Kunnen wij onze weg wijzigen?

image_pdf

9 juli 1971

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. Denk zelfstandig na over ons onderwerp van heden dat volgens uw wens handelt over de vraag:

Kunnen wij onze weg wijzigen?

De opgegeven titel spreekt ook nog van verlengen en verkorten. Maar wijzigen houdt m.i. beide begrippen mede in. Bovendien moeten wij eerst enkele andere punten bezien. De vraag stelt: dat de mens een bepaalde weg gaat. Wat impliceert dat hij een afstand in ruimte, in tijd, of in beide aflegt. Is dit wel feitelijk het geval? De totaliteit van het leven is het werkelijke ego. Dit bestaat buiten ruimte en tijd. Al wat in dit grote ik aanwezig is, kan tijdens verschillende fasen van leven tot uiting worden gebracht. Maar niets wat niet reeds in het grote ik aanwezig is, kan ooit op de levensweg van een mens voor diens bewustzijn voorkomen.

Het is duidelijk dat wij altijd gebonden zullen zijn aan onze werkelijke persoonlijkheidsinhoud. Zover wij na kunnen gaan, is deze vanaf het begin van alle bestaan voor altijd vastgelegd. Wij kunnen in ons werkelijke ik niets veranderen, daar dit ik altijd en juist in deze vorm een integrerend deel uitmaakt van iets, dat wij wel eeuwigheid noemen bij gebrek aan een betere en juistere naam.

Dit alles laat echter nog steeds ruimte voor de vraag of wij onze weg kunnen wijzigen terwijl wij op aarde leven. Nu blijkt dat de mens op aarde gebonden is aan zijn milieu. Deze binding is betrekkelijk, maar voor de doorsneemens dominerend in alle opzichten. Zonder op alle details in te gaan, kan gesteld worden dat een mens zich niet kan onttrekken aan datgene wat op zijn wereld wezenlijk bestaat.

Om het eenvoudiger te stellen: wanneer je een Eskimo bent, is er maar weinig kans dat het grootste deel van je leven zal worden doorgebracht met zonnebaden. Wat dwaas zal klinken, maar de werkelijkheid van het menselijke bestaan wel degelijk mede omschrijft. Een mens die in een stadscultuur geboren is, zal zelden als kluizenaar in de eenzaamheid gaan leven. Doet hij dit toch, dan blijkt dat in de meeste gevallen een psychische afwijking hiervoor verantwoordelijk kan worden geacht – en deze mogelijkheid ligt weer in zijn stoffelijk wezen mede verankerd. Ik mag dus terecht stellen dat een mens op aarde gebonden is door zijn milieu. Het geheel van zijn denken en voorstellingsvermogen zal mede door dit milieu worden bepaald. Dientengevolge is, stoffelijk gezien, het milieu steeds weer een beperking van je mogelijkheden.

De oorspronkelijk opgegeven titel vraagt verder met enige nadruk: zijn wij in staat onze weg te verkorten of te verlengen? Verlengen betekent langer leven dan normaal verwacht zou kunnen worden, terwijl met verkorten m.i. bedoeld wordt een beëindigen van het leven door eigen daad of streven voor de natuur dit doet. Stoffelijk bezien dient te worden gesteld dat de mens aan de duur van zijn stoffelijk bestaan iets kan toevoegen en er ook iets van af kan nemen. Wat betekent dat men daadwerkelijk het huidige stoffelijke bestaan als mens zal kunnen veranderen in duur.

Wat je niet kunt verkorten of verlengen is de reeks van in het bestaan voor het werkelijke ik noodzakelijke uitingen en erkenningen. Dezen zullen wij hoe dan ook en waar dan ook moeten waarmaken.

Het verschijnsel leven is dus in duur te veranderen in de materie, maar niet de gehele weg van bewustwording, of zelfs maar het deel van die bewustwording dat binnen een bepaald leven bereikt moet worden.

Daarmede heb ik de hoofdpunten die in deze vraag liggen reeds duidelijk genoeg omschreven. Ik kan nu dus wat verder mijn inzichten uit gaan werken.

U leeft op deze wereld. U hebt in deze wereld een betrekkelijk grote vrijheid, maar deze vrijheid blijkt vooral te bestaan ten aanzien van voor het geheel onbelangrijke dingen, de kleinere zaken. In de grote lijnen wordt uw leven bepaald. Om het eens als volgt te stellen: je kunt wel een andere wijze van leven en werken begeren in de stof, maar het is een grote vraag of het nu komende kabinet u daartoe ook werkelijk de mogelijkheid zal laten. Een regering naar voren brengen in een betoog, dat in feite over wilsvrijheid handelt, moge eigenaardig aandoen, maar men zal toe moeten geven dat de wijze waarop een gemeenschap waarvan je deel uitmaakt, geleid wordt, zeker ook bepalend zal zijn voor de mogelijkheden en onmogelijkheden die je in je bestaan aan zult treffen. Misschien meent u dat u toch altijd nog vrij bent om te emigreren. Dat is waar, mits u kunt beantwoorden aan bepaalde eisen. Maar de vraag of en hoe u aan alle eisen zult kunnen beantwoorden, ligt althans deels buiten uw eigen mogelijkheid tot beslissen. Ook in deze is uw mogelijkheid door invloeden buiten uw controle beperkt.

Een groot nadeel voor de meeste mensen is wel, dat zij zich niet realiseren welke mogelijkheden de hunne zijn en over welke mate van vrijheid in besluitvorming zij werkelijk kunnen beschikken. De vrijheid die je hebt is zeker niet in de eerste plaats de kans je eigen leven geheel naar eigen inzichten en verlangens in te delen. Men denkt dit wel eens, maar bij nader onderzoek blijkt de werkelijke vrijheid voor de mens eerder te bestaan uit de kans bepaalde waarden en ervaringen voor andere in te ruilen. Zo blijkt het in het menselijke bestaan niet mogelijk steeds meer te verkrijgen, zonder dat men daarvoor iets terug moet geven. Of het nu om vrijheid of om bezit gaat, je betaalt ervoor, je dient er iets anders voor op te offeren. Het iets voor niets is weliswaar een leuze, die in de maatschappij opgang doet, maar niets voor niets in de werkelijkheid, die het menselijke leven geheel blijkt te beheersen.

Ook in het leven van dieren blijkt een dergelijke regel te bestaan. Deze regel is zo algemeen geldend op aarde, dat men ze als een kosmische wet zou willen beschouwen, ware het niet dat voor een kosmische wet in het Al te veel uitzonderingen hierop mogelijk blijken te zijn.

Om voorbeelden te geven: Wie vrij wil zijn in zijn doen en laten op aarde, zal afstand moeten doen van voordelen die aan het verbonden zijn met de maatschappij verbonden zijn en die de achting van anderen in die maatschappij voor het Ik tot stand kan brengen. Plaatst men zich buiten de maatschappij, dan zal blijken dat men wel een grotere vrijheid in het persoonlijke vlak vindt, maar dat men een belangrijk deel daarvan toch weer zal op moeten offeren om in eigen behoeften te kunnen voorzien.

U kunt rijk worden, wanneer u alles in het leven opoffert aan het vergaren van bezit. Dit geldt zelfs nog in deze tijd, met deze belastingen en de nu algemeen geleende sociale maatregelen. Maar dan moet u ook al het andere terzijde stellen. Uw eigen levensvreugde mag niet meer tellen, u kunt geen rekening houden met eigen gevoelens of die van anderen, u dient zich niet meer bezig te houden met vragen van recht en rechtvaardigheid – waarbij terzijde zij opgemerkt, dat juist op dit punt vele mensen wel bereid zijn offers te brengen. Je betaalt voor hetgeen je verwerft dus door jezelf andere mogelijkheden te ontzeggen. Het is juist m.i. juist deze mogelijkheid bepaalde zaken in het leven als het ware voor elkaar in te ruilen, die een belangrijke plaats moet innemen bij elke poging de vraag te beantwoorden of men aan eigen levensweg iets kan veranderen. Want de praktijk maakt duidelijk dat wij aan die weg werkelijk wel het een en ander kunnen wijzigen. Het blijkt mogelijk uit de ervaringsmogelijkheden die voor ons bestaan, die dingen op de voorgrond te schuiven die ons het beste bevallen.

