De ordening

uit de cursus ‘De wet achter het mirakel‘ (hoofdstuk 10 )  – juli 1978

De ordening

Als wij ons bezighouden met het onbegrijpelijke, het mirakel en wij constateren dat er wetten achter gelegen zijn, dan kunnen die wetten alleen voortkomen uit een vast aantal waarden: een ordening. Althans een voor ons besef en in onze wereld niet te wijzingen volgorde. Wij moeten dan trachten om eerst te zien welke regels de totale kosmische orde bevat. Dan blijken de volgende regels te gelden:

Elke sfeer of wereld heeft haar eigen vorm en potentiaal van energie.

Elke sfeer of wereld bezit haar eigen trillingsgetal.

Elke sfeer of wereld bezit een eigen tijdswaardering.

Elke sfeer of wereld kent haar eigen onderlinge uitdrukkingsvorm.

Als verschillende werelden of sferen met elkaar in contact komen, dan zal een overdracht van alle voornoemde waarden kunnen plaatsvinden, mits er tenminste één punt van gelijkheid of aanraking bestaat tussen deze twee werelden of sferen.

Dit is zeer belangrijk want als zeer grote energieën kenbaar worden en we weten niet waar ze vandaan komen, dan is het moeilijk ze te verklaren. Maar als het duidelijk wordt dat dezelfde hoeveelheid menselijke kracht in een astrale wereld meer waard is en in een Zomerlandwereld minder waard, dan gaan we iets begrijpen van de verhoudingen van energie en zullen we ons ook bewuster worden van de wijze waarop wij zelf met die energie kunnen werken.

Alle krachten berusten op een eigen trillingsgetal. Ze kunnen reageren op elke trilling die met het oorspronkelijke trillingsgetal harmonisch is. De harmonischen in de kosmos zijn in feite de banden waarmee de vele werelden met elkaar verbonden zijn en waardoor al deze werelden op elkaar kunnen inwerken en gelijktijdig elkanders waarden, hetzij geheel hetzij ten dele, kunnen aanvaarden, beleven en bevatten. Want in de ordening kun je nu wel een bepaalde volgorde stellen maar die is veel minder belangrijk dan de uitwisselbaarheid.

Als wij nog een stap verdergaan, dan komen we bij de mens terecht. Wezens met een menselijk of daarmee vergelijkbaar bewustzijn, ongeacht de toestand waarin zij verkeren, beschikken over een kenvermogen en een wil of begeertevermogen waardoor zij alle noodzakelijke dingen voor zichzelf kunnen waarmaken, ongeacht de condities van hun eigen wereld. Het is een beetje ongeloofwaardig als men het zo bekijkt.

Wanneer een mens het geheel van zijn energieën richt op één enkel doel, dan zal hij zozeer harmonisch zijn met alles waarin dat doel mede tot uiting kan komen, dat daar ongetwijfeld andere en hogere werelden bij betrokken zijn. Ze zullen hem dan altijd die energie geven welke nodig is om het doel te bereiken.

Als wij verder stellen, dat elk wezen dat denkt en een voorstellingsvermogen bezit, in staat is op grond van die voorstellingen een eigen wereld op te bouwen, dan klinkt dat een beetje verwaand. Maar in de kosmische ordening zeggen wij: er is een schijnbaar oneindig maar op zich beperkt aantal mogelijkheden. Al deze mogelijkheden zijn latent maar zij kunnen alleen worden gerealiseerd op het ogenblik dat het ‘ik’ harmonisch is met één van die mogelijkheden. Op dat ogenblik manifesteren ze zich en worden ze voor de denker een waarheid en door de denker een invloed in de wereld waarin hij zich meent te bevinden.

Het voorstellingsvermogen is in feite een wereld van de gedachte. En het denken, in welke graad en in welke orde dan ook, is de essentie van het kennen, het weten, dus het bewustzijn. Als wij in het bewustzijn van de kosmos een factor aanboren, dan zullen alle krachten welke bij die factor behoren, ook voor ons beschikbaar zijn maar wij moeten dat volledig doen, dat wel.

