januari 1969
Zo is het
Als men de situatie, die zich op het ogenblik in de hele wereld aan het ontwikkelen is ‑ geestelijk zowel als stoffelijk ‑ goed wil begrijpen, zal men rekening moeten houden met enige eigenaardigheden die er op deze wereld bestaan. Ik zal zo vrij zijn enkele daarvan in een paar regels voor u op te sommen.
- Een partij is een groep die streeft naar eenheid ter verbetering van de mensheid en daarom de verdeeldheid aanmoedigt, daar zij zonder dit als partij niet kan zegevieren.
- Een kerk is een gemeenschap die dichter bij God leeft en daarvoor grote offers brengt en daarom heidenen nodig heeft, want het heeft geen zin om offers te brengen, als iedereen in de hemel komt.
- Economie is de methode om uit veel onnutte waarden toch nog iets bruikbaars te maken, zonder dat het iemand iets schijnt te kosten.
- Een staat is een gemeenschap die wordt geregeerd door degenen die alle zorgen van de staat kennen behalve die van de burgers.
- Om juist te handelen zal eenieder in godsdienst, politiek en economie moeten uitgaan van het standpunt dat een ander niets weet. Daar anderen ten opzichte van hem precies hetzelfde doen, is de feitelijke bestreving van al deze mensen niet het bereiken van een doel, maar het handhaven van prestige.
- Daar, waar men vreest dat men geen orde kan handhaven, grijpt men naar de wapenen, omdat men bang is voor een wanorde, waarin de waarheid soms aan de dag zou kunnen treden.
Dat zijn een paar korte regels. U moet er thuis maar eens over nadenken.
Wat is nu eigenlijk de kern van de hele zaak? Vietnam politiek: strijd om de plaats aan een tafel. Wat betekent eigenlijk, de manier waarop een tafel wordt ingedeeld, terwijl er elke dag honderden mensen sterven? Niets. Maar politiek gezien is het zeer belangrijk, want er is een kwestie van ”wij” en “zij”. En wij moeten altijd bewijzen dat we handiger of beter zijn dan zij. Aangezien beide partijen de andere partij als ”zij” aanspreken, is er een voortdurend geharrewar over kleinigheden, waardoor de werkelijk belangrijke zaken eigenlijk niet of te laat ter sprake komen. Om dit voor zichzelf te kunnen verklaren, zegt men dat men in de tussentijd voor zich een betere onderhandelingspositie tot stand tracht te brengen. In feite heeft alleen diegene een goede onderhandelingspositie, die werkelijk iets te bieden heeft. Over het algemeen heeft men niets positiefs te bieden, doch alleen het staken van iets negatiefs. Dit is nooit een aannemelijk aanbod voor een tegenpartij.
Als u dit in de Vietnam politiek bekijkt, dan ziet u meteen een eigenaardigheid, die in deze tijd overheerst: wij willen graag met elkaar spreken, maar kunnen dat alleen doen, indien eerst wordt erkend, dat “wij” in ons recht staan.
Precies hetzelfde ligt het op het ogenblik tussen de Arabische staten en Israël. Het gaat hier in feite niet over vrede. Zelfs Nasser zou op het ogenblik eigenlijk wel vrede willen hebben met Israël indien hij vroeger maar niet had verteld dat hij Israël zo gemakkelijk kon verslaan en dat hij geen vrede ermee behoefde te sluiten.
Libanon en al die andere staten precies hetzelfde. Ook Israël wil wel vrede, maar ook Israël heeft verklaringen afgelegd. En ieder is bang om op zijn woorden terug te komen om de doodeenvoudige reden dat men daardoor in eigen ogen en misschien ook in de ogen van de wereld iets in aanzien en invloed zou verliezen. Wat op zichzelf natuurlijk kolder is. Maar de mensen in deze dagen kijken heel veel naar woorden en heel weinig naar feiten.
Wat zou men in deze tijd dan als een kenmerkende ontwikkeling kunnen omschrijven?
Steeds meer mensen zijn het erover eens dat er niets is om het over eens te zijn. Daar zij het eens zijn geworden over dit feit, menen zij gezamenlijk al hetgeen zij onjuist achten te moeten bestrijden. Maar zij zijn het zozeer met elkander oneens over de wijze, waarop dit dient te geschieden, dat ze elkander bestrijden en het onjuiste bevestigen in zijn waarde en macht. Dat klinkt bitter, maar het is zo.
Als wij eerlijk zijn, moeten wij toegeven dat het ook geestelijk precies eender gaat. Een waarheid zeggen, is best. Maar als je een waarheid zegt, dan zijn er anderen die daar een andere waarheid tegenover stellen. En als twee onbewezen waarheden tegenover elkaar komen te staan, dan is er maar één ding zeker: dat niemand gelijk heeft. Een onbewezen waarheid kan een persoonlijke waarheid zijn. Zij kan nooit de waarheid zijn van iedereen. Maar eenieder, die een onbewezen waarheid in zich draagt, meent die aan ieder ander als een bewezen, een feitelijke, onveranderlijke en desnoods eeuwige waarheid te moeten uitdragen. En zo wordt deze uitdragerij van onbewezen waarheden langzaam maar zeker de twistappel, waaraan de wereld te gronde gaat. Ook geestelijk.
