Historie van het leven – Les 04 – De 7 stralen

image_pdf

januari 1967

De 7 stralen

Tot op dit ogenblik hebben wij ons hoofdzakelijk bezig gehouden met het leven op aarde. Maar de geschiedenis van het leven is eigenlijk heel wat meer dan alleen het leven op aarde, dat zult u begrijpen.

Er zijn in het Al heel veel levensvormen te vinden. Al die levensvormen hebben ergens een ontwikkeling doorgemaakt, die zoal niet parallel dan toch ongeveer gelijkvormig is met hetgeen wij hebben beschreven omtrent de geestelijke achtergrond, de geestelijke leiding, die er bij dat leven bestaat. Zodra wij echter komen bij de z.g. zeven Stralen of beter gezegde de Heren der zeven Stralen, verandert eigenlijk het gezichtsveld. Wij kunnen niet meer alleen naar de aarde kijken, maar wij moeten kijken, naar een groot gedeelte van de Galaxy (het Melkwegstelsel), waarin u woont. Wat is nl. het geval?

Alle ontwikkelingen worden door die zeven Stralen gedirigeerd. Er kan dus op geen enkele planeet leven zijn, zonder dat deze verdeling in zeven krachten of soorten een rol speelt. Nu heb ik u verteld, dat er op aarde mensen van verschillend ras zijn. Die rassen kunnen zich vermengen. Er kan dus op den duur – en dat duurt waarschijnlijk nog wel een 20 à 30.000 jaar – een mensheid ontstaan, die het eindproduct is van alle mengrassen. Maar ook daarin blijven de 7 hoofdtypen bestaan, waarvan elk van de 7 hoofdtypen kan worden verdeeld in 21 ondertypen, enz. Dat is een oppervlakkige verdeling, die niet alleen met het temperament heeft te maken, maar ook met de geestelijke -gerichtheid, de materiële belangstelling en die dus eigenlijk de levenseigenschappen bepalen. Vandaag zou ik eens met u willen praten over wat deze krachten (de zeven stralen) zijn, hoe u ze zich moet voorstellen en wat hun functie is in het ontstaan van het leven. Want het gaat over de wording van het leven. Niet alleen van het menselijk leven ergens, neen van de totaliteit. En dan moet u proberen – het is een vereenvoudigde versie – het zo te zien:  Als er bezieling plaatsvindt, dan is die op zichzelf niet zo belangrijk. De bezieling krijgt pas betekenis door de vormgeving, door het boetseren als het ware van wezen en milieu, zoals die geschiedt door hogere geesten of oudere geesten of engelen. Maar als eenmaal die vorming is geschiedt, komt het moment dat men zichzelf niet meer beschouwt als de oorzaak van het milieu (een zeer primitieve opvatting, zoals u begrijpt), of als iets dat recht heeft op het milieu. Er wordt een wisselwerking in het bewustzijn erkend; het “ik” is separaat en het milieu is separaat. En wanneer dit optreedt, moet er een keuze worden gemaakt. Wat betreft de huidige mensheid, kan men wel zeggen, dat dat punt in de historie der mensheid, langzaam maar zeker wordt bereikt in deze dagen.

Nu moet ik kiezen voor een bepaald deel van de goddelijke kracht. Ik kan de totaliteit van mijn mogelijkheden niet ontwikkelen in de materie. Er zijn nog geen voertuigen gevonden – en dat geldt voor het hele Melkwegstelsel – waarin het totaal van de mogelijke eigenschappen ontwikkeld kan zijn. Er moet dus een keuze worden gemaakt. Die keuze is dan het zich richten op wat wij noemen één der Stralen; dus het gebruikmaken van één bepaalde weg van ontwikkeling. Heeft men zo’n weg ingeslagen, dan zijn er misschien wel knooppunten, waarop men als geest van de ene weg naar de andere zou kunnen overgaan, maar in de praktijk kan men ervan op aan een hele tijd op het ingeslagen pad te moeten verdergaan.

Omdat niet iedereen een gelijke ontwikkeling heeft, hebben wij dus die onderverdeling. Die onderverdeling is niet precies 21, ik zal het u eerlijk vertellen. Het is niet zo: Hier hebben wij de 7 hoofdtypen, waarvan elk gegarandeerd 21 ondertypen heeft. In rood bv. is de diversiteit 20. In violet is die 20. In blauw is die 22 en zo loopt dat nog wel wat uiteen. De gegeven getallen zijn dus maar een gemiddelde. Als ik nu voor een bepaalde kleur kies, dan kies ik ook voor een bepaalde manier van denken en dat is heel belangrijk. Als leven ontstaat en het denkt, het denkt bewust, vrij dan vormt het zich een voorstelling van zijn omgeving. Maar het doet meer. Degene, die denkt, probeert de omgeving aan zijn denkbeeld te conformeren; en dat houdt in, dat hij op zijn wereld eigenlijk een scheppende invloed krijgt. Men zegt dan ook wel eens, dat de Heren der 7 Stralen de scheppende waarden van de geest en in feite ook van de materie beheersen.

Die zeven Heren zijn punten in de kosmos. Hoe kan men zich dat voorstellen? Wel, laten wij ons eens voorstellen, dat er een aantal zonnen zijn ergens in het centrum van een Melkwegstelsel. Ze staan daar veel dichter bij elkaar dan in uw buurt. Er zijn daar enorme krachtvelden aanwezig. Er wordt enorm veel meer materie uitgestoten en uitgewisseld. Er is kort en goed iets, wat u – als de vergelijking niet erg oneerbiedig is – misschien kunt vergelijken met het spanningsveld dat u kunt opbouwen, wanneer u aan een tafel zit om die te laten dansen. Er is dus een medium van krachten.

Nu bestaan er in het centrum van elk Melkwegstelsel. misschien wel 50 van die groepen. Maar zij kunnen zich alleen richten – en dat is nu het typische – van het middelpunt af. In het middelpunt is de energie te groot, dat zit daar teveel in elkaar, maar de kracht kan naar buiten worden geprojecteerd. Zij kan worden geprojecteerd als een intentie (een gemoduleerde straling), zij kan als een suggestie naar buiten komen (een soort dwingend denkbeeld) en zij kan als een potentie naar buiten komen: Een kracht, waarin een ieder die ermee in harmonie is, zelf iets kan doen.

Denkt u eens aan een beeldhouwer. Deze wil een beeld gaan maken. Daarvoor heeft hij steen nodig, natuurlijk, maar hij kan het ook met klei doen. Hij heeft iets nodig om het beeld, dat in hem is vorm te geven en te corrigeren. Wat de Heren der 7 Stralen nu doen is tweeledig. Zij hebben twee vormen van kracht, die zij praktisch altijd gelijktijdig uitstralen. Het een is hun denken, want zij hebben een bewustzijn. Dat bewustzijn pulseert, u denkt ook niet altijd even intens. Het ander is de potentie, dat is de kracht, die eigenlijk altijd wordt uitgestraald. Dat is de gerichtheid van hun wezen.