Zo ontstaat het beeld van een geordend heelal waar in alle schijnbare oneindigheid voortdurend grenzen zijn aangebracht en waar elke afdeling van die oneindigheid op zichzelf specifieke kwaliteiten en eigenschappen bezit waardoor zij zich manifesteert en zij zich in andere sferen of werelden eveneens kenbaar kan maken.

Wat zullen wij verder van die ordening moeten zeggen? Wij delen de zaak in. Als we indelen, dan doen we dat op grond van ons voorstellingsvermogen. Wij zullen ons dus een beperkt aantal van de werkelijkheden en mogelijkheden uit de kosmos realiseren, deze vanuit ons besef groeperen en daardoor komen tot een definitie van de krachten, die voor ons werkzaam zijn en van de volgorde waarin hun belangrijkheid voor ons bestaat. Op deze manier ga je van het menselijk denken uit een beetje anders werken.

Een van de mooiste voorbeelden is natuurlijk de kabbala, die uitgaat van de Godheid en de daaruit voortkomende hoge machten: Tronen, Heerschappijen, Aartsengelen, Engelen en daarnaast de vele kleine dienende krachten. Wij kunnen het ook nog anders doen. Wij kunnen groeperen aan de hand van invloed en dan komen we tot een groot aantal Heren die meestal in groepen optreden: de Heren van de Stralen, de Heren van Wijsheid, de Heren van Kracht enz. In al deze gevallen trachten wij het voor ons kenbare zodanig te ordenen dat wij er iets mee kunnen doen en iets ervan kunnen begrijpen. Als je ergens niets van begrijpt, kun je er niet veel mee doen. Als je iets begrijpt en je doet er niets mee, bereik je niets en wordt je begrip een ledige zaak. Zo gezien is dus deze ordening, van menselijk standpunt uit gezien, heel erg belangrijk. Maar altijd weer stuiten we in de stof en in de menselijke wereld op de rede.

De rede van de mens is gebaseerd op het geheel van de beredeneerbare verschijnselen in zijn wereld. Datgene wat daarin niet onmiddellijk beredeneerbaar is of onweerlegbaar als feit wordt ervaren, dat schuift hij opzij, daar denkt hij niet aan. Het resultaat is dat van de werkelijke mogelijkheden die in deze bestaan, er maar een betrekkelijk klein gedeelte wordt gerealiseerd. Mensen zullen ook datgene wat zij proberen te doen met b.v. het paranormale, heel vaak gefrustreerd zijn, niet door hun wil maar door hun onderbewustzijn. Er zijn dingen die ze nog kunnen aanvaarden en die brengen ze ook tot stand. Er zijn ook dingen die ze niet kunnen aanvaarden. Het resultaat is dat zij, omdat ze blijven hangen aan een bepaalde methodiek van denken en van beleven, eenvoudig geen toegang hebben tot deze mogelijkheden,

Nu klinkt dat allemaal een beetje vreemd. Een mens van vandaag kan zich waarschijnlijk niet voorstellen dat er eens een samenleving is geweest die helemaal was gebaseerd op magie. Toch zou men een vergelijking kunnen maken tussen uw technisch denken en het magisch denken van het verleden.

Wanneer een oude adept (desnoods een zeer geringe eerstegraads adept) in uw wereld zou komen en u zou hem televisie laten zien, dan zou hij zeggen: hé, wij hadden daar vroeger ronde bollen voor. Of: wij gebruikten daar glazen piramiden voor. Voor hem is uw televisie (het ver zien) niets anders dan een paranormale kwaliteit waarbij men zich concentreert op een bol of iets dergelijks. Als we nog verder in de tijd zouden teruggaan, dan komen we terecht in de Atlantische beschaving.

