21 mei 1971
Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar en hopen dat u zelfstandig na zult denken over al wat wordt gebracht. Ons onderwerp van heden is van meer geestelijke aard en draagt de titel:
Spoken
U weet dat er heel eigenaardige verschijnselen zijn op deze wereld. Een deel daarvan wordt toegeschreven aan spoken. Wanneer men over spoken spreekt, zijn het meestal nogal sombere verhalen van wenende jonkvrouwen die met het hoofd onder de arm wenend door de gang sluipen, of roestige ridders die krakende en rammelende met botten en ketenen lopen te leuren op een kasteelmuur. Indien er sprake zou zijn van spoken, zo behoren dergelijke verschijnselen toch wel tot de excessen. Andere spookverschijnselen komen veel meer voor. Zo zijn er huizen waarin dingen zoek plegen te raken, ook wanneer je die goed wegbergt. Zelfs wanneer je opschrijft waar je het gelaten hebt, is de kans groot dat je het niet meer terugvindt. En wanneer je het terugvindt, dan gebeurt dit meestal eerst geruime tijd later en op een geheel andere plaats. Je kunt een dergelijk verschijnsel natuurlijk wel afdoen met ‘verstrooidheid’. Maar het is natuurlijk wel vreemd, dat gedurende een periode opeens eenieder in dat huis eenzelfde soort verstrooidheid toont. Andere verschijnselen kent u allen: het kraken en kloppen, koude windvlagen en wat dies meer zij. Om te weten wat spoken eigenlijk precies kunnen zijn, moet je volgens mij dan ook allereerst een indeling maken aan de hand van de verschijnselen.
Spookverschijnselen die veroorzaakt zijn door omstandigheden
Hierbij hebben wij dus in het geheel niet te maken met een geest, doch in vele gevallen eerder met een soort reproductie van een vroeger gebeuren. In dergelijke gevallen blijkt het optreden van de verschijnselen altijd weer afhankelijk te zijn van de aanwezigheid van een mediamieke persoon. De BBC heeft met een reportage over dergelijke verschijnselen zelfs eens een camera verloren. De geesten lieten zich niet zien. Maar op een gegeven ogenblik vloog er een urn, die in de tuin stond, op de ploeg af. Iedereen sprong opzij, maar de camera sprong niet. Daarna bleek de lens hiervan gesprongen te zijn. Er zijn wel meer van die vreemde dingen gebeurd. Hiervoor geven wij dan meestal de volgende verklaring:
Sterke emoties kunnen als het ware materie impregneren. Wanneer iemand in de buurt komt die gevoelig is – of hij dit nu zelf weet of niet – brengt de persoon door zijn gevoeligheid een soort mechanisme in beweging, waardoor voor hem en mogelijk ook voor anderen waarneembaar, het gebeuren van eens zich herhaalt. Een groot deel van de kasteelmythen schijnt hieraan te wijten te zijn, evenals een deel althans van de vastgestelde spookverschijnselen in bepaalde spookhuizen. Dergelijke gevallen kan men als bewijs voor een ingrijpen vanuit de geest wel beter terzijde leggen.
Verschijnselen in aanwezigheid of nabijheid van pubers
Dan zijn er reeksen van verschijnselen die zich altijd weer afspelen in aanwezigheid van of in de nabijheid van pubers. Wij hebben dan meestal te maken met levitatie en verplaatsingsverschijnselen. Soms zijn de verschijnselen sterk en onmiddellijk als abnormaal kenbaar, in vele gevallen beperkt het verschijnsel zich echter tot het opeens kapotvallen van kopjes en schotels op ogenblikken dat er in geen geval iemand in de buurt was die ze zou hebben kunnen aanraken. Deze zgn. Poltergeistverschijnselen kunnen wij hoofdzakelijk herleiden tot ressentimenten, die in jongeren soms zeer onbeheerst optreden. Omdat zij nog niet geheel ingekapseld zijn, zoals bij vele ouderen, stoten zij dan een deel van hun persoonlijkheden uit, een fluïde, dat voor pa en ma ergerlijke en zelfs schrikwekkende verschijnselen kan veroorzaken.
Men realisere zich dat dergelijke verschijnselen ook wel vervalst worden. Er is bv. een geval bekend van een jonge man die steeds in de buurt was wanneer er een ‘klopgeest’ optrad. Later bleek dat hij de verschijnselen eenvoudig met een soort ruitentikkertje veroorzaakte. Maar zelfs wanneer de verschijnselen echt zijn, zo moeten wij toch stellen dat zij bij een mens origineren, dat de mens zelf bij het ontstaan ervan onmiddellijk betrokken is. Bij zeer vele zogenaamde spookverschijnselen moeten wij wel tot de conclusie komen, dat er mensen bij betrokken zijn. Een van onze vrienden heeft zelfs eens gezegd: Ach, een spook is eigenlijk een mens die geen raad met zichzelf weet, of een geest die zich niet geheel juist weet te gedragen.
Optreden van geesten
Want ook het optreden van geesten komt wel degelijk voor. Wij hebben dan te maken met zgn. aardgebondenen. In de ogen van vele mensen is een aardgebondene iemand die zelfmoord heeft gepleegd of zoiets. Iemand die eens iets verschrikkelijks heeft gedaan en daarom gedoemd is voortaan rond de plaats van zijn sterven rond te dolen. Een verklaring die mooi klinkt, maar over het algemeen verder niet deugt. Wij hebben dan eerder te maken met entiteiten die nog geen afstand kunnen doen van het leven op aarde en zo in het menselijke bestaan een rol proberen te spelen. Zij doen dit door zich zoveel mogelijk kenbaar te maken. En daar mensen er niet van houden dergelijke onzichtbare wezens opeens middels allerhande verschijnselen op de voorgrond te zien treden en daar bang voor zijn, zeggen zij al snel: Dit is werk van de duivel, ofwel: Hier spookt het.
Men kan zeggen dat dergelijke geesten meestal in een niet benijdenswaardige positie verkeren. Laat ons eens denken aan een dronkenman die overgaat en probeert terug te keren naar zijn stamkroeg. Hij zit als vanouds aan de bar, maar kan zijn omgeving niet meer duidelijk zien. Wel voelt hij dat overal rond hem mensen zich een roes drinken. Hij grijpt naar een glas, maar kan het niet te pakken krijgen. Hij beseft niet eens dat hij toch niet meer beschikt over een keelgat om de drank door te gieten. Het komt dan wel voor dat in het kroegje op een bepaalde plaats aan de bar of een bepaald tafeltje steeds weer glazen omvallen, vaak zelfs bij voorkeur glazen die een bepaalde drank bevatten. Men zoekt hiervoor dan meestal een zgn. normale verklaring en probeert er, meestal vruchteloos, iets aan te doen. Toch is zoiets een uiting van de frustratie van een dergelijke geest: hij kan het nog juist zover brengen, dat hij het evenwicht van een glas verstoort, maar kan het voor hem kostelijke vocht op geen enkele wijze absorberen. Hij moet voortdurend toezien hoe het vocht waarnaar hij begeert, verspild wordt en blijft eenzaam, terwijl rond hem eenieder een roes krijgt. Wat, zoals u begrijpen zult, voor hem toch wel heel erg vervelend is.