Nu kunnen wij de Heren der 7 Stralen heel hoge engelen of wij kunnen hen een sprookje noemen, dat doet er heus niet zoveel toe. Maar belangrijk is wel, dat wij begrijpen, dat zij een realiteit zijn. De benoeming met kleuren, die wij daaraan geven, dat is menselijk; het heeft niets met de werkelijkheid te maken. Belangrijk is dus alleen, dat die Stralen stimulerend werken voor alle leven, dat binnen het bereik ligt.

Nu is het zo: De aarde valt door haar omloop rond de zon en door nog een paar dingen regelmatig binnen het bereik van de 7 Heren. Er zijn er veel meer, maar die 7 zijn voor de aarde werkzaam, in de praktijk komt het er wel op neer, dat de meeste andere delen van de Galaxy ook 7, soms 8 of 9 Heren hebben. Meer krachten kunnen niet zo worden uitgestraald, dat zij regelmatig in het baanverloop van een planeet werkzaam zijn. Zij beïnvloeden alle leven dus niet alleen u, maar ook de aarde zelf. Dat kleine mosplantje of dat schimmelplantjes wordt evengoed beïnvloed als de leeuw, de panter, de slang, de jakhals of de mens. Elk van hen zal dus, wanneer hij door een Straal wordt geraakt, daarvan de suggestie, de gedachte, de wil, die wordt uitgestraald, kunnen ondergaan, maar hij zal ook de kracht ervan ondervinden. De kracht, die hij heeft, versterkt zijn vermogen binnen het kader, dat wordt bepaald door het wezen van de entiteit bij een van de Stralen. Als we dit nu willen formuleren, dan kunnen we voor dit gedeelte zeggen.

De 7 Stralen zijn niet de enige krachten van die geaardheid in het Al. Het zijn echter de 7 krachten, die in het baanverloop van de aarde haar regelmatig bereiken. Wanneer wij de 7 krachten oriënteren, vinden wij ze in het middelpunt van de Galaxy, waar zij kennelijk bestaan in de zeer grote krachtvelden van in verhouding elkaar zeer nabij staande en vaak ook zeer grote sterren.

De entiteiten, die daarin leven, zijn zeer grote en machtige geesten. Zij staan boven een bezielende kracht van een ster. Zij hebben een eigen denken. Dit denken projecteren zij. Daarnaast projecteren zij hun kracht, hun potentie. Zij kunnen dit slechts doen, afgewend van het centrum van de Galaxy, dus altijd naar buiten toe.

Alle leven, dat wordt beroerd door deze uitgestraalde krachten (voortaan Stralen te noemen), zal voor zover het de gedachte betreft een suggestie ondergaan. Er treedt een wijziging van gedragspatroon of denken op. Voor zover het de uitgestraalde potentie of directe kracht betreft, houdt het in dat elk wezen, dat niet die kracht harmonisch is, daardoor zijn eigen vermogen versterkt ziet in overeenstemming met de mate van harmonie, die met de Straal bereikt wordt.

Op grond van het voorgaande zal het duidelijk zijn, dat één van die Stralen heel veel planeten en sterren kan bereiken, voordat zij bij de aarde komt, want de afstand tussen ongeveer het middelpunt van het Melkwegstelsel en de buitenwijken waar de aarde ronddoolt, is nogal groot. Als er nu een ster of planeet, die met de Straal volledig harmonisch is, in deze baan komt (dus tussen het punt van uitzending en bv. de aarde), dan treedt wat wij noemen een dubbele resonans op. Dat wil zeggen: De aarde, is ervoor gevoelig en de ster is ervoor gevoelig. Die ster geeft nog eens een echo en het effect wordt versterkt. Wij spreken op aarde dan van een sterke werking van deze of gene Straal. Maar het kan ook zijn, dat een negatieve planeet of ster zich bevindt tussen de aarde en het punt van uitzending. In dat geval bereikt de straling de aarde alleen nog maar diffuus. Zij kan haar niet meer direct bereiken, want de negatieve, de niet-aanvaardende planeten, kaatsen terug. Zij werken ten opzichte van de uitgezonden potentie vooral als een spiegelend vlak en richten dit dus weer naar de bron. Als, u dit begrijpt, is het duidelijk waarom op aarde die stralingen zo eigenaardig en vaak zo erratisch schijnen te wisselen. Soms heb je 2 dagen rood en dan heb je 3 weken wit. Dan komt er ineens blauw, of wit en blauw zijn plotseling aanwezig. Je vraagt je dan af: Hoe kan dat? Nu kunt u dus nagaan, dat die Stralen eigenlijk allemaal gelijktijdig zouden moeten werken, indien er zich niet tussen de bron van deze straling of kracht en de aarde zovele vreemde lichamen zouden bevinden, die kunnen wegwerpen of aanvaarden. Maar daar zit ook iets anders aan vast.

Indien er een planeet zou zijn met enige levensmogelijkheid, die door diezelfde stralen wordt beroerd, dan zal het leven daar over diezelfde kracht of potentie kunnen beschikken. Wat meer is – dezelfde wil of gedachte- die door de Heer van een Straal wordt gegeven, zal – al ligt dat in tijd misschien wat verschillend – zowel alle tussenliggende harmonische planeten bereiken als de aarde. En daaruit kunnen wij een eigenaardige conclusie trekken.

Leven in het Al is op vele verschillende manieren mogelijk. Alle leven kan dus door de plaatselijke scheppende krachten op een eigen wijze worden opgebouwd, met een totaal eigen selectie van materiaal, van mogelijkheden, van bevoertuiging en van zintuigen. Maar alle leven in het Al zal bepaalde impulsen gemeen hebben, indien het zich bevindt binnen de gedachte-uitzendsfeer van een Heer der Stralen.

Verder geldt: De kracht van deze Stralen is eveneens voor de verschillende entiteiten (dus de verschillende levensvormen) gelijk. Zij hebben dan ook een gewenning, als zij een zeker bewustzijn hebben, waardoor zij met dezelfde kracht werken en daaruit een ongeveer gelijke prestatie (dit natuurlijk gezien in verhouding tot hun vorm, bevoertuiging en bezintuiging) tot stand brengen. Daaruit kunnen wij iets vreemds leren:  In het Al is heel wat meer leven dan hier op aarde alleen. Er zijn ook meer vormen. Vormen, die vallen binnen het gebied van dezelfde Heren van de Stralen, hebben altijd momenten van gelijkgerichtheid. Zij zullen, wanneer zij elkaar ontmoeten, staan onder een voor hen en hun wezen bekende beïnvloeding en daaruit eveneens de voor hen en hun wezen bekende krachten kunnen putten. Dat is ook weer een heel belangrijk punt.

Rassen, die elkaar volkomen vreemd zijn, die elkaar nog nooit zouden hebben ontmoet, die elkaar misschien maar oerlelijk vinden (mensen vinden elkaar al oerlelijk, hoe moet dat dan niet zijn met de verschillende rassen van de verschillende planeten, hebben dus een bepaalde manier van denken gemeen.

Stel nu eens, dat die rassen elkaar ontmoeten onder de invloed van de blauwe Straal, dan is voor beide de gedachte aan redelijkheid, aan logica, aanwezig. Hun beider logica behoeft niet dezelfde te zijn, want dat is een product van milieu plus vorming en scholing, maar zij zijn beide logisch en zoeken beide een oplossing. Zij zullen elkaar dus gemakkelijker ontmoeten.

