op een dergelijke wijze de wereld zouden willen behandelen. Zij hebben een bepaald denkbeeld en de wereld moet volgens hen steeds weer aan dit denkbeeld conformeren. Het is, alsof zij zelf sjablonen zijn, die alle zaken in een steeds gelijke vorm trachten te stellen, ongeacht de invloed van ontwikkelingen en gebeuren buiten hen. Dergelijke mensen menen, dat iets, wat eenmaal waar is, altijd waar zal moeten zijn, zo in de stijl van: Eens een zegevierende natie, altijd een zegevierende natie. Maar hoe zij ook vieren, soms blijkt de zege opeens zoek te zijn. Dat heeft men eerst kortgeleden in Pakistan weer ontdekt. De moeilijkheid is dat je dergelijke mensen in andere opzichten nooit aan het verstand schijnt te kunnen brengen, dat er een verschil is tussen orde en stilstand. Iemand, die met sjablonen leeft, is geneigd om te stellen: Toen mijn vader nog leefde, was het voor een vrouw onzedig haar enkels te laten zien. Dat was zo en is dus nog zo. Waarop hij buiten gaat wandelen en zich geërgerd steeds weer verwondert over de toename van de onzedelijkheid, terwijl er in feite alleen maar sprake is van een andere mode, waaronder aan de werkelijke zeden niet zo heel veel veranderd is.

Zoals anderen steeds weer beweren, dat de mens moet leven vanuit “Het Woord”. Waarbij men vergeet, dat de omstandigheden zich steeds wijzigen. Of niet? Want men neemt het woord wel voortdurend in de mond, maar laat meestal de daad aan een ander over, met de mond vol van het Woord en een grote bek op de koop toe. Men schijnt te denken, dat, wat eens de juiste uitleg van het evangelium was, altijd de juiste uitleg zal blijven. Waarbij men wel eens vergeet dat, zo men het evangelie in deze dagen nog van toepassing wil verklaren, men bepaalde oude uitleggingen wat uit moet leggen, omdat zij anders te krap en bekrompen zijn om in deze dagen zelfs nog tot de mogelijk aanvaarde zaken te kunnen behoren. Velen zijn met een dergelijke noodzaak niet bepaald gelukkig. De meeste sjablonenmensen zijn dan ook ergens extremisten.

Vooral zijn zij extreem ten aanzien van de goede zeden van anderen, het juiste sociale systeem, de juiste uitoefening van macht, en zij begrijpen niet, dat zij door hun extreme standpunten steeds weer zichzelf uit de levende ontwikkelingen uitschakelen. Zij vergeten, dat zij leven in een wereld, die zich voortdurend ontwikkelt.

Ook de mens, de mensheid, ontwikkelen zich. Zo komt er steeds weer een ogenblik dat de eens heilig geachte waarden overboord moeten worden gezet – zelfs wanneer het gaat om een vaste binding tussen de waarde van de dollar en het goud. Het is duidelijk dat dergelijke aanpassingen pijnlijk kunnen zijn. Maar waar geen aanpassing en verandering is, rest uiteindelijk alleen nog de dood. Een mens, die geestelijk leeft, kan natuurlijk uitgaan van een leer en principe, dat hij eens op 20-jarige leeftijd aanvaardde en op zijn 80e jaar stellen dat hij zeer goed en wijs is, omdat hij hieraan nog steeds zonder enige wijziging trouw is gebleven.

Dergelijke mensen schijnen met bepaalde leringen als het ware getrouwd te zijn. Maar is dat nu werkelijk wel een zo grote verdienste, als men schijnt te veronderstellen? Is het gehele leven ook niet een proces van geestelijke groei? Je kunt voor innerlijke belevingen en ontwikkelingen ook niet een sjabloon gebruiken en stellen, dat alleen alles, wat hieraan beantwoordt, volkomen in orde is, vooral wanneer men, zoals veelal gebeurt bij een dergelijk sjabloon, uitgaat van een eenmaal doorgemaakte eigen beleving.

Integendeel moet je steeds weer trachten de optredende veranderingen – goed of slecht vanuit eigen standpunt – te beseffen en in te passen in eigen beleven en denken. Hierdoor zul je de wereld steeds weer kunnen begrijpen en zul je de relatie tussen ik en kosmos, de geest, God, voortdurend op een nieuwe basis brengen, die waarlijk strookt met de eigen mogelijkheden en de wereld, waarin je op dat ogenblik moet leven. Indien u werkelijk als mens naar de waarheid zoekt, zoekt u in wezen naar ontwikkeling. Maar wie een eenmaal gevonden waarheid als model gebruikt voor alle erkenningen en alles, wat daarbij niet schijnt te passen verwerpt, werpt daarmede 9/10 van het beleven en de eigen ontwikkelingsmogelijkheden overboord.

Voor verstarring moeten wij ons hoeden, zelfs wanneer wij het kerstverhaal vertellen. Want je kunt in deze dagen wel mooi spreken over het kindeke in de stal. Maar om de omstandigheden in de termen van deze tijd te brengen, dien je niet over stal of grot te spreken, maar eerder over een afbraakkrot. Zoals de volkstelling als reden voor overbevolking niet meer aanspreekt, omdat volkstellingen steeds meer een zaak van de computer worden, maar woningnood zonder meer overal bekend is. Eerst wanneer je begrijpt, dat het Jezuskind uit het verhaal voor velen in deze dagen niet meer werkelijk kan zijn, omdat het verhaal in termen is gesteld die hen niets meer zeggen, legende geworden is, kun je ook begrijpen, wat het christendom zou kunnen betekenen, wat er nog levend in is en wat in feite reeds lang gestorven is, alleen blijvende als een dierbare maar betrekkelijk zinloze traditie.

Wanneer men spreekt over begrippen als het ‘God is Liefde’, zo zal men de betekenis daarvan in en voor de mens duidelijk moeten stellen. Anders blijft het geheel een spreuk op een schildje en denken de mensen: God, heb ons maar lief, dan kunnen wij intussen even met onze vijanden afrekenen.

‘God is liefde’, betekent in feite, dat de liefde in alle dingen is. Zo dit waar is, moeten wij elke uiting van liefde, hoe zij ook tot uiting komt en waar en onder welke omstandigheden zij ook kenbaar wordt, zonder meer aanvaarden. Dan hebben wij niet meer uit te maken, welke uitingen van liefde wel aanvaardbaar zijn en welke niet. Indien God Liefde is, is ook alles, waarin liefde van welke aard dan ook tot uiting komt, uit God. Maar de meeste mensen stellen wel, dat God liefde is, maar zien deze liefde beperkt tot henzelf en huns gelijken. Want de goddelijke liefde kan natuurlijk niet gelijkelijk bestemd zijn voor al die andersdenkenden, die kaffers en die negers enz. Toch noemt men ook dit christendom. Voor velen betekent christendom lief zijn voor de vrome mevr. X, omdat zij in een villa woont en aan goede werken doet, en onheus zijn tegen mej. Y, omdat zij meestal in een klein kamertje vertoeft, waarin een rood licht de komende man uitnodigt een ogenblik te verpozen. Dit terwijl je toch in vele gevallen kunt constateren, dat mevr. X voor de mensen een woestijn van vroomheid is, waarin de mens moet verdorsten, terwijl de oase van mej. Y althans op sommige gebieden nog lafenis geeft.