Waarschuwende spoken
Dan hebben wij ook nog te maken met de zgn. waarschuwende spoken. Je zou zo zeggen dat zij een kaste apart zijn, een soort ambtenarenstand onder de spoken, die als een soort geestelijke deurwaarders voortdurend aan komen kondigen dat er iemand van een bepaalde familie zal moeten overlijden. Hier hebben wij in 9 van de 10 gevallen niet te maken met een werkelijke geest. Wel treedt hier iets anders op. In dergelijke families bestaat de waarschuwing als een soort traditie en er is altijd wel iemand die onbewust of bewust onder de indruk hiervan leeft. De dood, waarvoor de meeste westerlingen zo bang zijn, dat zij aan alle daarmee gepaard gaande verschijnselen zo veel mogelijk voorbij proberen te gaan, kondigt zich heus wel aan. Er vinden veranderingen plaats die je als een sfeer door het gehele huis aan kunt voelen. Een hond voelt vaak zelfs op een grotere afstand aan wanneer iemand sterft en begint dan ook prompt te huilen. De mensen zijn zo gevoelig niet en huilen pas nadat het zeker is. Maar al geven zij dit niet toe, en lopen zij er zoveel mogelijk aan voorbij, toch kun je de dood aanvoelen en registreer je dit onbewust, zelfs wanneer je bewustzijn weigert zelfs de mogelijkheid maar te overwegen. In genoemde gevallen voelen de mensen vaak de komende dood aan, willen dit ook wel weten, maar hun bewustzijn weigert het feit te aanvaarden. Zij sublimeren de ervaring dan tot een waarnemen van het familiespook. Er zijn hiervan gevallen bekend vooral in Engeland en Frankrijk. In Ierland en Schotland kent men bovendien nog bijzondere spookgestalten of geesten die komen om de stervenden te begeleiden met hun snikken en huilen, tot de dood een feit is geworden. Ook hier gaat het in 9 van de 10 gevallen om een projectie, om iets wat je aanvoelt, niet geheel zelf waar wilt weten en zo middels een hallucinatie, of het tegenover anderen voorwenden van een hallucinatie, voor jezelf aanvaardbaar maakt en tegenover anderen een zekere substantie geeft.
De spokenwereld is dus wel een heel eigenaardig iets. Maar ook aan onze kant zijn entiteiten die verantwoordelijk kunnen worden geacht voor sommige spookverschijnselen. Henri merkte eens op: Spotgeesten zijn in feite nozems uit de geestenwereld. Zeker is dat de mensen deze naam geven aan geesten die het meestal niet zo kwaad menen en die in de meeste gevallen over een zeker gevoel van humor beschikken. De uitingen die de mens als spot of kwaadaardigheid ziet, zijn veelal niets anders dan uitingen van een geest die met de mensen een grap uit wil halen. Dergelijke grappen kunnen natuurlijk wel eens verkeerd uitlopen. Wanneer je opeens een koude hand op je schouder voelt als mens, terwijl je omkijkende niemand ziet, kun je daar werkelijk erg van schrikken. Toch zal degene die voor het verschijnsel verantwoordelijk is, dit in vele gevallen doen, zoals mensen wel eens iemand die in lectuur verdiept is, opeens de beide handen voor de ogen houden onder de uitroep: Wie is dit?
Spotgeesten
De verschijnselen die deze geesten veroorzaken, zijn wel zeer gevarieerd, maar meestal ook zeer onbelangrijk. Beziet men de zaak nuchter, dan blijkt er ook vaak een zekere humor uit. Men denkt wel eens dat een spotgeest iemand is die je alleen maar komt bedriegen, een geest, die tegenover het mensdom een zekere bitterheid voelt. Dat is eenvoudig niet waar. Een dergelijke geest wil eens grappig doen, wil eens lachen over enige domme mensen. Vooral wanneer hij enige kracht bezit, kiest hij hiertoe vaak de vreemdste dingen. Hij zal bv. een schilderij laten vallen, maar wel zo, dat de lijst iemand precies om de hals blijft steken. Dat er gaten in het doek kunnen komen, interesseert hem meestal niet. Zo weet ik, dat een zekere geest er aardigheid in had een gasvlam tot 20 malen achtereen uit te doen ploffen. Dit kan betrekkelijk eenvoudig worden gedaan, maar degene die probeert het gas aan te steken, wordt er wel wanhopig van. Een ander vindt het leuk om midden onder een wat griezelige tv-film vlak bij de toeschouwers zachtjes te kloppen. Met het gevolg dat dezen nu opeens werkelijke de koude rillingen over het lijf lopen. Het is voor een toeschouwer overigens dan werkelijk leuk te zien, hoe deze mensen proberen zich aan de ban van de beeldbuis te ontworstelen.
Spotgeesten zoeken het voornamelijk in spel. Ik meen dan ook dat vele verhalen die je hoort over bv. ‘witte wieven’ een dergelijke oorzaak hebben. Zeker, wolkenflarden, een afgewaaid stuk wasgoed, een stuk wit papier kunnen evenzeer aanleiding worden tot verhalen over witte geesten die ruiters en voetgangers achtervolgen. Vaak is het nog veel eenvoudiger: de mensen geloven nu eenmaal in de witte wieven. Wanneer iemand van ons zo iemand benadert en alleen maar zegt: “Sufferd”, dan worden zij bang, zien niemand en zijn ervan overtuigd dat zij overal heksen, spoken en wat nog meer zien. Zij slaan eenvoudig op hol. Veel van hetgeen wij over spoken horen in de folklore is volgens mij dan ook misinterpretatie, hallucinatie en in enkele gevallen het spel van een spotgeest.
Spoken?
Wat ons brengt tot de vraag, of er eigenlijk wel echte spoken bestaan. Een vraag die moeilijker is dan zij lijkt. Wanneer je vraagt of er veel lammelingen onder de mensen zijn, dan zal men dit bevestigend beantwoorden en deze mensen misschien ook in een afzonderlijke klasse in willen delen. Wanneer je die lammelingen echter stuk voor stuk nagaat, zijn zij zo kwaad nog niet. Zij hebben misschien eigenschappen die men niet op prijs stelt, maar hebben wel degelijk ook hun goede kanten. Zo is het met spoken nu ook: spoken zijn entiteiten die bepaalde hebbelijkheden hebben. Tenminste, wanneer er werkelijk van een bezield spook sprake is. Maar die entiteiten hebben hebbelijkheden. Al zijn zij geest, zij grijpen onder omstandigheden in in de menselijke wereld op een wijze die de mensen doet schrikken. Het is de angst die door de verschijnselen wordt opgewekt, die de mensen een dergelijke geest doet zien als kwaadaardig, groot, machtig.
Nu moet u niet denken dat alle spookverschijnselen allen geheel onschuldig zullen zijn. Er zijn namelijk entiteiten die in het duister thuis behoren. Ook zij kunnen zich, zo goed als iemand die tot een lichtere sfeer behoort, een tijdlang op uw wereld ophouden. Zij kunnen ook zeker gemakkelijker dan een aardgebondene die nog in schaduwland thuis behoort, allerhande verschijnselen veroorzaken. Wanneer een dergelijke entiteit alleen zijn macht maar demonstreert, is er meestal niet veel aan de hand. Geesten die mensen de nek omdraaien, geestenhanden die mensen wurgen, bestaan misschien in sprookjes, maar niet werkelijk.
Wanneer een dergelijke geest zich bedreigt voelt of hinder ondervindt, worden de zaken wel wat anders en kunnen aanvallen op het menselijke zenuwstelsel soms gevolgen hebben, die voor de mens minder aangenaam zijn.
Er zijn huizen waarin de atmosfeer verpest is. Wanneer men zich in een dergelijk huis in een bepaalde richting beweegt, bv. een kamer in, een trap op e.d., dan kan het voorkomen dat men het gevoel heeft voor een donkere wolk te staan, die je eigenlijk niet door wil laten. Dit kan dan volkomen werkelijk zo zijn. Een entiteit kan zich namelijk een bepaald verblijf kiezen wanneer dit maar een zekere uitstraling heeft. Aardstralen, gedachtestraling in de materie vastgelegd, kunnen geheel harmonisch zijn met de eigen waarden van een geest. Hierdoor is dan die omgeving voor de geest geheel kenbaar. Wanneer hij zich van zijn eigen sfeer en wereld los wil maken, heeft hij hier dus een voor hem kenbaar en leefbaar milieu. Elke mens die daarin binnentreedt, vormt een verstoring van het milieu, een afwijking van de bekende stralingen. Dit zou het voor de entiteit moeilijker kunnen maken zich in de omgeving te handhaven. Hij kan dan zeer agressief optreden. In dergelijke gevallen komt het dan ook wel tot werkelijke aanvallen op mensen, waarbij zowel materie als materialisaties gebruikt kunnen worden.