In die Atlantische beschaving kende men een soort mechanismen, die uit verschillende stoffen bestonden die door hun onderlinge spanning gevoelig waren voor telepathische signalen en andere gebeurtenissen of signalen. Zij hadden een soort t.v.scherm dat wat op het uwe lijkt. Het was een rechthoekige spiegelende plaat waarvan de buitenlaag goud was, daar achter bevonden zich drie andere metalen plus nog enkele chemicaliën. Als die plaat op de juiste manier in het halfduister werd geplaatst, dan konden daarop beelden verschijnen. Een van de overblijfselen daarvan is nog de z.g. Spiegel van de Wereld, die zich nu nog bevindt in een bergtempel ergens in de Karakoram. Diep in een grot vind je daar nog steeds die spiegel, alleen is het nu een ronde spiegel die eveneens uit verschillende metalen is samengesteld en waarachter zich een hoeveelheid kristallen en chemicaliën bevindt. Een mens die daar mediteert, ziet in die spiegel heel veel dingen, namelijk datgene waarop hijzelf is afgestemd. Is dat nu magie of is dat techniek? Het is een andere benadering.

In een wereld waarin de begrippen ordening, rangorde, volgorde en onderlinge belangrijkheid een grote rol spelen zoals in de uwe, is het magisch denken niet aanvaardbaar omdat het niet mogelijk is de krachten, die daarin werken, stuk voor stuk te kwalificeren. Als later de mensen horen over radar (dat is weer een magische beschaving), dan zeggen ze: o ja, ik weet het al, dat is een concentratiebeeld waar je naar kijkt en dan voel je wat er in de buurt is. Dat er een technische achtergrond achter zit, dat ontgaat hen eigenlijk, maar de functie is hetzelfde.

Wanneer wij kijken naar de wonderen op uw wereld, dan lijken ze onbegrijpelijk omdat ze werken volgens principes die men niet meer weet. Men kan vergelijkbare zaken bereiken maar met andere middelen, aangezien men niet meer het verschijnsel kwalificeert maar alleen de middelen. Het verschijnsel is slechts het bewijs voor de middelen, zegt men, dat kan niet bestaan, of dat is bovennatuurlijk. Dit betekent dus dat men in een wereld waarin de ordening niet redelijk of mechanistisch maar in feite bovenzintuiglijk is, te maken krijgt met allerlei verschijnselen die men als mens moeilijk kan verwerken. Daardoor ontstaat er een soort bijgeloof.

Niemand van u neemt aan dat je voor de eerste keer in een auto kunt stappen en zonder veel moeilijkheden de auto kunt starten, daarmee wegrijden en door het verkeer je weg kunt zoeken naar elk gewenst doel. Diezelfde mensen nemen echter wel aan dat je zonder meer en zonder enige moeite b.v. het schema kunt laten functioneren op een zodanige wijze dat de resultaten daarvan gelijk zijn aan het werkelijke apparaat. Zij geloven niet dat je veel oefening nodig hebt en veel vaardigheid voor de bewuste en gerichte uittreding. En ze beseffen niet dat zelfs het je afstemmen op bepaalde krachten en het op de juiste manier gebruiken daarvan, een kwestie is van voortdurende oefening en training.

Iemand die een zeer goed paragnost is, zou je kunnen vergelijken met een atleet van de geest. Slechts door voortdurende training, herhaling, zelfbeheersing en concentratie is hij in staat om steeds weer zijn doel te bereiken. Dat wil niet zeggen dat die man of vrouw dan verder ook atletisch is. Het wil alleen maar zeggen dat vergelijkbare kwaliteiten gericht op bepaalde buitenzintuiglijke, althans buitenredelijke elementen, bepalend zijn voor hetgeen men tot stand kan brengen. Op het ogenblik dat de rede wegvalt, is het veel eenvoudiger om soortgelijke verschijnselen te wekken. Maar dan zijn ze weer praktisch spontaan omdat er niemand is die precies kan zeggen waar de energie naartoe zal vloeien en wat ze als verschijnsel zal veroorzaken. In dat verband zou ik willen wijzen op een groot aantal wonderen die er op de wereld zijn gebeurd.