Het is moeilijk een juist oordeel te vellen over een medemens. Maar sjablonenmensen hebben daarmede geen moeite. Voor hen beantwoordt de goede mens aan een bepaald uiterlijk beeld en alles, wat daarmede niet strookt, deugt niet. Wanneer je ziet, hoe bepaalde mensen beweren terecht over anderen te kunnen oordelen, zo krijg ik de indruk, dat zeer velen op uw wereld niet de waarheid, maar zekerheid voor zichzelf zoeken. Wie echter eerlijk in de spiegel kijkt, zal toe moeten geven, dat niemand er iets aan kan doen, maar dat wij allen voortdurend veranderen, zodat geen vaste waardemeters kunnen worden gebruikt. Waarden veranderen sterk. Vele gelovigen zijn bv. in deze dagen niet meer geschokt, wanneer zij horen dat de pastoor verloofd is. Trouwen mag hij natuurlijk nog niet, dat weet men wel, maar de tijden kunnen veranderen en de man maakt alvast een begin.

Vroeger was iets dergelijks niet denkbaar. Nu hebben velen hiervoor enig begrip, zelfs wanneer zij stellen, dat zo iemand natuurlijk geen priester kan blijven. Want men beseft, dat ook de priester mens is. Vroeger was de pastoor boven de gordel een heilige met goddelijk gezag en onder de gordel bestond hij eenvoudig niet – behalve misschien voor sommige parochieleden, maar dat bleef sub soutane, daarover werd niet gepraat. Waarmede ik maar duidelijk wil maken, dat de mensen anders zijn gaan denken, dat men vele zaken in uw dagen reeds geheel anders beziet dan bv. 10 jaren geleden. Je kunt de veranderingen ontkennen, maar hen niet tot stilstand brengen. Je kunt nimmer terecht stellen, dat wat eens goed was, altijd goed en gelijk zal blijven. Zoals je niet meer kunt zeggen, dat de Nederlanders een groot volk zijn, omdat hun Oost-Indiëvaarders eens Oost-Indië veroverd hebben. Sindsdien is er bv. ook een van Mook geweest.

In vele gevallen lijkt het erop, dat de mensen vooral naar het verleden grijpen om het heden verteerbaar te maken. En toch is men erop tegen, dat in sommige restaurants de kliekjes van gisteren vandaag als salade superieure du chef op het menu prijken. Oude opvattingen, oude denkbeelden bederven ook en worden soms zelf tot gif en dat werkt zich uit in deze tijd. Wanneer wij bv. Vietnam bezien, zo komen wij tot de conclusie, dat een oorlog, die niet te winnen was, nu uitdrukkelijk verloren wordt, ondanks alles wat men beweert en alle tradities waaraan men zich zegt vast te houden. Inzake India en Pakistan, dan zien wij, hoe degenen, die zich als uitverkoren krijgers beschouwden, door mensen die volgens hen voornamelijk domme koelies waren, eenvoudig overhoop gelopen zijn. Zo sprak men voor de wapenstilstand. Nu heeft men het natuurlijk opeens over de dappere, goed bewapende en voor onze helden te talrijke krijgers van India. Want zo past men de zaken aan, wanneer het nodig is om deze verteerbaar te maken.

Op grond van dit alles kun je evengoed stellen, dat alle pogingen om een gang van zaken in de oude vorm voort te zetten, in uw land moet falen. Niet alleen omdat het hard tegen hard gaat tussen ondernemers en werknemers, maar evenzeer, omdat het hard tegen hard moet gaan in de poging een evenwicht te vinden tussen veronderstelde noodzaken en de beschikbare middelen. Overal op de wereld kunt u zien, hoe de sjablonenmensen het slachtoffer worden of dreigen te worden van hun eigen beperkte zienswijzen. Overal zien wij ook weer nieuwe gezichten opduiken, die wel in staat waren de nieuwe mogelijkheden en toestanden te overzien.

Wist u, tussen haakjes, dat een paar Amerikanen aan de devaluatie van de dollar reeds kapitalen hebben verdiend, doordat zij kortgeleden dure dollars wisten te plaatsen bij anderen, die zij nu weer – goedkoper – terugkopen? Dergelijke mensen kun je oneerlijk noemen, maar zij hebben in ieder geval gevoel voor de werkelijkheid, laten zich niet door leuzen misleiden en hebben zo een vooruitziende blik in vergelijking tot vele anderen. Dat zijn de mensen die in uw tijd verder zullen komen en heus niet alleen op zakelijk gebied.

Maar ja, er zijn nog heel wat mensen in uw wereld die nog steeds de illusie koesteren, dat je de vrede op de wereld kunt afdwingen door steeds meer atoomwapens en bacteriologische wapens te vervaardigen. Over deze laatsten spreekt men niet zo veel, maar kortgeleden is een testbuisje uitgelekt. Het aantal slachtoffers bedroeg 2700, maar hierover mocht nergens ter wereld iets in de pers gepubliceerd worden. Tja, het zal je kind maar wezen. Zo tracht men de wereldvrede te maken tot een soort schaap met vijf poten, maar die vijfde poot is dan wel levensgevaarlijk: Een poot van retarderend geweld.

Voor mij is het een vraag, of je ooit met geweld de vrede kunt handhaven. Want zodra je geweld pleegt, is de vrede reeds verstoord. Een dergelijke verstoring en onderdrukking kun je op het ogenblik in vele landen zien. Ook al de onderdrukking, die uitgaat van kleine actieve minderheden ten aanzien van een luiere, maar veel grotere gemeenschap. Dat daaruit conflicten zullen ontstaan, hoef ik u niet meer te vertellen. Er kan een ogenblik komen, dat bepaalde mensen – volgens hun denken terecht – tot staking overgaan en daarmee anderen zoveel overlast bezorgen, dat die het niet meer willen nemen. Waaruit dan wel enig geweld kan voortkomen. Een dergelijke situatie dreigt op het ogenblik overigens reeds rond Beieren. Het zou mij dan ook niet verwonderen, wanneer hier kort na het nieuwe jaar kloppartijen zouden ontstaan tussen arbeiders, verontruste burgers en stakers.

Sjablonen worden overal aangevallen. Zelfs in de Sovjetunie. Waarvan overigens sommige mensen schijnen te denken, dat het land ‘njet’ heet en dat de waarde van het systeem met ‘sof’ wordt aangeduid. Deze maatschappij is een zuivere sjablonenmaatschappij: alles, wat aan gestelde normen beantwoordt, is goed, alles wat daar niet bij past, deugt niet. Het resultaat van een dergelijke starheid in deze dagen wordt overal kenbaar. Reeds nu zijn er overal in de Sovjetgebieden kleine opstanden aan de gang. In delen van dit blok zou de kerstnacht dan ook wel eens minder rustig kunnen worden en stiller, dan volgens het christelijke lied verondersteld wordt. Ik meen ook, dat vadertje noordpool – de plaatsvervanger van de Amerikaanse vader Christmas, die hier natuurlijk als kapitalist geen toegang heeft – wel heel wat presentjes zal brengen aan de kinderen, maar wat heel wat verdeeldheid in zijn gevolg zal meebrengen. Ruzies, die een opstand gelijk dreigen te komen, vinden wij o.m. in Kroatië, in bepaalde delen van Rusland zelf ook, vooral in de buurt van Kaukasië. De mensen daar zoeken een nieuwe weg en eerst, wanneer bepaalde oude sjablonen door nieuwe vervangen worden, kan het daar weer een tijdje goed gaan. De sjablonenmensen in dit blok beseffen dit wel en zijn dan ook druk in de weer om nieuwe sjablonen te ontwerpen. Het beroerde is, dat zij daarover zolang doen, dat, wanneer zij eenmaal de vernieuwing door kunnen voeren, deze reeds weer verouderd is.