Wat meer is: Doordat zij hun logica projecteren als de wil tot contact, zal dat gemakkelijker ontstaan. Want de kracht, waarmee die gril tot contact wordt overgedragen, is nu toevallig ook de potentie van de blauwe Straal.

Het lijkt wel een ruimtevaartroman, vindt u niet? Maar dat is het niet. Dit is volkomen ernst. Want als wij nu te maken hebben met bv. een violette straling (een variant op blauw), dan is er mystiek, een verzinken. Zou een violette invloed – in feite mijn invloed – aanwezig zijn bij  de ontmoeting van twee rassen, die verder volkomen van elkaar verschillen en niets met elkaar gemeen hebben, dan zal – krachtens deze voor beide bestaande invloed, die een verzinking en een aanvaarding in het “ik” inhouden – zeer waarschijnlijk de wil om de ander te begrijpen worden tot een resonantie tussen twee verschillende rassen. Dat is geen telepathie.

Ik zou zeggen: Het is eerder een gevoelsoverbrenging. Het is niet mogelijk daarmee boodschappen uit te wisselen, maar je kunt voelen: Wij zijn elkaar sympathiek. En daarmede zou dus iets bereikt kunnen worden. Rood brengt daadkracht en moed met zich mee, maar houdt het gevaar in, dat twee rassen, die elkaar ontmoeten, van elkaar schrikken en denken: Ik moet handelen (gedachte-impuls), ik heb de kracht tot handelen (de potentie, die wordt gerealiseerd) en er komt een botsing. Nu zijn dit natuurlijk voorbeelden, al is dat heus in het Al wel eens voorgekomen. Belangrijk is voor mij alleen, dat u begrijpt: Deze Heren der Stralen werken niet alleen op u in, zij werken op iedereen in. Zij brengen bepaalde mogelijkheden, en op andere momenten, wanneer zij niet aanwezig zijn, bent u aan uzelf overgelaten. U wordt verzwakt.

In de ontwikkeling van een ras zien wij ook dergelijke typische dingen. Misschien heeft u zich wel eens afgevraagd hoe het komt, dat wij rustig spreken over reuzeninsecten (ze zijn er inderdaad geweest), die eenvoudig totaal verdwenen zijn en waarvan alleen een soort miniatuurvorm is overgebleven. En u vraagt zich misschien ook af, waar al die sauriërs zijn gebleven, die je hoogstens in het diepvries van het Poolijs terugvindt of mooi geprepareerd met arsenicum in een museum.

Wel, stel u nu eens voor dat er een ras is, dat is ingesteld op de 7 Stralen, maar dat één van die Stralen verandert. Nu is het juist deze Straal, die voor het bestaan van dat ras belangrijk is.  Wat gebeurt er dan? Er valt een zeker momentumweg. Er ontstaat dan lusteloosheid, waar daadkracht moest zijn. Er ontstaat een afwachten, waar anders toch – in ieder geval met zekere tussenpozen – een aanvallende houding op haar plaats zou zijn. Naarmate het bewustzijn lager is, is het gevaar voor uitsterven van een dergelijk ras groter. En daarmee zeg ik meteen nog iets anders: Het zijn dus niet altijd de 7 Stralen die nu regeren geweest, die de aarde hebben beïnvloed. Er zijn andere invloeden geweest en dat zijn niet alleen de rassengeesten. Neen, dat zijn krachten, waaraan ook de rassengeest zijn energie, zijn vermogen vaak kan ontlenen. Het uitsterven van rassen kan dus voorkomen door het verdwijnen van de verblijfplaats van de planeet uit het werkingsbereik van de Heer, uit wiens krachten de primaire vorming mede is geschied. Mede, er zijn altijd andere bij. Er is echter een deel weggevallen.

Als ik bij u alle bloed weghaal, dan leeft u niet meer. Toch is alles verder er nog: Het zenuwstelsel, de botten, alle interne organen, uw haar, alles wat u zich kunt denken, alleen het bloed niet. Maar dat bloed is een belangrijke factor. Ik kan nog verder gaan. Wanneer ik alleen de witte bloedlichaampjes weghaal, dan kunt u al niet meer verder leven, omdat er een ogenblik komt, dat u geen weerstand tegen infectie ziekten meer heeft. U kunt zich innerlijk niet verweren en door ziekte gaat u te gronde. Een heel geringe factor kan dus voldoende zijn om rassen te doen ontstaan en te doen uitsterven. Slechts de hoog bewuste rassen kunnen in een evolutie suppleren. Dat wil zeggen: Zij kunnen door hun geestelijke instelling een harmonie met alle nog werkzame krachten behouden, maar voor hetgeen er wegvalt een nieuwe kracht erkennen, aanvaarden en daarmee werken. Is dat het geval, dan krijgen wij te maken met zeer plotselinge sprongmutaties, die niet alleen een vormverandering in houden, maar een zeer typische verandering van vermogen, van eigenschappen en daarnaast (en dat moet u goed onthouden, want dat is medebepalend) een relatie-verandering ten aanzien van de omwereld. En dit is dan niet meer het gezellige verhaaltje over het leven alleen. Dit is het mechanisme, dat het leven beweegt.

Nu kan ik mij voorstellen dat u denkt: Hou dat mechanisme maar in je zak. Als ik weet hoe laat het is, is dat voor mij genoeg. Ik behoef niet te weten hoe de radertjes in elkaar grijpen. Maar hoe kunt u begrijpen wat u beweegt en wat het al beweegt, als u niet weet wat er op de achtergrond van het leven staat. En denkt u nu niet: O, dat kunnen wij opvangen met astrologie of zo. Daar zit al direct iemand te piekeren: Zou dat misschien met de sterrenbeelden samenhangen? Neen, dat hangt niet met de sterrenbeelden samen. Het is eenvoudig een verhouding, waarbij zeer vele door u niet eens geziene hemellichamen een rol kunnen spelen. U kunt het niet berekenen. U kunt het voelen, u kunt het weten, indien u gevoelig bent voor de uitstraling van de Heren der Stralen zelf, maar u kunt het niet aantonen.

Het is een immateriële kracht, uitgezonden uit iets, wat u een materieel krachtveld kunt noemen en dat bepalend is voor de vorming van de materie. Als wij nu even verdergaan, dan realiseren we ons, dat niet alleen maar het leven op een wereld zal reageren op die krachten. Ook de wereld zelf is – zij het niet in de bij mensen gebruikelijke zin – een levend organisme. Dat wil zeggen, dat de aarde dus dingen in zich verwerkt, opneemt of afstoot en daarnaast een zeker besef heeft. Als een wereld dus wordt getroffen door een bepaalde Straal, dan zal die Straal ook in die wereld een reactie veroorzaken. En dat geldt niet alleen voor de aarde, dat geldt voor elke planeet en elke ster, die binnen het bereik van die Straal komt.