Een mens kan vele talenten en daarmede stoffelijke mogelijkheden bezitten en toch steeds één daarvan voornamelijk tot uiting brengen. Menigeen is zakenman geworden, ofschoon hij een goed artist zou kunnen zijn, terwijl menigeen artist wordt, die in zaken heel wat beter zou kunnen slagen en daarin volgens zijn eigen normen een heel wat aangenamer bestaan zou hebben kunnen voeren. Zij doen zelf hun keuze en worden hierbij niet bepaald door waarden buiten hun ik. Een keuzemogelijkheid bestaat dus reëel.

Vaak hoor je mensen stellen dat je je aan een contact met bepaalde personen in het leven eenvoudig niet kunt onttrekken. Hun relaas stelt dan ongeveer: zielen zijn in de eeuwigheid voor elkaar bestemd en zullen in een bepaalde relatie met elkaar komen te staan, of zij dit nu nastreven of niet. Een heerlijke misvatting overigens, waarbij men God zo ongeveer beschouwt als alleen verantwoordelijk huwelijksbureau.

Zo stelt men dat het maken van vijanden en het ontmoeten van vijandige personen tijdens het leven eveneens te voren is vastgelegd. Men wijt dit meestal aan karma, ofschoon ik geneigd ben hier eerder aan de eigen dwaasheden van de mens te denken. De mens tracht zijn persoonlijke verantwoordelijkheid voor alles wat hij is en doet maar al te vaak af te schuiven, door te beweren dat alles in het leven voor jou tevoren is vastgelegd en alles in het leven in feite buiten je om door vreemde machten voor je geregeld zou worden. Wat m.i. bij een nadere beschouwing kolder blijkt te zijn.

Liefde wordt vaak als iets wat tevoren in de sferen is vastgesteld beschouwd. Het merendeel van de liefde op aarde blijkt echter te berusten op een dierlijke factor in de mens. Eerst ontstaat een dierlijke aantrekking. De psychische factoren die later opduiken, blijken voor een groot deel bovendien nog het gevolg te zijn van psycho-chemische reacties, die mede bepaald worden door de dressuur die men maatschappelijk heeft ondergaan en de ingeschapen dierlijke eigenschappen die o.m. bescherming van het nageslacht ten doel hebben. Ik ontken niet dat op den duur hieruit ook zuiver geestelijke verbondenheid kan ontstaan, maar meen dat het dwaas is te stellen dat een geestelijke eenheid reeds moet bestaan voor een biochemische reactie plaats kan vinden.

Het verhaal over tweelingzielen, entiteiten die voor elkaar bestemd zijn met uitzondering van alle andere mogelijkheden, is dan ook volgens mij een mythos, die hoogstens een enkele maal bevestigd zal worden door een geestelijke binding tussen twee entiteiten, die hen ertoe brengt elkaar steeds te aanvaarden en te volgen, waarbij zij dan in geestelijke zin vaak een twee-eenheid vormen. De delen van een dergelijke eenheid zullen elkaar dan steeds weer blijven aanvullen, op een wijze waardoor de mogelijkheden van de twee-eenheid die van elk der delen te boven gaat. Naar mijn ervaring voert een dergelijke geestelijke band slechts zelden tot de seksuele contacten, die men met dergelijke stellingen veelal tracht te rechtvaardigen. En bovendien niemand zal zeggen: Omdat er apen in Artis leven, zijn apen een natuurlijk in Nederland veel voorkomende diersoort. Omdat er hier en daar een ezel te zien en te berijden is in een theetuin, kun je toch niet stellen dat heel Nederland vol loopt met ezels?  Ofschoon… voor dit laatste zou misschien nog iets te zeggen zijn. Maar dan in meer overdrachtelijke zin en ik stel de zaak juist in letterlijke betekenis.

Wanneer een enkel geval voorkomt van persoonlijke bindingen door meerdere levens bestaan, zo betekent dit dus volgens mij zeker niet, dat dit ook overal het geval zal zijn. Het maakt ten hoogste duidelijk, dat een dergelijke mogelijkheid niet geheel uitgesloten moet worden geacht. Ik meen dan ook dat men beter van dergelijke illusies als verklaring voor eigen gedragingen af kan zien. Wij bepalen, ook in dit opzicht, veel zelf en geheel volgens eigen wil. Indien wij onszelf genoeg kennen en voldoende wilskracht op weten te brengen, kunnen wij wel degelijk zelf uitmaken, wat wij wel en wat wij niet willen in dit opzicht. Hier is sprake van een vrije keuze, waarbij een dergelijke keuzemogelijkheid uit de aard der zaak beperkt blijft tot degenen die wij ontmoeten, die wij kunnen leren kennen. Want je moet met personen die in je leven van belang zullen zijn, toch eerst eens in contact komen.

De keuze is echter dan nog betrekkelijk ruim. Voor een Nederlander omvat deze keuze t.m. een groot deel van de Nederlandse bevolking plus een wat kleiner assortiment van burgers van andere staten. Maar beperkt is de keuze desondanks wel. De kans is maar heel klein dat u als Nederlandse man een Polynesische vrouw ontmoet en werkelijk leert kennen, terwijl u als vrouw niet bepaald veel kans hebt een Massai te ontmoeten en daarmee eens op stap te gaan. Zo dergelijke dingen al eens voor zouden kunnen komen, blijken zij toch dermate grote uitzonderingen te zijn, dat men een dergelijke keuzemogelijkheid voor zich persoonlijk als niet bestaand kan beschouwen.

Onze vrijheid wordt ook hier weer door ons milieu beperkt, ofschoon wij kennelijk toch zeer grote vrijheden genieten. Zo ook, wanneer het om vijanden gaat. Persoonlijke vijanden bestaan niet zonder meer, die maak je zelf. Staatslieden blijken dit niet te weten, daarom doen zij het ook voortdurend. Vijanden zijn mensen die wij in wezen of streven strijdig achten met onze persoonlijkheid of belangen. In 9 van de 10 gevallen blijkt het begin van vijandschap te berusten op misverstanden en veroorzaakt te worden door een elkaar niet begrijpen, verkeerd beoordelen. Hierdoor ontstaat dan een afwijzing, die op den duur alle redelijkheid te boven gaat en hierdoor de vrijheid van het Ik in denken, gevoelen en leven wel degelijk en sterk blijkt te beperken. Ook in dit opzicht mag men dus niet stellen, dat sprake is van te voren vastgestelde verhoudingen, voortkomende uit een bovennatuurlijke kracht dan wel uit vorige bestaansvormen.

Kunnen wij onze weg – je leven dus – verlengen? In uw tijd zou dit geen vraag meer hoeven te zijn. Wanneer je gebruik zou maken van alle middelen van de moderne geneeskunde en techniek, zo zou men in de toekomst misschien voort vegeteren als een reeks seniele hersenen, die actief worden gehouden door grote reeksen van apparaten die organen moeten vervangen. Wat wel als leven beschouwd wordt door de mens, maar wel de vraag doet rijzen, of zo leven nog de moeite waard is. Ik voor mij kan slechts zeggen, dat een dergelijk bestaan mij als geest zeker niet aan zou trekken. Toch kent men, zij het nog enigszins beperkt, dergelijke mogelijkheden reeds heden. Uit het verleden ken ik een aardig voorbeeld van dit verlengen van eigen leven op aarde.

In de USA was een multimiljonair die zich had opgewerkt uit de armoede en zelfs ondertussen nog kans had gezien een familie voort te brengen, ofschoon je je wel af vraagt hoe hij de tijd en plaats op de agenda voor dergelijke dingen heeft gevonden, want bij hem stond alles in de agenda ingeschreven. Rond zijn 60ste levensjaar ontdekte de man dat hij ziekelijk begon te worden, waarop dokters hem vertelden dat zijn levenskansen niet bepaald groot te noemen waren. Toch werd hij 94 jaren in plaats van hoogstens 65. Hij leefde daartoe omgeven door doktoren die elke stap, elk brokje voeding controleerden. Hij had dus geen enkele vreugde meer in het leven, tenzij men zijn gewoonte het personeel te tiranniseren als zodanig wil beschouwen. Want dat heeft hij tot op de laatste dag van zijn leven vol weten te houden. De man heeft zijn leven dus wel aanmerkelijk verlengd en aan de duur van zijn bestaan op aarde door eigen wil en streven meer dan ¼ van de zelfs nu nog normale gemiddelde levensduur toegevoegd. Maar heeft hij daardoor vanuit geestelijk standpunt meer ervaren, werkelijk meer geleefd? Neen! Hij raakte door zijn pogingen eigen bestaan op aarde te verlengen juist van alle werkelijke leven geïsoleerd.