Altijd weer blijkt dat bij de meest sprekende krachtuitbarstingen menigten aanwezig zijn. En waar een menigte als zodanig begint te reageren (meestal ook nog emotioneel gedreven), daar is de rede niet meer aanwezig maar door de emotie is de afstemming bijna zeker en voor iedereen gelijk. Het is duidelijk dat er dan grotere energieën uit een andere wereld meer tot uiting kunnen komen. Het is echter maar zelden dat een mens een mogelijkheid vindt om zelf bewust en door een volledige instelling van zijn wezen een dergelijke manifestatie van kracht tot stand te brengen. Wat is de reden hiervoor?

Wel, er zijn wetten nodig. Het stoffelijk bestaan heeft zijn eigen betekenis en zin. Indien dit stoffelijk bestaan zonder meer zou kunnen worden overgeplaatst naar een wereld met een totale geestelijke waarde, dan zou het in zijn manifestatie overbodig worden. Het zou ook niet meer een bron voor bewustwording kunnen zijn. Het zou geen verwerkingsstation meer kunnen zijn voor allerlei energieën. Daarom is de redelijkheid van de mens eigenlik wel een nuttige zaak. Daarom is het ook heel mooi dat, zodra je magisch begint te denken, het redelijk technisch denken op de achtergrond raakt.

Ga je redelijk technisch denken, dan is het magische opeens bijna onbereikbaar. Het is misschien jammer voor de mens maar alleen op deze manier kan de eenzijdigheid, die het stoffelijk bestaan nodig heeft om als leerschool te dienen, in de materie worden gehandhaafd. En als dat zo is, dan is het duidelijk dat ook in andere werelden een soortgelijke eenzijdigheid belangrijk zal zijn voor de ervaringen van eenieder die daarin leeft.

Nu zult u zich afvragen wat dan de eenzijdigheid moet zijn van b.v. een Zomerland. De eenzijdigheid hier is dat door flexibiliteit van de vormwereld waarin je denkt te leven, je eigen tijdsbegrip volledig wordt georiënteerd op je wezen en dat je gelijktijdig leert krachten te hanteren die niet verklaarbaar zijn maar een spontaan verschijnsel vanuit je eigen bestaan. Het resultaat is dat zaken die op aarde redelijk benaderd, onderzocht en verklaard kunnen worden, in Zomerland niet verklaard kunnen worden. Waar je op aarde met onderzoek verder zou komen, kun je in Zomerland ten hoogste grijpen naar middelen als meditatie of pogingen tot harmonie met een Meester uit een hogere sfeer. Maar wanneer die harmonie ontstaat, let wel, dan verdwijnt het ‘ik’ a.h.w. uit Zomerland. Wanneer de meditatie leidt tot een besef van hetgeen Zomerland is, dan houdt het ‘ik’ op te bestaan voor het Zomerland. Zomerland is dan alleen maar een onbelangrijke fase en een afstemmingsmogelijkheid geworden voor de persoon die verdergaat. Zo is het overal en altijd.

Het is duidelijk dat er wel degelijk kosmische wetten en regels zijn waarin deze kwaliteiten van werelden t.a.v. elkaar zijn vastgelegd. Dat er vaste verhoudingen bestaan tussen werelden en sferen en dat zelfs entiteiten zich alleen kunnen bewegen binnen dit eenmaal vastgelegde kader van mogelijkheden plus energiepotentiaal.

Indien wij dit als waar aannemen, dan is het duidelijk dat wij ook in ons streven om het mirakel te begrijpen of misschien zelfs te reproduceren, moeten uitgaan van ordening, van vaste regels. Niet omdat in de magie dit paranormaal ervaren of presteren aan die regels is gebonden in menselijke zin, maar omdat alleen door de regels van onze eigen wereld te vervangen door de regels waardoor het mirakel mogelijk wordt, wij ons gaan bewegen in de richting van de krachten en de werkingen die op aarde het mirakel constitueren.

Een paar praktische regels.