Met het moe geworden oude jaar sluipt dan ook in deze dagen een bijna even moe geworden gezag principe door de wereld rond. Het zou misschien beter zijn, wanneer dit de rol zou kunnen spelen van het spook in het Christmas Carol van Dickens, zo de principeruiters tot nieuwe denkbeelden brengende. Maar ik vrees, dat het meer op magere Hein dan op een kerstspook lijkt. Opvallend is voor mij ook, dat een recente uitbarsting van cholera de pers nog niet heeft gehaald. In India, Oost-Pakistan, Cambodja en Laos, maar in mindere mate ook in W-Pakistan en zelfs tot in Turkije zijn gevallen van cholera geconstateerd, waarbij het verloop iets afwijkt van het gebruikelijke. Overigens is het verloop van deze ziekte niet zo fataal maar zij werkt sterk verzwakkend en schijnt op de werking van het zenuwstelsel een langdurige invloed uit te oefenen. Het uitdrogingsproces, dat bij normale cholera optreedt, is ook hier aanwezig, maar kan met infusie van zoutoplossingen gemakkelijk bestreden worden. Overigens hoeft u voorlopig niet bang te zijn, want het ziet er niet naar uit, dat deze ziekte ook hier op zal treden. De cholera komt nog niet, al zullen jullie er de pest nog wel eens in hebben. Het valt, wat u betreft, wel mee.

Je vraagt je af, wat de toekomst dan wel zal brengen. Enkele punten kun je zonder meer opsommen: Er komen drie nieuwe prijsverhogingen bij de PTT, twee bij de NS, vier bij andere vormen van vervoer. Verder lopen vooral de prijzen van de dagelijkse levensbehoeften sterk op, terwijl de prijzen van gebruiks- en luxeartikelen eerder zullen dalen. De gehele economie is nu reeds wankel. Dit wordt voorlopig opgelost door steeds nieuwe werkelozen te scheppen.

Degenen, die erover opscheppen, dat men met het creëren van meer werkelozen gelijktijdig een gezondere economie schept, vergeten daarbij echter één ding: men is niet meer hetzelfde als eens, neemt dergelijke dingen niet meer onbeperkt, zodat men al scheppende bezig is zichzelf mede in de grond te spitten en uiteindelijk het onderspit zal delven. Er bestaat op het ogenblik bij de massa steeds minder de neiging, de wijsheden en theorieën van de onveranderlijke sjablonenmakers als wijsheid en onveranderlijke waarheid te aanvaarden. Het vertrouwen in het gezag is op het ogenblik over de gehele wereld sterk aan het teruglopen. Indien wij stellen, dat het vertrouwen in het gezag op het ogenblik nog – ik stel willekeurig – rond 75% van normaal is, zo neem ik aan, dat dit rond augustus van het komende jaar nog rond 40% bedraagt en met een verder verloop van tijd nog verder zal dalen. Wat een reuze klap is voor vele regeerders.

Vroeger hadden zij het zo gemakkelijk: Je nam een economische noodzaak, verknoopte daarmee een politiek programma, nam een sociaal sjabloon, schilderde die erop en alles was weer gezond. Nu vraagt men: Hoe kom je aan dat programma, waarom zoek je de oplossing in de politiek en waarom houd je geen rekening met onze werkelijke belangen en noodzaken? En wanneer je dan met een sjabloon wappert, roepen steeds meer mensen: Ga maar naar huis, dan kan je die daar gebruiken.

Toch meen ik, dat het komende jaar op bepaalde punten een vooruitgang gaat tonen, waarmee zelfs bepaalde sjablonenmensen blij zullen zijn.

Zo lijkt de leuze ‘baas in eigen buik’ langzaamaan terug te worden gedrongen uit de zuiver vrouwelijke solo sfeer, tot een zaak van heteroseksuele samenwerking. Wat zou kunnen betekenen, dat een ontwikkeling ontstaat in de richting van de zeer noodzakelijke en gezonde beperking van het aantal nieuwe wereldburgers. Trouwens, je moet het een kind maar aan doen in deze tijd geboren te worden.

Het gehele jaar is het overal donderen. Maar bedenk, dat een onweer op zijn tijd de lucht soms zeer goed kan zuiveren. Wanneer bv. de geschillen tussen Israël en andere landen blijven voortbestaan, zonder dat het tot een werkelijke crisis komt, blijft het euvel bestaan. Die zaak moet opgelost worden en dat is eerst mogelijk, wanneer het geschil eerst een hoogtepunt bereikt. En wanneer anderen zich niet met de zaak blijven bemoeien, is het mogelijk dat zelfs dit jaar een oplossing brengt. Voor de betrokkenen overigens een proces, dat mij doet denken aan het pijnloos tandentrekken van Sequa. Dat was inderdaad pijnloos voor het auditorium, dat alleen de trommel hoorde van de op het toneel staande tamboer. Wat overigens tot gevolg had, dat het slachtoffer zich na afloop toch wel aan liet praten, dat het zo erg niet geweest was. In mijn dagen bestonden de tandenrooiers nog niet en bestonden alleen de z.g. pijnloze detaillisten.

Alles tezamen bezien kan ik wel zeggen, dat de sjablonen die het vaak zolang hebben volgehouden, in dit jaar wel bijzonder zwaar in gevaar komen te verkeren. Wat meer is: Juist omdat er zoveel sjablonen worden opgeruimd, zou er – achter alle zorg en ellende – toch wel eens een nieuwere en wijdere wereld kunnen ontstaan. Nu is het natuurlijk voor een mens die altijd in een kleine kamer heeft gezeten, niet bepaald knus, wanneer hij opeens in een zaal komt te zitten – uitgezonderd kamerleden natuurlijk, die dan onmiddellijk opstaan om een toespraak te houden.

Aan de andere kant is het toch wel goed, dat er vele duf geworden denkbeelden verdwijnen en de mensen eindelijk weer eens oplossingen zoeken in een wereld die zij, juist omdat zij voor hen anders is geworden, wat realistischer bekijken, met een voorbijgaan aan de nu nog zo vaak overheersende droombeelden. Ik dacht, dat dit voor de mens en de wereld zelfs een heel groot voordeel zou kunnen zijn. Vooral geestelijk gezien is 1972 wel een erg nuttig jaar. En voor mensen, die hun gevoel voor humor weten te bewaren, zal dit jaar ondanks alles ook heel wat vreugdige momenten kennen. Wanneer men u in dit jaar zegt, dat het oude dogma het enige ware en goede is – of men daar nu Troelstra bijhaalt of de Heer, Johan, Johanna of de echte, dan wel Mao – moet u altijd maar weer denken: Laat ze maar kletsen. En bedenk ook, dat vooral in deze dagen meestal experts de mensen zijn, die de problemen scheppen, die zij pretenderen op te lossen. En als je geestelijk verder wilt gaan en je daarbij niet te veel aan experts vastklampt, maar alleen aan de werkelijkheid die je rond je zoekt, deze gistende, garende keuken van de feitelijke werkelijkheid, zo zult u in die keuken heel wat snert aantreffen, maar er is altijd ook nog wel een stevig karbonaadje te vinden voor iemand, die werkelijk honger heeft. Wanneer je maar verder kijkt dan de uiterlijke snertpot. Je moet proberen iets verder te kijken dan de steeds met meer kracht naar voren gebrachte hutspot van sociale, economische en religieuze denkbeelden en gewoon voor jezelf eens nagaan, wat er in het leven aan de hand is. Ik meen, dat je dan zelfs bepaalde krachten van de aarde en de sferen zeer sterk in jezelf zult gevoelen. Wat over het geheel genomen betekent, dat het jaar voor geestelijke ontwikkeling feitelijk zeer goede mogelijkheden biedt.