Dit en dergelijke voorbeelden brengen mij ertoe de conclusie te trekken dat een mens wel de duur van zijn  stoffelijk leven kan rekken – of verkorten – maar dat hij kennelijk hierbij maar heel weinig of niets kan veranderen aan het geheel van de stoffelijke ervaringen die voor hem mogelijk zijn.

In het leven blijkt de reeks ervaringsmogelijkheden die voor het Ik geestelijk van belang zijn, gefixeerd te zijn en voor uitbreiding of vermindering niet vatbaar. Ik meen dan ook dat je de werkelijke betekenis van je leven, zoals deze voor jezelf bestaat, niet kunt veranderen. Hier kun je niets van afnemen, hieraan kun je niets toevoegen.

De enige wijze waarop men de noodzakelijke belevingen in de stof voor een ego misschien zou kunnen beperken, lijkt zelfmoord te zijn. Deze vrijwillige dood blijkt echter in feite niets op te lossen. Een geest die in de materie incarneert als mens doet dit met een bepaald plan. Hij bouwt daarbij in zich als het ware de noodzaak in een bepaalde reeks van ervaringen door te maken. Wanneer dit niet geschiedt, is een terugkeer naar het voor de geest normale bestaan onmogelijk. In dergelijke gevallen kan stofgebondenheid voorkomen. En het lijkt mij niet bepaald aangenaam door zelfmoord als een soort spook ach en wee roepende rond te moeten dwalen rond de plaats van je verscheiden, tot je voldoende ervaringen hebt opgedaan om aan de eis tot bewustwording tijdens een stoffelijk bestaan te kunnen voldoen. Ik ben dan ook van mening dat men niet in staat is, qua geëiste bewustwording, de levensweg ook maar iets te verkorten, maar dat je wel in staat bent de stoffelijke levensduur te verkorten. Ik maak tussen deze zaken dus een duidelijk onderscheid.

Is er dan een algehele voorbeschikking? In zekere zin ja. De mensen die denken dat zij een vrije keuze hebben door hun daden, of anderszins tussen hel en hemel, vergissen zich. De hel die je jezelf schept, is een hel waarin je leeft, tot je beseft dat je haar zelf schept. Daarna bestaat zij niet meer voor je. De hemel waarin je jezelf droomt, is over het algemeen op den duur zo vervelend, dat je als het ware in slaap valt om dan weer te ontwaken in de werkelijkheid.

Er is een werkelijkheid die buiten tijd en ruimte schijnt te liggen. Noem dit ego, Goddelijke Werkelijkheid, de vibrerende kern van het Goddelijke Licht, of geef er een van de andere mooie namen aan die hiervoor gevonden zijn. Deze werkelijkheid is hetgeen waarin wij werkelijk bestaan, waarin wij waarlijk aanwezig zijn. Onze experimenten in ruimte en tijd – die ook de werelden van de geest omvatten, daar hier persoonlijke tijd en ruimtebesef bestaan – zijn niets anders dan het gevolg van een poging onszelf te verkennen en onze werkelijkheid beter te leren kennen.

Wat er ook gebeurt, wij kunnen onszelf nooit verwijderen van hetgeen wij in de eeuwigheid werkelijk zijn. Dit staat wel vast. In zoverre zijn wij dan ook werkelijk voorbestemd. Dit betekent ook, dat niemand voor eeuwig in een hellevuur zal branden, ook al zou er een eeuwig hellevuur bestaan. Het betekent dat een mens niet voor altijd in een of ander hemels Jeruzalem zich voor altijd bezig zal houden met het verkrachten van harpmuziek en dergelijke schone zaken, maar dat er altijd weer een ogenblik komt, waarop je verder moet gaan, tot je uiteindelijk integreert in een geheel, waarin je zelf een essentieel bestanddeel van het geheel vormt.

Vrijheid van wil bestaat, maar blijkt, zoals reeds gezegd, voornamelijk de details van het bestaan te betreffen. Wat ik als belevingen voor dit ogenblik wil kiezen is mijn zaak, ook al zal ik hierbij steeds weer moeten streven naar een verdere uitbreiding van mijn bewustzijn. Wanneer ik mijzelf enigszins heb leren kennen, zal ik natuurlijk trachten het proces van bewustwording op een zo evenwichtig mogelijke wijze te beleven. Zowel de drang tot verdere bewustwording, als de neiging hierbij een zo groot mogelijk evenwicht te bewaren, zijn kennelijk een integrerend deel van mijn wezen.

Maar of je nu als jongen of als meisje wilt incarneren, wordt niet door een noodlot bepaald. Je hebt zelfs als geest enige mogelijkheid het geslacht mede te bepalen en bij een niet aan je wensen beantwoorden van het resultaat je gerichtheid voor incarnatie te wijzigen. Wat je op de wereld al zo kunt gaan beleven, kun je als geest, vooral wanneer je enigszins bewust bent geworden, zelfs wel van tevoren in grote lijnen aflezen. Per slot van rekening weet u ook dat – wanneer u een slangentuin bezoekt – u niet op een kinderspeelplaats terecht zult komen. Je kunt als geest op soortgelijke wijze de verschillen in belevingsmogelijkheid en neiging zien, die ontstaan door het behoren tot een bepaalde cultuur en voortvloeien uit de op de wereld bestaande omstandigheden. Er zijn in de massa zoveel op korte termijn onvermijdelijke ontwikkelingen te zien, dat een entiteit die deze wil waarnemen, daaruit de nodige conclusies kan trekken omtrent mogelijkheden en waarschijnlijke belevingen op het ogenblik dat hij op gaat treden als tijdelijk deel van die massa.

Je hebt vrijheid van keuze bij incarnatie en inzicht in een deel van de consequenties die aan de keuze verbonden zullen zijn. Maar de vrijheid van keuze wordt natuurlijk weer beperkt door je behoeften tot ervaring als geest. En dit behoefte-element is afhankelijk van de inhoud van het werkelijke ego waarop je geen invloed kunt uitoefenen. Daarnaast wordt de vrijheid van incarnatie althans deels beperkt door het niet voortdurend aanwezig zijn van de meest juiste mogelijkheden en voertuigen, zodat je vaak met minder dan je wenselijk zou lijken aan ervaringsmogelijkheid, genoegen zult moeten nemen. Want van de voor jou als geest wenselijke ervarings- en belevingsmogelijkheden is altijd op een bepaald moment maar een zeer beperkt deel in de stof aanwezig.

Mijn conclusie is dus: dat er een vrije wil bestaat. U hebt ook een vrije wil en kunt dus rustig nu opstaan en weglopen wanneer u dit wenst. Mogelijk kijken de anderen u dan wel nijdig aan, maar daarvan hoeft u zich toch niets aan te trekken. U kunt natuurlijk ook verkiezen hier te blijven zitten, dit is uw vrije beslissing. Maar wanneer de avond afgelopen is en u te lang blijft zitten, zullen daar toch ook wel moeilijkheden van komen. Theoretisch echter hebt u de vrije beslissingsmogelijkheid, niet slechts in dit enkele punt, maar in vele punten. U kunt zelf beslissen of u langzaam of hard wilt lopen, wanneer u naar huis gaat. Maar uw omgeving schept wel bepaalde pressie. Wanneer u zo dadelijk een tram wilt halen, kunt u natuurlijk wel verkiezen langzaam daarheen te wandelen, maar dat impliceert dat u de tram waarschijnlijk zult missen. U hebt dus in feite een antwoord te geven op de vraag, wat u liever doet: langzaam lopen of de tram halen.