U moet zich het optreden van een dergelijke geest nu weer niet voorstellen als een optreden van een onstoffelijke Cassius Clay, die eenvoudig ‘bonk’ zegt en de mens is al uitgeteld. In de meeste gevallen komt het zelfs niet tot materialisaties en heb je voornamelijk te maken met gedachteprojecties en een manipuleren van voorwerpen, zodat deze zich tegen je schijnen te richten. Het kleedje waar je op stapt ligt opeens net zo, dat je ermee uitglijdt, traproeden zijn in staat je de nek te laten breken. Je schat de afstand tot voorwerpen of de hoek, waaronder zij in de ruimte steken, verkeerd in, zodat je er onverwachts tegenop botst. Het veranderen van de normale oriëntatie van een mens speelt bij dergelijke verschijnselen vaak een bepalende rol. Van demonisch duistere geesten die vuurgloeiend de mensen trachten te verstikken of slijm druipende monsters, die uit rivieren kruipen om de huizen van de mensen te besluipen, is – buiten verhalen – dan ook geen sprake. Misschien zou het niet onaardig zijn, wanneer dergelijke dingen zo nu en dan gebeurden, daar dit vele mensen die nu alles wat occult is onzin noemen, tot een andere overtuiging zou kunnen brengen. Aan de andere kant zouden dergelijke belevingen juist dit soort mensen zozeer mentaal kunnen breken, dat zij in een gekkenhuis terecht zouden komen en zou er weinig of niets goeds uit voort kunnen komen.
Interessant is voor mij in dit verband, dat juist de mensen die innerlijk bang zijn voor dergelijke verschijnselen, alles doen wat in hun macht ligt om het bestaan daarvan te ontkennen. Ik kan begrijpen dat mensen zich niet al te prettig voelen bij het denkbeeld, dat er overal rond hen geesten kunnen bestaan die alles wat zij doen en denken kunnen volgen. Zoals het gevoel, dat het met streven, werken en zoeken ook na de dood nog niet afgelopen is, ook velen een onplezierig gevoel schijnt te bezorgen. De mensen schijnen moeilijk te begrijpen in welke opzichten de werelden van de geest en de stof samenlopen en in hoeverre zij van elkander toch weer gescheiden zijn. Dit lijkt mij een eerste aanleiding voor het ontkennen van mogelijkheden en het verdringen uit het bewustzijn van toch wel degelijk merkbare feiten.
Ik wil zeker niet beweren dat alles in het occultisme volledig juist en waar is. Er is een hoop humbug bij. Aan de andere kant mag dit geen reden zijn om te stellen: Dus is er geheel niets. Er zijn wel degelijk verschijnselen en de mens die deze verschijnselen ernstig wil bestuderen, zal toe moeten geven, dat hiervoor op het ogenblik geen verklaringen bestaan die voldoende zijn. Maar hij zal dan ook stellen: Indien ik in dit verband uitga van een zekere werkhypothese, kan ik voor dit alles mogelijk toch wel een menselijk redelijke verklaring vinden die bewijsbaar wordt. Zover zou je als mens volgens mij toch wel moeten gaan. Voor de wereld van de mensen is een spook, of zelfs de mogelijkheid dat er werkelijk spoken bestaan, iets afschuwwekkends. Ik vraag mij af waarom. Vele mensen die met een uiting van de geest te maken krijgen, reageren ongeveer als een jong en van eigen begeerlijkheid overtuigd meisje dat ’s avonds laat op een duister stuk tussen twee lantaarns in de straat een groot en ruw aandoend heer op zich af ziet komen. Zij denkt er niet aan dat dit mogelijk alleen iemand is die de weg wil vragen, maar slaat op de vlucht in de overtuiging dat die gestalte alleen maar wil roven of verkrachten. In die verwachtingen teleurgesteld, zegt zij later: Ik was bang, maar niet geheel voor niets, want zoiets zou mij toch kunnen gebeuren. Je weet immers nooit…? Het is voorgekomen dat onder soortgelijke omstandigheden mensen voor heel onschuldige vreemdelingen zijn weggevlucht en door die vlucht een ongeluk kregen.
Met spoken zien wij vaak hetzelfde gebeuren. Wanneer u een kwade entiteit ontmoet, heeft het geen zin de zaak te forceren en bv. door een donkere wolk heen te willen dringen. Men dient te beseffen, dat de ander een mens onder de omstandigheden waarschijnlijk zal kunnen manipuleren. Maar het is even dwaas en mogelijk zelfs gevaarlijk op de vlucht te slaan, zich zonder meer weg te laten jagen. Door dergelijke gedragingen sterk je een dergelijke geest zeker ook in zijn toch wel minder aangename methoden tot benadering van mensen. Het eenvoudigste is te vragen. Wie ben je? En als er geen antwoord komt, eens te vragen: Wat doe je? Ik wil je heus wel helpen als mij dit mogelijk is. In vele gevallen blijkt dan onmiddellijk, dat deze demon, deze duivel, die in kamer, kelder of zolder zat, opeens een hulpeloos wezen is, dat in feite zich wil oriënteren, dat in feite niets liever wil dan terugkeren naar de eigen wereld, maar niet meer weet hoe daar te komen, omdat het te zeer verkleefd is aan bepaalde uitingen of verschijnselen. Is er, wat zelden voorkomt, werkelijk sprake van een kwaadaardige geest die je wil schaden, dan zal het feit dat je hem niet vreest, een groot deel van zijn mogelijkheden wegnemen.
Aanhechtingen
En nu wij over spoken spreken: Zouden bepaalde vormen van aanhechtingen, van bezetenheid, niet in eenzelfde orde van waarden vallen en met enige goede wil ook als spookverschijnselen beschouwd kunnen worden? Er is van ons standpunt niet zoveel verschil tussen een geest die zich vastklampt aan een voor hem sympathisch uitstralende kamer, en iemand die iets dergelijks doet aan een voor hem sympathisch uitstralende mens. Zeker, voor een mens verandert er aan de kamer niet veel, tenzij je voor sfeer gevoelig bent. De mens die een aanhechting heeft of bezeten wordt, zal tot allerhande uitingen komen, die kennelijk niet de zijne zijn en zich abnormaal gaan gedragen. Er zijn in deze dagen velen die door aanhechtingen en bezetenheden in inrichtingen voor geestelijk niet normalen terecht komen, waar hun kwaal dan wordt omschreven als ver voortgeschreden schizofrenie of soms zelfs als een vorm van paranoia.
Het jammere bij dit alles is, dat de geesten die voor deze diagnosen in feite mede aansprakelijk zijn, zich niet werkelijk en gaarne aan een dergelijke mens blijvend willen vastklampen. In vele gevallen doet hun reactie denken aan een man, die met blote hand een alligator heeft gevangen en het dier nu niet meer los durft laten, ofschoon het vasthouden hem zijn laatste krachten dreigt te kosten. De alligator wil los, de man wil los, maar door hun reactie slagen zij geen van beiden. De geest moet een mogelijkheid vinden zich nieuw te oriënteren, zijn angsten of waanbeelden te overwinnen. In het verleden heeft men experimenten gedaan in deze richting. Een Engelse arts bracht mediums in de nabijheid van personen, waar volgens zijn mening de mogelijkheid van een aanhechting of bezetenheid bestond. Inderdaad slaagde men er vaak in, middels de mediums, bepaalde uitingen van een dergelijke geest te krijgen en na enige pogingen op deze wijze de bezetenheid of aanhechting ongedaan te maken.