Erger u niet, daar…. Ik weet wel, dat ik soms wat vervelend ben. Het gekke daarbij is echter, dat ik mijzelf nooit verveel, maar alleen anderen. Mij amuseren vervelende mensen vaak. Ik heb eens iemand gekend, die zo vroom was, dat gemalen poppenstront er grove kiezel bij was. Hij stond op en begaf zich met de Heer naar bed. Althans, hij sprak dan tot zijn vrouw: Laten wij ons in den Here begeven. Tegenwoordig zou men achter zoiets een seksuele gevormdheid zoeken, maar in mijn dagen was dat nog kerkse taal. Die man bleef zo vroom, tot op een dag zijn dochtertje van vijf overleed aan difterie. Toen was er opeens geen God en geen duivel meer en zijn vrouw, die bleef bidden, noemde hij een gekke vrome geit. Met dat geit had hij wel ergens gelijk, maar voor de rest overdreef hij wel sterk. Er zijn vele mensen, die hun vertrouwen in iets opzeggen, omdat er iets gebeurt bij hen persoonlijk, dat zij niet leuk vinden.

Zoals veel mensen democraten zijn tot op het ogenblik, dat zij hun zin niet door kunnen zetten. Dan worden zij opeens fascisten, maar zodra zij hun zin hebben, noemen zij zich toch weer overtuigde democraten. Want zo gaat het in de wereld.

Ik heb hiervan iets geleerd. De tegenslagen in deze wereld brengen de mensen er vaak toe hun ware gezicht te onthullen. En ik dacht, dat dit in de komende tijd heel vaak voor zou komen. Ik neem het nooit iemand kwalijk, dat iemand eens een scheve schaats rijdt. Maar wanneer zij nu gaan vertellen, dat hun vreemde handelwijzen de enig juisten zijn en anderen daarvan weten te overtuigen, wordt de zaak voor mij wel erg bedenkelijk. Eerst wanneer ik zie dat zij anderen laten bemerken, dat zij bepaalde dingen alleen recht noemen om hun eigen kromheid recht te kunnen praten – ik wilde, dat ik dat vroeger had kunnen doen – zullen die anderen eindelijk kunnen begrijpen, wat er in de wereld in feite aan de hand is. Veel z.g. deftigheid is pretentie.

Veel vroomheid is zelfverheffing en massabedrog. Ik zou meer dergelijke dingen kunnen opsommen, en zelfs mensenliefde blijkt soms alleen een poging te zijn om aan de eigen liefdeloosheid enigszins te ontkomen. Wanneer dergelijke dingen duidelijker kenbaar worden, zo meen ik, dat men zijn medemensen anders zal gaan bezien, waardoor vele misstanden juister in oorzaak worden beseft en mogelijk opgeheven.

Ten slotte nog dit: Vele mensen noemen zich eenzaam, zonder dit werkelijk te zijn. Hun eenzaamheid bestaat vooral vaak uit het zelf niet intens leven en denken. Zij beleven alles wel, maar hebben geen werkelijke interesse voor de anderen. Zij staan gewoon te los van de dingen.

Wanneer ook deze mensen gaan leren, wat zij werkelijk zijn en zich daaraan niet meer kunnen onttrekken, geconfronteerd worden met de kritiek, die zij op anderen, en de afwijzing, die zij voor anderen hebben, en leren een dergelijke kritiek ook eens op zichzelf toe te passen, zullen zij meer menselijk worden. Maar daarmede wordt ook de ban van hun eenzaam-zijn verbroken.

Er zijn vele mensen, die het best met de wereld menen en toch altijd maar weer het verkeerde tot stand brengen. Dat komt, omdat zij nu eenmaal eigenwijzer zijn, dan zij van zichzelf kunnen geloven. Zij gaan gemeenlijk daarmee door, tot zij een keer werkelijk geheel stuk lopen door hun eigenwijsheid. En dat kan in dit jaar gemakkelijk gebeuren. Deze mensen zullen hierdoor in vele – maar niet alle – gevallen, de wereld, de mensen zowel als zichzelf, reëler gaan beschouwen, en daardoor met de wijsheid die zich vaak achter dergelijke eigenwijsheid verschuilt, tot een betere en heilzame samenwerking met anderen kunnen komen.

Ach ja, ik heb zo het gevoel, dat dit jaar een onvoorstelbaar samengaan van de meeste en meest vreemde tegenstellingen onder de mensen zal laten zien. Je kunt in dit jaar, geloof ik, kiezen tussen een verder sjablonen maken en eenzaam worden en machteloos, dan wel een alle sjablonen terzijde werpen en dan mens zijn met de mensen, geest zijn met de geesten, verbonden zijn met Al en werkelijkheid, en daaruit leren. De sjablonenmakers gaan een slechte tijd tegemoet, de sjablonenmensen zullen ontmaskerd worden en weg moeten vluchten in hun illusies, alles achterlatende, of eindelijk de werkelijkheid omtrent zichzelf en de wereld moeten erkennen. En dat, mijne vrienden, is, geloof ik, toch wel een hoopvolle boodschap, die ik u kan geven. Een ‘hoop op de stoep’ kan ergerlijk zijn, maar hoop in het hart doet leven, naar men zegt.

Nu even in volle ernst: Het volgende jaar wordt geen aangename tijd. Gevestigde denkbeelden vallen, bestaande relaties, die men vast, noodzakelijk, onvermijdelijk achtte, blijken niet in stand te kunnen blijven. Vele groten worden ontmaskerd voor wat zij in wezen zijn en vele kleine mensen moeten zich eindelijk in hun ware gedaante tonen. Maar daaruit vloeit voort, dat de instanties, de grote machten in deze wereld, eindelijk hun werkelijke functie allereerst zullen gaan vervullen, eerst de werkelijkheid zullen gaan dienen en daarna pas mogelijk nog enigszins de schone schijn. Daaruit vloeit dan weer voort, dat mensen, wanneer zij maar kunnen aanvaarden, wat zij werkelijk zijn, ook zullen gaan leven naar wat zij zijn en daardoor voor de mensheid een grotere betekenis en waarde kunnen verkrijgen. Het betekent vooral, dat veel innerlijk zelfbedrog, dat de mensheid thans nog zo vaak van de innerlijke waarheid verwijderd houdt, dit jaar in gruizementen zal vallen, zodat juist hierdoor menige mens de verdere weg naar omhoog zal kunnen vinden.

De mens zal zijn ware ik dan beter leren aanvaarden en beseffen. Ik meen dan ook, dat deze periode het begin is van een nieuwe, vrijere geestelijke ontplooiing van de mens en dat deze ontplooiing ook in de ellende van komende jaren – want de puinhopen die de mensheid nu heeft gemaakt, kun je niet zo in een-twee-drie geheel opruimen – voortdurend weer de mens moed, levenskracht, gevoel voor humor en vooral een steeds verdergaande innerlijke erkenning zal geven. En dat was het dan.

Bewustwordingsgang (Esoterie)

In dit tweede deel van onze bijeenkomst zou ik u het een en ander willen vertellen over de: Bewustwordingsgang.

Ons verhaal begint in een heel ver verleden. Er draaien vuurnevels rond een bol materie, die nog niet eens gestold is. Een bewustzijn verenigt zich met de wervelingen van het vuur, een bewustzijn, flakkerende als een kleine vlam, erkent iets omtrent bestaan en bestaansomstandigheden.

Dan is er weer een tijd van rust. De planeet stabiliseert zich. In de oerzee worden eerste levensvormen geboren. Een klein eencellig wezen leeft, erkent aangenaam tegenover onaangenaam, honger tegenover voedsel. Het besef leeft nu weer hierin, leeft mede door de deling, tot een veelheid van op zich zelfstandige eencelligen, beleefd worden door een bewustzijn.

Dan dooft het bewustzijn weer uit en volgt er een rust. Er ruist een varenachtige boom, in een vreemd oerwoud. Op de achtergrond gloeien laaiende vulkanen. In het ruisen van deze boom, het klimmen van de sappen, de reacties op veranderingen binnen de vochtige atmosfeer erkent een entiteit wederom iets omtrent zichzelf. Dan komt er weer rust.