Een mens, die zich wil bezighouden met het paranormale en al wat daarmee gepaard pleegt te gaan, zal aan de volgende voorwaarden moeten beantwoorden:

  1. Hij moet zorgen voor zodanige ontspanningsmogelijkheid dat hij zijn eigen wereld tijdelijk kan vergeten of tenminste als onbelangrijk en hoogstens als storend kan beschouwen.
  2. Hij zal moeten uitgaan van een gevoel of een denkbeeld (beide zijn mogelijk) dat niet in zijn eigen werkelijkheid bestaat maar voor hem een verbetering of juistheid betekent, wanneer het zich mani­festeert. Dit beeld moet de plaats innemen van de werkelijkheid on­der normale omstandigheden. Het ‘ik’ moet erdoor worden gedirigeerd; de emoties van het ‘ik’ moeten erop gericht zijn; de krachten, die het ‘ik’ meent te ervaren, moeten direct verbonden zijn aan de voorstel­ling. Zodra dit het geval is, zal het ‘ik’ zijn afgestemd op die we­reld waarin de noodzakelijke kracht te vinden is.
  3. Daarnaast zal het ‘ik’ door het emotionele voorstellingsbeeld uit het totaal der mogelijkheden gekozen hebben voor één bepaalde lijn van mogelijkheden. En deze lijn, geladen met de krachten die men ont­leent, wordt nu een invloed die het ‘ik’ maar ook de betekenis van het ‘ik’ in de eigen omgeving bepaalt.
  4. Een mens, die in staat is zijn bewustzijn op twee niveaus te doen werken, zal gelijktijdig aan het normale leven van de mensen kun­nen deelnemen en toch afgestemd blijven op een mogelijkheidslijn en op de sfeer waaruit de noodzakelijke kracht moet worden ontleend. Dit komt zelden voor. Daarom gaan wij uit van de noodzaak van isole­ment, ontspanning, concentratie en je één voelen met het andere. Het zal voor elke mens erg belangrijk zijn om rekening te houden met de onbewuste impulsen die voortdurend in hem opwellen. Impulsen die hem duidelijk maken wat zijn wezen nu wel en wat zijn wezen niet als goed kan aanvaarden, want het is juist hierdoor dat de afstemmingsmogelijkheid mede wordt bepaald.
  5. Leer u afstemmen op de mogelijkheden die u bezit. Ontwikkel de kwaliteiten die het meest in overeenstemming zijn met uw wezen.
  6. Gebruik de krachten, de mogelijkheden en middelen die u bezit nimmer als iets wat buiten de normale wereld staat, maar als iets wat deel is van die normale wereld. Heel vaak kunt u, door een ver­plaatsing van de functionaliteit van zuiver stoffelijke omstandighe­den of daden, komen tot een instelling van bepaalde geestelijke krach­ten en mogelijkheden.

Voorbeelden.

  1. U wilt een mens genezen. Als u zich nu gaat voorhouden: ik kan genezen, ik kan genezen, ik kan genezen, dan betekent dit eigenlijk dat u zich afvraagt: kan ik genezen? Hoe meer u zich afvraagt of u kunt genezen, des te kleiner is de mogelijkheid dat u zult genezen. Er bestaat echter een andere benadering. In uw contact met de patiënt voelt u dat u kunt genezen. Hier is de ratio uitgeschakeld. Het is niet nodig uzelf te overtuigen. U stelt u gewoon in op de genezing en wel op de manier die voor u de beste of de meest gebruikelijke is. Het resultaat is: afstemming op de mogelijkheid van genezing en op die sfeer waaruit de kracht voor de genezing (in casu gewoonlijk Zomer­land) kan worden ontleend. Hierdoor geneest u wel terwijl een ander die zich met rituelen en heel veel moeite bezighoudt met de wil tot genezen, veel moeizamer en veel minder resultaat, zo al enig resul­taat, zal boeken. In het voorbeeld is duidelijk dat een zekere mate van spontaniteit noodzakelijk is om paranormale gaven te laten func­tioneren.
  2. Wij kennen de z.g. sympathische magie die uitgaat van het feit dat een overeenkomst eenheid betekent. Dit is kosmisch gezien in ze­kere zin waar en wel volgens afstemming en mogelijkheid.