Men meent: kunst is de uitdrukking van de persoonlijkheid. Daarom is degene, die zich zodanig uitdrukt dat alleen hij persoonlijk nog weet wat hij ermee bedoelt, de grootste kunstenaar.
Men zegt: wetenschap is een doel in zichzelf. Dus is de grote wetenschapsman hij, die alles ‑ inclusief zichzelf ‑ aan een wetenschappelijk doel opoffert, ongeacht of dit doel in feite van belang zou kunnen zijn voor de mensheid of niet.
Geestelijk gezien: het vervullen van een bepaalde geestelijke opdracht is veel belangrijker dan het vervullen van een redelijke taak in de wereld. Wat natuurlijk niet juist is, omdat slechts door het vervullen van een redelijke taak in de wereld een geestelijke taak kan worden verwezenlijkt.
De mensen staan wat eigenaardig tegenover elkaar. Nu verwacht u van mij ongetwijfeld geen dieptepsychologie, maar ik zou toch zeggen: zo is het ook nog wel eens.
U weet, dat iets waar is. Maar het erkennen van dit feit legt verplichtingen op; het heeft consequenties. We moeten er rekening mee houden dat we een waarheid die ons niet bevalt, liever ontkennen of kwaad weglopen dan ons te realiseren wat er aan de gang is. Want een mens wéét wel wat niet juist is, maar hij voorkomt de erkenning daarvan door van elk hulpmiddel en elke drogreden gebruik te maken om aan de feiten te ontvluchten.
In de wereld van vandaag is een poging om aan de waarheid te ontkomen een van de kenmerkende eigenschappen van praktisch alle nu levende generaties, van alle nu bestaande partijen en kerken en in de praktijk ook nog van alle maatschappelijke en economische bestelvormen. Men wil eenvoudig niet weten waar men fout gaat, want dan zou men afstand moeten doen van datgene wat men zelf waardevol acht. En wat je zelf waardevol acht, is waardevol omdat het voor jou prettig, aangenaam of gemakkelijk is. Vergeet dan al het andere maar. Doch in een wereld, waarin iedereen datgene, wat hij beseft dat waar is, vergeet, daar ontstaat een strijdigheid tussen het innerlijk van de mens en zijn uiterlijk gedrag. Naarmate dat uiterlijk gedrag dus gelijkmatiger is, zal de innerlijke stem luidruchtiger spreken. Vooral als verantwoordelijkheid één van de factoren is, die je wilt ontvluchten, ben je geneigd om uiterlijk nu maar zo luidruchtig mogelijk aan de gang te gaan. Vroeger zei men dat holle vaten het hardst klinken. Tegenwoordig zou je kunnen zeggen dat gefrustreerde minderheden het hardst schreeuwen en wel harder naarmate zij minder begrijpen wat hun frustratie eigenlijk is.
Ik weet niet precies wie het heeft gezegd, maar het moet iemand zijn die ergens geestelijk met mij verwant is. Het is nl., dat je in Nederland geen woord kunt zeggen zonder de zuchten te horen van gekwetste minderheden die op de tenen getreden zijn. Deze geestverwant had gelijk. Want de mensen zijn onmiddellijk op de teentjes getrapt, omdat zij de werkelijke waarden niet meer kunnen beseffen.
Het probleem van bv. de kleurling en de blanke is langzaam maar zeker een kwestie geworden, waarbij de kleurling zegt: Onrecht wordt mij aangedaan, omdat ik kleurling ben. Hij zal alle factoren die ook in een normale maatschappij ontstaan en die voor degene, die ze ontvangt wat onaangenaam zijn, toeschrijven aan de onwil die tegenover hem omwille van zijn huidskleur bestaat. En dan zijn er heel veel mensen die geneigd zijn om dat te bevestigen, want ze zeggen; Ja, je hebt wel gelijk. Maar is dat nu wel waar? 9/10 van de gevallen, die op het ogenblik worden genoemd als discriminatie tegenover groepen, berusten eenvoudig op het feit dat deze groepen zichzelf onvolwaardig ervaren en gelijktijdig hun onvolwaardigheid niet willen erkennen. Laat mij u een voorbeeld geven: Als je in Nederland iets slechts zegt van een Jood (en je bent zelf geen Jood, dat moet ik erbij zeggen), dan heb je kans dat vele Joden zich gekwetst voelen. Voelen zij zich nu gekwetst omdat ze Jood zijn of voelen zij zich gekwetst, omdat ze zelf iets anders dan Jood willen zijn? De Jood, die zich gekwetst voelt, omdat er iets wordt gezegd over Joden, is iemand die geen Jood wil zijn. Hij probeert te vergeten wat hij is. Een Surinamer die bezwaar maakt tegen wat er over Surinamers wordt gezegd en die zegt: ”Dit is discriminatie”, vergeet één ding: hij is een Surinamer, zoals een Jood een Jood is en zoals een neger een neger is. En per slot van rekening zie ik niet in waarom je wel moppen mag maken over schoonmoeders, bouwvakarbeiders, dominees en professoren, maar niet over Joden, negers of Surinamers. Hij, die zich gediscrimineerd voelt, is degene, die zelf het sterkst discrimineert. En dat begrijpt men niet.