Het leven gaat voort. Dieren jagen over de vlakten, een bewustzijn speelt mee, maakt de vorming van instincten mee, kent de vrees voor de enorme jagers en kent de genoegdoening van het zelf jagen, tot het bewustzijn zich terugtrekt naar een volgende rusttijd.

Er is rust, dan komt er het ogenblik, dat door het besef een mens wordt gekozen. Het bewustzijn moet nu ook leren deel te hebben aan een stoffelijk denken van grotere omvang. In het begin gaat het leven in de stof verder met instincten en zonder werkelijke kennis van de buitenwereld, maar wel met een steeds weer toenemende nieuwsgierigheid. In de mensvorm wordt nog geen 30 jaren geleefd, dan keert het terug naar zijn rustwereld. Maar het slaapt nu niet meer, het droomt.

Het bewustzijn, de entiteit, droomt en herdroomt de jacht, het samenzijn met de kleine groep, de stam. Het droomt van de ongevallen en vreugden van alle dag. Het erkent in zichzelf, een mogelijkheid om meer te zijn en beseft nu samenhangen die het vroeger nooit overwogen of vermoed heeft.

Het bewustzijn incarneert. Het incarneert in een land, waar een wat grauwe rivier stroomt langs kleine steden, die zichzelf staten noemen. Het incarneert in een kind, dat leert, hoe beperkt dan ook.

Het kind leert iets van lezen en schrijven, hoe beperkt dan ook, wordt tempeldienaar, wordt priester. Het kind wordt groot, leert de aanroepingen en geheimen van vele goden kennen, tot het zelfs misschien tijdens een voorbereiding, voor het tonen van een god aan het volk, het verborgen heilige van de tempel mag betreden. Dan komt ook hier weer het einde. De ziel keert terug en denkt over de relaties tussen mensen en goden, denkt na over de geheimen van de magie en de vreemde wetten en krachten die zouden kunnen bestaan. Het wordt wijzer en wijzer.

De tijd gaat verder. Er is een grote stad met weidse parken, een grote bibliotheek, vele scholen, waar wijzen hun leringen geven. Het kind, waarin het bewustzijn is geïncarneerd, leeft en leert met filosofen, maakt vele disciplines mee. Tot ook dit stoffelijk leven weer dooft en terugkeert.

Nu leert het ik geestelijke abstracties hanteren. De dromerige vormwerelden vervagen op den duur en daarvoor in de plaats komt een vreemde werkelijkheid die nog niet geheel beseft kan worden. Maar niet voldoende is het. Het ik keert terug naar de stof.

Het keert terug in een wereld vol middeleeuwse pracht, eenvoudig levend, dienend, en toch medewerkende aan de bouw van een tempel, zoekende naar verklaringen, geheimen, de gedragingen van de mensen, zoekende ook naar zichzelf. Dan komt het ogenblik, dat het leven intens genoeg is geworden en het stoffelijke ik en het geestelijke ik voor de eerste maal een werkelijk contact maken. Het duurt maar een ogenblik, het is snel genoeg weer voorbij. Het beeld daarvan wordt misschien uitgedrukt in een decoratief behouwen steen, die ergens in een kathedraal op een onbekend plekje nog verborgen is.

De mens gaat weer over, keert terug. Nu droomt hij van zichzelf. Hij zoekt zichzelf. Maar hij kan zichzelf nog niet voldoende definiëren en leert weer terug naar de stof. Een incarnatie in uw tijd.

Lering van alle kanten. Lessen. Kennis van de mechanica. De gehele wereld ligt voor je open, uitgespreid alsof je maar hebt te kiezen. De mens leert wat, denkt wat, zoekt wat, werkt wat en is ontevreden. Hij zoekt in zichzelf steeds verder door te dringen, meer te erkennen, een antwoord te vinden op vragen als: Wat is zin van mijn bestaan? Wat is de zinrijkheid van dit alles?

En in dit zoeken naar zinrijkheid wordt voor de eerste maal weer iets nieuws beleefd: ergens een contact met het onbekende, waaruit je weer terugkeert zonder precies te weten, wat het is.

De entiteit heeft even, onbeseffend nog, God ontmoet. Dan dooft het leven op de aarde weer uit en gaat in de geest verder. De geest zoekt in haar dromerige vormenwereld, in abstracties en altijd is er ergens weer iets bij van dit flitsende contact met God, dit wegflitsende beleven, dat in zijn kortheid toch alles steeds weer schijnt te overtreffen.

Er komt een ogenblik, dat alle vorm vergeten wordt, dat alle variatie schijnt te verstarren en daarvoor in de plaats nu een vreemd levende vibratie in het ik ontstaat: De geest heeft God gevonden en in zichzelf iets van die God erkend. Nog kent het ik zichzelf niet volledig en het zal weer in de materie incarneren, maar de taak is bijna volbracht. Er is nu geen sprake meer van kleinmenselijkheid, van beperking, het voortdurend beperkt in jezelf bestaan en vanuit jezelf naar de wereld zien, dat zo lang elke incarnatie heeft bepaald. De stoffelijke ervaringen zijn op de achtergrond getreden en daarvoor in de plaats is het grote leven, het leven in verbondenheid met alle dingen getreden. Nog één, mogelijk twee incarnaties en dan is het voorbij, dan is de tijd van het menszijn voorbij, geweest.

Denk niet, dat die geest dan onmiddellijk op zal gaan in het grote Licht, in de glorie daarvan geheel versmeltende en zichzelf niet meer zijnde. Er zullen tijden, ogenblikken komen, dat het bewustzijn weer door de ruimte zweeft, nu bewust kennende wat rond het Ik bestaat, verbindende zich misschien met een gaswolk, die stoeit tussen de sterren of één wordende met een planeet, die bijna reeds gevormd wordt.

Desnoods uitgrijpende naar een primitieve levensvorm, die steun van node heeft om zich verder en beter te kunnen ontwikkelen. Maar van nu af aan zal de verbondenheid met het Al het geheel van dit bestaan regeren, uit deze verbondenheid met het Al zal voortaan elke daad voortkomen.

Zeker, het zijn de eigen ervaringen, het moeizaam verkregen besef van het Ik, de moeizaam vergaarde levenserkenningen van het ego, de erkenning van eigen betekenis die zullen bepalen, wat de entiteit in deze fase verder gaat doen. Maar zij is niet meer alleen, zij is deel van een geheel en voortdurend als deel hiermede verbonden.

Zo zou het verhaal kunnen luiden van een willekeurige bewustwording van een enkel wezen, dat op een willekeurige tijd eens mens is geweest. Want zo zijn bewustwordingsgangen.

Bewustwording is niet de glorieuze verlichting van een enkel ogenblik, waarin alle dingen tot ons komen. Het is eerder het langzaam tasten in de doolhof van het zijn, zoekende naar redelijke erkenningen en verklaringen, zoekende naar emotionele belevingen en ervaringen. Het is een zoeken naar een waarheid, die je niet voldoende beseft om zelfs maar de mogelijkheid van haar bestaan voldoende te kunnen definiëren.

Maar altijd weer komt ergens een ogenblik, waarop je kunt zeggen: Nu neem ik afscheid, de verbondenheid van alle dingen is in mij zo sterk geworden, dat zij niet meer stoffelijk is uit te drukken. De krachten van de totaliteit zijn nu in mij zo sterk tegenwoordig, dat ik niet meer kan volstaan met beperkingen als die van een menselijk leven, of desnoods het alleen maar beschermende werken en leren vanuit een bepaalde sfeer. Je groeit, als wezen en als ego. Maar je groeit vooral in je besef deel te zijn van het Al en ook in het gevoel verantwoordelijk te zijn voor en tegenover al het andere. Verantwoordelijkheid en bewustwording zijn zaken, die je bewust op kunt nemen, wanneer je gaat begrijpen, waarom iets juist jouw taak en plicht is – niet omdat het loon geeft, of je iets verleent – maar omdat het je zo mogelijk wordt jezelf waar te maken en gelijktijdig een grotere verbondenheid te beleven met het geheel.