Ik vraag mij wel eens af, waarom men deze experimenten verwerpt en weigert voort te zetten. Maar ja: “spoken bestaan niet!” Spoken, zo zegt men, zijn alleen een bijgeloof van de mensen. Is het dan misschien ook het bijgeloof van de mens dat hem ertoe brengt vreemde verschijnselen rond zich te zien; is het zien in tijd alleen maar een uiting van de een of andere waanzin die optreedt, zelfs wanneer de feiten later de waarnemingen bevestigen? Want er zijn mensen die in ruimte en tijd zien, zo goed als er mensen zijn die werkelijk geesten kunnen zien en spoken onderkennen die bezield zijn. Het is voor een mens, die zelf niet gevoelig is op dit gebied of zich daarvan geheel heeft afgesloten, misschien moeilijk zich het objectief bestaan van dergelijke dingen voor te stellen. En toch: soms merken deze mensen op straat iemand op die ouderwets gekleed is. Kijk je even, dan blijkt dat die figuur opeens door een straatlantaarn of een auto heen wandelt. Maar zij verklaren dit met gezichtsbedrog of een fout aan de ogen en vragen zich nooit af: zou dit nu misschien een geest zijn? Een spook misschien?
Conclusie
Wanneer je alle waarnemingen en vastgestelde feiten bijeenvoegt, is volgens mij maar één conclusie mogelijk:
Er zijn mogelijk geen afzonderlijke spoken, maar wel geesten of iets wat daar op lijkt. Heeft men enig inzicht in de mogelijkheden, dan zal men ook het volgende logisch en juist achten: Er zijn geesten die zich nog zo verbonden voelen met de denkwijzen en leefwijze van uw wereld, zodat zij voortdurend trachten daarin terug te keren en steeds weer proberen het stoffelijke leven terug te winnen. Deze wezens en de verschijnselen die zij veroorzaken, de schimmen die soms voor mensen waarneembaar zijn, zijn het, die men spoken noemt. Uw wereld omvat veel meer dan men weet of wil weten. Hier kunnen wij rustig Hamlet citeren: “There is more between heaven and earth than is dreamed of in thy filosofy, Horatio.” Een oude zin uit een oud werk, maar volgens mij een waarheid die voor de mens op aarde altijd nog wel toepasselijk mag heten. De wereld van spoken en geesten, de werelden van vreemde verschijnselen die men samenvat onder occultisme, of in een meer deftige bui wil onderzoeken in de parapsychologie, zijn in feite niets anders dan delen van het normale leven.
Zo ik als inleider op deze avond stel: Mensen, er zijn wel spookverschijnselen, maar in feite geen spoken, zo tracht ik u slechts duidelijk te maken dat de verbondenheid van uw wereld en die van de geest groter is dan u veelal beseft. Die verschijnselen bestaan voor u alleen in uw wereld. De mens houdt zich bezig met deze verschijnselen en minder met de achtergronden daarvan. Men spreekt dan over het medium Kathy King, de zweeftochten van Home, Eusapia Palladino met vele zwevende voorwerpen rond haar en dergelijke. Dergelijke dingen zijn prettig, je kunt ze als waar aanvaarden, zien als resultaat van goochelarij, of zelfs toeschrijven aan zeer bijzondere en slechts één enkele maal optredende omstandigheden. Toch zijn dergelijke dingen zo goed als vele andere spookverschijnselen en fenomenen niets anders dan korte ogenblikken, waarop de krachten kenbaar worden, waardoor de mens voortdurend omringd wordt. En de meeste spookverschijnselen zijn slechts verkeerd uitvallende pogingen zich te manifesteren, volbracht door doodgewone geesten.
Hiermee heb ik m.i. al genoeg gezegd. Ik mag trouwens mijn inleiding niet te lang maken. Ik vernam zo-even dat een van de sprekers van onze groep het prettig zou vinden, u na de pauze het een en ander te komen vertellen over de Wessac. Maar ik heb nog enige tijd en zou u daarom de vraag willen stellen of er – naar uw inzicht – onder de mensen niet net zoveel spoken rondlopen als onder ons.
Zelfs meer.
U lacht. U denkt dat er misschien zelfs meer op aarde dan in de geest zouden zijn. Maar nu een volgende vraag: Zou u vele mensen niet spoken noemen – of dergelijke minder vleiende benamingen geven – omdat u ze niet begrijpt? Gebruikt u dergelijke aanduidingen niet vooral, omdat er een discrepantie is tussen uw verwachtingen en datgene wat er uit het wezen van de ander naar voren komt? Een dergelijke waardering voor een mens lijkt mij evenzeer een miskenning van de werkelijkheid te omvatten, als het gebruiken van een dergelijke benaming voor wezens uit de geest.
De mens oriënteert zich zo vreemd in zijn wereld. Aan de ene kant wil hij alles verklaren met atomen en moleculen, aan de andere kant wil hij het bovennatuurlijke vaak op een voetstuk plaatsen, op een soort piëdestal van godsdienstige gedachten. Hij is bereid alle manifestaties van een geestelijk bestaan en andere krachten onder schijnargumenten te begraven, of deze te verheerlijken tot iets boven alle wereld uit, maar hij is niet bereid dergelijke dingen te zien als een normaal deel van zijn eigen leven.
De mens die in de geest gelooft, zoekt daaruit vaak op magische wijze mogelijkheden en krachten te putten. Er zijn mensen die, wanneer zij ook maar iets kwijt zijn, zich onmiddellijk met de H. Antonius bezig gaan houden. Zij denken kennelijk dat de goede man in de hemel toch niets nuttigs te doen heeft en zeuren: “H. Antonius, beste vriend, maak dat ik mijn zus en zo-tje vind”. Dat is zuiver bijgeloof, dat is gebruik maken van de magische formules van de oudheid in wat gewijzigde vorm. Het is een bezweren van halfgoden. Anderen murmelen: Broeder Phillipus, broeder Henri, Theo enz., o help mij even mijn zus en zo-tje te vinden. En als de broeder toevallig in de buurt is, wil hij er misschien wel wat aan doen. En als je Antonius zegt, denkt een u goed geminde geest waarschijnlijk: ze weten misschien niet hoe ik heet, maar ik heb er te tijd voor, dus laat ik maar even helpen. In zoverre heeft een dergelijke bezwering soms wel enig nut.
Maar het betekent nog niet, dat de geest dan ook alles voor elkaar kan brengen wat voor de mens onmogelijk of onbereikbaar is. Hij kan hoogstens een mens helpen iets meer te presteren, dan hij op het ogenblik zelf denkt te kunnen presteren. Waarom zou men dan zonder meer aannemen, dat alle geesten ook altijd boven alle mensen zouden staan in kunnen, weten en wat dies meer zij? Waarom zou men een deel van de geest spook of demon noemen en meer vrezen dan kwaadwillige mensen? Het lijkt mij wat dwaas. Je bent niet geneigd iemand uit je eigen wereld, die je spook of duivel noemt, bovennatuurlijke krachten en onbeperkte mogelijkheden toe te kennen. Waarom zou men dit dan wel doen ten aanzien van geesten? De geest zal u soms kunnen helpen of hinderen, dat is waar. Maar als u een gunst van, zeg een minister wilt verkrijgen, dan beseft u, dat u uw wensen duidelijk kenbaar moet maken en op schrift stellen. Maar niemand zal naar ik meen op de gedachte komen een waskaars voor hem te branden, of terwijl men hem benadert, een bezweringsformule te murmelen. Vele mensen menen dat je dergelijke dingen wel moet doen, om een geest ertoe te bewegen iets voor je te doen. De relatie tussen mens en geest, tussen de mens en datgene wat hij omschrijft als het bovennatuurlijke, is volgens mij praktisch onnatuurlijk geworden.
Wanneer u overgaat, dan komt u bij ons aan, zoals u hier bent weggegaan, met dezelfde kennis, eigenschappen en zelfs in dezelfde hippe of andere kleding die u droeg bij uw overlijden. De uiterlijkheden verdwijnen en veranderen snel. Maar de persoonlijkheid blijft dezelfde. Je kunt niet zeggen: Ik ga dood en daarna ben ik opeens ingewijd, wijs, weet ik opeens alles. Zoals je aan de andere kant ook niet kunt zeggen: Wanneer ik doodga, ben ik opeens vele dingen kwijt. Je kunt later veel verliezen, omdat je beseft dat het onbelangrijk voor je is. Maar alle problemen en wat dies meer zij blijft na de dood voor jou wel degelijk bestaan, tot je er iets aan hebt gedaan.