Dit keuze-element maakt het bestaan van een vrije wil duidelijk, maar geeft tevens weer dat je vrijheid niet onbeperkt is, maar gedaan zal moeten worden tussen zonder uw eigen invloed tot stand gekomen mogelijkheden. Uw wensen zullen dus niet altijd vervuld kunnen worden, ook al is uw wil in dit opzicht ook nog zo sterk. Wanneer u zegt: Ik wil vandaag een goede film zien, is er altijd nog de mogelijkheid dat er in een voor u bereikbare omgeving geen goede film vertoond wordt.

U kunt de sterke wens koesteren u geestelijk te ontspannen, zonder dat de omstandigheden u hiertoe een voor u aanvaardbare mogelijkheid bieden. In andere gevallen zult u misschien een geestelijke bewustwording en zelferkenning begeren, terwijl elke mogelijkheid die u meent te vinden, uitloopt op een soort geestelijk zweetkamertje compleet met noodzaak tot schuldbekentenissen. Maar er bestaat geen enkele bindende noodzaak of verplichting of dergelijke dingen te aanvaarden. Je zult altijd weer zelf kunnen beslissen wat je wel of niet zult doen, ook al zijn hieraan consequenties verbonden. Toch omvat ook dit alles een zekere gebondenheid aan je eigen voorkeuren en aan de mogelijkheden die je wereld op een gegeven ogenblik kan bieden.

Nu zijn er mensen die vragen: Kan ik mijn leven dan niet geheel veranderen? Die mogelijkheid heeft men inderdaad. Wanneer u genoeg hebt van uw wijze van leven, zoals deze nu is, moet u eens proberen u in te denken wat voor andere mogelijkheden er voor u wel kunnen bestaan. Ga deze allen na met alle zorgvuldigheid, kies een van deze mogelijkheden en begin er een na te streven met alle middelen. U krijgt dan waarschijnlijk wel niet wat u zich hier van hebt voorgesteld, maar u verkrijgt wel degelijk een vaak zelfs algehele verandering van leefwijze. U hebt dus wel degelijke de mogelijkheid en vrijheid hiertoe.

Maar als je aan de ene kant graag geheel vrij wilt zijn en aan de andere kant toch alle welvaart compleet met tv wilt hebben, zult u een keuze moeten doen en u ernstig moeten afvragen wat u nu werkelijk meer begeert: welvaart met tv of vrijheid van beweging. Aan de noodzaak tot kiezen kan men, ondanks alle wilskracht, als mens nooit ontkomen. Nu zijn er in het menselijke leven nog andere factorem aanwezig, die bewust of onbewust voor een mens vrijheidsbeperkend werken. U wordt opgevoed in bv. een gelovig milieu. Daarbij is het van geen belang, welk geloof. Want elk geloof kent zijn wetten.

Door de nadruk die op deze wetten wordt gelegd, of deze nu terecht of ten onrechte worden verkondigd, zult u in uw jonge jaren geïndoctrineerd worden en vaste gevoelens ontwikkelen ten aanzien van goed en kwaad, aanvaardbaar en niet aanvaardbaar. Deze begrippen blijven het gehele leven in u doorwerken. Wat uw reactie hierop betreft, zijn er twee mogelijkheden: Ofwel u aanvaardt deze wetten en het geloof, maar handelt vaak tegen hetgeen u als goed werd voorgesteld, zo uw eigen acties zonder verdere redenen als kwaad ervarende en betreurende. Ofschoon u dergelijke daden desalniettemin zult blijven stellen. Dan wel u realiseert zich wat deze wetten in wezen zijn, onbewezen stellingen, omgezet in schijnbaar bindende voorschriften. U verzet u dan tegen dergelijke wetten en hebt hierbij het gevoel iets goeds te doen, ofschoon u innerlijk toch aan de juistheid van uw handelen twijfelt. In dergelijke gevallen handelt men uit verzet tegen de indoctrinatie, vaak op een wijze die zeer onaangename gevolgen met zich kan brengen.

De religieuze wereld heeft overigens voor de mensheid en de aarde heel wat meer betekend dan men zich gemeenlijk realiseert. Wanneer wij het gehele bestuurssysteem in bijna alle staten gehanteerd beschouwen – waarbij sovjet-staten niet uitgezonderd mogen worden – zo komt men tot de conclusie, dat dit alles zijn basis vindt in een samenvoegen van christelijke beginselen en romeinse rechtsopvattingen. Gaan wij na hoe de algemeen en overal optredende denkbeelden omtrent standsverschillen ontstaan zijn, zo moeten wij constateren, dat zij voortkomen uit het begin van de hindoeleer. Het daar gehanteerde kastebegrip vindt overal in de wereld zijn weerklank, zelfs in maatschappijen die beweren geen klassenonderscheid te kennen.

Wij moeten ons dan ook goed realiseren dat elke mens incarneert in een milieu, dat zeer sterk geïndoctrineerd is met bepaalde stellingen. Wij moeten beseffen dat het niet noodzakelijk is dergelijke doctrines als waar te aanvaarden, om beïnvloed te worden door deze leerstelligheden en in het leven aan de consequenties daarvan tot op grote hoogte gebonden te zijn. De godsdienst doet dus, wat dat betreft, heel wat meer dan op het eerste gezicht kenbaar is.

Daarnaast wordt de mens beheerst door angsten en begeerten. Angst heeft bijna elke mens. Een deel daarvan is normaal te noemen, daar zij voortvloeien uit de drang tot zelfbehoud. Elke mens is bang zichzelf te verliezen. Dit is biologisch ingelegd in bijna alle wezens, zodat wij dergelijke angsten en impulsen ook in de dierenwereld terug kunnen vinden. Door zijn gedachteleven kent de mens daarnaast echter vele angsten die niet op de werkelijkheid berusten en als een vorm van hallucinaties beschouwd kunnen worden, deze angsten kunnen voeren tot een zekere waanzin, zoals ook bepaalde levensomstandigheden – bevolkingsdichtheid e.d. – tot stand kunnen brengen. Wat de gevolgen hiervan kunnen zijn, zien wij zowel in de trek van de lemmingen als in oorlogen. Ik ben geneigd te zeggen dat men hier imaginaire waarden in de plaats van de werkelijkheid stelt, terwijl de angsten en begeerten in het Ik nog normaal blijven bestaan. Door de waan waarin men verkeert, wordt de uitwerking echter een geheel andere.

Elke mens wordt in zijn leven door angsten mede gedirigeerd. Het weglopen voor hetgeen hij vreest, is biologisch gezien vaak wel aanvaardbaar. Indien wij echter de mentale mogelijkheden van de mens beschouwen, ontdekken wij dat het merendeel van zijn angsten niet op de werkelijkheid is gebaseerd maar op een vaak gedetailleerde, maar van de feiten sterk afwijkende voorstelling die hij in zich draagt. Men zou kunnen stellen dat het merendeel van de menselijke angst het gevolg is van een zuiver persoonlijke interpretatie van bestaande mogelijkheden en toestanden. Realiseert men zich dit, dan zal men ook begrijpen hoe vele mensen in wezen, ondanks hun vrijheid van keuze, geregeerd worden door niet op feiten berustende voorstellingen die hem aangepraat worden. Vele mensen koesteren bv. een grote angst voor de communisten en geloven eerlijk dat wanneer die eenmaal hier zouden komen, alle mensen niet meer zouden worden dan slaven. Iets wat zeker geen feitelijke waarheid omvat. Maar de mensen zijn ertoe gekomen dit te geloven en denken in dergelijke termen. Het gevolg is, dat zij elke afwijking van hun rechtse koers gaan zien als een communistisch ingrijpen of een voorbereiding hiertoe. Men gebruikt deze term dan op den duur ook om elke angst voor beperkingen van eigen vrijheden en mogelijkheden te omschrijven.

Door hun onvermogen de werkelijkheid te zien en er rekening mee te houden, komen de mensen zo tot vele hallucinatoire voorstellingen, die veelal onverwachte en niet gewenste gevolgen met zich brengen.