De bewustwordingsgang begint altijd weer eenvoudig. Altijd weer zijn er perioden, waarin je als een vlinder van kelk tot kelk gaat om wat honing te puren en dansen wilt in de zon, omdat je het rupsenbestaan al vergeten bent. Altijd weer, ook zijn er rustpozen in een Zomerland, waarin dromen langzaam maar zeker tot een vreugdige communicatie worden, waarbij je jezelf eigenlijk een beetje vergeet in de reeksen van schijnvormen, die je ondergaat en de lering nog in de wet van je eigen denkwereld wordt gegoten.

Maar altijd weer is er de noodzaak om terug, dan wel verder te gaan. Het bewustwordingsproces is iets, wat geen stilstand kent. Zelfs, terwijl de seconden elkaar opvolgen, verander je voortdurend, leef je, voortdurend word je bewuster. Het is juist daarom, dat elke ervaring, welke dan ook, alle begrip, wat dan ook, voor jou belangrijk is. Niet, omdat je als mens die dingen op aarde moet doormaken, maar omdat zij gezamenlijk een deel vormen van de droom, die je droomt, wanneer je bent overgegaan, omdat zij de constructie vormen van een wereld, waarin je gaat zoeken naar je eigen ik, naar de werkelijkheid daarvan, of misschien naar een goddelijke kracht, die je voor een kort moment in een ogenblik van zelfvergetelheid hebt ontmoet.

Het is misschien moeilijk je als mens dit alles voor te stellen. De dingen zijn zo klein, en belangrijk tegelijk in de wereld van een mens. Een telefoontje dat niet komt, wanneer je erop wacht, een gerecht dat niet goed is uitgevallen, een mens die je onvriendelijk ontmoet, wanneer je juist enige waardering verwacht had, dat is op zich reeds voldoende om je wereld schijnbaar te bepalen en zelfs in puin te doen vallen. Als mens lijkt dit alles je belangrijk en toch zijn het alleen maar bijkomstigheden. Wie als mens leeft op de wereld, moet begrijpen, dat, wat hij leeft en wat hij doormaakt, alles, wat hij op dit ogenblik belangrijk of onbelangrijk acht, slechts een klein deel is van een kruistocht in een onbekende oneindigheid die je onderneemt om de waarheid te vinden omtrent jezelf, omtrent het leven en het werkelijke bestaan.

Dit is in zekere zin esoterie. Je kunt niet alleen naar buiten toegaan. Wanneer je het heelal kunt omvatten met je gedachten en alle wetten van de natuur kent, is het nog niet zeker, dat je jezelf kunt kennen.

Maar wanneer je in jezelf bent doorgedrongen, wanneer je wezen de harmonie heeft gevonden, de verbondenheid, die alle tijd omvat en alle ruimte en alle vorm, dan ken je van daaruit als vanzelf reeds alle feiten en wetten.

Het is niet de kennis die je rijk maakt of wijs, al denkt de mens dit wel eens. Het is de een wording, de versmelting met een grotere werkelijkheid, waardoor je meer wordt. Het is dus niet de kracht, die je als mens hebt, geestelijk dan wel lichamelijk. Deze dingen zijn bijkomstig. Het is de kracht, waaruit je put, datgene, waardoor je sterk bent, geestelijke, psychisch en met fysieke krachten, die werkelijk belangrijk is. Daarin vind je verbondenheden, daarin vind je oorzaken, daaruit wordt verklaard, wat bestaat.

Nu wij op deze bijeenkomst voor het laatst op een vrijdag in dit kalenderjaar tezamen zijn, zou ik u daarop toch wel even willen wijzen. Het is zo gemakkelijk te spreken over de gebeurtenissen van deze tijd en de ontstellende ontwikkelingen overal op de wereld. Maar deze dingen zijn niet zo belangrijk als zij op het ogenblik lijken, zij gaan voorbij. Uw crisis, die vandaag nog eenieder verstard doet staan, is morgen een vage overlevering en overmorgen misschien, heel misschien, nog een datum in een geschiedkundig werk, waarin niemand meer wil lezen, omdat het te veel details bevat.

Want vandaag is niet zo belangrijk, beschouwd als een wereldgebeuren, maar het is belangrijk als fase in een geestelijk gebeuren. Wat u vandaag doet of laat, is niet zo belangrijk voor de wereld. In die wereld zijn zovele mensen krachten en wetten actief, dat die het geheel wel nivelleren. Maar voor uzelf is het wel belangrijk. Want uzelf, u alleen bent op zoek naar een andere wereld, een andere werkelijkheid. Alleen uzelf, bent op weg om uzelf te ontdekken.

Ik weet, dat dit voor de mensen gemeenlijk een theorie zal blijven. Maar het kan een troost op de achtergrond zijn van besef en beleven, het weten te kennen, dat niets van wat je bent en doormaakt, niets van hetgeen je ontbreekt of wat je bezit, zinloos is. Alles heeft betekenis. Het is van betekenis, omdat het je helpt dichter te komen bij de werkelijkheid van je eigen wezen.

Alles heeft betekenis en zin, omdat je samenhangen moet leren voelen, kennen, denken, leven, en omdat die samenhangen uiteindelijk de werkelijkheid omtrent jezelf duidelijk zullen maken.

Er zijn onnoemelijk veel denkbeelden en systemen in deze wereld die zich bezighouden met de bewustwording van de mens, met de kringloop van de ziel, met de opgang naar hogere wijsheid.

Laat mij u zeggen, dat deze dingen ook alleen maar fragmenten zijn. Hun betekenis en zin kan eerst blijken, wanneer je ontdaan van stoffelijk zijn en stoffelijk denken, overgeleverd aan een wereld, die is opgebouwd uit dromen en fragmenten van werkelijkheidserkenning, leeft in een uit je zelf stammende wereld, die geheel bestaat in en uit jezelf, levende in een kosmos ook, die toch alle mogelijkheden omvat. Dan eerst krijgen alle dingen, ook dergelijke leringen, werkelijke zin en betekenis, omdat zij eerst dan erkend kunnen worden, voor wat zij werkelijk zijn.

Het is voor een mens veelal onaangenaam te horen spreken over dood en overgang. Wanneer ik zeg: Het stoffelijke van het bewustzijn blust uit en leeft op in een sfeer, dan zeg ik het zo bijna automatisch om daarmede de directe benoeming van sterven en dood te voorkomen, die voor vele mensen een chimère wakker roept. Maar is het dan wel zo erg? Wanneer je een jaar gewerkt hebt en je kunt er uitbreken naar een vreemd land, je kunt je koesteren op een strand onder een warme zon aan een zee, die je nog nooit gezien hebt, de zon ziet ondergaan in een hemel met andere sterren dan thuis, zo voelt men het als iets, waarvan je sterk wordt. Menigeen zal tijdens een dergelijke beleving zeggen: Hierin schuilt eerst werkelijk de zin van mijn werken, van al wat ik beleefd en gewerkt heb in het afgelopen jaar. Juist de mogelijkheid zoiets te doen, zal voor menigeen het werkelijke nut, het bereiken van een afgelopen jaar van arbeid mede bepalen.

Geestelijk is hetgeen je opbouwt aan bezit niet zo belangrijk, dan hetgeen je bereikt aan ervaring, zoals ook vaak in het leven. Wat je bereikt als mens is zo uitermate belangrijk. Dat weten wel vele mensen. Maar wat is de dood dan anders dan ons voorbeeld?

De dood is slechts een gaan naar een land, waar je geconfronteerd wordt met je eigen werkelijkheid. Het is een rusten aan stranden, die zonniger zijn, een wandelen door wouden, die schoner zijn en een ogenblik verstomd staan in tuinen vol bloemen, zo schoon als de aarde nog nooit heeft gedragen.