Iemand die zich aan in wezen voor de geest onbelangrijke dingen vast blijft klampen, wordt een geest die zich voortdurend met de mensen en hun wereld wil blijven bemoeien, zonder zich daarbij werkelijk op de mensen, hun belangen en ontwikkelingen te richten. De ex-dronkenman, die als geest spookte in die bar, wilde in werkelijkheid niemand verjagen of zelfs maar ergeren. Hij had alleen maar een enorme trek in een glaasje en meende dit alleen te kunnen proeven, wanneer hij een stoffelijk glas zou kunnen opheffen en leegdrinken. Had hij beseft dat het eenvoudiger is je een oude situatie voor te stellen en voor jezelf opnieuw te beleven, dan zou hij al die onzin niet uitgehaald hebben. Hij was doodgewoon iemand die de weg kwijt was.
En dat is altijd nog de beste omschrijving van een spook. Daarom wil ik u zeggen: In de periode die nu volgt, zullen er heel wat vreemde verschijnselen optreden. Heel wat mensen zullen dan ook in de overtuiging verkeren dat hier spoken bij betrokken zijn. Zelfs in sommige kerken verwachten wij vreemde gebeurtenissen. Alleen zal men daar waarschijnlijk niet over spoken spreken, maar verklaren dat dit de duivel is. Indien zij enige zelfkennis hebben, is overigens dit laatste nog niet zo gek. Eens stelde de Engelse schrijfster Corelli in een van haar boeken: Daar waar de priester voorgaat, kan de duivel rustig volgen. Ik wil u erop wijzen dat dergelijke verschijnselen niet van bovennatuurlijke of tegennatuurlijke aard zijn. De kans is groot dat over 5 à 6 maanden verschillende delen van uw wereld en van onze werelden elkaar intenser beroeren dan normaal. Indien u met gevolgen hiervan te maken krijgt, gedraag u dan als iemand in een menigte. Wanneer daarin iemand tegen je oploopt, zeg je hoogstens: Kijk uit, of, pardon. Ga verder en trek je er niet te veel van aan. Ontmoet je een geest, die bij wijze van spreken op de stoep zit te huilen van ellende, geef er wat aandacht aan en zie of je kunt helpen. Is dit niet het geval, ga eenvoudig verder.
Overigens is een van de te verwachten resultaten, dat meer mensen zich achtervolgd voelen door duivels en demonen – wat dan niet waar is – ofwel, dat zij uitverkoren zijn en door engelen worden bezocht – wat nog veel minder waarschijnlijk en waar is. Mensen zullen verklaren dat Jezus elke dag bij hen op bezoek komt, met of zonder de 12 apostelen en dergelijke. U weet nu dat dergelijke dingen te herleiden zijn tot een nauwer contact tussen werelden van de geest en de stof, contactmogelijkheden, waarbij de mens onze aanwezigheid wat eerder aanvoelt en zelfs bepaalde contacten zal maken, of bepaalde manifestaties te zien zal krijgen.
Dus wanneer u opeens hoort dat er steeds meer mensen zijn die menen spoken te zien, roep niet uit, dat het moderne bijgeloof opeens weer de kop opsteekt. Zeg ook niet, dat degenen die dit beweren gek zijn. Stel eenvoudig voor jezelf: Hier is sprake van een natuurlijk verschijnsel, dat na 2½ tot 3 maanden weer aanmerkelijk afflauwt, waarmee ik mij niet te veel mee bezig zal houden, ofschoon de mogelijkheid niet is uitgesloten dat ik hulp zal kunnen verlenen aan de een of andere geest, of een geest mij tijdelijk zal bijstaan. En krijgt u contacten met de geest in deze periode op een voor u ongebruikelijke manier, beschouw het gewoon als een vorm van sociaal verkeer, ook al ziet u uw partners niet geheel. Een dergelijke houding zal u helpen vreemde verschijnselen te verwerken op een zojuist mogelijk wijze. En nog iets: Wanneer u zich zeker voelt, kan geen enkele boze geest, hoe kwaad hij ook is, u aan. Indien u voor het verkrijgen van een grotere zekerheid bepaalde gebeden, tekens enz. van node hebt: schaam u niet en ga uw gang; die dingen schaden niet. Maar denk niet dat uw gebeden de kracht zijn. U dient te beseffen dat zekerheid en kracht in uw eigen wezen berusten en voortkomen uit uw harmonisch zijn met het goede.
Er zijn heel wat volksverhalen die iets hiervan demonstreren. Zo vertelt men dat een duivel de weg tussen een dorp en de naburige stad versperde. Dit was lastig voor de boeren die pressie uitoefenden op de pastoor om die duivel nu eindelijk eens te gaan verdrijven. De man was bang, maar kon er op den duur niet onderuit. Hij nam het allerheiligste, een hostie dus, in de hand en naderde de duivel, terwijl hij voor zich heen bad: God, wanneer dit nu maar iets uithaalt. De duivel draaide de priester de nek om. Sindsdien is er een andere weg tussen dorp en stad ontstaan. Een andere legende: De duivel is bereid eenieder die hem een gewijde hostie brengt, daarvoor met vele rijkdommen te belonen. Daartoe dient men met de hostie naar een ruïne op een berg te gaan vlak bij het dorp waar dit verhaal leeft. De plaatselijke geestelijke van de plaats is zelfs nu nog blij, dat het verhaal ook beweert, dat je met je schatten de berg nooit levend zult verlaten, omdat de duivel je de nek omdraait, zodra je zijn gebied verlaat. De geestelijke is blij dat ook dit laatste geloofd wordt, omdat hij zonder dit waarschijnlijk maar met de grootste moeite aan de vraag naar gewijde hosties zou kunnen voldoen.
Welke vreemde verhalen ik u voorleg in de hoop dat u zult begrijpen, dat kwetsbaarheid van de mens tegenover een boze geest altijd gelegen moet zijn in het eigen denken, de persoonlijke instelling van de mens in kwestie. Indien je je zeker voelt en weet geen kwaad te hebben gedaan, zal geen enkele boze geest u iets aan kunnen doen, hoe gering ook. En indien u bang bent voor een geest, ofschoon dit de meest lichtende is die u maar kunt ontmoeten, zo is de kans groot, dat u zelf de schade berokkent die deze geest voor u nog tracht te voorkomen. De werkelijkheid ligt in uw ego, ook in dit verband.
U geestelijke persoonlijkheid leeft ook nu in uw lichaam. Het is deze persoonlijkheid die het werkelijke contact met de geest op kan nemen. Indien u zich daarvan bewust wordt, zult u steeds vrijer kunnen communiceren met de ‘andere werelden’. Bovendien zult u vele verschijnselen uit de geest onmiddellijk kunnen vaststellen en vertalen – in voor u ook redelijk nog aanvaardbare termen – iets, waarvan je alleen maar voordeel kunt hebben. Maar als je het bestaan van hogere geestelijke waarden in jezelf ontkent of omtrent de goede waarden in jezelf onzeker bent en dan nog bang wordt door verschijnselen, zo zullen de invloeden u doen behoren tot degenen die in de komende periode het gevoel hebben, dat zij worden opgejaagd door duizenden demonen.
Ik hoop dat dit betoog ertoe bij zal dragen u voor een dergelijke waan en de consequenties ervan te behoeden.
Heeft u commentaar?
Waarop berust dit sterkere contact met uw wereld?
Een werkelijke uitleg zou mij hier te ver voeren. Je kunt vereenvoudigend stellen, dat in de mens vele grote psychische spanningen ontstaan, die een sterke emotionaliteit met zich brengen. Hierdoor komt een deel van het menselijke bestaan sterker in het bereik van astrale en nabij de stof bestaande geestelijke sferen, zowel lagere als bv. delen van het Zomerland.
De zo ontstane wisselwerkingen voeren tot vele meer persoonlijke contacten, zodat een sterkere wederkerige beïnvloeding verwacht mag worden. Ofschoon hierdoor onverwachte belevingen en ervaringen kunnen optreden, is dit proces als halfbewust te omschrijven, ook vanuit de mens.