Degenen, die zeggen dat wij in de wereld alle mensen als gelijken moeten beschouwen, hebben alleen gelijk, indien ze het nader omschrijven. Wij moeten beseffen dat alle mensen in wezen gelijk zijn en moeten dan onmiddellijk bereid zijn om een differentiatie in capaciteiten, in typen, in mogelijkheden te aanvaarden. Nu zeggen degenen die graag de hele wereld willen egaliseren: Dat is niet waar. Iedereen heeft gelijke rechten. Het lijkt een beetje op een boekje van de een of andere schrijver, die schreef: “Allen zijn gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen.” Waarmee ik maar wil zeggen: Er zal altijd een verschil in mensen zijn, dat door karaktereigenschappen, capaciteiten, lichaamskracht, lichaamsbouw, sociale mogelijkheden zal worden bepaald. Dit is niet uit te roeien, dit is niet te veranderen. Dat is inherent aan elke samenleving, ook aan de menselijke. Degene, die dus gelijkheid voor allen zegt na te streven, liegt. Want hij weet heel goed, dat hij geen gelijkheid voor allen kan bereiken. Hij zal het zichzelf niet graag toegeven. Natuurlijk, niemand zegt graag: Ik bedrieg mijzelf en de hele wereld. Maar zo is het, want iedereen weet het.
Neem nu het communisme. In het communisme van deze dagen streeft men toch zou ik zeggen naar gelijkheid. De grondslag van het communisme is gelijkheid, gebaseerd op arbeid. Daardoor zijn er niet alleen verschillen ontstaan in suprematie, waarbij verschillende landen (bv. China en Rusland) de baas willen spelen, maar er zijn ook standen ontstaan. Wist u dat er tegenwoordig in praktisch alle Sovjet‑landen, waarin op het ogenblik geen revolutie aan de gang is, een soort erfelijke hiërarchie is ontstaan? Je bent natuurlijk niet erfelijk partij‑president; dat bestaat niet. Maar degene die partij‑president is, zal zijn kinderen die opvoeding kunnen geven en die relaties kunnen verschaffen, waardoor ze altijd in de partij een belangrijke plaats zullen innemen. De gewone arbeider kan dat niet. Met andere woorden: we zitten eigenlijk in de buurt van een marxistisch‑leninistisch feodalisme, met landheren uit de goede families, die bepaalde gebieden van industrie en arbeid regeren. Dat is natuurlijk niet leuk om te zeggen, maar zo is het. En als dit zelfs in Sovjet‑landen kan bestaan, dan moet het in elk ander land eveneens zo zijn.
Nederland is geen werkelijke democratie; het is een standenmaatschappij. Engeland ‑ precies hetzelfde. Amerika ‑ dito dito. In sommige landen kun je het gemakkelijker zien: bv. Spanje en Portugal. Daar valt het op, dat er bepaalde groepen zijn, die boven de andere staan. Hier in Nederland zie je het niet zo gemakkelijk. En dat is heel begrijpelijk. Minister Beernink woont in een doodgewoon huis; een heel goedkoop huis zelfs. En vele andere ministers en Kamerleden zijn heel gewone mensen. Heel veel hoge ambtenaren zijn doodgewone mensen. En niemand zal precies kunnen zien waar nu eigenlijk het verschil in ligt. Er zitten twee ambtenaren naast elkaar, allebei even hoog. En toch, de een kan bepalen wat er gebeurt, de ander niet. Hoe komt dat? Wel, de een hoort ‑ goed gecamoufleerd ‑ tot een soort dynastie van ambtenaren. En als die ambtenaren zeggen wat de minister moet zeggen, dan zegt de minister wat de ambtenaren zeggen dat de minister moet zeggen. Zo is het ook nog eens een keer.
De minister zegt niet altijd wat hij zelf wil zeggen. Hij zegt heel vaak dat, wat ambtenaren zeggen dat hij moet zeggen. Maar niet alle ambtenaren zeggen wat de minister moet zeggen; slechts enkele ambtenaren zeggen andere ambtenaren wat zij moeten zeggen aan de minister, dat de minister moet zeggen aan het volk. En denkt u niet dat dit alleen hier zo is.
Als ik u zou vertellen dat een van de machtigste lobby’s in Washington die van de Cosa Nostra is, dan zou u ongelovig de schouders ophalen. Toch is het waar. Want Cosa Nostra beheert een aantal industrieën en heeft invloed op bepaalde vakbonden; en via de lobbyisten van die groepen kunnen ze heel veel doen in de Senaat. Dat mag natuurlijk niet algemeen erkend worden.
Ik geloof dat de grote fout van deze wereld is, dat ze niet beseft wat er eigenlijk aan de gang is. Nu komen er steeds meer mensen die niet weten wat er aan de gang is, maar die wel weten dat, wat er ergens gebeurt, toch niet goed kan zijn, ook al weten ze niet wat het is. En daar begint het stekelig te worden.