Als u aan sympathische magie wilt doen, dan kunt u zeggen: hier heb ik een afbeelding van Pietje Jansen. Als ik nu hier een verandering aanbreng, dan zal de levende persoon die verandering eveneens vertonen want dat zijn de regels. Maar zolang ik bezig ben met de afbeelding van Pietje J., ben ik bezig met iets wat niet identiek is. Pas op het moment dat ik mij bezig houd met de persoon, ook al hanteer ik de afbeelding, ontstaat deze gelijkheid en is de afstemming van het ‘ik’ op de persoon dermate sterk geworden dat overdracht van krachten etc. zonder meer zal plaatsvinden.

Hetzelfde geldt voor het werken met identieke voorwerpen. Een heel bekende manier om talismans te maken is twee voorwerpen maken van gelijke inhoud. Het ene blijft bij de krachtbron, het andere wordt meegegeven. In andere gevallen kennen wij de aanrakingsoverdracht, bijv. een stukje hout in aanraking brengen met een reliek. Door die aanraking heeft het hout de kwaliteiten van de reliek overgenomen. Iets wat nog niet zo lang geleden een tamelijk veel voorkomende praktijk was in de Roomse Kerk. In alle gevallen geldt: de instelling waardoor de eenheid wordt beleefd, zonder enige twijfel of enig voorbehoud, is bepalend voor de mogelijkheden en de krachten die ontstaan. Dit is hopelijk een duidelijk voorbeeld.

III. De instelling op een bepaalde wereld. Je kunt natuurlijk zeggen: nu ga ik naar de lichtsfeer, de lichtsfeer, de lichtsfeer. Maar dan klinkt het als een modern lied en het haalt weinig uit. Als je echter zegt: Door hetgeen ik doe (dat kan zijn wandelen, slapen, boontjes afhalen, dus elk willekeurig gebeuren op zichzelf waarin je geheel kunt opgaan) en je zegt daarbij: dit is mijn reis naar de lichtsfeer, dan ontstaat automatisch de band met de lichtsfeer. Iets hiervan vinden we nog terug in allerlei oude gebruiken. In de Dionysosdienst b.v. hanteerde men een soortgelijk iets. Als we kijken naar andere vormen van riten, zelfs het dansen bij de heksenverering, dan vinden wij deze overdrachtelijkheid waardoor actie in feite gelijktijdig wordt, een je begeven naar een toestand, die op aarde niet normaal is. Maar dat is zo met elke vorm van actie, ook zonder uitgebreide rituelen. Het bestaat voor elke mens, mits hij de wereld die hij wil betreden aanvoelt en zijn actie kan ervaren als het hanteren van een sleutel of van een voertuig dat hem in contact brengt met die krachtsverhoudingen die een bepaalde sfeer kentekenen.

Hier heeft u een paar eenvoudige voorbeelden van wat ordening eigenlijk betekent.

De rede blijkt voor de mens heel vaak eerder een rem te zijn dan een voordeel, zeker als het gaat om paranormale krachten. De rede, het intellect en de intelligentie heb je nodig als het erom gaat je ervaringen te definiëren in de termen van je eigen wereld. Maar in de ervaring zelf en bij het hanteren van de kracht is die redelijkheid eerder een belemmering dan een vooruitgang, een mogelijkheid tot meer. De mens moet dan ook beseffen dat, als hij de wetten achter het mirakel probeert te ontleden, er een scherp onderscheid moet worden gemaakt tussen de ervaringsmogelijkheid en de omschrijvingsmogelijkheid, waarbij de rede alleen voor de laatste juist genoeg hanteerbaar is om haar een volle betekenis toe te kennen. U leeft in een kosmos waarin alles mogelijk is want dat wat niet mogelijk is, kunt u zich niet voorstellen. En al wat u zich kunt voorstellen, onverschillig hoe en wat, is mogelijk. Besef dat uw inhoud, uw persoonlijkheid, de wijze waarop u tegenover de wereld staat, bepaalt hoe die wereld tegenover u staat, dat u door uw eigen mentaliteit oorzaken en gevolgen oproept. Besef dat deze regel bestaat voor elke kosmische toestand en dus betrekking kan hebben op de contacten met de hoogste lichte of de laagste duistere werelden. Dit blijft gelden.