Wat begeerten betreft: op dierlijk vlak is begeerte normaal en zelfs noodzakelijk om de instandhouding van de soort en het individu mogelijk te maken. Bij dieren blijken alle begeerten in verband te staan met zekerheid een mogelijkheid zich voort te planten en zich te voeden. Bezien wij het begeerteleven van de mens, zo constateren wij dat er bij mensen vaak een extensie van de werkelijke persoonlijkheid ontstaat. De mens omvat in zijn begrip van persoonlijkheid niet slechts andere entiteiten, maar daarnaast ook vaak bezittingen, goederen. Deze goederen zijn zeker niet essentieel voor een als mens kunnen bestaan en blijken in wezen vaak een beperking van de menselijke levensmogelijkheden te betekenen. Naarmate de omvang van de zo kunstmatig aan het werkelijke Ik toegevoegde toeneemt, zien wij ook het begeerteleven een groei doormaken. Op den duur lijkt het erop dat de mens meer begeert naar een uitbreiding van de eigen interessesfeer dan naar een instandhouding van hetgeen hij reeds heeft, of zelfs maar zijn eigen leven.

Ook deze denkbeelden moet u niet in zuivere bezitstermen interpreteren. Macht kan voor een mens ook wel degelijk een soort bezit, een uitbreiding van Ik-heid vormen. En iemand die een beetje macht heeft, zoekt steeds meer macht te krijgen en blijkt bereid voor deze mogelijkheid alles – zelfs het eigen bestaan – op het spel te zetten. Alle leven omvat een strijdelement dat bij de mens niet slechts het eigen bestaan, maar ook daaraan toegevoegde waarden omvat. Hierdoor wordt men wel degelijk in zijn vrijheid van willen en keuze beperkt. Je kunt natuurlijk wel stellen dat je er genoeg van hebt aan anderen gebonden te zijn en voortaan je eigen weg wenst te gaan zonder met iemand rekening te houden. Maar dit heeft consequenties. Anderen zullen u de deur gaan wijzen. Mensen, wier achting voor jou toch belangrijk was, blijken je niet meer te kunnen aanvaarden, wat op zijn minst genomen een pijnlijke kwestie wordt. Natuurlijk, de keuze is ook hier vrij. Maar nu blijkt dat menige mens vreest zichzelf geheel te verliezen, wanneer de beoordeling van anderen tegenover hem zich wijzigt. Aanvaarding en waardering bij anderen is iets wat maar weinig mensen werkelijk schijnen te kunnen missen. Hun acties worden hierdoor mede bepaald. Daarbij vergeet men wel eens dat hij die een aanvaarding, waardering van anderen verlangt, hierdoor ook gehouden is zich te conformeren aan de opvattingen en eisen van die andere personen. Hij kan zijn levensweg wel enigszins wijzigen, maar uiterlijkheden zullen uiteindelijk de keuze die hij voor zich maakt, zozeer beïnvloeden, dat van een werkelijke vrijheid niet meer goed gesproken kan worden.

Conclusie: De mens zal door de eisen die hij aan het leven stelt en het beeld dat hij zich van zichzelf pleegt te maken, zijn vrijheid van handelen sterk beperken. Ook de mens zelf maakt het zich vaak onmogelijk zijn weg belangrijk te wijzigen, door een gebrek aan inzicht in de werkelijke waarden van Ik en wereld. De mens kan zijn levensweg wel degelijk wijzigen en desnoods verkorten of verlengen, maar zal hierbij vaak sterk belemmerd worden door de eisen die hij aan de wereld meent te mogen of moeten stellen. Ik stel dat de mens wel degelijk altijd weer de kans heeft in zijn levensweg veranderingen aan te brengen. Maar dan zal een dergelijke verandering ook groot en vooral ook volledig moeten zijn. Indien men dit niet nastreeft, kan men wel enige variatie brengen in het bestaande patroon, maar blijft men aan dit patroon in feite gebonden. Waarmee de kern van de zaak wel omschreven is, naar mij dunkt.

Maar mogelijk vraagt u zich af, of u door het inzetten van uw geestelijke krachten dan uw lot niet kunt veranderen. Indien u sterk genoeg bent, kunt u het lot van alle andere mensen met hun medewerking veranderen, maar nooit uw eigen lot. Ten aanzien van uzelf kent u immers geen voldoende objectiviteit van denken, willen en reageren. Geestelijke krachten kun je dus wel voor anderen gebruiken, maar slechts in een zeer beperkte mate voor jezelf en dan nog alleen in overeenstemming met wat je in feite reeds bent.

Kunnen grotere krachten dan niet ingrijpen, zullen velen willen vragen. Wanneer ik God bid mijn lot te veranderen, zou God dit dan niet toestaan? God heeft deze verandering allang toegestaan, voor u er maar aan dacht hierom te vragen. Het enige wat u zich dient te realiseren, is, dat u de lasten van die veranderingen zelf dient te dragen. Ook hier dus geen mogelijkheid tot een directe en alomvattende oplossing van problemen. Wanneer je voldoende vertrouwen hebt en genoeg streeft, zul je ontdekken dat het streven je na een gebed gemakkelijker afgaat. Maar bij nader onderzoek blijkt toch, dat de zaak nog steeds afhangt van je eigen voorstellingen en wil, je eigen vermogens en angsten. Er zijn geen plotselinge veranderingen in de levensweg denkbaar als gevolg van een uitsluitend door andere entiteiten ingrijpen, zelfs niet indien dit een ingrijpen is van de Allerhoogste.

Tenslotte nog een paar opmerkingen: Wie zijn levensweg krampachtig probeert te verlengen, zal langer als mens bestaan, maar in feite minder beleven, zodat zijn bewustwording ten hoogste gelijk komt aan die, welke zonder de levensverlenging bereikt zou worden. De mens kan zijn leven bekorten. Indien hij echter zijn stoffelijk bestaan bekort, zal hij het geheel van de waarden, die hierdoor voor hem teloor zijn gegaan, op een andere wijze moeten verwerven. Dit betekent dat het levensproces in de termen van bewustwording, zoals wij dit in de geest zien, niet werkelijk bekort kan worden, maar slechts het bestaan van de stoffelijke verschijningsvorm. Het lijkt mij dan ook verstandiger, wanneer een mens niet te zeer streeft naar een verlengen of verkorten van zijn bestaansvorm in de stof, maar zich richt op een zo volledig mogelijk beleven van al wat hij in dit leven als voor zich goed, juist, aanvaardbaar en mogelijk ziet. Ik meen dat de mens meer en meer moet leren rechter te zijn over eigen daden en steeds minder anderen mede aansprakelijk dient te stellen voor of tot slachtoffer te maken van hetgeen hij zelf doet. De weg van het leven ligt in feite grotendeels vast, maar je kunt zelf kiezen hoe je die weg gaat, of je in de zon wilt lopen of aan de andere kant in de schaduw, dan wel in het midden van de weg misschien, waar voertuigen u kunnen storen en verschrikken. Desnoods loopt u in het gras van de berm waar uw voeten door de dauw gekoeld worden. Hoe u de weg gaat, moet u zelf maar weten. En zo bepaalt u wel de inhoud van deze weg voor uzelf, maar niet het werkelijk verloop ervan of de uiteindelijke bereiking, waartoe zij zal moeten voeren.

En dit is het einde van mijn inleiding, Indien u commentaar of vragen hebt, zijn deze na de pauze welkom. Ik hoop u dan weer hier te treffen.

Deel 2

U hebt de gelegenheid gehad wat bij te komen van alle emoties. Ik zou nu graag horen wat u al zo te berde te brengen hebt.

Vragen

  • Acht u transplantatie van organen (1971, red.) voor het ego van de mens aan te bevelen?

Tegen transplantaties bestaan vanuit de geest geen bezwaren, al brengt zoiets wel bepaalde hebbelijkheden met zich.

Transplantaties kunnen moeilijkheden veroorzaken. Een mens heeft nl. zowel een weefseltype als een bloedtype. Is er een redelijke overeenstemming tussen weefseltype van de transplant en het eigen lichaam, dan zal het vreemde weefsel binnen kortere tijd worden opgenomen als eigen deel van het lichaam en zich na enige tijd geheel aan de normale condities van het gastlichaam hebben aangepast. Er is ook in dit geval dus een periode, waarin het eigen gedrag van de ontvanger zowel als diens emoties enige afwijkingen kunnen tonen van de norm. Bij transplantatie van sommige organen is dit uitdrukkelijker het geval dan bij andere. Maar om nu te zeggen dat dit voor het Ik van overwegend belang is, lijkt mij te ver gegaan.