Er zijn op het ogenblik in Nederland stakers, die staken tegen de wil van de vakbond in. Die stakers hebben gelijk dat ze staken, indien ze tenminste dat wat voor hen werd bereikt vergelijken met datgene wat die vakbond voor andere grotere, meeromvattende groepen heeft bereikt. Ze staan volledig in hun recht. Deze stakers krijgen dan ook wel hun recht. De vakbond kan niet “neen” zeggen; dan zou hij in het ongelijk staan. Maar degenen die aanleiding tot de staking zijn geweest, zullen ontdekken dat verder elke medewerking en hulp aan hen worden gestaakt, met andere woorden die worden beentje gelicht. Dat gebeurt niet alleen hier, dat gebeurt overal.
Dan wordt het ook duidelijker, waarom je eigenlijk in deze wereld op het ogenblik nergens peil op kunt trekken. Het gaat erom al die mensen die ontevreden zijn ‑ hoe dan ook ‑ op de een of andere manier in het gareel te krijgen. En als De Gaulle niet met geweld tegen zijn studenten op kan, dan zal hij nieuwe universiteiten bouwen, zelfs als het land geen cent over heeft om een weg in orde te laten maken of een ambtenaar zijn salaris uit te betalen. Want alleen zo kan hij immers zijn macht handhaven. En daar ligt geloof ik wel het essentiële van wat wij vanavond moeten bespreken.
Ik ben natuurlijk geen groot politicus, maar ik zou toch willen opmerken: we moeten uitgaan van een geestelijke zowel als materiële onrust, die over de hele wereld bestaat. De oorzaken en achtergronden daarvan heb ik vaag aangeduid in het voorgaande. Wat zou de geest nu daarmee kunnen doen? Dat is ook belangrijk.
De Witte Broederschap bv. is nog steeds druk aan het werk. Het is nog wel het programma van het vorige jaar, maar ze weten wat ze doen en dat gaat heus het hele jaar door en waarschijnlijk nog langer. Wat is de methode waarmee je dit alles op een gegeven ogenblik kunt oplossen? Kijk, het is vaak zo: om bv. een redelijke handel met een schijnconcurrentie te handhaven, waardoor producten en prijzen voor de verbruiker aannemelijk blijven, moet men een groot aantal samenwerkende firma’s hebben, die echter een eigen gebied hebben. Ze moeten op handelsterrein dus ver van elkaar af zitten. Op het ogenblik nu dat de mogelijkheid van zo’n onderhandse samenwerking wordt aangetast, ontstaat er wat men noemt een concentratie. U noemt dat waarschijnlijk de fusiedwang. Maar ja, als je te veel fuseert, ontstaat er toch wel een vorm van kernreactie. Als je te veel waarden samenbrengt op één terrein, dan zijn die waarden topzwaar geworden. Ze gaan te duidelijk naar buiten toe als eenheid optreden en daardoor trekt hetgeen zij doen veel meer de aandacht, terwijl door het ontbreken van de schijn van concurrentie gelijktijdig de betrouwbaarheid in de ogen van anderen afneemt.
Mag ik het zo zeggen: er is ergens een legertje dat oorlog speelt. Zo bezetten een vijandelijk gebied en daarbij 30 dorpen, ieder met 100 man. Ze kunnen die dorpen wel niet uit, maar daarin is voor die 100 man voor 3 maanden genoeg te eten. Maar nu wordt één dorp in het bijzonder bedreigd. Dat steunpunt moet behouden blijven. Ze nemen overal 50 man weg en brengen die naar dat ene dorpje. Wat gebeurt er? In dat dorpje is opeens niet genoeg eten meer, alleen nog maar voor enkele dagen. Na 14 dagen is er niets meer te eten. Kan men de communicatie dan verder storen, zodat men ook geen eten uit de andere dorpen kan aanvoeren dan is dat dorp verloren, omdat het te sterk wordt verdedigd. Er zijn machten in deze wereld, die van alle kanten worden aangevallen. Aangevallen bv. doordat mensen zeggen: wij interesseren ons niet meer voor jullie idealen van burgerlijk leven, van een eigen huisje, een eigen ditje en datje, we willen eenvoudig vrij en gelukkig zijn. Dat is een aanval. Men moet zich dan verdedigen. Men moet dus proberen om een moraal op te bouwen, waarmee die groep wordt onderdrukt en ‑ als het even kan ‑ daarbij economisch en maatschappelijk pressie uitoefenen. Maar gelijktijdig komt er een andere groep die zegt: hoor eens, de manier waarop jullie ons misbruiken door meer geld uit te geven, terwijl je ons gelijktijdig minder geeft, bevalt ons niet. Wij nemen dat niet. Dan wordt het lastig. En nu zijn er niet twee van die punten, maar wel 100 verschillende facetten te vinden, zelfs in uw eigen land, waarin die ontevredenheid op een totaal ander terrein dezelfde groeperingen in het nauw brengt.