Het is als een gaan langs bergpaden om je terug te trekken van een rumoerigheid, die je schijnt te benauwen omdat je een ogenblik jezelf wilt vinden. Dan kun je gaan naar de kleine tempels, die in blauwe bergen-verscholen liggen, omhuld vaak met een geheel eigen zilverig licht, om daar te luisteren naar wat je ziet als je leraar, ofschoon het in werkelijkheid, eerder een projectie uit een hogere sfeer is. Het is op den duur een je terugtrekken in een kleine wereld, die als een eiland ligt in de oceaan van het niet, om een ogenblik te luisteren naar het ruisen van de tijd en het bijna geruisloos lopende uurwerk van de kosmos te bewonderen.

Dat is dan de ontspanning, de mogelijkheid om je krachten op te voeren of te verhogen. Daarna vind je dan een mogelijkheid om je plannen voor een verdergaan te maken, om als een ontwerper je lijnen neer te zetten, waarlangs je een verdere ontwikkeling van je persoonlijkheid wilt zoeken. Daarin druk je dan uit alle nieuwe benadering van het leven, alle nieuwe erkenning van de werkelijkheid. Zo men daarna weer incarneert, is ook dit toch geen droevig lot. Dat is dan toch veel eerder het uitvoeren van een werk, het volbrengen van een taak, waarmede je na enige tijd, wanneer je weer terugkeert naar die sfeer, die wereld, waarin dromen en werkelijkheid zich verweven tot een wonderlijk weefsel, dat steeds ijler wordt, tot slechts de werkelijkheid overblijft, te kunnen zeggen: Ik heb geleerd, ik heb gebouwd aan mijzelf.

Alles wat je ooit doet, is een bouwen aan jezelf, een bouwen aan begrip voor jezelf, bouwen aan de erkenning van jezelf. Alles wat je doet in alle leven en na alle sterven, is alleen maar een steeds weer verbreken van de grenzen, die je rond je hebt getrokken, steeds meer besefsgrenzen, gevoelsgrenzen, levensgrenzen doorbreken, tot je leeft in een eenheid met alle dingen, waarin het ik niet meer belangrijk is en toch gelijktijdig een waardevol deel vormt van het geheel, waarin je leeft.

De jaren gaan verder, de klok jaagt voort, zoals in deze stad en overal op de wereld op dit ogenblik klokken haastig verder tikken, alsof elke minuut werkelijk gewichtig zou zijn. Nu ben ik met mijn spreken en mijn uitdrukken van gedachten gebonden aan tijd, zoals u op uw wijze gebonden bent aan tijd. Maar is die tijd dan zo belangrijk? Neen, zij is eerder een illusie, iets wat wij gebruiken, wanneer wij leven op aarde, om iets in te delen, en in de sferen om duidelijk te maken dat er verschillende vormen van bestaan en begrip zijn. Wij maken ons zo duidelijk, dat de ene fase van zijn na de andere komt, daar wij nog niet kunnen beseffen, dat zij allen deel zijn van één geheel.

Soms denk ik wel eens, dat de tijd niet veel meer is dan het pulseren van een hartspier ergens in het lichaam van de werkelijkheid. Ik heb het gevoel wel, dat die tijd soms iets stuwt, dat zij iets betekent, wanneer het gaat om bewustwording, bewustzijn, levensmogelijkheid ondanks onze beperkingen. Maar gelijktijdig heb ik ook het gevoel, dat de tijd alleen belangrijk is, omdat hierdoor het lichaam van het zijn leeft, zoals een hart ook alleen maar zinrijk is, wanneer het klopt in een lichaam, dat juist daardoor een levende entiteit enige tijd kan dragen.

Een bewustwordingsgang is altijd weer een zoeken naar eeuwigheden. En elke eeuwigheid, die je ooit vindt, blijkt steeds weer tijdloos te zijn en niet de oneindigheid van tijd of andere waarden, die je je had voorgesteld, doch een alomvattendheid van een moment, waardoor blijvend iets verankerd wordt van wat je werkelijk bent. Je beseft.

Dan ga je verder en zoekt nieuwe eeuwigheden. Zo te leven, zo te denken: Iets van esoterie, iets van filosofie, iets van geloof, wat mysticisme. Tenminste wanneer je een mens bent. Maar het is ook een werkelijkheid, zo je een geest bent. U denkt misschien: Maar ik ben nu man, vrouw, dom, wijs en dat is mijn wezen? Dat is slechts de dwaasheid, waarmee een mens zichzelf omschrijft.

Vandaag ben je vrouw en in een volgende incarnatie kun je mogelijk een man zijn. Dat ligt er maar aan wat voor plannen je tekent voor jezelf in het bewuste ontwerp voor erkennen, dat je maakt, wanneer je in de sferen bent. Het is altijd weer het bewustzijn, waar het om draait. Het is slechts de realisatie, die betekenis heeft.

U leeft in uw eigen wereld. Binnenkort is het kerstmis, daarna oudejaar, nieuwejaar, Stille nacht, heilige nacht, vuurwerk, rumoer en wat praatjes. Op zichzelf zijn dit gewone dingen, maar daarnaast toch ook erkenningen en ervaringen. Of je alleen bent of met velen bent, of je eenzaam bent, of deel van een grote groep, dan wel ergens aan de rand van de massa staat, geïsoleerd en zoekende naar enige betekenis, het is ook voor jou niet slechts een kerstmis, een oud en nieuwe jaar. Het is de realisatie, de beleving die ook hieraan inhoud geeft.

Wij denken. Wij kunnen, denkende aan het kerstfeest, misschien dromen van een feest, waarbij ergens nabij een pool een grote kerstboom staat, verlicht door stralende sterren, waaronder de mensen, die laatsten die nog op aarde leven, gezamenlijk zingen “Alle Menschen werden Brüder”. En mogelijk ook het oude lied over Stille Nacht, Heilige Nacht. Dat is dan maar een visioen. En toch is het eveneens een werkelijkheid: er komt een ogenblik, dat de Broederschap, die wij vaak vaag ergens aanvoelen, en velen vaag ergens voor ons hoeven en zoeken te vinden, een werkelijkheid is. Er is een ogenblik waarop onze vrede en onze rust niet alleen maar woorden zijn voor iets, wat ons steeds weer ontwijkt, maar omschrijving is van een werkelijkheid, die wij beleven.

Juist in deze dagen geloof ik, dat hierop uw aandacht wel eens gericht mag worden. Niet voor eenieder onder u zullen deze feestdagen even gezellig zijn, dat weet ik wel. Sommigen zullen zich wat eenzaam vinden, anderen menen dat zij te veel tekortkomen en weer anderen worden overstelpt door de drukte van alles wat zij menen te moeten doen. Maar wanneer u in die dagen toch iets kunt vinden van een gevoel, met alles verbonden te zijn, in uzelf iets kunt verkrijgen als een gevoel van rust, stilte, één-zijn, dan bent u dichter bij de werkelijkheid, dan eenieder die slechts in de uiterlijkheden opgaat. Je hebt voor dit alles geen andere mensen nodig, weet je. Je hebt er alleen die stille kracht in jezelf voor nodig. Zoals de zwakte, die u zichzelf toeschrijft en die u zich vooral tegen het einde van het jaar pleegt te verwijten, op zichzelf niet bepaald zo belangrijk is, tenzij die zwakte u verwijderd heeft van alle eenheid met het leven en de mens.

Maar wanneer zij u dichter tot het andere heeft gebracht, in staat heeft gesteld anderen beter te aanvaarden, beter te begrijpen, heeft u alleen maar iets gedaan wat deel van de bewustwording is.