Wordt vanuit de geest voor spoken en agressieve geesten niets gedaan om hen tot hun bestemming te brengen?
Wij proberen eenieder zo goed mogelijk te helpen. Maar als iemand die nog geen kleuterschool heeft afgewerkt, een academische graad wil behalen, zonder eerst ander onderwijs te volgen, is dit praktisch onmogelijk. Dergelijke geesten dienen zich eerst van hun fouten en hun behoefte meer te leren, bewust te worden, voor zij voor ons bereikbaar worden.
En hiermee zijn wij er. Zoals ik u reeds heb aangekondigd, komt na de pauze een spreker die over de Wessac zal spreken. U zult, naar ik vrees, nog niet al te veel te horen krijgen, maar het is in ieder geval een bewijs dat wij graag de actualiteit ook op dit terrein dienen. Wel kan ik u nu reeds met zekerheid beloven dat wij aan het einde van dit verenigingsjaar of kort na het begin van het volgende verenigingsjaar een duidelijker beeld zullen kunnen voorleggen, dat waarschijnlijk tevens gelden zal voor de komende, tot drie jaren. Wat u nu krijgt, zijn meer summiere indicaties. Ik hoop echter dat uw interesse daarvoor alles goed zal maken, wat ik eventueel te kort of verkeerd gedaan zou hebben.
Wessacfeest 1971
Zoals u weet, heeft in de Wessacvallei, althans de vallei, die met deze naam nu wordt aangeduid, een belangrijke bijeenkomst plaats gehad. Ofschoon zeker niet alle gegevens geheel doorgesproken en uitgewerkt zijn, wilden wij u toch enkele feiten daaromtrent niet onthouden.
De uitstorting van kracht was op een vreemde wijze onevenwichtig. Dit betekent niet dat wij negatieve gevolgen hiervan verwachten. Het betekent wel dat tegenstrijdige krachten op de wereld aanwezig moeten zijn, daar zonder een grote verdeeldheid op de wereld een dergelijk verschijnsel bij de uitstorting van de kracht niet denkbaar is. De centrale zuil – ook wel het witte vuur genoemd – was intens, ofschoon m.i. iets minder in kracht dan het vorige jaar. Daarnaast kwamen echter vele zgn. kleurverschuivingen voor, die het ons mogelijk maken reeds nu enkele conclusies te trekken. Ik kan u deze meer algemene conclusies echter slechts onder voorbehoud voorleggen: dit zijn alle voorlopige constateringen en vaststellingen aan de hand van de uitstorting zelf. Wat ik u mededeel heeft dus niets te maken met het eigen programma of voorgenomen optreden van de Witte Broederschap.
Een zeer sterke rood tendens van wisselende kracht en tint vertoonde zich voor ons die tegenover de zuil stonden aan de linkerzijde van het witte vuur. Wij menen hieruit op te mogen maken, dat sterk wisselende emotionaliteiten van verschillende aard de mensen in de komende periode zullen beroeren. Wij vonden daarnaast, eveneens van ons uit gezien, aan de linkerzijde veel vreemde blauwverkleuringen. Dit doet vermoeden dat vertroebeling van wetenschappelijk denken op zal treden. Wij vonden, van ons uit, aan de rechterzijde van het witte vuur, verschillende varianten van paars, lopende van zeer diep tot ongeveer een zilverkleur. Dit doet ons veronderstellen, dat mysticisme in de komende periode hoogtij zal vieren, maar dat het geheel, ook wanneer het om meer stoffelijke idealen gaat, in de mensen gunstige resultaten wakker kan roepen.
Aan beide zijden van de lichtzuil troffen wij verder vreemde groen-gouden glanzen aan. Dit doet ons veronderstellen dat geloof en levenskracht, mogelijk in elkaar afwisselende fasen, voortdurend een grote rol in het menselijk gebeuren zullen spelen.
Daar de andere verkleuringen in dit verband doen denken aan zekere onregelmatigheden, ja, zelfs aan wanhoop, veronderstellen wij ook, dat het geloof in God, zowel als in ideologieën, tot vele extreme resultaten gaat voeren. Wat de natuur zelf – voor ons kenbaar en uitgedrukt in rond het geheel voorkomende varianten van hel geel en groen – betreft: deze kleuringen kwamen ook laag voor de zuil van licht voor, dus aan de voet hiervan, maar kort boven het altaar. Wij veronderstellen dat dit een grote reeks verstoringen van natuurlijke evenwichten betekent, maar het duidt hiernaast ook op het mogelijk ontstaan van nieuwe evenwichten. Daar wij aan moeten nemen dat de ontwikkeling ongeveer het volgende jaar rond het lentepunt zijn hoogtepunt zal bereiken, zal de tussenliggende periode ongetwijfeld vele vreemde en onverwachte natuurverschijnselen met zich brengen.
De aanwezigheid van velen in de stof bij onze Wessac-bijeenkomst, gaf ons inzicht in een ander, volgens ons verheugend verschijnsel. Ofschoon zij even als wij de kleurstelling in het verschijnsel waar hebben kunnen nemen, was het merendeel van deze stoffelijk aanwezigen en vooral de stoffelijk levende ingewijden, volledig gericht op de eigenlijke lichtzuil. Dit zou er volgens mij op kunnen wijzen dat mensen met enige geestelijke kracht en inzicht zich goed zullen kunnen concentreren op het Licht en daarmede waarschijnlijk ook meer bewust op het Licht in henzelf.
De mogelijkheid tot zelferkenning te komen schijnt het volgende jaar niet zo groot te zijn. Zij zal slechts een korte periode voor een betrekkelijk klein deel van de mensheid bestaan, terwijl vele invloeden de mogelijkheid tot zelfbedrog vergroten. Dit zal dan ook zeer veel voorkomen.
Onevenwichtigheden als gevolg van al dan niet goed bedoeld bedrog menen wij ook te mogen veronderstellen in alle facetten van de menselijke samenleving. In vele gevallen zal waarheid verdoezeld worden door haar zgn. als bedrog te ontmaskeren, terwijl omgekeerd bedrog als grote waarheid zal worden gehuldigd. U zult begrijpen dat het mij te ver zou voeren, aan de hand van deze constateringen, een definitieve prognose te geven.
Anderzijds hebben wij reeds voor deze Wessac-bijeenkomst, die voor ons zeer belangrijk was, getracht u enkele inzichten te geven. Ik meen hierdoor gerechtigd te zijn hier enkele van mijn persoonlijke inzichten te laten volgen.
Ik meen dat zeer vele onaangename natuurverschijnselen, vooral voor het najaar, verwacht kunnen worden op zowel noordelijk als zuidelijk halfrond. Ik ben ervan overtuigd dat hierbij naast verschijnselen als aardbevingen, vulkanische uitbarstingen, aardverschuivingen, overstromingen en orkanen ook nog andere dingen een rol zullen gaan spelen. Ik vermoed dat hierbij sprake zal zijn van een directe invloed van mogelijk luchtvervuiling of van incidentele lozing van chemische producten in de atmosfeer, waardoor voor mens en natuur bedrukkende verschijnselen zullen ontstaan. Ik geloof niet dat deze verschijnselen de mens zonder meer naar onze zijde zullen drijven, zodat het geen al te grote ramp zal zijn. Wel vrees ik dat hierdoor een grote reeks tegenstellingen in belang en mentaliteit tot uiting gaan komen. M.i. zal het meest omvattende gevolg van een dergelijk gebeuren bestaan in gewelddadige opstand tegen degenen die men voor een dergelijk gebeuren aansprakelijk acht, dan wel ziet als instandhouders van soortgelijke gevaarlijke mogelijkheden.