Het ego van de mens kan onder zoiets in zoverre lijden als de stoffelijke weerspiegeling van het ego op aarde dit dwingend ondergaat. Dit is zeer beperkt. Het werkelijke ego is van een niet stoffelijke structuur en kan omschreven worden als energie of kracht die in zich besloten is. Men kan dit definiëren als wervels ten aanzien van de omgeving en zo zich ten aanzien van die omgeving onderscheidende. Deze besloten kracht kent in zich verschillen van potentiaal en dichtheid. Reactie op de buitenwereld, besef kenvermogen, zijn dus in dit verband een energie die door tijdelijke afwijkingen van het lichaam niet veranderd kunnen worden. Het is dus dwaas te denken, dat degenen die een long nier, hart van een ander heeft gekregen tijdens zijn leven, bij het leven in de geest opeens een gespleten persoonlijkheid zal worden. Hiermee is nog niet gezegd dat transplantatie altijd aan te bevelen is. Ik ben bv. van mening, dat de technieken nog niet ver genoeg ontwikkeld zijn om de ontvangers van een transplant een voldoende zekerheid van slagen te bieden. Naar ik meen zijn niertransplantaties de best geslaagde tot op heden. Hierbij zal rond 70% van de behandelden blijvend enige hinder blijven ervaren. Rond 30% van de patiënten heeft een zeer langdurige medicatie van node om te voorkomen dat het lichaam het vreemde orgaan afstoot.

Bij harttransplantaties blijkt, dat een werkelijk slagen van de transplant voor langere duur nog niet bereikt is. Voortdurende medicatie en scherpe controle bleek voor alle patiënten noodzakelijk, terwijl geen bijzondere verlenging van levensverwachting in feite bereikt werd. Ik meen dan ook dat middels andere technieken de hartpatiënten die te helpen zijn, beter geholpen zouden kunnen worden. Dit betekent niet dat ik voor de toekomst geen enkel nut van dergelijke transplantaties verwacht. De mens zal leren tot celtypering te komen, waardoor hij met grotere zekerheid een resultaat zal kunnen behalen. Van blijvende karakterverandering zal m.i. in dergelijke gevallen geen sprake zijn.

Ten laatste: hoeveel organen wil men door transplantatie vervangen? Bij een te veel zal m.i. wel van een schadelijke invloed voor het gehele lichaam gesproken kunnen worden en zullen aardveranderingen wegvallen van persoonlijke beheersing e.d. op kunnen treden. In de mogelijkheid van hersentransplantatie geloof ik niet, daar hierbij een stuurorganisme, aangenomen dat de zeer vele en zeer fijne hechtingen van zenuwkontakten zou slagen, krijg toch plaats in een voertuig, dat op de signalen en reacties niet is ingesteld. Beperkte lichaamsbeheersing gedurende lange tijd, tot 20 jaren toe, het optreden van bepaalde hallucinaties zal bij hersentransplantatie evenmin vermeden kunnen worden. Men vergeet vaak dat in de reacties van het lichaam en vele levensprocessen het centraal zenuwstelsel een zeer grote rol speelt en eigen reflexen vertoont. Dit zou zowel vreemde denkprocessen en verkeerde associaties kunnen betekenen als een leven in een wereld, die men niet geheel meer kent. Dit lijkt mij voor een verdere ontwikkeling van een ego eerder schadelijk dan mogelijk nuttig te zijn.

Over het algemeen moet ik echter stellen: de tijdelijke afwijkingen en mogelijke vervreemdingsverschijnselen, die het gevolg kunnen zijn van bepaalde transplantaties, zijn niet van zodanige aard, dat zij voor het werkelijke ego blijvend schadelijk kunnen worden geacht. Ik herhaal hierbij, dat ik onder de huidige omstandigheden een werkelijke en grotere levensverlenging van het stoflichaam op een wijze die door geen andere hulpmiddelen bereikt zou kunnen worden, op zijn minst dubieus acht.

  • Wat is de relatie tussen hetgeen u zo-even als ego van de mens omschreef en het waakbewustzijn, dat stoffelijk veelal wordt beschouwd als het werkelijke Ik.

Een nogal summiere. Het waakbewustzijn van de mens komt nl. tot stand als gevolg van een reeks dressuren en ervaringen die associaties tot stand brengen. Zo ontstaan denk sporen, die zowel de erkenning van als de reactie op de buitenwereld grotendeels plegen te bepalen. Aangezien het merendeel van die associaties van buitenaf is opgelegd, is het werkelijke aandeel van het werkelijke Ik hierin maar zeer beperkt. Het treedt gemeenlijk op als een in denken en handelen tot lichte afwijkende nopende impuls, die overeenstemming vertoont met de vaak meer dringende impulsen die vanuit het onderbewustzijn stammen.

U zult dus nooit kunnen stellen, dat uw ware persoonlijkheid weerspiegeld wordt door de mentale persoonlijkheid, of zelfs door de inhoud van het waakbewustzijn. Ten hoogste kunt u stellen dat de niet mentaal verklaarbare geneigdheden, die ook niet naar het onderbewustzijn zonder meer of biologische urgenties kunnen worden verwezen, wel eens een uiting zouden kunnen zijn van het werkelijke Ik, maar het zou dan noodzakelijk zijn het gehele onderbewustzijn met zijn inwerkingen te definiëren en daarin schuilen vele verschillende factoren, die voor afwijkende denkprocessen en gedragingen verantwoordelijk zijn. Het is dus in de stof nogal moeilijk je werkelijke ego te leren kennen en te omschrijven.

  • Bezitten stof en geest beide een zelfbewustzijn of een Ik-bewustzijn?

Ik-bewustzijn lijkt mij het betere woord. Want er zijn heel wat mensen die een enorm zelfbewustzijn bezitten, ofschoon zij daartoe geen reden hebben. Maar dat schijnen zij niet te kunnen begrijpen.

Het grote of werkelijke ego heeft wel degelijk een Ik-bewustzijn, daar het vanuit zichzelf waarneemt en vanuit zichzelf beoordeelt in relatie tot zichzelf. Ik meen dat dit in meer beperkte zin ook waar is voor de stoffelijke mens, indien wij daarbij verstaan, dat zijn beoordeling van de wereld in dit geval merendeels niet op feiten, maar op veronderstellingen is gebaseerd.

  • U stelt dat geen uitbreiding van bewustwording bereikt wordt door verlenging van levensduur. Er zijn echter meesters geweest die zeer lang leefden en zeer bewust waren en zo toch veel ervaringen op konden doen.

U hebt gelijk. Ik wil opmerken dat ik in de inleiding nadrukkelijk liet uitkomen te spreken over de meerderheid van de mensen en uitzonderingen buiten beschouwing te laten. Voor de gewone mens geldt, dat hij een bepaalde mogelijkheid tot het opdoen van ervaring in geestelijke zin heeft.  Heeft hij dit eenmaal bereikt, dan kan hij nog 100 jaren leven en heel wat kennis opdoen, maar wijzer zal hij niet meer worden. De bewustwordingswaarde blijft dus gelijk.

Een werkelijke meester kan inderdaad veel langer leven dan andere mensen. O.m. is dit te danken aan het feit dat je door een juist gebruik van geestelijke impulsen zowel het proces van celvernieuwing als het proces van afscheiding van alle residuen kunt stimuleren, waardoor het lichaam dus in stand gehouden worden. Ouder worden en sterven is geen kwestie van een door slijtage afsterven van delen van het organisme – zoals men vaak schijnt te denken – maar het gevolg van een niet volkomen afvoeren van afvalproducten en hierdoor een steeds trager vervangen van oud geworden cellen in de weefsels.

Iemand die zover komt dat hij zijn lichaam geheel beheersen kan, zal dus door eigen wil zijn lichaam verder kunnen laten leven en zelfs een zekere jeugdigheid hiervan kunnen bewaren. Maar om dit te kunnen doen, moet een zekere objectiviteit ten aanzien van het stoffelijke Ik bereikt worden. De meester beschouwt zijn stoffelijk Ik dan ook niet meer als kern van zijn Ik-heid, maar eerder als een werktuig daarvan. Een meester die op aarde zeer lang leeft, zal dan ook in die verlenging geen stoffelijke ervaringen meer opdoen, maar wel geestelijke ervaringen opdoen en deze tijdelijk door een stoffelijk voertuig mede tot uiting brengen, omdat hij hierin een zeker nut ziet.