Nu geldt: Daar, waar een Straal volledig harmonisch is, ontstaat er een revitalisatie, dit wil zeggen dat er in een ster of planeet een soort verjonging plaatsvindt en dat processen, die al een klein beetje aan het aflopen waren weer terug klimmen tot hun oude peil. Is er sprake van een voor de planeet absoluut disharmonische werking, dan ontstaat er dus een afsterven van bepaalde acties en reacties en krijgen wij het doven, het wegvallen van allerhande krachten. En dan moet de planeet of ster uit zichzelf suppleren wat als het ware van buitenaf aan mogelijkheid niet meer wordt gegeven. Dit resulteert in verschijnselen als stormen, verplaatsingen van massa (u zou zeggen: aardbevingen, maar dat is eigenlijk niet genoeg; het is ook wel een verplaatsing van magmamassa) en daarnaast vooral een hergroepering van waarden in de aardkern, waarbij zoals u weet nikkel, ijzer en dergelijke elementen een grote rol spelen. Voor elke planeet geldt hetzelfde.

Zijn van de 7 Stralen, die de planeet of ster beroeren, zijn zij disharmonisch, dan houdt deze op als levend wezen te bestaan. Wij zien dus ook heel vaak, dat een ster eenvoudig naar een ander veld toe wisselt. En dan ineens: Boni, nova, afgelopen. Maar u ziet ook andere sterren, die ook wel zo’n wisseling doormaken en misschien zelfs tot nova slaan, (dus een enorme uitbarsting hebben in zichzelf terugkeren, een tijd rode Reus worden (onstabiele fase) en dan langzaam in elkaar schrompelen, massa gaan verzamelen en na – laat ons zeggen – een half miljoen jaren weer een kleine blauwe ster worden. Dus een heel fel brandende ster, een jonge ster. Dit speelt zich overal rond ons af.

Als mens heb je er niet al te veel mee te maken, maar het is toch goed te begrijpen, dat de Heren der 7 Stralen niet alleen prettige engeltjes zijn, die met zegenende handjes nu en dan op aarde iets tot stand brengen. Het zijn kosmische en scheppende krachten, die hiërarchisch misschien niet aan de top staan, maar die vormend een fantastische invloed hebben. En daarbij zult u ook begrijpen, dat alle ondergeschikte entiteiten en geesten dus moeten werken binnen het kader van deze scheppende energie, deze potentie van de Stralen, die een planeet bereiken. Dit houdt in, dat een mens, die bewust genoeg is geworden (ik neem nu een mens als voorbeeld, maar het kan elk soort wezen zijn) zelf de potentie evengoed kan bereiken als de een of andere rassengeest.

Nu wordt ons opeens duidelijk waarom men bv. in het oude Egypte het idee had, dat – wanneer het oordeel was gesproken – de mens, die eerst heel klein staat tegenover zijn rechters, ontdekt dat hij even groot is als die rechters. Er zijn natuurlijk andere verklaringen voor te vinden, maar het is toch wel een fantastisch mooi symbool voor wat er gebeurt. Door onze harmonie met deze hogere krachten en ons gebruik ervan ontworstelen wij ons dus altijd aan de beheersing van de lagere vormende krachten. Het hoeft niet altijd een voordeel te zijn, maar het legt in ieder geval de verantwoordelijkheid voor wat wij zijn en zullen worden in onze eigen handen. Wij komen vrijer te staan tegenover de kosmos het Al. En dat vrijstaan impliceert weer, dat wij grotere verantwoordelijkheden, maar ook veel grotere mogelijkheden krijgen.

In de ontwikkeling van de rassen zien wij dan ook iets eigenaardigs gebeuren. Wanneer iemand de kracht (de potentie) van een bepaalde Straal of van enkele Stralen bewust en onafhankelijk zelf begint te gebruiken, dan zal hij zich niet alleen materieel daaraan gaan aanpassen, maar hij zal ook geestelijk zijn waarnemingsvermogen in overeenstemming daarmee wijzigen. Er ontstaat er bv. telepathie, om nu eens iets te noemen. Maar er ontstaat ook wat men sympathisch vermogen zou kunnen noemen: Het vermogen om één te zijn, de versmeltingsmogelijkheid met het andere of de anderen. Hierdoor ontstaat ook het vermogen tot het veranderen van het “ik”.

Als wij horen over weerwolven e.d., nu ja, dan lachen wij een beetje, want dat kan niet een mens, die tot wolf wordt. In de wijze, waarop het wordt verteld, ligt de onmogelijkheid opgesloten, dat wel. Maar het denkbeeld op zichzelf is niet zo dwaas. Op het ogenblik, dat de resonans met een bepaalde harmonie ontstaat, is de materie in haar onderdelen ondergeschikt aan het besef en dat betekent, dat er dus wezens kunnen bestaan, die amorf zijn. Maar in perioden:  Indien je behoort onder de blauwe Straal en de witte Straal heerst, dan kun je je vorm niet veranderen. Maar is de blauwe Straal meester, dan kun je je vorm aanpassen. Je hebt het vermogen jezelf met behoud van de grondcellen (je kunt de cellen dus niet vernietigen en wat dat betreft ook niet de kristallijnen structuur, enz.) van vorm te doen veranderen. Je kunt – en dat is ook heel typisch – behalve onder het z.g. witte Licht (dat is nl. een combinatie-straal met heel eigenaardige werkingen, want er zitten eigenlijk wel 60 à 70 andere krachten in) waar je misschien een zekere amorfie kunt verkrijgen, ook nog dislocatie bereiken; dit wil zeggen dat je van plaats verandert en soms zelfs – zij het beperkt – je in tijd verplaatst. Die mogelijkheid zit er wel in.

Nu is dat op aarde allemaal niet bereikt en in de buurt van de aarde ook niets dit laatste om u gerust te stellen. Maar het is denkbaar, dat het elders wel is bereikt. Wanneer dit is bereikt door rassen, die worden beheerst door dezelfde 7 Heren der Stralen die u beheersen, dan kunnen zij u niet alleen verstaan en begrijpen en u misschien iets leren, maar zij kunnen u stoffelijk ook gemakkelijk bereiken: Iemand, die onder andere Stralen behoort, zal van uw standpunt een ander tijdsbesef hebben. Misschien denkt hij wel: God, wat flitst daar voorbij; en dan is het alleen iemand, die op z’n elfendertigst loopt te slenteren. Of hij zegt: Hé, nu zie ik toch duidelijk iets en dat is een slak, die met een voor hem sneltreinvaart voorbij komt. Op die manier moet u zich dat voorstellen. Dat kan dus een andere perceptie van tijd of in ruimte zijn. U zou zeggen: Ze leven eigenlijk in andere dimensies. En dat kan een totaal verschil in levenserkenning zijn.

Een kristal bv. zal in een mens niet zo gemakkelijk leven erkennen en de mens ook niet in een kristal. Beide zijn differente vormen. Indien zij elkaar ontmoeten, kunnen zij dus wel van elkaar gebruik maken, misschien, ofschoon ze op aarde wel eens sprookjes vertellen van kristallen, die mensen in beslag nemen. Dat is niet mogelijk. Maar het is wel mogelijk, dat men elkaar uitbaat. Zoals men kristallen zou kunnen gebruiken voor bepaalde chemische oplossingen, zou een kristal mensen (een bepaald biologisch geheel) kunnen gebruiken om daarin bepaalde energie uit te trekken om er iets anders mee te bereiken. Dat is wel denkbaar. Maar een werkelijk contact, neen. Als er andere Heren zijn dan gaat dat niet.