Nu komt er op een gegeven ogenblik een aanval. Die kan politiek zijn; laten we zeggen van D66. Dan moet D66 dus worden ingekapseld; desnoods geef je hen wat, maar je moet hen onschadelijk maken. Misschien lukt dat. Maar gelijktijdig is daardoor de mogelijkheid om elders meer mensen te winnen, om homogeniteit te verkrijgen, verminderd. De geest probeert deze aanvallen van alle kanten tegelijk mogelijk te maken.
In Italië heeft u ook zoiets. Dat de paus daar iets heeft gezegd over de pil, heeft in Italië heus niet zoveel opzien gebaard als u misschien aan de hand van de Nederlandse pers zou denken. In Nederland zijn er weinig katholieken. Dus zijn er veel mensen die zich druk kunnen maken over hetgeen de katholieken wordt aangedaan. Katholieken zijn in Nederland een zeer zwijgzame minderheid, die ongeacht de schijnbare eenheid des geloofs door de grote verscheidenheid der opinies woordloos zijn als katholieken. Maar in Italië is dat anders. Daar zou een dergelijk decreet van de paus op den duur aanvaardbaar worden ondanks alles. Maar laat nu eens een bisschop tegen een priester optreden. Dan kan de priester het opgeven, maar daarmee is een aanval gelanceerd tegen de autocratie in de kerk van een andere zijde. En naarmate die aanvallen talrijker worden, zal de kerk in Italië en ook in Spanje zich zo moeten verdedigen. Maar om zich te verdedigen, moet zij het totaal van haar zeggenschap op één terrein bijzonder sterk uitdrukken. En dan kan ze er weer niet op letten wat er aan de andere kant gebeurt.
De geest maakt nu van de huidige situatie gebruik om in de heersende onrust bepaalde te eenzijdige ontwikkelingen onmogelijk te maken. Nu is het natuurlijk ook nog zo dat de mens zelf geneigd is om die eenzijdigheid te bevorderen. Een mens is gemakzuchtig; en als gemakzuchtige is hij ook eenzijdig. In zijn eenzijdigheid verloochent hij een groot deel van zichzelf en voelt zich daardoor gefrustreerd. Die frustratie kan hij dan weer gebruiken om anderen zijn oorspronkelijke eenzijdigheid op te dringen. Als de mens dit doet, kan de geest nooit proberen die eenzijdigheid ongedaan te maken. Maar zij kan wel trachten de machtsconcentraties, die eenzijdigheid aan mensen kunnen opleggen met grotere zeggenschap, machteloos te maken.
Nu zult u zeggen: dat is heel aardig, maar waarom komt die geest dan niet met helderziendheid e.d. Ach, dat is begrijpelijk. Alle mensen zijn natuurlijk wel ergens gelijk, maar in intellect verschillen ze nogal veel.
Mensen van schijnbaar gelijke stand en een gelijk beroep verschillen zeer sterk in scherpte van denken, snelheid van reactie en al wat erbij komt. Dan is het ook zo, dat deze verschillen op zich het onmogelijk maken om een algemene geestelijke ontplooiing en ontwikkeling te geven, die voor alle mensen gelijk is en daardoor een gelijke vrij wording betekent. Parafraserend wat ik daarnet al heb geciteerd: dan zullen alle mensen misschien geestelijk vrij worden, maar sommigen zullen meer vrij zijn dan anderen. En als sommigen meer vrij zijn dan anderen, zijn anderen meer gebonden dan sommigen. En dat betekent, dat er ook een ongelijkheid bestaat. Geestelijk kun je dus niet ingrijpen in de totaliteit, maar alleen op zuiver individueel vlak.
Je kunt proberen een mens verder te helpen in een zuiver persoonlijke richting, maar je kunt nooit zeggen: we gaan een groot aantal mensen op gelijke wijze geestelijk vrij maken. Want daarmee zouden we in feite een pressiegroep opbouwen, terwijl we juist bezig zijn om die groepen te frustreren en af te breken.
Nu vraagt u zich waarschijnlijk af, of dit alles dan ook nog betrekking heeft op de werkelijke problemen van vandaag. Zeker. Aanvallen op de verschillende wereldvaluta (door de geest mede een beetje gestimuleerd hier en daar) hebben ten gevolge dat de heerschappij van het denkbeeldig bezit (zoals goud en andere dingen die geen reële praktische waarde hebben) wordt aangevallen. En dat betekent weer dat er dus een verandering in machtsverhoudingen ontstaat, waardoor zeer vele ‑ zullen wij zeggen ‑ families die zeer grote liquide middelen hebben en daardoor eigenlijk als geldgevers buitengewoon belangrijk zijn, buiten spel komen te staan.
In Nederland wordt ¾ van het zakenleven beheerst door de banken. Verder ongeveer 7% van de woningbouw, ongeveer 25% van de kleinhandel. Maar dat kan alleen, zolang de banken de beschikking hebben over een ruilmiddel dat door iedereen als noodzakelijk, waardevast wordt beschouwd. Maar zodra er een scherpe fluctuatie komt in de waarde van deze ruilmiddelen, dan wordt het veel moeilijker om internationale contracten af te sluiten. Want je zegt vandaag: Ik lever het tegen die prijs, maar morgen blijkt dat het maar 1/3 is van hetgeen je hebt bedoeld, of misschien het vijfvoudige als je geluk hebt. Het wordt dus meer speculatief.