Deze ordening, die ondanks alles bestaat, maakt het echter ook mogelijk om in de schijnbare doolhof van krachten en niet-redelijke zaken zelf uw weg te vinden op grond van uw aanvoelen en uw ervaren. De mens is zelf de sleutel tot een grotere kosmos. Maar de mens, die de sleutel tot een grotere kosmos alleen elders wil ontlenen of zijn bereikingen ten aanzien van een grotere kosmos voortdurend doet stoelen op datgene wat hij van anderen eist, zal ontdekken dat hij faalt.

In het geheel van onze cursus hebben wij op verschillende manieren geprobeerd, zelfs door het opgeven van mogelijke proeven, de wereld achter het mirakel toegankelijker te maken. Besef echter dat u te maken heeft met vaste waarden en regels. Dat betekent dat, als u eenmaal op een bepaalde manier iets heeft bereikt, dit voor u de juiste methodiek is zolang het doel hetzelfde is of voldoende vergelijkbaar. Het betekent dat u zelf gewoonten en procedures gaat hanteren die niets gemeen hebben met andere, die niet behoren tot de algemene leerstelligheid of zelfs maar een algemeen bruikbare procedure. Het is uw eigen afstemming die belangrijk is. De procedure die daartoe leidt, kan herhaald worden omdat uw eigen afstemming op vergelijkbare wijze altijd tot stand zal komen onder vergelijkbare omstandigheden. Die omstandigheden kunt u dan redelijk en emotioneel zeker omschrijven.

Heeft u dit eenmaal begrepen, dan blijft alleen nog over de moeite die u zult hebben met uw onderbewustzijn waarin helaas, naast veel geestelijk bewustzijn, zeer veel procedures aanwezig zijn die in wezen conditionering betekenen van het besef, van het schuldbewustzijn, van wereldbeeld, van wereldbenadering en wat dies meer zij. Dit onderbewustzijn echter is deel van de hele persoonlijkheid. Daarom moet u rekening houden met uw gevoelens en uw ingevingen, zelfs als ze niet erg redelijk lijken of geen samenhang lijken te hebben met hetgeen u wilt gaan doen.

U moet steeds proberen uw hele wezen zonder voorbehoud, zonder enige angst of weerzin te concentreren op het doel waarmee u bezig bent. Als u dat leert (dat vraagt heel veel moeite en heel veel training), dan komt er voor u het ogenblik dat u dingen tot stand brengt die voor u normaal zijn, maar die voor anderen mirakelen heten omdat ze redelijk niet kunnen begrijpen in welke samenhang alles staat.

Hiermee heb ik dit onderwerp beëindigd. Mij rest nog u te danken voor de mij gegeven aandacht. Ik hoop dat de ontvangen lessen enige mogelijkheid hebben betekend om door te dringen in de wereld van het paranormale die toch deel is van uw eigen persoonlijkheid.

Illusie

Wat is een illusie? Een schijnbeeld, een fata morgana dat men over de werkelijkheid projecteert omdat de werkelijkheid niet te aanvaarden is.

Illusie, een beeld van het mogelijke dat we nooit durven waarmaken.

Illusie, de constatering waarbij we alle feiten buiten beschouwing laten die niet bij ons passen.

Illusie, de verwerping van de werkelijkheid zonder de werkelijkheid te kunnen verlaten. Maar als we kijken wat in de illusie wel degelijk een grote rol speelt, dan blijkt het altijd weer ons werkelijk wezen te zijn.

Indien wij de kern van hetgeen de illusie voortbrengt weten te vinden, dan vinden wij een werkelijkheid. En dan blijkt heel vaak dat onze illusie niet een feitelijke illusie is, maar dat ze eerder een mom is waarachter zich een bereikbare werkelijkheid verbergt.

Heel veel mensen zeggen: ik wil bemind worden maar eigenlijk menen ze: ik wil erkend worden.