Nu maak ik eigenlijk een fout, want ik stel dus twee verschillende vormen, maar dat is slechts een voorbeeld. Want er kunnen kristallen bestaan, die onder dezelfde 7 Heren als u behoren;   en tussen deze en u is – gezien de vormen en de zintuigen – waarschijnlijk een zeer beperkt contact mogelijk.

Ik wil dit deel dan besluiten met nog een klein aantal punten:

  1. Vormen van leven, die elkander kunnen bereiken begrijpen en tot samenwerking kunnen komen, ressorteren onder dezelfde Heren der Stralen.
  1. De geestelijke evolutie en de evolutie-mogelijkheid van de vormen, die binnen een bepaald ruimtelijk deel bestaan, worden vastgesteld door de Heren der Stralen, die daar regeren. Ook moraliteit, milieu e.d. worden deels hierdoor bepaald. Naarmate de wisseling van krachten. dan wel het afwisselend optreden van de Heren der Stralen als dominant sneller plaatsvindt, is er sprake van een zich meer verschillend ontwikkelende maatschappij. Het totaalbeeld wordt echter dan nog altijd beheerst door het geheel, der optredende Heren, zodat het totaalbeeld altijd aan de voorgaande regel blijft beantwoorden.
  1. Daar wij beseffen dat deze Heren der Stralen kosmische krachten zijn, moeten wij niet alleen aannemen, dat zij op aarde vorming en mogelijkheden of geestelijke mogelijkheden beïnvloeden, maar wij moeten evenzeer aannemen, dat de daardoor ontstane harmonieën bepalend zullen zijn voor eventuele incarnaties buiten de aardse materie. Wij moeten verder aannemen, dat ook geestelijke contacten met een bepaald deel der sferen (zekere lagere sferen) afhankelijk zullen zijn van deze vorming. De Heren der Stralen staan niet alleen voor vitaliteit of neiging, zij staan ook voor levensessentie. En slechts waar de levensessentie harmonisch is, is begrip mogelijk.
  1. Hieruit volgt, dat alle in de materie optredende vormende entiteiten in de periode van hun optreden harmonisch dienen te zijn met één of meer van de Heren van Kracht, die op dat moment regeert of regeren.

De psychische werking van de zeven stralen

Wanneer wij de 7 Stralen op de mensheid zien inwerken, moeten wij begrijpen, dat zij een dubbele uitwerking hebben. In de eerste plaats vergroten zij ,zijn energie of potentie in een bepaalde richting. In de tweede plaats echter wordt daardoor het denken in een bepaalde richting geleid. Er ontstaat dus een voorkeur voor een zekere wijze van denken en daarmede ook van reageren. De daad wordt dus mede bepaald door de Straal die werkt. Als wij proberen de verschillende Stralen alle te classificeren, dan wordt dat waarschijnlijk wat moeilijk. De eenvoudigste indeling is te stellen, dat wij 7 Stralen hebben, waarbij 3 primaire invloeden, 3 secundaire invloeden en 1 alomvattende invloed. Eenvoudigheidshalve geven wij dan ook aan die Stralen dezelfde kleurbetekenis. Als wij spreken over blauw, dan is blauw primair eigenlijk gelijk aan een veld, dat o.m. het violet bevat, maar daarnaast ook wel degelijk de verstandelijke werking van de mens beïnvloedt en hem zo in staat stelt om bv. in zichzelf door te dringen en vanuit zichzelf tot grotere erkenning en ontdekking te komen.

Hebben wij daarentegen met de secundaire blauwe straling te doen, dan zien wij een scherper materialistisch denken. Wij zien een nauwkeuriger en scherpere reactie op de omstandigheden en een verminderde beïnvloeding door sentimenten.

Ik geef u dit als voorbeeld om duidelijk te maken, dat de indeling in kleuren een betrekkelijk willekeurige is, maar dat er toch wel een groot verschil bestaat. Wij hebben nl. werkingen, die in de eerste plaats de geest aanspreken en daardoor ook de geestelijke capaciteit vergroten. Daarnaast hebben wij te maken met stoffelijke beïnvloedingen, die allereerst de relatie met de stoffelijke omwereld bepalen.

Wilt u proberen een inwerking te ontleden, dan zult u eerst rekening moeten houden met de bestaande situatie. U leeft in een wereld, waarin oorzaak-en-gevolg-werkingen een rol spelen. En wanneer deze eenmaal aan de gang zijn, kan een verandering van straling geen wijziging in oorzaak-en-gevolg teweeg brengen. Zij betekent slechts, dat uw reactie op het gevolg een andere zal zijn. Een voorbeeld ervan is misschien eenvoudig te geven.

Wij hebben te maken met een secundaire rode straling, die de stoffelijke energie opvoert en daarnaast de ethiek  sterk beïnvloedt. Een mens zit dus in een oorzaak-en-gevolg-werking, waarin hij iemand ontmoeten zal. Normalerwijze zou deze ontmoeting betrekkelijk neutraal zijn geweest. Al bestaat de mogelijkheid dat er een geschil is en hierdoor dus strijd ontstaat, de drang tot zelfbehoud krijgt de overhand. Het kan ook zijn, dat er sprake is van een wederkerige erkenning, maar dan krijgt deze – vooral als zij van verschillende sekse zijn – vaak de nadruk van – laat ons zeggen – een meer intiem contact.

Datzelfde kunnen we zien, wanneer wij het materiële blauwe licht hebben. Als er sprake is van een blauwe straal, is er sprake van rationeel denken. Er is tevoren (oorzaak-en-gevolg-werking) vastgesteld wat u in die periode eigenlijk zult doen. U zult zich in een kantoor bevinden, in een fabriek of in de vrije ruimte. U zult tijd voor ontspanning hebben of werktijd. Op het tegenblik, dat die straling optreedt, gaat u scherper denken. U gaat dus rationeler reageren. Die rationele reactie heeft tot gevolg dat u in uw vrije tijd bv, iets gaat repareren of iets gaat opbouwen. Het kan ten gevolge hebben, dat u in uw kantoortijd ineens fouten ontdekt, zowel in de werkwijze als in het werk zelf, die verbetering behoeven. Bevindt u zich in een fabriek, dan komen er plotseling denkbeelden, waardoor de productiemethode misschien kan worden verbeterd of uw eigen werk vereenvoudigd. U ziet dus, de omstandigheden worden niet beheerst door de stralen. En de reactie op de stralen, die in de eerste plaats dus wel een psychische is, heeft directe invloed op, de wijze, waarop men het bestaande probleem benadert.

Nu is er een heel groot verschil tussen wat ik zou willen noemen de meer geestelijke en de meer stoffelijke beïnvloeding der stralingen. Heb ik te maken met een sterke geestelijke beïnvloeding (rood bv.), dan is de mogelijkheid groot dat ik in mijzelf een gevoel van enorme naastenliefde heb, maar dat ik geen mogelijkheid zie haar tot uitdrukking te brengen. Het kan bij dromen blijven.