Binnenslands is het ook al precies eender. Wanneer nl. de muntwaarde daalt ‑ zoals u in deze tijd bemerkt ‑ dan stijgen de lonen. En aangezien de muntwaarde (de koopkracht per gulden) veel geringer is geworden door de verschillende maatregelen van de regering en andere omstandigheden, krijgen we een zeer scherpe loonstijging. Dat zou dus betekenen dat op een gegeven ogenblik de banken harde guldens gaan uitlenen en er zachte voor terugkrijgen. En dat zou weer betekenen dat hun imperium dus steeds wankeler wordt. Ze krijgen wel meer, maar ze kunnen er minder mee doen. En zodra banken in precies dezelfde situatie komen te verkeren als een gewone burger die spaarcentjes heeft, dan moeten die banken afstand doen van hun neiging om alles te dirigeren.
Het dirigistisch optreden van de banken is veel sterker dan u denkt. Kunnen ze dat dirigeren afleren, dan zal een vrijere economische ontwikkeling kunnen ontstaan. En bij die vrijere economische ontwikkeling zullen vreemd genoeg ook de kleineren weer eens aan bod kunnen komen. Want nu hebben de grotere heel vaak in verhouding geringe liquide middelen, maar door hun groot bezit zeer grote bankkredieten En daarmee kunnen ze alles doen. Op het ogenblik, dat dat er niet meer is, kan de kleine man weer concurreren, indien het gaat om prestatie en niet alleen maar om aanwezige bezitswaarden; indien het niet alleen meer gaat om waardevaste munten, maar in feite om processen, dan krijgt de kleine man weer een kans. Een zekere liberalisatie. Want het is ook nog zo, dat op het ogenblik de grote corporaties van de arbeidskracht-verkopenden (NVV bv.) en de grote corporaties van product‑verkopenden gezamenlijk eenieder die daartussenin zit, langzaam maar zeker fijn wrijven. En toch zit de grootste mogelijkheid van reactie en ontwikkeling vreemd genoeg in de middenstand.
Gaat u dat maar eens na bij uw regeerders. Behalve degenen die tot de elite van het land behoren, blijken zij die werkelijk iets betekenen heel vaak middenstanders te zijn van origine. Dat is niet voor niets. Zou je die wegnemen, dan zou je een belangrijk deel wegnemen. Dat geldt niet alleen in uw land, maar overal. We hebben geen behoefte aan adel met pretenties of aan mensen, die trots zijn op hun oude familie, zoals bv. in Argentinië, Chili of elders. Die mensen hebben dus wel een idee van macht en van waardigheid en ze zijn ontzettend zelfbewust, maar ze hebben meestal niet het verstand dat erbij nodig is. Ze hebben de woorden, maar niet de mogelijkheid om scherp te zien en aan die woorden een achtergrond te geven. Dan is het dus zo dat ook in die landen mensen, die eigenlijk middenstand zijn, die op het ogenblik net iets te groot zijn voor het servet en veel te klein voor het tafellaken, eigenlijk naar boven moeten komen. En dat kan alleen door die aantasting.
U zult begrijpen dat het daardoor voor ons in de geest belangrijk is om deze verdeeldheid, deze aanvalstactiek waarover ik sprak, op elk terrein zoveel mogelijk voort te zetten. Misschien kan ik hier ook enkele kleine regels geven:
- Degene, die gelooft wat een instantie zegt, is dwaas genoeg om te verdienen wat hij krijgt.
- Degene, die strijdt voor hetgeen hij ziet als zijn recht, zal altijd sterker en beter worden zelfs als hij in eerste instantie schijnt te verliezen.
- Degene, die voor zichzelf zoekt naar een daadwerkelijke uitweg voor zijn gevoelens van ontevredenheid en frustraties, zal het niet gemakkelijk hebben; maar hij zal toch de kans hebben iets werkelijk te presteren. Degenen, die proberen hun frustraties weg te praten, bereiken slechts dat zij door anderen worden misbruikt voor doeleinden, die zij zelf niet meer beseffen. Daarom is het zo dat geestelijk de ontwikkeling van een zelfstandigheid in de mens zeer belangrijk is en gelijktijdig ook een wantrouwen tegen alle te grote en te sterke groeperingen.
- Het zoeken naar de verdeeldheid is geestelijk de oplossing, omdat alleen hierdoor de nodige diversiteit kan worden verkregen, waardoor een werkelijke ontwikkeling, geestelijk en anderszins, mogelijk wordt. Het is ook zo dat geestelijke inwijdingen op het ogenblik zeer belangrijk zijn, maar alleen kunnen worden gegeven aan diegenen die zich kunnen onthouden van een missioneringsdrang. En aangezien de meeste mensen met geestelijke pretenties zich voelen als gezondenen, een soort gedelegeerden Gods aan het hof der mensheid, blijkt dat de inwijding vaak sterk beperkt moet worden en dat vooral de geestelijke capaciteiten beperkt en eenvoudig gehouden moeten worden, voor zover je die kunt geven. Wat de mens dan zelf verder ontwikkelt, is zijn zaak.