Het lijkt vaak een lange barre cirkelgang die je maakt door een onbekende wereld, die bewustwording. Ik heb in het begin op een bijna verhalende wijze een aantal mogelijke fasen van die gang aaneengereid. Maar hoe dicht ligt een dergelijk verhaal niet bij de werkelijkheid, ook uw werkelijkheid? U weet het al lang niet meer, maar u daar, hebt met een soldatengewaad aan, vloekend, drinkend, verlangend, gesloft langs de stenen wegen, die Rome had aangelegd. U daar hebt eens magische liederen gezonden in een Isistempel ergens in Griekenland. En u daar hebt als slaaf van vrijheid gedroomd. Het is alles voorbij. Nu bent u, wat u nu bent en morgen zult u anders zijn van uiterlijkheden. Maar uw droom van eens, uw streven van eens, gaat door, ook vandaag. U bent misschien een ongelovige, christen, spiritualist of nog iets anders. U meent misschien, dat dit alles uit dit leven is geboren? In werkelijkheid is het slechts een lijn die u gezet hebt voor u dit leven begon, een lijn die stelde: Zo moet ik verder trachten te gaan. U voert uit. Misschien meent u, dat u in dit leven uw gaven zijn opengebloeid, dat nieuwe krachten zijn ontstaan. Maar u had die lijn al gezet. U hebt het reeds tevoren bepaald wanneer u bewust leeft en streeft.

Het is niet alleen uw streven en bewustwording, uw erkennen en bereiken alleen, wat van belang is. Het is de versmelting van alle dingen met elkaar. Stel een fabriek, waarin grote machines gebouwd worden. Elk radertje, dat daarin gaat, wordt eerst afzonderlijk berekend en in vele afzonderlijke afdelingen worden de afzonderlijke onderdelen geprepareerd, nagemeten, gepolijst en tot perfectie gebracht. Want dan en dan alleen zal eens de grote machine goed en juist kunnen draaien, alleen zo kan zij gebouwd worden.

Misschien is het met ons wel precies hetzelfde. Wij zijn misschien aan de ene zijde alleen maar een radertje in een machine, die schepping heet, maar dan een radertje, dat door alle tijden Heen draait. En aan de andere kant zijn wij ook de ontwerpers, de vervaardigers. In de sferen tekenen wij de plannen en maken wij de berekeningen en op aarde worstelen wij met het materiaal om er de juiste vorm aan te geven.

Er is nu eenmaal een bewustwordingsgang. Maar wij moeten niet denken, dat wij het einddoel zijn, dat onze zelferkenning of persoonlijke bereiking een einddoel is. Want het best geslepen rad is zinloos, wanneer het niet een functie vervult. Wij zijn zinloos, wanneer wij door ons bewustzijn in de grote totaliteit niet een functie vervullen. Dit vooral is de boodschap die ik u vandaag mee wil geven. Onze functie is: steeds meer één-zijn met de werkelijkheid, en steeds juister beseffen, wát wij zijn, hoe wij in de tijdloze werkelijkheid van de kosmos functioneel kunnen zijn.

En daarmede heb ik, naar ik meen, over dit alles voor heden wel voldoende gezegd. Er zijn natuurlijk nog heel wat verhalen te vertellen. Maar dat, wat ik u verteld heb in dit verband, is iets wat geleefd is, iets wat werkelijk is gebeurd. De schijnbare willekeur, die ik u als voorbeeld heb voorgehouden, was voor één enkele bepaalde entiteit de bewustwordingsgang. Wat ik u daarna heb gezegd om zo uit het beeld enkele conclusies en denkbeelden te trekken, is niet alleen maar een mooie les, een mooi voorbeeld. Het zijn alle ervaren werkelijkheden. U zult zich bewust worden van uw werkelijkheid. En wanneer er in u een zekere resonans is voor datgene, wat ik op dit ogenblik probeer te zeggen, tracht te zeggen en uit te stralen, zo hebben wij misschien ook iets van die eenheid benaderd, die zo belangrijk is.

Want ik kan mijzelf niet waarlijk zijn, wanneer ik in begrip en in vermogen begrensd blijf tot mijzelf. En ook u kunt niet waarlijk uzelf zijn, wanneer u tot uzelf beperkt blijft. Maar zo er een kleine gedachte is die wij delen, een klein besef, waardoor de werkelijkheid voor ons beiden gelijkelijk nader komt, zo is onze bewustwordingsgang ook een van bewustwording geworden.

Dan is onze functie op aarde of in de sferen niet meer alleen leven, maar gelijktijdig het beleven van God en de grote werkelijkheid. En daarbij zal ik het moeten laten.

Ik moet echter nog een slotwoord voor u spreken. Neen. Dat is niet overbodig geworden: Gewoonten en tradities zijn vaak het leidsnoer, dat ons nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt en nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden schenkt. Juist daarom moeten wij met een traditie wat voorzichtig zijn. Niet omdat die traditie op zichzelf zo waardevol of betekenisvol is, maar omdat zij ons kan helpen zelf tot nieuwe betekenis en waarde te komen.

Mag ik u daarom vragen mij enkele woorden te geven voor dit slotwoord?

Voorstellen: Gong, vrede, gezondheid.

 

Slotwoord

Wanneer de vrede door je heen zindert

als de trilling van een gong,

zo is er een gezondheid,

die geest en lichaam, beiden omvat.

Diep in de tempel van het Al

klinkt de gong van alle jaren

en wordt in sidderend licht ervaren,

als oproep tot een nieuwe tijd.

Zij spreekt met zware bronzen stem van werkelijkheid,

die in het leven niet beperkt wordt door gebrek aan zijn,

aan weten, macht of kracht.

Het is een geestelijke macht,

die vrede zegt en vrede geeft.

Het is de harmonie van ‘t Al,

die kort een stem gekregen heeft en zo klinken zal

in ieder die wil horen.

Het is een vrede die omspant

en werkelijkheid doet rijzen in het ik,

en buiten alle kracht van stof, genezing brengt,

tot de gezondheid is herboren, die waar belang is.

Gemis aan harmonie wordt nu vergoed,

gezuiverd wordt het ongezonde bloed.

Opnieuw gericht wordt kracht van de herinnering,

vermogen om te denken.

Ledematen, nieuw herboren,

geven aan het gloren,

van een nieuwe geestelijke kracht een weerschijn,

tot de nieuwe taak volbracht is

en men zich wenden kan tot ware tijden.

Versmolten zijn dan geest en wezen,

met de oneindigheid waarin je,

zonder vrezen, ervaart.

Dit is de eeuwigheid,

dit is God: Oneindigheid.

Wanneer je dan, hieruit herboren

spreken wilt tot heel het Al,

dan siddert met je heel de kosmos.

Dan ben je gong, die klinken zal

tot aan het einde van de sterren,

en van begin tot eind der tijd.

Zelf geworden stem van vrede,

stem van eeuwigheid.

Klinkt dan.

Laat uit u krachten zingen,

laat uit u stralen lichte kracht,

opdat gezondheid wordt gebracht

in geest en stof aan allen,

die verdeeld zijn in zichzelf,

opdat de harmonie ontstaat,

waaruit wij allen zijn ontsproten,

dát waaruit wij zijn geboren,

waartoe wij gaan.

De eenheid klinkt vanuit het ware zijn:

God. En toch ook

totaal bestaan door alle tijd.

Ik dacht in deze improvisatie mijn denkbeelden nogmaals duidelijk te hebben neergelegd. Ik verstout mij te hopen, dat ook in u ergens het gevoel is, dat u, juist u, deze betekenis, deze kracht, deze mogelijkheid in uzelf draagt.

Moge het u gegeven zijn te klinken door tijd en ruimte, een wekroep tot vrede, genezing, harmonie en erkenning der werkelijkheid.

Ik dank u voor uw aandacht.

image_pdf