Wanneer ik een geestelijke blauwe invloed heb, dan kan ik in mijzelf (dus voor mijn eigen wezen) vele ontdekkingen doen. Ik kan niet buiten mij ontdekken, maar in mij zal ik ontdekken. Maar het is evengoed mogelijk, dat ik allerhande dromen ga vormen over datgene, dat ik zou kunnen veranderen of verbeteren, indien – en dat is dus altijd voorwaardelijk – indien ik over deze of gene mogelijkheid zou beschikken. En daarmede zijn wij gekomen aan de eerste bepalende factor.

De psychische reactie op de 7 stralen kan worden onderscheiden in de reactie op de primaire straling, die niet stoffelijk gebonden is en daardoor het gevaar heeft te leiden tot dromen of tot het stellen van niet-reële situatie. Daarnaast kennen wij de secundaire werkingen, waarbij alles direct op de materie wordt betrokken en elke werking direct in en vanuit de materie plaatsvindt.

Er is echter nog een alomvattende straling. Wij noemen die dan vaak: Het witte Licht. Deze straal heeft de eigenaardigheid, dat zij alle werkingen van de primaire en secundaire stralingen in zich verenigt. Zij is niet een kracht op zichzelf, maar zij is de bundeling van alle krachten, die wij tot dusverre hebben gevonden.

Een mens, die door dit witte Licht wordt getroffen, zal dus in al zijn faculteiten een zekere verscherping ervaren. Zijn reactie op de buitenwereld zal niet op een bepaald terrein, maar op alle terreinen meer direct worden, terwijl ook zijn geestelijke benadering en daarmede zijn filosofische mogelijkheden op elk gebied groter worden. De innerlijke erkenning kan dus groter werden, terwijl gelijktijdig de daadkracht toeneemt.

Normalerwijze hebben wij met het witte Licht in verhouding slechts zelden te maken en treden de z.g, kleurstralen – hetzij primair, hetzij secundair – veel meer op. Het resultaat is, dat juist de periode van het witte Licht voor de mensen er een is van zelferkenningen een mogelijkheid tot herstel van bv. zijn fouten en verkeerde reacties. Daar wij hier weer te maken hebben met de traagheid in de mens, zal zijn besef wel ontstaan, maar voordat hij tot actie komt, is de witte invloed voorbij en dan is de reactie volgens de daarop volgende kleur. Wij komen dan tot een punt, waarbij wij kunnen stellen: Wanneer een idee wordt geconcipieerd onder de invloed van één straal, maar daarin niet tot uitvoering komt, zal de uitvoering plaatsvinden onder een volgende straal of invloed en daarvan het karakter hebben.

Dit is heel erg belangrijk. Want de mensen weten vaak geen raad met zichzelf. Zij begrijpen niet waarom zij de ene keer zus en de andere keer zo reageren. Waarom zij de ene keer traag zijn, de andere keer snel, waarom zij de ene keer vergevensgezind zijn, de andere keer wraakzuchtig.

Nu moet u eerst even nadenken over deze stralingen. Er gebeuren bepaalde dingen. Deze zijn op zichzelf doodeenvoudig. Laten we zeggen: Er is een rode invloed. De ene mens slaat, de andere zou alleen willen slaan; hij komt dus niet tot de daaduitvoering. Het gehele milieu, dus alle mensen rond u ondergaan diezelfde invloed. U bemerkt het eigenlijk niet direct. U ziet alleen dat de stemming, de sfeer, wat anders is. Degene nu, die de daad niet tot uitvoering heeft gebracht -en dat is de moeilijkheid – komt met deze intentie in de invloed van de volgende. sfeer. De eerste heeft het uitgewerkt, voor hem is het niet belangrijk meer. Maar degene, die niet tot een concretisering van die invloed kwam, heeft dat denkbeeld, die behoefte of die noodzaak in zich. En nu krijgen wij onder invloed van de volgende straling wat wij noemen een sublimatieverschijnsel, waarbij het denkbeeld wordt omgevormd volgens de daaropvolgende tendens.

Die tendens kan bv. na rood geel zijn. Zo kan iets, wat strijdlust is geweest, doodgewoon niets dulden, watje dan maar stilletjes in jezelf hebt geprobeerd te verwerken, dat kan een uitbarsting van naasten liefde worden. Je gaat dus je goedheid aan andere uitdragen om voor jezelf te bewijzen dat de wraakzucht, die je innerlijk koesterde, niet reëel was.

De mens zal zichzelf dus vaak heel moeilijk begrijpen om de doodeenvoudige reden, dat hij niet begrijpt hoe dergelijke invloeden zijn wezen kunnen aantasten en zijn gedragspatroon kunnen veranderen. Toch is er een eenvoudig voorbeeld te vinden, waaruit duidelijk. wordt,- dat de mens in zijn gedrag wel degelijk door invloeden bepaald kan worden.

Als u in oude versleten en vuile kleren op straat loopt, zult u zich tegenover uw medemensen  anders gedragen dan als u er pico bello bij loopt. En als u het gevoel hebt, dat alles “tiré á quatre epingles” is en de perfecte benadert, dan ontleent u daaraan een zeker, overwicht op anderen en het vreemde is, dat u daardoor aan de ene kant ressentiment opwekt, maar aan de andere kant uzelf kunt doorzetten, waar u dat in vodden zeker niet kunt. In vodden bent u hulpeloos, U bent van anderen afhankelijk, maar u krijgt van die anderen een – zij het wat goedertieren -medelijden of een zekere verachting in plaats van het ressentiment en misschien zelfs de haat en nijd, die u in die goede kleren krijgt.

De stralen, die optreden, hullen ons eigenlijk in een soort geestelijk gewaad. En omdat wij allen dat geestelijk gewaad ongeveer gelijk krijgen, merken wij er niet zo heel veel van. Maar ons gedrag wordt daardoor evenzeer bepaald als door de verandering van kostuum. Als u dat nu in het oog houdt, zult u ook begrijpen hoe deze stralingen, deze inwerkingen van het ene ogenblik op het andere zelfs uw intenties, uw gedragspatroon kunnen wijzigen.

Maar u kent die stralingen niet. U moet dit voor uzelf verklaren en daardoor krijgen wij dan en dat is voor die mens het meest misleidende – de rationalisatie. Een bekend voorbeeld is iemand, die driftig wordt, weet dat hij geen reden heeft om driftig te zijn en daarom voor zichzelf gaat zoeken naar een reden om driftig te zijn, waardoor hij steeds driftiger wordt, totdat zijn drift zo onredelijk is, dat zij op zich bestaat en daarmee dus allerhande oorzaken hetzij door woorden af door daden – tot stand brengt, waarmee hij later eigenlijk geen raad weet. Iets dergelijk kan gebeuren, als ik probeer de invloed van de stralen te verklaren.

Een mens heeft een eigenaardige psychologie. Hij wil vaak zichzelf alleen maar zien als een redelijk wezen. Zijn emoties wil hij verklaard en gerechtvaardigd zien. Als ik boos ben op iemand, dan ben ik niet boos op die persoon omdat ik boos ben, maar omdat de ander mij een reden heeft gegeven. Dat kan het geval zijn, dat kan ook niet het geval zijn. Maar voor mij kan ik dit boos zijn alleen waarderen, indien er een reden is.