Maar de erkenning is iets dat uit je eigen wezen in kosmische zin voortvloeit. Dat kun je nooit door de liefde van je medemensen op te wekken, door reclame te maken of jezelf op posters ten toon te stellen. Dat kun je alleen door dat wat je bent.

Als je dit beseft, dan wordt de betekenis van hetgeen je doet misschien anders. Maar dan blijkt dat hetgeen je wilt bereiken, een deel is van je eigen persoonlijkheid. En dat je daarom dit deel van je persoonlijkheid ook in de werkelijkheid leert manifesteren, zelfs wanneer dat op een andere manier gaat dan menselijk verondersteld zou worden.

Wij zijn aan het einde van deze cursus gekomen. Wij hebben u toch wel een paar sleutels in handen kunnen geven waardoor u misschien wat gemakkelijker de werkelijkheid kunt benaderen en uzelf met uw innerlijke mogelijkheden en krachten een beetje meer kunt waarmaken.

Vrienden, veel geluk met de sleutels.

De toetssteen

Als je wilt weten wat goud is, het gehalte ervan wilt zien, dan gebruik je de toetssteen. Je zet de streepjes naast elkaar; het goud dat je beoordeelt en het goud dat je kent. Door de vergelijking leer je de waarde van hetgeen je moet toetsen.

Zo is de toetssteen in ons wezen eigenlijk de innerlijke vrede. Op het ogenblik dat wij in onszelf een besef hebben van werkelijke vrede en het gebeuren en het beleefde samenvatten en zeggen: “Wat is dit?” dan stellen we dit naast die vrede en kijken wij hoeveel van die vrede, van de kracht van die vrede, daarin is te uiten. Op het ogenblik dat we dat weten, weten we ook of we goed leven; of datgene wat we doen, betekenis heeft; of ons besef de waarheid benadert of juist een deel van de waarheid ontwijkt.

Elke mens heeft een innerlijke toetssteen. Niet het geweten, dat over het algemeen is samengesteld uit veel dressuur en heel veel propaganda, conditionering en een paar kleine stukjes eigen besef die vaak worden weggedrukt door de mening van de ouderen. Neen, die toets­steen is de vrede die we in onszelf kennen. Dat ogenblik, dat we kunnen vergeten dat we in een wereld leven van strijd en onvolkomenheid. Eenieder draagt het in zich, maar niet iedereen zal het zich realiseren want je moet eerst de toetssteen zoeken.

Zoek naar die vrede in jezelf. Probeer een ogenblik te vergeten wat de wereld en de strijdigheden van de wereld voor je betekenen. Probeer diep in jezelf tot rust te komen. En als je die vrede kent, dan is dat gelijktijdig een beseffen, een ontrukt zijn en een emotie.

De emotie kunt u vasthouden. Het beseffen blijft een vaagheid die door de emotie kan worden teruggeroepen. Dat is de werkelijke toetssteen.

Op het ogenblik dat u in vrede bent met God, met uw wereld en met uzelf, heeft u die perfectie. Met die perfectie vergelijkt u dan alles wat u doet, wilt doen, heeft gedaan met datgene wat er in de wereld gebeurt. En op grond daarvan kunt u dan zeggen: dit is de waarde van het gebeuren. Dit is de waarde van het leven. Dit is de waarde van hetgeen ik al dan niet volbreng. Op basis van deze toetssteen zult u in staat zijn het geheel van uw bestaan steeds meer aan te passen aan uw eigen geestelijke harmonie met de totaliteit die, hoe beperkt dan ook, altijd in uw wezen blijft bestaan en in elke levenssfeer van de meest lichtende tot de meest duistere blijft doorklinken als een intrinsiek bestanddeel van de eigen persoonlijkheid.

Toets uzelf aan de werkelijkheid die u in u draagt en u zult op grond daarvan beseffen wat de waarde is van al wat ge zijt, wat ge doet, van de vrede die ge kent en de noodzaak eventueel om uzelf en soms ook iets aan uw wereld te veranderen.

Ik hoop dat ik u nu geïnspireerd heb tot een beetje zelfonderzoek en misschien tot het vinden van de werkelijke betekenis van de dingen voor uzelf.