In de eerste plaats ben ik van mening dat dit zeker geen algemeen voorkomend verschijnsel is. In de 2de plaats meen ik dat hier geen sprake is van een uitbreiding van de stoffelijke ervaringsmogelijkheid, maar slechts van een uitbreiding van de uitdrukkingsmogelijkheid voor een geestelijk besef, dat zich in de stof manifesteert middels een eigen voertuig.

  • Zal bewustwording groter worden door innerlijke harmonie en een vanuit het innerlijk zelf voortkomende structurering van ervaringen optreden?

Tja. Wat moet ik daarop zeggen? Het klinkt alles heel mooi. Maar wanneer je met een innerlijke harmonie in het leven staat, is er geen sprake meer van een bewuste structurering. Dan is er alleen sprake van een grotere realiteitserkenning en als gevolg hiervan een zuiverder en snellere reactie in het leven op basis van feiten in plaats van een reageren op veronderstelling.

Indien u dit creativiteit wilt noemen, is het mij best, maar het heeft niets te maken met een scheppend proces. Het enige wat in de mens zowel belangrijk is als voor de menselijke geest, is het opbouwen van een werkelijkheidsbeeld in jezelf. Elke mens schept zich een eigen wereld. Wat meer is, de meeste mensen zien de wereld buiten hen niet zoals deze is, maar eerder als een weerkaatsing van de wereld die zij eerst in zichzelf hebben geschapen. Wanneer u deze wereld in u schept, is zij voor u eerder een uitdrukking van verhoudingen, van relatiemogelijkheden dan van vormen. Dit eigen wereldbeeld is in feite altijd en overal aanwezig, of je nu in de geest leeft of in de wereld. Ik meen dat een grotere overeenkomst tussen innerlijke wereld en werkelijkheid de levensweg van een mens maar weinig zal veranderen.

  • Ik denk in dit verband aan een componist als Schubert, die in korte tijd toch een volgens onze opvattingen volledig en omvattend oeuvre heeft kunnen maken. Dit zou wijzen op een mogelijke intensifiëring van vele processen.

U definieerde zo-even alle creativiteit als zijnde niet van artistieke prestatie. Mij schijnt dit een zekere tegenspraak te omvatten.

Maar goed, het oeuvre, de uiting die iemand achterlaat, wordt hier door u als criterium genomen. Ik wil dan duidelijk stellen dat het gehele werk van Schubert, zoals uit toonzetting, muzikale inhoud en keuze van teksten blijkt nu niet direct op de bestaande werkelijkheid was gebaseerd. Er was eerder sprake van een dramatische romantisering van veronderstelde mogelijkheden, die door hemzelf en degenen die hij kende, nimmer gerealiseerd werden. Indien wij deze uiting geven aan een niet met de werkelijkheid verwante innerlijke wereld als creativiteit wilt beschouwen, zo kunnen wij stellen dat sommige mensen in staat zijn datgene wat in hem leeft, eenvoudiger om te zetten in voor anderen aanvaardbare vormen dan de meeste mensen. Hierdoor juist komen zij vaak tot een zekere gedrevenheid, die resulteert in een groot oeuvre in een betrekkelijk korte tijd.

Maar dit werk op zich is geen uiting van de werkelijke Ik-heid van de persoon, maar eerder een poging tot communicatie, uitgaande van de persoonlijkheid die toevalligerwijze en in de meeste gevallen bovendien geheel verkeerd gewaardeerd, bij anderen aanslaat. Want Schubert is de romantische weemoed zelf, maar ziet zijn wereld als een voortdurende “Entsagung”, wat in al zijn werken min of meer sterk ook tot uiting komt. Indien u nu stelt: wij zien dit anders, zo is dit uw goed recht, maar heeft u de man niet werkelijk begrepen. Want wat deze wilde zeggen, was in feite: De wereld beantwoordt niet aan dat wat ik wil, dat zij zou zijn, maar ook ik kan niet beantwoorden aan hetgeen ik zou willen zijn in de wereld.

Of je dit nu 1000 malen in verschillende toonaarden herhaalt of een keer zegt, het is en blijft een en dezelfde uiting van de persoonlijkheid. De veelheid van de werken heeft dus niets te zeggen omtrent de veelzeggendheid van het oeuvre of de sterk geschakeerde inhoud van het innerlijk van de componist. Een artist kan ook wel 10.000 schilderijen maken en toch slechts in een daarvan slagen en werkelijk iets van zichzelf hierin duidelijk vastleggen. Soms blijft hij daarna zichzelf bovendien voortdurend herhalen, zonder zelf meerdere of nieuwe mogelijkheden te kunnen vinden. En dat is dan nog veel erger.

Heel veel moderne kunstenaars zijn niets anders dan mentale stotteraars, die hun onvolkomenheden in verfplekken weergeven. Slechts een enkeling weet in kleuren en of lijnen zijn innerlijk en zijn emotie zodanig weer te geven, dat hierdoor een ander opgewekt wordt tot een beter begrip voor hetgeen de kunstenaar bezielde. U hoort het: alles is hier mogelijk, zelf kunstkritiek. Overigens moet ik hieraan toevoegen dat ik als mens uit een andere periode met een andere stoffelijke mentaliteit de jeugd van heden wel enigszins bewonder, omdat zij kans heeft gezien het menselijke achterwerk in ontblote staat tot kunst te verheffen, ofschoon ik niet goed begrijp, hoe men ertoe komt juist dit onderdeel tot kunst te verheffen, terwijl zovele mensen juist dit deel met zijn omgeving beschouwen als bron voor het merendeel van de ellende op de aarde …..

  • Ik kan het wel als iets moois zien.

Ik meen dat uw visuele waardering in dit geval innerlijke associaties doet ontstaan, waardoor het u beweegt tot eigen actie; als zodanig kan het voor u misschien een nuttig element vormen. Mag ik hierbij bovendien opmerken, dat in vele gevallen de schoonheid ligt in de beschouwer?

  • Dat de mensen vroeger een zo enorm hoge leeftijd bereikten, is dat waar?

Ten dele. U denkt aan Metusalem e.d. met leeftijden tot rond 900 jaren. In de eerste plaats werden in die tijd jaren anders geteld. In die streken had men te maken met twee jaargetijden, die elkander afwisselden en elk voor zich als jaar werden geteld. Aangeduid wordt de leeftijd dus niet in maanjaren, zoals men op grond van latere beschavingen misschien zou kunnen veronderstellen.

De mensen in die periode leefden dichter bij de natuur en omdat zij minder deden, hadden zij meer tijd om het te doen. Wat grotere rust impliceert en mede de verklaring kan vormen voor het in die dagen werkelijk bereiken van zeer hoge leeftijden, tot rond 200 van uw jaren toe.

De mens van heden vergeet te vaak, dat hij in feite een soort kasproduct is: uw gehele wereld beschermt u. U hebt in wezen weinig eigen weerstand tegen alles wat u van buitenaf bedreigt, maar beschikt over kunstmatige middelen om die bezwaren op te heffen en zo aan de consequentie van uw eigen gebrek aan weerstand te ontkomen. Vroeger werden alleen de sterkste en gezondste mensen oud, maar dezen bereikten dan ook werkelijk zeer hoge leeftijd. Het feit dat de gemiddelde leeftijd hoger is geworden in uw dagen, betekent niet dat het menselijke ras sterker is geworden, maar slechts dat de mens steeds meer trucjes heeft geleerd om aan de gevolgen van zijn zwakheden te ontkomen.