Ik meen verder te mogen concluderen dat onze reeds gegeven zienswijze, ten aanzien van de economische ontwikkelingen, geheel juist zal zijn. Er is op het ogenblik reeds sprake van een aanmerkelijke verslechtering in de economie over de gehele wereld. De tendensen die wij op de Wessac hebben gezien, doen veronderstellen dat deze negatieve tendensen zich zeer snel verder ontwikkelen. Volgens mij is er in feite reeds sprake van een economische crisis, ook al merken de mensen daarvan nog niets. In verhouding geringe oorzaken zullen volgens mij tot een opeens voor eenieder kenbaar worden van deze toestand kunnen voeren. Ik denk hierbij niet in de eerste plaats aan een bankcrisis maar aan een zeer plotseling optredende arbeidscrisis, grote kapitaalsmoeilijkheden en als gevolg een steeds intensere strijd om een aandeel in de nog te verdelen economische koek.
Een andere ontwikkeling meen ik te mogen veronderstellen aan de hand van de vooromschreven afwijkende blauwstralingen. Dat deze, van ons uit gezien, links van de zuil tot uiting kwamen, betekent veelal, dat de zo kenbaar geworden aspecten van meer negatieve aard zijn. Dit doet mij veronderstellen dat velen wetenschappen of een pseudowetenschap zullen gaan hanteren om daarmee eigen voorrecht of standpunt te rechtvaardigen. Ik vermoed dat in de komende periode, tot het volgende lentepunt zeker, in vele gevallen misbruik zal worden gemaakt van wetenschappelijke vindingen om mensen uit te buiten, dan wel onder druk te zetten.
Typerend bij hetgeen wij in de kleuren omtrent de natuur zagen, lijkt mij het feit dat water als afzonderlijke invloed bijna niet op de voorgrond kwam en slechts flauw mede werd aangeduid. De wijze waarop de vage aanduidingen voorkwamen, doen mij echter veronderstellen, dat water als invloed in verbinding met alle andere elementen van belang zal zijn. Het zou mij dan ook niet verwonderen, wanneer wij een aantal natuurelementen hier tot vreemde samenwerking zouden zien komen, zodat vuur door water gedragen wordt naar nieuw voedsel, of water en vuur als overlast gelijktijdig voorkomen. Het zal mij niet verwonderen als ook vele vreemde verschijnselen in de oceanen zullen worden waargenomen en meen dat hierbij de nadruk wel eens zou kunnen vallen op de Atlantische Oceaan nabij de evenaar. Let wel: dit is geen definitieve prognose, maar berust slechts op mijn persoonlijke interpretatie van de ook door mij op de Wessac verkregen gegevens.
Zoals gebruikelijk te doen, is de Grote Raad op het ogenblik bijeen. Men probeert niet alleen na te gaan – zoals ik zeer in het kort zo-even voor u deed na te gaan – welke invloeden er zullen bestaan, maar vooral zal men ook proberen na te gaan hoe wij eventueel, gezien de toestand en de invloeden, eventueel bepaalde evenwichten op aarde kunnen veranderen, verstoren, of tot stand brengen. De geest is vaak in staat om een negatief wetenschappelijk geheel met een kleine verandering tot een positief menselijk iets om te vormen.
Om een voorbeeld te nemen, dat niet zeker op feiten komt te berusten: wij kunnen een reeks van giftige stoffen, voor industriële doeleinden bestemd, met een kleine verandering in samenstelling in bv. een anticarcinogeen doen veranderen. Waarbij dus de luchtverontreiniging geremd wordt en gelijktijdig voor de mensen de oplossing van het kankerprobleem een stapje nader komt. Overigens nogmaals: dit is maar een willekeurig gesteld voorbeeld. Ik weet niet of het mogelijk zal zijn de mensen reeds in dit jaar te brengen tot de ontdekking van een werkzaam anticarcinogeen. De Broederschap zal na moeten gaan of zoiets op het ogenblik mogelijk, aanvaardbaar en wenselijk is.
Zo heeft men op dit ogenblik reeds gesproken over een mogelijkheid eventueel verbindingen uit te doen vallen. Het ging hierbij over het op doen treden van moeilijkheden bij telegrafisch, telefonisch en radioverkeer. Of men hiertoe zal besluiten, in welke mate en welke tijdsduur, is nog niet besloten, gezien de vele gevolgen die iets dergelijks met zich kan brengen. Wel staat voor de Broederschap vast, gezien deze besprekingen, dat men met zekerheid rekent op het optreden van grote ontladingen in de aardatmosfeer en magnetische storingen die o.m. aanleiding kunnen zijn tot hevige noorderlichtverschijnselen. Ik weet niet of deze misschien ook in uw land een enkele maal kunnen worden waargenomen.
Uit dit alles kunnen wij veilig aannemen, dat er sprake is van een invloed en ontwikkelingen, waarin de Broederschap mogelijkheden te over ziet, maar waarbij het voor de Raad kennelijk ook moeilijk zal zijn uit de vele mogelijkheden een verantwoorde keuze te maken. Het wegvallen bv. van internationale verbindingslijnen gedurende enige tijd kan evengoed tot een snelle internationale politieke crisis voeren, dan wel bij aanwezige spanning juist een te felle crisis helpen voorkomen. Over dergelijke dingen en hun mogelijke samenhangen wordt nog steeds gesproken in de Raad.
Verder zal het voor u interessant zijn te weten, dat vele kleinere entiteiten die aanwezig waren – en hieronder wil ik ook mijzelf rekenen – niet alleen in staat zijn geweest behoorlijk veel kracht te absorberen, maar dat zij daarnaast – en dit is heel belangrijk – ook de mogelijkheid zagen hun eigen taak, wijze van werken in wereld en sferen, te overzien en in hun beeld daarvan bijna onmiddellijk het nodige te veranderen.
Wanneer ik onder mijn vele collega’s zie en hoor, dat men nieuwe wegen tot vernieuwing en veranderingen meent te zien, ja, dat men zelfs een eigen harmonie van Nieuwe Orde als mogelijk beschouwt en zich daarom veelal ook op nieuwe taken denkt te gaan richten, zo betekent dit volgens mij, dat ook in de sferen grote omwentelingen het gevolg kunnen zijn van de invloeden die tijdens deze Wessac tot uiting zijn gekomen. Hierbij is, dit wil ik u eerlijk bekennen, mijn angst voor de mogelijke onevenwichtigheden in het geheel groot. Want wanneer dergelijke onevenwichtigheden in uw wereld bestaan en ontstaan, zo zullen zij ook aan ons in de sferen niet geheel voorbij kunnen gaan. Wij zullen deze onevenwichtigheden zelf op moeten lossen en ik acht het zeer wel mogelijk, dat de golven van zelfbedrog, die uw wereld gaan bereiken, ook in de sferen bij velen van de kleineren verkeerde reacties teweeg zouden kunnen brengen. Ook hieraan zal iets gedaan moeten worden, ook voor deze mogelijkheden zullen wij voorzorgen moeten treffen, ook hiervoor zullen wij een goede uitweg moeten zoeken.
Ik heb u, naar ik meen, hiermee wel het voornaamste nieuws gegeven. Ik kan natuurlijk verhalen op gaan hangen over al het mooie wat er te zien is geweest. De plechtigheid van de Wessac-bijeenkomst op zich is natuurlijk zeer bijzonder, een belevenis die je zelfs wanneer je haar als mens in uitgetreden toestand meemaakt, niet zo gemakkelijk vergeet. Het gebeuren laat indrukken en krachten in de persoonlijkheid na, die, zelfs wanneer de hersenen weigeren de indrukken te aanvaarden, lange tijd in het Ik blijven doorwerken. De opstelling van de aanwezige entiteiten, de uitvoering van het geheel, is echter voor u van weinig werkelijk belang. Het is in zekere zin een uitdrukking en zelfuitbeelding van een bepaalde harmonie ten aanzien van hoogste krachten en sferen. Maar al zou ik dit alles minutieus beschrijven, de werkelijke betekenis van dit alles zult u eerst kunnen vatten, wanneer u zelf de plechtigheid bijwoont. Ik zal daarom aan verdere beschrijvingen en beschouwingen over de bijeenkomst als zodanig maar voorbijgaan. Wel zijn er in het geheel en de zo ontstane mogelijkheid en situatie enkele punten, waarop ik nog uw aandacht hoop te vestigen.