Misschien vindt u dat ik te weinig aan politiek doe. Misschien vindt u ook dat ik te weinig zeg over de recente ontwikkelingen. Maar vergeet één ding niet: die ontwikkelingen zijn inderdaad recent. Ik ga het even opsommen:
Zuid‑Amerika. Op het ogenblik zijn er liefst drie afzonderlijke revolutionaire processen aan de gang, waarvan er één binnen enkele weken, de andere toch zeker binnen anderhalve maand tot uiting zullen komen, voortgekomen uit deze kleine groepen. Ze worden waarschijnlijk door hun verdeeldheid verslagen, maar dit betekent slechts een versterking van de aanval op de onrechtmatige vormen van beheersing, die er bestaan.
In Nederland staan er ook weer wat rellen voor de deur. U heeft misschien nog een stakinkje extra hier of daar te goed. Maar ik geloof dat het meest belangrijke wel zal zijn: een toenemend sterke agitatie (ik denk, dat die oorspronkelijk komt van de rechtse jongeren), waarmee men probeert een al te grote linksgerichtheid eindelijk een beetje te beteugelen. Ik geloof niet dat de rechtse jongeren gelijk hebben; de linkse hebben het ook niet. Maar door deze tegenstand zal men eindelijk genoopt worden zijn werkelijk gezicht te laten zien en dat is heel belangrijk. Want slechts waar de werkelijkheid wordt geuit, zullen andere mensen in vrijheid kunnen beslissen. U zult deze werkingen nog zien binnen drie maanden.
U zult in de kerk (ook in Nederland in de Roomse kerk en in de andere kerken; het is dus niet alleen een kwestie van Rome) een groot aantal grotere en kleinere gezagscrises zien, waarbij de verschillen tussen wat men orthodox en liberaal noemt steeds scherper naar buiten komen en waarbij steeds meer van hun onderlinge geschilpunten in de openbaarheid werden gebracht. Hierdoor zullen gelovigen ongetwijfeld verward raken, maar ze zullen dan ook worden genoopt eindelijk te bepalen wat de waarde van het geloof voor hen is en wat dit geloof inhoudt. Hierdoor kan het geloof ten slotte een nieuwe en betere functie krijgen. Dat is op het ogenblik aan de gang.
Het loopt nog wel 1½ jaar, maar ik denk dat enkele spectaculaire uitingen daarvan verwacht kunnen worden aan het einde van februari en half mei. U zult er heus van opkijken wat daar allemaal nog wordt gezegd. Hoe ze zelfs hier in de raad van kerken elkaar op een gegeven ogenblik op zeer christelijke wijze te lijf gaan, zelfs bijna met meer dan woorden. Het lijkt wel, of de Hervormden en Gereformeerden langzaam maar zeker iets voelen voor Feyenoord: geen woorden maar daden. Dat is volgens u misschien overdreven, maar het hangt allemaal samen met de dingen, die ik u heb verteld.
De eerste regels, waarin ik iets heb gezegd over die onoprechtheden zijn kenmerkend voor de aard van de geschillen, die nu gaan optreden. Van de economische aanvallen, daar moet u niet gek van staan te kijken, als u hoort dat in Nederland politiek alle zeilen worden bij gezet om een bestedingsbeperking te halen, die niet haalbaar blijkt te zijn en daardoor er een verzet komt tegen allerhande maatregelen van de regering, waardoor in sommige gevallen kopersstakingen ontstaan, in andere gevallen stakingen, betogingen en misschien zelfs hier en daar plunderingen. Dat laatste zal wel wachten tot oktober.
Het hele jaar wordt gekenmerkt door dit verzet. Daarbij zijn alle groepen die wat proberen te doen en die ingrijpen, anders. Er zijn een hoop lawaaitrappers bij, er zijn idealisten bij, er zijn linksen en rechtsen, maar daardoor wordt tenslotte de situatie voor iedereen zo gepresenteerd dat men er niet meer omheen kan. De zelfmisleiding wordt heel erg moeilijk als je voortdurend met je neus midden in de soep zit. Het is gemakkelijk te zeggen: als ze vochten in Amsterdam, dan ga ik maar eens een uitje maken naar Tilburg. Maar ja, als er dan in Tilburg ook ruzie is, dan ben je wel de sigaar. Je kunt dan niet meer uitwijken voor die geschillen. Je moet erover nadenken, wat er aan te doen is. En dat ligt niet alleen in de macht, want die zal niet voldoende zijn. Dus ligt het in het vinden van de oorzaak. En waar ligt die oorzaak?
Wat er in Nederland gebeurt, gebeurt ook in Frankrijk. In Engeland krijgt Wilson het heel erg moeilijk op precies dezelfde manier. Evenzo wordt het lastig in Duitsland, waar ze ook niet alles meer nemen. Zelfs in Oost‑Duitsland, in dit toch zo “perfect geleid regiem” zult u ontdekken, dat het voor Ulbricht en de zijnen moeilijk wordt. Niet omdat men die perfecte orthodoxe, bijna stalinistische partijdiscipline wenst aan te tasten, maar omdat er een verschil schijnt te zijn tussen de stalinistische discipline voor de ene groep en voor de andere; en dat nemen ze niet meer.