Deze zelfrechtvaardiging – ergens een afwijking van de drang tot zelfbehoud – zal dus juist datgene, wat wij anders zouden kunnen erkennen (het eigenaardige ritme van de 7 stralen die op ons in werkt en kunnen maken tot een voortdurend groter wordende, zelfmisleiding. Wij bouwen een beeld op van onszelf, waar wij eigenlijk dus niet meer in passen. Wij hebben pretenties, die absoluut niet meer deel zijn van onze werkelijkheid. Wij stellen eisen aan de medemens, die absoluut onredelijk zijn. Uw maatschappij is een voorbeeld van dergelijke rationalisaties. En de wonderlijke wijze, waarop alles in die maatschappij verloopt, maakt duidelijk hoe er steeds meer rationalisaties nodig zijn om te voorkomen, dat de hele zaak spaak loopt. En daarin ligt het essentiële punt, als u wilt spreken over de psychische invloeden uit de 7 stralen.

Nu ga ik deze invloeden – psychisch bezien – even straal voor straal na, zodat u zich een voorstelling kunt vormen van wat er zonder omgeving en zonder de bijkomstigheden of de aanwezige oorzakelijkheden te beschouwen in u zal gebeuren. Dan begin ik uit de aard der zaak weer met blauw. Blauw primair geeft de mens een gevoel van verbondenheid hetzij met het hogere, hetzij met de mensheid: Hij doorbreekt zijn beperkingen op dit moment en hij heeft ook het gevoel dat hij alle dingen als het ware kan samenvatten. De reactie erop is materieel gezien meestal activiteit, hervormde activiteit; geestelijk gezien is het een poging tot zelferkenning, daarnaast mystieke Godsbeleving.

De 2e primaire waarde, die we kennen, noemen we rood. Zij is levenskracht. Zij geeft een gevoel van grotere vitaliteit en zij maakt het ons mogelijk de wereld zonniger te zien. Wij zien overal mogelijkheden, of zij er zijn of niet en ook in onszelf ontdekken wij capaciteiten, die wij tot op dat ogenblik niet aanwezig achtten. Wij zijn bereid er het beste van te maken. Onze benadering van alles is dus zeer positief. Gelijktijdig echter menen wij – en dat is hierbij het gevaar – dat onze eigen weg de juiste is. Orthodoxie en fanatisme op welk terrein ook zijn de weergave van een rode invloed, waarmede men harmonisch is. Geestelijk betekent het streven; het betekent echter niet Godsverbondenheid.

Daarnaast kennen wij dan de 3e primaire waarde, het z.g. geel. Deze gele waarde is in de eerste plaats een geluksgevoel. Er is misschien geen grote vitaliteit, maar er is wel het gevoel van verbondenheid in die zin, dat men alles rond zich beschouwt als deel van zichzelf. Dit kan in negatieve zin vaak betekenen, dat men zich gekwetst voelt, terwijl dit helemaal niet nodig is. Het kan ook betekenen, dat men eisen stelt aan de wereld, die men eigenlijk niet kan stellen en dat men van God dingen verlangt, die onmogelijk zijn. Want elk van die kleuren hebben ook negatieve invloeden. Positief gezien is het een geluksgevoel. Wij menen, dat wij de wereld aankunnen. Voor ons ligt het hemels Jeruzalem open en wij hebben op dat ogenblik het gevoel te weten, dat er niets meer kan gebeuren.

Dan hebben wij als de invloed het witte Licht. Het witte Licht, dat primair zowel als secundair werkzaam is. Het witte Licht ontdoet alles als het ware van zijn waan en illusies. Het is geestelijk gezien een moment van zelferkenning. Voor een ogenblik laten wij de pretenties wegvallen. Meestal houden wij dat niet lang vol. Wij proberen ons dus te onttrekken aan deze feiten, maar wij voelen wat wij werkelijk zijn. Kunnen wij dit aanvaarden, dan ligt hierin wel degelijk ook het contact met het Goddelijke. Er ligt een zeker geluksgevoel in, omdat wij een bestemming hebben. Tevens ligt er ook vitaliteit in, waardoor ons streven innerlijk wordt versterkt.

Gelijktijdig werkt het witte Licht stoffelijk door en het brengt ons stoffelijk energie. Maar gelijktijdig doet het ons sneller reageren. Oorzaak en gevolg worden voor ons als het ware versneld. Wij kunnen dat niet begrijpen en redelijk verwerken, maar psychisch gezien betekent dit dat wij zeer snel schokken achter elkaar krijgen. Wij hebben dan echter ook wel de kracht om die op te vangen. Zo kunnen langere perioden van wit Licht niet alleen innerlijk geestelijke vernieuwing en zelferkenning mogelijk maken, maar ook grote wijzigingen van het stoffelijk gedrag en soms zelfs ook van de lichamelijke toestand.

Gaan wij verder terug, dan vinden wij het gele Licht secundair. Wij hebben dan het gevoel, dat het goed zal gaan. Het bevordert vaak een zekere roekeloosheid, want wij hebben het denkbeeld dat alles, wat wij doen, zonder meer goed zal zijn. Er is geen besef van oorzaak-en-gevolgwerking. Daar staat echter tegenover, dat wij de wereld zonnig zien. Wij hebben dus contact met de wereld en de mensheid. Het is een periode, waarin men veel ervaringen opdoet en door. deze schijnbare – ik zeg schijnbare – lichtzinnigheid, ontstaat vaak een grote verrijking zowel van de ervaring ( die dus ook materieel is, herinneringsleven) als ook van de geestelijke mogelijkheden.

Het rode Licht in secundaire fase, stimuleert als het ware het bloed. Men zou kunnen zeggen: De mensen worden wat feller, wat hitsiger, en dan dat laatste in algemene betekenis. Men reageert feller op de buitenwereld. Men is meer bereid te vechten en te strijden. Men denkt niet redelijk en gaat alleen van. zichzelf uit. Men is niet meer in staat te begrijpen dat er zekere grenzen zijn. Het feit, dat men eens een daad stelt, is de rechtvaardiging voor alle noodzaken, die eruit voortkomen. Een slag is misschien gerechtvaardigd, maar onder een rode invloed blijf ik doorslaan. Er is dus een zekere begrenzing weggevallen. De mens is onbeheerst en de instinct-reactie zal onder de rode invloed weel sterker zijn dan normaal.

Dan krijgen wij ten laatste de blauwe invloed secundair: De blauwe invloed bevordert het redelijk; het scherp denken, maar zij beïnvloedt ook het sorteren, der indrukken uit de wereld. Iemand, die eenzijdig is ingesteld, zal onder een blauwe invloed zeer selectief ervaren. Hij hoort en ziet als het ware alleen wat zijn belangstelling heeft; voor het andere is hij werkelijk dood en doof. Onder de andere invloeden neem je alles wel op, maar je moet het in die tendens verwerken. Onder de blauwe invloed is de ervaring dus heel erg selectief.