Er zijn snel wisselende invloeden te verwachten volgens mij. Ik meen dat de snel wisselende invloeden ook reeds nu, zelfs op dit ogenblik, overal tot uiting komen. Om deze invloeden met hun verschillende inhouden goed te kunnen verwerken, moet je voor jezelf een redelijke mentale en emotionele stabiliteit proberen te verkrijgen. Want voor u zal binnenkort gelden: wat vandaag waar is, heet morgen leugen, en de leugen van heden, heet morgen waar. De verklaringen die men u heden als onomstotelijk zekerheid geeft, worden morgen even nadrukkelijk ontkend. Datgene wat men je vandaag zelf opdraagt, noemt men morgen, wanneer je het nog zou doen, een onvoorstelbare brutaliteit. Dit soort dingen kan enorme spanningen opbouwen. Mensen doen beloften en vergeten die vervolgens. Mensen verwachten iets van u, maar hebben vergeten u eerst eens te vragen of u aan hun wensen kunt en wilt tegemoetkomen.
Ik meen dat te sterke zenuwspanningen voor zeer velen menselijk alleen nog te vermijden zijn, wanneer zij zich de tijd gunnen hun eigen taken, mogelijkheden en wenselijkheden steeds weer na te gaan. De mensen dienen niet in de eerste plaats in de komende maanden ernaar te streven zichzelf in de wereld te bewijzen en hun aanspraken op die wereld waar te maken, maar zullen er beter aan doen enige tijd zo pretentieloos mogelijk te bestaan met een minimum aan eisen tegenover, en kritiek op, de wereld en andere mensen. Sta op dit ogenblik los van de daden van anderen, zover u dit maar mogelijk is. Het zal u veel spanningen en uitputting besparen. Bovendien verwacht ik dat vele gezagsconflicten in de komende maanden sterk op zullen leven. Er zijn er al heel wat aan de gang, maar de waargenomen uitstraling doet mij vermoeden, dat zij binnenkort veel sterker en scherper tot uitdrukking zullen gaan komen.
Bovendien is er een kosmische rood tendens werkzaam, die wij kunnen overzien. Conclusie: het zou zo hier en daar wel eens een werkelijk bloedig zomertje kunnen worden. Ik meen dat de uiting van onbeheerstheid niet alleen mag worden verwacht in de vorm van conflicten tussen politie en minderheidsgroepen of zoiets. Ik geloof dat u even goed moet denken aan de drang zich te doen gelden, de onredelijke gezagsconflicten op de autowegen. Hier kan het immers voorkomen, dat iemand zozeer van zijn eigen rechten is overtuigd, dat hij zijn eigen leven en dat van anderen in de waagschaal wil stellen om zijn recht of voorrang alsnog te krijgen.
Ik meen dat dezelfde tendensen ook in een huiselijke kring op kunnen treden. Het is goed met dergelijke invloeden zeer voorzichtig te zijn: je pleegt onder dergelijke invloeden al heel gemakkelijk gewelddadigheden, maar het zal zeer moeilijk worden de gevolgen hiervan in de komende tijd te dragen.
Wilt u kijken naar uw eigen land, dan kunt u volgens mij wel aannemen, dat dit in het komende jaar tot sterkere gisting komt. Nederland heeft enige tijd als rustpunt in Europa kunnen gelden, maar begint reeds nu deze voorkeurspositie te verliezen. De stralingen die wij hebben waargenomen, spreken nl. ook aan in verband met volkseigenschappen en tonen een sterke invloed op eigenschappen die bijna uw gehele volk kent. Ik meen dat zeer velen in hun bezit of inkomen worden getroffen, terwijl anderen weer in hun gevoelens van belangrijkheid getroffen zullen worden. Ik verwacht dan ook in uw land vele onoverlegde reacties en handelingen die voor het geheel van betekenis kunnen zijn. En wat uw politiek betreft: ik geloof niet, dat er voorlopig een mooier circus naar Nederland komt. In die politiek zal eenieder, die even nadenkt binnen 5 maanden een paar enorme blunders kunnen constateren. Ofschoon een dergelijke prognose nu ook weer niet zo bijzonder of moeilijk is.
Wanneer ik tracht de algemene situatie te overzien, valt mij een verdere strijdigheid op: de situatie zal aan de ene kant een drang naar ontwapening veroorzaken, terwijl aan de andere kant in steeds meer landen een geheime bewapening begint, of zich uitbreidt. Bedrog en onoprechtheid spelen in de komende periode kennelijk een hoofdrol. Dit betekent dan ook, dat alle openbare berichtgeving, van welke kant ook, in de komende periode minder betrouwbaar moet worden geacht. In vele gevallen zal men de feiten niet willen, kunnen of mogen weergeven, terwijl men zich ook in de belangrijkheid van ontwikkelingen zal vergissen en eerst te laat de werkelijke belangrijkheid van feiten, die men constateerde maar niet met nadruk bekend maakte, zal inzien.
Het is een belangrijk jaar. Wij zullen in deze periode, die naar ik vrees meerdere jaren zal duren, allerhande ontwikkelingen versneld tot rijping zien komen. Alles wat nu gebeurt, is feitelijk een gevolg van daden en ontwikkelingen, die stammen uit de periode 1962 tot heden. Verkeerde voorstellingen van feiten, gemaakte fouten enz. komen nu opeens naar voren en worden gewraakt. Iets wat voor velen onaanvaardbaar zal zijn, maar het toch duidelijk maakt, dat wel degelijk ook van opbouw in deze tijd sprake zal zijn. De mens die zijn evenwicht nu weet te bewaren, zal bovendien m.i. de inwerkingen en krachten van het Witte Licht, het Witte Vuur in het bijzonder ondergaan. Hij zal daaruit niet alleen krachten kunnen putten, maar ook op andere wijzen gesteund worden, zodat hij anderen kan helpen en zelf meer kan bereiken. Maar het aantal van degenen die in staat zijn van deze mogelijkheid volledig gebruik te maken, acht ik, in verhouding tot de wereldbevolking, zeer klein.
En hiermee vrienden, heb ik over dit onderwerp wel alles gezegd, wat er voorlopig over te zeggen is. Mogelijk vindt u het geheel dan ook onbelangrijk. Het is onvolledig en bevat hoogstens een schetsmatige opzet, die omtrent de werkelijke bedoelingen, mogelijkheden en bestrevingen van de Witte Broederschap nog weinig zegt. Aan de andere kant menen wij dat juist nu, gezien het karakter van deze periode, een zo snel mogelijke en actueel mogelijke voorlichting van belang kan zijn. Wij menen er daarom goed aan te doen, ongeacht reeds vastgestelde onderwerpen enz., zelfs niet rekening houdende met het al dan niet besloten zijn van een bijeenkomst, u alle nieuwe gegevens, waarover wij kunnen beschikken, voorlopig zo snel mogelijk door te geven.
Ik ben mij ervan bewust dat wij in snelheid van voorlichting ons niet zullen kunnen meten met de normale media als radio, tv en pers. Wij zijn er wel van overtuigd dat wij hen in betrouwbaarheid aanmerkelijk kunnen overtreffen. Dit betekent, dat wij zo nodig ook feitelijke voorlichting over ontwikkelingen in uw wereld zullen geven, indien wij van oordeel zijn dat hierover geen juiste of een te onvolledige voorlichting werd gegeven. De Orde is nl. van mening, dat de ontwikkelingen in de komende paar jaren de menselijke ontwikkeling voor 1000 tot 1500 jaar in de toekomst in grotere mate mede zal bepalen.
Daar juiste voorlichting belangrijk is voor het verwerven van een zojuist mogelijke geestelijke instelling in deze tijd, en de juistheid en evenwichtigheid van uw instelling, zowel voor uzelf als anderen, van het grootste belang kan zijn, hopen wij, dat u dergelijke ingrepen in het gestelde programma zult willen dulden en vergeven.