In Rusland moeilijkheden. In Amerika moeilijkheden. Allemaal vanuit ditzelfde beginsel. Dit is de basis van wat er gaat gebeuren. Want het is ook nog eens een keer zo dat je de mensen lang kunt bedriegen, maar dat hoe langer je ze hebt bedrogen, des te nijdiger ze worden, als ze wakker schrikken. En veel mensen zullen wakker schrikken in deze tijd; op allerhand terrein. Dat kan voor sommigen misschien droevig zijn. Vele mensen, die het goed hebben bedoeld en het alleen maar verkeerd hebben gedaan, zullen ook klappen krijgen, natuurlijk. En ook onschuldigen. Maar daarvoor krijgt men dan iets van die rechtlijnige vrijheid die nodig is.
Ik heb niet voor niets gezegd: Een partij is een groepering, die een eenheid van bestreving voor een geheel volk nastreeft en daarom de verdeeldheid bevordert, aangezien alleen door verdeeldheid de partij kan groeien.
U heeft misschien wel eens opgemerkt dat de partij die de meeste winst maakt altijd oppositiepartij is. Hoe komt dat? Omdat die in staat is om de nadruk te leggen op tegenstellingen, om op zere plakken te wijzen. Dat kan een regerende partij niet. Een partij groeit dus en zegt: Wij willen de eenheid, we willen alles juist krijgen, maar we kunnen dat alleen doen door iets anders af te breken. Iets, wat alleen kan leven door iets anders af te breken is in feite niet gezond, geestelijk gezien. Daarom zal men moeten komen tot een eenheid, die niet gebaseerd is op verschillen van inzicht, maar op overeenkomsten van inzicht. Men zal moeten komen tot een wijze van optreden en handelen die niet voortkomt uit het beheersen van de tegenstand, maar uit het opheffen van de tegenstand door het vinden van een modus vivendi; een eenheid, waarin men allen samen kan gaan.
Het zal waarschijnlijk wel niet zover komen dat de Amsterdamse politie met spandoeken gaat meelopen in een optocht van anti‑Vietnam betogers of iets dergelijks. En ik zie het hier ook helemaal nog niet zo ver komen dat de Haagse politie knolsmerissen met vlaggen inzet om demonstratief te zwaaien tegen de Amerikaanse ambassade of misschien zelfs mee op te trekken om te protesteren tegen de onjuiste salarisverhoging van de Tweede Kamerleden. Toch zou het zover moeten komen. Niet omdat de zaken die ik noem zo belangrijk zijn, maar omdat het erom zou moeten gaan: wat bindt ons samen? Indien allen gezamenlijk en toch eenieder met zijn eigen leuze zou demonstreren, dan zou er een mentaliteit ontstaan, waarbij de leuze gaat plaatsmaken voor een gedachte. En dat is zeer belangrijk.
Dit komende jaar geeft u langzamerhand de verwording van de leuze te zien en daardoor de toenemende belangrijkheid van verstandhouding en begrippen. Daarom meen ik dat mijn onderwerp van heden ‑ hoe u er verder ook over denkt ‑ zeker betrekking heeft op actuele ontwikkelingen.
Noot
Gevraagd naar de juiste wijze van denken en handelen in deze tijd, meen ik dit als volgt te mogen formuleren:
- Eenieder, die wijst op tegenstellingen is onaanvaardbaar. Richt u alleen op diegenen, die wijzen op punten van overeenkomst en mogelijkheden van samenwerking.
- Wijs elke absolute machtsuitoefening en elk absoluut gezag af, eveneens elke poging om met geweld iets te bereiken. Tracht daarentegen al datgene wat samenwerking en eenheid betreft te bevorderen.
- Tracht nooit rond u een groep van gelijk-denkenden te verzamelen. Sluit u hoogstens aan bij een groep gelijk-denkenden, zolang zij u niet vertellen wat u moet denken en doen.
- Besef, dat ¾ van hetgeen er rond u bestaat misleidend is en dat ¾ van het beeld dat u van de wereld krijgt, op het ogenblik is opgebouwd uit al dan niet bewust veroorzaakte illusies. Beperk u daarom tot datgene, wat ligt binnen uw begrip, mogelijkheden en rede.
- Zoek niet uzelf te bevoordelen. Probeer niet anderen ten koste van uzelf te bevoordelen, maar probeer ervoor te zorgen dat het u allen even goed gaat, zonder dat iemand daarvoor verplichtingen kent of offers moet brengen. Door dit na te streven zult u ‑ al brengt u dan in feite wel eens een offer en zult u wel eens tekort komen ‑ bereiken dat u de mensen in uw tijd beter begrijpt en daardoor weet, hoe u beter en juister kunt handelen en zelfs gelukkiger kunt leven.
← vorige tekst | overzicht | volgende tekst → |