Verder zien we onder de blauwe invloed een volledig redelijk reageren, maar vaak onder zeer beperkte erkenning. Wij zien dus niet alles, wij reageren volkomen redelijk, maar wij gaan niet uit van de totaliteit, maar alleen van een bepaald deel van die totaliteit. Een politicus of een econoom bv. is geneigd dit te doen.

Een typisch psychisch verschijnsel hierbij is verder het gevoel van onaantastbaarheid. Ik heb gelijk en ik ben bereid dit gelijk te betogen. Het resultaat is, dat wij in een dergelijke periode zeer grote discussies krijgen. Blauw Licht brengt discussies meestal over meer materiële onderwerpen. Het is een gevoel van zelfhandhaving in positieve zin. Wij krijgen daarom een sterke confrontatie met meerwaardigheids- en minderwaardigheidscomplexen, met alle onredelijkheid die daaruit voortkomt.

U begrijpt, dat er over deze invloeden veel meer te zeggen zou zijn, maar de psyche van de mens is nu eenmaal iets wat niet geheel te definiëren is. Ieder mens is een tikkeltje anders. Ieder mens heeft een wat andere achtergrond van herinnering en ervaring. Hetgeen door mij hier werd gesteld is algemeen en als zodanig ook algemeen geldend. U zult voor uzelf ontdekken, dat u het meer moet preciseren. Maar dat hindert niet. Als u dat doet in een primair blauwe periode- dan zult u niet alleen uzelf beter leren kennen, maar u zult ook voornemens maken waarschijnlijk ten aanzien van uw verder reacties. Een rode invloed kan die goede voornemens dan wel weer overhoop gooien, maar zij blijven op de achtergrond en in de herinnering hangen.

De geest heeft aan al die invloeden deel en voor haar geldt: Alle primaire invloeden zijn – ook door de ervaring, welke tijdens die invloeden optreedt – in de eerste plaats bewustzijnsverruimende ervaringen. Het bereik van de geest wordt door deze invloeden dus sterk vergroot. Het witte Licht vergroot eveneens wel het geestelijk bereik, maar het selecteert tevens. Het brengt ons dus tot het afdanken van bepaalde ervaringen, die eigenlijk niet veelzeggend genoeg zijn, gezien het kader van ons eigen bewustzijn. De secundaire invloeden hebben geestelijk heel weinig belang.

Concluderende. Wanneer wij de werking van de zeven invloeden op de mens gadeslaan, dan kunnen wij aan de hand daarvan stellen: Er zijn een groot aantal ervaringen, mogelijkheden en daden, die voor de geest van buitengewoon groot belang zijn, omdat zij haar helpen vormen. Daarnaast bestaat echter een bijna gelijk aantal werkingen en invloeden, die voor de geest van generlei belang zijn en die dus alleen materieel van enige importantie kunnen zijn: In het leven is voor de geest niet alles belangrijk.

Ik geloof, dat ik hiermede mijn onderwerp wel mag besluiten: De psyche van de mens omvat zowel zijn verstand, een groot deel van zijn gevoelsleven en onderbewustzijn, als ook, zijn geestelijk bestaan. Ik heb met al deze krachten rekening gehouden. Ik wil u alleen nog één waarschuwing meegeven: U bent meestal geconditioneerd. U reageert op één van de stralen sterker dan op de andere; dat wil zeggen dat voor u geestelijk zowel als stoffelijk de beste mogelijkheden voor  bewustwording, daadstelling en erkenning liggen binnen het kader van die ene straal. Als u alleen logisch en verstandelijk wilt denken, terwijl u behoort tot een gele of rode straal, dan zult u weinig of niets bereiken, in de stof niet en in de geest niet. Er is nu eenmaal in u een bepaalde tendens, die moet u volgen en geen mens kan u daarvan afhouden, want u zult het toch doen.

Leer daarom ook in uw medemens te begrijpen en te aanvaarden, dat hij of zij volgens een bepaalde kracht of straal reageert en dat deze voorkeur voor een bepaald deel van de kosmische kracht; zonder dat men het eigenlijk wil of zonder dat men het zelfs maar beseft, het eigen gedrag van die ander bepaalt.

Onmogelijk

Is het mogelijk, dat iets onmogelijk is? Of zou mogelijk het onmogelijke toch mogelijk zijn? Is mijn vermogen groter dan ik denk? Of ontken ik misschien mijn vermogen? En wil ik mijzelf opzettelijk te klein achten, omdat ik graag het onmogelijke wil gebruiken om mij te verschuilen achter mijn te kort schieten? Is mijn angst voor mijn mogelijkheden en mijn verantwoordelijkheid niet allereerst de oorzaak, dat ik zovele mogelijkheden, afwijs? Is mijn erkennen van al wat bereikbaar is eigenlijk niet gelijktijdig de oorzaak van mijn afwijzen van zovele andere dingen?

Als mens leef je. En als mens leef je zonder vaste waarden, zonder vaste bindingen en zonder vaste krachten, ook al lijkt het misschien anders. In dat leven moet je, – of je wilt of niet – op een gegeven ogenblik nieuwe horizonten zien, nieuwe ideeën aanvaarden, nieuwe krachten beleven. En als je dat niet wilt en niet kunt, dan zijn die dingen niet onmogelijk, maar je noemt ze zo. Je noemt ze zo, omdat je niet erkennen wilt, dat het anders moet. Dat je anders zou moeten zijn dan je bent. Dat er andere krachten in je schuilen dan je denkt, dat er in je zitten.

De mens is bang voor het onbekende. Ik geloof, dat hij het onbekende vooral onmogelijk noemt, als het zo dichtbij kont, dat hij ernaar zou kunnen grijpen. Het is de angst van de mens, die het woord “onmogelijk” bepaalt: En als demons die angst zou kunnen overwinnen, waar zou dan nog iets beperkt kunnen worden? Waar zou dan nog een grens kunnen worden gesteld? Want zeker een mensenleven is kort, maar een mensenziel leeft eeuwig.

Je zou van vorm tot vorm kunnen gaan en van tijd tot tijd en altijd verder werken aan een en hetzelfde doel misschien. Werken aan een en dezelfde perfectionering van je wezen, zodat het de volmaaktheid weerspiegelt in het facet, waarvoor je bent geschapen. Dat is niet onmogelijk, maar je noemt het onmogelijk want de taak lijkt te zwaar en de weg is te lang.

Het duurt teveel levens, voordat je kunt krijgen wat je begeert. Het is zo moeilijk genoegen te nemen met wat je krijgt. Het is zo gemakkelijk anderen de schuld te geven van alles wat verkeerd gaat. Neen, laten we dan maar liever van onmogelijkheden spreken.

Maar niets is voor ons onmogelijk. Wij, die schepselen, zijn van de Oneindige, van de Kracht die alles in stand houdt. Wij, die alle mogelijkheden in en door Hem omvatten. Wij, die niet willen zijn wat we zijn, maar willen ontvluchten naar iets anders en juist daarom in ons leven steeds weer “onmogelijk” roepen tegen de eisen, die ons worden gesteld en de gaven, die ons worden geboden.

← vorige tekst
overzicht
volgende tekst →
image_pdf