Maar het gaat hier om Bijbelse leeftijden. In Nummeri vinden wij vele namen met zeer hoge leeftijden. Men ziet hierbij vaak over het hoofd dat het wel gaat om een enkele naam, maar dat deze gedragen werd door meerdere, soms zelfs vele personen.  Dit is te danken aan het feit dat men vroeger aannam, dat door handoplegging, kort voor de dood, de wijsheid en een deel van de persoonlijkheid van de stervende overging op de door hem uitverkoren persoon, meestal een oudste zoon. Deze nam de naam van zijn voorganger aan en zolang een dergelijke keten ongebroken voortging, beschouwde men de dragers van de naam inderdaad als een persoonlijkheid. Wat een groot verschil maakt, wanneer het gaat om de aanvaardbaarheid van deze Bijbelse leeftijden. Ik sprak eerst even over een persoonlijke levensduur om u duidelijk te maken, dat leeftijden tot rond 200 jaren in uw berekening en dus ruim 400 jaren in de oude berekening wel eens voorgekomen zijn.

  • En wat men hoort over hoge leeftijden die op het ogenblik in Rusland behaald zouden worden, is dit juist?

Dit is wel waar, maar blijkt beperkt tot bepaalde plaatsen. Centra van zeer ouden komen o.m. voor in Georgië en Kazakstan. Maar ga dan eens na wat al die oude mensen in hun leven gedaan hebben. De meesten van hen zijn jagers of herders geweest. Een enkele landbouwer is er misschien ook nog bij, maar de meesten waren herders. Deze mensen leefden een in verhouding zeer kalm leven, waarin ontspanning e.d. uit hen zelf voortkwam. Hun sfeer van belangstelling blijkt steeds weer beperkt te zijn. Zij hangen meestal sterk aan tradities. Zij blijven daarbij wel zeer lang levenslustig. Kortgeleden is nog iemand van 109 jaar getrouwd met een meisje van 27 en ik meen dat de eerste baby al onderweg is. Vitaliteit is er dus wel.

Verlies het feit niet uit ogen, dat deze mensen leven onder exceptionele levensomstandigheden. Enerzijds hebben zij bijna steeds voedsel genoeg en worden zij niet door grote gevaren bedreigd, anderzijds zijn zij hun gehele leven zeer actief en blijven dit tot op zeer hoge leeftijd, zodat er geen verveling hen bedreigt en slechts zeer weinige invloeden een levensverkorting tot stand zouden kunnen brengen.

Deze mensen leven in kleine, in zich besloten gemeenschappen, kennen tevredenheid, maar bezitten – al hebben zij vaak grote wijsheid – slechts zeer weinig algemene kennis volgens de huidige normen. Hun ritme van denken is dan ook nogal traag. En de meeste mensen vergeten dat denken ook een verbruik van levenskrachten betekent. Bovendien gebruiken zoveel mensen die veel denken te weten in uw dagen hun hersenen verkeerd, dat dit als een van de redenen voor levensverkorting en het niet voluit leven van de stoffelijk mogelijke leeftijd kan worden gezien.

  • Is dan niet te voren bepaald op welke dag en op welk uur wij over zullen gaan?

Dit is niet te voren onveranderlijk bepaald, ofschoon wij vaak het tegendeel zullen horen, zowel bij mens als bij de geest. Het waarom is ook wel te begrijpen.

Het is voor de mens in zekere zin een troost, wanneer hij kan stellen dat de dood op een bepaald ogenblik eenvoudig onvermijdelijk is, zodat niemand hiervoor in wezen aansprakelijk kan worden gesteld. De dood en het ogenblik waarop die dood zal komen, is voor de mens juist belangrijk wanneer hij niet geheel kan verwerken, dat de dood geen werkelijk afscheid, maar alleen een verandering van conditie is, waarbij het bestaan normaal verder kan gaan onder enigszins afwijkende omstandigheden. Ook al gelooft de mens dit uiterlijk, zo kan hij dit emotioneel niet zonder meer aanvaarden. In de praktijk ligt de zaak als volgt:

Wanneer een mens geheel leeft volgens de mogelijkheden die bij de geboorte in wereld en mens onmiddellijk en rechtlijnig kunnen worden geconstateerd, dezen omvatten hereditaire eigenschappen, normale ontwikkeling, milieu en geestelijke gerichtheid, waardoor keuze uit gelijkwaardige mogelijkheden zekerheid wordt, zo komt men tot een dag en een uur waarop het zeer waarschijnlijk is dat dit leven ten einde zal komen. Maar elke wijziging in een van deze punten, hoe schijnbaar gering ook, zal een wijziging van de te verwachten levensduur mede inhouden.

Denk nu niet dat ik er plezier in heb dergelijke verhalen te verwijzen naar de plaats waar zij thuis behoren: het rijk van de troostrijke fabelen. Maar ik meen nu eenmaal, dat het voor de mens beter is de werkelijkheid zoveel mogelijk onder ogen te zien.

  • Is iedere geboorte gebonden aan wetten, of is het een vrije keuze?

In zekere mate is dit aan wetten gebonden. U kunt niet geboren worden, wanneer er geen eicel is die tot deling komt. Wel is het nog mogelijk dat een eicel tot deling komt, zonder dat spermatozoa hiervoor verantwoordelijk zijn. De celkern van het dan ontstane lichaam heeft wel een afwijkende constructie, maar er is dan toch sprake van een menselijk lichaam. Zonder deze mogelijkheid kun je niet incarneren. Het is dus niet mogelijk te stellen ik wil incarneren en maak dus even een lichaam voor mijzelf. Wel kun je de mogelijkheid dat een lichaam zal ontstaan proberen te bevorderen. Op het ogenblik dat de eerste celdeling ontstaat, kan men zich reeds aan het ontstaande lichaam hechten.

De incarnatie is beperkt vrijwillig. Het bestaan in de geest biedt over het algemeen weinig perspectieven meer wanneer men geneigd is te incarneren. Maar aan de andere kant bestaat er geen dwang, wordt men niet gedwongen een bepaald ouderpaar te aanvaarden. Zodat men, ongeacht de geldende wetten en beperking van mogelijkheden, toch kan stellen dat elke geboorte geheel vrij en vrijwillig is zover de geest hierbij betrokken is. Overigens wijst dit alles mij op een van de typische aspecten van de menselijke levensweg: de nieuwsgierigheid.

  • Hoe stierven de Russische ruimtevaarders?

Vanuit ons standpunt is dit niets bijzonders, maar mogelijk treft u de geheimzinnigheid waarmee men de zaak omgeeft en die, ondanks alle schijn van openhartigheid in de komende dagen, feitelijk blijft bestaan. De werkelijke oorzaak is het type batterijen dat in de sojoez-voertuigen werd gebruikt. De chemicaliën daarin zijn bijna geheel vast, maar kunnen onder omstandigheden gas afscheiden. De houders zijn normaal gasdicht.

Door een kleine beschadiging bij hoge snelheid en toenemend gewicht, kwam een afscheiding van die gassen tot stand in de verblijfsruimte. Op zich niet gevaarlijk, maar bij langere duur van inademing kunnen koolzuurblaasjes in de bloedbaan ontstaan. Deze mogelijkheid was voorzien, ofschoon niet verwacht. Men had hiervoor noodvoorzieningen ingebouwd, evenals voor enkele andere eventualiteiten, die echter met de hand geschakeld moesten worden tijdens automatische besturing. Hiervoor was op het ogenblik dat de fout optrad, dus een bewuste handeling noodzakelijk.

Gezien de zwakte van de astronauten tegen zwaartekracht – vermeerderingen die tot 9 maal normaal opliepen – was het de ruimtevaarders niet mogelijk tijdig de fout te constateren en, zo zij dit al hadden gedaan, zouden zij niet over de kracht beschikt hebben om tegen deze enorme versnelling de nodige handgrepen te voltooien. Men heeft, naar ik meen, echter niets bemerkt, zodat men in feite rustig is ingeslapen en de dood optrad tijdens bewusteloosheid van het lichaam. Maar maak u hierover niet zo druk, tenzij het u gaat om een technisch falen. Want er sterven dagelijks honderden mensen in India, op de verkeerswegen e.d. een heel wat onaangenamer dood.

Maar ik moet gaan sluiten. Mijn raad voor u: Zoek in zo groot mogelijke harmonie met uzelf te leven. Hierdoor zult u geestelijke impulsen die op u inwerken, wat sneller als zodanig kunnen erkennen en het ik word een grotere eenheid. Dit geeft zowel voor als na de dood de mogelijkheid de werkelijk belangrijke dingen in je leven te behouden, te begrijpen en voort te zetten.

image_pdf